Antwoorden op technische vragen van CDA op rondevoorstel van 11 maart 2021
Tekst van het document
Antwoorden op de technische vragen van de CDA-fractie m.b.t. het Rondevoorstel “Afwegingskader en zoekgebieden grootschalige opwek zonne- en windenergie” d.d.11 maart 2021 1.
Het college spreekt over “afwegingskader en zoekgebieden GROOTSCHALIGE opwek zonne- en windenergie” Vraag: welke definitie hoort bij de begrippen grootschalig en kleinschalig? Welke aantallen zonnepanelen of opwekpotentie Zon-PV per jaar horen hierbij? Of kan een eigenaar meerdere kleine zonneparken aanleggen? Antwoord: Kleinschalige opwek heeft betrekking op opwek van zonne-energie op een dak dat minder dan 15kwp oplevert (dus als een dak kleiner is dan 285 m2). Hiermee vallen dus zonnepanelen op woningen onder kleinschalige opwek. De rest van de opwek is “grootschalig”. Zon op dak is vergunningsvrij. Voor zon op land (verharde terreinen en landbouwgrond) is een vergunning nodig.
2.
Kan het college of de raad een ondernemer of eigenaar bij de (her)nieuwbouw van een gebouw verplichten om op het dak zonnepanelen te leggen? En zo ja op welke wijze? Antwoord: Nee, nog niet. Wetgeving daarvoor is wel in de maak. Ook is in de conceptontwerp-Omgevingsverordening van de provincie een instructieregel opgenomen die gericht is op het maximaal plaatsen van zonnepanelen op bedrijfsgebouwen.
3.
Het collegevoorstel volgt de provincie Limburg en stelt expliciet voor de Zonneladder te hanteren. De Limburgse zonneladder is opgesteld met als doel stimulerend te werken voor zon op daken, en terughoudend te zijn met zon op landbouwgronden en in natuurgebieden. a. Vraag: waarom kan de zonneladder niet juridisch volgtijdelijkheid worden afgedwongen? Antwoord: Het college van GS is van mening dat volgtijdelijkheid (eerst alle daken vol en dan pas overige treden) vertragend werkt en daarmee onwenselijk is voor het behalen van de opgaven in de beide Limburgse Regionale Energiestrategieën. In de concept-ontwerp-Omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen (deels uitsluitingsgebieden en nee, tenzij-principe voor trede 4 landbouwgronden) om invulling te geven aan de principes van de Limburgse zonneladder. b. Geldt voor trede 4 ook een nee-tenzij principe , zoals de provinciale staten onlangs hebben vastgesteld? Antwoord: Het nee-tenzij principe geldt juist voor trede 4 (gronden in gebruik voor landbouw). c.
Volgt het college de provincie om het nee tenzij principe zo uit te leggen dat goede landbouwgrond en kwetsbare natuur als uitzonderingsmogelijkheid worden gebruikt bij de inpassing van zonne-energie? Antwoord: U doelt op een motie die recent door Provinciale Staten is aangenomen waarin het College van Gedeputeerde Staten verzocht om in de Provinciale Omgevingsvisie het ‘nee, tenzij-principe’ in de Limburgse zonneladder nader te omschrijven en op te nemen in de Omgevingsverordening. De essentie van de huidige zonneladder is om bij de duurzame opwek van zonne-energie landbouw en natuur zoveel mogelijk te ontzien (nee, tenzij principe). Het College van Sittard-Geleen volgt deze lijn en kiest er daarom voor om geen zonnevelden op natuur te realiseren en
zonnevelden op landbouwgrond op beperkte schaal (alleen in de stad-landzones) onder voorwaarden mogelijk te maken. Deze voorwaarden zijn deels al aangegeven maar zullen (bij de publiekrechtelijke vastlegging van dit afwegingskader in de omgevingsvisie) nader beschreven worden. Deze keuze van het College wordt/is in omliggende gemeenten ook gemaakt.
4.
d.
Is het juist dat de Zonneladder eveneens een motiveringsplicht heeft voor zowel de gemeente als de aanvrager van de omgevingsvergunning? Antwoord: Klopt. In de concept-ontwerp-Omgevingsverordening staan instructieregels over de vereiste motivering van een omgevingsplan voor een grondgebonden zonnepark. De motiveringsplicht geldt voor provincies, gemeenten en Waterschappen. In de praktijk dient de aanvrager van de omgevingsvergunning deze motivering eveneens uit te voeren, om toetsing van de aanvraag aan landelijke, provinciale en gemeentelijke regels en vigerend beleid mogelijk te maken.
e.
Als de Zonnelader niet volgtijdelijk op welke wijze kan dit dan wel worden afgedwongen en welke toetsingskader is er dan om de motiveringsplicht te beoordelen. Antwoord: Dit voorjaar wordt een Landschappelijk verdiepingsonderzoek uitgevoerd door Provincie samen met de RES-Zuid-Limburg, dat handvatten moet gaan opleveren om de motiveringsplicht te beoordelen.
Zoekgebieden zonneparken. Het college stelt voor om zonneparken alleen in stad –landzones mogelijk te maken, omdat daar volgens het college het huidige beleid rode elementen (zoals zonnevelden) in het groen mogelijk zijn. (Wel met goede inpassing en landschappelijke versterking als voorwaarde). Hiervoor wordt verwezen naar het kaartje (kaart 1 en pgn 42 en 58 ) van de omgevingsvisie 2016 en wel de donker groene kleur. a. Op basis van welk beleidsdocument heeft het college dit voorliggend voorstel (stad— landzones) ondersteund? De Regionale Energievisie geeft namelijk aan dat zonnepanelen op daken duidelijk de voorkeur heeft boven grondgebonden zonneparken op natuurgebieden/landbouwgronden en dat de kernkwaliteiten van het landschap en de landschappelijke beleving niet worden aangetast? Antwoord: Op basis van de omgevingsvisie 2016. In het voorliggende afwegingskader is aangegeven dat conform de omgevingsvisie in de Stad-Landzones beleidsmatig ruimte is voor rode elementen in een groene omgeving. Aangezien zonnevelden in de omgevingsvisie als rode elementen gezien worden, vindt het College de keuze voor de Stad-Landzones beleidsmatig te verantwoorden. En worden daarmee alle andere landbouwgronden in Sittard-Geleen uitgesloten. In de stad-landzones komen sowieso alleen de landbouwgronden in aanmerking die geen provinciale natuurstatus hebben (goud- zilver of brons).
Op basis van een maximaal benuttingspercentage van 20% in deze zones kan maximaal 58 ha landbouwgrond onder zeer strikte voorwaarden gebruikt worden voor zonnevelden waarbij dubbel ruimtegebruik (met extensieve landbouw) voor de hand ligt. Deze 58 ha is iets meer dan 2% van alle landbouwgrond in Sittard-Geleen.
b.
c.
d.
e.
f.
g.
De gemeente Stein heeft naast andere landbouwgebieden ook de Stad-Landzone De Graven aangewezen als zoekgebied voor zonne-energie. De Zonneatlas kaartje Sittard-Geleen geeft aan dat (delen van) het aangewezen gebied niet of minder geschikt zijn voor Zonneparken is dit bekend bij he college? Antwoord: Ja. De zonatlas geeft voor elk dakvlak binnen een gemeente of provincie de geschiktheid voor de opwekking van zonne-energie aan. Niet voor landbouwgrond. Los hiervan, is landbouwgrond in potentie bijna altijd geschikt voor het plaatsen van zonnepanelen. In de omgevingsvisie 2016 heeft de raad inderdaad besloten zonnepanelen als een rode functie te zien en wel bij voorkeur met bestaande bebouwing. Geschikte locaties voor zonnepanelen zijn het bebouwde gebied en de bedrijventerreinen. Er is niet besloten om de Stad- landzones hiervoor in te zetten (pgn 87); waarom wordt afgeweken van dit eerdere besluit en worden nu ecologische verbindingszones (zie kaart 1 van de bijlage omgevingsvisie) hiervoor opgeofferd. Antwoord: Zie ook antwoord op vraag 1a: Aangezien zonnevelden in de omgevingsvisie als rode elementen gezien worden, vindt het College de keuze voor de Stad-Landzones beleidsmatig te verantwoorden. Zeker omdat in de Stad-landzones rode functies alleen kunnen als ook de landschappelijke/ecologische waarden versterkt worden.
Er worden daarmee geen ecologische verbindingszones opgeofferd. Het College heeft ook de resultaten van de enquête (bevraging) meegewogen. De resultaten hiervan geven aan dat een meerderheid (rond 60%) vindt dat zonneparken in de stad-landzones (onder voorwaarden, met versterking van het groen) moet kunnen. Meer dan de helft ervan vindt dat zonneparken onder voorwaarden zelfs overal mogen. Daarnaast laten diverse studies zien dat de biodiversiteit van de grond onder zonneparken bij een juiste aanleg er op vooruit gaat. Zeker als daarvóór de landbouwgrond intensief (met kunstmest en bestrijdingsmiddelen) gebruikt is. Is het juist dat de stad-land zones een bovenlokale betekenis hebben en belangrijke schakels in het groene netwerk zijn van Sittard-Geleen en Zuid-Limburg alsmede belangrijk zijn voor de uitstraling van de gemeente en voor het recreatie wandelen door de inwoners van Sittard-Geleen en zo ja is er tussen de twee stad-land zones een verschil ; dit i.v.m. de besluitvorming hierover. Antwoord: Ook met een aantal zonnevelden in het groen ingepast, blijven deze stadlandzones de gewenste functie houden. En door het groene open hart van SittardGeleen open te houden (zonder windmolens en zonneparken) blijft het ongestoord recreatief wandelen mogelijk.
Behoort Sittard-Noord en het gebied tussen Sittard en Geleen (middengebied of De Grave) nog steeds tot de (droge) ecologische verbindingszone van onze gemeente? Antwoord: Ja. Waarom is er niet gekozen om het groene netwerk uit te sluiten en te beginnen op het stimuleren en verplichten van zonnepanelen op daken? Antwoord: Zie hiervoor de antwoorden op de vragen 1 a, 1 c en 1d. Kan in de worse case scenario een eigenaar van de grond en projectontwikkelaar na het planologisch opnemen van de stad-landzones in de omgevingsvisie als zoekgebied een juridisch beroep doen op een vergunning voor een zonnepark en zo ja kan in de worse case scenario het gehele gebied tussen Sittard en Geleen vol gelegd worden?
h.
i.
j. k.
l.
Antwoord: Dat hangt af van hoe dit in de omgevingsvisie beschreven gaat worden. In de omgevingsvisie zullen randvoorwaarden komen om te zorgen dat beide doelstellingen van de stadlandzones (versterken natuur/landschap, mogelijke ruimte voor rode functies) bereikt worden. Los hiervan komen de meeste landbouwpercelen in het middengebied tussen Sittard-Geleen niet in aanmerking voor zonnevelden omdat ze óf een natuurstatus hebben óf een woonfunctie krijgen (De Haese C). En is er geen gevaar dat dit gebied vol gelegd wordt. Moet niet explicieter gekeken worden naar het bijgevoegde kaartje waar het wel en niet mogelijk is? Of te wel indikken van de locatie. Antwoord: Het kaartje is alleen bedoeld om aan te geven waar de stad-landzones gesitueerd zijn. In deze zones komen alleen de landbouwgronden (onder voorwaarden) in aanmerking die geen provinciale natuurstatus hebben (goud- zilver of brons). Inmiddels is een specifiekere kaart beschikbaar (zie hieronder). Is er hier sprake van reguliere vruchtbare landbouwgrond? Hoe waardevol is deze (landbouw/natuur)grond in de Zonneladder en welke bestemmingen liggen er op deze gronden? Antwoord: De gronden die in aanmerking komen zijn reguliere landbouwgronden die de bestemming Agrarisch hebben. Is er al met de eigenaren over gesproken? Antwoord: Nee. Wordt de grond vervolgens een dubbelbestemming? Antwoord: Nee, zie antwoord bij vraag 5.
Een dubbelbestemming wordt gebruikt bij bijvoorbeeld leidingstroken en archeologie. Wat betekent dit besluit voor de marktwaarde van de gronden? Antwoord: Nog niets. Dit besluit heeft nog geen publiekrechtelijke status, zolang het niet opgenomen is in de Omgevingsvisie.
5. Is een zonnepark in principe tijdelijk; blijft de oorspronkelijke bestemming van de locatie behouden? Antwoord: Er zijn twee mogelijkheden: • In het omgevingsplan staat dat een zonnepark is toegestaan, waarbij deze bestemming dus geen tijdelijkheid kent. • In het omgevingsplan staat dat een zonnepark een tijdelijke bestemming krijgt, waarna na ommekomst van de termijn het park ontmanteld moet worden en de oorspronkelijke bestemming weer geldt. Dit houdt in dat je voor de duur van x jaar, via een omgevingsvergunning afwijkt van de vigerende bestemming. Na afloop van die termijn is de oorspronkelijke bestemming weer vigerend. 6. Is er een verplichting om na een periode van x jaren de bestemming te herstellen in oorspronkelijke staat? Antwoord: Als het zonnepark middels een tijdelijke bestemming toegelaten wordt, dient na deze termijn het zonnepark ontmanteld te worden. Los hiervan is in de concept-ontwerp-Omgevingsverordening van de provincie een instructieregel opgenomen dat in het omgevingsplan over het betreffende zonnepark een
verplichting moet bevatten over het verwijderen van het zonnepark na beëindiging van de activiteit; 7. Kan een gemeenteraad verplichten dat bijvoorbeeld 50% van het Zonneweideproject in lokaal coöperatief eigendom moet zijn? (lokaal profijt); dient er sprake te zijn van participatie in het proces? Antwoord: Dat kan door hierover een voorwaarde op te nemen in de Omgevingsvisie en het betreffende Omgevingsplan. In de concept-ontwerp-Omgevingsverordening van de provincie is al een instructieregel opgenomen dat de vereiste motivering een beschrijving bevat van de wijze waarop de omgeving is betrokken en zorg is gedragen voor maatschappelijk draagvlak en (financiële) participatie. 8. Mochten er Zonneweides in Sittard-Geleen komen op welke manier wordt er geborgd dat er draagvlak is voor het initiatief? Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op vraag 7. 9. Dan de energie infrastructuur: op verschillende plaatsen in Limburg ontstaan problemen. Er wordt meer terug geleverd aan het net. Het net kan dit niet aan. Een aantal stations heeft voor 2030 een probleem, doordat hierop meer opwek geprojecteerd wordt dan capaciteit beschikbaar is. Uit provinciale studies blijkt dat er ook in Sittard-Geleen problemen te verwachten zijn.
Kan aangegeven worden op welke locaties en hoe het college denkt de problemen op te lossen? (verzwaring van het netwerk) Antwoord: Enexis heeft het voorlopige bod van de RES Zuid-Limburg (waarin het bod van Sittard-Geleen) doorgerekend op de netimpact. Hieruit blijkt dat tot 2025 geen problemen zijn en dat na 2025 de tussenstations uitgebreid moeten worden. Enexis heeft aangegeven dat ze dit in hun investeringsplannen gaan opnemen. 10. Kunnen er nu al problemen ontstaan als er in een straat of gebied te veel zonnepanelen gelegd worden? Antwoord: Nee, zie ook het antwoord op vraag 9. 11. In 2020 hebben heeft het CDA aangegeven dat wij graag een integrale afweging willen maken. Eerst windmolens, dan afwegingskader zonneweide dan warmtenetten en vervolgens het totaalplaatje RES; waarom wordt er nu met dit voorstel vooruitgelopen op het collegevoorstel RES in juni/juli 2021? In een groot aantal gemeenten in Limburg is de RES al in de raad geweest. Antwoord: Het voorliggende afwegingskader kan los van de RES-Zuid-Limburg genomen worden. Dat doen de meeste gemeenten ook. Zo krijgt het de aandacht die het verdient.
Indien de raad instemt met het bod van de gemeente Sittard-Geleen van 0,35 TWh voor de periode 2020-2030, is dit een bevestiging dat dit bod meegenomen kan worden in het totale bod van Zuid-Limburg van alle 16 gemeenten, als onderdeel van de Regionale Energiestrategie Zuid-Limburg (RES-ZL). En hoeft de gemeenteraad in juni alleen de RESZuid-Limburg vast te stellen met daarin het totale bod van Zuid-Limburg (waarvan het bod van Sittard-Geleen een onderdeel is).
12. Hoe past het afwegingskader binnen het vastgestelde kader van de energiestrategie 2017 van Sittard-Geleen en is deze energiestrategie 2017 nog steeds het vigerende beleid? Antwoord: In november 2017 heeft de raad een besluit genomen over “Voortgangsrapportage Energiebeleid 2015-2017 en Vooruitblik” alsmede de daaruit voortvloeiende resterende opgave om aan de 20-20-20 doelstellingen te voldoen. Eén van de genoemde maatregelen om deze doelstellingen te halen, was de realisatie van vier windmolens in Holtum Noord. In deze rapportage is ook aangegeven de realisatie van grootschalige zon PV installaties te onderzoeken. De door de raad vastgestelde Omgevingsvisie wordt gezien als vigerende beleid.