Afkortingen én definities en artikelen uit Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
Tekst van het document
Bijlage 3 Afkortingen én definities en artikelen uit Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en Gemeentewet
1
Afkortingen én definities en artikelen uit Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en Gemeentewet Afkortingen: AB
algemeen bestuur
AVA
algemene vergadering van aandeelhouders
BBV
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
DB
dagelijks bestuur
ESZL
Economische Samenwerking Zuid-Limburg
GR’en
gemeenschappelijke regelingen
HGN(O)
Het Groene Net (Ontwikkel)
P&C
planning en control
RKC
rekenkamercommissie
RWM
Reinigingsdienst Westelijke Mijnstreek
Wgr
Wet gemeenschappelijke regelingen
BBV: Het BBV bevat de regelgeving voor de jaarlijks door iedere gemeente op te stellen begrotings- en verantwoordingsstukken. Er bestaat een commissie BBV die zorgdraagt voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV. Artikel 1 lid 1 onder b BBV: Verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Artikel 1 lid 1 onder c BBV: Financieel belang: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Artikel 1 lid 1 onder d BBV: Bestuurlijk belang: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Artikel 1 lid 1 onder e BBV: Deelneming: een participatie in een besloten of naamloze vennootschap, waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente aandelen heeft. Artikel 9 lid 2 onder f BBV: De begroting bevat ten minste de volgende paragrafen, tenzij het desbetreffende aspect bij de provincie onderscheidenlijk gemeente niet aan de orde is: verbonden partijen.
2
Artikel 15 BBV: Lid 1. De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste: a.de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen; b.de lijst van verbonden partijen, die wordt onderverdeeld in: 1°.gemeenschappelijke regelingen; 2°.vennootschappen en coöperaties; 3°.stichtingen en verenigingen, en, 4°.overige verbonden partijen; c.de lijst van verbonden partijen. Lid 2. In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen: a.de wijze waarop de provincie onderscheidenlijk de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt; b.het belang dat de provincie onderscheidenlijk de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar; c.de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; d.de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar; e.de eventuele risico’s, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de verbonden partij voor de financiële positie van de provincie onderscheidenlijk gemeente.
Gemeentewet Hoofdstuk IVA Gemeentewet (artikelen 81a tot en met 81o) Dit hoofdstuk regelt de instelling van een onafhankelijke rekenkamer die zelfstandig onderzoek doet naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het financiële beheer, het beleid en de organisatie van het gemeentebestuur. Artikel 160 lid 2 Gemeentewet: Het college besluit slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerp-besluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Artikel 212 Gemeentewet: Lid 1. De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Lid 2.
De verordening bevat in ieder geval: a.regels voor waardering en afschrijving van activa; b.grondslagen voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b, alsmede, voor zover deze wordt geheven, voor de heffing bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; c.regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie.
3
Artikel 213a Gemeentewet: Lid 1. Het college verricht periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door hem gevoerde bestuur. De raad stelt bij verordening regels hierover. Lid 2. Het college brengt schriftelijk verslag uit aan de raad van de resultaten van de onderzoeken. Lid 3. Het college stelt de rekenkamer of, indien geen rekenkamer is ingesteld, personen die de rekenkamerfunctie uitoefenen, tijdig op de hoogte van de onderzoeken die hij doet instellen en zendt haar, onderscheidenlijk hen, een afschrift van een verslag als bedoeld in het tweede lid.
4