Advies hoogleraar 2
Tekst van het document
Geachte mevrouw, Omdat ik geen specialist ben in de juridische kanten van de crisisopvang, heb ik mijn collega Carolus Grütters geconsulteerd. Hij mailt mij het volgende. Ogenschijnlijk is er een onderscheid tussen (1) de opvang van Oekraïeners, en (2) asielzoekers. De (eerste) vraag is echter of dat onderscheid in de praktijk zo strikt wordt gehanteerd. Ad (1) De opvang van Oekraïeners is via het staatsnoodrecht geregeld: een wet die uit de mottenballen van de watersnood uit 1953 is gehaald: Wet Verplaatsing Bevolking. Zie Kamerstuk 36.081 Voortduringswet artikelen 2c en 4 Wet verplaatsing bevolking (36.081) eerstekamer.nl In de bijbehorende stukken zit een brief van de stas van 4 mei 2023 waarin hij kortweg stelt dat de opvang via deze wet verplaatsing bevolking niet zal worden gebruikt voor andere asielzoekers. Een belangrijk aspect van deze wet is dat de Gemeenteraad volledig buiten spel staat. De Burgemeester beslist. En hij heeft die bevoegdheid in zijn hoedanigheid als vz van de Veiligheidsregio. Ad (2) Resteert de normale gang van zaken waarbij het COA eerst met de pet rond gaat bij B&W. Als die zich laten overtuigen van de noodzaak (en de gunstige bijkomende omstandigheden) en een ovk sluiten met het COA, is het aan de Gemeenteraad om daar wat van te vinden.
Problematisch is echter dat in het Staatsblad 2023/127 geen enkele verwijzing is te vinden naar de doelgroep (Oekraïeners). Wel staat die ‘beperking’ in Stb 2022/133 waarbij de wet voor het eerst werd geactiveerd. Die activering was bedoeld voor een jaar (zo lang als strikt noodzakelijk) maar die termijn is dus onlangs verlengd. Kortom, zo lang de Spreidingswet nog niet is aangenomen (in welke vorm dan ook), zijn er weinig mogelijkheden. Maar bijgaande notitie suggereert nog een mogelijkheid: Aanpak crisis asielopvang rijksoverheid.nl Onder de kop: Overige maatregelen … Staat onder andere: Grote opvanglocaties … En daar staat dan:” Het kabinet is in gesprek met gemeenten over waar deze opvanglocaties kunnen komen. Deze gesprekken hebben nog niet gezorgd voor genoeg opvanglocaties. De Rijksoverheid kan
daarom zelf een vergunning verlenen voor opvanglocaties voor asielzoekers. Het kabinet maakt dan gebruik van het zogenoemd ruimtelijk ordeningsinstrumentarium. Er is dan geen instemming nodig van de gemeente. Dit is een uitzonderlijke maatregel.“ Kortom, het maakt uit welke categorie (asielzoekers/Oekraïners) het betreft, maar zeker in het tweede geval is het onduidelijk wat de wettelijke grondslag is. Wel kan ik vanuit mijn eigen expertise zeggen dat ik de grondslag van art. 5 Wet veiligheidsregio’s en art. 172 Gemeentewet enerzijds logisch, anderzijds problematisch vind. Logisch, omdat als die grondslag niet in deze bepalingen lag, niet de burgemeester maar het college bevoegd zou zijn. Dat heeft het kabinet bewust niet gewild. Tegelijkertijd is het problematisch, omdat beide bepalingen betrekkelijk ongericht zijn: zij hebben een brede reikwijdte en daarmee is er dus een weinig specifieke grondslag voor het handelen van de burgemeester. Maar ik zie ook niet snel in op welke wijze dit anders geregeld kan worden, althans zolang de burgemeester (en niet het college) bevoegd is. Vriendelijke groet, Hansko Broeksteeg