230301 Antwoorden Technische vragen PIT kadernota verbonden partijen
Tekst van het document
Technische vragen Kadernota verbonden partijen: In het raadsvoorstel wordt gesproken over twee rapporten van de rekenkamercommissie uit 2016 en 2017. Aangegeven wordt dat deze rapporten (uiteindelijk) in 2020 besproken zijn met de gemeenteraad. Naar aanleiding daarvan de volgende vragen: 1. Kunt u aangeven waarom het destijds zo lang geduurd heeft voordat de rapporten met de gemeenteraad besproken zijn? Antwoord: beide rapporten zijn op 17 september 2020 met de gemeenteraad besproken. In het betreffende raadsvoorstel is aangegeven dat de behandeling van deze rapporten was vertraagd door de verkiezingen en aansluitend de financiële perikelen. 2. Er zit ruime tijd tussen het uitkomen van de rapporten en de bespreking ervan. In hoeverre waren de rapporten op het moment van bespreken nog actueel? Is bij de bespreking in 2020 naar voren gekomen dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden sinds het uitbrengen van de rapporten in 2016 / 2017? Zo ja, welke waren dat en hoe is daarmee om gegaan? Antwoord: de rekenkamercommissie (oud) had in een traject met een klankbordgroep van raadsleden en met inbreng van deskundige inleiders de problematiek rondom de sturing en beheersing van verbonden partijen in beeld gebracht. Vervolgens zijn de rapporten ‘Risicomatrix en informatievoorziening verbonden partijen’ (2016) en ‘Evaluatie van de Kadernota verbonden partijen’ (2017) uitgebracht.
In eerdergenoemd raadsvoorstel (van 17 september 2020) was vermeld dat beide onderzoeken van de rekenkamercommissie daarmee inmiddels al van oudere datum zijn. En dat er in de tussentijd meerdere nieuwe ontwikkelingen waren die van invloed zijn op hoe met verbonden partijen omgegaan kan worden. Voorstel was daarom om de rekenkamerrapporten voor kennis aan te nemen en af te spreken dat er een nieuwe kadernota komt die meer aansluit bij de actuele praktijk, inzichten en wet/regelgeving alsmede de behoeften van de raad. Deze kadernota iedere 4 jaar te evalueren en op basis daarvan te beoordelen of actualisatie noodzakelijk is. Verder is afgesproken dat de behoeften van de raad worden opgehaald in een of meerdere werksessies met de commissie Begroting en Verantwoording én dat het alleen gaat om materieel financieel belang en zeggenschap en niet om opdrachtgeverschap vanuit de gemeente aan een GR. In paragraaf 8 van de kadernota wordt gesproken over de vertegenwoordiging in verbonden partijen. Daarbij komen zowel de eigenaarsrol / bestuurdersposities (AB, DB, voorzitter, etc.) als de opdrachtgeversrol aan bod. De gemeenteraad bespreekt diverse voorstellen die betrekking hebben op verbonden partijen, waarbij het onder andere gaat om begrotingen, jaarstukken en wijzigingen van de betreffende regeling.
Bij de bespreking van die voorstellen in ronde- en/of raadsvergadering is het van belang om te weten met wie de gemeenteraad aan tafel zit, cq. in welke hoedanigheid het betreffende collegelid daar zit; als eigenaar / bestuurder, als opdrachtgever of beide. Naar aanleiding daarvan de volgende vragen: 3. Ik ga er vanuit dat de voorgestelde besluiten mb.t. verbonden partijen die door het college aan de gemeenteraad worden voorgelegd steeds worden opgesteld vanuit het oogpunt van de gemeente als opdrachtgever. Is die aanname correct? Antwoord: het merendeel van de voorgestelde besluiten wordt opgesteld vanuit het oogpunt van de gemeente als opdrachtgever. Incidenteel - als het bijvoorbeeld voorgestelde besluiten betreft over de
aandelenverhouding (bijvoorbeeld HGN) – worden deze opgesteld vanuit het oogpunt van de gemeente als eigenaar. Gelet het algemene uitgangspunt b is – richting gemeenteraad – de vakwethouder / portefeuillehouder verantwoordelijk voor het in positie brengen van de gemeenteraad over die verbonden partij. 4. Hoe wordt in de voorliggende kadernota geborgd dat het voor de gemeenteraad steeds duidelijk is in welke hoedanigheid het betreffende collegelid in de ronde- en raadsvergaderingen aan tafel zit? Bij de beantwoording graag specifiek aandacht voor de publiekrechtelijke samenwerking binnen de gemeenschappelijke regelingen zoals bijvoorbeeld de veiligheidsregio. Antwoord: in deze dient onderscheid gemaakt te worden tussen de publiekrechtelijke verbonden partijen (de gemeenschappelijke regelingen) én de privaatrechtelijke verbonden partijen (de vennootschappen, stichting, vereniging). De strikte scheiding tussen de opdrachtgevers-/klantrol (waarbij het belang van de gemeente centraal staat) én de eigenaars-/bestuurdersrol (waarbij het belang van de verbonden partij centraal staat) doet zich voor bij de vennootschappen. Daar vertegenwoordigt in beginsel de wethouder financiën / middelen de gemeente als aandeelhouder (advisering vanuit concerncontrol).
En maakt de vakwethouder / portefeuillehouder afspraken over de gewenste prestaties en de verantwoording hierover (advisering vanuit de vakinhoudelijke teams). Daarbij geldt dat die laatste afspraken niet gemaakt worden met die vennootschappen waarin sprake is van een niet of nauwelijks direct beïnvloedbare relatie. Voor wat betreft gemeenschappelijke regelingen geldt dat de Wet gemeenschappelijke regelingen voorschrijft wie zitting nemen in het AB (bijvoorbeeld: de Veiligheidsregio is een burgemeestersregeling waardoor de burgemeesters zitting moeten hebben in het AB – de GGD is een collegeregeling waardoor collegeleden zitting moeten hebben in het AB). Primair vervult de vakwethouder / portefeuillehouder de rol van AB lid – als een plaatsvervanger of tweede AB lid aangewezen moet worden, is dit de wethouder die ook in het college de vervanger is. Daarnaast bepaalt de Wgr dat het bestuur van een GR bestaat uit een AB, een DB en een voorzitter én dat het DB bestaat uit de voorzitter en twee of meer leden, door en uit het AB aan te wijzen (waarbij het in het AB gaat om het belang van de gemeente – in het DB gaat het om het belang van de GR). De rollen van voorzitter, DB en AB binnen een gemeenschappelijke regelingen kunnen vergeleken worden met de rollen van burgemeester, college en gemeenteraad binnen een gemeente. Namens de fractie PIT Erwin Talpe burgerlid