CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

20210521_Sittard-Geleen_TVW_EAW-rapportage_definitief_1.0

Raad 15 december 2021, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Transitie Visie Warmte (Meekels) (alleen SPA wil bespreken) (107)8.787 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapportage EXTERN ADVIES WARMTE GEMEENTE SITTARD-GELEEN 2020-2030 Versie 1.0

Geschreven door Driven by Values 21 mei 2021

1

2

3

4

5

6

7

8

9

Versie 1.0

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING

2

DE OPGAVE

3

WARMTESTRATEGIEËN

4

AFWEGINGSKADER

5

ANALYSERESULTATEN

6

LOPENDE INITIATIEVEN

7

CONCLUSIE

8

BIJLAGE

2

Versie 1.0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

Inleiding

Versie 1.0

Inleiding De gemeente Sittard-Geleen heeft de ambitie om bij te dragen aan het verminderen van de klimaatverandering. Het internationale klimaatakkoord van Parijs en de Nederlandse (nationale) uitwerking hiervan hebben geleid tot de opgave voor gemeenten om in 2021 een Transitievisie Warmte op te stellen, nadat Sittard-Geleen in de warmtevisie voor de Westelijke Mijnstreek1 en in het warmteplan Sittard2 en het warmteplan Geleen3 in 2017 haar eigen ambities al heeft uitgesproken. Hierin staan een aantal principes en uitgangspunten centraal ten behoeve van onze aardgasvrije toekomst. Eerst isoleren

Gelijke kosten voor de eindgebruiker

Warmtenet of warmtepomp: isoleren is

Helaas wordt het energiesysteem, zij het fossiel of

altijd een goed idee. Het zorgt direct voor

duurzaam, in de toekomst duurder dan het nu is. De prijs

besparing. Alle energie die niet gebruikt

van aardgas stijgt relatief snel en voor de duurzame

wordt, hoeft immers ook niet te worden

energie van de toekomst is nu eenmaal (onder andere)

opgewekt.

en

systeeminvestering nodig. Toch is het belangrijk dat de

(grotendeels) rendabel. Door vroegtijdig

eindgebruikerskosten niet extra stijgen ten opzichte van

op

we

de gewoonlijke trend. Dat zou immers voor ongelijkheid

bovendien onze eigen opgave kleiner.

zorgen tussen degenen die eerder en later overstappen.

Dus: eerst isoleren!

Daarom is het belangrijk om eindgebruikerskosten in de

isolatie

Isoleren in

te

is

dus

zetten,

goed maken

warmtetransitie gelijk te houden.

Uitbreiding van Het Groene Net Sittard-Geleen heeft de ambitie om Het Groene Net, het warmtenet dat wordt gevoed

door

biomassacentrale

warmte BES

en

van

industriële

restwarmte van Chemelot, flink uit te breiden. De schatting is dat op Chemelot in potentie restwarmte beschikbaar is voor het verwarmen

van 70.000 tot

130.000 woningen. Dat wil

nog niet

zeggen

van

of

het

infrastructuur en

aanleggen

het hierop aansluiten

van woningen financieel haalbaar is.

4

de

Versie 1.0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

De Opgave

Versie 1.0

De Opgave Zowel onze gemeente als onze inwoners staan voor een ingrijpende transitie. Meerdere redenen maken dat in de toekomst onze warmtevoorziening duurzaam moet zijn, maar anders dan in de transitie naar aardgas toe, ligt het alternatief nu niet voor de hand. De gemeente Sittard-Geleen wordt ineens regisseur van de warmtevoorziening, een rol die de gemeente sinds de start van Het Groene Net bekleedt. Het is echter belangrijk om stappen te blijven zetten om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te behalen. De stip op de horizon is 2050, wanneer de hele gebouwde omgeving aardgasvrij moet zijn. De route(s) De Transitievisie Warmte onderzoekt de opgave voor onze gemeente om in 2050 aardgasvrij te worden. Dat wil zeggen, de situatie waarin de gebouwde omgeving geen aardgas meer gebruikt. Hoeveel CO2emissie valt daarmee te besparen? In Sittard-Geleen valt een groot deel van de CO2-uitstoot toe te wijzen aan de gebouwde omgeving. Van de totale uitstoot van de gebouwde omgeving (283.621 ton) zijn woningen met ongeveer 59% de grootste vervuilers.

Wist je dit?

Koop 27.3 97

Huur 19.0 38

00-14 11.664

65-00 21.888

15-24 9.880

Woningen met energielabel C of hoger.5 Bevolkingsleeftijden.4

Eigendomsverdeling.4

25-44 20.501

45-64 28.728

6

Gemiddelde gasvraag [m3/jr] per buurt.5

1

2

3

4

5

6

7

8

9

De Opgave

Sittard-Geleen is 7.550 TJ (in 2018), waarvan 3.816 TJ onder de gebouwde omgeving valt. De energievraag van de sector Industrie, Energie, Afval en Water is hierin niet meegenomen aangezien voor deze sector geen data beschikbaar is. Met besparing, isolatie en duurzame alternatieven

voor

aardgas

kan

de

fossiele warmtevraag verkleind worden. Een combinatie van deze maatregelen moet

ervoor

gaan

zorgen

dat

de

Aantal Woningen

De totale energievraag in de gemeente

Versie 1.0 50.000 46.248 45.000 40.000 35.000 30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0 2020

36.998

18.499

2030

Jaartal

2040

2050

Figuur 2.1: De afbouw van aardgasvoorziening voor woningen, illustratief.5

warmtevraag aan de ene kant afneemt (besparing en isolatie) en aan de andere kant duurzaam wordt ingevuld. Om het nationale tussendoel van 20% minder aardgas in 2030 te halen, kan dus ook

Tabel 2.1: Aantal utiliteiten en woningen in de gemeente Sittard-Geleen inclusief de warmtevraag. Aantal panden Woningen

een combinatie van warmtevraagreductie en

duurzame

warmte

(aardgasvrij)

In

tabel

2.1

is

het

aantal

panden

(utiliteiten en woningen) weergegeven inclusief de warmtevraag. Met een totale warmtevraag van 2851 TJ komt het 20%doel

overeen

met

570

TJ

aardgasreductie.

7

37.861

[-]

34.302

[-]

3.559

[TJ/jr]

2.851

Woningen

[TJ/jr]

2.123

Utiliteiten

[TJ/jr]

728

Utiliteiten Warmtevraag (Ref. 2019)

worden ingezet.

[-]

Versie 1.0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

Warmtestrategieën

Versie 1.0

Warmtestrategieën Welke mogelijkheden en beperkingen zijn er in Sittard-Geleen met betrekking tot de warmtetransitie? Voor de realisatie van elk van de besproken strategieën is er een specifieke warmte-infrastructuur nodig alsook een bepaalde mate van isolatie van de panden

en

geschikte

warmtebronnen.

Het

Expertisecentrum

Warmte

(ECW)

onderscheidt vijf oplossingsrichtingen (zogenaamde strategieën) waarmee gemeenten de weg naar een aardgasvrije toekomst kunnen bewandelen. Tabel 3.1: De vijf voorkeursstrategieën van het ECW.6

Strategie 1

Strategie 2

Strategie 3

Strategie 4

Strategie 5

Individuele elektrische warmtepomp

Warmtenet HT/MT-bron

Warmtenet LT-bron & MT-aflevering

Hybride Groengas

Hybride Waterstof

Temperatuurniveau

LT

HT

LT

HT

HT

Vereist Energielabel

B

D

B

D

D

elektriciteitsnet

warmtenet

warmte(+ e-)net

gas(+ e-)net

gas(+ e-)net

Techniek Individueel of Collectief

Primaire warmte infrastructuur

Overzicht: ECW - strategieën Het Expertisecentrum Warmte (ECW) is in Nederland het kennisinstituut als het aankomt op de warmtetransitie.

S4/S5

Hernieuwbar e gassen

S2

Warmtenet HT/MT-bron

HT

Zoals

tabel

3.1

illustreert,

onderscheiden

de

vijf

voorkeursstrategieën van het instituut zich op basis van verschillende variabelen. Grofweg zou je kunnen zeggen dat er twee dimensies belangrijk zijn: is de strategie individueel of collectief en op hoge (HT; meer dan 70 °C) of lage temperatuur (LT; lager dan 50 °C)?

Individuele elektrische warmtepomp

Afhankelijk hiervan kom je uit op strategie 1, 2, 3 of 4 en

S3

Warmtenet LT-bron

5, zie ook figuur 3.1. Vervolgens valt er onder elke

LT

S1

hoofstrategie nog een flink aantal sub-oplossingen (zie

tabel 8.1 in de bijlage). Dit zijn verschillende manieren waarop je de oplossing kunt realiseren. Zo kan een

Individueel

Collectief

Figuur 3.1: Een grafische weergave van de vijf voorkeursstrategieën van het ECW.

warmtenet met LT-bron (strategie S3) gevoed worden door bijvoorbeeld een centrale bodemwarmtepomp of met behulp van aquathermie.

9

Versie 1.0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

Afwegingskader

Versie 1.0

Afwegingskader De eerste doelstelling van het aardgasvrij maken ligt al in 2030, want de nationale overheid verwacht van elke gemeente een Transitievisie Warmte die kenbaar maakt waar de potentie voor duurzame warmte op korte termijn is. Maar financiële draagkracht, uitvoerbaarheid en onzekerheid op langere termijn stellen grenzen aan onze mogelijkheden. Al deze factoren wegen mee in de keuze van waar te beginnen, met wie, met welke technieken en waarom juist daar? Om een goed antwoord te geven, moeten er langs de ene kant grenzen erkend worden waarbinnen onze handelingsruimte zich bevindt. Langs de andere kant moet er een afwegingskader gebouwd worden om binnen die handelingsruimte keuzes te maken die goed zijn voor mens en maatschappij.

Tijdskader

Technisch kader

Wegingskader

Besliskader

Korte termijn 2022 – 2025

Hier en nu beschikbaar No-regret maatregelen

Kansen en synergie

Informeren en inspraak

Uitvoerbaar Middellange termijn 2026 – 2030

Hier beschikbaar te maken

Lange termijn 2031 – 2050

Ruimte voor nieuwe technieken (mede dankzij no-regret maatregelen KT)

Handelingsruimte

Haalbaar en betaalbaar

Intern en extern draagvlak

Draagbaar Constructieve kritiek versus verlamming

We hebben ons aan een tijdskader met doelstelling te houden. Dat wil zeggen dat we het voor de transitie tot en met 2030 zullen moeten doen met bewezen technieken. Voor de eerste jaren tot 2025, de

korte termijn, gaat dat nog verder; hierin zullen we moeten handelen met bewezen technieken die in Sittard-Geleen nu reeds voor handen zijn. Voor de middellange termijn vanaf 2025 tot 2030 kunnen we ook technieken overwegen die bewezen zijn, maar nog niet voor handen in de gemeente Sittard-Geleen. De ontwikkeling van een nieuwe geothermiewarmtebron bijvoorbeeld, zal pas op middellange termijn vruchten kunnen afwerpen. In Sittard-Geleen lopen al aardig wat initiatieven, maar het gros moet nog gebeuren. Het is verstandig om van start te gaan met mogelijkheden die met onze huidige beschikbare techniek ook het meest haalbaar en betaalbaar zijn. Daarmee laten we naar te toekomst toe de deur open voor innovaties in gevallen die nu lastig aan te pakken zijn. Komen die innovaties niet, dan hebben we ook niets verloren. Integendeel, in de tussentijd is het zaak om natuurlijke momenten te benutten bij moeilijke panden,

waardoor de benodigde investeringen behapbaar worden.

11

Versie 1.0

1

2

3 4 5 6 7 8 Analyseresultaten

9

Versie 1.0

Analyseresultaten Welke strategie de meeste potentie heeft voor welke panden, buurten en wijken in Sittard-Geleen

hangt

af

van

verschillende

factoren.

Dit

kunnen

technisch-

economische of sociaal-maatschappelijke factoren zijn, of allebei. Deze zijn samengevat in tabel 5.1. Om een beeld te krijgen van de kansen en beperkingen met betrekking tot het aardgasvrij maken van de gemeente Sittard-Geleen, is een analyse uitgevoerd naar de potentie van elke warmtestrategie op pandniveau. Dit is diepgaander dan oorspronkelijk bedoeld met de Transitievisie Warmte maar noodzakelijk om goed onderbouwde keuzes te kunnen maken. De variabelen samen bepalen per pand hoe geschikt het is voor de individueel

Tabel 5.1: De factoren die meegenomen zijn in de analyse van de geschiktheid van elke warmtestrategie per pand.

Het bouwjaar van het pand is

elektrische, hybride, warmtenet- en/of hernieuwbaar-gasoplossingen.

grotendeels bepalend voor de kostprijs

Een

Bouwjaar

kaartweergave van een aantal van de gehanteerde

parameters

staat

in

kunnen realiseren en de geschiktheid

de

voor specifieke warmtetechnieken. Hoe beter een pand is geïsoleerd, des te

bijlage. Energielabel

Op basis van het afwegingskader wordt

Warmtevraag

Geleen duidelijk. Vervolgens

kan,

op

basis

Berekende

van

kosten

prioriteringscriteria, daarbinnen gekozen en geschoven worden: in welke volgorde en wat wel of wat niet op te pakken.

Bebouwings-

Prioriteringscriteria zijn in tegenstelling

dichtheid

tot technische criteria niet vast. Neem bijvoorbeeld leeftijd, een woning is niet

Wijk-

meer of minder geschikt om aardgasvrij

uniformiteit

te maken als de inwoners ouder of op

basis

van

De warmtevraag heeft invloed op de geschiktheid voor HT- of LT-oplossingen. De maatschappelijke kosten en kosten

voor de eindgebruiker zijn bepalend voor de financiële haalbaarheid van een strategie. De adressendichtheid bepaalt of een collectieve oplossing mogelijk is in een gegeven wijk of buurt. Hoe meer naastgelegen panden op elkaar lijken, des te groter de kans dat eenzelfde warmtetechniek toegepast kan worden in deze panden en des te groter de schaalvoordeel. Kenmerken als inkomen en

jonger zijn. Wel kan het zo zijn dat de gemeente

kleiner de warmtevraag en des te groter de geschiktheid voor een LT-oplossing.

de potentie voor haalbare en betaalbare oplossingen binnen de gemeente Sittard-

om een bepaalde mate van isolatie te

bepaalde

Sociaal-

kenmerken die niet technisch van aard

economische

zijn een prioritering wil aanbrengen, daar

kenmerken

kan het model rekening mee houden.

woningwaarde (WOZ) kunnen invloed hebben op de geschiktheid van bepaalde warmteoplossingen in de betreffende buurten of wijken.

13

1

2

3 4 5 6 7 8 Analyseresultaten

9

Versie 1.0

Overzicht van de potentie van

Interpretatie van de analyseresultaten Het is belangrijk onderscheid te maken tussen de

warmtestrategieën

daadwerkelijke

In figuur 5.1 is een gedetailleerde kaart

warmteoplossing die per pand geïmplementeerd gaat

van Sittard-Geleen afgebeeld waarop de

worden.

analyseresultaten

per

pand

Pandspecifieke

bijvoorbeeld

toe

en

de

kenmerken

kunnen

er

potentie per pand wordt weergegeven. In

dat

naastgelegen

figuur 5.2 en 5.3 worden ter verdieping

leiden

voor

gelijkaardige panden toch verschillende warmteopties

specifieke

als

Dit

Aanvullende kaarten waarop parameters

wordt veroorzaakt door verschillen in bijvoorbeeld de

zoals energielabels van panden worden

bereidheid en/of investeringsmogelijkheden van de

weergegeven, staan in de bijlage.

bewoners

Voor

voorkeursoplossing

realiseren.

om

geïdentificeerd

duurzame

Of

warmteoplossingen

er

worden.

warmteoplossingen

inderdaad

geïmplementeerd

te

verschillende gaan

worden

voor dergelijke identieke panden, is nader te bepalen aan de hand van bijvoorbeeld de ambitie en voorkeuren

van

de gemeente

en

financiële haalbaarheid. De

analyseresultaten vormen daarmee een eerste stap op weg naar de bepaling van warmtestrategieën voor pandtypen, buurten of wijken.

gebieden

de

uitgelicht.

niet-ingekleurde

panden

in

figuur 5.1 zijn vooralsnog geen kansrijke warmteoplossing gevonden op basis van de huidige mogelijkheden (technisch en financieel). Dit betekent echter niet dat er op termijn voor deze gebouwen geen oplossing

bestaat.

ontwikkelingen

economisch

en

Toekomstige op

technisch-

sociaal-maatschappelijk

Vervolgens wordt op basis van deze resultaten gekeken

gebied zullen ertoe leiden dat er nieuwe

naar de warmteoplossingen op pandcluster-, buurt- en

kansen

wijkniveau.

Daarom moet er periodiek een nieuwe

ontstaan

voor

deze

panden.

analyse gedaan worden op basis van nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Dit Tabel 5.2: Overzicht van de potentie (= geschiktheid van panden om aardgasvrij te worden op basis van technische criteria) van elke duurzame warmtestrategie uitgedrukt in aantal panden (woningen en utiliteiten) en warmtevraag (TJ). Aantal panden

Warmtevraag

gebeurt elke vijf jaar bij de actualisatie van de Transitievisie Warmte. Deze herijking van de warmtevisie kan ook gevolgen

hebben

voor

de

gebouwen

waarvoor

al

potentiële

oplossing

een

gevonden is. Verder kan middels ‘noGemeente totaal

37.861

2.851 TJ/jr

Individuele elektrische warmtepomp

5.903

16%

297 TJ/jr

10%

MT/HT warmtenet

11.767

31%

1.181 TJ/jr

42%

LT warmtenet

695

2%

127 TJ/jr

4%

Hybride hernieuwbare gassen

3.417

9%

214 TJ/jr

8%

14

regret’

maatregelen

ook

voor

deze

panden een actieplan worden opgesteld die een latere verduurzaming van de warmtevoorziening vergemakkelijkt.

1

2

3 4 5 6 7 8 Analyseresultaten

9

Versie 1.0

Figuur 5.1: De potentie van warmteoplossingen voor panden in Sittard-Geleen. Een MT- of HT- warmtenet is de meest potentievolle oplossing in de gemeente (zie ook tabel 5.2), vooral in Geleen en Sittard. In de omliggende gebieden hebben hybride en individuele elektrische warmtepompen de meeste potentie. Voor een klein deel van de panden (2%) heeft een LT-warmtenet de meeste potentie. Ook weergegeven zijn Het Groene Net Noord en de aangesloten (bijna-)aardgasvrije panden.

In de praktijk kunnen de warmteoplossingen op pandniveau (beschikbaar maar i.v.m. doel van dit document onzichtbaar op de kaart) afwijken van de oplossing uit deze analyse. Zo zijn vergelijkbare strategieën in bepaalde gevallen uitwisselbaar, zoals S1 (individuele elektrische warmtepomp) met S4/S5 (hybride warmtepomp) en een HT/MT-warmtenet met een LT-warmtenet. Verder valt op dat een groot aantal panden op basis van de huidige mogelijkheden nog niet op een betaalbare manier aardgasvrij kan worden gemaakt. Deze panden zullen later worden aangepakt wanneer economische en technische ontwikkelingen nieuwe kansen en mogelijkheden bieden. Panden zonder kleur zijn ongeschikt bevonden voor elke oplossing.

15

1

2

3 4 5 6 7 8 Analyseresultaten

9

Versie 1.0

Figuur 5.2: De potentie van warmteoplossingen voor panden in en rond Geleen en Sittard. Er is grote potentie voor

een MT/HT-warmtenet met name in de kern van Geleen en Sittard. Daarnaast zijn hybride en individuele elektrische warmtepompen potentievol buiten de kernen. In de jonge wijk Kemperkoul hebben individuele elektrische warmtepompen de meeste potentie door de reeds hoge isolatiegraad van de bestaande woningen. In Kollenberg-Park Leyenbroek liggen vooral oudere panden waarvoor een hybride warmtepomp potentie heeft. In Limbrichterveld, waar één van de proeftuinen ligt van het Programma Aardgasvrije Wijken, heeft een MT/HT-warmtenet de meeste potentie. Op enkele plekken hebben LT-warmtenetten potentie, maar indien gekozen wordt voor een MT/HT-warmtenet is het aansluiten van deze panden op (de retourleiding van) het MT/HT-warmtenet zinvoller. Panden die overwegend of geheel aardgasvrij zijn door aansluiting op het warmtenet HGN Noord zijn ook weergegeven. Panden zonder kleur zijn ongeschikt bevonden voor elke oplossing.

16

1

2

3 4 5 6 7 8 Analyseresultaten

9

Versie 1.0

Figuur 5.3: De potentie van warmteoplossingen in het noordwesten van Sittard-Geleen. Naast kleine gebieden waar

een MT/HT-warmtenet potentie heeft, hebben individueel elektrische en vooral hybride warmtepompen de meeste potentie.

Panden zonder kleur zijn ongeschikt bevonden voor elke oplossing.

17

Versie 1.0

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Versie 1.0

Verdiepende analyse per warmtestrategie Het voorgaande hoofdstuk heeft laten zien waar in de gemeente welke kansen zijn om (gedeeltelijk) aardgasvrij te worden. Dit hoofdstuk biedt een verdiepingsslag en gaat op elke oplossing individueel in. Isolatie Ongeacht de oplossing, isoleren is verstandig. Maar voor warmtenetten

op

lage

temperatuur

en

all-electric

oplossingen is het noodzakelijk om panden zeer goed te isoleren,

indien

Uitgezonderd

de

dit

nog

panden

onvoldoende die

al

op

gebeurd

een

is.

voldoende

isolatiegraad zitten, wordt isolatie dus een belangrijke toekomstinvestering voor alle pandeigenaren in de gemeente. En een die zinvol is, ongeacht de toekomstige duurzame warmteoplossing. Een hogere isolatiegraad maakt dat panden in de winter meer warmte vasthouden en in de zomer meer warmte buitenhouden. Het is dus hoe dan ook een zinvolle investering

die

bijdraagt

aan

de

toekomstbestendigheid, het comfort en een lagere energierekening van bewoners en gebruikers. Zelfs indien panden aangesloten blijven op het aardgas, is isolatie belangrijk: dit zorgt voor een reductie van de warmtevraag en daarmee reductie van de CO2-uitstoot aangezien de warmtevraag nog lange tijd grotendeels wordt ingevuld met fossiele bronnen zoals aardgas. Daarom is het belangrijkste spoor om werk te maken van

de isolatieopgave in de gebouwde omgeving in SittardGeleen. Hoewel de jaarlijkse warmtevraag in Nederland veel groter is dan de koudevraag, is de koudevraag niet

te verwaarlozen tijdens de steeds warmer en talrijker wordende zomerdagen. Isolatiewerkzaamheden kunnen gekoppeld worden met het plaatsen van zonwering aan de zonzijde van panden en het optimaliseren of installeren van ventilatiemogelijkheden. Dit wordt passieve koeling genoemd. Een eenvoudig voorbeeld is spuiventilatie: het (automatisch) openzetten van ramen, deuren en eventuele ventilatieschachten op koudere momenten zoals ’s nachts.

19

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Versie 1.0

Isolatiestandaard: label C De verdeling van panden (utiliteiten en woningen) is weergegeven

in

tabel

2.1

(zie

hoofdstuk

2:

“De

Opgave”). Het grootste deel van de panden zijn woningen. Om inzicht te krijgen in de potentie van het isoleren van woningen, zijn in figuur 5.4 het aantal woningen per energielabel weergegeven. Er wordt ook onderscheid gemaakt

in

de

figuur

tussen

verschillende

typen

eigenaren. Voor de verschillende typen eigenaren (type A, B

of

C,

zie

bijschrift

figuur

5.4)

verschillende

manieren

moeten

zal

worden

isolatie

op

uitgerold.

Woningcorporaties kunnen bijvoorbeeld op grote schaal isolatie uitrollen binnen de panden in hun bezit, terwijl individuele eigenaren vooral verleid en ontzorgd moeten worden. Door van label D t/m G naar label C te gaan, kan 313 TJ per jaar bespaard worden. Dit levert 11% reductie van de warmtevraag op. Echter moet de haalbaarheid van deze

ingreep worden genuanceerd. Dit wordt gedaan op de volgende pagina.

Figuur 5.4: Aantal panden per energielabel. Type A: woningcorporatie

hoogbouw, onderwijs, zorg en overheidsvastgoed. Type B: woningcorporatie laagbouw. Type C: Particulier bezit. De kleurtinten geven de inkomens weer: hoe donkerder, hoe hoger het inkomen. De grijze balken zijn de gemiddelde inkomens van Nederland.

20

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Versie 1.0

Autonoom rendabel isoleren op grote schaal In figuur 5.5 is de rentabiliteit van isolatie naar label B en D

weergegeven. Het blijkt dat slechts een klein deel

van de woningen autonoom financieel rendabel geïsoleerd kan

worden

onder

de

huidige

en

geprojecteerde

gasprijzen. Dit betekent echter niet dat isolatie een slecht idee is. Het benutten van natuurlijke momenten, het de stijging van de waarde van het pand en het verbeterde

comfort door isolatie kunnen belangrijke drijfveren zijn om te isoleren. In figuur 5.6, is te zien welke woningen rendabel te isoleren zijn. Deze woningen zijn naar type uitgesplitst, en vervolgens

van

meest

naar

minst

representatief

gerangschikt. Geschakelde woningen uit de jaren ’70 en jaren ’80, beiden tussen 120 en 180m² blijken de grootste populatie aan panden waar autonoom rendabel geïsoleerd kan worden in de gemeente Sittard-Geleen. Leerlessen over welke maatregelen hier succesvol toegepast kunnen

worden en tegen welke prijs kunnen meteen collectief gevaloriseerd worden in ca. 2300 panden.

Figuur 5.5: Rentabiliteit van isolatie van panden. Grafiek: de verticale stippellijnen geven de huidige gasprijs (groen, €22,76 per GJ) en een projectie van de gasprijs in 2030 weer (rood, €35,31 per GJ).

Figuur 5.6: Het aantal rendabel te isoleren panden per categorie (bouwjaar en oppervlakte). De open grijze balken geven koplopers weer: panden die reeds geïsoleerd zijn.

21

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Versie 1.0

Conclusies - Isolatie In figuur 5.7 wordt weergegeven waar de meeste gelijkaardige panden te vinden zijn

waar,

ongeacht

natuurlijke

momenten, op korte termijn rendabel geïsoleerd

kan

worden

met

schaalvoordelen. Een samenvatting van de potentie van isolatie is gegeven in

tabel 5.3. Het betreft 6.805 woningen die

op

korte

verduurzaamd

termijn

kunnen.

rendabel

We

zien

dat

rendabele oplossingen doorgaans kleinere ingrepen

zijn.

Samen

tellen

die

maatregelen op tot ca. 2% van de totale warmtevraag,

ze

uitgerold worden.

Figuur 5.7: Geografische weergave van autonoom rendabel te isoleren panden met grote representativiteit.

C B/D

Isolatiestandaard:

Gemeente totaal

Aantal panden

Warmtevraag

37.861

2.851 TJ/jr

totaal potentie 17.855

47%

313 TJ/jr 11%

rendabele potentie

6.805

18%

60 TJ/jr

2%

representatieve potentie

6.385

17%

50 TJ/jr

2%

Tabel 5.3: Overzicht van de isolatiepotentie. De rendabele

potentie is bepaald met behulp van de gasprijs van 2021. De representatieve rendabele potentie omvat hoog-, midden- en laag-representatief.

22

kunnen

collectief

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Versie 1.0

Individuele oplossingen Elektrische efficiëntst

warmtepompen

op

lage

warmteoplossing

leveren

temperatuur

is

geschikt

warmte

het

°C).

Deze

(45-50

voor

goed

geïsoleerde

panden. Het isolatieniveau van het pand is essentieel: minimaal tot schillabel B. Dit is haalbaar voor relatief

nieuwe panden, maar voor oudere panden gaat het gepaard met aanzienlijke isolatiemaatregelen aan het pand. Het isoleren van oude panden vanuit het huidig isolatieniveau om tot minimaal schillabel B is vaak te kostbaar, in elk geval op korte termijn. Ook moet het lokale elektriciteitsnet de extra vraag aan elektriciteit door

warmtepompen

capaciteitsbehoefte

als

aankunnen

(naast

gevolg

de toename van

van

de

extra Voor

oudere

panden

zijn

hybride

inductiekookplaten, elektrische auto’s en lokale opwek van

warmtepompen

elektriciteit

windmolens).

oplossing. Voor hybride systemen is een

Daarbij moet de opwek van de elektriciteit (op termijn)

lagere isolatiegraad vereist omdat de

CO2-neutraal zijn. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door

met

(individuele

plaatsen

die

de

PV-zonnepanelen

of

collectieve)

warmtepomp

en/of

een

systemen

een

PV-zonnepanelen

te

kunnen

bereiken

voeden

te

warmtepompen.

of

door

interessante

hogere

temperatuur

dan

Oude

elektrische

panden

komen

verzekeren dat de elektriciteit die via het net wordt

hier veelal beter voor in aanmerking dan

geleverd, afkomstig is van duurzame bronnen en CO2-

voor een elektrische warmtepomp omdat

neutraal is.

er geen dwingende isolatiestap gemaakt moet worden. Daardoor kan de overstap snel

plaatsvinden

en

kunnen

isolatiemaatregelen beperkt blijven tot die stappen die economisch renderen. Het

extra

beslag

op

het

lokale

elektriciteitsnetwerk is daardoor kleiner dan in de situatie van volledig elektrische warmtepompen sterke

en

het

leidt

reductie

tot

van

aardgasverbruik. Op

termijn

resterende

CO2-uitstoot

gereduceerd

moeten

tot

een het

zal

de nul

worden door de

resterende gasvoorziening volledig CO2neutraal te maken (middels groengas of waterstof),

of

door

deze

panden

gaandeweg zodanig te isoleren dat een volledig

elektrische

geïnstalleerd kan worden.

23

warmtepomp

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Versie 1.0

Figuur 5.8: De potentie van strategie 1 (individuele elektrische warmtepomp) in de gemeente Sittard-Geleen.

Individuele elektrische warmtepomp (All-electric) Vooral buiten de kernen van Sittard-Geleen heeft de individueel elektrische warmtepomp de meeste potentie. Een deel van de panden kan daar op termijn volledig van het aardgas af met een individuele elektrische warmtepomp, waar nodig in combinatie met isolatie van de panden. Het gaat dan vooral om de nieuwe panden die al relatief goed geïsoleerd zijn, liefst met energielabel B of beter. Ook panden met een lager energielabel (bijvoorbeeld C of D) kunnen met investeringen in isolatie en het geschikt maken van de binnen installatie gereed worden gemaakt voor deze warmteoplossing. In figuur 5.9 is het aantal panden met label A of B weergegeven inclusief het type eigenaar waarvoor een elektrische warmtepomp potentie heeft. De representativiteit is weergegeven in figuur 5.10. Een bijkomend voordeel van de individuele elektrische warmtepomp is dat deze ook kan voorzien in de toenemende koudevraag ten gevolge van steeds warmere zomers, mits de warmtepomp daarvoor is ingericht. Met de isolatie die nodig is voor deze oplossing kan de warmte worden buiten gehouden tijdens de zomer. Met behulp van PV-zonnepanelen kan (een deel van) de elektriciteitsvraag van de warmtepomp worden ingevuld.

Er kan voor worden gekozen om eerst over te gaan op een hybride warmtepomp (Strategie 4/5 hieronder) voordat wordt overgegaan op een geheel elektrische oplossing.

24

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Versie 1.0

Figuur 5.9: Aantal panden per energielabel met potentie voor een individuele elektrische warmtepomp. Type A:

woningcorporatie hoogbouw, onderwijs, zorg en overheidsvastgoed. Type B: woningcorporatie laagbouw. Type C: Particulier bezit. De kleurtinten geven de inkomens weer: hoe donkerder, hoe hoger het inkomen. De grijze balken zijn de gemiddelde inkomens.

Figuur 5.10: Representativiteit: het aantal panden per categorie (bouwjaar en oppervlakte) waarin een all-electric oplossing rendabel te plaatsen is.

25

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Conclusie

Versie 1.0 -

Individuele

elektrische

warmtepomp In figuur 5.11 wordt weergegeven waar de meeste gelijkaardige panden te vinden zijn

waar

een

warmtepomp worden

met

samenvatting

individuele

rendabel

elektrische

geïsoleerd

kan

schaalvoordelen.

Een

van

de

potentie

van

elektrische warmtepompen is gegeven in tabel 5.4. Het betreft 4.811 woningen. Indien rekening wordt gehouden met natuurlijke momenten (vervanging van de CV-ketel, ongeveer 300 per jaar) en het feit dat waarschijnlijk een deel van de panden

eerst

zal

overgaan

op

een

hybride warmtepomp alvorens een allelectric warmtepomp te installeren, ligt de potentie op ongeveer 1600 Woningen (2,5%).

Figuur 5.11: Kaartweergave van panden waar een individuele elektrische warmtepomp rendabel geplaatst kan worden.

Gemeente totaal

Aantal panden

Warmtevraag

37.861

2.851 TJ/jr

totaal potentie

4.811

13%

218 TJ/jr 8%

representatieve potentie

4.593

12%

194 TJ/jr 7%

Tabel 5.4: Potentie van de all-electric oplossing.

26

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Versie 1.0

Hybride warmtepompen en hernieuwbare gassen Voor 9% van de panden

in de gemeente heeft een hybride oplossing – een elektrische warmtepomp

gecombineerd met (op termijn hernieuwbaar) gas – de grootste potentie (zie tabel 5.2). Dit betekent dat deze panden niet op korte termijn van het aardgas afgehaald kunnen worden, maar wel dat het aandeel aardgas in de warmtevoorziening sterk verkleint door de inzet van de hybride warmtepomp. Het voordeel van deze keuze is dat het de belemmeringen van een volledig elektrische oplossing wegneemt. In een hybride situatie hoeft de elektrische warmtepomp namelijk niet in staat te zijn om op de koudste dagen genoeg warmte te garanderen. Op momenten dat de warmtepomp de warmtevraag niet aankan,

kan (hernieuwbaar) gas zoals groengas, (in de toekomst mogelijk) waterstof of voorlopig nog aardgas de piekvraag opvangen. Bij deze oplossing blijft het gasnet dus (voorlopig) in stand. Een tweede voordeel van de hybride oplossing is de optie om in de toekomst uit te groeien naar verwarming via all-electric (via extra isolatie). Voor sommige panden brengt de grote isolatieslag die gemaakt zou moeten worden bij het direct overgaan naar een all-electric oplossing immers te hoge kosten met zich mee. Verder biedt een hybride oplossing de mogelijkheid om gebruik te maken van natuurlijke momenten, zoals overgaan op elektrisch koken als de gaskookplaat aan vervanging toe is, vloerverwarming aanleggen bij renovatie van de vloer, dakisolatie aanbrengen als het dak gerenoveerd wordt, enzovoorts. Bovendien kan met een hybride warmtepomp zo’n 40% tot 80%7 van het aardgasgebruik worden gereduceerd tegen lagere kosten (per kubieke meter aardgasverbruiksreductie) dan een individuele elektrische warmtepomp en is het benodigd elektrisch vermogen van een hybride warmtepomp slechts een derde dan het vermogen van een volledig elektrische warmtepomp. Het resterende aardgas kan op termijn vervangen worden door groengas

of

waterstof,

zodat

de

hybrideoplossing

volledig

CO2-neutraal

wordt.

Groengas,

dat

geproduceerd wordt uit biogas, is vooralsnog echter beperkt beschikbaar en duurder dan aardgas. Ook wordt in Sittard-Geleen biomassa reeds ingezet voor andere doeleinden, met name voor de BES.

Figuur 5.12: De potentie van strategie 4 en strategie 5 (hybride warmtepomp en hernieuwbaar gas) in de gemeente Sittard-Geleen.

27

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Versie 1.0

Figuur 5.13: Aantal panden per energielabel met potentie voor een hybride oplossing. Type A: woningcorporatie

hoogbouw, onderwijs, zorg en overheidsvastgoed. Type B: woningcorporatie laagbouw. Type C: Particulier bezit. De kleurtinten geven de inkomens weer: hoe donkerder, hoe hoger het inkomen. De grijze balken zijn de gemiddelde inkomens.

Figuur 5.14: Representativiteit: het aantal panden per categorie (bouwjaar en oppervlakte) waarin een hybride oplossing rendabel te plaatsen is.

28

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Versie 1.0

Conclusie hybride warmtepomp In figuur 5.16 wordt weergegeven waar de meeste gelijkaardige panden te vinden zijn

waar

rendabel

een

hybride

geïsoleerd

warmtepomp

kan

worden

met

schaalvoordelen. Een samenvatting van de potentie van hybride warmtepompen is gegeven in tabel 5.5. Het betreft 3.404 woningen. Om kosten te reduceren en het aantal ingrepen

aan

het

warmtesysteem

in

panden zoveel mogelijk te beperken, is het raadzaam zoveel mogelijk gebruik te maken

van

natuurlijke

momenten

natuurlijke momenten (vervanging van de CV-ketel). Het is uiteraard mogelijk

een bestaande CV-ketel vroegtijdig te vervangen

door

een

hybride

warmtepomp. Echter brengt dit extra kosten en waarschijnlijk meer met zich mee dan wanneer voor vervanging bij einde levensduur van de CV-ketel wordt gekozen. Het is ook mogelijk een hybride warmtepomp

te

plaatsen

naast

een

bestaande CV-ketel. Echter bestaat in dit geval Figuur 5.16: Kaartweergave van panden waar een hybride warmtepomp rendabel geplaatst kan worden.

het

technisch daardoor

risico

dat

suboptimaal niet

de

het

systeem

opereert

en

potentiële

aardgasreductie teweegbrengt wanneer zou zijn gekozen voor vervanging van het

Gemeente totaal

Aantal panden

Warmtevraag

37.861

2.851 TJ/jr

totaal potentie 3.404

9%

211 TJ/jr

7%

representatieve potentie 3.134

8%

190 TJ/jr

7%

Tabel 5.5: Potentie van de hybride oplossing.

29

gehele systeem. Als gekozen wordt om enkel bij natuurlijke momenten (~200 per jaar) een hybride warmtepomp te plaatsen,

ligt

de

reële

potentie

ongeveer 1550 woningen (3,5%).

op

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Versie 1.0

Collectieve oplossingen Vooral in en rond Sittard en Geleen heeft een warmtenet grote potentie. Een warmtenet vergt omvangrijke investeringen, voornamelijk gekoppeld aan de aanleg van infrastructuur en in mindere mate ten behoeve van het geschikt maken van de panden. Echter kunnen de maatschappelijke kosten en de kosten voor de eindgebruiker relatief laag zijn wanneer er voldoende schaalgrootte is en er een adequaat aantal inwoners bereid is hun woning aan te sluiten op het warmtenet. Het vergaand isoleren van oude, slecht geïsoleerde panden en het plaatsen van een elektrische of hybride warmtepomp in elke woning is immers ook kostbaar. Belangrijk is dat er reeds een warmtenet aanwezig is in de buurt van Sittard (Het Groene Net Noord, zie figuur 5.2) waaraan momenteel de BES warmte levert. Met Het Groene Net Zuid bestaat de mogelijkheid om grote hoeveelheden restwarmte vanuit Chemelot te ontsluiten. Op middellange termijn kan dit netwerk doorgroeien tot Sittard.

Primair

Totaal

Aantal Panden

978

2.737

Warmtevraag [TJ/jr]

67

164

Bron vermogen [MW]

3

8

Primair

Totaal

Aantal Panden

4.668

8.888

Warmtevraag [TJ/jr]

438

658

Bron vermogen [MW]

20

30

Primair

Totaal

Aantal Panden

4.878

12.200

Warmtevraag [TJ/jr]

482

1.060

Bron vermogen [MW]

22

49

Primair

Totaal

Aantal Panden

472

1.885

Warmtevraag [TJ/jr]

29

109

Bron vermogen [MW]

1

5

Figuur 5.17: De potentie van strategie 2 (HT/MT-warmtenet) in de gemeente Sittard-Geleen. De warmtevraag, het

aantal panden en het vermogen van de dichtstbijzijnde bron zijn eveneens weergegeven. Ook Het Groene Net (HGN) Noord is aangegeven. De panden in het noordwesten zijn niet uitgelicht omdat het aantal panden in deze kernen dat potentie heeft voor een warmtenet te klein is om op korte termijn rendabel aan te sluiten.

30

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Versie 1.0

Warmtenet met HT- of MT- bron De meest potentievolle warmteoplossing in Sittard-Geleen is een HT/MT-warmtenet, gevoed door lokale warmtebronnen (Chemelot en deels door de Biomassa Energiecentrale Sittard (BES)). Een overzicht van alle warmtebronnen in de gemeente staat in de bijlage. Al sinds 2010 worden business cases en warmteplannen1,2,3 ontwikkeld voor Het Groene Net (warmtenet) waar Chemelot als één van de hoofdwarmtebronnen wordt gezien (naast de veel kleinere bron BES, zie hieronder). Uit Chemelot kan een maximaal 75 MW aan thermisch vermogen worden gewonnen bij een temperatuur van boven de 90 oC en momenteel 100 MW bij 70 oC (dit kan mogelijk uitgroeien tot 200 MW

na 2030). Dit komt overeen met een warmte-inhoud (warmte-energie) van 2880 - 4320 TJ boven de 70 oC

waarvan 1000 – 1600 TJ boven 90 oC op jaarbasis. Verder kan er uit Chemelot lagetemperatuur

restwarmte gewonnen worden (zie Warmtenet met LT-bron). De Biomassa Energiecentrale Sittard (BES) produceert warmte met een maximaal vermogen van 8 MW (en ca. 1MW aan elektriciteit). Dit komt overeen met 115 - 170 TJ aan warmte-energie per jaar (dat is tussen de 4%

en 6% van de totale

warmtevraag in Sittard. De warmtevraag is afgezet tegen de (beperkt) ‘beschikbare’ warmte van de BES en Chemelot in tabel 5.6. Tabel 5.6: De potentie en bronbehoefte van een HT/MT-warmtenet voor zowel primaire als secundaire panden in Sittard en Geleen.

Sittard

Geleen

Primair

Totaal

Primair

Totaal

4.878

12.200

4.668

8.888

Warmtevraag 2019 [TJ/jr]

482

1.060

438

658

Warmtevraag 2030 [TJ/jr]

433

954

395

593

Type A percentage

[%]

17%

37%

15%

23%

Type B percentage

[%]

30%

22%

13%

10%

Bronbehoefte 2019 basislast

[MW]

25

54

22

34

Bronbehoefte 2030 basislast

[MW]

22

49

20

30

Aantal panden

[-]

Panden hoeven slechts gering aangepast te worden wanneer ze overgaan van een gasaansluiting op een warmtenet. Indien er voldoende panden aangesloten zijn op het warmtenet, zijn de maatschappelijke

kosten relatief laag. Echter vergt een warmtenet grote investeringen in nieuwe infrastructuur. Bij het bepalen van de potentie van een warmtenet in de gebieden in figuur 5.17 is hier rekening mee gehouden. Er zijn voor Sittard en Geleen

Warmteplannen2,3 opgesteld voor Geleen en Sittard voor de

periode 2017-2027. Onder Warmtewet 2 moet de gemeente een warmtekavel vaststellen. Daarbij moet worden afgestemd met omliggende gemeenten. Het besluit moet worden voorgelegd aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie. Het warmtebedrijf, dat moet worden vastgesteld door het college van B&W, moet het warmtesysteem op doelmatige wijze kunnen exploiteren. Er moeten met name voldoende afzetmogelijkheden (aansluitingen) zijn.

31

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Versie 1.0

Figuur 5.18: De potentie van strategie 2 (HT/MT-warmtenet) in de gemeente Sittard-Geleen voor zowel primaire als secundaire panden samen met de potentie voor de andere warmtestrategieën. Het primaire warmtenet zijn de donkerroze vlakken, het secundaire zijn de lichtroze en witte vlakken.

Pandeigenaren die in het warmtekavel liggen, kunnen in principe aansluiting op het warmtenet weigeren. Echter kan dit (onder de aankomende Warmtewet 2) alleen als de pandeigenaar kan aantonen dat diens alternatieve individuele warmtevoorziening ten minste gelijkwaardig is wat betreft energiezuinigheid en bescherming van het milieu als het warmtenet. Het is raadzaam om pandeigenaren en inwoners zo goed mogelijk te betrekken bij het ontwikkelen van een warmtenet om draagvlak te creëren.

32

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Versie 1.0

Figuur 5.19: De potentie van strategie 3 (LT-warmtenet) in de gemeente Sittard-Geleen.

Warmtenet met LT-bron De meest potentievolle warmteoplossing in Sittard-Geleen is een HT/MT-warmtenet. Er is eveneens op enkele plekken potentie voor LT-warmtenetten. Hoewel moeilijk zichtbaar op de kaart, blijkt dat

Zuyderland medisch centrum potentie heeft voor een LT-warmtenet. Dit past binnen de huidige situatie: Zuyderland is reeds aangesloten op een WKO-systeem. Voor de overige gebieden waar LT-warmtenetten potentie hebben, maar nog niet gerealiseerd zijn, is het waarschijnlijk zinvoller om de panden aan te sluiten op het MT/HT-warmtenet dat deze panden omringt. Panden waarvoor een LT-warmtebron zou volstaan, zouden immers op termijn van warmte voorzien kunnen worden door (de retourleiding van) een MT/HT-warmtenet. De kosten van het MT/HT-warmtenet naar deze panden zijn waarschijnlijk aanzienlijk lager dan de kosten van het aanleggen van een apart LT-warmtenet en de omvangrijkere aanpassingen die deze panden zouden moeten ondergaan om ze geschikt te maken voor een LT-warmtevoorziening. De LT-warmtebronnen in de gemeente zijn opgenomen in de bijlage. Chemelot produceert ook lagetemperatuur (LT) restwarmte: 3600 – 5400 TJ per jaar. Ook zijn er bedrijven in Sittard-Geleen die

LT-restwarmte produceren. Deze bronnen kunnen mogelijk interessant zijn voor lokale LT-warmtenetten, afhankelijk van de afstand tussen vraag en aanbod en de aard van de panden (LT vereist zeer hoge isolatiegraad). Uit aquathermie, namelijk TEO (Thermische Energie uit Oppervlaktewater) en TEA (Thermische Energie uit Afvalwater), kan theoretisch zeer veel warmte worden gewonnen: ruim 10.000 TJ. Ook kan via warmte-koudeopslag (WKO) theoretisch 77 TJ worden gewonnen. De technische en financiële haalbaarheid van aquathermie en WKO hangt sterk af van onder andere de mate van isolatie van de panden (minimaal schillabel B), de bebouwingsdichtheid en de afstand tot de warmtebron. Slecht geïsoleerde panden zullen goed geïsoleerd moeten worden en er moet een (kostbaar) warmtenet worden aangelegd. Eventueel kan de LT-warmte uit deze bronnen worden opgewerkt tot HT-warmte. Het is

raadzaam de haalbaarheid en noodzaak van TEO en TEA goed af te wegen tegen de potentie en haalbaarheid voor een MT-/HT warmtenet op restwarmte van Chemelot en de BES.

33

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Conclusie warmtenetten Realisatie van een warmtenet gaat samen met een forse investering. De business case wordt globaal genomen beter indien er meer panden aangesloten worden. Daarom kan gekozen worden om ook andere omliggende panden aan

te

sluiten,

bovenop

de

panden

waarvoor

een

warmtenet de meeste potentie heeft. Figuur 5.18 toont deze secundaire panden in de vorm van roze en witte

‘wolken’.

De

primaire

panden

en

de

overige

warmtestrategieën worden ook getoond. Veel panden waarvoor een hybride warmtepomp of een LT-warmtenet de meeste potentie heeft, liggen in de buurt van het HTwarmtenet. Deze panden zouden mogelijk aangesloten kunnen worden op (de retourleiding van) het MT/HTwarmtenet. Het valt op dat de meeste panden met potentie voor een individuele oplossing niet in aanmerking komen

voor

een

(secundair)

warmtenet.

Dit

is

voornamelijk toe te schrijven aan het recente bouwjaar en daarmee de reeds hoge isolatiegraad voor deze panden. Tabel 5.6 vat de potentie van het warmtenet samen voor Geleen en Sittard inclusief de bronbehoefte. Het aantal panden evenals de warmtevraag van de panden die in eerste en tweede instantie in aanmerking komen voor aansluiting op het MT/HT warmtenet is weergegeven in tabel 5.7. Het

LT-warmtenet is gezien de geringe

potentie niet meegenomen in deze tabel.

Tabel 5.7: De potentie van een HT-/MT-warmtenet.

Gemeente totaal

Aantal panden

Warmtevraag

37.861

2.851 TJ/jr

primair potentie

10.996

29%

1.107 39% TJ/jr

totaal potentie

25.710

68%

1.991 70% TJ/jr

Warmtebron

BES: 115-170TJ/jr Chemelot: 2880-4320TJ/jr

34

Versie 1.0

1

2

3

4 5 6 7 8 9 Verdiepende analyse

Algemene Conclusies

Tabel 5.8: Overzicht van de potentie van elke duurzame warmtestrategie uitgedrukt in aantal panden (woningen en utiliteiten) en warmtevraag (TJ).

Een overzicht van de potentie van de verschillende warmteoplossingen in de gemeente Sittard-Geleen is weergegeven in tabel 5.8. Gemeentebreed kunnen de verschillende strategieën gecombineerd invullen.

warmtenet

heeft

de

Een

HT/MT-

meeste

potentie

(42%), terwijl 18% van de warmtevraag gedekt

zou

individuele

kunnen

worden

elektrische

en

Aantal panden

Warmtevraag

37.861

2.851 TJ/jr

Gemeente totaal

64% van de warmtevraag (op termijn) duurzaam

Versie 1.0

met

hybride

warmtepompen. Een LT-warmtenet heeft een potentie van 4% in Sittard-Geleen.

Individuele elektrische warmtepomp

5.903

16%

297 TJ/jr

10%

MT/HT warmtenet

11.767

31%

1.181 TJ/jr

42%

LT warmtenet

695

2%

127 TJ/jr

4%

Hybride hernieuwbare gassen

3.417

9%

214 TJ/jr

8%

Tabel 5.8 toont de totale potentie. In de praktijk is het echter verstandig aan de slag te gaan met de meest representatieve panden en optimaal gebruik makend van natuurlijke momenten. De reële potentie ligt daarom een stuk lager, maar is wel realistischer. Tabel 5.9 toont de reële potenties voor woningen.

Met de meeste representatieve panden kunnen pilots gestart worden. Deze kunnen (indien succesvol) zo snel mogelijk worden opgeschaald naar de rest van de panden. Tabel 5.9: Overzicht van de reële potentie voor woningen (zonder utiliteiten) in Sittard-Geleen. Voor HT/MT-

warmtenetten is het gebruik van natuurlijke momenten niet van toepassing aangezien het aantal aan te sluiten panden bepalend is voor de rentabiliteit.

Gemeente totaal

Aantal woningen

Warmtevraag

Natuurlijke momenten

37.861

2.851 TJ/jr

~2500 PND/jr

Reële potentie

Isolatiestandaard: label B/D

6.385

17%

50 TJ/jr

2%

~425 PND/jr

2%

Hybride warmtepomp

3.134

8%

190 TJ/jr

7%

~200 PND/jr

~3,5%

Individuele elektrische warmtepomp

4.593

12%

194 TJ/jr

7%

~300 PND/jr

~2,5%

10.996

29%

1.107 TJ/jr

39%

n.v.t

25.710

68%

1.991 TJ/jr

70%

n.v.t

Warmtenet Warmtenet

primair potentie

totaal potentie

35

Versie 1.0

1

2

3

4

5 6 7 8 9 Lopende initiatieven

Versie 1.0

Lopende initiatieven In

Sittard-Geleen

zijn

reeds

initiatieven

genomen

richting

een

aardgasvrije

warmtevoorziening. Tabel 6.1 en 6.2 geven de lopende initiatieven voor respectievelijk individuele en collectieve warmteoplossingen weer inclusief een schatting van de aardgasreductie. Vergeleken met het totaal aantal panden in Sittard-Geleen van 37.861 leveren de bestaande individuele initiatieven waarschijnlijk een relatief kleine bijdrage aan de reductie van het aardgasverbruik. De grootste bijdrage kan worden geleverd door de uitbreiding van Het Groene Net (HGN-Zuid) dat in totaal 746 TJ aardgasvrije warmte kan opleveren. Omdat de uitbreiding van HGN (nog) niet zeker, is het aan te

bevelen om ook in te zetten op reeds inzetbare technieken zoals isolatie en (hybride) warmtepompen. Uiteindelijk moet het warmtenet verder worden uitgebreid en moeten hybride warmtepompen volledig aardgasvrij worden gemaakt door over te gaan op allelectric oplossingen of door de vervanging van aardgas door duurzame gassen (groengas of waterstof) in het gasnet.

Tabel 6.1: Overzicht van bestaande initiatieven voor individuele warmteoplossingen richting aardgasvrij.

Initiatief

Aantal

% aardgasreductie per pand (indicatief)

Particulier biomassaketel

15

~30% tot 100%

Particulier pelletkachel

570

~30% tot 70%

Particulier warmtepomp

250

~60% tot 100%

Particulier zonneboiler

32

~10% tot 15%

Totaal particuliere maatregelen 876

Zakelijk biomassaketel

8

Geen inschatting mogelijk

Zakelijk pelletkachel

13

Geen inschatting mogelijk

Zakelijk warmtepomp

178

Geen inschatting mogelijk

Zakelijk zonneboiler

1

Geen inschatting mogelijk

Totaal zakelijke maatregelen 200 Totaal particulier & zakelijk 1067

37

1

2

3

4

5 6 7 8 9 Lopende initiatieven

Versie 1.0

Tabel 6.2: Overzicht van bestaande initiatieven voor collectieve warmteoplossingen richting aardgasvrij.

Initiatief

Warmtelevering

% t.o.v. totaal warmtevraag

Reeds aardgasvrij

Ennatuurlijk: Hoogveld

~67 TJ

2,4%

HGN-Noord situatie 2021

~70 TJ

2,5%

~24 TJ (max.)

0,8%

~104 TJ

3,6%

~270 TJ

9,5%

~372 TJ

13,0%

Toekomstige initiatieven Aardgasloze wijk: proeftuin HGN-Zuid fase 1 (Geleen Zuid + Krawinkel) HGN- Zuid fase 2 (GZ+KrW+Geleen Centrum) HGN-Zuid Geleen totaal

38

Versie 1.0

1

2

3

4

5

6

7 8 9 Conclusie

Versie 1.0

Conclusie In hoofdstuk 5 (Analyseresultaten) is beschreven welke alternatieven voor aardgas (de warmtestrategieën) momenteel de grootste potentie hebben in Sittard-Geleen. Op basis van deze informatie wordt een kader geschetst voor de vervolgstappen. Een MT/HT-warmtenet (spoor 1) heeft grote potentie in Sittard-Geleen. Er ligt reeds een warmtenet (Het Groene Net Noord) dat wordt gevoed door de Biomassa Energiecentrale Sittard (BES). Er zijn reeds

plannen voor het uitbreiden van Het Groene Net (Zuid) gevoed door restwarmte van Chemelot1,2,3. De potentie is het grootst in en rond de kernen in Sittard en Geleen. Het ligt voor de hand te starten met het uitbreiden van Het Groene Net naar genoemde kernen Sittard en Geleen. Communicatie (spoor 2) is belangrijk voor het creëren van draagvlak en loopt door alle andere uitvoeringssporen heen. Het is een continu traject dat direct kan starten. Het is belangrijk om op te merken dat inwoners en pandeigenaren niet worden ‘gedwongen’ om van het aardgas af te gaan. Isolatie (spoor 3) creëert de mogelijkheid om op termijn over te gaan op lage(re)temperatuur warmteoplossingen in de buitengebieden. Isolatie is tevens een no-regret-maatregel aangezien een investering in de juiste isolatie binnen afzienbare termijn terugverdiend kan worden door kostenbesparingen op energieverbruik. Voornamelijk in de buitengebieden hebben hybride en individueel elektrische warmtepompen de meeste potentie. Het resterende aardgasverbruik kan op duurzame wijze worden ingevuld met hernieuwbare gassen, die ofwel lokaal ontwikkeld worden, ofwel geïmporteerd. De toegevoegde waarde van het ontwikkelen van een eventuele lokale groengasvoorziening zal eerst nader onderzocht moeten worden en kan dus nog enkele jaren op zich laten wachten. De samenhang met het isolatiespoor moet niet uit het oog verloren worden.

Aangezien het individuele oplossingen betreft, welke niet gebonden zijn aan specifieke wijken of buurten maar wel afhankelijk zijn van specifieke eigenschappen van panden, is het raadzaam isolatie en warmtepompen gemeentebreed te implementeren op basis van pandtypen.

2021

2022

2023 2025

2025 2030

2030 2050 MT/HT-warmtenet Communicatie Isolatie

Individuele elektrische en hybride warmtepompen Ontwikkelen van groengas Figuur 7.1: Globale tijdlijn voor de implementatie van de vijf sporen. Met de stippellijnen wordt aangegeven dat de ontwikkeling van een spoor kan worden gestart, maar dat het spoor op een later moment geïmplementeerd wordt.

40

Versie 1.0

1

2

3

4

5

6

7

8 9 Bijlagen

Versie 1.0

Bijlagen Naast de bijlagen in dit document zijn ook digitale hoge-resolutiekaarten van analyseresultaten aangeleverd aan de gemeente.

42

1

2

3

4

5

6

7

8 9 Bijlagen

Versie 1.0

Bijlage 1 – Bronnen 1

Regionale Warmtevisie – Handvatten voor een duurzame energievoorziening 2017

2

Warmteplan Sittard 2017-2027

3

Warmteplan Geleen 2017-2027

4

Kerncijfers wijken en buurten, CBS, 2018 https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2018/30/kerncijfers-wijken-en-buurten-2018

5

Gemeente tabellen, ECW, 2020 https://themasites.pbl.nl/leidraad-warmte/2020/

6

Strategiefactsheets, ECW https://expertisecentrumwarmte.nl/themas/de+leidraad/strategiefactsheets/default.aspx

7

Hybride warmtepomp, ECW, 2020 https://expertisecentrumwarmte.nl/themas/technische+oplossingen/techniekfactsheets+gebo uwmaatregelen/hybride+warmtepomp+nieuw/default.aspx

8

Business Plan Het Groene Net – 2013

9

Planbureau voor de Leefomgeving, PBL https://www.pbl.nl/

10

Startanalyse aardgasvrije buurten achtergrondrapport, ECW, 2020 https://www.pbl.nl/publicaties/achtergrondrapport-bij-de-startanalyse-aardgasvrije-buurten

11

Warmteatlas www.warmteatlas.nl

12

Gemeente Sittard-Geleen

13

Polviewer, Provincie Limburg https://www.polviewer.nl/

14

Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer, stowa stowa.geoapps.nl

15

Centraal Bureau voor de Statistiek, CBS, 2019 https://www.cbs.nl/

43

1

2

3

4

5

6

7

8 9 Bijlagen

Versie 1.0

3 – ECW strategieën en substrategieën Tabel 8.1: Overzicht van ECW strategieën en substrategieën.10 Bronnen voor warmtevoorziening

Isolatieniveau

Bron temp.

Aanvoer temp.

Collectieve voorzieningen

Individuele voorzieningen

S1 – Individuele elektrische warmtepomp S1a S1b

Elektriciteit + warmte uit buitenlucht Elektriciteit + bodemwarmte

B

-

Combiwarmtepomp + LTradiatoren

S2 – Warmtenet met HT-/MT-bron S2a S2b S2c S2d S2e S2f

MT-restwarmtebron + hulpwarmteketel + MT-warmtenet (70 °C)

Restwarmte + groengas voor piekvraag Geothermie + groengas voor piekvraag (met contour) Geothermie + groengas voor piekvraag (zonder contour)

B

Geothermiebron + hulpwarmteketel + MT-warmtenet (70 °C) >70 °C

70 °C

Restwarmte + groengas voor piekvraag Geothermie + groengas voor piekvraag (met contour) Geothermie + groengas voor piekvraag (zonder contour)

D

Aansluiting op warmtenet + MTradiatoren MT-restwarmtebron + hulpwarmteketel + MT-warmtenet (70 °C) Geothermiebron + hulpwarmteketel + MT-warmtenet (70 °C)

S3 – Warmtenet met LT-bron S3a

30 °C

Restwarmte + elektriciteit + warmte uit buitenlucht

30 °C Collectieve warmtepomp + MTwarmtenet (70 °C)

S3b 70 °C

S3c Warmte- en koude overschot uit gebouwen + elektriciteit + warmte uit buitenlucht

B

S3d

15 °C

S3e

Warmte- en koude overschot uit gebouwen + warmte uit oppervlaktewater + elektriciteit + warmte uit buitenlucht

S3f

Restwarmte + elektriciteit + warmte uit buitenlucht

S3g

Warmte- en koude overschot uit gebouwen + elektriciteit + warmte uit buitenlucht

S3h

LT-warmtenet (30 °C)

50 °C

Collectieve warmtepomp + WKO + MT-warmtenet (70 °C) Collectieve warmtepomp + WKO + MT-warmtenet (50 °C)

Warmtenet-aansluiting + combiwarmtepomp + LTradiatoren Warmtenet-aansluiting + MTradiatoren Warmtenet-aansluiting+ boosterwarmtepomp + LTradiatoren

Collectieve warmtepomp + WKO + TEO + MT-warmtenet (70 °C) Collectieve warmtepomp + MTwarmtenet (70 °C)

30 °C 70 °C D

Collectieve warmtepomp + WKO + MT-warmtenet (70 °C)

Warmtenet-aansluiting + MTradiatoren

15 °C

Warmte- en koude overschot uit gebouwen + warmte uit oppervlaktewater + elektriciteit + warmte uit buitenlucht

Collectieve warmtepomp + WKO + TEO + MT-warmtenet (70 °C)

S4 – Groengas S4a

Hybride lucht-warmtepomp + MTradiatoren

Groengas + elektriciteit

B S4b

Groengas

HR-combiketel + MT-radiatoren -

S4c

Groengas + elektriciteit

S4d

Groengas

D

Hybride lucht-warmtepomp + MTradiatoren HR-combiketel + MT-radiatoren

S5 – Waterstof S5a

Waterstof + elektriciteit

S5b

Waterstof

Hybride lucht-warmtepomp + MTradiatoren

B

HR-combiketel + MT-radiatoren -

S5c

Waterstof + elektriciteit D

S5d

Waterstof

Hybride lucht-warmtepomp + MTradiatoren HR-combiketel + MT-radiatoren

44

1

2

3

4

5

6

7

8 9 Bijlagen

Versie 1.0

4 – Overzicht van alternatieve warmtebronnen in de gemeente Sittard-Geleen Tabel 8.2: Overzicht van alternatieve warmtebronnen in de gemeente Sittard-Geleen.

Bron HT-bron: BES

Warmte-inhoud [TJ/jr]

Aanvullende informatie

115-170 BES: Biomassa Energiecentrale Sittard

HT-bron: Chemelot

1000-1600 Restwarmte > 90 oC

HT-bron: Chemelot

2880-4320 Restwarmte > 70 oC

HT-bron houtachtige biomassa snoeiafval11

142 Wordt aan BES geleverd

HT-bron houtachtige biomassa bosafval11

4 Onderzoek naar de potentie van geothermie in Zuid- en

HT-bron geothermie

In onderzoek

Midden-Limburg vindt momenteel plaats in het kader van het SCAN programma (https://scanaardwarmte.nl/hetprogramma)

LT bron: Chemelot

3600-5400 > 50 oC

LT bron: Datacenter Ziggo

180-280

LT bron: Datacenter KPN CS DSM

180-280

LT bron: Datacenter Unilogic Networks

180-280

LT bron: Data Exchange Europe

180-280

LT-bron: diverse supermarkten en bakkerijen LT-bron: WKO opslag11,12,13

36 Slachterij. Temperatuur: 25 – 50 oC 0,9 tot 4TJ/ha/jaar

LT-bron: TEO – Julianakanaal14,15

718

LT-bron: TEO – Maas14,15

9

LT-bron: TEO – Geleenbeek14,15

700

LT-bron: TEO – diverse plassen en

15

meertjes16,17 LT-bron: TEA – Gemalen Geleen Zuid14,15 LT-bron: TEA – Gemalen Munstergeleen14,15 LT-bron: TEA – Openwater Puth14,15

LT-bron: TEA – Gemaal Sweikhuizen14,15

105TJ/jaar[direct] + 62TJ/jaar[WKO] 14 TJ/jaar[direct] + 8,3 TJ/jaar[WKO] 1,4 TJ/jaar[direct] + 0,8 TJ/jaar[WKO] 2,1 TJ/jaar[direct] + 1,2 TJ/jaar[WKO]

LT-bron: TEA – Gemaal Grevenbicht14,15

5,3 TJ/jaar[direct] + 3,1 TJ/jaar[WKO]

LT-bron: TEA – Gemaal Obbicht14,15

2,7 TJ/jaar[direct] + 1,6 TJ/jaar[WKO] 33

Biogas Mest11,12,15 Biogas Reststromen gras en

115

voedergewassen11,12,15 Biogas Reststromen akkerbouw11,12,15

141

Biogas GFT11,12,15

11

45

Potentie sterk affhankelijlk van plek en gekozen systeem (open of gesloten)

1

2

3

4

5

6

7

5 – Kaarten met additionele parameters

Figuur 8.1: Bouwjaar van panden in de gemeente Sittard-Geleen.

Figuur 8.2: Energielabel van panden in de gemeente Sittard-Geleen.

46

8 9 Bijlagen

Versie 1.0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=3eb04726-404c-4217-bbd2-c3c5eb670954