CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

1.B Overzicht inhoudelijke wijzigingen NRK Handboek KB en HR

Raad 25 februari 2021, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Verruimen ambtelijk mandaat welstandsadvisering (Houtakkers) (13)4.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE IB OVERZICHT AANVULLINGEN NOTA RUIMTELIJKE KWALITEIT, ONDERDEEL HANDBOEKEN ‘KLEINE BOUWINITIATIEVEN’ EN ‘RECLAME’ (RAADSBESLUIT 25 FEBRUARI 2021) Dit document biedt een overzicht van de inhoudelijke wijzigingen in de Handboeken ‘Kleine Bouwinitiatieven’ en ‘Reclame’. Deze handboeken maken deel uit van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Alle regels, die in de Handboeken zijn opgenomen, bieden een duidelijk en toetsbaar kader waarbinnen ambtelijke advisering (mandaat) is toegestaan. Dit versnelt het vergunningenproces. Voor het behouden van overzicht en de leesbaarheid zijn de redactionele aanpassingen van ondergeschikte aard elders in de tekst, in een aparte bijlage IC gebundeld. Denk bijvoorbeeld aan het aanpassen/aanvullen van begripsbepalingen. De inhoudelijke wijzigingen zijn in rood weergegeven en zien op: 1. meer mogelijkheden voor vergunning-plichtige dakkapellen hoog in het dakvlak, bij zolderverdiepingen met onvoldoende binnenhoogte; 2. een gestandaardiseerd welstandskader voor tweelaagse aanbouwen bij half-vrijstaande en tussenwoningen, geënt op meerjarige ARK-advisering; 3. tijdelijke invulling van etalages (etalagebeheer) toegevoegd in het kader van tegengaan winkelleegstand. 4. verruimde reclamemogelijkheden voor gebouwen die verscholen liggen op een bedrijventerrein. Zij mogen zich ruimer presenteren naar de weg toe. 5.

een experiment/pilot-mogelijkheid voor LED-light displays outdoor met een eerder door de ARK geformuleerd welstandskader en altijd ter welstandsbeoordeling van de ARK. Hiermee wordt ingespeeld op een toenemende trend / ontwikkeling waar steeds meer vraag naar is. Waar dit dus eerst onmogelijk was, wordt dit nu mogelijk gemaakt d.m.v. pilots. 6. duidelijke regel verwijsborden maatschappelijke instellingen die “verscholen” liggen. Dit n.a.v. veel vragen van instellingen hieromtrent. 7. foliereclame en geschilderde reclame achter beglazing: uitgebreid (bv. bij conceptstores). Hoeft niet meer in combinatie met een uitsteekbak; op zichzelf ook mogelijk gemaakt. Aan de reclamemogelijkheden zijn plakfolie-emblemen toegevoegd waarmee bedrijven nu per etalage de mogelijkheid hebben om achter het glas ín iedere etalage het bedrijfslogo te tonen. 8. handboek Ligne toegevoegd als complexstandaard. Destijds in samenwerking met 3W ontwikkeld en toegepast/toe te passen richting gebruikers/ondernemers. Aanvullend wordt vermeld dat voor het onderdeel ‘dakkapel’ in het algemeen de layout / ordening van de bestaande teksten is aangepast met het oog op een meer logische volgorde en daarmee betere leesbaarheid van de toetsingscriteria. Hetzelfde geldt voor de hierbij behorende tekeningen. Bestaande tekeningen zijn iets anders vormgegeven en verduidelijkt.

Voor de inhoudelijke aanvullingen zoals hierboven vermeld, zijn uiteraard nieuwe tekeningen opgesteld, die zijn geïntegreerd in een nieuwe, verduidelijkte set tekeningen. Vanwege deze integratie is voor het onderdeel dakkapellen wél de hele set (tekst en tekeningen, bestaand en nieuw) in dit overzicht opgenomen, waarbij de nieuwe tekstdelen in rood zijn weergegeven. Tot slot wordt vermeld dat voor alle reclame-uitingen (m.u.v. LED-light displays outdoor) afwijkingen van beleid (uitzonderingen / maatwerk) niet meer aan de plenaire ARK worden voorgelegd, maar in (ARK) mandaat worden afgehandeld. “Dit is ter beoordeling aan de ARK” wordt structureel gewijzigd in “Dit is ter beoordeling in (ARK) mandaat’ (p. 9 t/m 24 huidige Handboek Reclame).

BIJLAGE IB

1. Dakkapellen Omschrijving Dakkapellen zijn uitbouwen in of op een hellend dak, bedoeld om de gebruiksmogelijkheden van (zolder)ruimten te vergroten. Een dakkapel hoort ondergeschikt te zijn aan het dak-beeld. Voldoende dak en de noklijn moeten zicht- baar zijn. Dakkapellen die het architectuurbeeld versterken en ondersteunen mogen best opvallen in het totale architectuurbeeld, het gaat hier dan over ontworpen dakkapellen. Denk maar aan de zorgvuldig vormgeven dak- kapellen in de zogenoemde jaren dertig stijl. Bij dakkapellen die slechts ter vergroting van het woonprogramma worden geplaatst ligt de nadruk te vaak ‘alleen’ bij een onderhoudsvrije afwerking waarbij een zorgvuldige afstemming van de vormgeving en de vormbehandeling van de dakkapel op de woningarchitectuur erbij inschiet. Voor de voorbeelden in het handboek is gezocht naar een neutrale vormgeving en behandeling alsmede materialisering die volgens de geldende welstandseisen passend is in bijna iedere situatie. Bij meerdere dakkapellen op één lijn wordt gestreefd naar herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Dit is om de rust en samenhang te behouden.

In verband met de ondergeschikte positie van een kapel in het dakbeeld dient de kleur van de romp en de kozijnen bij een donker of zwart dak in een terughoudende, donkere kleurstelling ( antraciet) te worden uitgevoerd en bij een rood of bruin dak een daarop afgestemde kleur. 1.1 DAKKAPELLEN ‘VOORERFGEBIED’ ALGEMEEN (BLAD 2, 1.1) Voor een dakkapel gelden de volgende criteria: Algemeen: Plaatsing mag niet leiden tot stapelen van dakkapellen; Bij horizontale plaatsing van meerdere dakkapellen moet de tussenruimte minimaal 100 cm bedragen.. (horizontaal gemeten) en de voet en bovenkant van de dakkapel dienen in een lijn te liggen met de naastgelegen dakkapel Algemene maatvoering: Een maximale hoogte van 150 cm, gemeten vanaf de kapelvoet (= laagste punt van de kapel); Tussen dakvoet (= laagste punt van het dakvlak) en de kapelvoet bevindt zich minimaal 50 cm. dakvlak (verticaal gemeten); De zijkant is: bij vrijstaande woningen minimaal 100 cm. van de zijkant van het dak gelegen; bij tussenwoningen minimaal 50 cm. van de woningscheiding gelegen; bij een eindwoning in een rij van aaneenliggende woningen minimaal 100 cm. van de zijkant van het dak gelegen; tussen bovenkant dakkapel en nok van het dak is minimaal 50 cm. gelegen (verticaal gemeten); de dakkapel is niet breder dan 50% van de beschikbare dak-breedte met een maximum breedte dakkapel van 350 cm.

* horizontaal gemeten vanuit het midden van de zijwang (zie tekening 1.1) is de afstand tussen dakkapel en de hoek- of de kilkepers (het punt waar twee schuine daken samenkomen) minimaal 100cm; *bij meerdere dakkapellen is dit de gezamenlijke breedte van deze dakkapellen met tussen de dakkapellen een ruimte van minimaal 100 cm

Vormgeving en detailleringsmaten (zie blad 1.1 C): voorzien van een plat dak; het in de romp van de dakkapel te plaatsen kozijn moet 8 cm. terug liggen ten opzichte van deze romp; de hierdoor ontstane overstekende dakrand mag maximaal 25 cm. zijn; romp, zijwangen en kozijn worden in de kleur antraciet uitgevoerd (RAL 7016) en bij een rood of bruin dak in een daarop afgestemde kleur. het kozijn wordt volledig uitgevoerd met beglazing (dus geen panelen) zodat zo groot mogelijke transparantie gegarandeerd is; 1.2 DAKKAPELLEN ’VOORERFGEBIED’ bij woningen met een zolder met geringe binnen-hoogte (in een doorsnede van de zolder moet worden aangetoond dat de binnen-hoogte van de zolder niet meer dan 210 cm bedraagt (gemeten van vloer tot onderkant nokbalk) Voor een dakkapel gelden de volgende criteria: Algemeen: Plaatsing mag niet leiden tot stapelen van dakkapellen; Bij horizontale plaatsing van meerdere dakkapellen moet de tussenruimte minimaal 100 cm. Bedragen (horizon- taal gemeten) en de voet en bovenkant van de dakkapel dienen in een lijn te liggen met de naastgelegen dakkapel

Algemene maatvoering:

BIJLAGE IB Een maximale hoogte van 130 cm, gemeten vanaf de kapelvoet (= laagste punt van de kapel); Tussen zoldervloer en onderkant kapelkozijn bevindt zich minimaal 80 cm; De zijkant is: bij vrijstaande woningen minimaal 100 cm. van de zijkant van het dak gelegen; bij tussenwoningen minimaal 50 cm. van de woningscheiding gelegen; bij een eindwoning in een rij van aaneenliggende woningen minimaal 100 cm. van de zijkant van het dak gelegen; de bovenkant van de dakkapel is ten minste onder de nokpan gelegen; de dakkapel is niet breder dan 50% van de beschikbare dakvlakbreedte met een maximum breedte dakkapel van 350 cm. * horizontaal gemeten vanuit het midden van de zijwang (zie tekening 1.2) is de afstand tussen dakkapel en de hoek- of de kilkepers (het punt waar twee schuine daken samenkomen) minimaal 100cm; *bij meerdere dakkapellen is dit de gezamenlijke breedte van deze dakkapellen met tussen de dakkapellen een ruimte van minimaal 100 cm. Vormgeving en detailleringsmaten (Blad 3): voorzien van een plat dak; het in de romp van de dakkapel te plaatsen kozijn moet 8 cm. terug liggen ten opzichte van deze romp; de hierdoor ontstane overstekende dakrand mag maximaal 25 cm. hoog zijn. romp, zijwangen en kozijn worden in de kleur antraciet uitgevoerd (RAL 7016 en bij een rood of bruin dak in een daarop afgestemde kleur.

het kozijn wordt volledig uitgevoerd met beglazing (dus geen panelen) zodat zo groot mogelijke transparantie gegarandeerd is;

1.3 DAKKAPELLEN ‘ACHTERERFGEBIED’ (BLAD 2, 1.3.) Voor een dakkapel gelden de volgende criteria: Algemeen: Plaatsing mag niet leiden tot stapelen van dakkapellen; Bij horizontale plaatsing van meerdere dakkapellen moet de tussenruimte minimaal 100 cm. meten (horizontaal gemeten) en de voet en bovenkant van de dakkapel dienen in een lijn te liggen met de naastgelegen dakkapel Algemene maatvoering: Een maximale hoogte van 150 cm, gemeten vanaf de kapelvoet (= laagste punt van de kapel); Tussen dakvoet (= laagste punt van het dakvlak) en de kapelvoet bevindt zich minimaal 50 cm. dakvlak (verticaal gemeten); De zijkant is: - bij vrijstaande woningen minimaal 100 cm. van de zijkant van het dak gelegen; - bij tussenwoningen minimaal 50 cm. van de woningscheiding gelegen; - bij een eindwoning in een rij van aaneenliggende woningen minimaal 100 cm. van de zijkant van het dak gelegen; tussen bovenkant dakkapel en nok van het dak is minimaal 50 cm.

gelegen (verticaal gemeten); de breedte van de dakkapel is afhankelijk van de beschikbare dakvlakbreedte en de minimaal aan te houden afstand tot de zijkant van het dak of de woningscheiding* horizontaal gemeten vanuit het midden van de zijwang (zie tekening 1.2) is de afstand tussen dakkapel en de hoek- of de kilkepers (het punt waar twee schuine daken samenkomen) minimaal 100cm; *bij meerdere dakkapellen is dit de gezamenlijke breedte van deze dakkapellen met tussen de dakkapellen een ruimte van minimaal 100 cm. Vormgeving en detailleringsmaten (zie blad 1.4 B): voorzien van een plat dak; het in de romp van de dakkapel te plaatsen kozijn moet 8 cm. terug liggen ten opzichte van deze romp; de hierdoor ontstane overstekende dakrand mag maximaal 25 cm.

hoog zijn; romp, zijwangen en kozijn worden in de kleur antraciet uitgevoerd (RAL 7016) en bij een rood of bruin dak in een daarop afgestemde kleur ; het kozijn wordt volledig uitgevoerd met beglazing (dus geen panelen) zodat zo groot mogelijke transparantie gegarandeerd is; 1.4 DAKKAPELLEN ’ACHTERERFGEBIED’ (BLAD 2, 1.4) bij woningen met zolder met geringe binnen-hoogte (in een doorsnede van de zolder moet worden aangetoond dat de binnen-hoogte van de zolder niet meer dan 210 cm bedraagt (gemeten van vloer tot onderkant nokbalk) Voor een dakkapel gelden de volgende criteria: Algemeen: Plaatsing mag niet leiden tot stapelen van dakkapellen;

BIJLAGE IB Bij horizontale plaatsing van meerdere dakkapellen moet de tussenruimte minimaal 100 cm. meten (horizon- taal gemeten) en de voet en bovenkant van de dakkapel dienen in een lijn te liggen met de naastgelegen dakkapel Algemene maatvoering: Een maximale hoogte van 130 cm, gemeten vanaf de kapelvoet (= laagste punt van de kapel); Tussen zoldervloer en onderkant kapelkozijn bevindt zich minimaal 80 cm; De zijkant is: bij vrijstaande woningen minimaal 100 cm. van de zijkant van het dak gelegen; bij tussenwoningen minimaal 50 cm. van de woningscheiding gelegen; bij een eindwoning in een rij van aaneengelegen woningen minimaal 100 cm. van de zijkant van het dak gelegen; de bovenkant van de dakkapel is tenminste onder de nokpan gelegen; de breedte van de dakkapel is afhankelijk van de beschikbare dakvlakbreedte en de minimaal aan te houden afstand tot de zijkant van het dak of de woningscheiding* horizontaal gemeten vanuit het midden van de zijwang (zie tekening 1.2) is de afstand tussen dakkapel en de hoek- of de kilkepers (het punt waar twee schuine daken samenkomen) minimaal 100cm; *bij meerdere dakkapellen is dit de gezamenlijke breedte van deze dakkapellen met tussen de dakkapellen een ruimte van minimaal 100 cm. Vormgeving en detailleringsmaten (blad 3): kleur; -

voorzien van een plat dak; het in de romp van de dakkapel te plaatsen kozijn moet 8 cm. terug liggen ten opzichte van deze romp; de hierdoor ontstane overstekende dakrand mag maximaal 25 cm. hoog zijn; romp, zijwangen en kozijn worden in de kleur antraciet uitgevoerd (RAL 7016) en bij een rood of bruin dak in een daarop afgestemde het kozijn wordt volledig uitgevoerd met beglazing (dus geen panelen) zodat zo groot mogelijke transparantie gegarandeerd is;

BIJLAGE IB Situering modellen LIGGING T.O.V. VOOR- EN ACHTERGEBIED

Voorerfgebied

achtererfgebied

Voorerfgebied (groen)

dakkapel voorerfgebied

Achtererfgebied (oranje)

Erfafscheiding in voorerfgebied voorerfgebeidvoorerfgebied Overkapping /carport in voorerfgebied Dakkapel gericht op voorerfgebied

Dakkapel gericht op achtererfgebied

BIJLAGE IB VOORERFGEBIED

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

ACHTERERFGEBIED

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB Modelblad plat afgedekte kapellen

Voorbeelden integreren rolluiken

BIJLAGE IB

5 5.1

Twee-laagse aanbouwen TWEE-LAAGSE AANBOUWEN BIJ HALF-VRIJSTAANDE EN TUSSENWONINGEN (BLAD 13)

LET OP: deze standaard bepaalt niets over het toegestane volume (breedte, diepte en hoogte), de goothoogte en nokhoogte. Dit wordt bepaald in het geldende bestemmingsplan. Alleen als een uitbouw op basis van het bestemmingsplan is toegestaan, kan deze standaard voor de welstandsaspecten worden toegepast en is zeker dat de aanbouw aan redelijke eisen van welstand voldoet. Mocht aanvrager een ander ontwerp willen, dan wordt dit voor mandaatadvies voorgelegd aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Een twee-laagse aanbouw betreft in dit Handboek een uitbreiding van een half-vrijstaande woning (oorspron- kelijke hoofdbouw) of een tussenwoning over twee bouwlagen aan de achterzijde van de woning. Niet zijnde een monument of gelegen binnen een beschermd gezicht. Twee-laagse aanbouwen voldoen in deze standaard aan redelijke eisen van welstand als deze qua beeld een voortzetting zijn van de woningarchitectuur. Gevelopeningen in de vrij liggende zijgevelzijde zijn daarom in deze standaard niet toegestaan, omdat deze een te grote invloed kunnen hebben op het bestaande architectuurbeeld, tenzij de gevelopening wordt aangebracht op de scheidslijn van de verschillende bouwdelen om zo te laten zien dat de bouwdelen uit een andere bouwperiode stammen.. Alle ontwerpen met afwijkingen op de standaard worden voor mandaatadvies voorgelegd aan de Adviescommis- sie Ruimtelijke Kwaliteit.

Belangrijk is dat daar waar de oude bouwfase van de oorspronkelijke woning en de nieuwe bouwfase elkaar ra- ken, aan de ‘vrij liggende zijgevel-zijde’ van de half-vrijstaande woning een overgang wordt gemaakt in de vorm van een verticaal kozijn of een terug-liggende strook metselwerk. De overgang tussen een bestaande aanbouw en een opbouw wordt uitgevoerd in een rollaag of een terug- liggende strook metselwerk. Daarmee wordt op de scheidslijn van de verschillende bouwdelen een overgang gemaakt die de eigenstandigheid van de bouwvorm benadrukt en laat zien dat de bouwdelen uit een andere bouwperiode stammen. Bovendien voorkomt dit dat de nieuwe bouwmaterialen in een nét iets andere kleurstel- ling, structuur of maatvoering dan de bestaande materialen elkaar op een storende manier raken. Bij twee-laagse aanbouwen waarvan de woning al dan niet op de begane grond reeds is uitgebreid, is het van belang dat het ontwerp voor de aanbouw op de verdieping na de uitvoering ofwel samenhang vertoont met de bestaande aanbouw dan wel dat juist een ontwerp wordt gekozen dat voor wat betreft materiaaltoepassing het contrast aangaat met de bestaande (aan)bouw.

In alle gevallen geldt dat aan de ‘vrij liggende zijgevel-zijde’ een overgang wordt gemaakt tussen de oude en de nieuwe bouwfase door middel van een verticaal kozijn of terug-liggend metselwerk en dat voor de overgang tus- sen aanbouw en opbouw een rollaag of een terug-liggende strook metselwerk wordt toegepast. Daarnaast dient de gevelindeling op de verdieping van de aanbouw te refereren aan de bestaande achtergevelindeling van de woning (oorspronkelijke hoofdbouw). Dit betekent dat de kozijnen op de verdieping qua vorm en afmeting gelijk zijn aan de kozijnen van de oorspronkelijke achtergevel. Tot slot dient bij twee-laagse aanbouwen die - met een plat dak zijn afgewerkt (plat-afgedekt) aandacht te worden besteed aan de aansluiting van het plat dak van de aanbouw aan het schuine dak van de woning (hoofdbouw); - met een schuin dak zijn afgewerkt (schuin-afgedekt) aandacht te worden besteed aan de gootovergangen.

BIJLAGE IB

DUS:. Een twee-laagse aanbouw (niet behorend bij een monument of bij een woning gelegen binnen een beschermd gezicht) voldoet aan redelijke eisen van welstand als: -

-

-

-

-

-

daar waar de oude bouwfase van de oorspronkelijke woning en de nieuwe bouwfase elkaar raken, aan de ‘vrij liggende zijgevel-zijde’ van de woning een overgang wordt gemaakt in de vorm van een verticaal kozijn of een terug-liggende strook metselwerk; daar waar de aanbouw en de opbouw elkaar raken, aan de vrij liggende zijgevel-zijde een rollaag of een terug-liggende strook metselwerk wordt aangebracht; bij de plat- en schuin afgedekte variant de overgang wordt beëindigd in een naar buiten uitgebouwd boei- boord ter breedte van de overgangsstrook, die tevens zorgt voor de afvoer van water van het schuine dak; bij de schuin afgedekte variant moet de dakbedekking qua kleur en materiaal identiek zijn aan die van de bestaande woning.

Het dak moet ter plaatse van de achtergevel worden beëindigd met een kantgevel-pan; bij de schuin afgedekte variant moet de gootconstructie van de aanbouw worden uitgevoerd als een zogenaamde ‘goot op de bouwmuur’ om te voorkomen dat de goot aan de zijde van het belendend pand over hangt; de nieuwe gevelindeling op de verdieping refereert aan de bestaande achtergevelindeling van de woning (oorspronkelijke hoofdbouw); de nieuwe kozijnen op de verdieping qua vorm en afmeting gelijk zijn aan de kozijnen van de achtergevel van de oorspronkelijke woning (hoofdbouw); de aanbouw op de begane grond wordt uitgevoerd met een pui / kozijnen die links en rechts wordt uitgelijnd met de bovenliggende kozijnen; de nieuwe aanbouw wordt uitgevoerd in een materiaal dat qua kleurstelling, structuur, maatvoering en kwaliteit is afgestemd op de bestaande gevel van de woning (oorspronkelijke hoofdbouw) OF de nieuwe aanbouw wordt uitgevoerd in een materiaal dat qua kleurstelling en/of structuur en/of maatvoering contrasteert met de bestaande gevel van de woning (hoofdbouw);

Detailtekeningen: Details bij de aanvraag omgevingsvergunning moeten aantonen dat het ontwerp voldoet aan de criteria zoals hierboven verwoord en zoals uitgebeeld op de 3d impressies (blad 13). Uitzondering Past een ontwerp voor een twee-laagse aanbouw niet in de standaard dan zal dit ontwerp voor mandaatadvies worden voorgelegd aan de Adviescommissie Ruimtelijk Kwaliteit.

BIJLAGE IB

2 laagse aanbouwen VOORBEELDBLAD

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB RECLAME Deelbeleid en handboek 2.2. ALGEMENE CRITERIA B. tussen reclame en de activiteiten in een pand of een bedrijfslocatie moet een directe functionele relatie zijn. Reclame op een bedrijfs- of andere locatie mag niet verwijzen naar een elders gelegen bedrijf, tenzij voor een specifieke situatie middels een aparte beleidsregel anders is bepaald of sprake is van een tijdelijke invulling in een pand in het kader van de aanpak “leegstaande panden / transformatie van panden” waarbij de aantrekkelijkheid /belevingswaarde van het centrum van belang is; g. Bij gebouwen met eigenstandige functie op één bedrijventerrein, die verscholen liggen achter andere gebouwen en die vanaf de openbare weg niet direct zichtbaar zijn, is in beginsel ruimte voor reclame met grotere afmetingen. Dit ter beoordeling in (ARK) mandaat. Voorwaarde : a. het gebouw waarop de reclame wordt geplaatst is van een eenvoudige terughoudende architectuur en de gevels zijn vlak uitgevoerd zonder te zijn voorzien van architectuuronderdelen die door de reclame aan het zicht kunnen worden onttrokken; b. de reclame wordt uitgevoerd in losse letters; c. het gebouw zich presenteert als een terughoudende achtergrond van de reclame. h. LED-light displays/lichtkranten outdoor : voorlopig alleen mogelijk in de vorm van een experiment/pilot.

Beoordeling vooralsnog door de ARK waarbij de gebouwarchitectuur de leidraad vormt voor de mogelijkheden van LED-presentatie. Dit geldt zowel voor afmeting als voor uitvoering (materiaal, kleur etc.). Bij monumenten (rijks-, gemeentelijk-) en beeldbepalende panden zijn voorlopig geen LED-schermen toegestaan. Basiscriteria LED h. (outdoor): a. In beginsel het scherm integreren in het gevelontwerp (niet op-liggend); b. de kleurintensiteit van het LED-scherm dient regelbaar en terughoudend te zijn; c. snel wisselende, knipperende en op-ploppende beelden en teksten zijn niet toegestaan; d. de lichtintensiteit of helderheid van het scherm dient zich automatisch aan te passen aan de lichtintensiteit van de omgeving. De Richtlijn Lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) dient hierbij als leidraad te worden gebruikt; e. geen hinder en/of (verkeers)overlast veroorzaken Niet zijn toegestaan: n. verticaal gerichte, bewegende of knipperende reclames, met uitzondering van de LED displays genoemd onder h. t., LED light-displays / lichtkranten outdoor. Deze zijn in beginsel alleen toegestaan via een pilot/experiment, zie onder 2.2. onder h. (de ARK moet over dit plan positief hebben geadviseerd).

BIJLAGE IB

1.1

VERWIJSBORDEN

Maatschappelijke instellingen Maatschappelijke instellingen waarbij het gebouw en/of de maatschappelijke functie niet zichtbaar is vanaf de openbare weg, en waarbij een bord/zuil op eigen terrein aan waarde verliest, mogen aanvullend een beperkt bord/ zuil plaatsen aan een lantaarnpaal en/of in een groenstrook in de meest directe omgeving van de maatschappelijke instelling. Dit is alleen toegestaan indien alle overige hiervoor benodigde vergunningen en/of toestemmingen kunnen worden verleend. Regel Afmeting bord maximaal 60 cm breed en 60 cm hoog. Afhankelijk van de situatie mag het bord op steunen worden geplaatst waarbij de bovenkant niet meer dan 120 cm mag bedragen vanaf maaiveld. Bij een situatie waarbij een haag aanwezig is mag het bord met zijn onderkant maximaal 20 cm boven de haag uitsteken. Het bord moet worden bevestigd aan een hoogwaardige steunconstructie bestaande uit een verzinkt stalen rechthoekig buizen frame. Op een hoek van wegen is een verwijzing mogelijk van twee borden die aan één zijde gekoppeld zijn, waardoor vanuit beide wegen de verwijzing zichtbaar is. Het ontwerp van de opdruk dient rekening te houden met leesbaarheid door visueel beperkten. Uitzondering (maatwerk): Wanneer de omgevingssituatie daarvoor ruimte laat door zijn grootschaligheid, is een ruimere maatvoering ter beoordeling in (ARK)mandaat.

BIJLAGE IB

2.4.1.3

FOLIERECLAME EN GESCHILDERDE RECLAME

2.4.1.3.1 Foliereclame achter de beglazing Regel: - De bedrijfsnaam in de vorm van een reclamevlak Reclame in de vorm van plakfolie achter de beglazing kan op zichzelf of in combinatie met een uitsteekbak. Andere combinaties zijn niet mogelijk. Per 600 cm winkelpui is een enkel reclamevlak mogelijk. Afmeting van het reclamevlak is maximaal 40 cm hoog en 1/3 van de glasvlakbreedte met een maximum van 250 cm. Reclame in de vorm van plakfolie achter de beglazing kan met andere reclamevormen worden gecombi- neerd. Het voeren van de bedrijfsnaam achter de beglazing in foliereclame is mogelijk met een enkele aanduiding per 600 cm winkelpui, afmeting maximaal 40 cm hoog en 1/3 van het glasvlak breed met een maximum van in totaal 250 cm. Combinaties van andere reclamevormen, bijvoorbeeld bedrijfsnamen in losse letters of in de vorm van reclamevlakken in combinatie , is mogelijk mits deze ‘additionele’ reclames zich beperken tot ondergeschikte toevoegingen aan het etalagebeeld

- De bedrijfsnaam en/of logo-element gecentreerd in het glasvlak van de winkelpui of toegangsdeur. Maximale afmeting van het vlak 40 x 40 cm. Deze vorm van reclame is alleen mogelijk als deze is uitgevoerd in etsfolie met een neutrale licht grijze kleur. Deze reclamevorm mag wel op de dezelfde winkelruit worden gecombineerd met bovenvermelde bedrijfsnaam in foliereclame. - De bedrijfsnaam en/of logo-element in de linker of rechter benedenhoek van de winkelpui. Maximale afmeting van het vlak 20 x 30 cm. Deze vorm van reclame is mogelijk in kleur naar keuze. Deze reclamevorm mag ‘wel’ op dezelfde winkelruit worden gecombineerd met bovenvermelde bedrijfsnaam in foliereclame.

- Displays met productafbeeldingen in etsfolie

BIJLAGE IB met een neutrale licht grijze kleur. Deze reclamevorm mag wel op de dezelfde winkelruit worden gecombineerd Afmeting van het vlak 40 x 40 cm met een maximum aantal van 2 stuks per winkelvestiging.

Uitzondering (maatwerk): Wanneer de gevel van een pand daarvoor ruimte laat, door zijn grootschaligheid zijn langere en/of hogere bedrijfsnamen mogelijk. Dit geldt ook voor oplossingen die onderdeel zijn van het architectonisch ontwerp. Ter beoordeling in mandaat Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. De uitzonderingsregel is niet bedoeld om een bedrijfsnaam met aanvullende maar ondergeschikte informatie, zoals productvermeldingen, uit te breiden. Blinderen van glasvlakken Blinderen van glasvlakken met product tonende sfeerbeelden (grafisch of in fotovorm) door middel van plakfolies met daarop handelsreclame is in beginsel niet toegestaan. Alleen wanneer het architectonisch concept niet wordt aangetast is dit bespreekbaar. Dit geldt ook voor oplossingen die onderdeel zijn van een architectonisch ontwerp. Ter beoordeling in (ARK)mandaat.

BIJLAGE IB ETALAGEBEHEER: TIJDELIJKE INVULLINGEN Om de aanblik van leegstaande etalages in de periode tot her-invulling te verbeteren zijn etalageprojecten toegestaan. Er dient sprake te zijn van aantrekkelijke invullingen die passen in het gebiedsbeeld en functies van de straten en bijdragen aan een positieve beleving van de stad (professionele uitstraling d.m.v. objecten, uitingen met een verhaal of interessante boodschap, thema’s op het gebied van educatie, informatie, promotie etc.). Het materiaal kan worden geleverd door personen, bedrijven of maatschappelijke instellingen. Partners als Zuyd Hogeschool, museum en filmhuis, maar ook andere ondernemers (bv. galeriehouders) of instellingen (bv Chemelot) kunnen interessant zijn voor samenwerking en invulling van etalages. Partijen die aan etalageprojecten meewerken kunnen de naam en contactgegevens op deze wijze in de etalage weergeven door middel van een naambord. Regel: Naambord (opschrift, aankondiging of afbeelding) niet groter dan 0,50 m² en de langste zijde niet meer dan 1 meter. Dit is vergunningsvrij toegestaan. Tijdelijke foliereclame toegestaan, mits dit aansluit bij het architectuurbeeld of historisch karakter van het pand. Ter beoordeling in (ARK) mandaat.

BIJLAGE IB 2.4.2.1

LOSSE LETTERTEKSTEN

Toe te voegen tekstdeel: Gebouwen die verscholen liggen op een bedrijventerrein en die van een sobere, doelmatige bedrijfsarchitectuur zijn mogen zich ruimer presenteren naar de openbare weg, onder voorwaarde dat: 1. het gebouw waarop de reclame wordt geplaatst van een eenvoudige terughoudende architectuur is en waar- van de gevels vlak zijn uitgevoerd zonder te zijn voorzien van architectuuronderdelen die door de reclame aan het zicht kunnen worden onttrokken; 2. de reclame wordt uitgevoerd in losse letters; 3. het gebouw zich presenteert als terughoudende achtergrond van de reclame. Dit is ter beoordeling in (ARK) mandaat.

BIJLAGE IB

HANDBOEK LIGNE, COMPLEXSTANDAARD

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

BIJLAGE IB

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=0884936e-619f-4a56-888b-b41cc5135bf3