CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

07.3 Ecologisch Werkprotocol

Raad 5 oktober 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Bestemmingsplan Middengebied Noord en beeldkwaliteitplan (Geilen) (58)3.510 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ecologisch Werkprotocol Middengebied Sittard-Geleen Definitief

Ecologisch Werkprotocol

1

colofon

projectnaam Ecologisch Werkprotocol datum 3 februari 2023 projectnummer P01650 opdrachtgever Gemeente Sittard-Geleen BRO projectleider RO projectteam RdM, MvdS bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Ecologisch Werkprotocol

2

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

Vooraf Doelen van het ecologische werkprotocol Toelichting doelen

4 4 4

1.3.1 1.3.2

4

1.3.3 1.3.4

1.4

2

3

4

5

Leeswijzer

4 4 4

4

Locatie en de Werkzaamheden

5

2.1 2.2

5 5

Ligging plangebied Huidige en toekomstige situatie

Veldbezoek Januari 2023

7

3.1 3.2

7 7

Methode Resultaten

Te beschermen Natuurwaarden

8

4.1 4.2

8 8

Functies Das Effectenbeoordeling

Het ecologisch werkprotocol

9

5.1 5.2 5.3

9 9 10

Algemeen Uitvoeren van de zorgplicht Soortspecifieke maatregelen 5.3.1

5.4

6

Voldoen aan de algemene zorgplicht (art 1.11 Wnb) Voorkómen van overtreding van de artikelen 3.1, 3.2, 3.5 en 3.10 Wnb Informatievoorzieningen bij eventuele controle door de overheid Een handleiding hoe te handelen voor de aannemer

Das

10

Werkwijze

11

Ecologische begeleiding

Ecologisch Werkprotocol

12

3

Inleiding

1.3

Toelichting doelen

Het feitelijke ecologisch werkprotocol is bedoeld voor gebruik door de aan-

1.3.1

Voldoen aan de algemene zorgplicht (art 1.11 Wnb)

nemer. Het is een bindend contract waaraan ieder die betrokken is bij het

Vooraf

Alle in het wild levende planten en dieren (ook de onbeschermde) moeten

uitvoeren van het ecologisch werkprotocol zich te houden heeft. Afwijking

Voorliggend ecologisch werkprotocol is opgezet in verband met de realisa-

zo veel mogelijk, in alle redelijkheid, ontzien worden. Het werkprotocol

van het protocol leidt mogelijk tot overtreding van de Wet natuurbescher-

tie van een nieuwe woonwijk in het middengebied tussen Sittard en Ge-

moet duidelijk maken dat dit het geval is. Zo dient er gewerkt te worden in

ming en dient voorkomen te worden.

leen. In januari 2021 is een verkennend veldbezoek uitgevoerd aan het

de minst kwetsbare perioden, of in een bepaalde volgorde. Ook zal men

plangebied, waaruit bleek dat dat het plangebied mogelijk geschikt is als

waar nodig of wenselijk bijzondere planten en dieren in veiligheid brengen.

1.3.3

1.3.2

Voorkómen van overtreding van de artikelen 3.1, 3.2, 3.5 en 3.10 Wnb

In feite wordt het werk in de praktijk getoetst aan de Wet natuurbescher-

Er kan geen ontheffing verkregen worden voor het verstoren van soorten

controleplicht die de provincie heeft indien er handhavingsverzoeken in

die behoren tot de Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn, zoals vleermuizen en

het kader van de Wet natuurbescherming ingediend worden. De contro-

broedvogels, in het kader van ruimtelijke ingrepen. Europa staat dat niet

leurs zullen altijd vragen naar het ecologisch werkprotocol en hoe dit ge-

toe voor ruimtelijke ingrepen. In het kader van het belang van de volksge-

bruikt wordt.

1 1.1

leefgebied voor de das. Hier op volgend is in het seizoen van 2021 meerdere keren het plangebied bezocht om de functionaliteit voor de das in kaart te brengen. Uit dit vervolgonderzoek bleken zowel twee (bij)burchten aanwezig te zijn, alsook het plangebied in mindere mate foerageergebied voor de das te betreffen. Geen van deze burchten zullen tijdens of na de werkzaamheden hun functionaliteit verliezen. Daarnaast is er een compensatieplan voor de das opgesteld, om in de toekomstige situatie de da van voldoende foerageer- en leefgebied te voorzien. Binnen onderhavig ecologisch werkprotocol zijn maatregelen voor de werkwijze opgenomen om verstoring en overtredingen te voorkomen.

1.2

Doelen van het ecologische werkprotocol

In het ecologisch werkprotocol wordt uitgelegd op welke wijze er gewerkt dient te worden. De maatregelen zijn gericht op het voorkomen van doden en verwonden van dieren, en op het minimaliseren van de verstoring

Het voldoen aan de algemene zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb);

Het voorkomen dat verbodsbepalingen van de artikelen 3.1, 3.2, 3.5 en 3.10 van de Wnb overtreden worden, en dat daardoor geen negatieve effecten optreden voor beschermde soorten;

Informatievoorziening bij eventuele controle door handhavers van het bevoegd gezag (m.n. de Provincie Limburg);

Een handleiding over “hoe te handelen” voor de aannemer.

ming. En daarin moet zorgvuldig gehandeld worden, in verband met de

zondheid en de openbare veiligheid kan echter voor soorten die behoren tot de Vogelrichtlijn wel onder voorwaarden een ontheffing verkregen wor-

1.3.4

den. In het kader van het belang van de volksgezondheid, de openbare

Om het project te doen slagen, zal steeds zorgvuldig gewerkt moeten

veiligheid en andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met

worden. Dit ecologisch werkprotocol geeft gericht aan, hoe een aannemer

inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip

dient te handelen voor, tijdens en bij de afwikkeling van de ingreep, met

van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten, kan voor soorten uit de

name in specifieke omstandigheden, waarmee voorkomen wordt dat ver-

Habitatrichtlijn eveneens onder voorwaarden een ontheffing verkregen

bodsbepalingen uit de Wnb worden overtreden.

Een handleiding hoe te handelen voor de aannemer

worden.

1.4

welke de werkzaamheden veroorzaken. Het ecologisch werkprotocol heeft meerdere doelen:

Informatievoorzieningen bij eventuele controle door de overheid

Leeswijzer

Het plan mag het functioneren van deze soorten niet aantasten. Onder de

Deze rapportage is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt een korte

broedvogels zijn er enkele soorten waarvan het nest het gehele jaar be-

beschrijving gegeven van het plangebied. In hoofdstuk 3 worden de resul-

schermd is. Voor soorten die een bescherming hebben vanuit paragraaf

taten van een actualiserend veldbezoek, uitgevoerd in januari 2023, be-

3.3 van de Wnb, artikel 3.10 (Wnb-andere soorten, Nederlands be-

schreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de te beschermen natuur-

schermd) kan wel ontheffing verkregen worden. Dit kan alleen onder voor-

waarden. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 het werkprotocol beschreven.

waarde dat de duurzame instandhouding van deze soorten niet bedreigd wordt. Daarom moet de aanwezige beschermde soorten onder deze regeling zoveel mogelijk gespaard worden door een aangepaste werkwijze. Er worden binnen dit ecologisch werkprotocol maatregelen voorgeschreven, zodanig dat wordt voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden.

Ecologisch Werkprotocol

4

2

Locatie en de Werkzaamheden

zijn aanleiding om binnen dit woonmilieu aanvullend een tweetal onder-

2.1

Ligging plangebied

nen aan het Park’.

scheidende milieus te definiëren, te weten: ‘Wonen aan de Graft’ en ‘Wo-

Het ‘Middengebied’ is, zoals de naam suggereert, gelegen te midden van de kernen Geleen en Sittard. De planlocatie is gelegen aan de Middenweg

Het plan omvat maximaal 230 woningen, de zorgwoningen niet meegere-

(N276) en Rijksweg Noord in Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen (fi-

kend. Qua type onderverdeeld in: rijwoningen, 2/1-kapwoningen en vrij-

guur 1).

staande woningen, waarvan een nog nader te bepalen gedeelte projectmatig zal worden ontwikkeld en het resterende deel als bouwkavel zal

2.2

Huidige en toekomstige situatie

worden vrijgegeven aan de individuele vrije sector. Alle vrijstaande wonin-

In de huidige situatie bestaat het plangebied voornamelijk uit agrarische

gen, 2/1-kapwoningen en hoekwoningen kunnen levensloopbestendig -

velden, welke gemengd gebruikt worden, en enkele bosschages (figuur 2).

dat wil zeggen met het volledige programma op de begane grond - uitge-

Tevens zijn er enkele wandelpaden te vinden binnen het plangebied. Op

voerd worden. Voor de tussenwoningen, ook smallere beukmaten, geldt

de noordgrens van het plangebied ligt een talud, welke afloopt naar de la-

dat deze voldoen aan de eisen die gesteld worden aan semi-levensloop-

gergelegen N276. Het oosten van het plangebied ligt tegen het spoortra-

bestendig.

ject Sittard – Geleen oost, welke teven lager in het landschap ligt. Ten zuiden van het plangebied ligt een nog in te richt landschapspark en de wijk

Om de belevingswaarde van het nieuwe dorp nog verder te differentiëren

Oud-Geleen.

zijn verschillende plekken aangemerkt waar bijzondere aandacht wordt

Figuur 1: Topografische ligging van het plangebied (1:25.000 schaal) Locatie van het plangebied (rood omlijnd)

gevraagd voor de uitwerking van de architectuur van de gebouwen. Deze Binnen het plangebied wordt de realisatie van 230 reguliere woningen en

plekken zijn een onderdeel van het totale ensemble en benadrukken de hi-

50 zorgwoningen voorzien (figuur 3). De 230 reguliere woningen hebben

erarchie in het dorp. De betreffende gebouwen staan in een zichtlijn of op

verschillende typologieën. Daarnaast zal aan de oostzijde van het plange-

markante hoeken van straten en zijn daarmee bepalend voor de beleving

bied 50 zorgwoningen worden gerealiseerd. Ingegeven door de lay-out

van de openbare ruimte. Om die reden moet deze bouwsels nadrukkelijk

van het plan zijn twee onderscheidende woonmilieus gedefinieerd, ‘Wo-

worden uitgewerkt, als blikvanger, markering of accent, bijvoorbeeld door

nen aan het lint’ en ‘Wonen achter het lint’. Het ‘Wonen aan het lint’ kan

aan de bebouwing bijzondere architectonische elementen toegevoegd. Te

worden gekarakteriseerd als een organisch gegroeide, ‘stenige’ dorps-

denken valt aan een markante kapvorm, afwijkend materiaalgebruik, over-

straat met een aaneenschakeling van individueel herkenbare panden hier

hoekse elementen als een erker of een bijzonder opvallende schoorsteen.

en daar afgewisseld met een representant van een poort- of hofboerderij, die binnen het woonmilieu als een onderscheidend milieu wordt gedefini-

Er is een geleidelijke overgang van het dorp met het omliggend landschap

eerd. Om dit woonmilieu overtuigend neer te zetten is een concentratie

gecreëerd. Voor de differentiatie van het programma brengt dit met zich

van geschakelde woningen langs het lint onontkoombaar. Het ‘Wonen

mee dat de relatief kleinere woningtypen (rijwoningen) zijn geconcentreerd

achter het lint’ kan worden gekarakteriseerd als een naoorlogse uitbrei-

in het hart van het dorp en relatief grotere woningen (twee-onder-een kap,

dingswijk met een divers bebouwingsbeeld en een grote samenhang tus-

en vrijstaande woningen) in de randen van het dorp. In de zone parallel

sen de openbare ruimte, het groen van de tuinen en de bebouwing. Een

aan de Rijksweg Noord voorziet het vigerend bestemmingsplan in de ont-

aantal specifieke en geografische aspecten van de lay-out van het plan

wikkeling van 50 zorgwoningen.

Ecologisch Werkprotocol

Figuur 2: Luchtfoto van plangebied (rood omlijnd)

5

Figuur 3: Toekomstige inpassing plangebied

Ecologisch Werkprotocol

6

3

Veldbezoek Januari 2023

3.1

Methode

Om recentelijk gebruik van de burchten en het plangebied door de das vast te stellen dan wel uit te sluiten, is op januari 2023 een extra veldbezoek uitgevoerd. Gedurende dit velbezoek is binnen het plangebied naar sporen van de das gezocht. Rond de burchten is met name gelet op vers uitgegraven zand en de staat van de pijpen. Verder is naar wissels, graafsporen en uitwerpselen van de das gezocht binnen het plangebied.

3.2

Resultaten

Bij de burcht in het noordwesten van het plangebied, binnen de bosschage, zijn geen verse graafsporen aanwezig (figuur 4 en 5). Nog slechts een ingang was gedeeltelijk zichtbaar, de overige vluchtpijpen binnen deze bosschage waren niet meer zichtbaar of volledig ingestort. De nog zichtbare ingang was volledig begroeid met klimop. Er is geen wissel vanaf deze pijp zichtbaar. Bij de burcht in het noordoosten van het plange-

Figuur 4: Dassenpijp begroeid met klimop

Figuur 5: Bijburcht in het noordwesten van het plangebied

Figuur 6: Ingezakte burcht in het noordoosten van het plangebied

Figuur 7: Ingezakte bucht in het noordoosten van het plangebied

bied, in het talud van de N276, is grotendeels ingestort (figuur 6 en 7). Voor zover zichtbaar waren alle kamers en pijpen achter alle ingangen ingezakt. Er zijn geen wissels meer zichtbaar lopend naar deze burcht. Bij beide burchten zijn geen sporen van recent gebruik aangetroffen. In de bosschage in het noordoosten van het plangebied zijn de wissels nog zichtbaar, lopende richting het spoor. Tevens zijn er wissels aangetroffen bij de faunavoorziening onder de Rijksweg Noord, gelegen in het landschapspark. Deze werden na circa 15-20 meter van de voorziening onduidelijk. Binnen de rest van het plangebied zijn geen verse wissels, uitwerpselen of anders sporen aangetroffen die duiden op recent gebruik van het plangebied door de das.

Ecologisch Werkprotocol

7

4

Te beschermen Natuurwaarden

4.1

Functies Das

Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn meerdere sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van das aangetroffen in 2022 (figuur 8). Zowel in het westen van het plangebied als in het noordoosten zijn bijburchten met actieve pijpen aangetroffen. Daarnaast kunnen dassen inactieve pijpen plotseling weer in gebruik nemen. Tevens zijn er graafsporen, latrines en wissels aangetroffen. Tijdens het veldbezoek in januari 2023 zijn er geen sporen aangetroffen die duiden op recent gebruik van de burchten door de das. De NDFF geef daarnaast meerdere waarnemingen van de das binnen het Absbroekbos, direct ten oosten van het spoor, en binnen het Watersley complex. In de laatste is een hoofdburcht bekend. Het plangebied zelf betreft secundair foerageergebied. De gronden zijn door de jaren heen in gemengd gebruik geweest. Hierdoor is het uitgesloten dat de percelen een grote regenwormenstand hebben kunnen opbouwen, waardoor ze niet als zeer geschikt habitat kunnen worden aangemerkt. In 2021 zijn o.a. bieten, tarwe en gerst verbouwd op de percelen.

4.2

Effectenbeoordeling

De burchten welke binnen en rond het plangebied aanwezig zijn blijven allen behouden. Ook worden er binnen 20 meter van de burchten geen bouwwerkzaamheden uitgevoerd. Door werkzaamheden binnen 200 meter aangepast uit te voeren kunnen negatieve effecten op voorhand worden voorkomen. Deze maatregelen dienen in een ecologisch werkprotocol te worden verwerkt. Met betrekking tot het aanbieden van voldoende leefgebied en foerageergebied zijn er maatregelen opgenomen binnen het Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen.

Figuur 8: Resultaten van de veldbezoeken in 2022-2023

Ecologisch Werkprotocol

8

5

Het ecologisch werkprotocol

5.2

Uitvoeren van de zorgplicht

5.1

Algemeen

natuurbescherming). Deze zorgplicht is van toepassing op zowel be-

Voor alle in het wild levende soorten, geldt de zorgplicht (artikel 1.11 Wet

Dit werkprotocol dient altijd aanwezig te zijn tijdens de werkzaamheden,

schermde als onbeschermde dier- en plantensoorten, ongeacht vrijstelling

en moet op verzoek aan toezichthouders worden getoond. Voorafgaand

of ontheffing. Op grond hiervan dient zoveel als redelijkerwijze mogelijk is,

aan de werkzaamheden worden alle betrokken uitvoerende medewerkers

schade aan deze gebieden en soorten te voorkomen.

Contactgegevens ecologen BRO in volgorde van aanspreekpunt: 1. Martijn van de Schoot Telefoon: 06-15025346 2. Ronald de Mol Telefoon: 06-15025339 3. Natascha Luijken Telefoon: 06-14879371

mondeling op de hoogte gesteld van de maatregelen die zijn beschreven in voorliggend werkprotocol.

Voor soorten die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming, maar die een vrijstelling hebben van de provincie Limburg, geldt een algemene

Algemene voorwaarden: -

vrijstelling van de verbodsbepalingen. Op grond van de zorgplicht moeten

De werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden conform de in dit

deze soorten echter wel ontzien worden. Om de betreffende soorten zo-

ecologisch werkprotocol beschreven werkwijzen;

veel mogelijk te ontzien dienen de volgende maatregelen te worden uitge-

Een (ondertekend) exemplaar van het ecologisch werkprotocol, het

voerd:

Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen en de quickscan flora en

-

aangegeven werkzaamheden worden uitgevoerd.

fauna dienen aanwezig te zijn op het bouwterrein. Bij controle dienen deze getoond te worden; -

-

-

Om onnodige schade aan planten en dieren te voorkomen dienen de

Alle werknemers dienen op de hoogte te zijn van de inhoud van het

werklocaties en werkvlakken zo beperkt mogelijk te worden gehouden

werkprotocol;

en dient zoveel mogelijk gebruik gemaakt te worden van bestaande

De in dit ecologisch werkprotocol beschreven werkwijzen dienen be-

wegen en paden.

geleid te worden door een ecologisch deskundige; -

Er mag in het kader van onderhavig werkprotocol niet meer dan de

-

Wanneer nieuwe verblijfplaatsen van vrijgestelde en/of beschermde

De uitvoerder is bij de uitvoering van de werkzaamheden op de

soorten aangetroffen worden, moet dit per direct gemeld worden bij de

hoogte van de plaatsen waar zich in het plangebied beschermde dier-

deskundige en moeten ze, indien nodig, in veiligheid gebracht worden

of plantensoorten bevinden;

op een plek in de nabijheid, onder begeleiding van een deskundige.

Werkzaamheden vinden in beginsel plaats in de daglichtperiode, op-

-

Ook andere (en onbeschermde) soorten, mogen niet moedwillig gedood worden.

dat verstoring van de omgeving door verlichting wordt voorkomen. -

De opgaande houtige beplanting rond de gebouwen biedt geschikte

Indien men tijdens de werkzaamheden met (beschermde) plant- of dier-

nestlocaties voor broedvogels. Verstoring van deze nesten dient even-

soorten te maken krijgt, dient men direct contact op te nemen met een ter

eens voorkomen te worden.

zake deskundige ecoloog. De contactgegevens van de betrokken ecologen zijn op meerdere plaatsen aangegeven in dit werkprotocol.

Ecologisch Werkprotocol

9

5.3

Soortspecifieke maatregelen

5.3.1

Das

Deze maatregelen dienen ten aller tijde in acht te worden genomen.

-

Algemeen

De werkzaamheden voor het aanleggen van de groene kaders valt plaat-

-

Om verstoring van dassen binnen het plangebied te voorkomen dienen de

selijk binnen 20 meter van een dassenburcht. Dit betreft het aanplanten

volgende maatregelen in acht te worden genomen:

van een struweel op de noordgrens van het plangebied. Gezien het

-

-

Jaarrond een voldoende en gevarieerd voedselaanbod op bereikbare afstand van de burcht,

Bouwwerkzaamheden dienen voor zonsondergang, maar niet later

slechts het aanplanten betreft, is hier geen tot weinig verstoring te ver-

dan 19:00 uur, te worden gestaakt, en afval dient te worden opge-

wachten. De werkzaamheden kunnen ook plaatsvinden buiten juli tot en

ruimd en gebruikte machines en voertuigen moeten uit het gebied om-

met oktober, indien rekening wordt gehouden met de volgende maatrege-

lijnd in figuur 9 zijn verwijderd om de wissels toegankelijk te houden.

len:

Werkverlichting gericht of uitstralend op de bosschages in het noord-

-

-

Geen verstoring of versnippering van het territorium door wegen, kanalen en dergelijke,

-

Geen verstoring door honden of recreatie (bijvoorbeeld mountainbikes of crossmotoren), Uitwisselingsmogelijkheden met nabijgelegen dassenpopulaties.

Het aanplanten van de struwelen en groen binnen 20 meter van de burchten dient zonder grondberijdende machines en voertuigen te

dient te worden vermeden gedurende de gehele bouwwerkzaamhe-

worden uitgevoerd; -

in de vorm van houtsingels en hagen,

-

oosten en noordwesten van het plangebied en het landschapspark den.

Oriëntatiemogelijkheden en schuilplekken, bijvoorbeeld

Betreden van het talud dient tot een minimum te worden beperkt.

Burchten

Door het aanleggen van het groene kader alvorens er wordt gestart met

Het kennisdocument van de das stelt het volgende met betrekking tot het

de nieuwbouw, wordt een buffer gecreëerd tussenbeide. Dit zorgt voor

aanpassen van de werkwijze en burchten van de das:

een vermindering van het verstoren van de burcht en de wissels in het talud langs de N276 tijdens de bouwwerkzaamheden. Tijdens de nieuwbouw zijn er tevens werkzaamheden binnen 20 meter van de vluchtpijpen voorzien. In alle gevallen zijn dit vluchtpijpen die tijdens geen van de veldbezoek in de laatste 2 jaar in gebruik zijn. Tijdens de werkzaamheden dienen naast eerder benoemde maatregelen tevens rekening te worden gehouden met de onderstaande: -

Om vestiging van de das binnen het bouwterrein (te plaatse van de nieuwbouw) te voorkomen, dient dit goed te worden afgerasterd of ontoegankelijk worden gemaakt.

Leefgebied Om de kwaliteit van het leefgebied in het westen van het plangebied te verhogen voor de aanwezige dassen dienen de maatregelen zoals opgenomen binnen het Dassenplan ‘Middengebied Sittard-Geleen’ te worden uitgevoerd. Deze maatregelen zijn afgestemd op o.a: -

Ecologisch Werkprotocol

Voldoende rust en dekking op de burcht,

Figuur 9: Gebied waarbinnen gebruikte machines moeten worden verwijderd om wissels en leefgebied toegankelijk te houden (zwart omlijnd)

10

5.4

Werkwijze

Binnen tabel 1 is de volgorde van de werkwijze en handelingen opgenomen.

Tabel 1 Werkwijze en Handelen Fase 1 (Groene kader) Half februari 2023

Aanvang van werkzaamheden om de groenstructuur te realiseren. De werkzaamheden worden aangepast aan de onder 5.2 benoemde criteria, ten behoeve van de zorgplicht. De werkzaamheden worden aangepast aan de onder 5.3.1 benoemde criteria, om verstoring van de das te voorkomen.

Q2 2023

Afronden werkzaamheden groenstructuur.

Minimaal 3 maanden voor aanvang van fase 2

Verbeteren van de kwaliteit van het leefgebied van de das met de maatregelen uitgewerkt in het ‘Dassenplan Middengebied Sittard-Geleen’.

Fase 2 (Nieuwbouw) Vanaf Q4 2023

Aanvang werkzaamheden nieuwbouw. De werkzaamheden worden aangepast aan de onder 5.2 benoemde criteria, ten behoeve van de zorgplicht. De werkzaamheden worden aangepast aan de onder 5.3.1 benoemde criteria, om verstoring van de das te voorkomen.

Ecologisch Werkprotocol

11

6

Ecologische begeleiding

Er kan niet ten alle tijden een ecoloog op locatie aanwezig zijn. Wel staan de ecologen van BRO op stand-by mocht zich een probleem voordoen. Bij de volgende situaties wordt geacht dat een ecoloog wordt ingeschakeld: -

Het onverhoopt aantreffen van een dier wat niet op eigen kracht het plangebied verlaat.

-

Het onverhoopt doden of verwonden van een dier.

-

Het aantreffen van nest- of verblijfplaatsen binnen de bebouwing van beschermde soorten waarvoor geen ontheffing is verkregen.

-

Onduidelijkheid omtrent de inhoud van het ecologisch werkprotocol.

-

Enige andere vragen met betrekking tot ecologie welke zich bij dit plan voordoen. Contactgegevens ecologen BRO in volgorde van aanspreekpunt: 1. Martijn van de Schoot Telefoon: 06-15025346 2. Ronald de Mol Telefoon: 06-15025339 3. Natascha Luijken Telefoon: 06-14879371

Ecologisch Werkprotocol

12

Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Ecologisch Werkprotocol

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=971c5a8f-340a-46c1-af97-68f11991c5c1