CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Beantwoording technische vragen (GL-PvdA) inzake Cultureel Kader Gedeeld Plezier

Raad 13 juli 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Cultureel kader: Gedeeld Plezier (Houtakkers)1.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Sittard-Geleen Betreft: Technische vragen over Cultureel Kader: Gedeeld Plezier Datum: 12 juni 2023 Geacht college, Hierbij enkele technische vragen over het Cultureel Kader: Gedeeld Plezier, aangeboden door uw college aan de gemeenteraad voor bespreking in de ronde van 29 juni aanstaande en besluitvorming in de raad van 12/13 juli aanstaande. Vraag 1: Op pagina 5 wordt een koppeling gemaakt tussen leegstand in Sittard-Geleen en de kansen die dit biedt om culturele makers te helpen aan fysieke plekken (creëren van creatieve broedplaatsen). a) Wordt in deze context met leegstand bedoeld: de leegstand van winkelpanden in de centra van Sittard en Geleen? Antwoord: In eerste instantie ligt de focus op leegstand van gemeentelijke vastgoed. Zo hebben we reeds als pilot zijnde een tijdelijke plek kunnen bieden aan de Breakfast Club, een stichting voor jongerencultuur, in een deel van de Petrusschool. Daarmee proberen we eerst het laaghangende fruit te plukken. In een latere fase kan de focus komen te liggen op panden van vastgoedeigenaren. b) Er wordt aangegeven in het kader om ‘enkele pilots’ te starten om leegstand in de tijdelijkheid in te zetten als creatieve broedplaatsen.

Om hoeveel pilots gaat? Wie bepaalt deze hoeveelheid? Hoe worden creatieve makers betrokken bij het opzetten van de randvoorwaarden voor deze pilot? Antwoord: Na het faciliteren van The Breakfast Club op een tijdelijke locatie, hebben zich andere creatieve makers gemeld die behoefte hebben aan een locatie waar ze geïnspireerd worden door andere creatieve makers. Ook SAM Ateliers heeft op eigen initiatief reeds aangegeven dat zij mogelijkheden zien om jonge kunstenaars meer te spreiden over de regio. In samenspraak met deze partijen verdiepen we de behoefte. Aan de hand daarvan zal maatwerk worden verleend. Een exacte hoeveelheid invulling leegstand ligt dus aan de behoefte en hoe deze al dan niet gaat groeien na eerste invullingen. c) Hoeveel middelen zijn concreet beoogd in tenminste 2024 en 2025 voor deze pilots? (Met liefst een doorkijk op beoogde middelen in 2026 en 2027). Antwoord: Zoals beschreven in de financiële paragraaf van het Cultureel Kader is 70.000 euro begroot voor het speerpunt ‘extra aandacht voor jongerencultuur en makersklimaat’. Dit gaat zowel over losse activiteiten als over het stimuleren van broedplaatsfuncties. Daarbij behoeft niet iedere broedplaatsfunctie extra middelen.

Lage huurtarieven, zoals bijvoorbeeld Ad-Hoc die reeds hanteert voor het leegstandsbeheer van gemeentelijke vastgoed, moeten het ook mogelijk maken om zonder extra subsidie als creatieve maker zich te vestigen. Vraag 2: Op pagina 7 is ten aanzien van ‘ruimte voor culturele iconen’ het volgende beschreven: “Tevens creëren we ruimte voor twee culturele iconen die beiden de top van de evenementenpiramide vormen en daarmee een belangrijk uithangbord vormen voor cultureel Sittard-Geleen. Enerzijds blazen we op eigentijdse wijze het straattheaterfestival in Geleen nieuw leven in. In 2023 vindt de eerste pilot editie plaats. Anderzijds houden we de evenementen die we zelf organiseren goed tegen het licht om de juiste kwaliteit te kunnen bieden en onderzoeken we hoe het Oktoberfeest zich als

festival met een duidelijker cultureel profiel kan ontwikkelen, passend bij het eigen verhaal van de stad en regio.” a) Uit de tekst kunnen wij één nieuw beoogd cultureel beoogd icoon halen: het straattheaterfestival in pilotvorm in 2023. Wat is het tweede beoogde cultureel icoon? Indien als nieuw icoon het reeds bestaande Oktoberfeest wordt bedoeld, waarom gaan we daar dan middelen uit het cultuurbudget aan besteden? Antwoord: Naast het straattheaterfestival wordt inderdaad gerefereerd aan het Oktoberfeest. Daar worden niet noodzakelijkerwijs extra middelen vanuit cultuur aan besteed. Het Oktoberfeest is reeds een groots evenement, en biedt tegelijkertijd nog kansen voor culturele doorontwikkeling. Niet alleen feest, ook een culturele laag. De Gentse Feesten, dat een volkskarakter heeft maar waar ook tal van culturele activiteiten aan gekoppeld zijn en samengewerkt wordt met bestaande culturele partijen, is een interessant voorbeeld. b) Op pagina 10/11 in het financiële overzicht staat voor dit onderdeel 100.000 euro benoemd. Welk budget wordt concreet vrijgemaakt voor de pilot straattheater in Geleen in 2023? Antwoord: Voor het straattheaterfestival wordt 100.000,- euro vrijgemaakt. In 2023 hebben ze voor de pilotfase 175.000,- euro ontvangen vanuit coronamiddelen. De opstartfase vraagt altijd meer energie, tijd en middelen.

Op deze termijn is het door de organisatie nog niet haalbaar geweest om goede co-financiering aan te vragen bij bijvoorbeeld de provincie of cultuurfondsen. Dit cultureel ondernemerschap verwachten we wel bij een continuering van het festival. Daarnaast is de bijdrage vooral bedoeld als coproductie bijdrage, hetgeen wil zeggen dat er niet alleen ingekocht wordt, maar vooral ook gezamenlijk met (regionale) partijen producties worden gestimuleerd en ontwikkeld die binding hebben met de regio. c) Wat wordt bedoeld met het onderzoek ten aanzien van het Oktoberfeest in bovenstaand citaat? Antwoord: We onderzoeken hoe we een culturele laag kunnen toevoegen aan het grootste volksfeest van Sittard-Geleen dat vooral ook het verhaal van hier benadrukt. We zijn daarbij niet blind voor de ontwikkelingen dat er inmiddels vele oktoberfeesten in heel Limburg worden georganiseerd. Naast de massaliteit van het evenement zoeken we naar inhoudelijke onderscheidenheid. Daarmee de toekomstbestendigheid van dit volksfeest te borgen. Vraag 3: Op pagina 7 is de bereikbaarheid van cultuur (en sport) voor iedere beurs beschreven. Het lijkt hierbij enkel een verwijzing naar een bestaande regeling te zijn (die gericht is op een financiële bijdrage voor lidmaatschappen).

Klopt onze lezing dat er met dit kader geen extra middelen voor de bereikbaarheid van cultuur voor elke beurs worden vrijgemaakt? Antwoord: Puur kijkend naar de regeling waar deze vraag aan refereert, gaat het over een pilotregeling waar incidenteel geld voor is vrijgemaakt. Bij een succesvolle evaluatie zetten we er structureel op in. Daarnaast zetten we middels dit cultureel kader er veel meer op in om cultuur ook buiten de bestaande instellingen te faciliteren en in de openlucht te tonen. De toevoegingen van interactieve kunst in de openbare ruimte of het straattheaterfestival waar alle activiteiten gratis zijn, zijn ook voorbeelden hoe cultuur beleefd kan worden voor elke beurs. Vraag 4: Op pagina 9 is aangegeven dat we in 2023 en 2024 extra middelen van het rijk ten behoeve van jongerencultuur ontvangen. Om welke bedragen voor beide jaren gaat het? Stelt het rijk hier nog randvoorwaarden bij? Zo ja, welke? Antwoord: We ontvangen van de rijksoverheid in 2023 en 2024 jaarlijks 294.000,- euro aan middelen ten behoeve van jongerencultuur. Het rijk stelt hier minimale voorwaarden aan. Eind 2022 hebben we eveneens incidentele middelen van het rijk voor jongerencultuur ontvangen.

Met deze middelen hebben reeds projecten gestimuleerd met partijen als The Breakfast Club (culturele hub in de Petrusschool), Thuis in je Hoofd van Het Laagland (mentaal welbevinden onder jongeren), Tekstverslaafd (poezie met aandacht voor jonge dichtvormen), Kunstbende (de verbinding met de stad stimuleren), Ecsplore (behoefteonderzoek en cultuurcafé’s met jongeren), etc. Vraag 5: Op pagina 9 staat ten aanzien van het sluiten van het huidige museum het volgende benoemd: “Het museum als concept behoeft een nieuwe definitie om complementair te zijn in de regio en een hogere impact en breder bereik te genereren.” Kan het college duidelijker aangeven wat hier nu precies wel (en dus ook niet) staat?

Antwoord: In het raadsvoorstel is dit nader toegelicht. Concreet betekent dit dat we na het analyseren van de bezoekersaantallen, de totale begroting van het museum en de hoogte van de subsidie hebben geconcludeerd dat de subsidie niet in verhouding staat met dat wat het oplevert. Een groot deel van de begroting van het museum bestaat uit huurkosten van het museum in de Ligne (plusminus 600.000,- euro). Om die reden stellen we voor, en zoals ook besproken met de directie van De Domijnen, om de presentatieruimte in de Ligne niet meer te gebruiken. Daarmee blijft er één presentatieruimte, te weten de Kapittelstraat 6. Deze zien we als vertrekpunt om zowel binnen als in de buitenruimte hedendaagse kunst en erfgoed te beleven. Hiermee komen we tevens tegemoet aan de opgehaalde behoefte in de Toekomstvisie om cultuur vooral ook zichtbaar te maken in de openbare ruimte. De middelen die voorheen besteed werden aan vaste lasten, worden in het voorstel van Gedeeld Plezier deels ingezet voor het zichtbaar maken van erfgoed (€50.000), het toevoegen van interactieve kunst in de openbare ruimte (€200.000) en het oplossen van de depotsituatie (€75.000). Daarmee wordt er in wezen 325.000,- euro meer besteed aan deze ontwikkelingen, waar dat voorheen besteed werd aan huurpenningen. Het museale concept verandert hiermee. Kwaliteit en context zijn begrippen die daarbij centraal staan.

We beseffen dat dit, in eerste instantie, minder aansprekend kan zijn voor de klassieke museumbezoeker (maar waar de bezoekersaantallen dus al van tegenvallen). Echter biedt dit grote kansen om vooral ook nieuw publiek aan te spreken. Buiten de gebaande paden en met nieuwe manieren van presenteren van erfgoed en hedendaagse kunst. Vraag 6: Pagina 10/11 geeft een financieel overzicht. a) Het benoemde totaalbedrag van 600.000 euro, is dit een jaarlijks bedrag of een totaalbedrag tot en met 2026 of 2027? Antwoord: De 600.000,- euro is het totale bedrag dat uiteindelijk omgebogen wordt. Dat volledige bedrag is echter nog niet nodig vanaf 2024. In 2024 gaan we uit van 350.000,- euro, in 2024 van 450.000,- euro en in 2026 van 500.000,- euro aan incidentele middelen. Ter illustratie: het uiteindelijke bedrag voor jongerencultuur zetten we pas in vanaf 2025. Tot en met 2024 kunnen we immers nog gebruik maken van de incidentele rijksmiddelen. De hierboven genoemde bedragen komen overeen met de genoemde bedragen in de kadernota. b) Hoe verhoudt deze lijst zich met de in de Kadernota opgenomen post “Cultuur en immaterieel erfgoed”, met 350.000 euro in 2024, 450.000 euro in 2025 en 500.000 euro in 2026? Antwoord: Deze komt daarmee overeen. Zie bovenstaande toelichting. c) Kunt u een duidelijk overzicht geven met de totaalbedragen op jaarbasis voor: i. De Domijnen; ii.

Subsidies voor verenigingen; iii. Evenementen; iv. Middelen in regeling(en) ten behoeve van toegankelijkheid cultuur. Antwoord: Zoals uit eerdere antwoorden blijkt hebben we juist de dwarsverbanden gezocht en het volledige culturele landschap in ogenschouw genomen. Het huidige culturele landschap vraagt juist om buiten bestaande hokjes te denken en verbindingen te leggen. Het voorgestelde overzicht zou daar geen recht aan doen. Zo zijn het straattheaterfestival Spectaculo, Mama’s Pride en andere festivals gratis toegankelijk, organiseert Het Laagland veel buiten de muren van het theater, verwachten we van de culturele partijen dat zij zich committeren aan de code inclusie en diversiteit, wordt het Cultuureducatie met Kwaliteit programma uitgerold op vele basisscholen en stimuleert onder ander Spectaculo de verbinding tussen amateurs en professionele optredens. Gezegd hebbende dat er dwarsverbanden zijn en ook vanuit de eerste drie bulletpoints (De Domijnen, verenigingen en evenementen) bijgedragen wordt aan de toegankelijkheid van cultuur, noemen we hieronder de bedragen die voor deze ontwikkelingen gereserveerd staan.

De bestaande situatie is dat er 8,7 miljoen subsidie wordt verleend aan De Domijnen, aan culturele vrijwilligersorganisaties (amateurkunsten) 390.000,- euro (structureel) en 100.000,euro (incidenteel) en er een beleidsregeling evenementen is (inclusief een deelplafond van €155.500 voor sport) met een subsidieplafond van 366.000,- euro per jaar. De toegankelijkheid van cultuur zit voorts verweven in andere doelstellingen, dat dit niet een aparte kostenplaats is. Naast het hierboven voorgestelde overzicht verlenen we onder andere nog subsidie aan andere professionele instellingen (Laagland, Ad Mosam, Via Zuid, Cinesud), aan muziekeducatie (via muziekmakelaar Myouthic) en de lokale streekomroep. Tevens

worden nog kosten gemaakt voor onder andere opslag van archief of BKR werken en conform eerder genomen besluit wordt het verschil in loonkosten gedekt van gemeentepersoneel dat is overgegaan naar De Domijnen op basis van overgangs- en garantieafspraken die lopen tot 2028.

Namens de fractie GroenLinks-PvdA, Paul Kubben Raadslid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=e9e15555-e73f-4935-9a0f-120116a36736