CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Schematisch overzicht nieuwe en oude afstemmingsverordening

Raad 12 juli 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Vaststelling van de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ, de Re-integratieverordening Participatiewet, Wijzigingsbesluit Verordening individuele inkomenstoeslag en intrekking van de Verordening Persoonsgebonden Budget (Buhler)3.909 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijzigingenoverzicht Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAZ, IOAW gemeente Sittard-Geleen 2021 - 2023 n.b. alleen de wijzigingen zijn hierin opgenomen. Artikelen die niet zijn veranderd, worden hierin niet genoemd. Tekst in blauw: tekstuele aanpassingen. Tekst in rood: inhoudelijke aanpassingen Was Afstemmingsverordening 2021 Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Sittard-Geleen 2021

Wordt Afstemmingsverordening 2023 Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Sittard-Geleen 2023

De raad van de gemeente Sittard-Geleen;

De raad van de gemeente Sittard-Geleen;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 juli 2020;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 april 2023;

gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a en d, van de Participatiewet, artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);

gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a en d, van de Participatiewet, artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);

Gezien het advies van het Sociaal Overleg;

gezien het advies van het Sociaal Overleg;

besluit vast te stellen: de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente SittardGeleen 2021

besluit vast te stellen: de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente SittardGeleen 2023

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijving 1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet. 2. In deze verordening wordt verstaan onder: a. […]

Artikel 1. Begripsomschrijving 1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet. 2. In deze verordening wordt verstaan onder: a. De wet: de Participatiewet

Toelichting Tekstuele aanpassingen

Tekstuele aanpassing.

b. […] c. Bijstandsnorm: a. toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet, of grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen voor zover sprake is van een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; d. […]

b. IOAW: Wet inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. c. IOAZ: Wet inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. d. Het college: het college van burgemeester en wethouders e. Bijstandsnorm: toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet, of grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen voor zover sprake is van een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen a. Uitkering: algemene bijstand op grond van de Participatiewet of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Artikel 2. Het toepassen van een verlaging 1. Als de belanghebbende naar het oordeel van het college de uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt dan wel anderszins tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan betoont, wordt overeenkomstig de wet en deze verordening een verlaging toegepast. 2. Indien de belanghebbende naar het oordeel van het college de verplichting als bedoeld in artikel 13, tweede lid IOAW/IOAZ of de op grond van hoofdstuk III IOAW/IOAZ aan de uitkering verbonden verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, wordt overeenkomstig deze verordening een verlaging opgelegd. 3. Indien bij de belanghebbende sprake is van een niet onder het tweede lid omschreven verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 20 IOAW/IOAZ ,waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, wordt eveneens overeenkomstig deze verordening een verlaging opgelegd. Artikel 3. Berekeningsgrondslag 1. […] 2. Het college kan besluiten tot het verlagen van de bijzondere bijstand indien de verwijtbare gedraging van belanghebbende, in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand, daartoe aanleiding geeft.

Artikel 2. Het toepassen van een verlaging Als de belanghebbende naar het oordeel van het college de uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt dan wel anderszins tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan betoont, wordt overeenkomstig de wet en deze verordening een verlaging toegepast.

Het tweede en derde lid zijn komen te vervallen. Dit omdat het eerste lid al voldoende duiding geeft en het tweede en derde lid slechts een herhaling van de wetsartikelen betreft.

Artikel 3. Berekeningsgrondslag 1. […] 2. Het college kan besluiten tot het verlagen van de bijzondere bijstand als de verwijtbare gedraging van belanghebbende, in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand, daartoe aanleiding geeft.

Tekstuele aanpassing.

Artikel 5. Afzien van verlaging 1. […] 2. Het college kan volstaan met een schriftelijke waarschuwing indien: 3. […] 4. […]

Artikel 5. Afzien van verlaging 1. […] 2. Het college kan volstaan met een schriftelijke waarschuwing als: 3. […] 4. […]

Tekstuele aanpassing.

Artikel 6. Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging 1. Een verlaging wordt toegepast met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot verlaging aan belanghebbende wordt bekendgemaakt. Indien de verlaging op deze wijze niet of niet volledig kan worden geëffectueerd wordt de verlaging toegepast met ingang van de eerste dag van de gedraging of van de periode waarop de gedraging betrekking heeft. 2. […] 3. […] 4. In afwijking van het eerste lid wordt de verlaging toegepast vanaf de ingangsdatum van de bijstand indien de gedraging wordt geconstateerd bij de beoordeling van een aanvraag.

Artikel 6. Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging 1. Een verlaging wordt toegepast met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot verlaging aan belanghebbende wordt bekendgemaakt. Als de verlaging op deze wijze niet of niet volledig kan worden geëffectueerd wordt de verlaging toegepast met ingang van de eerste dag van de gedraging of van de periode waarop de gedraging betrekking heeft. 2. […] 3. […] 4. In afwijking van het eerste lid wordt de verlaging toegepast vanaf de ingangsdatum van de bijstand als de gedraging wordt geconstateerd bij de beoordeling van een aanvraag.

Tekstuele aanpassingen.

Hoofdstuk 2. Niet nakomen van de niet geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling Artikel 7. Gedragingen Participatiewet Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a en (voor personen jonger dan 27 jaar tijdens de eerste vier weken na de melding) artikel 55 van de wet niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. Eerste categorie 1°. […] a. Tweede categorie 1°. […] 2°. […] 3°. […] 4°. […]

Artikel 7. Gedragingen Participatiewet Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a en artikel 55 van de wet niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: Eerste categorie 1°. […] a. Tweede categorie 1°. […] 2°. […] 3°. […] 4°. […] b. Derde categorie

Tekstuele aanpassingen. De toelichting is weggelaten omdat dit slechts een duiding is van wetgeving en niet van meerwaarde is voor de uitvoering.

b. Derde categorie 1°. […] Artikel 8. Gedragingen en verlagingen IOAW/IOAZ 1. Gedragingen van de belanghebbende waardoor de verplichtingen op grond van artikel 37 van de IOAW/IOAZ, anders dan de verplichting, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c IOAW/IOAZ, niet of onvoldoende zijn nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: -. Eerste categorie: het zich niet dan wel niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet dan wel niet tijdig laten verlengen van de registratie. -. Tweede categorie: a. het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen b. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling. c. het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAW/IOAZ d. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37 lid 1 onder e van IOAW of artikel 37 lid 1 onder e , eerste lid, onderdeel b van de IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de IOAW of artikel 38, eerste lid van de IOAZ. -.

Derde categorie: gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren -. Vierde categorie: het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op

1°. […]

Artikel 8. Gedragingen IOAW/IOAZ 1. Gedragingen van de belanghebbende waardoor de verplichtingen op grond van artikel 37 en 38 van de IOAW/IOAZ, anders dan de verplichting, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c IOAW/IOAZ, niet of onvoldoende zijn nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. Eerste categorie: 1° het zich niet dan wel niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet dan wel niet tijdig laten verlengen van de registratie. b. Tweede categorie: 1° het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen 2° het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling. 3° het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAW/IOAZ 4° het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37 lid 1 onder e van IOAW of artikel 37 lid 1 onder e, eerste lid, onderdeel b van de IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de IOAW of artikel 38, eerste lid van de IOAZ.

Het nieuwe artikel 8 is qua structuur in lijn gebracht met artikel 7. Het nieuwe artikel beperkt zicht tot de afstemmingswaardige gedragingen. De leden 2 t/m 4 zijn verwijderd en worden op inhoud ondergebracht onder het gewijzigde artikel 9. Onder lid 1 is de vierde categorie vervallen. Dit omdat dit bij wet geregeld is en aanvullend gemeentelijk beleid overbodig is. Lid 5 is een aparte gedraging die onder het gewijzigde artikel 15 komt te vallen.

arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale activering. 2. […] 3. […] 4. […] 5. Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de IOAW/IOAZ, wordt een verlaging opgelegd van 50% van de grondslag gedurende één maand. Artikel 9. Hoogte en duur van de verlaging 1. De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in artikel 7, wordt vastgesteld op: a. 5 % van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie. 2. Het college kan een verlaging van categorie c verrekenen over de maand van oplegging van de verlaging en ten hoogste de twee volgende maanden, waarbij over de eerste maand ten minste 1/3 van het bedrag van de verlaging wordt verrekend.

c. Derde categorie: het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale activering. 2. Als er sprake is van een gedraging zoals bedoeld in artikel 20 lid IOAW/IOAZ legt het college een maatregel op. Artikel 9. Hoogte en duur van de verlaging 1. De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in artikel 7 en 8 lid 1, wordt vastgesteld op: a. 5 % van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie. 2. Het college kan een verlaging van categorie c over maximaal drie maanden toepassen. Waarbij over iedere maand minimaal 1/3 van de verlaging wordt toegepast. 3. De verlaging bij gedragingen als bedoeld in artikel 8 lid 2 is blijvend. De hoogte van de verlaging is gelijk aan het inkomen dat belanghebbende zou hebben kunnen verwerven.

Tekstuele aanpassingen n.a.v. de herstructurering van artikel 8.

Hoofdstuk 3. Niet nakomen van de geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling n.b. Eerst viel 10a hier ook onder. Deze heeft hier echter geen betrekking op, dus verplaatst naar hoofdstuk 4.

Artikel 10. Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de wet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 % van de bijstandsnorm gedurende eén maand.

Artikel 10. Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting 1. Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de wet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand. 2. Het college kan een verlaging onder lid 1 over maximaal drie maanden toepassen. Waarbij iedere maand minimaal 1/3 van de verlaging wordt toegepast.

Hoofdstuk 4. Overige gedragingen die leiden tot een verlaging Artikel 10a. Niet nakomen Artikel 11. Niet meewerken aan taaltoets medewerkingsverplichting als bedoeld in artikel Als een belanghebbende niet meewerkt aan het 17 lid 2 van de Participatiewet afleggen van de taaltoets als bedoeld in artikel 18b, Als de belanghebbende een door het college tweede lid, van de Participatiewet, wordt een opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 17 lid verlaging opgelegd van: 2 van de wet niet of onvoldoende nakomt, a. 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand; bedraagt de afstemming gedurende een maand: b. 40% van de bijstandsnorm gedurende één a. 20% bij het niet tijdig voldoen aan het verzoek maand als belanghebbende zich binnen om binnen de gestelde termijn de gevraagde twaalf maanden na bekendmaking van een informatie in te leveren dan wel op een besluit waarmee een verlaging is toegepast aangegeven plaats en tijd te verschijnen. Onder vanwege het niet meewerken aan het niet tijdig wordt verstaan binnen 24 uur na het afleggen van de taaltoets opnieuw schuldig verstrijken van de gestelde termijn of het tijdstip maakt aan dezelfde verwijtbare gedraging. van de afspraak. b. 40% bij het voor een tweede maal niet voldoen aan het verzoek om binnen de gestelde termijn de gevraagde informatie in te leveren dan wel op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen.

Onder niet wordt mede verstaan het wel reageren later dan 24 uur na het verstrijken van de gestelde termijn of het tijdstip van de afspraak.

Artikel 10 hebben we aangepast met toevoeging van lid 2. Hiermee trekken we dit artikel gelijk aan de systematiek van het gewijzigde artikel 9 lid 2 van deze afstemmingsverordening. Dit artikel biedt de mogelijkheid om de verlaging verspreid over 3 maanden te betalen.

Dit artikel is aangepast naar het nieuwe artikel 11 van de afstemmingsverordening. Het afstemmen op grond van niet verlenen van medewerking op grond van artikel 17 lid 2 komt hiermee te vervallen (oude verordening artikel 10a). Rede hiervoor is tweeledig: 1. het niet verlenen van medewerking geeft in de praktijk niet snel aanleiding tot verlaging van de bijstand. Het belangrijkste voorbeeld van de medewerkingsplicht is het toestaan van een huisbezoek. In de praktijk zal het niet toestaan van een huisbezoek leiden tot beëindiging of intrekking van het recht op bijstand, omdat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Het verlagen van de bijstand is in dat geval dus niet aan de orde. Een ander voorbeeld is het niet voldoen aan een oproep om op een bepaalde plaats en tijd te verschijnen in verband met arbeidsinschakeling. In de praktijk betreft het veelal oproepen voor gesprekken om bepaalde inlichtingen te verstrekken, zodat het niet verschijnen dan wordt gezien als het niet nakomen van de inlichtingenplicht.

2. Onder dit artikel (10A van de oude verordening) ging het over het niet meewerken aan een medewerkingsplicht, anders dan al in de Participatiewet benoemd wordt. Het enige wat nog niet bij wet geregeld is, is het niet meewerken aan de taaltoets. Om bovenstaande redenen is ervoor gekozen om het niet verlenen van medewerking zoals bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Participatiewet niet als verlagingswaardige gedraging op te nemen in de nieuwe verordening. Het artikel is gewijzigd naar het niet meewerken aan de taaltoets en als nieuw artikel onder gebracht in het afzonderlijke hoofdstuk ‘Overige gedragingen die leiden tot een verlaging’. Vanwege de wijziging hoort het artiekel immers niet meer thuis onder het hoofdstuk ‘Niet nakomen van de geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot arbeidsinschakeling’. Artikel 11. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid 1. […] a. […] b. […] c. […] 2. Als het college naar aanleiding van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft besloten om op grond van artikel 48, tweede lid, onderdeel b van de wet, de bijstand in de vorm van een geldlening te verstrekken, wordt daarmee rekening gehouden bij de toepassing van onderdelen a tot en met c van dit artikel.

Artikel 12. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid 1. […] a. […] b. […] c. […] d. met 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand als belanghebbende voorafgaand aan de datum van melding algemeen geaccepteerde arbeid niet heeft behouden. 2. Als het college naar aanleiding van betoond tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft besloten om op grond van artikel 48, tweede lid, onderdeel b, van de wet de bijstand in

Dit artikel is aangepast naar het nieuwe artikel 12 van de afstemmingsverordening. Onder lid 1 van het gewijzigde artikel is sub d toegevoegd. Deze regel maakt het mogelijk om een afstemming toe te passen op het verwijtbaar niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid voorafgaande melddatum bijstand. Deze toevoeging is een correctie op de verordening 2021, waarin sub d abusievelijk niet was opgenomen.

de vorm van een geldlening te verstrekken, wordt daarmee rekening gehouden bij de toepassing van onderdelen a tot en met c van dit artikel. Artikel 13. Niet nakomen van het verplicht ontzorgen Als belanghebbende de verplichting onder artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet niet nakomt, wordt een verlaging toegepast. De verlaging wordt vastgesteld op 5% van de bijstandsnorm gedurende één maand.

Dit artikel is nieuw en betreft een actualisatie met de Wet Inburgering 2021 per 1 januari 2022.

Dit artikel is aangepast naar het nieuwe artikel 14 van de afstemmingsverordening. Tekstuele aanpassingen.

Artikel 13. Zeer ernstige misdragingen Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de wet als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van die wet, wordt een verlaging opgelegd van 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand

Artikel 14. Verlagingen van uitkeringen op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 […] Artikel 15. Zeer ernstige misdragingen 1. Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering: a. van de wet als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van die wet, wordt een verlaging opgelegd van 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand. b. van de IOAW/IOAZ als bedoeld in artikel 37, eerste lid onder g, van die wet, wordt een verlaging opgelegd van 100% van de grondslag gedurende één maand.

Artikel 14. Niet nakomen overige verplichtingen […]

Artikel 16. Niet nakomen overige verplichtingen […]

Tekstuele aanpassing

Artikel 12. Verlagingen van uitkeringen krachtens het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 […]

Hoofdstuk 5. Samenloop en recidive

Dit artikel is aangepast naar het nieuwe artikel 15 van de afstemmingsverordening. Aanpassing in de opmaak. Ook is sub b toegevoegd. Deze is in de huidige verordening opgenomen onder artikel 8 lid 5. Abusievelijk werd hier gesproken van een verlaging ter hoogte van 50% van de grondslag. Dit klopt niet aangezien hiermee een gelijke gedraging zwaarder gesanctioneerd zou worden onder de Participatiewet. Met deze aanpassing wordt de hoogte van de verlaging onder beide wetten gelijkgesteld.

Artikel 15. Samenloop van gedragingen 1. […] 2. […] 3. […] 4. […]

Artikel 17. Samenloop van gedragingen 1. […] 2. […] 3. […] 4. […] 5. Als er sprake is van een gedraging die aanleiding kan zijn voor zowel het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van de Wet inburgering 2021 als een verlaging op grond van artikel 18 van de Participatiewet, handelt het college als volgt: a. bij het niet nakomen van verplichtingen en afspraken in het Plan Inburgering en Participatie (PIP), waarbij de nadruk ligt op het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, wordt een verlaging op grond van artikel 18 van de Participatiewet beoordeeld; b. bij het niet nakomen van verplichtingen en afspraken in het Plan Inburgering en Participatie (PIP), waarbij de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing, wordt een boete op grond van de Wet inburgering 2021 beoordeeld.

Artikel 16. Recidive […]

Artikel 18. Recidive […]

In de nieuwe verordening is lid 5 toegevoegd. Dit betreft een actualisatie met de Wet Inburgering 2021 die per 1 januari 2022 is ingegaan.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen Artikel 17. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021.

Artikel 19. Intrekken oude verordening De Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Sittard- Geleen 2021 wordt

In de nieuwe verordening wordt de intrekking en de inwerkingtreding en citeertitel in twee aparte artikelen vermeld.

2. De Afstemmingsverordening Participatiewet ingetrokken per datum inwerkingtreding van de gemeente Stein 2018 wordt met ingang van de ‘Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, datum van inwerkingtreding van deze verordening IOAZ gemeente Sittard- Geleen 2023’. ingetrokken, zulks met dien verstande dat eerstgenoemde verordening van kracht blijft voor op Artikel 20. Inwerkingtreding en citeertitel deze datum aanhangig zijnde aanvragen en 1. Deze verordening treedt in werking na de datum bezwaar- en/of (hoger) beroepsprocedures. Besluiten van bekendmaking. welke zijn genomen krachtens de 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Afstemmingsverordening Participatiewet gemeente Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW Stein 2018 die golden op de datum van en IOAZ gemeente Sittard- Geleen 2023. inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Afstemmingsverordening Participatiewet gemeente Stein 2021. Toelichting afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Sittard-Geleen 2023 n.b. alleen de inhoudelijke wijzigingen zijn in onderstaande tekst opgenomen. Tekstuele aanpassingen zijn gebaseerd op de wijzigingen in de artikelen of zijn aangepast vanwege verouderde informatie (bijv.

verwijzing naar de voormalig WWB) in de huidige afstemmingsverordening. Deze worden niet apart benoemd. Artikel 10a. Niet nakomen medewerkingsverplichting als bedoeld in artikel 17 lid 2 van de Participatiewet Artikel 17 lid 2: De belanghebbende is verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. Dit artikel 10a in de verordening is ook van toepassing op de situatie dat een belanghebbende niet verschijnt bij de taaltoets zoals omschreven in de Wet Taaleis Participatiewet cq. weigert de taaltoets af te leggen. De andere afstemmingsmogelijkheden bij het niet meewerken aan een taalplan of bij onvoldoende voortgang ten

Artikel 11. Niet meewerken aan taaltoets Artikel 18b (taaleis) in de Participatiewet bevat een verplichting voor bijstandsgerechtigden om de Nederlandse taal te beheersen, voor zover dit noodzakelijk is voor het naar vermogen verkrijgen, aanvaarden en behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. Het artikel kent ook een eigen afstemmingsregime wanneer blijkt dat belanghebbende de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. De impliciete verplichting in artikel 18b, tweede lid, van de Participatiewet, om mee te werken aan het afleggen van de taaltoets is echter niet

Toelichting aangepast n.a.v. wijzigen artikel.

gevolge van gebrek aan motivatie zijn geregeld in de Wet Taaleis Participatiewet zelf.

gesanctioneerd. Dat gebeurt nu via artikel 12 van de afstemmingsverordening. Het artikel regelt bij recidive zelf de sanctie. Artikel 18 van deze verordening is hier dan ook niet van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=de2d7582-4d9f-4eeb-ba52-f57458cb1d19