CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Pro formabegroting 2025-2027 GR KBL

Raad 27 juni 2024, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Voorlopige jaarstukken 2023 en ontwerp begroting 2025 GR Kredietbank Limburg (Buhler) (71)12.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Openbaar lichaam Kredietbank Limburg Meerjarenbegroting 2025, 2026 en 2027

CONCEPT

Pagina 1 van 37

Inhoudsopgave Voorwoord 1. Inleiding 2. Uitgangspunten en ontwikkelingen Economische situatie

3 4 5 5

Ontwikkelingen in de Schuldhulpverlening

5

Uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de begroting 2025

5

3. Bedrijfsvoering 4. Dienstverlening Preventie, vroegsignalering & educatie

7 8 8

Schuldhulpverlening

9

Sociale kredietverstrekking

14

Inkomensbeheer en -ondersteuning

14

5. Meerjarenbegroting 6. Kerngegevens 7. Paragrafen Bekostigingsstructuur

17 17 18 18

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

18

Risicoparagraaf

19

Financiering

20

8. Meerjarenbegroting 2025, 2026 en 2027 9. Toelichting op de meerjarenbegroting 2025, 2026 en 2027 Baten Lasten

27

10. Verdeling van de lasten in directe kosten en overhead 11. Overzicht structurele en incidentele baten en lasten 12. Balans per 31 december 2025, 2026 en 2027 13. Toelichting balans per 31 december 2025, 2026 en 2027 Activa Passiva 14.

23 24 24 29 30 32 33 33 34

Geschatte dienstverlening GR-gemeenten KBL 2025 - 2027

Pagina 2 van 37

36

Voorwoord Bestaanszekerheid staat zowel landelijk als regionaal hoog op de politieke agenda. Vrijwel iedereen vindt het belangrijk om mensen een zeker bestaan te bieden. Het is niet voor niets een grondrecht. En dat grondrecht staat al een tijdje op losse schroeven. Zo laten de energiecrisis en de hoge inflatie van de afgelopen jaren zien dat het veel mensen niet goed lukt om hun hoofd financieel boven water te houden. Het (minimum)inkomen en de bijstand blijken voor een grote groep mensen ontoereikend en ook middeninkomens komen regelmatig in de problemen. De landelijke ambitie is om armoede- en schuldenproblematiek in 2030 te halveren. Een hoge ambitie. De laatste cijfers van het CBS laten momenteel echter een stijgende trend zien. Er moeten nog heel wat maatregelen worden genomen om dit tij te keren. Deze maatregelen zullen hoofdzakelijk op rijksniveau moeten plaatsvinden, zoals het herijken van het sociaal minimum, het betaalbaar houden van primaire levensbehoeften, het vereenvoudigen van het belasting- en toeslagenstelsel maar ook meer geoormerkte middelen voor lokale schuldhulpverlening. In veel van onze gemeenten is sprake van bovengemiddelde problematiek op gebied van armoede en schulden. Gebrek aan bestaanszekerheid zorgt niet alleen financieel voor problemen maar ook op gebied van gezondheid, perspectief en het gebruiken van kansen.

Dit vraagt een grote inzet van professionals niet alleen in de schuldhulpverlening maar ook in de bredere sociale sfeer. Het toenemende bewustzijn van de omvang en de brede effecten van deze problematiek onderstreept het belang van de effectieve inzet van schuldhulpverlening. Hier is Kredietbank Limburg goed in en we zien kans om hier nog beter in te worden. Als gevolg van het uittreden van de gemeente Heerlen uit het samenwerkingsverband zijn de resterende deelnemers bezig met het herijken van de strategie 1 en werken we aan een nieuwe visie op hoe we mensen met schulden in 2025 en daarna nog beter kunnen helpen. Daarbij zien we nog meer winst te halen in hoe we onze processen en producten aanpakken. We zijn al meer naar de mensen toe gegaan door het inloopspreekuur te verplaatsen naar locaties in de wijken van de deelnemende gemeenten. Als bijkomend streven zetten we de deur open voor andere gemeenten om deel te nemen aan deze mooie organisatie. Ik ben trots op KBL, op onze mensen en het werk dat onze mensen leveren. Samen met de andere bestuurders, de directie en het management zie ik de toekomst van Kredietbank Limburg met vertrouwen tegemoet! Judith Bühler Voorzitter Bestuur Kredietbank Limburg Geleen, april 2024

1

Gezien de uittreding van de gemeente Heerlen en de herijking van de strategie betreft het hier een proforma begroting. De gevolgen hiervan worden inzichtelijk gemaakt bij de eerste begrotingswijziging eind 2024.

Pagina 3 van 37

1. Inleiding Als de statistieken kloppen dan gaan we in 2025 meer mensen helpen met goede schuldhulpverlening. Als mensen gemiddeld tussen de vier en vijf jaar wachten voor ze hulp zoeken met hun schulden dan zou 2025 weleens een spannend jaar kunnen worden. Vanaf begin 2020 zijn we geconfronteerd met de Corona pandemie, met de Oekraïne crisis, gevolgd door de energiecrisis en uiteindelijk heeft dat alles geresulteerd in ongekende inflatiecijfers. Dat zou betekenen dat we volgens de statistieken in 2025 echt de gevolgen gaan zien van wat dit gedaan heeft met de problematische schuldenproblematiek. Eind 2023 gaven de statistieken van het CBS al aan dat voor het eerst in langere tijd de schuldenproblematiek aan het toenemen is. De ambities van het (demissionaire) kabinet zijn echter onverkort hoog. In een paar jaar tijd een halvering van deze problematiek is het streven. Het wordt dan ook tijd dat we de mouwen gaan opstropen. Basisdienstverlening schuldhulpverlening moet de standaard worden. De VNG en het Ministerie van SZW hebben daar hun handtekening onder gezet. De beweging van “vrijblijvende schuldhulpverlening” naar meer uniforme en afdwingbare dienstverlening is daarmee ingezet. Los van de landelijke veranderingen die er zeker zullen komen zullen we ook in 2025 door ontwikkelen als KBL.

We zullen nog slagen maken qua ICT en ook zullen we dit jaar starten met de uitwerking van de in 2024 vaststelde visie op KBL die ervoor moet zorgen dat we vol energie vooruit gaan kijken om mensen met financiële problematiek zo goed en duurzaam mogelijk weer perspectief te bieden. Als we dat goed doen dan willen we ook meer gemeenten gaan verleiden om toe te treden tot de Gemeenschappelijke Regeling.

Pagina 4 van 37

2. Uitgangspunten en ontwikkelingen Economische situatie Uit de halfjaarlijkse cijfers (december 2023) van de Nederlandsche Bank blijkt dat de Nederlandse economie in de tweede helft van 2023 nauwelijks groeit (0,1%). Als oorzaken hiervoor worden genoemd de hoge inflatie en de scherp gestegen rente. De verwachting is dat de economie in 2024 zich weer zal herstellen en dat huishoudens hun beschikbare inkomen gemiddeld gezien weer zien toenemen. In 2025 wordt verwacht dat economische groei nog verder aantrekt. De geraamde inflatie zal nog enige tijd boven de 2% liggen wat vooral te maken heeft met een overspannen economie en de krapte op de arbeidsmarkt. Wel zal de werkloosheid langzaam oplopen naar 4% in 2025.

Ontwikkelingen in de Schuldhulpverlening De ambities van Minister Schouten zijn groot. Voor het behalen van de doelstelling van de regering “Het halveren van armoede in Nederland in 2030” is het volgens het kabinet noodzakelijk het aantal huishoudens met problematische schulden minimaal te halveren. Dat betekent minimaal 300.000 huishoudens uit de problematische schulden in 2030. Het aantal mensen dat jaarlijks een regeling krijgt moet worden verhoogd. Volgens het kabinet zouden 2,5 keer meer mensen een traject aangeboden moeten krijgen. Kortom een uitdaging van jawelste! Belangrijke instrumenten om meer mensen sneller en duurzaam te helpen zijn de afgelopen periode ontwikkeld, zoals het Schuldenknooppunt, de inzet op het saneringskrediet en stelselafspraken met schuldeisers. Door deze ambitieuze doelstellingen van het kabinet zullen we moeten aanpassen en verder blijven door ontwikkelen. Van groot belang is dat we ons vooral gaan richten op een goede implementatie van alle wijzigingen die op ons afkomen. Uniformiteit van de uitvoering is dan echt een noodzakelijke voorwaarde. Ook op landelijk niveau wordt deze ambitie naar meer uniformiteit gedeeld en inmiddels ook vormgegeven in nieuw gemaakte bestuurlijke afspraken over basisdienstverlening ter verbetering van de schuldhulpverlening. Deze afspraken zijn ondertekend door VNG, NVVK, Divosa en het Ministerie van SZW.

Dat betekent dat de komende jaren een flinke impuls gegeven zal worden aan meer uniforme dienstverlening en daarnaast ook het meten van de prestaties van gemeenten op het gebied van schuldhulpverlening. Samen met onze GR-gemeenten gaan we ook kijken wat dit voor effect heeft op de visie en missie van KBL en welke strategie we de komende jaren gaan bewandelen.

Uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de begroting 2025 De aannames die we gemaakt hebben voor 2023 zijn redelijk goed uitgekomen in vergelijking met de realisatie. Ook in 2025 zullen we vooral kijken naar de volumeontwikkeling van onze dienstverlening en deze schatten we samen met onze GRgemeenten zo realistisch mogelijk in. We houden rekening met 6% indexatie van de baten en 4% indexatie van de lasten in 2025. Door de uittreding van de gemeente Heerlen moeten we tot overeenkomst komen met de gemeente Heerlen voor de werkzaamheden die we volgens afspraak in 2025 en navolgende jaren nog blijven doen. Het betreft het bedienen van de bestaande populatie van de gemeente Heerlen. Daarnaast moet ook de berekening nog worden gemaakt van de uittredingskosten waarover dan ook nog consensus moet worden bereikt tussen de partijen. Pagina 5 van 37

Hierboven werd gemeld dat we als KBL met een strategie traject aan de slag gaan. Als de contouren daarvan duidelijk zijn zal aan het bestuur ook een keuze worden voorgelegd voor een andere wijze van bekostiging voor KBL. Deze zal uiteindelijk landen in de eerste begrotingswijziging 2025. Allemaal factoren die we nu niet financieel kunnen vertalen. We bieden ook een begroting 2025 aan op basis van de systematiek de we in de afgelopen jaren hebben gehanteerd. Organisatie We kunnen niet alles tegelijk maar een nieuwe bekostiging, een uittreding van de gemeente Heerlen, vele veranderingen in de Schuldhulpverlening (ambitie Kabinet) en de inzichten van een nieuwe strategie voor KBL zullen een “natuurlijk” moment zijn om te kijken of onze organisatie daarbij past. Danwel te bezien wat er nodig is om deze passend te maken bij al deze veranderingen. Vervangingsinvesteringen Ook in 2025 zullen (vervangings-)investeringen plaatsvinden op basis van het door het bestuur vastgestelde investeringsplan. Omzet Niet-GR gemeenten Deze schatten we vooralsnog in op het gemiddelde niveau van het jaar 2024.

Pagina 6 van 37

3. Bedrijfsvoering Informatiemanagement, -veiligheid en technologie Met betrekking tot informatiebeheer voeren we stapsgewijs de aanpassingen in wet- en regelgeving in onze organisatie door. Per 1 juli 2024 is de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling van kracht. Hiermee is gemeentelijke taak voor schuldhulpverlening aan KBL gedelegeerd en vormt de basis voor verdergaande uniformering. Vanuit een nieuwe ICT strategie bouwen we voort aan een toekomstbestendige werkomgeving met o.a. Cloud en bijvoorbeeld Daas oplossingen. Daarnaast bouwen we verder aan de professionalisering van onze Functioneel Beheer afdeling. PR & Communicatie De doorontwikkeling van onze website heeft in afgelopen periode geen prioriteit gekregen. In plaats daarvan is gekozen voor een actualisering van de huidige website. Voor 2025 zal opnieuw de website geprioriteerd moeten worden om te voldoen aan de wettelijke vereisten. Gekeken wordt hoe we met een vrij beperkt budget onze communicatie verder vorm kunnen geven zodat we het bereik onder onze doelgroep kunnen vergroten. Gebouwbeheer en facilitering Het huurcontract voor onze huisvesting eindigt per 1 juli 2025.

Pagina 7 van 37

4. Dienstverlening Preventie, vroegsignalering & educatie Schulden leiden tot persoonlijke problemen en maatschappelijke kosten. Preventie, vroegsignalering en educatie zijn daarom niet alleen belangrijk voor de betrokkenen, maar ook voor alle partijen die in aanraking komen met betalingsachterstanden. Allerlei partijen (denk aan scholen, werkgevers, uitkeringsinstanties, woningcorporaties, nutsbedrijven, huisartsen, Rechtbanken, overheid, wijkteams, etc.) kunnen een belangrijke ondersteunende rol hebben in het bijdragen aan personen/gezinnen met financiële problematiek op weg te helpen naar een schuldenvrij bestaan. Preventie Financiële opvoeding kan niet vroeg genoeg beginnen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die al op jonge leeftijd bewust leren omgaan met geld later minder vaak te maken hebben met financiële problemen. Ter preventie is het belangrijk om jongeren financiële vaardigheden bij te brengen, jongeren bewust maken van hun financiële houding en, indien nodig, hieraan werken. Bewustwording en gedragsverandering is niet van de één op de andere dag gerealiseerd, maar onbewuste processen zijn wel zeer bepalend voor ons handelen. Onze lopende initiatieven rondom werkgeversdienstverlening zullen we waar mogelijk en van toegevoegde waarde verder uitbreiden en door ontwikkelen.

Vroegtijdige laagdrempelige gespreksvoering met open spreekuren, educatieve informatiesessies en gebruik maken van financiële signaleringsinstrumenten (Mesis) om ook hier preventief en dus vroegtijdig ingrijpende schuldhulpverlening of beschermingsbewind te voorkomen. Vroegsignalering Het doel van vroegsignalering is dat we niet willen dat mensen met schuldenproblematiek zo’n 4 à 5 jaar wachten met het vragen om hulp. Schulden zijn dan al vaak opgelopen tot gemiddeld € 43.000. Niet iedereen weet de weg naar hulp even gemakkelijk te vinden en als ze die al gevonden hebben dan zijn er best wel wat barrières te slechten blijkt uit een onderzoek van de Nationale Ombudsman naar de toegang tot de schuldhulpverlening. Convenanten met woningcorporaties, energieleveranciers en zorgverleners zijn al geruime tijd gemeengoed binnen de schuldhulpverlening, ook binnen Kredietbank Limburg. Vanaf 2018 hebben we ook uitvoering gegeven aan een aantal pilots met gemeenten, werkgevers, SVB, het UWV en WSP Parkstad. De resultaten van die convenanten en pilots hebben bijgedragen aan de wijzigingen die in de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS) met ingang van 1 januari 2021 zijn opgenomen. In de vroegsignalering zien we nu structurele, uniforme vormen van samenwerking met signaalpartners om snel mensen met financiële problemen perspectief te kunnen geven middels een outreachende werkwijze.

In de WGS is opgenomen dat vroegsignalering een wettelijke verplichting is. De vroegsignalering ziet erop toe dat organisaties op het gebied van wonen, energie, zorg en water verplicht zijn om een betalingsachterstand direct te melden bij de gemeente waar de klant woont. Doordat al deze partijen signalen over betalingsachterstanden op 1 centraal punt doorgeven, kan er gericht actie worden ondernomen om deze klant te benaderen en te helpen. Door er in een eerder stadium bij te zijn is het de verwachting straks met lichtere vormen van interventie mensen te ondersteunen. In de eerste jaren verwachten we dat klanten met problematische schulden bereikt worden die niet uit zichzelf de stap richting de schuldhulpverlening zullen zetten.

Pagina 8 van 37

Binnen gemeenten wordt de vroegsignalering steeds meer vormgegeven, waarbij KBL in diverse gemeenten in meer of mindere mate is betrokken. In onder meer Kerkrade, Sittard-Geleen en Maastricht geven we mede uitvoering aan het actief opzoeken van mensen die betalingsachterstanden en/of schulden hebben. We zullen deze activiteiten waar mogelijk nog verder ontplooien. Zo is er bijvoorbeeld in Kerkrade het project “Vroeg er op af”, waarbij de gemeente, KBL en partners uit het maatschappelijke veld de vroegsignalering nader vormgeven. Ook in Sittard-Geleen geven we uitvoering aan de vroegsignalering samen met Vidar en ketenpartner Partners in Welzijn. Daarnaast wordt er in Sittard-Geleen, samen met het jongerenpunt, het programma Start Schuldvrij uitgevoerd. Hierbij worden jongeren, waarvan bekend is dat zij kampen met schulden, schuldhulp geboden. In deze werkwijze wordt niet alleen gekeken naar de schulden maar ook naar hun scholing of arbeidsmogelijkheden. Uitgangspunt is perspectief krijgen en behouden op een schuldenvrije toekomst. In de gemeente Kerkrade is er de zogenaamde Geldwijzerwinkel (www.geldwijzerwinkel.nl). De Geldwijzerwinkel fungeert als centrale laagdrempelige toegangsplek ten behoeve van 1e advisering en snelle juiste en “warme” doorverwijzing naar bijvoorbeeld de (schuld)hulpverlening.

Ook worden vanuit de Geldwijzerwinkel diverse workshops, cursussen, (geld)trainingen, campagnes en andere activiteiten georganiseerd in samenspraak met de diverse betrokken partijen. Komende jaren dragen we als KBL samen met de betrokken samenwerkingspartners bij aan de verdere positionering en invulling van de Geldwijzerwinkel. Ten slotte zijn we in Maastricht intensiever gaan samenwerken met organisaties als Leger des Heils en Levanto om onder andere de financiële woonblokkades die uitstroom belemmeren aan te pakken. Ook werken we samen met MTB om werknemers met schulden perspectief te geven. Educatie We geloven in een wereld waarin iedereen kan meedoen, thuis en op het werk. We willen elke (jong)volwassene die wat ondersteuning kan gebruiken een zetje geven om hun financiële vaardigheden te ontwikkelen. Om zijn of haar zelfvertrouwen te verhogen, financieel redzamer te worden en zich beter thuis te laten voelen in het omgaan met geld. Daarom bieden we trainingen aan zoals Rondkomen met Inkomen waar mensen oefenen en kennis aangereikt krijgen. We bieden budgetcoaching aan maar begeleiden mensen ook naar taallessen, digitale vaardigheidstrainingen als uit onze Mesis-screening en taalmeter blijkt dat mensen ondersteuning nodig hebben.

Schuldhulpverlening Als je gebruik wilt maken van schuldhulpverlening, verloopt het traject in vier fases. Deze werkwijze is ontstaan vanuit ervaringen en wetenschappelijke inzichten. Het voornaamste doel is dat de situatie van de klant centraal staat en samen wordt gekeken naar wat de beste interventies zijn om de problemen op te lossen. De werkwijze gaat uit van vier vaste fases die een klant doorloopt, maar in elke fase is het aan de klant om samen met de schuldhulpverlener te kijken welke stappen hij kan en wil zetten.

Intake Goede hulpverlening begint bij laagdrempelig en snel contact met de schuldhulpverleners. Het is belangrijk om goed inzicht te krijgen wat iemand nodig heeft en hoe iemand het beste geholpen kan worden. De klant voert een gesprek met de schuldhulpverlener. Samen kijken ze welke interventies nodig zijn en dat leggen ze vast Pagina 9 van 37

in een plan van aanpak. Het plan van aanpak wordt ondertekend door de klant, waarop het toegangsbesluit Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS) wordt afgegeven. Dit betekent dat de klant geholpen gaat worden om zijn problematische schulden op te lossen. Crisissen in de vorm van ontruimingen of afsluitingen vragen om snelle acties ter voorkoming van erger. Bij de aanmelding van een burger wordt meteen beoordeeld of er sprake is van een crisissituatie die om interventie van ons vraagt. Een crisissituatie en de stress die mensen daarin ervaren wil je als eerste oplossen. Als de crisis bezworen is of als er geen sprake is van een crisis is het belangrijk dat klanten de gelegenheid krijgen om hun verhaal te doen, hun zorgen en belangen te kunnen delen. Het recht op schuldhulpverlening is bij wet geregeld in de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS). Deze wet stelt eisen aan de gemeente die verantwoordelijk is voor de uitvoering van schuldhulpverlening. De wet valt onder het bestuursrecht waardoor formeel een aanvraag moet worden gedaan. Hierdoor moet onder andere een beschikking worden afgegeven wanneer iemand wordt toegelaten, gelden er bepaalde termijnen en is bezwaar mogelijk wanneer de schuldhulpverlening voortijdig wordt beëindigd. De termijnen: een klant wordt binnen 1 werkdag benaderd na zijn hulpvraag om in overleg het intakegesprek te plannen.

Dit intakegesprek dient binnen 4 weken plaats te kunnen vinden. Uiterlijk 8 weken nadat de hulpvraag in het intakegesprek is vastgesteld dient er een toelatingsbeschikking dan wel afwijzingsbeschikking te zijn afgegeven. De spelregels hiervoor vinden we weer terug in de diverse beleidsregels van de afzonderlijke gemeenten. Deze termijnen worden besproken met de klant tijdens de intakefase. Hierin geven we niet alleen aan wat we gaan doen, maar ook hoelang dit gaat duren. Door regelmatig samen met de klant te evalueren, houd je niet alleen de klant betrokken bij het traject, hij voelt dan ook de betrokkenheid van zijn schuldhulpverlener. Dit verkleint de kans op uitval en daarmee recidive bij de start van een traject. Op deze manier streven we ernaar om de schuldhulpverlening te verduurzamen.

Stabilisatie Na de intake wordt de klant geholpen om zijn inkomsten en uitgaven in balans te brengen. Hierbij is het van belang dat de inkomsten worden gemaximaliseerd, de uitgaven tot het minimum worden beperkt, er geen crisis is en de beslagvrije voet wordt gegarandeerd. De klant wordt ondersteund om gezond financieel gedrag te ontwikkelen via de coaching van de schuldhulpverlener. Zodra er een beeld is van de totale schuld en bijbehorende schuldeisers wordt een schuldsanering gestart. Een sanering is niet altijd het doel van het plan van aanpak. Soms is stabiliseren voldoende en kan de klant zelfstandig verder. En soms is dat het hoogst bereikbare doel voor het komende jaar.

Schuldenaanpak Indien vanuit de intake blijkt dat een klant hulp nodig heeft bij het aanpakken van zijn schulden, dan staan hiervoor een aantal instrumenten ter beschikking. KBL beperkt haar dienstverlening niet alleen maar tot het helpen van mensen met problematische schulden. We zijn er trots op dat daar waar mensen hulp nodig hebben bij het in de grip krijgen van niet-problematische schulden er ook passende dienstverlening kan worden aangeboden. Dat geldt ook voor mensen die niet kunnen of willen voldoen aan de spelregels voor een schuldregeling of de aard van het schuldenpakket een schuldregeling niet toestaan. De drie hoofdpijlers binnen de dienstverlening schuldenaanpak zijn: - Informatie & advies - Duurzame financiële dienstverlening - Schulden regelen Hieronder zullen we daar nader op ingaan. Pagina 10 van 37

Informatie & advies Het doel van deze vorm van dienstverlening is het geven van informatie & advies over het zelfstandig bereiken van duurzaam financieel evenwicht zonder gebruik te maken van de producten stabilisatie, betalingsregeling, herfinanciering, schuldregeling, budgetbeheer, budgetcoaching of duurzame financiële dienstverlening. Door het geven van informatie & advies kan ook een beroep op andere vormen van financiële dienstverlening worden voorkomen. Informatie & advies beoogt informatie voor de klant te ontsluiten waardoor inzicht wordt geboden in financiële keuzes en de klant in staat wordt gesteld de eigen financiën zelfstandig te regelen . Duurzame financiële dienstverlening Het doel van duurzame financiële dienstverlening (DFD) is het in evenwicht brengen en houden van inkomsten en uitgaven van de schuldenaar, waarbij is vastgesteld dat het bestaande schuldprobleem door in of bij die persoon gelegen omstandigheden nog niet duurzaam opgelost kan worden. DFD is erop gericht om de maatschappelijke positie van de schuldenaar niet te laten verslechteren. De schuldhulpverlener draagt hieraan bij door voor een financiële basis te zorgen. De schuldhulpverlener kan daarbij onderdeel uitmaken van een hulpverleningsketen.

DFD kan ingezet worden om die schuldenaren te helpen, van wie de financiële problemen (nog) niet opgelost kunnen worden middels de producten betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet of schuldbemiddeling. Dit kan het geval zijn bij schuldenaren met schulden die niet regelbaar zijn vanwege in of bij de persoon gelegen omstandigheden. De dienstverlening binnen DFD onderscheidt zich van de dienstverlening binnen stabilisatie omdat stabilisatie wel expliciet leidt tot één van de producten herfinanciering, betalingsregeling, saneringskrediet of schuldbemiddeling en heeft daardoor dus een ander doel dan DFD. Tevens kunnen de producten budgetbeheer, budgetcoaching en beschermingsbewind worden ingezet als ondersteuning van de DFD. Afhankelijk van de situatie kan een schuldenaar alsnog instromen naar een van de vormen van schulden regelen. Schulden regelen Het doel van schulden regelen is te komen tot een beheersbare financiële situatie, een oplossing tussen klant en schuldeiser over de schuldenlast, of, als een oplossing niet mogelijk is binnen de minnelijke schuldhulpverlening, de klant te ondersteunen bij het verzoek om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsanering.

KBL beperkt haar dienstverlening voor het regelen van schulden niet tot klanten met een problematische schuldensituatie, maar helpt ook klanten die alleen met ondersteuning van een professional tot een duurzame oplossing komen voor hun schuldensituatie ook als deze niet problematisch wordt geacht. Binnen de dienstverlening schulden regelen kent KBL een aantal verschillende mogelijkheden: • 100% herfinanciering (niet-problematische schulden) • Betalingsregeling(en) (niet-problematische schulden) • Schuldregeling (problematische schulden): o Saneringskrediet o Schuldbemiddeling • Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) Herfinanciering Uitgangspunt bij het oplossen van schulden is dat zoveel als mogelijk wordt gezocht naar manieren om schulden voor 100% terug te betalen. Een van de manieren om dat te doen is een 100% herfinanciering via KBL. In dat geval verstrekt KBL een krediet om alle schulden voor 100% in één keer te voldoen. Binnen deze dienstverlening hoeft er niet onderhandeld te worden met schuldeisers (er wordt immers 100% ineens voldaan), maar zullen wel de openstaande saldi opgevraagd moeten worden zodat de juiste Pagina 11 van 37

bedragen worden overgemaakt. De hoogte en looptijd van dit krediet dienen te passen bij de mogelijkheden van de klant. Deze manier van schulden regelen heeft als voordeel dat de klant nog maar te maken heeft met één schuldeiser, namelijk KBL, en het een lichte vorm van interventie betreft. Betalingsregeling Ook bij deze vorm van schulden regelen worden schuldeisers voor 100% voldaan. Over het algemeen betreft het hier klanten waar het gaat om meerdere schuldeisers die allen in een eerder stadium hun eigen wensen of eisen aan de klant hebben gesteld ten aanzien van hoogte of doorlooptijd van de regeling. KBL ondersteunt de klant door namens hem de regeling uit te voeren waarbij getoetst is of de maandelijkse termijn past bij de financiële mogelijkheden van de klant. Schuldregeling Als blijkt dat de schulden van de klant problematisch zijn, kan er tegen afkoop (finale kwijting) onderhandeld worden met de schuldeisers en spreken we van een schuldregeling. De termijn waarop een schuldregeling gebaseerd is, is met ingang van 17-2023 gehalveerd van 36 naar 18 maanden. KBL kent twee vormen van deze schuldregeling, namelijk het saneringskrediet en de schuldbemiddeling. Saneringskrediet Met de inzet van een saneringskrediet worden problematische schulden van de klant in één keer tegen finale kwijting afgekocht bij de schuldeisers.

Op basis van de berekende aflossingscapaciteit wordt de krediethoogte berekend. Met de inzet van dit krediet wordt schuldeisers een voorstel tegen kwijting gedaan. Bij akkoord van alle schuldeisers wordt dit bedrag meteen aan hen uitbetaald. Met de inzet van een saneringskrediet is de klant in één keer van al zijn schuldeisers af en heeft hij nog maar één schuldeiser over en dat is de Kredietbank. Dit neemt direct heel veel stress weg. Daarnaast merkt de klant het meteen als hij meer inkomsten weet te verwerven. Over het terugbetalen van het krediet zijn immers afspraken gemaakt met de KBL. Voor de schuldeiser is een saneringskrediet prettig omdat hij direct de boeken kan sluiten en niet 18 maanden moet wachten op deelbetalingen. Snelle duidelijkheid en een eenmalige uitbetaling heeft voor menig schuldeiser de voorkeur boven 18 maanden wachten op misschien een paar euro meer. Ook de gemeente en de schuldhulpverlener ervaren voordelen bij een schuldsanering. Het bespaart namelijk enorme administratieve lasten die gemoeid zijn met het verwerken van mutaties gedurende de 18 maanden van een schuldbemiddeling. Gezien de vele voordelen voor alle partijen heeft het de voorkeur van KBL om schulden via een saneringskrediet te regelen. Er kunnen echter situaties zijn waarbij voor een schuldbemiddeling wordt gekozen.

Vanaf oktober 2019 regelt KBL bij voorkeur de schulden met een SK “tenzij”. Die tenzij wordt onderbouwd door de casemanager en schuldregelaar van de klant. Tot nu toe worden de verstrekte saneringskredieten goed terugbetaald. Het achterstandspercentage is nog steeds zeer gering (≈ 1,4%). Vanaf 2022 is het Nationaal Waarborgfonds Saneringskredieten (WSK) live en mogen gemeenten hierop aansluiten via een Kredietbank. KBL heeft dit aansluiten in 3 fasen opgesplitst: • Aansluiten WSK voor GR-gemeenten • Aansluiten WSK voor bestaande opdrachtgevers schuldhulpverlening (niet -GR) • Aansluiten WSK voor andere gemeenten De ervaringen in de samenwerking met het WSK zijn tot nu toe prima. Het fonds neemt voor een fee van 1% van het bruto kredietbedrag het kredietrisico van de aangesloten gemeente over. De wijze waarop gemeenten kunnen aansluiten en de manier waarop nieuwe kredieten worden aangemeld verloopt soepel en zonder al te veel administratieve belasting. We zien dat steeds meer gemeenten aansluiten bij het waarborgfonds waarbij een aantal gemeenten zelf of met een andere partij de schuldregeling uitvoert, maar via KBL het saneringskrediet verstrekt. Dit sluit aan bij de ambitie van onze Pagina 12 van 37

branchevereniging NVVK om zoveel mogelijk gemeenten en collega NVVK-leden te helpen met het kunnen regelen van schulden via een saneringskrediet. Schuldbemiddeling Anders dan bij een saneringskrediet draagt de klant hier maandelijks zijn spaarcapaciteit boven het berekende vrij te laten bedrag af. Bij een saneringskrediet wordt dit vrij te laten bedrag eenmalig berekend en resulteert die berekening in de aflossingscapaciteit per maand op basis waarvan een krediet wordt verstrekt. De berekening voor de aflossingscapaciteit is gelijk alleen wordt bij een schuldbemiddeling gewerkt met maandelijks sparen boven het vrij te laten bedrag. Dat betekent dan ook dat schuldeisers een prognose wordt aangeboden en er geen zekerheid bestaat over het uit te betalen bedrag. De looptijd van een schuldbemiddeling is gelijk aan de aflossingstermijn van een saneringskrediet, namelijk 18 maanden. Bij een schuldbemiddeling wordt het reeds gespaarde bedrag voor schuldeisers tussentijds aan hen doorbetaald. De laatste uitbetaling aan schuldeisers vindt dan ook na 18 maanden plaats. Een schuldbemiddeling kan door schuldeisers zinvol worden geacht als er concreet zicht is op een substantiële inkomensverbetering in de komende 18 maanden. In de praktijk blijkt die inkomensverbetering echter flink te worden overschat (M. Schut 2019).

Zowel bij het saneringskrediet als de schuldbemiddeling schelden schuldeisers een deel van hun vordering kwijt. Tegenover die kwijtschelding staan dan ook verplichtingen van de klant. Het is belangrijk om tijdens de intake- of stabilisatiefase te beoordelen of een klant al toe is aan een schuldregeling of dat er belemmeringen zijn waardoor eerst andere dienstverlening dient te worden ingezet. Ook in de aard van de schulden kunnen belemmeringen liggen waardoor een schuldregeling nog niet aan de orde is. Een goede diagnose tijdens de intakefase voorkomt dat onnodig diensten worden ingezet of klanten tegen teleurstellingen aanlopen. Mocht een schuldregeling niet tot stand komen omdat schuldeisers het voorstel tegen finale kwijting verwerpen, dan mag een klant een beroep doen op de wettelijke schuldsanering (WSNP). Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) Mocht een minnelijk voorstel om schulden te regelen door één of meerdere schuldeisers worden afgewezen dan kan aan de Rechtbank worden gevraagd deze weigerachtige schuldeiser(s) via een minnelijk dwangakkoord te verplichten alsnog in te stemmen met dit aanbod. In de gevallen waar dit niet mogelijk is, kan een verzoek worden ingediend voor toelating tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Dit is een traject buiten de Kredietbank om waar vanuit de Wet alle schulden gesaneerd worden.

In deze trajecten krijgt de klant een bewindvoerder WSNP toegewezen. Deze ziet erop toe dat de klant al zijn verplichtingen die in de WSNP gelden ook daadwerkelijk nakomt. Omdat een dergelijk zitting bij de Rechtbank stress voor de klant met zich meebrengt hanteren we als uitgangspunt dat een medewerker van KBL meegaat naar deze zitting. Zowel de klanten als de Rechtbank zijn positief over deze extra dienstverlening. Mensen voelen toch dat extra steuntje in de rug en vragen van de Rechtbank over het verloop van het minnelijk traject kunnen direct tijdens de zitting worden beantwoord. Dat neemt de spanning en onzekerheid voor mensen voor een groot deel weg en leidt sneller tot duidelijkheid over het al dan niet toelaten tot de WSNP. Ook na toelating tot de WSNP blijft, indien de klant dat wenst, een casemanager van KBL gekoppeld aan de klant waardoor de klant altijd een vangnet heeft als hij ergens tegenaan loopt. We merken graag op dat een aanvraag WSNP niet geïnterpreteerd dient te worden als een mislukt minnelijk traject. Voordat een WSNP kan worden aangevraagd dient te worden aangetoond dat er alles aan is gedaan om buiten de Rechtbank om tot een akkoord te komen met de schuldeisers. Ook in situaties waarin er veel onzekerheid is over het totaalbeeld van de schuldeisers kan de WSNP wel eens een duurzamere oplossing bieden.

Bij de WSNP geldt dat alle schulden die (te goeder trouw) ontstaan zijn tot aan de dag van de zitting in de regeling vallen. In een minnelijk traject worden die Pagina 13 van 37

schuldeisers benaderd die bekend zijn. Uiteraard worden daarvoor alle beschikbare bronnen geraadpleegd, maar kan door bijvoorbeeld een dakloos bestaan dat overzicht wel eens ontbreken. Nazorg KBL staat ook voor nazorg. Om te voorkomen dat mensen terugvallen, blijft er contact met de schuldhulpverlener. Hierin wordt niet alleen ingezet op het voorkomen van terugval, maar ook op financiële zelfredzaamheid. Door te investeren in de klantcontacttijd reduceren we het risico op terugval of uitval en uiteindelijk ook recidive. Tijdens de WSNP of de MSNP-periode blijven we contact houden met de klant. De klant houdt zelf de regie. We zien dat deze periode van 18 maanden voor de klant een periode is van pieken en dalen. Op het moment dat het dreigt mis te gaan kunnen we inspringen op de behoefte van de klant. Zo proberen we iedereen binnen boord te houden. In de schuldhulp wordt ook ingezet op het actief betrekken van het sociale netwerk van klanten. Klanten hebben baat bij persoonlijke ondersteuning bij voorkeur uit hun eigen netwerk en waar die ondersteuning niet voorhanden is in hun eigen netwerk werken we waar mogelijk met vrijwilligers.

Sociale kredietverstrekking Naast de bij schuldregeling genoemde saneringskredieten verstrekt KBL ook kredieten voor consumptieve doeleinden. De doelgroep waaraan deze consumptieve kredieten verstrekt mogen worden is beperkt door de Wet Fido. In beginsel mag een Kredietbank alleen maar consumptieve kredieten verstrekken aan mensen met een inkomen tot 130% van het bruto minimumloon. Mocht het inkomen hoger zijn, maar iemand wordt niet geholpen door een commerciële bank, dan behoort deze ook tot de doelgroep van sociale kredietverstrekking van een Kredietbank. Wij kunnen niet genoeg benadrukken dat sociale kredietverstrekking heel iets anders is dan de saneringskredieten bij een schuldregeling. Sociale kredietverstrekking door KBL gebeurt zorgvuldig, betrouwbaar en zonder winstoogmerk. Het is bedoeld om tegemoet te komen aan een gezonde kredietbehoefte in de samenleving. Een verantwoord krediet bevordert de financiële participatie van burgers, lost tijdelijke financiële knelpunten op en heeft een preventieve werking. Wij zien erop toe dat het krediet, inclusief de rente, door de klant binnen een redelijke termijn kan worden afgelost. Hierbij letten we erop dat een klant niet overgekrediteerd raakt. Een sociaal krediet kent in principe een looptijd van maximaal 60 maanden. Zoveel als mogelijk vindt een persoonlijk gesprek plaats met de klant die een consumptief krediet aanvraagt.

Naast de meerwaarde van het persoonlijke contact draagt dit bij om in die gevallen waar een krediet niet de oplossing is direct een passend alternatief te bespreken met de klant. Ook de kredieten ten behoeve van woninginrichting voor nieuwkomers vallen onder de sociale kredietverstrekking en de daarop van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

Inkomensbeheer en -ondersteuning Naast het oplossen van schulden of een financieel vraagstuk blijkt dat een deel van de hulpvragers ook of juist behoefte heeft aan een vorm van inkomensondersteuning. Zij blijken zelf tijdelijk (en soms zelfs structureel) niet in staat hun eigen financiële

Pagina 14 van 37

huishouding naar behoren te voeren. Daar waar dit wordt vastgesteld zet de KBL een van de onderstaande vormen van inkomensbeheer- dan wel ondersteuning in.

Budgetcoaching Indien de hulpvrager wel nog in staat blijkt om zelf zorg te dragen voor correcte betaling van de vaste lasten, maar niet voldoende kennis en kunde heeft voor het zelfstandig oplossen van specifieke financiële vraagstukken wordt budgetcoaching ingezet door de KBL. Het kan bijvoorbeeld gaan om veranderende persoonlijke of financiële omstandigheden als gevolg van zogenaamde life-events (zoals een echtscheiding, verlies van werk of overlijden van een partner). In deze situaties zal een gecertificeerde budgetconsulent of casemanager een coaching plan met de klant opstellen waarin zij samen de aanleiding en het einddoel van de coaching alsmede de weg daar naartoe vastleggen. Gedurende de budgetcoaching worden de vorderingen van de klant bijgehouden op het vlak van kennis, kunde, houding en waar mogelijk gedragsverandering. Zodra het einddoel is bereikt, wordt de budgetcoaching beëindigd en wordt waar nodig nazorg aangeboden.

Budgetbeheer In voorkomende gevallen volstaat een coachingstraject niet zonder eveneens het beheer van inkomen tijdelijk over te nemen van de klant. In die gevallen wordt budgetbeheer opgestart. Hiermee wordt bereikt dat de meest belangrijke vaste lasten worden betaald en er geen verdere verslechtering van de financiële positie optreedt. Door de inzet van budgetbeheer ontstaat rust in de financiële situatie van de klant waardoor deze eerder/makkelijker openstaat voor de budgetcoaching en deze op zijn beurt weer een grotere kans van slagen bereikt. Het komt ook voor dat uitsluitend inkomensbeheer wordt opgestart voor hulpvragers bij wie geen andere financiële vraagstukken spelen. In deze gevallen zorgt het inkomensbeheer voor stabiliteit en overzicht voor de klant. Tot slot wordt budgetbeheer eveneens ingezet als flankerende dienst bij een traject voor schuldhulpverlening. Hiermee wordt voorkomen dat er (opnieuw) achterstanden ontstaat in de huishoudelijke vaste lasten.

Budgetbeheer Maatwerk Budgetbeheer Maatwerk (BBR Maatwerk) is van oorsprong gestart in de vorm van activerende financiële ondersteuning als alternatief voor beschermingsbewind. Budgetbeheer Maatwerk wordt inmiddels sinds enkele jaren aangeboden door KBL. Door middel van een objectieve screening aan de voorkant enerzijds en adequate begeleiding naar zelfredzaamheid bij het inkomensbeheer anderzijds wordt bereikt dat burgers minder vaak de zware maatregel van bewind krijgen opgelegd door de Rechtbank of op den duur zonder deze maatregel weer regie over de eigen financiën krijgen. Alle budgetconsulenten zijn KIWA-gecertificeerde budgetcoaches waarmee de kans op succesvolle afronding van de trajecten gemaximaliseerd wordt. Een gevolg hiervan is dat de gemeente, die doorgaans bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten, beter regie over haar budget verkrijgt en op de langere termijn kosten bespaart. BBR Maatwerk kent een gemiddelde doorlooptijd van 12 tot 18 maanden, een beschermingsbewindmaatregel wordt in de meeste gevallen voor onbepaalde tijd uitgesproken en indien sprake is van een schuldenbewind in eerste instantie voor 5 jaar. Daarnaast wordt BBR Maatwerk ingezet om klanten, bij wie de grondslag voor beschermingsbewind na verloop van tijd wegvalt, stapsgewijs te begeleiden naar (volledige) financiële zelfstandigheid.

De klanten worden met warme hand overgedragen en stromen uit het beschermingsbewind uit in een tempo dat bij hen past.

Pagina 15 van 37

Beschermingsbewind Indien hulpvragers naar verwachting echter voor langere tijd of zelfs de rest van hun leven niet in staat blijken om hun financiën zelfstandig te beheren en ook coaching of inkomensbeheer geen soelaas meer bieden dan wordt voor deze groep mensen beschermingsbewind aangevraagd bij de Rechtbank. Voorwaarde hiervoor is de aanwezigheid van een grondslag om beschermingsbewind uit te spreken: langdurige medische beperkingen en/of de aanwezigheid van zwaarwegende schuldenproblematiek danwel verkwisting. Nadat de rechter heeft bepaald dat de KBL op zal treden als beschermingsbewindvoerder, verschuift de (financiële) verantwoordelijkheid vrijwel volledig van de klant naar de bewindvoerder. Deze zal zorgdragen voor alle financieeladministratieve taken die nodig zijn om de financiële situatie van de klant te stabiliseren en waar mogelijk te verbeteren. Het begint met het creëren van overzicht en rust waarna werk gemaakt kan worden van het optimaliseren van de financiën van de klant. Schuldenbewind In geval van de KBL is bij veel klanten (ruim 85% van de instroom) sprake van een zogenaamd schuldenbewind: de klant wordt onder bewind geplaatst vanwege het hebben van problematische schulden of verkwisting. Deze vorm van beschermingsbewind wordt door de rechtbank uitgesproken voor de duur van 5 jaar, met een tussentijdse beoordeling na 3 jaar.

KBL hanteert echter het adagium “zo lang als noodzakelijk, maar zo kort als mogelijk”. Indien er naast de schulden geen sprake is van structurele medische beperkingen zal dit bewind na het oplossen van de schulden weer worden opgeheven en kan de klant onder begeleiding van de KBL terugvallen op een lichtere vorm van inkomensbeheer en wellicht op termijn volledige financiële zelfstandigheid. Door gebruikmaking van het instrument saneringskrediet en de aanvullende/opvolgende begeleiding door onze budgetconsulenten is de gemiddelde doorlooptijd van een schuldenbewind bij de KBL duidelijk korter dan 5 jaar. Uit de meest recente meting blijkt een gemiddelde van circa 4 jaar.

Pagina 16 van 37

5. Meerjarenbegroting De meerjarenbegroting 2025-2027 betreft een proforma begroting in afwachting van besluitvorming omtrent de nieuwe bekostigingsstructuur en de uitwerking hiervan. Bovendien is nog geen rekening gehouden met de financiële effecten van het uittreden van de gemeente Heerlen uit de GR en de bijbehorende uittreedsom. Op basis van het verleden, trends en ambities van de GR-gemeenten maken we inschattingen over de in te zetten dienstverlening die de basis vormen voor de begroting 2025 en navolgende jaren.

6. Kerngegevens Primaire begroting 2025

Preventie, vroegsignalering en educatie

13.000

Intake

uur

2.377 klanten

Sociale kredietverstrekking Aantal intakes Persoonlijke leningen Totaal kredietportefeuille (saldo per 1 januari 2025)

€ €

992 6.500.000 6.500.000

Inkomensbeheer en ondersteuning: Budgetbeheer Basis Budgetbeheer Totaal Budgetbeheer Statushouders Budgetbeheer Maatwerk Beschermingsbewind

200 1.400 100 173 665

pakketten pakketten pakketten klanten klanten

Schuldenaanpak

2.100

klanten

Aantal medewerkers

115 fte

Pagina 17 van 37

7. Paragrafen Bekostigingsstructuur Tijdens de bestuursvergadering van december 2021 is besloten de bekostigingsstructuur van KBL vooralsnog niet te wijzigen. In de tweede helft van 2022 is het onderzoek gestart in hoeverre kostendekkende tarieven kunnen worden toegepast en in hoeverre de verdeelsleutel van een exploitatieoverschot of -tekort wordt aangepast. Dit onderzoek krijgt een vervolg in het voorjaar van 2024. Besluitvorming hieromtrent zal naar verwachting medio 2024 plaatsvinden. Daarna zal de uitwerking moeten plaatsvinden.. Ook de heroverweging van de strategie van KBL is dan inzichtelijk. Complicerende factor hierbij is het besluit van de gemeente Heerlen om per 1 januari 2024 uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling. Dit zal worden meegenomen in de 1e begrotingswijziging 2024 en 2025-2027 welke in het 4e kwartaal van 2024 worden opgesteld. De dienstverleningsovereenkomsten worden voor de GR-gemeenten al vanaf 2019 niet meer opgesteld. Voor de niet-GR deelnemers blijven deze overeenkomsten wel behouden.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt onder weerstandscapaciteit verstaan “de middelen en mogelijkheden waarover provincies of gemeenten beschikken om niet begrote kosten te dekken.” De weerstandscapaciteit bestaat uit vier componenten: • Het eigen vermogen; • De voorzieningen; • De onbenutte belastingcapaciteit; • De ruimte op de begroting. Het begrip risico wordt gedefinieerd als “het gevaar voor schade of verlies als gevolg van interne en externe omstandigheden, dan wel als gebeurtenissen waarvan de kans bestaat dat ze optreden en negatieve gevolgen met zich mee kunnen brengen. ” Het gaat daarbij om de volgende risico’s: • Risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, omdat het niet mogelijk is een redelijke schatting van het bedrag van de schade of het verlies te maken; • Risico’s die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of het eigen vermogen. Conform de statuten van de GR dient door het Algemeen Bestuur het maximale weerstandsvermogen (eigen vermogen) te worden vastgesteld.

Het betreffende artikel 30 lid 3 luidt als volgt: “Indien er voor zover de in het vorig lid bedoelde reserverekening een door het algemeen bestuur te bepalen bedrag overschrijdt, wordt het batig saldo in lid 1 bedoeld uitgekeerd aan de gemeenten op de basis, vermeld in lid 5.” Dit betekent concreet dat, indien het eigen vermogen een bepaalde hoogte overschrijdt, het meerdere wordt uitgekeerd aan de GR-deelnemers conform de GR-methode. Ten behoeve van de begroting 2025 is door KBL een risico-inventarisatie opgesteld. De samenvatting van de uitkomsten hiervan worden in onderstaande risicoparagraaf Pagina 18 van 37

beschreven waarnaar wij verwijzen. Deze risico-inventarisatie resulteert in een totaalbedrag van financiële risico’s ad € 352.000. Het weerstandsvermogen dat gelijk is aan 6% van de exploitatielasten (exclusief mutatie voorziening), zoals besloten in de bestuursvergadering d.d. 19 januari 2012, resulteert voor 2025 in een bedrag van € 749.000.

Risicoparagraaf De begroting 2025 inclusief de meerjarenbegroting 2026 en 2027 is gebaseerd op een reeks van uitgangspunten en verwachtingen. Deze uitgangspunten en verwachtingen zijn bij de diverse baten- en lastencomponenten van de begroting beschreven. Als al deze uitgangspunten en verwachtingen in 2025 100% daadwerkelijk zo blijken te zijn zal de realisatie per saldo aansluiten bij de begrote resultaten. Onderstaand wordt in beknopte vorm de risico-inventarisatie van KBL weergegeven met daarbij een inschatting van de mogelijke (financiële) consequenties indien de realisatie in 2025 afwijkt van de gehanteerde uitgangspunten. Hierbij moet worden opgemerkt dat het zeer onwaarschijnlijk is dat alle beschreven risicoscenario’s zich daadwerkelijk tegelijk zullen voordoen. 1. Strategie en bekostiging KBL Bij het opstellen van deze meerjarenbegroting is nog niet duidelijk wat de uitkomst is van de lopende traject rondom de strategie- en bekostigingsstructuur. Tegelijkertijd loopt een landelijke discussie over basisdienstverlening en tariefstelling. Deze ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op het dienstverleningspallet en de tariefstelling van KBL. 2. Stratech vervanging Stratech heeft aangegeven dat het enkele modules van Stratech niet meer zal ondersteunen met ingang van 1 januari 2025. KBL is derhalve op zoek naar vervangende systemen ten behoeve van de dienstverlening.

Vervanging van functionele applicaties brengt altijd risico´s met zich mee. 3. AVG Door de invoering van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) op 25 mei 2018 worden er hogere eisen gesteld aan de beveiliging van persoonsgegevens. Het risico op datalekken is aanzienlijk en kan worden bestraft met hoge boetes. Het risico wordt door KBL beperkt door informatiemanagement en cybersecurity te optimaliseren. Hiervoor zijn medewerkers aangetrokken om de beveiliging te waarborgen en datalekken (inbraak, diefstal, verlies) te voorkomen. 4. Flexibele schil van medewerkers in relatie tot WW-uitkeringen Van de organisatie wordt gevraagd flexibel om te gaan met de fluctuerende vraag naar dienstverlening. Daarom is het in stand houden van een flexibele schil van medewerkers noodzakelijk. Het werken met jaarcontracten en het aansluitend eventueel niet verlengen kan leiden tot WW-uitkeringen. KBL betaalt deze uitkeringen zelf omdat ze eigen risicodrager is. KBL beperkt bovengenoemde risico’s door het optimaal afstemmen van de formatie op de gevraagde dienstverlening. Maandelijks wordt de benodigde formatie bewaakt en waar nodig bijgestuurd. Onderlinge uitwisseling van formatie bij over- of onderbezetting tussen de regio’s wordt ook toegepast. Ook zetten we een re-integratiebedrijf in om van werk naar werk te begeleiden.

Pagina 19 van 37

5. Aanslag vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 is de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsbedrijven een feit. Ook op de KBL is deze nieuwe wetgeving in beginsel van toepassing. Middels een inventarisatie in samenspraak met de fiscalisten van Deloitte en drie andere Kredietbanken in Nederland zijn de gevolgen voor KBL inzichtelijk gemaakt. De uiteindelijke fiscale positie voor de vennootschapsbelasting is in december 2016 formeel afgestemd met de Belastingdienst. Uitgangspunt van de stellingname is dat alle activiteiten van KBL niet zullen leiden tot Vpb-plicht. De Belastingdienst heeft in een brief d.d. 28 februari 2017 geantwoord dat er in 2016 geen belastingplicht voor de vennootschapsbelasting is ontstaan. Jaarlijks zal dit worden beoordeeld. 6. Renterisico’s De onrust op de financiële markten heeft inmiddels geresulteerd in rentestijgingen. Het risico is beperkt omdat er geen geldleningen van de BNG meer open staan. Het risico bestaat dan wel nog voor het saldo van de rekening-courant. 7. Inklinken van de kredietportefeuille De kredietportefeuille werd jaren gestaag kleiner, wat resulteerde in lagere renteopbrengsten. Met name door het verstrekken van saneringskredieten als instrument van schuldhulpverlening is de kredietportefeuille in 2020 weer gaan stijgen.

Medio 2019 is door het bestuur van KBL besloten meer saneringskredieten in te zetten als instrument van schuldhulpverlening. 8. Aansprakelijkheidsrisico’s De aansprakelijkheidsrisico’s, voor zover alle risico’s bekend zijn, worden grotendeels afgedekt door de bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen. In onderstaande tabel zijn de mogelijke financiële consequenties weergeven van de hierboven beschreven risico’s: Risico

1 Strategie en bekostiging KBL 2 Stratech vervanging 3 AVG 4 Flexibele schil (ww-uitkering) 5 Aanslag vennootschapsbelasting 6 Renterisico's 7 Inklinken van de kred.portefeuille 8 Aansprakelijkheidsrisico's Totaal

Maximaal fin. gevolgen

Kans

Perc.

Financieel risico

300.000 300.000 100.000 100.000 50.000 15.000 10.000 -

Laag Middel Middel Middel Laag Hoog Laag

25% 50% 50% 50% 25% 75% 25%

75.000 150.000 50.000 50.000 13.000 11.000 3.000 -

875.000

352.000

Uit bovenstaande opstelling blijkt dat de som van de potentiële financiële risico’s € 352.000 bedraagt.

Financiering In 2007 heeft KBL een treasurystatuut opgesteld. Dit statuut gaat in op het besturen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen. Het renteprotocol is een regelmatig terugkerend agendapunt binnen KBL. Op basis van dit protocol wordt maandelijks de financieringsbehoefte in beeld gebracht en bepaald hoe deze wordt ingevuld, te weten met kort, (middel-)lang of lang vermogen. Uitgangspunt hierbij is dat een aandeel van het uitstaand saldo (inclusief achterstanden) als een Pagina 20 van 37

“ijzeren voorraad” wordt beschouwd welke in principe op (middel-) lange termijn moet worden gefinancierd. De ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt worden hierbij nauwlettend gevolgd. De financiering bestond vanaf begin 2019 uitsluitend uit de rekening-courantkrediet faciliteit met een maximum van € 1.000.000, hetgeen beduidend lager is dan hetgeen met de provinciale toezichthouder is afgesproken voor wat betreft de hoogte van de kasgeldlimiet. Deze kredietfaciliteit is door KBL medio 2022 opgezegd. KBL heeft voor 2025 geen specifieke beleidsvoornemens geuit ten aanzien van treasury. De organisatie zal gedurende 2025 geen uitzettingen (anders dan die op grond van haar maatschappelijke taak) doen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet voor het jaar 2025 is op basis van de begroting berekend op (8,2% van het lastentotaal). Ultimo 2010 is met de provinciale toezichthouder afgesproken dat de kasgeldlimiet met ingang van 2011 is bepaald op € 2.500.000. Deze ontheffing is op 1 november 2018 verlengd voor de jaren 2019 tot en met 2022. Deze ontheffing is nodig in verband met bovengenoemde rekening-courantkredietfaciliteit met een maximum van € 2.500.000. Per 1 januari 2019 is de rekening-courantfaciliteit overigens teruggebracht naar maximaal € 1.000.000 en medio 2022 door KBL volledig opgezegd. Hiermee is een verlenging van de ontheffing aanvragen niet meer aan de orde.

Financiële kengetallen Conform artikel 11 van het BBV wordt de financiële positie weergegeven door middel van een uniforme basisset van financiële kengetallen. Dit betreft de volgende vijf kengetallen: • • • • •

Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; Solvabiliteitsratio; Grondexploitatie; Structurele exploitatieruimte; Belastingcapaciteit.

De eerste twee kengetallen worden in dit jaarverslag gepresenteerd. De overige kengetallen zijn niet van toepassing voor KBL. De berekening van de kengetallen is conform de ministeriële richtlijnen voor de wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in de begroting en het jaarverslag van provincies en gemeenten (Stct. 2015, 20619). Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio

2025

2026

2027

4%

2%

0%

59% 0,0%

60% 0,0%

61% 0,0%

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenten ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële Pagina 21 van 37

activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36 lid b en c, van het BBV). De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin KBL in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. De GR-gemeenten staan garant voor de financiële risico’s van KBL. EMU-saldo Het EMU-saldo geeft aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven is dan er in dat jaar is binnengekomen, of dat er netto geld overgehouden is. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden). Balansstand 31-12-2025

Mutaties 2025 533.000-

Balansstand 31-12-2026

Mutaties 2026 218.000

Balansstand 31-12-2027

Mutaties 2027 241.000

EMU SALDO Financiële vaste activa

Kredieten

6.970.000

500.000

7.470.000

500.000

7.970.000

500.000

Vlottende activa

Uitzettingen Overlopende activa Liquide middelen

700.000 100.000 6.000.000

0 0 -1.000.000

700.000 100.000 6.000.000

0 0 0

700.000 100.000 6.000.000

0 0 0

285.000 494.000

-15.000 -122.000

270.000 494.000

-15.000 0

255.000 494.000

-15.000 0

13.467.000 250.000

420.000 -250.000

13.764.000 250.000

297.000 0

14.038.000 250.000

274.000 0

Vaste passiva Vlottende passiva

Voorziening Vaste schulden Netto vlottende schulden Overlopende passiva

Pagina 22 van 37

8. Meerjarenbegroting 2025, 2026 en 2027 2025

2026

2027

Preventie, vroegsignalering en educatie

1.351.000

1.417.000

1.417.000

Intake

1.400.000

1.490.000

1.491.000

250.000

262.000

262.000

1.649.000 1.003.000 2.228.000 4.880.000

1.689.000 1.122.000 2.233.000 5.044.000

1.694.000 1.232.000 2.291.000 5.217.000

3.785.000

3.968.000

4.053.000

Overige bedrijfsopbrengsten

40.000

40.000

40.000

Deelname GR-gemeenten in voorziening kredietportefeuille

10.000

10.000

10.000

440.000 100.000 540.000

480.000 100.000 580.000

520.000 100.000 620.000

243.000

60.000

0

12.499.000

12.871.000

13.110.000

9.407.000 26.000 406.000 98.000 227.000 352.000 1.457.000 516.000 10.000

9.620.000 27.000 422.000 102.000 272.000 366.000 1.515.000 537.000 10.000

9.560.000 28.000 439.000 105.000 277.000 380.000 1.576.000 558.000 10.000

12.499.000

12.871.000

12.933.000

0

0

177.000

Sociale kredietverstrekking (intakegesprekken) Inkomensbeheer & -ondersteuning Budgetbeheer (BBR) BBR-Maatwerk Bewindvoering subtotaal

Schuldenaanpak

Rentemarge Renteopbrengsten Overige rentebaten/lasten rentemarge Onvoorzien

Totale baten

Salarissen WW-uitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Bureau- en administratielasten Beheerslasten Mutatie voorziening kredietportefeuille

Totale lasten Exploitatieresultaat

Pagina 23 van 37

9. Toelichting op de meerjarenbegroting 2025, 2026 en 2027 Algemeen De meerjarenbegroting 2025-2027 betreft een proforma begroting. In het 4e kwartaal van 2024 zal de 1e begrotingswijziging 2025-2027 worden opgesteld.

Baten Preventie, vroegsignalering en educatie Schulden leiden tot persoonlijke problemen en maatschappelijke kosten. Preventie is daarom belangrijk voor alle partijen die in aanraking komen met betalingsachterstanden. Allerlei partijen die in aanraking komen met financiële problematiek van personen/gezinnen, kunnen bijdragen aan preventie. Denk aan: scholen, werkgevers, P&O’ers, UWV, SVB, corporaties, nutsbedrijven, wijkteams, etc. Vroegsignalering is vanaf 1 januari 2021 verplicht conform de wet Wgs. De begroting is gebaseerd op de realisatiecijfers van 2023 en verwachtingen voor 2025 en verder. Intake De nabijheid van een laagdrempelige toegang tot schuldhulp waarbij op basis van een objectieve screening, intakegesprek en plan van aanpakgesprek de klant passende schuldhulp krijgt aangeboden op basis van een plan van aanpak. Sociale kredietverstrekking De begroting voor 2025 e.v. is gebaseerd op het aantal te verwachten intakegesprekken voor Sociale Kredietverstrekking van 992 stuks. Inkomensbeheer en ondersteuning Budgetbeheer Ultimo 2023 is het aantal budgetbeheerrekeningen 1.767 stuks. Bij de begroting is uitgegaan van een licht dalend aantal budgetbeheerrekeningen in 2025, t.w. 1.753 stuks. Er wordt gewerkt met 3 pakketten: basis, totaal en statushouders. BBR-Maatwerk In 2023 is het aantal klanten van BBR-Maatwerk gestegen.

De aantallen voor 2024 en verder worden langzaam afgebouwd in verband met het afbouwen van de bestaande portefeuille van de gemeente Heerlen. De ontwikkeling van het aantal klanten blijkt uit onderstaand overzicht: Boekjaar 2020 2021 2022 2023 2024 2025

Aantal klanten 99 161 211 261 213 173

Mutatie 62 50 50 -48 -40

Pagina 24 van 37

Budgetcoaching Budgetcoaching is vanaf 2021 onderdeel van BBR-Maatwerk. De ontwikkeling blijkt uit onderstaand overzicht: Boekjaar 2021 2022 2023 2024 2025

Aantal klanten 35 75 88 100 97

Mutatie 40 13 12 -3

Bewindvoering In 2023 is het aantal bewindvoeringsaanvragen gedaald. De aantallen voor 2024 en verder worden langzaam afgebouwd in verband met het afbouwen van de bestaande portefeuille van de gemeente Heerlen. De ontwikkeling van het aantal klanten blijkt uit onderstaand overzicht: Boekjaar 2020 2021 2022 2023 2024 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=fd181d3b-cc6d-4321-b100-dcf09ffa1887