CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Was-wordt tabel “Verordening AOK Sittard-Geleen december 2022 vs verordening 2024

Raad 6 juli 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Benoeming nieuwe leden adviescommissie AOK en vaststellen van verordeningen voor de adviescommissie AOK (Houtakkers) (40)8.748 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

B3. Was-wordt tabel “Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit Sittard-Geleen december 2022” versus “Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit Sittard-Geleen 2024 Ow” Was Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. BZK: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. Besluit BZK: Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers c. commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd Adviescommissie Omgevingskwaliteit SittardGeleen; d. goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; e. wet: de Omgevingswet.

Wordt Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. BZK: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. Besluit BZK: Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers c. commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd Adviescommissie Omgevingskwaliteit SittardGeleen; d. goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; e. wet: de Omgevingswet.

Reden aanpassing Nvt.

Artikel 2. Taak en werkzaamheden 1. De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 2. Leden van de commissie nemen op roulerende basis deel aan het omgevingsoverleg als bedoeld in lid 3 onder f van dit artikel (omgevingstafel, andere overleggen). 3. Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor:

Artikel 2.1 Taak en werkzaamheden 1. De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 2. Leden van de commissie nemen deel aan het omgevingsoverleg als bedoeld in lid 3 onder f van dit artikel (omgevingstafel, andere overleggen). 3. Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor:

Oude lid 4 vervalt vanwege opnemen nieuw artikel 2.2

1 ̊. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; 3 ̊. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 4 ̊. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. b. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; c. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; d. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een

1 ̊. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; 3 ̊. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 4 ̊. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. b. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; c. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; d. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een

mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; e. informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; f. voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; g. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en werelderfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; h. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten, te weten reclame in de openbare ruimte, voorwerpen op of aan de weg, standplaatsvergunning, exploitatievergunning horecabedrijven en ligplaatsvergunning. 4. De commissie houdt een jaarlijkse evaluatie van haar werkzaamheden en heeft hiertoe eenmaal per jaar een overleg met de portefeuillehouder. ---

advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; e. informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; f. voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; g. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en werelderfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; h. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten, zoals reclame in de openbare ruimte, voorwerpen op of aan de weg, standplaatsvergunning, exploitatievergunning horecabedrijven en ligplaatsvergunning. Artikel 2.2 Evaluatie & Inhoudelijk jaarverslag 1. De commissie houdt een jaarlijkse evaluatie van haar werkzaamheden en heeft hiertoe éénmaal per jaar een overleg met de portefeuillehouder.

Nieuw artikel voldoet beter aan de eisen die de wet hieraan stelt.

2. De commissie brengt jaarlijks verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 3. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen. Artikel 3. Verplichte advisering Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊tot en met 3 ̊, en onder b.

Artikel 3. Verplichte advisering Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 t̊ ot en met 3 ̊, en onder b.

Nvt.

Artikel 4. Samenstelling 1. De commissie bestaat uit maximaal 5 leden. De raad kan daarnaast maximaal 2 plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen. 2. De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 3. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 4. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw, architectuur en archeologische monumentenzorg. Het is mogelijk dat één persoon meerdere disciplines in zich verenigt.

Artikel 5. Samenstelling 1. De commissie bestaat uit maximaal 5 leden, de voorzitter daaronder begrepen. De raad kan daarnaast maximaal 2 plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen. 2. De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 3. De commissie telt enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 4. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw, architectuur, duurzaamheid, en archeologische monumentenzorg. Het is mogelijk dat één persoon meerdere disciplines in zich verenigt.

Artikel wordt vernummerd. Derde lid wordt versimpeld. Zesde lid vervalt. Er is toch gekozen voor een benoemde voorzitter (zie nieuwe artikel 4 lid 3).

5. De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. 6. De commissie benoemt één van zijn leden tot technisch voorzitter.

5. De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. 6.

Artikel 4.1 Onafhankelijkheid 1. De commissie, is een door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke adviescommissie die aan burgemeester en wethouders advies uitbrengt op het gebied van de omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet. De verantwoordelijkheid voor de organisatie en het functioneren van de commissie ligt bij het uitvoerend orgaan. 2. De leden zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. Er bestaan geen bindingen of relaties op basis waarvan de adviezen over omgevingskwaliteit worden beïnvloed. 3. Indien een commissielid in enige vorm betrokken is bij een te beoordelen plan maakt het lid deze betrokkenheid tijdig kenbaar en wordt het plan behandeld zonder inbreng van het betreffende lid. Van deze formele stap wordt in het advies melding gemaakt. 4. De leden zijn niet aangesteld in een functie bij een belangenorganisatie waaraan het risico van belangenverstrengeling verbonden is.

Artikel 5.2 Onafhankelijkheid Eerste lid is verplaatst naar artikel 4 omdat het daar beter thuis hoort. 1. De leden zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie, als bedoeld in artikel 1.3 van de wet. Er bestaan geen bindingen of relaties op basis waarvan de adviezen over omgevingskwaliteit worden beïnvloed. 2. Indien een commissielid in enige vorm betrokken is bij een te beoordelen plan maakt het lid deze betrokkenheid tijdig kenbaar en wordt het plan behandeld zonder inbreng van het betreffende lid. Van deze formele stap wordt in het advies melding gemaakt. 3. De leden zijn niet aangesteld in een functie bij een belangenorganisatie waaraan het risico van belangenverstrengeling verbonden is.

Artikel 4.2 Profielschets commissieleden 1. De leden van de commissie hebben geen professionele binding met de gemeente, maar moeten geïnteresseerd zijn in Sittard-Geleen en de gemeente kennen of willen leren kennen. Bij voorkeur is sprake van een (Eu)regionale binding.

Artikel 5.1 Profielschets commissieleden 1. De leden van de commissie hebben geen professionele binding met de gemeente, maar moeten geïnteresseerd zijn in Sittard-Geleen en de gemeente kennen of willen leren kennen. Bij voorkeur is sprake van een (Eu)regionale binding.

Enkel kleine redactionele wijzigingen in de leden 2 en 9. De wijziging van lid 9 houdt verband met de verruiming van de mogelijkheid om bij beperkte wijzigingen van monumenten met een gemandateerd lid te kunnen werken. Zie verder bij artikel 9.

2. De deskundige leden van de commissie zijn bereid zich te verdiepen in de vastgestelde beleidskaders (zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet) 3. De leden van de commissie moeten in staat zijn bouwplantekeningen te lezen en cultureel besef en kennis hebben van de (geschiedenis van de) bouwkunst. 4. De leden van de commissie moeten in staat zijn hun oordeel begrijpelijk te verwoorden, met respect voor allen die bij de advisering een rol spelen. Dit vraagt van alle deskundige leden van de commissie zekere communicatieve vaardigheden. 5. De leden van de commissie hebben een geheimhoudingsplicht inzake de aan hen voorgelegde plannen en beleidsdocumenten, niet zijnde bouwaanvragen. 6. De leden van de commissie zijn onpartijdig, dat betekent dat zij geen persoonlijk belang mogen hebben bij de door burgemeester en wethouders te nemen beslissingen en dat zij hun taak niet met vooringenomenheid mogen vervullen. 7. De leden zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de vakinhoudelijke kwaliteit van de adviezen. 8. De leden hebben een eigen, actieve beroepspraktijk of aantoonbare beroepskennis en hebben ervaring met het beoordelen van ontwerpen van (aanstaande) collega’s in bijvoorbeeld onderwijssituaties of jury’s. 9.

In ieder geval 2 leden van de commissie zijn deskundig op het gebied van monumentenzorg. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument wordt immers niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste 2 leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg.

2. De deskundige leden van de commissie zijn bereid zich te verdiepen in de vastgestelde beleidskaders (zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan- en andere relevante beleidsnota’s) en dienstverleningopgaven (serviceformules), en dragen daar aan bij. 3. De leden van de commissie moeten in staat zijn bouwplantekeningen te lezen en cultureel besef en kennis te hebben van de (geschiedenis van de) bouwkunst. 4. De leden van de commissie moeten in staat zijn hun oordeel begrijpelijk te verwoorden, met respect voor allen die bij de advisering een rol spelen. Dit vraagt van alle deskundige leden van de commissie zekere communicatieve vaardigheden. 5. De leden van de commissie hebben een geheimhoudingsplicht inzake de aan hen voorgelegde plannen en beleidsdocumenten, niet zijnde bouwaanvragen. 6. De leden van de commissie zijn onpartijdig, dat betekent dat zij geen persoonlijk belang mogen hebben bij de door burgemeester en wethouders te nemen beslissingen en dat zij hun taak niet met vooringenomenheid mogen vervullen. 7. De leden zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de vakinhoudelijke kwaliteit van de adviezen. 8. De leden hebben een eigen, actieve beroepspraktijk of aantoonbare beroepskennis en hebben ervaring met het beoordelen van ontwerpen van (aanstaande) collega’s in bijvoorbeeld onderwijssituaties of jury’s. 9.

Gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet zijn in ieder geval twee leden van de commissie deskundig op het gebied van monumentenzorg. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning met

10. Leden zijn bereid om op te treden als gemandateerd lid en op roulerende basis deel te nemen aan omgevingsoverleg.

betrekking tot een monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste één lid met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 10. Leden zijn bereid om op te treden als gemandateerd lid en om deel te nemen aan omgevingsoverleg (omgevingstafel en andere overleggen).

Artikel 5. Benoeming 1. De leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste 3 jaar worden benoemd. 2. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste 3 jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers. 3. Afgetreden leden zijn 3 jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4. De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

Artikel 4. Benoeming 1. De commissie, is een door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke adviescommissie die aan burgemeester en wethouders advies uitbrengen, zoals omschreven in artikel 2 van deze verordening. De verantwoordelijkheid voor de organisatie en het functioneren van de commissie ligt bij burgemeester en wethouders (zie ook artikel 6). 2. De leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste 3 jaar worden benoemd. 3. De voorzitter worden in functie benoemd. 4. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste 3 jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers. 5. Afgetreden leden zijn 3 jaar na hun aftreden weer benoembaar. 6. De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

Lid 1 is toegevoegd omdat het is geschrapt uit het oude artikel 4.1. Voorzitter wordt benoemd in plaats van dat de commissie uit zijn midden een voorzitter benoemt.

Artikel 6. Ondersteuning van de commissie 1. De commissie heeft een ambtelijk secretaris. 2. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. 3. De secretaris kan worden ondersteund door andere ambtelijke medewerkers, die voor hun werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de secretaris. 4. De secretaris noch de medewerkers zijn lid van de commissie. Artikel 6.1 Het secretariaat van de commissie 1. Burgemeester en wethouders wijzen ambtenaren aan die het secretariaat van de commissie vormen. Eén ambtenaar voert de titel ‘secretarisis’, alle anderen de titel ‘plaatsvervangend secretaris’. De leden van het secretariaat zorgen onderling voor een werkverdeling en zorgen dat deze in de ambtelijke organisatie bekend is. 2. a. Het secretariaat ondersteunt de commissie vanuit de ambtelijke organisatie zodanig dat deze optimaal kan functioneren bij de uitoefening van haar taken als onafhankelijk adviesorgaan van het gemeentebestuur. 2.b. Het secretariaat levert in afstemming met de ambtelijke organisatie en bijdrage aan de doelen van de Omgevingswet in relatie tot dienstverlening (serviceformules), werkprocessen en termijnen. 3. Het secretariaat is betrokken bij en verantwoordelijk voor de inhoud van de beraadslagingen en de inhoud van advisering door de commissie. 4.

Het secretariaat brengt de organisatorische en budgettaire aspecten in beeld en overlegd deze aan burgemeester en wethouders.

Dit is qua inhoud opgegaan in artikel 6, zodat dit als zelfstandig artikel overbodig werd.

Artikel 6. Het secretariaat van de commissie 1.a. Burgemeester en wethouders wijzen ambtenaren aan die het secretariaat van de commissie vormen. Zij maken geen deel uit van de commissie. 1.b. Eén ambtenaar voert de titel ‘secretaris’, alle anderen de titel ‘plaatsvervangend secretaris’. De leden van het secretariaat zorgen onderling voor een werkverdeling en zorgen dat deze in de ambtelijke organisatie bekend is. 1.c. Het secretariaat is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. 2. a. Het secretariaat ondersteunt de commissie vanuit de ambtelijke organisatie zodanig dat deze optimaal kan functioneren bij de uitoefening van haar taken als onafhankelijk adviesorgaan van het gemeentebestuur. 2.b. Het secretariaat levert in afstemming met de ambtelijke organisatie en bijdrage aan de taken en werkzaamheden, zoals omschreven in artikel 2 van deze verordening, in relatie tot dienstverlening (serviceformules), werkprocessen en termijnen.

Lid 1c is toegevoegd om de secretaris onafhankelijk te kunnen laten functioneren aangezien hij ook werkt voor een onafhankelijke commissie. Lid 11 is uitgebreid en lid 12 toegevoegd teneinde aan lid 1c uitvoering te kunnen geven.

5. Het secretariaat is aanwezig bij alle vergaderingen van de commissie en fungeert als dagelijks aanspreekpunt van de commissie. 6. Het secretariaat onderhoudt de contacten met de ambtelijke diensten, neemt de adviesaanvragen in behandeling en bereidt de behandeling van de plannen voor. Het controleert of de plannen zijn voorzien van de benodigde bescheiden en draagt zorg voor de benodigde informatie over de omgeving, de locatie en het plan, en overigens alle voor de beoordeling relevante informatie. 7. Het secretariaat verzorgt de agendering van de adviesaanvragen en draagt er zorg voor dat de commissie kan adviseren binnen de voorgeschreven termijn. 8. Het secretariaat maakt de afspraken voor mondelinge toelichtingen. 9. Het secretariaat geeft indieners van plannen een mondelinge toelichting op het advies van de commissie. 10. Het secretariaat ondersteunt het gemandateerd lid en en de leden die op roulerende basis deel nemen aan omgevingsoverleg. 11. Het secretariaat stelt het jaarverslag in concept voor de commissie op.

3. Het secretariaat is betrokken bij en verantwoordelijk voor de inhoud van de beraadslagingen en de inhoud van advisering door de commissie. 4. Het secretariaat brengt de organisatorische en budgettaire aspecten in beeld en overlegd deze aan burgemeester en wethouders. 5. Het secretariaat is aanwezig bij alle vergaderingen van de commissie en fungeert als dagelijks aanspreekpunt van de commissie. 6. Het secretariaat onderhoudt de contacten met de ambtelijke diensten, neemt de adviesaanvragen in behandeling en bereidt de behandeling van de plannen voor. Het controleert of de plannen zijn voorzien van de benodigde bescheiden en draagt zorg voor de benodigde informatie over de omgeving, de locatie en het plan, en overigens alle voor de beoordeling relevante informatie. 7. Het secretariaat verzorgt de agendering van de adviesaanvragen en draagt er zorg voor dat de commissie kan adviseren binnen de voorgeschreven termijn. 8. Het secretariaat maakt de afspraken voor mondelinge toelichtingen. 9. Het secretariaat geeft indieners van plannen een mondelinge toelichting op het advies van de commissie. 10. Het secretariaat ondersteunt het gemandateerd commissielid en de leden die deel nemen aan omgevingsoverleg. 11. Het secretariaat stelt het organisatorisch jaarverslag op. Hierin komen minimaal aan de orde de werkzaamheden genoemd in dit artikel.

Het organisatorisch jaarverslag bevat de benodigde management informatie op basis waarvan evaluatie en

verbetering van beleid, dienstverlening (serviceformules), werkprocessen en termijnen mogelijk is. 12. Het secretariaat stelt een interne werkinstructie op en zorgt dat deze actueel blijft. Hierin is minimaal opgenomen: a. de wijze waarop de agenda bekend wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; b. de vergaderorde en orde van de beraadslaging; c. de notulering en dossiervorming. Artikel 7. Adviestermijn 1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2. In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van twee weken.

Artikel 7. Adviestermijn 1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2. In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van twee weken.

Nvt.

Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling 1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen.

Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling 1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 5.1. van de Wet open overheid (Woo) ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2. De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van

Lid 1 aangepast in verband met het in werking treden van de Wet open overheid als vervanger van de Wet openbaarheid van bestuur. Het derde lid is aangepast in verband met de verruimde mogelijkheden om ook bij plannen waarbij ondergeschikte wijzigingen aan monumenten worden aangevraagd met een gemandateerd lid te werken. Zie verder hieronder bij artikel 9.

2. De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 3. De commissie kan slechts adviezen uitbrengen indien tenminste 2 deskundige leden aanwezig zijn. De commissie kan over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een monumentenactiviteit slechts advies uitbrengen als ten minste 2 leden aanwezig zijn die beschikken over deskundigheid op het gebied van monumentenzorg. 4. Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. 5. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen. Artikel 8.1 Spreekrecht 1. Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning hierom bij het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning heeft verzocht, wordt hij door of namens de commissie in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het plan. 2.

In het geval het plan in de vergadering van de commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld. 3. Een plantoelichting is bedoeld voor een korte toelichting op de planfilosofie en de gemaakte keuzes in relatie tot de

de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 3. De commissie kan slechts adviezen uitbrengen indien tenminste één deskundige lid aanwezig is. De commissie kan over een aanvraag om een omgevingsvergunning monumenten slechts advies uitbrengen als ten minste één lid aanwezig is die beschikt over deskundigheid op het gebied van monumentenzorg. 4. Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. 5. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen. Artikel 8.1 Spreekrecht 1. Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning hierom bij het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning heeft verzocht, wordt hij door of namens de commissie in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het plan. 2.

In het geval het plan in de vergadering van de commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld.

Het vijfde lid is aangepast omdat dit geen toegevoegde waarde had.

ruimtelijke en maatschappelijke context en het gemeentelijke beleid. De toelichting wordt gegeven voorafgaand aan de beraadslaging door de commissie en bedraagt maximaal 5 minuten, voor omvangrijke ontwikkelingen maximaal 15 minuten. De exacte tijd kan afhankelijk van het plan worden verruimd. 4. De mondelinge toelichting kan door of namens de indiener van een plan gegeven worden door de ontwerper. 5. Het secretariaat van de commissie is verantwoordelijk voor de afspraken met betrekking tot mondelinge toelichtingen.

3. Een plantoelichting is bedoeld voor een korte toelichting op de planfilosofie en de gemaakte keuzes in relatie tot de ruimtelijke en maatschappelijke context en het gemeentelijke beleid. De toelichting wordt gegeven voorafgaand aan de beraadslaging door de commissie. 4. De mondelinge toelichting kan door of namens de indiener van een plan gegeven worden door de ontwerper. 5. Het secretariaat van de commissie is verantwoordelijk voor de afspraken met betrekking tot mondelinge toelichtingen.

Artikel 9. Afdoening onder mandaat van de commissie 1. De commissie kan uit haar midden een lid of enkele leden aanwijzen die onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet en artikel 2, derde lid, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie uitvoeren. 2. De commissie kan dit ook doen wanneer een specifiek initiatief of aanvraag daarom vraagt of wanneer bepaalde deskundigheid gewenst is. 3. Het verantwoordelijke lid of de leden regelen zelf hun wijze van werken, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening.

Artikel 9. Gemandateerd commissielid 1. De commissie kan uit haar midden een lid of enkele leden aanwijzen die onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet en artikel 2, derde lid, de advisering over een initiatief of aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie uitvoeren. Mandaat ziet op plannen: a. van minder gewicht of van spoedeisende aard of beperkt tot één vakdeskundigheid of één vakgebied; b. waarvan het oordeel naar de mening van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit als bekend mag worden verondersteld (in lijn met de adviespraktijk); c. ten aanzien waarvan in het kader van ambtelijk mandaat (zie de beleidsregel ‘Beleidsregel ambtelijke welstandstoets’) al dan niet als gevolg van gerede twijfel of een bijzondere

Door middel van deze bepaling wordt de advisering in mandaat verruimd. Ook bij gemeentelijke monumenten en in beschermde stads- en dorpsgezichten kan bij bouwplannen met een beperkte impact geadviseerd worden door een gemandateerd lid. Bij Rijksmonumenten is dit wettelijk uitgesloten. Verder is in het artikel een nadere uitwerking gegeven aan het ambtelijk mandaat. 1 sub a, onderdeel ‘minder gewicht’: de gedachte achter dit onderdeel is, om te zorgen dat de grote bulk van kleine plannen niet meer naar de volledige commissie hoeft, om zo de afhandeling er van te versnellen. Het gaat dan om plannen tot de omvang van de nieuw bouw van een huis.

Artikel 10. Adviseurs 1. Indien de aard van een te beoordelen plan dan wel het beleid daartoe aanleiding geeft, kan burgemeester en wethouders op ad hoc of permanente basis specifieke deskundigen als adviseur van de commissie aanstellen zoals op het gebied van archeologie, landschap of elk ander relevant vakgebied of specialisme. Ook gemeentelijke

situatie geen positief advies kan worden afgegeven; d. in overige gevallen wanneer de commissie daartoe aanleiding ziet. 2. Het gemandateerde lid is gemachtigd tot het uitbrengen van zowel positieve als negatieve adviezen. 3. In geval van een aanvraag omgevingsvergunning wordt de welstandsadvisering verder in ambtelijk mandaat afgedaan, indien op de aanvraag al een positief advies onder voorwaarde(n) door de commissie (voltallig of in mandaat) is afgegeven en de aangepaste aanvraag aan deze voorwaarde(n) voldoet. 4. Aanvragen omgevingsvergunning en initiatieven met een monumentenstatus en/of gelegen in een beschermd stads-/dorpsgezicht worden in mandaat afgedaan, indien de impact op de betreffende beschermde waarden minimaal is, maar niet valt onder vergunningvrij (Bijlage II, Bor, zoals deze gold voor invoering van de Omgevingswet). 5. Het verantwoordelijke lid of de leden regelen zelf hun wijze van werken, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening.

Denk dus aan alle vergunningsplichtig uit-/aanbouwen, gevelwijzigingen, etc. 1 sub b: dat zie op een plan dat erg lijkt op een plan waar de commissie eerder heeft geadviseerd. Denk aan een plan dat vergelijkbaar is met een eerder plan in dezelfde straat. Of een plan met een opzet dat ook al elders is toegepast. Ook hier is de gedachte om de afhandeling te versnellen, omdat het standpunt van de AOK al bekend is. 1 sub c: alle advisering waar in deze verordening naar wordt verwezen door de AOK en in mandaat -AOK en ambtelijk- vindt plaats op basis van de NRK. Verwijzen naar de NRK zou dubbelop zijn en schept verwarring. 1 sub d: deze laatste is een rest categorie. De genoemde 1.at./m d zijn ieder een afzonderlijke grond om onder lid 1 een plan in mandaat te beoordelen. Het is geen cumulatieve opsomming.

Artikel 10. Adviseurs 1. Indien de aard van een te beoordelen plan dan wel het beleid daartoe aanleiding geeft, kan burgemeester en wethouders op ad hoc of permanente basis specifieke deskundigen als adviseur van de commissie aanstellen zoals op het gebied van archeologie, landschap of elk ander relevant vakgebied of

Nvt.

adviseur(s) stedenbouw, monumenten, groen erfgoed of cultuurhistorie kunnen worden ingeschakeld als adviseur. 2. Indien de aard van een te beoordelen plan dan wel het beleid daartoe aanleiding geeft kan de commissie op eigen initiatief een specifieke deskundige als adviseur raadplegen zoals bedoeld in het vorige lid. 3. De adviseur is geen lid van de commissie, maar wordt voorafgaand aan de beraadslaging in de gelegenheid gesteld zijn of haar visie op het plan te geven. De adviseur neemt eventueel deel aan de beraadslaging maar heeft geen bijdrage in de oordeelsvorming en geen stem in de eindbeoordeling.

specialisme. Ook gemeentelijke adviseur(s) stedenbouw, monumenten, groen erfgoed of cultuurhistorie kunnen worden ingeschakeld als adviseur. 2. Indien de aard van een te beoordelen plan dan wel het beleid daartoe aanleiding geeft kan de commissie op eigen initiatief een specifieke deskundige als adviseur raadplegen zoals bedoeld in het vorige lid. 3. De adviseur is geen lid van de commissie, maar wordt voorafgaand aan de beraadslaging in de gelegenheid gesteld zijn of haar visie op het plan te geven. De adviseur neemt eventueel deel aan de beraadslaging maar heeft geen bijdrage in de oordeelsvorming en geen stem in de eindbeoordeling.

Artikel 11. Verwerking van het advies In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie.

Artikel 11. Verwerking van het advies In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie.

Nvt.

Artikel 12.1 Het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering 1. Voor een besluitvormende vergadering over rijksmonumentactiviteiten of eventuele verzoeken over advisering met betrekking tot het aanwijzen van gemeentelijk cultureel erfgoed worden geen besluiten genomen, indien er niet minimaal twee commissieleden met monumentendeskundigheid in de vergadering aanwezig zijn. 2. Over omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op cultureel erfgoed worden geen besluiten genomen, indien er niet minimaal twee commissieleden met monumentendeskundigheid in de vergadering aanwezig is.

Artikel 12.1 Quorum & stemverhoudingen besluitvormende vergadering 1. Voor een besluitvormende vergadering over rijksmonumentactiviteiten of eventuele verzoeken over advisering met betrekking tot het aanwijzen van gemeentelijk cultureel erfgoed worden geen besluiten genomen, indien er niet minimaal één commissielid met monumentendeskundigheid in de vergadering aanwezig is. 2. Over omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op cultureel erfgoed worden geen besluiten genomen, indien er niet minimaal één commissielid met

Lid 2 is gewijzigd als gevolg van de wijziging van artikel 9 (gemandateerd lid). Lid 5 is toegevoegd om niet bij ieder bouwplan een tijdrovende hoofdelijke stemming te hoeven houden.

3. Als ten gevolge van het onder lid 1 en/of 2 gestelde een vergadering geen doorgang kan vinden, wordt zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen zeven werkdagen, een vergadering belegd waarop het vereiste aantal leden aanwezig kan zijn. 4. De voorzitter opent de besluitvormende vergadering op het vastgestelde tijdstip als het voor het quorum vereiste aantal leden aanwezig is.

monumentendeskundigheid in de vergadering aanwezig is. 3. Als ten gevolge van het onder lid 1 en/of 2 gestelde een vergadering geen doorgang kan vinden, wordt zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen zeven werkdagen, een vergadering belegd waarop het vereiste aantal leden aanwezig kan zijn. 4. De voorzitter opent de besluitvormende vergadering op het vastgestelde tijdstip als het voor het quorum vereiste aantal leden aanwezig is. 5. Alleen indien de voorzitter dit nodig acht op basis van de inbreng van de afzonderlijke leden kan hij/zij besluiten over te gaan tot een hoofdelijke stemming. Bij gelijke stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

Artikel 12.2 Werkwijze bij de advisering zoals genoemd in de verordening, artikel 2, tweede lid, onder b, respectievelijk onder c 1. De commissie regelt zelf haar wijze van werken, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening. 2. De commissie vergadert ten minste 1 maal per 14 dagen of zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt. Een vergadering kan ook worden belegd als ten minste drie leden schriftelijk en onder opgaaf van redenen hierom hebben verzocht. 3. Op voorstel van de voorzitter kan de besluitvorming over zaken plaatsvinden door toezending van een voorstel aan de leden, die daarover schriftelijk hun mening kenbaar kunnen maken. 4. De commissie kan zich hierbij naar eigen inzicht laten bijstaan door extra adviseurs. Dit betreft o.a. disciplines als

Artikel 12.2 Werkwijze bij de advisering zoals genoemd in de verordening, artikel 2, tweede lid, onder b, respectievelijk onder c 1. De commissie regelt zelf haar wijze van werken, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening. 2. De commissie vergadert ten minste één maal per 14 dagen of zo dikwijls als het secretariaat dit nodig oordeelt. Een vergadering kan ook worden belegd als ten minste drie leden schriftelijk en onder opgaaf van redenen hierom hebben verzocht. 3. Op voorstel van het secretariaat kan de besluitvorming over zaken plaatsvinden door toezending van een voorstel aan de leden, die daarover schriftelijk hun mening kenbaar kunnen maken. 4. De commissie kan zich hierbij naar eigen inzicht laten bijstaan door extra adviseurs. Dit betreft o.a. disciplines

Nvt.

cultuur- en bouwhistorie, landschapsarchitectuur, landgoederen of beeldende kunst. Afhankelijk van het initiatief of de aanvraag die moet worden beoordeeld, nemen de extra adviseurs deel aan de vergadering. Hun deskundigheid wordt gehoord en gewaardeerd, maar zij hebben geen stemrecht. 5. De commissie adviseert het bevoegd gezag over de welstandsaspecten van aanvragen van omgevingsvergunning voor het bouwen. De commissie is hierbij gebonden aan de vastgestelde beleidskaders (zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet).

als cultuur- en bouwhistorie, landschapsarchitectuur, landgoederen of beeldende kunst. Afhankelijk van het initiatief of de aanvraag die moet worden beoordeeld, nemen de extra adviseurs deel aan de vergadering. Hun deskundigheid wordt gehoord en gewaardeerd, maar zij hebben geen stemrecht. 5. De commissie adviseert het bevoegd gezag over de welstandsaspecten van aanvragen van omgevingsvergunning voor het bouwen. De commissie is hierbij gebonden aan de vastgestelde beleidskaders (zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet).

Artikel 12.3 De inrichting van het vooroverleg zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder f 1. De commissie voert noodzakelijk geacht vooroverleg met betrokkenen bij de voorbereiding van een initiatief of een aanvraag omgevingsvergunning. De commissie regelt zelf haar wijze van werken bij het voeren van vooroverleg, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening. 2. Indien gewenst kan de commissie zich ook bij vooroverleg laten bijstaan door (een) extra adviseur(s). Vooroverleg kan door de commissie worden opgedragen aan een of meerdere van haar leden. 3. Bespreking in het kader van vooroverleg wordt door hen teruggekoppeld met de commissie. Afspraken gemaakt in vooroverleg worden in de regel overgenomen door de commissie, tenzij dermate afwijkend van het geldende beleid en/ of het behouden of bereiken van een goede omgevingskwaliteit.

Artikel 12.3 De inrichting van het vooroverleg (Omgevingsoverleg) zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder f 1. De commissie voert noodzakelijk geacht vooroverleg met betrokkenen bij de voorbereiding van een initiatief of een aanvraag omgevingsvergunning. De commissie regelt zelf haar wijze van werken bij het voeren van vooroverleg, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening. 2. Indien gewenst kan de commissie zich ook bij vooroverleg laten bijstaan door (een) extra adviseur(s). Vooroverleg kan door de commissie worden opgedragen aan een of meerdere van haar leden. 3. Bespreking in het kader van vooroverleg wordt door hen teruggekoppeld met de commissie. Afspraken gemaakt in vooroverleg worden in de regel overgenomen door de commissie, tenzij dermate afwijkend van het geldende beleid en/ of het behouden of bereiken van een goede omgevingskwaliteit.

Kleine tekstuele aanvulling ter verduidelijking.

4. Vooroverleg vindt plaats binnen de bestaande beleidscriteria. Als een plan niet binnen deze criteria past, wordt dit in het preadvies aangegeven. 5. De commissie draagt zorg voor consistente beoordelingen in de verschillende planfasen. Preadviezen worden opgenomen in het dossier. De commissie geeft aan in welke fase het plan werd beoordeeld en op basis van welke beleidscriteria de aanvraag voor een omgevingsvergunning uiteindelijk zal worden beoordeeld. 6. Van vooroverleg wordt een beknopt verslag met eventueel gemaakte afspraken gemaakt dat als leidraad kan dienen voor vervolgoverleg en advisering. 7. De openbaarheid geldt voor dit informeel vooroverleg alleen wanneer zowel initiatiefnemer, gemeente/college als commissie hiermee instemmen. 8. Als een plan tijdens de vooroverlegfase drie keer negatief wordt beoordeeld door de commissie en als er tijdens het proces geen noemenswaardige vooruitgang wordt geconstateerd, zal de commissie het bevoegd gezag adviseren het vooroverleg te beëindigen. Artikel 12.4 Conclusie van het advies Het advies kan de volgende conclusies hebben: 1. Akkoord: Het plan voldoet naar mening van de commissie aan de van toepassing zijnde toetsingscriteria. Dit advies kan worden gecombineerd met suggesties om het plan op een (nog) hoger niveau te tillen. Deze suggesties zijn vrijblijvend en staan los van de conclusie van het advies zelf; 2.

Akkoord, mits…: Het plan voldoet naar mening van de commissie aan de criteria voor monumenten mits voldaan wordt aan een aantal specifieke voorwaarden zoals aanvullend kleur- of archiefonderzoek of onderzoek ter plaatse aan het monument. Een akkoord onder

4. Vooroverleg vindt plaats binnen de bestaande beleidscriteria. Als een plan niet binnen deze criteria past, wordt dit in het preadvies aangegeven. 5. De commissie draagt zorg voor consistente beoordelingen in de verschillende planfasen. Preadviezen worden opgenomen in het dossier. De commissie geeft aan in welke fase het plan werd beoordeeld en op basis van welke beleidscriteria de aanvraag voor een omgevingsvergunning uiteindelijk zal worden beoordeeld. 6. Van vooroverleg wordt een beknopt verslag met eventueel gemaakte afspraken gemaakt dat als leidraad kan dienen voor vervolgoverleg en advisering. 7. De openbaarheid geldt voor dit informeel vooroverleg alleen wanneer zowel initiatiefnemer, gemeente/college als commissie hiermee instemmen. 8. Als een plan tijdens de vooroverlegfase drie keer negatief wordt beoordeeld door de commissie en als er tijdens het proces geen noemenswaardige vooruitgang wordt geconstateerd, zal de commissie het bevoegd gezag adviseren het vooroverleg te beëindigen. Artikel 12.4 Conclusie van het advies Het advies kan de volgende conclusies hebben: 1. Akkoord. Het plan voldoet naar mening van de commissie aan de van toepassing zijnde toetsingscriteria. Dit advies kan worden gecombineerd met suggesties om het plan naar een (nog) hoger niveau te tillen. Deze suggesties zijn vrijblijvend en staan los van de conclusie van het advies zelf. 2.

Akkoord, onder voorwaarden. Het plan voldoet naar mening van de commissie aan de van toepassing zijnde toetsingscriteria mits voldaan wordt aan specifieke voorwaarden.

Geeft de commissie iets meer mogelijkheden in zijn advies.

voorwaarden kan alleen wanneer de aanvrager of initiatiefnemer hier schriftelijk mee instemt; 3. Niet akkoord: Het plan voldoet naar mening van de commissie niet aan de toetsingscriteria. Dit betekent dat ingrijpende wijzigingen in het planconcept of de uitwerking van het ontwerp noodzakelijk zijn. De negatieve beoordeling wordt beargumenteerd op basis van de criteria; 4. Aanhouden: Het plan kan op basis van de ingediende gegevens (nog) niet (definitief) van een advies, Akkoord of Niet akkoord, worden voorzien. Aanvullingen c.q. toelichting is noodzakelijk.

3. Akkoord, op hoofdlijnen. Wordt gebruikt bij schetsplannen/ vooroverlegfase. De commissie staat positief tegenover de ontwikkeling van het plan. Het vervolgens uit te werken plan komt, bijvoorbeeld bij de formele aanvraag om omgevingsvergunning, terug bij de commissie voor een definitief advies. 4. Niet akkoord. Het plan voldoet naar mening van de commissie niet aan de toetsingscriteria. Dit betekent dat (ingrijpende) wijzigingen in het planconcept of de uitwerking van het ontwerp noodzakelijk zijn. De negatieve beoordeling wordt beargumenteerd op basis van de criteria. 5. Aanhouden. Het plan kan op basis van de ingediende gegevens (nog) niet (definitief) van een inhoudelijk advies (akkoord, niet akkoord of akkoord, onder voorwaarden) worden voorzien. Aanvullingen c.q. toelichting is noodzakelijk.

Artikel 12.5 Toelichting op het advies 1. De indiener van een plan kan een mondelinge toelichting vragen op het advies. 2. Deze toelichting wordt in eerste instantie gegeven door het secretariaat van de commissie. 3.Indien de indiener vervolgens een nadere toelichting wenst kan een afspraak worden gemaakt met de commissie.

Artikel 12.5 Toelichting op het advies 1. De indiener van een plan kan een mondelinge toelichting vragen op het advies. 2. Deze toelichting wordt in eerste instantie gegeven door het secretariaat van de commissie. 3.Indien de indiener vervolgens een nadere toelichting wenst kan een afspraak worden gemaakt met de commissie of het gemandateerd commissielid. Artikel 12. 6 De wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt 1. De behandeling van plannen door de commissie is openbaar. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling, als de adviezen. 2. Indien het bevoegd gezag – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doet tot niet-openbare

Artikel 12. 6 De wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt 1. De behandeling van plannen door de commissie is openbaar. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling, als de adviezen. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad

Toevoeging voor het geval er is geadviseerd door een gemandateerd lid.

Publiceren van de agenda is niet verplicht en inde praktijk ook niet haalbaar. De agenda wordt op de gemeentelijke website gepubliceerd.

of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. 2. Indien het bevoegd gezag – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doet tot niet-openbare behandeling, dan dient het bevoegd gezag daaraan klemmende redenen op grond van artikel 5.1 van de Wet open overheid ten grondslag te leggen. 3. Burgemeester en wethouders en de gemeentesecretaris kunnen de besloten vergaderingen als toehoorder bijwonen. 4. Het bevoegd gezag besluit op welke wijze de adviezen van de commissie openbaar gemaakt worden.

behandeling, dan dient het bevoegd gezag daaraan klemmende redenen op grond van artikel 5.1 van de Wet open overheid ten grondslag te leggen. 3. Burgemeester en wethouders en de gemeentesecretaris kunnen de besloten vergaderingen als toehoorder bijwonen. 4. Het bevoegd gezag besluit op welke wijze de adviezen van de commissie openbaar gemaakt worden.

Artikel 12.6 Werkinstructie Binnen de kaders van deze verordening geldt een werkinstructie, zoals opgenomen in Bijlage 1. Hierin komt aan de orde: a. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; b. de vergaderorde en orde van de beraadslaging; c. de notulering en dossiervorming.

Vervallen

Er stond in de oude verordening tweemaal een artikel 12.6. Dit artikel komt niet terug aangezien het overbodig is.

Artikel 13. Relatie met andere adviseurs 1. Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of vergelijkbare planbegeleiders, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie, zullen burgemeester en wethouders zorg dragen voor een heldere taakomschrijving en een goede afstemming tussen de planbegeleider en de commissie. 2. Burgemeester en wethouders geven hierbij in ieder geval aan of de planbegeleider volledig zelfstandig opereert; dan wel in nauwe samenwerking met een lid van de commissie dat bevoegd is te adviseren

Artikel 13. Relatie met andere adviseurs 1. Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of vergelijkbare planbegeleiders, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie, zullen burgemeester en wethouders zorg dragen voor een heldere taakomschrijving en een goede afstemming tussen de planbegeleider en de commissie. 2. Burgemeester en wethouders geven hierbij in ieder geval aan of de planbegeleider volledig zelfstandig opereert; dan wel in nauwe samenwerking met een lid van de commissie

nvt.

namens de commissie; dan wel wordt benoemd als lid van de commissie met de bevoegdheid te adviseren namens de commissie. 3. Het secretariaat draagt mede zorg voor de afstemming als bedoeld in het eerste lid. 4. Bij verschil van inzicht tussen de commissie en één van de genoemden in het eerste lid gaat het advies van de commissie voor. Artikel 14. Vergoeding 1. Aan de leden wordt een vaste vergoeding betaald, zijnde: Per uur

€ 90,- & reiskosten

Indien sprake is van een extra vergadering wordt vergoed per uur, waarbij wordt afgerond per kwartier. Als reiskosten worden vergoed: • de daadwerkelijk gemaakte kosten van het openbaar vervoer, of; • € 0,19 per gemaakte kilometers per auto. 2. Het secretariaat van de commissie en de ambtenaren in dienst van de gemeente SittardGeleen ontvangen geen vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie. 3. Het secretariaat zorgt dat na afloop van elke vergadering een getekende presentielijst aanwezig is.

dat bevoegd is te adviseren namens de commissie; dan wel wordt benoemd als lid van de commissie met de bevoegdheid te adviseren namens de commissie. 3. Het secretariaat draagt mede zorg voor de afstemming als bedoeld in het eerste lid. 4. Bij verschil van inzicht tussen de commissie en één van de genoemden in het eerste lid gaat het advies van de commissie voor. Artikel 14. Vergoeding 1. Aan de leden wordt een vaste vergoeding betaald, zijnde: Per uur (afgerond per kwartier)

€ 90,- & reiskosten

Als reiskosten worden vergoed: • de daadwerkelijk gemaakte kosten van het openbaar vervoer, of; • € 0,19 per gemaakte kilometers per auto. 2. Het secretariaat van de commissie en de ambtenaren in dienst van de gemeente Sittard-Geleen ontvangen geen vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie. 3. Het secretariaat zorgt dat na afloop van elke vergadering een getekende presentielijst aanwezig is. 4. Op de onder lid 3 van dit artikel bedoelde lijst wordt eveneens opgave gedaan van de gemaakte reiskosten per openbaar vervoer of eigen vervoer.

Leden 4 en 5 zijn geschrapt wegens overbodigheid.

4. Op de onder lid 3 van dit artikel bedoelde lijst wordt eveneens opgave gedaan van de gemaakte reiskosten per openbaar vervoer of eigen vervoer. 5. Betaling van de bedragen, als bedoeld in lid 3 en 4 van dit artikel, vindt plaats nadat de in laatst genoemde artikelleden bedoelde lijst voor akkoord is geparafeerd door of namens het college.

5.

Betaling van de bedragen, als bedoeld in lid 3 en 4 van dit artikel, vindt plaats nadat de in laatst genoemde artikelleden bedoelde lijst voor akkoord is geparafeerd door of namens het college.

Artikel 15. Jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks voor het zomerreces verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde hoe de commissie haar taken heeft uitgeoefend en waar zij in dat kader tegen aan is gelopen. Zij geeft daarbij minimaal aan wat goed gaat. Daarnaast doet zij aanbevelingen wat de uitoefening van haar taken kan verbeteren.

Vervallen

Dit is geregeld in artikel 2.2

Artikel 16. Overgangsrecht 1. De op grond van de Verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit 2012 benoemde leden worden geacht te zijn benoemd op grond van dit besluit. Hun zittingstermijn eindigt uiterlijk drie maanden na inwerking treding van de Omgevingswet. 2. Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de Adviescommissie Omgevingskwaliteit wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn.

Artikel 15. Overgangsrecht Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand- en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de Adviescommissie Omgevingskwaliteit wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn.

Dit wordt in het aanstellingsbesluit, apart van deze verordening geregeld.

Artikel 17. Intrekking oude regelingen Op het moment dat de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking treedt, worden ingetrokken: 1. de artikelen 15 lid 1, 16 lid 2, en 18 van de Erfgoedverordening Sittard-Geleen 2012; 2. Verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit 20121; 3. Reglement van Orde op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit 20122; 4. Verordening vergoeding voor commissieleden en voorzitter van de ARK 20133.

Artikel 16. Intrekking oude regeling Op het moment dat de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking treedt, wordt ingetrokken: 1. De Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit Sittard-Geleen Wabo 2023.

Spreekt voor zich.

Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit Sittard-Geleen.

Artikel 17. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit Sittard-Geleen Ow.

Spreekt voor zich

1 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR229454/3

2 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR229158/3#d2298187e653 3 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR297173/1#d2244671e98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=fb7b6f96-0b6f-4ac4-8750-366ae295e558