03 Toelichting bestemmingsplan Rijstraat 3-5 te Guttecoven
Tekst van het document
Toelichting
Toelichting
Inhoud
d
1 Inleiding 4 1.1 Algemeen........................................................................................................................................ 4 1.2 Begrenzing plangebied ................................................................................................................... 5 1.3 Vigerende bestemmingsplannen .................................................................................................... 7 1.4 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 12 2 Wettelijk kader 14 2.1 Europees en Rijksbeleid................................................................................................................ 14 2.2 Provinciaal en regionaal beleid .................................................................................................... 18 2.3 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 25 3 Beschrijving plangebied 31 3.1 Het plangebied en omgeving ........................................................................................................ 31 3.2 Stedenbouwkundig beeld Rijstraat ..............................................................................................
36 3.3 Stedenbouwkundige inpassing van het bouwplan ....................................................................... 37 4 Planbeschrijving 39 4.1 Algemeen...................................................................................................................................... 39 4.2 Het bouwplan ............................................................................................................................... 39 4.3 Parkeren ....................................................................................................................................... 42 5 Milieuplanologische aspecten 43 5.1 Water ............................................................................................................................................ 43 5.2 Ecologie ........................................................................................................................................ 44 5.3 Geluid ........................................................................................................................................... 45 5.4 Bodem .......................................................................................................................................... 46 5.5 Externe veiligheid .........................................................................................................................
47 5.6 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................... 50 5.7 Archeologie................................................................................................................................... 51 5.8 Stikstofdepositie ........................................................................................................................... 55 5.9 Overige milieuhinder .................................................................................................................... 57 5.9 Kabels en leidingen ....................................................................................................................... 57 6 Het bestemmingsplan 58 6.1 Feitelijke planopzet ...................................................................................................................... 58 6.2 Juridische planopzet ..................................................................................................................... 58 7 Financiële uitvoerbaarheid
61
8 Handhavingsparagraaf
62
9 Communicatieparagraaf 63 9.1 Wettelijk vooroverleg instanties ex art. 3.1.1 Bro ........................................................................ 63 9.2 Inspraak ........................................................................................................................................ 63 9.3 Zienswijzen ex art. 3.8 Wro .......................................................................................................... 63 Bijlage 1 Vooroverlegreacties ............................................................................................................. 64 Bijlage 2 Nota van inspraak en de staat van wijzigingen .................................................................... 65 Bijlage 3 Zienswijzen........................................................................................................................... 66
bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 2 -
Toelichting
Separate bijlagen: d 1) Rapportage Quickscan ecologische waarden Rijstraat 3-5 te Guttecoven, Ecolybrium, rapportnummer 20-685, d.d. 11.06.2020; 2) Verkennend bodemonderzoek Rijstraat (ong.) Guttecoven, Geonius Milieu B.V., rapportnummer MA200377.R01.V1.0; 3) Berekeningsresultaten AERIUS-stikstofdepositieberekening; 4) Beschaduwingsstudie nieuwbouwwoningen Rijstraat 3-5, Guttecoven; 5) Woningbehoefteonderzoek provincie Limburg ‘Inzicht in de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte per COROP-regio’, Stec Groep, d.d. 14.10.2022.
bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 3 -
Toelichting
1 Inleiding
d
1.1 Algemeen Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens op een perceel aan de Rijstraat in Guttecoven (kadastraal bekend als gemeente Sittard, sectie T, nummers 1085 (ged.) en 1086 (ged.)) twee vrijstaande woningen te realiseren. Het perceel is thans onbebouwd en in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Sittard’ bestemd tot ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’. Het realiseren van twee woningen is op basis van deze bestemming niet toegestaan. Om de realisering van de nieuwe woningen toch mogelijk te maken, dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Dit bestemmingsplan ligt thans voor. De twee nieuwe woningen dienen gecompenseerd te worden in het kader van het regionale en gemeentelijke woningbouwbeleid. Compensatie kan plaatsvinden door het schrappen van bestaande planvoorraad elders. Ter compensatie worden twee bestaande woningbouwtitels elders juridisch-planologisch geschrapt. Het betreft een perceel gelegen aan de Nieuwstraat ong. in Grevenbicht (kadastraal bekend als gemeente Born, sectie M, nummer 542 (ged.)) en een perceel in de buurtschap Graetheide (kadastraal bekend als gemeente Born, sectie I, nummer 1371). Deze beide percelen maken derhalve eveneens deel uit van het voorliggende bestemmingsplan.
Hiermee bestaat het plangebied behorende bij het voorliggende bestemmingsplan uit drie deelgebieden: één deelgebied waar de realisering van twee vrijstaande woningen mogelijk wordt gemaakt en twee deelgebieden waar een bestaande woningbouwtitel wordt geschrapt. Structuur van het bestemmingsplan De structuur van bestemmingsplannen dient conform artikel 3.1.7 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) te voldoen aan de “Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen” (thans SVBP 2012). Dit houdt in dat de verschijningsvorm van een bestemmingsplan en een aantal begrippen zijn gestandaardiseerd. Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee juridische onderdelen: - een verbeelding (een digitaal GML-bestand met een specifiek nummer, in dit geval NL.IMRO.1883.BPRijstraatGutt-VA01); - regels; deze regels zijn in de SVBP2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Op de verbeelding zijn, met bijbehorende verklaringen, de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels. De verbeelding is opgebouwd volgens de landelijke richtlijn SVBP2012 en is getekend op schaal 1:1.000.
De regels bevatten de regeling inzake het gebruik van de gronden, die in het plan zijn begrepen en de zich daarop geprojecteerde opstallen. De regels zijn ingedeeld in vier hoofdstukken: de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels. Een bestemmingsplan gaat voorts vergezeld van een toelichting, waarin een onderbouwing is opgenomen van de gemaakte beleidskeuzen inzake het bestemmingsplan. De toelichting maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Naast de genoemde onderdelen is een aantal onderzoeken uitgevoerd ten behoeve van dit bestemmingsplan. De resultaten van deze onderzoeken zijn in dit bestemmingsplan verwerkt; de onderzoeken zelf zijn als separate bijlagen bij deze toelichting gevoegd.
bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 4 -
Toelichting
1.2 Begrenzing plangebied d Het plangebied bestaat uit drie deelgebieden. In de deelgebieden 1 en 2 worden twee bestaande woningbouwtitels juridisch-planologisch geschrapt. In deelgebied 3 wordt de realisering van twee nieuwe woningen mogelijk gemaakt. In het navolgende worden de begrenzing en de situering van de drie deelgebieden beschreven. Deelgebied 1 Deelgebied 1 betreft een perceel aan de Nieuwstraat ongenummerd te Grevenbicht. De kern Grevenbicht behoort tot de gemeente Sittard-Geleen en is gelegen in het noordwesten van deze gemeente. Het perceel is gesitueerd tussen de percelen Nieuwstraat 24 en Nieuwstraat 28. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Born, sectie M, nummer 542 (ged.) en heeft een oppervlakte van 243 m². Op het onderstaande overzichtskaartje is deelgebied 1 middels een rode omlijning aangegeven:
Overzichtskaartje deelgebied 1
Het perceel is thans onbebouwd, maar conform het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Kernen Obbicht en Grevenbicht’ is de realisering van een nieuwe woning hier mogelijk. Middels de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan wordt deze woningbouwtitel juridischplanologisch geschrapt.
bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 5 -
Toelichting
Deelgebied 2 Deelgebied 2 betreft een perceel aan de d weg Graetheide, in de gelijknamige buurtschap. Graetheide behoort eveneens tot de gemeente Sittard-Geleen en is gelegen in het centrale gedeelte van deze gemeente. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Born, sectie I, nummer 1371 en heeft een oppervlakte van 1.648 m². Op het onderstaande overzichtskaartje is deelgebied 2 middels een rode omlijning weergegeven:
Overzichtskaartje deelgebied 3
Het perceel is thans onbebouwd, echter op basis van het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Kern Graetheide’ is het realiseren van een nieuwe woning op dit perceel toegestaan. Deze woningbouwtitel wordt juridisch-planologisch geschrapt middels de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan.
bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 6 -
Toelichting
Deelgebied 3 Deelgebied 3 betreft het deelgebied waar de d realisering van twee vrijstaande woningen mogelijk wordt gemaakt. Het perceel is gelegen in de kern Guttecoven, in het noordelijke gedeelte van de gemeente Sittard-Geleen. Het deelgebied bestaat uit twee kadastrale percelen (gemeente Sittard, sectie T, nummer 1085 (ged.) en 1086 (ged.). De oppervlakte van deelgebied 3 bedraagt 773 m². Op het onderstaande overzichtskaartje is deelgebied 3 middels een rode omlijning weergegeven:
Overzichtskaartje deelgebied 3
Deelgebied 3 is thans onbebouwd. De gronden worden thans gebruikt als hobbydierenweide.
1.3 Vigerende bestemmingsplannen Het onderhavige plangebied bestaat uit drie verschillende deelgebieden, die alle drie in een ander bestemmingsplan zijn gelegen. Deelgebied 1 is gelegen in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Kernen Obbicht en Grevenbicht’ en is hierin bestemd tot ‘Wonen’. Deelgebied 2 is gelegen in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Kern Graetheide’ en is eveneens bestemd tot ‘Wonen’. In deelgebied 3 vindt de realisering van de twee nieuwe woningen plaats. Dit deelgebied is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sittard’ en is hierin bestemd tot ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’. In het navolgende worden de toegestane doeleinden op basis van de ter plaatse vigerende bestemmingsplannen per deelgebied kort beschreven.
bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 7 -
Toelichting
Deelgebied 1 Deelgebied 1 is in het bestemmingsplan ‘Kernen Obbicht en Grevenbicht’ bestemd tot ‘Wonen’ en d ‘Tuin’. Op de onderstaande uitsnede is deelgebied 1 middels een rode omlijning weergegeven op de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan ‘Kernen Obbicht en Grevenbicht’:
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan deelgebied 1
Enkelbestemming ‘Wonen’ Binnen de bestemming ‘Wonen’ zijn de volgende doeleinden toegestaan: - wonen; - bescherming en behoud van de monumentale boom ter plaatse van de aanduiding ‘monumentale boom’; (*) alsmede voor: - erven; - water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; - nutsvoorzieningen; met bijbehorende: - hoofdgebouwen; - bijgebouwen; - bouwwerken, geen gebouwen zijnde. (*): deze aanduiding is niet van toepassing op het onderhavige perceel. Tevens zijn ter plaatse van de daartoe op de verbeelding opgenomen aanduidingen diverse soorten bedrijven toegestaan. Ter plaatse van deelgebied is een dergelijke aanduiding niet opgenomen, hetgeen betekent dat bedrijvigheid op dit perceel niet is toegestaan. Bouwregels In artikel 17.2 van het bestemmingsplan zijn de bouwregels behorende bij de bestemming ‘Wonen’ vastgelegd. In sub a. van dit artikel is bepaald dat ter plaatse van het bouwvlak een hoofdgebouw (zijnde een woning) mag worden gebouwd. Het betreffende bouwperceel is voorzien van een bouwvlak. Derhalve is het realiseren van een woning op dit perceel toegestaan conform het bestemmingsplan. Tevens is het perceel voorzien van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 1’. bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 8 -
Toelichting
Enkelbestemming ‘Tuin’ Binnen de bestemming ‘Tuin’ zijn de volgende d doeleinden toegestaan: - tuin; alsmede voor: - water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; - nutsvoorzieningen; - parkeervoorzieningen; met de bijbehorende: - bestaande bijgebouwen ten behoeve van de bestemming ‘Wonen’; - bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Deelgebied 2 Deelgebied 2 is gelegen in het bestemmingsplan ‘Kern Graetheide’. Deelgebied 2 is bestemd tot ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Tevens geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Op de onderstaande uitsnede is deelgebied 2 middels een rode omlijning weergegeven op de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan ‘Kern Graetheide’:
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan deelgebied 2
Enkelbestemming ‘Wonen’ Binnen de bestemming ‘Wonen’ zijn de volgende doeleinden toegestaan: - wonen; - een aan huis gebonden beroep ter plaatse van de aanduiding ‘beroep aan huis’; (*) alsmede voor: - erven; - water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; - nutsvoorzieningen; met bijbehorende: - hoofdgebouwen; - bijgebouwen; bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 9 -
Toelichting
-
bouwwerken, geen gebouwen zijnde. d (*): deze aanduiding is niet van toepassing op het onderhavige perceel. Bouwregels In artikel 9.2 van het bestemmingsplan zijn de bouwregels behorende bij de bestemming ‘Wonen’ vastgelegd. In sub a. van dit artikel is bepaald dat ter plaatse van het bouwvlak een hoofdgebouw (zijnde een woning) mag worden gebouwd. Het betreffende bouwperceel is voorzien van een bouwvlak. Derhalve is het realiseren van een woning op dit perceel toegestaan conform het bestemmingsplan. Enkelbestemming ‘Tuin’ Binnen de bestemming ‘Tuin’ zijn de volgende doeleinden toegestaan: - tuin; alsmede voor: - water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; - nutsvoorzieningen; - parkeervoorzieningen; met de bijbehorende: - bouwwerken, geen gebouwen en carports zijnde. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ De gronden welke zijn voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ zijn, naast de andere voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor doeleinden ter bescherming van de archeologische waarden. Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ geldt dat archeologisch onderzoek dient plaats te vinden wanneer ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden waarbij bodemverstoring optreedt tot een diepte van 0,30 meter of meer, over een oppervlakte van 500 m² of meer.
bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 10 -
Toelichting
Deelgebied 3 Deelgebied 3 is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sittard’. Deze gronden zijn volledig d bestemd tot ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’. Tevens gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’, ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie’. Voorts zijn de gebiedsaanduidingen ‘beekdal’ en ‘recreatief netwerk’ (gedeeltelijk) op het deelgebied van toepassing. Op de onderstaande uitsnede is deelgebied 3 middels een rode omlijning weergegeven op de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sittard’:
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan deelgebied 3
In het navolgende wordt voor deelgebied 3 per enkel- en dubbelbestemming de toegestane doeleinden beschreven. Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ Het volledige deelgebied 3 is bestemd tot ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’. Binnen deze enkelbestemming zijn de volgende doeleinden toegestaan: - agrarisch grondgebruik, waaronder het gebruik als hobbydieren-weide; - instandhouding, herstel en ontwikkeling van de aanwezige abiotische, natuurlijke, archeologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden; - het tegengaan van verlaging van de grondwaterstand; - het beschermen van aanwezige waardevolle graslandvegetaties; - ter plaatse van de aanduiding ‘antennemasten’: zoekgebied voor het plaatsen van antennemasten; (*) - ter plaatse van de aanduiding ‘beekdal’, een beekdal; - ter plaatse van de aanduiding ‘erosiegebied’ een erosiegebied; (*) - ter plaatse van de aanduiding ‘recreatief netwerk’ een recreatief netwerk; - extensief dagrecreatief medegebruik; - agrarisch natuurbeheer; met de daarbij behorende: - paden, wegen en parkeervoorzieningen; - water en waterhuishoudkundige voorzieningen. (*): deze aanduiding is niet van toepassing op het onderhavige perceel. Dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 11 -
Toelichting
De gronden welke zijn voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ zijn, naast de andere voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor d doeleinden ter bescherming van de archeologische waarden. Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ geldt dat archeologisch onderzoek dient plaats te vinden wanneer ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden waarbij bodemverstoring optreedt tot een diepte van 0,30 meter of meer, over een oppervlakte van 100 m² of meer. Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ geldt archeologisch onderzoek dient plaats te vinden wanneer deze bodemverstoring een oppervlakte beslaat van 500 m² of meer. Dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ Een kleine strook aan de noordwestelijke rand van deelgebied 3 is voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’. De gronden welke zijn voorzien van deze dubbelbestemming zijn, naast de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van ter plaatse bestaande cultuurhistorische en oudheidkundige waardevolle elementen (monumenten), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen, het stedenbouwkundig beeld) en gebieden. Op de gronden met deze dubbelbestemming mag slechts worden gebouwd indien en voor zover dit nodig is voor het behoud en/of het herstel van de bestaande bebouwing.
Juridisch-planologische wijzigingen Ter plaatse van deelgebied 3 wenst de initiatiefnemer twee nieuwe woningen te realiseren. De ter plaatse vigerende bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ staat woningbouw en het gebruik van de gronden ten behoeve van de woonfunctie niet toe. Hiertoe dienen deze gronden, middels de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan, bestemd te worden tot ‘Wonen’ en voorzien van een bouwvlak. Voorts dient voor de realsering van twee nieuwe wooneenheden compensatie plaats te vinden in het kader van het geldende woningbouwbeleid. Deze compensatie kan plaatsvinden door het slopen van bestaande woningen, het schrappen van bestaande planvoorraad of het leveren van een financiële bijdrage ter compensatie. In het onderhavige geval is ervoor gekozen elders bestaande planvoorraad te schrappen. In zowel deelgebied 1 als in deelgebied 2 kan, op basis van het ter plaatse vigerende bestemmingsplan, een nieuwe woning gerealiseerd worden. Door deze twee percelen in het voorliggende bestemmingsplan te betrekken en het bouwvlak van de verbeelding te verwijderen, worden deze twee woningbouwtitels juridisch-planologisch geschrapt. Hiermee vindt compensatie plaats voor de twee beoogde nieuwe woningen in deelgebied 3: per saldo worden geen nieuwe wooneenheden toegevoegd.
1.4 Leeswijzer De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit negen hoofdstukken. Na dit inleidende eerste hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de beleidskaders op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau weergegeven en wordt afgewogen of de ontwikkeling van het voorliggende bouwplan daarbinnen inpasbaar is. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van het plangebied gegeven met de huidige ruimtelijke, functionele of andere structuren die daarbinnen aanwezig zijn. In hoofdstuk 4 worden de bebouwingsmogelijkheden die in het voorliggende bestemmingsplan zijn opgenomen kort uiteengezet. In hoofdstuk 5 komen de milieuplanologische aspecten aan de orde en worden onder andere de resultaten van uitgevoerde onderzoeken besproken. Hoofdstuk 6 handelt over de opbouw van de regels in dit bestemmingsplan en voorziet onder meer in een artikelsgewijze bespreking van de bestemmingsregels. In hoofdstuk 7 komt de financiële uitvoerbaarheid aan de orde en hoofdstuk 8 bevat een handhavingsparagraaf. Deze toelichting wordt afgesloten met een communicatieparagraaf in hoofdstuk 9. Hier is aangegeven welk communicatietraject is doorlopen en wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 12 -
Toelichting
het plan. Hierbinnen komen de resultaten van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro en de eventueel ingekomen zienswijzen en de beantwoording daarvan door de gemeente aan de orde. d
bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 13 -
Toelichting
2 Wettelijk kader
d
2.1 Europees en Rijksbeleid Natuurwetgeving: gebieds- en soortenbescherming Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Europese Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/33/EEG) hebben de bescherming van soorten en hun natuurlijke habitats tot doel. Elke lidstaat is verplicht speciale beschermingszones aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: ‘Natura 2000’. Sinds 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet heeft drie wetten vervangen: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Conform deze wet bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied en zorgen zij voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren. Het Natura2000-netwerk bevat dus de gebieden die zijn aangewezen onder de Vogel- en Habitatrichtlijn en zijn daarmee geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. Voor die gebieden geldt dat aanwijzingsbesluiten zijn opgesteld waarin staat voor welke soorten en habitats het betreffende gebied is aangewezen en welke instandhoudingsdoelstellingen er gelden voor deze soorten en habitats.
Onderhavig plan Ten westen van deelgebied 3, op een afstand van circa 2 kilometer, ligt het Natura2000-gebied ‘Grensmaas’. Dit Natura2000-gebied betreft geen stikstofgevoelig Natura2000-gebied. Gezien dit feit, in combinatie met de ruime afstand tussen het Natura2000-gebied en deelgebied 3, kan worden geconcludeerd dat de aanwezigheid van Natura2000-gebied ‘Grensmaas’ geen belemmering vormt voor de beoogde planontwikkeling. Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige bouwplan is ter plaatse van deelgebied 3 een quickscan natuurwaarden uitgevoerd. De resultaten van deze quickscan zijn beschreven in hoofdstuk 5.2 van deze toelichting. Ter plaatse van de deelgebieden 1 en 2 vinden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Europese Kaderrichtlijn Water (Waterwet) In het jaar 2000 is de nieuwe Europese Kaderrichtlijn water in werking getreden. Het doel van deze richtlijn is de vaststelling van een kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater in de Europese Gemeenschap.
Uitgangspunten zijn: - een gebiedsgerichte aanpak, waarbij wordt uitgegaan van een indeling in stroomgebieddistricten; - het uitwerken van maatregelen, onder meer uitgaande van een gecombineerde aanpak door beperking van verontreiniging aan de bron door middel van emissiegrenswaarden en door het vastleggen van milieukwaliteitnormen; - het bereiken van de milieukwaliteitdoelstellingen, namelijk de goede ecologische toestand voor het oppervlaktewater en de goede chemische toestand voor het grondwater; - het behoeden van aquatische ecosystemen en de hiervan afhankelijke wetlands en terrestrische ecosystemen voor verdere achteruitgang; - duurzaam gebruik van water wordt bevorderd, op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; - het leveren van een bijdrage aan de afzwakking van de gevolgen van overstromingen en perioden van droogte. De Europese Kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren en stelt zich ten doel dat alle Europese wateren in het jaar 2015 een 'goede toestand' hebben bereikt en dat er binnen heel Europa duurzaam wordt omgegaan met water. Verschillende doelstellingen uit
bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 14 -
Toelichting
de Kaderrichtlijn zijn opgenomen in het Nationaal Waterplan en verankerd in de Waterwet (2009) en het bijbehorende Waterbesluit. d Onderhavig plan Voor het onderhavige plangebied zijn daardoor vanuit de Europese Kaderrichtlijn geen gevolgen te verwachten, die niet ook vanuit andere nationale wet- en regelgeving voortkomen. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Met de NOVI biedt het Rijk een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer urgentie vanuit het Rijk.
Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie, een duurzaam (circulair) economisch potentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier bovengenoemde NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen: 1) De langere periodes van droogte die Nederland de afgelopen jaren meemaakt, maakt het urgent dat het watergebruik beter wordt afgestemd op het beschikbare water en dat water langer wordt vasthouden. De keuzes hiervoor dragen bij aan een klimaatbestendige inrichting in 2050, waarmee Nederland wordt voorbereid op klimaatverandering en zeespiegelstijging. Ook de energietransitie vraagt nu al keuzes waarbij rekening moet worden houden met effecten op de lange termijn. Naar 2050 toe neemt het aandeel duurzame energie alleen maar toe. Dan zijn veel meer aanpassingen aan de infrastructuur voor energie nodig. Ook de opgave voor ruimte voor de bronnen van duurzame energie zelf is groot. In de NOVI worden richtingen meegegeven die bij inpassing van de energie-infrastructuur aandacht vragen voor de kwaliteit van de leefomgeving.
2) In het kielzog van de COVID-19-pandemie wordt gewerkt aan maatregelen om de gevolgen voor de economie zoveel mogelijk te beperken. De ambitie voor de langere termijn is het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Bij de locaties van kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra wordt naast de vraag van bedrijven en economische vitaliteit, de aansluiting op het verkeers- en vervoersnetwerk en het elektriciteitsnetwerk rekening gehouden met de aantrekkelijkheid en kwaliteit van stad en land. Er wordt daarbij ingezet op actieve clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors. 3) Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden en aan de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied plaats, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter.
De COVID-19 crisis onderstreept extra het grote belang van een goede inrichting van de openbare ruimte. bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 15 -
Toelichting
4) De stikstofproblematiek raakt zowel het landelijk gebied als diverse economische sectoren zwaar. De waarde van de natuur, het landschap én de toekomst van de landbouw staan onder d druk. Daarbij is verbetering van de biodiversiteit niet alleen een ecologische, maar nadrukkelijk ook een economische uitdaging, die op de korte termijn om een doortastende aanpak vraagt. Voor de lange termijn wordt gewerkt aan geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied, onder meer gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Dit draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen, werken en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor economisch vitale landbouw als belangrijke drager van het platteland. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Let wel: het Rijk eigent zich geen centraliserende rol toe. Integendeel, de verantwoordelijkheid ligt bij alle partijen gezamenlijk. Onderhavig plan Voor het onderhavige plan bevat de NOVI geen specifieke uitganspunten. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet.
Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Mainportontwikkeling Rotterdam, het kustfundament, de grote rivieren, de Waddenzee en het Waddengebied, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Er zijn ten behoeve van onderhavig bouwplan geen onderwerpen van Rijksbelang uit het Barro die in het kader van het voorliggende bestemmingsplan dienen te worden beschouwd. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking (Bro, artikel 3.6, lid 2) is per 1 oktober 2012 in het Bro opgenomen. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen op basis van deze ladder te worden gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ruimtevraag, de beschikbare ruimte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. De motivering van de duurzame verstedelijking voor het onderhavig plan is onderstaand weergegeven.
Ladder voor duurzame verstedelijking Voorvraag: is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Middels de te doorlopen procedure wordt een omgevingsvergunning verleend waarmee wordt afgeweken van het ter plaatse vigerende bestemmingsplan. Hiermee wordt de realisering van een studentenhuisvestingsvoorziening bestemd voor maximaal 500 studenten mogelijk gemaakt. Hiertoe wordt de binnen de projectlocatie aanwezige bebouwing geamoveerd en een nieuw gebouw gerealiseerd. Alvorens het onderhavige plan te toetsen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking dient eerst de voorvraag te worden beantwoord: is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (NSO)? Een NSO is een ruimtelijke ontwikkeling van bijvoorbeeld een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens jurisprudentie is de Ladder van toepassing op functieveranderingen en nieuwbouw van een ‘zekere omvang’. Volgens de begripsbepalingen in artikel 1.1.1, eerste lid Bro is een NSO als volgt gedefinieerd: ‘… een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 16 -
Toelichting
van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.‘ De genoemde ruimtelijke ontwikkelingen zijn echter niet dgekwantificeerd. Vanuit de definitie is derhalve niet meteen duidelijk waar de ondergrens van deze ontwikkelingen ligt. De afgelopen jaren is steeds meer jurisprudentie ontstaan over de ondergrens van wat als een stedelijke ontwikkeling wordt beschouwd. Er zijn voorbeelden van uitspraken waarbij de bestuursrechter een ontwikkeling vanwege het kleinschalige karakter daarvan niet aanmerkt als een stedelijke ontwikkeling. Zo ziet de Afdeling een plan dat voorziet in de bouw van zes woningen in een dorp, dat vooral bestaat uit lintbebouwing, niet als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS, 18 december 2013, 201302867/1/R4, ECLI:NL:RVS:2013:2471). In een andere uitspraak wordt de bouw van veertien woningen wel als stedelijke ontwikkeling (en dus niet als kleinschalig) beschouwd (ABRvS 9 april 2014, 201307658/1/R4,ECLI:NL:RVS:2014:1252). Bij welk aantal woningen de bestuursrechter nu precies vindt dat wel of niet sprake is van een stedelijke ontwikkeling valt op basis van huidige jurisprudentie niet te zeggen. Het lijkt volgens jurisprudentie in ieder geval wel te moeten gaan om een woningbouwproject met een dusdanige omvang, dat gesproken kan worden van het ontwikkelen van een ‘woningbouwlocatie’.
Onderhavig plan Hieruit kan worden geconcludeerd dat het onderhavige plan, waarin sprake is van de realisering van twee nieuwe woningen, niet kan worden gezien als een woningbouwlocatie en hiermee tevens niet kan worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Bovendien worden elders (in de deelgebieden 1 en 2) twee woningbouwtitels geschrapt. Per saldo betreft het aantal nieuwe wooneenheden hierdoor nul. Geconcludeerd kan worden dat de Ladder van duurzame verstedelijking niet van toepassing op het voorliggende bestemmingsplan. Erfgoedwet Sinds 1 juni 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. Het betreft zowel het roerend als het onroerend erfgoed. Samen met de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 ingaat, maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Voor het onroerend cultureel erfgoed zijn deze wetten van grote betekenis. Het deel van de Monumentenwet 1988 dat direct raakt aan de fysieke leefomgeving, gaat namelijk op in de Omgevingswet. Het resterende deel van de Monumentenwet gaat op in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet voorziet ook in overgangsrecht, zodat de artikelen uit de Monumentenwet tussen 2016 en 2021 niet zomaar komen te vervallen.
De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de zorg voor ons bodemarchief en zijn de vertaling van het Verdrag van Malta, dat Nederland in 1992 ondertekende. De essentie van deze wetgeving is dat waardevolle archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem behouden blijven. Het uitgangspunt is dat archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Als het niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen en de resultaten uit te werken. Onderhavig plan De wijze waarop met het aspect archeologie rekening is gehouden in relatie tot dit plan is verwoord in paragraaf 5.7 van deze toelichting.
bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 17 -
Toelichting
2.2 Provinciaal en regionaal beleid d Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) In het kader van de toekomstige Omgevingswet hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg d.d. 01.10.2021 de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) vastgesteld. Om goed in te kunnen spelen op de Limburgse kansen en uitdagingen in de leefomgeving is een visie nodig voor de langere termijn (2030 - 2050), waarin allerlei onderwerpen aan bod komen, zoals wonen, bodem, infrastructuur, energie, economie, landbouw, water, natuur, landschap en cultureel erfgoed, maar ook gezondheid en de gezonde leefomgeving. Zo geeft de Omgevingsvisie richting aan de manieren waarop Limburg klaargemaakt wordt voor de toekomst. De provincie zoekt naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en vrije tijd besteden. Afwegingen hierbinnen geschiedt op basis van de onderstaande Limburgse principes: - streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving die uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid; - de kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers. Er is dus ruimte voor maatwerk. - meer stad, meer land. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen.
Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld. - zorgvuldig omgaan met de ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. Ingezet wordt op een sociaal-economische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar de volgende generaties. In lijn met de Omgevingswet gaat de Omgevingsvisie uit van het voorzorgsbeginsel; preventief handelen, milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestrijden en de vervuiler betaalt. In onze afwegingen worden naast de impact op mens, economie en welvaart ook de impact op de omgeving en het milieu beschouwd. Er wordt gestreefd naar functiecombinaties en het optimaal benutten van bestaande functies. Onderhavig plan In de Omgevingsvisie is een algemene zonering opgenomen. Deelgebied (waarin de realisatie van de twee beoogde woningen plaatsvindt) is gelegen in de zone ‘Buitengebied’. Op het onderstaande kaartje ‘Limburgse principes’ is de projectlocatie middels een rode omlijning aangeduid:
Uitsnede kaart ‘Limburgse principes’ bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 18 -
Toelichting
Het buitengebied betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg. d Het gebied betreft in totaal circa 85.000 hectare. Limburg kent een relatief oude, incourante woning- en planvoorraad. Deze woning- en planvoorraad moeten toekomst- en levensloopbestendig en verduurzaamd worden. Dit leidt tot sloop- en herstructureringsopgaven in centra, buurten, wijken, dorpen en in het buitengebied. Het onderhavige plan behelst het realiseren van twee levensloopbestendige woningen, aan de rand van de bestaande kern Guttecoven. Deze nieuwe woningen zullen voldoen aan de huidige wet- en regelgeving met betrekking tot bouwen en duurzaamheid. Deze nieuwbouwwoningen zijn niet toegestaan op basis van bouw- en gebruiksregels uit het vigerende bestemmingsplan. Ter compensatie worden elders (ter plaatse van de deelgebieden 1 en 2 behorende bij dit bestemmingsplan) woningbouwtitels planologisch-juridisch geschrapt). Bovendien is bij de ontwikkeling van het onderhavige bouwplan zorgvuldig omgegaan met de uitbreiding van de bebouwing. Er is voor gezorgd dat de nieuwe woonpercelen parallel aan het tegenovergelegen woonperceel (Rijstraat 8) zijn geprojecteerd. Hiermee is ervoor gezorgd dat de stedenbouwkundige uitbreiding van de kern Guttecoven beperkt blijft.
Hierdoor is er, met inachtneming van het algemeen belang van het bouwen van nieuwe woningen om het woningtekort op te lossen, sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik. Hiermee sluit het voorliggende plan aan bij de ambities om de woning- en planvoorraad in Limburg te herstructureren en te verduurzamen. Geconcludeerd kan worden dat de beleidsuitgangspunten van de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) geen belemmering vormen voor het onderhavige plan. Omgevingsverordening Limburg 2014, Wonen Zuid-Limburg Bij de vaststelling van het POL2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Het beleid uit paragraaf 2.4 (Wonen Zuid-Limburg) is een voortzetting van de op 21 juni 2013 in werking getreden Verordening Wonen Zuid-Limburg. Met de verordening wordt beoogd dat de kwaliteit van de woningvoorraad op peil blijft en aansluit bij de vraag van de huidige en toekomstige woonconsument. De vitaliteit en de kwaliteit van wonen en leven in Zuid-Limburg wordt hiermee versterkt. De Verordening moet voorkomen dat de mismatch tussen vraag en aanbod in kwantiteit en kwaliteit verder toeneemt. Dit betekent dat het overaanbod aan woningen niet verder mag toenemen en dat de kwaliteit van nieuwbouwwoningen moet voldoen aan de eisen van de huidige en toekomstige woonconsument. Er mogen geen ‘ongewenste’ woningen bij komen.
De term ‘ongewenst’ wordt gebruikt om aan te geven dat het niet de bedoeling is dat de gehele woningmarkt ‘op slot’ gaat. Er zijn plannen in de maak voor woningen die ook in deze fase als wenselijk en zelfs noodzakelijk kunnen worden beschouwd. Ook valt niet uit te sluiten dat de in de nabije toekomst nieuwe plannen worden gemaakt voor woningen die eveneens wenselijk worden geacht. Dergelijke plannen moeten natuurlijk doorgang kunnen vinden. De vraag of een plan wenselijk is, en dus buiten het verbod van de verordening valt, hangt van een groot aantal factoren af. Factoren die samenhangen met het plan zelf, de locatie en de invloed op woningvoorraadontwikkeling in zijn geheel. Voorbeelden hiervan zijn onder meer de prioriteit dat een plan heeft in de regionale planning, inbreidingslocatie versus uitbreiding, duurzaamheid van het plan en de relatie met leegstand van kantoren en winkels. Bij de provincie wordt er vanuit gegaan dat indien tegenover een nieuw plan voldoende compenserende maatregelen in de vorm van sloop en/of het schrappen van bestaande, hard plancapaciteit staan, een dergelijk plan doorgang moet kunnen vinden. Harde, zachte en nieuwe plannen Er worden drie soorten woningbouwplannen onderscheiden: harde, zachte en nieuwe plannen.
Onder ‘harde’ plannen worden alle woningen verstaan die zijn opgenomen in bestemmingsplannen, beheersverordeningen en omgevingsvergunningen, die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening door de gemeenteraad en burgemeester en wethouders zijn vastgesteld. Bij ‘zachte’ plannen gaat het om initiatieven voor nieuwe woningen die wel al bekend zijn, maar waarvoor nog geen bestemmingsplan c.s. is vastgesteld. Zolang voor een bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 19 -
Toelichting
initiatief nog geen definitief bestemmingsplan is vastgesteld, valt het onder de zachte plancapaciteit. Nieuwe plannen zijn initiatieven d die nog niet bekend zijn en waarmee dus nog geen rekening is gehouden bij het bepalen van de regionale planvoorraad. De verordening heeft geen betrekking op de woningen die zijn opgenomen in de ‘harde’ plannen. Die woningen kunnen in beginsel worden gerealiseerd. Bestaande plannen kunnen door gemeenten worden herzien, maar op het moment dat een gemeente via een dergelijke herziening meer woningen toevoegt, geldt het verbod van de verordening. Bestaande woningen mogen dus wel worden geschrapt, maar er mogen geen nieuwe woningen worden toegevoegd. Bij zachte plannen gaat het om initiatieven die nog in voorbereiding zijn. Dat wil zeggen dat de gemeenteraad nog geen definitief besluit heeft genomen tot vaststelling van het bestemmingsplan of dat burgemeester en wethouders nog geen besluit hebben genomen om de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Voor die plannen geldt dat de voorbereidingsactiviteiten mogen worden voortgezet, maar de definitieve vaststelling of vergunningverlening vooralsnog moet worden aangehouden. Ten opzichte van de voorgaande Verordening Wonen Zuid-Limburg uit 2013 is een wijziging aangebracht bij plannen voor maximaal één woning (art. 2, lid b.).
Op dergelijke plannen was de Verordening Wonen Zuid-Limburg niet van toepassing. Die keuze was onder meer gemaakt omdat de toevoeging van één woning, bezien vanuit het belang van de woningmarkt op de schaal van Zuid-Limburg niet relevant genoeg geacht werd om daarop provinciale sturing van toepassing te laten zijn. Echter, bij de implementatie van een regionale structuurvisie Wonen en Leefbaarheid Zuid-Limburg kan de uitzondering voor plannen voor maximaal één woning juist het omgekeerde effect hebben en de regio hinderen in de formulering van eigen beleid voor deze categorie. Daarom is de uitzondering voor één woning met de vaststelling van het POL2014 overgeheveld van de verordening naar de bijbehorende Beleidsregel nieuwe woningen Zuid-Limburg. Hierin is een uitzondering opgenomen voor plannen voor maximaal één woning. Deze wijziging is tegelijkertijd met de vaststelling van het POL2014 in werking getreden. In de Omgevingsverordening is een bepaling opgenomen, waarmee gemeenten afdwingbaar worden gehouden aan de afspraken de zijn vastgelegd in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Deze structuurvisie wordt in het navolgende beschreven. Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg Op 10 november 2016 heeft de raad van de gemeente Sittard-Geleen de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) vastgesteld.
De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de 18 ZuidLimburgse gemeenten vanuit het besef dat ruimtelijke ontwikkelingen in één gemeente directe invloed hebben op andere gemeenten. Ook erkennen gemeenten met deze gemeenschappelijke aanpak, dat onderlinge concurrentie, zeker met de huidige bevolkingsontwikkeling en de ambities die Zuid-Limburg als kennisregio heeft, leidt tot negatieve effecten die uiteindelijk ten koste gaan van de kracht van de regio. Een overschot aan woningen is niet in het gezamenlijke belang, want dat kan negatieve gevolgen hebben voor de bestaande woningvoorraad, met alle gevolgen van dien voor leefbaarheid, doorstroming en betaalbaarheid. Doel van deze visie is het creëren van een excellent woon- en leefklimaat in Zuid-Limburg door een goed functionerende woningmarkt met aantrekkelijke, elkaar aanvullende woonmilieus. Dit is een voorwaarde voor het benutten van de economische potentie van de regio, een ambitie die Zuid-Limburg hoog in het vaandel heeft. In deze SVWZL staat de transformatieopgave per gemeente centraal in de ontwikkeling van de woningvoorraad.
Om de gewenste kwantitatieve omvang van de woningvoorraad te bepalen wordt de transformatieopgave per gemeente uit de Woonmonitor gebruikt als de kwantitatieve koersbepalende opgave om te komen tot een gezonde woningmarkt met voldoende marktspanning. De transformatieopgave wordt bepaald door de combinatie van de leegstand in de woningvoorraad (minus een gezonde frictieleegstand van 2%) en de huishoudensontwikkeling. De transformatieopgave per gemeente wordt tweejaarlijks vastgesteld. De transformatieopgave is een bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 20 -
Toelichting
koersbepalende opgave voor de ontwikkeling van de woningvoorraad. De transformatieopgave wordt vastgesteld per gemeente en is beleidsneutraal. Het betreft daarmee geen afdwingbare d bouw-of sloopopgave. Afspraken In de regio zijn de volgende afspraken gemaakt: - schrappen van programma dat geen toegevoegde waarde meer heeft; - transformatieopgave tweejaarlijks vaststellen per gemeente; - herinvulling waardevol bestaand vastgoed (zoals monumenten) heeft prioriteit; - compensatie verplicht bij nieuwe initiatieven (in deze volgorde): 1) slopen; 2) financiële compensatieregeling; 3) gemeente neemt sloopverplichting over en voert deze uit binnen raadstermijn; 4) schrappen bestaande plancapaciteit: 1 nieuwe woning tegen 4 bestaande woningen (bij monumenten 1 op 1). Tijdelijke versoepeling compensatieregeling (regionaal besluit maart 2019) (*) opmerking: deze beleidsregel is inmiddels komen te vervallen vanwege de recente vaststelling van de nieuwe beleidsregel ‘Ruime baan voor goede woningbouwplannen 2021’. Om een volledig en chronologisch overzicht te geven van de ontwikkeling van het regionale woningbouwbeleid in Zuid-Limburg, is de beleidsregel in het onderstaande uiteengezet.
Deze tijdelijke beleidsregel is opgesteld door de regio Zuid-Limburg in afstemming met de provincie Limburg en wordt als addendum toegevoegd aan de reeds door de raad vastgestelde structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Als algemene lijn uit de inventarisatie gericht op de tijdelijke versoepeling is op te merken dat een versoepeling gericht zou moeten zijn op de realisering van sociale huur én woningbouw voor specifieke doelgroepen. Daarnaast betroffen knelpunten met name strategische locaties (m.n. centra en aanloopstraten en invulling rotte plekken) en de herbestemming van leegstaand vastgoed en beeldbepalende panden. Daarbij is concreet aangegeven dat de compensatie van harde plancapaciteit in verhouding 1:4 in de praktijk als te zwaar wordt ervaren, het slechts gebruiken van één wijze van compensatie in de praktijk als onhandig wordt ervaren en dat de afbakening van de financiële compensatieregeling voor kleine woningbouwinitiatieven met slechts 5 woningen als te beperkt wordt ervaren. Op basis hiervan is een concreet voorstel voorbereid, waarin gedurende de versoepeling van de compensatie woningbouwplannen in drie categorieën worden beschouwd. De reeds bestaande compensatiemogelijkheden blijven vigerend.
De beleidsregel VI van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg luidt als volgt: Om het mogelijk te maken om nieuwe, kwalitatief goede, woningbouwinitiatieven aan de vastgestelde woningmarktprogrammeringen toe te voegen, is een uniforme wijze van afwegen afgesproken. Deze nieuwe woningbouwinitiatieven moeten worden gecompenseerd. Compenseren moet met direct gekoppelde sloop of onttrekking. Als dit aantoonbaar niet mogelijk is, kan ook worden gecompenseerd in afnemende volgorde: 1. Elke nieuw toe te voegen woning (per locatie 5 of minder woningen) wordt financieel gecompenseerd door middel van een op Zuid-Limburgs niveau uitgewerkte uniforme financiële compensatieregeling, waarvan de middelen in een subregionaal op te zetten sloopfonds vloeien; 2. De gemeente neemt de sloopverplichting over en voert deze binnen de raadstermijn uit, waarin dit besluit is genomen; 3. Door middel van het schrappen van reeds bestaande harde plancapaciteit in de subregionale woningmarktprogrammering. Deze moet minimaal in de verhouding van 1 : 4 (toe te voegen woning : te schrappen harde plannen) ingezet worden als compensatie voor het nieuwe woningbouwinitiatief. In het geval van een woningbouwinitiatief in een monument (niet zijnde rijksmonument) of beeldbepalend pand wordt volstaan met een compensatie van één woning uit de reeds bestaande harde plancapaciteit in de regionale woningmarktprogrammering.
bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 21 -
Toelichting
Tijdelijke versoepeling: Gedurende de periode van versoepeling dvan de compensatie worden woningbouwplannen beschouwd in vier categorieën. Voor elke categorie is aangegeven welke eventuele compensatie wordt verwacht. De reeds bestaande compensatiemogelijkheden blijven vigerend als invulling van de compensatie. 1. UITZONDERINGSPLANNEN – GEEN COMPENSATIE Dit betreffen de volgende woningbouwplannen, onder de voorwaarden zoals genoemd binnen de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en/of aanvullende beleidsregels: - Studentenwoningen in de benoemde gemeenten (conform Structuurvisie Wonen ZuidLimburg) - Woningbouw gericht op de doelgroep zorgbehoevenden (conform Structuurvisie Wonen ZuidLimburg / vigerende beleidsregel). - Tijdelijke woningen (max. 10 jaar) (conform vigerende beleidsregel). - Woningbouw in Rijksmonumenten (conform Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg). 2. KWALITATIEF GOEDE PLANNEN – LICHT COMPENSATIE-REGIME Dit betreft woningbouwplannen ter grootte van maximaal 25 woningen gericht op betaalbare levensloopbestendige sociale huurwoningen (max. € 720,42 huur per maand, voor met name starters) en middeldure huurwoningen (tot max. € 950 huur per maand) en vergelijkbare betaalbare levensloopbestendige koopwoningen voor starters (max. prijsniveau tot en met de Starterslening-grens, provinciaal € 185.000,-) en voor senioren (tot max. NHG-grens: € 290.000,VON).
Voorwaarde is wel, dat deze woningen gebouwd worden in de dorpskernen en de stedelijke centra. Dit in lijn met de kaders van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg). Bijvoorbeeld: woningbouwprojecten in aanloopstraten of transformaties van commercieel vastgoed naar wonen in centra of kernen, bedoeld voor sociale doelgroepen, senioren en starters. Licht compensatie-regime, d.w.z.: - compensatie door het schrappen van reeds bestaande harde plancapaciteit uit de regionale woningmarktprogrammering in een verhouding 1:1. - financiële compensatie door een percentage van de WOZ-waarde (7%) conform de regeling kleine woningbouwinitiatieven, maar dan voor maximaal 25 woningen. - een combinatie van compensatiemaatregelen een combinatie van bestaande en versoepelde compensatiemaatregelen. 3. VERNIEUWINGSPLANNEN – VERLICHT COMPENSATIE-REGIME Ondanks het overschot aan woningen (op termijn) op Zuid-Limburgs niveau, blijft er wel behoefte aan vernieuwing/vervanging van de bestaande woningvoorraad. Ook als een nieuw woningbouwplan niet onder ‘1. Uitzonderingsplannen’ of onder ‘2. Kwalitatief goede plannen’ valt, kan het een goed plan zijn in het kader van vernieuwing/vervanging van de bestaande woningvoorraad. Voor deze woningbouwinitiatieven blijven de kaders van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg in stand, zoals o.a.
‘meer stad-meer land’ (inbreiden voor uitbreiden). Ook voor deze categorie woningbouwinitiatieven t.b.v. vernieuwing/vervanging van de bestaande woningvoorraad is een tijdelijke versoepeling aan de orde, maar deze is zwaarder dan voor woningbouwplannen onder de categorie ‘2. Kwalitatief goede plannen’ en betreft: - compensatie door het schrappen van reeds bestaande harde plancapaciteit uit de regionale woningmarktprogrammering in een verhouding 1:2. - een combinatie van bestaande en versoepelde compensatiemaatregelen. 4. KWALITATIEVE VERBETERING VAN WONINGBOUWPLANNEN Daarnaast wordt het voor gemeenten óók mogelijk om op basis van een aangetoonde kwalitatieve verbetering (betere aansluiting op de behoefte/PMC) van het woningbouwplan, harde plancapaciteit uit de regionale woningmarktprogrammering in een verhouding 1:1 te verplaatsen naar een andere locatie. bestemmingsplan Nieuwbouw Rijstraat 3 en 5 Guttecoven Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 22 -
Toelichting
De beleidsregel is voor een periode van maximaal 2 jaar in werking getreden vanaf 21 maart 2019. Woningbouwinitiatieven die mogelijk worden d gemaakt via deze versoepeling, dienen binnen 2 jaar te zijn vastgesteld en binnen 5 jaar te zijn gerealiseerd (vanaf momentum van toevoeging aan de subregionale woningmarktprogrammering). Woningbouwplannen die deze termijnen niet halen, verliezen hun status op de subregionale woningmarktprogrammering. Deze regeling betreft een tijdelijke aanvulling op beleidsregel VI van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en kan niet met terugwerkende kracht worden ingezet. Naast deze beleidsregel is er in overleg met de regio, ruimte voor maatwerk oplossingen. Beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’ Onlangs is door de Zuid-Limburgse gemeenten de beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’ vastgesteld. Met de beleidsregel wordt de in het voorgaande beschreven beleidsafspraak VI uit de SVWZL voor goede plannen losgelaten. Deze beleidsregel komt in plaats van de eerder vastgestelde ‘Tijdelijke versoepeling van de compensatiesystematiek van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg’. Deze beleidsregel is derhalve komen te vervallen. De strekking van deze beleidsregel is dat ‘goede woningbouwplannen’ niet meer hoeven te worden gecompenseerd, zoals is omschreven in de SVWZL.
Woningbouwplannen worden beschouwd als goede plannen als zij voldoen aan alle drie de onderstaande criteria: Criterium 1: het plan heeft maatschappelijke meerwaarde Een woningbouwplan heeft maatschappelijke meerwaarde wanneer sprake is van (minimaal) één van de volgende situaties: - aantoonbare verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen; - herstructurering/vervangingsbouw van woningen; - hergebruik van winkels of (ander) bestaand waardevol vastgoed met passende woningbouw; - aantoonbare bijdrage aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad. Daarbij wordt aangesloten op het ruimtelijke uitgangspunt dat inbreiding boven uitbreiding gaat. Bovendien zijn goede plannen met name die plannen die voorzien in een evidente behoefte aan met name woonwagens, sociale en middeldure huur en eventueel koop (onder voorwaarden) voor de doelgroep starters en ouderen tot een maximale koopsom die inclusief verwervingskosten gelijk is aan de kostengrens van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG-grens 2021: € 325.000,-). Criterium 2: het plan is planologisch aanvaardbaar Een plan is (ruimtelijk) planologisch aanvaardbaar als het voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening, artikel 3.1.6, lid 2) voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen.
Dit betekent dat een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte nodig is: - criterium 2a: het plan sluit aan bij de kwantitatieve behoefte; - criterium 2b: het plan sluit aan bij de kwalitatieve behoefte. Criterium 3: het plan is (sub)regionaal afgestemd Het derde criterium betreft subregionale afstemming, zodat gezamenlijke oordeelsvorming plaatsvindt en het gemeenschappelijk belang voorop blijft staan (geen onderlinge concurrentie en overschotten op subregionaal niveau). De subregio bepaalt of het plan aan de subregionale woningmarktprogrammering wordt toegevoegd. Woningbouwplannen die concurrerend zijn op regionale schaal (de Zuid-Limburgse woningmarkt), worden ook op Zuid-Limburgse schaal afgestemd. Woningbouwplaninitiatieven die mogelijk worden gemaakt via deze beleidsregel, dienen binnen twee jaar na afstemming in de (sub)regio planologisch te zijn vastgesteld en binnen drie jaar nadat het plan planologisch onherroepelijk is geworden te zijn gerealiseerd. Woningbouwplannen die deze termijnen niet halen, verliezen hun status op de subregionale woningmarktprogrammering.