03 Ruimtelijke Onderbouwing SDN NN.pdf
Tekst van het document
RAPPORT Sanering WKC Noord Ruimtelijke Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking Klant:
Sitech Manufacturing Service
Referentie: BH9308MIRP001F01 Status:
Definitief/01
Datum:
21 september 2021
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Amerikalaan 110 6199 AE Maastricht Airport Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 78 48 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Sanering WKC Noord Ondertitel: Referentie: BH9308MIRP001F01 Status: 01/Definitief Datum: 21 september 2021 Projectnaam: Sanering WKC Projectnummer: BH9308 Auteur(s):
Gecontroleerd door: Datum: 21-09-2021 Goedgekeurd door: Datum: 21-09-2021
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 21 september 2021
BH9308MIRP001F01
i
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Begrenzing plangebied
2
1.3
Planomschrijving
2
1.4
Geldend planologisch kader
3
1.4.1 Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen’ 1.4.2 Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen, herziening ex artikel 30, lid 1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening’ 1.4.3 Voorbereidingsbesluit Sittard-Geleen 1.4.4 Facetbestemmingsplan ‘Parkeren’
5 5 5
2
Toetsingscriteria
6
2.1
Ruimtelijke/stedenbouwkundige inpassing
6
2.2
De verkeerssituatie: bereikbaarheid en verkeersveiligheid
7
2.3
Bereikbaarheid en toegankelijkheid directe omgeving
7
2.4
Brandoverslag
8
2.5
Onderhoud (ondergrondse) leidingen
8
3
Milieu- en omgevingsaspecten
9
3.1
Bodem
9
3.2
Archeologie
9
3.3
Ecologie
11
3.4
Bedrijf- en milieuzonering
12
3.5
Luchtkwaliteit
12
3.6
Externe Veiligheid
12
3.7
Geluid
13
3.8
Geur
13
3.9
Water
13
3.10
Besluit milieueffectrapportage
14
4
Conclusie
14
21 september 2021
BH9308MIRP001F01
ii
3
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Sitech Manufacturing Services BV (hierna: Sitech) is voornemens om de voorzieningen voor stoomdistributie uit het gebouw van WKC-Noord te plaatsen. Daarnaast is het stoomdistributiesysteem aan vervanging toe. Hiervoor is een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend bij de gemeente Sittard-Geleen. De Regionale UitvoeringsDienst (RUD) Zuid-Limburg heeft deze aanvraag getoetst aan de indieningsvereisten die zijn opgenomen in de Regeling omgevingsrecht (Mor). De verstrekte gegevens zijn volgens de RUD onvoldoende om de aanvraag te beoordelen. De conclusie is dat voor de strijdigheid met het bestemmingsplan, zoals hieronder wordt beschreven, een ruimtelijke onderbouwing nodig is ten behoeve van een positieve VVGB van de raad van Sittard-Geleen. Er ontstaat strijdigheid met het bestemmingsplan doordat, de staalconstructie langs de wegen AF en 109, volgens de situatietekening, niet op voldoende afstand van de betreffende wegen staat. Dit is in strijd met het vigerende bestemmingsplan (zie artikel 4, tweede lid, onderdeel d: minimale afstand tot de dichtstbijzijnde weg is 10 meter). Via de volgende stappen wordt bepaald op welke wijze een omgevingsvergunning kan worden verleend: Ten eerste wordt gekeken of de strijdigheid binnenplans opgelost kan worden.
Een binnenplanse oplossing voor deze strijdigheid is niet mogelijk (zie artikel 4, vierde lid, onderdeel c van de voorschriften: minimale afstand tot de dichtstbijzijnde weg is 5 meter). Ten tweede wordt gekeken of de strijdigheid buitenplans opgelost kan worden middels de zogenaamde ‘Kruimellijst’ (Bor, Bijlage II, artikel 4). Een buitenplanse oplossing middels Bor, Bijlage II, artikel 4 is niet toepasbaar, omdat deze bouwwerken geen gebouw zijnde niet voldoen aan het bepaalde in de leden 1 tot en met 11. Ten derde is er een escape aangedragen om een dak te plaatsen op de staalconstructie (Bor, Bijlage II, artikel 4, lid 1). Bij dit artikel moet er ook worden voldaan aan “de uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak”. In casu kent de Chemelot-site geen hoofdgebouw (volgens de definitie van de Bor). Met andere woorden, deze escape is niet toepasbaar. Ten vierde heeft gemeente Sittard-Geleen een lijst met opgenomen categorieën aan te wijzen gevallen waarvoor ten behoeve van het verlenen van een omgevingsvergunning bij strijdigheid met het bestemmingsplan of de beheersverordening geen ‘verklaring van geen bedenkingen’ is vereist (31 augustus 2010). In casu zijn alle gevallen van de lijst niet toepasbaar.
Ten vijfde resteert nog een buitenplanse oplossing waarvoor een ruimtelijke onderbouwing moet worden aangeleverd en de gemeente een (positieve) VVGB dient af te geven. Op deze locatie is het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM- Geleen’, als vastgesteld op 14 december 2000 en de bijbehorende herziening ex artikel 30 Wet op de Ruimtelijke Ordening, als vastgesteld op 24 februari 2005 van toepassing. Voor toepassing van de buitenplanse afwijkbevoegdheid door de raad dient, naast een toets op de relevantie milieu- en omgevingsaspecten, op aangeven van de RUD ZuidLimburg ook getoetst te worden aan de volgende criteria: a. De mogelijkheid tot verantwoorde ruimtelijke/stedenbouwkundige inpassing van (nieuwe) bebouwing; b. De verkeerssituatie (bereikbaarheid in zijn algemeenheid en vermindering van het risico op aanrijdingen en calamiteiten); c. De bereikbaarheid/toegankelijkheid van bebouwing, installaties en dergelijke voor hulpdiensten;
21 september 2021
BH9308MIRP001F01
1
Projectgerelateerd
d. De mogelijkheid tot beperking van brandoverslag tussen de verschillende ‘compartimenten’ van de deelinrichtingen; e. De mogelijkheden om (ondergrondse) leidingen aan te leggen en te onderhouden met minimale overlast en blokkering van wegen.
1.2
Begrenzing plangebied
De projectlocatie is gelegen op het Chemelot Industrial park in Geleen. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door weg 109 en aan de westzijde door weg AF, aan de noordzijde bevindt zich weg 108 en aan de oostzijde weg 14601. In figuur 1 (oranje stip) is de ligging van het plangebied ten opzichte van de Chemelot site weergegeven en een inpassing van het plangebied op de projectlocatie.
Figuur 1: Aanwijzing ontwikkellocatie en situatietekening
1.3
Planomschrijving
Het gebouw van de WKC-Noord moet op termijn gesloopt worden. Om het gebouw te kunnen slopen dienen de binnen opgestelde voorzieningen van de stoomdistributie uit het gebouw geplaatst te worden. Daarnaast is het stoomdistributiesysteem op de locatie Noord aan vervanging toe. Het distributiesysteem heeft het einde van hun restlevensduur bereikt en de reduceerstraten zijn ook uitgetypiseerd. Om een betrouwbare en veilige stoom levering te kunnen blijven continueren dient het stoomdistributiesysteem vervangen te worden. Tevens wordt de voorziening voor het doseren van Trinatriumfosfaat (Optisperse HP5455) in het LDvoedingwater verplaatst omdat deze zich ook in het gebouw van de WKC-Noord bevindt. Daarnaast wordt de voorziening voor het doseren van Ammoniak voor het conditioneren van het voedingwater voor stoomopwekking verplaatst omdat de huidige locatie ook gesaneerd gaat worden.
21 september 2021
BH9308MIRP001F01
2
Projectgerelateerd
Om de drukval over de warmtewisselaar bij de COS-Noord (Condensaat Ontvangst Station) op peil te houden worden in het kader van dit project een 3-tal boosterpompen bijgeplaatst.
1.4
Geldend planologisch kader
Voor het plangebied wordt het geldende planologische kader gevormd door:
1.4.1
Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM- Geleen’ (vastgesteld 14-12-2000). Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM- Geleen, herziening ex artikel 30, lid 1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening’ (vastgesteld 24-02-2005). Voorbereidingsbesluit Sittard- Geleen (vastgesteld 09-05-2019). Facetbestemmingsplan ‘Parkeren’ (vastgesteld 13-09-2018).
Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen’
Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Geleen op 14 december 2000. Bij besluit van 12 juni 2001 is door Gedeputeerde Staten van Limburg gedeeltelijk goedkeuring onthouden aan het bestemmingsplan. Deze onthouding van goedkeuring heeft betrekking op de bestemming ‘Bedrijventerrein II’ ter plaatse van het nog onbebouwde gedeelte van locatie de Beekerveld. De planlocatie maakt geen onderdeel uit van de locatie Beekerveld, waarmee het bestemmingsplan onverkort van toepassing is op het plangebied. De gronden in het plangebied zijn aangewezen als ‘Bedrijventerrein I’, zoals weergegeven in figuur 2.
Figuur 2: Aanduiding locatie op bestemmingsplankaart
Toetsing van het planvoornemen Artikel 4 lid 1: Doeleinden De gronden met de bestemming ‘Bedrijventerrein I’ zijn bestemd voor bedrijven, welke behoren tot de categorieën 1 tot en met 5 (inclusief opslagen en installaties) van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, en ook daarmee gelijk te stellen bedrijven. Ten dienste van en in verband met de bestemming zijn bedrijfsgebouwen (met uitzondering van bedrijfswoningen), andere bouwwerken, verhardingen, wegen (inclusief interne ontsluitingswegen), laadsporen, kabel- en (ondergrondse en bovengrondse) leidingstraten, kolommenbanen, parkeerplaatsen, groenvoorzieningen en andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen energievoorzieningen, toegestaan.
21 september 2021
BH9308MIRP001F01
3
Projectgerelateerd
Toetsing Het initiatief betreft het verplaatsen en/of vervangen van al bestaande bouwwerken op gronden met dezelfde bestemming. Het bouwplan is daarmee passend in het met de bestemming ‘Bedrijventerrein I’ beoogde gebruik. Artikel 4 lid 2: Bebouwing Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: Het bebouwingspercentage bedraagt per oppervlakte- eenheid van 9 ha maximaal 50%. Toetsing Figuur 3 toont aan dat in beide vlakken waar het initiatief in valt het bebouwingspercentage onder de 50% blijft en daarmee voldoet aan de eisen vanuit bestemmingsplan Bedrijventerrein DSMGeleen.
Figuur 3: Weergave bebouwingspercentage
Voor de maximum bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen en andere bouwwerken gelden de maten als aangeduid op de kaart. Toetsing De maximaal toegestane bouwhoogte op deze locatie bedraagt 60 meter. Het initiatief voorziet in een bouwhoogte van 21,5 meter. Daarmee past het initiatief volgens de bebouwingsregels binnen het bestemmingsplan Bedrijventerrein DSM-Geleen. De minimumafstand van de bebouwing tot de as van de dichtst bijgelegen rijbaan van de rijkswegen A2 en A76 bedraagt 50 m en bedraagt tot de zijkant van de overige wegen 10 m; laatste genoemde minimumafstand geldt niet langs wegen die zijn aangelegd ten behoeve van installaties. Toetsing De afstand van zijkant van de kolommen tot zijkant van weg AF is ongeveer 2 meter en de afstand van zijkant van de kolommen tot zijkant van weg 109 is ongeveer 1,2 meter. Daarmee past het initiatief niet binnen het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen’.
21 september 2021
BH9308MIRP001F01
4
Projectgerelateerd
1.4.2
Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen, herziening ex artikel 30, lid 1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening’
Dit bestemmingsplan is (gewijzigd) vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van Sittard-Geleen van 24 februari 2005. In de herziening zijn de gronden waaraan in 2001 door Gedeputeerde Staten goedkeuring was onthouden, voorzien van de aanduiding ‘grensgebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde’. Daarnaast zijn enkele aanvullingen op de planregels doorgevoerd. Voor de gronden aangewezen als ‘Bedrijventerrein I’ is de vrijstelling uit artikel 4 lid b (bouw van andere bouwwerken, zoals koeltorens, emissiepijpen en destillatiekolommen tot een maximum hoogte van 120,00 meter) aangevuld met de randvoorwaarde “dat ten aanzien van de situering van deze andere bouwwerken de aspecten als veiligheid voor mens en dier, visuele hinder, veiligheid langs wegen, verstoring van radar en vliegverkeer bij de behandeling van de vrijstellingsaanvraag worden onderzocht en beoordeeld”. Toetsing Op deze aanvullende voorwaarden op de vrijstelling uit artikel 4 lid b hoeft geen toepassing te worden gegeven omdat het plan voldoet aan bovengenoemde.
1.4.3
Voorbereidingsbesluit Sittard-Geleen
Op 9 april 2019 heeft de gemeenteraad van Sittard- Geleen een voorbereidingsbesluit genomen, op grond waarvan het verboden is om het huidige gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen voor het gebruik als supermarkt. Toetsing Het voorgenomen bouwplan voorziet niet in het gebruik van gronden en/of bouwwerken als supermarkt. Dit voorbereidingsbesluit is niet van toepassing op de plannen van Sitech.
1.4.4
Facetbestemmingsplan ‘Parkeren’
Ter borging van de parkeernormen heeft de gemeente Sittard-Geleen een facetbestemmingsplan (van toepassing/aanvullend op alle geldende bestemmingsplannen) en een facetbeheersverordening (van toepassing/aanvullend op alle geldende beheersverordeningen) opgesteld. Het voorliggende plangebied maakt onderdeel uit van het facetbestemmingsplan, zoals dat op 13 september 2018 is vastgesteld. In figuur 4 is het plangebied van het facetbestemmingsplan weergegeven.
21 september 2021
BH9308MIRP001F01
5
Projectgerelateerd
Figuur 4: Plangebied Facetbestemmingsplan Parkeren
Het facetbestemmingsplan bepaald dat gronden slechts mogen worden bebouwd en/of in gebruik mogen worden genomen onder voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Toetsing Een plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid wanneer aan de ‘Nota Parkeernormen Sittard-Geleen Parkeernormensystematiek’ d.d. 2012 wordt voldaan. In deze nota is voor het voorgenomen gebruik geen parkeerbehoefte bepaald. Aangezien het bouwplan voorziet in de distributie van stroom en niet is bedoeld voor mensen om te verblijven, kent het planvoornemen geen parkeerbehoefte en wordt voldaan aan de bestemmingsplanbepalingen.
2
Toetsingscriteria
In dit hoofdstuk is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de toetsingscriteria, zoals aangegeven door de RUD en benoemd in paragraaf 1.1, voor het bouwen van een bouwwerk op minder dan 5 meter van de weg.
2.1
Ruimtelijke/stedenbouwkundige inpassing
Het belang van een kwalitatief hoogstaande uitstraling van het Chemelot Industrial Park is groot. Met name aan de randzones en nabij de entrees wordt hier veel waarde aan gehecht. Omdat het initiatief nagenoeg in het midden van de Chemelot site wordt geplaatst heeft het geen invloed op het aanzicht van de site. Daarbij is op 19 april 2021, door de gemeente Sittard-Geleen, de Nota Ruimtelijke Kwaliteit gewijzigd. Het sturen op de ruimtelijke kwaliteit van de binnenterreinen van de Chemelot site bleek onvoldoende toegevoegde waarde te hebben. Op deze terreinen is namelijk sprake van een puur efficiënte en technische beeldkwaliteit, die het omgevingsbeeld niet beïnvloedt. Het binnenterrein is met deze actualisatie welstandsvrij geworden. Figuur 5 laat zien dat het initiatief binnen de nieuwe welstandsvrije zonde valt. 21 september 2021
BH9308MIRP001F01
6
Projectgerelateerd
Figuur 5: Welstandsvrije zone Chemelot site
2.2
De verkeerssituatie: bereikbaarheid en verkeersveiligheid
De ontwikkeling is gesitueerd langs een weg dat niet wordt gezien als een doorgaande route en waar dus maar beperkt verkeer aanwezig is. Ook is de uitbreiding ver genoeg van een verkeerssplitsing gelegen zodat, de zichtlijnen voor het verkeer gegarandeerd kunnen worden en er dus geen onveilige verkeerssituaties kunnen ontstaan. Het risico op aanrijding wordt hierdoor zeer klein geacht. Ter bescherming van de constructie en het beperken van de risico’s voor (mogelijke) verkeersongevallen wordt een betonnen rand om de constructie heen geplaatst. De weg is voldoende breed om elkaar te passeren. Er bevinden zich geen obstakels op de weg die een veilig gebruik van de weg verhinderen. De afstand van de installatie tot de weg is kleiner dan gebruikelijk (1,20 meter), maar neemt niet weg dat de weg veilig gebruikt kan worden.
2.3
Bereikbaarheid en toegankelijkheid directe omgeving
Voor het grootste deel wordt de ontwikkeling niet geplaatst op doorgaande wegen of toegangswegen voor installaties. Verder is het vlak waarop gebouwd wordt leeg en belemmert het niet de toegang tot andere gebouwen of installaties. Wel ontstaat er door de bouw van dit initiatief een overkraging boven weg 109. De overkraging heeft, op het laagste punt, een hoogte van 5,27 m (figuur 6). Omdat de weg niet wordt gebruikt door groot vrachtverkeer, maar uitsluitend voor personenauto’s in geval van onderhoud, vormt de hoogte van de overkraging geen belemmering.
21 september 2021
BH9308MIRP001F01
7
Projectgerelateerd
Figuur 6: 3D-doorsnede aanduiding hoogte overkraging weg 109
2.4
Brandoverslag
Vanwege de activiteiten en aanwezige stoffen wordt brandoverslag vrijwel uitgesloten. De stoffen die worden vervoerd door leidingen en kolommenbanen zijn namelijk niet brandbaar. De installatie is volledig van metaal wat de kans op brandoverslag nog eens extra verkleint. In een later stadium wordt een brandveiligheidsrapportage van de situatie opgesteld, hierin zal dieper in detail van de brandveiligheid en kansen op brandoverslag worden getreden.
2.5
Onderhoud (ondergrondse) leidingen
Alvorens er een ontwerp werd opgesteld, is er een scan gemaakt van de bestaande situatie. De scan maakt de ligging van alle ondergrondse leidingen inzichtelijk. Op basis van deze scan is vervolgens een ontwerp gemaakt en is er een keuze gemaakt voor de plaatsing van de funderingen. Op deze wijze is gewaarborgd dat, na de realisatie van het plan, de huidige en toekomstige leidingen bereikbaar zijn voor onderhoud en/of calamiteiten.
21 september 2021
BH9308MIRP001F01
8
Projectgerelateerd
3
Milieu- en omgevingsaspecten
3.1
Bodem
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient de bodemkwaliteit aan te sluiten bij de beoogde functie/het toekomstig bodemgebruik. Vanuit de haalbaarheid van het initiatief dient daarnaast het financiële risico ten aanzien van de mogelijke aanwezigheid van ernstige bodemverontreinigingen in kaart te worden gebracht. Op 9 oktober 2020 is er een bodemonderzoek uitgevoerd voor deze locatie (zie bijlage). Op basis van dit onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: De bodem bestaat tot de maximaal geboorde diepte van 2,0 m-mv uit zand of leem. De bovengrond is plaatselijk verhard met klinkers, mijnsteen en stenen. De hoeveelheid verhardingsmaterialen in de bovengrond wisselt en bij meerdere boringen is sprake van bodemlagen die voor meer dan 50% uit bodemvreemde materialen bestaan (funderingslagen, niet zijnde grond). In de bovengrond zijn veelal licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie aangetoond. Plaatselijk zijn sterke verontreinigingen met arseen en zink aangetroffen in de bodem. De aangetoonde verontreinigingen zijn zeer heterogeen van aard (op schaal van monsterneming) en te relateren aan de bijmengingen en reeds jarenlang gebruik van de locatie binnen een petrochemisch industrieterrein. De slakken- en kolen(gruis)laag is indicatief onderzocht; hierin zijn eveneens sterke verontreinigingen met zware metalen aangetoond.
Plaatselijk zorgt het gehalte aan lood voor een indicatieve veiligheidsklasse “rood, niet vluchtig”. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond van de onderzochte parameters. Zowel zintuiglijk als analytisch is geen asbest aangetoond, dan wel aangetroffen op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal. Op grond van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese verdacht met betrekking tot bodemverontreiniging geaccepteerd. De hypothese verdacht ten aanzien van asbest wordt op grond van de resultaten verworpen. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat formeel een nader onderzoek dient plaats te vinden naar de exacte aard en omvang van de sterke verontreinigingen. Echter, aangezien de kwaliteit van de grond grotendeels overeenkomt met de te verwachten kwaliteit op basis van de Bodemkwaliteitszone, alsmede gezien de doelstelling van voorliggend onderzoek (het bepalen van de veiligheidsklasse ten behoeve van (graaf)werkzaamheden) levert aanvullend onderzoek geen extra informatie op die van invloed is op de veiligheidsklasse. Derhalve wordt verder aanvullend onderzoek niet zinvol geacht.
3.2
Archeologie
In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten in het kader van ruimtelijke ordening rekening dienen te houden met het archeologisch erfgoed. De ‘Beleidsnota archeologie en monumenten van de Gemeente Sittard-Geleen’ (2012) geeft aan de bescherming van archeologisch erfgoed invulling, onder andere door de aanwijzing van archeologische monumenten en archeologische verwachtingswaarden op de archeologische verwachtingskaart.
21 september 2021
BH9308MIRP001F01
9
Projectgerelateerd
Het plangebied is op de archeologische verwachtingskaart aangewezen als ‘categorie 4’; gebied van een (middel) hoge archeologische verwachtingswaarde voor zowel droge als natte landschappen (figuur 7). De beleidsnota bepaalt dat voor deze gebieden een onderzoeksplicht naar de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden geldt, wanneer de bodem zal worden verstoord over een oppervlakte dieper dan 30 cm-maaiveld en over een oppervlakte groter dan 500 m2.
Figuur 7: Archeologische beleidskaart Sittard-Geleen
Echter is op basis van gegevens uit topo tijdreis zichtbaar dat er op deze locatie al een gebouw heeft gestaan (figuur 8). Op basis van de grootte van het gebouw (beslaat bijna de gehele plot) kan ervanuit worden gegaan dat de verstoring dieper dan 30cm -maaiveld waren. De graafwerkzaamheden voor de huidige ontwikkeling zullen dan ook geen archeologische waarden aantasten.
Figuur 8: Aanduiding sloopwerkzaamheden tussen 2000 en 2010 (Bron: topotijdreis.nl)
21 september 2021
BH9308MIRP001F01
10
Projectgerelateerd
3.3
Ecologie
In het kader van de Wet natuurbescherming dient te worden getoetst of een ontwikkeling beschermde gebieden, beschermde dier- en plantensoorten of houtopstanden aantast. Ook dient het effect van stikstofdepositie door de beoogde ontwikkeling te worden getoetst. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in een gebied dat is aangewezen als Natura 2000-gebied. Het plangebied maakt ook geen onderdeel uit van op provinciaal niveau beschermde natuurgebieden (brons-, zilver- of goudgroene natuur). Natura 2000-gebieden kennen, naast een bescherming voor ingrepen in de gebieden, ook een beschermingsregime voor ingrepen buiten Natura 2000-gebieden die van negatieve invloed (kunnen) zijn op het gebied. Gezien voorgenomen ontwikkeling op >3 km afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Grensmaas is gelegen, zijn geen negatieve effecten op deze gebieden te verwachten. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op het aspect gebiedsbescherming. Flora en Fauna Het plangebied bestaat gedeeltelijk uit grasoppervlak en gedeeltelijk uit grindoppervlak (figuur 9)
Figuur 9: Plattegrond weergave projectlocatie (Google Maps)
Binnen het plangebied zijn dan ook geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig voor beschermde soorten. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op het aspect soortenbescherming. Houtopstanden Het voornaamste doel van het onderdeel houtopstanden is het instandhouden van het areaal bossen en beplantingen in Nederland. Bossen zijn belangrijk voor planten- en diersoorten, recreatie en houtproductie. Binnen de begrenzing van het plangebied zijn geen houtopstanden gelegen. Met voorgenomen ontwikkeling zijn dan ook geen handelingen voorzien die aanwezige houtsopstanden kunnen beschadigen of te niet kunnen doen. Stikstofdepositie Depositietoenames, als gevolg van bouw- en sloopwerkzaamheden, worden middels intern salderen gemitigeerd, waardoor er geen sprake is van een (significant) negatief effect op de stikstofdepositie en er ook geen vergunningplicht geldt.
21 september 2021
BH9308MIRP001F01
11
Projectgerelateerd
3.4
Bedrijf- en milieuzonering
Voor de beoogde activiteiten zijn in de Handreiking bedrijven- en milieuzonering van de VNG (2009) geen richtafstanden opgenomen. De installaties, gebouwen en boosterpompen zijn geen gevoelig of kwetsbaar object, waardoor de ontwikkeling niet hoeft te worden getoetst aan de richtafstanden van de rond de projectlocatie gelegen inrichtingen en installaties.
3.5
Luchtkwaliteit
Bij het proces van stoomdistributie treden er geen extra luchtemissies op. De aan- en afvoer van stroom gebeurt via leidingen waardoor de ontwikkeling geen extra transport bewegingen tot gevolg heeft. Beiden zorgen ervoor dat de wijziging geen negatieve gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit.
3.6
Externe Veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s voor de omgeving vanwege het gebruik, de productie, opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen. In het geval van een verandering bij de risicobron of in de omgeving daarvan dient een afweging te worden gemaakt over de externe veiligheidssituatie. Hierbij dienen risicobronnen in en in de omgeving van het plangebied in kaart gebracht te worden en getoetst te worden aan de risicomaten plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Plaatselijk risico en groepsrisico De actuele risico-contouren voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn weergegeven in figuur 10. De planlocatie (blauw vlak) valt binnen risicocontour 10-6 (geel), dit wordt beschouwd als een locatie met een hoog risico. De gebouwen en installaties worden niet beschouwd als een kwetsbaar object aangezien er geen (langdurig) verblijf van mensen plaatsvindt. Daarbij is de stof stoom niet brandbaar, giftig of gevaarlijk. Vanwege de buigingen in de buisleidingen wordt de druk goed gereguleerd. Daarmee ontstaat er geen vergroot bestaand plaatselijk risico of groepsrisico rond het plangebied.
Figuur 10: Contouren Externe Veiligheid Chemelot site
21 september 2021
BH9308MIRP001F01
12
Projectgerelateerd
Transport
Figuur 11: Leidingen voor gevaarlijke stoffen (risicokaart.nl)
Figuur 11 maakt inzichtelijk dat het plangebied ver weg ligt van transportroutes van gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Ook wordt de ontwikkellocatie niet als een kwetsbaar object beschouwd, waardoor dit thema minder relevant is.
3.7
Geluid
Door het geplande project ‘Saneren stoomdistributie Noord’ wordt de geluidbelasting in het DS-punt 11 ‘Lindeheuvel-Javastraat’ verhoogd met 0,2 dB(A). In de andere DS-punten vinden geen veranderingen plaats. In alle waarneempunten blijven de afgeronde etmaalwaarden passen binnen de bewakingswaarden. Verder voldoet alle apparatuur aan de wettelijke normen voor wat betreft de geluidsproductie.
3.8
Geur
De gebouwen en installaties voor het opwekken en vervoeren van stoom betreffen geen geurgevoelig object, stoom is namelijk geurloos. Daarbij gebeurt dit allemaal in afgesloten installaties en kolommenbanen. Het aspect geur is niet relevant voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.9
Water
Voor het hemelwater dat valt op het gebouw van de ICR-ruimte en andere niet verontreinigde verharde oppervlakten, wordt een infiltratiebuis van 45,6 meter met een diameter van 1.000 mm in de bodem aangelegd om het hemelwater te infiltreren binnen het huisbaasgebied van USG. Deze infiltratiebuis wordt in een zand pakket gelegd voor optimale infiltratie. Bij overmatig regenval is er een (nood)overloop naar het bestaande bedrijfsriool om overstroming van het gebied te voorkomen.
21 september 2021
BH9308MIRP001F01
13
Projectgerelateerd
3.10
Besluit milieueffectrapportage
Voorgenomen ontwikkeling is niet genoemd in bijlage C of bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage. Voor voorgenomen ontwikkeling geldt daarom geen (vormvrije) merbeoordelingsplicht.
4
Conclusie
Aan het bouwplan voor de stoomdistributie WKC-Noord en de bijbehorende installaties, kolommenbanen en leidingstraten kunnen burgemeester en wethouders via de buitenplanse afwijkingsbevoegdheden voor de afstand tot de weg (artikel 4, lid 4 onder c) medewerking verlenen op grond van de bestemmingsplanvoorschriften. Aan de door de RUD aangegeven toetsingscriteria voor toepassing van de afwijkingsbevoegdheid uit artikel 4, onder 4 lid c wordt voldaan. Daarnaast voorziet het bouwplan in een goede ruimtelijke ordening en kan worden gesteld dat het aanvaardbaar is om de buitenplanse afwijkingsbevoegdheden toe te passen op voorgenomen ontwikkeling.
21 september 2021
BH9308MIRP001F01
14