CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Ontwerpbegroting 2024 meerjarenraming 2025 - 2027

Raad 15 juni 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: GR RUD Zuid Limburg (Houtakkers)21.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwerpbegroting 2024 Meerjarenraming 2025-2027

Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg

16 maart 2023

Inhoud 1

Inleiding .......................................................................................................................................... 3 1.1 Begroting en koers in 2024 in één oogopslag .................................................................... 3 1.2 Opgaven RUD Zuid-Limburg ................................................................................................. 4 1.3 Ontwikkelingen in wet- en regelgeving ................................................................................ 7 1.4 Focus 2024 ............................................................................................................................ 14

2

Beheer van de RUD Zuid-Limburg ............................................................................................. 15 2.1 Vergunningverlening ........................................................................................................... 15 2.2 Toezicht ................................................................................................................................. 18 2.3 Advisering en Onderzoek .................................................................................................... 19

3

Financieel...................................................................................................................................... 21 3.1 Lasten .................................................................................................................................... 23 3.2 Baten ..................................................................................................................................... 24

4

Verplichte paragrafen .................................................................................................................. 26 4.1 Lokale heffingen ................................................................................................................... 26 4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...................................................................... 26 4.3 Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................. 28 4.4 Financiering .......................................................................................................................... 28 4.4.1 Algemene ontwikkelingen ............................................................................................... 28 4.4.2 Risicobeheer ................................................................................................................... 28 4.4.3 Renterisicobeheer .......................................................................................................... 29 4.4.4 Kasgeldlimiet .................................................................................................................. 29

5

Bedrijfsvoering & Overhead ....................................................................................................... 30 5.1 Personeel- en organisatiebeleid ......................................................................................... 30 5.2 Kwaliteitsbeleid .................................................................................................................... 31 5.3 Ondersteuning ...................................................................................................................... 31 5.4 Financieel kader voor 2024 en meerjarenperspectief 2025-2027 .................................... 33 5.5 Geprognoticeerde balans 2022-2025.................................................................................. 35 5.6 Geplande investeringen 2024-2026 .................................................................................... 36

6

Bijlagen ......................................................................................................................................... 37 6.1 Tarievenoverzicht ................................................................................................................. 37 6.2 Bijdrage per deelnemer ....................................................................................................... 39 6.3 Overzicht werkprogramma’s 2023 ...................................................................................... 40 6.4 Lijst met afkortingen ............................................................................................................ 57

2

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

1 1.1

INLEIDING Begroting en koers in 2024 in één oogopslag

3

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

1.2

Opgaven RUD Zuid-Limburg

De opgaven voor onze organisatie laten zich als volgt samenvatten: het zijn van een robuuste, deskundige, vernieuwende en efficiënte omgevingsdienst, die de door de bevoegde gezagen aan ons opgedragen taken met gezag en professionaliteit kan uitvoeren en waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de VTH1-keten op orde is. Maatschappelijke context Droogte, hitte, stikstofcrisis, energiecrisis, ondermaatse waterkwaliteit: als één ding opnieuw duidelijk is geworden tijdens de zomer van 2022 is het wel dat onze leefomgeving alle aandacht nodig heeft. Niet alleen onze gezondheid, het milieu en de natuur beginnen te lijden onder uitputting en verontreiniging, er is ook grote maatschappelijke onrust ontstaan. Energietransitie en klimaatadaptie zijn noodzakelijk, maar er moeten ondertussen ook extra woningen gebouwd worden. Voor een gezonde en veilige leefomgeving is het van groot belang dat milieuwaarden meer prioriteit krijgen bij het maken van ruimtelijke plannen en dat vergunningverlening, toezicht en handhaving effectief worden uitgevoerd. Omgevingsdiensten hebben de bouwstenen in handen om deze essentiële bijdragen te leveren. Dit geldt voor de woningbouwopgave, maar ook bij andere opgaven zoals stikstofreductie, energietransitie en circulariteit. Daarbij wordt de noodzaak voor een sterke omgevingsdienst alleen maar groter met de invoering van de Omgevingswet.

De verantwoordelijkheid voor een veilige, schone leefomgeving komt dan nog meer bij decentrale overheden te liggen. Gemeenten moeten bij het inrichten van de ruimte keuzes maken en milieuaspecten als geluid, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit hier een plek in geven. Zij moeten in staat zijn om het hele speelveld – economie, recreatie, duurzaamheid, milieu, etc. – te overzien en alle belangen integraal af te wegen. En daar stopt het niet. Als deze afweging vastligt in omgevingsvisies en omgevingsplannen, moeten de afspraken en ambities voor het milieu worden waargemaakt en gewaarborgd door een effectieve uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De RUD Zuid-Limburg kan zowel aan de voorkant, wanneer belangen worden gewogen, als bij de uitvoering, als het milieu daadwerkelijk beschermd en versterkt moet worden, een cruciale rol spelen. Als het aankomt op het milieu heeft de RUD Zuid-Limburg toezichthouders, vergunningverleners en juristen in huis, met veel gespecialiseerde vakkennis en vaak jarenlange ervaring met de lokale situatie. Zij vullen zo de kennis bij de gemeenten en de provincie aan. Versterking VTH-stelsel Een goed functionerend VTH-stelsel was de basisgedachte bij het oprichten van de omgevingsdiensten.

Naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam en de ramp in Moerdijk, heeft de commissie Mans gerapporteerd over de tekorten op het gebied van handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Hierin constateerde de commissie dat het aantal overtredingen fors is en de samenwerking tussen de overheden voor een gedegen bestuurlijke en strafrechtelijke aanpak beperkt is. Om deze praktijk te verbeteren heeft het toenmalige kabinet besloten om omgevingsdiensten te laten oprichten, waarbij de deelnemers verplicht werden de VTH-taken voor in ieder geval de ‘complexere’ milieu-inrichtingen over te dragen. Inmiddels voeren de omgevingsdiensten alweer een aantal jaren de VTH-taken uit op het gebied van het milieu. In die tijd zijn er verschillende evaluaties en onderzoeken gedaan. Hieruit blijkt dat omgevingsdiensten

1

VTH = Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 4

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

zicht ontwikkelen, maar dat er problemen zijn die niet opgelost kunnen worden in het huidige VTH-stelsel. In opdracht van de ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft de adviescommissie VTH, onder leiding van de heer Van Aartsen, in 2021 de mogelijkheden in kaart gebracht om het VTH-stelsel effectiever en slagvaardiger te maken. De commissie Van Aartsen concludeerde dat het stelsel weliswaar verbeterd is met de vorming van omgevingsdiensten, maar dat verdere verandering noodzakelijk is. De commissie gaf hierbij 10 aanbevelingen voor aanpassing van het stelsel. De aanbevelingen van de commissie Van Aartsen zijn geland in het Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP) van 8 juli 2022. Binnen dit programma werken Rijk, provincies, gemeenten en omgevingsdiensten samen om concrete stappen te zetten ter verbetering van het stelsel. Door versterking van het VTH-stelsel wordt beoogd te komen tot een schonere, veiligere en gezondere leefomgeving en het voorkomen van milieuschade in plaats van het achteraf te moeten herstellen. De deelnemende partijen onderschrijven dat omgevingsdiensten hierin een essentiële rol moeten spelen. Dit geldt niet alleen voor de uitvoering van de VTH-taken, maar ook voor de aanpak van grote maatschappelijke transitieopgaven als energietransitie, stikstofopgave, woningbouwopgave, klimaatadaptatie en circulariteit.

Een sterkere rol van de omgevingsdiensten is dan ook de basis voor het IBP. In het programma staat de ambitie centraal om te komen tot robuuste, deskundige en vernieuwende omgevingsdiensten die hun taken met gezag, onafhankelijkheid en professionaliteit kunnen uitvoeren en waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de keten op orde is. De zes ontwikkelpijlers van het programma zijn: 1. Robuuste omgevingsdiensten en financiering; 2. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging; 3. Informatievoorziening VTH; 4. Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt; 5. Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving; 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht. Daarbij is de ambitie van het Rijk, provincies en gemeenten dat de omgevingsdiensten in staat zijn om naast de huidige taken een essentiële rol te vervullen in de grote transitieopgaven waar Nederland voor staat. Op 16 januari 2023 is een eerste voortgangsrapportage verschenen. Daaruit blijkt dat er in een relatief korte periode al veel werk is verzet in de 6 pijlers. Daarmee ligt er een stevige agenda voor de jaren 2023 en 2024. Toekomstagenda 2021- 2025 In 2021 zijn wij gestart met het gefaseerd oppakken van de thema’s uit de Toekomstagenda 2021- 2025, zijnde het strategisch document dat eind 2020 door het algemeen bestuur is vastgesteld.

Het zijn thema’s die, in wat andere bewoordingen, ook zijn geland in het IBP. Begin 2022 is geconstateerd dat één van de thema’s als afgehandeld kon worden beschouwd, namelijk de ‘Pilot verdergaande samenwerking’. Uit een inventarisatie bleek dat er geen behoefte was aan het opzetten en uitvoeren van een dergelijke pilot. De zes andere thema’s zijn: 1. Het voeren van een strategische discussie over koers: uitvoeringsdienst of omgevingsdienst; 2. Groeien naar partnerschap, met als instrumenten: a. een programma om de politiek-bestuurlijke sensitiviteit te vergroten voor alle niveaus binnen de dienst; b. het inrichten en inbedden van een communicatiefunctie gericht op stakeholders, met als speciale doelgroep gemeenteraadsleden en leden Provinciale Staten; c. het versterken van relatiemanagement; 3. Positionering/zichtbaarheid van de dienst;

5

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

4. 5. 6.

Interne ontschotting, om de organisatie nog integraler, efficiënter en effectiever te maken, ook richting invoering van de Omgevingswet; Het zijn van een aantrekkelijke werkgever; RUD Zuid-Limburg als Kenniscentrum.

Via de voortgangsnotities ‘De Doorontwikkeling’ worden het algemeen bestuur en onze deelnemers tweemaal per jaar over de voortgang van de uitvoering van de acties die gekoppeld zijn aan deze thema’s, geïnformeerd. In onderstaand overzicht is de stand van zaken ten tijde van het opstellen van deze begroting als volgt. Eigenaarschap bij het bestuur 2023 Thema’s

Q1

Q2

Q3

2024 Q4

Q1

Q2

Q4

Q1

Q2

Q3

Q4

Discussie koers RUD + RUD als kenniscentrum Positionering en zichtbaarheid

Eigenaarschap bij de organisatie 2023 Thema’s

Q1

Q2

Q3

2024 Q3

Q4

Groeien naar partnerschap Politieke sensitiviteit Communicatie Relatiemanagement Interne ontschotting Aantrekkelijk werkgeverschap

Start Implementatie Geïmplementeerd en vraagt blijvende aandacht

Op basis van bovenstaande agenda zouden in 2024 alle thema’s geïmplementeerd moeten zijn. In het jaar 2023 zal door het bestuur, na de startbijeenkomst op 7 december 2022, worden gediscussieerd over de koers van de organisatie: sec uitvoeringsdienst blijven of doorontwikkeling naar een omgevingsdienst? Bij de discussie worden de uitkomsten van het IBP betrokken, nu dit de landelijke opvolging van de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen betreft waar de koepels IPO, VNG en ODNL zich aan hebben gecommitteerd. Het thema “De RUD Zuid-Limburg als Kenniscentrum” is gekoppeld aan de bestuurlijke dialoog, omdat de ruimte voor deze ontwikkeling moet passen binnen de kaders van de uitgezette koers. Dat de kennisinfrastructuur, de kennisontwikkeling en de kennisdeling van omgevingsdiensten essentieel is voor het toekomstproof maken van omgevingsdiensten volgt uit de pijlers 3 en 4 van het IBP.

6

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

De onderdelen communicatie en relatiemanagement van het thema 'Groeien naar partnerschap' bevinden zich in de implementatiefase, evenals het thema 'Aantrekkelijk werkgeverschap'. Voor de herkenbaarheid van onze organisatie voor ‘de buitenwacht’ vermelden wij sinds vorig jaar in onze communicatie-uitingen al vaker het woord Omgevingsdienst als toevoeging aan de naam RUD Zuid-Limburg (zie bijvoorbeeld onze website RUD Zuid-Limburg). Dit in het kader van het geïmplementeerde thema ‘positionering en zichtbaarheid’, maar het heeft een duidelijke relatie met het onderdeel Communicatie uit het thema “Groeien naar partnerschap’ en, zeker in de huidige overspannen VTH-arbeidsmarkt, met het thema ‘Aantrekkelijk werkgeverschap’. Een wijziging van de officiële naam kan met de komende wijziging van de tekst van de Gemeenschappelijke Regeling plaatsvinden (zie hierover verder onder 1.3, wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen). 1.3

Ontwikkelingen in wet- en regelgeving

De Omgevingswet De inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet is 1 januari 2024. Na meerdere malen uitstel zal de wet dan eindelijk ingaan. Er is dan bijna twintig jaar aan de invoering gewerkt en het wordt wel de grootste wetgevingsoperatie sinds Thorbecke genoemd. In 2023 is de fulltime projectmatige aanpak van de implementatie binnen onze organisatie losgelaten en zijn de resterende implementatiewerkzaamheden intern overgedragen. In de going concernaanpak zijn er in 2024 een aantal onderwerpen die inzet vereisen. Het eerste onderwerp dat de aandacht vraagt betreft de omzetting van ons inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten. Hiermee zijn wij in 2023 al gestart en hebben een doorlooptijd van 3 jaar hiervoor gepland. Het volgende thema betreft de ondersteuning van onze deelnemers bij het ontwikkelen van hun omgevingsvisies en omgevingsplannen. Wij verwachten dat er een beroep zal worden gedaan op onze VTHkennis. In het verlengde hiervan bevinden zich ook eventuele aanpassingen aan de zogeheten “bruidsschat” die gemeenten wellicht willen maken, waar wij over kunnen adviseren. Een derde onderwerp is de actualisatie van de berekeningen van de milieuleges. Voor het eerste jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn inmiddels kant en klare cijfers gereed, die door de deelnemers direct opgenomen kunnen worden in hun legesverordeningen.

Het overgrote deel van onze deelnemers heeft aangegeven hier gebruik van te maken. Voor het jaar na inwerkingtreding moet een nieuwe calculatie worden gemaakt, gebaseerd op actuele cijfers. Vanaf het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet verwachten we daarnaast aanzienlijk meer tijd kwijt te zijn aan de nieuwe vorm van vooroverleggen, de zogeheten intake- en omgevingstafel. Tevens bieden we de rol van ‘milieucontactpersoon’ aan, welke tegen die tijd meer vorm zal hebben gekregen, en daarmee meer inzet vraagt van onze vergunningen medewerkers. Ook zal er van de toezichthouders meer worden gevraagd in relatie tot het afwikkelen van meldingen, als gevolg van het vergunningsvrij worden van bepaalde activiteiten.

7

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

Dit alles gaat tot slot ook nog gepaard met de nieuwe, ruimere afwegingsruimte die bevoegd gezagen krijgen als gevolg van de Omgevingswet. Mochten lokale werkwijzen uiteen gaan lopen, dan zal ook dit aanvullend werk opleveren in onze dagelijkse praktijk. Nieuwe bodemtaken onder de Omgevingswet Voor de discipline bodem zal het meest gaan veranderen met de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Niet alleen de Provincie, gemeenten Heerlen en Maastricht, maar alle gemeenten worden onder het regiem van de Omgevingswet bevoegd gezag bodem. Gemeenten zijn dan primair beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Door deze bevoegdheidswijziging komen alle taken voor de bodem(sanering) bij gemeenten te liggen. Reeds beschikte en lopende saneringen blijven onder de bevoegdheid van de provincie en de ‘bevoegd gezaggemeenten Wbb’. In het Omgevingsbesluit is bepaald welke taken onder de Omgevingswet deel uitmaken van het basistakenpakket van omgevingsdiensten. Het basistakenpakket is zoveel mogelijk beleidsneutraal omgezet onder de Omgevingswet. De VTH-taken van gemeenten voor bodem blijven ook onder de Omgevingswet bij de omgevingsdiensten.

In het basistakenpakket worden alle milieubelastende activiteiten op of in de bodem van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving aangewezen, dus inclusief de taken op het gebied van bodem en de daarbij behorende werkzaamheden. Als gevolg van de Aanvullingswet bodem is het basistakenpakket voor ‘bodem’ wel veranderd. De wetgever heeft het wenselijk geoordeeld dat, evenals voor de andere milieubelastende activiteiten, de taak vergunningverlening ten aanzien van bodemgerelateerde activiteiten ook onderdeel te laten zijn van het basistakenpakket. De uitbreiding geldt eveneens bij de taak meldingen, maatwerkvoorschriften en gelijkwaardige maatregelen m.b.t. bodemsaneringen. Alle gemeenten dienen deze taken als basistaken in te brengen bij de omgevingsdiensten en door hen te laten uitvoeren. Op 8 december 2022 is aan de gemeenteraden en provinciale staten onze kaderbrief 2024 gestuurd voor het geven van een zienswijze. Over de nieuwe bodemtaken voor gemeenten is opgenomen dat ten tijde van het sturen van de Kaderbrief er voor de bevoegdheidsoverdracht financieel niet is geregeld qua overheveling vanuit het Provinciefonds naar het Gemeentefonds. Voor de uitvoering van deze taken is becijferd dat er 6 fte nodig zijn binnen de RUD Zuid-Limburg. Aangegeven is dat de organisatie alleen de nieuwe bodemtaken zal uitvoeren die door de deelnemers worden ingebracht en betaald.

Vanwege de landelijke onduidelijkheid over middelen is destijds aangegeven dat er in de begroting 2024 van een ingroeimodel kan worden uitgegaan. Nadien zijn er financiële afspraken gemaakt door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen over Rijksmiddelen voor de voortzetting van een robuuste uitvoering van de bodemtaken in de ‘Bestuurlijke afspraken Bodem en ondergrond en verdeling bodemsaneringsmiddelen’. Hierin is afgesproken de huidige Rijksbijdrage voor de uitvoering van de wettelijke taken in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) tot en met 2030 te continueren. En dat provincies en de al bevoegd gezag gemeenten Wbb hun financiële (rijks)bijdragen continueren in de omgevingsdienst, wat betekent dat de rijksbijdragen voor de uitvoering van de wettelijke nieuwe basistaken bodem moeten worden doorgezet naar onze dienst. De financiële consequenties van de verschuiving van bodemtaken konden niet goed geraamd worden. Er is daarom afgesproken om met behulp van monitoring in de gaten te houden welke consequenties de verschuiving van taken heeft in de uitvoering. Ook is een kwaliteits- en efficiency impuls voor 3 jaar afgesproken voor de uitvoering. 8

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

Verwacht wordt dat in 2023 een landelijke nulmeting beschikbaar is van hoeveel capaciteit/uren de omgevingsdiensten nu hebben voor de VTH-taken bodem en het aantal meldingen/controles inclusief goede kwalitatieve duiding. Er wordt zowel voor als na inwerkingtreding van de Omgevingswet gemonitord, zodat ook duidelijk wordt hoeveel uren inzet de uitvoering van de VTH-bodemtaken (basistakenpakket) vraagt. Naar aanleiding van de Kaderbrief van 16 november 2022 en de hierin gestelde vraag hoe gemeenten tegenover de (financiële) invulling van de uitvoering van de bodemtaken staan hebben wij diverse zienswijzen ontvangen, die samengevat het volgende beeld geven: - Men kiest voor een ingroeimodel voor de bodemtaken; - Men vraagt om een nadere onderbouwing van de becijferde fte voor de bodemtaken, omdat men niet akkoord is met de gehanteerde aantallen en kengetallen die zijn gehanteerd. In deze begroting gaan wij uit van de landelijke bestuurlijke afspraken Bodem en ondergrond en verdeling bodemsaneringsmiddelen 2023 t/m 2030. Zoals hiervoor al is aangegeven houden deze houden in dat vanuit het rijk de middelen voor de komende jaren wordt voortgezet en dat de financiering van ‘nieuwe bodemtaken’ bij de omgevingsdiensten gebeurd door de bevoegde gezagen die eerst deze taken uitvoerden. In onze situatie betreft dit drie deelnemers in onze gemeenschappelijke regeling.

In de werkprogramma’s per deelnemer worden wel de uren die wij nu ramen voor de uitvoering van de nieuwe basistaken vermeld, maar in de facturering zullen wij afspraken maken met deze drie deelnemers t.b.v. alle deelnemers. Nu er landelijke afspraken zijn over de financiering van de nieuwe bodemtaken is er geen reden meer voor een ingroeimodel. De kengetallen die wij hebben gehanteerd voor de onderbouwing van de 6 fte zijn opgenomen in onze Producten & Dienstencatalogus. Deze kengetallen zijn gebaseerd op landelijke cijfers. Mochten er nieuwe landelijke cijfers beschikbaar komen vanuit de net genoemde monitoring, dan kunnen deze worden gehanteerd. Doorwerking Europees klimaat- en milieubeleid De invloeden op het klimaat en het milieu zijn steeds merkbaarder. Bouwen aan een klimaatneutraal en groen Europa behoort dan ook niet voor niets tot de prioriteiten van de Europese Unie. Op Europees niveau wordt verschillende wetgeving op het gebied van milieu en klimaat vastgesteld. Zo beschermt het EUmilieubeleid de lucht, het water en de bodem in Europa. Het EU-klimaatbeleid en de klimaatactie op EU-niveau kregen een nieuwe impuls door de Green Deal. De Green Deal heeft het doel om een transitie naar een klimaatneutrale, hulpbronnenefficiënte, schone en circulaire economie te bewerkstelligen.

Specifiek moet de Green Deal leiden tot een klimaatneutraal Europa in 2050, wat inhoudt dat er netto geen broeikassen uitgestoten worden. Deze klimaatdoelstellingen zijn vervolgens bindend geworden door de Europese Klimaatwet en nader uitgewerkt met het ‘Fit for 55’-pakket. Dit pakket stelt het tussendoel van 55% emissiereductie in 2030 ten opzichte van 1990. Ook moet in dat jaar 40% van de energie uit hernieuwbare bronnen komen. Deze EU-wetgeving heeft ook zijn doorwerking op decentraal niveau. Bijzondere aandacht is er voor de onderwerpen afval, chemische stoffen, CO₂ en luchtkwaliteit, energie, landbouw, natuur en biodiversiteit en waterbeheer naast de onderwerpen klimaat en milieubeleid. Een verantwoord beheer van afval en hergebruik van materialen vormen essentiële elementen van het EUmilieubeleid. Met een gestructureerd afvalbeleid probeert de EU bij te dragen aan de circulaire economie, naast het verminderen van de hoeveelheid afval. De Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG) vormt de basis van de EU-wetgeving op het gebied van afvalstoffen. Ingeval van een EU-verordening geldt dat deze 9

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

wetgeving rechtstreeks werkt in Nederland zoals voor het vervoer van afval tussen lidstaten, en voor richtlijnen geldt dat deze in onze nationale wetgeving zijn omgezet. De Nederlandse afvalregelgeving is nu (nog) vastgelegd in hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer. Gemeenten en provincies spelen een belangrijke rol in afvalbeheer en het hergebruiken van afvalstoffen c.q. het gebruik van nieuwe grondstoffen. Denk hierbij aan de VTH-taken bij afvalbedrijven, welke onze dienst namens het bevoegd gezag uitvoert. Om mens en milieu beter te beschermen tegen schadelijke chemische stoffen is er uitgebreide regelgeving op EU-niveau. De belangrijkste wetgeving op het gebied van chemische stoffen is de REACH-verordening (Verordening 1907/2006). Daarnaast is ook de Seveso III-richtlijn (2012/18/EU) van belang: deze richtlijn legt regels vast om ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn te voorkomen, en de gevolgen voor mens en milieu te beperken. Deze laatstgenoemde richtlijn is in Nederland omgezet in het Besluit risico’s zware ongevallen (BRZO) en de Regeling risico’s zware ongevallen. Voor de handhaving van het BRZO bij bedrijven waarop dit besluit van toepassing is, is onze dienst één van de zes landelijk aangewezen gespecialiseerde omgevingsdiensten.

Eén van de noodzakelijkheden om klimaatverandering tegen te gaan is de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO₂, sterk te verminderen. Emissiereductie is daarom een essentieel onderdeel van het Europese klimaatbeleid en verder uitgewerkt in Europese regelgeving. Decentrale overheden kunnen op verschillende terreinen te maken krijgen met Europese regels op het gebied van broeikasgassen. Er worden bijvoorbeeld eisen gesteld aan luchtkwaliteit en aan de uitstoot van CO₂ en luchtverontreinigende stoffen. Waar van toepassing bij bedrijven c.q. grote verontreinigende installaties, zoals bijvoorbeeld de Richtlijn Industriële Emissies, worden namens het bevoegd gezag vergunningen verleend door onze dienst en vindt toezicht en handhaving plaats. De vergunningsvoorschriften moeten worden vastgesteld op basis van de best beschikbare technieken (BBT). Daarnaast moet bij het verlenen van een vergunning rekening worden gehouden met de totale milieuprestatie van de installatie. Dus ook met energie-efficiëntie en het gebruik van (nieuwe) grondstoffen. Het Europees energiebeleid is veelomvattend: het betreft thema’s als duurzame energieopwekking, maar ook de introductie van energielabels voor producten en gebouwen. In 2030 moet de energie-efficiëntie met 32% verbeterd zijn. Dit kan bijvoorbeeld door energiezuinige technische oplossingen of maatregelen die verspilling tegenaan.

Om in Nederland daar invulling aan te gaan geven zal derhalve in de zomer van 2023 de uitvoering van de bestaande energiebesparingsplicht voor bedrijven en instellingen aangepast gaan worden. Deze aanpassing verplicht bedrijven en instellingen met een energiegebruik van 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgasequivalent alle mogelijke energiebesparende maatregelen te treffen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. Ook zal er een verbreding plaatsvinden naar meer verduurzaming van het energiegebruik met CO₂-reducerende maatregelen. Naast energiebesparende maatregelen worden daarmee ook maatregelen voor het produceren van duurzame energie en elektrificatiemaatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder toegevoegd aan de verplichting. Hiermee wordt het aantal maatregelen en de reikwijdte van de energiebesparingsplicht uitgebreid. Verder wordt de doelgroep die onder de verplichting valt uitgebreid door ook grote energiegebruikers, inclusief bedrijven die deelnemen aan het EUETS2 van af 2023 te verplichten alle maatregelen ter verduurzaming van het energieverbruik met een terugverdientijd van vijf jaar of minder te treffen. Belangrijk onderdeel van de energiebesparingsplicht en de bijbehorende informatieplicht zijn de Erkende Maatregelenlijsten (EML).

Door het uitvoeren van de toepasselijke maatregelen kan een bedrijf of instelling invulling geven aan de energiebesparingsplicht. De maatregelen op de EML vormen ook de basis voor de vierjaarlijkse informatieplicht waarmee bedrijven en instellingen rapporteren over de genomen maatregelen. 2

ETS staat voor Emission Trading System, het Europese systeem van handel in broeikasemissierechten 10

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

De EML kunnen onvoldoende uitputtend de energiebesparingsmogelijkheden bij de complexere processen van grootverbruikers afdekken. Voor grootverbruikers (o.a. ETS-bedrijven) wordt daarom bij de aanpassing van de energiebesparingsplicht ook de verplichting opgelegd om vierjaarlijks onderzoek te doen naar de verduurzaming van het energiegebruik. Grootverbruikers zijn daarom straks verplicht om procesmaatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder te identificeren, vervolgens op te nemen in een uitvoeringsplan en tenslotte daadwerkelijk uit te gaan voeren. De uitvoering van deze energiebesparingsplicht sluit hierbij zoveel mogelijk aan bij de eisen van de energie-audit (EED) die een deel van de bedrijven uit deze doelgroep al moet uitvoeren op grond van de Europese energie-efficiëntie richtlijn. Circulaire economie In een circulaire economie bestaat geen afval en worden producten en grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. Het afval is de nieuwe grondstof. Inzet is om de Nederlandse economie in 2050 volledig te laten draaien op herbruikbare grondstoffen. Voor de overgang naar een circulaire economie werkt de overheid samen met bedrijven en maatschappelijke organisaties. In februari 2023 is het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023 – 2030 (NPCE) verschenen.

Hierin is opgenomen hoe een circulaire economie voor verbetering kan zorgen van het klimaat, leveringszekerheid en biodiversiteit en vermindering van vervuiling; vier maatschappelijke opgaven. Het NPCE richt zich op alle fasen van de productieketen. Dit houdt in dat zowel de winning als het gebruik van (primaire) grondstoffen. Het programma bevat stimulerende en richtinggevende beleidsmaatregelen om zowel de nationale uitstoot van CO₂ als de CO₂-uitstoot van de gehele productieketen te verminderen. De implementatie van het Europese Actieplan Circulaire Economie 2020 is daarbij meegenomen. Waar het beleid zich eerder vooral richtte op de achterkant van de keten worden nu meer maatregelen aan de inputkant (zoals circulair ontwerp) en in de gebruikfase. Er zijn vier knoppen waar met circulaire-economiebeleid aan gedraaid kan worden om ons grondstoffengebruik meer circulair te maken. De maatregelen in het NCPE zijn daarop gericht. 1. Verminderen van grondstoffengebruik: minder (primaire) grondstoffen gebruiken door af te zien van het produceren of kopen van producten, deze te delen of ze efficiënter te maken. 2. Substitutie van grondstoffen: primaire grondstoffen vervangen door secundaire grondstoffen en duurzame biogrondstoffen die zo hoogwaardig mogelijk toegepast worden, of door andere, meer algemeen beschikbare grondstoffen met een lagere milieudruk. 3.

Levensduurverlenging: producten en onderdelen langer en intensiever gebruiken door hergebruik en reparatie. Dit vertraagt de vraag naar nieuwe grondstoffen. 4. Hoogwaardige verwerking: de kringloop sluiten door recycling van materialen en grondstoffen, zodat er minder afval wordt verbrand of gestort en er meer hoogwaardig aanbod van secundaire grondstoffen ontstaat. Met name bij de tweede knop kunnen wij bedrijven bewuster maken bij overleg over vergunningaanvragen over de inzet van secundaire grondstoffen, circulair te ontwerpen en samenwerking te zoeken met andere partijen in de keten van een bepaalde (secundaire) grondstof. Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen Voor 1 juli 2024 dient de tekst van onze gemeenschappelijke regeling te zijn aangepast aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2022. Doel van de gewijzigde Wgr is om de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende rol van gemeenteraden en provinciale staten te versterken en te verbeteren.

11

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

In gezamenlijkheid met andere gemeenschappelijke regelingen in Limburg is in 2022 het initiatief genomen, onder begeleiding van externe juridische adviseurs, om de krachten te bundelen en de gemeenteraden en provinciale staten te ontzorgen bij de aanpassingen van de gemeenschappelijke regelingen enerzijds en de operationele vertaling anderzijds. Waar mogelijk zullen de aanpassingen in de teksten van de gemeenschappelijke regelingen zoveel mogelijk uniform zijn en gestreefd wordt naar een gelijktijdige behandeling van de voorgestelde aanpassingen in de vergaderingen van deze vertegenwoordigende organen. De start van het formeel besluitvormingsproces is voorzien in de zomer van 2023, opdat voor 1 juli 2024 de teksten van de gemeenschappelijke regelingen ook kunnen zijn aangepast. Er is geïnvesteerd in de (goede) contacten met de griffies. De gewijzigde Wgr brengt ook een procedurele verandering mee met betrekking tot het vaststellen van de begroting. De veranderde termijnen gelden al, dus ook bij deze (ontwerp-)begroting. Reden hiervoor is dat de gewijzigde termijnen beter aansluiten op de begrotingscyclus van gemeenten en provincies.

Actie Het dagelijks bestuur zendt algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de gemeenteraden en provinciale staten Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting aan de gemeenteraden en provinciale staten Gemeenteraden en provinciale staten kunnen zienswijzen indienen bij het dagelijks bestuur over de ontwerpbegroting Toevoegen commentaren op de ontwerpbegroting t.b.v. het algemeen bestuur door het dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur stelt de gemeenteraden en provinciale staten in kennis van zijn oordeel over de (eventueel) ingediende zienswijze en de conclusies die het daaraan verbindt Vaststelling begroting door het algemeen bestuur Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Uiterste datum voor 1 juli 2022 15 april

Uiterste datum vanaf 1 juli 2022 30 april

8 weken voor aanbieding aan het algemeen bestuur

12 weken voor aanbieding aan het algemeen bestuur

8 weken na aanbieding door het dagelijks bestuur

12 weken na aanbieding door het dagelijks bestuur

Bij aanbieding van de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur -

Bij aanbieding van de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur Voorafgaand aan de vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur

Uiterlijk 19 juli

Uiterlijk 30 augustus

Binnen 2 weken na vaststelling, maar vóór 1 augustus

Binnen 2 weken na vaststelling, maar voor 15 september

12

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

Niet elke wetswijziging is per se een verbetering ten opzichte van een eerdere situatie. Het is ook daarom dat wij streven om de begroting 2024 op 10 juli 2023 te laten vaststellen door het algemeen bestuur. De gegeven langere zienswijzetermijn voor gemeenteraden en provinciale staten zou bij het volgen van de uiterste termijnen namelijk als consequentie hebben dat reactietermijnen in een regulier zomerreces gaan vallen. Om deze reden is de ontwerpbegroting al in maart 2023 aangeboden voor een zienswijze. Wet open overheid De Wet open overheid (Woo), ingangsdatum 1 mei 2022, legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting en het verantwoordingsverslag in de jaarstukken aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Deze paragraaf is de invulling van deze verplichting in de begroting 2024. De Wet open overheid kent, samengevat, een viertal belangrijke aspecten: 1. de verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen, 2. verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking, 3. verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking en 4. het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo-contactfunctionaris De Woo-contactfunctionaris is een nieuwe rol die per 1 mei 2022 per bestuursorgaan is aangewezen.

In 2024 zullen rol en positie worden gecontinueerd zoals ingezet. Indien nodig kunnen deze worden herijkt op basis van de ervaringen die tot dan toe zijn opgedaan. Passieve openbaarmaking De Wet open overheid is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Op het gebied van passieve openbaarmaking (Wob- of Woo-verzoeken) kent de Woo de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob. De werkwijze en doorlooptijd van verzoeken tot (passieve) openbaarmaking van informatie onder de Wet open overheid worden in 2024 gecontinueerd zoals ingezet bij inwerkingtreding van de Woo. Uitgangspunten daarbij zijn transparantie en snelheid. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om 11 benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting zal niet voor alle 11 categorieën tegelijk gelden. Over de ingangsdatum is nog geen zekerheid tijdens het schrijven van deze openbaarheidsparagraaf maar naar verwachting zullen later in 2023 de eerste categorieën gepubliceerd moeten worden. De landelijke digitale infrastructuur PLOOI (Platform voor Open OverheidsInformatie) t.b.v. de openbaarmaking zal fundamenteel worden herontworpen, zo is eind december 2022 aangekondigd. In 2024 zullen wij zorgen dat wij voldoen aan de Woo door de op dat moment verplichte informatiecategorieën actief te publiceren conform een basis ambitieniveau.

Dit betekent dat wij de wettelijke fasering van de Woo volgen. Voor elke fase worden de documenten uit de betreffende categorie vanaf de wettelijk verplichte datum actief openbaar gemaakt. Daarmee voldoen wij aan het wettelijk minimum voor wat betreft het openbaar maken van overheidsstukken uit de categorieën, opgenomen in artikel 3.3 van de Woo, in de daartoe behorende fase. Het proces van actieve openbaarmaking zal zodanig worden vormgegeven dat we op efficiënte, veilige, en AVG-conforme wijze kunnen publiceren.

13

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen 8 jaar op orde wordt gebracht. Dit betekent dat er op basis van een op te stellen meerjarenplan maatregelen moeten worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden.

1.4 Focus 2024 Net als in de voorgaande jaren ligt in 2024 de focus van de organisatie op de uitvoering van de taken rondom vergunningverlening, toezicht, handhaving, klachtenafhandeling, advisering en de specialistische taken rondom omgevingsveiligheid, bodem, geluid, lucht, asbest, energie, vuurwerk en juridische advisering. De inzet van het VTH-instrumentarium beweegt mee met de veranderende leefomgeving. De Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg wil het effect van haar inzet zo groot mogelijk maken en tegelijkertijd zo efficiënt mogelijk de taken voor haar deelnemers uitvoeren. Ontwikkelmogelijkheden zijn er op het gebied van programmeren, de financieringsmethodiek, het professionaliseren van het informatie- en datamanagement en doorontwikkeling van business control. Ten aanzien van de VTH-taakuitvoering zetten wij in op: • Steeds meer risicogerichte en resultaatgerichte toezicht en handhaving. Daarvoor moeten we meer data ontsluiten om te bepalen waar het risico het grootst is voor de leefomgeving en het effect van onze inzet het grootst is. • Meer en meer organiseren rondom maatschappelijke thema's en risico's in de leefomgeving, zoals Zeer Zorgwekkende Stoffen, klimaat en energie, ketengericht toezicht en gebiedsgerichte aanpak. Wij verwachten een toename van toezicht op bovengenoemde thema’s en daarmee een verschuiving in de vormen van toezicht.

• Een rol in het vooroverleg samen met het bevoegd gezag en andere stakeholders bij de intake- en omgevingstafel. En daarmee het leveren van (VTH-)expertise aan de voorkant van een aanvraag. • Een adviserende rol in de (regionale) beleidsvorming van omgevingsvisies en -plannen. Onze inzet richt zich op de uitvoerbaarheid van onze VTH-taken en inbreng van onze VTH-expertise. Maar ook het belang van regionale afstemming van omgevingsplannen om onder andere wildgroei en versnippering van verschillende regels voor geluid en lucht tegen te gaan. • Versterken van het samenspel in de Big Eight. De Big Eight is een visuele weergave van de procescriteria die wettelijk zijn vastgelegd. Deze procescriteria gelden voor alle bestuursorganen die verantwoordelijk zijn voor beleid- en uitvoering van VTH-taken. • Meer focus op monitoring van data van omgevingskwaliteit om de kwaliteit in de leefomgeving te kunnen volgen, maatwerk te kunnen leveren en maatregelen te kunnen treffen en te beoordelen. Onze dienst streeft naar een uniforme wijze van uitvoering geven aan de wettelijke kaders op het gebied van milieu- en omgevingsrecht. Hierbij werkt zij samen met haar deelnemers aan meer uniformiteit van werkprocessen, samenwerking tussen vergunningverleners, toezichthouders, specialisten en juristen en efficiëntie en effectiviteit van gekozen werkwijzen.

14

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

2

BEHEER VAN DE RUD ZUID-LIMBURG

Taken De taken van de RUD Zuid-Limburg zijn het in opdracht van gemeenten en Provincie, individueel en collectief, uitvoeren van wettelijke taken en adviestaken op het terrein van milieu, op een zo efficiënt mogelijke wijze en op een goed kwaliteitsniveau. De RUD Zuid-Limburg heeft daartoe werknemers in dienst en verwerft op contractbasis personele capaciteit en/of specifieke kwaliteit van extern personeel. Activiteiten RUD Zuid-Limburgbreed Op dienstniveau worden afspraken gemaakt met de opdrachtgevers over inhoudelijke en financiële verantwoording. Naast het rapporteren van gegevens als zodanig, is ook het tijdig bespreken en tussentijds communiceren met de opdrachtgevers een belangrijk aspect. De activiteiten worden opgenomen in een jaarlijks werkprogramma dat besproken en afgestemd wordt met de opdrachtgevers, waarna door hen het werkprogramma wordt vastgesteld. Van de dienst kunnen de opdrachtgevers verwachten dat de taakuitvoering conform de vastgestelde kwaliteitscriteria is. Speerpunt Proactief informeren van opdrachtgever

Periodiek overleg opdrachtgever

Uitvoeringskwaliteit op landelijk niveau

Prestatie indicator 2 maal per jaar voortgangsrapportage en 1 eindrapportage conform planning in werkprogramma Per kwartaal overleg tussen opdrachtgever en opdrachtnemer (contracthouders en accountmanagers) Werken conform de kwaliteitscriteria

VTH-taken De RUD Zuid-Limburg voert voor ca. 3.800 inrichtingen, waarvan ruim 1.300 basistaak-inrichtingen, verschillende (vuurwerk)evenementen en het buitengebied de volgende werkzaamheden uit: • Behandeling van jaarlijks circa 600 vergunningaanvragen (inclusief vooroverleg) • Beoordeling van circa 1.500 meldingen (Activiteitenbesluit, bodemmeldingen en overige). • Behandeling en afhandeling van circa 1.550 klachten en incidentmeldingen • Uitvoering van circa 2.100 controles (o.a. milieucontroles, bouw- en bodemtoezicht) Uit bovenstaande zaken ontstaan ook vaker bezwaar- en beroepsprocedures, zienswijzen, bestuursrechtelijke handhavingszaken (circa 150). 2.1

Vergunningverlening

Vergunningaanvragen moeten binnen wettelijke termijnen worden afgehandeld en meldingen moeten beoordeeld worden op juistheid en volledigheid. Beide procedures moeten geïntegreerd worden behandeld in het kader van de Omgevingswet, waarbij aansluiting moet zijn met de gemeentelijke loketten. De door de burgers en bedrijven ingediende documenten worden getoetst en kunnen bij volledigheid en juistheid leiden tot een vergunning die door het betreffende bevoegd gezag wordt verstrekt. 15

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

Speerpunt Tijdige vergunningen

Tijdige advisering over de te nemen beslissing op een aanvraag

Kwaliteit

Actualiteit

Prestatie indicator 95% van de vergunningen, voorbereid met de uitgebreide procedure, dient binnen de wettelijke behandeld te zijn tenzij door de aanvrager wordt ingestemd met termijnoverschrijding. 95% van de vergunningen voorbereid met de reguliere procedure, dient binnen de wettelijke termijn behandeld te zijn. 95% van de adviezen over de te nemen beslissing op een aanvraag dient binnen de afgesproken termijn gegeven te zijn tenzij wordt ingestemd met termijnverlenging Vergunningen c.q. adviezen over de te nemen beslissing op een aanvraag voldoen aan de meest actuele wet- en regelgeving (normen, BREF’s, richtlijnen etc.) en het beleid van de opdrachtgever. Van de bezwaarschriften mag maximaal 15% gegrond worden verklaard. Vergunningen worden binnen de daarvoor geldende termijnen aangepast aan BBTconclusies/BREF’s.

Informatievoorziening/meten VTH-applicatie op basis van aanvraag- én besluitdatum Communicatie middels voortgangsrapportages

VTH-applicatie op basis van adviesaanvraag én adviesdatum

Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad van State Communicatie middels voortgangsrapportages

Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad van State in relatie tot toezichts- en handhavingsacties

In 2024 streven wij ernaar alle openstaande vacatures te hebben ingevuld. De krapte op de arbeidsmarkt in het algemeen, en de VTH-arbeidsmarkt in het bijzonder zal hier mogelijk een knelpunt vormen. Dit vormt een vereiste om alle vergunning-taken te kunnen blijven uitvoeren en de inhoudelijke kwaliteit te blijven garanderen. Wij blijven ook in 2024 investeren in het opleiden van trainees en schoolverlaters met een geschikte vooropleiding. Het kost echter minimaal 3 tot 5 jaar om te kunnen spreken van een dusdanig kennisniveau om de vergunningaanvragen van de complexe tot zeer complexe bedrijven zelfstandig te kunnen afhandelen. Daarnaast komt de begeleiding van deze groep medewerkers bij het steeds kleiner wordende team ervaren vergunningverleners te liggen. Vergunningaanvragen moeten binnen wettelijke termijnen worden afgehandeld en meldingen moeten beoordeeld worden op juistheid en volledigheid. Beide procedures moeten geïntegreerd worden behandeld in het kader van de Omgevingswet, waarbij aansluiting moet zijn met de gemeentelijke loketten. De door de 16

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

burgers en bedrijven ingediende documenten worden getoetst en kunnen bij volledigheid en juistheid leiden tot een vergunning die door het betreffende bevoegd gezag wordt verstrekt. Aanpassingen De belangrijkste wijzigingen vanuit vergunningen in 2024 ten opzichte van de begroting 2023 zijn: Toename personeel • Vergunningverlening bouw t.b.v. provincie Er is een toename van 0,8 FTE capaciteit in de begroting opgenomen. Het betreft een vergunningverlener bouw, ten behoeve van de afhandeling van de provinciale bouwaanvragen. De bouwvergunningverleners werken al jaren onder hoge druk. Dit heeft ertoe geleid dat er vanaf 2021 extra is ingehuurd op deze capaciteit. Aangezien deze inhuur structureel is wordt deze nu geformaliseerd in de formatie. Dit betekent een toename van 0,8 FTE Vergunningverlener II Bouwen en Ruimtelijke Ordening. De totale financiële impact van deze toename in de begroting is € 82.400,- en komt ten laste van de provincie Limburg. In de leges te betrekken kosten voor vergunningverlening mogen, op grond van de vast te stellen Legesverordening 2024, deze kosten worden opgenomen, inclusief de onderzoeken die daar gedaan worden, en met een opslag voor overhead ten behoeve van vergunningen.

• Coördinatieteam vergunningen en specialismen Als gevolg van de extra taken die op de dienst afgekomen zijn in de afgelopen jaren en ook in 2024 weer, is de formatie van het Coördinatieteam (C-team) dat onderdeel uitmaakt van het primaire proces als ondersteunende unit niet meer toereikend. Het C-team verzorgt alle backoffice activiteiten van ontvangst en registratie en distributie van aanvragen om vergunningen, meldingen, adviesopdrachten et cetera tot en met afhandeling gereed product. Daarnaast ontzorgt het C-team alle medewerkers in het primair proces, met name op het gebied van standaard correspondentie en de zelfstandige afhandeling ervan. Voorbeelden van het toegenomen takenpakket zijn de registratie en administratieve verwerking van o.a. sloop-/asbestmeldingen (circa 2.700 meldingen in 2022), meldingen Besluit bodemkwaliteit (circa 1.000 meldingen in 2022), meldingen bodemsaneringen (circa 700 meldingen in 2022) en het toegenomen aantal meldingen Activiteitenbesluit milieubeheer (circa 300 meldingen in 2022). Met de groei van formatie bij bijvoorbeeld het toezicht asbest, is niet de formatie van de administratieve behandeling meegegroeid maar is de werkdruk in deze eerste en laatste schakel in het primaire proces wel toegenomen.

De toename van de aantallen te behandelen meldingen heeft ertoe geleid dat in 2022 het C-team moest worden versterkt met de inhuur van tijdelijk personeel (1 fte) en uitbreiding uren van vast personeel (0,05 fte). Vanwege het structurele karakter van deze producten, behorend tot het basistakenpakket, willen wij deze 1,05 fte formaliseren vanaf deze begroting met € 76.500. Ook gelet op de komende uitbreiding van het takenpakket als gevolg van de nieuwe bodemtaken bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze uitbreiding is per abuis niet meegenomen in de kaderbrief.

17

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

2.2

Toezicht

De RUD Zuid-Limburg houdt toezicht in overeenstemming met de vastgestelde dienstverleningsovereenkomsten en werkprogramma's van de partners, en (landelijke) kaders/afspraken die voor toezicht gelden. Het uitoefenen van toezicht bij de BRZO- en RIE-4-bedrijven wordt eveneens landelijk afgestemd met de collega BRZO-omgevingsdiensten en via BRZO+ met Veiligheidsregio's, de Nederlandse Arbeidsinspectie, het Openbaar Ministerie en het Rijk. De uitvoering van het toezicht zal steeds meer gericht zijn op (duurzaamheids-)thema's zoals emissies van stoffen naar de lucht, het terugdringen van CO₂-uitstoot, maar ook het terugdringen van emissies van Zeer Zorgwekkende Stoffen. Daarnaast zal het naleefgedrag op basis van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet een nog belangrijkere rol gaan innemen bij de inzet van het toezicht. Op basis van data-analyses kunnen we steeds betere prioriteiten stellen en inzicht geven in de prioritering, maar ook in de monitoring van de resultaten van het toezicht. Randvoorwaardelijk daarbij is dat de digitale infrastructuur ook goed functioneert. Ook zal de focus in 2024 liggen op een steeds meer risicogerichte aanpak volgens een uniforme benaderingswijze. Naleefgedrag, maar ook gedrag en thema’s zoals onder andere gezondheid, veiligheid zullen hierin een belangrijke rol innemen.

In voorkomende gevallen zal ook intensiever worden ingezet op het uitvoeren van onaangekondigde controles. De samenwerking met de inspectiepartners, zoals de veiligheidsregio en de Inspectie Leefomgeving en Transport zal verder worden geïntensiveerd. Bij overtredingen gebruiken we de bestuursrechtelijke instrumenten om overtredingen te beëindigen. Hierbij is de net genoemde Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet leidend. Onze beschikbare toezichtcapaciteit zetten wij met name in voor het uitvoeren van reguliere veiligheidsinspecties, de afhandeling van klachten en incidenten. Tevens wordt er meer ingezet op inspecteren van bedrijven op basis van een projectmatige aanpak. Met een overspannen arbeidsmarkt voor VTH-personeel en vergrijzend personeelsbestand staat onze beschikbare toezichtcapaciteit meer en meer onder druk. Wij sluiten niet uit dat dit ook in 2024 consequenties zal hebben voor de uitvoering van de werkprogramma’s. Dan zullen we hierover ook het gesprek voeren met de opdrachtgevers. Ook in 2024 zullen de werknemers opleidingen volgen om te kunnen blijven voldoen aan de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria voor toezicht en handhaving. Bij toezicht wordt informatie verzameld over het feit of een activiteit voldoet aan de in de vergunning en/of algemene regels gestelde eisen. Waarna over de verzamelde informatie een oordeel wordt gevormd.

18

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

Onder handhaving wordt verstaan: het overgaan tot het opleggen van bestuursrechtelijke en/ of strafrechtelijke (herstel)sancties indien uit het toezicht blijkt dat niet aan de gestelde eisen wordt voldaan. Bij het opleggen van sancties is steeds juridisch advies aan de orde. Speerpunt Kwaliteit

Tijdigheid Uniformiteit

Prestatie indicator Toezichtrapporten voldoen aan de meest actuele wet- en regelgeving en het beleid van de opdrachtgever. 95% van de handhavingsbesluiten worden genomen binnen de daarvoor afgesproken termijn. Uitvoering werkprogramma opdrachtgever zoals onderling afgesproken Hanteren van vastgesteld handhavingsbeleid opdrachtgever

Informatievoorziening/meten Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad van State VTH applicatie op basis van (verzoek- én) besluitdatum Voortgangsrapportages Voortgangsrapportages

Juridische advisering en procesvoering zijn over de jaren toegenomen. De juridische producten zijn in de nieuwe productcatalogus afzonderlijk benoemd en worden ook afzonderlijk in de werkprogramma’s opgenomen. Op basis van feitelijk geschreven uren vindt de afrekening met de deelnemers plaats.

2.3

Advisering en Onderzoek

De organisatie toetst, controleert, adviseert, voert onderzoeken/metingen uit dan wel voert beheersmaatregelen uit over de onderwerpen energie, geluid, lucht, bodem en omgevingsveiligheid. Daarnaast participeren de medewerkers in de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid op deze taakvelden en houden zij rekening met eventuele innovaties bij de uitvoering van de geleverde producten en gevolgde werkwijzen. Speerpunt Kwaliteit

Tijdigheid

Prestatie indicator De adviezen bevatten heldere conclusies en zijn transparant in de afwegingen 95% van de adviezen is voor de afgesproken termijn aan de opdrachtgever verzonden

Informatievoorziening/meten Tevredenheid opdrachtgever

Voortgangsrapportages

Adviestaken Specialistische adviezen buiten het werkprogramma om worden op basis van een kostenraming achteraf gefactureerd. Besluit CO₂-reductie werkgebonden personenmobiliteit 19

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

In het klimaatakkoord dat in 2019 door het kabinet werd gepresenteerd, zijn afspraken gemaakt tussen overheden en het bedrijfsleven over verduurzaming van onder meer de werkgebonden personenmobiliteit. Dit vanwege het feit dat meer dan de helft van het aantal afgelegde kilometers van de personenmobiliteit gerelateerd is aan woon-werk en zakelijk verkeer. Daarbij werd ook geconstateerd dat de tot dat moment gevolgde vrijwillige aanpak voor de klimaatopgave onvoldoende effect zal hebben en er een meer dwingende aanpak wenselijk was. Om de CO₂-uitstoot van werkgebonden personenmobiliteit te verminderen komt er per 1 juli 2023 derhalve een rapportageverplichting voor werkgevers en/of organisaties die 100 of meer werknemers in dienst hebben. In de zomer van 2022 is bepaald dat het toezien op de naleving van het frequent, tijdig, goed en volledig indienen door bedrijven van een dergelijke CO₂-rapportage als extra basistaak door gemeenten moet worden ingebracht bij de omgevingsdiensten en dat deze diensten verder uitvoering geven aan de daadwerkelijke bijbehorende werkzaamheden. Onlangs werd melding gemaakt van het feit dat landelijk gebleken is dat ongeveer 8.000 werkgevers/organisaties te maken zullen krijgen met voornoemde rapportageverplichting.

Nadere informatie over de verdeling van dit genoemd aantal bedrijven per omgevingsdienst in Nederland werd daarbij niet gegeven, maar het betekent wel dat ook wij als RUD Zuid-Limburg voor ons werkgebied hiermee geconfronteerd zullen worden. Niet alleen het aantal bedrijven dat onder deze regelgeving valt is onbekend, maar ook de exacte omvang van de daarbij uit te voeren werkzaamheden is op dit moment (nog) niet volledig uitgekristalliseerd. Concluderend kan gesteld worden dat landelijk verwacht wordt dat de hiervoor aangegeven werkzaamheden door omgevingsdiensten in 2023 worden opgepakt, maar dat op dit moment nog niet bekend is hoe groot de daarvoor benodigde capaciteit moet zijn en hoeveel financiële middelen daarvoor benodigd zijn dan wel gereserveerd moeten worden.

20

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

3

FINANCIEEL

Voor de RUD Zuid-Limburg is het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van toepassing. Conform het BBV zijn wij verplicht de baten en lasten uit te splitsen in taakvelden. Aangezien wij voor zowel de Provincie Limburg als voor de Zuid-Limburgse gemeenten werken dienen wij hierbij onze baten en lasten te splitsen volgens de gemeentelijke indeling. Volgens deze gemeentelijke indeling werken wij voor onze primaire taakuitvoering uitsluitend in één taakveld, namelijk het taakveld "Milieubeheer". Het taakveld Overhead is opgenomen in hoofdstuk 5 van deze begroting. Algemeen Zie het financieel overzicht in paragraaf 5.4 voor de totale begroting en bijlage 6.2 voor de bijdrage per deelnemer. Aanpassingen De belangrijkste wijzigingen in 2024 ten opzichte van de gewijzigde begroting 2023 zijn: Toename begrote kosten x € 1.000,Loonindex Index materiële kosten 6 fte nieuwe bodemtaken 0,8 fte extra bouw 1,05 fte extra Coördinatieteam 1 fte concernjurist 1 fte databeheer Kosten licenties 3 fte extra energie gefinancierd uit SPUK gelden -0,5 BOA capaciteit (einde pilot) 2 fte BOA capaciteit (Provinciale taken) Overige (risico opslag) Totaal mutatie begroting 2024 t.o.v. 2023

482 107 592 80 75 126 99 50 300 -51 250 10 2.120

• Toename personeel. De belangrijkste toename in personeel betreft de nieuwe bodemtaken die bij het ingaan van de Omgevingswet worden belegd bij alle gemeenten en die, omdat het een basistaak is, verplicht moet worden ingebracht. Becijferd is dat dit 6 fte aan capaciteit vraagt. Landelijk wordt de komende 3 jaar monitoring gestart om inzicht te krijgen in de inzet, opdracht en uitgaven voor de VTH-bodemtaken en het effect van de verschuiving van bodemtaken op de uitvoering daarvan. Het gebruik van data als informatiebron en als element van sturing en duiding van ontwikkelingen wordt steeds belangrijker. Dit vraagt om investeringen in personele capaciteit. In de begroting 2024 is hiertoe 1 fte functioneel beheer opgenomen. In de vorige begroting is een data-analist opgenomen, om ons te ondersteunen in het gebruik van data als informatiebron en als element van sturing en duiding van informatie voor kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Een functioneel beheerder ondersteunt op het technische vlak: het beheren van applicaties en het bewaken van functionaliteiten en de functionele inrichting van systemen. Deze persoon begeleid implementaties van nieuwe (versies van) applicaties, test nieuwe functionaliteiten, voert het wijzigingsbeheer uit en ondersteunt de gebruikers bij het werken met systemen/applicaties. 21

Begroting RUD Zuid-Limburg 2024

In de uitvoering van werkzaamheden blijkt er tekort aan vergunningverlener op het gebied van bouwtaken, hier is een toename noodzakelijk van 0,8 fte hiermee wordt de formatie in overeenstemming gebracht met de urenbesteding van het werkprogramma. De bouwtaken worden uitgevoerd ten behoeve van de Provincie Limburg, die deze uitvoering financiert en voor deze dienstverlening leges kan heffen. In het kader van het voorkomen van milieuschade en het aanpakken van milieucriminaliteit is handhaving een belangrijk instrument. Strafrechtelijke handhaving maakt daar onderdeel van uit. De commissie Van Aartsen wees al eerder op deze punten en de noodzakelijke afstemming tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving om dit maatschappelijk doel te bereiken. Nu de BOA-pilot in 2023 afloopt en een eerste bevinding is dat 0,5 fte verdeeld over twee BOA’s niet de gewenste aansluiting van het strafrecht bij de Big 8 oplevert, wordt 2 fte BOA capaciteit opgenomen naar aanleiding van de beslissing van provinciale staten om gedeputeerde staten meer prioriteit te laten geven aan de inzet van BOA’s bij de RUD ZuidLimburg. Deze capaciteit en het benodigde materieel wordt gefinancierd door de Provincie Limburg en wordt alleen ingezet in het kader van handhaving van activiteiten waarvoor gedeputeerde staten bevoegd gezag zijn en binnen het mandaat aan de omgevingsdienst vallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=0870fff2-0bb7-4fec-96d6-0888a79f64d5