03 Motivering BP Business Park Geleen
Tekst van het document
4.6 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is een wijziging van de Wet milieubeheer (Wm) van kracht geworden. In hoofdstuk 5 is titel 2 luchtkwaliteitseisen ingevoegd (ook ‘Wet luchtkwaliteit’ genoemd). Gelijktijdig zijn de volgende besluiten en regelingen van kracht geworden: -
Besluit ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) Regeling ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) Bestemmingsplan Business Park Geleen Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 29 -
Toelichting
-
Regeling ‘Beoordeling luchtkwaliteit 2007 Regeling ‘Projectsaldering luchtkwaliteit 2007’ d
Deze nieuwe wet- en regelgeving omvat maatregelen om zowel de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die er toe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) van 15 januari 2009 (in werking met ingang van 16 januari 2009) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg of verzorgingshuizen gerekend.
In het Besluit is aangegeven dat moet worden onderzocht of op een locatie sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de grenswaarden indien de locatie: - is gelegen binnen 300 meter vanaf Rijkswegen (wegen in beheer van het Rijk); - is gelegen binnen 50 meter vanaf de rand van een provinciale weg (wegen in beheer bij de provincie) Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Concreet houdt dit in dat bijvoorbeeld ontwikkelingen kleiner dan of gelijk aan 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Ook voor andere ruimtelijke initiatieven is aangegeven wanneer deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit.
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te voldoen aan het geschetste luchtkwaliteitskader. Onderhavig plan Omdat het voorliggende bestemmingsplan geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, is tevens geen sprake van het toevoegen van nieuwe gevoelige functies in het kader van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
4.7 Archeologie De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta. De wet is een raamwet, die regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De gemeenten zijn in deze wet tot bevoegd gezag aangewezen en dienen de archeologische belangen op een goede manier te verweven in het ruimtelijk beleid. Het uitgangspunt is dat archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Als het niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen en de resultaten uit te werken. Bestemmingsplan Business Park Geleen Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 30 -
Toelichting
Onderhavig plan Het voorliggende bestemmingsplan voorzietdniet in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Er vindt dan ook geen bodemverstoring plaats die enig effect kan heb op de archeologie binnen de gemeente Sittard-Geleen. In het voorliggende bestemmingsplan is het vigerende beleid ten aanzien van archeologie verankerd middels de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’, ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4’. Deze dubbelbestemmingen zijn overgenomen uit de archeologische beleidskaart van de gemeente Sittard-Geleen, die in september 2011 is vastgesteld. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan.
4.8 Overige milieuhinder Trillings-, licht- en geurhinder In het voorliggende bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De aspecten trillings-, licht- en geurhinder vormen derhalve geen belemmering voor de realisatie van het plan.
4.9 Kabels en leidingen Langs de oostelijke rand van het plangebied is een aardgastransportleiding gelegen. Deze leiding, inclusief een beschermingszone van vier meter aan weerszijden van de leiding, zijn voorzien van de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’. Langs de westelijke rand van het plangebied is een waterleiding gesitueerd. De leiding zelf is net buiten het plangebied gelegen. Binnen het plangebied is wel een beschermingszone van de leiding geregeld, middels de dubbelbestemming ‘Leiding – Water’.
Bestemmingsplan Business Park Geleen Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 31 -
Toelichting
5 Het bestemmingsplan
d
5.1 Feitelijke planopzet In de voorgaande hoofdstukken van deze toelichting zijn de aan dit bestemmingsplan ten grondslag liggende beleidsuitgangspunten en de verschillende omgevings- en milieuaspecten weergegeven. Een en ander is vertaald in de regels van dit plan. Deze regels voldoen aan de eisen volgend uit de Wro en de Wabo. Dit hoofdstuk bevat een toelichting op deze regels. Het voorliggend bestemmingsplan is gericht op vaststellen van een actueel juridisch-planologisch regime conform de huidige landelijke SVBP-standaarden alsmede de actuele standaarden van de gemeente Sittard-Geleen, voor het Business Park Geleen.
5.2 Juridische planopzet 5.2.1 Planvorm Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden door middel van de op de verbeelding bestemmingen en daarop betrekking hebbende regels de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. De juridische regeling is opgebouwd conform de SVBP2012, de landelijke standaard voor het vervaardigen van bestemmingsplannen, die bij de invoering van het nieuwe Bro als verplichte opbouw is opgenomen. Het bestemmingsplan ‘Business Park Geleen’ bestaat formeel uit een verbeelding en regels. Deze gaan vergezeld van een toelichting waarin het plan en de daaraan ten grondslag liggende beleidsmatige afwegingen zijn verwoord. De indeling van de regels is hierna beknopt en artikelsgewijs beschreven. De planvorm betreft een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan IDN is NL.IMRO.1883.bpBusinesspark-VA01. 5.2.2 Verbeelding De verbeelding is getekend op een gecombineerde digitale kadastrale ondergrond en een GBKNondergrond, schaal 1:1.000. Voor de benaming, kleur en vorm van de bestemmingen en aanduidingen zijn de richtlijnen voor digitalisering en standaardisering van bestemmingsplannen overgenomen (SVBP2012). 5.2.3.
Regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. Artikel 1 bevat de definities van begrippen die van belang zijn voor toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij toepassing van de regels wordt gemeten. In beide artikelen is, conform de SVBP2012, een aantal standaardbegrippen en een aantal standaard meetwijzen opgenomen.
Bestemmingsplan Business Park Geleen Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 32 -
Toelichting
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk worden regels gegeven voor d de binnen het plangebied beoogde functies. Per bestemmingsregel zijn de doeleinden c.q. de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder voorafgaande afwijking of wijziging) toegestaan. Indien wordt voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (bebouwingspercentage, bouwhoogte en dergelijke) kan hiervoor vanuit bestemmingsplantechnisch oogpunt een omgevingsvergunning worden verleend. Hoofdstuk 3 Algemene regels De algemene regels van het bestemmingsplan gelden voor het gehele plangebied. Hier zijn ondermeer de algemene gebruiks- en afwijkingsmogelijkheden alsmede de algemene aanduidingsregels opgenomen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is bepaald dat bouwwerken, die op het moment van de tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven staan, ook al is dit in strijd met de bouwregels. Het gebruik van gronden en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag worden gehandhaafd. Dit overgangsrecht komt voort uit artikel 3.2.1 van het Bro en is een verplicht onderdeel van de regels. In de slotregel wordt aangegeven onder welke naam de planregels kunnen worden aangehaald.
5.2.4 Beschrijving van de bestemmingen In het navolgende worden de in hoofdstuk 2 van de planregels opgenomen bestemmingsregels kort toegelicht. Artikel 3: enkelbestemming ‘Bedrijf’: De bestemming ‘Bedrijf’ is toegekend aan het grootste gedeelte van het plangebied. Binnen deze bestemming zijn bedrijven tot en met milieucategorie 2 toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’ (b< 2). Ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.1’ (b<3.1) zijn bedrijven van milieucategorieën 1, 2 en 3.1 toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’ (b<3.2) zijn bedrijven van milieucategorieën 1, 2, 3.1 en 3.2 toegestaan. Het tankstation dat in het noordelijke gedeelte van het plangebied is gesitueerd, is eveneens bestemd tot ‘Bedrijf’ en voorzien van de aanduiding ‘verkooppunt motorbrandstoffen met lpg’ (vml). Tevens is een aantal bij de bestemming behorende voorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming ‘Bedrijf’ mogen gebouwen uitsluitend binnen de aangegeven bouwvlakken worden gebouwd, waarbij de goot- en bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer mogen bedragen dan op de verbeelding is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)’.
Erf- en terreinafscheidingen mogen maximaal 2,00 meter hoog zijn en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen niet hoger zijn dan 3,00 meter. Tevens zijn nutsvoorzieningen toegestaan. Deze mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gerealiseerd. De oppervlakte van nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 15 m² en de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,00 meter. Artikel 4: enkelbestemming ‘Dienstverlening’: De bestemming ‘Dienstverlening’ is toegekend aan een perceel in het noordoostelijke gedeelte van het plangebied. Hier is een bedrijfsverzamelgebouw met kantoorruimten gesitueerd. Binnen deze bestemming mogen dienstverlenende bedrijven, kantoren en instellingen op financieel, juridisch of (ontwerp)technisch gebied of bedrijven op het gebied van communicatie, informatie en adviezen worden gevestigd. Tevens is een aantal bij de bestemming behorende voorzieningen toegestaan.
Bestemmingsplan Business Park Geleen Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 33 -
Toelichting
Gebouwen mogen binnen deze bestemming uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd, waarbij de maximale goot- en d bouwhoogte alsmede het maximaal toegestane bebouwingspercentage niet meer mogen bedragen dan op de verbeelding is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)’. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,00 meter en voorzieningen ten behoeve van de telecommunicatie mogen maximaal 20,00 meter hoog zijn. De maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3,00 meter. Tevens zijn nutsvoorzieningen toegestaan. Deze mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gerealiseerd. De oppervlakte van nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 15 m² en de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,00 meter. Artikel 5: enkelbestemming ‘Groen’: De enkelbestemming ‘Groen’ is toegekend aan de groenstroken welke tussen de bedrijfskavels zijn gelegen alsmede aan het parkje dat in het zuidelijke gedeelte van het plangebied is gesitueerd. Binnen deze bestemming zijn plantsoenen, groenstroken en overige aanplantingen alsmede enkele bijbehorende voorzieningen toegestaan. Het bouwen van gebouwen is binnen de bestemming ‘Groen’ niet toegestaan. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan.
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,00 meter. De maximale bouwhoogte van kunstuitingen en speelvoorzieningen bedraagt 10,00 respectievelijk 6,00 meter. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen maximaal 2,00 meter hoog zijn. Artikel 6: enkelbestemming ‘Maatschappelijk’: De enkelbestemming ‘Maatschappelijk’ is toegekend aan de percelen aan de Borrekuilstraat 50 en 124. Binnen deze bestemming zijn instellingen en voorzieningen op medisch, sociaal-cultureel, educatief of religieus gebied. Tevens is een aantal bij de bestemming behorende voorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ mogen gebouwen uitsluitend binnen de aangegeven bouwvlakken worden gebouwd, waarbij de maximale goot- en bouwhoogte en het maximale bebouwingspercentrage niet meer mag bedragen dan is aangegeven op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)’. De maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2,00 meter. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen maximaal 2,00 meter hoog zijn. Tevens zijn nutsvoorzieningen toegestaan. Deze mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gerealiseerd. De oppervlakte van nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 15 m² en de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,00 meter.
Artikel 7: enkelbestemming ‘Tuin’: De enkelbestemming ‘Tuin’ is toegekend aan de tuinen behorende bij de woningen aan de Borrkuilstraat 30, 32, 34, 62, 98 en 100, die gelegen zijn aan de westrand van het plangebied. Binnen deze bestemming zijn tuinen toegestaan en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Het bouwen van gebouwen is binnen de bestemming ‘Tuin’ niet toegestaan. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. De maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfen terreinafscheidingen welke voor de naar de weg gekeerde gevel zijn gesitueerd niet meer mag bedragen dan 1,00 meter. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen maximaal 2,00 meter hoog zijn.
Bestemmingsplan Business Park Geleen Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 34 -
Toelichting
Artikel 8: enkelbestemming ‘Verkeer’: De bestemming ‘Verkeer’ is toegekend aan de d wegenstructuur binnen het plangebied. Binnen deze bestemming mogen wegen en voet- en fietspaden ten behoeve van doorgaand en overig verkeer gerealiseerd worden. Tevens zijn parkeervoorzieningen, openbare ruimten en andere bij deze bestemming behorende voorzieningen toegestaan. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. De maximale bouwhoogte van voorzieningen ten behoeve van de openbare verlichting bedraagt 9,00 meter. Voorzieningen ten behoeve van de verkeersgeleiding mogen maximaal 10,00 meter hoog zijn en de bouwhoogte van kunstuitingen bedraagt maximaal 12,00 meter. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen maximaal 2,00 meter hoog zijn. Tevens zijn nutsvoorzieningen toegestaan. Deze mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gerealiseerd. De oppervlakte van nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 15 m² en de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,00 meter. Artikel 9: enkelbestemming ‘Wonen’: Deze bestemming is toegekend aan de woningen aan de Borrekuilstraat 30, 32, 34, 62, 98 en 100, die aan de westrand van het plangebied zijn gesitueerd. De gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn bestemd voor de woonfunctie en een aantal hierbij behorende voorzieningen.
Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de aangegeven bouwvlakken worden gebouwd, waarbij de maximale goot- en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan op de verbeelding is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’. Bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten de aangegeven bouwvlakken worden gebouwd. In de bouwregels voor bijbehorende bouwwerken is voor wat betreft de goot- en bouwhoogte een onderscheid gemaakt tussen aangebouwde bijbehorende bouwwerken en vrijstaande bijbehorende bouwwerken. De gronden buiten het bouwvlak mogen voor maximaal 50% worden bebouwd met bijbehorende bouwwerken, waarbij de maximale bebouwingsoppervlakte 70 m² bedraagt. De maximale bebouwingsoppervlakte aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt 50 m². De maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen welke voor de naar de weg gekeerde gevel zijn gesitueerd niet meer mag bedragen dan 1,00 meter. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen maximaal 3,00 meter hoog zijn. Artikel 10: dubbelbestemming ‘Leiding - Gas’: De dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ is toegekend aan de aardgastransportleiding die langs de oostelijke rand van het plangebied is gelegen.
Tevens behelst deze dubbelbestemming een beschermingzone van vier meter aan weerszijden van de leiding. Binnen deze dubbelbestemming mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten worden gebouwd. Artikel 11: Dubbelbestemming ‘Leiding - Water’: Deze dubbelbestemming is toegekend aan de beschermingszone van de waterleiding die langs de westrand van het plangebied, net buiten het plangebied, is gesitueerd. De beschermingszone valt binnen het onderhavige plangebied. Binnen deze dubbelbestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die noodzakelijk zijn voor de aanleg en instandhouding van de waterleiding zijn toegestaan, met een bouwhoogte van maximaal 3,00 meter. Artikel 12 t/m 14: dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie’: In artikel 12 t/m 14 zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’, ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ opgenomen. Binnen deze dubbelbestemmingen zijn onderzoeksgrenzen opgenomen. Wanneer deze onderzoeksgrenzen worden overschreden, dient archeologisch onderzoek plaats te vinden alvorens de geplande bodemverstoring kan plaatsvinden. Bestemmingsplan Business Park Geleen Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 35 -
Toelichting
De onderzoeksgrens verschilt per dubbelbestemming. Bij de in dit plan voorkomende vier archeologische dubbelbestemmingen is de onderzoeksplicht van kracht bij: d - Waarde - Archeologie 2: verstoringsdiepte 0,30 m, verstoringsoppervlakte 50 m²; - Waarde - Archeologie 3: verstoringsdiepte 0,30 m, verstoringsoppervlakte 100 m²; - Waarde - Archeologie 4: verstoringsdiepte 0,30 m, verstoringsoppervlakte 500 m².
Bestemmingsplan Business Park Geleen Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 36 -
Toelichting
d 6 Financiële uitvoerbaarheid In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in artikel 6.2.1 een opsomming gegeven van de bouwplannen die worden beschouwd als bouwplan in de zin van 6.12 Wro waarvoor een exploitatieplan dient te worden vastgesteld indien het kostenverhaal niet anderszins is geregeld (dat wil zeggen indien men geen anterieure privaatrechtelijke overeenkomst heeft kunnen sluiten met de ontwikkelende partij). Onderhavig bestemmingsplan bevat geen ruimtelijke ontwikkelingen welke op basis van artikel 6.2.1 vergezeld dienen te gaan van een exploitatieplan dan wel waarvan het kostenverhaal anderszins dient te worden geregeld. Voor dit bestemmingsplan behoeft dan ook geen exploitatieovereenkomst of exploitatieplan te worden opgesteld.
Bestemmingsplan Business Park Geleen Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 37 -
Toelichting
7 Communicatieparagraaf
d
7.1 Wettelijk vooroverleg instanties ex artikel 3.1.1 Bro Met de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan zijn geen belangen van andere overheidsinstanties dan de gemeente Sittard-Geleen in het geding. Het voeren van vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro is derhalve niet noodzakelijk.
7.2 Zienswijzen ex artikel 3.8 Wro Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Business Park Geleen’ heeft met ingang van 24 juni 2021 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen, waarbij de gelegenheid is geboden om binnen deze termijn zienswijzen met betrekking tot het ontwerp kenbaar te maken. Gedurende deze periode zijn drie zienswijzen ingediend. De Nota van zienswijzen en staat van wijzigingen is als bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen. Tevens is het ontwerp-bestemmingsplan in december 2024 aangeboden aan de Veiligheidsregio voor een advies met betrekking tot het houden van afstand tot een zijdelingse perceelsgrens in de regels. Het advies van de Veiligheidsregio is overgenomen in de regels verwerkt in de nota van zienswijzen. Het bestemmingsplan is op 11 september 2025 door de raad van de gemeente Sittard-Geleen vastgesteld.
Bestemmingsplan Business Park Geleen Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 38 -
Toelichting
Bijlage 1 Nota van zienswijzen en staat van wijzigingen d
Bestemmingsplan Business Park Geleen Gemeente Sittard-Geleen
- pagina 39 -