CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Motivering

Raad 4 juni 2026, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Wijziging van het omgevingsplan voor de Schuttersdreef (ong.) en Dorpstraat 40 te Buchten (Geilen)15.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TAM-Omgevingsplan Schuttersdreef Ong. Buchten Motivering Gemeente Sittard-Geleen

Projectgegevens: Projectnummer: Datum:

M210981 11 juni 2026

TAM-Omgevingsplan Schuttersdreef Ong. Buchten Motivering Gemeente Sittard-Geleen

Status:

NL.IMRO.1883.TAMschuttersdronVA01 vastgesteld

Vestiging Baexem Kerkstraat 2 6095 BE BAEXEM 0475 - 45 92 60

Vestiging Ubachsberg Kerkstraat 4 6367 JE VOERENDAAL 045 - 575 32 55

IDN-nummer:

info@aelmans.com www.aelmans.com Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is inschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 14091320. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering van bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is niet aansprakelijk voor schade die direct dan wel indirect voortvloeit uit conclusies, aannames en/of aanbevelingen die vermeld staan in dit rapport. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is niet aansprakelijk voor mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit rapport zelf neemt.

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

Hoofdstuk 2 Plangebied en planontwikkeling

7

2.1 2.2 2.3 2.4

7 8 10 11

Plangebied Bestaande situatie Planbeschrijving Ruimtelijk-visuele effecten

Hoofdstuk 3 Planologisch-juridische situatie

13

3.1

Bestemmingsplan 'Veegplan 2022'

13

Hoofdstuk 4 Beleid en regelgeving

15

4.1 4.2 4.3 4.4

15 17 22 24

Rijksbeleid en regelgeving Provinciaal beleid en regelgeving Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving

27

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

27 28 28 29 30 32 34 35 39 42 42

Bodemkwaliteit Geluid Bedrijvigheid Kwaliteit van de buitenlucht Omgevingsveiligheid Cultureel erfgoed Verkeer en parkeren Water en watersystemen Natuur en landschap Kabels, leidingen en vrijwaringszones Duurzaamheid en klimaat

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

45

6.1 6.2

Participatie en omgevingsdialoog Financiële uitvoerbaarheid

45 48

Hoofdstuk 7 Artikelsgewijze toelichting

51

7.1 7.2

51 53

TAM-Omgevingsplan Procedure

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

3

Motivering

4

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

Hoofdstuk 1

Inleiding

Aan de Dorpstraat 40 te Buchten is een voor agrarische bedrijfsdoeleinden bestemde locatie gelegen, met daarbij behorende huisweide langs de Schuttersdreef. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Born sectie H - nummers 1350, 1351 en 1352. Ter plekke worden reeds langere tijd geen bedrijfsmatige agrarische activiteiten meer verricht, echter primair gewoond. Gelet op de ligging in het dorp en de beperkte omvang van de agrarische bedrijfsbestemming is deze locatie niet (meer) geschikt voor een duurzame agrarische bedrijfsvoering. Het voornemen is om de agrarische bedrijfsbestemming ter plekke van de Dorpstraat 40 te wijzigen naar 'Wonen' en daarbij ter plekke van de huisweide langs de Schuttersdreef twee vrijstaande levensloopbestendige woningen te realiseren.

Uitsnede topografische kaart met aanduiding plangebied

Ter plekke van onderhavige locatie geldt volgens het bestemmingsplan 'Veegplan 2022' (tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Sittard-Geleen) de bestemming 'Agrarisch - 1'. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3'. Ook zijn de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' en 'milieuzone - boringsvrije zone roerdalslenk zone II' van toepassing. Het wijzigen van de bestemming naar wonen en het realiseren van twee levensloopbestendige woningen is niet in overeenstemming met het geldend planologisch-juridisch kader. Voor het plangebied is het 'Omgevingsplan gemeente Sittard-Geleen' per 1 januari 2024 van rechtswege geldend. Dit omgevingsplan wordt door de gemeente Sittard-Geleen nog nader ingevuld. Het plangebied is eerder in diverse bestemmingsplannen bestemd, die van rechtswege gelden als planregime als onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege. Het plangebied kent in het vigerend planregime de bestemming 'Argrarisch - 1'. Het wijzigen van de bestemming naar 'Wonen' en het realiseren van twee woningen is niet in overeenstemming met het geldend planologisch-juridisch kader. De beoogde herontwikkeling is binnen de regels van het vigerende planregime niet rechtstreeks mogelijk. Hiervoor is een aanpassing in het omgevingsplan benodigd.

Aan de hand van onderhavige tijdelijke alternatieve maatregel (TAM), wordt een wijzigingsbesluit verzocht bij het bevoegd gezag via de IMRO-standaard. Dit TAM-Omgevingsplan dient als wijzigingsbesluit via de technieken van IMRO. Voor het opnemen in een later geconsolideerd omgevingsplan is een nieuw wijzigingsbesluit nodig conform de Standaard officiële publicaties (STOP) met bijbehorende toepassingsprofielen (TPOD). Onderhavige

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

5

motivering is opgesteld ter motivering bij het te nemen wijzigingsbesluit.

6

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

Hoofdstuk 2 2.1

Plangebied en planontwikkeling

Plangebied

Onderhavig plangebied is gelegen aan Schuttersdreef ong. te Buchten. Het betreft twee grotendeels onbebouwde percelen ter plekke van Schuttersdreef ong. Op een van deze percelen bevindt zich een schuur, ook bevinden zich enkele bomen op de percelen. Betreffende percelen behoren tot de huisweide van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aan de Dorpstraat 40. In de directe omgeving is uitsluitend sprake van woningen. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Born - sectie H - nummers 1350, 1351 en 1352. In onderstaande luchtfoto is de ligging van het plangebied weergegeven.

Uitsnede luchtfoto met aanduiding plangebied

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

7

Uitsnede kadastrale kaart

2.2

Bestaande situatie

Ter plekke van de Dorpstraat 40 te Buchten is voorheen sprake geweest van een agrarische bedrijfsvoering. Momenteel wordt ter plekke gewoond, met daarachter gelegen huisweide langs de Schuttersdreef. Ter plekke van de Dorpstraat 40 bevindt zich een vrijstaande woning met aangelegen schuren in carrévormige opzet. Ter plekke van de huisweide aan de Schuttersdreef is sprake van een weiland met enkele bomen. Tevens is ter plekke nog een schuur aanwezig. De bestaande situatie wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van het volgende fotomateriaal.

8

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

Luchtfoto's plangebied

Vooraanzicht bebouwing Dorpstraat 40

Achteraanzicht bebouwing Dorpstraat 40

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

9

Straataanzicht huisweide vanuit oostelijke zijde

Straataanzicht huisweide vanuit oostelijke zijde

2.3

Planbeschrijving

Voorliggend plan voorziet in het wijzigen van de bestemming 'Agrarisch - 1' in 'Wonen'. Voor wat betreft de bestaande bebouwing aan de Dorpstraat 40 treden geen veranderingen op, dit betreft primair een functiewijziging. Ter plekke van de huisweide zullen twee vrijstaande levensloopbestendige woningen gerealiseerd worden en zal de losse schuur aldaar gesloopt worden. Voor onderhavig plan is nog geen concreet bouwplan aanwezig. Wel is een aantal stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de nieuw te realiseren woningen aan de orde: 1. 2. 3. 4. 5.

10

de bouwvlakken waarbinnen de woningen worden gerealiseerd hebben een maximale bouwdiepte van 15 meter, en een maximale breedte van 12 meter. de voorgevel rooilijn van de bouwkavels dient trapsgewijs in het verlengde te liggen van de linkerwoning, de voorzijde krijgt de bestemming tuin. de maximale goot- en bouwhoogten bedragen maximaal 6 meter respectievelijk 9 meter. de woningen dienen levensloopbestendig te worden uitgevoerd. de woningen dienen qua typologie en materiaal passend te zijn in het straatbeeld en bij de karakteristiek

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

6.

van het dorp Buchten. voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken dient te worden aangesloten bij de regels voor het vergunningvrije bouwen.

Deze stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn vastgelegd in de juridische regels van dit omgevingsplan.

Situatietekening

2.4

Ruimtelijk-visuele effecten

Ieder nieuwbouwplan gaat gepaard met het optreden van ruimtelijk-visuele effecten. Beoordeeld dient te worden of de effecten die optreden vanuit ruimtelijk-visueel oogpunt aanvaardbaar mogen worden gevonden. Bij voorliggend voornemen wordt een agrarische bedrijfslocatie in een woonomgeving duurzaam beëindigd. Daarbij wordt op een passende (inbreidings)locatie voorzien in de realisatie van twee levensloopbestendige woningen. Vanuit stedenbouwkundige opzet zullen de voorgevels aansluitend op naastgelegen woning trapsgewijs gerealiseerd worden. Qua bouwregels voor de nieuw te realiseren woningen wordt aangesloten bij de regels zoals deze gelden voor de naastgelegen bestaande woningg aan de Schuttersdreef. In het kader van de op grond van voorliggend omgevingsplan te verlenen omgevingsvergunningen zal vanuit oogpunt van welstand een toets worden verricht op de materialisering, waarbij deze passend dienen te zijn in het straatbeeld en de karakteristiek van Buchten. Hiermee is sprake van een logische aansluiting op de bestaande naastgelegen bebouwing. Gelet op bovenstaande wordt geconcludeerd dat de ruimtelijk-visuele effecten van voorliggend plan aanvaardbaar zijn.

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

11

12

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

Hoofdstuk 3

Planologisch-juridische situatie

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn alle bestemmingsplannen in de gemeente Sittard-Geleen van rechtswege onderdeel geworden van één omgevingsplan. Dit omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk en een nieuw deel. De bestemmingsplannen maken onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het tijdelijk deel bestaat uit: (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen. Rijksregels over activiteiten (aangeduid als 'de bruidsschat'). Omdat bestemmingsplannen onderdeel uitmaken van het omgevingsplan wordt in navolgende paragraaf het ter plekke geldende bestemmingsplan beschouwd.

3.1

Bestemmingsplan 'Veegplan 2022'

Ter plekke van onderhavig plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Veegplan 2022', zoals vastgesteld op 21 mei 2024 door de gemeenteraad van Sittard-Geleen. Op basis van het geldende bestemmingsplan is de bestemming 'Agrarisch - 1' van kracht met bijbehorend bouwvlak ter plekke van de bebouwing aan de Dorpstraat 40. Voor het bouwvlak geldt een maximale goothoogte van 4 meter, een maximale bouwhoogte van 8 meter en een maximaal bebouwingspercentage terrein van 100%. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' ter plekke. Tot slot zijn de gebiedsaanduidingen 'geluidzone - industrie' en 'milieuzone - boringsvrije zone Roerdalslenk zone II' van toepassing.

Uitsnede bestemmingplankaart met aanduiding locatie

De in casu voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn in algemene zin bestemd voor agrarische bedrijfsmatige doeleinden en daarbij behorende bebouwing (ter plekke van het bouwvlak) en agrarisch grondgebruik. Het realiseren van twee nieuwe woningen en het gebruiken van het plangebied voor reguliere bewoning met in totaal drie woningen is strijdig met de geldende planologisch-juridische kaders. Er zijn geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheden opgenomen om het bouwplan alsnog te faciliteren.

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

13

De gemeente heeft kenbaar gemaakt medewerking te willen verlenen aan voorliggend plan middels een wijziging van het omgevingsplan. In dat verband is voorliggend TAM-omgevingsplan opgesteld.

14

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

Hoofdstuk 4

Beleid en regelgeving

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het Rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid en wordt het plan hieraan getoetst. Het Rijksbeleid wordt besproken aan de hand van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de instructieregels Rijk (AMvB's). Voor de beschrijving van het provinciaal beleid is gebruik gemaakt van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en de Omgevingsverordening Limburg (OvL). In relatie tot het regionale beleid wordt ingegaan op de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWL), de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021' en de Transformatievisie Westelijke Mijnstreek. Het gemeentelijke beleid is ontleend aan de Omgevingsvisie 2025-2040 'Samen stad en dorp maken', het Woningbehoefteonderzoek Sittard-Geleen (WBO) en de beleidsregel 'Kwalitatieve woningtoevoegingen Sittard-Geleen 2024'.

4.1

Rijksbeleid en regelgeving

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: 'NOVI') vastgesteld. In de NOVI staat de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal, waarmee wordt bedoeld dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. In de NOVI wordt gebruik gemaakt van afwegingsprincipes bij het maken van keuzes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en Afwentelen wordt voorkomen.

In de NOVI zijn de volgende belangrijkste keuzes opgenomen: een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat Nederland zodanig wordt ingericht dat het land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie dient oog te zijn voor omgevingskwaliteit; de overgang naar een circulaire economie, waarbij Nederland tegelijk goed kan blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat kan bieden; de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland, waarmee wordt gestuurd op een goed bereikbaar netwerk van steden; het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden; het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. Ter uitvoering van de in de NOVI gemaakte keuzes is een Uitvoeringsagenda opgesteld. Daarin staat hoe samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering zal moeten worden gegeven aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI.

De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma's, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling. Daarnaast wordt gebiedsgericht gewerkt met Omgevingsagenda's en NOVI-gebieden. In de NOVI wordt ten aanzien van Limburg aangegeven dat de regio sociaaleconomische en fysieke opgaven heeft die van betekenis zijn in een bijzondere grensoverschrijdende omgeving (met regio's rond het Duitse Aken, het Waalse Luik en het Vlaamse Hasselt). De opgaven die te maken hebben met bereikbaarheid

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

15

(drielandentrein), circulaire economie (Chemelot) en bevolkingsdaling (voormalige mijnstreek) zijn stuk voor stuk fors en vragen alle drie internationale afstemming en overleg. Een rijksrol is daarbij noodzakelijk. Meer specifiek heeft het Rijk in de provincie Limburg enkele belangrijke gebieden aangewezen. Het Rijk kent de Greenport Venlo en Brainport Zuidoost Nederland een belangrijke waarde toe voor de concurrentiepositie van Nederland. Het verstedelijkte gebied rondom Sittard-Geleen en Maastricht is zodoende dan ook aangewezen als een voor de concurrentiepositie essentieel gebied. Met name de bereikbaarheid van deze gebieden verdient derhalve extra aandacht. Beoordeling Onderhavige locatie valt niet binnen een door het rijk gekenmerkte opgaven en/of ontwikkeling. 4.1.2 Instructieregels Rijk (AMvB's) De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur: het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving. In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Omgevingsbesluit Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid.

Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage en financiële bepalingen. Besluit activiteiten leefomgeving Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat, samen met het Besluit bouwwerken leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers, bedrijven en overheden zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Ook bepaalt het besluit voor welke van deze activiteiten een omgevingsvergunning nodig is. Dit besluit bevat regels om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen, zwemmers en cultureel erfgoed te beschermen. De regels ter bescherming van het spoor en de zwemmers worden met het Invoeringsbesluit Omgevingswet ingevoegd. Besluit bouwwerken leefomgeving Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat, samen met het Besluit activiteiten leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving.

Dit besluit bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Besluit kwaliteit leefomgeving Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels ter bescherming van de nationale belangen, waaronder : waarborgen van veiligheid beschermen van waterbelangen beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van

16

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën. Beoordeling In hoofdstuk 5 van deze motivering worden de aspecten van de fysieke leefomgeving behandeld. Voor zover de instructieregels relevant zijn voor de voorliggende ontwikkeling, worden deze regels in hoofdstuk 5 bij het betreffende aspect behandeld. 4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor plannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op grond van artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) heeft de Ladder voor duurzame verstedelijking betrekking op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het plan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Hierbij wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling en, indien de ontwikkeling buiten het stedelijk gebied is voorzien, de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied in die behoefte te kunnen voorzien. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist.

Deze instructieregel geldt ook voor een omgevingsvergunning Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Dit regelt artikel 8.0b Bkl. Deze instructieregel geldt niet voor de omgevingsvisie. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan voor een stedelijke ontwikkeling. Over de vraag wanneer precies sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich gebogen in een overzichtsuitspraak d.d. 28 juni 2017 (zaaknummer 201608869/1/R3). Daarin is onder andere overwogen dat een woningbouwplan van 12 of meer woningen een stedelijke ontwikkeling betreft. Beoordeling Voorliggend plan voorziet niet in het toevoegen van 12 of meer woningen. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid en regelgeving Onderhavig planvoornemen levert geen strijd op met de Nationale Omgevingsvisie en eventuele van toepassing zijnde rijksinstructieregels. Het plan is passend binnen de doelstellingen en het beleid van het Rijk. Er bestaan geen onoverkomelijke belemmeringen met betrekking tot voorliggende ontwikkeling.

4.2

Provinciaal beleid en regelgeving

4.2.1

Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI)

4.2.1.1 Algemeen Op 15 december 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door Gedeputeerde Staten, waarna vervolgens Provinciale Staten deze op 1 oktober 2021 hebben vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. In algemene zin is de Omgevingsvisie een strategische en lange termijn visie (2030-2050) op de fysieke leefomgeving. In de visie worden onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed omschreven. Daarnaast worden tevens de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving - indachtig de Omgevingswet - in de

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

17

Omgevingsvisie meegenomen. 4.2.1.2 Hoofdopgaven In de omgevingsvisie worden door de provincie drie hoofdopgaven onderscheiden die Limburg-breed spelen. Weliswaar verschillen de accenten per gebied en per sector. De hoofdopgaven zijn: 1.

2. 3.

Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving: a. in stedelijk c.q. bebouwd gebied; b. in landelijk gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie.

4.2.1.3 Limburgse principes en algemene zonering Bij het maken van afwegingen op het gebied van de fysieke leefomgeving hanteert de provincie de volgende principes: gestreefd wordt naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving; de kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal; meer stad, meer land; zorgvuldig omgaan met ruimte en voorraden, boven- én ondergronds. Voor het toekomstbeeld voor Limburg hanteert de provincie een indicatieve zonering. De verschillende categorieën worden ondergebracht bij drie hoofdtypes: 1.

2.

3.

landelijke gebieden: a. Natuurnetwerk Limburg (inclusief Natura2000-gebied) b. Buitengebied bebouwde gebieden: a. stedelijk gebied b. stedelijk centrum c. landelijke kern d. werklocaties infrastructuren: a. (inter)nationale weg b. provinciale weg c. (inter)nationale spoorweg d. (inter)nationale waterweg e. (lucht)haven f. (inter)nationale leidingstrook

Onderhavig plangebied is gelegen in de zone 'Stedelijk gebied'.

18

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

Provinciale zoneringen met aanduiding planlocatie

Stedelijk gebied Het stedelijk gebied omvat de bebouwde gebieden van de Westelijke Mijnstreek, Heerlen, Brunssum, en Kerkrade en de steden Maastricht, Venlo, Roermond, Weert en Venray. Hier vind je een breed scala aan locaties met functies zoals wonen, winkels, scholen, voorzieningen, wegen en openbare ruimte. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten. Het is belangrijk dat onder meer in de overgangsgebieden stad-land wordt ingespeeld op ruimte voor klimaatadaptatie via het watersysteem en de groenvoorzieningen. 4.2.1.4 Thematische visies De provincie onderscheidt in de omgevingsvisie de volgende thematische visies: wonen en leefomgeving veiligheid en gezondheid cultuur, sport en erfgoed economie werklocaties mobiliteit energie land- en tuinbouw water natuur landschap bodem en ondergrond Per thema beschrijft de provincie in de omgevingsvisie het provinciale belang, de opgave, de ambities en waar de provincie voor kiest. Voor onderhavig voornemen is sprake van een ontwikkeling gericht op wonen. Daarop wordt in de

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

19

(provinciale) thematische visie 'Wonen en leefomgeving' ingegaan. Aangegeven wordt dat er op het gebied van wonen en leefomgeving veel uitdagingen en kansen liggen. Zo vermeldt de omgevingsvisie het volgende: 'De woningbehoeften van de Limburgers veranderen. Daarom kiezen wij voor een goed doordacht, flexibel beleid op hoofdlijnen. Hiermee spelen we in op de huidige opgaven én de te verwachten uitdagingen in de toekomst. De woonbehoeften van onze inwoners zijn hierbij leidend.' Voorts wordt het volgende aangegeven: 'Wat betreft onze ambitie is het succes van de woningmarkt onlosmakelijk verbonden met de sociaaleconomische- en gezondheidssituatie van de inwoners in de steden en dorpen en het voorkomen van segregatie. Door het in balans brengen van vraag en aanbod kunnen we een tekort aan woningen voor bepaalde doelgroepen voorkomen. Daarnaast heeft dit een positief effect op ongewenste leegstand met de bijbehorende ondermijnings- en leefbaarheidsproblemen.' Het provinciale beleid ten aanzien van wonen heeft een vertaling gekregen in de in maart 2023 door partijen (provincie Limburg, alle gemeenten in Limburg, woningcorporaties, en waterschap) ondertekende 'Limburgse Woondeal 2023-2030'. In deze woondeal is afgesproken dat voor de drie woonregio's in Limburg (Noord-Limburg, Midden-Limburg en Zuid-Limburg) er minimaal 26.550 woningen bij komen.

Daarbij is tevens de ambitie uitgesproken voor nog eens 20.000 woningen extra. Op grond van de woondeal wordt gestreefd naar een productie van circa 3.000 woningen per jaar. Met de Woondeal Limburg wordt gestreefd naar betaalbaar wonen voor iedereen. De insteek van voorliggende planontwikkeling is het kunnen realiseren van twee levensloopbestendige c.q. nultredenwoningen waarmee een bijdrage kan worden geleverd aan de doorstroming op de woningmarkt. 4.2.1.5 Gebiedsgerichte visies Naast de thematische visies gaat de provincie in de omgevingsvisie ook in op de gebiedsgerichte visies. Daarbij wordt ingegaan op de visie op bovenregionaal niveau, om vervolgens de visies voor Noord-, Middenen Zuid-Limburg uiteen te zetten. De provincie ziet grote uitdagingen voor de Limburgse steden en dorpen. Deze moeten ook in de toekomst eenaantrekkelijke en leefbare thuisbasis voor de inwoners zijn. De Limburgse steden en dorpen krijgen de komende decennia te maken met grote gecompliceerde vraagstukken en transities. Het is belangrijk om de transities en opgaven in het bebouwd gebied in samenhang op te pakken en te sturen aan de voorkant. Bij veel vraagstukken in het bebouwd gebied geldt dat de overheid, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven samen oplossingen moeten vinden. De provincie geeft aan dat een belangrijke rol is weggelegd voor de gemeenten.

Een toenemend aantal vraagstukken overstijgt echter het lokale niveau en vraagt om gezamenlijk optrekken van gemeenten in regionaal verband. De provincie wil de gemeenten daarbij ondersteunen. Op onderdelen geeft ze, gezien de provinciale belangen, ook richting aan die ontwikkeling. Daarbij kijkt de provincie breed, ook over provincie- en landsgrenzen heen. Verder blijven voor de provincie compacte steden het uitgangspunt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten zoveel mogelijk een plek krijgen binnen het bebouwd gebied. Dit om de diversiteit tussen stad en land, tussen dynamisch en rustiger en tussen wonen, werken en recreëren als kwaliteit van de leefomgeving te kunnen behouden. Met instructieregels in de Omgevingsverordening blijven de provincie dit ladderprincipe en de keuze voor 'meer stad' ondersteunen. Daarbij hebben is aandacht voor compacte binnensteden, het behoud van basisvoorzieningen en leefbaarheid. Hierbij zijn niet toevallige grenzen maar het dagelijks leefpatroon van de inwoners doorslaggevend. De provincie ondersteunt gemeenten bij het oplossen van vraagstukken op het gebied van leefbaarheid en bij sociale opgaven met betrekking tot achterstanden in participatie, onderwijs en gezondheid. Beoordeling Voorliggende plan past binnen het provinciale beleid zoals omschreven in de POVI.

20

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

4.2.2

Omgevingsverordening Limburg (OvL)

4.2.2.1 Algemeen De Omgevingsvisie Limburg is een zelfbindend document en bindt daarmee enkel de provincie Limburg. Daar waar de provincie van mening is dat het noodzakelijk is om bindende regels te stellen voor de uitwerking van onderdelen van beleid in de POVI, dan gebeurt dit in de omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening Limburg staan de provinciale regels op het gebied van milieu, provinciale wegen, (grond-)water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. De Omgevingsverordening Limburg bevat twee soorten regels: instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap. Dit zijn opdrachten aan de gemeenten en het waterschap die de gemeenten moeten verwerken in het gemeentelijke bestemmingsplan (Omgevingsplan) en het waterschap moet verwerken in de waterschapsverordening. Pas na het verwerken van de provinciale instructieregels in het gemeentelijke bestemmingsplan, of in de waterschapsverordening krijgen deze regels effect op activiteiten van inwoners en bedrijven. regels voor activiteiten die rechtstreeks voor alle inwoners en bedrijven gelden, of voor specifieke doelgroepen. 4.2.2.2 Gebiedsaanwijzingen Bij de OvL behoort een aantal thematische kaarten. Deze kaarten zijn digitaal raadpleegbaar, waarbij op perceelniveau kan worden beoordeeld welke provinciale regels uit de OvL van toepassing zijn.

Ter plekke van onderhavige locatie zijn een aantal gebiedsaanwijzingen van toepassing; deze zijn opgenomen in onderstaande figuur.

Gebiedsaanwijzingen Omgevingsverordening Limburg ter plekke van plangebied

Op de in casu aan de orde zijnde relevante instructieregels wordt hierna ingegaan. Overstromingskansgebied E Op grond van de provinciale regels geldt, met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, voor 'overstromingskansgebied E' een gemiddelde overstromingskans per jaar van 1:100 als omgevingswaarde. Dit betreft een inspanningsverplichting voor het waterschap waaraan uiterlijk in 2035 dient te zijn voldaan. Op het aspect water wordt in paragraaf 5.8 van voorliggende motivering nader ingegaan.

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

21

Instructieregels 'Roerdalslenk II' Onderhavig plangebied is gelegen in de zone 'Roerdalslenk II' op basis waarvan aanvullende regels gelden voor bescherming van de drinkwatervoorziening. Naast een verbod in de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden is in de Omgevingsverordening een verbod opgenomen voor diepe boringen in de boringsvrije zones. Daartoe is de Roerdalslenk verdeeld in vier gebieden, waarbij per gebied de diepte van het boorverbod varieert. In de omgevingsvisie wordt aangegeven dat boringen beneden de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei verboden is zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken of water te infiltreren. In het bestemmingsplan 'Veegplan 2022' is de ligging in 'boringsvrije zone roerdalslenk zone II' opgenomen. Op grond van de daarbij van toepassing zijnde regels is het niet toegestaan om boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 30 meter beneden het maaiveld, in de grond te roeren dieper dan 30 meter beneden het maaiveld, een bodemenergiesysteem op te richten, welke dieper reikt dan 30 meter beneden maaiveld en/of boorputten op te richten wanneer de doorboorde weerstandbiedende lagen en het boorgat, van 0 tot 3 meter beneden het maaiveld, niet worden afgedicht met klei of bentoniet.

Voorliggend plan voorziet niet in het realiseren van een boorput en/of het oprichten van een bodemenergiesysteem, ook zal niet in de grond geroerd worden dieper dan 30 meter. De ligging in de zone 'Roerdalslenk' vormt geen belemmering voor onderliggend ontwikkeling. Instructieregels planvoorraad nieuwe woningen (stedelijk gebied) In artikel 12.1 van de Omgevingsverordening Limburg is voorgeschreven dat bij de realisatie van één of meerdere woningen in de daartoe op te stellen motivering bij een omgevingsplan beschreven wordt dat: a. b. c.

d. e.

rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg. De regio's bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring; realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.

Voorliggende planontwikkeling impliceert de toevoeging van twee extra woningen. Deze woningtoevoeging past binnen de algemene beleidskaders van de provincie, alsook binnen het beleid van de gemeente (zie paragraaf 4.4). Op de afstemming woningtoevoeging met de (sub)regio wordt in paragraaf 4.3 ingegaan. Beoordeling Voorliggend plan past binnen de provinciale regels zoals opgenomen in de OvL.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg Op 19 november 2016 heeft de gemeenteraad van Sittard-Geleen ingestemd met de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL). De SVWZL is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de Zuid-Limburgse gemeenten.

22

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

Op grond van het geldende bestemmingsplan is ter plekke van het projectgebied één wooneenheid toegestaan. In het kader van het geldende woningbouwbeleid, zoals vastgelegd is in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) en deels nader uitgewerkt in de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021' (waarop hierna nader wordt ingegaan), betekent onderhavige project een (netto) toevoeging van twee wooneenheden. Op grond van beleidsafspraak VI van de SVWZL is voor deze netto toevoeging in beginsel compensatie vereist. Deze compensatie kan inhouden: Het onttrekken van een gelijk aantal woningen als netto beoogd is; Het onttrekken van bestaande plancapaciteit (1:1, 1:2 of 1:4) voor de netto toe te voegen woningen; Het leveren van een financiële bijdrage in het subregionale sloopfonds. Van deze compensatie kan echter ontheffing worden verleend als het bouwplan past binnen de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021'. Het actuele woningbouwbeleid is vastgelegd in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL), aangevuld met de op 28 januari 2021 door de gemeenteraad van Sittard-Geleen vastgestelde beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021'. 4.3.2 Beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen2021' De gemeenteraad van Sittard-Geleen heeft op 28 januari 2021 de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021' vastgesteld.

Deze beleidsregel komt in de plaats van de eerder vastgestelde beleidsregel 'Tijdelijke versoepeling van de compensatiesystematiek van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg'. Op grond van de nieuwe beleidsregel hoeven 'goede woningbouwplannen' niet meer te worden gecompenseerd. Of sprake is van een goed woningbouwplan wordt bepaald aan de hand van drie criteria:

Criterium 1: Het plan heeft maatschappelijke meerwaarde Een woningbouwplan heeft maatschappelijke meerwaarde wanneer bijvoorbeeld sprake is van één van de volgende situaties: Aantoonbare verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen; Herstructurering/vervangingsbouw van woningen; Hergebruik van winkels of (ander) bestaand waardevol vastgoed met passende woningbouw; Aantoonbare bijdrage aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad. Daarbij wordt aangesloten op het ruimtelijke uitgangspunt dat inbreiding boven uitbreiding gaat.

Criterium 2: Het plan is planologisch aanvaardbaar Een plan is (ruimtelijk) planologisch aanvaardbaar als het voldoet aan de Ladder van Duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening; artikel 3.1.6. lid 2) voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte nodig is: Criterium 2a: Het plan sluit aan bij de kwantitatieve behoefte Criterium 2b: Het plan sluit aan bij de kwalitatieve behoefte Criterium 3: Het plan is (sub)regionaal afgestemd Het derde criterium betreft subregionale afstemming, zodat gezamenlijke oordeelsvorming plaatsvindt en het gemeenschappelijk belang voorop blijft staan (geen onderlinge concurrentie en overschotten op subregionaal

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

23

niveau). De subregio bepaalt of het plan aan de subregionale woningmarktprogrammering wordt toegevoegd. Woningbouwplannen die concurrerend zijn op regionale schaal (de Zuid-Limburgse woningmarkt), worden ook op Zuid-Limburgse schaal afgestemd.

Onderliggend planvoornemen ziet in op het wijzigen van een agrarische bedrijfsbestemming naar wonen en het realiseren van twee vrijstaande levensloopbestendige woningen. Hiermee zal sprake zijn van een opwaardering van de locatie en een positieve invloed op de leefbaarheid. Bovendien is sprake van een inbreidingslocatie (criterium 1). Met het realiseren van twee extra woningen kan tegemoet worden gekomen aan huidige schaarste op de woningmarkt. Daarnaast zorgt het realiseren van twee nieuwe woningen in Buchten ervoor dat de leefbaarheid van het dorp op pijl gehouden wordt. Uit het Woonbehoefteonderzoek Sittard-Geleen (13 oktober 2023), waarop nader wordt ingegaan in paragraaf 4.4.2, blijkt voorts dat in de gemeente overall een behoefte bestaat aan nultredenwoningen. In dit woonbehoefteonderzoek wordt geadviseerd om in te zetten op dit type woningen. Aan dergelijk woningtype is in alle prijscategorieën (tot € 280.000, tussen € 280.000 en € 355.000, en meer dan € 355.000) behoefte. Verder wordt aangegeven dat het belangrijk is om rekening te houden met ouderen die graag in hun eigen dorp willen blijven wonen. Dit betreft de ouderen in de landelijke kernen. In het woonbehoefteonderzoek wordt geadviseerd om voor deze doelgroep geconcentreerd in kleine omvang passende woningen aan te bieden in deze dorpen.

Voorliggend plan impliceert het kunnen realiseren van twee levensloopbestendige c.q. nultredenwoningen in het duurdere segment en komt daarmee tegemoet aan de in het woonbehoefteonderzoek geconstateerde woningbehoefte (criterium 2). Onderhavige woningtoevoeging is subregionaal afgestemd. Deze Bestuurscommissie Wonen heeft ingestemd met de woningtoevoeging en de nieuwe woningen toegevoegd aan de regionale woningmarktprogrammering (criterium 3). 4.3.3 Conclusie regionaal beleid Het plan is passend binnen het regionale (woning)bouwbeleid. Er bestaan geen onoverkomelijke belemmeringen met betrekking tot voorliggend plan.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie 2025-2040 'Samen stad en dorp maken' In maart 2025 heeft de gemeenteraad van Sittard-Geleen de nieuwe omgevingsvisie vastgesteld. Dit betreft een langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving waarin wordt ingegaan op onderwerpen, zoals wonen, bedrijven, infrastructuur, landschap, water, natuur en erfgoed. Daarnaast wordt in de omgevingsvisie vastgelegd hoe de gemeente bijdraagt aan maatschappelijke doelen. De omgevingsvisie vormt het kader voor beleid, initiatieven en samenwerking met inwoners, organisaties en bedrijven. In de omgevingsvisie worden tien ambities c.q. beleidsprioriteiten uitgesproken: Ruimte voor ontmoeten Gezond bewegen Cultuur en erfgoed Goede woonkwaliteit Circulaire bedrijvigheid Duurzame logistiek Gezondere en schonere omgeving Groene wijken en dorpen Water en bodem sturend

24

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

Verbinding tussen Heuvelland en Maasvallei Op het gebied van wonen als opgave voor de toekomst wordt in de Omgevingsvisie 2025-2040 vermeld dat komende jaren behoefte is naar nieuwe, voornamelijk betaalbare en levensloopbestendige woningen. Zo kan het ook zijn dat er te veel niet-levensloopbestendige woningen in de gemeente zullen zijn op termijn, door de bevolkingsontwikkeling. Op basis van de omgevingsvisie is onderhavig plangebied gelegen in de aanduiding 'Dorpen'. Binnen deze dorpen wordt onder andere ruimte geboden aan inbreiding met nieuwe woningen die voldoen aan de actuele woningbehoeften. Nieuwe woningen dienen levensloopbestendig of nultreden te worden uitgevoerd en zijn van voldoende kwaliteit en oppervlakte. Onderhavig voornemen past binnen de uitgangspunten van de gemeente zoals opgenomen in de omgevingsvisie. Sprake is van het creëren van een mogelijkheid tot realisatie van twee levensloopbestendige woningen op een logische plek in Buchten (inbreiding). 4.4.2 Woningbehoefteonderzoek Sittard-Geleen (WBO) Het woningbehoefteonderzoek Sittard-Geleen is uitgevoerd als verdieping op het woningbehoefteonderzoek voor de Westelijke Mijnstreek en de Provincie Limburg. Uit het WBO volgt dat binnen de gemeente sprake is van een afname van het aantal inwoners door natuurlijke krimp.

De adviezen uit het WBO zijn: Optimaliseer kwaltiatieve woningbouwprogrammering en zet nadrukkelijk in op nultredenwoningen. Zet instrumenten in om betaalbare woningen te realiseren. Betaalbare woningen staan onder druk vanwege de forse prijsstijgingen. Daarnaast is het zeer lastig om voldoende betaalbare woningen te realiseren door onder andere sterk opgelopen bouwkosten. Zorg voor een gedifferentieerd programma om diversiteit en leefbaarheid op gebiedstypeniveau te behouden en/of vergroten van de diversiteit en leefbaarheid door het toevoegen van kwalitatief sterke woningen. Zet in op een adaptief en anticyclisch woningbouwprogramma. Hierbij gaat het om een integrale samenwerking tussen wonen, gebiedsontwikkeling, planeconomie en de corporaties. 1. Voor de lange termijn gaat het om adaptief programmeren gericht op flexibiliteit om zo mee te kunnen bewegen met de ontwikkelingen op de woningmarkt. 2. Voor de korte termijn gaat het om proactief programmeren gericht op doorbouwen door in te zetten op segmenten die robuust zijn (waar in alle scenario's behoefte aan is) en minder gevoelig zijn voor acute marktontwikkelingen. Denk na over geclusterde woonvormen voor ouderen om doorstroming te bevorderen. Monitor demografische en economische kantelpunten. Benut flexibele en tijdelijke woonvormen voor korte termijn vraag.

In het WBO zijn de huishoudensontwikkelingen uiteengezet waarbij rekening is gehouden met het woonmilieu en inkomen van huishoudens. Daaruit volgt dat de behoefte bestaat aan nultredenwoningen in de huursector en in de koopsector met name voor de doelgroep ouderen. Daarnaast bestaat een overschot aan niet-toekomstbestendige koopwoningen en sociale huurappartementen zonder lift, zowel op korte als op lange termijn. Onderliggend voornemen betreft de realisatie van twee vrijstaande levensloopbestendige woningen in Buchten. Daarmee sluit deze aan bij de doelstellingen zoals in het Woningbehoefteonderzoek Sittard-Geleen uiteengezet.

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

25

4.4.3 Beleidsregel 'Kwalitatieve woningtoevoegingen Sittard-Geleen 2024' De gemeenteraad van Sittard-Geleen heeft op 26 november 2024 de beleidsregel 'Kwalitatieve woningtoevoegingen Sittard-Geleen 2024' vastgesteld. Het doel van deze beleidsregel is het zorgen dat nieuwe woningen van voldoende kwaliteit zijn, waarbij een minimaal oppervlak de grondslag daarvoor biedt. Uit artikel 2 van deze beleidsregel volgen de voorwaarde voor het via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit realiseren van één of meerdere woning(en): de gebruiksoppervlakte van de nieuw te realiseren woning bedraagt minimaal 70 m2 ; in een vrijstaand bijgebouw wordt geen woning gerealiseerd; de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden en bouwwerken worden niet onevenredig geschaad; de nabijgelegen bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering (en uitbreidingsmogelijk) beperkt; op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het geldend parkeerbeleid; en van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is sprake. Aan de eis betreffende de gebruiksoppervlakte kan het bevoegd gezag afwijken voor zover deze afwijking naar haar oordeel evenredig is en door bijzondere omstandigheden en gelet op de met de beleidsregel te dienen doelen noodzakelijk is (artikel 6 Beleidsregel).

Voor de nieuwe woning gelden gelet op artikel 7 van deze beleidsregel de volgende aandachtspunten: de nieuw te realiseren woning wordt zo veel mogelijk duurzaam en klimaatbestendig gerealiseerd; de nieuw te realiseren woning beschikt over een buitenruimte, zoals tuin, dakterras of balkon; de nieuw te realiseren woning beschikt over voldoende opslagruimte, onder andere ten behoeve van het huishoudelijk afval en de stallen van fietsen; de nieuw te realiseren woning beschikt over voldoende daglichttoetreding; de nieuw te realiseren woning wordt zoveel mogelijk levensloopbestendig gerealiseerd. Onderhavig planvoornemen past binnen deze beleidsregel daar de woonpercelen groot genoeg zijn om aan de minimaal vereiste gebruiksoppervlakte te voldoen. Het minimale gebruiksoppervlakte van 70 m² wordt voorts in de regels behorende bij voorliggend plan vastgelegd. Daarbij komt dat de belangen van de eigenaren/gebruikers van nabijgelegen gronden niet geschaad zullen worden. Verder bevinden zich geen bedrijven in de directe omgeving van het plangebied. Betreffende de aandachtspunten geldt dat de duurzaamheid in het Bbl wordt geregeld. Aan de regels uit paragraaf 4.4 van het Bbl dienen de woningen te voldoen als daarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd wordt. De percelen hebben aan de voor- en achterzijde voldoende buitenruimte.

Ook bieden de percelen de mogelijkheid om aan de andere aandachtspunten te voldoen, maar hiervoor kan nog geen concrete invulling aan gegeven worden gelet op de aard van onderhavig voornemen. Dat de woningen levensloopbestendig gerealiseerd worden, wordt in de regels behorende bij voorliggend plan gewaarborgd. De eis betreffende parkeergelegenheid zal behandeld worden als onderdeel van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties in Hoofdstuk 5. 4.4.4 Conclusie gemeentelijk beleid Gelet op het vorenstaande uiteenzetting van het gemeentelijke beleid wordt geconcludeerd dat onderhavige planontwikkeling niet strijdig is met dit beleid.

26

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

Hoofdstuk 5

Aspecten fysieke leefomgeving

Bij de realisering van een plan moet rekening worden gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de voor onderhavig plan relevante aspecten.

5.1

Bodemkwaliteit

5.1.1 Algemeen Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies in de fysieke leefomgeving ter plekke. Ofwel dient bezien te worden of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. De regels met betrekking tot aspect bodemkwaliteit zijn opgenomen in het Bkl. De inhoud van deze regels is opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 (Bkl). Dit besluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Als uitgangspunt geldt dat onaanvaardbare risico's voor de gezondheid van de mens vanwege het gebruik van de bodem dienen te worden voorkomen (artikel 2.28, lid i Omgevingswet). In dit kader is het van belang om na te gaan wat de kwaliteit van de bodem binnen het plangebied is en of dit nog aanvaardbaar c.q. toelaatbaar wordt geacht voor de beoogde functietoedeling. Bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie moet de kwaliteit van de bodem ten minste voldoen aan daarvoor gestelde interventiewaarden (bijlage IIA Bal). De gemeente kan echter in haar Omgevingsplan ook afwijkende lokale waarden vastleggen, voor zover de maximale grenswaarden als bedoeld in artikel 5.89j, tweede lid, van het Bkl niet worden overschreden.

5.1.2 Beoordeling Voorliggend plan voorziet in het realiseren van twee woningen, hierdoor worden nieuwe verblijfsruimten toegevoegd. Daarnaast is sprake van een planologische functiewijziging. In dat kader is ten behoeve van het plan een bodemonderzoek uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. De rapportage van dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 1. Op grond van het verrichte onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan: Ter plekke van boring 08 is een sterk met zink verontreinigde bodemlaag aangetroffen. In dat verband is plaatselijk nader bodemonderzoek (boring 08) vereist om deze laag in beeld te kunnen brengen; Ter plaatse van de drupzone is sprake van een sterk met asbest en PCB verontreinigde strook die dient te worden gesaneerd. Voorafgaand aan sanering van deze strook dient een MBA-melding (graven > I) te worden ingediend.

Mogelijk in aanvulling met een MBA-melding graven < I; Sprake is van overige lichte overschrijdingen in de bovengrond (klasse industrie grond) waartoe het aan het bevoegd gezag is om te oordelen of verwijdering van deze bodemlagen doelmatig is; De ondergrond van de locatie kan ondanks lichte overschrijdingen als klasse Landbouw/Natuur worden gekwalificeerd; Uit de resultaten van het PFAS-onderzoek blijkt, dat voornoemde stoffen geen invloed hebben op de uiteindelijke kwalificatie van de grond. 5.1.3 Conclusie bodemkwaliteit Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'bodemkwaliteit' geen belemmeringen oplevert voor onderhavige wijziging van het omgevingsplan, míts het nadere onderzoek naar de zinkverontreiniging heeft plaatsgevonden en deze verontreiniging is gesaneerd én indien de drupzone is gesaneerd. Deze acties dienen te zijn uitgevoerd alvorens omgevingsvergunning kan worden verleend op grond van voorliggend plan.

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

27

5.2

Geluid

5.2.1 Algemeen Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelige gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. De instructieregels hierover in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) heeft het Rijk gesteld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Beoordeeld dient te worden of sprake is van het realiseren van een geluidgevoelig gebouw (3.21 Bkl) of geluidgevoelige ruimte (3.22 Bkl). Indien hiervan sprake is, dient tevens te worden beoordeeld of sprake is van de ligging in een geluidaandachtsgebied (3.20 Bkl). Wanneer nieuwe activiteiten worden toegelaten in het omgevingsplan, zijn instructieregels voor activiteiten van toepassing (5.59 Bkl). In deze paragraaf wordt ingegaan op geluid door wegen, spoorwegen, en industrieterreinen. In paragraaf 5.3 wordt ingegaan op geluid door (bedrijfs)activiteiten. 5.2.2 Beoordeling Bij voorliggend plan is sprake van het realiseren van geluidgevoelige objecten. Daarnaast is sprake van de ligging in een geluidaandachtsgebied van industrie. Ten behoeve van onderhavig plan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 2.

Op grond van het verrichte onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan: Het geluid ten gevolge van het wegverkeer op de gemeentewegen overschrijdt de standaardwaarde van 53 dB op geen enkele gevel van de woningen; De maximale geluidbelasting vanwege het industrieterrein ‘Holtum-Noord’ op beide woningen is 52 dB(A) bij een standaardwaarde van 50 dB(A). Derhalve dient een hogere waarde verleend te worden; Uit de resultaten van de gecumuleerde geluidbelasting blijkt dat bij geen enkel beoordelingspunt sprake is van een gecumuleerde geluidbelasting van meer dan 55 dB. Hieruit kan worden gesteld dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op grond van vorenstaande behoeft geen nader akoestisch onderzoek uit te worden gevoerd, doch is vanwege de geluidbelasting van het industrieterrein 'Holtum-Noord' een hogere waarde aangevraagd en verleend. 5.2.3 Conclusie geluid Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'geluid' geen belemmeringen oplevert voor onderhavige wijziging van het omgevingsplan.

5.3

Bedrijvigheid

5.3.1 Algemeen Bij een ontwikkeling in de fysieke leefomgeving dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en (waar mogelijk) te bevorderen. Bij de milieuzonering kan gebruik worden gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vervaardigde nieuwe VNG-handreiking 'Activiteiten en milieuzonering (2024)'. In tegenstelling tot de eerdere VNG-uitgave(n) wordt niet meer gebruikgemaakt van zones met oplopende milieucategorieën en een Lijst van activiteiten, echter gaat de nieuwe handreiking uit van zones met oplopende beschikbare milieugebruiksruimte per activiteit, zónder een Lijst van activiteiten bij de regels. Deze nieuwe systematiek sluit beter aan bij de integratie van ruimte en milieu onder de Omgevingswet.

28

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

5.3.2 Beoordeling Op de ligging van onderhavige planlocatie in de 'geluidzone - industrie' is reeds ingegaan in paragraaf 5.2.2. Ten opzichte van onderhavige planlocatie is sprake van diverse bestaande bedrijvigheid in de directe omgeving die van invloed kan zijn op het plan. Dit betreft o.a. 'Huisartsenpraktijk Buchten' (Kerkvonderen 5), frituur 'Frietje Van Roswietje Buchten' (Dorpstraat 48), en 'Dave Vorstermans Auto - Meubelbekleding' (Spoorstraat 15). Gelet op de afstanden (tenminste 35 meter) tussen onderhavig plangebied en deze bestaande bedrijvigheid, en het feit dat ten opzichte van genoemde bedrijvigheid reeds bestaande (maatgevende) woningen dichterbij zijn gelegen, is geen sprake van belemmeringen vice versa. 5.3.3 Conclusie bedrijvigheid Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'bedrijvigheid' geen belemmeringen oplevert voor onderhavige wijziging van het omgevingsplan.

5.4

Kwaliteit van de buitenlucht

5.4.1 Algemeen Bij een evenwichtige toedeling van functies dient ook rekening gehouden te worden met het belang van de bescherming van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Ow). Omdat luchtverontreiniging kan zorgen voor negatieve gezondheidseffecten bij de mens, is het belang om het thema luchtkwaliteit hierin mee te nemen. Een afwijking van het omgevingsplan kan invloed hebben op de luchtkwaliteit en op de gezondheid van de mens. Daarom dienen deze gevolgen in kaart te worden gebracht. Ten behoeve van voorliggend project zijn de relevante wijzigingen ten aanzien van luchtkwaliteit geïnventariseerd en is de aanvaardbaarheid van de afwijking van het omgevingsplan beoordeeld. Dit is gedaan aan de hand van de instructieregels vermeld in paragraaf 5.1.4 in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). 5.4.2 Beoordeling In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is aangegeven in welke gevallen een beoordeling van de luchtkwaliteit noodzakelijk is (paragraaf 5.1.4.1). Of een beoordeling nodig is hangt af van de activiteit, de locatie en het effect van de activiteit en de mate van het effect. In artikel 5.54 Bkl is een opsomming gegeven van standaardgevallen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Er is sprake van NIBM wanneer de concentratie stikstofdioxide (NO2 ) en fijnstof (PM1 0) niet hoger is dan 1,2 µg/m3 .

Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentratie. Eén van de standaardgevallen die NIBM bijdragen is de realisatie tot 1.500 woningen, ontsloten via één ontsluitingsweg. Bij voorliggend plan is geenszins sprake van een plan van dergelijke omvang, waardoor gesteld kan worden dat het realiseren hiervan NIBM bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Vorenstaande kan worden gestaafd met de NIBM-tool, waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen aan de luchtverontreiniging beoordeeld kunnen worden. Dit rekenmodel toont aan dat (in rekenjaar 2025) tot 1.918 extra voertuigen (weekdaggemiddelde) niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij wordt uitgegaan van 3% vrachtverkeer. Onderliggend plan gaat niet gepaard met een dergelijk aantal verkeersbewegingen. 5.4.3 Conclusie kwaliteit van de buitenlucht Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'kwaliteit van de buitenlucht' geen belemmeringen oplevert voor onderhavige wijziging van het omgevingsplan.

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

29

5.5

Omgevingsveiligheid

5.5.1 Algemeen Als onderdeel van de overwegingen rondom een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het stellen van regels voor c.q. aan activiteiten dient ook rekening te worden gehouden met risico's van branden, rampen en crises (paragraaf 5.1.2 Bkl). We willen in Nederland gezond en veilig leven, maar ook ruimte voor economische groei behouden. Daarbij speelt ook omgevingsveiligheid een rol. Bij omgevingsveiligheid gaat het om de risico's van het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen over weg, spoor, water of via buisleidingen, de veiligheid van bedrijven en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën. Daarbij gaat het om de 'feitelijke' risico's (met soms grote onzekerheden), maar ook om hoe risico's worden ervaren. De aanwezige risico's zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg en het water) en kabels en leidingen. Deze aspecten worden in de navolgende (sub)paragrafen nader toegelicht. Ten aanzien van risico's wordt onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico betreft de kans per jaar dat iemand, die continu en onbeschermd op een plek verblijft, overlijdt als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen.

Daarvoor geldt een grenswaarde van 10-6, ofwel een kans van maximaal 1 op één miljoen. Deze grenswaarde dient volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in het Omgevingsplan in acht te worden genomen voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare locaties geldt dat slechts rekening moet worden gehouden met de grenswaarde. Groepsrisico Het groepsrisico drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen (minimaal 10) overlijdt, als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het aandachtsgebied van een risicovolle activiteit. 5.5.2 Beoordeling Ten behoeve van de beoordeling van de voor onderhavige kwetsbare objecten mogelijke externe veiligheidsrisico's, is de Atlas Leefomgeving geraadpleegd. Daaruit blijkt dat het plangebied gelegen is binnen zowel het gifwolkaandachtsgebied als het explosieaandachtsgebied van risicovolle bronnen.

30

TAM-omgevingsplan Schuttersdreef ong. Buchten

Uitsnede Atlas Leefomgeving met aanduiding plangebied

Onderliggend planlocatie bevindt zich op circa 130 meter afstand van het Julianakanaal. Over het kanaal vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Het plangebied bevindt zich in het aandachtsgebied van het transport van toxische vloeistoffen en/of toxische gassen over het kanaal. Het transport van toxische stoffen kan leiden tot gifwolkscenario's. De planlocatie bevindt zich in het gifwolkaandachtsgebieden (GAG). Binnen een GAG gelden voor nieuwbouw generieke bouweisen ter bescherming tegen gifwolken, zoals het uit kunnen schakelen van een mechanische ventilatievoorziening en het kunnen kiezen van het meest geschikte ventilatiesysteem. Ten aanzien van een toxisch scenario wordt in het kader van zelfredzaamheid geadviseerd om naar binnen te gaan, te schuilen tot de lekkage is gestopt en metingen van de hulpdiensten uitwijzen dat de luchtwaardes veilig zijn. Hierbij geldt wel de voorwaarde dat de luchttoevoer van buitenaf volledig kan worden afgesloten en dat ramen en deuren gesloten blijven. Als hieraan voldaan wordt kan in een goed afgesloten gebouw de concentratie van giftige stoffen relatief laag worden gehouden. Onderhavig planvoornemen betreft het realiseren van twee woningen, waarbij geen sprake is van een significante toename van de personendichtheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=e5b9983f-8def-4628-a6c9-c9114cae8a10