CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg_eindrapport_V2

Raad 15 juni 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Strategie Invulling woonbehoefte woonwagenbewoners (Houtakkers)8.028 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg De gezamenlijke gemeenten van de provincie Limburg

17 maart 2020 Eindrapport

DATUM

17 maart 2020

TITEL

Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

ONDERTITEL

OPDRACHTGEVER

De gezamenlijke gemeenten van de provincie Limburg

AUTEUR(S)

Chantal Tiekstra Stefan Venema Jeroen Lijzenga

PROJECTNUMMER

3700.111

STATUS

Eindrapport

Inhoud 1

Introductie

4

2

Methodische verantwoording

6

3

Huidige situatie in de regio’s

8

4

Verhuiswensen kwalitatief 4.1 Opbouw huishoudens 4.2 Verhuiswensen en de achtergrond daarbij 4.3 Verhuisbewegingen in de regio’s in relatie tot een belangstellendenregistratie 4.4 Kwalitatieve woonwensen 4.5 Belangrijke elementen voor een locatie

13 13 14 21 21 23

5

Behoefte aan woonwagenstandplaatsen

24

Bijlage 1 Respons hoofdbewoners en inwonenden per gemeente en regionaal

31

1 Introductie Op 12 juli 2018 heeft minister Ollongren aan de gemeenten het Beleidskader gemeentelijk woonwagenen standplaatsenbeleid aangeboden, met daarin de Rijksvisie op het standplaatsenbeleid. Om invulling te geven aan de Rijksvisie moeten de gemeenten hun beleid baseren op de behoefte aan standplaatsen. In Limburg is hiertoe een inventarisatie van de behoefte door de gemeenten gezamenlijk opgepakt met ondersteuning van de provincie Limburg. Companen heeft de inventarisatie uitgevoerd. Voorliggende rapportage geeft de uitkomsten van dit onderzoek weer.

Doelstelling en reikwijdte van het onderzoek Het onderzoek heeft primair ten doel om de behoefte aan woonwagenstandplaatsen voor woonwagenbewoners inzichtelijk te maken. Daarbij wordt vooruit gekeken naar de periode tot 2030. Secundair levert het onderzoek onderbouwing voor de te maken keuze omtrent een provinciaal of regionaal instrument voor het bijhouden van de actuele behoefte aan woonwagenstandplaatsen, bijvoorbeeld in de vorm van een wachtlijst. Dit onderzoek helpt de gemeenten van Limburg bij het bepalen van het beleid ten aanzien van standplaatsen. De uitkomsten van het onderzoek geven de aanvullende behoefte aan standplaatsen weer zoals die naar voren is gekomen middels enquêteonderzoek. Daarbij is, op basis van de verhuiswensen die zijn aangegeven in de enquête, een vertaling gemaakt naar de actuele behoefte op korte termijn (binnen 2 jaar), op middellange termijn (tussen 2 en 5 jaar) en op de lange termijn (langer dan 5 jaar) tot aan 2030. Vanwege het niet voldoende betrouwbaar in beeld zijn van mutatiegegevens en de demografische opbouw van de populatie bewoners van standplaatsen 1, kon het effect van natuurlijk verloop niet worden doorgerekend. Op basis van het informatieniveau dat voldoende betrouwbaar in beeld is vanuit het enquêteonderzoek worden hier wel enkele aandachtspunten bij benoemd in het kader van de verwachte behoefteontwikkeling.

Ondanks dat alle bewoners, hun inwonende kinderen en bekende belangstellenden zijn uitgenodigd voor deelname aan het onderzoek, is geconcludeerd dat niet iedereen van wie bekend is dat ze op zoek zijn naar een standplaats daadwerkelijk aan het onderzoek deelgenomen heeft. Hierdoor kan het zijn dat er in enkele gemeenten een minder hoge aanvullende behoefte aan standplaatsen naar voren komt dan lokaal de verwachting is op basis van wachtlijsten en genoteerde belangstellenden. De lager uitvallende vraag op basis van het enquête onderzoek betekent dus niet per definitie dat de vraag ook daadwerkelijk lager ligt.

Vervolgproces De onderzoeksuitkomsten betreffen de behoefte, en zijn nog niet verwerkt in beleid. De gemeenten zijn de verantwoordelijke instantie voor het beleid ten aanzien van woonwagenstandplaatsen. Zij dienen een beleidsmatige vertaling te maken van de uitkomsten van het onderzoek, zo nodig op (sub)regionaal niveau. Daarbij dient het volgende in beschouwing genomen te worden: • De uitkomsten van het onderzoek geven een goede indicatie van de actuele behoefte maar kunnen niet één op één overgenomen worden. Er zijn een aantal elementen die de gemeenten daarbij in beschouwing moeten nemen voor de eigen lokale behoefteontwikkeling: o Het lokale effect van mutatie en natuurlijk verloop; o De lokaal bekende vraag van belangstellenden;

1

Vanwege strikt gehanteerde privacy regels heeft het onderzoeksbureau geen gebruik kunnen maken van gegevens over de demografische opbouw van de huidige populatie woonwagenbewoners, waardoor de leeftijdsopbouw van de huishoudens niet vastgesteld kon worden.

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

4

•

•

De opgave voor de eventuele uitbreiding van standplaatsen dient bezien te worden in relatie tot de totale opgave in de sociale huursector en de druk op de sociale huursector met de daarbij behorende wachttijden; De eventuele uitbreiding van bestaande woonwagencentra dan wel de aanleg van nieuwe woonwagencentra gaat gepaard met een doorlooptijd. Men dient er rekening mee te houden dat dit meerdere jaren in beslag kan nemen, gelet op de te doorlopen stappen en de daarmee gepaard gaande procedures.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 is een korte methodische verantwoording opgenomen. In hoofdstuk 3 wordt de huidige situatie met betrekking tot het aantal standplaatsen in de drie regio’s gepresenteerd als vertrekpunt voor de behoeftepeiling. In hoofdstuk 4 wordt aandacht besteed aan de verhuiswensen van de drie doelgroepen zoals die naar voren komen in de enquête. Deze informatie biedt de basis voor de weergave van de actuele behoefte aan standplaatsen in hoofdstuk 5.

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

5

2 Methodische verantwoording Het onderzoek dat is uitgevoerd bestaat uit twee onderdelen: het bepalen van de huidige situatie en het bepalen van de huidige aanvullende behoefte aan standplaatsen met een inschatting van de te verwachten ontwikkeling van de behoefte aan standplaatsen tot 2030. De methode die bij deze stappen is aangehouden is als volgt: 1. Per gemeente is als startpunt van het onderzoek een inventarisatie gedaan van de huidige situatie. Daarin is opgenomen het aantal bekende standplaatsen, de eigendomssituatie van de standplaatsen, de bebouwing op de standplaatsen en de eigendomssituatie van deze bebouwing. Deze informatie is opgevraagd bij alle gemeenten, de in Limburg actieve woningcorporaties en PIM Zuid. Het beeld dat naar voren komt uit de inventarisatie is het vertrekpunt voor het bepalen van de behoefte aan extra plaatsen. Per gemeente is een detailoverzicht van deze inventarisatie opgenomen in een separaat bijlagenrapport. 2. Om de aanvullende behoefte aan standplaatsen in beeld te brengen is een schriftelijke enquête uitgezet. Daarbij zijn zowel de huidige bewoners van standplaatsen als inwonende kinderen en belangstellenden uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek. Als belangstellenden is iedereen aangeschreven van wie bekend is dat zij graag naar een standplaats zouden willen verhuizen.

Dat kan zijn omdat ze zijn ingeschreven op een wachtlijst of omdat zij zich op andere wijze hebben gemeld bij een gemeente, woningcorporatie of standplaats beheerorganisatie. Daarnaast zijn mensen van wie bekend is dat zij in de afgelopen 10 jaar op een standplaats hebben gewoond maar naar elders zijn verhuisd én mensen die langer dan 10 jaar geleden op een standplaats hebben gewoond maar zich gemeld hebben als belangstellenden meegenomen in het onderzoek. In de enquête is gevraagd naar de verhuis- en woonwensen van huidige bewoners, inwonende kinderen en belangstellenden. Vanuit de inventarisatie van de huidige situatie (aantal standplaatsen) en de aanvullende behoefte is een inschatting gemaakt van de te verwachten ontwikkeling van de behoefte aan standplaatsen in de periode tot 2030. Deelnemende gemeenten en beschikbare inventarisatiegegevens Het onderzoek is uitgevoerd door alle Limburgse gemeenten gezamenlijk. Zij hebben allen deelgenomen aan de inventarisatie van de huidige situatie. Niet voor alle gemeenten kon echter in detail worden aangegeven wat de eigendomssituatie is van de standplaatsen en de bebouwing daarop en/of welk type bebouwing alle standplaatsen exact bevatten. In een separaat bijlagenrapport is voor alle gemeenten de beschikbare informatie uit de inventarisatie opgenomen.

De gemeente Leudal heeft niet meegedaan met het enquête onderzoek omdat zij in 2018 reeds een onderzoek naar de behoefte aan woonwagenstandplaatsen heeft gedaan. Met betrekking tot dit provinciale onderzoek wordt daar bij aangesloten en is besloten om bewoners niet nogmaals te benaderen. De gemeente Voerendaal heeft tevens besloten niet mee te doen met het enquête onderzoek omdat zij in de afstemming die zij hebben met de bewoners van standplaatsen in de gemeente er voor hebben gekozen om mensen op dit moment niet met een onderzoek te benaderen. De gemeente Roermond heeft om haar moverende redenen meegedaan met een minder uitgebreide vragenlijst. Daar is minder doorgevraagd naar woonwensen en enkel de basis behoefte aan aanvullende standplaatsen in beeld gebracht.

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

6

Respons op de vragenlijst Tabel 2.1 toont het aantal adressen dat is aangeschreven voor de drie doelgroepen van het onderzoek. Daarbij is aangegeven hoeveel vragenlijsten er ingevuld geretourneerd zijn en welk responspercentage daarmee behaald is voor de provincie Limburg als geheel. Per adres zijn twee vragenlijsten meegestuurd voor inwonende kinderen en aanvullende vragenlijsten konden worden opgevraagd bij behoefte om iedereen die dat wenst de kans te geven mee te doen. In totaal is er een goede representatieve respons behaald op de aangeschreven adressen. Bij de belangstellenden is de respons met ruim 50% zeer hoog. In bijlage 1 is de respons van de hoofdbewoners en inwonenden op de aangeschreven adressen weergegeven naar regio- en gemeenteniveau. Voor de belangstellenden is de uitsplitsing van de respons naar regio- en gemeenteniveau niet voldoende betrouwbaar te maken, omdat bij analyse van de respons bleek dat door een deel van de respondenten de huidige woongemeente niet goed is aangegeven. Tabel 2.1: Provincie Limburg. Respons enquête behoefte aan woonwagenstandplaatsen

Aantal geretourneerde Aangeschreven adressen

vragenlijsten

Respons percentage

Hoofdbewoner

1.095

245

22%

Inwonenden

1.095

243

22%

532

276

52%

Belangstellenden

Schaalniveau van rapportage Waar mogelijk en zinvol wordt gerapporteerd op het gemeenteniveau. Dat geldt vooral voor de huidige situatie (in het separate bijlagenrapport) en voor het aantal en type standplaatsen waar behoefte aan is in de verschillende gemeenten. In het kader van het overzicht over geheel Limburg is er op een aantal plaatsen tevens voor gekozen om op regioniveau te rapporteren. Voor locatie onafhankelijke elementen is gekozen om te rapporteren op het schaalniveau van heel de provincie Limburg. Dan gaat het primair om de motivatie van mensen om te willen verhuizen en de voorkeur voor huur of koop in relatie tot de gewenste standplaats en de bebouwing daarop. Hierbij is het onderscheid tussen de verschillende doelgroepen (hoofdbewoners, inwonenden en belangstellenden) leidend in de rapportage.

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

7

3 Huidige situatie in de regio’s In dit hoofdstuk is als startpunt van het onderzoek de huidige situatie met betrekking tot het aantal standplaatsen in beeld gebracht. In het kader van het overzicht over de provincie Limburg is dit gedaan op regioniveau. De detailinformatie per gemeente is terug te vinden in het separate bijlagenrapport. Van een aantal gemeenten of locaties is alleen het aantal standplaatsen bekend. Of de standplaatsen in gebruik zijn, wat voor bebouwing er op de standplaatsen staat en welke eigendomssituatie er bestaat voor de standplaats en/of de bebouwing is niet altijd bekend of de informatie daarover is in het kader van dit onderzoek niet beschikbaar gekomen. In de inventarisatie zijn ‘reguliere’ standplaatsen meegenomen, en zijn bedrijfsstandplaatsen, tijdelijke standplaatsen (bijvoorbeeld voor rondtrekkenden kermis medewerkers) en ligplaatsen voor woonaken/woonboten buiten beschouwing gelaten. Meegenomen zijn alle standplaatsen die gemeenten als ‘reguliere’ standplaats beschouwen. Planologisch kunnen de standplaatsen de bestemming ‘standplaats’ hebben, maar ook bestemming ‘wonen’.

Huidige situatie standplaatsen In tabel 3.1 is zichtbaar dat de verdeling van standplaatsen regionaal redelijk evenwichtig is, behalve in regio Noord waar in verhouding minder standplaatsen gesitueerd zijn. Slechts van enkele standplaatsen in de provincie is bekend dat zij leeg staan, zoals ook figuur 3.1 illustreert. Tabel 3.1: Aantal standplaatsen en bezetting/gebruik

Regio Noord Regio Midden Regio Parkstad Regio Maastricht Heuvelland Regio Westelijke Mijnstreek Limburg totaal

Aantal lege standplaatsen 4 5 9 5

Aantal standplaatsen bezetting onbekend 0 0 0 0

Aandeel standplaatsen 9% 25% 22% 21%

Aantal standplaatsen 102 280 246 239

Aantal standplaatsen in gebruik 98 275 237 234

23%

258

243

4

11

100%

1.125

1.087

27

11

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

8

Figuur 3.1: Aandeel gebruik standplaatsen

120% 100% 80% 60% 40% 20% 0% Regio Noord

Regio Midden Regio Parkstad

Aandeel standplaatsen in gebruik

Regio Maastricht Heuvelland

Regio Westelijke Mijnstreek

Limburg totaal

Aandeel lege standplaatsen

Aandeel standplaatsen bezetting onbekend

Voor wat betreft de eigendomssituatie van de standplaats is in tabel 3.2 en figuur 3.2 zichtbaar dat ruim de helft van de standplaatsen wordt verhuurd door een corporatie en bijna 35% door een gemeente. Het aandeel van de bewoners dat de standplaats in eigendom heeft ligt tegen de 15%. Particuliere verhuurders van standplaatsen zijn niet actief in Limburg. In slechts enkele gevallen is de eigendomssituatie van de standplaats onbekend. Tabel 2.2: Eigendomssituatie standplaatsen

Regio Noord Regio Midden Regio Parkstad Regio Maastricht Heuvelland Regio Westelijke Mijnstreek Limburg totaal

Aantal standplaatsen in eigendom bewoners (koop) 17 24 94

Aantal standplaatsen verhuurd door de gemeente 22 110 139

Aantal standplaatsen verhuurd door een corporatie 63 145 11

Aantal standplaatsen verhuurd door een particulier 0 1 2

Aantal standplaatsen eigendomssituatie onbekend 0 0 0

Totaal 102 280 246

1

37

198

0

0

239

17

67

174

0

3

258

153

375

591

3

3

1.125

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

9

Figuur 3.2: Eigendomssituatie standplaatsen

90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Regio Noord

Regio Midden

Regio Parkstad Regio Maastricht Regio Westelijke Limburg totaal Heuvelland Mijnstreek

Aandeel standplaatsen in eigendom bewoners (koop) Aandeel standplaatsen verhuurd door de gemeente Aandeel standplaatsen verhuurd door een corporatie Aandeel standplaatsen verhuurd door een particulier Aandeel standplaatsen eigendomssituatie onbekend

Huidige situatie bebouwing Het aandeel woonwagens als bebouwing op een standplaats heeft in alle regio’s de overhand, rond 80% in heel Limburg. Van ruim 15% is bekend dat er een chalet op de standplaats staat. Van 3% van de standplaatsen is het type bebouwing momenteel niet bekend. Tabel 3.3: Type bebouwing op standplaatsen

Regio Noord Regio Midden Regio Parkstad Regio Maastricht Heuvelland Regio Westelijke Mijnstreek Limburg totaal

Aantal standplaatsen 102 280 246 239

Aantal lege standplaatsen 4 5 9 5

Aantal woonwagens 76 198 215 189

Aantal chalets 19 62 22 45

Aantal bebouwing onbekend 3 15 0 0

258

4

212

27

15

1.125

27

890

175

33

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

10

Figuur 3.3: Aandeel type bebouwing op standplaatsen

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Regio Noord

Regio Midden

Aandeel lege standplaats

Regio Parkstad Regio Maastricht Regio Westelijke Limburg totaal Heuvelland Mijnstreek

Aandeel woonwagens

Aandeel chalets

Aandeel bebouwing onbekend

Op ruim 60% van de standplaatsen staat een woonwagen die in eigendom is van de bewoners. Het particuliere eigendom van de bebouwing is dus aanzienlijk. Bij ruim 10% van de standplaatsen wordt een chalet verhuurd door een woningcorporatie en eveneens in 10% van de gevallen gaat het om een woonwagen die wordt verhuurd door een corporatie. Het aantal chalets in eigendom ligt op bijna 5% van het totaal aantal standplaatsen en op 6% van de standplaatsen staat een woonwagen die wordt verhuurd door een gemeente. Ook voor wat betreft de bebouwing van de standplaats zijn particuliere verhuurders geen belanghebbende partij. Deze situatie komt niet voor.

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

11

Tabel 3.4: Eigendom bebouwing

Regio Noord Regio Midden Regio Parkstad Regio Maastricht Heuvelland Regio Westelijke Mijnstreek Limburg totaal

Aantal standplaatsen 102

Aantal lege standplaatsen 4

Aantal woonwagens in eigendom bewoners (koop) 51

280

5

246

Aantal woonwagens verhuurd door de gemeente 3

Aantal woonwagens verhuurd door een corporatie 13

136

26

9

176

239

5

258 1.125

Aantal woonwagens verhuurd door een particulier 0

4

0

Aantal chalets verhuurd door een corporatie 15

42

2

7

7

14

5

0

21

119

17

53

0

4

204

3

4

27

686

63

117

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

Aantal chalets in eigendom bewoners (koop)

Aantal chalets verhuurd door de gemeente

Aantal chalets verhuurd door een particulier 0

Aantal eigendom bebouwing onbekend 12

49

0

6

1

0

0

20

5

0

40

0

0

0

4

0

23

0

16

2

41

8

127

0

54

12

4 Verhuiswensen kwalitatief In dit hoofdstuk komen de verhuiswensen van de drie doelgroepen (hoofdbewoners, inwonenden en belangstellenden) aan de orde. Daarbij wordt ingegaan op de opbouw van de drie doelgroepen van het onderzoek, de voornemens van huishoudens in de drie doelgroepen om te verhuizen naar een (andere) standplaats, de voorkeur voor huur of koop van een standplaats, de gewenste bebouwing en locatie van een standplaats en de motivatie voor een verhuizing. Deze elementen liggen aan de basis voor het bepalen van de huidige aanvullende behoefte aan standplaatsen per gemeente, zoals deze gepresenteerd wordt in hoofdstuk 5.

4.1 Opbouw huishoudens In de volgende tabellen is voor de drie doelgroepen (hoofdbewoners, inwonenden en belangstellenden) de leeftijdsopbouw en samenstelling van de huishoudens weergegeven. Deze tabellen zijn opgebouwd op basis van de informatie van alle deelnemers aan het onderzoek in de drie doelgroepen. Dit is de meest representatieve informatie over de opbouw van de doelgroepen die in het kader van het onderzoek beschikbaar is. Omdat er, vanwege privacy en de bescherming van persoonsgegevens, geen andere gegevens bekend zijn over de opbouw van de doelgroepen naar leeftijd en huishoudenssamenstelling dienen deze tabellen als basis voor een globale inschatting van de behoefteontwikkeling naar de toekomst. Bij de hoofdbewoners die hebben deelgenomen aan het onderzoek valt in tabel 4.1 op dat slechts een heel beperkt deel (13%) van de huishoudens jonger is dan 35 jaar. De afgelopen jaren zijn beperkt jonge huishoudens zelfstandig gaan wonen op een standplaats. Veel van de jongeren wonen in bij ouders en/of grootouders. Bij de inwonenden ligt het zwaartepunt dan ook op de leeftijdsgroepen tot 45 jaar. Bij de hoofdbewoners valt verder op dat het aandeel oudere huishoudens beperkt is. De grootste groep valt in de leeftijdsklassen tussen 44 en 64 jaar.

10% van de huishoudens valt in de leeftijdsgroep tussen 65 en 70 jaar en 11% van de huidige huishoudens die (als hoofdbewoner) op een standplaats wonen in de provincie Limburg is ouder dan 70 jaar. Hiervoor zijn een aantal verklaringen denkbaar. Het is mogelijk dat het aandeel mensen dat een hoge leeftijd bereikt in de groep bewoners van standplaatsen wat lager ligt dan gemiddeld, maar ook dat er in verhouding minder oudere huishoudens de moeite hebben genomen om mee te doen aan het onderzoek. Op basis van responsgegevens is zichtbaar dat áls er meegedaan is met het onderzoek, vaak meerdere personen binnen een familie hebben meegedaan met het onderzoek. Van de inwonenden die hebben gereageerd heeft bijvoorbeeld in meer dan de helft van de gevallen de hoofdbewoner ook meegedaan met het onderzoek. Het aandeel van de respondenten dat aangeeft een gezin met thuiswonende kinderen te zijn, kan daarmee in verhouding wat hoger liggen dan in werkelijkheid omdat juist de groep huishoudens met thuiswonende kinderen relatief vaak gereageerd heeft. Er is een groep van 3% die aangeeft deel uit te maken van een samengesteld gezin waarvan ook grootouders deel uitmaken. In die gevallen wonen grootouders dus in bij het gezin van hun kinderen. Bij de belangstellenden ligt de nadruk net als bij de inwonenden op de jongere leeftijdsgroepen, uitlopend in de groep 45 tot 54 jaar.

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

13

Tabel 4.1: Leeftijdsopbouw huishoudens (van de deelnemers aan het onderzoek)

Leeftijdsgroep 16 - 24 jaar 25 - 34 jaar 35 - 44 jaar 45 - 54 jaar 55 - 64 jaar 65 - 74 jaar 75 jaar en ouder Totaal

Hoofdbewoners 3% 10% 21% 24% 22% 16% 5% 100%

Inwonenden 51% 21% 12% 7% 4% 3% 2% 100%

Belangstellenden 19% 29% 18% 20% 10% 4% 1% 100%

Voor wat betreft de samenstelling van het huishouden valt bij de hoofdbewoners op dat echtparen en gezinnen de grootste groepen vertegenwoordigen. Bij de belangstellenden springt vooral het gezin met thuiswonende kinderen er uit. Wanneer de inwonenden zelfstandig gaan wonen, dan zal dat in 28% van de gevallen met z’n tweeën zijn en in 30% van de gevallen zelfs met 3 of meer personen (gezin). Tabel 4.2: Huishoudenssamenstelling respondenten (exclusief inwonenden)

Type huishouden Alleenstaand (Echt)paar zonder thuiswonende kinderen Gezin met thuiswonende kinderen Gezin met uitwonende kinderen Alleenstaande ouder met thuiswonende kinderen Alleenstaande ouder met uitwonende kinderen Samengesteld gezin (grootouder(s), kinderen, kleinkind(eren)) Anders Totaal

Hoofdbewoners 19% 23% 29% 0% 15% 5% 3% 8% 100%

Belangstellenden 26% 12% 28% 5% 12% 3% 3% 12% 100%

Tabel 4.3: Verwachte huishoudenssamenstelling inwonenden als zij zelfstandig gaan wonen

Type huishouden Eenpersoons huishouden Tweepersoons huishouden Drie of meer persoons huishouden (Nog) onbekend Totaal

Aandeel verwacht type huishouden 15% 28% 30% 27% 100%

4.2 Verhuiswensen en de achtergrond daarbij In deze paragraaf zijn voor de drie doelgroepen de verhuiswensen in beeld gebracht met de motivatie voor een verhuizing.

Huidige bewoners Van de huidige bewoners van standplaatsen heeft slechts een klein deel (10%) plannen om te gaan verhuizen of “misschien” plannen om te gaan verhuizen (20%). Van diegenen die aangeven (misschien) wel te willen verhuizen geeft slechts 20% aan dat op korte termijn, binnen twee jaar, te willen doen. De overgrote meerderheid van de hoofdbewoners heeft momenteel geen verhuiswens.

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

14

Tabel 4.4: Aandeel van de hoofdbewoners dat plannen heeft om te gaan verhuizen

Heeft u plannen om te gaan verhuizen? Ja Misschien Nee Totaal

Aandeel 10% 20% 70% 100%

Aantal gegeven antwoorden 24 49 169 242

Figuur 4.1: Hoofdbewoners: binnen welke termijn zou u willen verhuizen als u verhuist?

11% 9% 3% 4%

73%

Binnen 1 jaar

Binnen 1 tot 2 jaar

Over meer dan 5 jaar

(Nog) niet bekend

Binnen 2 tot 5 jaar

Uit figuur 4.2 is af te lezen dat bewoners als zij zouden verhuizen in 85% van de gevallen naar een andere woonwagenstandplaats willen verhuizen. Slechts 10% overweegt een reguliere/stenen woning. Figuur 4.2: Hoofdbewoners: wat voor soort woning zou u naar toe willen verhuizen als u verhuist?

5% 10%

85%

Een andere woonwagenstandplaats

Een reguliere/stenen woning

Geen voorkeur

Voor het aantal standplaatsen waar aanvullend behoefte aan is, is het van belang om te weten of een standplaats vrij komt wanneer een bewoner naar een andere standplaats of woning verhuist. Binnen de woonwagencultuur komt het voor dat standplaatsen overgaan naar een ander lid van de familie wanneer

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

15

de huidige hoofdbewoner verhuist. Dat kan een al inwonend lid van de familie zijn, waardoor er dan effectief geen plaats vrij komt bij een verhuizing. Een groot deel van de respondenten (47%) kon op dit moment echter (nog) niet aangeven of de standplaats in geval van een verhuizing vrij zou komen. In 23% van de gevallen komt de standplaats niet vrij bij verhuizing, voor zover nu bekend is (zie figuur 4.3). Figuur 4.3: Hoofdbewoners: het effect van een verhuizing op de bezetting van de standplaats

31% 47%

22%

De standplaats komt vrij

Er blijft iemand anders wonen

(Nog) niet bekend

In figuur 4.4 is uitgewerkt waar bewoners graag naartoe zouden willen verhuizen bij een verhuizing. Door de respondenten is het meest benoemd dat zij in de eigen gemeente willen blijven. Tevens wordt vaak benoemd op de eigen locatie te willen blijven. Dat mensen aangeven te willen verhuizen naar een andere gemeente (binnen en/of buiten de provincie Limburg) komt nauwelijks voor.

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

16

Figuur 4.4: Hoofdbewoners: waar zou u naartoe willen verhuizen als u verhuist? (mate waarin antwoord genoemd is)

Op mijn huidige woonwagenlocatie blijven, maar naar een andere/nieuwe standplaats

Binnen de gemeente verhuizen

Naar een andere gemeente binnen de provincie Limburg verhuizen Naar een andere gemeente buiten de provincie Limburg verhuizen

Anders 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

Als motivatie voor een verhuizing wordt het meest benoemd dat familie op de gewenste locatie woont of dat men daar vandaan komt. Ook het niet (meer) naar de zin hebben op een locatie wordt in verhouding vaak benoemd Figuur 4.5: Redenen voor hoofdbewoners om ergens naartoe te willen verhuizen (mate waarin antwoord genoemd is)

Mijn familie woont daar Ik kom daar vandaan Ik heb daar eerder gewoond Vanwege werk Omdat ik het op mijn huidige locatie niet meer naar mijn zin heb Anders 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

Inwonenden In tabel 4.5 is weergegeven welk deel van de inwonenden binnen 5 jaar zelfstandig wil gaan wonen (Ja 68%, misschien 15%). In totaal heeft 83% een verhuiswens. Voor inwonenden wordt de grens van 5 jaar aangehouden als korte termijn verhuiswens omdat het hier ook inwonende kinderen vanaf de leeftijd van 16 jaar betreft die deel konden nemen aan het onderzoek. In dat geval zou twee jaar te krap zijn om (maximaal) aan te houden voor de stap naar zelfstandigheid.

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

17

Van de inwonenden wil 95% naar een standplaats verhuizen (zie figuur 4.6). Slechts 1% overweegt een stenen woning. Tabel 4.5: Inwonenden die binnen 5 jaar zelfstandig willen gaan wonen.

Wil je binnen 5 jaar zelfstandig gaan wonen? Ja Misschien Nee Totaal

Aandeel 68% 15% 17% 100%

Aantal gegeven antwoorden 154 34 38 226

Figuur 4.6: Inwonenden: waar zou u naar toe willen verhuizen als u verhuist?

1% 4%

95%

Een woonwagenstandplaats

Een reguliere/stenen woning

Geen voorkeur

Ook de inwonenden zijn erg gehecht aan de locatie waar zij wonen. Deze locatie wordt het meest genoemd als beoogde woonplek, gevolgd door het binnen de gemeente verhuizen naar een eigen standplaats. Ook bij de inwonenden zijn er slechts enkelen die andere gemeenten binnen Limburg overwegen. De familie die op een locatie woont wordt het meest als reden genoemd om ergens te willen wonen, gevolgd door eerdere binding met de locatie (men komt er vandaan of heeft er eerder gewoond).

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

18

Figuur 4.7: Inwonenden waar zou u naartoe willen verhuizen als u verhuist? (mate waarin antwoord genoemd is)

Op mijn huidige woonwagenlocatie blijven (naar een andere/nieuwe standplaats)

Binnen de gemeente verhuizen (naar een andere woonwagenlocatie)

Naar een andere gemeente binnen de provincie Limburg verhuizen

Geen Voorkeur

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

Figuur 4.8: Redenen voor inwonenden om ergens naartoe te willen verhuizen (mate waarin antwoord genoemd is)

Mijn familie woont daar Ik kom daar vandaan Ik heb daar eerder gewoond Vanwege werk Omdat ik het op mijn huidige locatie niet meer naar mijn zin heb Anders 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45%

Belangstellenden Van alle belangstellenden die hebben meegedaan aan het onderzoek overweegt 84% zeker om te verhuizen naar een woonwagen(standplaats). Nog eens 8% geeft aan misschien te willen verhuizen naar een woonwagen(standplaats). Tabel 4.6: Aandeel van de belangstellenden dat overweegt om naar een standplaats te gaan verhuizen

Overweegt u om naar een woonwagen(standplaats) te verhuizen? Ja Misschien Nee Totaal

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

Aandeel 84% 8% 9% 100%

Aantal gegeven antwoorden 214 19 22 255

19

Van degenen die een verhuizing overwegen, wil 82% dit op korte termijn, binnen twee jaar, realiseren. Nagenoeg de gehele groep belangstellenden die heeft meegedaan aan het onderzoek heeft een verhuiswens op korte termijn die voor een aanvullende behoefte aan standplaatsen zorgt. Figuur 4.9: Belangstellenden: termijn waarop men wil verhuizen

1%

9%

8%

20% 62%

Binnen 1 jaar

Binnen 1 tot 2 jaar

Over meer dan 5 jaar

(nog) onbekend

Binnen 2 tot 5 jaar

De belangstellenden zijn erg gehecht aan de gemeente waar zij wonen. Deze gemeente wordt het meest genoemd als beoogde woonplek, gevolgd door het verhuizen naar een andere gemeente binnen Limburg. De familie die op een locatie woont wordt ook hier wederom het meest als reden genoemd om ergens te willen wonen, gevolgd door eerdere binding met de locatie (men komt er vandaan of heeft er eerder gewoond) (zie figuur 4.10 en 4.11). Figuur 4.10: Belangstellenden: waar men naar toe wil verhuizen (mate waarin antwoord genoemd is)

Binnen de gemeente verhuizen

Naar een andere gemeente binnen de provincie Limburg verhuizen

Naar een andere gemeente buiten de provincie Limburg verhuizen

Geen Voorkeur

0%

10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80%

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

20

Figuur 4.11: Belangstellenden: motivatie om ergens naar toe te willen verhuizen (mate waarin antwoord genoemd is)

Mijn familie woont daar

Ik kom daar vandaan

Ik heb daar eerder gewoond

Vanwege werk

Anders 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

40%

4.3 Verhuisbewegingen in de regio’s in relatie tot een belangstellendenregistratie Alle drie de doelgroepen geven aan bij een verhuiswens bij voorkeur vooral in de eigen gemeente te willen wonen, en vaak zelfs op de woonwagenlocatie waar zij nu wonen (hoofdbewoners en inwonenden). Er zijn wel beperkt gewenste verhuisbewegingen zichtbaar tussen gemeenten, maar dan vooral naar buurgemeenten of gemeenten binnen de eigen regio. Mensen geven aan te overwegen naar een andere gemeente te verhuizen als hun familie daar woont, als ze er oorspronkelijk vandaan komen of als zij op andere wijze binding met die gemeente hebben. Er zijn geen gewenste verhuisbewegingen zichtbaar tússen de verschillende regio’s in Limburg. Op basis van deze uitkomsten is het niet zinvol om op provinciaal niveau een wachtlijst of belangstellendenregistratie op te zetten. Wel is het aan te bevelen om op lokaal of sub-regionaal niveau gezamenlijk op te trekken in de belangstellendenregistratie door als gemeente(n) en woningcorporaties op dezelfde manier te registreren zodat een actueel totaalbeeld van de lokale vraag bestaat. In de toewijzing spelen van oudsher familiebanden een sterke rol. In de lokale/subregionale belangstellendenregistratie is het van belang daar op in te spelen.

4.4 Kwalitatieve woonwensen In deze paragraaf worden de kwalitatieve woonwensen van de mensen met een serieuze verhuiswens gepresenteerd. Op basis hiervan is in het volgende hoofdstuk de aanvullende behoefte aan standplaatsen onderverdeeld in huur en koop standplaatsen en de gewenste bebouwing op de standplaats. In tabel 4.7 is de gewenste eigendomsvorm van de standplaats uitgewerkt voor de drie doelgroepen. Van de hoofdbewoners is de grootste voorkeur de huurstandplaats van de gemeente, gevolgd door een huurstandplaats zonder voorkeur voor een verhurende partij. Van de inwonenden heeft de grootse groep geen voorkeur voor huur of koop, die willen vooral een plek waar ze als zelfstandig huishouden kunnen

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

21

starten ongeacht de eigendomsverhoudingen. Bij de belangstellenden gaat de belangstelling primair uit naar een huurstandplaats van een woningcorporatie. Een behoorlijk deel van de respondenten heeft “geen voorkeur” aangegeven (geen voorkeur voor een verhuurder en geen voorkeur voor huur of koop). Voor de calculatie van de verhouding in aandeel tussen huur en koop per gemeente in het volgende hoofdstuk is het aandeel ‘geen voorkeur” gelijkelijk verdeeld over de andere eigendomsvormen. Tabel 4.7: Gewenste eigendomsvorm van de standplaats

Hoofdbewoners

Inwonenden

Belangstellenden

Huurstandplaats van een gemeente

31%

21%

28%

Huurstandplaats van een woningcorporatie

19%

22%

34%

Huurstandplaats van een particulier

0%

0%

1%

Huurstandplaats geen voorkeur voor verhuurder

29%

14%

19%

Koop Standplaats

12%

16%

8%

Geen voorkeur Totaal

9%

27%

10%

100%

100%

100%

Voor wat betreft de gewenste eigendomsverhouding van de bebouwing hebben alle groepen vooral interesse in een huur woonwagen óf hebben zij geen voorkeur voor de eigendomsverhouding van een woonwagen dan wel chalet. Voor het indicatieve beeld per gemeente in het volgende hoofdstuk is “geen voorkeur” wederom gelijk verdeeld over de andere mogelijkheden. Tabel 3.8: Gewenste eigendomsvorm van de bebouwing

Hoofdbewoners

Inwonenden

Belangstellenden

Woonwagen Huur

42%

30%

48%

Woonwagen Koop

15%

17%

9%

Woonwagen Eigendom geen voorkeur

5%

7%

5%

Chalet Huur

3%

6%

7%

Chalet Koop

5%

5%

0%

Geen Voorkeur

31%

35%

31%

Totaal

100%

100%

100%

Dat de voorkeur voor de bebouwing veelal uitgaat naar een huurwoonwagen is mede te verklaren op basis van de inkomensgroep van een groot deel van de huishoudens. Met een inkomen rond € 2.250 netto per maand (wat overeenkomt met een bruto jaarinkomen van € 38.000) valt een groot deel van de huishoudens in de doelgroep voor sociale huur. Een klein deel van 6% van de huishoudens heeft een inkomen van € 2.450 netto, wat neerkomt op € 42.000 bruto jaarinkomen. Een deel van deze groep kan eveneens op grond van inkomen nog aanspraak maken op een sociale huurwoning. Tabel 4.9: Inkomen van het huishouden

Netto inkomen van huishouden per maand Tot € 2.250 netto per maand Tussen € 2.250 en € 2.450 netto per maand Meer dan € 2.450 netto per maand Dat wil ik liever niet zeggen Totaal

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

Aandeel 42% 6% 11% 42% 100%

22

4.5 Belangrijke elementen voor een locatie In de vragenlijst is aan de drie doelgroepen gevraagd welke elementen voor hen van belang zijn bij een woonwagenlocatie om er prettig te kunnen wonen. Figuur 4.12 geeft weer welke antwoorden in verhouding het meest gegeven zijn. Ruime plaatsen, goede voorzieningen, een schone omgeving en voldoende privacy worden het meest genoemd. Figuur 4.12: Aspecten die van belang zijn voor bewoners op een locatie

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

23

5 Behoefte aan woonwagenstandplaatsen Op basis van de verhuiswensen die door de drie doelgroepen (hoofdbewoners, inwonenden en belangstellenden) zijn geuit middels de enquête is in dit hoofdstuk een overzicht gepresenteerd van de huidige aanvullende behoefte zoals die per gemeente 2 naar voren komt. Daarbij zijn twee scenario’s aangehouden: 1. Scenario 1: de behoefte die naar voren komt van alle respondenten die zeker willen verhuizen (“verhuiswens ja”); 2. Scenario 2: de behoefte die naar voren komt van alle respondenten die zeker willen verhuizen én de respondenten misschien willen verhuizen (“verhuiswens ja en misschien”). Voor beide scenario’s is voor de drie doelgroepen een fasering in de tijd aangebracht op basis van de termijn waarop de respondenten hebben aangegeven te willen verhuizen: • Binnen 2 jaar • Tussen 2 en 5 jaar • Na 5 jaar of nog niet bekend Op basis van deze fasering is de totale behoefte tot aan 2030 in beeld gebracht. Tevens is aangegeven of er vanuit de respons op de enquête een indicatie is dat er wellicht standplaatsen vrij zullen komen in deze periode omdat de standplaats vrijkomt bij een voorziene verhuizing. Wanneer dat zo is heeft dat een dempend effect op de aanvullende behoefte die in beeld is gebracht. De behoefte is tevens kwalitatief geduid naar de gewenste eigendomsverhouding en het type bebouwing.

Aanvullende behoefte aan standplaatsen tot 2030 In tabel 5.1 tot en met 5.4 is de aanvullende behoefte aan standplaatsen gepresenteerd voor de twee scenario’s, afgezet tegen de tijdsperioden tot aan 2030. Deze aanvullende behoefte is gebaseerd op de respons op de enquête en de woonwensen die daarmee kenbaar zijn gemaakt. Inzichtelijk is dat er in heel de provincie Limburg een actuele aanvullende behoefte bestaat aan circa 415 standplaatsen op basis van het “verhuiswens ja-scenario” tot 506 standplaatsen op basis van het “verhuiswens ja en misschienscenario”.

2

Voor de gemeente Leudal is aangesloten bij de in 2018 uitgevoerde inventarisatie. Daarvan zijn alleen totaalcijfers beschikbaar, niet uitgesplitst naar doelgroep, eigendomsverhouding of type bebouwing. De gemeente Voerendaal heeft niet meegedaan aan het onderzoek. De gemeente Voerendaal voorziet op basis van eigen belangstellendenregistratie een behoefte aan 2 aanvullende standplaatsen. Deze gegevens zijn volledigheidshalve opgenomen in tabel 5.1 tot en met 5.4.

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

24

Tabel 5.1: Verdeling aanvullende behoefte aan standplaatsen regionaal bij scenario “verhuiswens ja” Totaal aanvullende Hoofdbewoners Inwonenden met Belangstellenden behoefte Regio met verhuiswens verhuiswens met verhuiswens tot 2030 <2 2-5 >5 <2 2-5 >5 <2 2-5 >5 Periode jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar

Vrij komende standplaatsen

Huidig aantal standplaatsen

Noord

0

0

0

3

2

3

27

0

4

39

0

102

Midden

4

0

3

23

4

8

37

5

1

120

1

280

Parkstad

4

0

3

22

6

9

28

0

5

79

0

246

Westelijke Mijnstreek

2

0

2

32

6

4

27

2

0

75

2

258

1

0

7

16

6

2

55

8

7

102

2

239

11

0

15

96

24

26

174

15

17

415

5

1.125

Maastricht Heuvelland Limburg totaal

Tabel 5.2: Verdeling aanvullende behoefte aan standplaatsen regionaal bij scenario “verhuiswens ja en misschien” Totaal Vrij aanvullende komende Hoofdbewoners Inwonenden met Belangstellenden behoefte tot standRegio met verhuiswens verhuiswens met verhuiswens 2030 plaatsen <2 2-5 >5 <2 2-5 >5 <2 2-5 >5 Periode jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar 0 0 5 3 2 5 29 0 4 48 0 Noord 6 1 18 23 6 15 37 5 1 147 1 Midden 4 0 10 22 7 11 30 0 5 91 0 Parkstad 2 0 10 32 6 5 27 2 2 86 2 Westelijke Mijnstreek 2 0 17 17 8 13 57 9 11 134 2 Maastricht Heuvelland Limburg 14 1 60 97 29 49 180 16 23 506 5 totaal

Huidig aantal standplaatsen

102 280 246 258

239

1.125

Aandachtspunten bij demografisch verloop Vanwege het niet voldoende betrouwbaar in beeld zijn van mutatiegegevens en de demografische opbouw van de populatie bewoners van standplaatsen, kon het effect van natuurlijk verloop niet worden doorgerekend. Op basis van de respons op de enquête is in tabel 5.3 en 5.4 wel aangegeven in welke gemeenten standplaatsen vrij zouden kunnen komen wanneer de huidige bewoners met een verhuiswens daadwerkelijk zouden gaan verhuizen (in dat geval blijft niemand wonen op de standplaats als de hoofdbewoners zouden gaan verhuizen). Voor wat betreft het demografisch verloop, en het effect daarvan op het vrijkomen van standplaatsen is het enige houvast de huidige opbouw van de huishoudens zoals gepresenteerd in tabel 4.1. Daarin zien we relatief weinig oudere huishoudens (11% vanaf 70 jaar). Als we dit als representatief zouden beschouwen voor de populatie huishoudens op standplaatsen in Limburg dan zouden er de komende 10 jaar betrekkelijk weinig woonwagens vrijkomen door demografische ontwikkeling (uitstroom door overlijden). Stel dat we indicatief aanhouden dat máximaal deze 11% vrijkomt tot 2030, dan gaat het om rond 120 standplaatsen in totaal in heel de provincie. Voorts kunnen we er van uitgaan dat de aanvullende behoefte, zoals die zich nu aandient op basis van de

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

25

enquête, in de periode tot 2030 geaccommodeerd zou kunnen worden en dat deze standplaatsen in diezelfde periode niet weer vrij zullen komen daar het vooral om jongere huishoudens gaat die een standplaats zoeken. Het potentiele aandeel vrijkomende plaatsen is daarmee in het uiterste geval al minder dan een kwart van de behoefte aan standplaatsen die is geconstateerd. In tabel 5.3 en 5.4 is de aanvullende behoefte aan standplaatsen per gemeente weergegeven voor de beide scenario’s. Deze aanvullende behoefte is gebaseerd op de respons op de enquête en de woonwensen die daarmee kenbaar zijn gemaakt.

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

26

Tabel 5.3: Aanvullende behoefte aan standplaatsen per gemeente bij scenario “verhuiswens ja”

Gemeente Periode

Hoofdbewoners met verhuiswens <2 2-5 >5 jaar jaar jaar

Inwonenden met verhuiswens <2 2-5 >5 jaar jaar jaar

Belangstellenden met verhuiswens <2 2-5 >5 jaar jaar jaar

Totaal aanvullende behoefte tot 2030

Vrij komende standplaatsen

Huidig aantal standplaatsen

Peel en Maas

0

0

0

2

1

1

6

0

0

10

0

10

Venlo Horst aan de Maas

0

0

0

0

0

2

14

0

2

18

0

59

0

0

0

1

1

0

7

0

2

11

0

14

Venray

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

9

Bergen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

4

Gennep Mook en Middelaar

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

4

Beesel

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1

Weert

1

0

0

11

2

2

15

3

1

35

0

95

Nederweert

0

0

0

3

1

0

1

0

0

5

0

17

Leudal

-

-

-

-

-

-

-

-

-

35

-

50

Maasgouw

1

0

2

5

0

0

9

2

0

19

0

35

Roermond

1

0

0

2

0

2

2

0

0

7

1

19

Roerdalen

0

0

1

0

0

4

6

0

0

11

0

19

Echt-Susteren

1

0

0

2

1

0

4

0

0

8

0

45

Beek

0

0

0

3

1

0

2

0

0

6

0

32

Beekdaelen

0

0

0

3

1

1

4

0

0

9

0

26

Brunssum EijsdenMargraten GulpenWittem

1

0

1

1

0

0

3

0

0

6

0

22

1

0

0

5

0

0

13

7

0

26

0

31

0

0

0

1

0

0

2

0

0

3

0

11

Heerlen

3

0

0

9

3

2

14

0

5

36

0

122

Kerkrade

0

0

0

1

1

3

4

0

0

9

0

33

Landgraaf

0

0

0

8

1

1

2

0

0

12

0

28

Maastricht

0

0

4

4

5

0

24

1

5

43

2

148

Meerssen

0

0

0

2

0

0

15

0

2

19

0

9

Simpelveld SittardGeleen

0

0

2

0

0

2

1

0

0

5

0

6

2

0

1

20

4

3

13

1

0

44

2

170

Stein

0

0

1

9

1

1

12

1

0

25

0

56

Vaals Valkenburg aan de Geul

0

0

2

3

1

2

0

0

0

8

0

14

0

0

1

1

0

0

1

0

0

3

0

26

Voerendaal Totaal Limburg

-

-

-

-

-

-

-

-

-

2

-

9

11

0

15

96

24

26

174

15

17

415

5

1.125

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

27

Tabel 5.4: Aanvullende behoefte aan standplaatsen per gemeente bij scenario “verhuiswens ja en misschien”

Gemeente Periode

Hoofdbewoners met verhuiswens <2 2-5 >5 jaar jaar jaar

Inwonenden met verhuiswens <2 2-5 >5 jaar jaar jaar

Belangstellenden met verhuiswens <2 2-5 >5 jaar jaar jaar

Totaal aanvullende behoefte tot 2030

Vrij komende standplaatsen

Huidig aantal standplaatsen

Peel en Maas

0

0

0

2

1

1

6

0

0

10

0

10

Venlo Horst aan de Maas

0

0

1

0

0

2

15

0

2

20

0

59

0

0

3

1

1

1

8

0

2

16

0

14

Venray

0

0

0

0

0

1

0

0

0

1

0

9

Bergen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

4

Gennep Mook en Middelaar

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1

0

0

1

0

0

0

0

0

0

1

0

4

Beesel

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1

Weert

3

0

8

11

2

2

15

3

1

45

0

95

Nederweert

0

0

0

3

1

1

1

0

0

6

0

17

Leudal

-

-

-

-

-

-

-

-

-

35

0

50

Maasgouw

1

1

6

5

0

3

9

2

0

27

0

35

Roermond

1

0

2

2

0

3

2

0

0

10

1

19

Roerdalen

0

0

1

0

0

6

6

0

0

13

0

19

Echt-Susteren

1

0

1

2

3

0

4

0

0

11

0

45

Beek

0

0

0

3

1

1

2

0

2

9

0

32

Beekdaelen

0

0

1

3

1

2

4

0

0

11

0

26

Brunssum EijsdenMargraten GulpenWittem

1

0

1

1

0

0

5

0

0

8

0

22

2

0

2

5

1

1

13

8

1

33

0

31

0

0

0

1

0

1

2

0

0

4

0

11

Heerlen

3

0

2

9

3

2

14

0

5

38

0

122

Kerkrade

0

0

0

1

2

3

4

0

0

10

0

33

Landgraaf

0

0

3

8

1

1

2

0

0

15

0

28

Maastricht

0

0

7

4

6

6

26

1

8

58

2

148

Meerssen

0

0

0

2

0

0

15

0

2

19

0

9

Simpelveld SittardGeleen

0

0

3

0

0

3

1

0

0

7

0

6

2

0

9

20

4

3

13

1

0

52

2

170

Stein

0

0

1

9

1

1

12

1

0

25

0

56

Vaals Valkenburg aan de Geul

0

0

7

3

1

5

0

0

0

16

0

14

0

0

1

2

0

0

1

0

0

4

0

26

Voerendaal Totaal Limburg

-

-

-

-

-

-

-

-

-

2

-

9

14

1

60

97

29

49

180

16

23

506

5

1.125

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

28

Eigendomsverhoudingen aanvullende behoefte In tabel 5.5 staat de behoefte aan standplaatsen indicatief uitgesplitst naar eigendomsvoorkeur. De behoefte aan huurstandplaatsen is circa vier keer zo groot als de behoefte aan koop standplaatsen. Tabel 5.5: Verhouding tussen behoefte aan huur en koop standplaatsen

Gemeente Peel en Maas Venlo Horst aan de Maas Venray Bergen Gennep Mook en Middelaar Beesel Weert Nederweert Leudal Maasgouw Roermond Roerdalen Echt-Susteren Beek Beekdaelen Brunssum Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Heerlen Kerkrade Landgraaf Maastricht Meerssen Simpelveld Sittard-Geleen Stein Vaals Valkenburg aan de Geul Voerendaal Geen voorkeur Limburg gemiddeld

Behoefte huur standplaats 85% 85% 85% 0% 0% 0% 0% 0% 80% 70% 80% 75% 75% 75% 80% 70% 80% 85% 75% 80% 80% 70% 80% 85% 65% 90% 80% 70% 65% 75% 80%

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

Behoefte koop standplaats 15% 15% 15% 0% 0% 0% 0% 0% 20% 30% 20% 25% 25% 25% 20% 30% 20% 15% 25% 20% 20% 30% 20% 15% 35% 10% 20% 30% 35% 25% 20%

29

In tabel 5.6 wordt de verhouding gepresenteerd in de behoefte aan woonwagens en chalets (type bebouwing), uitgesplitst naar eigendom. De behoefte aan huur woonwagens is met circa 50% het grootst, gevolgd door koop woonwagens met 25%. Voor chalets is in verhouding wat minder animo. Dat geldt zowel voor huur met 15% als koop met 10%. Tabel 5.6: Verhouding tussen behoefte aan huur en koop woonwagens en chalets

Gemeente Peel en Maas Venlo Horst aan de Maas Venray Bergen Gennep Mook en Middelaar Beesel Weert Nederweert Leudal Maasgouw Roermond Roerdalen Echt-Susteren Beek Beekdaelen Brunssum Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Heerlen Kerkrade Landgraaf Maastricht Meerssen Simpelveld Sittard-Geleen Stein Vaals Valkenburg aan de Geul Voerendaal Limburg totaal

Totaal behoefte huur woonwagen 50% 55% 55% 0% 0% 0% 0% 0% 50% 50% 50% 50% 50% 45% 55% 45% 50% 55% 50% 50% 55% 45% 55% 55% 50% 55% 50% 40% 50% 50%

Totaal behoefte koop woonwagen 20% 20% 20% 0% 0% 0% 0% 0% 20% 30% 25% 25% 25% 25% 25% 25% 25% 20% 20% 25% 15% 25% 20% 20% 50% 20% 25% 30% 50% 25%

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

Totaal behoefte huur chalet 15% 15% 15% 0% 0% 0% 0% 0% 15% 10% 15% 15% 15% 20% 10% 15% 15% 15% 20% 15% 15% 15% 15% 15% 0% 15% 15% 15% 0% 15%

Totaal behoefte koop chalet 15% 15% 10% 0% 0% 0% 0% 0% 15% 10% 10% 10% 10% 10% 10% 15% 10% 10% 10% 10% 15% 15% 10% 10% 0% 10% 10% 15% 0% 10%

30

Bijlage 1 Respons hoofdbewoners en inwonenden per gemeente en regionaal In deze bijlage wordt de respons, gerelateerd aan de aangeschreven adressen, vanuit hoofdbewoners en inwonenden per gemeente weergegeven (tabel 1.1). Zoals toegelicht in de methodische verantwoording kon deze uitsplitsing voor belangstellenden niet voldoende betrouwbaar gemaakt worden. Tevens is het aandeel van de totale respons van hoofdbewoners en inwonenden vanuit de regio’s weergegeven (tabel 1.2). Tabel 1.1: respons hoofdbewoners en inwonenden per gemeente Gemeente

Aangeschreven adressen

Respons hoofdbewoners

Respons inwonenden

Beek

32

16%

22%

Beekdaelen

26

19%

23%

Beesel

3

0%

33%

Bergen

4

0%

0%

Brunssum

22

9%

5%

Echt-Susteren

45

22%

18%

Eijsden-Margraten

31

23%

29%

Gennep

1

0%

0%

Gulpen-Wittem

11

27%

18%

Heerlen

122

16%

17%

Horst aan de Maas

14

29%

29%

Kerkrade

33

21%

33%

Landgraaf

28

36%

39%

Maasgouw

26

81%

38%

Maastricht

148

19%

15%

Meerssen

6

17%

33%

Mook en Middelaar

4

25%

0%

Nederweert

17

59%

35%

Peel en Maas

10

40%

60%

Roerdalen

20

25%

40%

Roermond

19

63%

47%

Simpelveld

6

33%

67%

Sittard-Geleen

170

23%

25%

Stein

56

14%

21%

Vaals

14

71%

64%

Valkenburg aan de Geul

26

12%

8%

Venlo

59

12%

8%

Venray

2

50%

100%

Weert

142

14%

16%

Totaal

1.097 (100%)

245 (22%)

243 (22%)

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

31

Tabel 1.2: Aandeel respons hoofdbewoners en inwonenden vanuit de regio’s Hoofdbewoners

Inwonenden

Regio Noord

7%

7%

Regio Midden

32%

27%

Regio Parkstad

20%

22%

Regio Westelijke Mijnstreek

20%

25%

Regio Maastricht Heuvelland

21%

19%

100% (245 vragenlijsten)

100% (243 vragenlijsten)

Totaal

3700.111 | Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=9306de2a-2ae1-44c4-9003-949d4dda6d2b