03-3 Unilocatie Grevenbicht-Obbicht_Toelichting - Bijlagen 11-22
Tekst van het document
bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)
Bijlage 11 Historisch bodemonderzoek
340
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT Gemeente Sittard-Geleen
5 JUNI 2018
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
Contactpersoon R.J. VAN LIEVERLOO MSC Specialist Bodem
M +31 (0)6 46138394 E ruud.vanlieverloo@arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1632 6201 BP Maastricht Nederland
2
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
INLEIDING
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel
5
1.3
Aanpak
5
1.4
Werkzaamheden
5
1.5
Leeswijzer
5
ONDERZOEKSBEVINDINGEN LOCATIE 1 KEMPENWEG
6
2.1
Huidige en toekomstige situatie
6
2.2
Voormalig bodemgebruik
6
2.3
Bodeminformatie
6
2.3.1
Uitgevoerde bodemonderzoeken
6
2.3.2
Gebiedsspecifiek bodembeleid
7
2.4
Conclusies vooronderzoek locatie 1
7
ONDERZOEKSBEVINDINGEN LOCATIE 2 STEENWEG
8
3.1
Huidige en toekomstige situatie
8
3.2
Voormalig bodemgebruik
8
3.3
Bodeminformatie
9
3.3.1
Uitgevoerde bodemonderzoeken
9
3.3.2
Gebiedsspecifiek bodembeleid
12
3.3.3
Bodemopbouw en geohydrologie
13
3.4
Conclusies vooronderzoek locatie 2
13
ONDERZOEKSBEVINDINGEN LOCATIE 3 KASTEELWEG
14
4.1
Huidige en toekomstige situatie
14
4.2
Voormalig bodemgebruik
14
4.3
Bodeminformatie
14
4.3.1
Uitgevoerde bodemonderzoeken
14
4.3.2
Gebiedsspecifiek bodembeleid
15
4.3.3
Bodemopbouw en geohydrologie
15 3
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
4.4
5
Conclusies vooronderzoek locatie 3
15
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
16
5.1
Aanleiding en doel
16
5.2
Conclusies en aanbevelingen
16
BIJLAGEN BIJLAGE A REGIONALE LIGGING
17
BIJLAGE B LOCATIES OP LUCHTFOTO
18
BIJLAGE C HISTORISCHE TOPOGRAFISCHE KAARTEN
19
COLOFON
20
4
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
1
INLEIDING
In opdracht van gemeente Sittard-Geleen heeft Arcadis Nederland B.V. een vooronderzoek verricht voor 3 locaties te Grevenbicht en Obbicht in de gemeente Sittard-Geleen. De gegevens van de 3 locaties zijn, inclusief kadastrale aanduidingen, als volgt: •
• •
Locatie 1: Kempenweg/Frankenstraat, Grevenbicht (terrein van circa 5 hectare, kadastraal bekend gemeente Obbicht en Papenhoven, sectie C, nummers 367, 369, 370, 372, 373, 374, 378 (ged.), 529, 530 en 901 (ged.). Dit is de toekomstige locatie van een gecombineerde school tussen Grevenbicht en Obbicht. Ter plaatse is in 2014 reeds een vooronderzoek verricht in het kader van de haalbaarheidsstudie. Het vooronderzoek ter plaatse van deze locatie dient dan ook uitsluitend als actualisatie en zal zich concentreren op de periode 2014-heden. Locatie 2: Steenweg, Grevenbicht (terrein van circa 4 hectare, kadastraal bekend gemeente Grevenbicht sectie D, nr. 543) Locatie 3: Kasteelweg, Obbicht en Papenhoven (terrein van circa 5 hectare, kadastraal bekend gemeente Obbicht, sectie D, nr. 261)
1.1
Aanleiding
Het onderzoek is uitgevoerd in verband met het opstellen van een bestemmingsplan ten behoeve van de ontwikkeling van het gebied en het krijgen van inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem.
1.2
Doel
Het doel van het vooronderzoek is te bepalen of de 3 locaties al dan niet verdacht is met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging.
1.3
Aanpak
Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, en nader onderzoek, Nederlands Normalisatie-instituut, 2017). Dit impliceert het verzamelen van relevante bodeminformatie over de locatie, zoals; eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, (vervallen) Hinderwet- en/of Milieuvergunningen, en het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente. Op basis van de resultaten uit het vooronderzoek wordt vervolgens een onderzoekshypothese geformuleerd. Afhankelijk van eventuele aanwijzingen over de aanwezigheid van een bodemverontreiniging wordt een locatie geclassificeerd als „verdacht‟ of „onverdacht, welke vervolgens aan de hand van het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 kan worden getoetst.
1.4
Werkzaamheden
In het kader van het vooronderzoek zijn voor de 3 onderzoekslocaties, zoals weergegeven in bijlagen A en B, de volgende bronnen geraadpleegd: • • • • • •
Eventuele aanwezige Hinderwet- of milieuvergunningen. Eventuele aanwezige bouwvergunningen. Uitgevoerde bodemonderzoeken op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving. Archief boven- en ondergrondse tanks. Informatie betreffende stortplaatsen, ophogingen, slootdempingen Oude luchtfoto‟s van de onderzoekslocatie;
Een terreininspectie/interview is, in afwijking van de NEN 5725 in dit kader niet uitgevoerd, omdat er in dit stadium weinig aanvullende informatie uit naar voren zal komen, gezien het agrarisch gebruik van de onderzoekslocaties.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstukken 2, 3 en 4 beschrijft per onderzochte locatie de bevindingen van het vooronderzoek. In hoofdstuk 5 worden de bevindingen samengevat en conclusies besproken.
5
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
2
ONDERZOEKSBEVINDINGEN LOCATIE 1 KEMPENWEG
2.1
Huidige en toekomstige situatie
Momenteel is het grootste gedeelte van de onderzoekslocatie aan de Kempenweg/Frankenstraat in agrarisch gebruik. Twee percelen zijn in gebruik als moestuin/boomgaard (kadastraal bekend gemeente Obbicht en Papenoven, sectie C, nummers 372 en 529. Op de locatie zal een basisschool voor de kernen Grevenbicht en Obbicht worden gerealiseerd. In het kader van de haalbaarheidsstudie voor de school heeft in 2014 reeds een vooronderzoek voor de onderzoekslocatie (deellocatie A in het rapport) plaatsgevonden, uitgevoerd door Econsultancy (Historisch vooronderzoek, nieuwe centrale sport- en/of schoollocaties gemeente Sittard-Geleen, kenmerk 14081796, d.d. 19 november 2014). Het huidige vooronderzoek dient dan ook als actualisatie van het destijds uitgevoerde historisch vooronderzoek en zal zich concentreren op de periode 2014-heden.
2.2
Voormalig bodemgebruik
In het vooronderzoek, uitgevoerd door Econsultancy in 2014, is reeds geconcludeerd dat de onderzoekslocatie ook in het verleden voornamelijk in agrarisch gebruik is geweest. Op het uiterst noordoostelijk deel van de locatie was een boomgaard aanwezig vanaf 1926 tot vermoedelijk circa 1988. Tijdens de destijds uitgevoerde terreininspectie waren er ter plaatse van de percelen in gebruik als moestuin (kadastraal bekend gemeente Obbicht en Papenoven, sectie C, nummers 372 en 529) een aantal opstallen aanwezig, waarvan die op het meest zuidelijke deel voorzien zijn van (intact lijkende) asbestverdachte platen op het dak. Uit de verzamelde informatie bleek destijds ook dat er vanuit de aangrenzende percelen geen grensoverschrijdende bodemverontreinigingen zijn te verwachten. Hinderwet/milieuvergunningen Ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn, voor zover bekend, geen Hinderweten/of milieuvergunningen verleend. Er is een vermelding van een ondergrondse HBO-tank (5.000 liter) aan de Frankenstraat 17 (vermoedelijk ten oosten van de locatie), deze is in 1996 verwijderd en hiervan is een certificaat beschikbaar.
Bouwvergunningen Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bouw- of omgevingsvergunningen en meldingen bekend, ook niet voor de opstallen. Voor de woonbebouwing direct ten noordwesten van de onderzoekslocatie aan de Kempenweg 70 (gemeente Obbicht, sectie B, nr. 366) is aan L.P.M. Buckx op 6 november 1984 een bouwvergunning verleend voor het vergroten van het woonhuis (de woonkamer).
2.3
Bodeminformatie
2.3.1 Uitgevoerde bodemonderzoeken Op de onderzoekslocatie zelf zijn, voor zover bekend, tot 2014, maar ook daarna, niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. Ten noorden van de onderzoekslocatie, aan de overzijde van de Frankenstraat, is in 1992 een indicatief onderzoek door Het Milieubureau uitgevoerd (locatiecode AA188303635 Houtstraat, d.d. 01 september 1992). Hieruit is gebleken dat de grond ter plaatse destijds licht verontreinigd was. Op dezelfde locatie aan de Houtstraat zijn verder de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd, die niet zijn benoemd in het vooronderzoek van Econsultancy: 1. Verkennend bodemonderzoek, (DVL, 5 maart 2008) 2. BSB-onderzoek of vermelding (MAH, 4 juli 2008) 3. BSB-onderzoek of vermelding (MAH, 21 oktober 2008) Daarnaast is een bodemonderzoek bekend aan de Kempenweg. 6
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
4. Indicatief bodemonderzoek, Geonius, kenmerk MA-100441-br1, 22 april 2011 Deze 4 onderzoeken zijn niet teruggevonden in het archief van de gemeente en zijn derhalve dan ook niet ingezien.
2.3.2 Gebiedsspecifiek bodembeleid De gemeente Sittard-Geleen beschikt over een bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassenkaart voor de periode 2016-2020 (kenmerk 2015.001.R1, d.d. 7 september 2015). De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemkwaliteitszone buitengebied/kleine kernen. In dit deelgebied worden in de bovengrond (0,0-0,5 m – mv.) en in de ondergrond (>0,5 m –mv.) geen regionaal bekende (diffuse), verhoogde gehalten verwacht. Op de ontgravingskaart ligt de locatie dan ook in de zone „achtergrondwaarde‟ voor zowel de bovengrond als de ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart is de onderzoekslocatie gelegen in het gebied dat wordt aangemerkt met de functieklasse „Landbouw/natuur‟.
2.4
Conclusies vooronderzoek locatie 1
Uit het in 2014 verrichte vooronderzoek blijkt dat ter plaatse van de percelen gemeente Obbicht en Papenhoven, sectie C, nummers 372 en 529 asbestverdachte golfplaten op het dak zijn waargenomen. Op het maaiveld werden geen asbestverdachte materialen waargenomen, maar moet wel worden opgemerkt dat de betreffende percelen 372 en 529 destijds niet toegankelijk waren. De huidige dakbedekking van de opstallen is asbestverdacht. Voorafgaand de sloop zal daarom een asbestinventarisatie moeten plaatsvinden. Indien de dakbedekking asbesthoudend blijkt te zijn zal een verkennend onderzoek asbest in bodem moeten worden uitgevoerd ter plaatse van de twee percelen, nadat de aanwezige opstallen zijn gesloopt. Het (voormalige) gebruik als boomgaard van het meest noordoostelijk gedeelte en het gebruik als moestuin/boomgaard van de locatie maakt de bodem verder verdacht voor bestrijdingsmiddelen. Tijdens een verkennend bodemonderzoek dient ter plaatse van de (voormalige) boomgaard de parameter OCB worden meegenomen. Sinds 2014 hebben er, voor zover bekend, geen aanvullende bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden of zijn er verdachte locaties bijgekomen, dan degene die zijn benoemd in het in 2014 uitgevoerde vooronderzoek. Ten behoeve van de functiewijziging en/of omgevingsvergunning voor de bouw van de schoolgebouwen zal een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk zijn.
Geadviseerd wordt dan rekening te houden met bovenstaande punten.
7
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
3
ONDERZOEKSBEVINDINGEN LOCATIE 2 STEENWEG
3.1
Huidige en toekomstige situatie
Momenteel is de onderzoekslocatie in gebruik als sportveld/sportterrein. Het perceel heeft een oppervlakte van 3,7 hectare. Op de onderzoekslocatie zijn geen ontwikkelingen (bouwplannen) voorzien. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het opstellen van een bestemmingsplan. De locatie zal worden toegevoegd aan het open landschap ofwel zal het terrein als een meer parkachtig gebied worden ingericht.
3.2
Voormalig bodemgebruik
Uit oude topografische kaarten (bron: www.topotijdreis.nl) blijkt dat de onderzoekslocatie tot de jaren „80 van de vorige eeuw voornamelijk in agrarisch gebruik was. Vanaf de jaren ‟80 is een (westelijk) deel van de locatie in gebruik genomen voor sportvelden, en is enige bebouwing gerealiseerd. De woonbebouwing ten noorden van de onderzoekslocatie (ten zuiden van de Staai) is reeds aanwezig vanaf halverwege de jaren ‟50 van de vorige eeuw. Verder is de onderzoekslocatie tot op heden grotendeels onbebouwd gebleven. Het e wegenpatroon rondom de onderzoekslocatie is al vanaf halverwege 19 eeuw zichtbaar op het kaartmaterie aal. De over de locatie lopende en later verharde Jac Cramersstraat is reeds sinds eind 19 eeuw aanwezig. De topografische kaarten zijn opgenomen in bijlage C. Hinderwet/milieuvergunningen Ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn, voor zover bekend, geen Hinderweten/of milieuvergunningen verleend. Er zijn enkele vermeldingen van boven- en ondergrondse brandstoftanks aan de Steenweg, Staai 9, Ds. Dr. Deelemanstraat 11 en Merker-Eyckstraat 25. Van de twee laatstgenoemde ondergrondse tanks (2x 3.000 liter HBO) is bekend dat deze in 1995/1996 verwijderd/gevuld met zand zijn en van beiden is een certificaat beschikbaar. Bouwvergunningen Uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie sinds de jaren „80 bebouwd is geweest.
Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn enkele bouw- of omgevingsvergunningen bekend, van de gebouwen t.b.v. het sportpark. In tabel 2 zijn alle bouw- en sloopvergunningen, die tijdens het vooronderzoek voor de locatie zijn geïnventariseerd, weergegeven. Tabel 1 Overzicht bouwvergunningen
Aanvrager
Adres, perceel
Asbest toegepast?
Oprichten van een tennisclub4 april 1979 gebouw en overdekt terras
Gemeentebestuur van Grevenbicht
Steenweg 6, Grevenbicht, B 4565
Eternit golfplaten toegepast als dakbedekking
Oprichten van een club23 juni 1981 gebouw voor tennisvereniging
Gemeentebestuur van Grevenbicht
Steenweg 6, Grevenbicht, B 4565
Onbekend
Gedeeltelijk veranderen/ vergroten van het clubgebouw 25 februari 2004 en plaatsen van afscheiding
Tennisvereniging Grevenbicht
Steenweg 6, Grevenbicht, D 488
-
Oprichten van een kleedgebouw
Gemeentebestuur van Grevenbicht
Steenweg 20, Grevenbicht, B 4565
Onbekend
Activiteit
Datum verlening/ melding
4 april 1979
8
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
3.3
Bodeminformatie
3.3.1 Uitgevoerde bodemonderzoeken Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn in het verleden reeds bodemonderzoeken uitgevoerd en is een saneringsplan opgesteld voor het ontgraven van de sterke verontreinigingen (met name aan zware metalen) in de bovengrond. De onderzoeksrapporten en andere relevante documenten als beschikkingen, zijn weergegeven in tabel 6. Zoals hieruit blijkt, heeft er een deelsanering plaatsgevonden, ter plaatse van de woonpercelen met als adresaanduiding Staai 2 t/m 10. Deze percelen, in gebruik als wonen met tuin, horen niet tot de onderhavige onderzoekslocatie. Een aantal bodemonderzoeken zijn niet teruggevonden in het archief van de gemeente Sittard-Geleen. Tabel 2 Uitgevoerde bodemonderzoeken onderzoekslocatie en directe omgeving
Soort onderzoek, Locatienaam
Onderzoeksbureau, datum, kenmerk
Bevindingen
Sportpark D’n Dreesj Steenweg Indicatief bodemonderzoek *
Onbekend, 1 januari 1997 Onbekend
Historisch bodemonderzoek *
Gemeente, 8 juli 1997
Onbekend
Haskoning, augustus 2000, E0964.CO/R002/GMI/IG
Geconcludeerd is dat ter plaatse van de onderzoekslocatie een verontreinigde ophooglaag is gelegen (0 - circa 1,5 m-mv.). Deze laag is licht tot sterk verontreinigd met zink, lood, koper, cadmium, PAK en minerale olie. De verontreiniging is niet horizontaal of verticaal ingekaderd.
Haskoning, maart 2001, K2194.A0/R002/OVL/IG
Geconcludeerd is dat de eerder geconstateerde licht tot sterk verontreinigde ophooglaag ter plaatse van de tuinen (Staai 2-10) gemiddeld 1 meter dik is en ter plaatse van de sportvelden circa 1,5 m dik. De verontreiniging is aanwezig tot maximaal 2,5 m-mv. (westelijk terreindeel) in gehalten >I.
CSO, 16 april 2002, R384.2001
Doel van het onderzoek was vaststellen van de omvang van de aangetoonde verontreinigingen (horizontale inkadering), vaststellen van de verspreiding naar het grondwater en bepaling van de risico‟s (door het nemen van gewasmonsters). Er zijn 4 peilbuizen geplaatst en rondom het sportpark 12 boringen uitgevoerd. Rondom het sportpark was de grond nog licht tot matig verontreinigd met zware metalen en/of PAK. Aan de noordzijde werden in 2 boringen (213 en 215) nog sterke verontreinigingen aan zink in de bovengrond aangetoond. Het grondwater bleek niet verontreinigd te zijn. Geconcludeerd werd dat er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging en de omvang is 3 geschat op circa 48.500 m . Er kan geen onderscheid gemaakt worden tussen de ophooglaag ter plaatse en rondom het sportpark. Er heeft geen verspreiding naar het grondwater plaatsgevonden. Voor het gehele onderzochte gebied is sprake van een actueel ecologisch risico (start sanering binnen 10 jaar). Ter plaatse van de (moes)tuinen Staai 2-10 is tevens sprake van een actueel humaan risico (start sanering binnen 4 jaar).
Oriënterend en nader bodemonderzoek Sportterrein “Den Dreesj” Grevenbicht fase 1 *
Nader bodemonderzoek Sportterrein “Den Dreesj” en omgeving Grevenbicht fase 2
Aanvullend nader bodemonderzoek
9
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
Soort onderzoek, Locatienaam
Beschikking Provincie Limburg locatie “Den Dreesj” te Grevenbicht, kadastraal bekend sectie D, nrs. 444 t/m 448, 487, 488.
Saneringsonderzoek Sportpark “Den Dreesj” te Grevenbicht
Saneringsplan Sportpark “Den Dreesj” te Grevenbicht
Beschikking Provincie Limburg locatie “Den Dreesj” te Grevenbicht, projectcode LI188300633
Onderzoeksbureau, datum, kenmerk
Bevindingen
18 juni 2002
Vastgesteld wordt dat ter plaatse van het sportpark een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is, en dat er tevens sprake is van een urgent geval van bodemverontreiniging, categorie I (start binnen 4 jaar)
Tebodin, 10 september 2002, 3315100
In het onderzoek worden voor de 3 onderzochte deellocaties (woningen met tuin Staai 2-10 ; voetbalpark en tennispark) enkele saneringsvarianten nader uitgewerkt. De 3 varianten zijn multifunctioneel, en 2 functionele varianten, waar voor allebei geldt dat voor de tuinen de verontreinigde grond wordt ontgraven. In variant A is sprake van een leeflaag t.p.v. het sportpark. In variant B vindt t.p.v. het sportpark geen sanering plaats.
Tebodin, 24 oktober 2002, 3315200, revisie B
Er is gekozen voor een functiegerichte sanering van het sportpark, gefaseerd, per deellocatie. Rondom de woningen zal de grond tot een diepte van 1 à 1,5 m-mv. worden ontgraven 3 (max. 2.100 m ). Ter plaatse van zowel het tenniscomplex als het voetbalcomplex zal de grond tot max. 0,5 m-mv. worden ontgraven 3 (resp. 2.400 en 12.500 m ). Ter plaatse zal een restverontreiniging achterblijven.
27 mei 2003
Er wordt (onder voorwaarden) ingestemd met fasering van de sanering en het saneringsplan wordt goedgekeurd. Het meest urgente deel zal als eerste worden uitgevoerd.
Saneringsevaluatie rapport CSO, 28 juni 2004, bodemsanering sportpark “Den Dreesj” te 03.RB193 Grevenbicht
In het evaluatierapport is de eerste fase van de bodemsanering beschreven. Dit bestond uit de ontgraving ter plaatse van de woningen met (moes)tuinen Staai 2 t/m 10 en een toekomstige aanbouw bij de tennisvereniging (vooruitlopend of de volgende fase). Op een aantal plaatsen is een restverontreiniging t.o.v. de BGW-1 in de putwanden en putbodem achtergebleven. Op alle plaatsen binnen het gesaneerde gebied is een leeflaag met een minimale dikte van 1 m aangebracht. Daarmee is het saneringsdoel bereikt.
Triade-onderzoek Den Dreesj te Grevenbicht
Bioclear, 14 februari 2012, 20114039/7940
Nadere bepaling van de ecologische risico‟s. Op basis van de resultaten van de verschillende analyses en testen wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van ecologische risico‟s.
17 juli 2012
Het onderdeel „urgente sanering‟ uit de beschikking van 18 juni 2012 wordt ingetrokken ten aanzien voor het onderdeel actueel ecologisch risico op de percelen sectie D, nummers 487, 543, 559. Daarmee is spoedige sanering niet noodzakelijk.
(Her)beschikking Provincie Limburg locatie “Den Dreesj” te Grevenbicht, kadastraal bekend sectie D, nrs. 445 t/m 448, 487, 540, 541, 543, 559, 560.
10
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
Soort onderzoek, Locatienaam
Onderzoeksbureau, datum, kenmerk
Bevindingen
Bergbezinkbassin D’n Dreesj
Deelsaneringsplan
Bergbezinkbassin Haskoning, juni 2001, “Den Dreesj” L0633.A0/R001/RE/IG
Beschikking Provincie Limburg locatie Beekstraat/Steenstraat te Grevenbicht, kadastraal bekend sectie D, nr. 488.
17 juli 2001
BSB-onderzoek of vermelding *
Royal Haskoning, 1 juli 2001
De aanleiding voor de deelsanering zijn de graafwerkzaamheden t.b.v. de realisatie van een bergbezinkbassin. De grond ter plaatse zal tot maximaal 3 m-mv. ontgraven worden. De bodem bovenop het bergbezinkbassin wordt aangevuld met grond die voldoet aan de BGW voor extensief gebruikt groen. Vastgesteld wordt dat ter plaatse van de locatie een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is, en dat er tevens sprake is van een urgent geval van bodemverontreiniging, categorie I (start binnen 4 jaar). Er wordt tevens ingestemd met het deelsaneringsplan.
* Rapport is niet aangetroffen tijdens het archiefonderzoek bij de gemeente Sittard-Geleen.
Samenvattend kan uit tabel 2 worden geconcludeerd dat ter plaatse van de in het verleden reeds onderzochte ophooglaag van de huidige onderzoekslocatie tussen de Steenweg en Geneer/Beekstraat de bodem destijds licht tot sterk verontreinigd was met name met zware metalen. Destijds was de bodemverontreiniging als ernstig en urgent aangemerkt. De verontreinigingssituatie zal naar alle waarschijnlijkheid nagenoeg hetzelfde zijn gebleven, aangezien het om een immobiele verontreiniging gaat en de voorgenomen sanering van het sportpark vooralsnog niet heeft plaatsgevonden. Met het uitgevoerde (ecologische) Triade-onderzoek was er voldoende basis om de urgentie af te halen van het geval van bodemverontreiniging. Er heeft uiteindelijk alleen een bodemsanering plaatsgevonden ter plaatse van de percelen in gebruik als Wonen met tuin (Staai 2 t/m 10), dat niet tot de huidige onderzoekslocatie behoort, en ter plaatse van het aangelegde bergbezinkbassin en ter plaatse van een aanbouw bij de tennisvereniging. Directe omgeving In de directe omgeving van de onderzoekslocatie hebben verschillende bodemonderzoeken plaatsgevonden. Hiernavolgend zijn de resultaten daarvan samengevat. Een aantal bodemonderzoeken zijn niet teruggevonden in het archief van de gemeente Sittard-Geleen, deze zijn aangeduid met een *. 1. Nader bodemonderzoek Geneer/Beekstraat, MAH, kenmerk 308GSG/14, 29 september 2014.
Dit bodemonderzoek heeft betrekking op de openbare (verharde) wegen Beekstraat en Geneer en een groenstrook tussen de Beekstraat en de Kingbeek. De bodem bleek licht verontreinigd te zijn met zware metalen, PAK en/of minerale olie en ter plaatse van de groenstrook tevens sterk verontreinigd met zink. Er is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, en de verontreiniging maakt deel uit van het geval van ernstige verontreiniging “Den Dreesj”. Het geval wordt in elk geval begrensd door de weg en is met name aanwezig in de bodemlaag tot 1,0 m-mv. 2. BUS-melding 8 oktober 2015. Voor graafwerkzaamheden ter plaatse van de bodemverontreiniging in de groenstrook tussen de Beekstraat en de Kingbeek is een BUS-melding tijdelijk uitplaatsen ingediend. Daarbij zou maximaal tot 0,1 m-mv worden ontgraven t.b.v. de herprofilering. Er is geen sprake dat het geval tot aan een terugsaneerwaarde zal worden gesaneerd. De verontreinigingssituatie blijft hetzelfde. 3. * Verkennend bodemonderzoek Merkel Eyckstraat 30, 1 maart 1994 4. Historisch bodemonderzoek Geneer 2, MWH, kenmerk 1075.DOC, 27 november 2007. Tijdens het historisch onderzoek is de vermelding van de activiteit benzine-service-station niet teruggevonden in de dossiers. Er is wel sprake van een ondergrondse HBO-tank (6.000 liter) en een timmerwerkplaats. 5.
* Oriënterend bodemonderzoek Geneer 4, CBB, 1 februari 1999
11
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
6. * Verkennend bodemonderzoek Geneer 6, BLGG/Bedrijfslab, 1 september 1994. In het onderzoek is aangetoond dat de bovengrond licht tot matig verontreinigd is met PAK en zware metalen. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond t.o.v. de streefwaarde. Het grondwater is niet onderzocht. Mogelijke verklaringen voor de verontreiniging worden gezocht in de aanwezigheid van puin / verbrandingsresten (as) en/of de overstromingen van de Maas in 1993. 7. * Verkennend bodemonderzoek Steenweg 5, G&O consult, 16 oktober 1995 8. * Indicatief bodemonderzoek Staai 9, CSO, kenmerk 065-015, 9 juli 1992 9. * Historisch bodemonderzoek Staai 9, MWH, 20 augustus 2008 10. * Verkennend bodemonderzoek Staai 21, Tauw, kenmerk R001-3833046BGC-D01S, 4 april 2000. In het onderzoek is aangetoond dat zink plaatselijk de interventiewaarde overschrijdt en er lichte verontreinigingen zijn aangetoond aan overige zware metalen. In het onderzoek wordt gesteld dat de sterke verontreiniging mogelijk te wijten is aan een zeer lokale puntbron. 11. * Verkennend bodemonderzoek Beekstraat 23, Envicon, 28 augustus 1995. In het onderzoek is aangetoond dat de bodem ter plaatse licht verontreinigd is met een aantal zware metalen. Steenweg 3 12. * Verkennend bodemonderzoek Steenweg 3, Fugro, 1 augustus 1994 13. * Nader bodemonderzoek Steenweg 3, BMC, 28 augustus 2002 14.
* Saneringsplan Steenweg 3, Oranjewoud, 25 november 2003 15. * Saneringsevaluatie Steenweg 3, CSO, kenmerk 04.RB143, 6 mei 2004 (niet volledige rapport ingezien, niet compleet). Ter plaatse van de saneringslocatie is de (sterk) met zware metalen, PAK en asbest verontreinigde grond ontgraven tot een diepte van maximaal 1,6 m-mv. Ter plaatse van een smalle strook langs de perceelsgrenzen is een restverontreiniging achtergebleven, welke is gescheiden van de schone grond met geotextiel (signaallaag). Staai ong. (tussen 15 en 21) 16. Verkennend bodemonderzoek Staai, Econsultancy, kenmerk 10121902 SIT.HEG.NEN, 27 april 2011. De bovengrond blijkt matig tot sterk verontreinigd te zijn met zink en licht verontreinigd met zware metalen en PAK. De ondergrond is licht verontreinigd met kobalt. Het grondwater is niet onderzocht (circa 5 m-mv.) 17. Aanvullend bodemonderzoek Staai ong. (tussen 15 en 21), Econsultancy, kenmerk 11060486 SIT.GEM.AAN, 3 augustus 2011. De bovengrond blijkt matig tot sterk verontreinigd te zijn met zink en licht verontreinigd met zware metalen en PAK. 18. (Deel)saneringsplan Staai ong. (tussen 15 en 21), Econsultancy, kenmerk 12021165 SIT.GEM.SAN, 1 mei 2012. De aangetoonde zinkverontreiniging zal ter plaatse van de saneringslocatie functiegericht gesaneerd worden door te ontgraven tot de Maximale Waarde Wonen.
Met het saneringsplan is ingestemd door de provincie Limburg (beschikking 15 augustus 2012). Maaskoul (ten noordwesten van Beekstraat/Steenweg) 19. Verkennend bodemonderzoek Maaskoul, BMC, kenmerk S0600190-1, 22 maart 2006. Tijdens het onderzoek wordt tot een diepte van 4,0 à 4,5 m-mv. bodemvreemd materiaal aangetroffen. De grond is licht tot matig verontreinigd met zware metalen, PAK en minerale olie. 20. Verkennend bodemonderzoek asbest Aan de Maaskoul (ong.) te Grevenbicht, CSO, kenmerk 10B316.R001.BH.LK, 30 augustus 2010. Tijdens het onderzoek worden de zintuiglijke waarnemingen gedaan tijdens het onderzoek in 2006 niet bevestigd. Er is sprake van maximaal zwakke bijmengingen puin, asfalt en baksteen in de bovengrond. Analytisch wordt geen asbest aangetoond. De hypothese dat de bodem verdacht is op de aanwezigheid van asbest wordt niet bevestigd. Nader onderzoek asbest wordt niet noodzakelijk geacht. Boulevard 23 21. * Indicatief bodemonderzoek, Intron, 1 april 1991 22. * Historisch bodemonderzoek, MWH, 20 augustus 2008
3.3.2 Gebiedsspecifiek bodembeleid De gemeente Sittard-Geleen beschikt over een bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassenkaart voor de periode 2016-2020 (kenmerk 2015.001.R1, d.d. 7 september 2015). De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemkwaliteitszone „Wonen “oud” Grevenbicht/Schipperskerk‟. In dit deelgebied komen met name in de bovengrond (0,0-0,5 m –mv.) zware metalen, PCB en PAK boven de AW2000 waarde voor. 12
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
Op de ontgravingskaart ligt de locatie in de zone „Wonen‟ voor de bovengrond en „achtergrondwaarde‟ voor de ondergrond (>0,5 m –mv.). Op de bodemfunctieklassenkaart is de onderzoekslocatie gelegen in het gebied dat wordt aangemerkt met de functieklasse „Wonen‟.
3.3.3 Bodemopbouw en geohydrologie De globale bodemopbouw, op basis van gegevens uit het Dinoloket (www.dinoloket.nl), is weergegeven in Tabel 7. De onderzoekslocatie ligt op een hoogte van circa 31 m+NAP. Tabel 3 Schematisering bodemopbouw
Diepte (t.o.v. mv)
Samenstelling
Geologische formaties
0-2
Afwisseling van klei en zand
Holocene afzettingen
2 - 14
Zand
Formatie van Beegden
14 - 81
Afwisseling van klei en zand
Formatie van Stramproy
81 - 137
Afwisseling van klei en zand, bruinkool
Kiezeloöliet Formatie
Het grondwater op de locatie bevindt zich naar verwachting op ca. 4 à 5 m-mv (27 m+NAP). De regionale grondwaterstromingsrichting is noordwestelijk gericht. De locatie ligt niet in een grondwater- of bodembeschermingsgebied.
3.4
Conclusies vooronderzoek locatie 2
Uit de resultaten van het vooronderzoek blijkt niet dat op de locatie bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Wel bestaat de kans dat er asbest is gebruikt in de bebouwing, gezien de ouderdom ervan. Daarnaast is ter plaatse van de onderzoekslocatie een ophooglaag aanwezig met een dikte van maximaal circa 1,5 meter, die in het verleden reeds onderzocht is, en licht tot sterk verontreinigd bleek te zijn. De ophooglaag is grotendeels, voor zover bekend, niet gesaneerd en derhalve nog steeds aanwezig ter plaatse van het sportpark. De ophooglaag is ook niet geheel horizontaal ingekaderd, gezien er (met name aan de noordkant) rondom in de directe omgeving de ophooglaag en bijbehorende lichte tot sterke verontreinigingen op aangrenzende percelen zijn teruggevonden. Een onderscheid is niet goed te maken. Indien de bestemming wijzigt naar een gevoeliger gebruik kan het noodzakelijk zijn om de locatie met ophooglaag actualiserend te onderzoeken (eventueel aangevuld met asbest) en vervolgens alsnog te saneren.
13
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
4
ONDERZOEKSBEVINDINGEN LOCATIE 3 KASTEELWEG
4.1
Huidige en toekomstige situatie
Momenteel is de onderzoekslocatie in gebruik als sportveld/sportterrein. Het perceel heeft een oppervlakte van 5,1 hectare. Op de onderzoekslocatie zijn geen ontwikkelingen voorzien. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het opstellen van een bestemmingsplan. De locatie zal worden toegevoegd aan het open landschap.
4.2
Voormalig bodemgebruik
Uit oude topografische kaarten (bron: www.topotijdreis.nl) blijkt dat de onderzoekslocatie tot eind vorige eeuw voornamelijk in agrarisch gebruik was, vanaf halverwege jaren ‟20 tot eind jaren ‟50, tevens als boomgaard. Vanaf de jaren ‟90 is op de locatie enige bebouwing gerealiseerd en in de jaren daarna is de e locatie in gebruik genomen als sportveld. De Kasteelweg is reeds sinds halverwege 19 eeuw ten westen van de onderzoekslocatie aanwezig. De topografische kaarten zijn opgenomen in bijlage C. Hinderwetvergunningen Ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn, voor zover bekend, geen Hinderwetvergunningen verleend. Er is een vermelding van een ondergrondse HBO-tank (5.000 liter) aan de Kasteelweg 19, deze is in 1996 gevuld met zand. Of een certificaat beschikbaar is, is onbekend. Bouwvergunningen Uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie sinds de jaren „80/90 bebouwd is geweest. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn enkele bouw- of omgevingsvergunningen bekend, van de gebouwen t.b.v. het sportpark. In tabel 8 zijn alle bouw- en sloopvergunningen, die tijdens het vooronderzoek voor de locatie zijn geïnventariseerd, weergegeven. Tabel 4 Overzicht bouwvergunningen
Activiteit
Datum verlening/ melding
Aanvrager
Adres, perceel
Asbest toegepast?
Oprichten van een kleedgebouw met instructielokaal
5 februari 1980
Gemeente Obbicht
Kasteelweg, Obbicht en Papenhoven, B 2850
Onbekend
Oprichten van een entreehokje
30 september 1980
Gemeente Obbicht
Kasteelweg, Obbicht en Papenhoven, B 2850
Onbekend
Bouwen van een aanbouw 26 februari 1997 van het jeugdverblijf
Bestuur van Obbicht
Kasteelweg, Obbicht en Papenhoven, B 2850
-
Veranderen van een zijgevel
22 januari 2008
R.K.V.V. Obbicht
Kasteelweg 1, Obbicht
-
Vernieuwen van een opslagruimte
27 april 2009
Duivensportvereniging Obbicht
Kasteelweg 1, Obbicht
-
Voor de Kasteelweg 15 (kadastraal bekend sectie D, nr. 2930), direct ten zuiden van de onderzoekslocatie, zijn in 2012 en 2016 omgevingsvergunningen verleend voor bouwactiviteiten ter plaatse.
4.3
Bodeminformatie
4.3.1 Uitgevoerde bodemonderzoeken Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een indicatief bodemonderzoek uitgevoerd: Sportpark „De Baandj‟, Intron, kenmerk D03530-639, 1 juni 1987. De rapportage van het bodemonderzoek is niet teruggevonden in het archief van de gemeente Sittard-Geleen. De resultaten zijn derhalve dan ook onbekend. 14
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
In de directe omgeving (ten westen van de onderzoekslocatie) is nog een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (dijkvakken Roosteren-Nattenhoven, MAH, kenmerk 234CGM/16, 2 december 2016). Ook dit rapport is niet teruggevonden in het archief van de gemeente Sittard-Geleen.
4.3.2 Gebiedsspecifiek bodembeleid De gemeente Sittard-Geleen beschikt over een bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassenkaart voor de periode 2016-2020 (kenmerk 2015.001.R1, d.d. 7 september 2015). De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemkwaliteitszone buitengebied/kleine kernen. In dit deelgebied worden in de bovengrond (0,0-0,5 m – mv.) en in de ondergrond (>0,5 m –mv.) geen regionaal bekende (diffuse), verhoogde gehalten verwacht. Op de ontgravingskaart ligt de locatie dan ook in de zone „achtergrondwaarde‟ voor zowel de bovengrond als de ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart is de onderzoekslocatie gelegen in het gebied dat wordt aangemerkt met de functieklasse „Landbouw/natuur‟.
4.3.3 Bodemopbouw en geohydrologie De globale bodemopbouw, op basis van gegevens uit het Dinoloket (www.dinoloket.nl), is weergegeven in Tabel 5. De onderzoekslocatie ligt op een hoogte van circa 34 m+NAP. Tabel 5 Schematisering bodemopbouw
Diepte (t.o.v. mv)
Samenstelling
Geologische formaties
0 - 0,14
Afwisseling van klei en zand
Formatie van Boxtel
0,14 - 10
Zand
Formatie van Beegden
10 - 160
Afwisseling van klei en zand
Formaties van Breda en Veldhoven
160 - 285
Afwisseling van klei en zand
Rupel Formatie en Formatie van Tongeren
285 - 320
Afwisseling van klei, zand en kalksteen
Formatie van Landen
320 - 380
Kalksteen
Formaties van Houthem en Maastricht
Het grondwater op de locatie bevindt zich naar verwachting op ca. 4 m-mv (29 à 30 m+NAP). De regionale grondwaterstromingsrichting is noordwestelijk gericht. De locatie ligt niet in een grondwater- of bodembeschermingsgebied.
4.4
Conclusies vooronderzoek locatie 3
Uit de resultaten van het vooronderzoek blijkt niet dat op de locatie bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Wel bestaat de kans dat er asbest is gebruikt in de bebouwing, gezien de ouderdom ervan. Er zijn, voor zover bekend, recent geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Indien de bestemming wijzigt naar een gevoeliger gebruik kan het noodzakelijk zijn om de locatie verkennend te onderzoeken (eventueel aangevuld met asbest).
15
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
5
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
5.1
Aanleiding en doel
In opdracht van gemeente Sittard-Geleen heeft Arcadis Nederland B.V. een vooronderzoek conform de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, Nederlands Normalisatie-instituut, 2017) verricht voor 3 locaties te Grevenbicht en Obbicht in de gemeente SittardGeleen. De gegevens van de 3 locaties zijn als volgt: •
• •
Locatie 1: Kempenweg/Frankenstraat, Grevenbicht (terrein van circa 5 hectare, en toekomstige locatie van een gecombineerde school tussen Grevenbicht en Obbicht). Ter plaatse is in 2014 reeds een vooronderzoek verricht in het kader van de haalbaarheidsstudie. Het vooronderzoek ter plaatse van deze deellocatie dient dan ook uitsluitend als actualisatie en zal zich concentreren op de periode 2014-heden. Locatie 2: Steenweg, Grevenbicht (terrein van circa 4 hectare) Locatie 3: Kasteelweg, Obbicht en Papenhoven (terrein van circa 5 hectare).
Het onderzoek is uitgevoerd in verband met het opstellen van een bestemmingsplan ten behoeve van de ontwikkeling van het gebied en het krijgen van inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is te bepalen of de 3 locaties al dan niet verdacht is met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging door het verzamelen van relevante informatie over de locatie van het bodemonderzoek.
5.2
Conclusies en aanbevelingen
Locatie 1 Kempenweg Uit het in 2014 verrichte vooronderzoek blijkt dat ter plaatse van enkele opstallen op locatie 1 asbestverdachte golfplaten op het dak zijn waargenomen. Het (voormalige) gebruik als boomgaard van het meest noordoostelijk gedeelte van de locatie maakt de bodem verder verdacht voor bestrijdingsmiddelen. Sinds 2014 hebben er, voor zover bekend, geen aanvullende bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden of zijn er verdachte locaties bijgekomen. Ten behoeve van de functiewijziging en/of omgevingsvergunning voor de bouw van de schoolgebouwen zal een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk zijn. Geadviseerd wordt dan tevens een asbestonderzoek uit te voeren ten behoeve van de (voormalige) opstallen en de voormalige boomgaard als verdachte locatie te onderzoeken waarbij de parameter OCB (bestrijdingsmiddelen) wordt meegenomen. Locatie 2 Steenweg Uit de resultaten van het vooronderzoek blijkt niet dat op de locatie bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Wel bestaat de kans dat er asbest is gebruikt in de bebouwing en ter plaatse van de onderzoekslocatie is een ophooglaag aanwezig. De ophooglaag is in het verleden reeds onderzocht waarbij een ernstig geval van bodemverontreiniging is vastgesteld. Voor zover bekend is ter plaatse van de onderzoekslocatie geen sanering uitgevoerd (m.u.v.
ter plaatse van de aanbouw bij de tennisvereniging en het bergbezinkbassin). Indien de bestemming wijzigt naar een gevoeliger gebruik kan het noodzakelijk zijn om de locatie met ophooglaag actualiserend te onderzoeken (eventueel aangevuld met asbest) en vervolgens alsnog te saneren, rekening houdend met de gestelde voorwaarden uit de beschikking van 17 juli 2012. Locatie 3 Kasteelweg Uit de resultaten van het vooronderzoek blijkt niet dat op de locatie bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Wel bestaat de kans dat er asbest is gebruikt in de bebouwing, gezien de ouderdom ervan. Indien de bestemming wijzigt naar een gevoeliger gebruik kan het noodzakelijk zijn om de locatie verkennend te onderzoeken (eventueel aangevuld met asbest).
16
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
BIJLAGE A REGIONALE LIGGING
17
Omgevingskaart
Klantreferentie: C05022.214027
Locatie 1
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht.
625 m
Schaal 1: 12500
Hier bevindt zich Kadastraal object OBBICHT EN PAPENHOVEN C 530 Frankenstraat , PAPENHOVEN CC-BY Kadaster.
Omgevingskaart
Klantreferentie: C05022.214027
Locatie 2
0m
125 m
625 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object GREVENBICHT D 487 Staai , GREVENBICHT CC-BY Kadaster.
Schaal 1: 12500
Omgevingskaart
Klantreferentie: C05022.214027
Locatie 3
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht.
625 m
Schaal 1: 12500
Hier bevindt zich Kadastraal object OBBICHT EN PAPENHOVEN D 261 Ecrevissestraat , OBBICHT CC-BY Kadaster.
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
BIJLAGE B LOCATIES OP LUCHTFOTO Locatie 1 : Kempenweg / Frankenstraat, Grevenbicht
Locatie 2 : Steenweg, Grevenbicht
Locatie 3 : Kasteelweg, Obbicht
18
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
BIJLAGE C HISTORISCHE TOPOGRAFISCHE KAARTEN Deellocatie 2 (Steenweg)
Deellocatie 3 (Kasteelweg)
19
VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT
COLOFON VOORONDERZOEK 3 LOCATIES GREVENBICHT/OBBICHT GEMEENTE SITTARD-GELEEN
AUTEUR R.J. van Lieverloo MSc PROJECTNUMMER C05022.214027 ONZE REFERENTIE 079872382 A DATUM 5 juni 2018 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR
VRIJGEGEVEN DOOR
W.J.C. van den Berg Senior Adviseur
R.J. van Lieverloo MSc Specialist Bodem
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1632 6201 BP Maastricht Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com
20
bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)
Bijlage 12 Verkennend bodemonderzoek
364
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM AAN DE KEMPENWEG TE GREVENBICHT Gemeente Sittard-Geleen
27 JUNI 2019
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM AAN DE KEMPENWEG TE GREVENBICHT
Contactpersoon R.J. VAN LIEVERLOO MSC Specialist Bodem
T +31 646138394 M +31 646138394 E ruud.vanlieverloo@arcadis.com
Onze referentie: 083880250 A
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1632 6201 BP Maastricht Nederland
2 van 25
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM AAN DE KEMPENWEG TE GREVENBICHT
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
INLEIDING
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel
5
1.3
Aanpak
5
1.4
Werkzaamheden
6
1.5
Leeswijzer
6
OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK
7
2.1
Resultaten vooronderzoek
7
2.2
Hypothese en onderzoeksopzet
7
2.3
Uitvoering veldwerk
8
2.4
Uitvoering laboratoriumonderzoek
9
2.5
Kwaliteitsborging
9
RESULTATEN
11
3.1
Bodemopbouw en grondwater
11
3.2
Veldwaarnemingen
11
3.2.1
Grond
11
3.3
Laboratoriumonderzoek en toetsing analyseresultaten
12
3.3.1
Grond
12
3.4
Interpretatie
14
3.4.1
Grond
14
3.4.2
Asbestonderzoek (voormalige) moestuin
15
3.5
Toetsing hypothese
15
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
16
4.1
Aanleiding en doel
16
4.2
Conclusies
16
Onze referentie: 083880250 A
3 van 25
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM AAN DE KEMPENWEG TE GREVENBICHT
BIJLAGEN BIJLAGE A REGIONALE LIGGING
17
BIJLAGE B BOORPROFIELEN
18
BIJLAGE C ANALYSECERTIFICATEN
19
BIJLAGE D TOETSING VAN DE ANALYSERESULTATEN
20
BIJLAGE E TOELICHTING OP HET TOETSINGSKADER
21
BIJLAGE F VERKLARING ONAFHANKELIJKHEID
22
BIJLAGE G VELDVERSLAG ASBEST
23
BIJLAGE H TEKENINGEN
24
COLOFON
25
Onze referentie: 083880250 A
4 van 25
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM AAN DE KEMPENWEG TE GREVENBICHT
1
INLEIDING
In opdracht van de gemeente Sittard-Geleen heeft Arcadis Nederland B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek verricht op het terrein aan de Kempenweg/Frankenstraat tussen Grevenbicht en Obbicht. De onderzoekslocatie bestaat uit de kadastrale percelen (sommigen gedeeltelijk), kadastraal bekend gemeente Obbicht en Papenhoven, sectie C nummers 367, 369, 370, 371, 372, 373, 374, 529, 530 en 901. Het totaal onderzochte terrein (de onderzoekslocatie) heeft een oppervlakte van circa 4,1 ha. De locatie is met uitzondering van percelen 372 en 529 geheel onbebouwd en onverhard. Ter plaatse van de twee genoemde percelen 372 en 529 is tevens een verkennend onderzoek asbest in de bodem verricht. Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, NEN, 2016). Het verkennend onderzoek asbest in de bodem is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, Nederlands Normalisatie-instituut, 2017).
1.1
Aanleiding
Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen bestemmingswijziging van de onderzoekslocatie naar een gevoeliger gebruik (schoolterrein) en de voorgenomen bouwwerkzaamheden. De regionale ligging van de onderzochte locatie is weergeven in de tekening 1 in Bijlage A.
1.2
Doel
Het doel van het verkennend bodemonderzoek is met een relatief geringe onderzoeksinspanning aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of in het freatisch grondwater in gehalten boven de achtergrondwaarde of streefwaarde, of te bevestigen dat (bepaalde delen van) de locatie verontreinigd zijn met de verwachte stoffen (Bron: NEN 5740+A1). Het bodemonderzoek is niet gericht op het vaststellen van de mogelijkheden voor hergebruik van (eventueel) in een later stadium af te voeren grond. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Voor bodemonderzoek dat in het kader van grondverzet wordt uitgevoerd gelden andere onderzoeksprotocollen. Wel zijn de onderzoeksresultaten indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. Het doel daarvan is om een indicatie te krijgen over de mogelijkheden om eventueel vrijkomende grond te hergebruiken. Het doel van het verkennend onderzoek asbest in de bodem is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de geformuleerde hypothese terecht is.
1.3
Aanpak
Het vooronderzoek volgens NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, NEN, 2017), dat voorafgaat aan het verkennend milieukundig bodemonderzoek is reeds uitgevoerd voor de huidige onderzoekslocatie. Voor de resultaten van het vooronderzoek wordt verwezen naar de rapportages van Arcadis (Vooronderzoek drie locaties Grevenbicht/Obbicht, gemeente Sittard-Geleen, kenmerk 079872382 A, d.d. 5 juni 2018) en van Econsultancy (Historisch vooronderzoek, nieuwe centrale sport- en/of schoollocaties gemeente Sittard-Geleen, kenmerk 14081796, d.d. 19 november 2014), waar de huidige onderzoekslocatie als locatie 1 respectievelijk deellocatie A in de benoemde rapportages is behandeld. Het door Arcadis uitgevoerde vooronderzoek uit 2018 fungeert als actualiserend vooronderzoek (voor de periode 2014-2018) van de door Econsultancy in 2014 onderzochte locatie. Op basis van de resultaten uit het vooronderzoek is een onderzoekshypothese geformuleerd. Afhankelijk van eventuele aanwijzingen over de aanwezigheid van een bodemverontreiniging wordt een locatie geclassificeerd als ‘verdacht’ of ‘onverdacht’. Op basis van deze classificatie wordt een hypothese geformuleerd, welke vervolgens aan de hand van de onderzoeksresultaten wordt getoetst.
Bij een onderzoek op een ‘onverdachte’ locatie wordt de hypothese getoetst dat er geen verontreiniging aanwezig is, bij een onderzoek van een verdachte locatie wordt de hypothese getoetst dat wel een (specifieke) verontreiniging aanwezig is. Onze referentie: 083880250 A
5 van 25
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM AAN DE KEMPENWEG TE GREVENBICHT
1.4
Werkzaamheden
In het kader van het verkennend bodemonderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: • Vooronderzoek conform NEN 5725. • Veldonderzoek. • Laboratoriumonderzoek. • Toetsing en interpretatie van de analyseresultaten. • Rapportage inclusief toetsing van de onderzoekshypothese en formuleren van conclusies. Disclaimer Hoewel het bodemonderzoek op zorgvuldige wijze is voorbereid en uitgevoerd, kan niet worden uitgesloten dat er in werkelijkheid afwijkingen optreden ten opzichte van de in dit rapport gepresenteerde resultaten. Immers, elk bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een aantal steekproeven, welke representatief worden geacht voor het onderzochte gebied, maar waarbij (lokale) afwijkingen niet volledig kunnen worden uitgesloten.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de opzet van het veld- en laboratoriumonderzoek. De resultaten van het onderzoek staan beschreven in hoofdstuk 3. Tenslotte volgen in hoofdstuk 4 een samenvatting, de conclusies. In de bijlagen zijn onder meer boorprofielen, analysecertificaten en kaartmateriaal opgenomen.
Onze referentie: 083880250 A
6 van 25
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM AAN DE KEMPENWEG TE GREVENBICHT
2
OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK
2.1
Resultaten vooronderzoek
Uit de verrichte vooronderzoeken (Arcadis, Vooronderzoek drie locaties Grevenbicht/Obbicht, kenmerk 079872382 A, d.d. 5 juni 2018; Econsultancy, Historisch vooronderzoek nieuwe centrale sport- en/of schoollocaties, kenmerk 14081796, d.d. 19 november 2014) is het volgende gebleken: • De percelen gemeente Obbicht en Papenhoven, sectie C, nummers 372 en 529 zijn in gebruik (geweest) als moestuin en ter plaatse werd de dakbedekking van de opstallen als asbestverdacht aangemerkt. Dit maakt de bodem verdacht op het voorkomen van asbest en derhalve is ter plaatse van deze twee percelen het verkennend bodemonderzoek uitgebreid met een verkennend onderzoek asbest in bodem. • Het (voormalige) gebruik als boomgaard van het meest noordoostelijk gedeelte en het gebruik als moestuin/boomgaard van de locatie maakt de bodem verder verdacht voor bestrijdingsmiddelen. Om deze reden zijn zowel de voormalige boomgaard ter plaatse van het meest noordoostelijk gedeelte (ter plaatse van het perceel sectie C, nummer 901 ged.) als de twee als moestuin gebruikte percelen (sectie C, nummers 372 en 529) als verdachte deellocaties onderzocht. Hierbij zijn tijdens het verkennend bodemonderzoek de parameter OCB (organochloorbestrijdingsmiddelen) meegenomen in het analysepakket van de bovengrond. • Het overige gedeelte van de onderzoekslocatie is niet verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging.
2.2
Hypothese en onderzoeksopzet
In paragraaf 2.1 zijn de resultaten van het vooronderzoek samengevat. Op basis van deze resultaten is de onderzoekshypothese en de bijbehorende onderzoeksstrategie geformuleerd. In de NEN 5740+A1 en de NEN 5707+C1 zijn, afhankelijk van de onderzoeksstrategie, richtlijnen gegeven voor de aantallen te verrichten boringen en te analyseren grond‐ en grondwatermonsters als functie van de oppervlakte van de te onderzoeken locatie. In Tabel 1 is de onderzoeksopzet van het gecombineerde verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740+A1 en het verkennend onderzoek asbest in bodem conform NEN 5707+C1 samengevat. Tabel 1 Samenvatting onderzoeksopzet
Oppervlak (m2)
Aantal boringen / proefgaten
Aantal peilbuizen
VED-HE-NL
2.600
13 proefgaten met afm. 0,3 x 0,3 x 0,5 m 2 boringen tot 2 m-mv
Gecombineerd 2 x STP GR+OCB met onverdacht 1 x STP GR gedeelte 3 x asbest in grond
Perceel 901, ged. VED-HE-NL voormalige boomgaard
3.800
15 boringen tot 0,5 m-mv 1 boring met 3 boringen tot 2 m-mv peilbuis
3 x STP GR+OCB 1 x STP GR 1 x STP GW
Overig onverdacht terrein
34.000
21 boringen tot 0,5 m-mv 6 boringen met 4 boringen tot 2 m-mv peilbuis
7 x STP GR 6 x STP GW
Deellocatie
Strategie
Aantal analyses *
Op asbestverdacht gedeeltes Percelen 372 en 529, (voormalige) moestuin Overige gedeeltes
ONV-GR-NL
*: Toelichting zie §2.4
Aangezien het onverdachte gedeelte van de onderzoekslocatie groter is dan 1,0 ha en uit het vooronderzoek is gebleken dat deze altijd eenzelfde, extensief gebruik heeft gehad (namelijk agrarisch gebied) is de onderzoeksstrategie voor grootschalig onverdachte (niet-lijnvormige) locaties (ONV-GR-NL) gehanteerd. Direct voorafgaand aan het veldwerk (§ 2.3) is een terreininspectie uitgevoerd. De resultaten van de terreininspectie gaven geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksopzet.
Onze referentie: 083880250 A
7 van 25
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM AAN DE KEMPENWEG TE GREVENBICHT
2.3
Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is uitgevoerd in de periode van 12 t/m 14 maart 2019. In het veld is de vrijgekomen grond beoordeeld op de bodemkundige samenstelling. Hierbij zijn eveneens de percentages lutum en organische stof geschat. Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke en op afwijkingen van geur en kleur, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De uitgeboorde grond van elke boring is per bodemlaag van maximaal 0,5 m bemonsterd. Afhankelijk van de bodemopbouw en de veldwaarnemingen is eventueel een kleiner monstertraject gekozen. Maaiveldinspectie De visuele maaiveldinspectie voor het asbestverdachte gedeelte heeft op dezelfde dag plaatsgevonden als het veldwerk. De maaiveldinspectie is uitgevoerd voor start van de overige veldwerkzaamheden. De weersomstandigheden waren op deze dag gunstig voor het uitvoeren van het verkennend onderzoek (neerslag < 10 mm en meer dan 50 meter zicht). Het maaiveld is geïnspecteerd middels inspectiestroken van maximaal 1,5 m die haaks op elkaar zijn doorlopen. Het maaiveld was vrij van objecten en plassen maar was wel begroeid met vegetatie (gras), met minder dan 25% bedekking. Er is tijdens de maaiveldinspectie geen asbestverdacht materiaal aangetroffen op het maaiveld.
Grondwater Tijdens het veldwerk bleek er ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie in de ondergrond een grindpakket voor te komen, waardoor de boringen handmatig niet dieper te plaatsen waren dan 3 à 4 m -mv. Het grondwater zou volgens het vooronderzoek voorkomen op circa 5,0 à 5,5 m -mv. maar is, vanwege de dieper gelegen grindpakketten, sterk afhankelijk van het waterpeil in de nabijgelegen Maas. Conform de NEN 5740 is er geen onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater noodzakelijk, indien de grondwaterspiegel zich dieper bevindt dan 5 m -mv. Doordat de boringen vanwege het aanwezige grind niet dieper tot op 5,0 m -mv konden worden doorgezet, kon de onderzoeksnoodzaak van het grondwater op basis van de grondwaterspiegel niet worden vastgesteld. Er is tijdens het veldwerk in geen van de boringen grondwater aangetroffen, waardoor wel is aangetoond dat het grondwater zich dieper bevindt dan 4 m -mv. (de maximale boordiepte). Op basis van de resultaten van het veldwerk en het vooronderzoek, verwachten wij dat onderzoek van het grondwater niet noodzakelijk is. Gezien de aanleiding van het onderzoek wordt ook niet verwacht dat het grondwateronderzoek belemmeringen zou kunnen opleveren voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Gezien de grondwaterstand die in ieder geval zich dieper bevindt dan 4 m-mv.
maar (vermoedelijk) zich nog (veel) dieper bevindt dan 5 m -mv., zeker in droge periodes, en de uitgebreide inspanningen die geleverd zouden moeten worden (machinale boringen) om dat vast te stellen heeft er geen grondwateronderzoek plaatsgevonden door het plaatsen van peilbuizen en bemonsteren van grondwater. Omdat ook niet in het veld vastgesteld is kunnen worden dat het grondwater zich daadwerkelijk dieper dan 5 m -mv. bevindt, is dit formeel een afwijking op de NEN 5740. Verder gaven de bevindingen van het veldwerk geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksopzet.
Onze referentie: 083880250 A
8 van 25
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM AAN DE KEMPENWEG TE GREVENBICHT
2.4
Uitvoering laboratoriumonderzoek
Voor de analyses van de vaste bodem zijn van zowel de bovengrond als de ondergrond in het laboratorium representatieve mengmonsters samengesteld. De samenstelling van de mengmonsters heeft plaats gevonden op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de locaties van de boringen en/of het bodemtype. De monsters zijn geanalyseerd op de parameters van het standaardpakket. Het standaardpakket omvat: Landbodem en grond (STP GR): • Droge stofgehalte. • Bodemkenmerken: organisch stof en lutum. • Metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink. • Organische parameters: som-PCB's (polychloorbifenylen; 7), som-PAK's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen; 10) en minerale olie. Voor de twee verdachte deellocaties geldt dat de mengmonsters van de bovengrond tevens zijn geanalyseerd op organochloorbestrijdingsmiddelen. Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek asbest in de bodem zijn van de verdachte bodemlaag mengmonsters samengesteld, waarvan de fijne fractie is geanalyseerd op asbest in grond. De resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in hoofdstuk 4. De resultaten van het laboratoriumonderzoek gaven geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksopzet (§ 3.1).
2.5
Kwaliteitsborging
De genoemde werkzaamheden zijn uitgevoerd in overeenstemming met de regelgeving die bekend is onder de naam KWALIBO (dat staat voor kwaliteitsborging bij bodemintermediairs). Arcadis Nederland B.V., met hoofdvestiging in Arnhem en diverse kantoren verspreid in Nederland, en al dan niet ingezette onderaannemers zijn volgens het procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek gecertificeerd voor de uitvoering van het genoemde milieukundig veldwerk. Het veldwerk is uitgevoerd zoals genoemd in de BRL SIKB 2000 en onderliggende protocollen 2001 en 2018. Het milieukundig veldwerk zoals beschreven in deze rapportage is onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd door een of meerdere erkende medewerker(s) (zie verklaring in bijlage F). Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door een conform AS SIKB 3000 geaccrediteerd laboratorium. Een eventuele afwijking op een richtlijn of norm is benoemd in deze rapportage waarbij is beschreven wat hiervan de consequentie is voor de kwaliteit. Dit rapport draagt daarom het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg bodembeheer SIKB’. Afwijkingen Grondwater In afwijking van de NEN 5740+A1 heeft er geen grondwateronderzoek plaatsgevonden, zoals is besproken in paragraaf 2.3, hoewel tijdens het veldwerk niet met zekerheid vastgesteld kon worden dat de grondwaterspiegel dieper dan 5 m -mv. lag.
Gezien het doel van dit onderzoek, risicobepaling voor wijziging naar een gevoeliger gebruik van het terrein, is het echter al voldoende om te weten dat de grondwaterstand dieper staat dan 4,0 m -mv. Over een dergelijke afstand is namelijk geen significante uitdamping van eventuele verontreinigingen in het grondwater te verwachten die humane risico’s tot gevolg kunnen hebben. Tevens zijn er op basis van het resultaten van het vooronderzoek op de onderzoekslocatie geen sterke grondwaterverontreinigingen met vluchtige stoffen te verwachten die een risico kunnen vormen. Deze afwijking het derhalve ook geen invloed op de conclusies van dit onderzoek.
Onze referentie: 083880250 A
9 van 25
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM AAN DE KEMPENWEG TE GREVENBICHT Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters, protocol 3001, tabel 2 (grond) Op het analysecertificaat met kenmerk 837736 is een aantekening opgenomen (bijlage D van de certificaten) dat de conserveringstermijn bij de volgende bepaling overschreden is: • Naftaleen (MM04 en MM14). De conserveringstermijn van de monsters is overschreden door vertragingen die zijn ontstaan doordat in het laboratorium de voorbehandeling niet tijdig is uitgevoerd. Het betreft in beide gevallen een maximale vertraging van één à anderhalve werkdag. Daarnaast is binnen dit onderzoek ervoor gekozen om een mengmonster (MM04) uit te splitsen en aanvullende analyses te verrichten. Dit heeft tot gevolg gehad dat op de analysecertificaten met kenmerk 840569 en 842146 een aantekening is opgenomen (bijlage van de certificaten) dat de conserveringstermijn bij de volgende bepalingen overschreden is: • Droge stof voor de afzonderlijk geanalyseerde monsters van boringen 008 en 009. Deze overschrijdingen zijn inherent aan dit type aanvullend bodemonderzoek, omdat de in te zetten analyses afhankelijk zijn van de tijdens de eerste fase van het laboratoriumonderzoek verkregen resultaten.
Het droge stofgehalte van het veldmonster dat bij de droge stofbepaling is vastgesteld wijkt mogelijk af als gevolg van de overschrijding van de conserveringstermijn. De grootte van de afwijking is onbekend en niet te herleiden. Een afwijking in het droge stofgehalte heeft echter geen invloed op de analyseresultaten van de overige geanalyseerde stoffen en de daarop gebaseerde conclusies en aanbevelingen. Voor het vaststellen van de concentraties van stoffen in het grondmonster wordt het monster namelijk gedroogd, zodat de analyseresultaten van de overige stoffen uitgedrukt kunnen worden in een concentratie per kilogram droge stof. Indien de waarde van het droge stofgehalte is beïnvloed door de overschrijdingen van de conserveringstermijn, heeft dit geen invloed op de gehalten aan zware metalen, uitgedrukt in mg/kg droge stof, en daarmee op de conclusies van het onderzoek.
Onze referentie: 083880250 A
10 van 25
VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM AAN DE KEMPENWEG TE GREVENBICHT
3
RESULTATEN
In dit hoofdstuk worden de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek besproken.
3.1
Bodemopbouw en grondwater
De lokale bodemopbouw is afgeleid uit de uitgevoerde boringen en is in Tabel 2 geschematiseerd weergegeven. In Bijlage B zijn de boorstaten opgenomen van de bij het onderzoek uitgevoerde boringen en geplaatste peilbuizen. De ligging van alle boringen en peilbuizen is weergegeven op tekening 1 (Bijlage H). Tabel 2 Lokale bodemopbouw
Diepte (m –mv.)
Omschrijving
0,0 - 0,5
Sterk zandig, plaatselijk humeus leem