03.2 Regels Bp Bie de Roo Baek 2021
Tekst van het document
15.2
Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten
a. Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan op grond van hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. c. de maximale hoogte van alarmmasten bedraagt 40 meter.
Artikel 16
16.1
Algemene aanduidingsregels
beekdal
16.1.1 Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'beekdal' zijn de gronden primair bestemd voor de instandhouding en versterking van de natuurlijke waterhuishouding van zowel het oppervlaktewater als het grondwater, en de daarvan afhankelijke landschappelijke en natuurlijke waarden.
16.1.2 Bouwregels Op de als 'beekdal' aangeduide gronden mogen, in afwijking van het bepaalde in de afzonderlijke artikelen, uitsluitend worden gebouwd bouwwerken van geringe omvang, welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van een watergang of regenwaterbuffer, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte bedraagt per hectare maximaal 20 m²; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,2 meter.
16.1.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a
Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeervoorzieningen en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; c. het scheuren van grasland, voorzover het betreft waardevolle graslandvegetaties; d. het bemalen of draineren van gronden en het winnen van water of het anderszins verlagen van de grondwaterstand; e. het aanbrengen en/of aanleggen van oeverbeschoeiingen en het graven en/of aanleggen van waterlopen. b
Uitzondering
Het verbod als bedoeld onder a geldt niet voor het uitvoeren van: a. werken en/of werkzaamheden, die van geringe omvang zijn danwel het normale onderhoud en beheer betreffen; b. werken en/of werkzaamheden, welke op het tijdstip waarop het plan in werking treedt, in uitvoering zijn; c. werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. c
Toelaatbaarheid
De werken en/of werkzaamheden als bedoeld onder a zijn slechts toelaatbaar, mits uitvoering van de werken en/of werkzaamheden niet leidt tot de in Bijlage 1 genoemde gevolgen voor landschaps-, natuuren cultuurhistorische waarden.
16.2
ecologische hoofdstructuur (ehs)
16.2.1 Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'ecologische hoofdstructuur (ehs)' zijn de gronden primair bestemd voor de instandhouding en versterking van de samenhang tussen abiotische (niet-levende natuur) en biotische (levende natuur) kenmerken van de gronden.
16.2.2 Bouwregels Op de als 'ecologische hoofdstructuur (ehs)' aangeduide gronden mogen, in afwijking van het bepaalde in de afzonderlijke artikelen, uitsluitend worden gebouwd bouwwerken van geringe omvang, die noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van een watergang of regenwaterbuffer, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte bedraagt per ha. maximaal 20 m²; b. de bouwhoogte bedraaht maximaal 3,2 meter.
16.2.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a
Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeervoorzieningen en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen; c. het vellen en/of rooien van houtgewas, met name hoogstamboomgaarden, of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadigingen van houtgewas teg gevolg kunnen hebben, behoudens bij wijze van verzorging; d. het bebossen van gronden; e. het scheuren van grasland, voorzover het betreft waardevolle graslandvegetaties; f. het bemalen of draineren van gronden en het winnen van water of het anderszins verlagen van de grondwaterstand; g. het aanbrengen en/of aanleggen van oeverbeschoeiingen en het graven en/of aanleggen van waterlopen. b
Uitzondering
Het verbod als bedoeld in a geldt niet voor het uitvoeren van: a. werken en/of werkzaamheden, die van geringe omvang zijn danwel het normale onderhoud en beheer betreffen; b. werken en/of werkzaamheden, welke op het tijdstip waarop het plan in werking treedt, in uitvoering zijn; c. werken en/of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. c
Toelaatbaarheid
De werken en/of werkzaamheden als bedoeld in a zijn slechts toelaatbaar, mits uitvoering van de werken en/of werkzaamheden niet leidt tot de in Bijlage 1 genoemde gevolgen voor landschaps-, natuuren cultuurhistorische waarden.
16.3
milieuzone - boringsvrije zone roerdalslenk, zone 2
16.3.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone roerdalslenk, zone 2' geldt dat de gronden tevens bestemd zijn voor de bescherming van de bodem en het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening.
16.3.2 Specifieke gebruik sregels Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone roerdalslenk, zone 2' is het niet toegestaan om: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 30 meter beneden het maaiveld; b. de grond te roeren dieper dan 30 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten; c. een bodemenergiesysteem op te richten, welke dieper reikt dan 30 meter beneden het maaiveld; d. boorputten op te richten wanneer de doorboorde weerstandbiedende lagen en het boorgat, van 0 tot 3 meter beneden het maaiveld, niet worden afgedicht met klei of bentoniet.
16.3.3 Uitzonderingen De in 16.3.2 onder a. en b. gestelde verboden gelden niet voor: a. het inrichten van boorputten ten behoeve van het provinciale grondwaterbeheer in het kader van de Wet bodembescherming en de Waterwet; b. het verrichten van bodemonderzoeken die bij of krachtens wet zijn voorgeschreven.
16.3.4 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 16.3.2 onder a. en b. als gewaarborgd is dat geen sprake is van nadelige gevolgen voor de grondwaterwinning en met dien verstande dat de omgevingsvergunning alleen kan worden verleend wanneer Gedeputeerde Staten vooraf gehoord is.
16.3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a
Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 30 meter beneden het maaiveld; b. de grond te roeren dieper dan 30 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten. b
Uitzondering
Het verbod als bedoeld onder a geldt niet voor: a. het inrichten van boorputten ten behoeve van het provinciale grondwaterbeheer in het kader van de Wet bodembescherming en de Grondwaterwet;
b. het verrichten van bodemonderzoeken die bij of krachtens wet zijn voorgeschreven. c
Toelaatbaarheid
Indien er bij de werkzaamheden als bedoeld in dit artikel sprake is van een boorput, zijn de werkzaamheden slechts toelaatbaar indien de doorboorde weerstandbiedende lagen en het boorgat, van 0 tot 3 meter beneden het maaiveld, worden afgedicht met klei of bentoniet.
Artikel 17
17.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a. de in de regels voorgeschreven maatvoering met maximaal 10%; b. de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter.
Artikel 18
18.1
Algemene wijzigingsregels
Algemene wijziging
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerpplan worden gewijzigd.
Artikel 19
19.1
Overige regels
Prioriteit van dubbelbestemmingen
a. Waar een enkelbestemming samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming;
b. Waar dubbelbestemmingen samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de regels van de bestemming 'Waarde - Archeologie 4'; 2. in de tweede plaats de regels van de bestemming 'Waterstaat - Beschermingszone waterstaat'; 3. in de derde plaats de regels van de bestemming 'Waarde - Ecologie';
Hoofdstuk 4 Artikel 20
20.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
20.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
20.3
Hardheidsclausule
Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
Artikel 21
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Bie de Roo Baek 2021'.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van ………………………
De voorzitter,
De griffier,
……….
………
Inhoudsopgave
Bijlagen bij Regels
2
Bijlage 1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
2
Bijlage 2
8
Overzicht beroep of bedrijf aan huis
Bijlagen bij Regels Bijlage 1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Werken en werkzaamheden BODEM 1. Afgraven (verlagen) a. definitie: Het verwijderen van de bovenste bodemlaag/bodemlagen. b. doel: Verschraling: verwijderen van bemeste/verzuurde gronden Tegengaan verdroging in verdroginggevoelige gebieden Grondstoffenwinning (humus, zand, klei, leem) Aanleggen van poelen c. effect: Verandering bodemprofiel Verkleining afstand maaiveld-grondwater (ontwateringsdiepte) d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden (Landschap, Natuur en Cultuurhistorische waarden): Vernatting Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) Verlies ecologische gradiënt bij slootkanten, poelen, laagtes en overig microreliëf Verlies microreliëf en aardkundige vormen (bv. oude stroomgeulen, holle wegen, steilranden) Verlies vegetatiewaarden 2. Ophogen a. definitie: Het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag b. doel: Mogelijk maken van bouwactiviteiten door aanvoer van grond van elders Opheffen van maaivelddaling ten gevolge van inklinking Verschraling door aanvoer van grond van elders c. effect: Verandering bodemprofiel Vergroting afstand maaiveld-grondwater (ontwateringsdiepte) d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Verdroging
Verschraling Verlies microreliëf en aardkundige vormen (bv. oude stroomgeulen, steilranden) Verlies vegetatiewaarden Verlies aan bodemleven 3. Vergraven a. definitie: Het verwijderen van een of meerdere bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders. b. doel: Het graven en opvullen van drainagesystemen en andere sleuven en kuilen c. effect: Verandering bodemprofiel Verandering waterhuishouding in de bodem d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Verschraling Verandering hydrologische situatie Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) Verlies microreliëf en aardkundige vormen (bv. oude stroomgeulen, steilranden) Verlies vegetatiewaarden Verlies aan bodemleven 4. Diepploegen en -woelen a. definitie: Het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel, eventueel tot in de diepere ondergrond. (Eenmalige ingreep met blijvend effect) b. doel: Verbetering bodemprofiel voor agrarisch gebruik Vergroten bewortelingsdiepte Vergroten berijdbaarheid Verschraling Mengen van kleigrond met onderliggend zand c. effect: Homogenisatie van de bodem Vernietiging bodemprofiel Verandering waterhuishouding bodem d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Drastische wijziging bodem en daarmee groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren etc.
Verschraling Verandering hydrologische situatie; in gebieden met stagnerend grondwater kan doorbreking van een ondoorlatende laag in de bodem leiden tot verdroging omgeving en leeglopen vennen. Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) Verlies microreliëf Verlies vegetatiewaarden Verlies aan bodemleven 5. Egaliseren a. definitie: Het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (feitelijk een combinatie van ophogen en afgraven) b. doel: Wateroverlast en droogtegevoeligheid binnen agrarisch perceel tegengaan Verbetering van de bewerkbaarheid voor agrarisch gebruik Opheffen niveauverschillen die het effect zijn van inklinking c. effect: Afvlakken van reliëf Verandering waterhuishouding bodem
d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Verandering hydrologische situatie Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden, bodemkundige waarden) Verlies aan biotopen van microreliëf (bermen, hellinkjes, gradiënten hoog-laag 6. Indrijven van voorwerpen in de grond a. definitie: Diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen b. doel: Dragers voor bouwwerken aanbrengen, damwanden plaatsen c. effect: Bouwen op slappe bodem is mogelijk, afschermen van delen van de bodem Ondergrondse leidingen kunnen beschadigd worden d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: doorbreken ondoorlatende bodemlagen en daarmee verstoring van de (grond)waterhuishouding WATERHUISHOUDING 7. Aanleg drainagestelsel a. definitie: Het aanbrengen van drainagebuizen in de grond, in het algemeen op een diepte van 80-110 cm -mv. b. doel: (Versterken) ontwatering van een of meerdere percelen c. effect: Lokale verlaging grondwaterstand -> perceel wordt droger d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Verlies aan waarden in de bodem (archeologische waarden) Verdroging -> verzuring Verlies aan natte levensgemeenschappen 8. Aanbrengen onderbemaling a. definitie: Bemalen van een of meerdere percelen, waardoor de grondwaterspiegel er lager staat dan in het omringende gebied. b. doel: Vergroten afstand maaiveld-grondwaterspiegel, droger maken perceel c.
effect: Verlaging grondwaterstand -> perceel wordt droger Aantrekken grondwater uit de omgeving -> omgeving wordt droger d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Verlies aan natte levensgemeenschappen Inklinking veenbodem (onomkeerbaar) Verdroging -> verzuring 9. Aanleggen van dammen a. definitie: Aanbrengen van een permanent, stuwend obstakel over de gehele breedte van een watergang. Hoogte zodanig dat waterloop ten dele of volledig geblokkeerd wordt. b. doel: Vasthouden water in een gebied (door verkleinen debiet) Verminderen stroomsnelheid Afsluiten waterloop Afwatering gebied in andere richting dwingen c. effect: Afname dynamiek in de waterloop Alleen bij natuurlijke waterloop: afname variatie in oever en waterloop Afname stroomsnelheid
Isolatie waterloop t.o.v. het stelsel van waterlopen d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Verlies aan levensgemeenschappen van stromend water Verlies variatie in biotopen in waterloop en oever -> verlies aan diversiteit Verlies natuurlijke karakter van waterloop (landschappelijk aspect) Vernatting Verminderen verdroging 10. Aanbrengen van stuwen a. definitie: Aanbrengen van een stuwend obstakel waarvan de werking tijdelijk geheel of gedeeltelijk opgeheven kan worden. b. doel: Verminderen stroomsnelheid Vasthouden water in een gebied (verkleinen debiet) c. effect: Vermindering dynamiek in waterloop Alleen bij natuurlijke waterloop: afname variatie in oever en waterloop Sterk wisselende stroomsnelheid d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Verlies aan levensgemeenschappen van stromend water Wegspoelen levensgemeenschappen bij openen stuw Verlies aan variatie in biotopen in waterloop en oever -> verlies aan diversiteit Verdwijnen natuurlijke karakter van waterloop (landschappelijk aspect) Vernatting Verminderen verdroging 11. Aanleggen, verbreden of verbeteren van sloten en greppels a. definitie: Aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten en greppels. b. doel: Verbeteren ontwatering agrarische gronden. c.
effect: Verkleining afstand maaiveld-grondwaterspiegel (ontwateringsdiepte) Vergroten oppervlakkige afstroming neerslagwater Droger worden omgeving Verlies aan levensgemeenschappen van slootkanten door steiler worden talud d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Aantrekken kwelstromen in nieuwe of uitgediepte sloten -> voor natuur waardevol kwelwater wordt afgevoerd en bereikt maaiveld niet Verdroging omgeving -> verlies aan natte biotopen, verzuring Tijdelijke en blijvende schade aan levensgemeenschappen van sloten en slootkanten Toename extremen in waterafvoer -> moeilijker bestaan voor levensgemeenschappen van sloten en slootkanten Verlies aan waterplanten (door schonen en door verandering in waterafvoer en beekprofiel)-> verbraseming; slechtere waterkwaliteit Verandering percelering (landschappelijk/cultuurhistorisch aspect) Verandering karakter sloten en greppels (landschappelijk aspect) 12. Dempen sloten en greppels a. definitie: Dichten van sloten of greppels met van elders aangevoerde grond b. doel: Verkleinen waterafvoer van agrarische gronden Wijzigen perceelsindeling c. effect: Natter worden van omliggende gebied Afname totale slootlengte
d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Verlies aan biotopen voor levensgemeenschappen van sloten, slootkanten Verdwijnen verbindingszone voor planten en dieren Vernatting omgeving Verandering kavelpatroon 13. Dempen van kleine geïsoleerde wateren a. definitie: Dichten van kleine wateren (poelen, vennen, wielen, afgesneden meanders) met van elders aangevoerde grond b. doel: Egaliseren agrarisch perceel Vergroting oppervlak agrarisch bruikbare grond Efficiëntere bewerking agrarische grond mogelijk maken c. effect: Verlies aan kleine wateren Egalisatie landschap Toename kwel in directe omgeving d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Verlies aan biotopen voor levensgemeenschappen van poelen, vennen, oevers Verlies aan voortplantingsplaatsen voor amfibieën Vernatting directe omgeving 14. Aanbrengen oeverbeschoeiing: a. definitie: Het aanbrengen van houten of betonnen versteviging op of voor een oever b. doel: Tegengaan van wegslaan van de oevers door waterstroming of golfslag c. effect: Stabilisatie oevers (plaats en vorm) Verloren gaan natuurlijke oever Onderbreking gradiënt nat-droog Oever wordt hoger en steiler (90° t.o.v. wateroppervlak) d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Oevers worden niet-passeerbare barrières voor veel diersoorten (o.a.
das, egel, kikker), en kosten daardoor dierenlevens Verdwijnen of aantasting van groeiplaats voor oevervegetaties Verdwijnen natuurlijke oevers en variatie daarin (bv. nestgelegenheid voor ijsvogels). BEPLANTINGEN 15. Rooien van houtgewas a. definitie: Het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, houtsingels, houtwallen) b. doel: Verwijderen van ziek plantmateriaal Onderhoud - uitdunning Hinder voor agrarische bedrijfsvoering verminderen c. effect: Grotere openheid landschap Verlies aan beschutting, schaduw d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Verlies aan biotopen voor levensgemeenschappen van struweel, houtwallen, bos Verlies aan oriëntatiepunten en -lijnen voor veel diersoorten (o.a. vlinders, vleermuizen, marterachtigen) Verlies aan slaap/schuilplaatsen, nestgelegenheid, dekking tegen weersomstandigheden Grotere openheid, betekent soms toename leefgebied weidevogels
Verlies aan landschapselementen (landschappelijk, cultuurhistorisch aspect) 16. Aanplanten van houtgewas (uitgezonderd: boomteelt) a. definitie: Het planten van bomen en/of struiken b. doel: Vergroten natuurwaarden, landschappelijke kwaliteit Houtproductie Bescherming tegen wind c. effect: Verminderen openheid landschap Toename houtgewas/landschapselementen Meer beschutting, schaduw d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Toename biotopen voor levensgemeenschappen van struweel, houtwallen, bos e.d. Nieuwe oriëntatiepunten en -lijnen voor veel diersoorten Beschutting voor planten en dieren Minder openheid, kan verlies betekenen voor leefgebied weidevogels Ander landschapsbeeld 17. Omzetten van grasland in bouwland of sierteeltgrond a. definitie: Verwijderen gras en aanplanten of inzaaien van andere gewassen b. doel: Gebruik grond voor de teelt van gewassen voor voedselproductie of productie van diervoeders c. effect: Grasland verdwijnt, perceel krijgt andere functie d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Verlies aan graslandvegetaties en bijbehorende fauna Fourageerplaats voor enkele diersoorten gaat verloren (o.a. das) Verkleining areaal weidevogelgebied 18. Omzetten van grasland in boomkwekerij a. definitie: Verwijderen gras en aanplanten van gewassen of jonge bomen, die permanent een bepaalde hoogte (soms meer dan 1m) hebben b.
doel: Gebruik grond voor het opkweken van sierteelten of bomen c. effect: Grasland verdwijnt, perceel krijgt functie van sierteeltrond of boomkwekerij d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Verloren gaan van graslandvegetaties en bijbehorende fauna Fourageerplaats voor enkele diersoorten verdwijnt (o.a. das) Verkleining areaal weidevogelgebied Verandering landschapsbeeld (openheid gaat verloren) 19. Omschakeling van bouwland naar boomteelt a. definitie: Het aanplanten van gewassen of jonge bomen, die permanent een bepaalde hoogte (soms meer dan 1m) hebben b. doel: Gebruik grond voor het opkweken van sierteelten of bomen c. effect: Akkerbouwgrond verdwijnt, perceel krijgt functie van sierteeltrond of boomkwekerij d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Verloren gaan van biotoop voor soorten / Fourageerplaats, die (deels) afhankelijk zijn van akkerbouwgronden Verandering landschapsbeeld (openheid gaat verloren)
INFRASTRUCTUUR EN ONTSLUITING 20. Aanbrengen van verhardingen a. definitie: Het bestraten of asfalteren van de bodem b. doel: Tegengaan vervuiling bodem en grondwater (bv. door aanleg mestplaat, ondergrond voor containerteelt) Aanleggen ontsluitingspad in weilanden of akkers Aanleggen van langzaam verkeer routes of parkeerplaatsen ten behoeve van recreatief medegebruik c. effect: Afsluiting bodem Oppervlakkige afvoer neerslag (met evt. verontreiniging) naar randen verharding d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Biotoop voor soorten die in de bodem leven gaat verloren Verharding is barrière voor kleine diersoorten (o.a. muizen, amfibieën, insecten) Vermindering infiltratie kan groeiplaats vegetatie in de directe omgeving beïnvloeden Archeologisch interessante bodem wordt ontoegankelijk Verstening buitengebied 21. Aanbrengen van ondergrondse leidingen a. definitie: Vergraven en eventueel plaatselijk rooien van houtgewas b. doel: Leggen van diverse leidingen c. effect: als bij vergraven en rooien houtgewas d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: Als bij vergraven en rooien houtgewas 22. Wijzigen perceelsindeling a. definitie: Verwijderen bestaande perceelsgrenzen en/of aanbrengen nieuwe perceelsgrenzen (sloten, afrasteringen, hagen, houtwallen) b. doel: Efficiënter gebruik van agrarische grond mogelijk maken, veldsituatie aanpassen aan eigendomssituatie c.
effect: Verdwijnen van perceelsgrenzen Nieuwe perceelsgrenzen d. Mogelijke gevolgen voor LNC-waarden: het verkavelingspatroon verandert patroon van watergangen verandert schaalvergroting/schaalverkleining verdwijnen/toevoegen verbindingswegen (perceelsranden) en oriëntatielijnen voor sommige diersoorten
Bijlage 2 Overzicht beroep of bedrijf aan huis
Overzicht beroep of bedrijf aan huis Beroep aan huis
Bedrijf aan huis
Advocaat Accountant – administratieconsulent Alternatieve genezer
Autorijschool (geen theorie) Bloemschikker Computerservice (o.a. systeembouw/analyse) Decorateur Fietsenreparateur Fitnessstudio Fotograaf Goud- en zilversmid Glazenwasser Hoedenmaker Hondentrimmer Instrumentenmaker Internetverkoop Kaarsenmaker Kapsalon Klompenmaker Koeriersdienst Lijstenmaker Loodgieter Meubelmaker Muziekinstrumentenmaker Nagelstudio/pedicure Pottenbakker Prothesenmaker Reisorganisatie (kleinschalig) Reparatie van kleine consumentenartikelen (antiek/radio’s-Tv’s/ horloges etc.) Schoonheidsspecialist Traiteur Tv/radio reparateur Zadelmaker
Belastingconsulent Bouwkundig architect Dierenarts Fysiotherapeut Gerechtsdeurwaarder Huidtherapeut Huisarts Interieurarchitect Juridisch adviseur Kunstenaar Logopedist Medisch specialist Notaris Oefentherapeut Cesar/Mensendieck Organisatieadviseur Orthopedagoog Psycholoog Raadgevend adviseur Redacteur Registeraccountant Stedenbouwkundige Tandarts Tandarts – specialist (al dan niet beëdigd) tolk-vertaler Tuin- en landschapsarchitect Verloskundige
1