02 Voorlopige jaarstukken 2023 GR KBL
Tekst van het document
Realisatie 2022 54.800 447.700 343.500 174.000 803.000 687.500 453.600 211.672 3.175.772
Verschil 40.672 133.556 186.900 66.672118.856 240.076 75.125 12.825 741.338
Wsnp-verklaringen Zoals bij het onderdeel Schuldenaanpak al is opgemerkt, spant KBL zich in om zoveel als mogelijk minnelijk tot een akkoord met de schuldeisers van een klant te komen, mits dit de duurzame oplossing voor de schuldenproblematiek van de klant dient. Het stemt tot tevredenheid dat dit in steeds meer gevallen slaagt. Mocht echter geen akkoord met de schuldeisers worden bereikt, dan mag een verzoek voor toelating tot de wettelijke schuldsanering (WSNP) bij de Rechtbank worden ingediend. Bij toelating tot de Wsnp wordt voor de klant een bewindvoerder Wsnp aangewezen. Deze Wsnp-trajecten vinden buiten KBL plaats waarbij in sommige gevallen wel het inkomensbeheer bij KBL plaatsvindt. Zowel klanten, de Rechtbank als KBL kijken tevreden terug op de nieuwe werkwijze waarbij KBL klanten veel intensiever voorbereidt op een Wsnp-zitting en het daarop volgende Wsnptraject. We merken nogmaals nadrukkelijk op dat een aanvraag voor toelating tot de WSNP geen “mislukt” minnelijk traject is. Vanuit de Wsnp-wetgeving heeft er in 2023 wel een aanpassing plaatsgevonden waarbij een gedegen onderbouwing waarom een minnelijk traject geen kans van slagen heeft ook zou volstaan om een aanvraag Wsnp te mogen indienen. Voorheen diende altijd een minnelijk traject ondernomen te worden.
In de praktijk is dit echter nauwelijks aan de orde geweest omdat minnelijk nog steeds meer dan 83% van de trajecten slaagt. Onderstaand een overzicht van de afgifte Wsnp-verklaringen in 2023: Afgifte Wsnp-verklaringen
Totaal
GR 2023 34 34
Niet GR 2023 14 14
Totaal 2023 48 48
Totaal 2022 123 123
In 2023 zijn 48 WSNP-verzoekschriften door de KBL afgegeven.
_____________________________________________________________________________________________ 27
Jaarstukken 2023
Kerngegevens
Inwoners aantal Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Maastricht Sittard-Geleen Totaal
per 1 jan 2023 27.682 87.122 45.620 37.175 122.734 92.234 412.567
per 1 jan 2022 27.674 86.845 45.324 37.023 121.151 91.719 409.736
_____________________________________________________________________________________________ 28
Jaarstukken 2023
Jaarrekening 2023 Kredietbank Limburg
_____________________________________________________________________________________________ 29
Jaarstukken 2023
Balans per 31 december 2023 (na resultaatbestemming)
2022
2023
ACTIVA Vaste Activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Gebouwen Machines, apparaten en installaties Totaal materiële vaste activa met economisch nut
0 156.078 156.078
0 154.389 154.389
Totaal vaste activa
154.389
156.078
5.905.303
5.037.580
Financiële vaste activa Kredieten Vlottende activa Uitzettingen Liquide Middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa
588.375 6.748.647 111.626
504.363 6.776.840 726.580
Totaal
8.007.784
7.448.648
14.067.476
12.642.306
Passiva Vaste Passiva Eigen vermogen Resultaat vóór verliesverrekening Bijdrage GR-gem. in exploitatieres. Eigen vermogen ult. verslagperiode Voorzieningen Vaste schulden
0 17.057 0 17.057 222.000 615.611
17.057 318.494 0 335.551 247.748 615.611
854.668
1.198.910
Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto vlottende schulden Overlopende passiva Totaal vlottende passiva Totaal
11.254.173 533.466
11.999.378 869.187 12.868.565
11.787.638
14.067.476
12.642.306
_____________________________________________________________________________________________ 30
Jaarstukken 2023
Overzicht van baten en lasten 2023
Begroting primair 2023
Realisatie 2023
Begroting 2023 na wijziging
991.828 991.828
979.000 979.000
594.000 594.000
845.400 845.400
1.357.083
1.295.000
1.517.000
1.297.302
269.512
275.000
248.000
231.024
Inkomensbeheer en ondersteuning: Budgetbeheer BBR-Maatwerk Bewindvoering subtotaal
1.377.976 917.388 2.613.136 4.908.501
1.425.000 920.000 2.542.000 4.887.000
1.474.000 687.000 1.822.000 3.983.000
1.375.827 565.781 1.872.705 3.814.312
Schuldenaanpak
3.994.050
4.048.000
4.507.000
3.750.220
9.564
10.000
19.000
9.204
383.184
40.000
15.000
42.964
386.723 97.932 484.655
420.000 1.000419.000
352.000 25.000327.000
346.432 4.526 350.958
-
-
-
611.988
7.285
10.000
25.000
8.880
440.586
-
-
572.858
Preventie, vroegsignalering en educatie Preventieprojecten subtotaal Intake Sociale kredietverstrekking (intake)
Nazorg Overige bedrijfsopbrengsten Rentemarge Renteopbrengsten Rentekosten Rentemarge Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieres. Deelname GR-gem. in voorz. kredport. Opbrengsten Kinderopvangtoeslagaffaire
Realisatie 2022
12.846.247
11.963.000
11.235.000
11.535.109
9.397.450 12.401 656.667 114.354 87.438 334.555 1.338.131 544.724 7.285 34.748 -
9.074.000 25.000 502.000 85.000 101.000 400.000 1.212.000 554.000 10.000 -
9.357.000 41.000 247.000 65.000 126.000 259.000 1.153.000 400.000 25.000 438.000-
8.746.503 14.265452.012 86.508 89.811 289.399 1.158.687 487.517 8.880 213.000 -
12.527.753
11.963.000
11.235.000
11.518.052
Saldo van baten en lasten
318.494
0
0
17.057
Mutaties reserves
-318.494
0
0
-17.057
0
0
0
0
Totale baten Lasten: Salarissen Mutatie voorziening WW-uitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Bureau/administratielasten Beheerslasten Mutatie voorziening kredietport. Mutatie voorziening bovenwettelijke vak. dagen Taakstelling KBL Totale lasten
Gerealiseerd resultaat
_____________________________________________________________________________________________ 31
Jaarstukken 2023
Toelichtingen: Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten daarvoor geeft. De terminologie die in deze jaarrekening voor de posten in de balans en in de staat van baten en lasten wordt gehanteerd, wijkt op enkele onderdelen af van het voorgeschreven jaarrekeningmodel volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Wij zijn echter van mening dat deze afwijkende terminologie het inzicht voor de gebruikers in de jaarrekening van KBL ten goede komt omdat hiermee meer recht wordt gedaan aan de verantwoording over de specifieke activiteiten van KBL op het gebied van schuldhulpverlening, budgetbeheer, beschermingsbewind en sociale kredietverlening. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.
Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegelden verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Met ingang van 1 januari 2016 is KBL belastingplichtig in het kader van de wet Vennootschapsbelasting. Ultimo 2016 is met de Belastingdienst overleg geweest over de fiscale status van de activiteiten van KBL.
Dit zal naar verwachting ertoe leiden dat geen van de activiteiten van KBL belast zullen worden in het kader van de vennootschapsbelasting. Algemeen Deze jaarrekening heeft betrekking op de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023. Alle bedragen luiden in euro’s, tenzij anders vermeld. Materiële vaste activa met economisch nut Overige investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het boekjaar volgend op ingebruikneming lineair afgeschreven _____________________________________________________________________________________________ 32
Jaarstukken 2023
in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut wordt niet afgeschreven (niet van toepassing). Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Verbouwing: Automatisering: Hardware en software Mobiele telefoons Inventaris en inrichting:
15 jaar 3-4 jaar 2 jaar 4-10 jaar
Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd, indien zij de gebruiksduur van het object verlengen. Kredieten Kredieten worden gewaardeerd op de nominale waarde, waarbij v.w.b. de integrale kredietportefeuille een voorziening is gevormd voor verwachte oninbaarheid van de kredieten. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van een evaluatie van de volwaardigheid van de per ultimo van een jaar openstaande kredieten. Hieronder zijn begrepen de vorderingen op klanten. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van een evaluatie van de volwaardigheid van de per ultimo van een jaar openstaande vorderingen. De spaartegoeden van klanten die onder bewindvoering staan, worden in de jaarrekening onder de vlottende activa opgenomen. Onder de netto vlottende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen. Terugbetaling vindt plaats op het moment dat bewindvoering is komen te vervallen. Liquide middelen De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen In 2020 is een voorziening WW-verplichting gevormd.
KBL is eigenrisicodrager voor WWuitkeringen van voormalige medewerkers. Deze voorziening wordt gewaardeerd op het voorzienbare verlies. In 2022 is een voorziening bovenwettelijke vakantiedagen gevormd. Deze voorziening wordt gewaardeerd op het voorzienbare verlies. Vaste schulden Onder de vaste schulden zijn begrepen de achtergestelde leningen die, in overeenstemming met de bepalingen bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling (GR), door aan de GR deelnemende gemeenten gestort zijn. Deze achtergestelde leningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
_____________________________________________________________________________________________ 33
Jaarstukken 2023
Netto vlottende schulden De netto vlottende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Onder de netto vlottende schulden is de post ‘crediteuren klanten’ opgenomen. Deze schulden worden tegen de nominale waarde opgenomen en hebben betrekking op verschuldigde bedragen aan crediteuren van klanten van KBL. Verantwoording van deze schulden vindt deels plaats bij ontvangst van de factuur en deels op basis van onderliggende budgetplannen. Onder de liquide middelen zijn bankrekeningen opgenomen waarop de gelden van de klanten ontvangen worden. Deze bankrekening wordt gebruikt voor de betaling van de verschuldigde bedragen aan crediteuren van klanten van KBL. Ook zijn opgenomen de schulden aan leveranciers en handelskredieten en het banksaldo van de eigen middelen van KBL. Overlopende passiva De overlopende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld conform de indirecte methode. Het kasstroomoverzicht bevat tevens de mutaties van middelen die door KBL beheerd worden ten behoeve van de klanten. Gebruik van schattingen Bij het opstellen van de jaarrekening dient de directie, in overeenstemming met algemeen geldende grondslagen, bepaalde schattingen en veronderstellingen te doen die medebepalend zijn voor de opgenomen bedragen. De feitelijke resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.
_____________________________________________________________________________________________ 34
Jaarstukken 2023
Toelichting op de balans Materiële vaste activa met economisch nut €
2023 154.389
2022 156.078
€
Het verloop van de materiële vaste activa is als volgt weer te geven: Verbouwingen
Automatisering (incl. telefonie)
Inventaris
2.043.677 2.043.677
3.242.347 3.088.695
1.020.207 1.017.780
6.306.231 6.150.152
-
153.652
2.427
156.078
-
35.030 84.460 49.430-
50.719 2.978 47.741
85.749 87.438 1.689-
2.043.677 2.043.677-
3.277.377 3.173.155-
1.070.926 1.020.758-
6.391.980 6.237.590-
-
104.222
50.168
154.389
Stand per 1 januari 2023 Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde Mutaties in 2023 Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen
Stand per 31 december 2023 Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde
Totaal
In 2023 hebben investeringen plaatsgevonden v.w.b. automatisering. Dit betreft hardware en telefonie. Daarnaast hebben investeringen plaatsgevonden v.w.b. inrichting kantoor. Investeringen worden lineair afgeschreven vanaf het boekjaar volgend op het boekjaar van investering. Verbouwingen worden afgeschreven in 15 jaar. Inventaris en inrichting wordt afgeschreven in 4 of 10 jaar. Automatisering (hardware en systemen) wordt afgeschreven in 3 of 4 jaar. Mobiele telefoons in 2 jaar.
Kredieten €
2023 5.905.303
€
2022 5.037.580
De samenstelling van de kredieten is als volgt: Persoonlijke leningen Doorlopende kredieten Voorziening oninbare kredieten
5.912.401 48 5.912.449 -7.146 5.905.303
5.066.687 1.863 5.068.550 -30.970 5.037.580
Het verloop van de kredietportefeuille in 2023 blijkt uit onderstaande opstelling: Boekwaarde per 31-12-2022 Verstrekkingen -/- aflossingen -/- afboekingen Boekwaarde per 31-12-2023
5.068.550 4.669.707 -3.794.699 -31.109 5.912.449
_____________________________________________________________________________________________ 35
Jaarstukken 2023
Onderstaand is het verloop van de doorlopende kredieten en persoonlijke leningen van 2021 tot en met 2023 weergegeven: Persoonlijke leningen (PL) 4.242.500 5.066.687 5.912.401
2021 2022 2023
Doorlopende Totale kredieten (DK) kredietportefeuille 22.332 4.264.832 1.863 5.068.550 48 5.912.449
Er is bewust ingezet op de daling van de Doorlopende Kredieten, o.a. door oversluiting. De informatie uit de tabel is vertaald naar de volgende grafiek:
Ontwikkeling kredietportefeuille 7.000.000 6.000.000 5.000.000
DK
4.000.000
PL
3.000.000
Totaal
2.000.000
1.000.000 2023
2022
2021
0
De verdeling van de kredietportefeuille is als volgt: PL aantal
Maastricht Sittard Geleen Heerlen Kerkrade Landgraaf Brunssum Totaal GR
bedrag
TOTAAL
DK aantal
bedrag
-
-
1.553.698 683.999 972.057 678.720 313.284 223.610 4.425.368
818 397 570 324 187 129 2.425
1.553.698 683.999 972.057 678.720 313.284 223.610 4.425.368
Niet-GR
801
1.487.033
1
48
1.487.081
TOTAAL
3.226
5.912.401
1
48
5.912.449
De verdeling van de kredietportefeuille over de GR-deelnemers is in de volgende grafiek inzichtelijk gemaakt.
_____________________________________________________________________________________________ 36
Jaarstukken 2023
Saldi PL & DK per 31-12-2023
Ni et-GR; 25%
Ma a stricht; 26%
Bruns sum; 4% Si tta rd Geleen; 12%
La ndgraaf; 5% Kerkra de; 11% Heerlen; 16%
Voorziening oninbare kredieten: Kredieten worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Op basis van een integrale beoordeling van de kredietportefeuille is gebleken dat een voorziening ter grootte van € 30.970 nodig is. Dit bedrag bestaat uit een gedeelte betreffende verstrekte kredieten vóór 2005 (€ 18.087) en een gedeelte betreffende kredieten vanaf 2005 (€ 12.883). Onderstaand wordt het verloop van de voorzieningen over de periode vóór 2005 toegelicht. Voorziening kredieten van vóór 2005 ultimo 2022 Dotaties Aanwendingen Vrijval Voorziening kredieten van vóór 2005 ultimo 2023
18.087 3.155 -17.349 -3.617 276
Bovengenoemde aanwendingen betreffen het afboeken van leningen. Deze afboekingen zijn te verdelen in grofweg vijf categorieën: 1. De WSNP is na drie jaar afgelopen waardoor klant schuldenvrij is; 2. Klant komt te overlijden en de eventuele erfgenamen verwerpen de erfenis of de boedel is leeg; 3. Afgewikkelde schuldregelingen (ASR); 4. Klanten zijn vertrokken en onbekend is waarheen, de zogenaamde VOW-klanten; 5. Dossiers van klanten die terugkomen van de deurwaarder als gevolg van geen verhaal. In het volgend overzicht staat per gemeente aangegeven wat het bedrag van de afboekingen is geweest van haar inwoners, inclusief de vermelding van de categorie waarin de afboeking te plaatsen is. Dit betreft de afboekingen van leningen welke zijn verstrekt vóór 2005:
_____________________________________________________________________________________________ 37
Jaarstukken 2023
Gemeente
WSNP
Overlijden
Deurwaarder kost/rente/geen verhaal
ASR VOW/Geen verhaal
Totaal
Brunssum
€0
Heerlen
€0
Landgraaf
€ 17.349
€ 17.349
Sittard-Geleen
€0
Overige
€0
Totaal 2023
€0
€0
€0
€0
€ 17.349
€ 17.349
In procenten
0%
0,0%
0%
0%
100%
100%
Totaal 2022
€ 17.824
€0
€0
€0
€0
€ 17.824
In procenten
100%
0,0%
0%
0%
0%
100%
Onderstaand wordt het verloop van de voorzieningen over de periode vanaf 2005 toegelicht.
Voorziening kredieten van vanaf 2005 ultimo 2022 Dotaties Aanwendingen Vrijval Voorziening kredieten van vanaf 2005 ultimo 2023
12.884 8.090 -13.760 -345 6.870
De kredietportefeuille m.b.t. leningen welke zijn verstrekt vanaf 2005 kent in het algemeen een veel positiever verloop. De verdeling van de categorieën afboekingen 2023 over de gemeenten is als volgt: Gemeente
WSNP
Overlijden
ASR
Deurwaarder kost/rente/geen verhaal
VOW/Geen verhaal
Totaal
Brunssum
€0
Heerlen
€ 2.294
Kerkrade
€ 212
Landgraaf
€ 1.678
€ 1.890
€ 1.717
€ 2.171
€ 1.088
€ 1.635
€ 498
Maastricht
€ 65
€ 498
€ 389
Sittard-Geleen
€ 547
Overig Totaal 2023
€ 2.294
€ 4.104 €
In procenten
-
€
277
€
7.833
0%
2%
57%
Totaal 2022
€0
€ 1.196
In procenten
0%
11,0%
€ 1.167 €
€ 5.272
1.167
€
4.482
€
13.760
8%
33%
100%
€ 8.887
€0
€ 748
€ 10.831
82%
0%
7%
100%
Uitzettingen €
2023 504.363
€
2022 588.375
De uitzettingen bestaan uit: Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Totaal
2023 403.280 101.083 504.363
2022 481.879 106.496 588.375
_____________________________________________________________________________________________ 38
Jaarstukken 2023
Vorderingen op openbare lichamen €
2023 403.280
€
2022 481.879
Het vorderingensaldo per 31 december 2023 bestaat uit: Omschrijving Deelname GR gemeenten in voorziening kredietport. Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieresultaat Diensten GR-gemeenten Diensten Niet-GR gemeenten Totaal
2023 38.255 0 25.866 339.160 403.280
2022 59.626 0 35.189 387.065 481.879
De totale deelname van GR-gemeenten in de voorziening kredietportefeuille bedraagt per 31 december 2023 € 38.255 en kan worden verdeeld over verstrekte kredieten van vóór 2005 € 17.626 en vanaf 2005 € 20.629.
Overige vorderingen €
2023 101.083
€
2022 106.496
Dit betreffen de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert in het kader van bewindvoering. Onder de kortlopende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen (overige schulden).
Liquide middelen €
2023 6.776.840
€
2022 6.748.647
De liquide middelen per 31 december bestaan uit:
Kasmiddelen Bankrekeningen Totaal
2023 1.389 6.775.452 6.776.840
2022 1.328 6.747.319 6.748.647
De liquide middelen zijn direct opeisbaar. Onder de liquide middelen zijn 2 bankrekeningen (inzake schuldhulpverlening en beschermingsbewind) bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) opgenomen waarop de gelden van klanten worden ontvangen. Deze bankrekeningen worden gebruikt ten behoeve van de betaling van de verschuldigde bedragen aan de crediteuren van klanten en aan klanten. Met BNG is een kredietovereenkomst gesloten die voorziet in rentecompensatie van alle betaalrekeningen van KBL. Schatkistbankieren De verplichting tot schatkistbankieren geldt alleen voor de overtollige eigen middelen van de KBL. De gelden van klanten zijn hiervan uitgezonderd. In 2023 is het drempelbedrag voor het afstorten van overtollige middelen € 1.000.000. De eigen middelen van KBL zijn het gehele jaar onder genoemd drempelbedrag gebleven zodat er geen verplichting tot afstorten was in 2023. Zie onderstaande berekening per kwartaal:
_____________________________________________________________________________________________ 39
Jaarstukken 2023
Verslagjaar 2023 (bedragen x € 1.000) Drempelbedrag Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag
1.000 1.000 1.000 1.000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
-5.298 6.298
-3.986 4.986
-3.881 4.881
-4.026 5.026
0
0
0
0
Overschrijding van het drempelbedrag
Overlopende activa €
2023 726.580
€
2022 111.626
De overlopende activa kunnen als volgt worden weergegeven: 2023 Nog te ontvangen voorschotbedragen ontstaan door voorfinanc. op uitkeringen met spec. bestedingsdoel Overige nog te ontv. en vooruitbetaalde bedragen Totaal
€ € €
726.580 726.580
2022 € € €
111.626 111.626
De specificaties zijn opgenomen in onderstaande tabel: Omschrijving Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Totaal
2023 613.871 112.709 726.580
2022 25.889 85.737 111.626
2023 0 613.871 613.871
2022 0 25.889 25.889
Nog te ontvangen bedragen De nog te ontvangen bedragen per 31 december bestaan uit: Omschrijving Nog te ontvangen rente Overige nog te ontvangen bedragen Totaal
De overige nog te ontvangen bedragen betreft hoofdzakelijk de overuitputting van de voorschotten GR-gemeenten en de vordering inzake de teveel in rekening gebrachte salariskosten. Vooruitbetaalde bedragen De vooruitbetaalde bedragen per 31 december bestaan uit: Omschrijving Vooruitbetaalde huur Vooruitbetaald onderhoud Vooruitbetaalde verzekeringen Overige vooruitbetaalde bedragen Totaal
2023 17.834 67.931 1.662 25.281 112.709
2022 0 54.989 12.034 18.713 85.737
_____________________________________________________________________________________________ 40
Jaarstukken 2023
Eigen vermogen en resultaat € Het eigen vermogen per 1 januari Resultaat boekjaar vóór verliesverrekening Bijdrage gemeenten in exploitatieresultaat Het eigen vermogen per 31 december Af te dragen aan GR-gemeenten Eigen vermogen per saldo
2023 335.551
€
17.057 318.494 0 335.551 335.551
2022 17.057 17.057 0 17.057 17.057
Conform artikel 30 lid 4 wordt een eventueel tekort volgens de verlies- en winstrekening van de bank, voor zover het niet van het eigen vermogen kan worden afgeschreven, door de gemeenten vergoed. Het per saldo positieve exploitatieresultaat ad € 318.000 is toegevoegd aan het eigen vermogen per 31 december 2023. Tijdens de bestuursvergadering van 19 januari 2012 is besloten dat het weerstandsvermogen is bepaald op 6% van de exploitatielasten (exclusief mutatie voorziening). De berekening van het weerstandsvermogen ultimo 2023 blijkt uit onderstaande opstelling: Weerstandsvermogen Lasten excl. mutatie voorziening Weerstandsvermogen 6% Eigen vermogen na winstbestemming Af te dragen aan GR-gemeenten
12.485.720
10.723.314
749.143 335.551 0
643.399 17.057 0
Aangezien het eigen vermogen na winstbestemming per ultimo boekjaar lager is dan het weerstandsvermogen, is er geen terugbetalingsverplichting op grond van artikel 30 lid 3 van de GR verschuldigd.
Voorzieningen €
2023 247.748
€
2022 222.000
De voorzieningen betreffen: Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico's Voorziening WW-verplichting Voorziening bovenwettelijke verlofuren
2023 0 247.748 247.748
2022 9.000 213.000 222.000
Met ingang van het boekjaar 2020 wordt, conform de richtlijnen van het BBV, een voorziening voor de WW-verplichting opgenomen in de jaarrekening. Het saldo ultimo 2023 is bepaald op basis van geschatte WW-uitkeringen inzake voormalige medewerkers wiens dienstverband vóór 31 december 2023 is beëindigd. Het verloopoverzicht van de voorziening WW-verplichting is als volgt: Boekwaarde begin boekjaar Toevoeging Vrijval Aanwending Boekwaarde einde boekjaar
2023 9.000 -397 -6.642 -1.961 0
2022 43.000 12.211 -26.373 -19.838 9.000
_____________________________________________________________________________________________ 41
Jaarstukken 2023
Met ingang van het boekjaar 2022 wordt, conform de richtlijnen van het BBV, een voorziening voor de bovenwettelijke verlofuren opgenomen in de jaarrekening. Het saldo ultimo 2023 is bepaald op basis van het saldo van de bovenwettelijke verlofuren per 31 december 2023. Het verloopoverzicht van de voorziening bovenwettelijke verlofuren is als volgt: 2023 213.000 94.211 -8.058 -51.405 247.748
Boekwaarde begin boekjaar Toevoeging Vrijval Aanwending Boekwaarde einde boekjaar
Vaste schulden
2022 0 213.000 0 0 213.000
€
2023 615.611
€
2022 615.611
€
2023 615.611
€
2022 615.611
De vaste schulden betreffen: Onderhandse leningen openbare lichamen
Het verloopoverzicht is als volgt: Saldo 31-12-2022 Vermeerderingen Aflossingen Saldo 31-12-2023
615.611 0 0 615.611
De onderhandse leningen per 31 december betreffen “Achtergestelde leningen”. Diverse gemeenten hebben de achtergestelde leningen gestort, in overeenstemming met de bepaling bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling. Onderstaand volgt een overzicht met hierin gespecificeerd de saldi per gemeente: Achtergestelde leningen deelnemers GR Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Maastricht Sittard-Geleen Totaal
2023 59.674 121.890 91.104 60.430 154.720 127.793 615.611
2022 59.674 121.890 91.104 60.430 154.720 127.793 615.611
Terugbetaling en rentevergoeding achtergestelde leningen deelnemers GR Wanneer de geaccumuleerde batige saldi, vermeerderd met de achtergestelde leningen van de deelnemers op enig moment de nagestreefde solvabiliteit (10%) overschrijden, dan wordt het meerdere deel pro rata in mindering gebracht op de achtergestelde leningen. Gelet op het exploitatieresultaat en de balansposities vindt over 2023 geen gedeeltelijke terugbetaling plaats van de achtergestelde leningen aan de deelnemers van de GR. De leningen zijn renteloos. Als gevolg van het uittreden van de gemeente Heerlen per 1 januari 2024 zal de achtergestelde lening van Heerlen worden verrekend met de uittreedsom.
_____________________________________________________________________________________________ 42
Jaarstukken 2023
Netto vlottende schulden €
2023 11.999.378
€
2022 11.254.173
De netto vlottende schulden bestaan uit: Overige schulden Bank Totaal
2023 7.973.537 4.025.842 11.999.378
2022 8.520.945 2.733.227 11.254.173
2023 6.776.343 101.083 1.096.110 7.973.537
2022 6.747.839 106.496 1.666.610 8.520.945
De overige schulden kunnen als volgt worden weergegeven: Crediteuren klanten Verplichtingen liquide middelen klanten Schulden aan leveranciers en handelskredieten Totaal
Crediteuren klanten Dit betreffen de verschuldigde bedragen aan (crediteuren van) onze klanten die vanaf januari 2024 tot uitbetaling leiden. Tegenover deze verschuldigde bedragen staan voor hetzelfde bedrag de van klanten ontvangen gelden. Deze maken deel uit van de onder de liquide middelen vermelde bankrekeningen. Verplichtingen liquide middelen klanten Dit zijn de gelden van klanten beschermingsbewind waarvan KBL de bankrekening beheert. Onder overige vorderingen staan de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert voor hetzelfde bedrag. De sterke afname wordt veroorzaakt door het overzetten van de bankrekeningen naar beheer- en leefgeldrekeningen van de Rabobank. Schulden aan leveranciers en handelskredieten Het crediteurensaldo per 31 december 2023 laat een saldo zien van € 1.096.110. Het saldo wordt grotendeels bepaald door de nog te betalen salariskosten over december 2023 aan de gemeente Maastricht ad € 955.608. De gemeente Maastricht voert de salarisadministratie uit ten behoeve van KBL. De openstaande schulden zijn per medio februari 2024 afgelopen.
Bank €
2023 4.025.842
€
2022 2.733.227
Deze post betreft de bankrekening (negatieve) eigen middelen van KBL. Met de 2 bankrekeningen van de BNG t.b.v. klanten (zie liquide middelen) maken ze deel uit van hetzelfde rentecompensatiestelsel.
Overlopende passiva € Omschrijving Vooruitontvangen bedragen Overige schulden Totaal
2023 869.187 2023 618.898 250.289 869.187
€
2022 533.466 2022 391.090 142.376 533.466
_____________________________________________________________________________________________ 43
Jaarstukken 2023
De overlopende passiva kunnen als volgt worden weergegeven: Verplichtingen welke in het lopend begrotingsjaar zijn opgebouwd en volgend begr. jaar worden betaald Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal
2023
2022
250.289
142.376
618.898 869.187
391.090 533.466
Verplichtingen De verplichtingen ultimo 2023 bestaan uit: • Advieskosten € 77.000 • Accountantskosten € 42.000 • Energie- en servicekosten € 64.000 • Overige nog te betalen kosten en nog te ontvangen facturen € 64.000 Vooruitontvangen bedragen Het bedrag ultimo 2023 betreft de projecten Schulden afkoop jongeren Maastricht en de Kinderopvangtoeslagaffaire (KOT).
_____________________________________________________________________________________________ 44
Jaarstukken 2023
Niet uit de balans blijkende verplichtingen De jaarlijkse verplichting betreffende met derden aangegane huurverplichtingen onroerend goed bedraagt in totaal € 155.000. De looptijd van het huurcontract is 10 jaar, met een looptijd tot 30 juni 2025. Hierdoor is de totale contractwaarde voor de resterende periode € 233.000. Het huurcontract kan opgezegd worden met een opzegtermijn van 6 maanden, maar KBL is niet voornemens hiervan gebruik te maken. De overige verplichtingen betreffen voornamelijk onderhoudscontracten betreffende gebouwen ad € 87.000 (contractwaarde resterende periode € 131.000), automatisering ad € 489.000 (contractwaarde € 81.000), telefonie ad € 81.000 (contractwaarde € 14.000) en printers € 14.000 (contractwaarde € 14.000). Daarnaast is er nog een verplichting betreffende de postbezorging ad € 109.000 (contractwaarde € 218.000). De resterende looptijd van de contracten varieert van 1 tot 3 jaar.
_____________________________________________________________________________________________ 45
Jaarstukken 2023
Toelichting op het overzicht van baten en lasten BATEN: Algemeen Door het Bestuur is besloten dat de in rekening gebrachte voorschotten niet behoeven te worden verrekend met de daadwerkelijke aantallen. Overuitputting van de voorschotten wordt in rekening gebracht. De hier getoonde baten 2023 inzake de GR-gemeenten v.w.b. schuldhulpverlening, sociale kredietverstrekking, beschermingsbewind, budgetbeheer maatwerk, budgetbeheer en het aandeel van rente van gemeenten betreffen de voorschotten. De facturatie van de overuitputting is onder Overige bedrijfsopbrengsten verantwoord.
Preventie, vroegsignalering en educatie Preventieprojecten
€ € €
2023 991.828 991.828
€ € €
2022 845.400 845.400
De totale opbrengsten over 2023 zijn € 146.000 hoger dan de realisatie 2022 en € 13.000 hoger dan de begroting over 2023.
Intake €
2023 1.357.083
€
2023 1.084.560 272.523 1.357.083
GR-gemeenten Niet-GR-gemeenten Intake
2022 1.297.302 2022 1.213.752 199.554 1.413.306
De totale opbrengsten over 2023 zijn € 60.000 hoger dan de realisatie 2022 en € 62.000 hoger dan de begroting over 2023.
Sociale kredietverstrekking (intake)
€
2023 269.512
€
2022 231.024
De intake voor een sociaal krediet heeft tot doel te beoordelen of het mogelijk is om op een sociaal maatschappelijk verantwoorde wijze krediet te verstrekken aan inwoners van de GR- en overige gemeenten in het werkgebied van KBL. De totale opbrengsten over 2023 zijn € 38.000 hoger dan de realisatie 2022 en € 5.000 lager dan de begroting over 2023.
_____________________________________________________________________________________________ 46
Jaarstukken 2023
Budgetbeheerrekening €
2023 1.377.976
€
2023 1.016.110 123.484 238.382 1.377.976
GR-gemeenten Niet-GR-gemeenten Betaald door klanten Budgetbeheerrekening
2022 1.375.827 2022 1.022.697 95.048 258.082 1.375.827
Het aantal bugetbeheerrekeningen is in 2023 toegenomen tot 1.767 (2022: 1.743). De totale opbrengsten over 2023 zijn € 2.000 hoger dan de realisatie 2022 en € 47.000 lager dan de begroting over 2023.
Budgetbeheer maatwerk €
2023 917.388
€
2022 565.781
Het aantal dossiers Budgetbeheer Maatwerk is van 211 dossiers in 2022 gestegen naar 261 dossiers in 2023. De totale opbrengsten over 2023 zijn € 352.000 hoger dan de realisatie 2022 en € 3.000 lager dan de begroting over 2023.
Bewindvoering €
2023 2.613.136
€
2022 1.872.705
Het aantal zaken bewindvoering is in 2023 gedaald van 852 naar 813 dossiers. Daarnaast is dit geen statisch aantal. Er vindt instroom, doorstroom en uitstroom in plaats. Met name nieuwe bewindvoeringszaken zijn arbeidsintensief bij het opstarten ervan. Voor het bedrijfsonderdeel beschermingsbewind worden de tarieven jaarlijks wettelijk vastgesteld en is de extra bijdrage niet beperkt tot de compensatie voor het hogere uurtarief maar zijn tevens kostendekkende tarieven cf. bestuursbesluit toegepast. Deze compensatie boven de normbedragen wordt bij de gemeenten in rekening gebracht. De totale opbrengsten over 2023 zijn € 740.000 hoger dan de realisatie 2022 en € 71.000 hoger dan de begroting over 2023.
Schuldenaanpak €
GR-gemeenten Niet-GR-gemeenten Betaald door klanten Schuldenaanpak
2023 3.994.050
2023 3.240.828 528.725 224.497 3.994.050
€
2022 3.750.220
2022 3.084.948 453.600 211.672 3.750.220
De totale opbrengsten over 2023 zijn € 244.000 hoger dan de realisatie 2022 en € 54.000 lager dan de begroting over 2023.
_____________________________________________________________________________________________ 47
Jaarstukken 2023
Nazorg €
2023 9.564
2022 9.204
€
De totale opbrengst is vrijwel gelijk aan de realisatie in 2022 en gelijk aan de begroting over 2023.
Overige bedrijfsopbrengsten €
2023 383.184
2022 42.964
€
De overige bedrijfsopbrengsten bestaan voornamelijk uit het nafactureren van de overuitputting door GR-gemeenten en de facturatie van het effectueren van de 90% clausule bij de niet-GR gemeenten conform DVO. Daarnaast zijn hier de nagekomen baten van deurwaarder inzake afgewikkelde dossiers opgenomen. De totale opbrengsten over 2023 zijn € 340.000 hoger dan de realisatie 2022 en € 343.000 hoger dan de begroting over 2023.
Rentemarge €
2023 484.655
€
2023 386.723 97.932 484.655
Rentebaten kredieten Overige rentelasten minus -baten Rentemarge
2022 350.958 2022 346.432 4.526 350.958
De rentemarge is ca. € 133.000 toegenomen in vergelijking met 2022. De stijging van de rente baten wordt veroorzaakt door de gestegen kredietportefeuille ondanks de gemiddeld lagere rente van verstrekte kredieten. Verschillen in de rentebaten zijn bovendien ontstaan door correcties op de achterstandsrente bij afboekingen van leningen. De rentebaten betreffen de daadwerkelijk ontvangen rente van klanten en gefactureerde rente bij gemeenten. De kredietportefeuille is over 2023 per saldo ca. € 800.000 gestegen als gevolg van de inzet van meer saneringskredieten als instrument van schuldhulpverlening. De overige rentelasten minus -baten hebben voornamelijk betrekking op de ontvangen rente rekening-courant van de BNG (rentecompensatiestelsel). De totale rentemarge over 2023 is ca. € 66.000 hoger dan de begroting.
Bijdrage gemeenten in exploitatieresultaat €
2023 -
€
2022 611.988
De bijdrage van de GR-gemeenten in het exploitatieresultaat in 2023 is € 0 en dus € 612.000 lager dan in 2022 en gelijk aan de begroting over 2023.
Deelname GR-gemeenten in voorziening kredietportefeuille
€
2023 7.285
€
2022 8.880
Het bestuur heeft in 2008 besloten om een voorziening te treffen voor de oninbaarheid van de uitstaande kredieten, die voor 2005 verstrekt zijn. Jaarlijks zal worden bepaald hoe hoog de stand van deze voorziening dient te zijn. Daar staat tegenover dat toekomstige _____________________________________________________________________________________________ 48
Jaarstukken 2023
afboekingen dan aan deze voorziening kunnen worden onttrokken, waardoor de druk op toekomstige resultaten zal afnemen. De kredietportefeuille met betrekking tot de leningen welke zijn verstrekt vanaf 2005 kent een veel positiever verloop. De afboekingen op verstrekte leningen vanaf 1 januari 2005 zijn tot nu toe minimaal en ook de achterstanden zijn acceptabel. Desondanks is besloten om ook ten aanzien van deze kredietportefeuille een voorziening voor oninbaarheid op te nemen. De deelname over 2023 is € 2.000 lager dan de realisatie 2022 en € 3.000 lager dan de begroting over 2023.
Opbrengsten Kinderopvangtoeslagaffaire €
2023 440.586
€
2022 572.858
Tegenover de lasten over 2023 van de KOT, t.w. salarissen, WW-uitkeringen, huisvestingslasten, bureau- en administratielasten en beheerslasten staan de opbrengsten ad € 441.000 .
KBL kent in haar begroting en jaarrekening geen post onvoorzien, daardoor wordt hiervoor geen verloopoverzicht conform het BBV opgesteld.
_____________________________________________________________________________________________ 49
Jaarstukken 2023
LASTEN: Salarissen KBL Kinderopvangtoeslagaffaire Totaal salarissen
€ € €
2023 9.025.191 372.259 9.397.450
€ € €
2022 8.256.401 490.102 8.746.503
De post salarissen KBL bestaat uit: 2023 7.181.594 -100.523 1.029.450 914.670 9.025.191
Brutolonen Af: Ziekengeld Sociale lasten Pensioenpremies Totaal salarissen
2022 6.453.113 -117.651 961.519 959.420 8.256.401
De salariskosten zijn in 2023 hoger als gevolg van de indexering conform CAO (€ 240 + 2%), de jaarlijkse anciënniteit en promoties naar de eindschaal. De salariskosten zijn in 2023 ca. € 769.000 hoger dan in 2022. De begroting 2023 is gebaseerd op een personeelsbestand van gemiddeld 122 fte. In 2023 bedroeg het daadwerkelijk gemiddeld aantal ca. 123 fte. Per saldo zijn de salariskosten in 2023 ca. € 49.000 lager dan de begroting.
Mutatie voorziening WW-uitkeringen KBL Kinderopvangtoeslagaffaire Totaal mutatie voorziening WW-uitkeringen
€ € €
2023 4.53216.933 12.401
€ € €
2022 14.26514.265-
De kosten WW-uitkeringen KBL 2023 bestaan uit:
Uitbetaalde WW-uitkeringen Dotatie voorziening WW-verplichting WW-uitkeringen
2023 0 -4.532 -4.532
2022 0 -14.265 -14.265
Als gevolg van het beëindigen van diverse tijdelijke contracten zijn WW-uitkeringen door het UWV doorbelast aan KBL. Op het gebied van werkloosheid is KBL eigenrisicodrager. De uitbetaalde uitkeringen zijn in 2023 ca. € 10.000 hoger dan in 2022. Een aantal voormalige medewerkers heeft minder of korter aanspraak gemaakt op een uitkering. KBL werkt samen met een re-integratiebureau dat voormalige medewerkers begeleidt van werk naar werk. Conform de richtlijnen van het BBV wordt er met ingang van 2020 een voorziening WWverplichting opgenomen in de jaarrekening. Ultimo 2023 bedroeg de voorziening € 0 tegenover € 9.000 ultimo 2022. In de begroting 2023 zijn de kosten WW-uitkeringen geraamd op € 25.000 en de realisatie is derhalve € 30.000 lager dan begroot.
_____________________________________________________________________________________________ 50
Jaarstukken 2023
Inhuur medewerkers KBL Kinderopvangtoeslagaffaire Totaal inhuur medewerkers
€ € €
2023 656.667 656.667
€ € €
2022 381.349 70.663 452.012
De kosten van KBL m.b.t. inhuur zijn in 2023 € 275.000 hoger dan in 2022. De hogere kosten in 2023 waren het gevolg van het inhuren van een projectleider, ICT-, P&C- en Privacy ondersteuning en medewerkers ten behoeve van de uitvoering. De kosten volgens de begroting waren € 502.000.
Overige personeelslasten €
2023 114.354
€
2022 86.508
De lasten in 2023 zijn € 28.000 hoger dan in 2022. Er waren in 2022 minder personeelsactiviteiten minder dan in 2023. In de begroting 2023 zijn de overige personeelslasten geraamd op € 85.000.
Afschrijvingen €
2023 87.438
€
2022 89.811
Per saldo zijn de afschrijvingen t.o.v. 2022 gedaald met ca. € 2.000 . Voor een detailweergave van de afschrijvingslasten verwijzen wij naar de toelichting bij de materiële vaste activa. In de begroting 2023 zijn de afschrijvingen geraamd op € 101.000.
Huisvestingslasten KBL Kinderopvangtoeslagaffaire Totaal huisvestingslasten
€ € €
2023 326.867 7.688 334.555
€ € €
2022 280.284 9.115 289.399
De huisvestingslasten KBL 2023 bestaan uit: Huur Service Energie Overige huisvestingslasten Totaal huisvestingslasten
2023 170.262 52.993 54.421 49.192 326.867
2022 155.945 51.781 14.006 58.552 280.284
De huisvestingslasten zijn in 2023 € 47.000 hoger dan in 2022. De stijging komt met name door de indexatie van de huur/energie en van het gebruik van vergaderruimtes in de Hanenhof. In de begroting 2023 zijn de huisvestingslasten geraamd op € 400.000. De realisatie is derhalve € 73.000 lager dan de begroting, vanwege de onduidelijkheid omtrent de energielasten. Ten tijde van het opstellen van de begroting is uitgegaan van te hoge indexaties v.w.b. de energielasten. Voor 2023 zijn de energiecontracten aanbesteed. Uiteindelijk vielen de daadwerkelijke nieuwe tarieven 2023 lager uit.
_____________________________________________________________________________________________ 51
Jaarstukken 2023
Bureau/administratielasten KBL Kinderopvangtoeslagaffaire Totaal bureau/administratielasten
€ € €
2023 1.336.673 1.458 1.338.131
€ € €
2022 1.155.709 2.978 1.158.687
De bureau- en administratielasten KBL 2023 bestaan uit: 2023 903.523 37.295 258.893 35.059 101.905 1.336.673
Inventaris en automatisering Kantoorbenodigdheden en drukwerk Telefoon en porti Lidmaatschappen en abonnementen Overige bureau/administratielasten Totaal bureau/administratielasten
2022 733.424 36.724 248.419 30.455 106.687 1.155.709
De bureau- en administratielasten zijn in 2023 ca. € 181.000 hoger ten opzichte van 2022. De kosten van automatisering en telefoon/porti vormen de grootste kostenposten binnen deze categorie. Met name kosten van ICT zijn gestegen. In de begroting 2023 zijn de bureau- en administratielasten geraamd op € 1.212.000. De realisatie is derhalve € 125.000 hoger dan begroot. Met name de hogere kosten van automatisering (implementaties en licenties) veroorzaken de verschillen tussen de realisatie en de begroting.
Beheerslasten KBL Kinderopvangtoeslagaffaire Totaal beheerslasten
€ € €
2023 502.476 42.248 544.724
€ € €
2022 487.517 487.517
De beheerslasten KBL 2023 bestaan uit: 2023 25.288 73.267 86.094 122.545 139.210 690 55.381 502.476
Reis en verblijf Studie Accountantskosten Administratieve dienstverlening Advisering Incasso Overige beheerslasten Totaal beheerslasten
2022 39.651 79.897 52.822 119.700 166.367 652 28.428 487.517
De beheerslasten zijn in 2023 € 15.000 hoger dan in 2022. Dit is met name het gevolg van lagere advieskosten. De beheerslasten in 2023 zijn € 52.000 lager dan de begroting.
Mutatie voorziening kredietport. €
2023 7.285
€
2022 8.880
De mutatie voorziening heeft betrekking op de gehele kredietportefeuille en is het resultaat van de beoordeling op oninbaarheid ultimo boekjaar en de afboekingen in 2023.
_____________________________________________________________________________________________ 52
Jaarstukken 2023
Mutatie voorziening bovenw. verlofuren €
2023 34.748
€
2022 213.000
Met ingang van het boekjaar 2022 wordt, conform de richtlijnen van het BBV, een voorziening voor de bovenwettelijke verlofuren opgenomen in de jaarrekening. Het bedrag ultimo 2023 is bepaald op basis van het saldo van de bovenwettelijke verlofuren per 31 december 2023.
_____________________________________________________________________________________________ 53
Jaarstukken 2023
Analyse afwijkingen t.o.v. de begroting In het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) is bepaald dat organisaties per programma verantwoording dienen af te leggen over hun uitgaven in relatie tot de begroting. Aangezien KBL één programma uitvoert, beperkt deze verantwoording zich tot de totale exploitatielasten. De werkelijke lasten in het boekjaar 2023 bedragen in totaliteit € 12.528.000 . Het aandeel lasten KBL bedraagt € 12.087.000 en de lasten KOT bedragen € 441.000 . De lasten conform de begroting 2023 bedragen € 11.963.000. De begroting is hiermee overschreden met een bedrag van € 124.000. De grootste verschillen worden onderstaand toegelicht: •
De personele lasten in totaliteit zijn € 105.000 hoger dan de begroting. Dit is als volgt te verklaren: 1. De salariskosten zijn € 49.000 lager dan de begroting. 2. Verder zijn de WW-uitkeringen € 30.000 lager als gevolg van de aanzienlijk lagere voorziening per ultimo 2023. 3. De kosten van externe inhuur zijn € 155.000 hoger dan de begroting. Dit betreft inhuur van een projectmanager, projectleider, ICT-, P&C- en Privacy ondersteuning en medewerkers ten behoeve van de uitvoering. 4. De overige personeelslasten zijn € 29.000 hoger dan begroot.
•
De afschrijvingslasten zijn € 14.000 lager dan de begroting.
•
De huisvestingslasten zijn € 73.000 lager dan de begroting als gevolg van de onduidelijk omtrent de energietarieven.
•
De bureau- en administratielasten zijn € 125.000 hoger dan de begroting. Dit wordt met name veroorzaakt door hogere kosten van automatisering en telefonie.
•
De beheerslasten zijn € 52.000 lager dan de begroting. Dit is met name het gevolg van lagere reis- en verblijfkosten en advieskosten.
•
De mutatie voorziening m.b.t. de kredietportefeuille is € 3.000 lager dan begroot. Hier staat de Deelname GR-gemeenten in voorziening kredietportefeuille tegenover voor hetzelfde bedrag.
•
Met ingang van het boekjaar 2022 is een voorziening bovenwettelijke verlofuren gevormd, conform de richtlijnen van het BBV. Deze voorziening was niet begroot. De dotatie in 2023 bedraagt € 35.000.
_____________________________________________________________________________________________ 54
Jaarstukken 2023
Begrotingsrechtmatigheid KBL kent maar 1 programma (schuldhulpverlening). Onderstaand wordt het verschil tussen de vastgestelde begroting 2023 (6 juli 2023 vastgesteld) en de realisatie over 2023 weergegeven:
Begrotingsafwijking
124.000
Conclusie: onrechtmatig maar telt niet mee voor oordeel 124.000
Conclusie
akkoord
Motivering van de conclusie: De lasten volgens de realisatie over 2023 zijn per saldo € 124.000 hoger dan de begroting over 2023. De verschillen, ontstaan in navolging van het door het Bestuur goedgekeurd, bestaand beleid en waren niet te voorzien in de maand van vaststelling. Het Bestuur is tijdens de bestuursvergaderingen en op de afgesproken informatiemomenten via de voor- en najaarsmarap tijdig en correct op de hoogte gesteld van de verwachte kostenonderschrijding. Het Algemeen Bestuur heeft in dit kader aangegeven dat de kostenonderschrijding derhalve niet behoeft te worden meegewogen bij de beoordeling van de jaarrekening 2023.
Rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur Per 1 januari 2023 is de Wet decentrale rekenkamers (Wvdr) in werking getreden. Met deze wetswijziging is onder andere de verplichting ingevoerd voor het dagelijks bestuur (DB) om een rechtmatigheidsverantwoording op te stellen als onderdeel van de jaarrekening. Het DB legt in de jaarrekening zelf verantwoording af over de mate waarin zij in het boekjaar rechtmatig heeft gehandeld. Het DB gebruikt hiervoor de voorgeschreven teksten van de Commissie BBV zoals opgenomen in bijlage 1 van de Kadernota rechtmatigheid 2023. Verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutatie, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In de rechtmatigheidsverantwooring licht het DB toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming met de door het AB vastgestelde kader tot stand zijn gekomen.
Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is door het AB op 8 december 2023 vastgestelde normenkader rechtmatigheid verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Het dagelijks bestuur heeft een verantwoordingsgrens bepaald en deze bedraagt 1% (cf. jaarrekeningcontrole) van de totale lasten t.b.v. de goedgekeurde begrotingswijziging en is derhalve voor 2023 ingesteld op €120.000. De verantwoordingsgrens betekent dat rechtmatigheidsfouten pas in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen en toegelicht, wanneer deze boven het door het AB vastgestelde percentage komen. _____________________________________________________________________________________________ 55
Jaarstukken 2023
Bevindingen Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor door het AB vastgestelde verantwoordingsgrens. Er is één afwijking vastgesteld boven het grensbedrag die niet mee telt voor het rechtmatigheidsoordeel. De afwijkingen betreffen: Begrotingscriterium - Lasten – Begrotingscriterium
€ 124.000
In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de kadernota rechtmatigheid 2023 van de commissie BBV en op basis van de afspraken van het college met de gemeenteraad aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid.
_____________________________________________________________________________________________ 56
Jaarstukken 2023
Verdeling van de lasten in directe kosten en overhead Conform de richtlijnen van het BBV (Notitie Overhead) is in onderstaand overzicht de verdeling van de totale lasten in directe kosten en overhead weergegeven:
2023
2022
Salarissen
Directe kosten Overhead Totaal
€ € €
7.142.062 2.255.388 9.397.450
€ € €
6.647.342 2.099.161 8.746.503
Overige personeelslasten
Directe kosten Overhead Totaal
€ € €
585.976 185.045 771.021
€ € €
409.275 129.245 538.520
WW-uitkeringen
Directe kosten Overhead Totaal
€ € €
12.401 12.401
€ € €
14.26514.265-
Afschrijvingen
Directe kosten Overhead Totaal
€ € €
87.438 87.438
€ € €
89.811 89.811
Huisvestingslasten
Directe kosten Overhead Totaal
€ € €
334.555 334.555
€ € €
289.399 289.399
Bureau- en administratielasten
Directe kosten Overhead (deels)
€
229.282
€
217.522
€ €
64.669 293.951
€ €
61.352 278.874
Overhead (geheel)
€ €
1.044.180 1.338.131
€ €
879.813 1.158.687
Beheerslasten
Directe kosten Overhead Totaal
€ € €
544.724 544.724
€ € €
487.517 487.517
Mutatie voorziening kredietportefeuille
Directe kosten Overhead Totaal
€ € €
7.285 7.285
€ € €
8.880 8.880
€ € €
34.748 34.748
€ € €
213.000 213.000
€ € €
7.957.320 4.570.433 12.527.753
€ € €
7.274.139 4.243.912 11.518.052
Totaal
Mutatie voorziening bovenw. verlofuren Directe kosten Overhead Totaal Totale directe kosten Totale overhead Totale lasten
De verdeling heeft plaatsgevonden op basis van fte per functie, beloningen per functie en schattingen.
_____________________________________________________________________________________________ 57
Jaarstukken 2023
Overzicht van structurele en incidentele baten en lasten waarvan structureel
waarvan incidenteel
991.828 991.828
991.828 991.828
-
1.357.083
1.357.083
-
269.512
269.512
-
1.377.976 917.388 2.613.136 4.908.501
1.377.976 917.388 2.613.136 4.908.501
-
3.994.050
3.994.050
-
9.564
9.564
-
383.184
383.184
-
386.723 97.932 484.655
386.723 97.932 484.655
-
-
-
-
7.285
7.285
-
440.586
-
440.586
Realisatie 2023 Preventie, vroegsignalering en educatie Preventieprojecten subtotaal Intake Sociale kredietverstrekking (intake) Inkomensbeheer en ondersteuning: Budgetbeheer BBR-Maatwerk Bewindvoering subtotaal Schuldenaanpak Nazorg Overige bedrijfsopbrengsten Rentemarge Renteopbrengsten Rentekosten Rentemarge Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieres. Deelname GR-gem. in voorz. kredport. Opbrengsten Kinderopvangtoeslagaffaire Totale baten Lasten: Salarissen WW-uitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Bureau/administratielasten Beheerslasten Mutatie voorziening kredietport. Mutatie voorziening bovenw. verlofuren Totale lasten Gerealiseerd resultaat
12.846.247
12.405.661
440.586
9.397.450 12.401 656.667 114.354 87.438 334.555 1.338.131 544.724 7.285 34.748
9.025.191 4.532656.667 114.354 87.438 326.867 1.336.673 502.476 7.285 34.748
372.259 16.933 7.688 1.458 42.248 -
12.527.753
12.087.167
440.586
318.494
318.494
0
_____________________________________________________________________________________________ 58
Jaarstukken 2023
Kasstroomoverzicht Kasstroomoverzicht volgens de indirecte methode
2023
2022
€ Bedrijfsresultaat vóór verliesverrekening
€ 318.494
17.057
Afschrijvingen (en overige waarde veranderingen)
87.438
89.811
Mutatie voorzieningen
25.748
179.000
78.599
410.818
Overige Vorderingen
5.413
500.624
Overlopende activa
-614.954
-21.289
Overige Schulden
-547.409
-610.615
Overlopende passiva
335.721
203.992
Veranderingen in werkkapitaal: Vorderingen op openbare lichamen
Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieresultaat
-
Kasstroom uit bedrijfsoperaties
-629.444
752.340
-310.950
769.397
Financiële baten
-
Financiële lasten
-
Kasstroom uit operationele activiteiten
Investeringen in immateriële en materiële vaste activa Desinvesteringen materiële vaste activa Mutaties financiële vaste activa
-310.950
-85.749
-29.906
-
-
-867.723
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
769.397
-823.493 -953.473
-853.399
Aflossing van langlopende schulden
-
-
Mutatie achtergestelde leningen
-
-
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
-
Mutatie liquide middelen
-1.264.421
Stand liquide middelen 1/1
4.015.420
Stand liquide middelen 31/12
2.750.999
Mutatie liquide middelen
-
-84.002 4.099.422 4.015.420
-1.264.421
-84.002
Het kasstroomoverzicht bevat tevens de mutaties van middelen die door KBL beheerd worden ten behoeve van de klanten.
_____________________________________________________________________________________________ 59
Jaarstukken 2023
Wet normering bezoldiging topfunctionarissen De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT) beschrijft de publicatieplicht en toetsing aan de maximale bezoldigingsnorm van salarissen van topfunctionarissen. Hierna zijn van de topfunctionarissen (directeur, voormalig directeur en waarnemend directeur) van KBL weergegeven hoe de bezoldiging over 2023 zich verhoudt tot de maximum bezoldigingsnorm van de WNT ad € 223.000 op jaarbasis. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. Gegevens 2023 Bedragen x € 1
Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2023 Omvang dienstverband (in fte) als deeltijdfactor in fte Dienstbetrekking Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
dhr. R.C.H. van den Tillaar Algemeen directeur 1/1 - 31/12 1,0 ja 118.885 19.217 138.102
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
223.000
-/- Onverschuldigde betaald en nog niet terug ontvangen bedrag
-
Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling Gegevens 2022 Bedragen x € 1
Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2022 Omvang dienstverband (in fte) als deeltijdfactor in fte Dienstbetrekking Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
138.102
N.v.t. N.v.t. dhr. R.C.H. van den Tillaar Algemeen directeur 1/1 - 31/12 1,0 ja 114.130 20.258 134.388
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
216.000
Bezoldiging
134.388
De inschaling is conform het functiehuis van KBL.
_____________________________________________________________________________________________ 60
Jaarstukken 2023
De bestuursleden van KBL worden op basis van de wet aangemerkt als topfunctionarissen. Zij ontvangen echter geen bezoldiging, ook niet in 2023. Onderstaand volgt een overzicht van de bestuursleden in 2023:
Naam topfunctionaris
Functie
Mevr. J. Bühler Dhr. Peters Dhr. J. Roland Dhr. A. Meij Dhr. I. Tillie Dhr. J. Paas Mevr. M. Fokke Dhr. F. Bastiaens Dhr. C. Wilbac h Mevr. M. van Leusden Dhr. A. Houtakkers Dhr. J. Clemens Dhr. van Zutphen Mevr. A. Vrusc h
Voorzitter bestuur Bestuurslid Bestuurslid Bestuurslid Bestuurslid Bestuurslid Bestuurslid Bestuurslid Bestuurslid Bestuurslid Bestuurslid Bestuurslid Bestuurslid Bestuurslid
_____________________________________________________________________________________________ 61
Jaarstukken 2023
Bijlage taakvelden
0. Bestuur en ondersteuning 0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.8 Overige baten/lasten 0.11 Resultaat exploitatie 6. Sociaal Domein 6.3 - Inkomensregelingen Totaal
Verschil tussen begrotingswijziging en Primaire begroting Begrotingswijziging Realisatie realisatie Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo 3.820 -3.820 4.067 -4.067 318 4.218 -3.899 -318 -151 -168 -
55
-55
-
56
-56
-
86
-86
-
-30
30
-
3.765
-3.765
-
4.011
-4.011
-
4.132
-4.132
-
-121
121
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
318
-
318
-318
-
-318
11.235
7.415
3.820
11.963
7.896
4.067
12.406
8.188
4.218
-443
-292
-151
11.235
7.415
3.820
11.963
7.896
4.067
12.406
8.188
4.218
-443
-292
-151
11.235
11.235
-
11.963
11.963
-
12.724
12.406
318
-761
-443
-318
KBL kent 1 programma. Alle taakvelden worden binnen dit programma verantwoord.
_____________________________________________________________________________________________ 62
Jaarstukken 2023
Ondertekening jaarrekening
De jaarrekening is door de directeur en het Algemeen Bestuur opgemaakt te Geleen op 4 april 2024.
Dhr. R. van den Tillaar
Mevr. J. Bühler
Directeur
Voorzitter AB
Vaststelling van de jaarrekening Geleen, 4 april 2024 De jaarrekening is door het Algemeen Bestuur vastgesteld te Geleen op 4 april 2024.
Mevr. J. Bühler Voorzitter AB
_____________________________________________________________________________________________ 63
Jaarstukken 2023
Overige gegevens Statutaire bepalingen betreffende resultaatbestemming Als gevolg van artikel 30 van de statuten van de gemeenschappelijke regeling is het volgende bepaald ten aanzien van het exploitatieresultaat: Artikel 1: Het batig saldo van de verlies- en winstrekening van de bank wordt ten gunste van het risicofonds geboekt Artikel 2: Bedraagt het saldo van de rekening ‘risicofonds’ voor de in lid 1 bedoelde bijboeking meer dan een door het algemeen bestuur vast te stellen percentage van het uitstaand kapitaal, dan wordt het batig saldo in lid 1 bedoeld geboekt op een afzonderlijke reserverekening Artikel 3: Indien en voor zover de in het vorig lid bedoelde reserverekening een door het algemeen bestuur te bepalen bedrag overschrijdt, wordt het batig saldo in lid 1 bedoeld uitgekeerd aan de gemeenten op de basis, vermeld in lid 5 Artikel 4: Een eventueel tekort volgens de verlies- en winstrekening van de bank wordt, voor zover het niet van de in lid 2 bedoelde reserverekening kan worden afgeschreven door de gemeenten vergoed. Artikel 5: Door de gemeenten wordt in de vergoeding in het vorige lid bedoeld, bijgedragen als volgt: a. In de helft van het totaal te vergoeden bedrag naar verhouding van het bevolkingscijfer van elke gemeente tot het totale bevolkingscijfer van alle deelnemende gemeenten.
b. In de overige helft naar verhouding van het totaalbedrag van de aan de inwoners van elke gemeenten in het jaar, waarop de vergoeding betrekking heeft, uitstaande kredieten, tot het totaalbedrag van de aan de inwoners van alle gemeenten gedurende hetzelfde jaar uitstaand kredieten beide per 1 januari van dat jaar.
_____________________________________________________________________________________________ 64
Jaarstukken 2023
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg VERKLARING OVER DE IN DE JAARSTUKKEN OPGENOMEN JAARREKENING 2023 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg te Geleen gecontroleerd. Naar ons oordeel: • Geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2023 als van de activa en passiva van de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg op 31 december 2023 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). • Zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2023 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, zoals opgenomen in het normenkader. De jaarrekening bestaat uit: • Het overzicht van baten en lasten over 2023. • De balans per 31 december 2023. • De toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. • De bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.