02 Ruimtelijke onderbouwing Koelwaterleidingen Olefins3
Tekst van het document
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Plangebied
1
1.3
Leeswijzer
2
2
Planbeschrijving
2
2.1
Bestaande situatie
2
2.2
Voorgenomen ontwikkeling
3
2.3
Planologisch kader
3
3
Beleidskader
5
3.1
Nationaal beleid
5
3.1.1 3.1.2
Nationale Omgevingsvisie Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
5 5
3.2
Provinciaal beleid
6
3.2.1 3.2.2 3.2.3
Omgevingsvisie Limburg Omgevingsverordening Limburg 2014 Strategische Gebiedsvisie Omgeving Chemelot
6 6 6
3.3
Gemeentelijk beleid
7
3.3.1 3.3.2
Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016 Masterplan Chemelot 2030
7 8
4
Milieu- en omgevingsaspecten
10
4.1
Bodem
10
4.2
Erfgoed
10
4.2.1 4.2.2
Archeologie Cultuurhistorie
10 11
4.3
Ecologie
11
4.4
Bedrijven en milieuzonering
13
4.5
Geluid
13
4.6
Externe veiligheid
14
4.7
Geur
14
4.8
Luchtkwaliteit
14
4.9
Water
14
4.10
M.e.r.-beoordeling
15
4.11
Verkeer en parkeren
15
12 mei 2023
ROB KOELWATERLEIDINGEN OLE3
BJ1681101100MIRP004F01
Aiii
Projectgerelateerd
5
Uitvoerbaarheid
16
5.1
Financiële haalbaarheid
16
5.2
Maatschappelijk haalbaarheid
16
Bijlagen 1.
12 mei 2023
Rapport RAAP Archeologisch vooronderzoek
ROB KOELWATERLEIDINGEN OLE3
BJ1681101100MIRP004F01
Aiv
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
SABIC is in het kader van verduurzaming voornemens de krakersectie van Olefins 3 uit bedrijf te nemen. De diverse voor- en nafabrieken die op de krakersectie van Olefins 3 zijn aangesloten blijven wel in bedrijf. Om alleen de krakersectie uit bedrijf te nemen dient deze ontkoppeld te worden van de overige fabrieken en voorzieningen binnen Olefins 3. Daarom dienen diverse aansluitingen te worden verlegd, afgesloten of aangesloten te worden, waarna de krakersectie van Olefins 3 kan worden ontkoppeld. Onderdeel van deze scope is het aanleggen van twee nieuwe koelwaterleidingen ten behoeve van diverse voor- en nafabrieken naar de bestaande koelwaterinstallatie van Olefins 3. Deze leidingen worden onder Chemelot Weg 3 aangelegd. Op aangeven van de RUD Zuid-Limburg dienen deze ondergrondse buisleidingen als ‘bouwwerk’ te worden getoetst aan de voorschriften van het geldend bestemmingsplan. Voor bebouwing geldt op grond van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM Geleen’ een minimale afstand van 10 meter tot wegen. Dit voorschrift geldt volgens de RUD Zuid-Limburg eveneens voor ondergrondse bouwwerken, waaronder ondergrondse buisleidingen. Aangezien de buisleidingen onder een bestaande weg worden aangelegd kan niet aan de afstand tot wegen worden voldaan.
Een toestemming om van de voorschriften van een bestemmingsplan af te wijken kan alleen worden verleend als de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In voorliggende ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd dat het planvoornemen niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen binnen de gemeente Sittard-Geleen op het zuidelijk deel van de Chemelot Site en betreft de percelen kadastraal bekend als gemeente Geleen, sectie H nummers 429 en 1238.
12 mei 2023
BJ1681101100MIRP004F01
A1
Projectgerelateerd
Figuur 1-1 Ligging planlocatie en begrenzing plangebied
Het plangebied wordt begrensd door omliggende fabrieken op de Chemelot Site.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie en de voorgenomen ontwikkeling beschreven waarbij het plan aan het geldende planologisch kader wordt getoetst. In hoofdstuk 3 wordt het initiatief getoetst aan de geldende beleidskaders. Hoofdstuk 4 bevat de beoordeling van het initiatief aan diverse milieu- en omgevingsaspecten. Vervolgens is in hoofdstuk 5 de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid onderbouwd.
2
Planbeschrijving
2.1
Bestaande situatie
Het plangebied wordt in de huidige situatie gevormd door Chemelot Weg E en Chemelot Weg 2. Beide wegen zijn voorzien van een asfaltverharding.
12 mei 2023
BJ1681101100MIRP004F01
A2
Projectgerelateerd
2.2
Voorgenomen ontwikkeling
Onderdeel van de scope om de krakersectie van Olefins 3 uit bedrijf te nemen is het vervangen en omleggen van een deel van de leidingen van de bestaande koelwaterinstallatie van Olefins 3. Diverse voor- en nafabrieken zoals de C3 en BUFA blijven namelijk gebruik maken van deze bestaande koelwaterinstallatie. Hiervoor worden onder andere twee ondergrondse koelwaterleidingen aangelegd binnen het plangebied. De buisleidingen komen maximaal 3,5 meter onder maaiveld te liggen en kennen elk een diameter van 600 mm. Voor de aanleg van de leidingen zullen Weg E en Weg 2 tijdelijk worden opengebroken. Zodra de buisleidingen in de grond zijn aangebracht worden deze weer afgedekt en zullen de bestaande wegen opnieuw worden verhard. Het eindbeeld na afronding van de beoogde ontwikkeling zal daarom niet anders zijn dan de bestaande situatie.
2.3
Planologisch kader
Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen’ De beoogde locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen’ (vastgesteld 14-12-2000 en herziening vastgesteld 24-2-2005) van de gemeente Sittard-Geleen. Op deze locatie bevindt zich de bestemming ‘Bedrijventerrein I’. De voor Bedrijventerrein I aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven, welke behoren tot de categorieën 1 t/m 5 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (inclusief opslagen en installaties) of naar aard daarmee gelijk te stellen te stellen bedrijven. Ten dienste van en in verband met de bestemming zijn eveneens bedrijfsgebouwen, andere bouwwerken, verhardingen, wegen, laadsporen, kabel- en (ondergrondse en bovengrondse) leidingstraten, kolommenbanen, parkeerplaatsen, groenvoorzieningen en andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen energievoorzieningen, toegestaan. Uit de bestemmingsomschrijving volgt dat ondergrondse en bovengrondse leidingen binnen het plangebied zijn toegestaan. Op grond van de bouwregels geldt voor het bouwen van bouwwerken op deze locatie een maximale bouwhoogte van 60 meter en een maximaal bebouwingspercentage van 50% per oppervlakte-eenheid.
Daarnaast dienen bouwwerken op een minimale afstand van 50,00 meter ten opzichte van de as van de dichtstbij gelegen rijbaan van de rijksweg A2 en A76 te worden gesitueerd en op 10,00 meter ten opzichte van de zijkant van overige wegen, niet zijnde wegen ten behoeve van installaties. De RUD Zuid-Limburg merkt buisleidingen aan als ‘bouwwerken’ welke getoetst dienen te worden aan de bouwregels van het bestemmingsplan. De koelwaterleidingen worden ondergronds gerealiseerd, waarmee de (bovengronds gemeten) bouwhoogte minder dan 0 meter t.o.v. maaiveld bedraagt. Voor de berekening van oppervlakte-eenheden worden door het bevoegd gezag alleen bovengrondse gebouwen en installaties gerekend. De planlocatie ligt op meer dan 50 meter afstand van de A2 en A76. Zoals beschreven in paragraaf 1.1 is het voornemen de buisleidingen onder de bestaande Chemelot Weg E en Chemelot Weg 2 aan te leggen, daarmee worden de leidingen binnen 10 meter van de zijkant van overige wegen gerealiseerd. Volgens de RUD Zuid-Limburg is de aanleg van ondergrondse buisleidingen in strijd met de bouwregels. Via een binnenplanse afwijkbevoegdheid kan de afstand tot wegen worden verkleind tot minimaal 5 meter afstand tot de zijkant weg. Aangezien de leidingen onder de wegen liggen, kan niet aan de voorwaarde van een minimale afstand van 5 meter tot de zijkant van de weg worden voldaan.
12 mei 2023
BJ1681101100MIRP004F01
A3
Projectgerelateerd
‘Facetbestemmingsplan Parkeren’ Op 13 september 2018 heeft de gemeente Sittard-Geleen het ‘Facetbestemmingsplan Parkeren’ vastgesteld. Dit plan voorziet in een juridische doorwerking van de geldende parkeernormen op een eenduidige wijze in de planregels van diverse bestemmingsplannen, waaronder het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen’. Op voorgenomen ontwikkeling zijn geen parkeernormen van toepassing. Voorbereidingsbesluit (2018) en Voorbereidingsbesluit (2019) Bij besluit van 24 mei 2018 is het verboden het huidig gebruik van gronden en/of bouwwerken binnen de gemeente Sittard-Geleen te wijzigen voor het gebruik als supermarkt. Omdat een voorbereidingsbesluit een geldigheidsduur van 1 jaar heeft, is op 9 mei 2019 hetzelfde besluit opnieuw genomen. Inmiddels is ook de geldigheidsduur van dit besluit verlopen. Los daarvan voorziet voorgenomen ontwikkeling niet in de oprichting van een supermarkt. Ontwerp ‘Facetbestemmingsplan archeologie Sittard-Geleen’ Op 20 mei 2022 is het ontwerp ‘Facetbestemmingsplan archeologie Sittard-Geleen’ ter inzage gelegd. Dit plan voorziet in een juridische doorwerking van het geldende gemeentelijk archeologisch beleid in bestemmingsplannen, waaronder het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen’. Het facetbestemmingsplan is vooralsnog niet vastgesteld.
In paragraaf 4.2.1 is derhalve getoetst aan de bepalingen uit het vastgestelde gemeentelijk beleid.
12 mei 2023
BJ1681101100MIRP004F01
A4
Projectgerelateerd
3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vastgesteld op 11 september 2020, staan de plannen van de Rijksoverheid op het gebied van ruimte en mobiliteit. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. De NOVI stelt vier strategische, integrerende opgaven voor het omgevingsbeleid: 1. naar een duurzame en concurrerende economie; 2. naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. naar een toekomstbestendige en bereikbare woon-en werkomgeving; 4. naar een waardevolle leefomgeving. Chemelot speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling naar een duurzame, concurrerende en circulaire economie. Het Rijk onderkent in de NOVI dat de nieuwe, duurzame economie de komende decennia nog naast de huidige lineaire, fossiele economie zal bestaan en dat dit de ruimteclaim in die overgangsperiode potentieel groter maakt. Verschillende opgaven uit de NOVI worden door de Rijksoverheid uitgewerkt in programma’s.
Eén van deze programma’s is programma NOVEX waarin voor 16 aandachtsgebieden (NOVEX-gebieden) een nationale en regionale aanpak wordt uitgewerkt, met als eindresultaat een heldere uitvoeringsagenda per gebied. Zuid-Limburg is aangewezen als NOVEX-gebied. Chemelot speelt in dit gebied een centrale rol, zeker in de opgave voor het uitbouwen en circulair maken van de economie. De aanleg van koelwaterleidingen op zich raakt geen Rijksbelangen. De aanleg van de koelwaterleidingen is onderdeel van een grotere ontwikkeling, namelijk het uit bedrijf nemen van de krakersectie van Olefins 3. Dit overkoepelende project draagt bij aan de doelstellingen van de NOVI naar een klimaatneutrale samenleving met een duurzame en concurrerende economie.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Ecologische Hoofdstructuur (inmiddels: Natuurnetwerk Nederland), erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeer-gebied. In titel 2.6 van het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. Deze gebieden, zones en objecten zijn aangewezen op de kaartbijlagen van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Voorgenomen ontwikkeling past binnen de richtlijnen van de Barro. Volgens de kaartbijlagen uit het Rarro maakt de locatie geen onderdeel uit en is niet gelegen nabij een door het Rijk aangewezen zone of object.
12 mei 2023
BJ1681101100MIRP004F01
A5
Projectgerelateerd
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Limburg
Op 1 oktober 2021 hebben de Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg (POVÏ) vastgesteld. In de Omgevingsvisie Limburg staan drie uitdagingen voor de Limburgse fysieke leefomgeving centraal: 1. een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; 2. toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; 3. klimaatadaptatie en energietransitie. Deze uitdagingen worden thematisch uitgewerkt. Daarnaast maakt de Regiovisie Zuid-Limburg integraal deel uit van de Omgevingsvisie POVI. In de Regiovisie Zuid-Limburg worden onder meer opgaven op het gebied van regionale centra en grote werklocaties geformuleerd. Chemelot speelt daarbij een sleutelrol in de circulaire samenleving in Zuid-Limburg: het wil zich ontwikkelen tot European Circular Hub. In het kader van de opgaven voor stedelijk en suburbaan gebied moet de doorontwikkeling van gebieden als Chemelot leiden tot een kwalitatieve versterking van de ruimtelijke-economische structuur in ZuidLimburg. Zoals ook eerder bij de NOVI is genoemd, maakt voorgenomen ontwikkeling onderdeel uit van een grotere opgave die bijdraagt aan een toekomstbestendige en duurzame economie en de energietransitie. De ontwikkeling is in overeenstemming met de omgevingsvisie Limburg.
3.2.2
Omgevingsverordening Limburg 2014
Op 14 oktober 2014 hebben de Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld, tegelijk met de Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2014 (POL 2014), de voorganger van de POVI (zie paragraaf 3.2.1). De omgevingsverordening geeft juridische binding aan het beleid uit het POL2014. De Provinciale Staten hebben op 17 december 2021 een nieuwe Omgevingsverordening Limburg 2021 vastgesteld, maar deze treedt pas in werking als ook de Omgevingswet in werking treedt. Om toch diverse beleidswijzigingen nu in werking te laten treden, zijn diverse wijzigingen doorgevoerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014. Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat voorgenomen ontwikkeling niet is gelegen binnen beschermingszones van natuur en/of landschap, uitsluitingsgebieden van windmolens, waterwingebieden, grondwaterbeschermingszones, stiltegebieden of boringsvrije zones. De locatie van voorgenomen ontwikkeling is aangewezen als ‘bebouwd gebied’ en maakt onderdeel uit van ‘bedrijventerreinen’ en vormt een ‘bedrijventerrein met provinciale geluidscontour’. In paragraaf 2.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening houdt met het bepaalde in artikel 3.1.6 lid Bro (‘ladder duurzame verstedelijking’).
Voorgenomen ontwikkeling betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, aangezien het ruimtebeslag plaatsvindt binnen bestaande bedrijventerreinen. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de geldende Omgevingsverordening Limburg 2014.
3.2.3
Strategische Gebiedsvisie Omgeving Chemelot
In de Strategische Gebiedsvisie Omgeving Chemelot, opgesteld door de Provincie Limburg, de gemeenten Sittard-Geleen en Stein, de Chemelot, Brightlands Chemelot Campus en DSM is samen met de inwoners rondom Chemelot, verschillende belangengroepen, waterschap Limburg en de gemeente
12 mei 2023
BJ1681101100MIRP004F01
A6
Projectgerelateerd
Beek naar de toekomst gekeken. Het hoofddoel: het verbeteren van de kwaliteit van de omgeving van Chemelot in de periode tot 2050. Hierbij zijn drie ambities leidend: 1. streven naar een circulaire en innovatieve economie; 2. realiseren van een sterk en gezond stedelijk gebied 3. versterken van een b(l)oeiend landelijk gebied. Bij deze ambities zijn drie principes leidend: het creëren van sterke ruimtelijke structuren kiezen voor duurzaam ruimtegebruik, en verweving van doelen en functie waar het kan en scheiden van doelen en functies waar het moet. Deze ambities en principes zijn vertaald in vier gebiedsopgaven (Graetheide plateau, Haven Steinmultimodale corridor, Centrum Geleen-Campus en Lexhy) en zes thematische opgaven. Het plangebied is niet gelegen in een van de gebiedsopgaven, wel zijn 2 thematische opgaven voor voorgenomen ontwikkeling relevant: Mobiliteit - goederenvervoer Chemelot zet in op een modal shift, waarbij gebruik wordt gemaakt van vervoer via de voorkeursvolgorde buisleidingen, water, spoor en als laatste weg. Hiermee wordt de toenemende drukte op het wegennetwerk beperkt, wordt ingezet op verbetering van het woon- en leefklimaat en verkeersveiligheid.
Transformatieopgave bedrijventerrein Deze opgave gaat over het optimaliseren van ruimtegebruik en kwaliteitsverbetering/-behoud van bestaande bedrijventerreinen en het stimuleren en faciliteren van circulaire economie op de bedrijventerreinen. Dit gaat gepaard met o.a. een verbetering van de omgevingskwaliteit waarbij (waar mogelijk) sprake is van een verbetering van milieuoverlast op de (woon)omgeving. Deze opgave is verder uitgewerkt in het Masterplan Chemelot 2030. In paragraaf 3.3.2 wordt nader ingegaan op de verhouding van de ontwikkeling ten opzichte van het Masterplan Chemelot 2030.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016
De Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016 is de opvolger van de Structuurvisie uit 2010. Het is één van de instrumenten om de doelen en prioriteiten van de gemeente te realiseren. In de visie is aangegeven welke (integrale) koers de gemeente nagestreefd en wat dit betekent voor de visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Sittard-Geleen. Gemeente Sittard-Geleen biedt ruimte aan groei en ontwikkeling, zonder daarbij afbreuk te doen aan de kwaliteit van de leefomgeving, door doelen en prioriteiten te stellen. Gewenste ontwikkelingen worden specifiek benoemd. Het uitgangspunt dat wordt gehanteerd voor de balans tussen leefbaarheid en economische ontwikkeling is het bieden van ‘ruimte waar het kan, sturing waar het moet’. Chemie en Materialen In de omgevingsvisie wordt benoemd dat Chemelot wil groeien tot de meest competitieve en duurzame materialen- en chemiesite van West-Europa en dat dit benoemd is in de Toekomstvisie Chemelot 2025. Om deze ambitie waar te maken is medio 2016 een actieplan als onderdeel van de visie opgesteld. Voor de doorontwikkeling van het Industrial Park is, volgens de Visie Chemelot 2025, in eerste instantie voldoende ruimte aanwezig ‘binnen de hekken’.
12 mei 2023
BJ1681101100MIRP004F01
A7
Projectgerelateerd
Voorgenomen aanpassing is voorzien ‘binnen de hekken’ van de Chemelot Site (Industrial Park) en draagt bij aan de ambitie uit de Toekomstvisie Chemelot 2025 om de meest competitieve en duurzame materialen- en chemiesite van West-Europa te worden.
3.3.2
Masterplan Chemelot 2030
Het Masterplan Chemelot 2030 vormt de uitwerking op het gebied van ruimte en logistiek van de “Visie Chemelot 2025”. Centraal in de visie staat de ambitie om als Chemelot uit te groeien tot de meest veilige, meest duurzame en meest competitieve chemie- en materialensite in Europa in 2025. Het doel van het Masterplan is het maken van een toekomstbestendig plan voor de site, met als hoofdthema’s ruimte en transport. De ambities uit de visie 2025 worden geconcretiseerd en gefaciliteerd door het opstellen van een integraal strategisch plan voor de middellange termijn, met een doorkijk naar de lange termijn. Centraal daarbij staat het zo veilig, zo duurzaam en zo efficiënt mogelijk benutten van de beschikbare ruimte. De kern van de opgave ligt bij de klimaatneutraliteit en circulariteit: de transitie naar een schonere industrie. Meest veilige site Hierin wordt in het Masterplan onderscheid gemaakt tussen omgevingsveiligheid en verkeersveiligheid. Het masterplan gaat niet in op andere veiligheidsdomeinen, zoals sociale veiligheid, arbeidsveiligheid en security. Het aspect omgevingsveiligheid betreft de risico’s van het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen. Het gaat om de veiligheid van de aanwezige personen in de directe omgeving van inrichtingen met opslag van en processen met gevaarlijke stoffen en van transportroutes voor gevaarlijke stoffen.
Hierin stelt het masterplan concrete acties ten aanzien van zoneringen onder de Omgevingswet, het verbeteren van de veiligheid van mensen die zich op de Site maar buiten de fabrieken bevinden in geval van een calamiteit en het vervoer van gevaarlijke stoffen (veilige modaliteit en routes). Verkeersveiligheid gaat zowel over het verkeer rond de site als het verkeer op de site. Rond de site dient filevorming te worden voorkomen door spreiding van verkeer en aanpassing van de wegenstructuur aan de verkeerstoename. Op de site dient zo min mogelijk verkeer te komen. Daarnaast dient het verkeer op de site zo goed mogelijk geleid te worden door een eenduidig wegontwerp, scheiding van verkeersstromen en aandacht voor speciale situaties. Meest duurzame site Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen transport, beschikbare ruimte en milieu. De beschikbare ruimte op de Chemelot Site is schaars. In het Masterplan worden verschillende acties benoemd om zuinig met deze ruimte om te gaan en deze zo goed mogelijk in te richten, onder andere door ruimte te creëren door sloop en herverkaveling en door clustering van bedrijven met onderlinge synergie. De ontwikkeling van Chemelot vraagt ook aandacht voor het transport van mensen en goederen naar en op de site. Voor het faciliteren van een circulaire economie is een multimodale ontsluiting cruciaal.
In plaats van het aanvoeren van producten per vrachtwagen zet Chemelot in op een ‘modal shift’ voor bestaande en nieuwe stromen. Dit betekent dat waar mogelijk en haalbaar transport zal plaatsvinden per buisleiding, schip of per rail. Op de site zet Chemelot in op zo min mogelijk verkeer. Ten aanzien van milieu wordt uiteraard voldaan aan de normen van wet- en regelgeving. Deze normen bieden de omgeving onder andere bescherming tegen hinder op het gebied van geluid, externe veiligheid, geur, luchtkwaliteit en waterlozingen. In aanvulling op deze normen wordt hinder zoveel mogelijk voorkomen door o.a. ‘good housekeeping’ en interne gedragsvoorschriften. Chemelot geeft hiermee aan veel belang te hechten aan een toekomstig duurzaam milieu. Meest competitieve site Om de meest competitieve chemie- en materialensite van Europa te worden zet Chemelot in op het behoud en de versterking van de synergie (het restproduct van de ene fabriek is de grondstof voor een
12 mei 2023
BJ1681101100MIRP004F01
A8
Projectgerelateerd
4
Milieu- en omgevingsaspecten
4.1
Bodem
Kader In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is (of geschikt te maken is) voor de beoogde functie/het toekomstig bodemgebruik. Vanuit de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling dient daarnaast het financiële risico ten aanzien van de mogelijke aanwezigheid van ernstige bodemverontreinigingen in kaart te worden gebracht. Toelichting De Chemelot Site is beschikt als één geval van ernstige bodemverontreiniging (zowel bodem als grondwater), waarvoor een saneringsplan is opgesteld in de vorm van plan van aanpak “Duurzaam Bodembeheer Chemelot - Gewijzigde bodemsaneringsaanpak DSM - terrein Geleen Stein, uitvoeringsperiode 2022-2032, DSM Industriegrond BV en Site grond BV”. De omgang met (graaf)werkzaamheden in de bodem en grondstromen binnen de Chemelot Site is verankerd in de eigen regelgeving op de Chemelot Site. Voorgenomen ontwikkeling betreft geen bodemgevoelige functie, waardoor de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het beoogde gebruik. Aangezien de bodem onderdeel uitmaakt van een beschikt geval van ernstige bodemverontreiniging zijn er geen onvoorziene financiële risico’s vanwege de bodemkwaliteit. Bij de uitvoering van werkzaamheden wordt gewerkt conform de Site regelgeving.
4.2
Erfgoed
4.2.1
Archeologie
Kader Met het Europees Verdrag van Malta wordt voorzien in de bescherming van het archeologisch erfgoed. Dit verdrag is wettelijke verankerd in de Wet op de archeologische monumentenzorg. Hieruit vloeit de verplichting voort om bij ruimtelijke plannen rekening te houden met archeologisch erfgoed. Toelichting Het gemeentelijk beleid ten aanzien van archeologie en monumenten is door de gemeente Sittard-Geleen vastgelegd in de “Beleidsnota Archeologie en Monumenten gemeente Sittard-Geleen” (2012). Dit beleid wordt via bestemmingsplannen juridisch verankerd. Zoals aangegeven in paragraaf 2.3 wordt dit beleid via het ontwerp ‘Facetbestemmingsplan archeologie Sittard-Geleen’ verankerd. In de kaartbijlage bij de beleidsnota is de planlocatie aangewezen als een locatie categorie 4: een locatie met onbekende, lage, middelhoge en/of hoge archeologische verwachtingswaarde. Voor het uitvoeren van werkzaamheden dieper dan 30 cm in gebieden met een archeologische verwachtingswaarde geldt een meldplicht. Voor gebieden van categorie 4 geldt vanuit de beleidsnota daarnaast een archeologische onderzoeksplicht voor ingrepen met een grotere oppervlakte dan 500 m2. Voor het aanleggen van de ondergrondse leidingen zal naar alle waarschijnlijkheid de grond over een grotere oppervlakte dan 500 m2 worden geroerd.
Voor voorgenomen ontwikkeling is derhalve een archeologisch bureauonderzoek verricht door RAAP. Daarbij is vooruitlopend op de sloop van de kraker van Olefins 3 ook het fabrieksterrein van de Olefins 3 meegenomen. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in de rapportage RAAP-rapport 6379 ‘Nieuwe koelwaterleiding op het terrein van de
12 mei 2023
BJ1681101100MIRP004F01
A10
Projectgerelateerd
OLEFINS3-fabriek (NAK3) op Chemelot te Geleen’ d.d. 26 april 2023. Deze rapportage is opgenomen in bijlage 1. Uit dit onderzoek blijkt dat binnen een straal van 500 m van de onderzoekslocatie slechts één vindplaats bekend is. Uit de historische gegevens blijkt dat de locatie vanaf de jaren ’60 van de 20ste eeuw is ontwikkeld, met de aanleg van een wegennetwerk, bouw van de Olefins 3-fabriek en uitbreidingen van bebouwing. Ook lijkt het plangebied te zijn ontgrond. Mogelijke resten zullen met deze ontwikkelingen verdwenen zijn, waardoor voor de onderzoekslocatie een lage verwachting geldt voor archeologische resten uit alle perioden. Vervolgonderzoek wordt niet zinvol geacht. In het kader van de beoogde ingreep kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van mogelijke aantasting van te beschermen archeologische waarden.
4.2.2
Cultuurhistorie
Bij de “Beleidsnota Archeologie en Monumenten gemeente Sittard-Geleen” (2012) is in bijlage 2 een eerste inventarisatie opgenomen van de Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten in SittardGeleen. Ter plaatse en/of nabij voorgenomen ontwikkeling zijn geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten gelegen. Er is geen sprake van mogelijk aantasting van cultuurhistorisch erfgoed.
4.3
Ecologie
Kader De Wet natuurbescherming (Wnb) vormt het wettelijk kader voor de bescherming van flora en fauna (soortenbescherming), leefgebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van houtopstanden. Bij nieuwe ruimtelijke ingrepen en activiteiten dient te worden nagegaan of deze ingrepen en/of activiteiten eventueel negatieve gevolgen hebben voor aanwezige dier- en plantensoorten in de omgeving of tot negatieve effecten leiden in onder de Wet natuurbescherming aangewezen gebieden, zijnde de Natura 2000-gebieden. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het onderdeel Gebiedsbescherming van de Wnb regelt de bescherming van de Nederlandse Natura 2000-gebieden. Voor elk van de aangewezen gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd, nader uitgewerkt in een beheerplan, die gelden als toetsingskader. Uitgaande van de instandhoudingsdoelstellingen dient nagegaan te worden of sprake is van conflicten met het behalen hiervan. En zo ja, of de wezenlijke kenmerken en waarden van een Natura 2000-gebied in het geding zijn. Hierbij is ook de externe werking van belang. Dat betekent dat ook beschouwd moet worden in hoeverre maatregelen buiten Natura 2000-gebieden, zoals nieuwe ontwikkelingen, negatieve effecten kunnen hebben op voor deze gebieden geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen.
Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland biedt planologische bescherming aan gebieden die in dit netwerk zijn opgenomen. Het provinciaal beleid van Limburg met betrekking tot dit onderwerp is in de Omgevingsvisie Limburg (POVI) opgenomen en uitgewerkt als ‘Natuurnetwerk Limburg’, maar wordt in de huidige Provinciale Omgevingsverordening nog benoemd als ‘Goudgroene natuurzone’. Hierbij wordt een ‘nee, tenzij’ principe gehanteerd. Dit betekent dat activiteiten alleen mogelijk zijn wanneer deze niet leiden tot negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk, tenzij voor deze activiteiten een dwingende reden van openbaar belang geldt.
12 mei 2023
BJ1681101100MIRP004F01
A11
Projectgerelateerd
Soortenbescherming Het onderdeel Soortenbescherming van de Wnb regelt de bescherming van flora en fauna. Er is sprake van een drietal beschermingsregimes: een voor soorten van de Habitatrichtlijn, een voor soorten van de Vogelrichtlijn en een voor nationaal beschermde soorten. In de Wnb zijn ten aanzien van deze soorten verbodsbepalingen opgenomen als ook gronden waarop ontheffing kan worden verleend. Voor alle planten en dieren geldt verder een algemene zorgplicht conform artikel 1.11 Wnb. Dit houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving. In de praktijk betekent de zorgplicht dat tijdens werkzaamheden negatieve effecten op planten, dieren en hun omgeving zoveel mogelijk moet worden voorkomen of beperkt. Ook dient bij de inrichting aandacht te worden besteed aan de realisatie van geschikt habitat voor plant en dier. Houtopstanden Dit onderdeel regelt de bescherming van bossen en bomen. Wanneer een boom dan wel meerdere bomen uit meer dan 10 are aaneengesloten opgaande begroeiing of een bomenrij van ten minste 20 bomen moet verdwijnen, dient hiervan melding te worden gemaakt bij het bevoegd gezag (Provincie Limburg). De verloren gegane bomen dienen binnen drie jaar, op bosbouwkundige wijze te worden teruggebracht (herplantplicht).
De Wet natuurbescherming stelt regels voor het vellen van houtopstanden buiten de door de gemeente vastgestelde ‘bebouwde kom’. De gemeente is bevoegd regels te stellen via een verordening voor het kappen van bomen zowel binnen deze ‘bebouwde kom’ als daarbuiten. Vaak zijn deze regels opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening. Toelichting Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn Grensmaas en het Bunder- en Elslooërbos, beiden gelegen op een afstand van ca. 2,5 km. Gezien deze afstand en het gegeven dat tussen het plangebied en deze gebieden diverse woningen, wegen en overige functies zijn gelegen, kan alleen stikstofdepositie tot potentieel negatieve effecten leiden op de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden. Overige effecten zoals effecten als gevolg van geluid, licht en trillingen zijn op voorhand uitgesloten. De stikstofemissie van voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de emissie van stikstof ten gevolge van de bouwfase (vervoersbewegingen en werktuigen). Voor het bedrijventerrein site Chemelot is op 3 juli 2018 een vergunning verleend onder de Wet natuurbescherming.
Op grond van deze vergunning dient melding te worden gedaan van veranderingen in de exploitatie van het bedrijventerrein en dient te worden aangetoond dat de verandering niet leidt tot andere of grotere negatieve gevolgen voor enig Natura 2000gebied. Derhalve is door Chemelot Site Permit melding gemaakt van het voornemen tot het verrichten van de volgende activiteiten: het wijzigen en uitbreiden van verschillende activiteiten op de site; bouw- en sloopactiviteiten, welke jaarlijks verspreidt over de site (zullen) plaatsvinden. Bij brief op 5 december 2022 is door het bevoegd gezag medegedeeld dat de voorgenomen verandering geen aanleiding geeft tot het aanvragen van een (nadere) toestemming als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb dan wel artikel 2.2aa, onder a, van het Besluit omgevingsrecht. Geconcludeerd kan worden dat de stikstofemissie van voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden.
12 mei 2023
BJ1681101100MIRP004F01
A12
Projectgerelateerd
Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg (BNLZL) Het plangebied is niet gelegen binnen het NNN of het BNLZL. Het plangebied grenst hier ook niet aan. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden en de kernkwaliteiten van het NNN en BNLZL zijn daarom op voorhand uitgesloten. Beschermde soorten Het plangebied is in de bestaande situatie volledig verhard (asfalt verharding) en wordt gebruikt door voertuigen voor de Olefins 3. Het voorkomen van beschermde flora kan op voorhand worden uitgesloten evenals het gebruik van het plangebied als rust- of verblijfplaats van beschermde fauna. Het huidig gebruik als weg verandert met voorgenomen ontwikkeling niet, waardoor er geen sprake is van aantasting of permanente verstoring van het leefgebied. Houtopstanden Binnen het plangebied zijn geen houtsopstanden aanwezig. Er is derhalve geen sprake van het vellen of beschadigen van houtopstanden.
4.4
Bedrijven en milieuzonering
Kader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (zoals woningen) noodzakelijk. Doorgaans vindt deze ruimtelijke afstemming plaats in de vorm van het aanhouden van voldoende afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Hiermee wordt hinder en gevaar voor milieugevoelige functies voorkomen of zoveel mogelijk beperkt en wordt bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun bedrijfsactiviteiten onder aanvaardbare omstandigheden kunnen verrichten. Door de VNG is een handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gepubliceerd (laatste uitgave dateert uit 2009). In deze handreiking zijn per milieubelastende activiteit richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar opgenomen tot milieugevoelige functies. Deze afstanden vormen slechts een richtlijn, maar vormen in aanvulling op de daadwerkelijke hindercirkels van bestaande bedrijven een goede inschatting van planologisch toegestane bedrijven en hun mogelijke hindercirkels. Toelichting In de handreiking zijn richtafstanden opgenomen voor milieubelastende activiteiten, waarbij onderscheidt wordt gemaakt in bedrijfsmatige (productie)activiteiten, installaties en opslagen, ofwel milieuhinder veroorzakende activiteiten die op een locatie plaatsvinden binnen een zekere begrenzing.
De richtafstanden zijn namelijk indicatief voor de hindercirkels van bedrijven vanuit de milieuregelgeving. Voor het transport van stoffen (door ondergrondse buisleidingen) zijn geen richtafstanden opgenomen. Mede doordat het transport van stoffen geen bedrijfsmatige activiteit betreft binnen een zekere begrenzing, kan de handreiking van de VNG niet worden toegepast.
4.5
Geluid
Kader Voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen de begrenzing van de inrichting Chemelot. De Chemelot Site betreft een gezoneerd bedrijventerrein, waardoor de geluidszone Wgh het toetsingskader vormt. Toelichting Het transport van stoffen door (ondergrondse) buisleidingen heeft geen effect op de geluidszone Wgh van de Chemelot Site. 12 mei 2023
BJ1681101100MIRP004F01
A13
Projectgerelateerd
4.6
Externe veiligheid
Kader Voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen de begrenzing van de inrichting Chemelot. Voor deze inrichting zijn plaatsgebonden risicocontouren vastgesteld. Het groepsrisico is daarbij voor de gehele inrichting afgewogen. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen is alleen van toepassing op buisleidingen (Bevb) met gevaarlijke stoffen buiten inrichtingen. Toelichting Het koelwater betreft geen ‘gevaarlijke stof’. Het transport van stoffen door (ondergrondse) buisleidingen binnen de inrichting heeft geen effect op de plaatsgebonden risicocontouren of het groepsrisico van de Chemelot site.
4.7
Geur
Het transport van stoffen door (ondergrondse) buisleidingen heeft geen geuremissie tot gevolg.
4.8
Luchtkwaliteit
Kader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). De luchtkwaliteitseisen uit deze wet en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: de grenswaarde niet wordt of niet dreigt te worden overschreden; een ontwikkeling niet leidt tot verslechtering van de luchtkwaliteit; een ontwikkeling ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan luchtverontreiniging; de ontwikkeling onderdeel uitmaakt van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen. Toelichting Het transport van stoffen door (ondergrondse) buisleidingen heeft geen effect op de luchtkwaliteit.
4.9
Water
Kader In artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is onder andere gesteld dat een ruimtelijke onderbouwing een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen van het initiatief voor de waterhuishouding. Toelichting Ter plaatse van de beoogde ontwikkelingen zijn geen (beschermingszones van) watergangen of waterkeringen gelegen. Daarnaast komt ten gevolge van de beoogde ontwikkeling geen afvalwater vrij / is geen sprake van een nieuwe aansluiting op het gemeentelijk rioolsysteem. De koelwaterleidingen maken onderdeel uit van een gesloten systeem. Bovendien veranderd door voorgenomen ontwikkeling het bestaand verhard oppervlak niet, waardoor er geen wijziging optreedt in de waterhuishouding. Er zijn geen gevolgen voor de waterhuishouding.
12 mei 2023
BJ1681101100MIRP004F01
A14
Projectgerelateerd
4.10
M.e.r.-beoordeling
Kader In de Wet milieubeheer (Wm) is in hoofdstuk 7 geregeld dat bij ruimtelijke plannen en/of besluiten met mogelijk grote milieugevolgen het verplicht is informatie te verzamelen over de eventuele milieugevolgen in het kader van een milieueffectrapportage(m.e.r.)-procedure. Het doel van de m.e.r.-procedure is het in beeld brengen van de milieueffecten van de voorgenomen maatregelen, zodat het milieubelang volwaardig kan meewegen bij de plannen en besluiten. Een verplichting om een (vormvrije) m.e.r.- beoordelingsprocedure of volledige m.e.r.- procedure uit te voeren kan ontstaan in het gesloten spoor of het open spoor. Via het gesloten spoor kan een activiteit m.e.r. (beoordelings)plichtig zijn, wanneer deze is beschreven in de lijst activiteiten in bijlage C of D van het Besluit m.e.r.. Via het open spoor kan een m.e.r.-plicht gelden, wanneer blijkt dat een ontwikkeling significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden tot gevolg kan hebben. Toelichting Voorgenomen ontwikkeling komt niet voor in de lijst van activiteiten als opgenomen in bijlage C of D van het Besluit m.e.r.. Zoals gesteld in paragraaf 4.3 heeft voorgenomen ontwikkeling eveneens geen significant negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden tot gevolg. Voor voorgenomen ontwikkeling geldt derhalve geen m.e.r. (beoordelings)plicht.
4.11
Verkeer en parkeren
Voorgenomen ontwikkeling betreft de aanleg van twee ondergrondse buisleidingen. Dit heeft geen gevolgen voor de parkeervraag of voor de afwikkeling van verkeer. Tijdens de uitvoering wordt Weg E afgesloten en zal het bestemmingsverkeer worden omgeleid over de omliggende weginfrastructuur op de Chemelot site.
12 mei 2023
BJ1681101100MIRP004F01
A15
Projectgerelateerd
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Financiële haalbaarheid
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in artikel 6.2.1 een opsomming gegeven van de bouwplannen die worden beschouwd als bouwplan in de zin van 6.12 Wro waarvoor een exploitatieplan dient te worden vastgesteld indien het kostenverhaal niet anderszins is geregeld (dat wil zeggen indien men geen anterieure privaatrechtelijke overeenkomst heeft kunnen sluiten met de ontwikkelende partij). Voorgenomen ontwikkeling geldt niet als een aangewezen bouwplan. Het kostenverhaal van de gemeente is geborgd via de Legesverordening. Alle kosten van de planrealisatie zijn voor rekening van initiatiefnemer, waarmee de financiële haalbaarheid van het plan is verzekerd.
5.2
Maatschappelijk haalbaarheid
Voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen de begrenzingen van de Chemelot Site en leidt niet tot effecten buiten de Chemelot Site, ook niet in visuele zin. Er zijn geen andere partijen met belangen bij of op de locatie van voorgenomen ontwikkeling. Derhalve is geen nader overleg gevoerd met de omgeving. Op de voorbereiding van besluitvorming over de aanvraag omgevingsvergunning artikel 2.1 eerste lid onder c Wabo middels toepassing van artikel 2.12 eerste lid onder a sub 3 Wabo is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit betekent dat het ontwerp besluit op voorliggende aanvraag voor 6 weken ter inzage zal worden gelegd, waarbij iedereen de mogelijkheid heeft om een zienswijze op het ontwerpbesluit in te dienen.
12 mei 2023
BJ1681101100MIRP004F01
A16