CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

02. Rapport belastingmaatregelen 2023

Raad 19 december 2022, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Belastingmaatregelen 2023 (Buhler) (91)26.143 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Belastingmaatregelen 2023

BELASTINGMAATREGELEN 2023 SITTARD-GELEEN

Colofon Belastingmaatregelen 2023 08-11-2022 Samenstelling Gemeente Sittard-Geleen Concerncontrol Postbus 18 6130 AA Sittard Inlichtingen Tel: 14 046

INHOUDSOPGAVE 1. BELEIDSKADER GEMEENTELIJKE BELASTINGEN ............................................................................................ 3 1.1 B ELEIDSKADER .......................................................................................................................................................3 1.2 G EMIDDELDE INDEXERING 2023 ............................................................................................................................3 2. VOORSTELLEN GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN TARIEVEN ....................................................................... 5 2.1 G EMEENTELIJKE W OONLAST ..................................................................................................................................5 2.2 V OORSTELLEN INZAKE KOSTENDEKKENDHEID ...........................................................................................................7 2.3 O VERIGE VOORSTELLEN GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN RECHTEN .........................................................................9 3.

OVERZICHT GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN RECHTEN ............................................................................10 3.1 I NLEIDING ...........................................................................................................................................................10 3.2 A LGEMENE BELASTINGEN EN PARKEERBELASTING ..................................................................................................10 3.3 A FVALSTOFFENHEFFING EN RIOOLHEFFING ...........................................................................................................24 3.4 R ECHTEN .............................................................................................................................................................32 3.5 L EGES .................................................................................................................................................................37 4.

VERGELIJKINGSTABELLEN ............................................................................................................................44 T EKSTUELE WIJZIGINGEN VERORDENINGEN ( EXCLUSIEF LEGESTABEL ) ............................................................................44 T ARIEFSWIJZIGINGEN VERORDENINGEN ( EXCLUSIEF LEGESTABEL ) .................................................................................50 W IJZIGINGEN TARIEVEN EN TEKSTEN LEGESTABEL ........................................................................................................75

2

1. BELEIDSKADER GEMEENTELIJKE BELASTINGEN 1.1 BELEIDSKADER Het beleidskader van de gemeentelijke belastingen en heffingen is vastgelegd in het raadsakkoord 2022-2026 Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken! In het raadsakkoord wordt het bestaande beleid van de afgelopen jaren voortgezet. Sittard-Geleen scoort in vergelijking met andere gemeenten hoog als het gaat om het niveau van de lokale lasten. We hebben daarom aandacht voor de hoogte van het lastenniveau voor inwoners en ondernemers en indien mogelijk brengen we dit terug. In de programmabegroting 2023 is het kader van de gemiddelde gemeentelijke woonlast voor 2023 nader uitgewerkt. Hierin is op dit moment geen ruimte voor lastenverlichting. Bij de kadernota 2023 zal aandacht zijn voor het lokale lasten beleid. Uitwerking hiervan vindt plaats bij programmabegroting 2024. Besluitvorming over aanpassingen van de verordeningen en tarieven voor 2023 vindt plaats door het voorstel belastingmaatregelen 2023 waar dit boekwerk onderdeel van uitmaakt. Voor het gemeentelijk belastingkader 2023 gelden de volgende uitgangspunten: - De tarieven worden uitsluitend geïndexeerd, tenzij sprake is van noodzakelijke investeringen op het gebied van afval en riool. Het indexpercentage wordt vastgesteld op 3,12%. - Bij de programmabegroting 2021 is besloten om de tarieven voor de onroerende zaakbelasting (OZB) voor 2023 te verhogen met 1%.

- Als invulling van de motie heroverwegen lastenverhoging bij de programmabegroting 2022 wordt de 2,5% verhoging bij OZB woningen voor 2023 niet doorgevoerd. - De algemene heffingen (honden- en toeristenbelasting) worden benaderd als bestemmingsheffing (maximaal 100% kostendekkend), voor zover er dekkingsmiddelen zijn. De tarieven van de hondenbelasting worden als invulling van de motie gefaseerde afbouw hondenbelasting bij de programmabegroting 2022 voor 2023 verlaagd met 50% ten opzichte van 2021. - Lastenverdeling naar rato van draagkracht op basis van redelijkheid en billijkheid. - De afnemer/ vervuiler betaalt. - De dienstverlening is kostendekkend, alle kosten worden gedekt door de opbrengsten. Het eerder vastgesteld beleidskader dat de gemeentelijke woonlasten worden geheven op basis van het gemiddelde van de vier grote Limburgse gemeenten is op dit moment niet mogelijk. Door toepassing van de begrotingskaders om de begroting reëel en structureel sluitend te maken zijn de eerder besloten belastingverhogingen nodig.

1.2 GEMIDDELDE INDEXERING 2023 De indexering van de gemeentelijke belastingen en heffingen gebruiken wij vooral voor de indexering van de personele kosten en de verbonden partijen. In de meicirculaire 2022 zijn de verschillende indexeringspercentages voor het gemeentefonds opgenomen. Voor de gemeentelijke belastingen gebruiken wij hetzelfde gemiddelde percentage van 3,12%. De rechten voor afval en riool indexeren wij niet, bij deze heffingen begroten wij op basis van de verwachte kosten en opbrengsten. Voor de volgende tarieven stellen wij voor om niet te indexeren: Precariobelasting terrassen De gemeenteraad heeft vanwege de coronacrisis besloten om over belastingjaar 2021 en 2022 geen precariobelasting terrassen te heffen. Daarom indexeren wij deze tarieven voor 2023 niet. 3

-

-

-

Reclamebelasting Op verzoek van het centrummanagement Geleen en Sittard is afgesproken om de tarieven jaarlijks met 2% te verhogen voor een periode van 5 jaar vanaf 2020. Voor 2020 en 2021 zijn de tarieven met 2% verhoogd. Publiekrechtelijke parkeertarieven Deze tarieven handhaven wij op het niveau van 2022. Aanlegrechten uitweg en rioolaansluitrecht De tarieven zijn verhoogd op basis van de raamovereenkomst met de aannemer. Conform het bestek heeft de aannemer het recht op een jaarlijkse indexering van de prijzen per eenheid, dit is per 1 juli 2022 22,74%. Legesverordening titel 2 omgevingsvergunningen De huidige legesverordening onderdeel omgevingsvergunningen wordt vooralsnog gehandhaafd tot invoering van de Omgevingswet welke nu gepland staat voor 1 juli 2023.

4

2. VOORSTELLEN GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN TARIEVEN 2.1 GEMEENTELIJKE WOONLAST De gemiddelde gemeentelijke woonlast 1 bestaat uit de gemiddelde aanslag OZB-woningen, de gemiddelde afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Tabel Gemiddelde gemeentelijke woonlast 2022

2023

afwijking t.o.v. 2022

% afwijking t.o.v. 2022

OZB tarief woningen

0,1887%

0,1653%

-0,02%

-12,4%

Gemiddelde WOZ waarde Gemiddelde OZB aanslag woningen

€ 211.725 € 399,53

€ 256.327 € 423,71

€ 44.602 € 24,18

21,1% 6,1%

Vastrecht afvalstoffenheffing Gemiddeld variabel recht (Diftar) incl. milieupark

€ 194,76

€ 211,80

€ 17,04

8,7%

€ 110,17

€ 112,66

€ 2,49

2,3%

Gemiddelde afvalstoffenheffing

€ 304,93

€ 324,46

€ 19,53

6,4%

Rioolheffing

€ 207,48

€ 225,12

€ 17,64

8,5%

Gemiddelde woonlast

€ 911,94

€ 973,29

€ 61,35

6,7%

+ stijging tarief/ - is daling tarief

Om de mutatie van de woonlasten voor de inwoners te kunnen bepalen gaan wij voor de WOZ-waarden uit van de prognose van de BsGW. Dit leidt tot een geactualiseerde gemiddelde WOZ-waarde van € 256.327 op basis van de waardemutatie 2023 en overige ontwikkelingen. De gemiddelde gemeentelijke woonlast stijgt met 6,7% ten opzichte van de berekening 2022. In hoofdstuk 3 worden de belangrijkste ontwikkelingen en genomen maatregelen in het kader van de tariefontwikkeling van de OZB-woningen (3.2.1), afvalstoffenheffing (3.3.1) en rioolheffing (3.3.2) toegelicht. Monitor gemeentelijke woonlastendruk Uitgangspunt voor Sittard-Geleen was dat de gemiddelde gemeentelijke woonlast voor een inwoner van SittardGeleen overeenkomt met de gemiddelde woonlastendruk van de grootste gemeenten uit Limburg. In het jaarlijkse overzicht van de gemeentelijke belastingen van de provincie Limburg wordt een vergelijking gemaakt van de woonlasten van de Limburgse gemeenten betreffende OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Aan de hand van deze benchmark is de gemiddelde gemeentelijke woonlast van een inwoner uit Sittard-Geleen voor 2022 vergeleken. Uit het belastingoverzicht 2022 blijkt dat onze gemeente net als in voorgaande jaren plaats 4 op de ranglijst heeft.

De gemiddelde gemeentelijke woonlast voor een woningeigenaar in Sittard-Geleen is voor 2022 € 51,99 hoger (2021 € 48,91) dan het gemiddelde van de 4 grootste Limburgse gemeenten. De afgelopen jaren zijn de woonlasten voor onze inwoners sterk gestegen. Dit wordt onder meer veroorzaakt door de hoger wordende kosten van de afvalstoffen- en rioolheffing. Maar ook door de stijging van de OZB. Deze stijging is de afgelopen

1

vanaf nu de gemiddelde woonlast.

5

jaren nodig geweest om de begroting in 2019 sluitend te maken en in 2021 om ruimte te creëren voor nieuw beleid en reparatie van bestaand beleid.

1

310,91

2

184,27

2

333,14

3

828,32

2

Maastricht

263.509

4

308,31

1

202,40

3

358,83

4

869,54

3

Sittard-Geleen

217.636

2

410,68

4

207,48

4

282,68

2

900,84

4

Venlo

240.212

3

381,94

3

155,30

1

274,21

1

811,45

1

Streefwaarde:

222.933

345,43

Afvalstoffen heffing

188,05

Gemiddeld 243.771 341,28 223,63 Provincie Bron: belastingoverzicht 2022 van de provincie Limburg * Het gemiddelde van de 4 grootste Limburgse gemeenten o.b.v. eigen berekening gemeente ** Rang 1 is de goedkoopste en rang 4 de duurste gemeente

Gemeentelijke lasten eigenaar / gebruiker

315,37

848,85

286,25

851,16

Rang

170.375

OZB Eigenaar

Rang

Heerlen

Gemiddelde waarde woningen

Rang

Rioolrecht eigenaar/ gebruiker

Gemeente

Rang

Rang

Tabel Woonlasten 2022 (eigenaar/gebruiker) 4 grootste gemeenten van Limburg

Duidelijk is dat het op dit moment niet haalbaar is om de streefwaarde naar het gemiddelde van de vier grootste gemeenten te krijgen. Ook als we vergelijken met alle Limburgse gemeenten dan staat Sittard-Geleen hoog in de ranglijst met plaats 5. Alleen de gemeenten Meerssen, Eijsden-Margraten, Voerendaal en Gulpen-Wittem hebben hogere gemiddelde woonlasten voor een eigenaar.

Rang

Gemeentelijke lasten gebruiker

Rang

Tabel woonlastenmonitor 2022 gebruiker (huurder)

3

432,69

4

358,83

4

411,06

2

0,00

282,68

2

282,68

1

155,30

274,21

1

429,51

3

Rioolrecht gebruiker

Afvalstoffenheffing

Heerlen

99,55

333,14

Maastricht

52,23

Sittard-Geleen

Gemeente

Venlo Gemiddeld Provincie

286,25

369,39

Een huurder van een woning betaalt in Sittard-Geleen alleen afvalstoffenheffing, hierdoor zijn we de goedkoopste gemeente van de 4 grote gemeenten in Limburg. Een gezin dat in een huurhuis woont, is ruim € 100 per jaar goedkoper uit in onze gemeente dan in het op de tweede plaats staande Maastricht. Een vergelijking van de woonlasten voor 2023 is op dit moment nog niet te maken, omdat niet bekend is welke voorstellen de andere gemeenten nemen over de gemeentelijke woonlasten. In maart 2023 wordt het belastingoverzicht van de provincie gepubliceerd, op dat moment is bekend wat de woonlasten van de andere gemeenten gaan doen. Bij de kadenota 2023 zal er aandacht zijn voor de hoogte van de lokale lasten.

6

2.2 VOORSTELLEN INZAKE KOSTENDEKKENDHEID 2.2.1 Onderzoek kostendekkendheid Een onderzoek naar de kostendekkendheid, in hoeverre de opbrengsten de kosten van een bepaalde dienst dekken, voeren wij jaarlijks uit. Dit is zowel een wens van de Raad, een verplichting vanuit de Gemeentewet als een verplichting vanuit de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) voor een aantal rechten en heffingen. Naast het uitgebreide onderzoek in dit boekwerk geven wij conform de richtlijnen van het BBV de kostendekkendheid op hoofdlijnen weer in de paragraaf lokale heffingen van de programmabegroting 2023. In de paragraaf lokale heffingen zijn de berekening opgenomen op basis van de toen beschikbare gegevens. Deze berekeningen kunnen afwijken van de berekeningen in dit boekwerk. Indien dit zich voordoet zullen we dit toelichten, de begroting passen wij aan zodat deze aansluit op dit boekwerk. Zowel de opbrengsten als de kosten dienen op het niveau van de gehele (leges)verordening en niet per individuele dienst of groep van diensten bezien te worden. Het is aan de gemeenteraad om te bepalen welke deel van de kosten die toegerekend mogen worden daadwerkelijk verhaald worden via de tarieven. Bij de rechten en bestemmingsheffingen onder artikel 229 Gemeentewet dient er sprake te zijn van een aanwijsbare tegenprestatie door de overheid.

Voor de vaststelling van de rechten zijn wij gehouden aan het vereiste dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten niet mogen overschrijden. Er dient dus sprake te zijn van ten hoogste kostendekkende tarieven. 2.2.2 Webapplicatie kostendekkenheid.nl Vanaf de begroting 2020 berekenen wij de kostendekkendheid met behulp van de webapplicatie kostendekkendheid.nl. Deze applicatie is een hulpmiddel om alle berekeningen centraal en uniform te verwerken en te bewaren. De webapplicatie zorgt er daarnaast voor dat meer in detail berekeningen gemaakt kunnen worden. De overzichten in het boekwerk komen rechtstreeks uit de applicatie. 2.2.3 Toerekenbare kosten Er mogen alleen kosten worden toegerekend aan de belastingen en heffingen die direct met de dienstverlening samenhangen. Tot de toe te rekenen kosten behoren onder andere:  Directe loonkosten  Overheadkosten (o.a. financiën, juridisch, ambtelijke huisvesting, ict, facilitair, etc..)  Directe materiaalkosten  Perceptiekosten (kosten heffen en invorderen)  Kosten bezwaar en beroep gericht tegen de belastingheffing of belastinginvordering  Kosten oninbaarheid  Kosten kwijtschelding  BTW-Compensatiefonds kosten  Voorlichtingskosten, voor zover niet samenhangend met beleidsvoorbereiding en beleidsvaststelling.

 Kosten met betrekking tot handhaving, toezicht en controle mits het hier de eerste controle op het nakomen van vergunningverlening betreft of specifiek samenhangt met de verleende dienst zoals de milieucontrole bij afvalstoffenheffing De overhead rekenen wij extracomptabel toe aan de verschillende rechten en heffingen. De methode van toerekening van de overhead is vastgesteld door Raad in de financiële verordening. Het overheadtarief voor 2023 bedraagt € 46.360 per fte per jaar, uitgaand van 1.345 uur per fte.

7

2.2.4 Niet toerekenbare kosten De kosten die niet direct met de dienstverlening samenhangen, mogen niet doorberekend worden. Het gaat hierbij om onder meer:  Kosten voor algemene beleidsvoorbereiding  Kosten met betrekking tot handhaving, toezicht en controle  Kosten van inspraak- en bezwaarprocedures, met uitzondering hetgeen bij toerekenbare kosten genoemd wordt 2.2.5 100% kostendekkendheid Het is niet realistisch om voor alle gemeentelijke belastingen en rechten 100% kostendekkend te zijn. Voor bepaalde leges gelden maximale wettelijke tarieven (bijvoorbeeld identiteitsbewijzen). In sommige gevallen is sprake van minimale dienstverlening die wij als gemeente moeten en willen verstrekken. Als de kostendekkendheid van een belasting of heffing wijzigt betekent dit niet dat er een nadeel of voordeel is voor de gemeente (algemene middelen), alleen dat de toerekening van kosten en opbrengsten is gewijzigd. Voorof nadelen voor onze gemeente ontstaan alleen wanneer er een wijziging van het budget plaatsvindt in de begroting dat gevolgen heeft op het resultaat. Kruissubsidiering Bij activiteiten waarbij meerdere tarieven in één verordening staan, kan zich de vraag voordoen op welk niveau de kostendekkendheid moet worden getoetst.

Het uitgangspunt daarbij is toetsing op verordeningenniveau, dus niet per tarief (activiteit), waarbij de geraamde kosten van alle benoemde activiteiten worden gedekt door de gezamenlijke opbrengsten uit de te heffen belastingen. Hierdoor is zogenoemde kruissubsidiëring mogelijk: een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit. Het is dus niet nodig om de kostendekkendheid per activiteit te bepalen.

8

2.3 OVERIGE VOORSTELLEN GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN RECHTEN Onderstaande voorstellen worden verder toegelicht in hoofdstuk 3 overzicht gemeentelijke belastingen en rechten. Tabel Overige voorstellen A.

Belasting/ Leges OZB niet-woningen

M.

Voor 2026 geen rekening houden met verdere areaaluitbreiding OZB op het Chemelot terrein Niet indexeren van de tarieven voor de precariobelasting terrassen. Precariobelasting Verhogen van de tarieven van de reclamebelasting met 2%. Reclamebelasting Aanpassing van de verordening parkeerbelasting aan de pilot parkeren Parkeerbelasting Vervallen van de klantvergunning Aanpassing van de termijnen van (bewoners)vergunningen naar kwartaal- en jaartarieven Het toerekenen van 100% van de bladcampagne kosten aan de rioolheffing en Afvalstoffenheffing / 0% aan de afvalstoffenheffing rioolheffing Verhogen van de variabele tarieven van afvalstoffenheffing zoals besloten in Afvalstoffenheffing het uitvoeringsplan afval Aanpassen van de vergoedingen voor kwijtschelding afvalstoffenheffing en Afvalstoffenheffing / incontinentiekorting als gevolg van verhoging van de diftar tarieven Regeling kwijtschelding Aanpassing van de vermogensnorm om in aanmerking te komen voor Regeling kwijtschelding / kwijtschelding. afvalstoffenheffing en hondenbelasting Uitstellen van het gefaseerd verhogen van de tarieven van de jaarmarkten met Marktgelden € 1,00 per jaar van 2023 naar 2024 Toevoegen van tarieven voor het verlengen van grafrechten voor de periode Lijkbezorgingsrechten van 2 en 20 jaar. Verhogen van de tarieven voor aanlegrechten uitweg met 22,74%. Aanlegrechten uitweg

N. O.

Verhogen van de tarieven voor rioolaansluitrechten met 22,74%. Toevoeging van artikel voor het waarmerken van documenten

B. C. D. E. F G. H I. J.

K. L.

P. Q. R. S. T.

Rioolaansluitrechten Leges – Titel 1 hoofdstuk 9 overige publiekszaken Verhogen van het tarief voor het op verzoek nasporingen doen met € 2,00 Leges – Titel 1 hoofdstuk 10 Gemeentearchief Toevoegen artikel gelijktijdig indienen aanvragen leegstandswet Leges – Titel 1 hoofdstuk 12 Leegstandswet Aanpassing van de artikelen aan de terminologie en bepalingen in de Leges – Titel 1 hoofdstuk 17 Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (Avoi) kabels en leidingen Vervallen van artikel over nadeelcompensatie Leges – Titel 1 hoofdstuk 19 diversen Toevoegen als bijlage bij de legesverordening de kengetallen voor de Leges – Titel 2 berekening van de bouwkosten

Voor een nadere toelichting op de voorstellen verwijzen wij naar de toelichtingen bij de betreffende verordeningen in hoofdstuk 3.

9

3. OVERZICHT GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN RECHTEN 3.1 INLEIDING In dit hoofdstuk behandelen wij alle gemeentelijke belastingen en rechten met de belangrijkste wijzigingen.

3.2 ALGEMENE BELASTINGEN EN PARKEERBELASTING In deze paragraaf behandelen wij alle algemene gemeentelijke belastingen en de parkeerbelasting met de belangrijkste wijzigingen. De tarieven van deze belastingen mogen meer dan kostendekkend zijn. De algemene belastingen zijn: - Onroerende zaakbelasting (OZB) - Roerende zaakbelasting - Precariobelasting - Reclamebelasting - Hondenbelasting, en - Toeristenbelasting. 3.2.1 Onroerende Zaakbelasting (OZB) Het OZB-tarief is gebaseerd op de OZB-opbrengst. De OZB-opbrengst wordt bepaald door de WOZ-waarde te vermenigvuldigen met het OZB-tarief. Ieder jaar worden de WOZ-waarden opnieuw bepaald en aangepast. Ons beleid is om de wijzigingen van de WOZ-waarde te compenseren door een aanpassing aan het tarief. Hierdoor heeft een verandering in de WOZ-waarde geen invloed op de OZB-opbrengst en op de gemiddelde aanslag OZB. De WOZ-waarde is een absolute waarde die aangeleverd wordt door BsGW. Wijzigingen in de WOZ-waarden kunnen ontstaan door:  bezwaar- en beroepschriften;  leegstand bij gebruikersheffing niet-woningen;  jaarlijkse waardeontwikkelingen, deze worden gecompenseerd in het tarief en hebben geen invloed op de OZB-opbrengst. De gemeente is vrij om te bepalen hoeveel opbrengsten ze wil ophalen uit de OZB. Wij ontvangen hiervoor wel een korting op het gemeentefonds.

Aanpassingen in de OZB-opbrengsten kunnen ontstaan door:  indexering;  hogere kosten van oninbaarheid;  verhoging van de opbrengsten voor het sluitend maken van de begroting of mogelijk maken van nieuw beleid. Onderstaand is er ter verduidelijking een stroomschema opgenomen.

10

Berekening WOZ-waarde en OZB-opbrengst

11

12

Hogere oninbaarheid Voor de oninbaarheid van de gemeentelijke belastingen werd tot en met 2022 € 0,35 mln. in de voorzienig gestort. BsGW heeft voor 2023 wegens de economische onzekerheden en de effecten van Corona de prognose voor de oninbaarheid bijgesteld van 0,5% naar 0,7% van de geprognosticeerde opbrengsten. Dit betekent dat de jaarlijkse storting in de voorziening stijgt met € 0,2 mln. naar € 0,55 mln. Voor de jaren 2023 en 2024 stellen wij voor om de hogere kosten te dekken uit de coronamiddelen. Vanaf 2025 verwachten wij dat de oninbaarheid weer terug is op het oude niveau van voor Corona. WOZ-waarden Onderstaande cijfers betreffen een eerste prognose. BsGW geeft aan dat met name de prognose voor de nietwoningen zeker nog zal wijzigen. De wereld is volop in beweging. Het zijn onzekere tijden, die -al dan niet met enige vertraging- ook z’n weerslag hebben op de vastgoedmarkt. Een aantal actuele onzekerheden zijn:     

Energiecrisis en daarmee samenhangende stagnerende productieprocessen Hoge inflatie Corona (opleving in het najaar?) Stikstofcrisis Transitie van kantoren naar minimaal label C per 1-1-2023

Bovenstaande zaken hebben in meer of mindere mate invloed op de prijzen van vastgoed, in het bijzonder op de niet-woningen. Alleen de energieprijzen kunnen al gigantische impact hebben op de bedrijfsvoering van ondernemers. Niet alleen bij grote fabrieken, maar ook bij de bakker op de hoek. Door deze onzekere tijden zien grote partijen zich genoodzaakt om het vooroverleg uit te stellen. Het hebben van een vooroverleg is een standaard werkwijze bij het waarderen van “grote” bedrijven. Informatie, die van invloed is op de waardering, wordt hierdoor steeds later verstrekt. Voor een aantal grote partijen wordt het daarmee heel lastig om op dit moment een goede waarde vast te stellen, terwijl deze wel van grote invloed is op de opbrengsten. 15 november volgt er een geactualiseerde prognose. Via een addendum worden de aanpassing van de tarieven aan de stukken toegevoegd. Tabel overzicht OZB-tarief woningen 2022-2023 OZB tarief woningen 2022 eigenaren

0,1887%

2023

% wijziging

0,1653%

-12,4%

+ = stijging van het tarief Het OZB-tarief voor woningen daalt met 12,4%. Ontwikkelingen in de WOZ-waarde zoals waardemutaties en bezwaren zorgen voor een daling van het tarief met 16,52%. Het OZB tarief stijgt vervolgens door de indexering van 3,12% en de beleidsmatige verhoging van 1,0% uit de programmabegroting 2021. Tabel overzicht OZB-tarieven niet-woningen 2022-2023 OZB tarief niet-woningen 2022

2023

% wijziging

eigenaren

0,7175%

0,7326%

2,1%

gebruikers

0,5616%

0,5558%

-1,0%

Totaal indien eigenaar en gebruiker

1,2791%

1,2884%

0,7%

+ = stijging van het tarief Het OZB-tarief voor niet-woningen stijgt met 2,1% voor de eigenaren. 13

Op basis van de realisatie 2022 is gebleken dat de WOZ-waarden voor 2022 te laag zijn vastgesteld, hiervoor heeft BsGW een prognosewijziging doorgevoerd. Het voordeel dat hierdoor ontstaat voor 2022 is meegenomen in de 3e programmarapportage 2022. Voor 2023 leidt deze hogere WOZ-waarden tot een verlaging van de tarieven van 3,2%. Andere ontwikkelingen in de WOZ-waarde zoals waardemutaties en bezwaren zorgen voor een stijging van het tarief met 1,2%. Het OZB tarief voor niet-woningen stijgt vervolgens door de indexering van 3,12% en de beleidsmatige verhoging van 1,0% uit de programmabegroting 2021. Voor de gebruiker daalt het tarief met 1%. Het verschil met de eigenaarsheffing wordt veroorzaakt door leegstand van niet-woningen. De verwachting is dat de leegstand voor 2023 afneemt. Dit komt enerzijds doordat de prognose voor 2022 te hoog was, en anderzijds doordat er minder leegstand is op bedrijventerreinen. Areaaluitbreiding Door uitbreiding van een gebied, bijvoorbeeld door de bouw van een nieuwe woonwijk of nieuwe fabriek stijgt het areaal van de gemeente. Dit betekent dat er nieuwe woningen of niet-woningen meegenomen worden in de OZB. Dit areaal zorgt voor extra opbrengsten voor de gemeente. Negatief areaal door sloop van gebouwen leidt tot minder opbrengsten voor de gemeente. Tabel Areaaluitbreiding 2023 Areaaluitbreiding 2023 Totaal

woningen

niet-woningen (eigenaar)

niet-woningen (gebruiker)

Totaal

Tarief 2023

0,1653%

0,7326%

0,5558%

WOZ-waarde areaaluitbreiding

€ 25.063.000

€ 8.572.000

€ 8.572.000

OZB-opbrengst areaal

€ 41.429

€ 62.798

€ 47.643

WOZ-waarde voor correctie

€ 20.050.400

€ 6.000.400

€ 6.000.400

Tarief correctie

-0,0857%

-0,2796%

-0,2127%

Correctie opbrengst GF

-€ 17.183

-€ 16.777

-€ 12.763

-€ 46.723

OZB opbrengst na correctie

€ 24.246

€ 46.021

€ 34.880

€ 105.148

OZB opbrengst afgerond

€ 24.000

€ 46.000

€ 35.000

€ 105.000

€ 151.871

Correctie gemeentefonds

De areaaluitbreidingen zorgen ervoor dat we meer eigen opbrengsten kunnen genereren, hiervoor wordt de gemeente deels gekort op de uitkering van het gemeentefonds. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening A. Voor 2026 geen rekening houden met extra areaaluitbreiding OZB op het Chemelot terrein. Vanaf 2024 anticiperen we op ontwikkelingen op het Chemelot terrein, hiervoor hebben we in de begroting een extra OZB-opbrengst van € 230.000 jaarlijks geraamd voor de jaren 2024 en 2025. Deze zou oplopen tot € 2,3 mln. over 10 jaren. Gezien de onzekerheden en het opnieuw herijken van het belastingbeleid van de gemeente bij de kadernota 2023 is het voorstel om de jaarschijf 2026 voorlopig niet bij te ramen, maar pas een besluit hierover te nemen na vaststelling van het nieuwe belastingbeleid.

14

Onderstaand de oorspronkelijke taakstelling. Taakstelling areaal Chemelot x €

2024

2025

2026

2027

230.000

460.000

690.000

920.000

1.150.000 1.380.000

1.610.000 1.840.000 2.070.000 2.300.000

korting GF 25% -57.500 resultaat algemene 172.500 middelen

-115.000

-172.500

-230.000

-287.500

-345.000

-402.500

345.000

517.500

690.000

862.500

1.035.000

1.207.500 1.380.000 1.552.500 1.725.000

OZB opbrengst

2028

2029

2030

2031 -460.000

2032 -517.500

2033 -575.000

In de meerjarenbegroting is voor 2026 € 460.000 extra OZB opbrengst opgenomen. De meerjarenbegroting is vastgesteld tot en met 2026. De taakstelling 2024 wordt ingevuld door het areaal van 2022 en 2023. Het restant in 2024 komt samen met het areaal woningen ten gunste van de algemene middelen. De areaaluitbreiding 2023 voor niet-woningen heeft niet betrekking op bedrijven op Chemelot, maar op andere niet-woningen. We stellen voor om dit areaal toch in te zetten voor invulling van de taakstelling OZB Chemelot.

invulling taakstelling x € OZB opbrengst

2024 230.000

2025 460.000

areaal 2022

-126.000 -126.000 -126.000

areaal 2023

-110.000 -110.000 -110.000

Nog te realiseren OZB opbrengst

-6.000

224.000

2026 460.000

224.000

15

3.2.2 Precariobelasting De Verordening precariobelasting 2023 is gebaseerd op artikel 228 van de gemeentewet. Precariobelasting kan worden geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Omdat het een algemene belasting betreft is een onderzoek naar de kostendekkendheid van de tarieven niet van toepassing. In Sittard-Geleen heffen wij alleen precariobelasting over de terrassen en standplaatsen die staan op gemeentegrond. De hoogte van de precariobelasting is afhankelijk van de grootte van het terras of de standplaats. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening B. Niet indexeren van de tarieven voor de precariobelasting terrassen. In 2020 is de precariobelasting op terrassen vanwege Corona 5 maanden verminderd. De gemeenteraad heeft besloten om over 2021 en 2022 geen precariobelasting terrassen te heffen. Wij stellen voor om de tarieven voor terrassen niet te indexeren. De tarieven voor de standplaatsen indexeren wij wel met 3,12%, het betreft hier standplaatshouders van bijvoorbeeld een loempia- of oliebollenkraam die niet op de week- of wijkmarkten staan. Tabel Wijziging tarieven precariobelasting Precariobelasting

2022

2023

Terras, per jaar per m2 € 14,20 € 14,20 Standplaats, per dag per m1 € 1,85 € 1,90 Standplaats bijzondere locaties per m1 € 6,90 € 7,10 + = stijging van het tarief Door afronding op € 0,05 wijkt de stijging van de tarieven af van de indexering van 3,12%. De tarieven zijn historisch tot stand gekomen en worden in principe ieder jaar geïndexeerd.

16

% wijziging 0,0% 2,7% 2,9%

3.2.3 Reclamebelasting De Verordening Reclamebelasting is gebaseerd op artikel 227 van de gemeentewet. Reclamebelasting kan worden geheven ter zake van openbare aankondigingen welke zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. In 2008 is gekozen voor de reclamebelasting als meest geschikte belasting voor de financiering van een ondernemersfonds c.q. Centrummanagement. De reclamebelasting is vrij eenvoudig te heffen met als uitgangspunt een solidariteitstarief voor iedere ondernemer met daar bovenop beperkte verhogingen/differentiatie naarmate de grootte van de reclamevoering. In 2009 is de reclamebelasting door de raad vastgesteld ter financiering van het Centrummanagement. In 2015 is ervoor gekozen om de samenwerking met Centrummanagement voort te zetten in een nieuwe structuur en nieuwe opzet (coöperatie vorm). Ook in deze periode wordt de reclamebelasting ingezet ter financiering van het Centrummanagement. Aangezien het een algemene belasting betreft is een onderzoek naar de kostendekkendheid van de tarieven niet van toepassing. De opbrengst van de reclamebelasting storten wij na aftrek van de uitvoeringskosten volledig door naar beide centrummanagements. Een verhoging van deze belasting heeft geen effect op de begroting van de gemeente. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening C. Verhogen van de tarieven van de reclamebelasting met 2%.

Op verzoek van het centrummanagement Geleen en Sittard is afgesproken om de tarieven jaarlijks met 2% te verhogen voor een periode van 5 jaar vanaf 2020. Voor 2020 en 2021 zijn de tarieven met 2% verhoogd. In 2021 heeft de gemeente geen reclamebelasting opgelegd bij de ondernemers in beide stadscentra vanwege de coronapandemie. Op verzoek van beide besturen van centrummanagement zijn de tarieven 2022 bevroren op het niveau van 2021, dit als ‘charme’-gebaar richting de ondernemers. Na vaststelling van de tarieven 2022 heeft de gemeenteraad besloten om ook over 2022 geen reclamebelasting op te leggen. Voor 2023 hebben beide besturen van centrummanagement in onderling overleg besloten om de reclamebelasting met ingang van 2023 weer op te leggen en tevens te indexeren met 2%. Dit voor een periode van 3 jaar (2023, 2024 en 2025). Tabel Wijziging tarieven reclamebelasting Reclamebelasting

tarief 2022

tarief 2023

% wijziging

€ 0,00

€ 0,00

0,0%

€ 468,00

€ 477,00

1,9%

€ 515,00

€ 525,00

1,9%

€ 572,00

€ 582,00

1,7%

€ 723,00

€ 738,00

2,1%

Het aangewezen gebied, de straten zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van de verordening en zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart a. indien de oppervlakte van de reclameobjecten minder is dan 0,1 m2 b. indien de oppervlakte van de reclameobjecten 0,1 m2 is of meer maar minder dan 0,5 m2 c. indien de oppervlakte van de reclameobjecten 0,5 m2 is of meer maar minder dan 10 m2 d. indien de oppervlakte van de reclameobjecten 10 m2 is of meer maar minder dan 30 m2 e. indien de oppervlakte van de reclameobjecten 30 m2 is of meer De tarieven worden afgerond op hele euro’s.

17

3.2.4 Hondenbelasting Hondenbelasting is een algemene belasting welke wordt geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente. Tabel Berekening kostendekkendheid hondenbelasting Taakveld Kosten

Bedrag

0.64

Belastingen overig

€ 17.900

1.2

Personeelskosten

€ 84.917

5.7

Openbaar groen en recreatie

€ 120.067

6.3

Kwijtschelding eerste hond

€ 17.000

7.4

Milieubeheer

€ 62.500

0.4

Overhead

€ 69.560

0.8

BTW / BCF

€ 13.125 € 385.069

Totaal Kosten Opbrengsten inclusief voorstel verlaging van de tarieven met 50%

Bedrag

1.1

1e hond

€ 343.044

1.2

2e hond

€ 45.675

1.3

3e hond e.v.

€ 7.524

1.4

Kennel

€ 3.478

Totaal Opbrengsten

€ 399.721

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 385.069

Totaal opbrengsten

€ 399.721 104%

Kostendekkendheidspercentage

De hondenbelasting is een algemene belasting, de kosten mogen de opbrengsten overschrijden. Bij de behandeling van de belastingmaatregelen 2021 is de motie gefaseerde afbouw hondenbelasting aangenomen. In de programmabegroting 2022 is besloten om de tarieven voor de hondenbelasting voor de jaren 2022 en 2023 te verlagen met 50%. Met het gevolg dat de kostendekkendheid voor 2022 fors was gedaald van 222% naar 110%. Of wij deze maatregelen met ingang van 2024 daadwerkelijk kunnen voortzetten, zal te zijner tijd blijken uit de beschikbare financiële ruimte. Voor 2023 worden de verlaagde tarieven van 2022 geïndexeerd met 3,12%. De indexering leidt niet tot meer opbrengsten omdat het aantal honden is gedaald met 235. Vermogensnorm aanpassing kwijtschelding gemeentelijke belastingen Het kabinet heeft besloten het mogelijk te maken om de vermogensnorm om in aanmerking te komen voor kwijtschelding te verhogen, hierdoor komen meer inwoners in aanmerking voor kwijtschelding (zie verdere toelichting bij afvalstoffenheffing). Voor de kosten van kwijtschelding voor de hondenbelasting is de verwachting dat de kosten minimaal zullen stijgen, er is daarom geen aanpassing in de begroting gemaakt. Voor 2024 beoordelen wij de kosten opnieuw.

18

Tabel Wijziging tarieven hondenbelasting Categorie 1e hond 2e hond Iedere hond boven het aantal van 2 Kennel

2022 € 45,60

2023 € 46,80

% verschil 2,6%

€ 61,20 € 76,80 € 160,80

€ 63,00 € 79,20 € 165,60

2,9% 3,1% 3,0%

Onderstaande vergelijking van de tarieven 2022 met een aantal andere gemeenten. De gemeente heeft in 2022 de laagste tarieven van de 4 gemeenten. Tabel Benchmark tarieven hondenbelasting 2022 Categorie Maastricht Venlo Heerlen Referentiekader Sittard-Geleen % afwijking

1e hond € 93,73 € 60,87 € 85,10 € 79,90 € 45,60 -43%

2e hond € 135,06 € 91,37 € 229,10 € 151,84 € 61,20 -60%

Iedere hond boven het aantal van 2 € 163,24 € 91,37 € 456,60 € 237,07 € 76,80 -68%

Kennel € 375,71 € 334,98 € 1.221,80 € 644,16 € 160,80 -75%

De gemeente Venlo heeft besloten om voor de periode 2018-2021 de tarieven voor de hondenbelasting jaarlijks met 10% te laten dalen ten opzichte van 2017.

19

3.2.5 Toeristenbelasting Onder de naam `toeristenbelasting’ wordt een belasting geheven ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. De gemeente ontvangt namelijk van het Rijk een bedrag per inwoner, voor toeristen ontvangt de gemeente geen geld, terwijl toeristen ook profiteren van de openbare ruimte zoals het onderhoud van de wegen. Tabel Berekening kostendekkendheid toeristenbelasting Taakveld Kosten 3.4

Bedrag

Economische promotie

€ 297.936 € 297.936

Totaal Kosten Opbrengsten 1.1

Hotel / motels / pensions/ B&B's

1.2

Logies & vakantiewoningen

1.3

Camping

Bedrag € 314.600 € 1.683 € 10.350 € 326.633

Totaal Opbrengsten Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 297.936

Totaal opbrengsten

€ 326.633 110%

Kostendekkendheidspercentage

Ook voor de toeristenbelasting is een berekening van de kostendekkendheid uitgevoerd. Omdat de toeristenbelasting een algemene belasting is, is het toegestaan om meer dan kostendekkend te zijn. Wij zijn vrij in de besteding van de opbrengst. Kosten toeristenbelasting De kosten voor toerisme omvatten de VVV Zuid-Limburg, het onderhoud van het fietsknooppunt en kleine losse initiatieven op het gebied van vrije tijdseconomie. Aantal overnachtingen Daarnaast is het aantal overnachtingen bij de hotelovernachtingen gestegen met 10.000, de prognose is gebaseerd op het aantal overnachtingen in 2021 en het eerste half jaar 2022. Dit leidt tot extra opbrengsten van ongeveer € 23.500. Tarieven toeristenbelasting De tarieven indexeren wij voor 2023 met 3,12%. Tabel Vergelijking tarieven toeristenbelasting 2022-2023 Begroting 2022 Hotels

Begroting 2023

Per persoon per € 2,35 € 2,42 overnachting Logies & Per persoon per € 1,81 € 1,87 vakantiewoningen overnachting Camping Per persoon per € 1,12 € 1,15 overnachting Door afronding wijkt de stijging van de tarieven af van de indexering van 3,12%. 20

Afwijking €

Afwijking %

€ 0,07

3,0%

€ 0,06

3,3%

€ 0,03

2,7%

Vergelijking toeristenbelasting 2022 In onderstaand schema zijn ter vergelijking de tarieven toeristenbelasting (exclusief camping) voor enkele Limburgse gemeenten weergegeven. Voor de tarieven van hotels ligt het tarief 5% hoger dan de referentiegemeenten, waarbij voor de gemeente Maastricht het tarief voor een 1 stercategorie is gebruikt. Tabel Vergelijking tarieven toeristenbelasting 2022

€ 2,91² € 2,14 € 2,08 € 1,85

Logies, vakantiewoningen & B&B1 € 2,15 € 1,77 € 2,08 € 1,85

€ 2,25 € 2,35 5%

€ 1,96 € 1,81 -8%

Hotels1 Maastricht Venlo Roermond Heerlen Gemiddelde van referentiegemeenten Sittard-Geleen 1

Tarieven zijn per persoon per overnachting

2

Bij Maastricht is het tarief voor een 1 stercategorie gehanteerd.

21

3.2.6 Parkeerbelastingen De Verordening Parkeerbelastingen is gebaseerd op artikel 225 van de gemeentewet en de geldende parkeerverordening. Bij parkeerheffingen moet een onderscheid gemaakt worden tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke heffingen. Op de openbare weg zijn de publiekrechtelijke heffingen van toepassing. De parkeergarages en afgesloten parkeerterreinen zijn privaatrechtelijk eigendom van de gemeente. Deze parkeertarieven vallen niet onder artikel 225 of artikel 229 van de gemeentewet en zijn dus niet publiekrechtelijk. Het onderscheid tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke heffingen wordt gemaakt door: - De Gemeentewet, in artikel 156 staat dat de raad de publiekrechtelijke tarieven dient vast te stellen. Volgens artikel 160 van de Gemeentewet is het college bevoegd om de privaatrechtelijk tarieven vast te stellen. - Indien er een verordening aan een heffing ten grondslag ligt, dan kan de heffing publiekrechtelijk genoemd worden. Indien een dergelijke verordening ontbreekt, is de heffing privaatrechtelijk. - Rechten die niet vallen onder artikel 229 van de Gemeentewet zijn privaatrechtelijk. Voor 2023 stellen wij voor om uit te gaan van voortzetting van de parkeermaatregelen 2022. Dit betekent dat de publiekrechtelijke parkeertarieven voor onder meer het op straat parkeren en de parkeervergunningen niet wijzigen.

Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening D. Aanpassing van de verordening parkeerbelasting aan de invoering van het digitaal parkeerloket Met ingang van januari 2023 maakt de gemeente voor de aanvraag en wijziging van parkeerproducten gebruik van een digitaal parkeerloket. In dit digitale parkeerloket waar de burger inlogt met Digid kunnen direct parkeervergunningen en -abonnementen worden aangevraagd of gewijzigd. Dit kan op ieder moment van de dag en geeft dus vrijheid. Voor de burgers die digitaal niet vaardig zijn blijft persoonlijk contact met de unit Parkeren mogelijk. E. Vervallen van de klantvergunning Deze parkeervergunning wordt niet meer opgenomen in de tarieventabel omdat hier geen vraag naar is. F. Aanpassing van de termijnen van (bewoners)vergunningen naar kwartaal- en jaartarieven De (bewoners)vergunningen kunnen In het digitaal parkeerloket worden aangeschaft voor een kwartaal of meteen voor een jaar. In de tarieventabel zijn de tarieven in lijn gebracht met de termijn waarvoor kan worden aangevraagd. In de verordening is overigens wel geregeld dat bij eerdere beëindiging restitutie van hele, onbenutte maanden mogelijk is. Fiscale parkeerboetes (naheffingsaanslag) De naheffingsaanslag (parkeerboetes) is voor het jaar 2022 vastgesteld op het maximaal toegestane tarief van € 66,50.

Het nieuwe tarief voor 2023 is € 72,90 Tabel Berekening kostendekkendheid naheffingsaanslag parkeren taakveld

Kosten

Bedrag

0.64

Belastingen overig

€ 87.185

1.1

Informatieverwerkingskosten

€ 9.543

1.1

Personeelskosten

€ 109.994

0.4

Overhead

€ 46.360

0.8

BTW / BCF

€ 2.004 € 255.086

Totaal Kosten

22

Opbrengsten 1.1

Bedrag

Naheffingsaanslag

€ 174.960 € 174.960

Totaal Opbrengsten Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 255.086

Totaal opbrengsten

€ 174.960 69%

Kostendekkendheidspercentage

23

3.3 AFVALSTOFFENHEFFING EN RIOOLHEFFING 3.3.1 Afvalstoffenheffing Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in art. 15.33 van de Wet Milieubeheer. De heffing mag niet meer dan kostendekkend zijn omdat de afvalstoffenheffing een bestemmingsheffing is. De diftartarieven (tariefdifferentiatie) voor restafval en GFT en milieupark tarieven zijn afgestemd met de gemeenten Beek en Stein uit de Westelijke Mijnstreek. De overige kosten worden verdeeld over het aantal aansluitingen (zijnde het vastrecht). Tabel Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten 0.64

Belastingen overig (o.a. BsGW)

Bedrag € 240.900

2.1

Verkeer en wegen (reiniging)

€ 1.592.811

6.3

Kwijtschelding en incontinentie

€ 1.030.000

7.3

Afval

€ 9.917.218

7.3

Onttrekking voorziening (uitvoeringsplan afval)

€ -458.000

7.3

Personeelskosten

€ 284.833

0.4

Overhead

€ 203.993

0.8

BTW / BCF

€ 1.712.235

Totaal Kosten

€ 14.532.990

Opbrengsten

Bedrag

1.1

Vast recht

€ 9.382.740

1.2

Variabel recht

€ 4.991.250

1.3

Overige bijdragen

€ 150.000 € 14.532.990

Totaal Opbrengsten

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 14.532.990

Totaal opbrengsten

€ 14.532.990 100%

Kostendekkendheidspercentage

Toelichting afwijking paragraaf lokale heffingen De opgenomen kosten en opbrengsten in de paragraaf lokale heffingen van de begroting 2023 zijn niet meer actueel, deze zijn verder geactualiseerd. Wijzigingen aan de begroting worden verwerkt in de 4e programmarapportage. Beleidsdoelstelling In februari 2021 is het Regionaal Beleidskader van afval naar grondstof 2021-2025 door de verschillende gemeenteraden vastgesteld. Het nieuwe beleidskader sluit aan op de Grondstoffenvisie 2050 en richt zich op de circulaire economie. Daarbij streven we op lange termijn naar volledig hergebruik van grondstoffen. Het plan kent een langetermijnvisie op de hele keten van afvalinzameling (bij de inwoners) tot en met verwerking naar herbruikbare grondstof. In het beleidskader besteden we veel aandacht aan de komende grote omslag in afvalinzameling en -verwerking in Nederland. Deze omslag is noodzakelijk om de (landelijke) lange termijn doelstellingen te halen. De VANG-doelstellingen zijn uitgangspunt voor het nieuwe afvalbeleid. Hierbij streven we 24

naar 100 kg restafval per inwoner in 2025 en 30 kg restafval per inwoner in 2025. Het ultieme doel is 0 kg restafval in 2050. In juli 2022 is het Regionaal Uitvoeringsplan van Afval naar Grondstof 2022-2025 vastgesteld. Door middel van de 11 maatregelen in het uitvoeringsplan moet de doelstelling van maximaal 100 kg restafval per persoon in 2025 bereikt worden. Ook wordt een doorkijk gegeven in het realiseren van 30 kg restafval persoon in 2030. Heffingsmaatstaf De afvalstoffenheffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel. Berekening kostendekkend tarief In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de berekening van het kostendekkend tarief voor het product afval. Tabel Berekening kostendekkend tarief afval 2023 Bedragen x € 1.000

Begroting 2022 Begroting 2023 Afwijking Afwijking per aanslag

Kostencomponenten Kosten afvalinzameling

€ 13.754

€ 14.983

€ 1.229

-€ 190

-€ 458

-€ 268

€ 13.564

€ 14.525

€ 961

€ 4.847

€ 4.991

-€ 144

€ 148

€ 150

-€ 2

Subtotaal Opbrengsten

€ 4.995

€ 5.141

-€ 146

-€ 3,29

Toerekenen naar vastrecht

€ 8.569

€ 9.384

€ 815

€ 18,41

Aantal huishoudens

44.000

44.300

300

-€ 1,32

Kostendekkend tarief

€ 194,74

€ 211,83

€ 17,09

€ 0,02

-€ 0,03

-€ 0,05

Onttrekking voorziening actieplan afval Netto kosten afvalinzameling & -verwerking

€ 21,70

Opbrengsten Variabel recht (incl. milieupark) Overige bijdragen

Afronding/tarief deelbaar door 12 Geheven Vastrecht

€ 194,76

€ 211,80

€ 17,04

Gemiddeld variabel recht (incl. milieupark)

€ 110,17

€ 112,66

€ 2,49

Gemiddelde Afvalstoffenheffing

€ 304,93

€ 324,46

€ 19,53

+ stijging tarief/ - is daling tarief

Uitgaande van 100% kostendekkendheid stijgt het kostendekkend tarief van het vastrecht met afgerond € 17,04 Het gemiddeld variabel recht stijgt met € 2,49 door aanpassing van het uitvoeringsplan afval. Toelichting toerekening reiniging De reinigingstaken die verband hebben met afval, zoals het straatvegen en opruimen van zwerfafval, worden voor 50% toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Een schone openbare ruimte, bijplaatsingen naast containers en dumpingen zorgt voor minder zwerfafval. Daarom wordt 50% van de kosten toegerekend aan de afvalstoffenheffing, behalve de bladcampagne. Onderstaand de belangrijkste ontwikkelingen: Onderzoek reiniging Bij de behandeling van het rekenkamerrapport Quickscan afval is toegezegd dat er een onderzoek komt naar reiniging. Een extern juridische adviseur heeft beoordeeld of de kosten van reiniging fiscaal juridisch mogen worden toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Het gaat hierbij om de breedte van de definitie reiniging versus 25

straatreiniging. Uit het onderzoek is niet gebleken dat er kosten worden toegerekend die niet verhaald mogen worden via de afvalstoffenheffing. Geconstateerd is dat er een onzekerheid zit in de toerekening van 1 post, namelijk de kosten voor de bladcampagne. Het bladafval dat wordt opgehaald zal voor het overgrote deel bestaan uit bladeren die afkomstig zijn van bomen die in eigendom zijn van de gemeente. Hierdoor is niet per definitie sprake van huishoudelijke afvalstoffen. Hierdoor kan niet met zekerheid gesteld worden dat een belastingrechter deze kosten zal accepteren in de afvalstoffenheffing. Het onderzoeksrapport is als bijlage toegevoegd aan de stukken. Aangezien het verwijderen van bladafval wel leidt tot een betere werking van de riolering mogen deze kosten wel verhaald worden via de rioolheffing. Doordat de afvalstoffenheffing een gebruikersheffing is en de rioolheffing een eigenarenheffing verschuift de gemeentelijke belastingdruk van de gebruiker naar de eigenaar. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening: G. Het toerekenen van 100% van de bladcampagne kosten aan de rioolheffing en 0% aan de afvalstoffenheffing Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening: H.

Verhogen van de variabele tarieven van afvalstoffenheffing zoals besloten in het uitvoeringsplan afval De uitwerking van het uitvoeringsplan afval leidt tot aanpassing van de afvaltarieven: artikel / tarief Omschrijving tarief hoofdstuk 2022

tarief 2023

Hoofdstuk I - 2.2.1

tarief extra container restafval

€ 50,00

€ 60,00

20,0%

Hoofdstuk I - 2.2.2 Hoofdstuk I - 2.2.3 Hoofdstuk I - 2.2.1 Hoofdstuk I - 3.1.1 Hoofdstuk I - 3.1.2 Hoofdstuk I - 3.2.1 Hoofdstuk I - 3.2.2 Hoofdstuk I - 3.3 Hoofdstuk I - 3.4 Hoofdstuk I - 4.1 Hoofdstuk I - 4.2 milieuparken

tarief extra container GFT afval extra emmer 40 liter tarief extra container restafval tarief per aangeboden kilo GFT afval tarief per aangeboden kilo restafval tarief per ingeworpen zak van maximaal 60 liter tarief per ingeworpen zak van maximaal 30 liter tarief per aangeboden afvalzak tarief per lediging container restafval levering extra container, per container omwisselen van een container, per container

€ 50,00 € 25,00 € 50,00 € 0,10 € 0,26 € 1,49 € 0,75 € 1,24 € 0,80 € 25,00 € 25,00

€ 60,00 € 30,00 € 60,00 € 0,05 € 0,40 € 2,30 € 1,15 € 1,90 € 1,00 € 30,00 € 30,00

20,0% 20,0% 20,0% -50,0% 53,8% 54,4% 53,3% 53,2% 25,0% 20,0% 20,0%

tarief per kilo voor (grof) huishoudelijk restafval tarief per kilo voor fijn- en grof huishoudelijk restafval, gips, gasbeton, bitumineus afval, asbest en matrassen tarief per kilo voor A, B en C-hout tarief per kilo voor schoon puin en A/B/C-hout

€ 0,20

Hoofdstuk II - 1a Hoofdstuk II - 1b

afwijking

€ 0,27 € 0,08 € 0,11

Het uitvoeringsplan afval leidt tot hogere kosten in de komende jaren waarbij de kosten van de invoeringsmaatregelen worden betaald uit de voorziening afvalstoffenheffing. 2023 2024 2025 en verder Totaal Invoering UVP € 458.000 € 297.000 € 285.000 € 1.040.000 Structurele kosten

€ 320.000

€ 493.000

26

€ 493.000

Kwijtschelding- en incontinentiebeleid Het huidige incontinentiebeleid van onze gemeente is ingewikkeld, moeilijk uitvoerbaar en moeilijk te begrijpen voor de inwoners. Om ook meer uniformiteit te krijgen wordt onderzocht of de gemeente bij de regeling die onder andere de gemeente Heerlen hanteert kan aansluiten. Deze regeling gaat uit van een procentuele vergoeding van het aangeboden restafval met een maximum bedrag per aansluiting. Hierdoor wordt bevorderd dat inwoners blijven scheiden. In het raadsvoorstel belastingmaatregelen 2024 zullen we de uitkomsten van dit onderzoek meenemen. Wij passen de systematiek van beide regelingen voor 2023 niet aan. De maximale bedragen passen wij wel aan als gevolg van een tweetal ontwikkelingen. I.

Aanpassen van de vergoedingen voor kwijtschelding afvalstoffenheffing en incontinentiekorting als gevolg van verhoging van de diftar tarieven

Door het verhogen van het restafval tarief van € 0,26 naar € 0,40 stijgen de kosten voor de inwoner bij hetzelfde aantal kilo’s. Bij de berekening van het maximale bedrag aan kwijtschelding is uitgegaan van maximaal 100 kg per persoon aan restafval, dit is in lijn met de doelstellingen uit het Uitvoeringsplan Van Afval Naar Grondstof 20222025. Kwijtscheldingregeling

2016-2022

2023-2025

verschil

Eenpersoons huishouden

€ 39,41

€ 44,00

+ € 4,59

Meerpersoons huishouden

€ 78,81

€ 88,00

+ € 9,19

Voor de incontinentiekorting wordt voor het maximale bedrag uitgegaan van maximaal 197 kg extra restafval voor een stomapatiënt en 423 kg voor een incontinentiepatiënt. Incontinentieregeling

2016-2022

2023-2025

verschil

stoma

€ 58,70

€ 78,80

+ € 20,10

incontinentie

€ 117,40

€ 169,20

+ € 51,80

Vermogensnorm aanpassing kwijtschelding gemeentelijke belastingen Het kabinet heeft besloten het mogelijk te maken om de vermogensnorm om in aanmerking te komen voor kwijtschelding te verhogen. De gemeente heeft door publicatie van de aangepaste regels de keuze om de vermogensnorm te verhogen met maximaal € 2.000 voor echtgenoten. J.

Aanpassing van de vermogensnorm om in aanmerking te komen voor kwijtschelding: a. het maximumbedrag genoemd in artikel 4, onder a van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de belastingschuldige en zijn echtgenoot, b. 75% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande, en c. 90% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande ouder.

Inwoners hebben hierdoor de mogelijkheid om meer te sparen voor onvoorziene uitgaven, zonder dat het recht op kwijtschelding voor de gemeentelijke belastingen vervalt. De mogelijkheid om te kunnen sparen is belangrijk in het voorkomen van betaalproblemen en schulden. De kosten van de kwijtschelding stijgen van € 815.000 naar € 980.000 als gevolg van de stijging van de afvaltarieven, economische ontwikkelingen en het verhogen van de vermogensnorm. Opbrengsten variabel recht Door aanpassingen van de tarieven, zijn de variabele afvalopbrengsten voor 2023 gebaseerd op een inschatting van het afvalgedrag van onze inwoners. De prognose van BsGW is gebaseerd op het eerste half jaar 2022 en 27

bijgesteld op basis van de verwachtingen uit het uitvoeringsplan. Hoe beter inwoners gaan scheiden, hoe goedkoper ze zijn. De totale lasten van de afvalstoffenheffing stijgen met € 0,97 mln. te weten:  De kosten van RWM stijgen met € 1.090.000 door onder andere 6% indexering (CAO) en met € 350.000 doordat RWM het opruimen van bijzettingen ondergrondse afvalinstallaties gaat uitvoeren;  Doordat met name oud papier/ karton meer oplevert stijgt de opbrengst uit afvalstromen met € 425.000;  Door implementering van het uitvoeringsplan Van Afval Naar Grondstof 2022-2025 stijgen de kosten met € 320.000;  Door hogere kosten van afvalinzameling en het uitvoeringsplan kan meer BTW compensatie aan het afvaltarief worden toegerekend, hierdoor stijgt de toegerekende BTW met € 234.000;  De kosten voor kwijtschelding afvalstoffenheffing stijgen met € 165.000;  De kosten voor het sociaal plan (RWM) dalen met € 65.000 door uitdiensttreding;  De personele kosten dalen per saldo met € 236.000, mede door het vervallen van de toerekening ad € 277.000 voortvloeiend uit het rekenkameronderzoek;  Daling van de doorberekende kosten van het product reiniging met € 174.000. De kosten stijgen met € 134.000 door stijgende dienstverleningskosten RWM en hogere kosten tractie en eigen personeel m.n. CAO verhoging.

Daarnaast dalen de kosten met € 308.000 doordat de bladcampagne niet meer wordt doorberekend naar de afvalstoffenheffing;  Mutatie kosten BsGW, kapitaallasten en directe kosten ad € 52.000 Tabel Ontwikkelingen tarief vastrecht 2023 Omschrijving

€ 740.000 € 350.000 -€ 425.000 € 320.000

Afwijking per aanslag € 16,70 € 7,90 -€ 9,59 € 7,22

€ 233.584

€ 5,27

€ 165.000 -€ 65.000 -€ 236.176 -€ 173.779 € 52.523 € 961.152 -€ 135.550

€ 3,73 -€ 1,47 -€ 5,33 -€ 3,92 € 1,19 € 21,70 -€ 3,29 -€ 1,32 -€ 0,05 € 17,04

Afwijking

Stijgende kosten afvalverwerking RWM 6% indexering Opruimen bijzettingen ondergrondse afvalinstallaties door RWM Stijgende opbrengsten RWM afvalverwerking Stijgende kosten uitvoeringsplan afval Hogere toerekening BTW compensatiefonds (RWM en uitvoeringsplan afval) Kwijtscheldings- en incontinentiebeleid Afname kosten sociaal plan ivm pensionering Lagere personele kosten mede door vervallen toerekening ad €277 Dalende kosten reiniging Mutatie kosten BsGW, kapitaallasten en directe kosten Totale stijging kosten Afval AF: Hogere inkomsten variabel recht AF: Stijging aantal gebruikers met 300 AF : afronding Totale stijging vastrechttarief

28

3.3.2 Rioolrechten Rioolheffing is een bestemmingsbelasting die wordt geheven op basis van artikel 228a, eerste lid van de Gemeentewet. In dit artikel is vastgelegd dat onder de naam rioolheffing een belasting kan worden geheven ter bestrijding van kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan het waterbeheer. Essentie van de kostenverhaling bij de rioolheffing is dat de gemeente drie zorgplichten heeft en de kosten daarvan mag verhalen op de gebruikers van de riolering. De zorgplichten zijn een afvalwaterzorgplicht, een hemelwaterzorgplicht en een grondwaterzorgplicht. Tabel Berekening kostendekkendheid rioolheffing Kosten 0.64

Bedrag Belastingen overig (o.a. BsGW)

€ 198.900

2.1

Verkeer en wegen (reiniging)

€ 2.208.777

2.1.1

Onderhoud bermen en onkruidbestrijding verharding

7.2

Riolering

7.2

Personeelskosten

€ 514.424

0.4

Overhead

€ 294.408

0.8

BTW / BCF

€ 837.792

€ 360.000 € 6.616.579

€ 11.033.880

Totaal Kosten Opbrengsten 1.1

Rioolrecht woningen

1.2

Rioolrecht niet-woningen

Bedrag € 10.310.496 € 720.384 € 11.030.880

Totaal Opbrengsten Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 11.030.880

Totaal opbrengsten

€ 11.030.880 100%

Kostendekkendheidspercentage

Toelichting afwijking paragraaf lokale heffingen De opgenomen kosten en opbrengsten in de paragraaf lokale heffingen van de begroting 2023 zijn niet meer actueel, deze zijn verder geactualiseerd. Wijzigingen aan de begroting worden verwerkt in de 4e programmarapportage. Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie 2022-2027 Begin 2022 is het beleidsplan Water en Klimaatadapatie door de raad vastgesteld inclusief kostendekkingsplan. Als maatregel om klimaatadaptatie op particulier terrein aan te pakken is in 2022 de subsidieregeling Klimaatadaptatie vastgesteld. Deze regeling kost jaarlijks € 200.000 en wordt tot en met 2022 betaald uit de voorziening Riolering. De aanvragen beginnen mondjesmaat binnen te lopen. Het budget voor 2022 is beperkt ingezet. Dit betekent dat er voldoende saldo in de voorziening zit om de regeling ook in 2023 te financieren. Dit houdt in dat de jaarlijkse kosten niet vanaf 2023, maar vanaf 2024 betaald worden uit de rioolheffing. Heffingsmaatstaf De rioolheffing wordt geheven van de eigenaar van een perceel en is een vast tarief.

29

Toelichting toerekening reiniging De reinigingskosten voor het beheer van de openbare ruimte worden voor 50% aan de afvalstoffenheffing en voor 50% aan de rioolheffing toegerekend. Het reinigen van de openbare ruimte zorgt ervoor dat minder vuil in het rioolstelsel terecht komt. Hierdoor zijn de onderhoudskosten voor het riool minder en wordt het vuil bij de bron verwijderen. Daarom wordt 50% van de kosten toegerekend aan de afvalstoffenheffing, behalve de bladcampagne. Onderzoek reiniging Bij de behandeling van het rekenkamerrapport Quickscan afval is toegezegd dat er een onderzoek komt naar reiniging. Bij de afvalstoffenheffing hebben we de aanpak en het doel van dit onderzoek toegelicht. De uitkomst van dit onderzoek raakt de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Berekening kostendekkend tarief In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de berekening van het kostendekkende tarief van de rioolheffing Tabel Berekening kostendekkend tarief 2023 Bedragen x € 1.000

Begroting 2022 Begroting 2023 Afwijking Afwijking per aanslag

Kostencomponenten Kosten riolering Onttrekking voorziening klimaatadaptatie

€ 10.222

€ 11.233 -€ 200

€ 1.011 -€ 200

Totaal te dekken door aansluitingen

€ 10.222

11.033

€ 811

€ 16,54

Aantal aansluitingen Kostendekkend tarief Afronding/tarief deelbaar door 12 Geheven tarief

49.270 € 207,48 € 0,00 € 207,48

49.000 € 225,17 -€ 0,05 € 225,12

-270

€ 1,15 € 17,69 -€ 0,05 € 17,64

Uitgaande van 100% kostendekkendheid stijgt het kostendekkende rioolrecht tarief met € 17,64. Onderstaand de belangrijkste ontwikkelingen: De totale lasten stijgen met € 811.000,- te weten:  De kapitaallasten stijgen met € 175.000,- Dit komt door de opgenomen investeringen voor klimaatadaptatie zoals opgenomen in het nieuwe kostendekkingsplan 2023-2023 behorende bij het beleidsplan water- en klimaatadaptatie;  Stijging van de doorberekende kosten van het product reiniging met € 442.000,- naar riool. De kosten stijgen met € 134.000 door stijgende dienstverleningskosten RWM en hogere kosten tractie en eigen personeel m.n. CAO verhoging. Daarnaast stijgen de kosten met € 308.000 doordat de bladcampagne niet meer wordt doorberekend naar de afvalstoffenheffing maar naar de rioolheffing;  Er zijn € 149.000,- hogere personeelskosten op het product rioolheffing door de CAO verhoging en door een wijziging capaciteitstoerekening van eigen personeel. Er is voor 0,8 fte aan ontwerpfuncties en milieu adviseur toegerekend aan de rioolheffing door de verschuiving van projectgebonden naar vaste formatie. Eerder werden deze kosten meegenomen in de investeringen en geactiveerd t.l.v. rioolheffing.  Stijging aandeel kosten BsGW en tractie overige kosten € 45.000,-

30

Tabel Ontwikkelingen tarief 2023 Omschrijving

Afwijking

Stijgende kapitaallasten Stijgende kosten reiniging Hogere kosten eigen personeel m.n. CAO en wijziging formatie Stijgende kosten BsGW en overige kosten Totale stijging kosten riolering BIJ: Daling aantal aansluitingen met 270 AF: Afronding Totale stijging tarief

31

€ 174.880 € 442.187 € 148.486 € 45.010 € 810.563

Afwijking per aanslag € 3,57 € 9,02 € 3,03 € 0,92 € 16,54 € 1,15 -€ 0,05 € 17,64

3.4 RECHTEN 3.4.1 Marktgelden Onder de naam ‘marktgelden’ worden rechten geheven voor het gebruik of genot van de door burgermeester en wethouders als markt aangewezen openbare grond. Daarnaast worden ‘marktpromotiegelden’ geheven voor promotie van de markten. Tabel Berekening kostendekkendheid marktgelden Taakveld Kosten

Bedrag € 5.200

0.64

Belastingen overig

3.3

Week- en wijkmarkten

€ 145.860

3.4

Jaarmarkten

€ 43.196

3.4

Personeelskosten

€ 113.652

0.4

Overhead

€ 81.143

0.8

BTW/BCF

€ 18.438 € 407.489

Totaal Kosten Opbrengsten

Bedrag

Week- en wijkmarkten

€ 264.305

Jaarmarkten

€ 69.094 € 333.399

Totaal Opbrengsten Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 407.489

Totaal opbrengsten

€ 333.399 82%

Kostendekkendheidspercentage

In de tarieventabel maken wij onderscheid tussen vaste standplaatsen, dagplaatsen en standwerkersplaatsen. Daarnaast is de oppervlakte die in gebruik genomen wordt bepalend voor het tarief. Er wordt ook tariefdifferentiatie toegepast door onderscheid te maken tussen markten in en buiten de stadscentra en de jaarmarkten. Wij verhogen de tarieven van de weekmarkt conform de vastgestelde index. De tarieven zijn historisch tot stand gekomen. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening K. Uitstellen van het gefaseerd verhogen van de tarieven van de jaarmarkten met € 1,00 per jaar van 2023 naar 2024 In 2020 is voorgesteld de tarieven voor de jaarmarkten, in afwijking van een index gefaseerd met € 2,00 te verhogen, namelijk in 2021 met € 1,00 en in 2022 wederom met € 1,00. De verhoging van 2022 is niet doorgevoerd omdat de jaarmarkten in 2020 en 2021 geen doorgang gevonden hebben i.v.m. de gevolgen van COVID-19. Het jaar 2022 is een niet representatief jaar geweest omdat met name tijdens de St. Joepmarkt veel kooplieden afwezig waren als gevolg van COVID-19. Voorgesteld wordt om de tarieven 2023 voor de jaarmarkten conform de vastgestelde index van 3,12% te verhogen. Daarbij 2023 te gebruiken als 0-meting en op basis hiervan eventuele additionele verhogingen toe te passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=92007839-b6e3-4caf-bb92-4c98ef3d0f4f