01 Uitleg over RES en juridische status ervan
Tekst van het document
Korte uitleg over RES en juridische status ervan De RES gaat in opdracht van het Nationaal Programma RES (NP-RES) op basis van het nationale klimaatakkoord, in op twee opgaven: 1.
Opgave Elektriciteit: Een strategie voor onderbouwd en afgewogen aanbod van de regio wat betreft mogelijk op te stellen duurzaam opwekvermogen op land minimaal onderverdeeld in zon en wind. De opgave elektriciteit is bedoeld als bijdrage aan de landelijke behoefte van duurzame energie. Deze duurzame energie dient te worden opgewekt met zonneparken en windmolens op land, totaal voor alle gemeenten samen 35 Terrawattuur (TWh). Zonnepanelen op daken > 285 m2 en op parkeerterreinen tellen ook mee. Zonnepanelen op daken < 285 m2 zijn ook van belang maar mogen niet meegeteld worden voor de 35 TWh. Daarnaast dragen de (geplande) windmolens op zee ook voor een groot deel bij aan landelijke behoefte aan groene elektriciteit.
2.
Opgave Gebouwde omgeving: Een strategie voor de warmtetransitie van woningen/gebouwen met als doel dat in 2050 alle woningen/gebouwen goed geïsoleerd zijn en voorzien zijn van duurzame warmte en elektriciteit. Hiervoor wordt een Regionale Structuur Warmte (RSW) opgesteld met daarin opgenomen hoe de warmtevraag, toekomstige duurzame warmteaanbod, en infrastructuur op regionaal niveau, met elkaar kunnen worden verbonden en wat hierin de ambitie is. Deze strategie is tevens belangrijke input voor de Transitievisie Warmte (TVW) die elke gemeente in de vorm van warmteplannen voor het einde van 2021 moet vaststellen. Deze TVW schetst per wijk het tijdspad naar aardgasvrijwijken. Voor de wijken waarvan de transitie vóór 2030 gepland is, zijn ook de potentiële alternatieve energiebronnen en -infrastructuren bekend.
Voor de opgave Gebouwde omgeving is ten behoeve van de concept RES-ZL op regioniveau een inventarisatie gemaakt van warmtevraag en warmteaanbod van de Westelijke Mijnstreek, Parkstad en Maastricht-Heuvelland. Het gaat dan met name om bovengemeentelijke duurzame warmtebronnen zoals de restwarmte van Chemelot. De nationale overheid heeft specifiek gevraagd om binnen de RES naar wind- en zonenergie te kijken. Andere duurzaam opgewekt elektriciteit naast zon- en windenergie mag meegenomen worden in de RES, maar het telt niet mee in het bod. In het nationale klimaatakkoord is het volgende aangegeven over de RES: “De productie van hernieuwbare elektriciteit uit biomassa en biogas wordt niet meegeteld voor de nationale doelstelling van 35 TWh. Ook waterkracht-installaties worden niet genoemd in het Klimaatakkoord en worden niet meegeteld. Als er binnen de regio plannen zijn rondom waterkrachtinstallaties mogen die wel genoemd worden in de RES.” De RES is niet juridisch bindend voor derden. De RES zelf is een politiek-bestuurlijk document. De RES wordt vervolgens verankerd in een structuur- of omgevingsvisie. Daarna wordt het geoperationaliseerd in provinciale verordeningen, bestemmings- of omgevingsplannen en toegepast bij het verlenen van vergunningen. Zo wordt stapsgewijs de juridische status verankerd bij operationalisering van het RES via de instrumenten van de WRO/Omgevingswet.
De RES is een strategische verkenning. Daarin staat hoe invulling gegeven kan worden aan de opgave uit het Klimaatakkoord met betrekking tot zon/wind (inclusief infrastructuur en schakelstations) en bovengemeentelijk aanbod warmte in relatie tot vraag naar warmte (o.a. uit de gebouwde omgeving). Die opgave speelt zich af in een bepaalde regio met meestal meerdere gemeenten met provincie en waterschap(pen). Hierbij wordt rekening gehouden met de leefomgeving, andere opgave, zoals voor woningbouw, netcapaciteit en het politieke
en maatschappelijke draagvlak. De verkenning richt zich op 2030 met een doorkijkje naar 2050. De afspraken in het Klimaatakkoord vormen daarvoor de basis. Omdat de RES een strategische verkenning is op regionale schaal is het geen plan of programma in de zin van de Strategische Milieu Beoordeling-richtlijn (EU richtlijn voor strategische milieubeoordeling voor bepaalde plannen en programma’s). De instrumenten van de Omgevingswet zoals omgevingsvisie en omgevingsplan zijn wel een plan of programma in de zin van Strategische Milieu Beoordeling richtlijn. In het Klimaatakkoord is het belang van participatie bij het tot stand komen van de RES expliciet opgenomen. Welke zoekgebieden opgenomen worden in de RES 1.0 is afhankelijk van het draagvlak, de maatschappelijke kosten, de landschappelijke, ruimtelijke en milieueffecten. Participatie maakt hier intrinsiek deel van uit. Participatie stopt niet bij RES 1.0. Zowel in het kader van omgevingsvisie, omgevingsplan en provinciale en waterschapsverordening hebben inwoners rechten en mogelijkheden t.a.v. participatie. Evenals bij de uitwerking richting concrete locaties en projectinitiatieven in het proces van vergunningverlening. Vanuit de NP-RES wordt geadviseerd om voor zover mogelijk te streven naar minimaal 50% lokaal eigendom.
Daarom is het belangrijk dat volksvertegenwoordigers optimaal betrokken zijn bij het werken aan de RES 1.0 en niet pas aan het einde voor een voorgesteld besluit worden gesteld. Dit verhoogt de kans op een gezamenlijk onderschreven RES 1.0.