01 Uitgangspuntennotitie omgevingsvisie SG-versie 18-03-2021
Tekst van het document
1
Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 De Omgevingswet 2.1 De Omgevingswet 2.2 De kerninstrumenten van de Omgevingswet 2.3 De Omgevingswet en de omgevingsvisie
3 Uitgangspunten en ambities 3.1 Eerste verkenning uitgangspunten en ambities 3.2 Van omgevingsvisie 2016 naar omgevingsvisie 2022 3.3 Kaders voor de omgevingsvisie: toekomstvisie Sittard-Geleen en NOVI-gebied Zuid-Limburg. 3.4 Verbrede Plan Milieu Effect Rapportage/Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse 3.5 Andere manier van werken
4 Proces en vervolg 4.1 Plan van aanpak 4.2 Betrokkenheid van College en Raad
Bijlage 1. Proces omgevingsvisie
2
Inleiding Voor jullie ligt de uitgangspuntennotitie voor het actualiseren van de omgevingsvisie van de gemeente Sittard-Geleen. Deze notitie heeft als doel om vooraf met college en raad ambities en uitgangspunten vast te stellen voor de omgevingsvisie en hoe zij betrokken worden bij de totstandkoming van de visie. De uitgangspuntennotitie wordt vastgesteld door de gemeenteraad en is richtinggevend voor het traject van de omgevingsvisie. Met de omgevingsvisie uit 2016 hebben we als gemeente een stevige basis gelegd voor ons integrale ruimtelijke beleid. Nu actualiseren we de visie om nog beter aan te sluiten bij de doelstellingen van de Omgevingswet, rekening houdend met de lopende trends en ontwikkelingen. De Toekomstvisie 2030 en het NOVI-gebied Zuid-Limburg zijn de basis zijn voor de omgevingsvisie. Met het proces van de omgevingsvisie zetten we onze gezamenlijk aanpak met de samenleving en de partners in onze omgeving voort. Hiermee komen we niet alleen tot een breed gedragen visie, maar borgen ook de realisatie van de ambities voor de fysieke leefomgeving. Het college en de raad zijn vroegtijdig en structureel betrokken in het hele traject. De integrale aanpak van de omgevingsvisie draagt bij aan de gewenste cultuur van bestuur en organisatie. Hiermee versterken we ons strategische kader en de binding met de tactische uitvoering.
Ook werkt dit mee aan de verbetering van onze in- en externe dienstverlening. De omgevingsvisie biedt de integrale hoofdlijnen van ons ruimtelijke beleid. Hiermee is dit hét kaderstellende document voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. In omgevingsprogramma’s en/of uitvoeringsbeleid geven we aan hoe we de doelen concreet gaan realiseren. De bestaande sectorale beleidsdocumenten zullen veelal de vorm krijgen van een omgevingsprogramma of uitvoeringsbeleid.
3
2
De Omgevingswet
2.1
De Omgevingswet.
De Omgevingswet bundelt de wet- en regelgeving voor het fysieke domein. Intentie is hiermee te zorgen voor een evenwichtige en integrale aanpak tussen het beschermen en het benutten van de leefomgeving. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is voorzien op 1 januari 2022. De wet zorgt voor een integrale aanpak, biedt meer ruimte voor lokaal maatwerk en streeft naar een betere en snellere besluitvorming. Het motto van de Omgevingswet is: ‘Ruimte waar het kan, sturen waar het moet’. Enerzijds kan dit een samenwerkende en faciliterende rol van de overheid bij initiatieven van de samenleving betekenen, anderzijds blijft ook de regulerende rol en rechtsbescherming van belang. Met de instrumenten van de Omgevingswet zoals hieronder beschreven geven we hier vorm aan. Als gemeente zijn wij druk bezig met de voorbereidingen op de invoering van de wet. De wet vraagt een nieuwe integrale manier van samenwerken bij de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, zowel binnen de gemeente als met andere overheden, als met ketenpartners, inwoners en ondernemers. Deze werkwijze verankeren we steeds meer in onze dagelijkse werkwijze, en speelt ook een belangrijke rol in de ontwikkeling van de instrumenten van de Omgevingswet voor onze gemeente.
2.2
De kerninstrumenten van de Omgevingswet.
De Omgevingswet kent een aantal kerninstrumenten om de doelen van de wet te borgen. De belangrijkste kerninstrumenten zijn de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. In het relatieschema op de volgende pagina wordt de samenhang tussen deze vier instrumenten uit de Omgevingswet schematisch weergegeven. 1. De omgevingsvisie. De omgevingsvisie is een strategische lange termijnvisie voor de fysieke leefomgeving. In de visie zoeken we de samenhang tussen de fysieke, economische en sociale domeinen. Zowel het Rijk (Nationale Omgevingsvisie, NOVI), de Provincie (Provinciale Omgevingsvisie, POVI) als de gemeenten (gemeentelijke omgevingsvisie, GOVI) maken elk een omgevingsvisie. In Sittard-Geleen hebben we al in 2016 een eerste omgevingsvisie gemaakt. Nu is het tijd deze te actualiseren. De raad stelt de gemeentelijke omgevingsvisie, waarin de integrale visie op de ruimtelijke ontwikkelingen wordt vastgelegd, vast. Hiermee biedt de omgevingsvisie dé kapstok voor al het ruimtelijke beleid. De veelheid aan thematische beleidsnota’s wordt ingetrokken en vervalt hiermee. Met omgevingsprogramma’s vindt een thematische of gebiedsgerichte doorvertaling van de visie plaats, waarbij aangegeven wordt hoe de doelen uit de visie bereikt gaan worden.
4
2. Het omgevingsprogramma. In omgevingsprogramma’s worden de uitgangspunten van de visie concreet gemaakt (uitvoeringsbeleid). Het beleid, het gebruik, het beheer of het behoud voor de ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving wordt hierin verder uitgewerkt. Het college stelt de omgevingsprogramma’s vast. Eerder heeft het college al besloten een omgevingsprogramma te maken op het gebied van externe veiligheid. Dit wordt parallel aan de omgevingsvisie opgesteld. Tijdens het proces van de actualisatie van de omgevingsvisie bepalen we voor Sittard-Geleen welke omgevingsprogramma’s zullen worden opgezet, respectievelijk wanneer we een doorvertaling maken naar uitvoeringsbeleid. Veel bestaande beleidsnota’s zullen hierbij worden omgezet in hetzij omgevingsprogramma’s, hetzij specifiek uitvoeringsbeleid.
• • •
Er bestaan zowel vrijwillige als verplichte programma’s. Een vrijwillig programma wil zeggen dat dit type programma uit eigen initiatief en behoefte inzetbaar is. De Omgevingswet noemt dit: ‘onverplicht programma'. De Omgevingswet noemt als vrijwillig programma specifiek het gemeentelijk rioleringsprogramma. Ook zijn al veel beleidsdocumenten vastgesteld die qua inhoud zijn te kwalificeren als programma: sectoraal beleid (horecabeleid, woonbeleid, verkeersbeleid, et cetera) gebiedsgericht beleid (stedenbouwkundige visies, openbare ruimte-plannen) combinaties daarvan, onder een diversiteit aan benamingen 5
In de omgevingsvisie zullen we voor een aantal thema’s zoals geluid ook omgevingswaarden vaststellen. De omgevingswaarde is aanleiding tot het inzetten van een verplicht programma. De gemeente stelt het verplichte programma op bij een (dreigende) overschrijding van die omgevingswaarde. Het actieplan geluid is in elk geval een verplicht programma voor het Rijk, de provincies en een aantal gemeenten. Deze verplichting volgt uit de Europese richtlijn omgevingslawaai. Het actieplan wordt opgesteld aan de hand van de geluidbelastingkaarten. Landelijk geldt een verplichte omgevingswaarde voor de geluidproductie van een aantal geluidsbronnen. Het gaat hier om geluidproductieplafonds voor industrieterreinen, rijkswegen, provinciale wegen, hoofdspoorwegen en een aantal lokale spoorwegen. 3. Het omgevingsplan Het omgevingsplan is een juridisch instrument waarbinnen de regels die betrekking hebben op het bereiken van de gemeentelijke beleidsdoelen worden opgenomen. Het omgevingsplan vervangt de bestemmingsplannen, met het verschil dat de gemeente meer bestuurlijke afwegingsruimte binnen het omgevingsplan heeft dan voorheen binnen het bestemmingplan het geval was. Ook is de reikwijdte van het omgevingsplan ruimer, vanwege de integratie van milieuregels en verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.
Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan regels over volksgezondheid en milieu of het gebruik van openbare ruimte uit de algemene plaatselijke verordening (APV). 4. De omgevingsvergunning. Dit reeds bestaande instrument blijft ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet bestaan. Bewoners, bedrijven en overheden kunnen middels het aanvragen van een omgevingsvergunning toestemming vragen om activiteiten in de fysieke leefomgeving te mogen uitvoeren. De proceduretijd wordt aanzienlijk ingekort (van 26 naar 8 weken). De raad kan gevallen aanwijzen waarin ze bindend advies wenst af te geven, gerelateerd aan bepaalde onderwerpen uit omgevingsvisie.
2.2
De Omgevingswet en de omgevingsvisie.
In het instrumentarium van de Omgevingswet biedt de omgevingsvisie het kader voor de andere instrumenten. De omgevingsvisie is de strategische lange termijnvisie die betrekking heeft op de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente Sittard-Geleen. De visie heeft als doel om strategisch te sturen op de daadwerkelijke realisatie van de gewenste en noodzakelijke ontwikkelingen. Op grond van de Omgevingswet gaat de omgevingsvisie in op: 1. De hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Wat is er aanwezig en wat is daarvan de kwaliteit? 2. De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkelingen, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied. Wat gebeurt er of staat er te gebeuren aan ontwikkelingen en instandhouding van het grondgebied? 3. De hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de fysieke leefomgeving. Wat zijn de na te streven doelen en op welke manier worden die bereikt?
6
In de omgevingsvisie zoeken we de samenhang tussen het fysieke, het sociale en het economische domein. Hierbij sluiten we aan bij de global goals (wij zijn een global goals gemeente geworden) en zetten in op brede welvaart. Intentie is te zorgen voor een evenwichtige en integrale aanpak tussen het beschermen en het benutten van de leefomgeving. In de onderstaande figuur is aangegeven welke thema’s een plaats krijgen in de omgevingsvisie.
Thema’s in de omgevingsvisie. Kostenverhaal. Kostenverhaal betekent dat de gemeente de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen, die betrekking hebben op de verbetering van de fysieke leefomgeving, moet verhalen op initiatiefnemers die daar profijt van hebben. Overheden zijn verplicht om deze kosten naar evenredigheid te verhalen. Aan die verplichting kan worden voldaan via privaatrechtelijke of publiekrechtelijke weg. Kostenverhaal in de Omgevingswet wijkt op onderdelen af van de regeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Onder de werking van de Omgevingswet blijft het primaat liggen bij privaatrechtelijk kostenverhaal middels een anterieure overeenkomst. De nota kostenverhaal zal hier op aan worden gepast.
7
3
Uitgangspunten en ambities
3.1
Eerste verkenning uitgangspunten en ambities.
Met de omgevingsvisie uit 2016 hebben we als gemeente een stevige basis gelegd voor ons integrale ruimtelijke beleid. Nu actualiseren we deze visie om nog beter aan te sluiten bij de doelstellingen van de Omgevingswet, rekening houdend met de lopende trends en ontwikkelingen. De Toekomstvisie 2030 en het NOVI-gebied Zuid-Limburg zijn de basis zijn voor de geactualiseerde omgevingsvisie. Bij het proces van de omgevingsvisie zetten we onze gezamenlijk aanpak met de samenleving en de partners in onze omgeving voort. Hiermee komen we niet alleen tot een breed gedragen visie, maar borgen ook de realisatie van de ambities voor de fysieke leefomgeving. Het college en de raad zijn vroegtijdig en structureel betrokken in het hele traject. In de omgevingsvisie komen we tot een verdere ruimtelijke doorvertaling waarbij we gebiedsgericht de ambities afwegen en concretiseren en in hoofdlijnen aangeven hoe dit gerealiseerd kan worden. Hierbij gaan we ook in op de rollen van de gemeente in de diverse situaties, onder het motto ‘ruimte waar het kan, sturen waar het moet’.
Dit werkt ook mee aan de verbetering van onze in- en externe dienstverlening. We willen onze doelen scherp hebben en een omgevingsvisie die er voor zorgt dat we deze doelen bereiken. Daarnaast is de Omgevingsvisie ook een uitnodiging aan de samenleving om met initiatieven te komen. De visie biedt duidelijkheid over ontwikkelingen die we wel of niet wenselijk vinden. We maken ruimte waar mogelijk en stellen kaders om ons gewenste toekomstbeeld te realiseren. We kiezen voor een omgevingsvisie die voor zowel gemeente als de samenleving richting geeft. 8
In omgevingsprogramma’s en uitvoeringsbeleid wordt de aanpak van de realisatie verder uitgewerkt. Hiermee wordt de uitvoering van het beleid geborgd. Zo versterken we ons strategische kader en de binding met de tactische uitvoering. In het proces om te komen tot de omgevingsvisie is participatie essentieel. We gaan verder met de ingezette participatie bij het opstellen van de Toekomstvisie Sittard-Geleen 2030. Deze toekomstvisie is tot stand gekomen op basis van een intensief samenwerkingsproces. Door de groep toekomstambassadeurs is een gezamenlijke stip op de horizon geformuleerd. Nog belangrijker dan het samen maken van een toekomstvisie is het samen uitvoering geven hieraan. Een nieuw samenspel tussen overheid en samenleving en daarbij passende nieuwe werkwijzen maken hier onderdeel van uit (lerend netwerk). Er worden inmiddels ontwikkelpaden uitgewerkt om tot gezamenlijke realisatie te komen. De intentie is om deze samenwerking ook bij het opstellen van de omgevingsvisie door te zetten. Hierbij willen we de energie vasthouden die ontstaan is bij de samenwerking rondom de Toekomstvisie SittardGeleen 2030 en doorgaan met de innovatieve aanpak die hierbij ontwikkeld is. Hierbij moeten we ons realiseren dat de toekomstvisie een visie van de samenleving is, waarbij wij vooral hebben bijgedragen vanuit de netwerkende/participerende overheid en de rol van partner hebben vervuld.
Bij de Omgevingsvisie hebben we een kaderstellende rol en daarmee de rol van presterende en rechtmatige overheid, waarbij we dit wel zoveel mogelijk op een participatieve manier invulling geven. Het is van belang een goede wisselwerking te creëren tussen het vormgeven van de ontwikkelpaden vanuit de toekomstvisie en het opstellen van de omgevingsvisie zodat beide naadloos op elkaar aansluiten. Het is van belang dat we in beide projecten vanaf het begin de verwachtingen hierover helder maken, en zoveel mogelijk vanuit partnership handelen. Bij de aanpak van de omgevingsvisie en de onderbouwing van de keuzes met de verbrede Plan Milieu Effect Rapportage (verbrede plan MER) ontstaat een goede aansluiting op het integrerend kader als vervolg op de toekomstvisie, dat landt in de kadernota 2021.
3.2
Van omgevingsvisie 2016 naar omgevingsvisie 2022.
Omgevingsvisie 2016 In 2016 maakte de gemeente Sittard-Geleen haar eerste gemeentelijke omgevingsvisie . Daarmee was Sittard-Geleen een van de eerste gemeenten die een omgevingsvisie had vastgesteld, conform het gedachtengoed van de Omgevingswet die toen nog in ontwikkeling was. In de omgevingsvisie 2016 hebben we als gemeente duidelijk aangegeven welke ontwikkelingen belangrijk zijn voor de toekomst van de gemeente en hoe we hiermee om willen gaan. De omgevingsvisie 2016 biedt hiermee een stevige basis voor de nieuwe omgevingsvisie. Nadere concretisering Omgevingswet Inmiddels is de Omgevingswet verder geconcretiseerd. De nieuwe omgevingsvisie kunnen we hier dus volledig op aan laten sluiten. Met name de verbinding tussen het fysieke, sociale en economische domein komen hierbij sterker naar voren. Hierbij sluiten we aan bij de global goals (wij zijn een global goals gemeente geworden) en zetten in op brede welvaart. Trends en ontwikkelingen Ook zijn een aantal trends en ontwikkelingen de afgelopen periode steeds meer van belang geworden voor de fysieke leefomgeving. Gedacht kan worden aan de aanpak van klimaatadaptatie en de energietransitie als gevolg van het klimaatakkoord, de transitie naar een circulaire economie en samenleving, het versterkte belang van gezondheid, de veranderende demografie, digitalisering (waaronder de aanpak van smart city), 9
de transitie van landbouw en natuur, de veranderende mobiliteit, de ideeën rond de aanpak van afval. Ook deze thema’s zullen een stevig plek krijgen in de nieuwe omgevingsvisie. Landschapsbiografie Met het opstellen van een landschapsbiografie brengen we in kaart hoe bepaalde gebieden zich binnen de gemeente hebben ontwikkeld, om op die manier ook de identiteit te kunnen achterhalen en inzicht te krijgen in de manier waarop het verleden doorwerkt in onze huidige leefomgeving. Voor de biografie zal een beroep worden gedaan op de historische verenigingen en andere bewoners en betrokkenen van de gemeente Sittard-Geleen, zij kunnen het onderzoek verrijken. Het gaat hierbij niet alleen om de ruimtelijke ontwikkeling, maar ook om het ‘sociale’ en ‘mentale’ landschap. Een landschapsbiografie levert op die manier inhoudelijke input voor de omgevingsvisie en helpt om de visie op te stellen samen met bewoners. Het is daarmee ook een mooi instrument voor de gemeente om vorm te geven aan participatie. Op basis van de landschapsbiografie kunnen we de kernkwaliteiten van een gebied onderscheiden. Deze geven richting aan plannen, ontwerpen en ambities voor de gemeente.
3.3
Kaders voor de omgevingsvisie: toekomstvisie Sittard-Geleen en NOVI-gebied Zuid-Limburg.
Toekomstvisie 2030 De raad heeft in maart 2021 kennisgenomen van de Toekomstvisie 2030 als een visie die tot stand is gekomen op basis van input en dialoog met de samenleving zijnde inwoners en toekomstambassadeurs, en de Toekomstvisie vastgesteld als richtinggevend kader voor de kaderbrief 2021 en de begroting 2022 en volgend. Op basis van input van inwoners en veel gesprekken met organisaties en ondernemers is door een groot aantal toekomstambassadeurs samen met de gemeente een toekomstvisie voor Sittard-Geleen opgesteld. Een leidend principe in deze toekomstvisie is veerkracht. Veerkracht is het vermogen van de stad, met haar inwoners, organisaties en ondernemers om zodanig te reageren op veranderende omstandigheden dat essentiële kenmerken en kwaliteiten hersteld of vernieuwd worden. We gaan voor een stad die niet alleen tegenslagen weet op te vangen, maar ook op kansen en vernieuwingen weet in te spelen zodat ze een toekomstbestendige stad is. De visie is een visie van de samenleving, zo ook de samenwerking die daaruit voortvloeit. We doen dat samen, inwoners, maatschappelijke organisaties en - instellingen, ondernemers, bedrijven en de gemeente. Samen werken we aan kansrijke ontwikkelingen waarbij we de Toekomstvisie leidend laten zijn en elkaar daarop ook durven te bevragen en aanspreken.
De visie gaat uit van waarden (sociale, economische, ecologische en institutionele veerkracht), die uitgewerkt zijn in een wenkend perspectief voor 2030 en waar een viertal speerpunten in zijn benoemd: 1. Sociale veerkracht - Naar een positieve gezondheid(sbeleving). De veerkracht van mensen, fysiek en mentaal. De positieve gezondheid, de zelfredzaamheid, de inclusiviteit, de sociale cohesie, de veiligheid, het lerend vermogen, de betrokkenheid en participatie van de inwoner staan hierin centraal. 2. Economische veerkracht - Naar een duurzame, innovatieve en veilige bedrijvigheid. De veerkracht van de economische structuur en bedrijvigheid. Men bevindt zich momenteel in een 10
tijd van grote transformaties; de economie en ook de industrie verduurzaamt, digitaliseert en vernieuwt. Innovatie en ondernemerschap zijn de sterktes van de gemeente Sittard-Geleen die de economie veerkrachtiger maken en hier zetten we ook naar de toekomst volop op in. Op die manier zetten we in op een brede inclusieve welvaart, zowel voor mensen als het milieu. Duurzame innovatie en ondernemerschap dus. De bereikbaarheid van de gemeente is daarbij zeker een belangrijke randvoorwaarde. 3. Ecologische veerkracht - Naar een duurzame, diverse en veilige woon- en leefomgeving. Dit betreft de veerkracht van het natuurlijk systeem. Er is veel groen in Sittard-Geleen en in de regio en dat wordt gekoesterd. Maar ecologische veerkracht gaat nog een paar stappen verder en gaat vooral over duurzaamheid. Duurzaamheid is een paraplu voor heel wat onderliggende belangrijke waarden als biodiversiteit (soortenrijkdom), ruimtelijke kwaliteit, klimaatbestendigheid, schone lucht, water en bodem, stilte en esthetiek. 4. Institutionele veerkracht - Naar een leven lang leren en ontwikkelen. Institutionele veerkracht gaat over de samenwerking op verschillende schaalniveaus; buurten, wijken, kernen, één gemeente Sittard-Geleen, de regio en de Euregio. Een succesvolle samenwerking is een samenwerking die transparant is en waarin men elkaar kan vertrouwen. NOVI gebied Zuid-Limburg.
In februari 2021 is Zuid-Limburg definitief aangewezen als NOVI-gebied. Hiermee spreken Rijk en regio uit dat zij langjarig gaan werken aan de ontwikkelingen van de regio en hierin hun krachten bundelen. Geconstateerd is dat Zuid-Limburg een regio is met grote kansen. Met een transitie naar een duurzame en circulaire economie kan de economie een stuwende factor zijn voor de regio. Ook hebben we in de basis een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Tegelijkertijd vraagt het veel inzet om de ambities te realiseren. De demografische transitie en de grensligging zorgen er zowel voor dat er minder mensen komen die aan het arbeidsproces deel kunnen nemen, als dat het voorzieningenniveau onder druk staat en er veel leegstand is. Daarnaast is de bevolking van Zuid-Limburg relatief ongezond en is er een grote sociale kloof. Om aantrekkelijk te blijven en de kansen van Zuid-Limburg te realiseren is dus actie op alle vlakken noodzakelijk. Voor het NOVI-gebied Zuid Limburg is hierom door het Rijk en de regio een gezamenlijk plan van aanpak opgesteld. Hierin zijn drie samenhangende hoofdopgaven uitgewerkt met als bijzonder aspect daarbij steeds het benutten van grensoverschrijdende kansen: 1. naar een grensoverschrijdende innovatieve en circulaire economie 2. sterke en gezonde steden in Zuid-Limburg 3. versterken uniek Nationaal Landschap Zuid-Limburg.
Met het NOVI-gebied pakken we de grote opgaven voor Zuid-Limburg gezamenlijk met Rijk en (Eu)regio op in een programmatische aanpak. De aanpak vormt hiermee de agenda voor Zuid-Limburg. Met het opstellen van de toekomstvisie 2030 hebben we al rekening gehouden met relatie van de ontwikkelingen in Sittard-Geleen en de regio. De toekomstvisie en het NOVI-gebied sluiten hierdoor goed op elkaar aan. In de omgevingsvisie zullen beide schaalniveaus naar voren komen.
11
3.4 Verbrede Plan Milieu Effect Rapportage/Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse. De Omgevingsvisie stelt op strategisch niveau de kaders voor het gemeentelijk handelen bij toekomstige ontwikkelingen en activiteiten. Daarmee bevat de visie belangrijke keuzes ten aanzien van het te voeren beleid en vormt het de basis voor verdere uitwerkingen en omgevingsprogramma’s. De omgevingsvisie is in deze ‘kaderstellend’. Om die reden is het verplicht een plan Milieu effecten rapportage ( MER) op te stellen. Het opstellen van een milieueffectenrapportage is onderdeel van de zogenaamde MER-procedure. Een plan MER onderzoekt de mogelijke fysieke effecten van de beleidskeuzes die worden gemaakt. De plan MER helpt hiermee om tot goed afgewogen keuzes te komen binnen het proces van de actualisatie van de omgevingsvisie. Het is daarbij wenselijk om de plan MER, naast de traditionele MER-thema’s (milieu), te verbreden om ook de sociale, fysieke en economische effecten gericht op brede welvaart te onderzoeken en er wordt dan ook ingezet op een zogenaamde verbrede plan MER in combinatie met een maatschappelijke kosten baten analyse (MKBA). In de Nota Reikwijdte en Detailniveau die we in het begin van het MER-traject opstellen werken we verder uit wat we willen onderzoeken.
De rol van de verbrede plan MER is gericht op het agenderen van opgaven aan de hand van de foto’s van de leefomgeving, het beoordelen van (spanningen tussen) voorgenomen beleidsopties en het in beeld brengen van mogelijke consequenties (kansen en risico’s) voor beleidskeuzes. De combinatie tussen een verbrede plan MER en een MKBA zorgt ervoor dat zowel de milieugevolgen van de uitgangspunten binnen de omgevingsvisie en de mogelijke milieuvriendelijke alternatieven in kaart worden gebracht, alsook de eventuele uitwerking van de veranderingen binnen de maatschappelijke en menselijke welvaart. Binnen het procesontwerp van de omgevingsvisie is rekening gehouden met een parallel proces voor het opstellen van de plan MER. Op die manier kan er per fase een inhoudelijke afstemming plaatsvinden tussen visie en MER. Met de verbrede plan MER wordt er een solide basis gecreëerd en kan vervolgens het effect van de toekomstige beleidskeuzes ook goed gemonitord worden.
3.5
Andere manier van werken.
De omgevingsvisie biedt de integrale hoofdlijnen van ons ruimtelijke beleid. Hiermee is dit hét kaderstellende document voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. In omgevingsprogramma’s en uitvoeringsbeleid wordt de aanpak van de realisatie verder uitgewerkt. Hiermee wordt de uitvoering van het beleid geborgd. Dit sluit aan bij de beleidscyclus, die voor de instrumenten van de Omgevingswet op de volgende pagina is weergegeven. In dit proces zullen de bestaande (sectorale of gebiedsgerichte) beleidsdocumenten als los beleid vervallen. Waar nodig aangevuld met een concrete uitvoeringsparagraaf zullen deze veelal de vorm krijgen van een omgevingsprogramma of uitvoeringsbeleid. Uiteraard blijft de wereld om ons heen in beweging. Dit vraagt van ons om bij te sturen wanneer dat nodig is. Waar er op thema’s of voor gebieden ontwikkelingen ontstaan die verdere beleidsontwikkeling op hoofdlijnen vragen zal dit aanleiding zijn de omgevingsvisie te actualiseren, en de nieuwe ontwikkelingen af te wegen in het integrale beeld van de omgevingsvisie. Hiermee zorgen we ook naar de toekomst toe voor een helder afgewogen beleidskader waarin alle maatschappelijke doelen een goede plek hebben. 12
In het proces van de actualisatie van de omgevingsvisie werken we verder uit hoe we dit na vaststelling van de nieuwe visie vorm gaan geven. Een gewenste verdere verdieping binnen de kaders van de omgevingsvisie kan steeds plaats vinden in de vorm van omgevingsprogramma’s of uitvoeringsbeleid.
13
4
Proces en vervolg
4.1
Plan van aanpak.
Het proces rondom de actualisatie van de omgevingsvisie is inzichtelijk gemaakt en terug te vinden in bijlage 1. Het plan van aanpak en het proces zet in op een gedegen traject, ondersteund met een verbrede plan MER/MKBA. In de planning is voorzien dat de ontwerp omgevingsvisie eind 2021 gereed is en de definitieve vaststelling medio 2022 plaats zal vinden. Het proces om te komen tot de actualisatie van de omgevingsvisie is even belangrijk als de inhoudelijke uitkomst. Participatie en de betrokkenheid van inwoners en partners bij de actualisatie van de visie zijn een belangrijk gegeven. Hiermee wordt ook gebruik gemaakt van wat opgehaald is eerdere participatietrajecten, dan wel waarin stakeholders zelf initiatief hebben genomen, zoals bij de toekomstvisie van de samenleving in Sittard-Geleen. De energie die daar aanwezig is, is zeer waardevol. In het kader van de omgevingsvisie onderzoeken we hoe we deze inbreng nog kunnen aanvullen met inhoudelijke inbreng van belangrijke ketenpartners, belangenverenigingen of inwoners die een relevante rol kunnen spelen. Naast het creëren van externe betrokkenheid, zal er ook veel aandacht zijn om de interne organisatie te betrekken bij de visievorming. Zowel voor de inhoudelijke invulling van de visie, als ook om in een vroeg stadium de koppeling te kunnen maken tussen visie, programma en plan.
Op deze wijze geven we een vervolg aan het traject dat met de toekomstvisie is ingezet. De toekomstvisie draagt bij aan de organisatieontwikkeling en is met die reden vervlochten met het traject ‘versterken strategische advieskracht’. Bij de toekomstvisie is in drie sessies met de strategische beleidsadviseurs verdiept op de visie en de bijbehorende opgaven waarna aansluiting is gezocht bij bestaande ontwikkelingen. Dit traject wordt doorgetrokken tot aan de kadernota en de begroting 2022. Belangrijk onderdeel hiervan betreft ook de samenwerking in- en extern in het licht van ‘Zo doen wij dat in SittardGeleen’. Zoals aangegeven in hoofdstuk 3.1 is het van belang een goede wisselwerking te creëren tussen het vormgeven van de ontwikkelpaden vanuit de toekomstvisie en het opstellen van de omgevingsvisie zodat beide naadloos op elkaar aansluiten.
4.2
Betrokkenheid van College en Raad.
Betrokkenheid tijdens het proces Van belang in het traject van de omgevingsvisie is dat zowel het college als de raad intensief betrokken is bij de visievorming. Voor het college zal dit plaatsvinden in de vorm van themasessies. De betrokkenheid van de raad wordt vorm gegeven door structureel terugkerende bijeenkomsten van de raadswerkgroep Omgevingswet, raadsinformatie bijeenkomsten en de reguliere besluitvormingsmomenten. Met name binnen de raadswerkgroep wordt op een informele wijze met elkaar besproken welke behoefte er bestaat aan kennis en informatieontwikkeling of een eventuele verdieping in onderwerpen en procesmatige afspraken. Doel van de raadswerkgroep is om ter voorbereiding op de uiteindelijke visie met elkaar (raadsleden, collegeleden en ambtenaren) kennis te ontwikkelen en te discussiëren over inhoudelijke onderwerpen en ambities. Ook kan voorbereidend werk worden verricht voor de raadsinformatiebijeenkomsten en kan de ambtelijke werkgroep van gedachten wisselen met de raadswerkgroep. 14
De raad wordt ook betrokken bij het participatieproces; de raad wordt hierbij raadsbreed uitgenodigd en heeft een rol als ambassadeur. Hierbij sluiten we aan op het proces van de toekomstvisie: het uitvoeren van de visie is een verantwoordelijkheid van iedereen, niet alleen van de gemeente. Wij scheppen op een participatieve manier kaders, waarbij we het NOVI-gebied Zuid-Limburg en de Toekomstvisie als basis gebruiken en we nodigen de samenleving vervolgens uit om met goede initiatieven te komen, waarbij wij een faciliterende rol aannemen. Hiermee wordt de betrokkenheid van de raad bij de actualisatie van de omgevingsvisie vergroot en komt er op die manier ook al meer inzicht in de koppeling tussen visie, programma en plan. Met als doel: een breed gedragen omgevingsvisie.
Beslismomenten De omgevingsvisie van Sittard-Geleen wordt vastgesteld door de raad. Daarmee verankeren we de in de omgevingsvisie uitgezette koers, uitgangspunten en ambities voor de toekomst. Zo wordt duidelijk voor welke zaken gemeente Sittard-Geleen haar verantwoordelijkheid wil nemen, welke kaders worden gesteld, en welke ruimte er is voor initiatieven. In het traject zijn een aantal beslismomenten opgenomen: -
De raad stelt op 22 april 2021 de uitgangspuntennotitie vast Het college stelt de Nota Reikwijdte en Detailniveau voor de verbrede plan MER/MKBA vast Het college geeft de ontwerp omgevingsvisie vrij voor de inspraak. De raad stelt de omgevingsvisie vast.
15
Bijlage 1. Proces omgevingsvisie
16
17