CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Ruimtelijke onderbouwing

Raad 30 mei 2024, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een pijpondersteuningsframe en trappenhuis inclusief platform binnen 10 meter afstand tot wegen AF en 109 op het Chemelot-terrein (Geilen)8.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT Sanering WKC Noord Ruimtelijke Onderbouwing voor een buitenplanse afwijking Klant:

Sitech Manufacturing Service

Referentie: BJ6677MIRP001F03 Status:

Definitief/03

Datum:

26 maart 2024

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Amerikalaan 110 6199 AE Maastricht Airport Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 78 48 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Sanering WKC Noord Ondertitel: Referentie: BJ6677MIRP001F03 Status: 03/Definitief Datum: 26 maart 2024 Projectnaam: Sanering WKC Projectnummer: BJ6677 Auteur(s): SB Opgesteld door: JT Gecontroleerd door: JT Datum: 26 maart 2024 Goedgekeurd door: FB/RZ Datum: 26 maart 2024

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

i

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

1

1.1

Inleidende informatie aanvraag

1

1.2

Aanleiding

1

1.3

Begrenzing plangebied

2

1.4

Planomschrijving

3

1.5

Geldend planologisch kader

3

1.5.1 Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen’ 1.5.2 Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen, herziening ex artikel 30, lid 1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening’ 1.5.3 Voorbereidingsbesluit Sittard-Geleen 1.5.4 Facetbestemmingsplan ‘Parkeren’

5 6 6

2

Toetsingscriteria RUD

7

2.1

Ruimtelijke/stedenbouwkundige inpassing

7

2.2

De verkeerssituatie: bereikbaarheid en verkeersveiligheid

7

2.3

Bereikbaarheid en toegankelijkheid directe omgeving

8

2.4

Brandoverslag

8

2.5

Onderhoud (ondergrondse) leidingen

9

3

Milieu- en omgevingsaspecten

10

3.1

Bodem

10

3.2

Archeologie

10

3.3

Ecologie

12

3.4

Bedrijven- en milieuzonering

13

3.5

Luchtkwaliteit

13

3.6

Externe Veiligheid

13

3.7

Geluid

14

3.8

Geur

14

3.9

Water

14

3.10

Besluit milieueffectrapportage

15

4

Wijzigingen t.o.v. ruimtelijke onderbouwing 2021

16

4.1

Geldend planologisch kader

16

4.2

Voorbereidingsbesluit hyperscale datacenter

16

4.3

Facetbestemmingsplan archeologie Sittard-Geleen

16

4.4

Milieu- en omgevingsaspecten

17

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

ii

4

Projectgerelateerd

5

Beoordeling aanvullende bouwwerken

18

5.1

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen’

19

5.2

Toetsing van het planvoornemen

19

5.3 Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen, herziening ex artikel 30 lid 1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening 21 5.4

Facetbestemmingsplan ‘Parkeren

21

5.5

Toetsingscriteria RUD

22

5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.5.4 5.5.5

Ruimtelijke/stedenbouwkundige inpassing De verkeerssituatie: bereikbaarheid en verkeersveiligheid Bereikbaarheid en toegankelijkheid directe omgeving. Brandoverslag Onderhoud (ondergrondse) leidingen

22 23 24 24 24

5.6

Milieu- en omgevingsaspecten

24

5.6.1 5.6.2 5.6.3 5.6.4 5.6.5 5.6.6 5.6.7 5.6.8 5.6.9 5.6.10

Bodem Archeologie Ecologie Bedrijven- en milieuzonering Luchtkwaliteit Externe Veiligheid Geluid Geur Water Besluit milieueffectrapportage

24 24 25 26 27 27 28 28 28 29

6

Conclusie

30

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

iii

Projectgerelateerd

1

Inleiding

1.1

Inleidende informatie aanvraag

In 2021 is onderstaande aanvraag gedaan voor de voorzieningen voor vervanging van de stoomdistributie uit het gebouw van WKC-Noord. Zoals nu blijkt was deze aanvraag niet helemaal volledig. Er zijn namelijk een paar aanvullende voorzieningen/bouwwerken die ook binnen deze aanvraag moeten worden beoordeeld. Het gaat hierbij om de volgende voorzieningen:  Het realiseren van pijpondersteuningsframe op bestaande structuur;  Het realiseren van een trappenhuis, inclusief platform op de bestaande structuur. Consequenties van de aanvullende noodzakelijke bouwwerken en het later beoordelen van de eerdere aanvraag heeft twee gevolgen, namelijk: 1. De bestaande ruimtelijke onderbouwing dient getoetst of beoordeeld te worden op basis van mogelijk nieuw beleid en/of omstandigheden. 2. Voor de bijkomende noodzakelijke bouwwerken (zaaknummer Z2023-00001766) ten behoeve van de kolommenbaan dient nog een volledige inhoudelijke beoordeling plaats te vinden. Voor de leesbaarheid is de aanvraag zoveel mogelijk in stand gebleven en zijn de aanvullende bouwwerken (onder punt 2) afzonderlijk beoordeeld. De bestaande aanvraag wordt behandeld in de hoofdstukken 1 (vanaf paragraaf 1.2) tot en met 3. In hoofdstuk 4 worden de wijzigingen verwoord ten opzichte van de bestaande aanvraag, situatie 2023. In hoofdstuk 5 worden de aanvullende noodzakelijke bouwwerken beschreven, beoordeeld en getoetst.

In hoofdstuk 6 wordt de conclusie van de gehele aanvraag weergegeven.

1.2

Aanleiding

Sitech Manufacturing Services BV (hierna: Sitech) is voornemens om de voorzieningen voor stoomdistributie uit het gebouw van WKC-Noord te plaatsen. Daarnaast is het stoomdistributiesysteem aan vervanging toe. Hiervoor is een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend bij de gemeente Sittard-Geleen. De Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Zuid-Limburg heeft deze aanvraag getoetst aan de indieningsvereisten die zijn opgenomen in de Regeling omgevingsrecht (Mor). De verstrekte gegevens zijn volgens de RUD onvoldoende om de aanvraag te beoordelen. De conclusie is dat voor de strijdigheid met het bestemmingsplan, zoals hieronder wordt beschreven, een ruimtelijke onderbouwing nodig is ten behoeve van een positieve Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) van de raad van Sittard-Geleen. Er ontstaat strijdigheid met het bestemmingsplan doordat de staalconstructie, langs de wegen AF en 109, volgens de situatietekening, niet op voldoende afstand van de betreffende wegen staat. Dit is in strijd met het vigerende bestemmingsplan Bedrijventerrein DSM- Geleen’ als vastgesteld op 14 december 2000 (zie artikel 4, tweede lid, onderdeel d: minimale afstand tot de dichtstbijzijnde weg is 10 meter). Via de volgende stappen wordt bepaald op welke wijze een omgevingsvergunning kan worden verleend:  Ten eerste wordt gekeken of de strijdigheid binnenplans opgelost kan worden.

Een binnenplanse oplossing voor deze strijdigheid is niet mogelijk.  Ten tweede wordt gekeken of de strijdigheid buitenplans opgelost kan worden met de zogenaamde ‘Kruimellijst’ (Besluit omgevingsrecht (Bor), Bijlage II, artikel 4). Een buitenplanse oplossing middels Bor, Bijlage II, artikel 4 is niet toepasbaar, omdat deze bouwwerken geen gebouw zijnde niet voldoen aan het bepaalde in de leden 1 tot en met 11.  Ten derde is er een escape aangedragen om een dak te plaatsen op de staalconstructie (Bor, Bijlage II, artikel 4, lid 1). Bij dit artikel moet er ook worden voldaan aan “de uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw 26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

1

Projectgerelateerd

verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak”. In casu kent de Chemelot-site geen hoofdgebouw (volgens de definitie van het Bor). Met andere woorden, deze escape is niet toepasbaar. Ten vierde heeft gemeente Sittard-Geleen een lijst met opgenomen categorieën aan te wijzen gevallen waarvoor ten behoeve van het verlenen van een omgevingsvergunning bij strijdigheid met het bestemmingsplan of de beheersverordening geen VVGB is vereist (31 augustus 2010). In casu zijn alle gevallen van de lijst niet toepasbaar. Ten vijfde resteert nog een buitenplanse afwijkingsmogelijkheid waarvoor een ruimtelijke onderbouwing moet worden aangeleverd en de gemeente een (positieve) VVGB dient af te geven.

Op deze locatie is het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM- Geleen’, als vastgesteld op 14 december 2000 en de bijbehorende herziening ex artikel 30 Wet op de Ruimtelijke Ordening, als vastgesteld op 24 februari 2005 van toepassing. Voor toepassing van de buitenplanse afwijkbevoegdheid door de raad dient, naast een toets op de relevantie milieu- en omgevingsaspecten, op aangeven van de RUD ZuidLimburg ook getoetst te worden aan de volgende criteria: a. De mogelijkheid tot verantwoorde ruimtelijke/stedenbouwkundige inpassing van (nieuwe) bebouwing. b. De verkeerssituatie (bereikbaarheid in zijn algemeenheid en vermindering van het risico op aanrijdingen en calamiteiten). c. De bereikbaarheid/toegankelijkheid van bebouwing, installaties en dergelijke voor hulpdiensten. d. De mogelijkheid tot beperking van brandoverslag tussen de verschillende ‘compartimenten’ van de deelinrichtingen. e. De mogelijkheden om (ondergrondse) leidingen aan te leggen en te onderhouden met minimale overlast en blokkering van wegen.

1.3

Begrenzing plangebied

De projectlocatie is gelegen op het Chemelot Industrial park in Geleen. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door weg 109 en aan de westzijde door weg AF, aan de noordzijde bevindt zich weg 108 en aan de oostzijde weg 14601. In figuur 1 (oranje stip) is de ligging van het plangebied ten opzichte van de Chemelot site weergegeven en een inpassing van het plangebied op de projectlocatie.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

2

Projectgerelateerd

Figuur 1: Aanwijzing ontwikkellocatie en situatietekening

1.4

Planomschrijving

Het gebouw van de WKC-Noord moet op termijn gesloopt worden. Om het gebouw te kunnen slopen dienen de binnen opgestelde voorzieningen van de stoomdistributie uit het gebouw geplaatst te worden. Daarnaast is het stoomdistributiesysteem op de locatie Noord aan vervanging toe. Het distributiesysteem heeft het einde van hun restlevensduur bereikt en de reduceerstraten zijn ook uitgetypiseerd. Om een betrouwbare en veilige stoomlevering te kunnen blijven continueren dient het stoomdistributiesysteem vervangen te worden. Tevens wordt de voorziening voor het doseren van Trinatriumfosfaat (Optisperse HP5455) in het LDvoedingwater verplaatst omdat deze zich ook in het gebouw van de WKC-Noord bevindt. Daarnaast wordt de voorziening voor het doseren van ammoniak voor het conditioneren van het voedingwater voor stoomopwekking verplaatst omdat de huidige locatie ook gesaneerd gaat worden. Om de drukval over de warmtewisselaar bij de COS-Noord (Condensaat Ontvangst Station) op peil te houden worden in het kader van dit project een 3-tal boosterpompen bijgeplaatst.

1.5

Geldend planologisch kader

Voor het plangebied wordt het geldende planologische kader gevormd door:    

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM- Geleen’ (vastgesteld 14-12-2000). Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM- Geleen, herziening ex artikel 30, lid 1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening’ (vastgesteld 24-02-2005). Voorbereidingsbesluit Sittard- Geleen (vastgesteld 09-05-2019). Facetbestemmingsplan ‘Parkeren’ (vastgesteld 13-09-2018).

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

3

Projectgerelateerd

1.5.1

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen’

Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Geleen op 14 december 2000. Bij besluit van 12 juni 2001 is door Gedeputeerde Staten van Limburg gedeeltelijk goedkeuring onthouden aan het bestemmingsplan. Deze onthouding van goedkeuring heeft betrekking op de bestemming ‘Bedrijventerrein II’ ter plaatse van het nog onbebouwde gedeelte van locatie de Beekerveld. De planlocatie maakt geen onderdeel uit van de locatie Beekerveld, waarmee het bestemmingsplan onverkort van toepassing is op het plangebied. De gronden in het plangebied zijn aangewezen als ‘Bedrijventerrein I’, zoals weergegeven in figuur 2.

Figuur 2: Aanduiding locatie op bestemmingsplankaart

Toetsing van het planvoornemen Artikel 4 lid 1: Doeleinden De gronden met de bestemming ‘Bedrijventerrein I’ zijn bestemd voor bedrijven, welke behoren tot de categorieën 1 tot en met 5 (inclusief opslagen en installaties) van de Staat van Bedrijfsactiviteiten en ook daarmee gelijk te stellen bedrijven. Ten dienste van en in verband met de bestemming zijn bedrijfsgebouwen (met uitzondering van bedrijfswoningen), andere bouwwerken, verhardingen, wegen (inclusief interne ontsluitingswegen), laadsporen, kabel- en (ondergrondse en bovengrondse) leidingstraten, kolommenbanen, parkeerplaatsen, groenvoorzieningen en andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen energievoorzieningen, toegestaan. Toetsing: Het initiatief betreft het verplaatsen en/of vervangen van al bestaande bouwwerken op gronden met dezelfde bestemming. Het bouwplan is daarmee passend in het met de bestemming ‘Bedrijventerrein I’ beoogde gebruik. Artikel 4 lid 2: Bebouwing Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels:  Het bebouwingspercentage bedraagt per oppervlakte-eenheid van 9 hectare maximaal 50%. Toetsing: Figuur 3 toont aan dat in beide vlakken waar het initiatief in valt het bebouwingspercentage onder de 50% blijft en daarmee voldoet aan de eisen vanuit het bestemmingsplan Bedrijventerrein DSMGeleen. 26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

4

Projectgerelateerd

Figuur 3: Weergave bebouwingspercentage

Voor de maximum bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen en andere bouwwerken gelden de maten als aangeduid op de kaart. Toetsing De maximaal toegestane bouwhoogte op deze locatie bedraagt 60 meter. Het initiatief voorziet in een bouwhoogte van 21,5 meter. Daarmee past het initiatief volgens de bebouwingsregels binnen het bestemmingsplan Bedrijventerrein DSM-Geleen.

De minimumafstand van de bebouwing tot de as van de dichtst bijgelegen rijbaan van de rijkswegen A2 en A76 bedraagt 50 meter en bedraagt tot de zijkant van de overige wegen 10 meter; laatste genoemde minimumafstand geldt niet langs wegen die zijn aangelegd ten behoeve van installaties. Toetsing De afstand van de zijkant van de kolommen tot zijkant van weg AF is ongeveer 2 meter en de afstand van zijkant van de kolommen tot zijkant van weg 109 is ongeveer 1,2 meter. Daarmee past het initiatief niet binnen het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen’.

1.5.2

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen, herziening ex artikel 30, lid 1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening’

Dit bestemmingsplan is (gewijzigd) vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van Sittard-Geleen van 24 februari 2005. In de herziening zijn de gronden waaraan in 2001 door Gedeputeerde Staten goedkeuring was onthouden, voorzien van de aanduiding ‘grensgebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde’. Daarnaast zijn enkele aanvullingen op de planregels doorgevoerd. Voor de gronden aangewezen als ‘Bedrijventerrein I’ is de vrijstelling uit artikel 4 lid b (bouw van andere bouwwerken, zoals koeltorens, emissiepijpen en destillatiekolommen tot een maximum hoogte van 120,00 meter) aangevuld met de randvoorwaarde “dat ten aanzien van de situering van deze andere bouwwerken de aspecten als veiligheid voor mens en dier, visuele hinder, veiligheid langs wegen, verstoring van radar en vliegverkeer bij de behandeling van de vrijstellingsaanvraag worden onderzocht en beoordeeld”.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

5

Projectgerelateerd

Toetsing: Op deze aanvullende voorwaarden op de vrijstelling uit artikel 4 lid b hoeft geen toepassing te worden gegeven omdat het plan voldoet aan bovengenoemde.

1.5.3

Voorbereidingsbesluit Sittard-Geleen

Op 9 april 2019 heeft de gemeenteraad van Sittard-Geleen een voorbereidingsbesluit genomen, op grond waarvan het verboden is om het huidige gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen voor het gebruik als supermarkt. Toetsing: Het voorgenomen bouwplan voorziet niet in het gebruik van gronden en/of bouwwerken als supermarkt. Dit voorbereidingsbesluit is niet van toepassing op de plannen van Sitech.

1.5.4

Facetbestemmingsplan ‘Parkeren’

Ter borging van de parkeernormen heeft de gemeente Sittard-Geleen een facetbestemmingsplan (van toepassing/aanvullend op alle geldende bestemmingsplannen) en een Facetbeheersverordening (van toepassing/aanvullend op alle geldende beheersverordeningen) opgesteld. Het voorliggende plangebied maakt onderdeel uit van het facetbestemmingsplan, zoals dat op 13 september 2018 is vastgesteld. In figuur 4 is het plangebied van het facetbestemmingsplan weergegeven.

Figuur 4: Plangebied Facetbestemmingsplan Parkeren

Het facetbestemmingsplan bepaald dat gronden slechts mogen worden bebouwd en/of in gebruik mogen worden genomen onder voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Toetsing: Een plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid wanneer aan de ‘Nota Parkeernormen Sittard-Geleen Parkeernormensystematiek’ d.d. 2012 wordt voldaan. In deze nota is voor het voorgenomen gebruik geen parkeerbehoefte bepaald. Aangezien het bouwplan voorziet in de distributie van stroom en niet is bedoeld voor mensen om te verblijven, kent het planvoornemen geen parkeerbehoefte en wordt voldaan aan de bestemmingsplanregels. 26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

6

Projectgerelateerd

2

Toetsingscriteria RUD

In dit hoofdstuk is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de toetsingscriteria, zoals aangegeven door de RUD en benoemd in paragraaf 1.2, voor het bouwen van een bouwwerk op minder dan 5 meter van de weg.

2.1

Ruimtelijke/stedenbouwkundige inpassing

Het belang van een kwalitatief hoogstaande uitstraling van het Chemelot Industrial Park is groot. Met name aan de randzones en nabij de entrees wordt hier veel waarde aan gehecht. Omdat het initiatief nagenoeg in het midden van de Chemelot site wordt geplaatst heeft het geen invloed op het aanzicht van de site. Daarbij is op 19 april 2021, door de gemeenteraad Sittard-Geleen, de Nota Ruimtelijke Kwaliteit gewijzigd. Het sturen op de ruimtelijke kwaliteit van de binnenterreinen van de Chemelot site bleek onvoldoende toegevoegde waarde te hebben. Op deze terreinen is namelijk sprake van een puur efficiënte en technische beeldkwaliteit, die het omgevingsbeeld niet beïnvloedt. Het binnenterrein is met deze actualisatie welstandsvrij geworden. Figuur 5 blauwe gedeelte laat zien dat het initiatief binnen de nieuwe welstandsvrije zone valt.

Figuur 5: Welstandsvrije zone Chemelot site

2.2

De verkeerssituatie: bereikbaarheid en verkeersveiligheid

De ontwikkeling is gesitueerd langs een doorgaande route. De uitbreiding is ver genoeg van een verkeerssplitsing gelegen zodat, de zichtlijnen voor het verkeer gegarandeerd kunnen worden en er dus geen onveilige verkeerssituaties kunnen ontstaan. Het risico op aanrijding wordt hierdoor zeer klein geacht. 26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

7

Projectgerelateerd

Ter bescherming van de constructie en het beperken van de risico’s voor (mogelijke) verkeersongevallen wordt een betonnen rand om de constructie heen geplaatst. De weg is voldoende breed om elkaar te passeren. Er bevinden zich geen obstakels op de weg die een veilig gebruik van de weg verhinderen. De afstand van de installatie tot de weg is kleiner dan gebruikelijk (1,20 meter), maar neemt niet weg dat de weg veilig gebruikt kan worden.

2.3

Bereikbaarheid en toegankelijkheid directe omgeving

Voor het grootste deel wordt de ontwikkeling niet geplaatst op doorgaande wegen of toegangswegen voor installaties. Verder is het vlak waarop gebouwd wordt leeg en belemmert het niet de toegang tot andere gebouwen of installaties. Wel ontstaat er door de bouw van dit initiatief een overkraging boven weg 109. De overkraging heeft, op het laagste punt, een hoogte van 5,27 m (figuur 6). Omdat weg niet wordt gebruikt door groot vrachtverkeer, maar uitsluitend voor personenauto’s in geval van onderhoud, vormt de hoogte van de overkraging geen belemmering.

Figuur 6: 3D-doorsnede aanduiding hoogte overkraging weg 109

2.4

Brandoverslag

Vanwege de activiteiten en aanwezige stoffen wordt brandoverslag vrijwel uitgesloten. De stoffen die worden vervoerd door leidingen en kolommenbanen zijn namelijk niet brandbaar. De installatie is volledig van metaal wat de kans op brandoverslag nog eens extra verkleint. In een later stadium wordt een brandveiligheidsrapportage van de situatie opgesteld, hierin zal dieper in detail van de brandveiligheid en kansen op brandoverslag worden getreden. 26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

8

Projectgerelateerd

2.5

Onderhoud (ondergrondse) leidingen

Alvorens er een ontwerp werd opgesteld, is er een scan gemaakt van de bestaande situatie. De scan maakt de ligging van alle ondergrondse leidingen inzichtelijk. Op basis van deze scan is vervolgens een ontwerp gemaakt en is er een keuze gemaakt voor de plaatsing van de funderingen. Op deze wijze is gewaarborgd dat, na de realisatie van het plan, de huidige en toekomstige leidingen bereikbaar zijn voor onderhoud en/of calamiteiten.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

9

Projectgerelateerd

3

Milieu- en omgevingsaspecten

3.1

Bodem

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient de bodemkwaliteit aan te sluiten bij de beoogde functie/het toekomstig bodemgebruik. Vanuit de haalbaarheid van het initiatief dient daarnaast het financiële risico ten aanzien van de mogelijke aanwezigheid van ernstige bodemverontreinigingen in kaart te worden gebracht. Op 9 oktober 2020 is er een bodemonderzoek uitgevoerd voor deze locatie (zie bijlage). Op basis van dit onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd:  De bodem bestaat tot de maximaal geboorde diepte van 2,0 m-mv uit zand of leem. De bovengrond is plaatselijk verhard met klinkers, mijnsteen en stenen. De hoeveelheid verhardingsmaterialen in de bovengrond wisselt en bij meerdere boringen is sprake van bodemlagen die voor meer dan 50% uit bodemvreemde materialen bestaan (funderingslagen, niet zijnde grond).  In de bovengrond zijn veelal licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie aangetoond. Plaatselijk zijn sterke verontreinigingen met arseen en zink aangetroffen in de bodem.  De aangetoonde verontreinigingen zijn zeer heterogeen van aard (op schaal van monsterneming) en te relateren aan de bijmengingen en al jarenlang gebruik van de locatie binnen een petrochemisch industrieterrein.  De slakken- en kolen(gruis)laag is indicatief onderzocht; hierin zijn eveneens sterke verontreinigingen met zware metalen aangetoond.

Plaatselijk zorgt het gehalte aan lood voor een indicatieve veiligheidsklasse “rood, niet vluchtig”.  In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond van de onderzochte parameters.  Zowel zintuiglijk als analytisch is geen asbest aangetoond, dan wel aangetroffen op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal. Op grond van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese verdacht met betrekking tot bodemverontreiniging geaccepteerd. De hypothese verdacht ten aanzien van asbest wordt op grond van de resultaten verworpen. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat formeel een nader onderzoek dient plaats te vinden naar de exacte aard en omvang van de sterke verontreinigingen. Echter, aangezien de kwaliteit van de grond grotendeels overeenkomt met de te verwachten kwaliteit op basis van de Bodemkwaliteitszone en ook gezien de doelstelling van voorliggend onderzoek (het bepalen van de veiligheidsklasse ten behoeve van (graaf)werkzaamheden) levert aanvullend onderzoek geen extra informatie op die van invloed is op de veiligheidsklasse. Daarom wordt verder aanvullend onderzoek niet zinvol geacht.

3.2

Archeologie

In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten in het kader van ruimtelijke ordening rekening dienen te houden met het archeologisch erfgoed. De ‘Beleidsnota archeologie en monumenten van de Gemeente Sittard-Geleen’ (2012) geeft aan de bescherming van archeologisch erfgoed invulling, onder andere door de aanwijzing van archeologische monumenten en archeologische verwachtingswaarden op de archeologische verwachtingskaart.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

10

Projectgerelateerd

Het plangebied is op de archeologische verwachtingskaart aangewezen als ‘categorie 4’; gebied van een (middel) hoge archeologische verwachtingswaarde voor zowel droge als natte landschappen (figuur 7). De beleidsnota bepaalt dat voor deze gebieden een onderzoeksplicht naar de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden geldt, wanneer de bodem zal worden verstoord over een oppervlakte dieper dan 30 cm-maaiveld en over een oppervlakte groter dan 500 m2.

Figuur 7: Archeologische beleidskaart Sittard-Geleen

Echter is op basis van gegevens uit topotijdreis zichtbaar dat er op deze locatie al een gebouw heeft gestaan (figuur 8). Op basis van de grootte van het gebouw (beslaat bijna de gehele plot) kan ervanuit worden gegaan dat de verstoring dieper dan 30cm - maaiveld was. De graafwerkzaamheden voor de huidige ontwikkeling zullen dan ook geen archeologische waarden aantasten.

Figuur 8: Aanduiding sloopwerkzaamheden tussen 2000 en 2010 (Bron: topotijdreis.nl)

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

11

Projectgerelateerd

3.3

Ecologie

In het kader van de Wet natuurbescherming dient te worden getoetst of een ontwikkeling beschermde gebieden, beschermde dier- en plantensoorten of houtopstanden aantast. Ook dient het effect van stikstofdepositie door de beoogde ontwikkeling te worden getoetst. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in een gebied dat is aangewezen als Natura 2000-gebied. Het plangebied maakt ook geen onderdeel uit van op provinciaal niveau beschermde natuurgebieden (brons-, zilver- of goudgroene natuur). Natura 2000-gebieden kennen, naast een bescherming voor ingrepen in de gebieden, ook een beschermingsregime voor ingrepen buiten Natura 2000-gebieden die van negatieve invloed (kunnen) zijn op het gebied. Gezien voorgenomen ontwikkeling op meer dan 3 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Grensmaas is gelegen, zijn geen negatieve effecten op deze gebieden te verwachten. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op het aspect gebiedsbescherming. Stikstofdepositie Depositietoenames, als gevolg van bouw- en sloopwerkzaamheden, worden via intern salderen gemitigeerd, waardoor er geen sprake is van een (significant) negatief effect op de stikstofdepositie en er ook geen vergunningplicht geldt. Flora en Fauna Het plangebied bestaat gedeeltelijk uit grasoppervlak en gedeeltelijk uit grindoppervlak (figuur 9)

Figuur 9: Plattegrond weergave projectlocatie (Google Maps)

Binnen het plangebied zijn dan ook geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig voor beschermde soorten. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op het aspect soortenbescherming. Houtopstanden Het voornaamste doel van het onderdeel houtopstanden is het in stand houden van het areaal bossen en beplantingen in Nederland. Bossen zijn belangrijk voor planten- en diersoorten, recreatie en houtproductie. Binnen de begrenzing van het plangebied zijn geen houtopstanden gelegen. Met voorgenomen ontwikkeling zijn dan ook geen handelingen voorzien die aanwezige houtsopstanden kunnen beschadigen of te niet kunnen doen.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

12

Projectgerelateerd

3.4

Bedrijven- en milieuzonering

Voor de beoogde activiteiten zijn in de Handreiking bedrijven- en milieuzonering van de VNG (2009) geen richtafstanden opgenomen. De installaties, gebouwen en boosterpompen in de omgeving zijn geen gevoelig of kwetsbaar object. Het voornemen betreft eveneens geen gevoelig of kwetsbaar object, waardoor de ontwikkeling niet hoeft te worden getoetst aan de richtafstanden naar en van de rond de projectlocatie gelegen inrichtingen en installaties.

3.5

Luchtkwaliteit

Bij het proces van stoomdistributie treden er geen extra luchtemissies op. De aan- en afvoer van stoom gebeurt via leidingen waardoor de ontwikkeling geen extra transportbewegingen tot gevolg heeft. Beiden zorgen ervoor dat de wijziging geen negatieve gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit.

3.6

Externe Veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s voor de omgeving vanwege het gebruik, de productie, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen. In het geval van een verandering bij de risicobron of in de omgeving daarvan dient een afweging te worden gemaakt over de externe veiligheidssituatie. Hierbij dienen risicobronnen in en in de omgeving van het plangebied in kaart gebracht te worden en getoetst te worden aan de risicomaten plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico en groepsrisico De actuele risicocontouren voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn weergegeven in figuur 10. De planlocatie (blauw vlak) valt binnen risicocontour 10-6 (geel), dit wordt beschouwd als een locatie met een hoog risico. De gebouwen en installaties worden niet beschouwd als een (beperkt) kwetsbaar object aangezien er geen (langdurig) verblijf van mensen plaatsvindt. Daarbij is de stof stoom niet brandbaar, giftig of gevaarlijk. Vanwege de buigingen in de buisleidingen wordt de druk goed gereguleerd. Daarmee wordt het bestaande plaatsgebonden risico of groepsrisico rond het plangebied niet vergroot.

Figuur 10: Contouren Externe Veiligheid Chemelot site

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

13

Projectgerelateerd

Figuur 11: Leidingen voor gevaarlijke stoffen (risicokaart.nl)

Transport Figuur 11 maakt inzichtelijk dat het plangebied ver weg ligt van transportroutes voor gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Ook wordt de ontwikkellocatie niet als een kwetsbaar object beschouwd, waardoor dit thema minder relevant is in het kader van de externe veiligheid.

3.7

Geluid

Door het geplande project ‘Saneren stoomdistributie Noord’ wordt de geluidbelasting in het DS-punt 11 ‘Lindeheuvel-Javastraat’ verhoogd met 0,2 dB(A). In de andere DS-punten vinden geen veranderingen plaats. In alle waarneempunten blijven de afgeronde etmaalwaarden passen binnen de bewakingswaarden. Verder voldoet alle apparatuur aan de wettelijke normen voor wat betreft de geluidsproductie.

3.8

Geur

De gebouwen en installaties voor het opwekken en vervoeren van stoom betreffen geen geurveroorzakend object, stoom is namelijk geurloos. Daarbij gebeurt dit allemaal in afgesloten installaties en kolommenbanen. Het aspect geur is niet relevant voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.9

Water

Voor het hemelwater dat valt op het gebouw van de ICR-ruimte en andere niet verontreinigde verharde oppervlakten, wordt een infiltratiebuis van 45,6 meter met een diameter van 1.000 millimeter in de bodem aangelegd om het hemelwater te infiltreren binnen het huisbaasgebied van USG. Deze infiltratiebuis wordt in een zandpakket gelegd voor optimale infiltratie. Bij overmatige regenval is er een (nood)overloop naar het bestaande bedrijfsriool om overstroming van het gebied te voorkomen.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

14

Projectgerelateerd

3.10

Besluit milieueffectrapportage

Voorgenomen ontwikkeling is niet genoemd in bijlage C of bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage. Voor voorgenomen ontwikkeling geldt daarom geen (vormvrije) m.e.r.beoordelingsplicht.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

15

Projectgerelateerd

4

Wijzigingen t.o.v. ruimtelijke onderbouwing 2021

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijzigingen in het planologisch kader en op de wijzigingen in de gevolgen op milieu- en omgevingsaspecten voor het oorspronkelijke voornemen als hiervoor beschreven. Ook wordt kort ingegaan op die aspecten die ongewijzigd zijn gebleven ten opzichte van de eerdere aanvraag.

4.1

Geldend planologisch kader

Ten opzichte van de eerdere indiening is het planologisch kader gewijzigd. Zo is het voorbereidingsbesluit Sittard-Geleen (vastgesteld 09-05-2019) komen te vervallen. De wijzigingen binnen het planologisch kader hebben betrekking op: ‐ Voorbereidingsbesluit hyperscale datacenters (vastgesteld 12-07-2023). ‐ Facetbestemmingsplan archeologie Sittard-Geleen (ontwerp 20-05-2022). Aanvullend dienen binnen deze ruimtelijke onderbouwing de ontwikkelingen getoetst te worden aan bovenstaand besluit en plan.

4.2

Voorbereidingsbesluit hyperscale datacenter

Op landelijk niveau is een voorbereidingsbesluit genomen door de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Het gaat hierbij om het voorbereiden van een algemene maatregel van bestuur voor de bouw van hyperscale datacentra. De voorgenomen bouwactiviteiten voorzien niet in het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van hyperscale datacentra. Het voorbereidingsbesluit is niet van toepassing op de bouwactiviteiten/plannen.

4.3

Facetbestemmingsplan archeologie Sittard-Geleen

Op basis van het ontwerpbestemmingsplan kan worden vastgesteld dat op de locatie van toepassing is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Op grond van de bestemming mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. b. Vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid. c. Een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. d. Een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 500 m2. Voor het betreffende gebied geldt dat er een onderzoeksplicht geldt naar mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden, wanneer de bodem zal worden verstoord over een oppervlakte dieper dan 30 centimeter onder maaiveld een oppervlakte groter dan 500 m2. Vastgesteld kan worden dat het beleid niet gewijzigd is ten opzichte van de eerdere beoordeling. Ook hier geldt nog steeds dat op basis van Topotijdreis.nl zichtbaar is dat er op de locatie al eerder een gebouw heeft gestaan. Op basis van de grootte van het gebouw kan ervan worden uitgegaan dat de verstoring dieper dan 30 centimeter onder maaiveld heeft plaatsgevonden.

De grond is al eerder geroerd geweest, zodat bij de huidige ontwikkeling geen archeologische waarden meer zullen of kunnen worden aangetast.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

16

Projectgerelateerd

4.4

Milieu- en omgevingsaspecten

Het onderdeel archeologie is enigszins gewijzigd. Toetsing heeft nu plaatsgevonden aan de hand van het ontwerp Facetbestemmingsplan archeologie Sittard-Geleen. Verantwoording heeft hiervoor al plaatsgevonden binnen paragraaf 4.3. Het onderdeel archeologie vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling. De beoordelingen voor bodem, ecologie, bedrijfs- en milieuzonering, luchtkwaliteit, externe veiligheid, geluid, geur, water en besluit milieueffectrapportage blijven ongewijzigd.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

17

Projectgerelateerd

5

Beoordeling aanvullende bouwwerken

Binnen dit hoofdstuk worden de aanvullende bouwwerken beschreven, beoordeeld en getoetst. Het gaat hierbij om de volgende werkzaamheden/bouwwerken behorende bij de kolommenbaan bij de Stoomdistributie Noord bij Chemelot weg AF ten zuiden van Chemelot weg 109 en bij de Chemelot weg 109 (perceel H 841 Sittard-Geleen): ‐ Het realiseren van pijpondersteuningsframe (giraffeframe) op de bestaande structuur ter hoogte van onderstaande afbeelding. ‐ Het realiseren van een trappenhuis inclusief platform op de bestaande structuur ter hoogte van onderstaande afbeelding.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

18

Projectgerelateerd

5.1

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen’

De planologisch situatie is in overeenstemming met hetgeen beschreven in paragraaf 1.5.1.

Figuur 13: Locatie ontwikkeling aan de hand van bestemmingsplankaart

5.2

Toetsing van het planvoornemen

Artikel 4 lid 1: Doeleinden De gronden met de bestemming ‘Bedrijventerrein I’ zijn bestemd voor bedrijven welke behoren tot de categorieën 1 tot en met 5 (inclusief opslagen en installaties) van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, en ook daarmee gelijk te stellen bedrijven. Ten dienste van en in verband met de bestemming zijn bedrijfsgebouwen (met uitzondering van bedrijfswoningen), andere bouwwerken, verhardingen, wegen (inclusief interne ontsluitingswegen), laadsporen, kabel- en (ondergrondse en bovengrondse) leidingstraten, kolommenbanen, parkeerplaatsen, groenvoorzieningen en andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen energievoorzieningen, toegestaan. Toetsing Het initiatief betreft het ophogen en uitbreiden van al bestaande bouwwerken op gronden met dezelfde bestemming. Het bouwplan is daarmee passend in het met de bestemming ‘Bedrijventerrein I’ beoogde gebruik. Artikel 4 lid 2: Bebouwing Voor het realiseren van bouwwerken gelden de volgende regels:  Het bebouwingspercentage bedraagt per oppervlakte-eenheid van 9 hectare maximaal 50%. Toetsing: De toegevoegde bouwwerken worden voornamelijk op de bestaande bebouwing (kolommen) gerealiseerd en voor een beperkt deel daarbuiten.

Bij eerdere beoordeling (paragraaf 1.5.1.) viel het bebouwingspercentage al ruim onder de 50%, hierin treedt nauwelijks verandering op, aangezien het meeste op bestaande bebouwing wordt gerealiseerd. In de eerdere opzet in 2021 werd uitgegaan van een bebouwingspercentage van 34%. Hiermee wordt nog steeds ruim voldaan aan de eis vanuit het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen’.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

19

Projectgerelateerd

Figuur 14: Bebouwingspercentage

Voor de maximum bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen en andere bouwwerken gelden de maten als aangeduid op de kaart.

Toetsing: De maximaal toegestane bouwhoogte voor de locatie bedraagt 60 meter. Het initiatief voorziet in een bouwhoogte van ongeveer 24 en 15 meter hoogte. Hiermee wordt voldaan aan het vereiste qua maximale bebouwingshoogte van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen’. 

De minimumafstand van de bebouwing tot de as van de dichtst bijgelegen rijbaan van de rijkswegen A2 en A76 bedraagt 50 meter en bedraagt tot de zijkant van de overige wegen 10 meter; laatste genoemde minimumafstand geldt niet langs wegen die zijn aangelegd ten behoeve van installaties.

Toetsing: Het pijpondersteuningsframe wordt op de bestaande kolommen geplaatst over de weg AF heen. De onderzijde van het frame wordt gerealiseerd op een hoogte van 8,48 meter. Weg AF is niet aangelegd ten behoeve van de installaties. Er wordt niet voldaan aan de vereisten uit het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen’. Voor wat betreft het open trappenhuis kan worden vastgesteld dat deze op minder dan 10 meter uit de weg AF ligt. Voor het overige van de constructie kan worden vastgesteld dat deze ook binnen de 10 meter en deels zelfs binnen de 5 meter uit de zijkant van de weg AF ligt. Het platform ligt voor een klein deel, globaal geschat ongeveer 1 meter boven de weg AF.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

20

Projectgerelateerd

De hiervoor genoemde voorzieningen/bouwwerken worden gezien als aanvullend op de eerder ingediende ruimtelijke onderbouwing (rapport BH9308MIRP001F01 d.d. 21 september 2021) zoals in hoofdstukken 1 t/m 3 beschreven. De voorzieningen/bouwwerken die zijn toegevoegd aan deze ruimtelijke onderbouwing maken onderdeel uit van de eerder benoemde uitbreiding kolommenbaan. Bovendien zijn de voorzieningen op een dusdanige hoogte gepositioneerd, dat deze geen belemmering vormen voor de bereikbaarheid en veiligheid van de weg, die er onder doorloopt.

5.3

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DSM-Geleen, herziening ex artikel 30 lid 1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening

Dit bestemmingsplan is (gewijzigd) vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van SittardGeleen van 24 februari 2005. In de herziening zijn de gronden waaraan in 2001 door Gedeputeerde Staten goedkeuring was onthouden, voorzien van de aanduiding ‘grensgebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde’. Daarnaast zijn enkele aanvullingen op de planregels doorgevoerd. Voor de gronden aangewezen als ‘Bedrijventerrein I’ is de vrijstelling uit artikel 4 lid b (bouw van andere bouwwerken, zoals koeltorens, emissiepijpen en destillatiekolommen tot een maximum hoogte van 120,00 meter) aangevuld met de randvoorwaarde “dat ten aanzien van de situering van deze andere bouwwerken de aspecten als veiligheid voor mens en dier, visuele hinder, veiligheid langs wegen, verstoring van radar en vliegverkeer bij de behandeling van de vrijstellingsaanvraag worden onderzocht en beoordeeld”. Toetsing Op deze aanvullende voorwaarden op de vrijstelling uit artikel 4 lid b hoeft geen toepassing te worden gegeven omdat het plan voldoet aan bovengenoemde.

5.4

Facetbestemmingsplan ‘Parkeren

Ter borging van de parkeernormen heeft de gemeente Sittard-Geleen een facetbestemmingsplan (van toepassing/aanvullend op alle geldende bestemmingsplannen) en een Facetbeheersverordening (van toepassing/aanvullend op alle geldende beheersverordeningen) opgesteld. Het voorliggende plangebied maakt onderdeel uit van het facetbestemmingsplan, zoals dat op 13 september 2018 is vastgesteld. In figuur 4 is het plangebied van het facetbestemmingsplan weergegeven.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

21

Projectgerelateerd

Figuur 15: Plangebied Facetbestemmingsplan Parkeren

Het facetbestemmingsplan bepaald dat gronden slechts mogen worden bebouwd en/of in gebruik mogen worden genomen onder voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Toetsing Een plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid wanneer aan de ‘Nota Parkeernormen Sittard-Geleen Parkeernormensystematiek’ d.d. 2012 wordt voldaan. In deze nota is voor het voorgenomen gebruik geen parkeerbehoefte bepaald. Aangezien het bouwplan voorziet in de distributie van stroom en de realisering van een trappenhuis met platform en niet is bedoeld voor mensen om te verblijven, kent het planvoornemen geen parkeerbehoefte en wordt voldaan aan de bestemmingsplanregels.

5.5

Toetsingscriteria RUD

Vergelijkbaar met de eerste aanvraag dient het voornemen ook te voldoen aan de toetsingscriteria die eerder zijn aangegeven door de RUD, zoals benoemd in paragraaf 1.2, wanneer een bouwwerk op minder dan 5 meter van de weg wordt gerealiseerd.

5.5.1

Ruimtelijke/stedenbouwkundige inpassing

Het voornemen wordt nagenoeg in het midden van de Chemelot site gerealiseerd en heeft geen invloed op het aanzicht van de site. Op 19 april 2021 is de Nota Ruimtelijke Kwaliteit daartoe gewijzigd, omdat het sturen op ruimtelijke kwaliteit van de binnenterreinen van de Chemelot onvoldoende toegevoegde waarde heeft. Inzet op dit terrein is namelijk puur efficiënte en technische beeldkwaliteit, die het omgevingsbeeld niet beïnvloedt. Met de wijziging is het binnenterrein welstandsvrij geworden. Onderstaande figuur laat de globale locatie zien (in rood aangegeven), waaruit blijkt dat het initiatief binnen de welstandsvrije zone valt.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

22

Projectgerelateerd

Figuur 16: Welstandsvrije zone Chemelot site

5.5.2

De verkeerssituatie: bereikbaarheid en verkeersveiligheid

Voor wat betreft de verkeerssituatie is een onderscheid gemaakt in de beide bouwwerken. Pijpondersteuningsframe: De ontwikkeling is gesitueerd enerzijds langs weg 109 die niet wordt gezien als een doorgaande route en waar dus maar beperkt verkeer aanwezig is. Ook is de uitbreiding ver genoeg van een verkeerssplitsing gelegen zodat de zichtlijnen voor het verkeer gegarandeerd kunnen worden en er dus geen onveilige verkeerssituaties ontstaan. Gelet ook op de hoogte van het bouwwerk is het risico op aanrijdingen vrijwel nihil. Ter bescherming van de constructie en het beperken van de risico’s voor (mogelijke) verkeersongevallen wordt een betonnen rand om de constructie heen geplaatst. Weg AF is voldoende breed om elkaar te passeren. Er bevinden zich geen obstakels op deze weg die een veilig gebruik van weg AF verhinderen. De afstand van de installatie tot weg AF is kleiner dan gebruikelijk (1,20 meter), maar neemt niet weg dat de weg veilig gebruikt kan worden. Trappenhuis met platform Deze ontwikkeling wordt gerealiseerd binnen 10 meter van de doorgaande route en zelfs deels over weg AF heen. Vastgesteld kan worden dat het trappenhuis wordt gerealiseerd binnen en boven de bestaande kolommenstructuur. De trap vangt aan op een afstand van ongeveer 4 meter van weg AF. De opgaande structuur vindt hoofdzakelijk plaats op een afstand meer dan 6,50 meter van weg AF.

Het trappenhuis bevindt zich ten opzichte van de bestaande kolommenstructuur ook deels aan wegzijde 109. Het uitstekende deel begint hier op een hoogte van ongeveer 8 meter. Het deel dat ook deels over weg AF steekt begint op een hoogte van ongeveer 17 meter. Vastgesteld kan worden dat het trappenhuis binnen de bestaande kolommenstructuur wordt gerealiseerd. De bestaande kolommenstructuur is eerder al beoordeeld in het kader van het veilig gebruik van weg AF. Het trappenhuis brengt hierin geen verandering. De uitstekende delen van het trappenhuis aan weg AF 26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

23

Projectgerelateerd

bevinden zich op een zodanige hoogte, boven de 8 meter, dat het veilig gebruik van de weg ook hier niet in het geding is.

5.5.3

Bereikbaarheid en toegankelijkheid directe omgeving.

Gelet op de verschillende locaties van de bouwwerken is ook hier een onderscheid gemaakt in de beide bouwwerken. Pijpondersteuningsframe Nu vaststaat dat het framewerk op de bestaande kolommenstructuur wordt gerealiseerd, kan worden vastgesteld dat het framewerk, gelet op de bouwhoogte, meer dan 8,48 meter boven de weg 109, geen belemmering vormt voor de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de directe omgeving. Het laagste punt wordt gevormd door de bestaande kolommenstructuur. Trappenhuis met platform Ook hier geldt dat de ontwikkeling, in dit geval het trappenhuis, wordt gerealiseerd binnen de bestaande kolommenstructuur. De uitstekende delen van het trappenhuis aan weg AF, ten opzichte van de bestaande kolommenstructuur, beginnen op een hoogte vanaf 8 meter, gemeten vanaf het niveau van de weg. De maximale hoogte van een vrachtwagen en daarmee gelijk te stellen voertuigen mag wettelijk gezien niet meer dan 4 meter bedragen. De bereikbaarheid en toegankelijkheid van de directe omgeving vormt op basis van het voorgaande geen belemmering.

5.5.4

Brandoverslag

Zowel bij de realisering van het pijpondersteuningsframe als het trappenhuis met platform wordt brandoverslag uitgesloten. De ontwikkelingen/bouwwerken zijn namelijk niet brandbaar. De installaties zijn volledig van metaal, wat de kans op brandoverslag extra verkleint, of vrijwel nihil maakt. In een later stadium wordt een brandveiligheidsrapport opgesteld, waarbij dieper op deze materie zal worden ingegaan.

5.5.5

Onderhoud (ondergrondse) leidingen

Bij ontwikkelingen op het terrein van Chemelot dient normaliter de ligging van alle ondergrondse leidingen inzichtelijk te worden gemaakt. Nu bij de realisering geen sprake is van funderingen, maar van realisering op de bestaande kolommenstructuur, kan de analyse van (ondergrondse) leidingen verder buiten beschouwing worden gelaten. Door realisering blijven huidige en toekomstige leidingen bereikbaar voor onderhoud en/of calamiteiten.

5.6

Milieu- en omgevingsaspecten

5.6.1

Bodem

Bij de ontwikkelingen wordt de bodem niet geroerd of vinden werkzaamheden plaats in de bodem. De ontwikkelingen worden gerealiseerd op bestaande kolommenstructuren. Vastgesteld kan worden dat het onderdeel bodem geen belemmering vormt voor de beide toegevoegde bouwwerken.

5.6.2

Archeologie

Het onderdeel archeologie is al behandeld in paragraaf 4.3. Vastgesteld kan worden dat dit onderdeel geen belemmering vormt voor beide toegevoegde bouwwerken.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

24

Projectgerelateerd

5.6.3

Ecologie

Ook ten aanzien van de aanvullende ontwikkelingen dient in het kader van de Wet natuurbescherming getoetst te worden of een ontwikkeling eventuele gevolgen hebben voor beschermde gebieden, beschermde dier- en plantensoorten of houtopstanden aantast. Ook dient het effect van stikstofdepositie door de beoogde ontwikkeling te worden getoetst. Gebiedsbescherming De ontwikkelingen liggen niet in een gebied dat is aangewezen als Natura 2000-gebied. Het plangebied maakt ook geen onderdeel uit van op provinciaal niveau beschermde natuurgebieden (brons-, zilver- of goudgroene natuur). Natura 2000-gebieden kennen, naast een bescherming voor ingrepen in de gebieden, ook een beschermingsregime voor ingrepen buiten Natura 2000-gebieden die van negatieve invloed (kunnen) zijn op het gebied. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling op meer dan 3 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Grensmaas is gelegen, zijn geen negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden als geheel te verwachten. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op het aspect gebiedsbescherming. Stikstofdepositie De site Chemelot heeft een vigerende Wnb-vergunning (kenmerk 2018/43061 d.d. 3 juli 2018,) waarin alle activiteiten die een impact hebben op Natura 2000 gebieden zijn omschreven.

De vergunning strekt zich geografisch toe tot het terrein Chemelot en de omgeving van de haven en de integrale afvalwaterzuiveringsinstallatie. De vergunning omvat zowel de effecten van gebruiksfase van installaties als de effecten van het niet regulier gebruik alsook verkeersaantrekkende werking. Aan deze vergunning is een voorschrift verbonden (voorschrift 7, natuurneutrale of – positieve melding), dat CSP B.V. ertoe verplicht ook elke wijziging op de Site Chemelot die géén significant effect heeft op Natura 2000 gebieden ter goedkeuring voor te leggen aan het bevoegd gezag. Op 5 december 2022 is door Provincie Limburg additioneel aan de vergunning een toestemming met zaaknummer 2020-203953 afgegeven voor de bouw- en sloopactiviteiten op de site Chemelot op basis van de ingediende melding CSP-22-0260. Hierbij zijn alle mogelijke effecten op Natura 2000 gebieden beoordeeld. De effecten door aanleg- en sloopwerkzaamheden op de gehele Site Chemelot (inclusief havenomgeving en IAZI) zijn hiervoor maximaal ingeschaald. De mogelijk significante effecten door stikstofdepositie zijn intern gesaldeerd door het verminderen van de emissies van andere vergunde bronnen op de site Chemelot. Hierdoor is er netto geen significant effect mogelijk door enige bouw- of sloopprojecten op de site Chemelot.

Flora en Fauna Pijpondersteuningsframe Het gebied naast het plangebied bestaat gedeeltelijk uit een grasoppervlak en gedeeltelijk uit een grindoppervlak. Zie hiervoor onderstaande figuur.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

25

Projectgerelateerd

Figuur 17: Plattegrond weergave projectlocatie (bron: Google Maps).

Binnen het plangebied waar het pijpondersteuningsframe wordt gerealiseerd zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig voor beschermde soorten. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op het aspect soortenbescherming. Trappenhuis met platform Het trappenhuis wordt gerealiseerd op een bestaande kolommenstructuur. Er zijn hier geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig voor beschermde soorten. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op het aspect soortenbescherming. Houtopstanden Het voornaamste doel van het onderdeel houtopstanden is het in stand houden van het areaal bossen en beplantingen in Nederland. Bossen zijn belangrijk voor planten- en diersoorten, recreatie en houtproductie. Binnen de begrenzing van het plangebied waar beide ontwikkelingen plaatsvinden/bouwwerken worden gerealiseerd zijn geen houtopstanden gelegen. Met voorgenomen ontwikkeling zijn dan ook geen handelingen voorzien die aanwezige houtopstanden kunnen beschadigen of te niet kunnen doen.

5.6.4

Bedrijven- en milieuzonering

Voor de beoogde ontwikkelingen zijn in de Handreiking bedrijven- en milieuzonering van de VNG (2009) geen richtafstanden opgenomen. De installaties, gebouwen en boosterpompen in de omgeving zijn geen gevoelig of kwetsbaar object. Het voornemen betreft eveneens geen gevoelig of kwetsbaar object, waardoor de ontwikkeling niet hoeft te worden getoetst aan de richtafstanden naar en van de rond de projectlocatie gelegen inrichtingen en installaties.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

26

Projectgerelateerd

5.6.5

Luchtkwaliteit

Zowel bij de realisatie van het pijpondersteuningsframe en het trappenhuis met platform treden geen extra luchtemissies op. De realisatie heeft geen extra transportbewegingen tot gevolg. Beide ontwikkelingen hebben geen negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit.

5.6.6

Externe Veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s voor de omgeving vanwege het gebruik, de productie, opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen. In het geval van een verandering bij de risicobron of in de omgeving daarvan dient een afweging te worden gemaakt over de externe veiligheidssituatie. Hierbij dienen risicobronnen in en in de omgeving van het plangebied in kaart gebracht te worden en getoetst te worden aan de risicomaten plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico en groepsrisico De actuele risicocontouren voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn weergegeven in figuur 18. De planlocatie (rood vlak) valt binnen risicocontour 10-6 (geel), dit wordt beschouwd als een locatie met een hoog risico. De gebouwen en installaties worden niet beschouwd als een (beperkt) kwetsbaar object aangezien er geen (langdurig) verblijf van mensen plaatsvindt. Het pijpondersteuningsframe en het trappenhuis met platform worden gezien als voorzieningen ten dienste van buisleidingen voor stoom. De genoemde ontwikkelingen zelf zijn niet brandbaar, giftig of gevaarlijk. Daarbij komt dat vanwege de buigingen in de buisleidingen voor stoom de druk goed gereguleerd worden. Vastgesteld kan worden dat het plaatsgebonden risico of groepsrisico in het plangebied niet vergroot.

Figuur 18: Contouren Externe Veiligheid Chemelot Site

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

27

Projectgerelateerd

Figuur 19: Leidingen voor gevaarlijke stoffen (bron: Risicokaart.nl)

Transport Figuur 19 maakt inzichtelijk dat het plangebied ver weg ligt van transportroutes voor gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Ook wordt de ontwikkellocatie niet als een kwetsbaar object beschouwd, waardoor dit thema minder relevant is in het kader van de externe veiligheid.

5.6.7

Geluid

De noodzakelijke samenvallende bouwwerken hebben geen veranderingen tot gevolg qua geluid. In feite betreft het hier additionele zaken, die ter ondersteuning dienen van het project ‘Saneren stoomdistributie Noord’, die geen geluid produceren. Het onderdeel geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen.

5.6.8

Geur

De noodzakelijk samenvallende bouwwerken voor het vervoeren van stoom betreffen geen geurveroorzakende objecten. Het aspect geur is voor deze bouwwerken niet relevant.

5.6.9

Water

Voor het hemelwater dat valt op het pijpondersteuningsframe en het trappenhuis wordt een infiltratiebuis van 45,6 meter met een diameter van 1.000 millimeter in de bodem aangelegd om het hemelwater te infiltreren binnen het huisbaasgebied van USG. Deze infiltratiebuis wordt in een zandpakket gelegd voor optimale infiltratie. Bij overmatige regenval is er een (nood)overloop naar het bestaande bedrijfsriool om overstroming van het gebied te voorkomen.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

28

Projectgerelateerd

5.6.10 Besluit milieueffectrapportage Voorgenomen ontwikkeling is niet genoemd in bijlage C of bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage. Voor voorgenomen ontwikkeling geldt daarom geen (vormvrije) m.e.r.beoordelingsplicht.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

29

Projectgerelateerd

6

Conclusie

Conclusie op basis van actualisatie eerdere aanvraag Het bouwplan voor de stoomdistributie WKC-Noord en de bijbehorende installaties, kolommenbanen en leidingstraten kan via de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid van het college van Burgemeester en wethouders gerealiseerd worden. Aan de door de RUD aangegeven toetsingscriteria wordt voldaan. Aan de hand van beoordeling van de omgevingsaspecten kan worden vastgesteld dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en is de toepassing van de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid voor de voorgenomen ontwikkeling aanvaardbaar. Conclusie noodzakelijk samenvallende bouwwerken De aanvullende bouwwerken worden gezien als onderdeel van het totale bouwplan voor de vervanging van de stoomdistributie WKC-Noord met bijbehorende installaties, kolommenbanen en leidingstraten. In hoofdstuk 4 en 5 zijn deze beoordeeld in het kader van de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid van burgemeester en wethouders. Ook hier geldt dat aan de door de RUD aangegeven toetsingscriteria wordt voldaan.

26 maart 2024

BJ6677MIRP001F03

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=4dd50e23-04b4-42cc-a30f-5434b1f8a0ce