CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Rapport belastingmaatregelen 2026

Raad 13 november 2025, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Belastingmaatregelen 20268.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BELASTINGMAATREGELEN 2026 SITTARD-GELEEN

Colofon Belastingmaatregelen 2026 12-11-2025 Samenstelling Gemeente Sittard-Geleen Concerncontrol Postbus 18 6130 AA Sittard Inlichtingen Tel: 14 046

INHOUDSOPGAVE 1. BELEIDSKADER GEMEENTELIJKE BELASTINGEN .........................................................................3 1.1 B ELEIDSKADER ................................................................................................................................................3 1.2 G EMIDDELDE INDEXERING 2026 ...................................................................................................................4 2. VOORSTELLEN GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN TARIEVEN ................................................5 2.1 G EMEENTELIJKE W OONLAST .........................................................................................................................5 2.2 V OORSTELLEN INZAKE KOSTENDEKKENDHEID ...........................................................................................6 2.3 O VERIGE VOORSTELLEN GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN RECHTEN .................................................8 3.

OVERZICHT GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN RECHTEN .......................................................9 3.1 I NLEIDING ..........................................................................................................................................................9 3.2 A LGEMENE BELASTINGEN EN PARKEERBELASTING ...................................................................................9 3.3 A FVALSTOFFENHEFFING , REINIGINGSRECHTEN EN RIOOLHEFFING ......................................................20 3.4 R ECHTEN ........................................................................................................................................................25 3.5 L EGES ..............................................................................................................................................................30

2

1. BELEIDSKADER GEMEENTELIJKE BELASTINGEN 1.1 BELEIDSKADER Het beleidskader van de gemeentelijke belastingen en heffingen is vastgelegd in het coalitieakkoord en de uitvoeringsafspraken 2022-2026 Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken! In het coalitieakkoord en de uitvoeringsafspraken wordt het bestaande beleid van de afgelopen jaren voortgezet. Sittard-Geleen scoort in vergelijking met andere gemeenten hoog als het gaat om het niveau van de lokale lasten. We hebben daarom aandacht voor de hoogte van het lastenniveau voor inwoners en ondernemers. In de programmabegroting 2026 is het kader van de gemiddelde gemeentelijke woonlast voor 2025 nader uitgewerkt. In de jaarrekening 2024 is een bedrag van € 1,539 mln. gereserveerd om de lokale lasten te verlichten. Uitwerking hiervan vindt plaats bij de programmabegroting 2026 en wordt vertaald in de tarieven voor 2026. Besluitvorming over aanpassingen van de verordeningen en tarieven voor 2026 vindt plaats door het voorstel belastingmaatregelen 2026 waar dit boekwerk onderdeel van uitmaakt. Voor het gemeentelijk belastingkader 2026 gelden de volgende uitgangspunten: - De tarieven worden geïndexeerd. Het algemene indexpercentage wordt vastgesteld op 2,22 %. - Afvalstoffen- en rioolheffing zijn bestemmingsheffingen. De opbrengsten moeten volledig worden ingezet voor de dekking van de kosten.

Hierdoor zijn deze heffingen altijd 100% kostendekkend en volgen deze heffingen niet de algemene indexering. - De gereserveerde middelen van € 1,539 mln. uit het raadsvoorstel jaarrekening 2024 worden ingezet om de lokale lasten te verlichten in 2026. - De algemene heffingen (honden- en toeristenbelasting) hebben het karakter van een bestemmingsheffing (maximaal 100% kostendekkend). - De gemeente doet niet aan inkomenspolitiek, dit overeenkomstig artikel 219, lid 2 van de Gemeentewet. Daarin is bepaald dat de hoogte van een gemeentelijke belasting niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen - De afnemer / vervuiler betaalt. - De dienstverlening is kostendekkend, alle kosten worden gedekt door de opbrengsten.

3

1.2 GEMIDDELDE INDEXERING 2026 Voor de indexering van de gemeentelijke belastingen en heffingen gebruiken wij vooral de in de meicirculaire 2025 van het gemeentefonds opgenomen verschillende indexeringspercentages personele en materiële kosten. Voor de gemeentelijke belastingen gebruiken wij een gemiddeld percentage van 2,22 %. De rechten voor afval en riool indexeren wij niet, bij deze heffingen begroten wij op basis van de verwachte kosten en opbrengsten. Voor de volgende tarieven stellen wij voor om niet te indexeren: - Parkeertarieven De parkeertarieven voor 2026 worden niet verhoogd. De parkeertarieven hebben een relatie met meerdere factoren die van belang zijn voor goed functionerende stadsdeelcentra. Hier is een ander afwegingskader op van toepassing dan een indexering. Dit is ook het geval voor de privaatrechtelijke tarieven zoals garages. -

Legesverordening De tarieven uit hoofdstuk 2 van de legesverordening worden niet geïndexeerd. In 2025 is gebleken dat de gemiddelde bouwsommen zodanig zijn gestegen door o.a. inflatie en economische invloeden, dat bij gelijkblijvende tarieven er een hogere opbrengst te verwachten is. Deze trend wordt in 2026 verder nauwkeurig geanalyseerd. Hierdoor is er geen indexatie nodig om rond de 100% kostendekkend te blijven.

4

2. VOORSTELLEN TARIEVEN

GEMEENTELIJKE

BELASTINGEN

EN

2.1 GEMEENTELIJKE WOONLAST De gemiddelde gemeentelijke woonlast1 bestaat uit de gemiddelde aanslag OZB-woningen, de gemiddelde afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Tabel Gemiddelde gemeentelijke woonlast

2025

2026

afwijking t.o.v. 2025

% afwijking t.o.v. 2025

OZB tarief woningen

0,1652%

0,1652%

0,00%

0,0%

Gemiddelde WOZ waarde

€ 255.159

€ 255.159

€0

0,0%

€ 421,52

€ 421,52

€ 0,00

0,0%

Vastrecht afvalstoffenheffing

€ 227,76

€ 242,52

€ 14,76

6,5%

Gemiddeld variabel recht (Diftar) incl. milieupark

€ 118,69

€ 121,82

€ 3,13

2,6%

Gemiddelde afvalstoffenheffing

€ 346,45

€ 364,34

€ 17,89

5,2%

Rioolheffing

€ 242,16

€ 242,16

€ 0,00

0,0%

Gemiddelde woonlast

€ 1.010,13

€ 1.028,02

€ 17,89

1,8%

Gemiddelde woningen

OZB

aanslag

+ stijging tarief/ - is daling tarief * Ten tijde van het opstellen van dit rapport is de definitieve prognose van de WOZ-waarde 2026 nog niet ontvangen

Om de mutatie van de woonlasten voor de inwoners te kunnen bepalen gaan wij voor de WOZ-waarden uit van de prognose van de BsGW. De eerste prognose wordt op 15 oktober verwacht. In bovenstaande berekening staan dus nog de waardes per 1 januari 2024. Wel is bij het tarief al rekening gehouden met de algemene index van 2,22 % bij de OZB-opbrengsten én wordt het bedrag van € 1,539 mln., gereserveerd in de jaarrekening 2024, ingezet om de lokale lasten te verlichten. Zo nodig kan er in de raadsvergadering van december nog een technische aanpassing van de tarieven volgen, op basis van de meest actuele prognose van de WOZ-ontwikkeling. In hoofdstuk 3 worden de belangrijkste ontwikkelingen en genomen maatregelen in het kader van de tariefontwikkeling van de OZB-woningen (3.2.1), afvalstoffenheffing (3.3.1) en rioolheffing (3.3.2) toegelicht.

1

vanaf nu de gemiddelde woonlast.

5

2.2 VOORSTELLEN INZAKE KOSTENDEKKENDHEID 2.2.1 Onderzoek kostendekkendheid Een onderzoek naar de kostendekkendheid, in hoeverre de opbrengsten de kosten van een bepaalde dienst dekken, voeren wij jaarlijks uit. Dit is zowel een wens van de Raad, een verplichting vanuit de Gemeentewet als een verplichting vanuit de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) voor een aantal rechten en heffingen. Naast het uitgebreide onderzoek in dit boekwerk geven wij conform de richtlijnen van het BBV de kostendekkendheid op hoofdlijnen weer in de paragraaf lokale heffingen van de programmabegroting 2026. Zowel de opbrengsten als de kosten dienen op het niveau van de gehele (leges)verordening en niet per individuele dienst of groep van diensten bezien te worden. Het is aan de gemeenteraad om te bepalen welke deel van de kosten die toegerekend mogen worden daadwerkelijk verhaald worden via de tarieven. Bij de rechten en bestemmingsheffingen onder artikel 229 Gemeentewet dient er sprake te zijn van een aanwijsbare tegenprestatie door de overheid. Voor de vaststelling van de rechten zijn wij gehouden aan het vereiste dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten niet mogen overschrijden. Er dient dus sprake te zijn van ten hoogste kostendekkende tarieven.

2.2.2 Toerekenbare kosten Er mogen alleen kosten worden toegerekend aan de belastingen en heffingen die direct met de dienstverlening samenhangen. Tot de toe te rekenen kosten behoren onder andere: • Directe loonkosten • Overheadkosten (o.a. financiën, juridisch, ambtelijke huisvesting, ict, facilitair, etc..) • Directe materiaalkosten • Perceptiekosten (kosten heffen en invorderen) • Kosten bezwaar en beroep gericht tegen de belastingheffing of belastinginvordering • Kosten oninbaarheid • Kosten kwijtschelding • BTW-Compensatiefonds kosten • Voorlichtingskosten, voor zover niet samenhangend met beleidsvoorbereiding en beleidsvaststelling. • Kosten met betrekking tot handhaving, toezicht en controle mits het hier de eerste controle op het nakomen van vergunningverlening betreft of specifiek samenhangt met de verleende dienst zoals de milieucontrole bij afvalstoffenheffing De overhead rekenen wij extracomptabel toe aan de verschillende rechten en heffingen. De methode van toerekening van de overhead is vastgesteld door de Raad in de financiële verordening. Het overheadtarief voor 2026 bedraagt € 41.614 per fte per jaar. Dit is gebaseerd op een nieuwe berekenmethode, aan de hand van de kadernota overhead van de commissie BBV uit november 2023. Het afsprakenkader overhead is vastgesteld bij de begroting 2025.

2.2.3 Niet toerekenbare kosten De kosten die niet direct met de dienstverlening samenhangen, mogen niet doorberekend worden. Het gaat hierbij om onder meer: • Kosten voor algemene beleidsvoorbereiding • Kosten met betrekking tot handhaving, toezicht en controle • Kosten van inspraak- en bezwaarprocedures, met uitzondering hetgeen bij toerekenbare kosten genoemd wordt

6

2.2.4 100% kostendekkendheid Het is niet mogelijk om voor alle gemeentelijke belastingen en rechten 100% kostendekkend te zijn. Voor bepaalde leges gelden maximale wettelijke tarieven (bijvoorbeeld identiteitsbewijzen). In sommige gevallen is er sprake van basisproducten die wij als gemeente in het kader van dienstverlening altijd moeten aanbieden. Denk daarbij aan de uitgifte van paspoorten en rijbewijzen. Kruissubsidiering Bij activiteiten waarbij meerdere tarieven in één verordening staan, kan zich de vraag voordoen op welk niveau de kostendekkendheid moet worden getoetst. Het uitgangspunt daarbij is toetsing op verordeningenniveau, dus niet per tarief (activiteit), waarbij de geraamde kosten van alle benoemde activiteiten worden gedekt door de gezamenlijke opbrengsten uit de te heffen belastingen. Hierdoor is zogenoemde kruissubsidiëring mogelijk: een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit. Het is dus niet nodig om de kostendekkendheid per activiteit te bepalen.

7

2.3 OVERIGE VOORSTELLEN GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN RECHTEN Onderstaande voorstellen worden verder toegelicht in hoofdstuk 3 overzicht gemeentelijke belastingen en rechten. Tabel Overige voorstellen Belasting/ Rechten/Leges A B C D

Inzetten van het gereserveerde bedrag van € 1,539 mln. uit de jaarrekening 2024 voor de OZB-tarieven. Continueren van de parkeermaatregelen 2023 door het niet verhogen van de overige vergunningen en kraskaarten in 2026. Aanpassing verordening aanlegrechten uitweg om de kosten niet in rekening te brengen in specifieke situaties. Niet indexeren van de tarieven uit hoofdstuk 2 van de legesverordening

OZB Parkeerbelasting Rechten Leges

Voor een nadere toelichting op de voorstellen verwijzen wij naar de toelichtingen bij de betreffende verordeningen in hoofdstuk 3.

8

3. OVERZICHT GEMEENTELIJKE BELASTINGEN EN RECHTEN 3.1 INLEIDING In dit hoofdstuk behandelen wij alle gemeentelijke belastingen en rechten met de belangrijkste wijzigingen. 3.2 ALGEMENE BELASTINGEN EN PARKEERBELASTING In deze paragraaf behandelen wij alle algemene gemeentelijke belastingen en de parkeerbelasting met de belangrijkste wijzigingen. De tarieven van deze belastingen mogen meer dan kostendekkend zijn. De algemene belastingen zijn: - Onroerendezaakbelasting (OZB); - Roerende zaakbelasting; - Precariobelasting; - Reclamebelasting; - Hondenbelasting, en - Toeristenbelasting. 3.2.1 Onroerende Zaakbelasting (OZB) Het OZB-tarief is gebaseerd op de OZB-opbrengst. De OZB-opbrengst wordt bepaald door de WOZwaarde te vermenigvuldigen met het OZB-tarief. Ieder jaar worden de WOZ-waarden opnieuw bepaald en aangepast. Ons beleid is om de wijzigingen van de WOZ-waarde te compenseren door een aanpassing van het tarief. Hierdoor heeft een verandering in de WOZ-waarde geen invloed op de OZB-opbrengst en op de gemiddelde aanslag OZB. De WOZ-waarde is een absolute waarde die aangeleverd wordt door BsGW. Wijzigingen in de WOZwaarden kunnen ontstaan door: • Bezwaar- en beroepschriften; • Leegstand bij gebruikersheffing niet-woningen; • Jaarlijkse waardeontwikkelingen.

Mutaties in het areaal kunnen wel gevolgen hebben voor de OZB-opbrengsten, want deze worden in beginsel niet gecorrigeerd via het tarief. De gemeente is vrij om te bepalen hoeveel opbrengsten ze wil ophalen uit de OZB. Wij ontvangen hiervoor wel een korting op het gemeentefonds. Aanpassingen in de OZB-opbrengsten kunnen ontstaan door: • Indexering; • Hogere kosten van oninbaarheid; • Verhoging van de opbrengsten voor het sluitend maken van de begroting of mogelijk maken van nieuw beleid. Op de volgende pagina is er ter verduidelijking een stroomschema opgenomen.

9

Berekening WOZ-waarde en OZB-opbrengst

10

11

WOZ-waarden 15 oktober komt er een eerste prognose van de WOZ-waarden door de BsGW. Op 15 november volgt een actualisatie van de prognose. De OZB-tarieven zullen op basis van deze nieuwe prognose wijzigen. Daardoor zal de gemeenteraad de gewijzigde tarieven opnieuw vaststellen in december. In de prognoses wordt rekening gehouden met een aantal onzekerheden. De wereld is volop in beweging. Het zijn onzekere tijden, die -al dan niet met enige vertraging- ook z’n weerslag hebben op de vastgoedmarkt. Een aantal actuele onzekerheden zijn: • • • • • •

Rijksbeleid Fiscaal regime Vastgoedmarkt en stagnerende woningmarkt Inflatie en veranderende rentepercentages Stikstofcrisis Transitie van kantoren naar minimaal label C per 1-1-2023

Bovenstaande zaken hebben in meer of mindere mate invloed op de prijzen van vastgoed, in het bijzonder op de niet-woningen. Alleen de energieprijzen kunnen al gigantische impact hebben op de bedrijfsvoering van ondernemers. Niet alleen bij grote fabrieken, maar ook bij de bakker op de hoek. Voor de voorspelling van de OZB-opbrengsten niet-woningen vinden vooroverleggen plaats met grote bedrijven. Hiermee wordt getracht een goede prognose op te stellen over te verwachtte OZBopbrengsten. Door deze factoren zijn dit soort vooroverleggen meer complex omdat het kwantificeren van deze onzekerheden niet eenvoudig is. In de jaarrekening 2024 is besloten om een bedrag van € 1,539 mln. te reserveren om de lokale lasten in 2026 te verlichten. Het voorstel is om dit bedrag volledig in te zetten voor de OZB. Dit wordt naar rato verdeeld onder de 3 tarieven – woningen, niet-woningen eigenaren en niet-woningen gebruikers. Door het inzetten van deze middelen stijgen de drie OZB-tarieven niet in 2026. Tabel overzicht OZB-tarief woningen 2025-2026 OZB tarief woningen 2025 eigenaren

0,1652%

2026

% wijziging

0,1652%

0%

+ = stijging van het tarief Het OZB-tarief voor woningen wordt geïndexeerd 2,22 %. Door het inzetten van de gereserveerde middelen uit de jaarrekening 2024 stijgt het OZB-tarief voor de woningen in 2026 niet ten opzichte van 2025. De gevolgen van een verandering in de gemiddelde WOZ-waarde wordt verwerkt in de berekende tarieven. Tabel overzicht OZB-tarieven niet-woningen 2025-2026 OZB tarief niet-woningen 2025 0,7759% eigenaren

2026 0,7759%

% wijziging 0%

gebruikers

0,6185%

0,6185%

0%

Totaal indien eigenaar en gebruiker

1,3944%

1,3944%

0%

+ = stijging van het tarief Het OZB-tarief voor niet-woningen eigenaren en gebruikers wordt geïndexeerd 2,22 %. Door het inzetten van de gereserveerde middelen uit de jaarrekening 2024 stijgt het OZB-tarief voor de niet-woningen eigenaren en gebruikers in 2026 niet ten opzichte van 2025. De gevolgen van een verandering in de gemiddelde WOZ-waarde wordt verwerkt in de berekende tarieven. In 2026 wordt er kritisch gekeken naar de typering van de WOZ-objecten binnen de OZB niet-woningen en de toe te passen waarderingssystematiek. 12

Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening A. Inzetten van het gereserveerde bedrag van € 1,539 mln. uit de jaarrekening 2024 voor de OZBtarieven. Areaaluitbreiding Door uitbreiding van een gebied, bijvoorbeeld door de bouw van een nieuwe woonwijk of nieuwe fabriek stijgt het areaal van de gemeente. Dit betekent dat er nieuwe woningen of niet-woningen meegenomen worden in de OZB. Dit areaal zorgt voor extra opbrengsten voor de gemeente. Negatief areaal door sloop van gebouwen leidt tot minder opbrengsten voor de gemeente.

13

3.2.2 Precariobelasting De Verordening precariobelasting 2026 is gebaseerd op artikel 228 van de gemeentewet. Precariobelasting kan worden geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Omdat het een algemene belasting betreft is een onderzoek naar de kostendekkendheid van de tarieven niet van toepassing. In Sittard-Geleen heffen wij alleen precariobelasting over de terrassen en standplaatsen die staan op gemeentegrond. De hoogte van de precariobelasting is afhankelijk van de grootte van het terras of de standplaats. De tarieven voor de terrassen en de standplaatsen indexeren wij met 2,22%. Een standplaatshouder betreft bijvoorbeeld een loempia- of oliebollenkraam die niet op de week- of wijkmarkten staan. Tabel Wijziging tarieven precariobelasting Precariobelasting

2025

2026

Terras, per jaar per m2 € 15,30 € 15,60 Standplaats, per dag per m1 € 2,05 € 2,05 Standplaats bijzondere locaties per m1 € 7,65 € 7,80 + = stijging van het tarief * Door afronding op € 0,05 wijkt de stijging van de tarieven af van de indexering van 2,22%. De tarieven zijn historisch tot stand gekomen en worden in principe ieder jaar geïndexeerd. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen voorstellen.

14

% wijziging* +1,96% 0,00% +1,96%

3.2.3 Reclamebelasting De Verordening Reclamebelasting is gebaseerd op artikel 227 van de gemeentewet. Reclamebelasting kan worden geheven ter zake van openbare aankondigingen welke zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. In 2008 is gekozen voor de reclamebelasting als meest geschikte belasting voor de financiering van een ondernemersfonds c.q. Centrummanagement. De reclamebelasting is vrij eenvoudig te heffen met als uitgangspunt een solidariteitstarief voor iedere ondernemer met daar bovenop beperkte verhogingen/differentiatie naarmate de grootte van de reclamevoering. In 2009 is de reclamebelasting door de raad vastgesteld ter financiering van het centrummanagement. In 2015 is ervoor gekozen om de samenwerking met centrummanagement voort te zetten in een nieuwe structuur en nieuwe opzet (coöperatie vorm). Ook in deze periode wordt de reclamebelasting ingezet ter financiering van het Centrummanagement. Aangezien het een algemene belasting betreft is een onderzoek naar de kostendekkendheid van de tarieven niet van toepassing. De opbrengst van de reclamebelasting storten wij na aftrek van de uitvoeringskosten volledig door naar centrummanagement Sittard en Geleen. Een verhoging van deze belasting heeft geen effect op de begroting van de gemeente. De afspraken met het centrummanagement om de reclamebelasting afwijkend te verhogen zijn afgelopen in 2025.

Daardoor wordt het tarief in 2026 verhoogt volgens de algemene indexatie van 2,22 %. Tabel Wijziging tarieven reclamebelasting Reclamebelasting

tarief 2025*

tarief 2026

% wijziging**

€ 0,00

€ 0,00

0,00%

€ 487,00

€ 498,00

2,26%

€ 536,00

€ 548,00

2,24%

€ 594,00

€ 607,00

2,19%

€ 753,00

€ 770,00

2,26%

Het aangewezen gebied, de straten zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van de verordening en zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart a. indien de oppervlakte van de reclameobjecten minder is dan 0,1 m2 b. indien de oppervlakte van de reclameobjecten 0,1 m2 is of meer maar minder dan 0,5 m2 c. indien de oppervlakte van de reclameobjecten 0,5 m2 is of meer maar minder dan 10 m2 d. indien de oppervlakte van de reclameobjecten 10 m2 is of meer maar minder dan 30 m2 e. indien de oppervlakte van de reclameobjecten 30 m2 is of meer

* De tarieven worden afgerond op hele euro’s. ** Door afronding op hele euro’s wijkt de stijging van de tarieven af van de indexering van 2,22 %. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen voorstellen.

15

3.2.4 Hondenbelasting Hondenbelasting is een algemene belasting welke wordt geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente. Tabel Berekening kostendekkendheid hondenbelasting Taakveld Kosten

Bedrag

0.64

Belastingen overig

€ 17.900

1.2

Personeelskosten

€ 101.702

5.7

Openbaar groen en recreatie

€ 125.801

6.3

Kwijtschelding eerste hond

€ 17.000

7.4

Milieubeheer

€ 72.000

0.4

Overhead

€ 62.431

0.8

BTW / BCF

€ 15.120 € 411.954

Totaal Kosten Opbrengsten

Bedrag

1.1

1e hond

€ 350.667

1.2

2e hond

€ 48.300

1.3

3e hond e.v.

€ 8.501

1.4

Kennel

€ 3.696

Totaal Opbrengsten

€ 411.164

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 411.954

Totaal opbrengsten

€ 411.164 100%

Kostendekkendheidspercentage

Hondenbelasting heeft het karakter van een bestemmingsheffing. Dit houdt in dat de insteek is om de opbrengsten nagenoeg gelijk te houden aan de kosten. Om ervoor te zorgen dat de kosten en opbrengsten niet te ver uit elkaar lopen, worden de tarieven 2026 verhoogd met de algemene indexatie van 2,22%. Tabel Wijziging tarieven hondenbelasting Categorie 2025 1e hond € 46,80 2e hond € 63,00 Iedere hond boven het aantal van twee € 79,20 Kennel € 165,60

2026 € 47,84 € 64,40 € 80,96 € 169,20

Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen voorstel

16

% verschil 2,10 % 2,10 % 2,10 % 2,22 %

3.2.5 Toeristenbelasting Onder de naam `toeristenbelasting’ wordt een belasting geheven ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. De gemeente ontvangt namelijk van het Rijk een bedrag per inwoner, voor toeristen ontvangt de gemeente geen geld, terwijl toeristen ook profiteren van de openbare ruimte zoals het onderhoud van de wegen. Tabel Berekening kostendekkendheid toeristenbelasting Taakveld Kosten 3.4

Bedrag

Economische promotie

€ 488.000 € 485.000

Totaal Kosten Opbrengsten

Bedrag

1.1

Hotel / motels / pensions/ B&B's

€ 518.700

1.2

Logies & vakantiewoningen

€ 1.938

1.3

Camping

€ 7.872

Totaal Opbrengsten

€ 528.510

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 488.000

Totaal opbrengsten

€ 528.510

Kostendekkendheidspercentage

108.30 %

De toeristenbelasting is een algemene belasting waardoor het toegestaan is om meer dan kostendekkend te zijn. Wij zijn vrij in de besteding van de opbrengst. Kosten toeristenbelasting De directe kosten voor toerisme omvatten onder andere de VVV Zuid-Limburg, het onderhoud van het fietsknooppunt en kleine losse initiatieven op het gebied van vrije tijdseconomie. Toeristen maken ook gebruik van de faciliteiten binnen de Gemeente Sittard-Geleen, zoals de infrastructuur en de evenementen die georganiseerd worden. Deze indirecte kosten zijn niet meegenomen in de berekening. Aantal overnachtingen De prognose van het aantal overnachtingen bij hotels in 2026 is gedaald met 5.000 ten opzichte van 2025. Deze prognose is gebaseerd op het aantal overnachtingen in 2024 en het eerste half jaar 2025. Deze daling vangt de algemene indexatie van het toeristenbelasting op waardoor de opbrengsten vergelijkbaar zijn aan 2025. De tarieven van de toeristenbelasting worden geïndexeerd met het algemene percentage van 2,22 %. Tabel Vergelijking tarieven toeristenbelasting 2025-2026 Begroting 2025

Begroting 2026

Afwijking Afwijking € %*

Hotels

Per persoon per overnachting

€ 2,60

€ 2,66

€ 0,06

2,20%

Logies & vakantiewoningen

Per persoon per overnachting

€ 2,00

€ 2,04

€ 0,04

2,20%

Camping

Per persoon per overnachting

€ 1,25

€ 1,28

€ 0,03

2,20%

* afwijking verschilt van de algemene index door afronding.

17

Vergelijking toeristenbelasting 2025 In onderstaand schema zijn ter vergelijking de tarieven toeristenbelasting (exclusief camping) voor enkele Limburgse gemeenten weergegeven. Voor de tarieven van hotels ligt het tarief 6,6% lager dan de referentiegemeenten, waarbij voor de gemeente Maastricht het tarief voor een 1 stercategorie is gebruikt. Tabel Vergelijking tarieven toeristenbelasting 2025 Hotels1

Logies, vakantiewoningen & B&B1

Maastricht

€ 3,70²

€ 2,35

Venlo

€ 2,38

€ 1,97

Roermond

€ 3,50

€ 1,75

Heerlen

€ 2,00

€ 2,00

Gemiddelde van referentiegemeenten

€ 2,63

€ 2,02

Sittard-Geleen

€ 2,60

€ 2,00

-1,02%

-0,87%

1 Tarieven zijn per persoon per overnachting 2 Bij Maastricht is het tarief voor een 1 stercategorie gehanteerd.

Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen voorstellen.

18

3.2.6 Parkeerbelastingen De Verordening Parkeerbelastingen is gebaseerd op artikel 225 van de gemeentewet en de geldende parkeerverordening. Bij parkeerheffingen moet een onderscheid gemaakt worden tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke heffingen. Op de openbare weg zijn de publiekrechtelijke heffingen van toepassing. De parkeergarages en afgesloten parkeerterreinen zijn privaatrechtelijk eigendom van de gemeente. Deze parkeertarieven vallen niet onder artikel 225 of artikel 229 van de gemeentewet en zijn dus niet publiekrechtelijk. Het onderscheid tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke heffingen wordt gemaakt door: - De Gemeentewet, in artikel 156 staat dat de raad de publiekrechtelijke tarieven dient vast te stellen. Volgens artikel 160 van de Gemeentewet is het college bevoegd om de privaatrechtelijk tarieven vast te stellen; - Indien er een verordening aan een heffing ten grondslag ligt, dan kan de heffing publiekrechtelijk genoemd worden. Indien een dergelijke verordening ontbreekt, is de heffing privaatrechtelijk; - Rechten die niet vallen onder artikel 229 van de Gemeentewet zijn privaatrechtelijk. Fiscale parkeerboetes (naheffingsaanslag) De naheffingsaanslag (parkeerboetes) is voor het jaar 2026 vastgesteld op het maximaal toegestane tarief van € 82,00. Tabel Berekening kostendekkendheid naheffingsaanslag parkeren taakveld

Kosten

Bedrag

0.64

Belastingen overig

€ 83.605

1.1

Informatieverwerkingskosten

€ 12.031

1.1

Personeelskosten

€ 131.602

0.4

Overhead

€ 41.627

0.8

BTW / BCF

€ 2.526

Totaal Kosten

€ 271.391

Opbrengsten

Bedrag

1.1

Naheffingsaanslagen

€ 230.174 € 230.174

Totaal Opbrengsten Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 271.391

Totaal opbrengsten

€ 230.174 85%

Kostendekkendheidspercentage

De parkeertarieven voor 2026 worden niet verhoogd. De parkeertarieven hebben een relatie met meerdere factoren die van belang zijn voor goed functionerende stadsdeelcentra. Hier is een ander afwegingskader op van toepassing dan een indexering. Dit is ook het geval voor de privaatrechtelijke tarieven zoals garages. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening B. Continueren van de parkeermaatregelen 2023 door het niet verhogen van de overige vergunningen en kraskaarten in 2026.

19

3.3 AFVALSTOFFENHEFFING, REINIGINGSRECHTEN EN RIOOLHEFFING 3.3.1 Afvalstoffenheffing Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in art. 15.33 van de Wet Milieubeheer. De heffing mag niet meer dan kostendekkend zijn omdat de afvalstoffenheffing een bestemmingsheffing is. De diftartarieven (tariefdifferentiatie) voor restafval, GFT en milieupark tarieven zijn afgestemd met de gemeenten Beek en Stein uit de Westelijke Mijnstreek. De overige kosten worden verdeeld over het aantal aansluitingen (zijnde het vastrecht). Tabel Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten

Bedrag

0.64

Belastingen overig (oa BsGW)

€ 295.739

2.1

Verkeer en wegen (reiniging)

€ 1.686.433

6.3

Kwijtschelding en incontinentie

€ 955.000

7.3

Afval

7.3.1

Onttrekking voorziening (uitvoeringsplan afval)

€ -830.000

9.33

Personeelskosten

€ 415.413

Overhead

€ 216.397

€ 12.111.517

BTW

€ 2.021.670

Totaal Kosten

€ 16.872.169

Opbrengsten

Bedrag

1.1

Vast recht

€ 10.842.879

1.2

Variabel recht

€ 5.445.000

1.3

Overige bijdragen

€ 583.000 € 16.870.879

Totaal Opbrengsten Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 16.872.169

Totaal opbrengsten

€ 16.870.879 100 %

Kostendekkendheidspercentage

Beleidsdoelstelling Het beleidskader en uitvoeringplan sluiten aan op de Grondstoffenvisie 2050 en de transitie naar een circulaire samenleving. De plannen worden gekenmerkt door een langetermijnvisie op de hele keten van afvalinzameling (bij de inwoners) en concrete maatregelen voor de korte termijn. Het doel is om in 2025 maximaal 100 kg restafval per persoon per jaar te produceren en in 2030 30 kg. Het ultieme doel is 0 kg restafval in 2050. In het najaar van 2025 wordt het Regionaal Beleidskader van Afval Naar Grondstof 2026 – 2030 voorgelegd aan de gemeenteraad. Voor verdere informatie hierover wordt verwezen naar dit kader. Heffingsmaatstaf De afvalstoffenheffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel.

20

Berekening kostendekkend tarief In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de berekening van het kostendekkend tarief voor het product afval. Tabel Berekening tarief afval 2026 Begroting 2025

Begroting 2026

Afwijking

€ 16.462

€ 17.702

€ 1.240

Onttrekking voorziening actieplan afval

-€ 391

-€ 830

-€ 439

Netto kosten afvalinzameling & verwerking

€ 16.071

€ 16.872

€ 801

€ 5.306

€ 5.446

-€ 140

€ 583

€ 583

€0

Subtotaal Opbrengsten

€ 5.889

€ 6.029

-€ 140

-€ 3,13

Toerekenen naar vastrecht

€ 10.573

€ 11.674

€ 1.100

€ 24,61

44.700

44.700

0

€ 236,54 -€ 0,03

€ 261,16 -€ 0,07

€ 24,61 -€ 0,04

-€ 8,75

-€ 18,57

-€ 9,82

€ 227,76

€ 242,52

€ 14,76

€ 118,69

€ 121,82

€ 3,13

€ 346,45

€ 364,34

€ 17,89

Bedragen x € 1.000

Afwijking per aanslag

Kostencomponenten Kosten afvalinzameling

Opbrengsten Variabel recht (incl. milieupark) Overige bijdragen

Aantal huishoudens Kostendekkend tarief Afronding/tarief deelbaar door 12 Af: inzet afvalreserve Geheven Vastrecht Gemiddeld variabel recht (incl. milieupark) Gemiddelde Afvalstoffenheffing

€ 17,93

+ stijging tarief/ - is daling tarief

Uitgaande van 100% kostendekkendheid stijgt het kostendekkend tarief van het vastrecht met afgerond € 14,76 (+6,49%), inclusief de inzet van de afvalreserve. Het gemiddeld variabel recht stijgt met € 3,13 (+2,64%). In totaal stijgt de gemiddelde afvalstoffenheffing per aansluiting met € 17,89 (+ 5,16%). Toelichting toerekening reiniging De reinigingstaken die verband hebben met afval, zoals het straatvegen en opruimen van zwerfafval, worden voor 50% toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Daarom wordt 50% van de kosten toegerekend aan de afvalstoffenheffing, behalve de bladcampagne. Opbrengsten variabel recht De variabele afvalopbrengsten voor 2026 zijn gebaseerd op een inschatting van het afvalgedrag van de inwoners. De prognose van BsGW is gebaseerd op het eerste half jaar 2025. Hoe beter inwoners gaan scheiden, hoe goedkoper ze uit zijn. Op basis van de BsGW prognose wordt in 2026 € 140.000 meer variabele afvalopbrengsten verwacht. Ontwikkeling vast recht Het vast recht tarief stijgt in 2026 met € 14,76 (+6,49 %). Onderstaande tabel geeft de opbouw van deze stijging weer. Het grootste aandeel hebben de stijgende kosten bij RWM. De kosten van deze diensten zijn gestegen. Om dit te compenseren wordt de inzet van de voorziening afval gewijzigd en meer ingezet.

21

Inzet van afvalreserve Om de hogere kosten voor de afvalstoffen te dempen en niet in het tarief op te nemen, is ervoor gekozen om een gedeelte van deze kosten op te vangen door een additionele inzet van de afvalreserve met € 9,82. Tabel Ontwikkelingen tarief vastrecht 2026 Afwijking per aanslag

Omschrijving Stijgende kosten afvalverwerking RWM o.a. 5% indexering Lagere directe kosten (UVP afval) en toerekening btwcompensatiefonds Wijziging onttrekking voorziening UVP afval Wijziging opbrengsten RWM-afvalverwerking Mutatie kapitaallasten Kwijtscheldings- en incontinentiebeleid Afname kosten sociaal plan Hogere personele kosten mede door cao-verhoging Stijgende kosten reiniging Mutatie kosten BsGW Totale stijging kosten Afval AF: Hogere inkomsten variabel recht (incl. Milieuparken)

€ 1.137.662

€ 25,45

€ 100.754

€ 2,25

-€ 439.000 €0 -€ 52.182 €0 -€ 3.000 -€ 23.869 € 80.905 €0 € 801.271 -€ 140.000

-€ 9,82 € 0,00 -€ 1,17 € 0,00 -€ 0,07 -€ 0,53 € 1,81 € 0,00 € 17,93 -€ 3,13

Bij: vergoeding Echt-Susteren MP

€ 0,00

Bij: Lagere vergoeding Single Use Plastic Af: hogere vergoeding afvalbakken + ontruimingen AF: Gelijkblijvend aantal gebruikers BIJ: afronding Totale stijging vastrechttarief

€0 €0

Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen voorstellen

22

€ 0,00 € 0,00 € 0,00 -€ 0,04 € 14,76

3.3.2 Rioolrechten Rioolheffing is een bestemmingsbelasting die wordt geheven op basis van artikel 228a, eerste lid van de Gemeentewet. In dit artikel is vastgelegd dat onder de naam rioolheffing een belasting kan worden geheven ter bestrijding van kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan het waterbeheer. Essentie van de kostenverhaling bij de rioolheffing is dat de gemeente drie zorgplichten heeft en de kosten daarvan mag verhalen op de gebruikers van de riolering. De zorgplichten zijn een afvalwaterzorgplicht, een hemelwaterzorgplicht en een grondwaterzorgplicht. Tabel Berekening kostendekkendheid rioolheffing Kosten

Bedrag

0.64

Belastingen overig (oa BsGW)

€ 261.652

2.1

Verkeer en wegen (reiniging)

€ 2.421.373

2.1.1

Onderhoud bermen en onkruidbestrijding verharding

7.2

Riolering

9.33

Personeelskosten

€ 617.093

Overhead

€ 272.569

BTW

€ 968.133

Totaal Kosten

€ 11.976.534

€ 360.000 € 7.075.714

Opbrengsten 1.1

Rioolrecht woningen

1.2

Rioolrecht niet-woningen

Bedrag € 11.199.922 € 776.091 € 11.976.013

Totaal Opbrengsten Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 11.976.534

Totaal opbrengsten

€ 11.976.013 100,00%

Kostendekkendheidspercentage

Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie 2022-2027 In het kader van klimaatveranderingen is in 2022 de stimuleringsregeling klimaatadaptatie opgesteld met een looptijd tot 2025. Bewoners kunnen subsidie krijgen voor het aanleggen van een groen dak en groene gevels en het aanleggen waterkerende constructies om woningen beter te beschermen bij hevige buien. Ten behoeve van deze subsidieregeling is een budget beschikbaar van € 200.000 per jaar t/m 2026. De stand per augustus 2025 is 101 aanvragen waarbij voor € 110.000 aan beschikkingen is afgegeven. Heffingsmaatstaf De rioolheffing wordt geheven van de eigenaar van een perceel en is een vast tarief. Toelichting toerekening reiniging De reinigingskosten voor het beheer van de openbare ruimte worden voor 50% aan de afvalstoffenheffing en voor 50% aan de rioolheffing toegerekend. Het reinigen van de openbare ruimte zorgt ervoor dat minder vuil in het rioolstelsel terecht komt. Hierdoor zijn de onderhoudskosten voor het riool minder. Daarom wordt 50% van de kosten toegerekend aan de afvalstoffenheffing, behalve de bladcampagne.

23

Berekening kostendekkend tarief In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de berekening van het kostendekkende tarief van de rioolheffing Tabel Berekening kostendekkend tarief 2026 Afwijking per aanslag

Begroting 2025

Begrotin g 2026

Afwijking

Kosten riolering Onttrekking voorziening klimaatadaptatie

€ 12.025 € -50

€ 12.025 € -50

€0 €0

Totaal te dekken door aansluitingen

11.975

11.975

€0

€ 0,00

0

€ 0,00

Bedragen x € 1.000 Kostencomponenten

Aantal aansluitingen

49.455

49.455

Kostendekkend tarief Afronding/tarief deelbaar door 12

€ 242,14 € 0,02

€ 242,14 € 0,02

€ 0,00 € 0,00

Geheven tarief

€ 242,16

€ 242,16

€ 0,00

Uitgaande van 100% kostendekkendheid blijft het rioolheffingstarief gelijk aan het tarief in 2025. De totale lasten stijgen met € 543.124 in 2026. Dit wordt met name opgevangen door de inzet van het overschot op de voorziening rioleringen uit de jaarrekening 2024 (€ 477.800).

Tabel Ontwikkelingen tarief 2025 Afwijking per aanslag € 362.303 € 7,31 € 180.821 € 3,66 € -18.151 -€ 0,37 € -524.316 € -10,60 € 657 € 0,00 € 0,00 € 0,00 € 0,00

Omschrijving

Afwijking

Stijgende kapitaallasten Stijgende kosten reiniging Lagere kosten eigen personeel m.n. CAO Kosten BsGW en overige kosten Totale stijging kosten riolering AF: aantal meer aansluitingen met 200 AF: Afronding Totale stijging tarief Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen voorstellen

24

3.4 RECHTEN 3.4.1 Marktgelden Onder de naam ‘marktgelden’ worden rechten geheven voor het gebruik of genot van de door burgemeester en wethouders als markt aangewezen openbare grond. Daarnaast worden ‘marktpromotiegelden’ geheven voor promotie van de markten. De tarieven zijn geïndexeerd met 2,22%. Tabel Berekening kostendekkendheid marktgelden Taakveld Kosten Belastingen overig 0.64

Bedrag € 6.750

3.3

Week- en wijkmarkten

€ 151.499

3.4

Jaarmarkten

€ 43.196

3.4

Personeelskosten

€ 135.049

0.4

Overhead

€ 66.593

0.8

BTW

€ 21.432

Totaal Kosten

€ 424.519

Opbrengsten

Bedrag

Week- en wijkmarkten

€ 246.532

Jaarmarkten

€ 75.304

Totaal Opbrengsten

€ 321.836

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 424.519

Totaal opbrengsten

€ 321.836 76%

Kostendekkendheidspercentage

In de tarieventabel maken wij onderscheid tussen vaste standplaatsen, dagplaatsen en standwerkersplaatsen. Daarnaast is de oppervlakte die in gebruik genomen wordt bepalend voor het tarief. Er wordt ook tariefdifferentiatie toegepast door onderscheid te maken tussen markten in en buiten de stadscentra en de jaarmarkten. Wij verhogen de tarieven van de weekmarkt conform de algemene indexatie van 2,22%. De tarieven zijn historisch tot stand gekomen. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen voorstellen.

25

3.4.2 Lijkbezorgingsrechten Onder de naam ‘lijkbezorgingsrechten’ worden rechten geheven voor het gebruik van een begraafplaats en voor de door de gemeente verleende diensten. De Verordening op het beheer en gebruik van de algemene begraafplaatsen voor de gemeente Sittard-Geleen 2012 en de Wet op de lijkbezorging is van toepassing. De prognose van de opbrengsten is gebaseerd op een gemiddelde van de realisatie van de afgelopen jaren. Voor 2026 zijn de tarieven alleen geïndexeerd met 2,22 %. Tabel Berekening kostendekkendheid lijkbezorging taakveld Kosten 7.5

Begraafplaatsen en crematoria

Bedrag € 357.467

7.5

Personeelskosten

€ 153.336

0.4

Overhead

€ 97.824

0.8

BTW/BCF

€ 29.682

Totaal Kosten

€ 638.309

Opbrengsten Rechten voor begraven van lijken, bijzettenvan asbussen of verstrooien van as alsmede het 2 gebruik van graven.

Bedrag € 212.543

4

Verlengen grafrechten

€ 263.644

6

Rechten plaatsen graftekens

€ 2.872

7

Rechten lichten

€ 22.682

8

Onderhoudsvrije graven

€ 1.060

9

Rechten reserveren grafruimte

€ 967 € 503.768

Totaal Opbrengsten

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 638.309

Totaal opbrengsten

€ 503.768 79%

Kostendekkendheidspercentage

Het onderhoud van de begraafplaats valt onder het onderhoud openbare ruimte. De kwaliteit van het onderhoud is vastgesteld in het IBOR-beleidsplan. Voor begraafplaatsen hanteren wij kwaliteitsniveau basis. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen voorstellen.

26

3.4.3 Scheepvaartrechten Onder de naam “haven- en kadegeld” wordt een recht geheven ter zake van het innemen van een ligplaats. Onder de naam “opslaggeld” wordt een recht geheven ter zake van opslag van zaken. De tarieven zijn geïndexeerd met het algemene percentage van 2,22 %. Tabel Berekening kostendekkendheid scheepvaartrechten Taakveld Kosten

Bedrag

2.3

Personeelskosten

€ 69.058

2.4

Economische havens en waterwegen

€ 177.631

Overhead

€ 29.134

Totaal Kosten

€ 275.823

Opbrengsten

Bedrag

Haven-, kade- en opslaggeld

€ 214.387 € 214.387

Totaal Opbrengsten Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 275.823

Totaal opbrengsten

€ 214.387 78 %

Kostendekkendheidspercentage

Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen voorstellen.

27

3.4.4 Aanlegrechten uitweg Onder de naam “aanlegrechten uitweg” wordt een recht geheven wegens het door of vanwege de gemeente realiseren van een uitweg van een gebouw of particulier terrein. Tabel Berekening kostendekkendheid aanlegrechten uitweg Taakveld

Kosten

Bedrag

2.1

Aanleg uitweg

€ 15.000

Totaal Kosten

€ 15.000

Opbrengsten

Bedrag

2.1

€ 15.007

Aanlegrechten uitweg

€ 15.007

Totaal Opbrengsten

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 15.000

Totaal opbrengsten

€ 15.007 100 %

Kostendekkendheidspercentage

Voor wordt gesteld om de verordening aan te passen om kosten niet in rekening te brengen in specifieke situaties. De onderstaande omschreven werkwijze brengt nauwelijks extra kosten met zich, en is wenselijk om onze inwoners tegemoet te komen in de overlast die zij ondervinden van zo’n herinrichting. Wel is het belangrijk dat er voorwaarden worden vastgesteld, en de werkwijze ook juridisch gewaarborgd wordt. Tevens wordt door deze toevoeging voor zowel onze medewerkers, alsook voor onze inwoners duidelijk wanneer wij wel en wanneer wij geen aanlegrechten in rekening brengen (in het geval van een uitweg in het kader van een herinrichting). Voor wordt gesteld om de tekst van artikel 2 (Belastbaar feit) uit deze verordening aan te passen: Onder de naam “aanlegrechten uitweg” wordt een recht geheven wegens het door of vanwege de gemeente aanleggen of veranderen van een uitweg zoals bedoeld in artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening Sittard-Geleen. Dit recht wordt niet geheven indien er sprake is van een projectmatige (her)inrichting van de infrastructuur en/of groot onderhoud van een straat of een deel van de straat door de gemeente waarbij – en tijden van de omgevingsvergunningverlening – het Definitief Ontwerp nog niet is afgerond, en voor zover de uitweg zich binnen het projectgebied bevindt. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening C.

Aanpassing verordening aanlegrechten uitweg om de kosten niet in rekening te brengen in specifieke situaties.

28

3.4.5 Rioolaansluitrechten Onder de naam “aansluitrecht riolering” wordt een recht geheven ten aanzien van het genot van door het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen verstrekte dienstverlening in verband met het tot stand brengen van een directe of indirecte aansluiting van een eigendom op het openbaar riool. Tabel Berekening kostendekkendheid rioolaansluitrechten Taakveld Kosten

Bedrag

0.8

BTW / BCF

€ 18.404

7.2

Nieuwe rioolaansluitingen

€ 87.640 € 106.044

Totaal Kosten

Opbrengsten

Bedrag

Rioolaansluitrechten

€ 103.939 € 103.939

Totaal Opbrengsten

Totaaloverzicht

Bedrag

Totaal kosten

€ 106.044

Totaal opbrengsten

€ 103.939 98 %

Kostendekkendheidspercentage

Vanaf 2015 geldt er voor een gemeentelijke rioolaansluiting een vast tarief (onder nadere voorwaarden). Daarmee wordt rechtsgelijkheid nagestreefd voor aanvragers. Met deze heffingswijze zijn de kosten niet afhankelijk van de ligging van de riolering en hiermee wordt vermeden dat de ene aanvrager slechts een klein bedrag moet betalen en zijn overbuurman een groot bedrag. Dit vanwege het feit dat de afstand tot de riolering van grote invloed is op de prijs van de aansluiting. Omdat veruit de meeste perceelgrenzen gelegen zijn binnen 10 meter van het hoofdriool is de grens van het vast bedrag op 10 meter gesteld. Voor bijzondere gevallen die meer dan 10 meter nodig hebben wordt met een vast tarief per extra strekkende meter gerekend. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen voorstellen.

29

3.5 LEGES Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het genot van, door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; In tegenstelling tot de andere rechten en heffingen mag er binnen de drie hoofdstukken van de legesverordening sprake zijn van kruissubsidiëring. Dit betekent dat alleen op hoofdstuk en totaalniveau van de verordening de geraamde opbrengsten de kosten niet mogen overschrijden. Daarnaast wordt de legesverordening en bijhorende tarieventabel opgesteld om de onderliggende kosten te dekken, niet om er additionele opbrengsten aan te verdienen. Kruissubsidiëring Kruissubsidiëring is alleen toegestaan binnen de hoofdstukken. o Totale legesverordening max 100% kostendekkend o EDR-diensten leges max 100% kostendekkend o WABO-leges max 100% kostendekkend o Algemene diensten max 100% kostendekkend

Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening In hoofdstuk 1 worden bepaalde tarieven bepaald door het Rijk. Die tarieven zijn gelijk aan de maximale toegestane hoogte en worden niet geïndexeerd met 2,22%. Deze tarieven hebben met name betrekking op reisdocumenten, identificatiebewijzen en rijbewijzen. Het Rijk bepaalt het maximum van deze tarieven. Tijdens de afgelopen jaren publiceerde het Rijk de indexering op het maximum van deze tarieven nadat de leges tarieventabel al was vastgesteld door de gemeenteraad. Naar verwachting zal het dit jaar wederom voorkomen. De gemeenteraad wordt over eventuele wijzigingen op een later tijdstip geïnformeerd. Het voorstel is om alle overige tarieven te indexeren met 2,22%. Deze onderdelen zijn aangeduid met een *. Tabel berekening kostendekkendheid legesverordening hoofdstuk 1 algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening

Totale Opbrengsten

Kostendekking

€ 115.517

€ 116.870*

101%

€ 222.336

€ 1.449.964

€ 1.404.326

97%

€ 265.321

€ 77.761

€ 343.082

€ 340.557

99%

€ 36.326

€ 13.156

€ 49.482

€ 48.490

98%

Taakveld

Overhead

€ 74.030

€ 41.487

€ 1.227.628

Totale Kosten

paragraaf

1 Burgerlijke stand*

paragraaf

2

paragraaf

3 Rijbewijzen

paragraaf

4

paragraaf

5 Bestuursstukken*

€0

€0

€0

€0

0%

paragraaf

6 Vastgoedinformatie*

€0

€0

€0

€0

0%

paragraaf

7 Overige publiekszaken*

€ 70.432

€ 10.962

€ 81.394

€ 73.096*

90%

paragraaf

Gemeentearchief Sittard8 Geleen

€0

€0

€0

€0

0%

paragraaf

9 Bijzondere wetten*

€ 182.450

€ 70.642

€ 253.092

€ 199.141*

79%

paragraaf

1 Diversen* 0

€ 9.808

€ 1.937

€ 11.745

€ 5.528*

47%

€ 1.865.995

€ 438.281

€ 2.304.276

€2.188.008

95%

Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten

Verstrekkingen uit de basisregistratie personen*

Kostendekking hoofdstuk 1

30

Toelichting hoofdstuk 1 per paragraaf In het algemeen kan gesteld worden dat de kostendekkendheid is gewijzigd doordat de overhead opnieuw is berekend. De overhead is berekend aan de hand van het afsprakenkader overhead. Dit afsprakenkader is vastgesteld voor 5 jaar bij de begroting 2025. Paragraaf 1 Burgerlijke stand In deze paragraaf wordt de uitvoering van het Burgerlijk Wetboek Boek 1 ‘titel 5 Huwelijken’ geregeld. De tarieven van de huwelijken worden door de gemeente vastgesteld. De tarieven voor de akten burgerlijke stand zijn wettelijk vastgesteld. De kostendekkendheid is berekend op 101%. Paragraaf 2 Reisdocumenten en paragraaf 3 Rijbewijzen In deze paragrafen wordt de uitvoering van landelijk wettelijk beleid inzake de Paspoortwet en Het Reglement Rijbewijzen geregeld. Er wordt een vast bedrag per reisdocument of rijbewijs gehanteerd. De tarieven voor deze documenten zijn wettelijk gemaximeerd, de nieuwe tarieven 2026 Paspoorten en Rijbewijzen zijn nog niet bekend en dus nog niet verwerkt in de legestabel en de berekening van de kostendekkendheid. De kostendekkendheid is berekend op respectievelijk 97% en 99%. Paragraaf 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen In deze paragraaf wordt de uitvoering Wet basisregistratie Personen “hoofdstuk 3 De verstrekking van gegevens uit de basisregistratie” geregeld. De tarieven worden vastgesteld door de gemeente.

Deze tarieven liggen in lijn met andere gemeenten en zijn geïndexeerd met 2,22%. De kostendekkenheid is berekend op 98%. Paragraaf 5 Bestuursstukken en paragraaf 8 Vastgoedinformatie Deze paragrafen worden nauwelijks gebruikt, er zijn daarom geen opbrengsten en kosten geraamd in de begroting. Paragraaf 7 Overige publiekszaken In deze paragraaf is opgenomen de uitvoering van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens “afdeling 5 de Verklaringen omtrent Gedrag (VOG’s)” en daarnaast de Wet regels inzake heffing van rechten voor legalisatie van handtekeningen. Het tarief voor een Verklaring omtrent Gedrag is wettelijk bepaald, waarbij de vergoeding ten gunste van de gemeente € 7,50 per aanvraag bedraagt. De tarieven van de overige verstrekkingen worden door de gemeente vastgesteld. Deze tarieven liggen in lijn met andere gemeenten en zijn geïndexeerd met 2,22%. De kostendekkendheid is berekend op 90%. Paragraaf 8 Historisch archief Onder deze paragraaf vallen de diensten van het historisch archief van de gemeente. De diensten onder deze paragraaf vallen grotendeels onder de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who). In deze wet staat dat voor hergebruik van overheidsinformatie alleen de marginale verstrekkingskosten kunnen worden doorberekend. Dit betreft de marginale kosten van vermenigvuldiging, verstrekking en verspreiding van de informatie.

De gemeente/overheid produceert informatie met een bepaald doel. Deze informatie mag opnieuw worden gebruikt. Ook voor een ander doel dan waarvoor de informatie eigenlijk bedoeld was. Dit heet hergebruik van overheidsinformatie. De Who is van toepassing op verzoeken voor hergebruik van informatie, neergelegd in documenten berustend bij een met een publieke taak belaste instelling, met uitzondering van: • informatie die niet openbaar is op grond van de wet; • informatie waarop rechten van derden rusten, bijv. auteursrechten;

31

•

informatie die betrekking heeft op openbare persoonsgegevens waarvan hergebruik onverenigbaar is met de doeleinden waarvoor ze zijn verkregen.

De Who stelt dat de aanvrager op de hoogte moet zijn van de kosten die zijn aanvraag met zich meebrengt, daarom wordt conform de modelverordening van de VNG de aanvrager de mogelijkheid geboden om een prijsopgave te vragen van de kosten. Omdat een prijsopgave geven van elke kopie niet doelmatig is, is ook de prijs per kopie opgenomen in de legestabel. Gezien de minimale opbrengsten van dit hoofdstuk zijn deze opbrengsten niet apart begroot. Paragraaf 9 Bijzondere wetten Deze paragraaf in de legestabel heeft betrekking op ontheffingen, gehandicaptenparkeerkaarten en het plaatsen van borden wegsleepregeling bij of voorafgaande aan evenementen en de vergunningen voor het leggen, instandhouding en opruimen van kabels en leidingen in de gemeentegrond. De tarieven worden door de gemeente vastgesteld en zijn voor 2026 geïndexeerd met 2,22%. De kostendekkendheid voor het geheel van de Bijzondere Wetten is berekend op 79%. Paragraaf 10 Diversen Op basis van artikel 1.45 van de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen moet sinds 2010 iemand die een kindercentrum of gastouderbureau wil beginnen, daarvoor een aanvraag doen bij het college van de gemeente waar de opvang plaatsvindt. De tarieven worden door de gemeente vastgesteld en zijn voor 2026 geïndexeerd met 2,22%. De kostendekkendheid is berekend op 47%.

Naast de kinderopvang vallen onder deze paragraaf de diensten tot het verstrekken van afschriften, kopieën ed. welke informatie niet in het historisch archief is. Ook de diensten onder deze paragraaf vallen grotendeels onder de Who, wat betekent dat de leges maximaal de marginale kosten van vermenigvuldiging, verstrekking en verspreiding van de informatie mag zijn. Gezien de minimale opbrengsten hiervan zijn deze opbrengsten niet apart begroot. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen voorstellen.

32

Hoofdstuk 2 Omgevingswet Tabel overzicht kostendekkendheid legesverordening hoofdstuk 2 omgevingswet Totale Opbrengsten

Kostendekking

€ 212.411

€0

0%

€ 625.986

€ 335.861

54%

€ 375.188 € 1.423.945

€ 2.389.366

168%

Hoofdstuk 2 Omgevingswet

Taakveld

Overhead

paragraaf 1 Algemene bepalingen

€ 212.411

€0

paragraaf 2 Voorfase

€ 462.498

€ 163.487

Totale Kosten

Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

€ 1.048.757

Activiteiten met betrekking tot paragraaf 4 cultureel erfgoed en werelderfgoed

€ 93.961

€ 32.805

€ 126.766

€ 19.560

15%

paragraaf 5 Milieubelastende activiteiten

€ 56.457

€0

€ 56.457

€ 56.457

100%

paragraaf 6 Lozingsactiviteiten

€ 562

€ 243

€ 805

€ 811

101%

paragraaf 7 Aanlegactiviteiten

€ 75.851

€ 32.805

€ 108.656

€ 89.033

82%

paragraaf 8 Overige activiteiten

€ 37.925

€ 16.403

€ 54.328

€ 35.472

65%

paragraaf 9 Maatwerkvoorschriften

€ 2.214

€0

€ 2.214

€ 2.214

100%

Gelijkwaardigheid

€0

€0

€0

€0

0%

Overige tarieven

€ 23.703

€ 10.252

€ 33.955

€ 21.250

63%

Modaliteiten

€ 153.213

€ 59.083

€ 212.296

€ 153.711

72%

Vermindering*

€0

€0

€0

€ -251.896*

0%

Teruggaaf

€0

€0

€0

€0

0%

€ 690.266 € 2.857.819

€ 2.851.838

100%

paragraaf 3

paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf

1 0 1 1 1 2 1 3 1 4

Kostendekking hoofdstuk 2

€ 2.167.553

*Paragraaf 13 Vermindering heeft een directe band met de bouwleges uit paragraaf 2 en 3. Het is in principe geen opbrengst, maar de vermindering wordt verrekend met de opbrengsten uit paragraaf 2 en 3. Zie onderstaande toelichtingen.

Toelichting hoofdstuk 2 De invoering van de Omgevingswet (1 januari 2024) heeft een significante impact gehad op de manier waarop plannen worden ingediend en beoordeeld. De komende jaren werken we verder aan het vertalen van wet- en regelgeving in concrete en realistische beleidsdoelen en inpassing hiervan in de gemeentelijke uitvoeringsorganisatie. Dit moet resulteren in meetbare verbetering over de volle breedte van het vergunningenproces. Sinds de invoering van de Omgevingswet is gebleken dat de gemiddelde bouwsommen zodanig zijn gestegen door o.a. inflatie en economische invloeden, dat bij gelijkblijvende tarieven er een hogere opbrengst te verwachten is. De totale kostendekkendheid komt op basis van de huidige doorrekening uit op 100%, waarbij sprake blijft van een bepaalde mate van onzekerheid over de realisatie in begrotingsjaar 2026, mede gezien de nog niet volledig zichtbare effecten van de invoering van de Wet Kwaliteitsborging per 1 januari 2024. Daarom is ervoor gekozen om de begroting voor 2026 vooralsnog niet bij te stellen, maar dit lopende het begrotingsjaar te monitoren. De tarieven voor de leges Omgevingswet worden niet geïndexeerd. Daarnaast worden de tarieven uit hoofdstuk 2 van de legesverordening niet geïndexeerd. In 2025 is gebleken dat de gemiddelde bouwsommen zodanig zijn gestegen door o.a.

inflatie en economische invloeden, dat bij gelijkblijvende tarieven er een hogere opbrengst te verwachten is. Deze trend wordt in 2026 verder nauwkeurig geanalyseerd. Hierdoor is er geen indexatie nodig om rond de 100% kostendekkend te blijven. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening 33

D. Niet indexeren van de tarieven uit hoofdstuk 2 van de legesverordening.

Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn De indeling in paragrafen is gebaseerd op de modelverordening VNG. De paragraaf 4 Huisvestingswet 2014 en 5 Marktstandplaatsen worden door de gemeente niet gebruikt. Voor marktstandplaatsen is er een aparte verordening marktgelden. Tabel overzicht kostendekkendheid legesverordening hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn

Taakveld

Overhead

Totale Kosten

Totale Opbrengsten

Kostendekking

paragraaf

1 Horeca

€ 42.476

€ 9.121

€ 51.597

€ 38.608

75%

paragraaf

Organiseren evenementen of 4 markten

€ 33.521

€ 9.553

€ 43.074

€ 10.981

25%

paragraaf

7 Overige vergunningverlening

€ 18.233

€ 2.371

€ 20.604

€ 8.973

44%

€ 94.230

€ 21.045

€ 115.275

€ 58.562

51%

Kostendekking hoofdstuk 3

Toelichting hoofdstuk 3 per paragraaf Hoofdstuk 3 is een klein onderdeel van de legesverordening wat voor een groot deel bestaat uit horecaen evenementenvergunningen. Vanwege de maatschappelijke betekenis ervan is dit bij de gemeente Sittard-Geleen en veel andere gemeenten niet kostendekkend. Alle tarieven van titel 3 zijn geïndexeerd met 2,22%. Paragraaf 1 Horeca Deze paragraaf in de legestabel heeft betrekking op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning inzake de Alcoholwet en Algemene plaatselijke verordening Sittard-Geleen “Hoofdstuk 2 Openbare orde”. De tarieven worden door de gemeente vastgesteld en zijn vergelijkbaar met andere grotere buurgemeenten. De kostendekkendheid is berekend op 75%. Paragraaf 2 Seksbedrijven Gezien de minimale opbrengsten van deze paragraaf zijn deze opbrengsten niet apart begroot. Paragraaf 3 Winkeltijdenwet Onder deze paragraaf vallen de leges voor een ontheffing van de winkeltijdenwet. Bijvoorbeeld voor een avondwinkel. Gezien de minimale opbrengsten van deze paragraaf zijn deze opbrengsten niet apart begroot. Paragraaf 4 Organiseren van evenementen en markten Deze paragraaf in de legestabel heeft betrekking op het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning, genoemd in de Algemene plaatselijke verordening Sittard-Geleen art 2.25. De tarieven worden door de gemeente vastgesteld.

De kostendekkendheid is berekend op 25%. Paragraaf 7 Overige vergunningverlening Onder deze paragraaf vallen de vergunningen voor onder andere het gebruik van gemeentegrond. De kostendekkendheid is berekend op 44%. 3.7.4 Totaaloverzicht hoofdstuk 1, 2 en 3 Onderstaand een overzicht van de gehele legesverordening, waarbij alleen de onderdelen met een berekend Kostendekkendheidspercentage zijn meegenomen. Binnen de verschillende hoofdstukken is er sprake van kruissubsidiering. De kostendekkendheid van de totale legestabel is berekend op 97%. Voorstellen tot beleidsmatige aanpassing van de verordening Geen voorstellen. 34

Overzicht kostendekkendheid over de tarieventabel legesverordening 2026 Tabel berekening kostendekkendheid totale legestabel Totale Opbrengsten

Kostendekking

€ 2.304.276

€ 2.188.008

95%

€ 690.266

€ 2.857.819

€ 2.851.838

100%

€ 94.230

€ 21.045

€ 115.275

€ 58.562

51%

€ 4.818.044

€ 459.326

€ 5.277.370

€ 5.098.409

97%

Recapitulatie hoofdstuk 1, 2 en 3

Taakveld

Kostendekking Hoofdstuk 1

€ 1.865.995

€ 438.281

Kostendekking Hoofdstuk 2

€ 2.167.553

Kostendekking Hoofdstuk 3 Kostendekking totale tarieventabel

Overhead

35

Totale Kosten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=f8e444e9-d9fd-4f04-9c5c-43ec9595d08b