01 programmabegroting 2026 aangepast aan amendement Consistent gebruik van de term stad in plaats van 'productiestad'
Tekst van het document
21
Programmabegroting 2026-2029
Onderstaand wordt deze ruimte nader gespecificeerd: bedragen x € 1.000 Stelposten voor exploitatie- en investeringsvoorstellen
2026
2027
2028
2029
Exploitatie:
500
1.000
1.500
2.000
10.000
10.000
10.000
10.000
- € 10 mln per jaar - looptijd 30 jaar; omslagrente: 1,8% - realisatie na 2 jaar
180
360
860
1.360
Saldo stelpost exploitatie- en investeringsvoorstellen
-680
-1.360
-2.360
-3.360
Investeringen:
Voor de exploitatie is in 2026 € 0,5 mln. beschikbaar, oplopend tot een bedrag van € 2,0 mln. in 2029. Voor investeringsvoorstellen is jaarlijks € 10 mln. investeringskrediet beschikbaar. Uitgangspunten – criteria ‘Doorgaan, waarmee we zijn begonnen’, is een leidend principe voor de voorstellen om in 2026 beslag te leggen op bovenstaande middelen. Aanvullend stellen we voor om bij de voorbereiding van de kadernota 2027 een nadere prioritering te doen binnen de beschikbare ruimte in de jaarschijven 2027-2029. Ons inziens past dit bij ‘het goed overdragen van het stokje’. Voor de afweging van de voorstellen hebben we onderstaande afwegingscriteria gehanteerd, ofwel een relatie gelegd met: - 3 O’s/ autonome ontwikkelingen (onvermijdbaar, onuitstelbaar, onontkoombaar) - Opgaven die meer aandacht hebben door maatschappelijke ontwikkelingen (onderwijshuisvesting, wonen, sociaal domein jeugd, klimaatdoelstellingen) - Uitvoeringsafspraken coalitieakkoord - Maatschappelijke impact lange termijn - De reguliere begroting - Beschikbare uitvoeringskracht - Voor wat betreft investeringen; projectfase en planning Voorstellen beschikbare exploitatie middelen: Wij stellen voor de invulling van de beschikbare ruimte in 2026 ad € 0,5 mln. toe te wijzen aan lobby en public affairs, procesmiddelen Toon Hermans Theater en tijdelijke huisvesting. bedragen x € 1.000 Stelpost - exploitatie Beschikbaar
202 5
2026
2027
2028
2029
500
1.000
1.500
2.000
Versterken lobby en public affairs 2026 -2030
-150
-150
-450
-450 s
Procesmiddelen voor het ontwikkelen van een visie op het culturele landschap
-150
Tijdelijke huisvesting ( ambtelijke huisvesting)
-200
pm
pm
0
850
1.050
Saldo stelpost exploitatie
i i 1.550
Versterken lobby en public affairs 2026 -2030 Versterking van de lobby- en public affairsaanpak voor de periode van 2026-2030. In dit kader wordt een gezamenlijke lobbyvisie en -strategie opgesteld en de noodzaak tot (EU)regionale en bestuurlijke samenwerking onderschreven.
22
Procesmiddelen voor het ontwikkelen van een visie op het culturele landschap Voor onderzoek naar het ontwikkelen van een brede visie op het cultuurcluster zijn incidenteel middelen nodig. Tijdelijke huisvesting ( ambtelijke huisvesting) Het Stadhuis in Geleen ondergaat een ingrijpende verbouwing als onderdeel van het plan voor nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van Sittard-Geleen. Architectenbureau De Twee Snoeken is gestart met het ontwerp van het vernieuwde kantoor en de Stadswinkel in het centrum van Geleen. Daar de sloop gepland staat voor juli 2026 moet er tijdelijke huisvesting gerealiseerd worden voor onder andere de ambtelijke huisvesting. Voorstellen beschikbare investeringsmiddelen Passend binnen de uitgangspunten en afwegingscriteria stellen wij voor prioriteit te geven aan de volgende onderwerpen: - Warmtenet Zuid-Limburg; - Cultuur: start met onderzoek naar huisvesting van het Toon Hermans Theater en werken aan een programma voor culturele landschap en vanuit daaruit keuzes maken; - Aanpak gemeenschapsaccommodaties met het Plenkhoes als prioriteit; - Sport: focus op korte termijn vermarkten zwembad (ESCS) en vernieuwing Sportpark Het Anker; - Mobiliteitsprojecten: Aanpak Allee Limbricht, de Biesenweg en aanpak slimme verlichting. bedragen x € 1.000 Stelpost - investeringen Beschikbaar - investeringsmiddelen Beschikbaar - kapitaallasten
2025
2026
2027
2028
2029
10.000
10.000
10.000
10.000
180
360
860
1.360
180
360
860
1.360
Ruimte oormerking voor de bovenstaande onderwerpen Saldo stelpost investeringen
Wij stellen voor de beschikbare investeringsruimte te oormerken voor de hiervoor genoemde onderwerpen. Voorstellen voor het beschikbaar stellen van voorbereidingskredieten dan wel investeringskredieten worden afzonderlijk aan de raad voorgelegd. De besluitvorming over het beschikbaar stellen van een investeringskrediet wordt gebaseerd op een onderbouwd investeringsvoorstel. In deze begroting stellen we voor in 2026 voorbereidingskredieten beschikbaar te stellen voor de ontwikkeling van de ESCS-locatie (€ 0,59 mln.), onderzoeken (her)ontwikkeling van het Toon Hermans Theater met als zoekrichting de Ligne (€ 0,25 mln.) en het Plenkhoes (€ 0,32 mln.). Voor een aantal onderwerpen is de benodigde kredietruimte op basis van eerste prognoses al financieel gekwantificeerd, waarbij is aangegeven in welke jaarschijf de middelen benodigd zijn. Het betreft het Warmtenet Zuid-Limburg (2026-2029: € 5,5 mln.), Het Plenkhoes (2028: € 4 mln.), voorbereidingskrediet (her)ontwikkeling Toon Hermans Theater (2028: € 4 mln.), Aanpak Allee Limbricht (2026-2028: € 3,4 mln.), aanpak de Biesenweg (2028: € 1,0 mln.) en aanpak slimme fietspaden (2026: € 0,15 mln.). We stellen nu voor de kredieten voor 2026 daadwerkelijk beschikbaar te stellen, te weten: - Warmtenet Zuid-Limburg ad € 0,1 mln.; - Aanpak van de Allee Limbricht € 1,4 mln. - 2de fase aanpak slimme verlichting fietspaden € 0,15 mln.
23
Programmabegroting 2026-2029
Om tijdig de noodzakelijke voorbereidingen te kunnen treffen en commitment af te geven voor cofinanciering met externe partners stellen we aanvullend voor de volgende kredieten beschikbaar te stellen: - Aanpak van de Allee Limbricht: 2027: 1,0 mln en 2028: € 1,0 mln -
Aanpak Biesenweg: 2028: € 1,0 mln
Aanvullend stellen wij voor de financiële inzet van de beschikbare investeringsmiddelen periodiek te monitoren als onderdeel van de voortgangsrapportage grote dossiers. Beslispunten: Het beschikbaar stellen van financiële ruimte voor nieuwe exploitatie- en investeringsvoorstellen: - Voor exploitatievoorstellen € 0,5 mln. in 2026 oplopend tot € 2,0 mln. in 2029 - Voor investeringsvoorstellen in de periode 2026-2029 jaarlijks € 10 mln. investeringskrediet De inzet van de beschikbare exploitatiemiddelen ad € 0,5 mln. in 2026 voor: - Het versterken van lobby en public affairs 2026-2030 ad € 0,15 mln. - Procesmiddelen ontwikkeling visie op het culturele landschap ad € 0,15 mln. - Tijdelijke huisvesting (onderdeel ambtelijke huisvesting) ad € 0, 20 mln. Het beschikbaar stellen van de volgende investeringskredieten ten laste van de investeringsruimte 2026 ad € 10 mln.: - Voorbereidingskrediet ontwikkeling van de ESCS-locatie ad € 0,59 mln.; - Voorbereidingskrediet onderzoeken (her)ontwikkeling van het Toon Hermans Theater met als zoekrichting de Ligne ad € 0,25 mln.; - Voorbereidingskrediet het Plenkhoes ad € 0,32 mln.; - Investeringskrediet Warmtenet Zuid-Limburg ad € 0,1 mln.; - Investeringskrediet aanpak Allee Limbricht ad € 1,4 mln.; - Investeringskrediet 2de fase aanpak slimme verlichting fietspaden ad € 0,15 mln.
Het beschikbaar stellen van een investeringskrediet ad € 1 mln. voor de aanpak Allee Limbricht ten laste van de investeringsruimte 2027 ad € 10 mln. Het beschikbaar stellen van de volgende investeringskredieten ten laste van de investeringsruimte 2028 ad € 10 mln.: - Investeringskrediet aanpak Allee Limbricht ad € 1,0 mln. - Aanpak Biesenweg ad € 1,0 mln
De inzet van de resterende beschikbare investeringsmiddelen ad € 34,2 mln. (periode 2026 tot en met 2029), in afwachting van afzonderlijke raadsvoorstellen, te oormerken voor de ontwikkelingen met betrekking tot: - Het Warmtenet Zuid-Limburg - Huisvesting Toon Hermans Theater - De gemeenschapsaccommodatie het Plenkhoes - ESCS-locatie - Het Anker - Mobiliteitsproject (aanpak slimme fietsverlichting)
24
Structureel begrotingsevenwicht Naast het realiseren van sluitende jaarschijven moeten we op basis van onze eigen uitgangspunten en de eisen vanuit het provinciaal toezicht onze begroting en meerjarenraming ook structureel in evenwicht hebben. Dit betekent dat de structurele baten voldoende moeten zijn om onze structurele lasten te dekken. In de begrotingscirculaire 2026 heeft de provinciaal toezichthouder aangegeven dat om voor repressief begrotingstoezicht in aanmerking te komen, de begroting 2026, of de meerjarenraming uiterlijk in 2029, structureel en reëel moet sluiten. Onderstaand brengen we op basis van de actuele begrotingssaldi de ontwikkeling van de structurele begrotingssaldi in beeld. Om het structureel saldo te berekenen worden de incidentele posten uit het begrotingssaldo geëlimineerd. Dit betekent dat we de incidentele baten negatief respectievelijk de incidentele lasten positief op het begrotingssaldo corrigeren. Tabel - structureel begrotingsevenwicht o.b.v. actualisatie begrotingssaldi Structurele begrotingssaldi bedragen x € 1.000
2026
2027
Saldo baten en lasten, exclusief mutaties in reserves
-12.066
Toevoeging en onttrekkingen aan reserves
12.389 323
- incidentele lasten (positieve correctie)
20.213
- incidentele baten (negatieve correctie) Saldo correctie incidentele baten en lasten
Structurele begrotingssaldi
Begrotingssaldo voor bestemming
2028
-3.478
2029 919
966
7.558
-44
-846
4.080
875
120
10.793
5.045
4.792
-17.344
-12.801
-5.231
-4.429
2.869
-2.008
-186
363
3.192
2.072
689
483
Correctie incidentele posten
In bovenstaande tabel is de ontwikkeling van de begrotingssaldi (voor bestemming) én de structurele begrotingssaldi in beeld gebracht. De bijstellingen in het begrotingsbeeld door autonome ontwikkelingen en beleidskeuzes hebben we eerder in hoofdstuk toegelicht. De belangrijkste incidentele baten en lasten in deze begroting hebben betrekking op: - De incidentele lasten met betrekking tot de speerpunten uit de uitvoeringsagenda 2024-2026; - De dekking van de uitvoeringsagenda 2024-2026 met de inzet van incidentele middelen (algemene reserve); - De toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Na correctie van de incidentele baten en lasten blijkt dat in onze begroting tot en met 2029 structureel begrotingsevenwicht is geborgd. Voor een gedetailleerde specificatie van de incidentele baten en lasten verwijzen wij naar paragraaf “Overzicht incidentele baten en lasten”. In paragraaf “Structureel evenwicht” is de opbouw van de begrotingssaldi per programma weergegeven.
Samenvatting begrotingsbeeld In onderstaande tabel zijn zowel de reguliere als de structurele begrotingssaldi samengevat: bedragen x € 1.000
Ontwikkeling begrotingsbeeld Begrotingssaldi Structurele begrotingssaldi
2026
2027
2028
2029
323
4.080
875
120
3.192
2.072
689
483
Uit de actualisatie van het begrotingsbeeld blijkt dat onze (structurele) begrotingssaldi in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 voordelig zijn. De landelijke trend van het doorgeschoven ravijnjaar leidt in ons
25
Programmabegroting 2026-2029
geactualiseerd begrotingsbeeld nu niet tot tekorten, waardoor er nu geen urgentie is om ombuigingsmaatregelen voor te bereiden. Door de afname van de voordelige (structurele) begrotingssaldi in de meerjarenraming plaatsen wij wel een aantal kanttekeningen: -
-
-
-
-
Het risicoprofiel ten aanzien van nieuwe effecten van loon- en prijsontwikkeling (LPO) in de lopende projectenportefeuille, komen ten laste van de begroting komen. Het krediet prijsstijgingen grote projecten is immers volledig ingezet. Met de uitvoeringsagenda 2024-2026 (‘speerpunten’) hebben we specifieke activiteiten op een aantal beleidsterreinen aangejaagd, geïntensiveerd dan wel van een impuls voorzien. Hieraan zijn evaluatiemomenten gekoppeld. Bij een positieve evaluatie kunnen deze activiteiten worden voortgezet. Deze continuering maakt onderdeel uit van de integrale afweging van de beschikbare begrotingsruimte. Uit het verloop van de stelpost inflatie blijkt dat de gereserveerde middelen niet toereikend zijn om de effecten van LPO op onze begroting op te kunnen vangen. Reden hiervoor is dat de compensatie die wij van het Rijk via de circulaires ontvangen, gebaseerd is op lagere inflatiepercentages dan waar wij in de uitvoering van onze begroting mee geconfronteerd worden. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in de verwerking van de CAO, de beheerplannen IPOR en de onderdelen van het sociaal domein.
Aanvulling van de middelen in 2026 en 2027 is noodzakelijk om de tekorten op te kunnen lossen én ruimte te hebben om nieuw effecten van LPO op te kunnen vangen ; Houdbaarheid van het sociaal domein, waarbij er zowel bij de Wmo en Jeugdzorg naar verwachting sprake is van volumegroei (o.a. door toenemende vergrijzing en armoede) en inflatie, terwijl er sprake is van onvoldoende rijkscompensatie; Ontwikkelingen binnen het fysieke domein met onder andere de vervanging en verduurzaming van maatschappelijk vastgoed (o.a. scholen, gemeenschapshuizen en sportaccommodaties) en vervanging van civiele infrastructuur, waarbij de jaarlijkse kostenstijging hoger is dan de gemiddelde inflatie (compensatie via het gemeentefonds).
Aan de hand van de P&C-cyclus volgen wij de actuele ontwikkelingen op de voet. Op basis van de betekenis hiervan voor ons begrotingsbeeld en de financiële positie doen wij waar nodig tijdig voorstellen om bij te sturen. In voorliggende begroting hebben we financiële ruimte gecreëerd, zowel op het gebied van exploitatie als investeringen, om invulling te kunnen geven aan nieuwe voorstellen. De daadwerkelijke inzet van deze middelen vindt plaats aan de hand van een integrale afweging respectievelijke op basis van afzonderlijke raadsbesluiten. Passend binnen de financiële kaders en personele kaders (borging uitvoeringskracht). Tegelijkertijd streven wij een solide financieel beleid na, resulterend in een structureel sluitende begroting en meerjarenraming. Gezien bovenstaande kanttekeningen stellen wij voor de voordelige begrotingssaldi vooralsnog beschikbaar te houden. Dit met het doel toekomstige nadelige ontwikkelingen op te kunnen vangen, zonder dat hier afzonderlijke maatregelen (ombuigingen) voor nodig zijn. Passend binnen de uitvoeringsprincipes verwerken we vaststaande ontwikkelingen wanneer ze zich voordoen. Overige ontwikkelingen koppelen we aan integrale afwegingsmomenten bij de voorbereiding van de kadernota/-brief en begroting.
Beslispunt: De voordelige begrotingssaldi in de jaarschijven 2026 tot en met 2029 aan te houden in afwachting van de ontwikkeling van het Rijksbeleid met betrekking tot gemeentefinanciën en het risicoprofiel binnen onze begroting.
26
Weerstandsvermogen Voor een goed inzicht in onze financiële positie kijken we naast de ontwikkeling van het begrotingsbeeld naar onze financiële weerbaarheid. Hierbij gaat het over de mate waarin wij in staat zijn financiële risico’s op te vangen. Dit komt tot uitdrukking in ons weerstandsvermogen. Dit weerstandsvermogen geeft aan over hoeveel incidentele middelen we beschikken om risico’s en/of onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat de uitvoering van de begroting in het gedrang komt. In de kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing hebben wij de kaders voor de minimale omvang van ons weerstandsvermogen vastgelegd. Het gaat dan over de algemene reserve en de algemene reserve risicobeheersing. In onderstaande tabel hebben we de toepassing van deze kaders voor beide reserves inzichtelijk gemaakt. Algemene reserve risicobeheersing In de algemene reserve risicobeheersing dekken wij ons risicoprofiel af. Dit doen we op basis van onderstaande spelregels uit de kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing. De dekkingsgraad weerstandsvermogen bedraagt 100% (1,0); In deze reserve vindt 100% risicoafdekking plaats. Het risicoprofiel is gebaseerd op het totaal van de gekwantificeerde risico’s en het restrisico. Het restrisico wordt gebaseerd op 1% van het begrotingstotaal; Overschotten/ tekorten in deze reserve verrekenen we met de algemene reserve.
Tabel opbouw algemene reserve risicobeheersing Opbouw algemene reserve risicobeheersing Kwantificeerbare risico's
9.040
Genormeerd risicoprofiel - restrisico 1% van het begrotingstotaal
4.500
Benodigd in algemene reserve risicobeheersing
13.540
Algemene reserve risicobeheersing (jaarrekening 2024)
17.410
Verrekening met de algemene reserve (surplus)
3.870
weerstandscapaciteit na aanvulling
100%
In bovenstaande tabel zijn de financiële gevolgen van de actualisatie van ons risicoprofiel voor de algemene reserve risicobeheersing in beeld gebracht. Het geactualiseerd risicoprofiel voor individueel kwantificeerbare risico’s bedraagt € 9,0 mln. Hierin zijn onder andere risico’s op het gebied van ontwikkellocaties, aandeel macrobudget BUIG, verzilveringspercentage Wmo en waardering aandelen Mijnstreek Warmte betrokken. Op basis van dit profiel en een 100% dekkingsgraad blijkt dat we in 2025 een overschot hebben in de algemene reserve risicobeheersing van € 3,9 mln. Het lager gekwantificeerde risicoprofiel komt onder andere door de realisatie van de ombuiging ESCS-locatie en een lagere kwantificering van het risico toenemende kosten jeugdzorg. Via de besluitvorming over deze begroting stellen wij voor dit overschot toe te voegen aan (het surplus van) de algemene reserve. Na deze verwerking is het geactualiseerd risicoprofiel exact 100% afgedekt in de algemene reserve risicobeheersing. Voor een gedetailleerde toelichting op bovenstaande tabel verwijzen wij naar paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Beslispunt: Het overschot in de algemene reserve risicobeheersing ad € 3,9 mln. toe te voegen aan het surplus van de algemene reserve, waardoor het geactualiseerd risicoprofiel volledig (100%) wordt afgedekt.
Algemene reserve In de kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing is de ondergrens van de algemene reserve bepaald op 2% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel geven wij inzicht in het verloop van de algemene reserve.
27
Programmabegroting 2026-2029
Tabel Opbouw algemene reserve Bedragen x € 1.000
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
Opbouw algemene reserve Omvang algemene reserve
34.450
27.281
21.266
20.706
20.146
Bestemmingen
-4.018
-8.169
-7.015
-1.560
-1.560
Ondergrens (2% van het begrotingstotaal)
-9.000
-9.000
-9.000
-9.000
-9.000
Surplus in algemene reserve
21.432
10.112
5.251
10.146
9.586
Uit bovenstaande tabel blijkt dat het begroot saldo van de algemene reserve eind 2025 € 34,5 mln. bedraagt en vervolgens afneemt tot een bedrag van € 20,1 mln. in 2029. Deze daling is het gevolg van de besluitvorming over de dekking van de uitvoeringsagenda bestuursperiode 2025-2027 (begroting 2024). Hierbij hebben we met de inzet van incidentele middelen tijdelijk impulsen geven aan een aantal activiteiten/ speerpunten. In de omvang van de algemene reserve in 2025 is rekening gehouden met de aanvulling van het overschot uit de algemene reserve risicobeheersing van € 3,9 mln. Na inzet voor een aantal specifieke bestemmingen en rekening houdend met de ondergrens resulteert het surplus in de algemene reserve. De specifieke bestemmingen zijn gebaseerd op eerdere raadsbesluiten. Het betreft met name de eerder genoemde incidentele dekking van de uitvoeringsagenda bestuursperiode 2024-2027. Daarnaast maakt het voorstel om in de periode 2026-2029 jaarlijks € 1 mln. beschikbaar te stellen voor cofinanciering van het Volkshuisvestingsfonds hier deel van uit. Het surplus neemt af van € 21,4 mln. in 2025 tot een bedrag van € 9,6 mln. in 2029. Wij benadrukken dat het surplus een incidenteel karakter heeft.
De toename van de algemene reserve en het surplus in het bijzonder draagt bij aan het versterken van onze financiële positie respectievelijk aan de ontwikkeling van onze financiële kengetallen.
IBOR- investeringen Binnen het investeringsprogramma maken we onderscheid in vervangingsinvesteringen IBOR en investeringen in nieuw beleid. De investeringen in nieuwe beleid hebben een plek gekregen in de uitvoeringsagenda bestuursperiode 2024-2026 (begroting 2024). Daarnaast stellen we in deze begroting voor jaarlijks € 10 mln beschikbaar te stellen voor nieuwe investeringsvoorstellen. Hierop zijn we eerder in dit hoofdstuk ingegaan. Op basis van eerdere besluitvorming is jaarlijks een investeringsbudget voor reguliere Ibor-vervangingen beschikbaar van € 16,4 mln. Dit jaarlijks investeringsbedrag wordt bijgesteld voor het effect van prijsstijgingen. Dit effect wordt binnen de bestaande begroting opgevangen en bedraagt in 2026 € 0,4 mln. Daarnaast wordt bij de actualisatie van het begrotingssaldo voorgesteld het jaarlijks investeringsbudget met € 2 mln. te verhogen. Zie hiervoor de toelichting bij voorstel 13.2 uit de tabel ‘Vaststaande ontwikkelingen’. Samenvatting vervangingsinvesteringen Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
2029
totaal
16.500
16.400
15.100
15.100
15.100
78.200
400
400
400
400
1.600
2.000
2.000
2.000
2.000
8.000
18.800
17.500
17.500
17.500
87.800
Begroting 2025 Vervangingsinvesteringen IBOR regulier Begroting 2026 inflatie / prijsstijgingen Verhogen vervangingsinvesteringen (zie voorstel 13.2 tabel vaststaande ontwikkelingen) Totaal beschikbaar
16.500
Voor een verdere toelichting op de IBOR-vervangingsinvesteringen verwijzen wij naar de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen.
28
Beslispunt: Het beschikbaar stellen van een krediet voor vervangingsinvesteringen Ibor in 2026 van € 18,8 mln. Kredietvoteringen In deze begroting stellen we voor de volgende kredieten beschikbaar te stellen: Tabel Kredietvoteringen Investeringsbedragen Investering
Programma
Dekking kapitaallasten
Ontsluiting Absbroek
Verkeer, vervoer en waterstaat
Ten laste van de algemene middelen
3.800
Vloercoating parkeergarages
Verkeer, vervoer en waterstaat
Ten laste van de algemene middelen
7.812
Proeftuin Zeeheldenbuurt
Verkeer, vervoer en waterstaat
Binnen de bestaande begroting
bedragen x € 1.000
Totaal investeringskredieten
550 12.162
In deze begroting stellen we voor een drie investeringskredieten beschikbaar te stellen voor een totaalbedrag van afgerond € 12,2 mln. De kapitaallasten van de kredietvoteringen Ontsluiting Absbroek en Vloercoating parkeergarages hebben we meegenomen in de actualisatie van de begrotingssaldi 1 . Het krediet Proeftuin Zeeheldenbuurt maakt onderdeel uit van het Investeringsprogramma 2021-2024. De kapitaallasten hiervan zijn gedekt binnen de bestaande begroting. Voor een gedetailleerdere toelichting op bovenstaande voorstellen tot kredietvotering verwijzen wij naar het betreffende programma in het hoofdstuk programmaplan. Beslispunt: Het beschikbaar stellen van een krediet voor: Ontsluiting Absbroek ad € 3,8 mln. en de kapitaallasten te dekken ten laste van de algemene middelen; Vloercoating parkeergarages ad € 7,8 mln. en de kapitaallasten te dekken ten laste van de algemene middelen; Proeftuin Zeeheldenbuurt ad € 0,6 mln. en de kapitaallasten te dekken binnen de bestaande begroting. Specifieke begrotingsposten Stelpost inflatie Via de P&C-cyclus volgen wij de invloed van loon- en prijsstijgingen op onze begroting. In onze begroting hebben wij middelen, die wij hiervoor via de circulaires hebben ontvangen, gereserveerd om de effecten van deze loonen prijsstijgingen op te kunnen vangen. Deze middelen zijn gereserveerd op de stelpost inflatie.
In onderstaande tabel brengen wij de inzet van deze stelpost in beeld.
1 Zie voorstellen 9 (Vloercoating parkeergarages) en 14 (Ontsluiting Absbroek) in tabel vaststaande ontwikkelingen.
29
Programmabegroting 2026-2029
Tabel verloop stelpost inflatie Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Beschikbaar o.b.v. de actuele begroting 2025
7.177
11.901
19.903
19.903
Meicirculaire 2025
3.606
4.539
4.755
13.124
Beschikbaar resultaatbestemming jaarstukken 2024 Totaal beschikbaar
10.783
16.440
24.658
33.027
Inzet 1ste rapportage 2025 Inzet begroting 2026
4.160 11.603
4.154 13.707
4.151 13.864
4.151 13.881
Totaal inzet Saldo stelpost inflatie
15.763 -4.980
17.861 -1.421
18.015 6.643
18.032 14.995
bedragen x €1.000 Inzet stelpost inflatie Beschikbaar:
Inzet:
Uit bovenstaande tabel blijkt dat in 2026 een bedrag van € 10,8 mln. beschikbaar is om de gevolgen van loonen prijsontwikkelingen op te kunnen vangen. Dit loopt op tot een bedrag van ruim € 33 mln in 2029. Via de P&C-cyclus worden voorstellen gedaan om effecten van loon- en prijsontwikkeling (LPO) op onze begroting uit de gereserveerde middelen te dekken. Na de verwerking van de effecten uit de 1ste rapportage 2025 wordt in de begroting een aantal voorstellen gedaan om een beroep te doen op de gereserveerde middelen. In 2026 gaat het over een bedrag van € 11,6 mln. In onderstaande tabel is aangegeven, welke posten het betreft.
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
121
126
132
132
5.600
7.700
7.700
7.700
gemeenschappelijke regelingen
425
425
425
425
contracten ICT
92
92
92
92
indexering centrale P-budgetten
188
188
188
188
correctie vervallen taakstelling MO
180
180
180
180
financieel pakket
158
158
308
308
ibor beheerplannen investeringen
363
363
363
363
Ibor beheerplannen exploitatie
2.200
2.200
2.200
2.200
leerlingenvervoer 2025-2026
70
70
70
70
verblijf Jeugdzorg
406
406
406
406
huishoudelijke ondersteuning
607
607
607
607
subsidie professionele instellingen
778
778
778
778
functiewaardering IPOR-Wijkbeheer
348
348
348
348
Kleine verschillen (< € 50.000)
67
66
67
84
11.603
13.707
13.864
13.881
bedragen x €1.000 aanbesteding accountantsdiensten 2025-2028 reservering CAO 2025-2027
Vidar CAO
Saldo inzet stelpost inflatie
Voor een inhoudelijke toelichting op bovenstaande bijstellingen verwijzen wij u naar het programmaplan. Na actualisatie van de inzet van de stelpost inflatie blijkt dat de claims in de jaarschijven 2026 en 2027 de beschikbare middelen fors overstijgt, resulterend in tekorten van € 5,0 mln. in 2026 en respectievelijk € 1,4
30
mln.in 2027. Hieruit is het effect zichtbaar dat het Rijk gemeenten onvoldoende compenseert voor de werkelijke effecten van loon- en prijsontwikkeling waarmee wij in de uitvoering van onze begroting worden geconfronteerd. Voor het oplossen van de tekorten in deze jaarschijven stellen we voor het restant aan inflatiemiddelen in de jaarschijf 2025 toe te voegen aan de stelpost 2025. Op basis van het 2de rapportage 2025 bedraagt het saldo van de stelpost inflatie in 2025 € 5,5 mln. Aanvullend stellen we voor eventuele middelen die in toekomstige Circulaires Gemeentefonds beschikbaar worden gesteld, toe te voegen aan de stelpost inflatie 2026/ 2027 Beslispunt: De nadelige saldi op de stelpost inflatie van € 5,0 mln in 2026 respectievelijk € 1,4 mln in 2027 op te losssen door: - het toevoegen van het restant stelpost 2025 aan de stelpost 2026; - middelen die uit toekomstige circulaires Gemeentefonds worden ontvangen hiervoor in te zetten. Uitvoeringsagenda bestuursperiode 2024-2026 In de besluitvorming over de begroting 2024 is de uitvoeringsagenda 2024-2026 vastgesteld. In deze agenda zijn de ‘speerpunten’ uit de kadernota 2023 en overige ambities uit het coalitieakkoord ‘Samen zorgvuldig, verbindend doorpakken! en de Uitvoeringsafspraken 2022-2026 opgenomen. Dit met het doel om activiteiten tijdelijk aan te jagen, te intensiveren of van een impuls te voorzien.
Deze agenda, gedekt met incidentele middelen, kent een looptijd tot en met 2026, waarbij de uitvoering van enkele speerpunten in 2027 eindigen. Gebaseerd op het overzicht uit de begroting 2024 is onderstaande de resterende periode van de uitvoeringsagenda weergegeven. Via de besluitvorming over de begroting 2024 zijn de middelen beschikbaar gesteld. Aanvullend op dit besluit zijn via de tussentijdse rapportages op onderdelen budgetten doorgeschoven naar latere jaren. Uitvoeringsagenda – investeringen (bron: begroting 2024) Investeringsvoorstellen
2026
2027
5.000 300
5.000 300
100
100
bedragen x € 1.000 Strategische huisvestingsplan onderwijs- en kindfuncties Mobiliteitsaanpak Landschapspark de Haese Stimulering vrijetijdseconomie Corio Glana HL 16/17 Ontwikkelpad Geleen Zuid
3.000
Totaal investeringsbedragen
5.400
8.400
2026
2027
Landschapspark de Haese - exploitatie
52
52
Groenagenda
150
Brede aanpak veiligheid
175
Cultureel en immaterieel erfgoed
500
Veerkrachtig MKB
201
Uitvoeringsagenda - exploitatie SPEERPUNT bedragen x € 1.000
Uitvoeringsprogramma detailhandel
1.865
Veerkrachtig Geleen centrum - circulaire economie
1.050
100
1.050
Veerkrachtig Geleen centrum - aankoop leegstaande panden
31
Programmabegroting 2026-2029
SPEERPUNT bedragen x € 1.000
2026
2027
Actieve klantbenadering Vidar Veiligheid ontwikkelpaden
1.250
Proeftuin Zeeheldenbuurt
50
Stadsmarketing
400
Arbeidsmarktinfrastructuur
130
Ruimte voor het MKB
742
Verduurzaming maatschappelijk vastgoed
0
0
Lokale lastenverlichting
1500
1500
Smart City
150
Stadslabs
500
'Koesteren groene plekken' '1:1-aanpak met bijzondere aandacht voor energiearmoede'
0
0
'Actief benaderen inwoners rondom energiearmoede'
0
0
'Leerwerklijnen Vidar'
0
0
'Versnelling woningbouwplannen'
0
0
'Toekomstgericht kader voor ontwikkelingen op woongebied'
0
0
'Actief in gesprek met inwoners'
0
0
'Volgende stap in van buiten naar binnen werken'
0
0
'Ondersteunen bestuurlijke rol in diverse netwerken'
0
0
'Versterken informatiepositie van de raad'
0
0
'Samenwerking raad en college minimaal jaarlijks evalueren'
0
0
Centra zijn continu schoon'
0
0
'Versterken coördinatie op werkzaamheden derden in ORU'
0
0
'Uitwerking ontwikkelpaden in concrete uitvoeringsvoorstellen'
0
0
Werkdruk verlagen in de ambtelijke organisatie'
0
0
'Ruimte voor ontmoeting in de openbare ruimte'
'Ondersteuning MKB' Totaal speerpunten - exploitatie
0
0
8.715
2.702
In de begroting 2024 en 2025 zijn de meeste speerpunten financieel gekwantificeerd. Voor zover aan een speerpunt geen bedragen zijn gekoppeld, zijn voor de uitvoering geen extra financiële middelen nodig. Wij merken op dat deze uitvoeringsagenda een incidenteel karakter heeft, met uitzondering van het speerpunt lokale lasten verlichting. Deze lastenverlichting heeft een structureel karakter.
32
Programmaplan 2025-2028
Leeswijzer Begrotingsstructuur In dit hoofdstuk wordt de begrotingsstructuur nader uitgewerkt in doelen en resultaten. Tevens wordt een relatie gelegd met het beschikbare budgettaire kader. In bijlage 5 is de begrotingsstructuur weergegeven. De 8 programma’s zijn onderverdeeld in subprogramma’s Programma’s Op het niveau van het programma beschrijven wij de volgende onderdelen: • Korte samenvatting van de inhoud van het programma, inclusief de relatie met de veerkrachten; • Het beschikbare budget (baten en lasten van het programma), inclusief toelichting op hoofdlijnen. Subprogramma’s In de uitwerking van het programmaplan hebben we de programma’s onderverdeeld in (sub)programma’s. Met deze onderverdeling wordt: • De samenhang tussen de verschillende inhoudelijke onderwerpen binnen een programma geborgd; • De financiële informatie over de budgetten en de financiële bijstellingen op gedetailleerder weergegeven; • De samenhang tussen inhoud en bijbehorende budgetten verbeterd. Vervolgens gaan wij per subprogramma in op de volgende onderdelen: • Een beschrijving van de inhoud van het betreffende subprogramma; • Een overzicht van de beschikbare budgetten (baten en lasten van het subprogramma), inclusief de voostellen om de budgetten aan te passen respectievelijk kredieten te voteren.
• Een uitwerking van het onderdeel monitoring, waarin is uitgewerkt hoe de voortgang van het subprogramma kan worden gevolgd. Begroting op hoofdlijnen De begroting op hoofdlijnen maakt nu integraal onderdeel uit van het programmaplan en wordt daarmee niet meer als afzonderlijk document gepubliceerd. In de uitwerking is de relatie tussen de begroting op hoofdlijnen en de (sub)programma’s verstevigd. De begroting op hoofdlijnen is geordend naar de vier veerkrachten, waarbij per veerkracht: • Korte beschrijving van de veerkracht in termen van opgaven en (letterlijk) gebaseerd op teksten Toekomstvisie en coalitieakkoord. • Staat van de veerkracht, met een beschrijving van waar we in 2026 op inzetten (‘hoog over’).
33
Programmabegroting 2026-2029
Leeswijzer tabellen Voor de leesbaarheid van de financiële tabellen plaatsen wij enkele opmerkingen: • Bedragen zijn weergegeven in duizendtallen, tenzij anders is aangegeven; • Bedragen met een ‘+’ hebben een positieve invloed op het begrotingssaldo; bedragen met een ‘-‘ hebben een negatieve invloed op het begrotingssaldo; • Tussen de verschillende overzichten kan sprake zijn van minimale afrondingsverschillen.
34
Programmabegroting op hoofdlijnen
35
Programmabegroting 2026-2029
In de programmabegroting op hoofdlijnen beschrijven we welke maatschappelijke opgaves we in SittardGeleen hebben, hoe we er in 2026 voorstaan en wat we willen bereiken. We geven op hoofdlijnen aan hier we hier in 2026 aan willen werken. Een gedetailleerde beschrijving is terug te vinden in de programmabladen. De programmabegroting op hoofdlijnen is opgebouwd aan de hand van de vier veerkrachten uit de Toekomstvisie 2030 die we in 2020 samen met de samenleving hebben opgesteld. In de Toekomstvisie 2030 beschrijven we wat voor samenleving wij willen zijn in Sittard-Geleen. In de programmabegroting op hoofdlijnen geven we aan hoe we hier als gemeente in 2026 aan bij willen dragen. Als gemeente geven we richting aan een brede ontwikkeling: van uitvoeren naar mogelijk maken, van sectorale programma’s naar integrale opgaven en van losse beleidsstukken naar betekenisvolle keuzes voor de toekomst van Sittard-Geleen. In 2026 zetten we verdere stappen in de richting van meer opgavegericht werken. Onderdeel daarvan is inzicht in de opgaven voor Sittard-Geleen, zodanig uitgewerkt dat deze onze veerkrachtige en betekenisvolle maakregio goed verbeeld.
36
Ecologische veerkracht
Ecologische veerkracht draait om het vermogen van de natuur, bodem en lucht om zich aan te passen aan veranderingen zoals klimaatverandering of menselijke ingrepen en daarmee ook een gezonde leefomgeving voor onze inwoners (Toekomstvisie 2030).
Opgaven Het klimaat verandert. We willen de leefomgeving hierop aanpassen. Klimaatbestendig en meer natuurlijk en waterrijk. Om een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving te behouden, met meer biodiversiteit, minder hittestress en een betere waterkwaliteit. Voor een gezonde aarde en daarmee gezonde inwoners. Met een afwisselend landschap dat met haar glooiende hellingen, beekdalen, boerenlandschap en vrij stromende Maas uniek en gewaardeerd wordt. Ook willen we ons steentje bijdragen aan het afremmen van de klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. We willen daarom onze economie circulair maken, minder energie gebruiken en de energie die we gebruiken duurzaam opwekken. Ook willen we de kwaliteit van lucht, water en bodem verbeteren.
Waar staan wij en wat willen wij bereiken in 2026? We hebben in Sittard-Geleen meer dan vroeger te maken met wateroverlast en perioden van droogte en hitte. Het water loopt ons steeds vaker letterlijk over de voeten en hittestress is inmiddels een gezondheidsprobleem voor kwetsbare inwoners. De biodiversiteit, het in stand houden van planten en dieren, staat onder druk met gevolgen voor de gezondheid (bijvoorbeeld door slechtere waterkwaliteit en ziektes door invasieve soorten) en voedselzekerheid. We hebben nog flinke stappen te zetten in het klimaatbestendig maken van onze leefomgeving en het behouden van onze biodiversiteit zoals de Foto van de Leefomgeving laat zien die we met het maken van de Omgevingsvisie opstelden. Ook zijn in het circulair maken van onze economie en de energietransitie nog serieuze stappen te maken. Als gemeente willen wij onze bijdrage aan de ecologische opgaven vergroten. En samen met inwoners, organisaties en ondernemers werken aan een samenleving met meer ecologische veerkracht. In 2026 geven we daarom aandacht aan het beschermen en versterken van de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van het buitengebied. Het beter verbinden van de verschillende natuurgebieden is hierbij van belang. Verder werken we samen met agrariërs aan toekomstbestendige landbouw.
We geven ook aandacht aan het vergroenen van de openbare ruimte met bijzondere aandacht voor ontmoetingsplekken. Ook hebben we aandacht voor het versterken van de landschappelijke overgang van onze wijken en dorpen naar het buitengebied. En ook voor een gezond, klimaatadaptief en toekomstbestendig bomenbestand. Daarnaast werken we aan het geleidelijk beperken van de milieubelasting door industrie, verkeer, agrarische bedrijvigheid en andere bronnen, zodat de water- en bodemkwaliteit verbetert en geluid en uitstoot verminderen. Dit heeft een positieve invloed op de gezondheid van onze inwoners. We hebben aandacht voor meer ruimte geven aan water, klimaatadaptief bouwen en het aanpakken van overstromingsgebieden. We werken aan het isoleren van woningen, de aanleg van het Warmtenet Zuid-Limburg en de uitvoering van warmte uitvoeringsplannen. We moedigen het gebruik van zonnepanelen aan, wegen grootschalige duurzame opwek in het buitengebied af en we werken aan innovatieve windenergie oplossingen. We blijven ons in 2026 inzetten om problemen met het elektriciteitsnet te verminderen en kijken hoe we de gemeentelijke eigendommen kunnen verduurzamen .
37
Programmabegroting 2026-2029
We werken in 2026 aan bewustwording met het duurzaamheidsplatform Goede Morgen, de fysieke ontmoetingslocatie in het centrum van Geleen. We ronden in 2026 het Europese project Syschemiq af, specifiek gericht op het betrekken van inwoners bij de beweging naar het sluiten van de plastic kringloop. In 2026 continueren en of starten we activiteiten met betrekking tot duurzaamheid en Circulaire Economie.
38
Sociale veerkracht
Sociale veerkracht gaat over de veerkracht van mensen, fysiek en mentaal. Door de focus te leggen op positieve gezondheid, en een leven lang leren en ontwikkelen te stimuleren creëren we een veerkrachtige samenleving die om kan gaan met veranderende omstandigheden. (Toekomstvisie 2030).
Opgaven We gaan op de eerste plaats voor de positieve gezondheid van onze inwoners. Bij positieve gezondheid staat een betekenisvol leven van mensen centraal. Samen met inwoners willen we de nadruk leggen op veerkracht en eigen regie en niet alleen op de beperkingen of ziekte zelf. De buurt en de woon- en leefomgeving is daarom extra van belang. De leefomgeving van wijk, buurt, dorp of straat en de aanwezige ontmoetingsplekken en voorzieningen maken van een huis immers een ‘thuis’. Dan gaat het om voldoende en duurzame woningen, groen, water en schone lucht en vooral ook om contact met buren en buurtgenoten en een thuisgevoel. Een beweegvriendelijke leefomgeving met goede fiets- en wandelpaden en sportaccommodaties draagt daar aan bij. Evenals het verbinden van onze rijke historie met een circulaire toekomst. Als gemeente willen wij hieraan bijdragen. En samen met inwoners, organisaties en ondernemers werken aan een samenleving waarin mensen worden gezien, mee doen en gelijke kansen krijgen. Waar het veilig is, de betrokkenheid bij elkaar wordt vergroot en waarin we elkaar kunnen aanspreken. De aanpak om sociale veerkracht te vergroten, is niet overal en voor iedereen hetzelfde. Mensen hebben verschillende behoeften. Wijken en buurten zijn op een andere manier georganiseerd en hebben andere uitdagingen.
Maatwerk per wijk of buurt is belangrijk waarbij we meer aandacht willen geven aan de omgeving, ontmoeting en de manier waarop we met elkaar samenleven. Want de sociale veerkracht verbeteren kunnen we niet alleen.
Waar staan wij en wat willen wij bereiken in 2026? Zowel de gezondheid van onze inwoners als de veerkracht van onze wijken en buurten verdienen veel aandacht. De gezondheidsmonitor van de GGD en het zorggebruik in de regio toont aan dat de gemiddelde gezondheid, en met name ook de gezondheidsbeleving van inwoners maar ook de feitelijke gezondheid, flink lager scoort dan het gemiddelde van Nederland. En onderzoek naar de veerkracht van onze wijken en buurten laat zien dat deze de afgelopen jaren in een aantal wijken, met name in Sittard en Geleen, achteruit is gegaan. Hierbij is gekeken naar veiligheid, wonen en de mate van concentratie van kwetsbare inwoners in wijken en buurten. Extra belangrijk dus dat we als gemeente vooral inzetten op de woon- en leefomgeving van inwoners samen met de door ons gesubsidieerde formele en informele organisaties die zich inzetten voor een sterke sociale basis, gezond opgroeien en het ontwikkelen van onze jeugd en het bevorderen van een gezond en actief leven van iedereen. En bij de uitvoering van de wettelijke taken Wmo, Jeugdwet en Participatiewet is een integrale dienstverlening erg belangrijk, het onderscheid dat wij maken in de uitvoering van de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet is voor onze inwoners niet van belang. De afgelopen jaren is hierin flink geïnvesteerd.
Zo zijn we gestart met de doorbraakmethode, zetten we de talentontwikkeling van inwoners binnen Vidar centraal en werken we aan de bestaanszekerheid van onze inwoners. Ook in 2026 gaan we daarmee verder en investeren we in sterke lokale teams alsook in de samenwerking met partnerorganisaties in wijken en buurten, denk aan de Pluswijkenaanpak.
39
Programmabegroting 2026-2029
De zogenaamde transformatie binnen het sociale domein is nog steeds heel actueel. Met een IZA, GALA en AZWA wordt ingezet op de verschuiving van zorg naar welzijn met nadruk op preventie en positieve gezondheid, de Hervormingsagenda Jeugd zet in op verbeterde jeugdhulp en de Participatiewet in Balans en de versterking van de ontwikkelbedrijven zet in op beter aansluitende ondersteuning gericht op bestaanszekerheid en meedoen in de samenleving en op de arbeidsmarkt. We investeren ook in sport en cultuur. We wonen en leven in een prachtige groene gemeente met een rijke historie, bijzonder cultureel aanbod en grote diversiteit aan sportfaciliteiten. We verbinden, verwonderen, spiegelen en prikkelen. We stimuleren betekenisvolle ontmoetingen en een omgeving die uitnodigt tot bewegen. Dat doen we in de openbare ruimte, in de culturele instellingen en gemeenschapshuizen en in en nabij onze talloze sportvoorzieningen. Wij zorgen voor een (maatschappelijk en (sport)voorzieningenniveau dat optimaal bijdraagt aan de opgaven op het vlak van ontmoeten en bewegen. En dat doen we niet alleen met voorzieningen. We maken ontmoeten en bewegen ook mogelijk door een leven lang sport en beweegaanbod samen met verenigingen, de Sportstichting en Ecsplore.
Ook werken we aan meer ruimte voor fietsen en wandelen zodat onze inwoners op een actieve en duurzame manier van hun woning bij voorzieningen, werk en ons mooie buitengebied kunnen komen. Uit verschillende woningbehoefteonderzoeken blijkt dat onze woningen op termijn niet meer aansluiten bij de vraag en onverkoopbaar worden omdat ze niet meer passen bij de behoefte en het passend duurzaamheidsniveau. Ook woningcorporaties moeten een deel van hun voorraad vanwege dezelfde reden de komende jaren transformeren. We zetten daarom in op het versnellen van de herstructurering gericht op veerkrachtige wijken en van woningbouw rond de centra van Sittard en Geleen en creëren ruimte voor specifieke woningbehoeften in de dorpen. Daarmee geven we uitvoering aan het in 2025 vastgestelde volkshuisvestingsprogramma. Ook zien we veiligheid als de basis voor een prettige manier van samenleven in onze gemeente, voor iedereen. We zetten ons in om onze gemeente veilig te maken en houden. De focus ligt op het vergroten van het veiligheidsgevoel van inwoners, ondernemers en bezoekers. We werken samen en zorgen voor brede betrokkenheid bij veiligheid. We kijken goed naar de ontwikkelingen op het gebied van veiligheid en doen vervolgens wat nodig is.
40
Economische veerkracht
Economische veerkracht is het vermogen om regie te kunnen nemen over je werk, je onderneming en jouw plek in de samenleving (Toekomstvisie 2030).
Opgaven Bestaanszekerheid, zelfredzaamheid en ontplooiingskansen zijn basisbehoeften voor ieder mens. Voor je huishoudboekje wil je weten dat je ook het komende jaar de energierekening en de stijgende kosten van de wekelijkse boodschappen kunt betalen. En voor je ontplooiing zoek je misschien naar een opleiding of een andere baan. Voor MKB-ondernemers is dat niet anders. Zij werken permanent in de context van onzekerheden. Voor het groot bedrijfsleven zijn er vergelijkbare onzekerheden. Bedrijven op Chemelot hebben door pensioneringen een grotere behoefte aan nieuw technisch geschoold personeel dan dat er in de regio beschikbaar is. Bovendien moet Zuid-Limburg concurreren met een regio als Brainport Eindhoven. Om de doelen voor Circulaire economie te halen moet er voldoende elektriciteit (380KV) zijn om de verduurzaming van productieprocessen mogelijk te maken. Het streven naar economische veerkracht staat onder druk van buitenaf. Het is niet vanzelfsprekend dat wat er is op dezelfde manier kan blijven. Grote uitdagingen liggen op het gebied van de arbeidsmarkt, de transitie naar een circulaire economie en de energietransitie. Vanwege de afhankelijkheid van onder meer deze factoren stellen bedrijven investeringsbeslissingen soms uit. De samenhang tussen uitdagingen op het gebied van werken, wonen en leven heeft de schaal van een ‘Daily Urban System’.
Dit strekt zich uit over Zuid-Limburg én de aansluitende regio's in Duitsland en België. Economische veerkracht valt dan ook niet samen met de toevallige gemeentegrens. Het niveau om te acteren is de (Eu)regio. Mede hierom werken we in 2026 verder aan de regionale samenwerking op Zuid-Limburgse schaal, via de Stichting Samenwerking Zuid-Limburg, de Economische Samenwerking Zuid-Limburg en de Regio Deals. We zoeken daarbij actief afstemming met Parkstad Limburg.
Waar staan wij en wat willen wij bereiken in 2026? In de Toekomstvisie en het Coalitieakkoord 2022-2026 staat de wens om onze mkb-ondernemers beter te ondersteunen, onze stadscentra krachtiger te maken, de banen in onze industrie te behouden en een aantrekkelijke gemeente om in te werken en te wonen om zo onze beroepsbevolking en daarmee het draagvlak voor voorzieningen op peil te houden. Als we willen behouden dat inwoners ook de komende jaren kunnen blijven werken dan moeten we inspelen op de veranderende context van transities. We hebben maatregelen te nemen én te kijken naar de achterliggende oorzaken. •
Op regionaal en nationaal niveau ondernemers, mkb-dienstverleners en overheden met elkaar verbinden in een regionaal mkb-ecosysteem. Hierin kunnen mkb-ondernemers meer en effectiever investeren in de toekomstbestendigheid van hun producten en bedrijfsprocessen.
Op weg naar economische veerkracht voor mkb-ondernemers moeten belangrijke stappen gezet worden. Het MKB omvat ruim 50% van de banen in onze gemeente. In 2026 intensiveren wij de ondersteuning van de mkbondernemers zodat deze beter hun maatschappelijke bijdrage leveren aan werkgelegenheid, vermindering van hun energieverbruik en het opleiden en vasthouden van hun (talentvolle) werknemers. We doen dit via de Regio Deal 6e tranche, onderdeel Ambitieus MKB046.
41
Programmabegroting 2026-2029 •
Met alle partijen in de stadscentra een antwoord op het (steeds) veranderende consumentengedrag vormen. Dit antwoord moet economisch toekomstbestendig zijn. Het dient bestaansrecht te heeft ten opzichte van wijkwinkelcentra elders en concurrerend zijn met grotere steden op de schaal van ZuidNederland
Sittard-Geleen heeft al jarenlang een relatief hoge en langdurige winkelleegstand. Met een aanpak die is gericht op functiemenging, nieuwe ontmoetingsplekken, ruimtelijke kwaliteitsverbetering van versterken van het winkelaanbod, werken wij in 2026 verder om het tij te keren. •
Onze nationale invloed en impact vergroten om bij te dragen van de verankering van het Chemelotecosysteem in Sittard-Geleen en het ontwikkelen van een toekomstperspectief voor VDL Nedcar, bijvoorbeeld door de inzet op defensie-industrie.
Om banen in onze maak- en logistieke industrie te behouden moeten belangrijke stappen gezet worden. De veerkracht van de afzonderlijke industriële multinationals in onze gemeente is vooralsnog goed. Dat is anders voor de gezamenlijke chemische industrie op Chemelot, die de opdracht heeft om met producten bij te dragen aan een wereld zonder restafval en om de energie intensieve bedrijfsprocessen geheel circulair in te richten. Dit vraagt om het volhouden van een meerjarige inzet. •
Op de schaal van de Euregio Maas Rijn bedrijven, kennisinstellingen en overheden met elkaar verbinden om de kansen voor de kennisintensieve economie en de Euregionale arbeidsmarkt te benutten.
Economische veerkracht om meer aantrekkelijk te zijn voor (jonge) mensen die de keuze maken om te blijven in of te komen naar Sittard-Geleen is urgent. In 1 op de 3 branches kampen ondernemers met een tekort aan personeel. We gaan in 2026 verder met het scheppen de voorwaarden om jongeren en daarmee werknemers te behouden en aan te trekken door woningen te bouwen die aantrekkelijk zijn voor deze jonge werknemers. Dat doen we ook door stappen te zetten in de richting van één Euregionale Arbeidsmarkt in de Euregio omdat daardoor de ontplooiingsmogelijkheden toenemen.
42
Institutionele veerkracht
Institutionele veerkracht gaat over samenwerking op verschillende schaalniveaus; buurten, wijken, kernen, één gemeente Sittard-Geleen, de regio en de Euregio. Een succesvolle samenwerking is een samenwerking die transparant is en waarin je elkaar kunt vertrouwen. Als we meerledig veerkrachtig zijn, bereiken we het hoogste doel: een collectieve trots op Sittard-Geleen (Toekomstvisie 2030).
Opgaven In 2030 werken we in Sittard-Geleen constructief samen en maken we samen stad en dorp. Een gemeenschap van inwoners, organisaties, bedrijven en overheid. Wij bouwen aan een veerkrachtige stad. Een stad die zich kenmerkt door haar vele gezichten, met alles wat je nodig hebt binnen handbereik. Dat gebeurt door samen en gelijkwaardig te werken aan onze stad. Met wijken en kernen als vertrekpunt. Want hier komen kansen en vernieuwingen bijeen. We pakken initiatieven op om onze Toekomstvisie echt waar te maken. Iedereen die het aangaat, denkt mee en komt samen tot uitvoering. Zo werken we naar een adaptieve samenleving, die samen bepaalt wat de samenleving nodig heeft.
Waar staan wij en wat willen wij bereiken in 2026? Sittard-Geleen is van de samenleving. En daarom bouwen we daar sámen aan. We willen in Sittard-Geleen daarom gelijkwaardig samenwerken en beslissen met inwoners, organisaties, bedrijven en overheden. Met een gemeente die transparant is, zich dienstbaar opstelt en soms ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. Voor onze gemeente is deze manier van samenwerken niet nieuw. In veel gevallen werken we al ‘van buiten naar binnen’ en is betrokkenheid van de samenleving bij de opgaven al gemeengoed. Essentieel bij gelijkwaardig samenwerken en beslissen is het respect voor elkaars rollen en bevoegdheden. We maken daarom ook duidelijk wat de ruimte voor participatie is; de gemeente heeft immers ook haar wettelijke taken en blijft het algemeen belang afwegen. In de leidraad ‘Doorontwikkeling Participatie zijn de uitgangspunten voor het deelnemen van de samenleving in de opgaven van Sittard-Geleen geformuleerd [1]. Bij initiatieven vanuit de gemeente volgen we deze 'waarden voor participatie'; bij participatie van derden stimuleren en faciliteren we dit. De gemeente draagt bij in het realiseren van de Toekomstvisie 2030 en heeft daarom binnen de veerkrachten acties bepaald in haar programmabegroting. In onze eigen opgaven vertalen we – samen met de samenleving de doelen uit de Toekomstvisie naar de dagelijkse, praktische leefomgeving.
Voorbeelden van deze wijze van samenwerking zijn de ontwikkelpaden en de dorpenvisie, maar ook het samen uitwerken van de Omgevingsvisie naar omgevingsprogramma’s (met en in de wijken en dorpen) of het participatief realiseren van projecten zoals Proeftuin Zeeheldenbuurt, Vidar in de wijk, Lokale Inclusie Agenda en de Tuinman. We werken daarbij als gemeente van ‘buiten naar binnen’. Wat buiten nodig heeft, faciliteren we, en maken we mee mogelijk. De gemeentelijke organisatie is zo meegegroeid in de doorontwikkeling van samenwerken als samenleving. Wij faciliteren het samenspel tussen inwoners, organisaties, bedrijven en gemeente met mensen en middelen. Onze belangrijkste inzet daarbij: Wij zijn waarde-gedreven en opgavegericht. Een goede en solide bedrijfsvoering garandeert daarbij de betrouwbare uitvoering van onze diensten.
43
Programmabegroting 2026-2029
Bestuur & Ondersteuning
We willen in Sittard-Geleen gelijkwaardig samenwerken en beslissen met inwoners, organisaties, bedrijven en overheden. Met een gemeente die transparant is, zich gastvrij opstelt en ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. We werken daarbij als één gemeente met als doel om waarde te realiseren voor onze inwoners, ondernemers en partners. Het realiseren hiervan is een samenspel tussen beleidsmatige keuzes, de participatie met de omgeving en de wijze waarop we onze diensten uitvoeren. Een goede en solide bedrijfsvoering is essentieel voor de uitvoering van onze diensten. Efficiënte processen, betrouwbare informatievoorziening en voldoende capaciteit versterken onze uitvoeringskracht en wendbaarheid. De financiële ruimte hiervoor hangt nauw samen met de algemene dekkingsmiddelen, waaronder het gemeentefonds en de opbrengsten uit lokale belastingen. Wijzigingen hierin hebben direct effect op wat we kunnen realiseren. Om die reden is een integrale benadering tussen beleid, uitvoering en financiën belangrijk. In de paragraaf 'Bedrijfsvoering' en het overzicht 'Algemene dekkingsmiddelen' is dit toegelicht. De stip op de horizon van Sittard-Geleen is samen met de samenleving geschetst in de Toekomstvisie 2030 (‘de doelen van de samenleving’), en stoelt op vier veerkrachten.
De veerkrachten sociaal, ecologisch en economisch geven zicht op onze hoofdopgaven die we daarbij hebben: het ‘wat’ we gaan doen. De institutionele veerkracht geeft richting in ‘hoe’ we dat dat gaan doen; in samenwerking met de wijken en dorpen, met de regio en daarbuiten. Het programma Bestuur & Ondersteuning geeft invulling aan deze institutionele veerkracht en ondersteunt en verbindt de gemeentelijke organisatie. Sittard-Geleen is van de samenleving; Sittard-Geleen maken we daarom sámen. We werken zowel intern als extern op onze participatieve manier om de doelen te realiseren, en zetten daarbij ons netwerk doelgericht in. In deze samenwerking stellen wij ons als gemeente dienstbaar op, stimuleren eigenaarschap in de gemeenschappen en nemen waar nodig verantwoordelijkheid. In het programmablad ‘Bestuur en Ondersteuning’ geven we aan waar we hieraan in 2026 concreet werken. Onderstaand enkele voorbeelden: •
•
•
44
Ontwikkelpaden, dorpenvisies, gebiedsplannen. Samen met de samenleving herkennen we opgaven in de leefomgeving, en vertalen deze samen naar initiatieven en projecten op het schaalniveau van wijken en dorpen. Wat de samenleving nodig heeft, faciliteren we indien dit kan. En we helpen mee mogelijk maken waar dat kan. Participatie in de omgevingsplanactiviteiten. We geven richting aan de samenwerking met inwoners, organisaties en bedrijven. Bij eigen overheidsactiviteiten met de leidraad doorontwikkeling participatie, voor ontwikkelaars is via de omgevingswet aanvullend beleid vastgesteld. Participatie wordt zo praktisch toegepast in de projecten van ons en andere initiatiefnemers. Doorontwikkelen van een continu dialoog in de wijken en dorpen. We blijven in gesprek met onze samenleving; over vraagstukken in de leefomgeving, maar ook over bijvoorbeeld welbevinden. We zijn samen aan zet voor de juiste interactie.
•
Participatie in programma’s en projecten. We werken ‘van buiten naar binnen’ in projecten zoals Proeftuin Zeeheldenbuurt, Vidar in de wijk, Lokale Inclusie Agenda en via de werkwijze van de Tuinman. Om vragen van de samenleving goed te bedienen, verbinden we nog meer door een volgende stap te zetten naar opgavegericht werken.
Financiële toelichting: Het saldo van het programma Bestuur en Ondersteuning bedraagt € 258 mln. De lasten in dit programma bedragen € 80 mln. De grootste uitgaven binnen dit programma zijn bestemd voor de bedrijfsvoering van de interne organisatie (€ 54 mln.), waarbij het gaat om kosten voor personeel (37 mln.), huisvesting (€ 1 mln.), rentelasten (€ 7 mln.) en overige ondersteunende taken. Daarnaast zitten de kosten van de gemeentelijke bestuursorganen (€ 5 mln.), ICT-kosten (€ 5 mln.) en een aantal stelposten (o.a. nieuw beleid, investeringen en inflatie) in dit saldo verwerkt. De inkomsten van dit programma (€ 328 mln.) bestaan grotendeels uit gelden vanuit het Gemeentefonds (€ 247 mln.) en de lokale heffingen (€ 65 mln.). Programma 0 wordt daarnaast gebruikt als inzet voor o.a. de dekking van de gevolgen van inflatie voor alle indexeringen van de overige programma’s wat in programma 0 positieve saldi laat zien en in de overige programma’s negatieve saldi. Bedragen x1000
Baten Lasten Onttrekkingen Toevoegingen Totaal
Jaarrekening 2024
Actuele begroting 2025
324.217 -69.391 11.208 -13.228 252.806
330.253 -87.969 16.504 -6.073 € 252.716
€
Begroting voor bijstelling 2026 310.371 -62.563 12.080 -2.446 € 257.442
Bijstelling 2026
Begroting na bijstelling 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
18.219 -17.261 0 0 € 958
328.590 -79.823 12.080 -2.446 258.401
326.612 -74.322 7.956 -2.344 € 257.902
320.316 -66.268 1.111 -2.371 € 252.788
321.316 -67.293 1.097 -2.371 252.749
€
€
Participatie en Communicatie In 2026 werken we verder vanuit de verschillende programma’s gebiedsgericht, dicht bij de leefomgeving van onze inwoners. Als gemeente nemen we zoveel mogelijk een participatieve en netwerkende rol in. Als we geen presterende of rechtmatige rol hoeven in te nemen, doen we dit ook niet. We sluiten aan bij de lopende ontwikkelpaden, dorpenvisies, programma's en projecten. In 2026 starten we ook met het participatief en gebiedsgericht uitvoeren van de Omgevingsvisie ‘Samen stad en dorp maken’. Onze communicatie- en participatieprincipes worden aan medewerkers overgedragen on the job, via de Sittard-Geleen Academy (leer- en ontwikkelprogramma) en de introductieaanpak voor nieuwe medewerkers. We ontwikkelen de (online) communicatiekanalen verder door, ter versterking en verbetering van onze dienstverlening, informatievoorziening, dialoog en participatie. We bereiden in 2026 een inwonerspeiling voor en onderzoeken hoe we deze kunnen moderniseren. We vullen onze zorgplicht in door zaken op te pakken waar de gemeente een verantwoordelijkheid heeft. Daarbinnen geeft de gemeente ruimte aan de samenleving om zaken van ons over te nemen (bijvoorbeeld via project De tuinman van Sittard-Geleen, via het uitdaagrecht Participatie Sittard-Geleen of door de samenleving zelf initiatiefnemer te laten zijn van een opgave).
We stimuleren hierbij actief het eigenaarschap van onze gemeenschappen van inwoners. Bij nieuwe plannen wordt in een vroeg stadium met inwoners, organisaties en bedrijven gepraat over hun ideeën. In 2026 blijven we deze principes uitdragen, zowel binnen als buiten.
45
Programmabegroting 2026-2029
Financiële toelichting:
bedragen x € 1.000 Baten Las ten Onttrekki ngen Toevoegi ngen Totaal Nr.
1 2
Jaarrekening Actuele 2024 begroting 2025 28 -363 99 -35 -271
Begroting voor bijstelling 2026 34 -391 -338 120 -271 -304
Onderwerp
Onderwerp Diverse kleine verschillen Wijziging kostenstructuur Centrumregeling Vidar
Begroting na bijstelling 2026 -34 66 -271 32 -271
2026 Bijstelling Begroting
Diverse kleine verschillen Wijziging kostenstructuur Centrumregeling Vidar Saldo
Nr. 1 2
Bijstelling 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
-251 -251
-251 -251
-251 -251
2027 Bijstelling Begroting
2028 Bijstelling Begroting
2029 Bijstelling Begroting
2 30
2 30
2 30
2 30
32
32
32
32
Toelichting Diverse kleine verschillen. Door de wijziging van de kostenstructuur zijn de uitvoeringskosten integraal onderbracht bij de Centrumgemeente: de gemeente Sittard-Geleen. Daardoor vindt er geen doorberekening meer plaats van uitvoeringskosten ten laste van het Werkbedrijf en de beide verloners (Vidar Loon BV en Vidar aan de slag). Voor meer informatie: zie het subprogramma Participatie en Bestaanszekerheid".
Bestuur en Perspectief De opgaven die in Sittard-Geleen worden opgepakt, zijn in lijn met de Toekomstvisie 2030. Als samenleving handelen en investeren wij in de richting van dit commitment en spreken elkaar hier op aan. De doelen vanuit de Toekomstvisie 2030 zijn samen met de samenleving verder verrijkt en vertaald naar de Omgevingsvisie. Zoals eerder aangegeven, betrekken wij de wijken en dorpen bij de uitwerking van de plannen uit de Omgevingsvisie. Ook in 2026 faciliteren wij dit participatieve proces en kijken hoe we hier vanuit onze programma’s aan bij kunnen dragen. Gebiedsgericht sluiten we aan bij de bestaande ontwikkelpaden en dorpenvisies: •