01 Nota grondbeleid 2026
Tekst van het document
Nota Grondbeleid Sittard-Geleen
20
Indien de opstallen uitsluitend zijn aangekocht met het oog op toekomstige sloop of herontwikkeling, worden zij niet als waarde ingebracht in de exploitatie. Alleen de kosten voor sloop en eventuele bodemsanering maken dan onderdeel uit van de grondexploitatie. Hiermee wordt aangesloten bij de regels van het BBV en wordt voorkomen dat toekomstige onrendabele uitgaven als actief worden opgevoerd. Uitvoering en besluitvorming Binnen deze inhoudelijke en financiële kaders is het college bevoegd om verwervingen uit te voeren. Het college doet dit op basis van het door haar vastgestelde Actief Verwervingsbeleid, dat de uitvoering van de kaders ondersteunt. Bij de inzet van kredieten wordt steeds een ambtelijk advies toegevoegd met een inschatting van de maatschappelijke meerwaarde, de financiële haalbaarheid en de risico’s. Het college legt over de besteding verantwoording af via de reguliere P&C-cyclus. Bij majeure aankopen wordt de raad tussentijds geïnformeerd of om wensen en bedenkingen gevraagd. Bij de verwerving van gronden en opstallen houden we rekening met de indeling in vastgoedcategorieën uit de nota Vastgoed. Nieuwe aankopen worden veelal tijdelijk als transitievastgoed of structureel als ontwikkelvastgoed opgenomen in de portefeuille.
5.2.2 Contractuele condities bij gronduitgifte Bij de uitgifte van gronden borgt de gemeente haar publieke doelen altijd door middel van contractuele condities. Daarmee wordt gewaarborgd dat maatschappelijke meerwaarde niet afhankelijk is van goede intenties, maar ook juridisch en financieel is verzekerd. Tot deze condities kunnen behoren: een eventuele bouwplicht en realisatietermijnen, terugkoopregelingen of boeteclausules, programmatische afspraken (zoals het aandeel betaalbare woningen) en afspraken over ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Deze condities worden vastgelegd in overeenkomsten of uitgiftecontracten, zodat zij juridisch afdwingbaar zijn. De exacte uitwerking hiervan is nader opgenomen in de bijlage, die als handvat dient voor de ambtelijke uitvoering Grondprijzen Bij de uitgifte van gronden wordt gewerkt met een Grondprijzenbrief, waarin beleidsprijzen en uitgangspunten voor grondwaardering zijn vastgelegd. Deze brief wordt door het college vastgesteld en toegepast bij de uitgifte van gronden. De inhoud van de brief sluit aan bij de kaders die de raad in deze nota heeft vastgesteld. Uitgangspunt is dat gronden worden uitgegeven tegen marktconforme prijzen, in lijn met het BBV en het Didam-arrest (bij gronduitgifte wordt altijd zorg gedragen voor gelijke kansen voor gegadigden, transparantie en objectieve selectiecriteria), waarvoor beleid is vastgesteld.
Afwijking hiervan kan alleen plaatsvinden bij expliciet raadsbesluit, bijvoorbeeld voor maatschappelijke functies of publieke voorzieningen. De berekening van grondprijzen sluit aan bij de aard van de ontwikkeling: bij woningbouw is residuele waardebepaling het uitgangspunt, bij bedrijventerreinen en maatschappelijke functies worden marktvergelijking en beleidsprijzen toegepast.
5.3 Kostenverhaal en bijdragen bij plannen van derden Wanneer derden initiatief nemen tot een ruimtelijke ontwikkeling, is de gemeente wettelijk verplicht om de door haar gemaakte kosten zoveel mogelijk te verhalen. Daarmee wordt voorkomen dat publieke middelen oneigenlijk worden ingezet en wordt rechtsgelijkheid geborgd. De wijze van kostenverhaal verschilt per rol.
Nota Grondbeleid Sittard-Geleen
21
Toetsende rol: In deze rol geldt het strengste regime: uitgangspunt is volledig kostenverhaal. Medewerking aan een initiatief vindt alleen plaats wanneer alle gemeentelijke kosten kunnen worden verhaald. De minimale lat is dat de publiekrechtelijk verplichte kosten volledig worden doorbelast; dit is niet-onderhandelbaar. Waar mogelijk worden de afspraken vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Daarmee kan niet alleen het verplichte kostenverhaal worden geregeld, maar ook afspraken over bovenwijkse voorzieningen, bijdragen aan kwaliteit en verevening tussen locaties. Als een anterieure overeenkomst niet tot stand komt, wordt het publiekrechtelijk spoor gevolgd. In de toetsende rol wordt geen macro-aftopping toegepast. Dat betekent dat wanneer kosten niet volledig kunnen worden verhaald, er geen medewerking aan de ontwikkeling wordt verleend. Verleidende rol: Ook in de verleidende rol geldt de wettelijke verplichting tot kostenverhaal. Het verschil met de toetsende rol zit in de houding van de gemeente: waar de toetsende rol strikt juridisch en terughoudend is, is de verleidende rol flexibeler omdat het maatschappelijk belang zwaarder weegt. Uitgangspunt blijft dat kostenverhaal zoveel mogelijk via een anterieure overeenkomst wordt vastgelegd, aangevuld met afspraken over kwaliteit, fasering en samenwerking.
Als een plan aantoonbaar niet haalbaar is bij volledig kostenverhaal, kan in uitzonderlijke gevallen worden besloten een deel van de onrendabele top te dragen. Dat gebeurt uitsluitend wanneer het maatschappelijk belang groot is, de bijdrage strikt noodzakelijk en proportioneel is, en de juridische borging voldoet aan de Europese staatssteunregels. In de praktijk betekent dit vrijwel altijd toepassing van de DAEB/SGEI-regeling, waarbij de bijdrage wordt gekoppeld aan een publieke taak en nooit hoger mag zijn dan de aantoonbare onrendabele top. Komt er geen anterieure overeenkomst tot stand, dan volgt het publiekrechtelijk spoor via regels in het omgevingsplan of via een kostenverhaalsbeschikking. Gemeentelijke bijdragen: Een bijdrage aan een onrendabele top komt alleen in beeld in uitzonderlijke situaties waarin een ontwikkeling maatschappelijk zeer gewenst is, maar zonder steun niet haalbaar blijkt. Het gaat dan bijvoorbeeld om projecten die essentieel bijdragen aan de ambities uit de Omgevingsvisie, zoals betaalbare woningbouw of herstructurering van wijken. Uitgangspunt blijft dat de gemeente altijd haar kosten volledig verhaalt. Pas als een plan na optimalisatie nog steeds een aantoonbare onrendabele top kent, kan een bijdrage worden overwogen. De bijdrage wordt dan vooraf als vast bedrag afgesproken en vastgelegd in een overeenkomst met de initiatiefnemer.
Daarbij worden duidelijke resultaatverplichtingen overeengekomen en wordt een passende zekerheidsstelling gevraagd. Vaak zal dit een bankgarantie zijn, maar afhankelijk van de aard van het project en de initiatiefnemer kan ook een alternatief passend zijn, zoals een concerngarantie of depotregeling. Risico’s in de uitvoering, zoals kostenstijgingen of vertragingen, blijven volledig voor rekening van de marktpartij. De onderbouwing van de onrendabele top ligt primair bij de initiatiefnemer, die hiervoor een open businesscase moet aanleveren. De gemeente toetst deze zowel intern als met een externe deskundige, om de betrouwbaarheid van de cijfers en aannames te beoordelen. Een voorstel voor een bijdrage wordt altijd door het college aan de raad voorgelegd, voorzien van een dekkingsvoorstel. De raad beslist of middelen beschikbaar worden gesteld. Speculatieve verwervingsprijzen worden hierbij nadrukkelijk niet gecompenseerd. Een bijdrage aan een onrendabele gebiedsontwikkeling raakt de Europese staatssteunregels. In de praktijk betekent dit dat de DAEB/SGEI-regeling (Diensten van Algemeen Economisch Belang) meestal de juiste juridische basis is: de bijdrage wordt gekoppeld aan een publieke taak, vastgelegd in een overeenkomst en is beperkt tot de aantoonbare onrendabele top om
Nota Grondbeleid Sittard-Geleen
22
overcompensatie te voorkomen. Alleen bij zeer kleine bedragen kan soms de de-minimisregeling worden toegepast. De MEOT-route (marktconformiteit) is bij onrendabele gebiedsontwikkeling in de regel niet toepasbaar.
5.4 Risicobeheersing en reserves Gebiedsontwikkelingen brengen financiële risico’s met zich mee, bijvoorbeeld door marktomstandigheden, planuitvoering, grondaankopen en het tempo van realisatie. Daarnaast kunnen ook bestuurlijke, juridische en maatschappelijke factoren invloed hebben op het verloop van een project. Daarom wordt een duidelijke systematiek gehanteerd voor het signaleren en beheersen van risico’s en voor het aanhouden van buffers. De risico’s van de projectontwikkeling en grondexploitaties worden apart inzichtelijk gemaakt. . Hierbij maken we gebruik van de parameters en waarderingsgrondslagen zoals in de jaarrekening toegelicht in de paragraaf grondbeleid. In de afzonderlijke jaarrekening (bouw)grondexploitatie nemen we per grondexploitatie een toelichting op van alle risico’s inclusief beheersmaatregelen. In het jaarrekening traject en het meerjarig perspectief van de grondexploitatie worden de risico’s en voorziene tekorten van de BIE’s (bouwgronden in exploitatie), binnenstedelijke ontwikkelingen, evenals vastgoed gerelateerde ontwikkelingen (zoals het vrijkomende maatschappelijk vastgoed (schoollocaties, gemeenschapsvoorzieningen en sportvoorzieningen) in beeld gebracht en actualiseren we deze. Op basis van het geactualiseerde profiel bepalen we de benodigde weerstandscapaciteit.
Deze wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit, die bestaat uit de voorziening grondexploitaties, binnenstedelijk en vastgoed, de risicoreserve, de algemene reserve grondexploitatie en de reserve ontwikkelprojecten. Indien de beschikbare weerstandscapaciteit ontoereikend is om de benodigde weerstandscapaciteit af te dekken moeten we een beroep doen op een claim op de Algemene Reserve (Algemene middelen). Een overschot op de beschikbare weerstandscapaciteit laten we dan ook vrijvallen in de in de Algemene Reserve (Algemene middelen). Bij samenwerking met private partijen geldt het uitgangspunt dat risico’s evenwichtig worden verdeeld. Alleen risico’s die daadwerkelijk beïnvloedbaar zijn worden genomen; risico’s die primair bij de markt thuishoren blijven daar ook liggen. De raad stelt de kaders vast en beslist over de inzet of aanvulling van de algemene reserve grondexploitatie en over het treffen van voorzieningen bij majeure risico’s of tekorten. Dit geldt eveneens voor reserve ontwikkelprojecten.. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering en legt via de reguliere P&C-cyclus verantwoording af. Eventuele majeure afwijkingen worden tussentijds aan de raad voorgelegd. De kaders in deze nota sluiten aan bij de Kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing, zodat beleid en uitvoering van risicobeheersing een geheel vormen.
De technische verwerking in de P&C-cyclus en de administratieve uitwerking van reserves en voorzieningen zijn opgenomen in de bijlage.
5.5 Rolverdeling raad, college en organisatie De raad, het college en de ambtelijke organisatie hebben ieder hun eigen verantwoordelijkheid binnen het grondbeleid. De raad stelt de kaders vast en autoriseert de financiële middelen. Het college voert dit beleid uit, neemt besluiten over de inzet van instrumenten en legt daarover verantwoording af aan de raad. De ambtelijke organisatie bereidt deze besluiten inhoudelijk en financieel voor, adviseert het college en zorgt voor de uitvoering binnen de gestelde kaders. Deze rolverdeling waarborgt dat de raad stuurt op hoofdlijnen en publieke belangen, terwijl het college slagvaardig kan handelen en besluiten nemen. De ambtelijke organisatie vervult hierbij
Nota Grondbeleid Sittard-Geleen
23
een signalerende en adviserende rol, onder meer door het inzichtelijk maken van risico’s, het doorrekenen van financiële consequenties en het bewaken van afspraken met externe partijen. Onderdeel
Raad
College
Ambtelijke organisatie
Kaders en beleid
Stelt kaders vast. (nota grondbeleid, paragraaf grondbeleid in begroting.
Voert beleid uit binnen kaders van de raad en legt verantwoording af. Stelt uitvoeringsbesluiten vast.
Bereidt kaders voor, adviseert (o.a. planeconoom), vertaalt beleid naar uitvoeringskaders.
Vestigen voorkeursrecht
Besluitvormend, stelt voorkeursrecht formeel vast
Aankoop gronden
Autoriseert budgetten en kredieten via begroting (o.a. verwervingskredieten).
Initiatief en uitvoering, legt spoedbesluiten voor bekrachtiging voor aan de raad Beslist over verwervingen binnen door de raad gestelde kaders.
Voorbereiding, juridische en financiële onderbouwing en uitvoering administratieve en communicatieve stappen. Voert onderhandelingen uit, laat taxaties maken en bereidt aankopen voor.
Verkoop / uitgifte
Stelt kaders vast (grondprijzenbrief en Didamprincipes).
Stelt minstens 1 keer per 2 jaar de grondprijzenbrief vast en regelt verkoop binnen kaders.
Bereidt uitgiftevoorstellen, contracten en prijsstelling voor.
Voorbereidingsen verwervingskredieten
Stelt financiële kaders en middelen beschikbaar via begroting of afzonderlijke besluiten Stelt grondexploitaties vast bij opening; autoriseert kredieten en majeure bijstellingen via begroting of afzonderlijk besluit
Beslist over inzet binnen de kaders; verantwoordt via P&Ccyclus
Maakt voorstellen voor kredietaanvragen en onderbouwing; adviseert over risico’s en haalbaarheid. Voert administratie en monitoring uit, adviseert over haalbaarheid en risico’s.
Signaleert en beheerst risico’s; stelt reserveringen voor
Voert risicoanalyses uit en adviseert over beheersmaatregelen.
Kostenverhaal
Beslist over inzet of aanvulling van reserves en voorzieningen bij majeure risico’s of tekorten Stelt beleidskaders vast en kan wensen/bedenkingen meegeven bij majeure programma’s/ overeenkomsten.
Sluit anterieure overeenkomsten, regelt publiekrechtelijk kostenverhaal en stelt programma kostenverhaal vast.
Bereidt overeenkomsten en berekeningen voor, int bijdragen en monitort naleving.
Ruimtelijke kaders
Stelt omgevingsvisie en omgevingsplan vast.
Voert projectbesluiten uit en past planregels toe.
Bereidt beleidsvoorstellen, onderzoeken en besluiten voor.
Verantwoording
Toezicht via P&C-cyclus en paragraaf grondbeleid.
Legt jaarlijks en tussentijds verantwoording af.
Rapporteert voortgang, resultaten en risico’s aan het college en de raad.
Grondexploitaties
Risicobeheersing en reserves
Voert uit; stelt actualisaties voor en bewaakt uitvoering binnen kaders.
5.6 Informatievoorziening en verantwoording Een transparante en tijdige informatievoorziening is nodig om de raad in positie te houden bij het grondbeleid. Daarom wordt jaarlijks in de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarrekening inzicht gegeven in: • • • • •
de samenvatting van de visie op het grondbeleid de stand en voortgang van de lopende grondexploitaties; de verwachte resultaten, inclusief tussentijdse winstneming en eventuele tekorten; de risico’s op project- en totaalniveau en de dekking daarvan via reserves en voorzieningen; de effecten van beleidskeuzes op de financiële positie van de gemeente.
Bij majeure afwijkingen of risico’s informeert het college de raad tussentijds, zodat tijdig kan worden bijgestuurd. De raad stelt de kaders en budgetten vast en houdt toezicht via de paragraaf
Nota Grondbeleid Sittard-Geleen
24
grondbeleid. Het college voert uit binnen deze kaders en legt verantwoording af via de Planningen Control cyclus.
Nota Grondbeleid Sittard-Geleen
25
Samenvatting Nota Grondbeleid Sittard-Geleen 2026 1. Aanleiding en inzet Sittard-Geleen staat de komende jaren voor grote opgaven in wonen, leefbaarheid, duurzaamheid en economie. De woningbouw moet versnellen, wijken en dorpen vragen om versterking van voorzieningen en leefbaarheid, en er zijn forse investeringen nodig in ecologische verbindingen, klimaatadaptatie en infrastructuur. Deze ruimtelijke opgaven grijpen direct in op de sociale en economische ontwikkeling van de gemeente. Daarnaast verandert het beleids- en juridisch kader. De Omgevingswet en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) stellen nieuwe eisen, het Didam-arrest verplicht tot transparantie bij gronduitgifte en gemeentelijke beleidsstukken zoals de Nota Vastgoedbeheer, het Actief Verwervingsbeleid, de Beleidsregel Handhaving gemeentegrond en de jaarlijkse Grondprijzenbrief moeten in samenhang worden toegepast. De actualisatie van het grondbeleid brengt deze ontwikkelingen samen in één integraal beleidskader. Waar in het verleden vooral onderscheid werd gemaakt tussen actief en faciliterend grondbeleid, kiest Sittard-Geleen nu voor strategisch situationeel grondbeleid. Dat betekent dat per ontwikkeling wordt gekozen voor de rol die het beste past bij de maatschappelijke opgave, de financiële haalbaarheid en de uitvoeringsmogelijkheden.
Doel is het realiseren van maatschappelijke waarde binnen financieel verantwoorde kaders, met heldere en uitlegbare besluitvorming richting raad en samenleving.
2. Rollen en doelen van het grondbeleid Het grondbeleid van Sittard-Geleen ondersteunt de gemeente in haar regierol bij het realiseren van maatschappelijke opgaven. In dit hoofdstuk zijn drie hoofddoelen van het grondbeleid benoemd: 1. Richting geven aan de inzet van grondbeleid om maatschappelijke ambities waar te maken. 2. Inzicht geven in de haalbaarheid van ruimtelijke initiatieven via een integrale beoordeling van maatschappelijke, financiële, juridische en uitvoeringsaspecten. 3. Kaders bieden voor een consistente en uitlegbare uitvoering van ruimtelijke keuzes. Deze drie doelen vormen samen de kern van situationeel grondbeleid: steeds de juiste rol kiezen op het juiste moment. Daarom is het grondbeleid nauw verbonden met de processtappen die elke gebiedsontwikkeling doorloopt. De gemeente hanteert vier opeenvolgende stappen: 1. 2. 3. 4.
Aanleiding: waarom komt een ontwikkeling of initiatief in beeld? Gewenste impact: welke maatschappelijke doelen en prioriteiten worden nagestreefd? Integrale afweging: weging van maatschappelijke waarde en financiële effecten. Rolkeuze grondbeleid: bepalen welke rol de gemeente in de verdere uitwerking in wil nemen.
Deze stappen zijn nauw verbonden met de gemeentelijke werkwijze van projectmatig werken. Zo sluiten de eerste drie stappen aan bij de intake en definitiefase, waarin doelen, randvoorwaarden en kaders in een projectopdracht worden vastgelegd. De uitkomsten zijn richtinggevend voor de besluitvorming over verwerving, samenwerking of exploitatie. Daarnaast zorgen deze stappen voor een duidelijke koppeling met portfoliomanagement: initiatieven worden niet alleen op zichzelf beoordeeld, maar ook in hun samenhang met andere projecten en de beschikbare capaciteit. Op basis van deze processtappen kiest de gemeente steeds een passende rol. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen vijf voorkeursrollen: initiëren, samenwerken, verleiden, afwachten en toetsen. In dit hoofdstuk is vooral beschreven wanneer de gemeente regie neemt en hoe de
Nota Grondbeleid Sittard-Geleen
26
procesmatige inbedding van grondbeleid werkt. De inhoudelijke kenmerken van de rollen worden in hoofdstuk 4 verder uitgewerkt.
3. Integrale beoordeling Het doel van de integrale beoordeling is om bij elk initiatief transparant en systematisch te bepalen of een ontwikkeling maatschappelijk wenselijk, financieel haalbaar en uitvoerbaar is. Daarmee ondersteunt dit hoofdstuk het tweede hoofddoel van het grondbeleid: het bieden van inzicht in de haalbaarheid van ruimtelijke initiatieven. De integrale beoordeling maakt gebruik van twee samenhangende pijlers: •
•
Maatschappelijk rendement: initiatieven worden getoetst aan de tien maatschappelijke ambities uit de Omgevingsvisie 2025–2040, zoals woningbouw, leefbaarheid, duurzaamheid en vergroening. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de algemene ambities, maar ook naar de gebiedsgerichte accenten die in de Omgevingsvisie zijn vastgelegd (bijvoorbeeld de spinnenwebben). Zo wordt per gebied zichtbaar welke doelen zwaarder wegen en hoe een plan daaraan bijdraagt. Financiële haalbaarheid: de beoordeling brengt de effecten in beeld voor grondexploitaties, de gemeentelijke begroting en het weerstandsvermogen, inclusief risico’s en mogelijke tekorten of overschotten.
Door beide pijlers samen te wegen ontstaat een evenwichtig beeld van maatschappelijke waarde en financiële consequenties. De beoordeling kan leiden tot vier uitkomsten: afwijzen, aanpassen, optimaliseren of uitvoeren. Belangrijk is dat de gemeente bij grotere en complexe projecten steeds vaker ook de bredere en structurele effecten zichtbaar maakt, zoals gevolgen voor beheer, onderhoud, voorzieningen en waardeontwikkeling. Er is nog geen vaste methodiek, maar de gemeente bouwt dit stapsgewijs uit richting een bredere financiële businesscase. Daarbij gaat het niet uitsluitend om getallen, maar ook om een kwalitatieve duiding van de betekenis voor toekomstige lasten en baten. De integrale beoordeling wordt voorbereid door de ambtelijke organisatie, vastgesteld door het college en, waar middelen, kredieten of majeure verplichtingen nodig zijn, ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Daarmee vormt dit toetsingskader een belangrijke schakel tussen de ambities van de Omgevingsvisie, de gebiedsgerichte accenten en de rolkeuzes die in hoofdstuk 4 verder worden uitgewerkt.
4. Afwegingskader en rollen De integrale beoordeling vormt de inhoudelijke basis voor de vraag welke rol de gemeente inneemt bij een gebiedsontwikkeling. Deze stap is essentieel om de maatschappelijke ambities uit de Omgevingsvisie daadwerkelijk te vertalen naar projecten en besluiten. Het afwegingskader kijkt naar de maatschappelijke urgentie, de financiële haalbaarheid en risico’s, de eigendomspositie en marktverhoudingen, de complexiteit van de opgave en de beschikbare capaciteit. Op basis van deze criteria wordt een situatie gebonden keuze gemaakt voor een passende rol. De vijf rollen zijn: • •
Initiërend: de gemeente verwerft gronden en voert de ontwikkeling zelf uit om maximale regie te voeren, bijvoorbeeld bij woningbouwversnelling of herstructurering. Samenwerkend: publieke en private partijen brengen middelen en kennis in en delen opbrengsten en risico’s, bijvoorbeeld via anterieure overeenkomsten, bouwclaims of gezamenlijke investeringsconstructies. Verevening kan hier plaatsvinden om maatschappelijke voorzieningen mogelijk te maken.
Nota Grondbeleid Sittard-Geleen
27
•
•
•
Verleidend: de gemeente faciliteert initiatieven van derden, maar stelt daarbij randvoorwaarden over programma, kwaliteit en tempo. Procesbegeleiding en coördinatie zijn hier belangrijk. Soms is beperkte cofinanciering mogelijk bij een aantoonbare onrendabele top, mits dit binnen de staatssteunkaders past. Afwachtend: de gemeente kiest bewust voor terughoudendheid en legt de bestaande situatie vast via een conserverend omgevingsplan of het strategisch vasthouden van gronden. Dit houdt regie voor later open. Toetsend: de gemeente beperkt zich tot haar wettelijke taken en toetst of initiatieven passen binnen beleid en wetgeving. Volledig kostenverhaal is hier uitgangspunt; alleen plannen die juridisch uitvoerbaar zijn krijgen medewerking.
De kracht van dit model is dat niet vooraf één grondbeleidsstijl wordt gekozen, maar dat per ontwikkeling de meest effectieve rol wordt bepaald. Instrumenten die per rol kunnen worden ingezet (zoals verwerving, kostenverhaal, of het Didam-principe bij uitgifte) zijn in de nota illustratief benoemd en in de bijlage verder uitgewerkt.
5. Financiële en bestuurlijke kaders Het realiseren van maatschappelijke ambities vraagt niet alleen om een duidelijke koers, maar ook om heldere financiële en bestuurlijke spelregels. Dit hoofdstuk geeft de kaders waarbinnen het grondbeleid wordt uitgevoerd. •
•
•
•
Financieel kader. Uitgangspunt is dat maatschappelijke waarde en financiële haalbaarheid altijd samen worden gewogen. De gemeente accepteert alleen risico’s die beheersbaar zijn en die aantoonbaar bijdragen aan publieke doelen. De spelregels zijn vastgelegd in het BBV, de financiële verordening en de gemeentelijke begrotingskaders. Grondexploitaties. Een gemeentelijke grondexploitatie kan uitsluitend worden geopend door de raad. Dat besluit volgt pas wanneer de plangrenzen zijn afgebakend, de beoogde functies duidelijk zijn, de noodzakelijke verwervingen en werkzaamheden bekend zijn en er een onderbouwde raming van kosten en opbrengsten ligt. Het college bereidt dit voor en legt een voorstel voor waarin zowel de maatschappelijke meerwaarde als de financiële haalbaarheid zijn onderbouwd. o Verliezen: zodra tekorten voorzienbaar zijn, worden deze direct genomen en via een voorziening afgedekt. Een tekort is alleen acceptabel als het maatschappelijk verdedigbaar is én vooraf is voorzien van een sluitende dekking. o Winst: tussentijdse winstneming vindt alleen plaats conform de POC-methode. Uit voorzichtigheid wordt winst eerst toegevoegd aan de winstrisico reserve en pas na definitieve vaststelling doorgestort naar de algemene reserve grondexploitatie of de reserve ontwikkelprojecten.
De raad stelt zo de kaders, het college voert uit en legt jaarlijks via de jaarrekening grondexploitaties en de paragraaf grondbeleid verantwoording af. Voorbereidings- en verwervingskredieten. De raad stelt middelen beschikbaar via de begroting of afzonderlijke besluiten. Daarmee bepaalt de raad zowel de inhoudelijke kaders (wanneer een actieve rol passend is, zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie en het grondbeleid) als de financiële kaders (hoogte en doel van de kredieten). Het college zet deze middelen vervolgens in binnen het Actief Verwervingsbeleid en legt via de P&C-cyclus verantwoording af. Kostenverhaal. Kostenverhaal is wettelijk verplicht en kent een strikte lijn. o In de toetsende rol is volledig kostenverhaal niet onderhandelbaar: alleen plannen waarbij alle gemeentelijke kosten kunnen worden verhaald, krijgen medewerking. Macro-aftopping wordt daarbij niet toegepast. o In de verleidende rol geldt eveneens de wettelijke plicht, maar kan bij maatschappelijk urgente projecten in uitzonderlijke gevallen een bijdrage aan de onrendabele top worden overwogen. Dit kan uitsluitend als het tekort aantoonbaar is, de bijdrage proportioneel blijft en de Europese staatssteunregels strikt worden gevolgd.
Nota Grondbeleid Sittard-Geleen
28
•
•
•
Voorstellen voor bijdragen worden altijd door de raad vastgesteld, inclusief dekkingsvoorstel. Risicobeheersing en reserves. Risico’s worden systematisch geïnventariseerd en opgenomen in de gemeente brede risicoanalyse. Zij maken onderdeel uit van de totale weerstandscapaciteit. Voor de dekking beschikt de gemeente over: o de algemene reserve grondexploitatie, bedoeld als buffer voor fluctuaties in resultaten; o de risicoreserve, voor onzekerheden in programma’s en projecten. De raad besluit over inzet of aanvulling van reserves en voorzieningen bij majeure risico’s of tekorten. Het college signaleert, beheerst en rapporteert hierover jaarlijks en tussentijds bij afwijkingen. Contractuele condities en grondprijzen. Bij gronduitgifte worden voorwaarden opgenomen zoals bouwplicht, realisatietermijnen, terugkoop- en boetebepalingen, zodat publieke doelen worden geborgd. Daarnaast schrijft de Didam-jurisprudentie voor dat uitgifte transparant en non-discriminatoir gebeurt. De raad stelt jaarlijks de Grondprijzenbrief vast, waarmee de beleidsprijzen en uitgangspunten voor waardering formeel worden vastgesteld. Rolverdeling. De raad stelt inhoudelijke en financiële kaders vast en besluit over middelen en majeure verplichtingen.
Het college voert het beleid uit binnen deze kaders, met ondersteuning en advies van de ambtelijke organisatie, en legt hierover verantwoording af via de P&C-cyclus en tussentijdse rapportages.
Nota Grondbeleid Sittard-Geleen
29