01 Evaluatie cameratoezicht 2021 gemeente Sittard Geleen - Sander Flight en Nydia Ruijpers.pdf
Tekst van het document
Wel wordt aangegeven dat de inzet van BOA’s het cameratoezicht zou verrijken. De ruimte waar de supervisor en de observant zitten, is niet ideaal om in te werken. Het is een kleine, warme ruimte. Bij een grootschalig incident is het de bedoeling dat meerdere personen in de ruimte meekijken op de grote schermen. Dan wordt het in de praktijk echter al snel te druk in de kleine ruimte. Incidenten die worden gezien met het cameratoezicht krijgen vaak (80%) een reactie op straat. Daarnaast is het live uitkijken een manier om de veiligheid van de collega’s op straat te garanderen.
26
Mechanisme 3: achteraf opsporen De camerabeelden kunnen achteraf worden gebruikt als bewijsmateriaal in een opsporingsonderzoek. Er zijn in dit geval geen cijfers beschikbaar over hoe vaak camerabeelden zijn doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie. Uit de interviews bleek wel dat men vaak de vraag krijgt beelden veilig te stellen en aan te leveren. Wekelijks worden de opnames van camera’s opgevraagd: naar schatting 150 tot 160 keer per jaar. Dan is er bijvoorbeeld sprake van een aanhouding en worden de beelden opgevraagd. Dan is het wel de vraag of het incident goed in beeld is en diegene die het beeld moet veiligstellen weet hoe dit moet. De politie gebruikt de beelden ook achteraf als bewijsmateriaal voor wat er precies is gebeurd bij een incident. Het gebruik van camerabeelden in de gehele strafrechtketen van politie, Openbaar Ministerie en rechtbank, wordt niet geregistreerd. Een betere kwaliteit zal bijdragen aan meer opsporingsindicaties.
Conclusies en aanbevelingen
Wat ging goed? Korte lijn cameratoezicht ruimte – politiebureau Het is zeer waardevol dat de cameratoezichtruimte in het politiebureau zit: er zijn korte lijnen over en weer tussen de mensen achter de beeldschermen en de mensen op straat. Incidenten die worden gespot door de uitkijkers gaan snel naar de operationeel coördinator van politie. En ook andersom werkt dat: zelfs op de uren en dagen dat er geen live toezicht is kan de politie snel en eenvoudig meekijken met de beelden als er iets gebeurt. Uitkijken beelden: tijden en dagen Er is live cameratoezicht in de avonden en nachten van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag. Het camerasysteem staat zeven dagen per week en 24 uur per dag aan. De meeste geregistreerde incidenten in relatie tot de doelstellingen in het dekkingsgebied gebeurden op vrijdagnacht of zaterdagnacht in de centra van Sittard en Geleen. De beelden worden op het juiste tijdstip live uitgekeken.
Wat kan beter? Focus op preventie De camera’s in Sittard en Geleen zijn zo goed als onzichtbaar voor voorbijgangers. De camera’s vallen niet op in het straatbeeld. Het preventieve effect is dus hooguit zeer gering. Camera’s werken preventief als bezoekers en inwoners weten dat het er is. De informatieborden zijn enkel aanwezig aan de randen van de centra en rondom het stadion. Door het plaatsen van opvallende camera’s, een communicatiecampagne periodiek te herhalen en door een constante opvolging te geven aan incidenten die te zien zijn op de camerabeelden kan de gemeente het preventieve effect verhogen.
27
Kwaliteit en betrouwbaarheid De kwaliteit van de camera’s is niet optimaal en dient te worden verbeterd. Het systeem is verouderd. De hoofdactiviteit van het cameratoezicht is de openbare orde en veiligheid tijdens het uitgaan. De bediening van de camera’s werkt daarvoor te traag en de kwaliteit van de beelden bij duisternis is ondermaats. Een snellere camera met betere kwaliteit is noodzakelijk om snel te kunnen handelen en duidelijk signalement te kunnen hebben van een dader, over dag, maar ook in de avond/nacht. Er wordt aanbevolen om eisen aan het camerasysteem op te nemen in de aanbestedingsdocumenten die zorg dragen voor een scherpe kwaliteit en betrouwbare en snelle verbinding. De laatste versie camera’s op de markt bieden haarscherpe beelden. Er dient te worden geïnvesteerd in de infrastructuur van het cameranetwerk. Een infrastructuur dat deels via een draadloos netwerk en deels via een kabelnetwerk gaat helpt in de betrouwbaarheid van het systeem. Uitbreiding en flexibiliteit In relatie tot de doelstellingen (verminderen uitgaansgeweld, aanpak drugsoverlast en verbeteren van het veiligheidsgevoel) waarvoor cameratoezicht wordt ingezet, spelen de meeste incidenten zich af in de centra van Sittard en Geleen. Het is de moeite waard actiever te bekijken binnen welke veiligheidsopgaven in de gemeente het cameratoezicht een toegevoegd waarde kan hebben.
Mobiele camera’s worden met name ingezet bij grotere incidenten, grootschalige evenementen en de jaarwisseling. Op dit moment heeft de gemeente één mobiele camera. Er dient ruimte te zijn om een aantal mobiele camera’s flexibel in te zetten bij evenementen en incidenten waar tijdelijke verstoringen van de openbare orde voordoen. Aanbevolen wordt om te onderzoeken hoeveel mobiele camera’s noodzakelijk zijn om deze behoefte te vervullen. Dit dient te worden opgenomen in het programma van eisen. De openbare ruimte moet zijn ingericht op mobiel cameratoezicht, denk aan stroomaansluiting en masten. Aanbevolen wordt om cameratoezicht mee te nemen in de uitwerking van de smart city deal. Locaties Een aantal camera’s kunnen beter naar een andere locatie worden geplaatst. In de gesprekken komt het Tempelplein naar voren, de route van het station Sittard naar de markt en de aan- en afvoerroute van publiekstromen bij het stadion. Er wordt dan ook aanbevolen om een nieuwe veiligheidsanalyse uit te voeren om de juiste posities te bepalen. Verbinding met leefbaarheid Meerdere respondenten gaven aan dat binnen het cameratoezicht de verbinding moet worden gezocht naar leefbaarheid. Het cameratoezicht wordt op dit moment niet gebruikt om gemeentelijke handhavers aan te sturen.
De uitkijkers achter de beeldschermen zijn niet actief op zoek naar overlast, verloedering en andere leefbaarheidszaken: ze zoeken naar criminaliteit en strafbare zaken. Het cameratoezicht wordt op dit moment uitgevoerd door medewerkers van een beveiligingsbedrijf die werken in het politiebureau. Daardoor raakt het cameratoezicht als het ware steeds verder ‘losgezongen’ van de gemeente. In de praktijk blijkt het cameratoezicht steeds meer een politie-instrument te worden. Het zou goed werken als BOA’s als observator zouden worden ingezet. Zij hebben lokale kennis van het gebied, van de horeca en van de mensen die er werken en uitgaan.
28
De huidige doelstellingen beperken het handelingskader. Er wordt dan ook aanbevolen de doelstellingen opnieuw te bepalen en de BOA’s een actieve rol te geven binnen het cameratoezicht. Dit verbreedt de inzet van het cameratoezicht naar leefbaarheid gerelateerde openbare orde problematiek. Daarbij stimuleert dit de samenwerking tussen politie en de BOA’s. Door deze wijziging kan het cameratoezicht veel meer opleveren dan het nu al doet. Regie nemen Alles overziend is er een gebrek aan regie op het cameratoezicht. De uitvoering mist een aanspreekpunt dat problemen oplost, vraagstellingen beantwoordt en dagelijkse coördineerde taken op zich neemt. Er vallen langdurig camera’s uit zonder dat dit structureel wordt opgelost, er is geen handelingskader dat aan observanten en politie duidelijk maakt wat de doelen van de camera’s zijn. Er is geen goede terugkoppeling en geen organisatie die erop toeziet dat problemen worden opgelost. Dit is één van de oorzaken waarom het mechanisme dat zich richt op de repressie niet optimaal werkt. Aanbevolen wordt om een gemeentelijke coördinator cameratoezicht aan te stellen die zich bezighoudt met de techniek, met de praktische organisatorische aansturing en monitoring van de opbrengsten.
Dat is geen tijdelijke functie op projectbasis tot het nieuwe camerasysteem is opgeleverd: het dient een permanente functie te worden voor een aantal uren per week. Het moet iemand zijn die de techniek begrijpt, die de politie kent en die weet welke doelen de gemeente wil bereiken met de camera’s.
29
Bijlage 1: Wettelijk kader In de samenleving zijn camera’s niet meer weg te denken. Naast dat inwoners en ondernemers hun eigendommen beveiligen tegen vandalisme of diefstal, hangen er ook camera’s in de openbare ruimte. Wanneer er camera’s hangen op plekken die publiek toegankelijk zijn, spreekt men over publiek/gemeentelijk cameratoezicht. In dit onderzoek gaat het over gemeentelijk cameratoezicht. Het instellen van gemeentelijk cameratoezicht is een bevoegdheid die door middel van een verordening van de gemeenteraad aan de burgemeester gemandateerd kan worden. De gemeenteraad geeft dit mandaat aan de burgemeester voor een periode. Naast dit mandaat is de burgemeester gebonden aan de gemeentewet artikel 151c. In artikel 151c van de Gemeentewet en in artikel 2:77 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Sittard-Geleen zijn de bepalingen rondom gemeentelijk cameratoezicht opgenomen. Het belangrijkste uitgangspunt van deze wet is dat de plaatsing van camera’s in het belang van de handhaving van de openbare orde dient te zijn. Voor het plaatsen van een camera dient de burgermeester een aanwijzingsbesluit vast te stellen. In dit aanwijzingsbesluit staat het gebied vermeld waarbinnen camera’s ingezet kunnen worden en hoe lang dit aanwijzingsbesluit geldig is.
In overleg met de officier van justitie wordt vastgesteld in welke periode de camera’s daadwerkelijk (rechtstreeks) worden uitgekeken. Wanneer er in een gebied camera’s actief zijn, dient dit voor eenieder die zich in dit gebied begeeft kenbaar te zijn. Alvorens overgegaan wordt op het instellen van cameratoezicht dient een weloverwogen afweging gemaakt te worden over de proportionaliteit (is de inbreuk op de privacy in verhouding met de reden dat er cameratoezicht ingesteld wordt) en subsidiariteit (zijn alle andere mogelijke maatregelen al genomen) van de maatregel. In artikel 151c van de Gemeentewet zijn regels opgesteld op de privacy schending door gemeentelijke camera’s zo beperkt mogelijk te houden. Ten eerste is gemeentelijk cameratoezicht een tijdelijke maatregel: de burgemeester moet in de aanwijzingsbesluiten vooraf aangeven hoelang de camera’s blijven hangen. Sommige aanwijzingen zijn voor een paar weken of maanden, maar er zijn gemeenten waar de cameragebieden voor vier jaar worden aangewezen. Maar overal zit een ‘houdbaarheidsdatum’ aan de camera’s. Ten tweede staat in de Gemeentewet dat er op bepaalde dagen en uren rechtstreeks naar de camerabeelden moet worden gekeken. Het is dus niet toegestaan alleen maar beelden op te nemen. Gemeentelijke camera’s zijn er om preventief incidenten te voorkomen en om proactief op incidenten te kunnen reageren.
Ten derde moet het doel handhaving van de openbare orde zijn. Hieronder wordt besproken wat daaronder moet worden verstaan. In elk geval gaat het bij openbare orde niet om inbraken, diefstallen en autokraken. Dat zijn zeer vervelende delicten, maar ze leveren geen verstoring van de openbare orde op. Het is veel logischer om private bewakingscamera’s in te zetten om dit soort criminaliteit te bestrijden - geen gemeentelijke camera’s op straat. En tot slot moeten de camera’s noodzakelijk zijn: dat wil zeggen dat ze proportioneel en subsidiair moeten zijn. Als de camera’s niet (meer) noodzakelijk zijn moeten ze worden verwijderd. Dus moet er periodiek opnieuw worden beoordeeld hoe het zit. Op cameratoezicht, dat wordt uitgevoerd op grond van 151c Gemeentewet, is de Wet politiegegevens (Wpg) van toepassing. De beheerder van dit register is de korpsbeheerder van het regionale politiekorps. In de Gemeentewet staat dat de burgemeester zich voor de uitvoering van het gemeentelijk cameratoezicht bedient van de onder zijn gezag staande politie. De politie draagt namens de burgemeester zorg voor de handhaving van de openbare orde. Onderdeel van deze verantwoordelijkheid is het voeren van de operationele regie over het gemeentelijk cameratoezicht. Taken die hieronder vallen zijn het daadwerkelijke bekijken van de beelden, het bewaren van deze beelden en het verwijderen van deze 30
beelden na vier weken. Daarnaast kan de politie beelden terugkijken wanneer er (een vermoeden van) een strafbaar feit is. Deze beelden worden door de politie opgeslagen en gebruikt voor het onderzoek naar het feit. De beelden van de gemeentelijke camera’s vallen onder de Wet Politiegegevens. De politie is in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) de gegevensverantwoordelijke van de beelden.
31
Bijlage 2: Ontwikkeling geweld, drugsoverlast en veiligheidsgevoel In figuur 13 is te zien hoeveel incidenten in het dekkingsgebied van het cameratoezicht door de politie zijn geregistreerd. De hoeveelheid geregistreerd uitgaansgeweld in het centrum van Sittard is flink afgenomen. Tevens is er een daling bij het station in Sittard. In het centrum van Geleen is wel sprake van een stijging van het aantal geregistreerde incidenten in 2020 op het gebied van uitgaansgeweld. Wanneer de incidenten op de verschillende locaties per jaar worden opgeteld gaat het over 147 incidenten in 2018, 145 in 2019 en 150 in 2020. Dat is dus vrijwel constant.
Figuur 13 – Door politie geregistreerd uitgaansgeweld in cameragebieden1 2018-20212
Zoals weergegeven in figuur 14 is bij drugsoverlast een daling van het aantal incidenten in het centrum van Sittard. Er is sprake van een stijging in het centrum van Geleen en bij het stadion van Fortuna. Met name bij het station in Sittard is sprake van een aanzienlijke stijging in drugsoverlast, van 5 incidenten in 2018 naar 33 incidenten in 2020. Figuur 14 – Drugsoverlast3 binnen het dekkingsgebied 2018-20214
1
Onder uitgaansgeweld worden de volgende categorieën verstaan: 1.2.1. Vernieling cq. zaakbeschadiging, 1.3.10. Moord, doodslag, 1.3.11. Openlijk geweld (persoon), 1.3.12. Bedreiging, 1.3.13. Mishandeling, 1.3.14. Straatroof. 2 2021 is een prognose, berekend door het gemiddelde van 2018, 2019, 2020 en 2021 Q1 keer 4. 3 Onder drugsoverlast worden de volgende categorieën verstaan: 1.1.4. Drugs/drankoverlast, 5.2.1. Drugshandel. 4 2021 is een prognose, berekend door het gemiddelde van 2018, 2019, 2020 en 2021 Q1 keer 4.
32
Ten aanzien van het veiligheidsgevoel is gebruik gemaakt van de Veiligheidsmonitor Sittard-Geleen 2019. In onderstaande figuur worden de onveiligheidsgevoelens in de eigen woonbuurt weergegeven, alsmede de frequentie ervan. Figuur 15 – Onveiligheidsgevoel in de buurt
Een kwart van de inwoners geeft aan zich wel eens onveilig te voelen in de buurt. Een op de zeven inwoners geeft aan zich soms onveilig te voelen in de eigen buurt, 5 procent voelt zich zelden onveilig en 3 procent vaak. Volgens de Veiligheidsmonitor voelt men zich in Sittard-Centrum, Geleen-Centrum, GeleenLindenheuvel en het industrie- en buitengebied vaker onveilig dan gemiddeld in de gemeente SittardGeleen.
33