CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Concept beslissing op bezwaar NN

Raad 6 juli 2023, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Besluit op bezwaar Bedrijventerrein Krawinkel (Salvino) (37)3.757 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Retailplan B.V. De heer Eilering Torenstraat 23 A 9203 BD Drachten Team Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Behandeld door Telefoon Onderwerp

Ruimtelijke Ontwikkeling 9 januari 2023 Roel Friesen 14 046 besluit op bezwaar

Sittard-Geleen,6 juli 2023

Geachte heer Eilering, Op 9 januari 2023 hebben wij uw bezwaarschrift namens de heer ontvangen. Dit bezwaarschrift hebt u d.d. 30 januari 2023 met gronden aangevuld. Uw bezwaarschrift is gericht tegen het raadsbesluit van 9 november 2022, waarbij wij uw verzoek d.d. 30 maart 2022 om het bestemmingsplan te wijzigen, hebben afgewezen. In deze brief leest u onze beslissing op uw bezwaar. Adviescommissie bezwaarschriften Wij hebben uw bezwaarschrift ter advisering voorgelegd aan de commissie bezwaarschriften (hierna: commissie). Deze commissie heeft ons geadviseerd om uw bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten. Wij kunnen ons vinden in dit zorgvuldig tot stand gekomen advies. Bijgaand treft u dit advies aan. Daarom nemen wij het advies en de motivering hiervan volledig over en besluiten uw bezwaarschrift ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten. Voor de motivering van ons besluit verwijzen wij naar het bijgevoegde advies van de commissie. Het besluit in primo moet hier als ingelast en herhaald worden beschouwd. De commissie heeft ons geadviseerd uw bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit, onder aanpassing van de motivering, in stand te laten.

Daarbij wordt in dit besluit de (concept) evaluatie van het detailhandelsbeleid met als onderlegger de bouwstenenrapportage subregionaal detailhandelsbeleid Westelijke Mijnstreek van Seinpost adviesbureau met koopstromenonderzoek betrokken. Dit is ook in overeenstemming met het advies van de commissie waarbij wordt verwezen naar het in bezwaar ingebrachte verweerschrift. Het verweerschrift maakt daarom mede deel uit van dit besluit. De commissie geeft ons in overweging, bij de beraadslaging omtrent de op het bezwaar te nemen beslissing, rekenschap te geven van de inhoud van de (concept)beleidsdocumenten als in het advies genoemd. Dat zijn bijlage 5 van de Bouwstenenrapportage, de Bouwstenenrapportage, het koopstromenonderzoek en het concept-detailhandelsbeleid. Postadres: Postbus 18, 6130 AA Sittard-Geleen  14 046 (vanuit buitenland +31 46 477 77 77) | www.sittard-geleen.nl

De commissie heeft ons geadviseerd ons ook uit te spreken over de vraag of het huidige detailhandelsbeleid niet dermate anders luidt dan het verwachte nieuwe beleidskader, dat de voor het nieuwe beleid uitgevoerde toets ook geldt voor het huidige beleid. Tevens adviseert de commissie ons om in te gaan op de door u genoemde locaties waaruit zou blijken dat er geen consequent en consistent beleid wordt gevoerd. Tenslotte geeft de commissie ons in overweging de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 december 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2863) bij de behandeling van het aangevoerde bezwaar, namelijk het ontbreken van een analyse over de causale relatie tussen leegstand in de centra en de perifere branchering, te betrekken. Hieronder worden eerst de ontvankelijkheidstoets en vervolgens uw bezwaargronden samengevat vermeld. Daarna vindt u de gemeentelijke reactie op uw bezwaren. Ten slotte vindt u de nadere motivering naar aanleiding van het advies van de commissie. Ontvankelijkheid 1.1 Besluit De weigering om een bestemmingsplan te herzien is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld. 1.2 Belanghebbend Binnen het algemene stelsel van de Awb is de kring van bezwaargerechtigden begrensd tot ‘belanghebbenden’.

Artikel 1:2, eerste lid van de Awb omschrijft het belanghebbendenbegrip als degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit betrokken is. Een belang van een persoon is rechtstreeks bij een besluit betrokken als er sprake is van een eigen, objectief bepaalbaar, actueel en persoonlijk belang. Aangezien het weigeren om het bestemmingsplan te herzien aan u is gericht, wordt u als belanghebbende aangemerkt en wordt het bezwaarschrift op dit punt ontvankelijk verklaard. 1.3 Tijdig indienen van het bezwaarschrift De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken (artikel 6:7 van de Awb) en vangt aan met ingang van de dag waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt (artikel 6:8 van de Awb). Voor het tijdstip waarop de bezwaartermijn aanvangt, is de datum van bekendmaking door verzending of uitreiking bepalend (artikel 3:4 lid 1 van de Awb). Ons besluit dateert van 9 november 2022 en is verzonden op 2 december 2022. Dit betekent dat een bezwaarschrift van 3 december 2022 tot en met 13 januari 2023 kon worden ingediend. Aangezien uw bezwaarschrift op 9 januari 2023 is ontvangen, valt dit binnen de termijn van 6 weken en dient daarom ontvankelijk te worden verklaard. 1.4 Conclusie Aan alle vereisten is ook voldaan. Kortom, gelet op het bovenstaande dient u dan ook in uw bezwaar te worden ontvangen.

2

Gronden van bezwaar (samenvatting) 1. U stelt dat regels niet zelfstandig als een dwingende redenen kunnen gelden en gaat uit van een kennelijke verschrijving in het besluit. 2. U stelt dat "herkenbare winkelgebieden" niet te kwalificeren zijn als dwingende redenen van algemeen belang. In ieder geval is branchering daarbij geen exclusief hulpmiddel. 3. U stelt dat om het doel te bereiken keuzes in branchering zijn gemaakt waarbij de raad aangeeft dat bijvoorbeeld de branche dagelijks op perifere locaties zeer ongewenst is. Desalniettemin heeft de raad in het recente verleden een tweetal supermarkten toegestaan op een per definitie zeer perifere locatie, namelijk bij het Fortunastadion. Van coherent en systematisch nastreven van het geschetste doel is derhalve geen enkele sprake zodat het besluit om die reden al onjuist is. Eenzelfde inconsistentie dient zich aan bij het brancheren van perifere detailhandel waarbij de raad uitsluitend (de eerder genoemde) vormen van volumineuze detailhandel op perifere locaties wilt toestaan. Op een aantal perifere locaties zijn echter ook expliciet andere vormen van detailhandel gevestigd die niet volumineus te achten zijn. 4. Ten slotte stelt u dat andere branches zoals die elders in de gemeente op perifere locaties weldegelijk zijn toegestaan hier ontbreken.

Het gaat dan bijvoorbeeld om elektro, dierenvoeding, fietsen, supermarkten en dergelijke. De meeste van deze branches zijn onbesproken gebleven zodat van een specifieke of onderbouwde uitsluiting van alle branches, anders dan de in de planregel toegestane branches (auto’s, boten en caravans, grove bouwmaterialen, landbouwwerktuigen, verhuur van transportmiddelen, machines en andere roerende goederen) geen sprake kan zijn. Reactie op de bezwaargronden Ad 1 U doelt hier waarschijnlijk op pagina 2 van het besluit genomen op 9 november 2022 en verzonden op 2 december 2022. Hier staat dat het invoeren van brancheringsregels wordt aanvaard als een dwingende reden van algemeen belang. Op pagina 4 van hetzelfde besluit staat duidelijk waarom brancheringsregels noodzakelijk zijn, namelijk om verdere leegstand in de centra van Sittard en Geleen te voorkomen. En dat is een dwingende reden van algemeen belang. Op pagina 2 is bedoeld dat brancheringsregels zijn gehanteerd met het doel om leegstand in de centra en de aangewezen PDV-locaties te voorkomen.

Ad 2 Over het belang van herkenbare winkelgebieden staat op pagina 39 van bijlage 5 van het nog vast te stellen conceptbeleid (bijlage 4) dat als deze indeling naar branchering voor de perifere locaties (Retailpark Sittard Geleen en Handelscentrum Bergerweg) wordt losgelaten, onduidelijk geprofileerde concentraties zonder cumulatieve attractie ontstaan, waardoor de vitaliteit van deze winkelgebieden afneemt en de kans op leegstand groter wordt. Voor de beide grotere centra Geleen en Sittard geldt hetzelfde. Sinds 2009 is de leegstand met ca. 34 % in de beide centra toegenomen. De winkelleegstand staat dus 3

zwaar onder druk. De branches die wel in de periferie mogen zijn, zijn aanmerkelijk minder concurrerend voor de centra doordat ze ander koopgedrag bij de consument oproepen (doelgericht), dan wel ruimtelijk niet inpasbaar zijn (zoals tuincentra, bouwmarkten, etc.). Ad 3 Ten aanzien van de door u genoemde twee supermarkten in en bij het Fortunastadion het volgende. In 2005 is een overeenkomst gesloten met Afbouw Stadion BV. Deze overeenkomst voorziet in onder andere de komst van een supermarkt -XL en sportwinkels van minimaal 1000m2. Dit om invulling te geven aan de doorontwikkeling van de sportzone. Hier zijn immers naast het Fortunastadion, de atletiek- en hockeyaccommodaties en later het CIOS, de handbalhal bij het Fletcherhotel en het Tom Dumoulinbikepark gelegen. Beslispunt 6 van het raadsbesluit van 28 februari 2008 over de retailstructuurvisie voorzag al een supermarktontwikkeling nabij het Fortunastadion. Hierbij moest een keuze worden gemaakt tussen de zogenaamde slachthuislocatie, net ten oosten van de wijk Sanderbout, en de locatie bij het Fortunastadion. Gelet op de overeenkomst uit 2005 heeft dat uiteindelijk geleid tot de keus voor de locatie van het stadion. In bijbehorende raadsvoorstel staat dat het moet gaan om verplaatsers. Er zijn twee supermarkten bij het stadion gevestigd namelijk een Jumbo en een Aldi.

De Jumbo verplaatste vanuit de Bremstraat in Sanderbout en de Aldi verplaatste vanuit de Brugstraat in Sittard. Ook daarin is dus consistent beleid gevoerd. Voor de vestiging van een XL-supermarkt en de vestiging van sportwinkels is in 2011 een vergunning verleend op basis van die overeenkomst. In 2016 hebben wij besloten in en nabij het Fortunastadion twee verplaatsende supermarkten (full service en discounter) toe te staan in plaats van de XL-supermarkt. De supermarktenlocatie verving de beleidsmatig beoogde locatie tussen de wijken Sanderbout en Beekdal. Wij namen dit besluit in het kader van de Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016. De huidige supermarkten in en bij het stadion zijn op basis van dit beleid na het verlenen van omgevingsvergunningen gevestigd. De vergunning voor de XL-supermarkt is ingetrokken. Hieruit blijkt nogmaals dat, anders dan u mogelijk wilt suggereren, de gemeente consistent beleid heeft gevoerd. Dit wordt nog eens benadrukt door het volgende. Toen enkele jaren geleden Intersport Sittard aankondigde uit de binnenstad van Sittard te willen vertrekken en zich te willen vestigen op het Retailpark Sittard Geleen, heeft de gemeente dit tijdelijk toegestaan onder de voorwaarde dat Intersport zich dan zou vestigen in of nabij het stadion. E.e.a. conform het retailbeleid.

Toen na afloop van de termijn Intersport niet wilde verplaatsen naar de sportzone maar wilde blijven zitten op het Retailpark heeft de gemeente Intersport op het Retailpark gesloten na oplegging van een dwangsom. Ook hieruit blijkt dat de gemeente consistent beleid voert. U stelt dat op een aantal perifere locaties ook expliciet andere vormen van detailhandel gevestigd die niet volumineus te achten zijn. U onderbouwt het gestelde verder niet zodat daar niet op kan worden ingegaan. De conclusie is dat de gemeente consistent retailbeleid voert. Daar waar van dat beleid is afgeweken, is dat gebeurd met een uitgebreide motivering en ruimtelijk onderbouwt.

4

Ad 4 Onder 2 is reeds gemotiveerd waarom indeling naar branchering nodig is om de aangewezen winkelgebieden voor de consument aantrekkelijk te houden en leegstand op de aangewezen winkelgebieden (Retailpark Sittard Geleen en Handelscentrum Bergerweg) te voorkomen. Op pagina 5 van het besluit is onderbouwd: bedrijventerrein Krawinkel is niet aangewezen als PDV-locatie. Ook is er sprake van negatieve marktruimte. Het ongebreideld toestaan van andere dan volumineuze detailhandel zou dan leiden tot ongewenste effecten op de aangewezen PDV-locaties in de vorm van leegstand met gevolgen voor het woon- en ondernemersklimaat. Nadere motivering naar aanleiding van het advies van de commissie. Naar aanleiding van het advies van de commissie wordt het primaire besluit als volgt gemotiveerd. Wij hebben ons bij onze beslissing op bezwaar rekenschap gegeven van de Bouwstenenrapportage met bijlagen, het koopstromenonderzoek en het conceptdetailhandelsbeleid. Deze bijlagen zijn betrokken bij de beraadslaging. In het advies van de commissie bezwaarschriften, in de reactie op de bezwaargronden zoals hiervoor vermeld en in het verweerschrift is op de genoemde documenten uitvoerig ingegaan. Ook in het besluit in primo is naar de toets aan de Dienstenrichtlijn, de bouwstenenrapportage en het koopstromenonderzoek verwezen.

Ten tweede heeft de commissie gevraagd om het huidige en het toekomstige beleid (conceptbeleid) met elkaar te vergelijken. Dit omdat de onderbouwing waaruit blijkt dat het huidige beleid niet in strijd is met de Dienstenrichtlijn is gebaseerd op het nieuwe conceptbeleid. Wij hebben in 2008 in hoofdlijnen het volgende retailbeleid vastgesteld. Als perifere winkellocaties zijn de locaties Gardenz, met een profiel van Tuin, woninginrichting en Doe-het-zelf alsmede de locatie Nolenslaan (alleen voor Doe-hetzelf) aangewezen. Daarbuiten zijn op de overige perifere terreinen geen nieuwe detailhandelsvestigingen toegestaan. Bestaande legale detailhandel wordt gedoogd maar mag in beginsel niet worden uitgebreid. Nieuwe winkelvestigingen buiten de centrumgebieden worden niet toelaten. Bedrijventerrein Krawinkel is niet als perifere detailhandelslocatie aangewezen. In 2009 hebben wij besloten dat Gardenz de aangewezen perifere detailhandelslocatie is en blijft voor vestiging van perifere winkels in de branches tuin, doe-het-zelf en wonen. Bedrijventerrein Handelsterrein Bergerweg (HTB) en Industriepark Noord (IPN): zones aangewezen voor winkels in keukens, tegels , sanitair, zonwering, deuren, ramen en abc goederen (auto’s, boten, caravans en tenten). Binnen die zones is sprake van solitair gevestigde winkels van minimaal 1000m2 (doelgericht).

Huidige vestigingen in woninginrichting /meubelzaken op HTB en IPN mogen blijven. Geen nieuwe vestigingen wel 20% uitbreiding. Op HTB en IPN detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit van een bedrijf/groothandel met een maximum van 20% winkelvloeroppervlakte. Wederom is bedrijventerrein Krawinkel niet als perifere detailhandelslocatie aangewezen.

5

In 2017 is de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg vastgesteld. Hierin staat dat winkels niet thuishoren op bedrijventerreinen, behalve als het gaat om verkoop van goederen die zich bij uitstek leent voor vestiging op een bedrijventerrein, zoals grove bouwmaterialen. Bedrijventerrein Krawinkel is wederom niet als PDV-locatie genoemd (zie tabel 2 op pagina 23 van de SVREZL). Grootschalige winkelgebieden aan de rand van de steden (perifere en thematische clusters) blijven compact en bieden geen ruimte aan branches die bij uitstek in binnensteden thuishoren. Het uitgangspunt dat supermarkten binnen de hoofdwinkelstructuur op passende niveaus van de winkelhiërarchie gevestigd moeten worden, is leidend. Winkelcentra zijn ingedeeld in concentratie-, balans- en transitielocaties om deze in de toekomst vitaal te houden. Keuzes over winkelvoorzieningen vooral op subregionaal en lokaal niveau. Perifere thematische concentratie (bovenlokaal): Gardenz (thema huis en tuin) Sportzone Limburg (thema sport en leisure) Handelscentrum Bergerweg. Buiten de winkelhiërarchie is sprake van verspreide bewinkeling Winkels die niet in de voorgenoemde hoofdwinkelstructuur liggen, vormen de verspreide bewinkeling. Er zal altijd draagvlak zijn voor enige verspreide bewinkeling, maar deze zal in omvang moeten afnemen.

Nu ligt het aandeel verspreide bewinkeling op circa 25-30% van de totale omvang van de winkelvoorraad. Het toekomstperspectief van (een groot deel van) verspreid gelegen winkels is matig tot slecht en deze verspreide bewinkeling kan risico opleveren voor de hoofdstructuur. Op pagina 6 van het concept van het Subregionaal detailhandelsbeleid Westelijke Mijnstreek (versie oktober 2022) (hierna: SdWM) staat: ”met voorliggend subregionaal detailhandelsbeleid wordt aangesloten bij en verdere invulling gegeven aan het provinciale beleid en de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid Limburg.” In het SdWM is Bedrijventerrein Krawinkel niet genoemd. Handelscentrum Bergerweg (voorheen Handelsterrein Bergerweg) is aangemerkt als bovenlokaal PDV-cluster, net als Retailpark Sittard-Geleen (voorheen Gardenz). Op pagina 15 staan de ambities van het “nieuwe” beleid. De eerste twee ambities zijn: 1. een aantrekkelijke en duidelijke detailhandelsstructuur voor de consument met complementaire, op elkaar afgestemde centrumgebieden. Winkelgebieden vullen elkaar vanuit hun eigen kracht aan en hebben elk een duidelijk profiel/thema. Er is een duidelijk onderscheid tussen dagelijkse centra (gericht op dagelijkse boodschappen), recreatieve winkelgebieden (voor niet dagelijks aanbod, recreatief winkelen en verblijf) en thematische perifere clusters (voor alles in en om huis en mobiliteit). 2.

Inzetten op compactere winkelgebieden en zo veel mogelijk clusteren van het detailhandelsaanbod (en andere publieksvoorzieningen). Dit helpt leegstand tegengaan, zorgt voor meer bezoekredenen, meer trekkracht en biedt ruimte voor transformatie aan de randen naar andere functies (zoals wonen). Nieuwe ontwikkelingen worden alleen toegestaan mits deze vallen binnen één van de winkelgebieden. Ontwikkelingen op solitaire locaties worden zo veel mogelijk voorkomen. In de uitgangspunten (p.17) staat dat Sittard-centrum het subregionale recreatieve hoofdcentrum is. Er staat dat grootschalige winkelformules in de branches mode, schoeisel, luxe artikelen en vrijetijd zich hier dienen te vestigen. Ook de voorzieningen in buurten en wijken moeten op peil worden gehouden. Op pagina 23 staat voor de perifere locaties dat op de aangewezen perifere locaties waar ABC-branches zijn toegestaan, dus niet bedrijventerrein Krawinkel, dit wordt uitgebreid met fietsen en scooters. De brancheverruiming geldt niet op overige locaties 6

waar ABC-branches zijn toegestaan. “Voor Sittard-Geleen betekent dit dat deze brancheverruiming bijvoorbeeld voor Detailhandelszone Handelscentrum Bergerweg geldt en niet voor bedrijventerrein Krawinkel.” Samenvattend is het concept-retailbeleid gericht op het voorkomen van leegstand in de beide centra van Sittard en Geleen. Het behoud van een wijk- en buurtwinkelspreiding blijft van belang. De aangewezen perifere detailhandelslocaties zijn thematisch. Ook het huidige beleid gaat, zover het gaat over PDV-locaties, uit van thematische branchering van detailhandel. Bedrijventerrein Krawinkel is, net als voorheen niet als PDV-locatie aangewezen. Dat betekent dat de onderbouwing om aan te tonen dat het nieuwe retailbeleid in overeenstemming is met de Dienstenrichtlijn ook geldt voor het bestaande retailbeleid en de daarop gebaseerde planregels. Ten derde heeft de commissie ons geadviseerd om in te gaan op de door u genoemde locaties waaruit zou blijken dat er geen consequent en consistent beleid wordt gevoerd. Hiervoor wordt verwezen naar de reactie op de bezwaren vermeld op pagina 6 onder nummer 4. Hier is uitvoerig ingegaan op de door u genoemde voorbeelden. Ten overvloede wijzen wij op twee handhavingskwesties die zich hebben voorgedaan namelijk de sluiting van een supermarkt aan de Rijksweg Zuid in Sittard en de sluiting van een Intersport op het Retailpark Sittard-Geleen.

Uit dit alles blijkt dat wij consequent en consistent beleid voeren. Ten slotte heeft de commissie ons in overweging gegeven de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 december 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2863) te betrekken. Dit vanwege uw stelling dat u een analyse mist over de causale relatie tussen de leegstand in de centra en de perifere branchering. Wordt met andere woorden de leegstand in het winkelcentrum tegengegaan door de opgelegde brancheringsbeperkingen? In rechtsoverweging 6.2.2. staat dat de Afdeling vooropstelt dat volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie een maatregel al voor de evenredigheidstoets slaagt indien hij kan bijdragen aan de verwezenlijking van de nagestreefde doelstelling en dat deze niet noodzakelijkerwijs zelfstandig deze doelstelling hoeft te verwezenlijken. De planregel, i.c. de brancheringsregel, moet dus een bijdrage leveren aan het beoogde doel, namelijk het tegengaan van leegstand in de beide centra en de aangewezen PDVlocatie Retailpark Sittard-Geleen en de daar toegelaten branches.

“Dit betekent dat de raad niet door middel van een analyse met specifieke gegevens aannemelijk hoeft te maken dat de weigering om voor [appellante] en Woonplein Hoogezand op het Winkelpark een planologische mogelijkheid voor de vestiging van meer vormen van detailhandel op te nemen op zichzelf tot een gunstig leefklimaat en het voorkomen van leegstand in de centrumgebieden leidt. De raad hoeft ook niet door middel van een analyse met specifieke gegevens aannemelijk te maken dat het alsnog opnemen van deze planologische mogelijkheid op zichzelf tot een ongunstig leefklimaat en leegstand in de centrumgebieden leidt. Wel moet aannemelijk worden dat de weigering om voor [appellante] en Woonplein Hoogezand die planologische mogelijkheid op te nemen, een zinvolle bijdrage levert aan het bereiken van de nagestreefde doelen. Dat wil zeggen dat er een voldoende verband moet zijn tussen het onderdeel en het hele pakket aan maatregelen. De Afdeling verwijst naar de uitspraak van 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4195, onder 13.12. [appellante] en Woonplein Hoogezand hebben tijdens de zitting betoogd dat de Afdeling het hierboven genoemde oordeel niet kan baseren op punt 49 van het arrest Deutscher Naturschutzring, omdat de verhouding tot 7

het recht van de Unie in die zaak als het ware omgekeerd is ten opzichte van deze zaak. Dat punt 49 maakt duidelijk dat het daar gaat om een algemene regel die volgens vaste rechtspraak geldt. Anders dan zij menen staat hier dus juist niet een oordeel dat van die specifieke situatie afhangt. Het is daarmee duidelijk dat geen ruimte bestaat voor hun lezing van dit deel van het arrest.” Wij moeten, gelezen de uitspraak, dus aannemelijk maken dat de regeling een zinvolle bijdrage levert aan de nagestreefde doelen. Het nagestreefde doel is het voorkomen van winkelleegstand in de centra en op de aangewezen PDV-locatie. In reactie op het bezwaar onder 2 en 3 (pagina 5 van dit besluit) onder meer dat als deze indeling naar branchering voor de perifere locaties (Retailpark Sittard Geleen en Handelscentrum Bergerweg) wordt losgelaten, onduidelijk geprofileerde concentraties zonder cumulatieve attractie ontstaan, waardoor de vitaliteit van deze winkelgebieden afneemt en de kans op leegstand groter wordt. Voor de beide grotere centra Geleen en Sittard geldt hetzelfde. Sinds 2009 is de leegstand met ca. 34 % in de beide centra is toegenomen. De winkelleegstand staat dus zwaar onder druk. Voorts blijkt uit het koopstromenonderzoek dat de bovenregionale verzorgingsfunctie van Sittard-centrum onder druk staat.

Met de branchebeperkende regels wordt namelijk voorkomen dat nieuwe winkels zich buiten de beide centra en de aangewezen PDV-locatie kunnen vestigen. Beroep instellen Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u hiertegen op grond van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht beroep instellen. Dit doet u door binnen zes weken na de dag na de datum van bekendmaking – dat is de dag na de datum van verzending – een gemotiveerd beroepschrift te sturen aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Rechtbank Limburg, Postbus 950, 6040 AZ Roermond. U kunt ook digitaal beroep instellen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet U wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden. U dient ervoor te zorgen dat het beroepschrift is ondertekend en ten minste bevat: - de datum; - naam en adres van degene die beroep instelt; - een omschrijving van de beslissing waartegen het beroepschrift is gericht; - de redenen waarom u het niet eens bent met de beslissing. Ook dient u zo mogelijk een afschrift van de bestreden beslissing mee te sturen. Voorts is van belang dat het instellen van beroep de werking van het besluit niet schorst.

Indien u beroep heeft ingesteld en een spoedeisend belang heeft dan kunt u bij de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag, een verzoek om voorlopige voorziening indienen. Een verzoek om voorlopige voorziening kunt u ook digitaal indienen op dezelfde wijze als hierboven is aangegeven. Voor het in behandeling nemen van een verzoek om voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd. Nadere informatie hierover kunt u verkrijgen via de griffie van de Rechtbank Limburg.

8

Met vriendelijke groet, De griffier,

De voorzitter,

mr. N.A.P.G. Bisschoff

mr. J.Th.C.M. Verheijen

Bijlage: - Advies commissie bezwaarschriften

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=d45d4d33-6f41-4318-8c42-02014919c727