CConstaterende datsint-michielsgestel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Bijlagen bij toelichting

Gemeenteraad 6 juni 2024, gemeente sint-michielsgestelBij agendapunt: 4. Raadsvoorstel Vaststelling bp Halderse Akkers 517.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Landschappelijk inrichtingsplan met Beeldkwaliteit Halderse Akkers 5 | Sint Michielsgestel | Ackermans

Beeldkwaliteitsplan locatie Halderse Akkers 5, Sint Michielsgestel | Gemeente Sint Michielsgestel opdrachtgever: Fam. Ackermans datum: juni 2023 documentnaam: 2112_BKP_R001 contactpersoon: José Vorstermans jose@verhoevenderuijter.nl

verhoeven de ruijter ideeën voor stad en land hoogstraat 301 5654 nb eindhoven www.verhoevenderuijter.nl

2

pauwert architectuur dit is denkkracht Jeroen Boschlaan 1 5642 AP Eindhoven www.pauwert.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Initiatief 1.2 Doel en status rapport 1.3 Procedure bouwplanbegeleiding

4 4 4 4

2

Gebiedskarakteristiek 2.1 Historische ontwikkeling van het gebied 2.2 Huidige verschijningsvorm van het perceel

6 6 8

3

Uitgangspunten ontwikkeling

12

4. Plantoelichting 4.1 Hoofdopzet erf 4.2 Stedenbouwkundig concept 4.3 Versterken landschappelijke structuur

14 14 16 17

5.

Beeldkwaliteit 5.1 Gebouwen 5.2 Materialisering 5.3 Landschappelijke inpassing

18 18 22 24

6.

Beplantingsvoorschriften en beheersvoorschriften

26

3

1 Inleiding 1.1

Het initiatief

Aan de Halderse Akkers 5 te Sint-Michielsgestel is een autoschade en herstelbedrijf gesitueerd. Deze is gelegen in het buitengebied, ten westen van de kern. De initiatiefnemer is voornemens het garagebedrijf op een locatie elders voort te zetten waar uitbreiding van het huidige bedrijf mogelijk is en het erf om te vormen tot een woonerf. Het woonerf bestaat uit een drietal vrijstaande woningen die onder de Ruimte voor Ruimte-regeling worden ontwikkeld. De huidige bebouwing, inclusief de bedrijfswoning, wordt gesanneerd. De gebiedsvisie Theereheide (2021) stelt dat dit mogelijk is als onderdeel van het gebied als bebouwingslocatie, mits dat vanuit de bijzondere bewoningsgeschiedenis van het gebied te onderbouwen is.

1.2 Doel en status rapport Het betreffende erf ligt in een landschappelijk waardevol gebied en met de transformatie van het erf ligt er een kans om een landschappelijke kwaliteitsslag te maken. Deze voorwaarde volgt ook uit de gebiedsvisie Theereheide (2020). Deze notitie beschrijft dan ook de beoogde samenhangende ruimtelijke kwaliteit van het toekomstige woonerf. Zowel landschappelijke, stedenbouwkundig als architectonisch. Daarbij is er een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk om de ontwikkeling mogelijk te maken. Dit document vormt een bijlage bij het bestemmingsplan en bestaat uit: • landschappelijke en stedenbouwkundige uitgangspunten; • een plantoelichting; • beeldkwaliteit architectuur (een uitwerking op de welstandsnota); • beeldkwaliteit van de openbare ruimte en het groen.

4

Dit document vormt samen met het bestemmingsplan en de welstandsnota (2013) van de Gemeente Sint-Michielsgestel het kader voor de ontwikkeling van de locatie.

1.3 Procedure bouwplanbegeleiding De gemeente Sint-Michielsgestel heeft een welstandscommissie aangesteld om bouwplannen te begeleiden. Deze hebben de taak om individuele bouwplannen te toetsen in relatie tot het grotere geheel. Het heeft de voorkeur dat de commissie niet enkel achteraf toetst, maar vanaf de ontwikkeling van het bouwplan actief betrokken wordt om te komen tot een gedragen en samenhangend erfensemble. Daarbij gaat het erom zowel het bewonersbelang als het algemene kwaliteitsbelang te dienen. Een eventuele afwijking van het beeldkwaliteitsplan dient te leiden tot een gelijkwaardig of beter resultaat.

d dpa Zan rs ke

k eA

s er

ld Ha

e

id rehe

e The

Ligging tussen beekdal (westelijk) en de dorpskern (oostelijk)

Uitsnede luchtfoto met plangrens

5

2 Gebiedskarakteristiek 2.1 Historische ontwikkeling van het gebied Ontwikkeling van het gebied Het plangebied is gelegen aan de Halderse akkers, op de oude bouwgronden van het kampenlandschap nabij het beekdal van de Essche Stroom. De locatie ligt op een plek die van oudsher al hoger gelegen in het landschap ligt. Op de geomorfologische kaart is zichtbaar dat de planlocatie op de dekzandwelvingen ligt, op de overgang naar het lager gelegen beekdal in het westen. Het gebied is van oudsher al afwisselend in hoogte, maar het omliggend gebied is door vergraving en ophoging nog verder gedifferentieerd. De landschappelijke overgang tussen het kampenlandschap en het beekdal is duidelijk zichtbaar in het landschap ten westen van de planlocatie. In de lager gelegen akkers zijn delen van de historische keerdijk nog zichtbaar.

Beekdal bodem

Beekoverstromingsvlakte

Geomorfologische kaart

De Halderse akkers is van oudsher een agrarische weg over de oude bouwlanden, omgeven door onregelmatige velden en akkers, omzoomd met houtwallen, bomenrijen en bosjes. In dit kleinschalige landschap zijn diverse erven ontstaan, waarvan de meeste aan de landwegen gelegen zijn.

Hoogte kaart

6

Dekzandwelvingen

Ontwikkeling van het plangebied op hoger gelegen grond Het plangebied ligt tussen de samenkomst van de landwegen Halderse Akkers en Theereheide op de oude akkercomplexen. Hoewel de wegenstructuur in de historische kaarten al herkenbaar is, was er op deze plek lange tijd geen bebouwing gevestigd. Wel lag er een erf aan de noordkant van de Halderse Akkers. In de jaren ‘60 is de Halderse Akkers verlegd. In dezelfde periode is het erf aan de noordzijde verdwenen en verplaatst naar het huidige perceel ten zuiden van de weg. Door deze verplaatsing is de planlocatie niet geheel authentiek, maar zoals in samenhang op de hoogtekaart en historische kaart van 1900 te zien, past zij bij de historische erfontwikkeling in het gebied; op hoger en droger gelegen plekken in het beekdallandschap van de Essche stroom. Om die reden is bebouwing van de plek, als onderdeel van de bebouwingsconcentratie gerechtvaardigd.

Situatie rond 1900

Zicht vanuit de weg Halderse Akkers op het plangebied, ook in de huidige situatie is het oorspronkelijke landschapsbeeld nog zichtbaar: • het hogere kampenlandschap met de Halderse Akkers begeleidt door laanbeplanting; • rechts de lager gelegen akkers met relicten van de oude Keerdijk en zicht op het open beekdal.

7

2.2

Huidige verschijningsvorm van het perceel

De huidige bebouwing ligt geconcentreerd aan de noordzijde op het perceel en wordt ontsloten vanuit de Halderse Akkers. De zuidzijde, met de tuin en kleine weide, wordt begrensd door een waterloop. Het woonhuis heeft een dubbele oriëntatie, zowel aan de Theereheide als de Halderse akkers. Het perceel is omgeven door een volwassen, gevarieerde landschappelijke aanplant: • de wegbepanting aan de noordzijde; • boomsingels rondom de huidige tuin. Met name langs de waterloop is een robuuste houtsingel aanwezig; • brede geschoren hagen. Alleen de kop van het bedrijf, aan de noord-oostkant is goed zichtbaar.

0m

25m

Ligging plangebied op de luchtfoto met kadastrale lijnen Projectnaam Onderdeel

8

Datum Opdrachtgever In samenwerking met Schaal Formaat Projectnummer

01-01-2019 xx xx 1:500 A4 1900

Hoogstraat 301 5645 NB Eindhoven +31 (0)40 293 95 90 www.verhoevenderuijter.nl

N

Wegbeplanting haalt de bebouwing uit het zicht

Zicht vanuit Halderse Akkers op plangebied

Wegbeplanting van volwassen eiken

Woning georiënteerd aan de smalle weg Theereheide

Stenig voorterrein

De weg Halderse Akkers ligt verhoogd in het landschap

Vooraanzicht van het bedrijfserf is relatief stenig. Halderse Akkers, ontsluiting van het buitengebied, wordt begeleidt door laanbeplanting. Ter hoogte van het plangebied wordt het smalle pad van Theereheide omzoomd door bomen op naastgelegen percelen.

9

Inpassing huidig perceel (westzijde)

Inpassing onderbroken door hekwerk Halderse akkers

Aan westzijde wordt de inpassing enkele meters onderbroken door een hekwerk

Tuin heeft een rommelige indruk (herfstbeeld)

Inpassing huidig perceel (oostzijde)

Zicht over akker

Brede geschoren haag Smal profiel Theereheide

Theereheide

Perceel wordt omgeven door volwassen landschappelijke beplanting en brede hagen.

10

Inpassing ter hoogte van de woning

Afwisselend beeld van landschapselementen en erven

Zicht vanuit dorpsrand over akkers op plangebied

Bedrijfsbebouwing is zichtbaar onder opgaand groen

Bebouwing van naastgelegen erf wordt aan het zicht onttrokken

Zicht vanuit beekdal op het plangebied (herfstbeeld)

11

3 Uitgangspunten ontwikkeling Gebiedsvisie buitengebied Theereheide Bijdrage transformatie aan de gebiedsdoelen In de in 2020 vastgestelde gebiedsvisie is het plangebied gelegen in zone ‘De Halderse Akkers (oude bouwlanden en kampen)’. Het perceel is daarin aangeduid als ‘bedrijvigheid die niet meer passend is in het kleinschalige agrarische gebied’ en tevens als ‘zoekgebied Ruimte voor Ruimte’ bij bedrijfsbeëindiging/verplaatsing. Hierbij zijn maximaal 3 woningen per erf toegestaan. In de gebiedsvisie zijn in hoofdstuk 7, paragraaf 7.2 en 7.3 een aantal voorwaarden opgesteld om de transformatie van een bedrijfserf naar woonerf van kaders te voorzien. De gebiedsambities uit de gebiedsvisie buitengebied Theereheide opgesteld stellen dat: • het cultuurhistorische en kleinschalige landschappelijke karakter van het gebied wordt gekoesterd en versterkt; • de waarde van het gebied als uitloopgebied voor het dorp wordt versterkt; • de natuurwaarden en biodiversiteit worden vergroot. De sanering van het garagebedrijf draagt bij aan deze doelen door: • de forse ontstening; • verkleinen visuele impact op het landschap; • vermindering logistiek verkeer op smalle wegen.

12

Randvoorwaarden gebiedsvisie: De nieuwe woonontwikkeling dient te voldoen doen aan een aantal voorwaarden en dient de algehele landschappelijke kwaliteit de versterken. Bebouwing: • erf met maximaal drie woningen in een landelijke setting; • woningen vormen samen met de erfbeplanting 1 samenhangend ensemble, passend bij de andere ‘vergrootte erven’ in het gebied, • zo mogelijk wordt het erf enkel ontsloten middels 1 inrit; • woningen met 1 laag en kap, landelijke uitstraling en traditionele kleuren; • standaard max. 800m3 + 60m2 bijgebouwen (afwijking enkel mits goed onderbouwd, zie paragraaf 4.2.) Landschap: De gebiedsvisie beschrijft tevens dat iedere ontwikkeling in het gebied gepaard dient te gaan met een landschappelijke kwaliteitsverbetering. Voor het plangebied geldt daartoe: • landschapsversterking door middel van een robuuste en passende gebiedseigen erfbeplanting waarbij de voorzijde duidelijk representatiever is en de zijkanten meer landschappelijk; • behoud van de landschappelijke doorzichten ten zuiden van het bebouwde erf; • bij de plaatsing van bomenrijen of houtwallen waar mogelijk aansluiten bij bestaande landschappelijke structuren.

rs Hald erse

eide

akke

ereh

The

Uitsnede visiekaart Gebiedsvisie buitengebied Theereheide (2020)

13

4 Plantoelichting 4.1 Hoofdopzet erf Het voorstel voor erfontwikkeling ligt in de traditie van de bestaande erven van de Halderse akkers, bestaande uit meerdere wooneenheden op 1 erf.

bijgebouwen en woning vormen 1 volume

Het doel is om 1 samenhangend erfbeeld te laten ontstaan, waarbij de drie nieuwe hoofdvolumes gegroepeerd staan rondom het erf en samen één ingetogen architectuurbeeld vormen, passend bij het landelijke karakter van het gebied.

schuurwoningen aan gemeenschappelijk vloer

Daarvoor dienen de drie woningen onder 1 architectuur te worden ontworpen, waarbij er onderscheid mag zijn tussen een hoofdwoning; archtype ‘langgevelboerderij’ aan de wegzijde en twee archetype ‘schuurwoning’ op het erf. Deze archetypes worden nader toegelicht in hoofdstuk 5 ‘beeldkwaliteit’. Om de ruimtelijke samenhang van het geheel

erf met ruimte voor gras en erfbomen

te versterken, worden de bijgebouwen opgenomen als integraal onderdeel van het hoofdvolume. De woningen dienen in samenhang ontworpen te worden en vormen samen een ‘architectuur-familie’: een ruimtelijk en samenhangend architectonisch geheel, met een op elkaar afgestemd kleuren- en materialenpallet. Het is daarmee uitgesloten dat iedere kavel een eigen architectuur en uitstraling krijgt. landschappelijke inpassing met

Het geheel wordt landschappelijk ingebed met erfbeplanting. De al aanwezige beplanting biedt daarvoor de basis. Op cruciale plekken wordt er een aanvullende gebiedseigen beplanting voorgesteld, zoals het vogelbosje (met vogel- en insectminnende beplantingen) in het westen, zodat het erf nog meer wordt opgenomen in het landschap. Bovendien wordt daarmee een bijdrage gedaan aan de biodiversiteit van het gebied.

14

gebiedseigen erfbeplanting

nieuwe boom op markante plek

beeldbepalende langgevelboerderij in de oksel van Halderse Akkers en Theereheide 760m2

doorsteek voor langzaamverkeer toegang voor auto’s volumes liggen aan een gemeenschappelijke vloer schuurwoningen achter op het erf

981m2 752m2

doorkijkje vanuit erf naar het landschap vogelbosje

Inrichtingsschets 1:1000

15

4.2 Stedenbouwkundig concept De drie hoofdvolumes bieden mogelijkheden voor flexibel gebruik De driehoekige vorm beperkt de mogelijkheden voor een vrije ontwikkeling van hoofdgebouw en bijgebouwen. Door de bijgebouwen te combineren met de hoofdwoning (samenvoeging van 800m3 + 60m2 bijgebouw) wordt de hoeveelheid aan verschillende bouwvormen beperkt. In het volume is er zodoende ruimte voor verschillende vormen van gebruik, bijvoorbeeld carport, berging of atelierruimte. Archetype langgevelboerderij en schuurvolume Het ontwikkelvoorstel bestaat uit een erfensemble met een hoofdvolume (langgevelboerderij) en 2 nevenvolumes (schuurwoningen). Het archetype langgevelboerderij kenmerkt zich door een lage goot- en nokhoogte en een lengte/breedte verhouding van minimaal 2:1 en staat kort op de weg waarbij de weg parallel aan de weg ligt. Het archetype schuurvolume kenmerkt zich door een lage goot- en nokhoogte en een lengte/breedte verhouding van minimaal 2:1 en liggen in de 2e lijn aan het erf haaks op de hoofdwoning. Ontsluiting via erf constructie Het erf wordt ontsloten vanuit de weg Theereheide. De toegang vanuit de Theereheide zal functioneren als inrit voor auto-, fiets- en wandelverkeer. Erfinrichting Het erf vormt een centrale ruimte, ‘gemeenschappelijke vloer’, waar de

16

Legenda parkeren en ontsluiting ontsluiting erf 6x bewonersparkeren 3x bezoekersparkeren

schuurwoningen aan liggen gesitueerd. De verharding op het binnenerf loopt van gevel tot gevel, dit versterkt de samenhang tussen de verschillende volumes. Het verharde erfdeel is informeel van opzet en biedt ruimte aan een velerlei gebruik. Het bezoekersparkeren krijgt hier ook een plaats. De langgevelboerderij maakt onderdeel uit van het erfensemble maar heeft een representatieve voorzijde en entree aan de Theereheide en Halderse Akkers. De langgevelboerderij vormt ook de begeleiding tot de toegang naar het het erf. Parkeren wordt voornamelijk opgenomen in de bouwvolumes zodat auto’s het erf niet domineren.

4.3 Versterken landschappelijke structuur 4.

Versterken landschapsstructuren Uitgangspunt van de landschappelijke inpassing is het behoud van de bestaande waardevolle groenstructuren op en rondom het erf. De fraaie eiken aan de Halderse Akkers maken onderdeel uit van de laanstructuur en vormen een goede inpassing richting het omliggende landschap. De bestaande houtsingels aan de zuidzijde zijn eveneens landschappelijk fraai en van goede kwaliteit. Deze kunnen eveneens behouden blijven en waar nodig aangevuld worden. Hagen op de erfgrens aan de Halderse Akkers en de Theereheide passen goed in het landschapsbeeld en blijven behouden en waar nodig aangevuld. Ze vormen een goede inpassing richting het omliggende landschap. Een nieuw vogelbosje (met vogel- en insectminnende beplantingen) in de zuidelijke punt aan de Halderse Akkers zorgt ervoor dat het erf nog meer wordt opgenomen in het landschap. Naast het vogelbosje wordt er op cruciale plekken aanvullende gebiedseigen beplanting voorgesteld, zoals landschapsbomen in de tuinen, op het erf en op de markante plek in de oksel van de Halderse Akkers en Theereheide. Bovendien wordt daarmee een bijdrage gedaan aan de biodiversiteit van het gebied.

1d

4. 1c

1a

4.

1d 1c

4. 2.

1b

1d 3.

1b

Versterken landschapsstructuur

1.

Behoud van de bestaande waardevolle groenstructuren op en rondom het erf; eiken aan Halderse Akkers (1a), houtsingel (1b), hagen (1c) en landschapsbomen (1d)

2. Vogelbosje (met vogel- en insectminnende beplanting); 3. Open houden zuidelijke erfgrens voor zicht op omsloten akker: geen onderbeplanting onder bestaande houtsingel;

4. Toevoegen landschapsbomen.

17

5 Beeldkwaliteit Het doel is om 1 samenhangend erfbeeld te laten ontstaan, waarbij de drie hoofdvolumes gegroepeerd staan rondom het erf en samen één architectuurbeeld vormen, passend bij het landelijke karakter van het gebied. Daarvoor dienen de drie woningen onder 1 architectuur te worden ontworpen, waarbij er onderscheid mag zijn tussen 1 hoofdwoningen: archtype ‘langgevelboerderij’ aan de wegzijde en twee archetype ‘schuurwoning’ op het erf. De woningen dienen in samenhang ontworpen te worden en vormen samen een ‘architectuur-familie’: een ruimtelijk en samenhangend architectonisch geheel, met een op elkaar afgestemd kleuren- en materialenpallet. Het is daarmee uitgesloten dat iedere kavel een eigen architectuur en uitstraling krijgt.

Architectuur De massa is gebaseerd op het archetype ‘langgevelboerderij’ zoals terug te vinden in de omgeving. De verhouding van dakvlak tot gevel en kopgevel tot langgevel is hierin bepalend. a

min. 2a

800 m3 60 m2

Dakvorm De woning heeft een zadeldak, in relatie met de omgeving zijn wolfseinden mogelijk. De noklijn van het hoofdvolume ligt altijd in de lengterichting van het volume. Dakkapellen en dakramen zijn ondergeschikt aan het dakvlak.

wolfseind

5.1 Gebouwen Archetype langgevelboerderij Het hoofdvolume van het erf, de langgevelboerderij, heeft een landelijke uitstraling met traditionele kleuren en wordt gebouwd naar de klassieke verhoudingen. Gezien de ligging in het waardevolle buitengebied van SintMichielsgestel is het van belang dat wordt gekeken naar voorbeelden uit de omgeving met betrekking tot de verhoudingen, het kleurenpallet, materiaalgebruik en textuur. Daarnaast vormen de nieuwe langgevelboerderij en schuurwoningen tezamen een ‘familie’: een ruimtelijk en samenhangend geheel.

18

Volume De totale inhoud van de woning bestaat uit max. 800m3 woonvolume met 60 m² oppervlak voor bijgebouwen. Het woonvolume en oppervlak bijgebouwen wordt samengevoegd in één bouwvolume.

‘stal’ woonhuis

Materiaalgebruik De materialisering van het gebouw is gebaseerd op voorbeelden van langgevelboerderijen uit de omgeving. Het dak is gedekt met keramische pannen en/of riet. Glimmende pannen zijn uitgesloten. Gevels van het ‘woongedeelte’ worden uitgevoerd in baksteen. Het ‘stalgedeelte’ kan worden geaccentueerd met een verspringing in de massa, waarbij een houten gevelbekleding wordt toegepast. Oriëntatie Gevelindeling en verhouding van openingen is gelijk aan langgevelboerderijen in de omgeving. De hoofdentree van de woning ligt hierbij altijd in het woonhuis en aan de straat.

Inspiratie van omgeving: langgevel aan de weg, met (schuur-)woning op achtererf

Gevelindeling en materiaalgebruik baksteen - hout

Kleurenpallet baksteen | aarde tinten

Voorbeeld materialisatie gevels en daken Pannen ter plaatse van het woonhuis 19

Archetype schuurvolume De overige 2 woningen, ‘schuurwoningen’, op het achtererf zijn een eigentijdse vertaling van het archetype schuur. De achitectuur van de woonvolumes is stoer, ingetogen en functioneel. De gevels aan het erf zijn meer gesloten en naar het landschap meer open. De schuurvolumes mogen onderscheidend zijn van elkaar door bijvoorbeeld het wel of niet toepassen van een overstek, variatie in sparingen in het volume of andere accenten in het materiaalgebruik maar vormen duidelijk een ruimtelijke samenhang. Gezien de ligging in het waardevolle buitengebied van SintMichielsgestel is het van belang dat voor de hedendaagse vertaling wordt gekeken naar voorbeelden uit de omgeving met betrekking tot het kleurenpallet, materiaalgebruik en textuur. Daarnaast vormen de nieuwe langgevelboerderij en schuurwoningen tezamen een ‘familie’: een ruimtelijk en samenhangend geheel.

max. 3 m

800 m3 60 m2

Architectuur De massa van de schuurwoning is gebaseerd op het archetype ‘schuur’. Hierbij is het dakvlak in relatie tot het onderliggende volume beeldbepalend. De woning wordt altijd vanuit de massa en het grote dakvlak benaderd. Daarom is de hoogte van de dakgoot maximaal 3m1. Volume Het woonvolume en oppervlak bijgebouwen wordt samengevoegd in één bouwvolume. De totale inhoud bestaat uit max. 800m3 met 60m² bijgebouwen. Snedes in het volume Uitsparingen en snedes zijn mogelijk, mits de hoofdvorm in stand wordt gehouden. Dakkapellen zijn ondergeschikt aan het dak en voorzien van een hellend dakvlak. Het dakvlak ligt altijd onder de nok van het hoofdvolume.

parkeren in het volume

Dakvorm Het dakvlak is beeldbepalend. De noklijn van het volume ligt altijd in de lengterichting van het volume. Dakramen zijn ondergeschikt aan het dakvlak. Een overstek is mogelijk. Materiaalgebruik De materialisering is ondersteunend aan de massa en zijn voorkomen. Het zijn natuurlijke materialen die mooi verouderen. De dakbedekking is van keramische dakpannen. Oriëntatie De hoofdentree van de woning ligt altijd aan het erf.

20

Schuurwoning als massa

Insnede in massa | parkeren in het volume

Materialisering ondergeschikt aan het volume

Volume voorzien van dakoverstek

Natuurinclusieve gevels met klimplanten en/of nestgelegenheden

Dakoverstek - dakramen ondergeschikt aan het volume

21

5.2 Materialisering Het centrale erf is de gezamenlijke centrale ruimte waar de woningen aan zijn gesitueerd. Kenmerkend voor het erf is dat de verharding van gevel tot gevel loopt, de inrichting sober is en natuurlijke streekeigen materialen worden toegepast. Van belang is dat de inrichting enerzijds past bij de verwijzing naar het boerenerf (en daarmee geen standaard woonhof wordt) en anderzijds een prettige leefomgeving vormt. Hiervoor zijn de volgende ingrediënten: Gezamenlijke vloer De basis van het erf bestaat uit gebakken klinkers. De basis is een natuurlijke tint, in het spectrum van een zandkleur tot bruin-rood genuanceerd, aansluitend bij de gevelmaterialen. Plint Waar de gevels direct aan het gezamenlijke erf staan wordt de overgang van privé naar erf subtiel geduid met een lage haag of refererend naar het ‘Brabants stoepje’, een strook van ca. 1 m breed, uitgevoerd in gebakken klinker in natuurlijke tint in halfsteensverband. Rondom de boom Rondom de boom wordt gras toegepast. Toegangsweg erf De toegangsweg kan in een onderscheidend materiaal worden uitgevoerd, bijvoorbeeld in gebakken klinkers of hergebruikte materialen.

22

Door het bandenspoor te verharden en de binnenzijde en buitenzijde in gras of halfverharding uit te voeren ontstaat er een fraai ‘karrenspoor’. Parkeren op het erf De parkeerplekken op het erf t.b.v. (bezoekers)parkeren worden met een halfverharding uitgevoerd in grijs of zandkleur.

Verhard erf in klinkers

Volumes aan de verharde buitenruimte

Toegang erf mogelijk met groene middenberm

Gras rondom boom op het erf

23

6 Landschappelijke inpassing 6.1 beschrijving landschappelijke inpassing Rondom het erf zijn al forse groenstructuren aanwezig.: aan de Halderse Akkers een eikenrij, aan de Theereheide enkele solitaire bomen die bijdrage aan het groene straatbeeld en aan de zuidzijde van het plangebied een houtsingel. Bovenstaande structuren worden aangevuld met gebiedseigen beplantingen: in het zuiden een vogelbosje (met vogel- en insectminnende beplantingen) en op het erf en in de oksel van de Halderse Akkers / Theereheide worden enkele solitaire landschapsbomen toegevoegd in de kruidenrijk gras. Ook in de tuinen komen enkele bomen. De bomen bestaan uit gebiedseigen boomsoorten, bijvoorbeeld Zomerlinde, Tamme kastanje of Walnoot. Erfafscheiding landschapszijde: Aan de zuidzijde is een houtsingel reeds aanwezig. Deze bomen blijven behouden en indien nodig aangevuld met landschapsbomen (bijv. Ruwe berk, Eik). De kavels aan zuidzijde hebben een vrij uitzicht onder de bomen door naar het omliggende landschap. Indien wenselijk is een erfafscheiding in de vorm van een schapenhek denkbaar. De erfgrens grenzend aan het vogelbosje krijgt een takkenril. Deze erfafscheiding van snoeiafval zorgt voor nestgelegenheden voor diverse diersoorten.

24

groeninrichting erf Aan het collectieve erf staan de woonschuren en de langgevelboerderij direct aan het erf met een brabantse stoep óf met een ondiepe groene voorruimte afgezoomd met geschoren haag. De hagen zijn niet hoger dan 80 cm en bestaan uit beuk, haagbeuk of liguster. De achtertuin van de langgevelboerderij grenzend aan het erf krijgt een haag niet hoger dan 180 cm en bestaat uit beuk, haagbeuk of liguster. Schapenhekjes/poortjes bieden toegang tot de tuinen. Tussen de kavels is een opening gehouden zodat er ruimte is voor een informele doorsteek naar de Halderse Akkers en zicht vanuit het erf op het omliggende landschap. Erfafscheiding zijdelingse perceelgrens Bestaande hagen blijven behouden en worden indien nodig aangevuld tot het beeld van een landschappelijke haag, die los mag uitgroeien (eenmaal per jaar scheren). De hagen zijn niet hoger dan 180 cm en bestaan uit gebiedseigen soorten bijv. meidoorn, liguster, veldesdoorn, haagbeuk of een combinatie van deze soorten. De berm is begroeid met een kruidenrijk grasmengsel. Een uitzondering is de erfgrens op de kop en voorzijde van het kavel van de langgevelboerderij. Hier hebben we te maken met een representatieve voorzijde en bestaat de erfgrens uit een geschoren haag (beuk, haagbeuk of liguster) niet hoger dan 80 cm. Er komen geen schuttingen, eventuele hekwerken worden in een haag opgevangen.

bestaande eikenrij behouden bestaande haag behouden, indien nodig aanvullen tot het beeld van een landschappelijke haag landschapsboom op markante plek bijv. walnoot, linde, tamme kastanje

geschoren haag (beuk, haagbeuk of liguster) landschapsboom in kruidenrijk gras bijv. walnoot, linde, tamme kastanje kruidenrijk gras

bestaande bomen behouden

bestaande haag behouden, indien nodig aanvullen tot het beeld van een landschappelijke haag bestaande houtsingel behouden takkenril vogelbosje bijv. bosplantsoen: vuilboom, lijsterbes, hazelaar en/of meidoorn, hondsroos in de rand en enkele boomvormers als berken Beplantingsvoorstel

25

Gras met landschapsboom op het erf

Landschapszijde: los uitgroeiende landschapshaag - meidoorn

26

Geschoren haag aan erf

Kruidenrijk gras in bermen en op erf

Landschapsboom op erf en tuin

Hagen begeleiden doorsteek vanaf erf

Takkenril op erfafscheiding t.p.v. vogelbosje

Vogelbosje

Schapenhekje/poortje biedt toegang kavel

Bestaande eikenrij en haag aan Halderse Akkers behouden

Bestaande haag behouden

27

6.2 Beplanting- en beheersvoorschriften Bomen in tuinen en kop Halderse Akkers/Theereheide Aan te planten nieuwe landschapsbomen • soorten: bijv. zomereik, walnoot, linde, ruwe berk, zoete kers, hoogstam (sier)fruitbomen (appel, peer, pruim, kers), • plantmaat 1e orde boom min. 16-18 / fruitboom min. 14-16 Beheer: 1x per 3 jaar begeleidingssnoei Bomen op erf • keuze uit: walnoot (Juglans regia), winterlinde (Tilia cordata), kastanje (Aesculus hippocastanum) • plantmaat 1e orde boom min. 20-25 Beheer: 1x per 3 jaar begeleidingssnoei Indien nodig aanvullen transparante bomensingel op zuidelijke erfgrens Aan te planten nieuwe landschapsbomen in rij • soorten: Ruwe berk (Betula pendula), Zomereik (Quercus robur); • onderlinge afstand min. 5 m; • plantmaat min. 16-18 Beheer: 1x per 3 jaar begeleidingssnoei

28

Geschoren haag Aan te planten haag • keuze uit: Beuk (Fagus Sylvatica), Haagbeuk (Carpinus betulus) of liguster (ligustrum vulgare) • aanplant van 8-9 stuks/m2 in driehoeksverband aanplanten. • maat beplantingsmateriaal: 60/80 voor lage haag. Beheer: de haag tweemaal per jaar snoeien voor gewenst resultaat Gemengde haag Aan te planten landschappelijke haag; • gemengd haagplantsoen, mix van min. 3 soorten: Meidoorn (Crataegus monogyna), Veldesdoorn (Acer campestre), Haagbeuk (Carpinus betulus), Liguster (Ligustrum ovalifolium) • aanplant van 5-7 stuks/m2 in driehoeksverband aanplanten. • maat beplantingsmateriaal: 60/80 Beheer: haag eenmaal per jaar scheren

Vogelbosje Aan te planten bosplantsoen: • soorten: bijv. Vuilboom (Frangula alnus), Lijsterbes (Sorbus aucuparia), Hazelaar (Corylus avellana) en/of Meidoorn (Crataegus monogyna), Hondsroos (Rosa canina) in de rand • driehoeksverband met onderlinge afstand van 1,25mtr. • plantmaat 60-80cm Beheer: de eerste 10 jaren het bosplantsoen 1 x per 3-5 jaar dunnen. Daarna in een 4 tot 6-jaarlijkse cyclus een boomveiligheidscontrole en een onderhoudssnoei uitvoeren aan de hand van een schouw met een specialistisch beheerder. Door successie en de beheersmaatregelen zal er op termijn een evenwicht in het bos ontstaan. Kruidenrijke grasberm en gras op het erf Verschralen grond en aanbrengen bloemrijk/ kruidenrijk grasmengsel, bijvoorbeeld het G1 mengsel CruydtHoeck Beheer: 1-2 x per jaar maaien in juli en september, maaisel afvoeren, zodat de grond verder verschraald.

29

Memo aanvullende onderbouwing Halderse Akkers 5 | Sint Michielsgestel | 13 juni 2023

Aanleiding memo De locatie Halderse akkers 5, gelegen in de splitsing van de weg Halderse akkers en Theereheide, zal transformeren van een bedrijfslocatie naar een woonfunctie van drie woonvolumes in een samenhangende erfsituatie. De gebiedsvisie Theereheide (2021) stelt dat dit mogelijk is als onderdeel van het gebied als bebouwingslocatie, mits dat vanuit de bijzondere bewoningsgeschiedenis van het gebied te onderbouwen is. In deze memo is nader onderbouwd dat de locatie ligt op een hoger gelegen deel in het gebied, dat van oudsher onder invloed was van de beek de Essche stroom. Daarnaast is een aanvulling gemaakt op de beeldkwaliteit van het geheel. Indien akkoord, kan deze worden verwerkt in het aan te passen beeldkwaliteitsplan, behorende bij het bestemmingsplan.

e

id rehe

e The

Uitsnede luchtfoto met plangrens

2

Fysische situatie planlocatie De locatie ligt op een plek die van oudsher al hoger gelegen in het landschap ligt. Op de geomorfologische kaart is zichtbaar dat de planlocatie op de dekzandwelvingen ligt, op de overgang naar het lager gelegen beekdal in het westen. Het gebied is van oudsher al afwisselend in hoogte, maar het omliggend gebied is door vergraving en ophoging nog verder gedifferentieerd. De planlocatie lag in het verleden noordelijker, maar in de vorige eeuw

(‘60-er jaren) herbouwd op de huidige zuidelijker gelegen locatie. Door ophoging is zij nog hoger komen te liggen ten aanzien van haar omgeving. Door deze verplaatsing is de planlocatie niet geheel authentiek, maar zoals in samenhang op de hoogtekaart en historische kaart van 1900 te zien, past zij bij de historische erfontwikkeling in het gebied, op hoger en droger gelegen plekken in het beekdallandschap van de Essche stroom. Om die reden is bebouwing van de plek, als onderdeel van de bebouwingsconcentratie gerechtvaardigd.

Beekdal bodem Dekzandwelvingen

Geomorfologische kaart 3

Hoogtekaart

Situatie rond 1900

Onderbouwing vanuit Gebiedsvisie Theereheide (2020) In de in 2020 vastgestelde gebiedsvisie is het plangebied gelegen in zone 2 ‘De Halderse Akkers (oude bouwlanden en kampen)’. Het perceel is daarin aangeduid als ‘bedrijvigheid die niet meer passend is in het kleinschalige agrarische gebied’ en tevens als ‘zoekgebied Ruimte voor Ruimte’ bij bedrijfsbeëindiging/verplaatsing. Hierbij zijn maximaal 3 woningen per erf toegestaan.

Hald erse

akke

rs

4

eide

Uit plantoelichting ‘BKP Halderse Akkers 5’: De 3 woningen worden gebouwd op het bestaande erf, gegroepeerd in één samenhangend erf, omgeven door erfbeplanting. Het erf wordt ontsloten middels 1 inrit vanaf de weg. De woningen hebben één laag met kap en worden in een landelijke uitstraling gebouwd. Hierbij hebben ze de opzet van een erf, met een langgevelboerderij aan de weg en twee schuurwoningen op het achtererf. De woningen worden in samenhang ontworpen. De erfafscheidingen en landschappelijke inpassing maken zo veel mogelijk gebruik van de bestaande volwassen groenstructuren (bestaande uit hagen, landschapsbomen, houtsingel en eiken die onderdeel zijn van een bomenlaan) rondom het erf, met toevoeging van een vogelbosje en enkele nieuwe landschapsbomen op en rondom het erf, bestaande uit inheemse soorten.

ereh

The

In de gebiedsvisie zijn in hoofdstuk 7, paragraaf 7.2 en 7.3 een aantal voorwaarden opgesteld om de transformatie van een bedrijfserf naar woonerf van kaders te voorzien. In de plantoelichting ‘BKP Halderse Akkers 5’ wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de wijze hoe deze voorwaarden verwerkt zijn in het plan.

Uitsnede visiekaart Gebiedsvisie buitengebied Theereheide (2020)

Aanvulling op de beeldkwaliteit Als aanvulling op het beschreven beeldkwaliteitsplan: Het doel is om 1 samenhangend erfbeeld te laten ontstaan, waarbij de drie hoofdvolumes gegroepeerd staan rondom het erf en samen één architectuurbeeld vormen, passend bij het landelijke karakter van het gebied. Daarvoor dienen de drie woningen onder 1 architectuur te worden ontworpen, waarbij er onderscheid mag zijn tussen 1 hoofdwoningen: archtype ‘langgevelboerderij’ aan de wegzijde en twee archetype ‘schuurwoning’ op het erf. De woningen dienen in samenhang ontworpen te worden en vormen samen een ‘architectuur-familie’: een ruimtelijk en samenhangend architectonisch geheel, met een op elkaar afgestemd kleuren- en materialenpallet. Het is daarmee uitgesloten dat iedere kavel een eigen architectuur en uitstraling krijgt. De langgevelboerderij, heeft een landelijke uitstraling met traditionele kleuren en wordt gebouwd naar de klassieke verhoudingen. De overige 2 woningen, ‘schuurwoningen’, op het achtererf zijn een eigentijdse vertaling van het archetype schuur. De achitectuur van de woonvolumes is ingetogen en functioneel. Om de ruimtelijke samenhang van het geheel te versterken, worden de bijgebouwen opgenomen als integraal onderdeel van het hoofdvolume.

5

Archetype langgevelboerderij aan de weg (bruin), schuurwoning aan erf (rood)

In opdracht van Wintraecken Advies

Ecologische quickscan Halderse Akkers 5 in Sint-Michielsgestel In het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon Tekst, foto's en samenstelling

S. Bakker

Rapportnummer

EQ2186

Status rapport

Definitief

Datum oplevering rapport

13-12-2021

Aantal pagina's

53

Wijze van citeren

S. Bakker, 2021, Ecologische quickscan Halderse Akkers 5 in Sint-Michielsgestel, in het kader van de Wet natuurbescherming, rapportnummer EQ2186, Sint-Michielsgestel

Opdrachtgever

Wintraecken Advies

1

Inhoudsopgave 8 1

Leeswijzer ................................................................................................... 3

2

Inleiding ....................................................................................................... 4

3

Werkwijze .................................................................................................... 5

4

Wet- en regelgeving ................................................................................... 6

5

Omschrijving plangebied ........................................................................ 10

6

Effecten van de ingreep en toetsing aan de wet natuurbescherming 25

7

Conclusies en aanbevelingen ................................................................. 31

Gebruikte bronnen ................................................................................... 36

1 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de beoogde ruimtelijke ingreep en de doelen van het ecologisch onderzoek.

In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de Wet natuurbescherming en wordt in algemene bewoordingen aangegeven waar rekening mee moet worden gehouden bij de uitvoering van ruimtelijke ingreep.

In hoofdstuk 4 wordt beschreven welke werkwijze is gevolgd bij het uitvoeren van de ecologische quickscan.

In hoofdstuk 5 wordt het plangebied beschreven en de ligging ten opzichte van beschermde natuurgebieden. Er wordt een inschatting gemaakt welke beschermde soorten mogelijk voorkomen op basis van literatuuronderzoek en de fysieke bezoeken aan het plangebied.

In hoofdstuk 6 wordt een beschrijving gegeven van de voorgenomen activiteiten van de ingreep en worden de effecten van de voorgenomen ingreep op flora en fauna beschreven. Deze effecten worden vervolgens getoetst aan de wet natuurbescherming.

Afsluitend komen in hoofdstuk 7 de conclusies uit de ecologische quickscan aan bod.

3

2 Inleiding Is er eventueel een verdiepend onderzoek noodzakelijk? Zo ja: De heer Ackermans heeft het voornemen om de bebouwing aan de Halderse Akkers 5 in Sint-Michielsgestel te slopen en hier drie nieuwe woningen te laten bouwen. Omdat de uitvoering van deze ingreep mogelijk negatieve effecten heeft op beschermde soorten en beschermde gebieden heeft de gemeente SintMichielsgestel, waar Sint-Michielsgestel onder valt, verzocht om een ecologische quickscan uit te voeren. Met dit rapport wordt aan deze vraag voldaan.

2.1

•

Naar welke soorten en functies dient eventueel aanvullend onderzoek plaats te vinden?

Doel van de ecologische quickscan

In dit oriënterend onderzoek worden de volgende vragen beantwoord:

Vindt het initiatief plaats op een locatie waar (mogelijk) beschermde dier- en/of plantensoorten voorkomen of functies voor deze soorten worden vervuld? Zo ja:

•

Welke beschermde dier- en/of plantensoorten komen op of rond deze locatie voor?

•

Welk beschermingsregime is van toepassing is op deze soorten?

•

Ondervinden die soorten schadelijke effecten van de ingreep?

•

Kunnen schadelijke effecten worden voorkomen door de ingreep op een aangepaste wijze uit te voeren?

•

Is er sprake van een overtreding van de verbodsbepalingen van beschermde soorten?

Heeft de ingreep negatieve effecten op beschermd natuurgebieden? Zo ja: •

Wat zijn de instandhoudingsdoelen van de gebieden?

•

Heeft de handeling significante gevolgen voor die gebieden?

•

Is er sprake van een overtreding van de verbodsbepalingen van beschermde gebieden?

4

3 Werkwijze 3.3 Er is een ecologische quickscan (verkennende inventarisatie) uitgevoerd om in beeld te brengen of door het voorgenomen initiatief negatieve effecten zijn te verwachten op beschermde soorten en beschermde gebieden.

3.1

Literatuuronderzoek

Toetsing aan de Wet natuurbescherming

Op grond van de beschreven activiteiten is door Natuurlink een inschatting gemaakt van de redelijkerwijs te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en functies. De mogelijke negatieve effecten zijn vervolgens getoetst aan de Wet natuurbescherming. Hierbij is gekeken of er sprake is van een overtreding van de soortbescherming of gebiedsbescherming en hoe een overtreding van de Wet natuurbescherming valt te voorkomen.

Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in de ruime omgeving van het plangebied zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) en relevante recente verspreidingsatlassen (zie bijlage 3). De opgevraagde gegevens dekken het gehele gebied waar de ingreep plaats gaat vinden, samen met het gebied dat binnen de invloedsfeer van de ingreep ligt. Vervolgens is voor deze beschermde soorten onderzocht of op basis van verspreiding, ecologie en de aanwezige ecotopen het aannemelijk is dat een soort in het plangebied of invloedgebied van de ingreep voorkomt.

3.2

Flora en fauna onderzoek

Het plangebied is bezocht door Sebastiaan Bakker. De weersomstandigheden waren geschikt om een betrouwbare inspectie uit te voeren (zie tabel 1). Tabel 1. Weersomstandigheden tijdens het veldbezoek.

Datum

Tijd

Weersomstandigheden

09-12-2021

10:30 – 12:00

3 °C. Zwaar bewolkt. Z3, Geen neerslag.

Tijdens het bezoek is de (potentieel) aanwezige flora en fauna onderzocht, alsook de functies die bepaalde delen van het terrein (kunnen) vervullen. Hierbij is gebruik gemaakt van checklijsten en protocollen (zoals gepubliceerd door het NDFF), kennisdocumenten van BIJ12 en diverse gidsen en websites waarin ecologie van soorten aan bod komt. Aan de hand van deze informatie en opgebouwde ecologische kennis binnen Natuurlink is de feitelijke en potentiële aanwezigheid van beschermde soorten en functies van het plangebied bepaald. 5

4 Wet- en regelgeving 4.1

Inleiding in de Wet natuurbescherming

4.2

Soortbescherming in de Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming kent drie verschillende beschermingsregimes om soorten te beschermen:

De Wet natuurbescherming (Wnb) is in Nederland op 1 januari 2017 in werking getreden. In deze wet staan de beschermingsregels voor de Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Vanwege de inwerkingtreding van deze wet zijn de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet komen te vervallen. De Wet natuurbescherming geeft uitvoering aan de verplichtingen van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn die zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming op Europees niveau regelen.

1.

soorten van de Vogelrichtlijn;

2.

soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn;

3.

soorten die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden.

Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten of beschermde natuurgebieden, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan.

Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Verbodsbepalingen mogen niet overtreden worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’). De belangrijkste verbodsbepalingen staan vermeld in tabel 2.

Dit betekent in de praktijk dat het bij ruimtelijke ingrepen gaat om het effect van activiteiten op beschermde soorten en gebieden. Als activiteiten zodanig worden uitgevoerd dat er geen schade wordt toebracht, dan is toetsing aan de Wet natuurbescherming niet nodig. Soms is het echter onvermijdelijk dat of onduidelijk of schade wordt toegebracht. In die situaties is het noodzakelijk om aanvullend ecologisch onderzoek te laten uitvoeren en te bepalen of er een vrijstelling geldt voor de activiteiten of dat een ontheffing moet worden aangevraagd.

De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een Omgevingsvergunning. De bevoegdheid om te toetsen aan de Wet natuurbescherming ligt in de meeste gevallen bij de provincie.

6

Tabel 2. Overzicht belangrijkste verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming.

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime andere soorten

Art. 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art. 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Art. 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art. 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen1

Art. 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen1.

Art. 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen1.

Art. 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Niet van toepassing.

Art. 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort2

Art. 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Art. 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Art. 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

§ 3.1 Wnb

§ 3.3 Wnb

1 Een zodanige verstoring van een van het nest dat deze wordt verlaten dient volgens de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) ook te worden

meegenomen in een overtreding van de verbodsbepaling. 2 Het opzettelijk storen geldt dan met name in kwetsbare perioden zoals het broedseizoen, overwintering en trek.

7

De term ‘verstoring’.

Vrijstelling, ontheffing en vergunning.

Er is sprake van een verstoring ingeval een activiteit een verontrusting van een soort veroorzaakt ten gevolge waarvan sprake is van een wezenlijke invloed op de gunstige staat van instandhouding van de soort. Zo is er sprake van een verstoring indien de functie van een voortplantings- of rustplaats van een soort, al dan niet voorlopig, door een activiteit niet of minder goed kan worden vervuld, ook al blijft die plaats fysiek in stand. Verstoringen moeten per soort worden beoordeeld in het licht van de intensiteit, duur en frequentie van herhaling van de verstoring.

Voor een besluit waarbij een uitzondering op een wettelijk verbod of gebod wordt gemaakt voor een categorie van gevallen, wordt de term "vrijstelling" gebruikt.

Bron: BIJ12

Voor een beschikking waarbij in een individueel geval een uitzondering op een wettelijk verbod of gebod wordt gemaakt, wordt de term "ontheffing" gebruikt.

Voor een beschikking waarbij een bepaalde handeling wordt toegestaan, wordt de term "vergunning" gebruikt.

4.2.1 Afwijkingen van de verbodsbepalingen

4.2.2 Gedragscode

Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan:

De verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 of 3.10 Wnb zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een goedgekeurde gedragscode (art. 3.31 lid 1 Wnb). Werken volgens een gedragscode heeft als voordeel dat geen ontheffingsprocedure hoeft te worden doorlopen. Mogelijke uitzonderingen hierop staan in de gedragscode omschreven. Hierdoor kan het gebruik van een gedragscode zorgen voor een sterke vermindering van administratieve lasten en voor kortere proceduretijden.

1.

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.

2.

Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid.

3.

Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten is voldaan, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.

Een gedragscode geldt voor heel Nederland, dus niet voor één bepaald gebied of plaats. En ze mogen door alle organisaties in dezelfde sector gebruikt worden als de belangen en activiteiten op u van toepassing zijn. De provincies ontvangen graag een melding als een ruimtelijke ingreep onder een gedragscode soortenbescherming wordt uitgevoerd. Dit is niet verplicht maar de provincies stellen dit erg op prijs. Het voorkomt bijvoorbeeld onnodige handhavingsacties.

8

4.3

Gebiedsbescherming in de Wet natuurbescherming

Binnen de Wet natuurbescherming worden ook natuurgebieden en de daarin voorkomende natuurlijke waarden en wezenlijke kenmerken beschermd. Dit zijn de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen, bijzondere nationale natuurgebieden en de nationale parken. Deze gebieden zijn geselecteerd op grond van in deze gebieden voorkomende bijzondere natuurwaarden of om een samenhangend ecologisch netwerk te creëren. De Natura 2000-gebieden worden direct beschermd via de Wnb, de overige gebieden via het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en provinciale verordeningen. Als er naar aanleiding van een initiatief mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart te worden gebracht en te worden beoordeeld. Projecten, plannen en overige handelingen die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuurgebieden zijn vergunningsplichtig.

4.5

Houtopstanden in de Wet natuurbescherming

Naast het soortenbeschermingsregime en gebiedsbeschermingsregime zijn in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming ook de bepalingen ter bescherming van houtopstanden opgenomen. Onder houtopstand wordt verstaan: een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte grond beslaat van 10 are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Als een houtopstand moet worden gekapt, dan moet de initiatiefnemer dit melden bij het bevoegd gezag en moet er herplant plaatsvinden. Het bevoegd gezag kan een kapverbod opleggen ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.

Binnen deze ecologische quickscan wordt daarom bepaald of het initiatief mogelijk negatieve effecten heeft op de doestellingen van Natura 2000-gebieden en overige beschermde gebieden. Als er sprake is van negatieve effecten, dan dient als eerste stap een voortoets te worden uitgevoerd. Dit is een oriënterend onderzoek naar mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Als hieruit blijkt dat er een kans bestaat op een negatief, maar geen significant effect, dan moet vervolgens een verslechteringstoets worden uitgevoerd. Zijn deze effecten mogelijk wel significant, dan moet er een passende beoordeling worden opgesteld.

4.4

Zorgplicht voor dieren en planten

De Wet natuurbescherming kent een zorgplicht (art. 1.11 Wnb). Iedereen moet voldoende zorg in acht nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten en dieren en hun directe leefomgeving. Of dier- en plantensoorten en gebieden nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen die redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn of haar handelen nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt, laat deze handelingen achterwege, neemt maatregelen om die te voorkomen of probeert deze zoveel mogelijke te beperken of ongedaan te maken.

9

5 Omschrijving plangebied Op de volgende pagina’s is een aantal foto’s te vinden van het plangebied. Het plangebied bevindt zich aan de Halderse Akkers 5 in Sint-Michielsgestel dat onder de gemeente Sint-Michielsgestel valt (zie figuur 1 en figuur 2). Het plangebied betreft het kadastrale perceelnummer MCG00-E-4233 en is 4245 m2 groot.

Figuur 1. Ligging van het plangebied. De uitsnede is weergegeven in figuur 2. Bron: Bron: Nationaal Georegister, bewerkt.

Figuur 2. Ligging van het plangebied (geel omkaderd). Bron: Nationaal Georegister, bewerkt.

10

Figuur 3. Beeld van het woonhuis aan de noordoostzijde.

Figuur 5. Beeld van garage aan de noordzijde.

Figuur 4. Beeld van achterzijde van de woning aan de zuidzijde.

Figuur 6. Beeld van garage aan de westzijde.

11

Figuur 7. Beeld van het gebied aan de oost/zuidoostzijde. Figuur 8. Beeld van het terrein aan de achterzijde.

Figuur 9. Beeld van garage aan de westzijde.

12

Figuur 10. Beeld van garage aan de achterzijde met een geparkeerde trailer.

Figuur 12. Beeld van het terrein in de uiterste zuidwesthoek.

Figuur 11.Beeld van het gebied ten zuidwesten van het plangebied.

13

5.1

Afstand tot beschermde natuurgebieden

Om te bepalen of geplande activiteiten invloed kunnen hebben op beschermde natuurgebieden is als eerste onderzocht op welke afstand deze gebieden zich bevinden.

Natura 2000-gebieden

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’. De afstand vanaf het plangebied bedraagt ongeveer 3 kilometer. Verder weg liggen de gebieden ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ en de ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’ (zie ook figuur 13 en tabel 3). Al deze gebieden zijn aangewezen als Habitatrichtlijngebied (HR). ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ is ook aangewezen als Vogelrichtlijngebied (VR). Tabel 3. Afstand van het plangebied ten opzichte van beschermde Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Gebiedsnaam

Aanwijzing

Afstand (km)

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek Kampina & Oisterwijkse Vennen Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

HR HR+VR HR

3,1 7,2 7,5

Figuur 13. Ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebieden. Bron basiskaart: PDOK

14

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het plangebied valt buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde deel van het NNN is het stroomgebied van de Essche Stroom op ongeveer 450 meter ten westen van het plangebied (zie figuur 14 en tabel 4). Op gelijke afstand ten noorden van het plangebied is het stroomgebied van Dommel te vinden. Ten westen van de Essche Stroom ligt het landgoed Bleijendijk. Tabel 4. Afstand van het plangebied ten opzichte van beschermde Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Gebiedsnaam

Aanwijzing

Afstand (km)

Essche Stroom Dommeldal Bleijendijk

NNB NNB NNB

0,4 0,4 0,6

Figuur 14. Ligging van het plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Brabant. Bron basiskaart: PDOK

15

Natte Natuurparels (NNP) Natte Natuurparels (NNP) zijn hydrologisch gevoelige gebieden binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB) die vanwege specifieke omstandigheden van bodem en water hoge natuurwaarden vertegenwoordigen. Rondom de Natte Natuurparels liggen attentiegebieden. De meeste Natte Natuurparels hebben nu last van verdroging. Het herstel van een goede waterhuishouding door méér en langer water vast te houden, is een belangrijke voorwaarde om de gewenste natuur te behouden of terug te laten keren. Ruimtelijke initiatieven mogen daarom geen negatieve effecten hebben op deze gebieden. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als ‘Natte Natuurparel‘ is het stroomgebied van Dommel op 400 meter ten noorden van het plangebied (zie figuur 15). Groenblauwe mantel De Provincie Noord-Brabant streeft naar samenhangende aanpak van natuur, landschap en water die de omgevingskwaliteit en recreatiemogelijkheden versterkt en waardoor de gevolgen van klimaatveranderingen voor de natuur en het watersysteem beter kunnen worden opgevangen. Om de robuustheid van het systeem te bevorderen, zijn er gebieden opgenomen als verbinding tussen het Natuur Netwerk Brabant en het landelijk gebied - de groenblauwe mantel.

De waarden in de groenblauwe mantel zijn vaak gekoppeld aan het bodemwatersysteem (zoals de aanwezigheid van een kwel), aan landschapselementen (zoals houtwallen en heggen), of aan het voorkomen van bijzondere planten en dieren. De groenblauwe mantel richt zich niet alleen op het beschermen van die waarden, maar juist ook op de ontwikkeling daarvan. Nieuwe ontwikkelingen binnen de groenblauwe mantel zijn mogelijk als deze bestaande natuur-, bodem- en waterfuncties respecteren of bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van deze functies of het (cultuurhistorisch waardevolle) landschap. Het plangebied bevindt zich net binnen de Groenblauwe mantel bevindt (zie figuur 15).

Figuur 15. Ligging van het plangebied ten opzichte van natte natuurparels en de groenblauwe mantel. Bron basiskaart: PDOK

16

5.2

Geluidscontouren

De Halderse Akkers en de Theereheide zijn relatief rustige wegen in het buitengebied van Sint-Michielsgestel (zie figuur 17). De geluidsbelasting van alle bronnen gedurende de dag ligt onder de 60 decibel en daardoor zijn de geluidsnormen als matig tot redelijk te kwalificeren (zie figuur 16). In de nacht is het beeld vergelijkbaar en is de geluidsnorm redelijk.

Figuur 17. De Theereheide (boven) en de Halderse Akkers (rechts zijn relatief rustige landelijke wegen.

Figuur 16. Geluid van alle bronnen gedurende de dag (boven) en van alleen het verkeer in de nacht (onder). Let op: de kaart geeft alleen een globaal beeld van de hoeveelheid geluid in Nederland. Voor het toetsen van geluidniveaus aan de normen, bijvoorbeeld voor 'geluidbelasting op de gevel' is deze kaart niet geschikt. Bron:

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

17

5.3

Aanwezige ecotopen

Bodemclassificatie De bodem kan worden geclassificeerd als een zwarte enkeerdgronden (zie figuur 19). Zwarte enkeerdgronden zijn ontstaan door het zogenaamde

potstalsysteem. Hierbij werd dierlijke mest vermengd met strooisel van heideplaggen en verspreid over de akkers. Hierdoor ontstond er een zwarte humeuze bovenlaag van minstens een dikte van vijftig centimeter. De grond is kalkloos, kleiarm en bevat weinig tot geen sporen van leem.

Tuin In de tuin van het woonhuis zijn voornamelijk exotische boom- en struiksoorten aangeplant (zie figuur 18). Het gazon wordt intensief gebruikt en er zijn veel graafsporen te vinden van een loslopende hond.

Figuur 19. Bodemkaart van het plangebied. Bron: Wageningen UR.

Figuur 18. In de tuin zijn vrijwel uitsluiten exotische bomen en struiken te vinden.

18

Buitenterrein

Erfafscheiding

Het buitenterrein (zie figuur 20) wordt ook intensief gebruikt. Gerepareerde auto’s worden hier gestald of weggereden.

Rondom het terrein zijn langs de Halderse Akkers hoge ligusterhagen te vinden (zie figuur 20). De lanen worden hier begeleid door zomereiken. Aan de zuidzijde is een mooie vochtige houtsingel te vinden. Het terrein wordt beperkt beheerd, waardoor een klein deel van het gebied een wat kruidachtige vegetatie heeft gekregen.

De containers en trailers die op het achterterrein staan worden jaarlijks afgevoerd om materialen die er in zitten af te voeren. Hierna worden deze weer op het terrein geplaatst voor nieuwe opslag.

Figuur 20. Op het achterterrein worden auto's geparkeerd of weggereden uit de garage.

Figuur 21. De zuidzijde van het terrein grenst aan een mooie gevarieerde houtsingel met voornamelijk zwarte elzen en ruwe berken.

19

5.4

Voorkomende beschermde soorten uit het literatuuronderzoek.

Via de Nationale databank Flora en Fauna (NDFF), waarnemingen.nl en het gebruik van diverse verspreidingsatlassen is nagegaan welke beschermde soorten rond het plangebied de afgelopen 10 jaar zijn waargenomen. Een volledig overzicht van alle beschermde soorten die binnen een geselecteerd representatief gebied rond het plangebied zijn waargenomen is te vinden in bijlage 3. In deze paragraaf wordt alleen ingegaan op de soorten waarvan is beoordeeld dat deze voorkomen of kunnen worden verwacht. Van soorten die niet worden verwacht is de onderbouwing hiervan terug te vinden in bijlage 3.

Jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek is gericht gezocht naar mogelijke nestlocaties en holen van soorten met een jaarrond beschermd nest (zie bijlage 2) in en rondom het plangebied.

Gebouwbewonende soorten Het dak heeft oude platte dakpannen. Er is geen ruimte voor huismussen om vanuit de dakgoot de ruimte achter de dakpannen te bereiken. Ook zijn er geen geschikte openingen voor andere gebouwbewonende vogelsoorten.

5.4.1 Vogels Algemeen voorkomende broedvogels Op en rond het plangebied kunnen algemeen voorkomende broedvogels worden verwacht in de hagen, bomen en het struweel. Soorten als winterkoning (Troglodytes troglodytes), houtduif (Columba palumbus), koolmees (Parus major), heggenmus (Prunella modularis), roodborst (Erithacus rubecula) en merel (Turdus merula) kunnen hier bijvoorbeeld mogelijk broeden.

Soorten met een ongunstige staat van instandhouding (SVI) Er is beoordeeld of rondom de planlocatie soorten aanwezig zijn of kunnen worden verwacht die gevoelig zijn voor verstoring en zich al in een ongunstige staat van instandhouding bevinden. Een voorbeeld hiervan is de zwarte specht (dryocopus martius). Deze soorten zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden.

Figuur 22. Het dak biedt geen geschikte openingen voor gebouwbewonende soorten als huismus, gierzwaluw en zwarte roodstaart.

20

In de houtsingel net naast het terrein zijn bomen aanwezig waarin nestlocaties van holenbroeders kunnen worden verwacht (zie figuur 23). Hier worden alleen soorten verwacht waarvan het nest valt binnen beschermingscategorie 5 (zie bijlage 2).

5.4.2 Zoogdieren Hieronder volgt een beschrijving van zoogdieren die mogelijk zijn te verwachten op of in de directe omgeving van het plangebied. INSECTENETERS De egel (Erinaceus europaeus) leeft in bijna alle landschappen. In sommige gebieden zijn ze echter algemener dan in andere. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden. Het is aannemelijk dat de egel in het plangebied foerageert en een verblijfplaats in directe omgeving lijkt waarschijnlijk. De mol (Talpa europaea) komt overal voor waar de grond geschikt is om in te graven. Voorwaarden zijn dat de bodem niet te zandig, te vochtig of te stenig is en dat er voldoende regenwormen aanwezig zijn. De bodem mag daarom ook niet te zuur zijn. De mol heeft een voorkeur voor rulle, humusrijke grond met een niet te hoge grondwaterstand en permanente begroeiing. Er zijn geen molshopen gevonden, maar omdat het gebied geschikt is voor mol kan deze niet met zekerheid worden uitgesloten. Spitsmuizen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14202974/1