CConstaterende datsint-michielsgestel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Subsidiebeleid SMG 2025-2030

Gemeenteraad 21 november 2024, gemeente sint-michielsgestelBij agendapunt: Raadsvoorstel Subsidiebeleid 2025-20307.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Subsidiebeleid 2025-2030

2

Voorwoord wethouder Met trots presenteer ik ons nieuwe subsidiebeleid van de gemeente Sint-Michielsgestel. Dit beleid is tot stand gekomen met behulp van de verschillende subsidie ontvangende organisaties en zorgt voor meer flexibiliteit en een betere aansluiting tussen onze beleidsdoelstellingen en de daadwerkelijke verstrekking van subsidies. Ik ben ervan overtuigd dat een flexibele aanpak essentieel is om effectief in te spelen op ontwikkelingen in onze gemeenschap. Met het verstrekken van subsidies versterken we de draagkracht van onze gemeente. Verenigingen en vrijwilligersorganisaties zorgen voor activiteiten op het gebied van onder andere, sport, cultuur, welzijn, gezondheid, enz. Deze activiteiten zorgen weer voor ontmoetingen, verbindingen en zijn daarmee een cruciale pijler voor de samenleving. Het is van belang om te behouden wat goed is. Tegelijkertijd wil ik ruimte bieden voor nieuwe ideeën en initiatieven, zodat we onze basis vernieuwen en verbreden. De verhouding tussen de gemeente en de organisaties verandert ook: een subsidie krijgen is niet vanzelfsprekend. Van organisaties wordt eigenaarschap verwacht. Daarnaast wordt subsidie verstrekt als er sprake is van een maatschappelijke meerwaarde binnen de gestelde kaders en binnen een jaarlijks vastgesteld budget. Het nieuwe subsidiebeleid sluit daarbij ook beter aan bij de veranderende (financiële) omgeving.

Het subsidiebeleid geeft ook ruimte voor inwoners. Ik hecht waarde aan de betrokkenheid van onze burgers. Hun ideeën, inzet en samenwerking zijn cruciaal voor het succes van dit beleid. Ik moedig iedereen aan om mee te denken om ideeën ten uitvoering te brengen en samen met ons te werken aan een sterke, betrokken en innovatieve gemeente.

Bert van Druenen

3

Inhoud Inleiding ............................................................................................................................................................... 5 Leeswijzer ....................................................................................................................................................... 5 H1 Visie op subsidie........................................................................................................................................... 7 1.1 Definitie subsidie ..................................................................................................................................... 7 1.2 Doelen van subsidiebeleid .................................................................................................................... 7 1.3 Reikwijdte .................................................................................................................................................. 8 H2 Subsidiebeleid in relatie tot ..................................................................................................................... 9 2.1 Inhoudelijke beleidsnota ......................................................................................................................

9 2.2 Subsidiebeleid ......................................................................................................................................... 9 2.3 Algemene Subsidie Verordening ........................................................................................................ 9 2.4 Begroting .................................................................................................................................................. 9 2.5 Subsidieregeling ................................................................................................................................... 10 H3 Subsidievormen .......................................................................................................................................... 11 3.1 Prestatiesubsidie .................................................................................................................................... 11 3.2 Vrijwilligerssubsidie ............................................................................................................................. 11 3.3 Instroomsubsidie ...................................................................................................................................

11 3.4 Projectsubsidie ...................................................................................................................................... 12 3.5 Exploitatiebijdrage............................................................................................................................... 12 3.6 Wijkmakelaarsbudget ......................................................................................................................... 12 H4 Uitgangspunten en randvoorwaarden ................................................................................................13 4.1 Uitgangspunten ......................................................................................................................................13 4.2 Randvoorwaarden ................................................................................................................................ 14 4.3 Actieve bijdrage en houding .............................................................................................................. 15 H5 Werkproces ................................................................................................................................................. 16 5.1 Aanvraag, beschikking, vaststelling ...............................................................................................

16 5.2 Taken, rollen en verantwoordelijkheden ...................................................................................... 16 5.3 Subsidiebureau ...................................................................................................................................... 16 H6 Financiën .................................................................................................................................................... 18 6.1 Begroting ................................................................................................................................................. 18 6.2 Subsidieplafond .................................................................................................................................... 18 6.3 Monitoring ............................................................................................................................................. 18 6.4 Verantwoording.................................................................................................................................... 19 Bijlagen ...............................................................................................................................................................20

4

Inleiding In 2017 heeft de gemeenteraad het Subsidieprogramma Maatschappelijk Domein 2018-2021 vastgesteld. Dit subsidieprogramma wordt anno 2024 nog gebruikt als basis voor de subsidieverlening aan verenigingen, stichtingen en vrijwilligersorganisaties. Daarnaast is er in 2021 een subsidiekader opgesteld voor de primaire (professionele) partners. Gezien de datering van het subsidieprogramma, het niet toepassen van indexering bij vrijwilligersorganisaties en de ontwikkelingen op diverse beleidsterreinen is er een grote behoefte ontstaan om het subsidieprogramma te herijken. Het belangrijkste doel is de subsidieverlening aan te laten sluiten bij de gemeentelijke ambities en doelen die worden nagestreefd. Daarnaast is de wens om meer flexibel in te kunnen spelen op ontwikkelingen. Het traject van herijking is gestart vanaf begin 2024. In de evaluatiefase zijn knelpunten opgehaald bij de ambtelijke organisatie en bij de subsidieontvangers is een enquête afgenomen. Daarnaast zijn steekproefsgewijs gesprekken met vrijwilligersorganisaties gevoerd waarbij een verdieping is gehouden op de uitkomsten van de enquête. Ook zijn met de primaire partners gesprekken gevoerd. In de bijlage is de notitie opgenomen van de evaluatiefase. Tijdens de ontwerpfase van het subsidiebeleid zijn de kaders en uitgangspunten gepresenteerd aan de interne organisatie.

In werksessies met college, raadsleden, subsidieontvangers en andere geïnteresseerden is input opgehaald om dit subsidiebeleid op te stellen. In de bijlage zijn de notities van de werksessie opgenomen. Met het opstellen van een subsidiebeleid stappen we af van het eerdere subsidieprogramma. Hierin was enkel aandacht voor de vrijwilligersorganisaties binnen het sociaal en maatschappelijk economische domein. Dit subsidiebeleid richt zich op alle vormen van subsidieverstrekking aan zowel (vrijwilligers)organisaties als inwoners en op zowel het sociaal domein als de fysieke leefomgeving en duurzaamheid. Er zijn meerdere doelen die bereikt worden met het subsidiebeleid. En daarbij ook zorgen voor een eenvoudiger, duidelijker en toegankelijker subsidieproces voor de aanvrager. 1. 2. 3. 4.

Heldere structuur met kaders en randvoorwaarden voor subsidieverstrekking Stimuleren en ondersteunen van activiteiten Ruimte bieden voor (nieuwe) initiatieven Flexibel inspelen op ontwikkelingen

Naast het subsidiebeleid worden in nader op te stellen subsidieregelingen criteria per beleidsterrein vastgelegd. Hierin wordt ook de berekeningsgrondslag benoemd. Het subsidiebeleid en de subsidieregelingen vanuit de diverse beleidsterreinen zijn een belangrijk kader voor subsidieverstrekking. De implementatie van het subsidiebeleid zal in 2025 starten met de structurering. De uitwerking van vrijwilligerssubsidies en prestatiesubsidies zal van toepassing zijn op de subsidies die vanaf 2026 worden verstrekt.

Leeswijzer Het subsidiebeleid is ingedeeld in meerdere hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk gaat in op de definitie van subsidie en het verschil met inkoop, gevolgd door de doelstellingen en reikwijdte van het subsidiebeleid.

5

Hoofdstuk 2 gaat in op de verschillende documenten die van toepassing zijn bij subsidieverstrekking en de verhouding onderling. Een toelichting op de subsidievormen wordt beschreven in hoofdstuk 3. Waarna in hoofdstuk 4 uitgangspunten en randvoorwaarden zijn opgenomen. Hierbij wordt ook geschreven over de actieve houding en bijdrage die wordt verwacht van subsidieontvangers. Hoofdstuk 5 geeft het subsidieproces weer en maakt de taken en rollen van betrokkenen duidelijk. Ook wordt hier een suggestie gedaan over de subsidieverwerking door MijnGemeenteDichtbij. Het laatste hoofdstuk gaat in op de financiële aspecten van het subsidiebeleid.

6

H1 Visie op subsidie Dit hoofdstuk geeft een beschrijving hoe in gemeente Sint-Michielsgestel gekeken wordt naar het verstrekken van subsidie. Wanneer is er sprake van subsidie, wat willen we bereiken met het subsidiebeleid en wie komt in aanmerking voor subsidie

1.1 Definitie subsidie Subsidie is het instrument om financiële middelen beschikbaar te stellen voor activiteiten. De wettelijke basis staat in de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) artikel 4.21: Onder subsidie wordt verstaan de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. Met subsidie beogen we beleidsdoelstellingen te realiseren. Een subsidie kan hierbij werken als een stimulans of een waardering voor de activiteit die een organisatie of een inwoner uitvoert. De subsidie is niet bedoeld voor het bestaansrecht of het in stand houden van een organisatie. Subsidie is een uitvoeringsmiddel voor het realiseren van beleidsdoelstellingen, waarbij niet de organisatie/inwoner of het bedrag centraal staat, maar de te subsidiëren activiteit.

Subsidie vs inkoop Naast subsidie is er ook inkoop als juridische vorm. Inkoop valt onder de aanbestedingswet en is daarmee een essentieel andere vorm. Eén van de belangrijkste verschillen tussen subsidie en inkoop is dat met subsidie niet kan worden afgedwongen dat een activiteit ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Bij inkoop kan de gemeente wel nakoming eisen. Inkoop ligt daarom voor de hand wanneer de activiteit uitgevoerd moet worden. Hieronder nog enkele verschillen tussen subsidie en inkoop: Subsidie Inkoop Aanvraag Aanbesteding Activiteiten voor algemeen belang Dienstverlening/goederen/werken Vormvrij om activiteit in te vullen Prestatie volgens afspraak Initiatief bij aanvrager Initiatief bij opdrachtgever Betaling via bevoorschotting Betaling via factuur Geen BTW BTW verschuldigd In de bijlage staat een uitgebreide toelichting op deze verschillen. Voor de werkwijze bij inkoop wordt verwezen naar het actuele inkoopbeleid van gemeente Sint-Michielsgestel.

1.2 Doelen van subsidiebeleid Met het subsidiebeleid hebben we meerdere doelen voor ogen. Structuur: Helder, inzichtelijk en transparant kader voor alle organisaties en inwoners Het subsidiebeleid maakt onderscheid tussen vormen van subsidie die gekoppeld zijn aan de doelen die we willen bereiken. Deze subsidievormen geven een duidelijke structuur. De

7

uitgangspunten en randvoorwaarden geven een kader waaraan voldaan moet worden bij subsidieverstrekking om zo een gelijke behandeling na te streven. Naast de randvoorwaarden en uitgangspunten biedt een subsidieregeling nog aanvullende criteria om dit kader tot in details uit te werken per beleidsterrein. Basis: Stimuleren en ondersteunen van activiteiten Door het verstrekken van subsidie aan (vrijwilligers)organisaties wil de gemeente activiteiten die bijdragen aan participatie in de samenleving in een prettige leefomgeving stimuleren en ondersteunen. Dit doen we middels prestatiesubsidie en vrijwilligerssubsidie. In het subsidiebeleid is het stimuleren en ondersteunen van activiteiten die een basis bieden voor participatie in de samenleving behouden via de prestatiesubsidie en de vrijwilligerssubsidie. Ontwikkeling/vernieuwing: Ruimte bieden voor initiatieven vanuit de samenleving Zowel het wijkmakelaarsbudget (voor burgerinitiatieven) als de projectsubsidie (voor organisaties) moet ruimte gaan bieden voor innovatieve nieuwe initiatieven die bijdragen aan de beleidsdoelstellingen. Verbreding: Ruimte bieden aan verbreding van het aanbod Met de instroomsubsidie wordt er ruimte geboden aan (nieuwe) organisaties en/of activiteiten die (nog) geen subsidie ontvangen en hier aanspraak op willen maken. Op deze manier verbreed het aanbod van activiteiten zich binnen de gemeente.

Flexibiliteit: Kunnen inspelen op beleidsontwikkelingen Door een kader voor alle subsidies in te richten en een subsidieregeling specifiek per beleidsterrein op te stellen is er de mogelijkheid om bij ontwikkelingen of aanpassingen hierop in te spelen. Dit is al mogelijk door de ingestelde subsidievormen (instroomsubsidie en projectsubsidie). Maar ook door subsidieregelingen per beleidsterrein op te stellen, kunnen deze onafhankelijk van een ander beleidsterrein aangepast worden bij ontwikkelingen/wijzigingen.

1.3 Reikwijdte Subsidies kunnen verstrekt worden aan (vrijwilligers)organisatie en/of inwoners voor de activiteiten die bijdragen aan de beleidsdoelstellingen. Wie aanspraak kan maken op een subsidie wordt bepaald in de subsidieregeling die van toepassing is op een beleidsterrein of een uitvoeringsprogramma. De volgende criteria houden we voor de reikwijdte van subsidieverstrekking. Een vrijwilligersorganisatie moet gevestigd zijn in de gemeente Sint-Michielsgestel volgens inschrijving bij KVK. Een activiteit moet altijd hoofdzakelijk gericht zijn op de inwoners van de gemeente Sint-Michielgestel. Bij de subsidieaanvraag mogen ook deelnemers aan de activiteit van buiten de gemeentegrens meegenomen worden. Een (vrijwilligers)organisatie gevestigd buiten de gemeentegrens kan subsidie aanvragen als haar activiteiten hoofdzakelijk zijn gericht op de inwoners van de gemeente SintMichielsgestel en indien een gelijkwaardige activiteit niet wordt aangeboden door een andere organisatie binnen de gemeentegrens. Indien een subsidie verstrekt wordt aan inwoners moeten zij woonachtig zijn in gemeente Sint-Michielsgestel. Voor professionele organisaties geldt dat zij hun activiteit, taak of dienst uitvoeren ten behoeve van inwoners van gemeente Sint-Michielgestel.

8

H2 Subsidiebeleid in relatie tot In dit hoofdstuk worden diverse (juridische) documenten toegelicht die van toepassing zijn bij subsidieverstrekking. Ook wordt het onderlinge verband toegelicht. Schematisch ziet dit er zo uit.

Beleids nota

Subsidie beleid

ASV

Begroting

Subsidie regeling

Subsidie

2.1 Inhoudelijke beleidsnota In de beleidsnota’s staan de ambitie en de beleidsdoelstellingen per beleidsterrein genoemd. Bij het ontbreken van een beleidsnota kan worden geput uit het actueel geldende bestuursakkoord of andere vastgestelde (strategische) beleidsstukken zoals de (nog vast te stellen) Visie Sociaal Domein, Inclusieagenda, etc. Het vaststellen van een beleidsnota is een bevoegdheid van de raad.

2.2 Subsidiebeleid Het subsidiebeleid is geen zelfstandig beleidsterrein. Het subsidiebeleid geeft kaders en uitgangspunten voor het verstrekken van subsidie op basis van de beleidsdoelstellingen. Daarmee is het subsidiebeleid aanvullend aan een beleidsnota. Het vaststellen van het subsidiebeleid is een bevoegdheid van de raad.

2.3 Algemene Subsidie Verordening In de algemene subsidieverordening voor Sint-Michielsgestel staan de algemene regels voor het verlenen van subsidie. Deze verordening geeft regels voor onder meer de aanvraagtermijn, de gegevens die moeten worden ingediend bij de aanvraag, de weigeringsgronden en bepalingen over verantwoording van subsidie. Het vaststellen van de algemene subsidie verordening is een bevoegdheid van de raad. Tegelijkertijd met dit subsidiebeleid is ook een nieuwe Algemene Subsidie Verordening 2025 opgesteld en ter vaststelling aan de raad aangeboden.

2.4 Begroting In de begroting kent de raad een budget toe aan een beleidsterrein. Een deel van dit budget kan beschikbaar zijn voor subsidieverstrekking. Dit budget bepaalt mede het subsidieplafond dat wordt opgenomen in de subsidieregeling. Het vaststellen van de begroting is een bevoegdheid van de raad.

9

2.5 Subsidieregeling Voor het verstrekken van subsidie wordt de ASV nader uitgewerkt in een subsidieregeling. In de subsidieregeling worden uitvoeringsafspraken in details beschreven. Op die manier wordt bereikt dat voor alle belanghebbenden dezelfde regels gelden. In een subsidieregeling wordt ten minste vastgelegd: -

wie voor welke activiteit subsidie kan aanvragen, welk(e) beleidsdoel(en) worden bereikt aan welke maatschappelijk beleidsdoel de subsidie bijdraagt de berekeningsgrondslag of hoogte van het subsidiebedrag het subsidieplafond; het beschikbare budget voor subsidie de subsidiesystematiek; wijze van verdeling van het beschikbare budget geldend termijn van de subsidieregeling.

Naast de eisen die al gelden op grond van de ASV kan een subsidieregeling specifieke eisen beschrijven die gelden voor de aanvraag, specifieke weigeringsgronden of verplichtingen voor de aanvrager en de verantwoording. De subsidieregeling is altijd in lijn met de randvoorwaarden en de uitgangspunten zoals deze zijn gesteld in dit subsidiebeleid. Het vaststellen van een subsidieregeling is een bevoegdheid van het college.

10

H3 Subsidievormen Om subsidieverstrekking zo helder mogelijk te maken, maakt de gemeente SintMichielsgestel onderscheid tussen een aantal verschillende soorten subsidie. Deze subsidievormen dragen bij aan de beschreven doelen uit hoofdstuk 1. In onderstaand overzicht maken we duidelijk welke soorten subsidie we kennen en aan welk doel deze is gekoppeld.

3.1 Prestatiesubsidie De prestatiesubsidie richt zich op professionele organisaties waarbij middels prestatieafspraken een subsidie voor activiteiten en diensten wordt verleend. Denk hierbij bijvoorbeeld aan maatschappelijke of wettelijke taken die gemeente vervult door de inzet van een organisatie. Deze subsidievorm wordt verstrekt op basis van begroting of een vastgestelde berekeningsgrondslag. Bij deze subsidievorm is het wenselijk om continuïteit te waarborgen, stabiliteit in het aanbod te behouden en waar mogelijk subsidie meerjarig te verstrekken.

3.2 Vrijwilligerssubsidie Een vrijwilligerssubsidie wordt jaarlijks verstrekt aan organisaties die structurele activiteiten organiseren die bijdragen aan de beleidsdoelstellingen. Deze vrijwilligerssubsidie wordt verstrekt op basis van een subsidieregeling waarin een vastgesteld bedrag of een berekeningsgrondslag is opgenomen. De subsidie is bedoeld om de activiteit mogelijk te maken en is daarmee een bijdrage in de reguliere organisatie- en activiteitenkosten. De hoogte van de bijdrage is niet gekoppeld aan de kosten van de activiteit. De gemeente waardeert en stimuleert op deze wijze de activiteit. Dit betekent dat de subsidie niet kostendekkend is voor een activiteit of organisatie. Een vrijwilligersorganisatie wordt omschreven als een stichting, vereniging of andere organisatie zonder winstoogmerk waarvan de activiteiten hoofdzakelijk door vrijwilligers worden uitgevoerd.

3.3 Instroomsubsidie Deze subsidievorm richt zich op een organisatie die voor het eerst in aanmerking wil komen voor een jaarlijkse subsidieverlening. Dit kan een prestatiesubsidie of een vrijwilligerssubsidie zijn. De organisatie krijgt de mogelijkheid om te laten zien dat de activiteit(en) die zij

11

organiseren, bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente en voldoen aan de criteria voor de jaarlijkse subsidie. Bij een instroomsubsidie wordt subsidie verstrekt voor de activiteit volgens de grondslag van de bijpassende subsidieregeling.

3.4 Projectsubsidie De projectsubsidie is een éénmalige subsidie. Deze kan aanvullend worden verkregen op een prestatie- of een vrijwilligerssubsidie, maar ook zonder dat al subsidie wordt verkregen. Voor een projectsubsidie is veelal een aparte subsidieregeling opgesteld waarin is beschreven wie een aanvraag kan doen, waarvoor een aanvraag gedaan kan worden en voor welke periode de aanvraag van toepassing is. Dit kan meerjarig zijn. Nieuwe activiteiten/initiatieven die éénmalig een investering nodig hebben om vervolgens een structurele bijdrage te leveren aan beleidsdoelstellingen vallen ook onder projectsubsidie.

3.5 Exploitatiebijdrage De exploitatiebijdrage is een bijdrage voor de exploitatie van een maatschappelijke voorziening; denk aan bijvoorbeeld gemeenschapshuizen, (sport)velden en -zalen. Een dergelijke voorziening draagt bij aan de mogelijkheid voor participatie in de samenleving. Doordat (maatschappelijke) activiteiten veelal niet kunnen plaatsvinden zonder een maatschappelijke voorziening is er een sterk verband tussen het subsidiebeleid en het accommodatiebeleid. De visie, kaders en uitgangspunten voor een exploitatiebijdrage worden uitgewerkt in het accommodatiebeleid. Voor de volledigheid wordt de exploitatiebijdrage in het subsidiebeleid genoemd.

3.6 Wijkmakelaarsbudget Een eenmalige bijdrage uit het wijkmakelaarsbudget is gericht op een burgerinitiatief om de sociale cohesie in de wijk of gemeente te bevorderen. Het budget wordt verstrekt door de wijkmakelaar, hier wordt het initiatief ook ingediend. Aan de verstrekking van het wijkmakelaarsbudget zijn de volgende criteria gesteld. • • • • • •

Er moet sprake zijn van algemeen belang: passend bij gemeentelijke wensen of beleid Budget is niet inzetbaar als subsidie voor bestaande activiteiten Het is een nieuw initiatief uit de buurt/wijk en dus niet van de overheid Er is altijd een vorm van cofinanciering, bijvoorbeeld door zelfwerkzaamheid Er is altijd sprake van aantoonbaar voldoende draagvlak en afstemming met mensen die weerstand hebben tegen het initiatief Er is geen sprake van commercieel belang

12

H4 Uitgangspunten en randvoorwaarden We hanteren een aantal uitgangspunten voor subsidiestrekking met betrekking tot onze rol en bijdrage. We stellen daarnaast randvoorwaarden waaraan ontvangers van subsidie moeten voldoen. Daarnaast wordt een actieve bijdrage en/of houding van subsidieontvangers verwacht op het gebied van duurzaamheid en inclusie/toegankelijkheid.

4.1 Uitgangspunten Eenvoudig Het subsidieproces wordt zo eenvoudig mogelijk ingericht, zowel voor de aanvrager als voor de gemeentelijke organisatie. Door eenduidig te zijn in subsidieregelingen moet een aanvrager eenvoudig kunnen herleiden zijn of deze in aanmerking komt voor subsidie. Er wordt alleen noodzakelijke informatie voor de beoordeling opgevraagd. Waar mogelijk wordt een subsidie voor meerdere jaren verstrekt om de administratieve last laag te houden.

Vertrouwen Het zijn juist de inwoners, verenigingen en (maatschappelijke) organisaties die het verschil maken. Er wordt op vertrouwd dat de subsidie door organisaties en inwoners waardevol wordt ingezet en daarmee bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen. Daarnaast wordt ook vertrouwd op de naar waarheid aangeleverde informatie om een subsidie op te verstrekken. Steekproefsgewijs kan dit getoetst worden. Indien blijkt dat subsidie onjuist wordt besteed of onrechtmatig is verkregen volgen sancties en is uitsluiting van subsidie mogelijk.

Transparant De gemeente Sint-Michielsgestel vindt transparantie een belangrijk uitgangspunt bij subsidieverstrekking. Transparantie betekent dat voor iedereen duidelijk moet zijn welke subsidies beschikbaar zijn en wat het subsidiebeleid is. Het betekent ook dat voor iedereen inzichtelijk moet zijn aan wie, hoeveel subsidie is verstrekt en waarvoor. Dit subsidiebeleid maakt helder en inzichtelijk welke kaders en randvoorwaarden er worden gesteld. In de subsidieregelingen wordt voor iedereen duidelijk voor welke activiteiten en doelgroepen subsidie beschikbaar is. De subsidieregelingen worden gepubliceerd op lokaleregelgeving.overheid.nl. Bij de implementatie van het subsidiebeleid wordt gewerkt naar een jaarlijks subsidieregister waarin een overzicht wordt gegeven van alle verstrekte subsidies. Dit overzicht wordt gedeeld met de raad bij de jaarrekening. Dit is mogelijk vanaf 2026.

Regierol gemeente De gemeente Sint-Michielsgestel wil een bredere rol vervullen dan enkel de rol van subsidieverstrekker. Door met (mogelijke) subsidieontvangers in gesprek te zijn en te blijven, kan de gemeente behoeften ophalen en op andere manieren ondersteunen. Denk aan verbinden, samenwerking stimuleren, faciliteren in kennisdeling en beschikbaar maken van (externe) (professionele) ondersteuning.

13

Door het vervullen van deze rol geeft de gemeente sturing aan behoefte, aanbod en samenwerking van activiteiten binnen de gemeente.

Doelmatig, doeltreffend en rechtmatig Elke subsidie wordt doelmatig, doeltreffend en rechtmatig verstrekt. De doelmatigheid richt zich op de vraag of het verstrekken van subsidie in verhouding staan tot het bereiken van het maatschappelijk doel. Hierbij wordt uitgegaan van een zo beperkt mogelijke inzet van middelen voor het realiseren van bepaalde prestaties. Doeltreffend gaat over het beoogde resultaat dat aansluit op de beleidsdoelstellingen. In de aanvraag van subsidie moet dit beoogde resultaat beschreven worden waarna in de verantwoording wordt toegelicht welk resultaat daadwerkelijk is behaald. Bij rechtmatigheid gaat het om het voldoen aan alle juridische voorwaarden. Deze zijn vastgelegd in de subsidieverordening en subsidieregeling. Voor een rechtmatige verstrekking is monitoring van de subsidie van belang. Bij alle subsidies geldt dat de voorwaarden en verantwoordingseisen de administratieve last zo laag mogelijk houden, maar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid niet in de weg mag staan.

4.2 Randvoorwaarden Gemeentelijke doelstellingen Een organisatie/inwoner komt in aanmerking voor subsidie als deze bijdraagt aan het realiseren van gemeentelijke beleidsdoelstellingen voor een beleidsterrein. Deze doelstellingen komen terug in de subsidieregeling op basis waarvan subsidie aangevraagd kan worden. Gemeentelijke doelstellingen komen voort uit de op te stellen visie Sociaal Domein, het geldende bestuursakkoord en vastgestelde beleidsnota’s per beleidsterrein.

Maatschappelijke meerwaarde De subsidie wordt verstrekt als de activiteit een bijdrage levert aan een collectieve behoefte van (een groep) inwoners in de gemeente Sint-Michielsgestel. Per beleidsterrein kan de omvang van het collectief anders zijn. Een subsidie richt zich nadrukkelijk niet op de kostenverlaging van een individu. Hiervoor zijn aparte regelingen opgenomen in het actuele armoede en schuldenbeleid en de verordening Sociaal Domein.

Sociale basis We verwachten dat de organisaties die subsidie ontvangen met hun activiteiten bijdragen aan het versterken van de sociale basis. Onder sociale basis verstaan we het geheel aan formele verbanden en informele verbanden waar inwoners deelnemen aan activiteiten. Hiervoor zetten onze inwoners zich zowel incidenteel als structureel vrijwillig in. Daarnaast bestaat de sociale basis verder uit collectieve voorzieningen, vrijwilligerssteunpunten, mantelzorgondersteuning, et cetera en betaalde krachten zoals sociaal werkers (maatschappelijk werkers, (sport)opbouwwerkers, jongerenwerkers). De sociale basis stelt onze inwoners in staat om deel te kunnen nemen aan de samenleving en een veilige, gezonde en prettige leefomgeving te creëren. Door elkaar op te zoeken en te helpen, inwoners te

14

ondersteunen en in staat te stellen deel te nemen aan de activiteiten kunnen de organisaties helpen de sociale basis in onze gemeente verder te versterken. Eigenaarschap Inwoners, verenigingen en (vrijwilligers)organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor de financiële basis en uitvoering van hun activiteiten. Hierom vindt de gemeente het belangrijk dat zij ondernemend en zelfredzaam zijn. Een organisatie zorgt daarom, waar mogelijk, voor eigen inkomsten om de activiteiten uit te voeren. Organisaties komen enkel in aanmerking voor subsidie als ze ook aannemelijk kunnen maken dat er inspanning is verricht voor eigen inkomsten en dat deze ook in verhouding staan tot het verkregen subsidiebedrag.

4.3 Actieve bijdrage en houding Toegankelijkheid en inclusie Activiteiten die gesubsidieerd worden door gemeente Sint-Michielsgestel zijn ook toegankelijk voor mensen met een beperking (fysiek en/of mentaal), daar waar dit binnen de mogelijkheden van de organisatie en/of de activiteit ligt. Daarnaast worden organisaties uitgedaagd om een bijdrage te leveren ter bevordering van een inclusieve samenleving waarbij mensen met een beperking kunnen deelnemen en ook groepen op basis van leeftijd, religie, herkomst, seksuele oriëntatie, genderidentiteit of andere gronden niet worden uitgesloten.

Duurzaamheid Van organisaties die subsidie ontvangen verwachten we een bereidheid om een bijdrage te leveren aan de duurzaamheidsdoelstellingen van gemeente Sint-Michielsgestel. De bijdrage kan zich richten op de verschillende thema’s binnen duurzaamheid zoals: circulariteit, energiebesparing, energieopwekking en klimaatadaptatie.

15

H5 Werkproces In dit hoofdstuk beschrijven we het proces van subsidieverstrekking op hoofdlijnen. Daarnaast een korte omschrijving van taken, rollen en verantwoordelijkheden. Tot slot een efficiënte vorm om de subsidieverstrekking binnen MijnGemeenteDichtbij te organiseren.

5.1 Aanvraag, beschikking, vaststelling Een subsidie wordt verstrekt door de volgende processtappen te doorlopen. Allereerst wordt door een organisatie/inwoner een aanvraag ingediend. Elke subsidieregeling die wordt opgesteld wordt voorzien van een aanvraagformulier. Na beoordeling van de aanvraag ontvangt de aanvrager een beschikking waarin het bedrag, de grondslag en voorwaarden zijn opgenomen. Indien de activiteit is uitgevoerd dient de subsidieontvanger een verantwoording in, waarna na beoordeling hiervan de subsidie definitief wordt vastgesteld. In de vaststellingsbeschikking kan eventueel een terugvordering worden vastgesteld wanneer een activiteit niet of niet volledig is uitgevoerd of de kosten hiervoor lager zijn dan de subsidie die is verstrekt. Uitzondering hierop zijn de subsidies die per direct zijn vastgesteld. Schematisch ziet het proces er als volgt uit, de doorlooptijd is afhankelijk van de subsidievorm die wordt verstrekt. Deze termijnen zijn opgenomen in de Algemene Subsidie Verordening.

Aanvraag

Beoordeling

Beschikking

Verantwoording

Vaststelling

5.2 Taken, rollen en verantwoordelijkheden De gemeenteraad stelt de algemene kaders in het subsidiebeleid en de Algemene Subsidie Verordening vast en stelt budget beschikbaar middels de begroting. Vanuit haar controlerende taak ziet zij toe op de uitvoering van het subsidiebeleid door het college. Hiervoor wordt jaarlijks een overzicht van verstrekte subsidie opgenomen in de jaarrekening. Het college geeft uitvoering aan het subsidiebeleid door het vaststellen van subsidieregelingen en het verlenen van de subsidies. Separaat kan het college ook het subsidieplafond van een regeling vaststellen. De praktische uitvoering is grotendeels gemandateerd aan de ambtelijke organisatie. Het college blijft eindverantwoordelijke voor de uitvoering van het subsidieproces. Subsidies zonder subsidieregeling worden niet in mandaat verstrekt. Voor dergelijke subsidies is altijd een collegebesluit nodig. Voor de werkbaarheid wordt een uitzondering gemaakt voor subsidies met een maximum van €5.000,- en beschikbaar budget. Deze worden gemandateerd aan de ambtelijke organisatie.

5.3 Subsidiebureau Na het vaststellen van het subsidiebeleid en de subsidieregelingen volgt de implementatie in de ambtelijke organisatie. Vanuit de huidige werkwijze willen we toewerken naar een

16

subsidiebureau met een efficiënte en effectieve manier van subsidieverstrekking. Dit subsidiebureau werkt met behoud van de huidige inzet aan personeel. Het subsidiebureau vervult een adviserende, controlerende en ondersteunde rol in het subsidieproces. De adviserende functie heeft betrekking op het opstellen van subsidieregelingen, op de subsidieverlening en -vaststelling per gesubsidieerde organisatie. Hieronder valt ook het geven van trainingen aan (beleids)medewerkers en advisering bij beoordeling. De ondersteunende rol richt zich op de administratieve verwerking van subsidieaanvraag, verleningsbeschikking, verantwoording, vaststellingsbeschikking en uitbetaling van de subsidies. De controlerende rol richt zich op het doorlopen van het subsidieproces voor zowel juistheid, tijdigheid en volledigheid. Het subsidiebureau doet dit voor alle subsidies en alle subsidievormen binnen MijnGemeenteDichtbij. Naast de rollen die het subsidiebureau voor ambtelijke organisatie vervuld, is het subsidiebureau voor organisaties en inwoners ook de centrale plek voor subsidieaanvragen en overige informatie.

17

H6 Financiën Hieronder volgt een uiteenzetting over het inzetten en verantwoording van financiële middelen bij subsidieverstrekking.

6.1 Begroting De begroting is leidend voor het verstrekken van subsidie. In de begroting is een budget per beleidsterrein opgenomen. Hierin worden prestatiesubsidies en vrijwilligerssubsidies middels een subsidieplafond vertegenwoordigd. Voor projectsubsidies geldt dat er in de begroting een bedrag is opgenomen voor het project vanuit een beleidsterrein, wat middels subsidie verstrekt kan worden. Op deze manier worden de middelen voor subsidie door de raad beschikbaar gesteld.

6.2 Subsidieplafond Door het vaststellen van subsidieplafonds, al dan niet in een subsidieregeling, stelt het college een maximum budget beschikbaar. Dit komt voort uit de vastgestelde begroting of een projectbudget. Zonder subsidieplafond is er sprake van een openeinderegeling, wat afwijzing van subsidie op basis van beschikbaar budget onmogelijk maakt. Daarom is het stellen van een subsidieplafond noodzakelijk. Het subsidieplafond moet voor de start van de aanvraagperiode worden gepubliceerd om voor alle aanvragers helder te hebben welk budget beschikbaar is. Dit subsidieplafond kan in de regeling opgenomen zijn of als een apart collegebesluit zijn vastgesteld. Als het subsidieplafond vastgesteld moet worden voordat de begroting vastgesteld word, stellen we de plafonds vast met het voorbehoud dat dit plafond als gevolg van de begrotingsbehandeling lager kan worden vastgesteld. Voor de verschillende subsidievormen hanteren we de volgende subsidieplafonds. • • • •

Prestatiesubsidie: subsidieplafond jaarlijks vaststellen door college, onder begrotingsvoorbehoud Vrijwilligerssubsidie: subsidieplafond jaarlijks vaststellen door college, onder begrotingsvoorbehoud Instroomsubsidie: subsidieplafond vaststellen bij regeling Projectsubsidie: subsidieplafond vaststellen bij regeling

In de subsidieregeling wordt ook aangegeven hoe om te gaan met aanvragen bij het bereiken van het subsidieplafond. Keuzes die hierin gemaakt kunnen worden zijn; eerst komt eerst maalt, gelijke verdeling na de aanvraagperiode of een beoordelingssystematiek volgens criteria.

6.3 Monitoring Door monitoring wordt inzichtelijk gemaakt welke subsidies verstrekt worden door de gemeente Sint-Michielsgestel. Met de structurering van subsidies en de inzet van een subsidiebureau werken we naar een jaarlijks overzicht van de verstrekte subsidie. Dit overzicht wordt opgenomen in de jaarstukken voor de raad en meegenomen in de jaarrekening controle van de accountant.

18

6.4 Verantwoording Omdat subsidie gemeenschapsgeld is, is er een bepaalde mate van verantwoording door de subsidieontvanger nodig. Deze verantwoording laten we afhankelijk zijn van de subsidiesoort, waarbij we in ogenschouw houden dat de administratieve last voor zowel aanvrager als gemeente niet onnodig hoog is. Subsidies onder de 5.000,- euro worden daarom per direct vastgesteld. Als het van belang is om de effecten te monitoren kan hiervan worden afgeweken in de subsidieregeling. Voor subsidies tussen de 5.000,- en €50.000,- dienen de ontvangers een inhoudelijk verslag in waarbij ze inzicht geven in de uitvoering van de activiteit, de beoogde doelstellingen, behaalde resultaten en een jaarrekening waaruit blijkt dat de subsidie is besteed. Voor subsidies boven de €50.000,- gelden dezelfde criteria als bovenstaande subsidies waarbij uit de jaarrekening of financieel verslag blijkt welke uitgaven en inkomsten verband houden met de gesubsidieerde activiteit(en). Daarnaast dienen ontvangers van subsidies boven de €100.000,- een controleverklaring in.

19

Bijlagen Notitie Evaluatiefase De evaluatiefase bestaat uit drie elementen: 1. Enquête onder subsidieontvangers 2. Gesprekken met subsidieontvangers vanuit een steekproef 3. Gesprekken met professionele partners Uit elk element volgt hieronder een korte samenvatting.

Enquête onder subsidieontvangers De enquête is afgenomen onder 80 subsidieontvangers vanuit het Subsidieprogramma Maatschappelijk Domein 2018-2021. Deze subsidieontvangers krijgen jaarlijks een subsidie verstrekt. De respons op de enquête is groot te noemen, in totaal 65 reacties. In de enquête is navraag gedaan over het subsidieprogramma, de subsidieverstrekking, financiën en het contact/informatie vanuit de gemeente. Belangrijkste bevindingen uit de enquête zijn: Subsidieprogramma • De helft van de organisaties kent Subsidieprogramma Maatschappelijk Domein • 52% van de organisaties is onbekend met de berekening van de subsidiehoogte • Het subsidieprogramma sluit niet altijd aan bij de maatschappelijke ontwikkelingen Financiën • De helft van de organisaties is afhankelijk van subsidie • Voor 25% van de organisaties is het subsidiebedrag voldoende • Andere inkomsten naast subsidie zijn: contributie (29%), fondsen (3%), sponsoring (29%), ledenacties (17%), overig (22%) Op een schaal van 1 tot 5 worden de volgende items gewaardeerd: Subsidieverstrekking • Aanvraagmethode 3.7 • Uitleg bij procedure 3.4 • Duidelijkheid en volledigheid beschikking 3.5 • Noodzaak van jaarlijkse verantwoording 4.3 • Verantwoording vanaf €5.000,4.0 Contact • Algemene informatie 3.1 • Bereikbaarheid 3.3 • Reactietermijn 3.2 Gesprekken met subsidieontvangers vanuit een steekproef Vanuit elke cluster

binnen het Subsidieprogramma Maatschappelijk Domein is met één of meerdere subsidieontvangers een verdiepend gesprek gehouden. Met welke organisatie dit is geweest is middels steekproef bepaald. De uitkomsten uit de gesprekken kunnen we indelen in 4 categorieën.

20

Complimenten (Wat gaat er goed?) Uit de gesprekken blijkt een grote dankbaarheid voor de subsidie, ongeacht de hoogte van het bedrag. Men ervaart de ondersteuning bij het subsidieproces zoals het ontvangen van een reminder voor het doorgeven ledenaantal als erg positief. Ook de eenvoud waarmee een subsidie te verkrijgen is wordt als compliment aangegeven. Behouden (Wat moeten we niet veranderen?) Enkele organisaties geven aan dat de subsidie nu heel toegankelijk is. Vanuit het subsidieprogramma ontvangt men een bijdrage en hier hoeft betrekkelijk weinig voor gedaan te worden. Dit zorgt voor gemak, maar ook een lage drempel om subsidie te verkrijgen. Ook is men van mening dat het gaat om gemeenschapsgeld en dat hier wel bewust mee omgegaan moet worden. Een verantwoording indienen voor de subsidie die ontvangen wordt is daardoor ook van belang. Verbeteren (Wat zijn aandachtspunten?) In één aandachtspunt zijn vrijwel alle organisaties unaniem. Maak inzichtelijk waarvoor subsidie verkregen kan worden. Dit is nu onduidelijk en onvindbaar. Daarnaast zijn organisaties onbekend met de visie, doelstellingen en berekeningsgrondslagen van subsidie waardoor er onzekerheid is op welk bedrag aanspraak gemaakt kan worden en of dit ‘de moeite waard is’ om een aanvraag voor in te dienen. Een ander belangrijk punt is om subsidies te indexeringen.

Afgelopen jaren zijn de kosten voor veel organisaties hoger geworden en groeit de subsidie niet mee door het ontbreken van indexering. Stoppen; (Wat moet over boord?) Op de vraag wat gemeente niet meer zou moeten doen komt weinig respons. Een enkele organisatie geeft aan dat de subsidie zich richt op leden woonachtig in de gemeente. Dit zorgt voor uitdagingen en zou prettig zijn als gemeente deze grenzen oprekt.

Gesprekken met professionele partners De professionele partners ervaren en goed contact met de accounthouders. In dit contact is een goede inhoudelijke afstemming en ook het doorlopen van het subsidieproces is een onderwerp wat regelmatig besproken wordt. Sinds enkele jaren wordt gewerkt met een subsidiekader en uitvoeringsprogramma wat prettig is. De jaarlijkse exercitie voor het aanvragen en vaststellen van een subsidie wordt ervaren als een grote belasting. Hiervoor zien de professionele partners graag een verbetering door te werken met meerjarensubsidie. Dit biedt meer zekerheid en een langdurige samenwerking waarop dan ook expertise ingezet kan worden. Een andere uitdaging is om structurele subsidie en incidentele subsidies (op projectbasis) zo goed mogelijk inzichtelijk te maken. Elk type heeft een andere aanvraag en aanvraagperiode. Dit geeft soms verwarring. Ook de beschikking en uitbetaling van incidentele subsidies vraagt extra zorgvuldigheid.

21

Notitie Werksessie Subsidiebeleid raad Datum: donderdag 13 juni Tijdstip: 20.00 – 22.00 uur Locatie: Raadzaal Gemeente Sint-Michielsgestel Beleidsadviseur: Marielle Zijlstra Wethouder: Bert van Druenen

Welkom Wethouder Bert van Druenen heet iedereen welkom. Aanleiding van deze informatieavond wordt toegelicht. In januari 2024 heeft college een projectopdracht verleend voor de herijking van subsidies om het subsidieprogramma te herzien. Vanuit het werkveld komen steeds meer (financiële) knelpunten en uitdaging als signaal bij gemeente. Presentatie Marielle Zijlstra, beleidsadviseur Subsidie, geeft een presentatie n.a.v. de evaluatie bij subsidieontvangers en deelt een eerste ontwerp van het nieuwe subsidiebeleid. Daarna volgt een toelichting op de uitgangspunten. Stellingen Er worden enkele (tegen)stellingen besproken met de raadsleden om vanuit hier input op te halen hoe raadsleden kijken naar uitgangspunten. 1.

Een organisatie met een sluitende begroting ontvangt geen subsidie, ook als deze bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen. 2. Elke organisatie met een maatschappelijke bijdrage ontvangt subsidie. Uit de argumenten blijkt gemeente niet elke begroting van een organisatie sluitend kan/wil maken met subsidie. Het gaat om gemeenschapsgeld en dat moet verantwoord besteed worden. Van een organisatie mag een zelfredzame houding worden gevraagd waarbij inspanning wordt geleverd voor een zelfstandig bestaan. Zonder dat een zelfstandig bestaan wordt ‘gestraft’ door geen subsidie meer te verlenen. De subsidie moet stimulerend werken. Er kan wel een beroep gedaan worden als het niet nodig is, het ook niet aan te vragen om gemeenschapsgeld goed te besteden. 1.

Gemeente Sint-Michielsgestel subsidieert activiteiten buiten haar gemeentegrenzen gericht op onze inwoners. 2. Gemeente Sint-Michielsgestel subsidieert activiteiten binnen haar gemeentegrens waaraan inwoners van buiten de gemeentegrens deelnemen.

Voor organisaties binnen de gemeentegrens is het wenselijk om voor alle deelnemers een subsidie te verstrekken, maar daarbij dan ook een lijn te trekken dat organisatie buiten de gemeentegrens geen subsidie ontvangen. Uitzondering hierbij zijn de landelijke en regionale organisaties. Maar dit zijn veelal professionele partners en geen vrijwilligersorganisaties. 1. Werken vanuit vast subsidieplafond welke vooraf is vastgesteld. 2. Werken vanuit subsidieregeling en financieren naar aanvragen. Subsidie mag geen blanco cheque zijn waarbij iedereen die vraagt ook krijgt. De raad gaat over de beschikbare budgetten in de begroting en hieruit zal een subsidieplafond genoemd moeten worden. Het beschikbare budget mag tot 10% overschreden worden door het college,

22

hierbinnen kun je marginale verschillen opvangen. Aangegeven wordt dat er vooral ruimte moet zijn om in te spelen op innovatie en ontwikkelingen.

23

Notitie Werksessie Subsidiebeleid organisaties Datum: woensdag 4 september Tijdstip: 19.30 – 22.00 uur Locatie: Raadzaal Gemeente Sint-Michielsgestel Dagvoorzitter: Tom Vaessen Beleidsadviseur: Marielle Zijlstra Wethouder: Bert van Druenen Welkom Wethouder Bert van Druenen heet iedereen welkom. Er wordt teruggeblikt op het verleden, waarbij wordt aangegeven dat het wenselijk was om het subsidieprogramma eerder te herzien. Dit is echter niet gelukt door de pandemie en personeelsbezetting. Vervolgens wordt er naar de toekomst gekeken, waarin we samen het nieuwe subsidiebeleid gaan vormgeven, nieuwe afspraken over subsidies maken en vooral meer helderheid en transparantie te creëren over de subsidieverstrekking. Inhoud en proces rondom nieuw subsidiebeleid Mariëlle Zijlstra (beleidsadviseur Subsidies) geeft een presentatie over de ontwikkelingen van het nieuwe subsidiebeleid. Ze legt het procesverloop uit en licht de resultaten van de gehouden enquête toe. Op basis van de knelpunten is een ontwerp voor het nieuwe subsidiebeleid gemaakt. Een belangrijk aandachtspunt is om van het huidige subsidieprogramma af te stappen en te werken met subsidiebeleid en subsidieregelingen, om zo meer flexibiliteit in de subsidieverstrekking te creëren.

Er wordt een toelichting gegeven op het ontwerp van het subsidiebeleid en de uitgangspunten Peiling van het sentiment Er worden met behulp van de digitale 'Mentimeter’ drie vragen gesteld aan de aanwezigen. De meest voorkomende antwoorden zijn hieronder weergegeven. 1. Waarom ben jij erbij vanavond? • Betrokkenheid • Nieuwsgierigheid • Belangstelling • Meepraten met beleid

• • • •

Toekomstbestendig Meedenken Belangrijk onderwerp Invloed op eigen organisatie

2. Waarom is het belangrijk dat de gemeente subsidie verstrekt? • Leefbaarheid • Stimuleren van participatie • Maatschappelijke betrokkenheid • Ondersteunen van activiteiten • Continuïteit van organisaties en • Toegankelijkheid van activiteiten activiteiten 3. Als er straks een nieuw subsidiebeleid is, wanneer ben je dan tevreden? • Duidelijkheid over bedrag • Eerlijke verdeling • Transparantie over subsidie • Betaalbaarheid van activiteiten • Behouden of verhogen van huidige • Duidelijke visie van gemeente m.b.t. subsidie te behalen doelen Vragen en antwoorden Tijdens de sessie werden verschillende vragen over het nieuwe subsidiebeleid gesteld. Hieronder staat een aantal vragen en de bijbehorende antwoorden weergegeven:

24

Is er al uitspraak gedaan over bepaalde beleidsonderdelen die belangrijk worden gevonden? Nee, dit komt voort uit de visie Sociaal Domein. We baseren het subsidiebeleid op bestaand beleid. In hoeverre worden vastgestelde regelingen ook meegenomen in het subsidiebeleid? Regelingen die al zijn vastgesteld (zoals GALA, water afkoppeling, etc.) kunnen niet worden stilgezet, en blijven dus gehanteerd. Vanuit het subsidiebeleid wordt verder gebouwd aan de voorgestelde structuur. Hoe wordt er omgegaan met indexering? Indien van toepassing, wordt er per subsidieregeling afzonderlijk een indexatie vastgesteld. Hoe is geborgd dat de raad ook kan sturen? Dit komt terug in beleidsnota’s van de beleidsterreinen, in de begroting en in de controlerende rol van de raad. Is er een mogelijkheid om advies te krijgen over subsidies vanuit gemeente Sint-Michielsgestel? Op langere termijn is het een persoonlijke wens om organisaties hierbij te ondersteunen. Op dit moment ligt de focus op het subsidiebeleid en het opstellen van subsidieregelingen.

Subsidiedialoog Aan de hand van een Lagerhuisdebat zijn argumenten naar aanleiding van stellingen opgehaald. Onder elke stelling wordt de uitkomst van het debat beschreven. Subsidie is bedoeld voor organisaties die het nodig hebben. Bij subsidies gaat het om gemeenschapsgeld, dat verantwoord besteed moet worden. Iedereen is het erover eens dat subsidies worden verstrekt om beleidsdoelstellingen te bereiken. Zowel om waardering te tonen als om te stimuleren. Subsidies worden aan organisaties verstrekt, maar moeten gericht zijn op de activiteiten die zij aanbieden. De discussie gaat ook over de noodzaak. Subsidies zijn nodig als het doel zonder de subsidie niet bereikt kan worden. Tegelijkertijd is het ook wenselijk om waardering te tonen voor de activiteit. Elke vrijwilligersorganisatie heeft recht op subsidie. Het recht op subsidie wordt in twijfel getrokken. De algemene tendens is dat subsidies bedoeld zijn om een gezamenlijk maatschappelijk doel te bereiken. Er mogen criteria worden gesteld aan de vrijwilligersorganisatie en er is een onderbouwing nodig voor het doel van de subsidie. Als een activiteit zelfstandig kan draaien, is er geen subsidie nodig. Subsidie wordt alleen gegeven aan organisaties binnen de gemeentegrenzen die actief zijn enkel voor inwoners van de gemeente Sint-Michielsgestel.

Het is wenselijk om de activiteit te subsidiëren, ongeacht of de deelnemers uit de eigen gemeente komen of van buitenaf. Dit is vooral belangrijk omdat andere gemeenten hiervoor geen subsidie verstrekken. Wel moet worden opgemerkt dat de organisatie zich voornamelijk moet richten op inwoners uit de eigen gemeente. Het subsidieplafond moet jaarlijks worden bepaald. Het subsidieplafond wordt gezien als een beperking bij het verkrijgen van subsidie. Over het algemeen wil iedereen duidelijkheid over de basishoogte van de subsidie en dat deze niet wordt verlaagd. Daarnaast pleit men voor ruimte om in te spelen op innovatie en ontwikkelingen. Het subsidieplafond moet hier niet beperkend op zijn.

25

Instroomsubsidie is voor een specifieke periode, daarna moet de organisatie/activiteit het zelf ophoesten. Er is enige onduidelijkheid over deze stelling, omdat de discussie zowel over de periode als over de zelfstandigheid van de activiteit kan gaan. Dit geldt ook voor nieuwe en bestaande organisaties en activiteiten. Uit de argumenten blijkt dat variatie wenselijk is. Een subsidie kan nodig zijn om te starten, gevolgd door een structurele basissubsidie. Daarnaast moet er ruimte zijn voor een eenmalige investering, waarna de activiteit zelfstandig kan worden voortgezet. Ook voor bestaande activiteiten die aanspraak willen maken op subsidie, moet een passende vorm beschikbaar zijn. Voor elke (nieuwe) activiteit of organisatie moet er een businesscase zijn die aantoont of er structurele of eenmalige subsidie nodig is, waarop de gemeente een besluit kan nemen. Organisaties moeten zelf inkomsten genereren om voor subsidie in aanmerking te komen. Het genereren van inkomsten is niet voor elke organisatie mogelijk. Een inkomensdrempel maakt het moeilijker om subsidie aan te vragen. Van een organisatie mag verwacht worden dat zij nadenkt over hoe zij inkomsten genereren met de aangeboden activiteiten. Als er minder subsidiebudget beschikbaar is levert iedereen een beetje in. De kaasschaafmethode, zoals deze stelling wordt genoemd, wordt afgewezen.

De gemeente moet keuzes maken over wat belangrijk wordt gevonden. Bij deze afweging is het wenselijk om zowel de impact als de afhankelijkheid van de subsidie mee te nemen.

Woord van dank Bert van Druenen bedankt alle aanwezigen voor hun bijdrage deze avond en vooral voor hun inzet in de gemeente. Het zijn de organisaties die het verschil maken. Een notitie over deze sessie wordt na afloop met de aanwezigen gedeeld. De argumenten uit de sessie worden meegewogen in het op te stellen subsidiebeleid. Na de vaststelling van het subsidiebeleid door het college, wordt het nieuwe beleid gedeeld. Dit gebeurt gelijktijdig met de openbaarmaking aan de raad. De aanwezigen wordt ter afsluiting gevraagd nog een laatste suggestie mee te geven. De meest voorkomende suggesties zijn: • Blijf in gesprek met organisaties • Biedt differentiatie waar dit nodig is • Maak duidelijke kaders, heldere regels en houd het eenvoudig • Ondersteun organisaties bij subsidie • Stimuleer samenwerking en gezamenlijke aanvragen voor een efficiënte inzet van middelen.

26

Afwegingskader subsidie vs inkoop In onderstaand overzicht de verschillen tussen subsidie en inkoop. Aan de hand van dit overzicht kan worden bepaald of een bepaalde activiteit of regeling meer kenmerken heeft van een subsidie of van inkoop. Subsidie Definitie in artikel 4:21 Awb: • De aanspraak op financiële middelen • Door een bestuursorgaan verstrekt • Met het ook op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten

Inkoop Definitie overheidsopdracht in richtlijn 2004/18: • Schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel • Tussen ondernemer(s) en aanbestedende dienst(en) gesloten • Die betrekking heeft op de uitvoering van werken, de levering van producten of het verlenen van diensten

Eenzijdige handeling (subsidiebeschikking; in beginsel geen prestatieplicht)

Tweezijdige handeling (aanbod en aanvaarding, wederkerigheid)

Vaak voor activiteiten die te maken hebben met het ‘algemeen belang’, waarbij subsidieverstrekker (vaak) belang heeft bij activiteiten van de individuele aanvrager ten behoeve van derden. Concurrentiestelling op een markt vaak niet goed mogelijk.

Uitvoeren van werken, leveren van diensten of goederen door derden aan de overheid, meestal ten behoeve van de uitvoering van eigen taken van het bestuursorgaan. Er is vaak een markt voor de activiteiten. Concurrentiestelling is principe mogelijk. Voor opdrachtnemer gaat het om een commerciële activiteit.

Bij aangaan subsidierelatie: geen expliciete aanbestedingsverplichting ingevolge Awb of subsidieverordening

Bij aangaan overeenkomst: vaak aanbestedingsplicht ingevolge Aanbestedingswet of gemeentelijk aanbestedingsbeleid

Bij voldoen aan (objectieve) subsidiecriteria: recht op betaling subsidie

Zelfs bij voldoen aan vereiste inzake selectie en gunning in de aanbesteding: geen plicht tot gunnen opdracht / aangaan overeenkomst (ovb precontractuele eisen van redelijkheid en billijkheid en goede trouw)

Subsidieregeling(en) van toepassing

Branchevoorwaarden, inkoopvoorwaarden, contractvoorwaarden van toepassing

Bestuursrecht van toepassing. Bij bezwaar/beroep tegen subsidiebeschikking; administratieve rechtsgang via beschikkend bestuursorgaan en bestuursrechter (Awb)

Burgerlijk recht van toepassing op aanbestedingsprocedure en de overeenkomst.

Bij niet nakomen van subsidiecriteria kan nakoming niet worden afgedwongen. Wel kan in het algemeen de subsidie lager of nihil worden vastgesteld.

Bij niet nakoming overeenkomst; nakoming overeenkomst kan worden gevorderd. Afdwingbaarheid van de overeenkomst. Afspraken worden gemaakt onder

27

Vaak sprake van bevoorschotting op basis van liquiditeitsbehoefte van de subsidie vragende instelling. Gaat om werkelijk gemaakte en betaalde kosten.

bezwarende titel (d.w.z. tegen betaling (tegen geld of op geld waardeerbaar)). Facturen voor wederprestatie op grond van overeenkomst worden veelal betaald na (deel) prestatie.

In principe geen BTW verschuldigd

BTW verschuldigd

Vergoeding deel van de kosten

In principe vergoeding van de kostprijs opdrachtnemer plus winstmarge

Vooral stimuleringsbijdrage (ter ondersteuning beleid of bevordering algemeen belang), levering (werkzaamheden of diensten) niet per se aan subsidieverstrekker

Betaling voor aan opdrachtgever geleverde goederen, werken of diensten.

28

29

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14809697/1