3.26 LIP Mgr. Hermuslaan 70 te Sint-Michielsgestel
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Kapteijns B.V. – ST. MICHIELSGESTEL Wijzigen bedrijfslocatie i.c.m. natuurontwikkeling Mgr. Hermuslaan 68 / 70
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Kapteijns B.V. – ST. MICHIELSGESTEL Wijzigen bedrijfslocatie i.c.m. natuurontwikkeling Mgr. Hermuslaan 68 / 70
Project
: Vergroten bestemmings-/bouwvlak i.c.m. natuurontwikkeling > Optimalisering van huidige bedrijfsvoering ; > Natuurontwikkeling/ verbetering van landschappelijke kwaliteit (ca. 2,7 ha) 2 > Uitbreiden van het bestemmingsvlak Bedrijven ter grootte van ca. 5.500 m ; 2 > Totaal toegestane bedrijfsbebouwing 3.000 m ; > Overige planologische aspecten. (gemeente Sint-Michielsgestel, sectie E, nr. 3739, 3862, 4207, 4264 en 4265)
Projectcode : ORI 4128 Datum : september 2014 (versie 1: 14 maart 2014) Opdrachtgever : Kapteijns BV, Mgr. Hermuslaan 70 (5271 RK) te Sint-Michielsgestel Contactpersoon : dhr. M. Kapteijns Gemeente : SINT-MICHIELSGESTEL Contactpersoon : dhr. J. van Gorp Uitvoering
: CUMELA Advies, Nijkerk, dhr. J. van Dijk
Status
: definitief
CUMELA Advies – Nijkerk
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
VOORWOORD Voor u ligt een ruimtelijke onderbouwing waarbij nader wordt ingegaan op de uitbreiding en vergroting van het bestemmings- en bouwvlak Mgr. Hermuslaan 68 / 70 te Sint-Michielsgestel ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten van Kapteijns BV in combinatie met de ontwikkeling van de inrichting van de aangrenzende gronden ter grootte van 2,7 hectare ten behoeve van natuur. Een eerste fase, qua uitbreiding c.q. aanpassing van het bestemmings-/bouwvlak, wordt door de gemeente zelf in navolging van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van 31 oktober 2012 ingevuld. Middels deze ruimtelijke onderbouwing wordt ‘fase 2’ nader ingevuld. Economische groei en toekomstperspectieven voor dienstverlenende (machinale) bedrijven ten behoeve van de agrarische sector i.c. buitengebiedgeoriënteerde werken worden in grote mate beïnvloed door de gebruiksmogelijkheden van de eigen inrichting/bedrijfslocatie. In de voorliggende ruimtelijke toelichting zijn de planologische, milieukundige en bedrijfsspecifieke aspecten in relatie tot het wijzigen van de bestemming voor het bedrijf / houden van paarden weergegeven. Het cumelabedrijf “Kapteijns BV”, is aangesloten bij CUMELA Nederland. CUMELA Nederland is dé belangenorganisatie voor een gespecialiseerde groep ondernemingen (cumelasector).
Deze ondernemingen, specialisten in groen, grond en infra, verrichten werkzaamheden met mens en materiaal voor derden. CUMELA Nederland kent een ledenaantal van nagenoeg 2.000 professionele bedrijven werkzaam in genoemde sectoren. CUMELA Advies maakt onderdeel uit van CUMELA Nederland. Deze ruimtelijke toelichting is in opdracht van de heer M. Kapteijns opgesteld door CUMELA Advies. De architectuur/tekeningen zijn/worden verzorgd door Architectenbureau A.M. van BOVEN BV te StMichielsgestel. Het landschappelijk inpassings- en inrichtingsplan voor de omliggende gronden is opgesteld door Praedium. De onderhavige ontwikkeling in casu ruimtelijke onderbouwing vindt zijn ‘grondslag’ in de formele procedure aangaande het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Michielsgestel 2010. De beoogde ontwikkeling is destijds reeds verzocht. Bij schrijven van 26 april 2013 (kenmerk JOI 4128 - B/88132), herhaald bij schrijven van 22 januari 2014 (kenmerk ORI 4128 - B/89690) én specifiek bij (herhaald) verzoek van 9 juli 2014 (ORI 4128 – B/90543; zie bijlage 1) is formeel verzocht om toepassing van de uitbreiding (fase 2) alsmede het ‘repareren’ van ‘fase 1’ in casu het aanpassen van het bestemmingsplan Buitengebied. Bij formeel besluit van 28 augustus 2014 (kenbaar gemaakt op 16 september 2014) heeft het college ingestemd – onder voorwaarden – met onderhavige ontwikkeling (zie bijlage 2).
CUMELA Advies – Nijkerk
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING
6
1.1 Aanleiding
6
1.2 Ligging plangebied
7
1.3 Bestemmingsplan / milieu
7
1.4 Leeswijzer
8
2 PROJECT-/PLANOMSCHRIJVING
9
2.1 Omgeving en beschrijving van het plangebied
9
2.2 Bedrijfsprofiel
9
2.3 Beoogde ontwikkeling
11
3 RUIMTELIJK BELEID
14
3.1 Rijksbeleid
14
3.2 Provinciaal beleid (Verordening)
14
3.3 Gemeentelijk beleid
17
3.4 Overig relevant ruimtelijk beleid
19
3.5 Verantwoording beleid / wijze van aanpak
19
3.6 Conclusie ‘beleid’
22
4 PLANOLOGISCHE UITVOERINGSASPECTEN
23
4.1 Ruimtelijk
23
4.1.1 Beeldkwaliteit / stedenbouwkunde 4.1.2 Landschappelijke inpassing / ruimtelijke kwaliteit
23 24
4.2 Milieu
25
4.2.1 Bedrijven en milieuzonering 4.2.2 Bodem 4.2.3 Mobiliteit / infrastructuur 4.2.4 Geluid / lawaai 4.2.5 Ecologie / Flora- en fauna 4.2.6 Luchtkwaliteit 4.2.7 Water 4.2.8 Cultuurhistorie 4.2.9 Archeologie 4.2.10 Externe veiligheid 4.2.11 MER 4.2.12 Leidingen
25 27 28 28 29 31 32 33 33 34 34 34
4.3 Conclusie
5 VERANTWOORDING
34
35
5.1 Motivering beleidsaspecten
35
5.2 Uitvoerbaarheid
36
CUMELA Advies – Nijkerk
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
6 JURIDISCHE PLANOPZET
37
6.1 Planologisch-juridisch
37
6.2 De gekozen bestemmingen
37
6.3 Grondexploitatie / planschade
37
BIJLAGEN -
38
1: Verzoek: Uitbreiding bedrijfslocatie Mgr. Hermuslaan 70 te St.-Michielsgestel (CUMELA Advies); 9 juli 2014 (kenmerk: ORI 4128 – B/90543); 2: Principebesluit gemeente ‘Ontwikkeling Mgr. Hermuslaan 70 te Sint-Michielsgestel’ d.d. 16 september 2014 (kenmerk: 471238 / 552016); 3: Kadastrale kaart: plangebied en omgeving Mgr. Hermuslaan 70; 4: Terreinindeling/plangebied (bestaand / toekomstige inrichting) Architectenbureau A.M. van Boven BV; no 2013.16 – (laatst gewijz.: 22 september 2014) 5: Uitspraak ABRvS inzake Bp Buitengebied St-Michielsgestel; 31 oktober 2012 (overwegingen 20); 6: Natuurontwikkelings-/landschappelijk inpassingsplan Praedium (30 september 2014); 7: Toekomstvisie ontwikkeling Kapteijns i.r.t. landgoed Theede.
CUMELA Advies – Nijkerk
-5-
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
1 INLEIDING In deze paragraaf is de aanleiding voor de ruimtelijke toelichting, de ligging van het object, het vigerend bestemmingsplan en een leeswijzer opgenomen. 1.1 Aanleiding Het bedrijf Kapteijns BV is al ruim 50 jaar gevestigd en bedrijfsvoerend aan de Mgr. Hermuslaan 70 (en 68) te Sint-Michielsgestel, gelegen aan de zuid-west rand. Vanaf deze locatie wordt uitoefening gegeven aan het loon-, grondverzet- en verhuurbedrijf (cumelabedrijf). Vanwege de omvang van het perceel en de wijze van bebouwing enerzijds en de omvang van het aanwezige (landbouw-)materieel (manoeuvreren, stallen, e.d.), ruimte voor logistieke afwikkeling, op-/overslag en bewerking van (strategische) werkvoorraad aan grond-, hulp-, bouwstoffen, stalling van containers, en dergelijke anderzijds is een adequaat en doelmatig ruimtegebruik (lees; bestemming-/bouwvlak) benodigd. In navolging van algehele schaalvergroting en ontwikkeling, alsmede op grond van het bedrijfseconomischeen -technische belang/continuïteit van het bedrijf en ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse (in totaal 2,7 ha), is een wijziging van het bestemmings- en bouwvlak richting de achterzijde (= ten zuid-westen) van de bedrijfslocatie opportuun. Gedurende de procedure inzake de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Michielsgestel 2010 (vastgesteld d.d.
16 december 2010) is verzocht om de reeds in gebruik zijnde gronden (verder: fase 1 genoemd) alsmede een uitbreiding in zuid-westelijke richting (verder genoemd: fase 2) te betrekken i.c. de bestemming te wijzigen naar de bestemming ‘Bedrijf’ in navolging van de bestaande- en feitelijke, danwel bedrijfstechnisch noodzakelijke gebruik van de gronden, voor de exploitatie van het bedrijf. Door de Afdeling van de Raad van State is bij uitspraak van 31 oktober 2012 de opdracht aan de gemeente verstrekt om –kortweg- planologisch te voorzien in een reparatie betreffende het bestaande bestemmingsvlak (Bp 2010) alsmede ‘fase 1’. Per schrijven van 26 april 2013 (en herhaald 22 januari 2014 en 9 juli 2014) zijn formele verzoeken ingediend (bijlage 1) om medewerking te verlenen aan het ‘maatwerk’ voor het planologisch toestaan van het gebruik van de gronden (zowel fase 1 als fase 2), ten behoeve van de bedrijfsmatige activiteiten (w.o. manoeuvreerruimte, op-/overslag en handelingen met goederen/stoffen, stalling materieel, e.d.) als noodzakelijk onderdeel van de bedrijfsuitoefening in combinatie met de bereidheid om de aanpalende landbouwgronden (ca. 2,7 ha) te ontwikkelen tot natuur / landschappelijke inpassing. Hiervan wordt tenminste 2,4 hectare ingezet voor onderhavig initiatief. De te ontwikkelen natuur sluit aan bij het – nog te ontwikkelen – landgoed Theede.
Onderhavige onderbouwing maakt onderdeel uit van voormeld verzoek en wordt/zal gehanteerd ter onderbouwing voor het voorzien in een passend juridisch planologisch kader (conform het schrijven van de gemeente Sint-Michielsgestel d.d. 29 januari 2014, kenmerk 515546). Onderhavig plan ‘beschrijft’ de behoefte aan een adequate bedrijfslocatie, waarbij de bedrijfstechnische-, beleidsmatige, ruimtelijke- en milieukundige aspecten nader worden gemotiveerd en verantwoord. In eerste aanleg is op 14 maart 2014 een eerste versie van de ruimtelijke onderbouwing ingediend. Na overleg / afstemming met gemeente is de onderbouwing in navolging van het verzoek van 9 juli 2014 (bijlage 1) en het principebesluit van de gemeente (bijlage 2) aangepast. Op grond van deze ruimtelijke onderbouwing annex inrichtingsplan wordt – in navolging van de verzoeken en gemaakte afspraken - verzocht om het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Michielsgestel zowel qua fase 1 als fase 2 te wijzigen.
CUMELA Advies – Nijkerk
-6-
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt in de gemeente Sint-Michielsgestel, ten zuidwesten van de woonbebouwing. Het plangebied ligt op de grens van de bebouwde kom en de overgang met buitengebied c.q. natuur. Het plangebied is Monseigneur Hermuslaan 70 (en 68) en kadastraal bekend als gemeenten SintMichielsgestel, sectie E, nr(s) 3739, 3862, 4207, 4264 en 4265 (bijlage 3: Kadastrale kaart percelen). Voor een globale ligging wordt verwezen naar figuur 1 (luchtfoto plangebied) en figuur 2 (foto plangebied). Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de bijgesloten plattegrond/situatietekening (bijlage 4/ figuur 3).
figuur 1: Omgeving plangebied (bron: Google Earth)
figuur 2: Plangebied (bron; Google Earth)
1.3 Bestemmingsplan / milieu Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente en valt in eerste aanleg onder de vigerende werking van het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Michielsgestel 2010, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2010. Het plangebied is deels bestemd als ‘Bedrijven’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf grondverzet- en loonbedrijf’ (artikel 7) en deels de bestemming ‘Agrarisch met waardenLandschapswaarden’ (artikel 6), waarbij verschillende gebiedsaanduidingen aan de orde zijn. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 31 oktober 2012 uitspraak gedaan inzake de ingestelde beroepen betreffende voormeld plan. Bij overwegingen 20 e.v. is de Afdeling ingegaan op het beroep van Kapteijns, waarbij in overwegingen 20.4 en 20.5 is vastgesteld dat het betoog slaagt en is de gemeenteraad bij overweging 20.6 het vernietigde plandeel, binnen een termijn van 26 weken na de uitspraak (dit betreft: bestaand perceel en ‘fase 1’) te ‘herstellen’ middels het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan (zie uitspraak ABRvS: 31 oktober 2012; bijlage 5). Op grond van het voorliggende (vigerende) bestemmingsplan Buitengebied 2001 is aan het perceel (gelijk bestemmings-/bouwvlak) de bestemming Bedrijfsdoeleinden met de aanduiding B16 (bestemd voor grondverzet- en loonbedrijf) toegekend.
Voormelde ‘reparatie’ van het vernietigde plandeel plus ‘fase 1’ dient door de gemeente uitgevoerd te worden. Genoemde reparatie alsmede ‘fase 2’ wordt betrokken bij de Actualisatie Bestemmingsplan Buitengebied 2015. Zie voor nadere toelichting bij bestemmingsvlakken en fase 1 en 2, figuur 3.
CUMELA Advies – Nijkerk
-7-
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
Voor de inrichting is bij besluit van 12 februari 1997 een revisievergunning Wet Milieubeheer verleend. In 2005 is een melding o.g.v. het besluit Opslag en transportbedrijven ingediend inclusief de activiteit op- en overslag. De milieukundige situatie valt momenteel op autonome wettelijke gronden binnen de reikwijdte van het Activiteitenbesluit. De gemeente Sint-Michielsgestel is doende de herziening/actualisatie van het bestemmingsplan Buitengebied 2015 in procedure te brengen.
figuur 3: Plangebied ‘gronden natuurontwikkeling’ incl. weergave Fase 1 en Fase 2
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving opgenomen van de huidige situatie en activiteiten van het bedrijf in casu van het plangebied en de voorgestane ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid – voor zover relevant - behandeld. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in de milieu- en omgevingsaspecten die van belang zijn voor de onderhavige bestemmingswijziging. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de verantwoording van dit plan.
CUMELA Advies – Nijkerk
-8-
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
2 PROJECT-/PLANOMSCHRIJVING Een nadere uitwerking van het plan, de omgeving/plangebied, het bedrijf Kapteyns en de bestaande- / beoogde ontwikkeling wordt onderstaand benoemd. 2.1 Omgeving en beschrijving van het plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Sint-Michielsgestel. Het plangebied wordt begrensd door, ten noorden, de woonbebouwing (Theereheide), gelegen aan de Eikenlaan, ten oosten ligt een sporthal / sportvoorzieningen, een 2 onder 1 kapwoning (nr. 99/99a) en meer in zuidoostelijke richting bos/natuur. Ten westen liggen de landbouwgronden (in eigendom van Kapteijns) welke van oudsher al bij het bedrijf behoren en onderdeel uitmaken van het plangebied. Ten zuidoosten van het plangebied is sprake van bos/natuur (EHS). Het plangebied ligt – ten westen - aan een doodlopend deel van de Mgr. Hermuslaan. Na de grens van de bebouwde kom is sprake van een onverharde weg/pad naar het aangrenzende bosgebied (zie figuur 3, 4 en 5). De oppervlakte van het totale plangebied is circa 2 43.700 m (ca. 4,4 ha). Het huidige in gebruik zijnde perceel voor bedrijfsdoeleinden bedraagt 2 circa 7.630 m (incl. fase 1 ). 2 Fase 2 heeft een oppervlakte van circa 5.625 m (zie figuur 3 en bijlagen). De overige gronden binnen het plangebied ter grootte van effectief ca.
2,7 ha zijn beoogd ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit / landschappelijke inpassing, grotendeels in relatie tot de planontwikkeling én – op termijn – zal het gecombineerd worden c.q. onderdeel zijn van de natuurontwikkeling ten zuiden van het plangebied ter grootte van in meer dan 10 hectare waarbij particuliere- en gemeentelijke eigendommen betrokken zijn (zie Toekomstvisie in bijlage)
figuur 4: Kad. kaart omgeving Mgr. Hermuslaan 70 / 68
Het perceel E 4265 is thans een agrarisch perceel van in totaal ca. 3,1 hectare. Deze gronden worden ingericht naar ‘natuur’. Mgr. Hermuslaan 68 - 70 bevat een tweetal bedrijfswoningen/wooneenheden met bijgebouwen én een diverse bedrijfsgebouwen ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten. De huidige oppervlakte aan bebouwing be2 draagt ca. 1.370 m . De ontsluiting vindt plaats via de Mgr. Hermuslaan en de Eikenlaan (veelal in oostelijke richting) naar de Essche Weg. De locatie ligt centraal in haar werkgebied, bestaande qua kern uit Sint-Michielsgestel en omgeving. 2.2 Bedrijfsprofiel Het loon- en grondverzet-, transportbedrijf is in de jaren ‘60 ontstaan, naast het agrarische bedrijf, op de huidige locatie. Naast loonwerk c.q. verhuur van materieel en personeel is de aanleg, beheer en onderhoud van ‘landschap/buitenruimte’ in brede zin, middels de inzet van gemechaniseerde- en moderne apparatuur en vakbekwaam personeel – buiten de eigen inrichting – de kerntaak van het bedrijf. Uitgaande van ‘hard werken’ en een no-nonsense mentaliteit en het belang van direct en persoonlijk contact is gewerkt aan een
CUMELA Advies – Nijkerk
-9-
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
robuust fundament van het bedrijf. Voor een nadere omschrijving van alle activiteiten wordt verwezen naar de website van het bedrijf. Door de specifieke kennis, de professionaliteit, de mate van kwalitatieve dienstverlening en service heeft ertoe geleidt dat het bedrijf zich heeft (kunnen) ontwikkelen qua activiteiten, materieel en personeel. De medewerkers zijn in – hoofdzakelijk – in vaste dienst afkomstig uit Sint-Michielsgestel of directe omgeving. Zij komen met de auto (óf met fiets/brommer) naar de locatie aan de Mgr. Hermuslaan, alwaar het materiaal wordt meegenomen, welke op de locatie van opdrachtgever benodigd is. Afhankelijk van de werkzaamheden, locatie en duur, wordt ook vanuit de woonlocatie rechtstreeks naar het ‘werk’ gereden. De werkzaamheden worden uitgevoerd voor verschillende opdrachtgevers, waaronder agrariërs, particulieren, gemeenten, waterschappen, natuur- en recreatieschappen, en dergelijke. Veel projecten worden op projectbasis c.q. totaalbeheer uitgevoerd en/of aangenomen. -cumelasector / dienstverlening Bij loonbedrijven/ ‘agrarisch technisch hulpbedrijven’ c.q. initiatiefnemer hebben er de laatste jaren inherent aan de ontwikkelingen van het buitengebied in brede zin, een herverdeling van werkvelden plaatsgevonden. Niet enkel de agrariërs zijn beheerder van het buitengebied of opdrachtgever voor het uitvoeren van werken.
De feitelijke activiteiten in casu aard van de cumela-ondernemingen (i.c. Kapteijns), binnen en buiten de inrichting, zijn niet gewijzigd. Er is in alle gevallen sprake van de stalling van landbouwmachines, motorrijtuigen met beperkte snelheid, werktuigen en overige hulpmiddelen, onderhoud en reparatie aan eigen materieel en de op- en overslag en behandeling van (een strategische werkvoorraad aan) hulp-, bouw-, grond- of afvalstoffen. De gewijzigde rol van de cumelabedrijven in het buitengebied (‘beheerder en uitvoerder van de buitenruimte in brede zin”) is door CUMELA Nederland in relatie tot het concept van de provinciale Verordening Ruimte (2010) van Noord-Brabant ook kenbaar gemaakt middels een zienswijze. Bij de vaststelling van de Verordening Ruimte heeft dit tot aanpassing geleid. Onder andere de begripsomschrijving ‘agrarisch technisch hulpbedrijf’ is als zodanig aangepast. Algemeen: Zowel landelijk als in de provincie Brabant is circa 90-95% van de cumelabedrijven gevestigd in het buitengebied c.q. een kernrandzone. De gemiddelde bedrijfsgrootte, qua oppervlakte, is 1,25 hectare en in 98% van de gevallen is een bedrijfswoning aanwezig. De gemiddelde bedrijfsomvang – qua werkgelegenheid – is 10 FTE. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat de cumelasector de grootste werkgever is voor personeel in (en uit) het landelijk gebied.
Dit geeft – kortweg - aan hoe de cumelabedrijven zijn georganiseerd en ontwikkeld, alsmede het belang en noodzaak van de cumelabedrijven in én voor het ‘buitengebied in brede zin’. Kortom: Er is, naast de agrarische sector, geen andere sector welke in een dergelijke mate gevestigd is in het buitengebied als de cumelasector ! Dit zegt veel over deze sector en de daarmee samenhangende ruimtelijke belangen. Kapteijns B.V. in casu de activiteiten zijn als zodanig bestemd en horen thuis op de huidige locatie, Dit is eveneens bevestigd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State conform uitspraak van 31 oktober 2012 (zie bijlage 5). -opslagvoorzieningen Het onderdeel ‘buitenopslag in ruime zin’, binnen de inrichting, is essentieel als ‘verlengstuk’ van de dienstverlening van het cumelabedrijf i.c. het bedrijf Kapteijns. De werkzaamheden dienen op de werklocatie (buiten de inrichting) normaliter vroegtijdig aan te vangen (bijvoorbeeld 7.00 uur op locatie). Onder andere bij ‘kleinere’ klussen is het gebruikelijk en onderdeel van de service dat het cumelabedrijf zorgt draagt voor de hulp-, grond-, bouwstoffen en benodigde goederen/stoffen.
Dit geldt bijvoorbeeld voor zaad- en pootgoed (zoals maïs, graszaad), kunstmest, wikkelfolie (voor conservering graspakken) en dergelijke, maar ook voor andere soortgelijke werkzaamheden/activiteiten, zoals bij grondverbetering, het aanleggen van een dam of het aanvullen van een sleufsilo. Bij genoemde activiteiten is het zeer doelmatig en efficiënt dat Kapteijns direct de benodigde stoffen (zoals: zand (diverse soorten), grond, gebroken puin, e.d.) kan meebrengen en ter plaatse, bij de klant, nuttig kan toe-
CUMELA Advies – Nijkerk
- 10 -
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
passen. Om dit vanuit bedrijfsmatig en strategisch oogpunt te realiseren is een doelmatige opslag binnen de inrichting aan de Mgr. Hermuslaan al vele jaren in gebruik/aanwezig. Indien rekening houdend met de vereisten op grond van het Besluit bodemkwaliteit een homogene partij op grond van een partijkeuring of een bodemkwaliteitskaart wordt ingenomen/opgeslagen, kan deze partij vervolgens (opnieuw rekening houdend met de vereisten op grond van het Besluit bodemkwaliteit danwel het gemeentelijk beleid in deze) elders toegepast worden. De opslagvoorzieningen richten zich op de op- en overslag en indien nodig bewerken, waaronder zeven van bouwstoffen (zoals zand, grond, e.d.), grond- , hulp- en afvalstoffen, puin of dergelijke. Voor het bedrijf Kapteijns is het BARIM van toepassing. De werkzaamheden en op-/overslagmogelijkheden zijn op grond van het BARIM toegestaan alsmede gelimiteerd. 2.3 Beoogde ontwikkeling De in deze ruimtelijke onderbouwing nader omschreven ontwikkelingen, ter ondersteuning van het ingediende verzoek, betreffen de volgende: De ontwikkelingen binnen het plangebied bij Kapteijns zijn in fasen aangeduid: *
Fase 1 ziet op de concrete aanpassing/herziening van het bestemmingsplan van het bestaande gebruik als loon-, grondverzet- en transportbedrijf (incl. daaraan verwante op-/overslag en bewerking van bouw, grond- en afvalstoffen) inclusief de reeds in gebruik zijnde gronden, ten zuiden van het perceel. Deze actualisatie inclusief onderbouwing, motivering en relevante onderzoeken – en het opnemen van algemene ontwikkelingsmogelijkheden qua bebouwing, gebruik, e.d. - is een ‘verplichting’ welke in navolging van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 31 oktober 2012 bij de gemeente ‘ligt’;
*
Fase 2 richt zich op de overige ontwikkelingen, waarbij relevant is: • Vergroten van bestemmings- en bouwvlak van de gronden van ‘Agrarisch met waarden’ naar de bestemming ‘Bedrijf (B)’ met de aanduiding ’loonwerk- en grondverzet’, ter grootte van in 2 totaal ca. 5.500 m (zie figuur 3 / bijlage 4 en 6); • Voormelde dient aansluiting te vinden bij de voorziene aanpassing van het bestemmings- en bouwvlak van het bestaande terrein en fase 1 (zie hiervoor); • Het voorzien c.q. veranderen (herindeling) van adequate voorzieningen ten behoeve van manoeuvreren, stalling van materieel, werktuigen en containers, alsmede op-/overslag van grond-, hulp-, bouw- en afvalstoffen welke afkomstig zijn van buiten de inrichting (strategische werkvoorraad, zoals zand, grond, bestratingsmateriaal, ongebroken puin, e.d.) en het uitvoeren van daaraan gepaard gaande handelingen (laden, lossen, mengen, zeven, e.d. én het - incidenteel – be-/verwerken van afvalstoffen ten behoeve van nuttige toepassing (buiten inrichting)); 2 • Het realiseren van een bebouwd oppervlakte aan bedrijfsbebouwing van in totaal 3.000 m (gedurende de planperiode), waarbij gehele perceel als bouwvlak is aangemerkt; • Zorgdragen voor landschappelijke inpassing en bijdrage aan ruimtelijke kwaliteit.
Kapteijns is, in samenhang met voormelde, bereidt om de ten westen gelegen – in eigendom zijnde landbouwgronden van in totaal circa 2,7 hectare ‘in te zetten’ ten behoeve van natuurontwikkeling (in aansluiting op de ontwikkeling aan de Gagellaan).
*
Ten zuiden van het plangebied wordt beoogd om landgoed Theede te ontwikkelen. De gronden van Kapteijns zullen qua inrichting en oppervlakte aansluiten c.q. onderdeel worden van dit landgoed. Een toekomstvisie inzake de ontwikkeling van Kapteijns en de relatie met het landgoed is – ter illustratie – opgenomen in dit plan (zie bijlage 7: Toekomstvisie).
CUMELA Advies – Nijkerk
- 11 -
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
figuur 5: Entree via Mgr. Hermuslaan richting plangebied; Rechts vooraan brievenbus, bedr.woning 68, verderop; woning nr 70 + bedrijfslocatie; Links: woningen nr. 99 / 99a
figuur 6: Huidig aanzicht i.c. locatie ‘plangebied’
CUMELA Advies – Nijkerk
- 12 -
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
figuur 7: Huidige landbouwgronden, onderdeel plangebied; op voorgrond vindt ontwikkeling bedrijf plaats; op achtergrond 2,7 ha natuurontwikkeling (zie bijlage 6, respectievelijk 7).
CUMELA Advies – Nijkerk
- 13 -
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
3 RUIMTELIJK BELEID In dit hoofdstuk wordt beknopt ingegaan op de diverse beleidsonderdelen, die van toepassing zijn op de locatie Mgr. Hermuslaan 70 in casu het plangebied. Voor een uitgebreide beschrijving van het relevant planologisch beleid wordt verwezen naar het vermelde in de Toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan Buitengebied Sint-Michielsgestel 2011, alsmede het verder voor te bereiden herziening/actualisatie van het Bp Buitengebied. 3.1 Rijksbeleid - Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vormt de nieuwe, overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. De SVIR ‘Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’ wordt is op 13 maart 2012 vastgesteld. In de SVIR is de inhoud van een groot aantal beleidsstukken, waaronder de Nota Ruimte en diverse planologische kernbeslissingen, opgenomen. Het planvoornemen voorziet in het vergroten van het bestaande agrarisch technisch hulpbedrijf i.c. bedrijf van Kapteijns om zodoende de continuïteit van een bestaand bedrijf te verzekeren in combinatie met natuurontwikkeling, welke gebaseerd is op het oorspronkelijke verkavelingspatroon en aansluit bij de nabije omgeving.
Daarmee kan geconstateerd worden dat het initiatief, waarvoor onderhavig plan is opgesteld, aansluit op het locatie- en bundelingsbeleid uit de Nota Ruimte i.c. dat er geen sprake is van strijdigheid met het voormelde rijksbeleid. Rijksbelangen zijn niet in het geding. 3.2 Provinciaal beleid (Verordening) - Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en Verordening Ruimte Op 1 oktober 2010 heeft de Provinciale Staten van Noord-Brabant de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) vastgesteld en is op 1 januari 2011 in werking getreden. Op 17 december 2010 hebben de Provinciale Staten de Verordening Ruimte (VR) vastgesteld, welke op 1 maart 2011 in werking is getreden. Hiermee is invulling gegeven aan de wettelijke bepaling (art. 2.2) van de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro: 1 juli 2008). De VR wordt jaarlijks herzien, thans is de VR 2014 formeel van toepassing. De VR 2014 is in de vergaderingen van 7 februari jl. en 14 maart 2014 door de Provinciale Staten van Noord-Brabant vastgesteld. Middels deze instrumenten is er één integrale ruimtelijke structuurvisie/Verordening voor het hele grondgebied van Noord-Brabant. Het beleid zoals voorheen opgenomen in het Streekplan Brabant in Balans, overige structuurvisies of nota’s is overgenomen en waar nodig gewijzigd in relatie tot trends, ontwikkelingen en de filosofie van de provincie.
De structuurvisie beschrijft de visie, ambitie en de te beschermen provinciale ruimtelijke belangen van de provincie tot 2025. Op grond van de SVRO/Verordening wordt gestuurd op ‘functies’ en ‘kwaliteiten’ van het gebied. De Verordening bevat voorschriften voor de borging en bescherming van de provinciale belangen, welke op grond van het bepaalde in de Wro, grotendeels een rechtstreeks doorwerkend beleid heeft naar de gemeentelijke bestemmingsplannen. De belangen zijn onderverdeeld in thema’s, waaronder – relevant in relatie tot het plangebied: > Het versterken van de regionale contrasten tussen klei, zand en veenontginningen; > Het bieden c.q. mogelijk maken van een multifunctioneel landelijk gebied; > Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; > Faciliteren van ontwikkelingen – onder voorwaarden – van niet-agrarische ontwikkelingen (zie Hieronder -> Bedrijven in kernen in landelijk gebied); > Zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit (zie hierna).
CUMELA Advies – Nijkerk
- 14 -
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
- Niet-agrarische ontwikkelingen Regels ten aanzien van niet-agrarische ruimtelijke ontwikkelingen gerelateerd aan ‘agrarisch technisch hulpbedrijven en niet-agrarische ruimtelijke ontwikkelingen’ buiten het bestaand stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 7 van de VR 2014 : Gemengd landelijk gebied; specifiek artikel 7.11 (niet-agrarische ruimtelijke ontwikkelingen) en 7.12 (afwijkende regels voor agrarisch technisch hulpbedrijven en agrarisch verwante bedrijven). Het plangebied is overeenkomstig de kaarten (figuur 8) behorend bij de VR 2014 gelegen in de zone(s): > Agrarische ontwikkeling en windenergie (groen raster, geldt voor hele plangebied); > Cultuurhistorie (lila raster: van toepassing voor ‘fase 2’ van plangebied). In artikel 7.11 en 7.12 (VR 2014) is benoemd onder welke voorwaarden kan worden voorzien ‘in een uitbreiding van een niet-agrarische ruimtelijke ontwikkeling’ in onder andere een gemengd landelijk gebied. In artikel 7.11, lid 2, zijn de voorwaarden vernoemd waarbij in afwijking van het gestelde van lid 1, onder a, d en h, kan worden voorzien in een redelijke uitbreiding van een bestaand niet-agrarische ontwikkeling. figuur 8: Kaart VR 2014 (ontwerp) irt plangebied Het gaat hierbij vooral om ontwikkeling van bestaande bedrijven met een omvang groter 2 dan 5.000 m .
In samenhang met het gestelde in artikel 7.12 gelden afwijkende regels voor agrarischtechnische hulpbedrijven en agrarische verwante bedrijven. Artikel 7.11, lid 1 en lid 2 van de VR 2014 (ontwerp) luidden als volgt: 1. Een bestemmingsplan dat is gelegen in gemengd landelijk gebied, niet zijnde een vestigingsgebied glastuinbouw, kan voorzien in een VAB-vestiging van een niet-agrarische ruimtelijke ontwikkeling, anders dan bepaald in de artikelen 7.8 tot en met 7.10, mits: 2 a. de totale omvang van de beoogde ontwikkeling ten hoogste 5.000 m bedraagt; b. dit bijdraagt en past binnen het beleid voor de ontwikkeling van een gemengde plattelandseconomie als bedoeld in artikel 7.1; c. is verzekerd dat overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een bedrijf, behorend tot de milieucategorie 3 of hoger; e. de beoogde ontwikkeling niet leidt tot twee of meer zelfstandige bedrijven; f. de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een al dan niet zelfstandige kantoorvoorziening met een baliefunctie; g de beoogde ontwikkeling niet leidt tot al dan niet zelfstandige detailhandelsvoorziening met een ver2 koopvloeroppervlakte van meer dan 200 m ; h. is aangetoond dat de ruimtelijke ontwikkeling ook op langere termijn past binnen de toegestane om2 vang van 5.000 m ; i. de beoogde activiteit niet leidt tot een grootschalige ontwikkeling.
CUMELA Advies – Nijkerk
- 15 -
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
2. In afwijking van het eerste lid, onder a, d en h, kan een bestemmingsplan voorzien in een redelijke uitbreiding van een bestaande niet-agrarische ruimtelijke ontwikkeling, mits de toelichting een verantwoording bevat waaruit blijkt dat: a. overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 4.6, tweede lid (uitbreiding bedrijven in kern landelijk gebied); b. de beoogde uitbreiding in redelijke verhouding staat tot de op grond van artikel 3.1 vereiste zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit. In paragraaf 3.5 worden voormelde beleidsaspecten nader toegelicht / verantwoord. Op voorhand is de hypothese dat voldaan wordt c.q. invulling wordt gegeven aan genoemde criteria legitiem. - Bevordering ruimtelijke kwaliteit; artikel 3.1 (VR 2014); Een elementair aspect bij planologische ingrepen welke is vastgelegd in de Verordening Ruimte is de zogenaamde investeringsmaatregel c.q. zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit, opgenomen in hoofdstuk 2: Bevordering van ruimtelijke kwaliteit (VR 2014). Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. De hoofdregel is dat ontwikkelruimte dient bij te dragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan vasthouden aan wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe kwaliteiten.
De zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit bepaalt dat: - er zorgvuldig wordt omgegaan met het ruimtegebruik; - er rekening wordt houden met de omgeving; - de ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van de kwaliteitsverbetering van het landschap bepaald de Verordening Ruimte dat wanneer een ruimtelijke ontwikkeling leidt tot nieuw ruimtebeslag, er feitelijk, juridisch en financieel wordt zekergesteld dat deze ontwikkeling leidt tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Per 1 november 2011 is de Handreiking kwaliteitsverbetering van het landschap vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Deze handreiking bevat een leidraad waarbij de “waardevermeerdering” welke ten gevolge van de planologische wijziging kan optreden, zowel financieel, juridisch en feitelijk geborgd kan worden. De gemeenten hebben de taak om bij ontwikkelingen toe te zien op de zorgplicht. De gemeente SintMichielsgestel heeft in het Regionaal Ruimtelijk Overleg Noordoost-Brabant ingestemd met de nadere ‘Afspraken: voorwaarden uitwerking en toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap’.
Er wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën voor ontwikkelingen in het buitengebied, betreffende de mate van landschappelijke inpassing / compensatie; - categorie 1: geen of verwaarloosbare impact geen tegenprestatie - categorie 2: beperkte impact een goede landschappelijke inpassing op basis van een door gemeente goedgekeurd landschapsplan waarbij de realisatie, beheer en de instandhouding van de inpassing zijn geborgd (bijv. anterieure overeenkomst). De landschappelijke inpassing wordt verder niet gekwantificeerd. Maatwerk staat hier voorop. - categorie 3: aanzienlijke impact een methode die uitgaat van de berekening van een forfaitair bedrag op basis van de verandering van de waarde van de grond (bestemmingswinst). Voorstel is om als basisinspanning uit te gaan van 20% van de waardevermeerdering.
In hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing is voornoemde nader uitgewerkt.
CUMELA Advies – Nijkerk
- 16 -
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
Voor onderhavig plan is een nader natuur-/landschapsinrichtingsplan, alsmede bijdrage aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit uitgewerkt, door Praedium (30 september 2014; bijlage 6), van in totaal 2,7 hectare waarbij rekening is gehouden met de door de gemeente (zie bijlage 2) verzochte aspecten, zoals ‘handhaven van het open karakter, planlocatie geschikt gemaakt voor recreatief medegebruik, versterken van het voor het gebied kenmerkende verkavelingspatroon’. De gronden zullen – op termijn – onderdeel uitmaken c.q. gecombineerd worden met het te ontwikkelen landgoed Theede (zie ter illustratie; bijlage 7). In paragraaf 4.1.2 ‘landschappelijke inpassing’ wordt nader ingegaan op de inpassing en mate van ruimtelijke compensatie. - Bedrijven in kernen in landelijk gebied (art. 4.6 VR 2014) In hoofdstuk 4 van de VR 2014 is het beleid ten aanzien van bedrijven in kernen in landelijk gebied nader uitgewerkt, waarbij artikel 4.6, lid 2, ingaat op de toelichting bij de verantwoording aangaande het voorzien in 2 een vestiging of uitbreiding van een bedrijfsperceel boven de 5.000 m , hetgeen bij onderhavig initiatief aan de orde is. Artikel 4,6, lid 2, (VR 2014) luidt als volgt: 2.
In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan voorzien in een vestiging of een uitbreiding van 2 een bedrijfsperceel boven de 5.000 m , mits de toelichting daaromtrent een verantwoording bevat, waaruit blijkt dat:. a. de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om op het in gebruik zijnde bestemmingsvlak tegemoet te komen aan de ruimtebehoefte door middel van zorgvuldig ruimtegebruik bedoeld in artikel 4.4, derde lid; b. aantoonbare ruimtelijk-economische belangen voor de lange termijn aanwezig zijn die noodzaken tot uitbreiding of vestiging ter plaatse; c. de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om het bedrijf te verplaatsen naar of te vestigen op: 1. een bedrijventerrein in een nabij gelegen stedelijk concentratiegebied, of 2. een nabijgelegen bovenregionaal bedrijventerrein, 3. wat betreft gemeenten in de regio’s Land van Heusden en Altena, De Kempen en Land van Cuijk, een regionaal bedrijventerrein. In paragraaf 3.5 worden voormelde beleidsaspecten nader toegelicht / verantwoord. - Natuurplan 2014 De ten zuidoosten gelegen gronden (maken geen deel uit van plangebied) zijn op grond van de kaarten, behorend bij de Structuurvisie Noord-Brabant als Ecologische Hoofdstructuur (EHS) aangewezen (figuur 9).
Op grond van het Natuurplan 2014 (waarin de ambities en doelstelling voor de diverse natuurgebieden – jaarlijks – worden vastgelegd) is sprake van een natuurtype: ‘N16.01 Droog Bos met productie’. In hoofdstuk 4 wordt dit nader toegelicht. 3.3 Gemeentelijk beleid Inzake het relevante gemeentelijk beleid wordt in eerste aanleg verwezen naar het verwoorde in artikel 2.1.3 ‘Gemeentelijk Beleid’ van de Toelichting bij het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Michielsgestel. Een aantal recente ontwikkelingen qua beleid zijn hieronder weergegeven: - Structuurvisie 2025 In 2009 is door de gemeente Sint-Michielsgestel de strategische visie ‘Zieners 2025’ vastgesteld. In deze strategische visie
CUMELA Advies – Nijkerk
- 17 -
figuur 9: Uitsnede Themakaart Natuur en landschap (VR2014)
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
is het gewenste (ruimtelijke) toekomstbeeld van Sint-Michielsgestel vastgelegd. De strategische visie bepaalt wel de richting van de gewenste ontwikkelingen, maar niet de route waarlangs deze ontwikkelingen tot stand zullen komen. Om laatstgenoemde te faciliteren is de Structuurvisie 2015 opgesteld (d.d. 13 oktober 2011). Deze visie biedt een schets van de te hanteren hoofdlijnen voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen binnen het grondgebied, alsmede de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. De Ambities, Idealen en opgaven zijn in hoofdlijnen beschreven, alsmede de Visie op de gemeente in totaliteit alsmede de afzonderlijke (woon-)kernen. Tot slot is ‘de weg naar uitvoering (hfdst. 5)’ vastgelegd. In paragraaf 3.4 van de Visie wordt, gerelateerd aan onderhavig initiatief, specifiek ingegaan op de ontwikkelingsmogelijkheden voor Lokaal gebonden bedrijvigheid. De aanwezige bedrijvigheid in en rond het buitengebied is relatief kleinschalig. De onderhavige ontwikkeling is in lijn met de Visie.
figuur 10: Uitsnede Visiekaart
- Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Michielsgestel 2010 Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente en valt in eerste aanleg onder de vigerende werking van het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Michielsgestel 2010, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2010. Het plangebied is deels bestemd als ‘Bedrijven’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf grondverzet- en loonbedrijf’ (artikel 7) en deels als ‘Agrarisch met waarden-Landschapswaarden’ (artikel 6). Tevens zijn enkele gebiedsaanduidingen van toepassing: >Historisch landschappelijk gebied (6.1, onder s: het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide historisch landschappelijk gebied); >Leefgebied van dassen (6.1, onder v: het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide leefgebied van dassen); >Besloten gebied (6.1, onder p: het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide besloten gebied); >Reconstructiewet – extens.gebied (6.1, onder aa: een extensiveringsgebied) >Archeologische verwachtingswaarde 1 (art. 28) of 4 (art. 31) De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft op 31 oktober 2012 uitspraak gedaan inzake de ingestelde beroepen betreffende voormeld bestemmingsplan.
Bij overwegingen 20 e.v. is de ABRvS ingegaan op het door Kapteijns ingestelde beroep, waarbij in overwegingen 20.4 en 20.5 is vastgesteld dat het betoog slaagt, en aan de gemeenteraad bij overweging 20.6 is opgedragen het vernietigde plandeel, binnen een termijn van 26 weken na de uitspraak (dit betreft: bestaand perceel en ‘fase 1’) te ‘herstellen’ middels het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan (zie uitspraak ABRvS: 31 oktober 2012; bijlage 5). In navolging van de voormelde ‘vernietiging’ is thans het (vigerende) bestemmingsplan Buitengebied 2001 van kracht, waaraan aan het bedrijfsperceel (k bestemmings-/bouwvlak) de bestemming Bedrijfsdoeleinden met de aanduiding B16 (bestemd voor grondverzet- en loonbedrijf) is toegekend en aan de overige gronden ‘agrarisch met waarden’. Voormelde ‘reparatie’ van het vernietigde plandeel plus ‘fase 1’ dient door de gemeente uitgevoerd te worden. Genoemde reparatie alsmede ‘fase 2’ wordt betrokken bij de Actualisatie Bestemmingsplan Buitengebied 2015. Zie voor nadere toelichting bij bestemmingsvlakken en fase 1 en 2, figuur 3.
CUMELA Advies – Nijkerk
- 18 -
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
De gemeente Sint-Michielsgestel is doende de herziening/actualisatie van het bestemmingsplan Buitengebied 2015 in procedure te brengen. Hiertoe zou zij dus deels zélf in navolging van de opdracht van de ABRVS een herziening / wijziging van het bestemmingsplan voor het plangebied dienen door te voeren (fase 1) en dit, mede in navolging van het verzoek (bijlage 1) en het principebesluit (bijlage 2) dienen te combineren met de ontwikkelingen zoals genoemd in fase 2 (zie paragraaf 2.3). 3.4 Overig relevant ruimtelijk beleid Naast het provinciaal - en het gemeentelijke beleid dient rekening gehouden te worden met de nationale en Europese regelgeving betreffende het plangebied. Hierbij hebben de volgende wetten of richtlijnen een relatie met de projectlocatie: de Habitat- en Vogelrichtlijn, Natuurbeschermingswet, Flora – en Faunawet, de Kaderrichtlijn Water, Wet-/besluit ruimtelijke ordening, Wet geluidhinder, Wet Milieubeheer en dergelijke. De planologische gevolgen van de hiervoor genoemde regelgeving zijn in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt. - Wet Milieubeheer / Landbouw - activiteitenbesluit Inzake de verplichtingen uit de Wet Milieubeheer (ex. art 8.1 juncto art. 8.40) wordt door het bedrijf voldaan. Kapteijns is een bedrijf c.q.
beoefent activiteiten uit welke qua aard van de activiteiten en huidige voorzieningen onder het huidige Activiteitenbesluit, onderdeel ‘agrarische activiteiten/landbouw’ (voorheen: Besluit Landbouw Milieubeheer (staatsblad 2006, 390)) vallen. Voor de inrichting is bij besluit van 12 februari 1997 een revisievergunning Wet Milieubeheer verleend. In 2005 is een melding o.g.v. het besluit Opslag en transportbedrijven ingediend inclusief de activiteit op- en overslag. De milieukundige situatie valt momenteel op autonome wettelijke gronden binnen de reikwijdte van het Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). 3.5 Verantwoording beleid / wijze van aanpak In bovenstaande paragrafen is nader ingegaan op het ruimtelijk beleid; rijks-, provinciaal-, gemeentelijk. In deze paragraaf vindt een nadere verantwoording/conclusie plaats. Rijksbeleid: - In relatie tot onderhavig plan c.q. ruimtelijke ontwikkeling zijn ruimtelijke rijksbelangen niet in het geding. Ontwikkelingen in de EHS vindt niet plaats. Door het natuurontwikkelingsplan (2,7 ha) wordt een bijdrage geleverd aan de natuurkundige- en ecologische ontwikkeling ter plaatse; Provinciaal beleid: - Er is sprake van een uitbreiding van een bestemmings-/bouwvlak ‘Bedrijven’ bij een bestaand niet2 agrarisch bedrijf / agrarisch technisch hulpbedrijf, met een bestaand oppervlak van ca.
7.630 m , tot circa 1,3 hectare i.c.m. 2,7 hectare natuurontwikkelingsplan (waarvan 2,4 ha ‘toegerekend’ wordt aan onderhavig initiatief), waarbij rekening dient te worden gehouden met het gestelde in artikel 7.11 / 7.12 van de VR 2014. Een toetsing aan de gestelde voorwaarden van 7.11, lid 1 en 2, leidt tot het volgende: Lid 1: a) Er is reeds sprake van een bestaande totale omvang van het bestemmingsvlak van meer dan 2 5.000 m . Het gestelde in lid 2, aanhef, is dienovereenkomstig van toepassing; b) De ontwikkeling past qua beleidsvisie in/bij een gemengde plattelandseconomie. De afgelopen decennia is dit op grond van bestaansrecht en passendheid in de omgeving reeds aangetoond. De ruimtelijke ontwikkeling leidt per saldo niet tot meer of andere bedrijfsactiviteiten dan reeds formeel aanwezig en toelaatbaar. Het bedrijf levert qua werkzaamheden, maatschappelijke- en sociale betrokkenheid een wezenlijke bijdrage aan de plattelandseconomie; c Er is geen sprake van overtollige bebouwing. De aanwezige bebouwing is functioneel en doelmatig benodigd en bestemd t.b.v. de bedrijfsactiviteiten. De ontwikkeling voorziet wel in toevoeging van
CUMELA Advies – Nijkerk
- 19 -
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
bebouwing. Door de compacte bouwstijl, met agrarische kenmerken, is sprake van zuinig ruimtegebruik. d) De beoogde ontwikkeling mag in eerste aanleg – volgens de VR – niet leidden tot een milieucategorie 3 of hoger. Voor het bedrijf/de activiteiten is op grond van de VNG-brochure Milieuzonering en bedrijven een milieucategorie van 3.1 van toepassing (zie paragraaf 4.2.1). Conform voormelde en het vigerend planologisch regime is sprake van een legaal bedrijf met minimaal een milieucategorie 3.1. De ontwikkeling op zich leidt derhalve niet tot een ‘groei’ of ontwikkeling naar milieucategorie 3.1. Het gestelde in lid 2, aanhef, is dienovereenkomstig van toepassing; e) Er is sprake van één bedrijf; f) Er is geen sprake van een kantoorvoorziening met een baliefunctie; g) De ontwikkeling leidt niet tot een zelfstandige detailhandelsvoorziening met een verkoopvloerop2 pervlakte van meer dan 200 m ; h) Onderhavige ruimelijke ontwikkeling is benodigd ter continuering van de bedrijfsvoering. Er is sprake van een bestaand bedrijf. Met de beoogde ontwikkeling, waarbij sprake is van natuurlijke begrenzing, waardoor verdere uitbreiding van het bedrijfsoppervlak niet mogelijk is, is de toekomst/continuïteit gewaarborgd.
Het gestelde in lid 2, aanhef, is dienovereenkomstig van toepassing; i) Er is geen sprake van bezoekers of overnachtingen, respectievelijk van een grootschalige ontwikkelingen. Lid 2: Aanhef: zie hiervoor a) Toelichting bij artikel 4.6, tweede lid: a. de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om op het in gebruik zijnde bestemmingsvlak tegemoet te komen aan de ruimtebehoefte door middel van zorgvuldig ruimtegebruik bedoeld in artikel 4.4., derde lid; - Het bestaande bestemmingsvlak Bedrijven, inclusief fase 1, is niet toereikend voor de uit te voeren bedrijfsactiviteiten van Kapteijns (zie figuur 11). Vanwege de omvang van het afzonderlijke materieel, de bestaande én uit te breiden voorzieningen omtrent op/overslag van stoffen, onder andere gebaseerd en noodzakelijk in relatie tot bijvoorbeeld het Besluit Bodemkwaliteit, noopt ten behoeve van een gescheiden opslag (met aanvaardbare opslaghoogte) voor afdoende voorzieningen in casu gebruiksruimte, de stalling van containers e.d., is ten behoeve van de bestaande activiteiten een groter oppervlak opportuun. Tevens is er al circa 10 jaar behoefte aan meer bebouwing ten figuur 11: Bestaand terrein met opslag en veel machines/hulpmiddelen behoeve van het werkmaterieel.
In in open lucht en op het terrein september 2013 is, ten behoeve van de ‘eerste’ noodzaak aan bebouwing een aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen ingediend. Om voormelde te realiseren inclusief entree en manoeuvreerruimte (zie paragraaf 2.3) is een groter bestemmings-/bouwvlak opportuun. Voor een inzicht in de beoogde inrichting van het gehele terrein wordt verwezen naar de plattegrond-/situatietekening van A.M. van Boven (22 september 2014), zie bijlage 4.
CUMELA Advies – Nijkerk
- 20 -
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
b. aantoonbare ruimtelijk-economische belangen voor de lange termijn aanwezig zijn die noodzaken tot uitbreiding of vestiging ter plaatse; - Kostenbeheersing is binnen de CUMELA-sector en derhalve voor het bedrijf Kapteijns van essentieel belang. Machine- en personeelskosten bedragen circa 88% van de totale kosten. Een efficiënte benutting en inzet van materieel is dus onontbeerlijk. Ter illustratie zij opgemerkt dat enkel per 1 januari 2013 de totale machinekosten, vanwege stijging van brandstofkosten (met 18 ct/ltr.) en verzekering van 9,7% naar 21%, dus vanwege invloeden door gewijzigde regelgeving, gemiddeld met 1,5% zijn gestegen. De vervangingswaarde van het materieel is met gemiddeld 2,7% gestegen en personeelskosten (in 2012) met 1,5%. Door het betrekken van een deel van het in eigendom zijnde grondgebied ten behoeve van de bedrijfsmatige activiteiten kan op grond van ruimtelijk economisch belang op effectieve wijze invulling worden gegeven aan de noodzakelijke uitbreiding. Tevens wordt door het optimaliseren van de bedrijfsruimte c.q. op-/overslagmogelijkheden een vermindering van onnodige verplaatsing, extra manouevreren, schades/slijtage/onderhoud, en dergelijke gerealiseerd, welke direct bijdraagt aan het financieel en economisch belang van het bedrijf. c.
de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om het bedrijf te verplaatsen naar of te vestigen op: 1. een bedrijventerrein in een nabij gelegen stedelijk concentratiegebied, of 2. een nabijgelegen bovenregionaal bedrijventerrein, of 3. wat betreft gemeenten in de regio’s Land van Heusden en Altena, De Kempen en Land van Cuijk, een regionaal bedrijventerrein. - Wanneer vestiging op een bedrijfsterrein aan de orde is, wil het bedrijf Kapteijns hierbij uiteraard met haar volledige activiteiten aan de slag kunnen (dus geen gedeeltelijke verplaatsing c.q. dependance). Bij verplaatsing moet gedacht worden aan een totale verplaatsing van de bedrijfslocatie-/activiteiten, conform de vereisten zoals hiervoor vermeld. Binnen de gemeente Sint-Michielsgestel zijn geen bedrijventerreinen aanwezig, welke ruimte of mogelijkheid bieden voor de vestiging van een cumelabedrijf in casu het bedrijf Kapteijns. Er zijn in totaal een vijftal terreinen, waaronder Venkant, De Ploeg en Beekveld, aanwezig. Alle terreinen zijn vol. Qua zoekgebied voor een alternatieve locatie ligt dienaangaande s-‘Hertogenbosch het meest voor de hand. In Den Bosch zijn een 11-tal industrieterreinen.
Het merendeel, waaronder De Brand, De Groote Vliet, HighTechPark/Maaspoort, Paleiskwartier en bijvoorbeeld De Herven, zijn gericht op kantoorlocaties, kennisontwikkeling, zakelijke dienstverlening, e.d., zijn gelegen als zichtlocatie langs de rijkswegen A2 of A59, zijn geschikt voor bedrijven met geringe milieucategorie 1 of 2, of bevatten geen uitgeefbare gronden meer. Het meest opportuun is qua uitgangspunten ‘De Rietvelden’. Hier zijn grootschalige bedrijven in milieucategorie 4 of zelfs 5 toelaatbaar. Bedrijven als Heineken, ContainerTerminal en de Brabanthallen zijn hier gevestigd. Op dit terrein zijn echter geen directe kavels beschikbaar, afgezien van private-/particuliere verkoop. (Bedrijfs-)woningen zijn hier niet toegestaan. De ligging van dit terrein ten opzichte van de huidige locatie bedraagt circa 10 kilometer én ligt aan de “andere” kant van de stad. De bereikbaarheid middels landbouwverkeer en motorrijtuigen met beperkte snelheid is daartoe – via de ‘stad’ – niet opportuun c.q. niet gewenst. Tevens ligt het bedrijf dan ‘buiten’ haar werkgebied. In navolging van het financiële aspect, is kostenbeheersing, en derhalve besparing van reis-/rij/bandstofkosten en dergelijke een essentieel onderdeel voor de bedrijfscontinuïteit.
Indien er veel tijd (en kosten) ‘verloren’ gaan vanwege het verplaatsen ‘drukt’ dit dusdanig zwaar op de financiële- en bedrijfseconomische situatie van het bedrijf dat dat niet verantwoord is. In de gemeente Schijndel liggen de industriegebieden Duin / Vlagheide. De meeste ‘delen’ zijn vol. Het terrein Duin IV is in ontwikkeling. Dit terrein is in eerste aanleg voorbehouden aan – lokale – bedrijven. Op deze terreinen zijn geen bedrijfswoningen aanwezig. Verplaatsing van de totale bedrijfslocatie naar s’-Hertogenbosch, Schijndel of bijvoorbeeld Boxtel (voor zover daar een geschikte locatie voorhanden is) is derhalve feitelijk niet opportuun.
CUMELA Advies – Nijkerk
- 21 -
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
De ABRvS heeft dit in haar uitspraak van 31 oktober 2012 (zie bijlage 5, overweging 20.4) reeds bekrachtigd, gerelateerd aan de huidige, lokale, agrarische, klantenkring dat reële verplaatsingsmogelijkheden niet aanwezig zijn. Uitgaande van gemiddelde bedragen voor aanschaf van industriegrond van circa € 220,--/m² voor de regio zou de investering voor enkel de benodigde oppervlakte ongeveer € 2.200.000,bedragen. Daar komen de kosten voor inrichting van gebouwen, verharding, bewaking, inrichting, e.d. van grofweg € 1.000.000,- bij (globale indicatie). Genoemde investering is in relatie tot de omzet i.c. bedrijfseconomisch / financieel niet haalbaar. De productiewaarde van de grond verhoudt zich niet tot het rendement. De exploitatie/huisvestingskosten zullen fors toenemen (ca. € 150.000,-) ten opzichte van de huidige kosten. De marges én het rendement binnen de cumelasector staan onder druk. b) Rekening dient te worden gehouden met het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en invulling dient te worden gegeven aan de zorgplicht voor het landschappelijke waarden. Via een nader uitgewerkt natuurontwikkelingsplan (zie landschapsplan Praedium, 30 september 2014; bijlage 6) wordt hier invulling aangegeven. Zie ook paragraaf 4.1 en bijlage 7. Gemeentelijk beleid: - De structuurvisie geeft de beleids- en inrichtingsvisie weer inzake onderhavig gebied.
Er dient aandacht te zijn voor de in het geding zijnde waarden qua landschap, cultuurhistorie, e.d. Het gebied ligt op de grens van stedelijk gebied en waardevol landschap, waar sprake is van vermenging van diverse functies, en waar een toename van ‘verstedelijking / economische dragers’ per definitie niet is uitgesloten. Op grond van de visie stelt de gemeente zich ook als belangrijke taak om zorg te dragen voor de instandhouding van de leefbaarheid door middel van het zorgvuldig en afgewogen bieden van (uitbreidings-) ruimte aan bestaande en nieuwe economische dragers. Kapteijns is zo’n bestaande economische drager, al vele decennia aanwezig, waarbij gebleken is dat er per definitie geen sprake is van een onevenredige aantasting van aanwezige waarden c.q. van de woon- en leefomgeving. Aan de opgenomen ‘hoofdlijnen’ van ambitie/visie zoals weergegeven in de Structuurvisie (kan) wordt voldaan. - Bestemmingsplan: Het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Michielsgestel 2010 voorziet in de uitbreiding van bebouwing voor bestaande niet-agrarische bedrijven.
In navolging van de uitspraak van de ABRvS van 31 oktober 2012 (bijlage 4) dient de gemeenteraad van Sint-Michielsgestel (formeel binnen een termijn van 26 weken na de verzending van de uitspraak) en met inachtneming van een nieuw plan, de genoemde onderdelen in de uitspraak (respectievelijk voor Kapteijns), vast te stellen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Op de gemeente rust derhalve een inspanningsverplichting om te voorzien in een adequate planologische regime voor het bestaande perceel (incl. fase 1), inclusief de daarbij behorende- of benodigde onderzoeken, en wordt eveneens conform verzoeken (bijlage 1) en het principebesluit (bijlage 2) planologisch voorzien in de ontwikkelingen van ‘fase 2’. In navolging van de uitspraak van de Afdeling zal tevens moeten worden voorzien (door de gemeenteraad) in de toepassing van ‘buitenopslag’. 3.6 Conclusie ‘beleid’ Op grond van het voormelde wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met het van toepassing zijnde planologische beleid c.q. dat daaraan invulling kan worden gegeven. De bijdrage aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit is – in navolging van de voorwaarden van de gemeente – in ruime mate ingevuld door in beginsel 2,4 hectare te ontwikkelen en in ‘tweede’ aanleg te participeren binnen het te ontwikkelen Landgoed Theede.
CUMELA Advies – Nijkerk
- 22 -
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
4 PLANOLOGISCHE UITVOERINGSASPECTEN Het formaliseren van de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling heeft invloed op de omgeving en leidt tot effecten ten aanzien van milieu-hygiënische aspecten en de ruimtelijke ordening voor de omgeving. In dit hoofdstuk worden de effecten van het beoogde plan nader aan de orde gesteld. 4.1 Ruimtelijk Vanuit planologisch oogpunt, rekeninghoudend met het provinciale- en gemeentelijk beleid, én de toetsingscriteria aangaande een goede ruimtelijke onderbouwing zijn onderstaand een aantal van belang zijnde aspecten uitgewerkt. 4.1.1 Beeldkwaliteit / stedenbouwkunde Vanuit planologisch oogpunt, rekening houdend met het provinciale en gemeentelijk beleid, én de toetsingscriteria aangaande een goede ruimtelijke onderbouwing is, gebaseerd op de bedrijfsvoering, onderhavig initiatief redelijk en billijk. Onderhavig plan betreft een ruimtelijke ontwikkeling welke qua schaal en omvang passend is in de omgeving en direct gerelateerd aan het ‘buitengebied in brede zin’.
Aansluitend op het huidige terrein en/of in de nabijheid van, en onderdeel van het plan, wordt voorzien in een aanzienlijke bijdrage in relatie tot de landschappelijke inpassing/compensatie van in totaal 2,4 hectare, waarmee een versterking van de aanwezige landschappelijke kwaliteiten wordt gerealiseerd alsmede aan de ‘voorwaarden’ zoals gesteld in het principebesluit van september 2014 (bijlage 2), waaronder: * handhaven van het open karakter; * versterken van het voor het gebied kenmerkende verkavelingspatroon; * planlocatie geschikt gemaakt voor recreatief medegebruik. De huidige – en voortgezette rechthoekige vorm van het perceel sluit aan bij het ontginningslandschap (zie landschapsplan Praedium, 30 september 2014 (bijlage 6)) en het gebiedskenmerk ‘historisch landschappelijk gebied’ en ‘open gebied’. Door het opnemen van een wandelpad – al dan niet in combinatie met landgoedontwikkeling van De Ridder (zie Toekomstvisie; bijlage 7) – is sprake van recreatief medegebruik. De beoogde oprichting van bebouwing vindt in een nader te bepalen indeling plaats (zie tekening Van Boven, inrichtingsschets 22 september 2014 (bijlage 4)). Feitelijke toetsing zal op grond van een omgevingsvergunning voor het bouwen plaats kunnen vinden.
figuur 12: Landschapsbeeld huidig terrein; Door vergroting terrein in zuidwestelijke richting is aanpassing beeldkwaliteit mogelijk
CUMELA Advies – Nijkerk
- 23 -
figuur 13: Voorbeeld ‘opslagvoorziening’
september 2014
Ruimtelijke onderbouwing Mgr. Hermuslaan 68 / 70
Het ‘achterterrein (fase 2)’ is vooral beoogd voor op-/overslag en behandeling/be-/verwerken van stoffen, goederen, stalling materieel, e.d. Voor het opslaan van stoffen/goederen zijn keerwanden (bouwwerken, geen gebouw zijnde), met een hoogte van tenminste 2,0 – 2,5 meter, noodzakelijk en functioneel. Zie huidige afscheiding, deze zal worden doorgetrokken/doorgezet rondom het terrein. Aan de vereisten op grond van ‘beeldkwaliteit / stedenbouwkunde’ is voldaan c.q. kan worden voorzien. 4.1.2 Landschappelijke inpassing / ruimtelijke kwaliteit Ten aanzien van de kwaliteitsverbetering van het landschap bepaald onder andere de Verordening Ruimte dat wanneer een ruimtelijke ontwikkeling leidt tot nieuw ruimtebeslag, er feitelijk, juridisch en financieel wordt zeker gesteld dat deze ontwikkeling leidt tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Deze zorgplicht geldt ook voor onderhavige plan. De gemeentelijke voorwaarden omtrent landschappelijke inpassing zijn opgenomen in de “Afspraken: voorwaarden uitwerking en toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap” welke zijn vastgesteld in het Regionaal Ruimtelijk Overleg Noordoost Brabant (zie ook hoofdstuk 3). Onderhavig plan is aan te merken als een categorie 2 (beperkte ruimtelijke impact; vanwege deels bestaand gebruik) tot categorie 3 (aanzienlijke ruimtelijke impact).