3.21 LIP De Wamberg te Berlicum
Tekst van het document
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
Tweede concept
Opdrachtgever:
Opdrachtnemer:
Meeuwsen RTO De heer ing. H. Meeuwsen Stegen 80 5721 SZ ASTEN T 0493-695560 F 0493-693410 E han.meeuwsen@planet.nl
Eelerwoude Achterstraat 11 4101 BB Culemborg T (0345) 72 70 00 F (0345) 72 70 10 E culemborg@eelerwoude.nl I www.eelerwoude.nl
Project nr. 4718 Opgesteld door Gerrit Kersten Anne Wijlens
Gecontroleerd
Datum 14-1-2015
INHOUDSOPGAVE
1. INLEIDING ........................................................................................................................................ 2 1.1 Overheidswensen op gronden Landgoed Wamberg......................................................................... 2 1.2 Rode ontwikkeling biedt economische stabiliteit ............................................................................... 3 1.3 Wijziging bestemmingsplan noodzakelijk .......................................................................................... 3 2. PROJECTBESCHRIJVING .............................................................................................................. 3 2.1 Inleiding ............................................................................................................................................. 3 2.2 Planbeschrijving ................................................................................................................................ 3 2.2.1 Nieuwe rentmeesterwoning aan de boomgaard ...................................................................... 3 2.2.2 Ontwikkeling Wamberg 16 ....................................................................................................... 4 2.3 Huidige planologische situatie ...........................................................................................................
6 2.4 Conclusie ........................................................................................................................................... 8 3. BELEIDSANALYSE .......................................................................................................................... 9 3.1 Inleiding ............................................................................................................................................. 9 3.2 Rijksbeleid, Structuurvisie infrastructuur en ruimte ........................................................................... 9 3.3 Provinciaal Beleid .............................................................................................................................. 9 3.3.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant ................................................................ 9 3.3.2 Verordening Ruimte Noord-Brabant ...................................................................................... 10 3.4 Gemeentelijk beleid, ........................................................................................................................ 12 3.4.1 Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025 .................................................................................
12 3.4.2 Structuurvisie Buitengebied in Ontwikkeling .......................................................................... 13 3.5 Conclusie ......................................................................................................................................... 14 4. PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN ................................................................................ 15 4.1 Inleiding ........................................................................................................................................... 15 4.2 Bodemkwaliteit ................................................................................................................................ 15 4.3 Akoestisch onderzoek ..................................................................................................................... 15 4.4 Luchtkwaliteit ................................................................................................................................... 16 4.5 Externe veiligheid ............................................................................................................................ 17 4.6 Bedrijven en milieuzonering ............................................................................................................
18 4.7 Natuur en ecologie .......................................................................................................................... 19 4.7.1 Natura 2000-gebieden ........................................................................................................... 19 4.7.2 Ecologische Hoofdstructuur ................................................................................................... 19 4.7.3 Flora en Fauna wet ................................................................................................................ 21 4.8 Archeologie .................................................................................................................................. 23 4.9 Watertoets.................................................................................................................................... 24 4.10 Verkeer en parkeren ................................................................................................................. 28 4.11 Cultuurhistorie .......................................................................................................................... 28 4.12 Milieueffectrapportage (MER) ..................................................................................................
29 4.13 Conclusie .................................................................................................................................. 30 5. CONCLUSIE ................................................................................................................................... 32 BIJLAGEN ............................................................................................................................................ 34 Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3:
Locatie- en inrichtingsstudie rentmeesterswoning ............................................................. 34 Locatie- en inrichtingsstudie Wamberg 16......................................................................... 34 Verkennend bodemonderzoek ........................................................................................... 34
Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8:
Akoestisch onderzoek wegverkeer .................................................................................... 34 Onderzoek Flora en Fauna ................................................................................................ 34 Archeologisch onderzoek................................................................................................... 34 Resultaten HNO-tool rentmeesterswoning ........................................................................ 34 Resultaten HNO-tool wamberg 16 ..................................................................................... 34
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
2
1. INLEIDING
1.1 Overheidswensen op gronden Landgoed Wamberg Landgoed de Wamberg is gelegen in de gemeente Sint-Michielsgestel en heeft een oppervlakte van circa 190 hectare. Het landgoed bestaat uit bossen, laanstelsels, vijverpartijen, pachtboerijen, landbouwgronden en is openbaar toegankelijk via tal van wandelpaden. Het duurzaam in stand houden van het landgoed is een kostbare aangelegenheid die voor een belangrijk gedeelte wordt gefinancierd uit de pachtinkomsten van landbouwgronden en pachtboerderijen. Door Rijkswaterstaat is een plan opgesteld om de Zuid-Willemsvaart te verleggen naar de oostzijde van Den Bosch. Het nieuwe tracé zal het landgoed doorsnijden. Waterschap Aa en Maas heeft plannen ontwikkeld voor de realisatie van een dynamisch beekdal langs de Aa. Ook hiervoor wordt een beroep gedaan op gronden die momenteel aan het landgoed toebehoren. De eigenaren van het landgoed zijn in principe bereid om ruimte te bieden aan zowel Rijkswaterstaat als het waterschap door landbouwgronden in te leveren en deels uit te ruilen. Het verdwijnen van landbouwgronden heeft tot gevolg dat pachtinkomsten verminderen, waardoor de instandhouding van het landgoed onder druk komt te staan.
Begrenzing landgoed Wamberg
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
3
Overzichtskaart ruimtelijke ontwikkelingen Landgoed Wamberg
1.2 Rode ontwikkeling biedt economische stabiliteit Door de betrokken partijen is onderzocht hoe de economische stabiliteit van het landgoed gegarandeerd kan worden. De duurzame instandhouding van het landgoed is daarbij het uitgangspunt. Ter herstel van de economische stabiliteit van het landgoed, is besloten enkele rode ontwikkelingen op het landgoed mogelijk te maken. Daarvoor is een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen Landgoed De Wamberg, provincie Noord-Brabant, gemeente ’s-Hertogenbosch, Rijkswaterstaat, Waterschap Aa en Maas en gemeente Sint-Michielsgestel. Voor het landgoed is in de overeenkomst vastgelegd dat binnen de grenzen van het landgoed in totaal 4 extra woningen gerealiseerd mogen worden op twee daarvoor aangewezen locaties. Het college van B&W van gemeente Sint-Michielsgestel heeft dit later verruimd tot 5 extra woningen. Centraal op het landgoed mag 1 nieuwe woning worden gerealiseerd. Op het erf aan Wamberg 16 mogen 4 extra woningen worden gerealiseerd. Een oude kippenschuur op het landgoed wordt gesloopt en herbouwd als onderhoudsloods.
1.3 Wijziging bestemmingsplan noodzakelijk De voorgenomen ontwikkelingen passen niet in de vigerende bestemmingsplannen van de gemeente Sint-Michielsgestel, die op beide locaties van toepassing zijn. Gemeente is bereid om mee te werken aan een wijziging van het bestemmingsplan om de ontwikkelingen mogelijk te maken. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt de planologische en milieutechnische haalbaarheid van de ontwikkeling toegelicht.
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
3
2. PROJECTBESCHRIJVING
2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt beschreven welke ontwikkeling wordt beoogd en waarom deze ontwikkeling niet binnen het vigerende bestemmingsplan past.
2.2 Planbeschrijving Door HilberinkBosch Architecten is een locatieonderzoek uitgevoerd voor de nieuwbouw op het landgoed. Tevens is bepaald welke beeldkwaliteit voor de nieuwe bebouwing wordt nagestreefd en hoe de landschappelijke inpassing wordt uitgevoerd. In bijlage 1 en 2 is van beide plangebieden opgenomen hoe de nieuwe bebouwing wordt gepositioneerd en ingepast.
Locatie nieuwe rentmeesterswoning (1a), te slopen en herbouwen kippenschuur (1b) en erf Wamberg 16 (2)
2.2.1 Nieuwe rentmeesterwoning aan de boomgaard In maart 2007 is een tuinhistorische inventarisatie en analyse uitgevoerd. Uit deze analyse bleek dat de open ruimte tegenover de hoofdwoning van het landgoed oorspronkelijk als boomgaard was ontworpen en werd begrensd door bomen. Deze oorspronkelijke structuur van een gaard binnen een ge-
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
4
sloten geboomte is niet meer herkenbaar. Het is momenteel een rommelige akker waarbij de bomen in de noordwest hoek verwijderd zijn. In de toekomst wordt de oude boomgaard hersteld en omzoomd door een bomenrand. De bomenrand wordt naar historisch voorbeeld gesloten met een lange tuinmuur. In deze muur wordt een nieuwe rentmeesterswoning opgenomen (1a). De woning ligt op enige afstand van de hoofdwoning en zal hier in verschijning niet mee concurreren. De architectuur is daarvoor eenvoudig en terughoudend. In bijlage 1 is een onderbouwing opgenomen van locatie en beeldkwaliteit van deze woning. Centraal op landgoed, op een prominente plek tegenover de hoofdwoning staat een voormalige kippenschuur (1b). De schuur is vervallen en levert zeker geen bijdrage aan de potentie van de plek. De oude kippenschuur wordt gesloopt en vervangen door een nieuwe schuur, die ruimte biedt aan de opslag van gereedschap en materieel, dat noodzakelijk is voor het beheer van het landgoed. De architectuur van deze schuur is eenvoudig en terughoudend.
Situering rentmeesterswoning en nieuwe schuur uit de locatie- en inrichtingsstudie
2.2.2 Ontwikkeling Wamberg 16 Op het erf aan Wamberg 16 staat een rijksmonumentale langgevelboerderij, waarvan de eerste bouwsporen uit omstreeks 1500 dateren. De boerderij is gesplitst in twee wooneenheden. Naast de langgevelboerderij staat een oude Vlaamse schuur, die dateert uit 1650. Verspreid op het erf zijn momenteel diverse bijgebouwen aanwezig. Deze bijgebouwen zijn niet karakteristiek en voorzien van een golfplatendak. Als onderdeel van de ontwikkeling wordt de Vlaamse schuur gerestaureerd. Alle niet-karakteristieke bijgebouwen worden gesloopt. In plaats van deze bebouwing worden op het erf
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
5
twee nieuwe schuren gerealiseerd, die beide ruimte bieden aan twee schuurwoningen. In bijlage 2 is een onderbouwing opgenomen van locatie en beeldkwaliteit van deze woningen.
Toekomstige inrichting Wamberg 16
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
6
2.3 Huidige planologische situatie Op beide plangebieden is een ander vigerend planologisch regime van toepassing. Op het plangebied van de nieuwe rentmeesterswoning is het bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Michielsgestel’ van toepassing dat is vastgesteld op 16 december 2010. Op het plangebied aan Wamberg 16 is het ‘Bestemmingsplan buitengebied 2001’ van toepassing. Rentmeesterswoning De locatie van de te realiseren rentmeesterswoning en de onderhoudsschuur is in het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Michielsgestel 2010 bestemd als ‘Bos’. Ook de aangrenzende akker is bestemd als bos. Op de locatie zijn een aantal gebiedsaanduidingen van toepassing, die vooral een beschermende functie hebben voor uiteenlopende waarden die aan de locatie worden toegekend: Archeologische verwachtingswaarde 1 Verwevingsgebied Historisch landschappelijk gebied Besloten gebied Leefgebied van dassen Landgoed Leefgebied van kwetsbare soorten Leefgebied van amfibieën en reptielen De realisatie van een rentmeesterswoning en de onderhoudsschuur past niet binnen de regels die volgens het bestemmingsplan op de locatie van toepassing zijn.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan Buitengebied Sint-Michelsgestel met locatie rentmeesterswoning
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
7
Wamberg 16 Wamberg 16 is in het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan buitengebied 2001’ bestemd voor woondoeleinden binnen agrarisch gebied. De historische boerderij is gesplitst in twee woningen. Op het erf is de dubbelbestemming ‘Landgoed’ van toepassing. Ook op dit plangebied zijn een aantal gebiedsaanduidingen van toepassing, die vooral een beschermende functie hebben voor uiteenlopende waarden die aan de locatie worden toegekend: Aardkundig waardevol gebied Hydrologisch waardevol gebied Leefgemeenschap van het bos Leefgebied van de das Besloten gebied Percelen waar vanaf 1930 weinig aan is veranderd. Nieuwe ontwikkelingen mogen geen onevenredig negatieve invloed hebben op de waarden die aan het gebied wordt toegekend. De realisatie van twee schuren, die beide ruimte bieden aan twee woningen past niet binnen de regels die volgens dit bestemmingsplan op het plangebied van toepassing zijn.
Figuur 1 Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied 2001’ met erf Wamberg 16
Figuur 2 Kaartuitsnede woondoeleinden, behorende bij bestemmingsplan ‘Buitengebied 2001’
Figuur 6 Uitsnede Bestemmingsplan 2001 met abiotische waarden op erf Wamberg 16
Figuur 7 Uitsnede Bestemmingsplan 2001 met natuurwaarden en leefgemeenschappen op erf Wamberg 16
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
8
Figuur 8 Uitsnede Bestemmingsplan 2001 met landschappelijke en cultuurhistorische waarden op erf Wamberg 16
2.4 Conclusie De gewenste ontwikkeling van beide plangebieden past niet binnen de regels die volgens de vigerende bestemmingsplannen op het terrein van toepassing zijn. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient het bestemmingsplan ter plaatse gewijzigd te worden. In de hierna volgende hoofdstukken wordt beschreven waarom een wijziging van het bestemmingsplan ten behoeve van de voorgestelde ontwikkeling planologisch en milieutechnisch aanvaardbaar is.
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
9
3. BELEIDSANALYSE
3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het beleid dat van toepassing is op het plangebied en dat van toepassing is op het plan zelf. Daarvoor wordt onderscheid gemaakt tussen de drie beleidsniveaus, namelijk rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid.
3.2 Rijksbeleid, Structuurvisie infrastructuur en ruimte Op nationaal niveau wordt het ruimtelijk beleidskader bepaald door de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteitsaanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken uit onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee is de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Het Rijk brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat (burgers en bedrijven), laat de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies ('decentraal, tenzij…') en de gebruiker komt centraal te staan. Het Rijk laat de sturing van verstedelijking en landschap over aan de provincies om meer ruimte te laten voor regionaal maatwerk. Zo werkt het Rijk aan een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Met voorliggend plan worden geen rijksbelangen geschaad.
3.3 Provinciaal Beleid 3.3.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Brabant is vastgelegd in de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO). De SVRO is op 1 oktober 2010 door de Provinciale Staten vastgesteld en is op 1 januari 2011 in werking getreden. De SVRO bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 en is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. De SVRO vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Eén van deze instrumenten is de provinciale verordening. De projectlocatie ligt op de kaart 'Ruimtelijke Hoofdstructuur' binnen de zone 'kerngebied groenblauw'. Dit is de kern van de groenblauwe structuur, die bestaat uit natuurgebieden in de ecologische hoofdstructuur inclusief de (robuuste) ecologische verbindingszones. Het provinciaal beleid is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten. Er is geen ruimte voor (grootschalige of intensieve) ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstellingen voor de EHS en beheer/herstel van de waterstructuren. Voor overige ontwikkelingen geldt dat bestaande functies en bestaand gebruik binnen de groenblauwe kern worden gerespecteerd. Voor de ontwikkeling van functies gelden de ehs-spelregels.
Het nee-tenzij principe geldt met toepassing van het compensatiebeginsel. Uitwerking structuurvisie De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft die onder andere vorm in de 'uitwerking gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschaps-
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
10
kenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Daarnaast zijn er deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. De provincie Noord-Brabant heeft voor de diverse deelgebieden een specifieke gebiedsontwikkeling beschreven. De gebiedsontwikkeling is gebiedsgericht en geografisch afgebakend. De projectlocatie valt binnen het structuurvisiegebied Meierij. Eén van de ambities binnen dit gebied is het verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch recreatief ontsluiten van de cultuurhistorische waarden van de Meierij in hun samenhang. Door medewerking aan de plannen van Rijkswaterstaat (verleggen Willemsvaart) en waterschap (inrichten dynamisch beekdal) verdwijnt een groot gedeelte van de pachtinkomsten, die een economische basis vormt onder het landgoed. Voorliggend plan zal een nieuwe economische basis opleveren voor de duurzame instandhouding en recreatieve openstelling van het landgoed. De voorgestelde ontwikkeling past om die reden binnen de doelstellingen van de Structuur Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant.
3.3.2 Verordening Ruimte Noord-Brabant De uitwerking van de structuurvisie ruimtelijke ordening is opgenomen in de Verordening Ruimte. De Verordening ruimte is één van de uitvoeringsinstrumenten die de provincie inzet bij de realisatie van haar doelen en het borgen van haar belangen. Bij de keuze voor het instrument verordening is het belangrijk dat dit het enige instrument is voor de provincie dat vooraf aangeeft waarmee de gemeente rekening moet houden én dat rechtstreeks doorwerkt naar de ruimtelijke besluitvorming op gemeentelijk niveau. In de verordening is gekozen voor een systeem waarbij ruimte wordt geboden voor een afweging op gemeentelijk niveau. Dit betekent dat de provincie vooral kijkt naar de wijze waarop de achterliggende provinciale ruimtelijke belangen zijn behartigd. In de Verordening zijn algemene regels opgenomen die voor alle ontwikkelingen van toepassing zijn. Elk plangebied is gesitueerd binnen één van de vier begrensde structuren. Landgoed De Wamberg is, met uitzondering van de aanwezige bouwvlakken, volledig begrensd als onderdeel van de ecologische hoofdstructuur. In artikel 5.1 van de Verordening Ruimte 2014 zijn de regels voor de Ecologische hoofdstructuur beschreven. Relevant voor de voorgestelde ontwikkeling van beide plangebieden zijn onderstaande regels: 1. Een bestemmingsplan gelegen in de ecologische hoofdstructuur: a.
strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden; b. stelt regels ter bescherming van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden en houdt daarbij rekening met de overige aanwezige waarden en kenmerken, waaronder de cultuurhistorische waarden en kenmerken; c. bepaalt dat zolang de ecologische hoofdstructuur niet is gerealiseerd, de bestaande bebouwing en de bestaande planologische gebruiksactiviteit zijn toegelaten. 2. Als ecologische waarden en kenmerken als bedoeld in het eerste lid gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan. 3. Een bestemmingsplan kan bepalen dat het oprichten van kleinschalige bebouwing en bouwwerken ten behoeve van de natuurbestemming als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, of het recreatieve medegebruik daarvan, zijn toegestaan, mits dit geen aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken van de ecologische hoofdstructuur. 4. In afwijking van het eerste lid, onder c, stelt de gemeenteraad binnen negen maanden een bestemmingsplan vast waarbij een natuurbestemming wordt aangewezen als de inrichting en het beheer voor natuurdoeleinden zijn verzekerd op grond van een verplichting van Gedeputeerde Staten of van een waterschapsbestuur. 5.
Een bestemmingsplan dat is gelegen buiten de ecologische hoofdstructuur en dat leidt tot een aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van de ecologische hoofdstructuur, strekt ertoe dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, ne-
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
11
gatieve effecten worden gecompenseerd overeenkomstig de compensatieregels uit de Verordening Ruimte. Het erf aan Wamberg 16 is niet als EHS begrensd. Herontwikkeling van dit belemmert daarom geen doelstellingen die van toepassing zijn op de ecologische hoofdstructuur. Het slopen van de bestaande kippenschuur en herbouw van een nieuwe schuur ten behoeve van beheer- en onderhoudsdoeleinden sluit aan op de mogelijkheden beschreven in artikel 5.1 lid van de Verordening. Het realiseren van een nieuwe rentmeesterswoning binnen de grenzen van de ecologische hoofdstructuur is in principe niet mogelijk. De locatie van de nieuwe rentmeesterwoning is weliswaar begrensd als onderdeel van de ecologische hoofdstructuur, maar het terrein is in gebruik als regulier akkerland met slechts zeer beperkte natuurwaarden. De toekomstige inrichting van de akker en het erf zullen een meerwaarde opleveren voor de ecologische waarden ter plekke (zie bijlage 1). Ter compensatie van de rentmeesterwoning wordt bovendien elders op het landgoed een terrein ingericht als dassencorridor (zie ook paragraaf 4.7), die het functioneren van de EHS ten goede komt. Een voorstel en onderbouwing tot herbegrenzing van de EHS is opgenomen in paragraaf 4.7. Op een plangebied kunnen behalve één van de vier hoofdstructuren, één of meerdere aanduidingen van toepassing zijn op het gebied van : 1. 2. 3. 4. 5.
Stedelijke ontwikkeling Cultuurhistorie Agrarische ontwikkeling en windturbines Water Natuur en landschap
Landgoed De Wamberg is aangeduid als complex van cultuurhistorisch belang. Binnen de grenzen van een complex van cultuurhistorisch belang worden verruimde ontwikkelingsmogelijkheden geboden aan nieuwe ontwikkelingen en planologische gebruiksactiviteiten, waaronder wonen, mits de toelichting een verantwoording bevat waaruit blijkt dat: a) de beoogde ruimtelijke ontwikkeling een bijdrage levert aan het behoud of het herstel van het cultuurhistorisch karakter van het complex; b) de beoogde ruimtelijke ontwikkeling past binnen het te voeren beleid voor dat gebied. Het erf aan Wamberg 16 is in de Verordening Ruimte deels gesitueerd binnen de grenzen van een vlak met de aanduiding ‘reservering waterberging’ Ter plaatse van de aanduiding ‘reservering waterberging’ dient het waterbergend vermogen van een plangebied gegarandeerd te worden. De gewenste ontwikkelingen op het erf aan Wamberg 16 vinden plaats buiten de grenzen van het vlak met de aanduiding ‘reservering waterberging’. Binnen de grenzen van het vlak vinden geen ontwikkelingen plaats en wordt geen verharding toegevoegd. In de watertoets in paragraaf 4.8 is een nadere onderbouwing van waterhuishoudkundige aspecten opgenomen. Het erf aan Wamberg 16 ligt volledig binnen de grenzen van de ‘groenblauwe mantel’.
De aanduiding ‘groenblauwe mantel’ strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Tevens worden de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden beschermd. De verordening Ruimte biedt geen mogelijkheden voor het realiseren van nieuwe woningen binnen de groenblauwe mantel, met uitzondering van VAB-vestiging in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Op een complex van cultuurhistorisch belang worden echter ruimere ontwikkelingsmogelijkheden geboden, die tot doel hebben om de duurzame instandhouding van het complex te waarborgen. De ontwikkeling sluit nadrukkelijk aan op ecologische en landschappelijke waarden die aan het plangebied worden toegekend en is daardoor in overeenstemming met de regels uit de Verordening Ruimte. In paragraaf 4.7 is daarvoor een voorstel opgenomen tot kwantitatieve en kwalitatieve herbegrenzing van de EHS.
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
Utsnede Verordening Ruimte 2014, themakaart Water met begrenzing aanduidingsvlak ‘ reservering waterberging’
12
Uitsnede Verordening Ruimte 2014, themakaart natuur en landschap met begrenzing EHS en groenblauwe mantel
3.4 Gemeentelijk beleid, 3.4.1 Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025 Op 13 oktober 2009 heeft de gemeenteraad van Sint-Michielsgestel de toekomstvisie “Zieners van 2025” vastgesteld. In deze visie geeft de gemeente blijk van een ambitieuze maar realistische kijk op de toekomst, waarbij niet de kwantiteit (in termen van aantallen woningen en vierkante meters bedrijventerrein) maar kwaliteit, kleinschaligheid, de dorpse schaal en duurzaamheid leidend zijn. De toekomstvisie is echter (nog) geen ruimtelijk en beeldend document, dat past in en voldoet aan de eisen van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro). De gemeente heeft daarom besloten te starten met het opstellen van een structuurvisie conform artikel 2.1, eerste lid, van de Wro voor de gehele gemeente Sint-Michielsgestel. De toekomstvisie vormt daarbij de opmaat naar de op te stellen structuurvisie. De toekomstvisie bevat belangrijke bouwstenen en vormt het baken voor de structuurvisie, waarbij reeds antwoord is gegeven op de vragen hoe de gemeente Sint-Michielsgestel nu in elkaar steekt, waar de gemeente nu staat en waar de gemeente naar toe wil. Vragen die nog beantwoord moeten worden liggen meer op het terrein van de verbeelding en visualisering alsmede op het gebied van het gewenste integrale karakter, waarbij eventuele knelpunten/ strijdigheden in het bestaande beleid kunnen worden “opgelost”.
Daarin zal vooral aandacht zijn voor duurzame oplossingen en de specifieke maat en schaal van SintMichielsgestel. Naast de structuurvisie is de Woonvisie, die tegelijkertijd met de structuurvisie is opgesteld, als afzonderlijk document te lezen. De essentie van de Woonvisie is opgenomen in de structuurvisie (paragraaf 3.2). Landgoed de Wamberg is op het ruimtelijk raamwerk van de structuurvisie aangeduid als landgoed dat is begrensd als onderdeel van de EHS. Behalve de hoge natuurwaarden wordt in de structuurvisie ook de meerwaarde van historische landgoederen voor de recreatie onderstreept. Landgoederen leveren als cultuurhistorisch element namelijk een grote bijdrage aan de versterking van de recreatie. In de structuurvisie is het duurzaam in stand houden en opwaarderen van de historische landgoederen en andere cultuurhistorische objecten daarom als opgave benoemd. Op die manier moeten waardevolle structuren, complexen, en elementen beter zichtbaar en beleefbaar gemaakt worden, zonder de authenticiteit ervan verloren te laten gaan. De verlegging van de Zuid-Willemsvaart over het grondgebied van landgoed de Wamberg heeft voor het landgoed tot gevolg dat een groot gedeelte van de pachtinkomsten uit landbouwgronden zijn verdwenen. Deze pachtinkomsten waren noodzakelijk om het landgoed duurzaam in stand te houden.
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
13
Ter compensatie van de pachtinkomsten is met partijen overeengekomen dat op het landgoed een nieuwe rentmeesterswoning gerealiseerd mag worden en dat het erf aan Wamberg 16 herontwikkeld mag worden met toevoeging van 5 woningen. Voor deze woningen is ruimte gereserveerd in het gemeentelijk woningbouwprogramma. De voorgestelde ontwikkeling past daarom binnen de kaders van de ´Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2015’.
‘Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2015’ met ligging De Wamberg
3.4.2 Structuurvisie Buitengebied in Ontwikkeling In 2010 is de Structuurvisie Buitengebied in Ontwikkeling door Gemeente Sint-Michielsgestel vastgesteld. Hierin is opgenomen binnen welke kaders het buitengebied van de gemeente zich kan ontwikkelen. De belangrijkste doelstelling voor ‘buitengebied in ontwikkeling’ is de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast is de verbetering van de leefbaarheid een belangrijk nevendoel. De methode om
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
14
deze verbeteringen te bereiken is het, onder voorwaarden, toestaan van nieuwe economische dragers, hergebruik van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en de realisatie van zogenaamde BIOwoningen. De structuurvisie biedt vooral mogelijkheden aan functies die duidelijk gerealteerd zijn aan het buitengebied, zoals natuur en landschap, landbouw en recreatie. Functies die niet direct aan het buitengebied gekoppeld zijn, worden alleen mogelijk gemaakt als zij gepaard gaan met een kwaliteitsverbetering als tegenprestatie. De ontwikkeling van beide plangebieden als onderdeel van landgoed De wamberg zullen een duurzame economische basis opleveren voor de duurzame instandhouding van het hele landgoed. De ontwikkeling sluit daarmee aan op de beleidslijnen uit de Structuurvisie Buitengebied in Ontwikkeling.
3.5 Conclusie De ontwikkeling op landgoed De Wamberg vloeit voort uit een samenwerkingsovereenkomst die is gesloten tussen gemeenten, provincie Rijkswaterstaat waterschap en het landgoed. In deze overeenkomst is opgenomen dat op het landgoed 4 woningen gerealiseerd mogen ter compensatie van de oppervlakte van het landgoed die verloren gaat door verlegging van de Zuid-Willemsvaart. Het college van B&W heeft dit later verruimd tot 5 nieuwe woningen. De ontwikkeling heeft tot doel om een nieuwe economische basis te garanderen voor de instandhouding van het landgoed als hoogwaardig natuur en recreatiegebied. Uit voorgaande beleidsanalyse blijkt dat de ontwikkeling niet wordt belemmerd door beleidsdoelstellingen van rijk, provincie en gemeente.
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
15
4. PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
4.1 Inleiding De haalbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen is afhankelijk van een aantal planologische relevante aspecten. In dit hoofdstuk wordt de ontwikkeling van het plangebied daarom getoetst aan deze aspecten.
4.2 Bodemkwaliteit Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Wanneer door wijziging van een bestemmingsplan het gebruik van een locatie wordt gewijzigd, moet uit een onderzoek blijken dat de bodemkwaliteit geen belemmering oplevert voor het toekomstig gebruik. Door Econsultancy is daarom een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in het plangebied. Er zijn op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Op basis van het booronderzoek blijken er geen belemmeringen te zijn tegen de herontwikkeling van het plangebied aan Wamberg 16 en herbouw van de tal tot onderhoudsschuur. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing. Op de locatie van de rentmeesterwoning is nog geen verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De locatie is onderverdacht en wordt momenteel onderzocht. Het onderzoek wordt als onderdeel van de vaststelling van het bestemmingsplan aangeleverd.
4.3 Akoestisch onderzoek In de Wet geluidhinder (Wgh) is vastgesteld dat, indien in het plangebied geluidgevoelige functies (zoals verblijfsruimten) zijn voorzien binnen de invloedssfeer van (rail- en weg)verkeerslawaai evenals industrielawaai, akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Het onderzoek naar verkeerlawaai geldt voor alle straten en wegen, met uitzondering van: wegen die in een als 'woonerf' aangeduid gebied liggen; wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Door Adviesbureau Van der Boom is daarom de geluidsbelasting bepaald op de geplande woningen. Het volledige onderzoek is als bijlage opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de nieuwe woningen niet overschreden. Voor de woningen hoeft geen hogere waarde te worden aangevraagd. Volgens het Bouwbesluit moet de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied in een woning ten minste gelijk zijn aan de invallende geluidbelasting verminderd met 33 dB. Voor verblijfsruimten gelden 2 dB lagere waarden voor de geluidwering. De voorschriften hebben tot doel de geluidbelasting binnenshuis in de verblijfsgebieden van een woning te beperken tot 33 dB. Bij het bepalen van de benodigde geluidwering mag geen aftrek plaatsvinden ex. artikel 110-g Wgh. Er moet daarom gerekend worden met de geluidbelasting zoals weergegeven in
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
16
onderstaande tabel. Deze geeft voor alle wegen samen een overzicht van de berekende invallende geluidbelasting in 2021, zonder aftrek
De geluidbelasting voor alle wegen samen bedraagt ten hoogste 52 dB zonder aftrek. De benodigde karakteristieke geluidwering bedraagt 20 dB, dit is de minimum waarde conform het Bouwbesluit. Er zijn geen aanvullende geluidwerende voorzieningen nodig. Op basis van het bestemmingsplan kan worden geconcludeerd dat in de directe omgeving geen andere bedrijven dan agrarische bedrijven zijn gevestigd. Daaruit voortvloeiend is er geen industrielawaai wat een negatief effect heeft op de geluidsgevoelige objecten.
4.4 Luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer (Wm). Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden, die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, onder andere uitoefenen indien de ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a) of de ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c).
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
17
In het besluit ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Regeling NIBM (art. 4, bijlage 3A) is een ontwikkeling als NIBM te beschouwen als het aantal woningen niet meer bedraagt dan: 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; 3000 woningen (netto) bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. De realisatie van de woningen op landgoed De Wamberg is als NIBM te beschouwen. Het initiatief draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit vormt daardoor geen beletsel voor de realisatie van het initiatief. Het initiatief heeft bovendien niet tot gevolg dat de luchtkwaliteit in de directe omgeving onevenredig verslechterd.
4.5 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval kan plaatsvinden met gevaarlijke stoffen waardoor mensen, die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit, om het leven zouden kunnen komen. Het doel van het beleid op het gebied van externe veiligheid is een ruimtelijke scheiding aanhouden of creëren tussen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten en de in de nabijheid aanwezige risicobronnen. Kwetsbare objecten zijn onder meer concentraties van woningen, kantoren en ziekenhuizen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer verspreid gelegen woningen, kleine kantoren en kleine recreatieterreinen. Risicobronnen in het kader van de externe veiligheid zijn onder andere: bedrijven (inrichtingen) waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn; transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (via weg, water, spoor); buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de provinciale Risicokaart, waarop onder meer de risico's in het kader van de externe veiligheid staan weergegeven. Het plangebied en de omgeving zijn geïnventariseerd op de aanwezigheid van de mogelijke risicobronnen. In en rond het plangebied zijn geen inrichtingen gelegen, die zijn opgenomen in de lijst met risicovolle inrichtingen en die van invloed kunnen zijn op het plangebied.
Vlak langs het plangebied zullen transporten van gevaarlijke stoffen niet of slechts incidenteel voorkomen. In deze situatie zijn geen veranderingen voorzien. Het plan wordt daarom niet belemmerd door externe veiligheidsaspecten.
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
18
Uitsnede risicokaart (bron:www.risicokaart.nl)
4.6 Bedrijven en milieuzonering Op basis van de Wet geurhinder en veehouderij moet worden beoordeeld of de bouw van nieuwe woningen of andere geurgevoelige objecten een belemmering vormt voor omliggende agrarische bedrijven. Tevens moet worden beoordeeld of binnen het plangebied sprake is van een goed leefklimaat. De kortste afstand van een nieuwe woning tot een agrarisch bouwblok in de directe omgeving bedraagt ruim 500 meter. Binnen het plangebied kan daarom een goed woon en leefklimaat worden gegarandeerd. Tegelijkertijd zal de ontwikkeling geen belemmering opleveren voor de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven.
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
19
4.7 Natuur en ecologie De Nederlandse natuurwetgeving en het natuurbeleid bestaan uit verschillende onderdelen. Vanaf oktober 2005 vindt de gebiedsbescherming in Nederland plaats via de gewijzigde Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet. De Natuurbeschermingswet kent de volgende beschermde gebieden: 1. De Natura 2000-gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijngebieden). 2. Beschermde natuurmonumenten (voorheen (staats)natuurmonumenten). 3. De Ecologische Hoofdstructuur. Hier is een toets van de ontwikkeling opgenomen aan natuurwetgeving. 4.7.1 Natura 2000-gebieden Voor beschermde Natura 2000-gebieden geldt dat er voor projecten en handelingen geen verslechtering van de kwaliteit van de habitats of een verstorend effect op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen, mag optreden. Binnen de Natura 2000-gebieden zijn de Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebied te onderscheiden. De Vogelrichtlijn (vastgesteld in 1979) is een regeling van de Europese Unie (EU) die tot doel heeft alle in het wild levende vogelsoorten op het grondgebied van de EU te beschermen. De lidstaten van de EU zijn verplicht voor alle vogelsoorten die in hun land leven leefgebieden van voldoende grootte en kwaliteit te beschermen.
De Europese Habitatrichtlijn (vastgesteld in 1992) beoogt de biologische diversiteit te waarborgen door het instandhouden van de (half)natuurlijke leefgebieden en de wilde flora en fauna. De Habitatrichtlijn is gericht op de bescherming van soorten en natuurlijke habitats. Hiervoor zijn eveneens speciale beschermingszones aangemeld. In de omgeving van het plangebied is geen Natura2000 gebied begrensd. Van een negatieve invloed op een natura2000 gebied kan daarom geen sprake zijn. 4.7.2 Ecologische Hoofdstructuur Uitgangspunt van de Ecologische Hoofdstructuur is duurzame instandhouding, herstel en ontwikkeling van een zo groot mogelijke verscheidenheid van de in het wild levende dieren en plantensoorten als wel elementen van ecosystemen. De Ecologische Hoofdstructuur bestaat uit een groot aantal natuurgebieden. Om deze natuurgebieden te verbinden tot een samenhangend geheel worden er ook nieuwe natuurgebieden en (robuuste) verbindingszones ontwikkeld. De Ecologische Hoofdstructuur is op perceelsniveau begrensd in de provinciale Verordening Ruimte. Het plangebied aan Wamberg 16 is buiten de grenzen van de EHS gesitueerd. Het plangebied van de nieuwe rentmeesterswoning is gesitueerd binnen de grenzen van de EHS. Om de ontwikkeling van de rentmeesterswoning mogelijk te maken zal de begrenzing van de EHS gewijzigd moeten worden.
In artikel 5.5 van de Verordening Ruimte 2014 zijn de regels opgenomen voor het wijzigen van de EHSbegrenzing ten behoeve van bij kleinschalige ingrepen: 1. Gedeputeerde Staten kunnen de begrenzing van de ecologische hoofdstructuur op verzoek van de gemeente wijzigen ten behoeve van een individuele, kleinschalige ingreep die leidt tot een versterking van de ecologische hoofdstructuur in het desbetreffende gebied. 2. Een verzoek om wijziging van de begrenzing, als bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een bestemmingsplan waaruit blijkt dat: a. de voorgestelde ingreep slechts leidt tot een beperkte aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van de ecologische hoofdstructuur in het desbetreffende gebied; b. de voorgestelde ingreep leidt tot een kwalitatieve of kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het desbetreffende gebied; c. de voorgestelde ingreep is onderbouwd met een afweging van alternatieven; d. de voorgestelde ingreep vergezeld gaat van zodanige maatregelen dat er sprake is van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing;
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
20
e. de uitvoering van de voorgestelde ingreep en de daarbij betrokken maatregelen en de monitoring daarvan zijn verzekerd; f. is verzekerd dat de uitvoering van de voorgestelde ingreep en de daarbij betrokken maatregelen niet zijn gefinancierd uit de reguliere middelen die beschikbaar zijn op grond van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant en de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap Noord-Brabant; g. wordt voldaan aan de regels inzake het compenseren van verlies van ecologische waarden en kenmerken bedoeld in de compensatieregels. 3. De regeling kwaliteitsverbetering van het landschap is niet van toepassing op de herbegrenzing van de EHS 4. Op een verzoek tot herbegrenzing van de EHS is de procedure 'grenswijziging op verzoek' van toepassing. Op basis van een alternatievenstudie (zie bijlage 1 en 2) is onderzocht hoe de herontwikkeling van landgoed De Wamberg het best plaats zou kunnen vinden. Daarvoor is een voorstel gedaan dat aansluit bij de historische en ruimtelijke karakteristiek van het landgoed, waardoor een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing wordt gewaarborgd. Hoewel de locatie van de rentmeesterswoning is begrensd als onderdeel van de ecologische hoofdstructuur, is het terrein momenteel is in gebruik als regulier akkerland met relatief weinig natuurwaarden.
De realisatie van de woning heeft om die reden slechts beperkt invloed op aanwezige natuurwaarden en de karakteristiek van de ecologische hoofdstructuur. De toekomstige landschappelijke en natuurlijke inrichting van de akker en het erf (zie bijlage 1) zullen een aanzienlijke meerwaarde opleveren voor de ecologische waarden ter plekke. Ten behoeve van de nieuwe rentmeesterswoning wordt een oppervlakte ter grootte van het toekomstig bouwblok (1500 m2) niet langer als EHS begrensd. Elders op het landgoed wordt een concrete maatregel getroffen door de realisatie van een dassencorridor met een oppervlakte van 3500 m2. De herinrichting van het terrein rondom de nieuwe rentmeesterwoning en inrichting van de dassencorridor zal leiden tot een kwalitatieve versterking van de ecologische waarden van het gebied. Landgoed De Wamberg vormt een belangrijke habitat voor de das. Op het landgoed en in de directe omgeving zijn diverse dassenburchten aanwezig. Ten einde het leefgebied en verspreidingsgebied van de das te verbeteren wordt op een strategische locatie op het landgoed een dassencorridor gerealiseerd. Deze dassencorridor wordt gerealiseerd door aan de rand van een bestaande akker lijnvormige beplanting te realiseren. Deze akker is een niet-gerealiseerd onderdeel van de EHS.
De dassencorridor heeft een oppervlakte van 3500 m2 en zal de verbinding vormen tussen het leefgebied van de das op landgoed de Wamberg en een leefgebied ten zuiden van het landgoed. De functie van de corridor is enerzijds het bieden van geleiding en beschutting voor de das, en anderzijds het bieden van foerageergelegenheid voor de das. Naast de das is het wenselijk dat andere soorten ook profiteren van de houtsingel, daarom zal ook schuil- en foerageergelegenheid voor andere soorten (vogels, insecten) gecreëerd worden. De volgende soorten zijn geschikt om aan te planten: Zomereik, zwarte els, zoete kers, wilde appel, hazelaar, sleedoorn, veldesdoorn en hondsroos. Afhankelijk van de landschappelijke context kan gekozen worden voor een houtwal in plaats van een houtsingel; een houtwal nodigt kleine zoogdieren (en mogelijk de das zelf) uit om holen te graven. Werkzaamheden worden niet gefinancierd vanuit Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant en de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap Noord-Brabant. De uitvoering van de maatregelen wordt geborgd is een anterieure overeenkomst en gemeente SintMichielsgestel dient een verzoek in tot herbegrenzing van de EHS.
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
21
Uitsnede begrenzing EHS (links) en voorstel tot herbegrenzing (rechts) met de onttrekken terrein (rood) en te realiseren dassencorridor (groen)
4.7.3 Flora en Fauna wet De Flora- en faunawet bevat de kaders voor soortenbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk inzicht te krijgen in de huidige natuurwaarden die in het onderzoeksgebied aanwezig zijn en de invloed van een ontwikkeling op deze waarden. Hiermee kan worden voorkomen dat in strijd met de geldende natuurwetgeving gehandeld zal worden. Door Eelerwoude is een quickscan uitgevoerd naar flora- en fauna waarden in het plangebied om de invloed van de ontwikkeling daarop te beoordelen. Het volledige onderzoek is de bijlage opgenomen. Hier wordt volstaan met de conclusie. Op basis van de quickscan wordt geconstateerd dat het onderzoeksgebied een potentiële habitat biedt voor een aantal (algemene) beschermde soorten. Hoewel er geen gerichte veldinventarisatie heeft plaatsgevonden, is op basis van de beschikbare literatuurgegevens en een veldbezoek vastgesteld dat het terrein mogelijk van belang is voor enkele licht beschermde soorten (tabel 1-soorten) en voor strikter beschermde broedvogels en vleermuizen. De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van enkele soorten van tabel 1 van de Flora- en faunawet. Dit heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft.
Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling. Een ontheffing Flora- en faunawet is daarom niet noodzakelijk. Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Flora- en faunawet een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden. In het kader van de Flora- en faunawet wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 15 maart tot 15 juli. Voor vleermuizen geldt dat rosse vleermuis, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis het plangebied gebruiken als foerageergebied. Ook lopen door het gebied twee belangrijke vliegroutes. Hier zijn gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en myotis spp waargenomen. Voor zowel het foerageergebied als de vliegroutes geldt dat een toename van het verlichtingsniveau onwenselijk is. In het te renoveren gebouw Wamberg 16 is een verblijfplaats van een gewone dwergvleermuis aangetroffen. Zie daarvoor figuur 11.
Op dit moment is nog niet bekend welke renovatiemaatregelen precies nodig zijn, waardoor er nog geen uitspraken kunnen worden gedaan over de te nemen mitigerende en compenserende maatregelen. Dit advies is overgenomen uit de flora & Fauna quickscan, die als bijlage is bijgevoegd. Het uitgangspunt is dat voor de renovatie de huidige verblijfplaats behouden kan
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
22
worden en verstoring voorkomen kan worden. Daarvoor zal een ecoloog betrokken worden bij het opstellen van de renovatiemaatregelen. Als bij het uitwerken van de renovatiemaatregelen blijkt dat verstoring van de verblijfplaats onvermijdelijk is, zal een ontheffing vanuit de Flora- en faunawet moeten worden aangevraagd. Voor de ontheffingsaanvraag dient een activiteitenplan te worden opgesteld, waarin mitigerende maatregelen zijn uitgewerkt om verstoring zoveel mogelijk te beperken. Te treffen mitigerende en compenserende maatregelen zijn pa vast te leggen als exact bekend is welke werkzaamheden binnen het plangebied worden uitgevoerd en in welk jaargetijde. Door het plangebied lopen tevens twee belangrijke vliegroutes van vijf soorten vleermuizen. Hieronder is een kaart opgenomen van de vliegroutes. Ook wordt het plangebied gebruikt als foerageergebied. Voor zowel het foerageergebied als de vliegroutes geldt dat een toename van het verlichtingsniveau onwenselijk is.
Vliegroutes (oranje en paarse lijnen) van vleermuizen rondom Wamberg 16
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
23
Verblijfplaats gewone dwergvleermuis aan de Wamberg 16
4.8 Archeologie In 1992 is in het Europese ‘Verdrag van Malta’ opgesteld, met als doeI het archeologisch erfgoed in de bodem beter te kunnen beschermen. Dit verdrag is door Nederland in 1998 ondertekend. Bij ruimtelijke ontwikkelingen geldt het uitgangspunt, dat archeologische waarden zoveel mogelijk behouden en geconserveerd blijven in de bodem. Landgoed De Wamberg is een historisch landgoed. Daardoor is de kans reëel dat zich archeologische sporen in de ondergrond bevinden. Door Econsultancy is daarom een Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd (kenmerk: SMI.EEL.ARC/ 10093669). Het gehele onderzoek is als separate bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Hier wordt volstaan met de conclusies van dit onderzoek. Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit het booronderzoek blijkt dat de aangetroffen bodemopbouw plaatselijk verstoord is. Alleen ter plaatse van de te realiseren rentmeesterswoning is de bodemopbouw niet verstoord.
Op basis van het booronderzoek krijgt het plangebied daarom grotendeels de volgende archeologische verwachting: (laat) Paleolithicum – Mesolithicum: lage verwachting Neolithicum – Romeinse tijd: middelhoge verwachting Middeleeuwen –Nieuwe tijd: hoge verwachting
Landgoed De Wamberg, Ruimtelijke Onderbouwing
24
Daar waar de bodemopbouw niet is verstoord behoud de ondergrond een hoge archeologische verwachtingswaarde. Omdat ook een middelhoge verwachtingswaarde voor (een gedeelte van) het plangebied geldt, blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy daarom om het plangebied nader te onderzoeken door middel van een archeologische begeleiding (protocol opgraven) van grondverstorende activiteiten die dieper gaan dan de bouwvoor. Behoud van de archeologische vindplaats bij een niet aangepaste uitvoering van de werkzaamheden is, gezien de geringe diepteligging en de kwetsbaarheid van de archeologische resten, niet mogelijk. Bovenstaand advies vormt een selectieadvies. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door het bevoegd gezag (Gemeente Sint-Michielsgestel), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Voordat werkzaamheden worden uitgevoerd die verstoring van de bodem tot gevolg hebben, moet uit een archeologisch vervolgonderzoek blijken dat eventueel bodemarchief niet aanwezig is. Om dat te garanderen, blijft voor beide plangebieden de aanduiding ‘Archeologische Verwachtingswaarde 1’ in het veegplan gehandhaafd.
4.9 Watertoets Ruimte maken voor water: dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Met de ondertekening van de Startovereenkomst Waterbeheer op 14 februari 2001 door rijk, provincies, gemeenten en waterschappen, werd de watertoets van toepassing verklaard op ruimtelijke plannen. Vanaf 1 november 2003 is deze juridisch verankerd in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen in het planvormingsproces. Hierbij wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. Zowel waterkwantiteits- als waterkwaliteitsaspecten zijn daarbij belangrijk. Waterparagraaf digitale watertoets Medio 2010 is de watertoets van Waterschap Aa en Maas (deels) digitaal gemaakt voor ruimtelijke plannen. Deze waterparagraaf is tot stand gekomen via dit watertoetspakket. Hierbij is de beslisboom uit het pakket gevolgd. Gebleken is dat dit plan in waterhuishoudkundig opzicht klein en eenvoudig van opzet is. Dat wil zeggen dat de verhardingstoename of -afkoppeling minder dan 2.000 m2 bedraagt. Verder is alleen het waterthema’s hemelwater verwerking van toepassing.
De achterliggende selectiecriteria zijn in onderling overleg met gemeenten bepaald. Voor deze waterparagraaf is gebruik gemaakt van de digitale watertoets. Aan de hand van deze waterparagraaf wordt uitgelegd hoe het waterbeleid is vertaald naar waterhuishoudkundige inrichtingsmaatregelen in dit bestemmingsplan. Vanaf 1 februari 2008 gebruikt Waterschap Aa en Maas bij advisering over de watertoets acht uitgangspunten: waterschapsbelangen. wateroverlastvrij bestemmen; gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater; doorlopen van de afwegingsstappen: hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer; hydrologisch neutraal ontwikkelen; water als kans; meervoudig ruimtegebruik; voorkomen van vervuiling;
Landgoed De Wamberg, 25
Ruimtelijke Onderbouwing
Beschrijving van het watersysteem Op basis van de digitale wateratlas en gegevens uit het bodemonderzoek is een inschatting gemaakt van de hydrologische karakteristiek. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) op het terrein is ongeveer 1,8 m/-mv. Rondom het terrein zijn volgens de digitale wateratlas van de provincie Noord Brabant enkele sloten en/of greppels aanwezig. De maaiveldhoogte ligt op ongeveer 9,70 meter boven NAP. De bodem bestaat uit matig fijn tot leemhoudend zand met tussengeschakelde leemlagen. Voor de bodembeschrijving wordt verwezen naar de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek. Waterschapsbelangen Volgens de digitale watertoets zijn op de ontwikkeling van Wamberg 16 een aantal waterschapsbelangen van toepassing. Het plangebied aan Wamberg 16 is deels gesitueerd in een reserveringsgebied voor waterberging. Een reserveringsgebied waterberging is een gebied dat mogelijk in de toekomst noodzakelijk is om wateroverlast uit regionale watersystemen tegen te gaan. Grootschalige kapitaalintensieve functies zijn niet toegestaan, tenzij deze niet ten koste gaan van het waterbergend vermogen van een reserveringsgebied. Hierbij gaat het om activiteiten met over het algemeen een groot ruimtebeslag die, wanneer eenmaal gevestigd, moeilijk verplaatsbaar zijn, schadegevoelig zijn en ten koste gaan van de (potentieel beschikbare) ruimte voor waterberging.
Als kan worden aangetoond dat de geschiktheid van het gebied voor waterberging niet verloren gaat of bij de inrichting voldoende rekening is gehouden met hogere inundatiekansen, dan zijn er toch bouwmogelijkheden. Op het erf aan Wamberg 16 worden bestaande schuren gesloopt en vervangen door twee nieuwe schuurwoningen. Per saldo heeft deze ontwikkeling een verhardingstoename tot gevolg van ongeveer 70 m2. Deze ontwikkeling vindt plaats op het gedeelte van het erf dat buiten de begrenzing van het reserveringsgebied ligt (zie afbeelding hieronder). Op het gedeelte van het erf dat binnen de grenzen van het reserveringsgebied ligt vinden geen wijzigingen plaats die van invloed zijn op het waterbergend vermogen van het reserveringsgebied. De ontwikkeling is niet in strijd met dit waterschapsbelang.
Plangebied ligt deels in ‘reserveringsgebied voor waterberging’
Plangebied ligt deels in ‘bestaand inundatiegebied’
Het plangebied aan Wamberg 16 is gesitueerd in een inundatiegebied (zie afbeelding hierboven) waar de kans op inundatie vanuit het oppervlaktewater groter is dan eens in de 100 jaar. Op basis van de huidige situatie en het klimaat is indicatief berekend waar de kans op inundatie vanuit het oppervlaktewater groter is dan eens in de 100 jaar. Als een locatie in zo'n gebied ligt, wordt door het waterschap in de nader bekeken of er inderdaad sprake is van inundatie. Als dit het geval is, is bouwen in deze gebieden alleen onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Er dient advies van het waterschap te worden ingewonnen, omdat de kans op wateroverlast extra groot is. Bouwen mag, mits er voldoende hoog wordt gebouwd en de ruimte die aan het watersysteem wordt ontnomen wordt gecompenseerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de klimaatsituatie in 2050. De ontwikkeling heeft niet tot gevolg