3.20 LIP Landgoed De Hoefsevonder te Berlicum
Tekst van het document
Ontwerp nieuw landgoed de Hoefsevonder Familie Tibosch Berlicum, gemeente Sint-Michielsgestel
Colofon
Inleiding
Initiatiefnemer
Familie Tibosch De Hoefsevonder 1 5258 SP Berlicum
De familie Tibosch is voornemens grenzend aan hun bedrijf aan de Hoefsevonder 1 te Berlicum een nieuw landgoed te ontwikkelen. Onderhavig plan verbeeld en beschrijft dit initiatief. In deze rapportage zijn specifiek het ontwerp, achtergronden, eisen, randvoorwaarden en verbeeldingen opgenomen.
Projectlocatie
kadastraal perceel Berlicum L 1051 Berlicum L 179
Vanuit de Provincie Noord-Brabant en haar beleid (Verordening Ruimte 2014) is het mogelijk om onder voorwaarden een nieuw landgoed te realiseren. Initiatiefnemer is hierbij voornemens vier wooneenheden te realiseren.
Opdrachtnemer
Projectbureau Orbis BV Parallelweg 30 5223 AL 's-Hertogenbosch 073 6233229 info@projectbureauorbis.nl
Inhoud rapportage 1. Inventarisatie plangebied en haar omgeving -open agrarisch landschap2. Inventarisatie plangebied en haar omgeving -gebiedskenmerken3. Inventarisatie plangebied en haar omgeving -beleid en omgeving4. Programma van eisen in beeld 5. Inrichtingsvoorstel nieuw landgoed de Hoefsevonder 6. Detailleringen nieuw landgoed de Hoefsevonder in beeld 7.Doorsnedes nieuw landgoed de Hoefsevonder in beeld 8. Beplantingsplan nieuw landgoed de Hoefsevonder 9. Aanleg en beheeradvies landgoed de Hoefsevonder
G. (Geert) Vink 06 27119742 Datum
11 februari 2015
Versie
5
Status
definitief
Plangebied (10 hectare)
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke manier dan ook, zonder voorafgaande toestemming van Projectbureau Orbis
Inventarisatie plangebied en haar omgeving -open agrarisch landschap-
Hoofaert
de Hoefsevonder
Wambergsche beek Wamberg
Hasseltsedijk
schaal 1:6000
Beusingsedijk
Plangebied
1.
Inventarisatie plangebied en haar omgeving -gebiedskenmerkenLocatie plangebied op topografische kaart
Luchtfoto plangebied De locatie van nieuw landgoed de Hoefsevonder is deels omgeven door groen waarbij ten noorden landgoed de Wamberg is gelegen wat is aangeduid als Ecologische Hoofdstructuur.
De voorheen kleine langgerekte percelen zijn nu grotere blokken geworden doordat ruilverkaveling heeft plaatsgevonden. Binnen het gebied zijn de langgerekte percelen die richting de Wambergsche beek liepen typerend.
Plangebied zelf wordt topografisch aangeduid als open gebied.
Topografische kaart medio 1870
Gebruik plangebied Het gebied heeft door cultivering haar huidige vorm gekregen. Op het perceel van nieuw landgoed de Hoefsevonder komen geen specifieke landschapskenmerken voor. In de omgeving van het perceel komen wel een aantal kenmerkende elementen voor waaronder eikensingels en historisch verkavelingspatronen. Rond 1900 heeft op het perceel een fietspad (het Oude Kerkepadje) en een brugje (het Witte Brugske) over de Wambergsche beek gelegen. Deze elementen kunnen bijvoorbeeld op nieuw landgoed de Hoefsevonder worden teruggebracht.
Naastgelegen toont het huidige gebruik van plangebied. Noordwestelijk binnen plangebied ligt circa 4 hectare welke wordt gebruikt als akkerland, zuidoostelijk grenst aan de Hoefsevonder 6 hectare welke wordt gebruikt als grasland voor begrazing door runderen. Naast voorgaand beschreven grondgebruik is er geen beplanting binnen plangebied aanwezig. Het gebied kenmerkt zich dan ook door openheid op en rondom plangebied.
2.
Inventarisatie plangebied en haar omgeving -beleid en omgevingBeleid provincie Verordening Ruimte 2014
Structuurvisie - mozaieklandschap
Onder een landgoed wordt verstaan: “een ruimtelijke eenheid bestaande uit bos en overige natuur al dan niet in combinatie met agrarische bedrijfsgronden en met een overwegende woonfunctie”. De gestelde criteria vanuit de Verordening Ruimte (·) en hoe hieraan wordt voldaan (-)zijn navolgend opgenomen. · Kwaliteit en allure aan het buitengebied toevoegen. -Plangebied wordt omgevormd van landbouwgrond naar een combinatie van natuur met extensieve begrazing. -Plangebied wordt heringericht van landbouwgrond naar nieuw landgoed waarbij de uitstraling, toegankelijkheid en beleving wordt verbeterd. · Eenheid tussen bebouwing en landgoed. · Eenheid in vorm/uitstraling van de aanwezige bebouwing. · Zoveel mogelijk concentratie van bebouwing. · Woongebouw met allure. -De nieuwe bebouwing zal onder architectuur worden gerealiseerd rekening houdend met voorgaande onderdelen. · Per 1500 m3 woongebouw ten minste 5 hectare landgoed waarvan 2,5 hectare nieuwe natuur . -Initiatief omvat op ruim 10 hectare vier woningen en 5 hectare nieuwe natuur. · Areaal van het landgoed omvat ten minste 10 hectare -Plangebied omvat ruim 10 hectare. · Nieuwe natuur moet aansluiten op de landschappelijke en ecologische karakteristieken en kwaliteiten ter plekke en een bijdrage leveren aan de te ontwikkelen groenstructuur. -Beplantingsortiment sluit aan bij landgoed de Wamberg en omgeving.
· Ook is de openbare toegankelijkheid van de voorzieningen voor extensieve recreatie op het nieuwe landgoed een wezenlijk kenmerk. -Plangebied wordt middels een struinpad en wandelroute beleefbaar. · Duurzame instandhouding. -De verkoop van woningen, extensieve begrazing en rangschikking van het landgoed onder de Natuurschoonwet dragen hiertoe bij. Bron: Verordening Ruimte 2014, toelichting hoofdstuk 4.32, artikel 6.9 regels voor nieuwe landgoederen.
Natuurcompensatie voor de das Naastgelegen kaart is opgesteld door Dienst Landelijk Gebied (DLG) en verbeeld de visie en wens van DLG om natuurcompensatie te realiseren op, en grenzend aan, het voorgenomen terrein van het landgoed ter compensatie voor de realisatie van de Zuid-Willemsvaart. De rode stippellijn toont hiernaast ook de extra routestructuur ten behoeve van de migratie van de das buiten plangebied. De das vraagt een grotendeels droge verbindingszone bestaande uit ondermeer afwisselend bossen, struwelen, houtwallen, vochtige graslanden en eventueel poelen, sloten en greppels. Bij hun migratie maken dassen veelal gebruik van lijnvormige landschapselementen zoals houtwallen en singels en de burchten liggen vaak in boskernen.
Ambities mozaieklandschap (relevante-) 1. Het karakter van de Meierij als groen hart van Brabant versterken. Dit kan door: a. mogelijkheden te bieden voor menging van functies in buitengebied en verbreding van de landbouw. De ontwikkeling van dorpen, steden en de intensieve landbouw (o.a. boomteelt en intensieve veehouderij) vindt plaats in samenhang met het versterken van landschapselementen die bijdragen aan de biodiversiteit en het groene, kleinschalige karakter van de Meierij: zoals poelen, houtwallen, open graslanden, bomenlanen en onverharde wegen; c. het versterken van de recreatieve verbindingen binnen de Meierij en tussen de Meierij en de omliggende steden; 2. Mogelijkheden voor nieuwe landschapskwaliteit te bieden in de jonge ontginningslandschappen door bijvoorbeeld ontwikkeling van nieuwe landgoederen en het robuuster maken van de beplantingsstructuur in combinatie met het versterken van agrarische enclaves. 3. In te zetten op behoud van de fijnmazigheid van de oude ontginningen door meer aandacht voor groen ondernemerschap bij agrariërs gericht op recreatie, zorg, educatie en natuurontwikkeling en door mogelijkheden te bieden voor de ontwik 5. De cultuurhistorische waarden van de Meierij in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten.
Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen: ““Groene Woud”” (ook deels in gebiedspaspoort Kempen) en ““De Loonse en Drunense Duinen””. 7. Het versterken van de ecologische waarden van het landschap door te sturen op te behouden of te ontwikkelen kenmerken van het landschap, waarbij kenmerkende plant- en diersoorten van poelen en kleine wateren, waterlopen, kleinschalig besloten landschap, open weide- en akkergebieden en het halfopen landschap met bomenrijen goede indicatoren zijn. Denk daarbij aan soorten als kamsalamander, kroeskarper, nachtegaal, grutto, wulp, geelgors en korenbloem.''
3.
Programma van eisen in beeld Deze afbeelding verbeeld de criteria die zijn gesteld voor de inrichting van het nieuwe landgoed. Daarbij toont deze het ruimtebelsag van de verschillende toekomstige functies.
schaal 1:3000
Functioneel medegebruik nieuw landgoed middels begrazing door runderen
Nieuwe natuur >vijf hectare
kavels van 600-1500 m2
Binnen het landgoed blijft een grote aaneengesloten open ruimte passend binnen het omliggende agrarisch landschap
Herstel "Witte Brugske" als ontsluiting tussen plangebied en landgoed de Wamberg
Openstelling (deel) nieuw landgoed overeenkomstig de eisen uit de natuurschoonwet middels een padenstructuur
Beplanting sluit aan op de Wamberg
Woningen beleven weidsheid plangebied en haar omgeving
Compensatie Zuid-Willemsvaart middels 1,5 hecatare nieuwe natuur met als doelsoort 'de das'
Recreatieve route die aanluit op Landgoed de Wamberg (a) en nader te ontwikkelen landgoed aan de Hoefsevonder (b)
wooneenheden van 500-1000 m3
4.
Inrichtingsvoorstel nieuw landgoed de Hoefsevonder
Kavels aan de Hoefsevonder
Wooneenheden
Ruim vijf hectare nieuwe natuur bestaande uit bloemrijk grasland en bos grenzend aan de zuidzijde Recreatieve route over het nieuwe landgoed welke aansluit op zowel landgoed de Wamberg als het nader te ontwikkelen landgoed grenzend aan de Hoefsevonder Functioneel gebruik nieuw landgoed middels begrazing door runderen
schaal 1:2000
Compensatie Zuid-Willemsvaart middels 2 hecatare nieuwe natuur ten behoeve van de migratie van de das. Ingericht als droge verbindingszone met houtwallen en singels langs de gehele noordzijde van het perceel. Herstel "Witte Brugske" als ontsluiting tussen plangebied en landgoed de Wamberg
(nieuwe woning na opheffing agrarisch bedrijf)
5.
Detailleringen nieuw landgoed de Hoefsevonder in beeld
Impressie woningen met allure
Sortimentskeuze houtwallen, singels en bos
Quercurs robur
Viburnum opulus
Acer campestre
Ribes nigrum
Prunus spinosa
Amelanchier lamarckii
Nieuwe natuur - bloemrijk grasland
Bloemrijk grasland Voor de grutto en kievit en voor wintergasten als ganzen, zwanen en smienten is bloemrijk grasland bij uitstek geschikt. Bloemrijk grasland wordt vaak ingezet als lijnvormige verbindingsstrook en als toegankelijk realiseerbaar landschapstype door veranderingen in het beheer toe te passen. Hierbij is verschralen de basis en vereiste om te komen tot een meer gevarieerd en typerende inrichting. Het bepalen van de mate van voedselrijkdom is de eerste stap bij het opstellen van een gericht beheerplan om te komen tot een duidelijk doeltype binnen bloemrijk grasland. Voornaamste maatregel om te komen tot een bloemrijk grasland is het verschralen van de bodem (veelal van zeer voedselrijk naar matig voedselrijk waaronder bloemrijk grasland valt). Bij verdere verschraling wordt een doeltype bereikt wat valt onder de voedselarme doeltypes. Het eindbeeld van bloemrijk grasland bestaat uit een rijk, divers beplantingsbeeld. De aanwezigheid van struweel is bij bloemrijk grasland niet gewenst en zal voorkomen worden door intensief maaibeheer toe te passen.
Corylus avellana
Sorbus aucuparia
Sambucus nigra 6.
Doorsnedes nieuw landgoed de Hoefsevonder in beeld b.2
a.2
a.1
a.2 schaal 1:1250
c.1
c.2 b.1
b. 1
schaal 1:3500
b.2 schaal 1:1250
a.1
c.2
c.1
schaal 1:1250
7.
Beplantingsplan nieuw landgoed de Hoefsevonder
B.2 schaal 1:3500
8.
Aanleg en beheeradvies landgoed de Hoefsevonder Algemeen
Heesters
(Fruit-) bomen
Keuze Beplanting in onderhavig inpassingsplan is geselecteerd op basis van inheemse soorten. Deze soorten komen van oorsprong in de regio voor waarmee er enerzijds een bijdrage wordt gegeven aan de oorspronkelijke uitstraling van de regio en anderzijds betreft dit plantmateriaal wat past bij de aanwezige groeiomstandigheden.
Aanplant
Aanplant
Keurmerk Bij de keuze van beplanting is het mogelijk om de keuze te maken voor autochtoon plantmateriaal. Deze keuze wordt aanbevolen omdat hiermee meer duurzaam plantmateriaal wordt aangeschaft. Het is mogelijk dat de beplanting in onderhavig plan niet met autochtoon keurmerk leverbaar is, er kan dan worden gekozen voor regulier plantmateriaal. Bescherming tegen vraat Bescherm bomen, vruchtbomen, hagen en singels goed door op ruime afstand van beplanting gaas te spannen of een hekwerk te plaatsen.
Aanplant algemeen
De voorkeur van aanplant gaat uit naar de rustperiode van beplanting (november-februari) waarbij het van belang is dat aanplant in een vorstvrije periode plaatsvind. Zorg voor aankoop dat betreffende plantlocatie vrij is van beplanting en plantklaar is. Hierbij gaat het erom dat de plantlocatie is gespit/gefreesd. Dit bevordert het gemak tijdens de aanplant. Volg bij de aanplant de plantafstand en het plantverband zoals opgenomen in onderhavig plan om te komen tot een evenwichtig en gezond eindbeeld van de beplantingstrook. Maak een royaal plantgat dat ook onderin goed wordt losgemaakt. Planten met een kale wortel zet je net zo diep als ze bij de kweker gestaan hebben. Dit kun je zien aan de verkleuring op de bast. Vaak is de stam groenachtig en de wortel roodbruinig. De overgang hiertussen is de wortelhals. Dat is de diepte die de beplanting moet krijgen. Na het planten moet de grond aangetrapt worden en moet de plant iets omhoog getrokken worden zodat het zand goed tussen de wortels komt. Niet te hard de grond aanstampen want dat zorgt ervoor dat de kieming van de wortels vertraagt.
Beheer algemeen Na aanplant (gedurende het eerste jaar) is het noodzakelijk de beplanting voldoende water te geven. Dit is geheel afhankelijk van weertype en voorkomt sterfte van beplanting. Bij water geven moet je rekening houden met de verdamping. Een plant zonder blad verdampt bijna geen water en ook met donker en regenachtig weer verliest uw plant nauwelijks vocht. Bij hogere temperaturen en niet te vergeten schrale (oosten)wind verdampt uw plant veel meer en droogt dan snel uit. Het is dus belangrijk om dan goed water te geven. Let wel: overmatig water geven is ook niet goed. Het gevaar bestaat dan dat de plant aan de wortels gaat rotten.
Zorg voor een ruim plantgat en grond waar de wortels goed in kunnen doordringen. Als je in lichte grond (zandgrond) plant is het goed dat te verbeteren door organisch materiaal (compost/vochtige potgrond) door de uitgegraven grond te mengen. Door zware kleigrond kun je fijn grind of grof zand mengen. Dat bevordert de drainage. Beheer Zorg de eerste drie jaar na aanplant dat er geen concurrentie komt door de groei van onkruid. Hiervoor wordt geadviseerd om handmatig de beplantingstrook te schoffelen. De periode waarin gesnoeid wordt hangt af van de doelstelling van de beplanting. Gangbare perioden zijn 5-10 jaar of 10-15 jaar (afhankelijk van de soort). Wilg kan na 5 jaar worden afgezet. De beste tijd voor het afzetten is januari tot maart. Stobben moeten voldoende licht hebben om weer uit te kunnen lopen. De beste afzethoogte is ongeveer 15 cm boven de grens tussen wortel en stam. Het hout moet enigszins schuin worden afgezaagd om inrotten te voorkomen. In het hakhout kunnen naar behoefte aanzichtbepalende bomen gespaard worden.
Hagen Aanplant Een gemengde haag heeft meerdere voordelen ten opzichte van beukenhagen of coniferenhagen: ·Een gemengde haag draagt optimaal bij aan de biodiversiteit. ·Een gemengde haag geeft een meer gevarieerd beeld in het landschap. ·Een haag welke bestaat uit één soort is extra gevoelig voor plagen en ziekten. In een gemengde haag kan een plaag of ziekte zich minder makkelijk uitbreiden. Zorg de eerste drie jaar na aanplant dat er geen concurrentie komt door de groei van onkruid. Hiervoor wordt geadviseerd om handmatig de beplantingstrook te schoffelen. Een haag kan als enkele rij of dubbele rij worden geplant. De plantafstand in de rij bedraagt 20 centimeter bij een enkele rij. Bij een dubbele rij worden er acht stuks per strekkende meter geplant in driehoeksverband.
Graaf een plantgat van ongeveer 50 x 50 x 50 cm. De bomen verankeren zich namelijk beter in losgemaakte grond. Voer de graskluiten of andere begroeiing af of verwerk dit in kleine stukken onder in het plantgat. Niet in de buurt van de wortels, want tijdens het verteren is zuurstof nodig en zuurstof hebben de wortels ook nodig. Het is altijd aan te raden een boompaal te zetten. Deze moet niet in de bodem van het plantgat worden geslagen als de boom daar al staat. Dan beschadig je de wortels. Dus bij voorkeur wordt eerst het gat gegraven, en daarna wordt de boompaal in de bodem geslagen, daarna zet je de boom erbij. Spreid de boomwortels er omheen uit. Gebruik een paal van onbehandeld hout. De boompaal moet minimaal 75 cm in de grond komen te staan. Let hierbij op voor kabels en leidingen. De boompalen altijd plaatsen aan noordwest- en zuidoostzijde van de boom. De boom zal zo bij de meest voorkomende windrichtingen in de boomband hangen, wat voorkomt dat de bast langs de boompaal kapot schuurt. Als de boompaal stevig staat strooit u een deel van de grond, eventueel vermengd met compost, in het plantgat (gebruik een beperkte hoeveelheid compost in verband met verbranding van de jonge wortels. Maximaal 1 emmer per boom en deze goed mengen met de grond). Plaatst de kant van de boom waaraan de minst ontwikkelde takken zitten op het zuiden.
Beheer Belangrijk is dat de boom zolang hij jong is geen last van onkruidgroei bij zijn wortels heeft. Houd een ruime cirkel grond (een zogenaamde boomspiegel) rond de stam vrij van onkruid door het eerst goed te wieden en daarna de grond af te dekken met een bijvoorbeeld boombastsnippers.
Ecologisch maaibeheer Door middel van een ecologisch maaibeheer kunnen gronden structureel worden verschraald. Ecologisch maaibeheer houdt in dat er, afhankelijk van de voedselrijkdom van gronden, een of twee keer per jaar gemaaid wordt en dat het maaisel afgevoerd wordt. Tegelijk met het maaisel worden dan voedingsstoffen uit het systeem afgevoerd, hierdoor zullen de gronden verschralen. Door het maaibeheer consequent toe te passen zullen er bloemrijke graslanden ontstaan. Het proces van bodemverschraling als gevolg van maaibeheer verloopt traag en vergt een jarenlang volgehouden beheer (dit is meer concreet vast te stellen op basis van een bodemonderzoek waarbij de humusrijke laag bepaald wordt). Bij voedselrijke gronden moet er minimaal twee keer per jaar ecologisch maaibeheer toegepast worden om zo efficiënt mogelijk te verschralen. Bij voedselarme gronden is een keer per jaar ecologisch maaibeheer toepassen voldoende. De eerste maaironde vindt plaats in de periode tussen half juni en half juli. De tweede maaironde vindt plaats tussen eind augustus en begin september.
9.