3.14 LIP Hemelrijkstraat ong. te Sint-Michielsgestel
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Hemelrijkstraat ong. Gemeente Sint-Michielsgestel Bijlagenboek
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing Hemelrijkstraat ong. Gemeente Sint-Michielsgestel Bijlagenboek
Rapportnummer:
211X6983.079094_1
Contactpersoon opdrachtgever: De heer S. van Rooij Projectteam BRO:
Martijn Gerards, Jeroen Miellet
Concept 1:
13-03-2014
Concept 2:
26-06-2014
Ontwerp: Vaststelling: Trefwoorden:
--
Bron foto kaft:
BRO abstract 4
Beknopte inhoud:
--
BRO Hoofdvestiging Postbus 4 5280 AA Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 F +31 (0)411 850 401 E info@bro.nl
Inhoudsopgave Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Flora en fauna onderzoek Bijlage 3: Bodem onderzoek Bijlage 4: Akoestisch onderzoek
Bijlagen
pagina
Bijlagen
Bijlage 1: Landschappelijke inpassing
Bijlagen
Bijlagen
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING 211X02964
Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een bouwplan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. De landschappelijke inpassing bestudeert de omgeving en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan, doet de ingreep geen afbreuk aan het landschap, of kan zelfs een ruimtelijke meerwaarde betekenen. In dit hoofdstuk wordt een kenschets van het huidige landschap gegeven. Ruimtelijke randvoorwaarden worden gedistilleerd waaraan de vormgeving van het plan moet voldoen. Vervolgens wordt een voorstel gedaan voor de landschappelijke inpassing. Kenschets landschap De Hemelrijkstraat en de Lookerstraat liggen ten noordoosten van Sint-Michielsgestel op een dekzandrug. De Lookerstraat ligt op de overgang van het besloten landschap van de oude zandontginningen, naar het beekdallandschap rond de Dommel. Ten westen van de projectlocatie liggen oude, en jonge broekontginningen. Het is een gebiedje met een sterke ruimtelijke identiteit door de aanwezigheid van een aantal bijzondere elementen. Aan de oostkant wordt de Pleinsedijk begrensd door de liniedijk die zwaar beplant is met eiken. In combinatie met het hoogteverschil veroorzaakt dit een groot contrast met het lage coulisselandschap richting Den Dungen.
Tegen de dijk aan ligt een landgoed daterend uit 1873 met een romantische tuin eromheen. Het landgoed ligt op de plek waar al in 1614 een oude hoeve stond. Locatie Het projectgebied bestaat uit twee delen; de locatie aan de Hemelrijkstraat waar de twee woningen gerealiseerd worden, en het bedrijfskavel aan de Lookerstraat. Het bedrijfskavel is relatief groot en opvallend, met name door de aanwezigheid van de binnenbak. Aan de Lookerstraat staan fraaie begeleidende notenbomen en fruitbomen. De beoogde locatie voor de woningen bestaat uit grasland, een verwilderde tuin met garageboxen en een berkenbosje. Langs de wegen lopen diepe greppels, die meestal droog zullen liggen. De oude eiken aan de Hemelrijkstraat lopen voor de bouwlocatie langs, met een gemiddelde afstand van 7 meter tussen de stammen. Opvallend element is de grote greppel die tussen de bouwlocatie en de het agrarische bedrijfskavel loopt.
1
Initiatief
Visie kaart uit Nota Buitengebied in Ontwikkeling Hemelrijkstraat / Pleinsedijk . De projectlocaties zijn in rood aangegeven. De grote cirkel ligt op de te saneren locatie, de kleine op de woningbouwlocatie.
Het agrarische bedrijf aan de Lookertstraat 6a is een gemengd agrarisch bedrijf met melkvee, vleesvarkens en paarden. De varkenstak is momenteel een neventak en omvat de huisvesting van ongeveer 280 vleesvarkens in twee stallen. Om in de toekomst deze neventak volwaardig te maken, beschikt de heer Van Rooij over de mogelijkheid tot uitbreiding naar totaal 1080 vleesvarkens. Hier wordt echter vanaf gezien om een uitbreiding te realiseren in de melkvee- en paardenhouderij. De varkensstallen worden gesloopt en vervangen door een nieuwe schuur van 628 m2.. Deze nieuwe schuur dient voor de huisvesting van paarden, melkvee en jongvee. Ter compensatie van de sanering, en het afzien van de geplande uitbreiding, kunnen twee woningen aan de Hemelrijkstraat worden gebouwd. Dit initiatief past binnen de doelstelling van de extensivering. Nieuwbouw van woningen kan plaatsvinden, mits de woningen worden ingepast, en er sprake is van een kwalitatieve impuls voor het landschap.
2
Landschappelijke inpassing
Overzichtstekening van de toekomstige situatie.
De Nota Buitengebied in Ontwikkeling, onderdeel van het Bestemmingsplan Buitengebied, dient als leidraad voor de landschappelijke inpassing. Als te behouden kwaliteiten wordt de landschappelijke kamerstructuur tussen Lookertstraat-KapelbergstraatDooibroek-Pleinsedijk genoemd, en het contrast tussen de beslotenheid rond de Hemelrijkstraat en het open Dooibroek. Zeer belangrijk zijn de zichtlijnen of doorzichten vanaf de wegen het landschap in, die de grote landschappelijke contrasten beleefbaar maken. Als bedreiging worden genoemd bebouwingsmassa’s die diep het landschap insteken en het doorzicht beperken, grote opstallen in open gebieden en onderbrekingen in de laanstructuur. Als mogelijkheid voor kwaliteitsverbetering wordt ontstening en verkleining van de korrelgrootte genoemd. Grote bebouwingsmassa’s passen niet bij dit beeld, en kunnen door het aanbrengen van een groene manteling verzacht worden. Omdat de projectlocaties binnen het bebouwingscluster Hemelrijkstraat/Pleinsedijk vallen is het mogelijk op vrijkomende agrarische kavels gebruik te maken van de regeling ‘ruimte-voor-ruimte’, of de regeling ‘ruimte-voor-ruimte-verbreed’. Woningen te bouwen op vrijkomende agrarische kavels dienen het karakter van de straat te ondersteunen; landelijk aan de Lookertstraat en Kapelbergstraat, statig aan de Hemelrijkstraat-Dooibroek.
3
De visie is gericht op ontstening en de transformatie naar woonlint met kleinschalige bedrijvigheid. Er wordt belang gehecht aan de kwalitatieve uitstraling van panden en kavels. Andere randvoorwaarden worden gesteld in het bestemmingsplan Buitengebied. Het doel is om inhoud, typologie, architectuur van de woning en tuin te laten passen in haar omgeving. De nieuwe woning door een landschappelijke (erf)beplanting is ingepast in het omringende landschap. Hieronder wordt verstaan dat;
De nieuwe woning dient te passen in de stedenbouwkundige structuur die bepaald wordt door (de inhoud van) omliggende woningen; het een vrijstaande en grondgebonden burgerwoning betreft op een vrije kavel; de nieuwe woning takt direct aan op bestaande wegen; de nieuwe woning er niet voor mag zorgen dat de bebouwingsconcentratie dichtslibt en doorzichten c.q. zichtlijnen behouden blijven; 10 meter uit de perceelsgrens onbebouwd blijft (hier geen huis en geen opstallen toegestaan) en de rooilijn aan de voorzijde afgestemd wordt op de rooilijn van de bestaande bebouwing; de nieuwe woning geen complexmatige of seriematige bouw kent maar zich kenmerkt door individuele bouw; De typologie van de nieuwe woning dient aan te sluiten bij de omliggende woning. In het gehele buitengebied van Sint-Michielsgestel treft men burgerwoningen aan die bestaan uit slechts één bouwlaag met een kap. Daarom dient de nieuwe woningen hierbij aan te sluiten. Uitzonderingen op deze regel zijn mogelijk indien de ruimtelijke context van de nieuwbouw daar aanleiding toe geeft. tuin/kavel en nieuwe woning door een landschappelijke (erf)beplanting dient te zijn ingepast in het omringende landschap. Te denken valt aan: bosschages, houtwallen, houtsingels, kavelrandbeplantingen, lanen, boomgaarden, poelen, sloten met oevervegetaties, bloemenweiden etc.
4
Uitsnede schets toekomstige situatie van de twee woonkavels.
Voor de vormgeving van de woningen aan de Hemelrijkstraat wordt aangesloten bij de bestaande karakteristiek; het verschil in uitstraling tussen de Hemelrijkstraat en de Lookerstraat. Er ontstaan kavels van verschillende grootte. Het eerste kavel heeft een oppervlakte van ca. 1680 m2 en maakt gebruik van de bestaande oprit vanaf de Hemelrijkstraat. Het tweede kavel strekt zich uit tot de grote greppel en heeft een oppervlakte van 2282 m2. Hiervoor moet een nieuwe oprit aangelegd worden, tussen de oude eiken door. De grootte van de woningen hangt samen met die van de kavels, het kleine kavel krijgt een woning van 12 bij 7,5 meter. De woning op het grote kavel is 14 bij 10 meter. De vorm dient aan te sluiten bij die van de meeste woningen in het buitengebied, met de uitzondering dat de woningen aan de Hemelrijkstraat een statige uitstraling dienen te hebben. Ze kunnen dus hoger worden dan de standaard voor het buitengebied van één laag met een kap. Voor de woning op het kleine kavel geldt dat de verdiepingshoogte meer kan zijn dan de standaard 3 meter. De woning op het grote kavel kan zelfs 2 lagen met kap zijn. Beide woningen moeten op een afstand van 15 meter, met de lange zijde naar de weg zijn georiënteerd. De diepte van de kavels wordt bepaald door bestaande grenzen van de kavels aan de Hemelrijkstraat. De toegenomen verharding dient te worden gecompenseerd.
De mate van verharding op het agrarische kavel verandert niet, de verhardingssituatie op de woonkavels verandert wel. Ter compensatie dient aan de achterzijde van kavels, en ertussenin een greppel aangelegd te worden. Deze watert af op de bestaande, grote greppel. De greppel wordt 1,75
5
m breed en 0,5 meter diep. Ze dienen om het regenwater vast te houden en te bergen, maar kunnen ook een ecologische meerwaarde hebben als in de greppel bloemrijk-, of ruig grasland groeit. Als erfafscheiding kan een meidoornhaag worden gebruikt. Schuttingen zijn uitgesloten. Het is denkbaar dat de toekomstige eigenaren van de woonkavels zicht willen hebben op de paardenweide die achter hun huis ligt, maar niet op de binnenbak. Het verdient daarom de voorkeur om een houtwal aan te planten op enige afstand van de bak. Te gebruiken soorten zijn Noot, Berk, Meidoorn, of fruitbomen.
Conclusie De bouw van twee nieuwe woningen aan de Hemelrijkstraat en de transformatie van het agrarische bedrijf aan de Lookertstraat kan, mits wordt voldaan aan de beschreven voorwaarden, een toevoeging zijn aan het bebouwingslint als geheel. De bestaande landschappelijke karakteristiek wordt gerespecteerd. Daarnaast wordt het agrarische bedrijf minder intensief, en dit komt het milieu ten goede. Ook wordt door de toevoeging van landschapselementen zoals de greppels, met ruig grasland de ecologische waarde van de kavels versterkt.
6
Bijlage 2: Flora en fauna onderzoek
Bijlagen
Bijlagen
Advies
: QuickScan Flora en Fauna Hemelrijkstraat (ong.) te Sint-Michielsgestel
Datum Opdrachtgever Projectnummer Opgesteld door
: 24 februari 2013 : De heer W. Fransen : 211x06984 : Reinoud Vermoolen
Bij ruimtelijke planvorming en ingrepen is het verplicht om een toetsing aan de natuurwetgeving uit te voeren. Middels een verkennend flora- en faunaonderzoek (QuickScan) is een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan zal hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt helder of het plan in strijd is met de natuurwetgeving. Flora- en Faunawet De Flora- en Faunawet regelt de bescherming van planten- en diersoorten en heeft als doel behoud van biodiversiteit. De wet bestaat uit een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende inheemse soorten. Daarnaast is er een aantal verbodsbepalingen opgenomen die gelden voor beschermde soorten, waarbij de beschermingsgraad van de soort bepalend is voor de mate van bescherming. Zorgplicht houdt in dat een initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade op aanwezige soorten te voorkomen, of zo veel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het voorkomen van verontrusting in kwetsbare perioden (winterslaap, voortplantingstijd en afhankelijkheid van jongen). De zorgplicht geldt overal in Nederland, voor alle planten en dieren, ook als er een vrijstelling of ontheffing is verleend. De verbodsbepalingen gelden voor beschermde soorten en hun vaste rust- en verblijfsplaatsen.
Beschermde soorten zijn aangewezen in 3 tabellen, te weten: algemene beschermde soorten in tabel 1, overige soorten in tabel 2, en zwaar beschermde soorten in tabel 3. Verder zijn alle vogels en hun bewoonde nesten beschermd. Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening gehouden worden met de juridisch zwaarder beschermde soorten uit tabel 2 en tabel 3, en met vogels. Voor vogels is een lijst opgesteld van jaarrond beschermde nesten, en vogels waarbij inventarisatie gewenst is. Bij ruimtelijke ingrepen geldt voor soorten uit tabel 1 een vrijstelling voor de verbodsbepalingen. Als er in het plangebied beschermde soorten voorkomen die niet onder de vrijstelling vallen, is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Indien effecten optreden dient beoordeeld te worden of passende maatregelen getroffen kunnen worden om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust en verblijfplaats te garanderen. Werkwijze QuickScan Flora en Fauna In de QuickScan Flora en Fauna zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen de aanwezige natuurwaarden vanuit de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet en de planologisch beschermde natuurwaarden. Deze werkwijze vloeit voort uit de ‘Wijziging beoordeling ontheffing Floraen Faunawet bij ruimtelijke ingrepen’ van het ministerie van LNV van september 2009.
Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 17 februari 2013 door een ecoloog van BRO een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied. Mogelijke standplaatsen van beschermde planten en verblijfplaatsen van dieren zijn onderzocht. Naast een veldbezoek is er een bronnenonderzoek
Advies/ QuickScan Flora en Fauna Hemelrijkstraat (ong.) te Sint-Michielsgestel
1
gedaan. Voor dit bronnenonderzoek is gebruik gemaakt van vrij beschikbare gegevens, zoals algemene verspreidingsatlassen en enkele internetsites (www.telmee.nl en www.waarneming.nl). Aan de hand van het uitgevoerde onderzoek is vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten op de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden. Beschrijving van het plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied ten noorden van de bebouwde kom van Sint-Michielsgestel. Het noordoostelijk deel betreft een bedrijfsperceel met enkele gebouwtjes en een verwilderde tuin. Het zuidwestelijk deel betreft een agrarisch perceel in de vorm van grasland. Langs de oostzijde van het plangebied loopt de Hemelrijkstraat. Ten westen en ten noorden van het plangebied liggen agrarische percelen. Aan de zuidzijde liggen eveneens erf (tuinen) welke een doorgaand lint vormen naar Hemelrijkstraat nr. 21. De Amersfoortcoördinaten van het midden van de locatie zijn 152,3-407,21. De (globale) ligging van het plangebied is in onderstaande figuren weergegeven (figuur 1 en figuur 2).
Figuur 1 en 2. Ligging van het plangebied (zwart omlijnd).
Huidige situatie Het plangebied is in het oostelijke deel grotendeels onverhard met op het erf enkele gebouwtjes (schuren) waaronder een open en een grote dichte schuur die gebruikt worden voor opslag van materialen. Daarnaast bevinden zich meerdere opslagcontainers binnen het plangebied. Het westelijke deel van het plangebied bestaat net als de omringende percelen uit grasland. Binnen het plangebied bevinden zich geen watergangen. Voor een impressie van de huidige situatie zie onderstaande foto’s.
1
De getallen staan respectievelijk voor de x-coördinaat en de y-coördinaat van de linkerbenedenhoek van het betreffende kilometervak.
Advies/ QuickScan Flora en Fauna Hemelrijkstraat (ong.) te Sint-Michielsgestel
2
Foto 1 en 2. Respectievelijk dichte en open schuur (in het oostelijk deel van het plangebied).
Foto 3 en 4. Respectievelijk grasland in het westelijk deel en bomen in het oostelijk deel van het plangebied.
Toekomstige (geplande) situatie De wens is om binnen het plangebied een woning te realiseren (zie figuur 3). Hiervoor zullen de huidige schuren worden gesloopt evenals (een groot deel van) de vegetatie in de tuin.
Figuur 3. Ontwerptekening toekomstige situatie (rood omlijnd het plangebied).
Toetsing Flora- en Faunawet Advies/ QuickScan Flora en Fauna Hemelrijkstraat (ong.) te Sint-Michielsgestel
3
Vaatplanten Er zijn in het plangebied geen beschermde vaatplanten aangetroffen. Het plangebied is echter onderzocht in de winter, het is om die reden niet goed mogelijk om alle aanwezige vaatplanten in het plangebied te herkennen in veld. Binnen het plangebied zijn algemeen voorkomende plantensoorten aanwezig. Gezien het aangetroffen habitat, grotendeels voedselrijk grasland en wat ruigte- en tredvegetatie tussen struiken en bomen, worden beschermde vaatplanten uitgesloten voor te komen binnen het plangebied. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Enkele algemeen beschermde grondgebonden zoogdieren van tabel 1 (zoals huisspitsmuis, veldmuis, egel, mol, bunzing, etc.) kunnen van het gebied gebruikmaken. Tijdens het veldbezoek werd een konijn (eveneens tabel 1) aangetroffen. Binnen het plangebied is echter geen konijnenburcht aanwezig. Strenger beschermde soorten (tabel 2 en 3) zoals steenmarter zijn niet uit de directe omgeving bekend en binnen het plangebied zijn ook geen sporen aangetroffen. Negatieve effecten voor strenger beschermde soorten grondgebonden zoogdieren zijn uitgesloten. Effectenbeoordeling Voor de genoemde soorten van tabel 1 geldt een algemene vrijstelling van de Flora- en Faunawet bij ruimtelijke ontwikkelingen.
In het kader van de algemene zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. In het kader van de algemene zorgplicht zijn geen specifieke maatregelen nodig. Vleermuizen Tijdens het veldbezoek is gelet op de aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. De omgeving van het plangebied leent zich voor vleermuizen. Binnen het plangebied zelf, en in de directe omgeving van het plangebied zijn enkele dikke bomen aanwezig (>3 dm). In de bomen zijn geen holtes aangetroffen, die zouden kunnen dienen als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. De schuren binnen het plangebied zijn ongeschikt als verblijfplaats van gebouwbewonende vleermuizen (geen spouwen aanwezig, geen gevel- en/of dakbetimmering, geen kruipruimten onder/tussen dakpanelen). Vaste rust- of verblijfplaatsen van vleermuizen zijn uitgesloten binnen het plangebied. Het plangebied en de directe omgeving kunnen onderdeel uitmaken van voor vleermuizen geschikt foerageergebied. Het betreft echter een zeer beperkt oppervlak. Het plangebied is ongeschikt als onderdeel van een vliegroute door het ontbreken van lijnvormige opgaande vegetatie die een doorgaande verbinding vormen met de omgeving.
Effectenbeoordeling Binnen het plangebied is potentieel geschikt foerageergebied voor vleermuizen aanwezig in het oostelijke deel (op het erf). Gezien het zeer geringe oppervlak aan mogelijk foerageergebied zal de gunstige staat van instandhouding van de (lokale) populatie vleermuizen niet in het geding komen, ook niet tijdelijk. In de toekomstige situatie zal erfbeplanting over een groter oppervlak binnen het plangebied een positief effect kunnen hebben op het areaal aan foerageergebied. Een negatief effect voor vleermuizen is uitgesloten.
Vogels
Advies/ QuickScan Flora en Fauna Hemelrijkstraat (ong.) te Sint-Michielsgestel
4
Tijdens het veldbezoek zijn in en nabij het plangebied enkele vogels waargenomen waaronder pimpelmees en winterkoning. Het veldbezoek is uitgevoerd buiten het broedseizoen. Binnen het plangebied zijn nesten van broedende vogels te verwachten zoals merel, roodborst, houtduif en winterkoning. Schijtsporen van vogels werden gevonden op de muren van de dichte schuur welke toegankelijk is voor kleine zangvogels middels een smalle opening tussen de muren en het dak. Er zijn echter geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen dan wel te verwachten binnen het plangebied, onder andere vanwege het ontbreken van geschikte holten voor soorten als huismus en kerkuil in de aanwezige schuren. Effectenbeoordeling Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten is het nest, inclusief de functionele leefomgeving, jaarrond beschermd. Dit zijn een aantal roofvogels, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten.
Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’). Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaatsvinden dient de uitvoeringslocatie vooraf en tijdens de werkzaamheden ongeschikt gemaakt te zijn voor broedende vogels. Dit kan door voorafgaand aan het broedseizoen schuren te slopen, bomen te kappen en vegetatie op de werkzaamhedenlocaties kort te houden. Vissen, amfibieën en reptielen Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. De aanwezigheid van vissen en van voortplantingsplaatsen van amfibieën binnen het plangebied kan worden uitgesloten. In de directe omgeving van het plangebied liggen ook geen sloten die wel geschikt zijn voor vissen en amfibieën. De vegetatie binnen het plangebied zal hierdoor geen deel uitmaken van het landhabitat van amfibieën. Hooguit kan een zwervend individu van algemene soorten amfibieën (tabel 1) binnen het plangebied worden aangetroffen. Strenger beschermde soorten amfibieën of reptielen worden op basis van het aangetroffen ongeschikte habitat niet verwacht voor te komen binnen het plangebied.
Effectenbeoordeling Voor soorten van tabel 1 geldt een algemene vrijstelling van de Flora- en Faunawet bij ruimtelijke ontwikkelingen. In het kader van de algemene zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. In het kader van de algemene zorgplicht zijn geen specifieke maatregelen nodig. Beschermde ongewervelde diersoorten Voor beschermde ongewervelde soorten heeft het plangebied weinig waarde door het ontbreken van geschikt habitat. Het voorkomen van strenger beschermde ongewervelde soorten (tabel 2 en 3) is met voldoende zekerheid uit te sluiten omdat dergelijke soorten zeer specifieke eisen aan hun leefomgeving stellen. Conclusies
Advies/ QuickScan Flora en Fauna Hemelrijkstraat (ong.) te Sint-Michielsgestel
5
Het plangebied is potentieel geschikt als foerageergebied van vleermuizen. Gezien het zeer geringe oppervlak zal het geen essentieel onderdeel vormen van het leefgebied van vleermuizen. Een negatief effect voor vleermuizen wordt uitgesloten. Over het algemeen zijn nesten van de meeste soorten vogels uitsluitend beschermd gedurende de periode dat deze nesten in gebruik zijn, dat wil zeggen de broed- en nestperiode. Het is in de praktijk niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verwijderen of verstoren van deze nesten in deze periode. Door de werkzaamheden buiten de broedperiode (half maart- half juli) uit te voeren, wordt het risico op overtreding van de Flora- en Faunawet voor deze vogelsoorten sterk verminderd. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaatsvinden dienen de uitvoeringslocaties vooraf en tijdens de werkzaamheden ongeschikt gemaakt te zijn voor broedende vogels. Dit kan door het kort maaien en houden van de aanwezige vegetatie voorafgaand aan het broedseizoen en/of door het met gaas onbereikbaar maken van mogelijke broedplaatsen binnen de aanwezige schuren. In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
Er zijn echter geen specifieke maatregelen nodig voor vaatplanten, zoogdieren en amfibieën.
Advies/ QuickScan Flora en Fauna Hemelrijkstraat (ong.) te Sint-Michielsgestel
6
Bijlage 3: Bodem onderzoek
Bijlagen
Bijlagen
RAPPORT Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel
Opdrachtgever BRO Postbus 4 5280 AA in Boxtel Projectnummer Aeres Milieu projectnummer AM14057 Status rapport Definitief
Autorisatie Opsteller rapport:
paraaf
H.L.J. van den Tillaar Kwaliteitscontrole: Ing. T.K.P.G. Thijssen
datum 11 maart 2014
paraaf
datum 11 maart 2014
Contactgegevens Aeres Milieu B.V. Postbus 1015 6040 KA ROERMOND (t) 0475 – 320 000 (f) 0475 – 321 967 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl 2001 + 2002
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING RESULTATEN
3
1. INLEIDING
5
2. VOORONDERZOEK 7 2.1 Inleiding .......................................................................................................................................... 7 2.2 Topografische beschrijving............................................................................................................. 8 2.3 Historisch overzicht en omgeving................................................................................................... 8 2.4 Dossieronderzoek........................................................................................................................... 9 2.5 Bodemopbouw en geo(hydro)logie................................................................................................. 9 2.6 Beschrijving van de onderzoekslocatie .......................................................................................... 9 2.7 Asbest........................................................................................................................................... 10 2.8 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie ............................................................................ 10 2.9 Onderzoekshypothese.................................................................................................................. 10 3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE 11 3.1 Inleiding ........................................................................................................................................ 11 3.2 Onderzoeksstrategie .................................................................................................................... 11 4. VELDWERKZAAMHEDEN 13 4.1 Algemeen ..................................................................................................................................... 13 4.2 Grondbemonstering...................................................................................................................... 13 4.3 Grondwatermonstername............................................................................................................. 13 5. LABORATORIUMONDERZOEK 15 5.1 Algemeen ..................................................................................................................................... 15 5.2 Grond(meng)monster(s) ............................................................................................................... 15 5.2.1 Analyseresultaten grond(meng)monsters............................................................................ 15 5.2.2 Toetsing van de gestelde hypothese ...................................................................................
16 5.2.3 Toetsing Bodemkwaliteitskaart regio Noordoost Brabant.................................................... 16 5.3 Grondwatermonster(s).................................................................................................................. 17 5.3.1 Analyseresultaten grondwatermonster(s) ............................................................................ 17 5.3.2 Toetsing van de gestelde hypothese ................................................................................... 17 6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Analyseresultaten grond(meng)monster(s) met achtergrond- en interventiewaarden Analyseresultaten grondwatermonster(s) met streef- en interventiewaarden Bodemrapportage Omgevingsdienst Brabant Noord
19
Pagina 2 van 21
Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel / AM14057
SAMENVATTING RESULTATEN Algemeen Projectnummer Soort onderzoek Adres onderzoekslocatie Gemeente Kadastrale registratie Coördinaten Oppervlakte Locatie gebruik Aanleiding onderzoek Opdrachtgever
: AM14057 : Verkennend bodemonderzoek : Hemelrijkstraat Sint Michielsgestel : Sint Michielsgestel : sectie L, nrs. 412, 247 (ged.) en 367 (ged.) : X = 152.283 / Y = 407.199 : circa 4.000 m2 : weiland en opslag van bouwmaterialen : Bestemmingsplanwijziging voor nieuwbouwplan : BRO
Onderzoekshypothese Hypothese conform NEN 5740
: onverdacht
Onderzoeksopzet Boringen tot 0,5 m-mv. Boringen tot 2,0 m-mv. Peilbuizen
: 11 :3 :1
Zintuiglijke waarnemingen Bovengrond (0,0-0,5 m-mv.) Ondergrond (0,5-2,0m-mv.) Grondwater
: geen bijzonderheden : geen bijzonderheden : geen bijzonderheden
Laboratoriumonderzoek Bovengrond (0-0,5 m-mv.) Ondergrond (0,5-2,0 m-mv.) Grondwater
: plaatselijk licht verontreinigd met lood en PAK : niet verontreinigd : licht verontreinigd met barium
Conclusie en aanbevelingen In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu B.V. in februari-maart 2014 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie gelegen aan de Hemelrijkstraat in Sint Michielsgestel. Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met lood en PAK. In de ondergrond zijn voor de onderzochte componenten geen verontreinigingen gemeten. Het freatisch grondwater is licht verontreinigd met barium. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. De aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond kunnen wel bij grondafvoer beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.
Pagina 3 van 21
Pagina 4 van 21
Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel / AM14057
1. INLEIDING
In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie Gemeente Kadastrale registratie Oppervlakte Huidig perceelsgebruik Toekomstig perceelsgebruik
: Hemelrijkstraat Sint Michielsgestel : Sint Michielsgestel : sectie L, nrs. 412, 247 (ged.) en 367 (ged.) : circa 4.000 m2 : weiland en opslag van bouwmaterialen : wonen met tuin
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN-5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel. Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de bestemmingsplanwijziging voor de nieuwbouw van twee woningen. Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond- en grondwateronderzoek) beschreven. Hoofdstuk 5 beschrijft de laboratoriumwerkzaamheden en de onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in februari-maart 2014. De chemische analyses zijn uitgevoerd door ALcontrol Laboratories BV te Rotterdam.
ALcontrol is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000). Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN-5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn.
Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina 5 van 21
Pagina 6 van 21
Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel / AM14057
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: • Terreininspectie; • Archiefonderzoek gemeente Sint Michielsgestel; • Omgevingsdienst Brabant Noord; • Het Bodemloket; • Watwaswaar.nl. In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Globale ligging onderzoekslocatie (Bron luchtfoto: risicokaart)
Pagina 7 van 21
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie is gelegen aan Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel. Kadastraal is de locatie bekend onder sectie L, nrs. 412, 247 (ged.) en 367 (ged.) van de gemeente Sint Michielsgestel. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 152.283 / Y = 407.199. Zie bijlage 1 voor een topografisch overzicht en kadastrale kaart.
2.3
Historisch overzicht en omgeving
Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kadasterkaarten [www.watwaswaar.nl] en de Grote Historische topografische Atlas van Noord-Brabant is af te leiden dat de onderzoekslocatie altijd in gebruik is geweest als landbouwgrond. Op de kaart uit 1988 is de huidige opslagruimte te zien (Hemelrijkstraat 21A).
(Bron: topografische militaire kaart uit 1850 – 1864 (kaartnr. 45)
(Bron:Grote Historische topografische Atlas uit 1896 (kaartnr. 608)
(Bron: kadasterkaart uit 1956, kaartnr. 45D)
(Bron: kadasterkaart uit 1988, kaartnr. 45D)
Pagina 8 van 21
Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel / AM14057
2.4
Dossieronderzoek
Voor het verkrijgen van de historische informatie is op 11 februari 2014 contact opgenomen met de gemeente Sint-Michielsgestel. Door de gemeente zijn twee bouwvergunningdossiers beschikbaar gesteld. Op 18 februari 2014 is een bezoek gebracht aan de gemeente Sint Michielsgestel om de beschikbare dossiers in te zien. Via website van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODNB) is een bodemrapportage van de onderzoekslocatie gedownload. De bodemrapportage omvat een samenvatting van gegevens afkomstig uit het gemeentelijk bodeminformatiesysteem. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 8. Voor de onderzoekslocatie zijn de in onderstaande tabel weergegeven bouwvergunningen verleend. Dossiernummer 419
Datum 20-03-1974
3566
29-12-1976
Aard bouwvergunning Vernieuwen van een opslagloods aan de Hemelrijkstraat 21 Bouwen van een opslagloods aan de Hemelrijkstraat 21
Opmerkingen t.a.v. asbest geen bijzonderheden Aanvrager : C. van Helvoort t.a.v. asbest geen bijzonderheden
Tabel 2.1: Overzicht verleende bouwvergunningen
Binnen de grenzen van de onderzoekslocatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Op de locatie zijn niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden.
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.2. Geohydrologische indeling
Diepte t.o.v. NAP (m)
Formatie
Samenstelling en doorlatendheid
6+ tot 22-
Nuenen Groep
Fijne zanden met (dunne) leeminschakelingen met veeninschakelingen; geringe waterdoorlatendheid
e
22- tot 64-
Sterksel
Grove zanden met grind, plaatselijk klei- leemlenzen; goede waterdoorlatendheid
e
64- tot 90-
Kedichem en Tegelen
Fijne zanden met kleilagen en grindhoudende zanden met kleilagen
Pleistocene deklaag
1 Watervoerende pakket
1 Waterscheidende laag
Tabel 2.2: Geo(hydro)logische indeling (Bron: Grondwaterkaart “Centrale Slenk” (Dienst Grondwaterverkenning TNO, rapp. GWK-32, 1 nov. 1983, bijl. 7, profiel E-E , boring 196))
De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 5 m+ NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 20 februari 2014 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbesthoudend materiaal op het maaiveld. Op de onderzoekslocatie is een loods aanwezig voor de opslag van bouwmaterialen. De loods is voorzien van een betonvloer. Ten zuiden van de loods liggen enkele asbestverdachte buizen opgeslagen. Pagina 9 van 21
Ten noorden grenzend aan de opslagloods is een houten open schuur aanwezig, die eveneens gebruikt wordt voor de opslag van bouwmaterialen. De open schuur bestaat uit een dak met asbestverdachte plaatmateriaal. Het dak is niet volledig intact. In het midden van het dak is een plaat gebroken. Binnen in de schuur staan enkele gebroken stukken asbestverdacht plaatmateriaal. Het overige deel van de onderzoekslocatie is in gebruik als weiland. Er zijn geen waarnemingen gedaan welke wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door een paarderijbak en een tuin, aan de oostzijde door de Hemelrijkstraat, aan de zuidzijde door weiland en de tuin van de Hemelrijkstraat 21 en aan de westzijde door weiland.
2.7
Asbest
Conform de NEN 5707 (Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond)) is er sprake van een asbestverdachte locatie indien er sprake is van één of meer van de hieronder beschreven activiteiten of gebeurtenissen: de eventuele aanwezigheid in het verleden van bedrijven, die asbesthoudende producten, apparaten of voorwerpen vervaardigen en/of verwerken; de eventuele aanwezigheid in het verleden en/of heden van bedrijfsgebouwen (o.a. schuren), waarin (veel) asbesthoudende bouwstoffen zijn verwerkt, en of de aanwezigheid van asbestresten in de bodem en/of onder verhardingen (o.a. erven van boerderijen); de aanwezigheid van woongebouwen, gebouwd van asbestcementplaten, dan wel in het verleden gerenoveerd met toepassing van asbestcementproducten, met een gerede kans dat asbestresten in tuinen en/of plantsoenen zijn achtergebleven; eventuele stortingen van asbestverdachte afvalstoffen; de kans op aanwezigheid van asbesthoudende buizen of ophooglagen in de ondergrond; de toepassing van asbesthoudende beschoeiingen langs watergangen of in (volks)tuinen; de (vroegere) aanwezigheid van glastuinbouw, danwel afval van kassen op of in de bodem; er hebben in het verleden calamiteiten met asbest plaatsgevonden (asbestbrand), zonder dat de verspreid geraakte asbestresten (meteen) zijn opgeruimd.
Uit de veldinspectie is gebleken dat de daken van de open schuur bestaan uit asbestverdacht materiaal. Ook in de schuur zijn stukken asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Ten zuiden van de opslagloods zijn asbestverdachte buizen aangetroffen. Tijdens de veldinspectie is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Bij de visuele inspectie is geen grond geroerd of onder (vaste) obstakels gekeken. Tijdens de inspectie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen op het maaiveld. Ter indicatie van een mogelijke verontreiniging met asbest in bodem zijn ter plaatse van de opgeslagen asbestverdachte buizen en het dak met asbestverdacht plaatmateriaal twee asbest proefgaten gegraven. De gaten hebben een omvang van 0,3 x 0,3 meter tot circa 0,5 m-mv. De uitgegraven grond is uitgespreid op een plastic zeil in een laag met een dikte van circa 2 cm en is middels zeven over een zeef met maaswijdte 16 mm gescreend op de volgende aspecten: - asbestverdachte materialen; - bodemsamenstelling; - afval- en puinrestanten. In geen van de gegraven gaten zijn asbestverdachte materialen aangetroffen (grove fractie > 16mm).
Pagina 10 van 21
Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel / AM14057
2.8
Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie
Men is voornemens om op de locatie twee woningen te realiseren.
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. Het onderzoek kan dan ook worden uitgevoerd conform de NEN 5740 norm voor onverdachte locaties. Wel dient rekening gehouden te worden met het aantreffen van verontreinigingen met zware metalen in het grondwater ten gevolge van de regionale verhoogde achtergrondwaarden. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt op basis van de veldinspectie niet verwacht (niet verdacht).
Pagina 11 van 21
Pagina 12 van 21
Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel / AM14057
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN-5740 (Bodem-Landbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie
In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN-5740 'onverdacht' Aantal boringen oppervlakte
tot 0,5 m
èn tot 2m
circa 4.000 m²
11
3
Aantal te nemen monsters èn met peilbuis 1 Analysepakket
Aantal te onderzoeken (meng)monsters
grondwater
grond 0-0,5 m
0,5-2,0 m
15
12
1
1
bovengrond
ondergrond
grondwater
2 NEN-grond incl. lutos
1 NEN-grond incl. lutos
1 NENgrondwater
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN-5740 “onverdacht” 1) Uit elke boring van 0,5 tot 2,0 diepte worden drie monsters in trajecten van ten hoogste 0,5 m genomen.
Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 Polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de locale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
Pagina 13 van 21
Pagina 14 van 21
Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel / AM14057
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer.
4.2
Grondbemonstering
Op 20 februari 2014 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie conform protocol 2001 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar en de heer M. Vrolix. Beiden zijn erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (∅ 7 of 10 cm). Zie voor de boorpuntlocaties bijlage 3. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is zowel op het maaiveld als in het opgeboorde bodemmateriaal geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis (zie bijlage 2). Deze is benedenstrooms op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 1.
De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Het filter bevindt zich van 1,5-2,5 m-mv meter beneden maaiveld. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuis is een week na plaatsing op 27 februari 2014 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrische-geleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd.
Pagina 15 van 21
De in het veld gemeten parameters zijn in onderstaande tabel samengevat. Peilbuisnummer Pb 1 filterstelling [m-mv] 1,5-2,5 grondwaterpeil [m-mv] 0,95 toestroming goed zuurgraad [pH] 6,2 elektrisch geleidingsvermogen [µS/cm] 149 troebelheid [NTU] high (niet meetbaar) drijflaag geen geur geen waargenomen afwijkingen geen Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.
Pagina 16 van 21
Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel / AM14057
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van ALcontrol BV te Rotterdam. ALcontrol is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grond(meng)monster(s)
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Monsternummer
Grondmonster(s)
1)
MM1 4-1 / 10-1 / 13-1 / 14-1 / 15-1 MM2 1-1 / 2-1 / 3-1 / 5-1 / 6-1 / 7-1 / 8-1 / 9-1 / 11-1 / 12-1 MM3 1-3 / 2-3 / 2-4 / 3-4 / 3-5 / 4-5 Tabel 5.1: schema grond(meng)monsters 1)
Bodemlaag [m-mv] 0 – 0,5 0 – 0,5 0,8 – 2,0
Zintuiglijke waarnemingen geen bijzonderheden geen bijzonderheden geen bijzonderheden
Het eerste cijfer geeft het boorpunt aan, het tweede cijfer het monsternametraject (zie bijlage 3).
5.2.1
Analyseresultaten grond(meng)monsters
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. * ** ***
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde; het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde; het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat per 1 juli 2013 de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6 voor het analyserapport met nummer 11983667. Monsternummer MM1
Bodemlaag [m-mv] 0 – 0,5
Zintuiglijke waarnemingen geen bijzonderheden
MM2 0 – 0,5 geen bijzonderheden MM3 0,8 – 2,0 geen bijzonderheden Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Verhoogde component Lood PAK (10 VROM) -
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 55,1 * 1,94 * -
Pagina 17 van 21
Uit de analyseresultaten blijkt dat mengmonster MM1 (bovengrond bebouwd terreindeel) licht verontreinigd is met lood en PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). In mengmonster MM2 (bovengrond weiland) en mengmonster MM3 overschrijden geen van de onderzochte componenten de (berekende) achtergrondwaarde. Zware metalen, zoals lood, bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie. De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s ontstaan o.a.
door onvolledige verbranding van minerale olie zoals die ook in het verkeer plaatsvindt. Ze worden tevens gevormd bij het proces van droge destillatie van steenkool, zoals die bij gas- en cokesfabrieken werd toegepast. Daarnaast kunnen ze worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. De belangrijkste PAK-verbindingen in steenkoolteer zijn naftaleen, chryseen, fenanthreen en fluorantheen. Alle zijn praktisch onoplosbaar in water, niet vluchtig en persistent (niet afbreekbaar). Vanwege hun kankerverwekkende eigenschappen hebben PAK-verbindingen de aandacht bij ecotoxicologisch onderzoek. Benzo(a)pyreen is hierin de belangrijkste stof.
5.2.2
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in mengmonster MM1 (bovengrond bebouwd terreindeel) in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. De gemeten concentraties liggen ruim beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond).
5.2.3
Toetsing Bodemkwaliteitskaart
De gemeten verhoogde concentraties in mengmonster MM1 zijn tevens getoetst aan de achtergrondwaarden die zijn opgenomen in de Bodemkwaliteitskaart Regio Noordoost Brabant. De bovengrond van de onderzoekslocatie is ingedeeld in het homogene deelgebied “Buitengebied”. In onderstaande tabel zijn de gemeten concentraties en de achtergrondwaarden opgenomen. Grond monster
Component
Gemeten Achtergrondconcentratie (95 P ‘statistische concentratie parameters’ deelgebied buitengebied) [mg/kg d.s.] MM1 Lood 35 40 PAK (10 VROM) 1,94 4,1 Tabel 5.3: Toetsing aan de regionale achtergrondconcentraties
Overschrijding achtergrondconcentratie Nee Nee
Uit de toetsing blijkt dat de gemeten concentraties lood en PAK in mengmonster MM1 de achtergrondwaarden voor deelgebied ‘Buitengebied’ niet overschrijden.
Pagina 18 van 21
Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel / AM14057
5.3
5.3.1
Grondwatermonster(s)
Analyseresultaten grondwatermonster(s)
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde; het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde; het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
** ***
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor het analyserapport met nummer 11985595. Peilbuis
Filtertraject [m-mv]
Grondwaterstand [m-mv]
Verhoogde component
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing
1
1,5-2,5 m-mv
0,95
Barium
320
*
Tabel 5.4: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 licht verontreinigd is met barium. De verhoogde concentratie barium heeft waarschijnlijke een natuurlijke oorsprong. In de bovengrond- en ondergrondmonsters zijn geen verhoogde concentraties gemeten. Op de locatie zijn ook geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met de verhoogd aangetroffen gehalten aan barium.
5.3.2
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater niet in tegenspraak zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie onverdacht is, rekening houdend met het aantreffen van verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater.
Pagina 19 van 21
Pagina 20 van 21
Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel / AM14057
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu B.V. in februari-maart 2014 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie gelegen aan de Hemelrijkstraat in Sint Michielsgestel. Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met lood en PAK. In de ondergrond zijn voor de onderzochte componenten geen verontreinigingen gemeten. Het freatisch grondwater is licht verontreinigd met barium. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. De aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond kunnen wel bij grondafvoer beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.
Pagina 21 van 21
Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel / AM14057
BIJLAGE 1 Topografische overzichtskaart en kadastrale situatie
Omgevingskaart
Klantreferentie: AM14057
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht.
625 m
Schaal 1: 12500
Hier bevindt zich Kadastraal object SINT MICHIELSGESTEL L 367 Lookertstraat 6A, SINT-MICHIELSGESTEL © De auteursrechten en databankenrechten zijn voorbehouden aan de Topografische Dienst Kadaster.
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: AM14057 362
427
9
208
7 8
7A
327 424
73
425 74
412 21
t aa
5
o Lo
413 6
366
282
411
71
A
tr rts e k
6A
H 21
247
em
el
19
rij
76
4
17
4A
B 15 A 15
80 79 6
24
98
81
394
393
94 300
2
421
298
321
248 99 423 6
1
20
296
Kape
lbergs traat
2 0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 10 februari 2014 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
12345
20 m
100 m
Schaal 1:2000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
SINT MICHIELSGESTEL L 367
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
tra
at
78
367
ks
91
Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel / AM14057
BIJLAGE 2 Foto’s onderzoekslocatie
Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel / AM14057
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel / AM14057
Foto 7
Foto 9
Foto 8
Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel / AM14057
BIJLAGE 3 Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten
Verkennend bodemonderzoek Hemelrijkstraat te Sint Michielsgestel / AM14057
BIJLAGE 4 Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen