CConstaterende datsint-michielsgestel
Koppel je AI →
Document · PDF

17. D Spekstraat 9

Gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente sint-michielsgestelBij agendapunt: 12.2 - Bijlagen behorende bij toelichting26.102 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

F

ONTWIKKELING BEDRIJFS

Ruimtelijke onderbouwing

Spekstraat 9 en Spekstraat ong. Den Dungen

\ :

F

Ruimtelijke onderbouwing

Datum:

Status:

11 mei 2023

Vastgesteld

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

F Inhoudsopgave 1 Inleiding

1.1 Huidige en gewenste situatie 1.2 Ruimtelijke en functionele structuur,. 2 Planologisch kade 2.1 Rijksbeleid. 2.1.1 De Ladder voor duurzame verstedelijkind 2.2 Provinciaal 2.2.1

beleid

Structuurvisie..

2.2.2 Omgevingsvisie Noord-Brabant. 2.2.3 Interim omgevingsverordening. 2.3 Gemeentelijk beleid … 2.3.1

Structuurvisi

2.3.2 Bestemmingsplan …

3 Ruimtelijke aspecten.. 3.1 Stedenbouw en landschap . 3.2 Verkeer

en infrastructuur

3.3 Cultuurhistorie en archeologie 3.4 Externe veiligheid … 4 Milieuaspecten 4.1 Geluid. 4.2 Luchtkwaliteit 4.3 Geu!

4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Gezondheid 4.6 Water 4.7

Natuur.

4.8 Bodem.

4.9 Overig . 5 Uitvoerbaarheid en procedure. 5.1

Economische

uitvoerbaarheid.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarhei 5.3 Te volgen procedure 6 Conclusie

Bijlagen

….

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

1 Inleiding Initiatiefnemers zijn woonachtig op de locatie Spekstraat 9 te Den Dungen. Op deze locatie was een agrarisch bedrijf gevestigd welke reeds is beëindigd. Naast de woning zijn verschillende bijgebouwen aanwezig. De locatie heeft nog een agrarische bestemming. Initiatiefnemers zijn voornemens de bijgebouwen, met uitzondering van de schuur bij de woning, te slopen en de woning te splitsen in twee wooneenheden. Daarnaast is een ruimte voor ruimte woning voorzien op het perceel. Ten behoeve van deze woning wordt een bouwtitel aangekocht.

Onderhavig initiatief kan enkel gerealiseerd worden middels een partiële herziening van het bestemmingsplan. Voor het splitsen van de woning en het omzetten naar een woonbestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, voor het realiseren van de ruimte voor ruimte woning niet. De ontwikkeling wordt meegenomen in het actualisatieplan waarin meerder initiatieven worden samengevoegd. Ligging De locatie is gelegen buiten de bebouwde kom van Den Dungen in de gemeente Sint-Michielsgestel. De locatie is gelegen ten oosten van de kern Den Dungen.

De ligging is weergegeven op onderstaande afbeelding evenals het bovenaanzicht van de locatie.

Biën

Hersend) Á

Afbeelding 1: Ligging n de omgeving, bron: ruimtelijkeplannen.nl

F BEDRIJFS

ONTWIKKELING

Afbeelding 2: Bovenaanzicht locatie, bron: ruimtelijkeplannen.nl

71.1 Huidige en gewenste situatie Op de locatie Spekstraat 9 geldt nu een agrarische bestemming. Het agrarisch bedrijf is reeds gestaakt maar de bedrijfsbebouwing is nog aanwezig. Deze bijgebouwen worden in de beoogde

situatie gesloopt. Een schuur blijft behouden ten behoeve van bijgebouw bij de te splitsen woning. De woning wordt gesplitst in twee wooneenheden. Daarnaast wordt een ruimte voor ruimte kavel gerealiseerd. De bestemmingsvlakken worden aangepast aan de nieuwe situatie. Op de afbeeldingen hieronder is de bestaande en beoogde situatie weergegeven. In de bijlage is een situatietekening op schaal opgenomen.

FG ONTWIKKELING BEDRIJFS

BESTAAND 7êé Afbeelding 3: Huidige situatie

DT

t

CO

sourtorenens opp. z z65000m2

D

WONING MET BEDRIJFSCEBOUWEN

STUATIE Kadastraal

: Gemeente Den Dungen 10653

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

1550m

NIEUW

D

zounsorcnens e EN zomoe m.s

z î…íì.ê[:‘;îì'..“…’.‘‚f.î"o".ìì z 21500m SITUATIE kadastraal : Cemeente Den Dungen SECTIE

*

C

mr

210653

Afbeelding 4: Gewenste situatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Michielsgestel heeft op 9 februari 2021 besloten in principe medewerking te verlenen aan het initiatief onder voorwaarden. De bestemmingswijziging en splitsing van de bestaande woning kan middels een wijzigingsbevoegdheid uit het vigerende bestemmingsplan mogelijk gemaakt worden. Het realiseren van de ruimte voor ruimte woning niet. De gehele ontwikkeling wordt meegenomen in de volgende herzieningsronde van het bestemmingsplan buitengebied.

1.2 Auimtelijke en functionele structuur Het plangebied is gelegen n het buitengebied van Den Dungen aan de Spekstraat. In deze straat hebben de afgelopen jaren meerdere agrarische bedrijven een andere functie gekregen en zijn een aantal ruimte voor ruimte woningen gerealiseerd. De straat is aan te merken als bebouwingsconcentratie en leidt naar de dorpskern. In de directe omgeving zijn meerdere burgerwoningen, niet-agrarische bedrijven en agrarische bedrijven aanwezig. De locatie grenst aan drie zijden aan landbouwgrond en wordt daar gedeeltelijk begrenst door een landschapselement. De westzijde is gelegen aan de Spekstraat.

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

2 Planologisch kader De ruimtelijke ontwikkeling is alleen mogelijk als deze past binnen het gestelde beleid door de diverse overheden. Hieronder wordt de ontwikkeling getoetst aan het beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente.

2.1 Rijksbeleid In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. De SVIR is vastgesteld en inwerking getreden op 13 maart 2012, Het Rijk stelt heldere ambities voor Nederland in 2040. Het doel van deze structuurvisie is een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig

Nederland creëren. Het Rijk richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Provincies en gemeenten hebben in het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid meer bevoegdheden gekregen. Bijvoorbeeld op het gebied van landschappen, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR drie Rijksdoelen geformuleerd: e Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland;

e _ Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;

e

Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Het Riijk benoemt daarnaast 13 nationale belangen. Hiervoor is het Rijk verantwoordelijk. In het MIRT wordt de samenhang van deze rijksbelangen met decentrale belangen en regionale opgaven besproken.

De nationale belangen uit de SVIR worden op basis van de Wet ruimtelijke ordening juridisch geborgd middels twee besluiten. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Een gedeelte van de bepalingen in het Barro worden in de regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) uitgewerkt. Onderhavig initiatief is kleinschalig van aard en heeft geen betrekking op de nationale projecten zoals genoemd in het Barro. Verdere toetsing aan dit beleid is dan ook niet noodzakelijk. Aspecten

waaronder milieu, waterhuishouding en overige zaken welke van belang zijn en geborgd zijn middels het Bro zullen in deze toelichting worden getoetst. Omgevingsdialoog Het houden van een omgevingsdialoog is verplicht wanneer het een nieuw initiatief of planvoornemen betreft met mogelijk gevolgen voor de omgeving. Een dialoog is een open gesprek tussen meerdere partijen. Het is belangrijk dat mensen uit de buurt betrokken worden bij de plannen en dat zij kenbaar kunnen maken wat hun eventuele bezwaren, wensen en belangen zijn. Naast de direct omwonenden

zijn in dit geval Natuurgroep Gestel en Groen Hart Brabant benaderd. De informerende brieven, de reacties en mailwisseling zijn opgenomen in de bijlage. Geconcludeerd kan worden dat vanuit de omgeving geen bezwaren kenbaar zijn gemaakt. Groene Hart Brabant is meer malen verzocht om een reactie maar vooralsnog is deze niet gekomen. Natuurgroep Gestel heeft haar opmerkingen op de uitgevoerde quickscan Flora & Fauna gedeeld met de gemeente. De gemeente heeft initiatiefnemer vrijgelaten om de elementen al dan niet nader aan te vullen, Initiatiefnemer heeft de opmerkingen voorgelegd aan de deskundige en teruggekoppeld aan Natuurgroep Gestel.

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

Hieronder zijn de opmerkingen van Natuurgroep Gestel met daarbij de reactie van de deskundige (opsteller van de quickscan) opgenomen. 1. Wij delen de conclusie niet dat er geen effect is op steenuil. Op minder dan 100 meter ten noorden s een broedlocatie van steenuil. Deze had in 2020 wel eleren maar iteindelijk geen jongen. Er kan essentieel habitat verloren gaan en dus kan er een negatief effect zijn op steenuil. De inrichting moet hier ook op worden aangepast. Ik ben het hier niet mee eens, omdat een goed foerageergebied bestaat uit locaties waar veel grotere insecten, regenwormen en knaagdieren te vinden zijn. In oude stallen die jarenlang

leeg staan is vaak niets vinden, dus elke m? groen die hiervoor terugkomt is een verrijking voor de steenuil.

Dus het habitat van steenuil

neemt

in de nieuwe

situatie toe.

2. Misschien hebben wij het mis, maar wij hebben het idee dan de gebouwen niet goed in kaart zijn gebracht. Wij komen op dit soort locaties vaak nog wel een verblijfplaats van vleermuizen tegen. Bijvoorbeeld achter houten planken. Het rapport toont onvoldoende aan dat negatieve effecten op vleermuizen zijn uitgesloten. Het klopt dat vleermuizen een voorkeuren hebben voor ruimtes achter houten planken en bv

luiken bij bv een boerderij. Vaak zijn dit dan zomerverblijven die na de kraamperiode worden gebruikt. Worden gebouwen voor een kraamkolonie gebruikt dan dienen deze absoluut temperatuur en tochtvrij te zijn. Dergelijke ruimtes zijn in de oude gebouwen zeker niet te vinden. De betreffende planken die bij de stallen aanwezig waren hadden geen geschikte ruimte en waren voorzien van echte carbolium, waar vleermuizen in algemeen niet van houden. Op alle locaties waar vleermuizen langere tijd verblijven, blijven duidelijke sporen achter. Deze zijn nergens aangetroffen. 3. Huismus kan niet worden uitgesloten op basis van geen zichtwaarnemingen van nesten. Wij zien

voldoende plekken die niet direct zijn te inspecteren en die huismussen zouden kunnen gebruiken. Ook hier dus een onvoldoende onderbouwing van de getrokken conclusie. Het bezoek is uitgevoerd in mei. Dit is midden n het broedseizoen. Er zijn geen huismussen waargenomen tijdens het bezoek, terwijl je juist in die periode huismussen kunt waarnemen willen ze aanwezig zijn. Huismussen broeden in kolonie en er zijn vaak minimaal 5 nesten op een locatie aanwezig. Wanneer men dus bij een bezoek geen enkele huismus waarneemt in het broedseizoen kan men ook stellen dat deze boerderij met gebouwen niet gebruikt wordt door de huismus.

4. Ook de vaststelling van afwezigheid van steenmarter en wezel lijkt te zijn gebaseerd op onvolledig onderzoek. Deze kunnen ook verblijfplaatsen hebben onder vegetatie. Maar hier krijgen wij geen goed beeld van. Ook hier is dus beter/nader onderzoek aangewezen. Er is geen dier die meer rommel achterlaat en zijn aanwezigheid aantoont dan de steenmarter, Deze stallen zij zeer schoon en ook de zolders zijn geïnspecteerd. Er zijn nergens meerdere prooiresten te vinden die een langdurig verblijf van de steenmarter aantonen. De wezel is inderdaad lastig te vinden met een bezoek. Echter, dit rapport gaat met name over de sloop van de gebouwen. Stallen die lang leeg staan en dus niet meer aantrekkelijk

zijn voor knaagdieren, zullen ook niet bezocht worden door de wezel. Daarnaast ondervindt de wezel op boerenerven veel concurrentie en ook predatie door de aanwezige (verwilderde)katten van de eigenaar zelf en de omgeving. Daar doen eventuele honden nog een schepje bovenop. Daarom tref je op een boerenerf zelden een wezel aan en i hier ook geen vervolgonderzoek voor nodig. $. Er is geen check geweest op basis van de NDFF en dus is de literatuurstudie incompleet. Alleen waarneming.nl is niet voldoende om soorten uit te sluiten. Het is naar onze mening dus zaak dat de quickscan wordt aangevuld en dat er een (betere)

onderbouwing komt waarom de aanwezigheid van soorten wordt uitgesloten. Websites zoals waarnemingen.nl en NDFF, waar inventarisatie worden verzameld, is een momentopname waar naar mijn mening weinig waarde aan mag worden gehecht. Niets is zoveel in beweging en per jaar zo verschillend als fauna. Zit een soort in de min, dan zijn alleen de beste habitats geschikt, zit ie juist in de plus dan worden er meer territoria ingenomen. Een waarneming van een soort in de min van 3 jaar terug is vaak niet correct en

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

achterhaald en deze databanken beschrijven niet of de betreffende diersoort een vaste verblijfsplaats heeft of op doortrek is.

2.1.1 De Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en

wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12

lid 1 onder a sub

3 Wabo.

De Ladder is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die

Ladderplichtig is. Onderhavige ontwikkeling is op zichzelf derhalve niet ladderplichtig.

2.2 Provinciaal beleid

Het planologische beleid van de provincie is verwoord in de structuurvisie ruimtelijke ordening en juridisch geborgd middels de Interim omgevingsverordening.

2.2.1 Structuurvisie

Op 1 oktober 2010 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 vastgesteld. Provinciale Staten

hebben op 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 vastgesteld. Deze partiële herziening is in werking getreden op 19 maart 2014. De provincie geeft in de structuurvisie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 met een doorkijk naar 2040. De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De visie geeft een ruimtelijke vertaling van de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid.

De structuurvisie is opgebouwd uit twee delen (A en B) en een uitwerking. Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. Deze belangen en keuzes zijn gebaseerd op trends en ontwikkelingen. Ook beschrijft de provincie vanuit welke filosofie ze haar doelen wil bereiken. In deel B beschrijft de provincie vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur, Voor iedere structuur formuleert de provincie ambities en beleid.

De locatie aan Spekstraat 9 is gelegen in 'Gemengd landelijk gebied’. De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is: het gemengd landelijk gebied. De mate van menging varieert daarbij van de gebieden waarbinnen meerdere functies in evenwicht naast elkaar bestaan tot gebieden waar de land- en tuinbouw de dominante functie is.

In de gemengde plattelandseconomie is naast ruimte voor de land- en tuinbouw ook ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies, zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties etc. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, met name op vrijkomende locaties. Rondom steden, dorpen en natuur is er in de meeste gevallen feitelijk sprake van een gemengde plattelandseconomie. In de gebieden rondom steden en dorpen is daarbij meer ruimte voor de ontwikkeling van functies die zich richten op de inwoners van die kernen,

in de gebieden rondom de groenblauwe structuur is de ontwikkeling van functies meer afgestemd op het ondernemen in een groene omgeving en de versterking van natuur- en landschapswaarden.

F G S ikkeuns

structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014 p

@

e Noord-Brabant

structuurvisie

vastgesteld(2014-07-02) PLEKINFO

_

DOCUMENTEN

_

KENMERKEN

@ 1563514083328 Kaart2: Structurenkaart

Gemengd landelijk gebied Thema:

landbouw, recreatie

Gebiedsbegrenzing: indicatief Beleidsdocument Beleidsdocument

Afbeelding 5: Uitsnede structurenkaart Structuurvisie Ruimtelijke Ordening

De locatie is tevens gelegen in gebied ‘Het Groene Woud’. In het stedelijke kralensnoer op de overgang van zand naar klei (van Bergen op Zoom tot Oss) en in het verstedelijkte gebied van Tilburg, Eindhoven-Helmond en Uden-Veghel zet de provincie in op behoud en ontwikkeling van

groene geledingszones tussen de grote stedelijke kernen. De geledingszones hebben als doel de openheid tussen de stedelijke gebieden te garanderen. Dit wil de provincie bereiken door in te zetten op de verbetering van de groene en recreatieve kwalliteiten van deze gebieden. Dit draagt bij aan een gezond, schoon en aantrekkelijk vestigings- en leefklimaat van Noord-Brabant. Tussen de grote steden van Noord-Brabant zet de provincie in op de ontwikkeling van Het Groene Woud, dat goed bereikbaar is vanuit de omliggende grote steden. De ontwikkeling van Het Groene Woud is gericht op een sterke natuurkern met daar omheen een aantrekkelijk landschap dooraderd met natuur, cultuurhistorische waarden en een verscheidenheid aan recreatieve mogelijkheden en

agrarische functies. Dit beleid is verwerkt in het bestemmingsplan.

BEDRIJFS ONTWIKKELING

(E

Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014 provincie

Noord-Brabant

ructuurvisie

vastgesteld (2014-07 EKINFO

154835.1,

408332.8

Kaart 1: Vislekaart

Het Groene Woud

Mozaieklandschap

Economisch

kenniscluster

Afbeelding 6: Uitsnede visiekaart Structuurvisie Ruimtelijke Ordening

Onderhavig initiatief, wijziging van de bestemming (en splitsing) naar Wonen’ en het realiseren van een ruimte voor ruimte kavel past binnen bovenstaand beleid gericht op een gemengd landelijk gebied. Daarnaast levert het een bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het gebied. Oude

bebouwing verdwijnt. De locatie wordt goed ingepast en doordat een agrarisch bedrijf is uitgesloten verbetert de milieusituatie ter plaatse.

2.2.2 Omgevingsvisie Noord-Brabant De provincie wil alvast gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Daarom is in december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal

staan.

2.2.3 Interim omgevingsverordening Op 25 oktober 2019 hebben Gedeputeerde Staten de Interim omgevingsverordening vastgesteld. Sindsdien is deze enkele malen aangepast. Alle wijzigingen zijn verwerkt in de geconsolideerde versie van 15 april 2022.

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In principe zijn de huidige regels gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau. De beleidsneutrale omzetting betekent niet dat er helemaal geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. De wijzigingen zijn in de toelichting van de verordening toegelicht en zijn schematisch weergegeven in het Nu-Straks overzicht, dat als bijlage in de toelichting is opgenomen. Op hoofdlijnen gaat het om:

e e e

een meer gebruikersvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder bijlagen; aanpassingen waardoor de regels beter passen in het systeem van de omgevingswet, bijvoorbeeld voor de grondwaterbeschermingsgebieden; aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit.

De locatie is gelegen in 'Landelijk gebied, gemengd landelijk gebied'. Daarnaast is de locatie gelegen in ’stalderingsgebied’ en "beperkingen veehouderij’. Echter is de oppervlakte aan stal nihil in de beoogde situatie. De regels zijn dan ook niet van toepassing.

° I Interim omgevingsverordening @ Noord-Brabant

(geconsolideerd

15-04-2022 provincie

Noc dening

PLEKINFO

_

DOCUMENTEN

_

KENMERKEN

Kaart 6: Instructieregels gemeenten: Landelijk gebied

basiskaart

@ 52230083315

‚

Lendelikgebied Thema: energie, landbouw, verkeer, voorzieningen, wonen Gebiedsbegrenzing: exact

\\ Gemengd andeij landbouw, gebied N Thema: bedrijven, recreatie, voorzieningen Gebiedsbegrenzing: exact

10

F BEDRIJFS

ONTWIKKELING

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd ER incie Noord-Brabant

PLEKINFO

_

DOCUMENTEN

_ KENMERKEN

' 154803.5, 408276.8 Kaart 7: Instructieregels gemeenten: specifieke

gebieden voor agrarische ontwikkelingen

Beperkingen veehouderij

(E Treme: endbouw Gebiedsbegrenzing: exact stalderingsgebied Thema:

andbouw

Gebiedsbegrenzing: exact Afbeelding 7: Uitsnede kaarten behorende tot Interim Omgevingsverordening

Hierboven is de locatie weergegeven op de van toepassing zijnde kaarten behorende tot de Interim Omgevingsverordening. Naast de regels specifiek voor de gebieden waarin de locatie is gelegen, zijn de instructieregels voor gemeenten en waterschappen van toepassing. Hieronder wordt getoetst aan de regels welke van toepassing zijn op onderhavige ontwikkeling. Paragraaf 3.1.2 basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies

Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Lid1

Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies zoals opgenomen in hoofdstuk 3 Instructieregels aan gemeenten invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige,

gezonde leefomgeving. Lid2

Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met:

1. 2.

zorgwuldig ruimtegebruik; de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering;

3.

meerwaardecreatie.

11

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik Lid1

Zorgwuldig ruimtegebruik houdt in dat: 1. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. 2.

2 3.

nleuwestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan;

bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artike! 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.

Lid2

Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel.

Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering Lid1

De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid2

De lagenbenadering omvat de effecten op: 1. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; 2. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder

3.

een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.

Lid3

Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid.

Artikel 3.8 meerwaardecreatie Lid1

Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: 1. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat;

2.

de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met

de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid2

De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.

12

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap Lid1

Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid2

Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het

gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: 1.

dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of

2

de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen.

Lid3

Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten:

NSMhaAW

de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; het toevoegen, versterken ofherstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen;

het wegnemen van verharding; het slopen van bebouwing; de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.

Lid4

Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende fnanciële

bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken.

De stallen worden gesloopt, een schuur blijft behouden als bijgebouw voor de te splitsen woning. De bestemmings-/ bouwvlakken worden afgestemd op de functies. Zie hiervoor de situatietekening. Ter bevordering van de ruimtelijke kwaliteit wordt de locatie landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting. Hiertoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld en als bijlage bijgevoegd. De Interim Omgevingsverordening stelt regels aangaande de kwalliteitsverbetering van het landschap. Hierin is bepaald dat een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk

gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. Hierbij bevat de toelichting een verantwoording dat de verbetering binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijke beleid past en de wijze waarop deze verbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd. De ‘Aanvulling Structuurvisie Buitengebied Sint-Michielsgestel. Nader beleid voor ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied' is vastgesteld op 16 juli 2015. Conform dit beleid valt de splitsing van de woning, gezien de cultuurhistorische waarde, in categorie 1. Voor de herbestemming naar wonen

geldt dat deze valt in categorie 2, zoals is overgenomen uit het provinciale beleid hieromtrent. Voor dit deel van het plan geldt derhalve een vereiste landschappelijke inpassing. Voor de ruimte voor ruimte kavel is aan de kwaliteitsverbetering reeds voldaan door de sloop van bebouwing elders en het intrekken van rechten. Dit betekent een vereiste landschappelijke inpassing. De uitvoering en het behoud van de landschappelijke inpassing wordt geborgd door voorwaardelijke verplichtingen in de regels en vastgelegd in een anterieure overeenkomst.

13

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

Artikel 3.79 Ruimte-voor-ruimte kavel Lid1

Een bestemmingsplan kan voorzien in een of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels in Stedelijk gebied of

Landelijk gebied als deze ontwikkeling: 3. door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit ; Een ruimte voor ruimte titel wordt aangekocht bij de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte. Voor deze titel is voldoende agrarische bebouwing gesloopt waardoor de milieu- en ruimtelijke kwalliteitswinst is gewaarborgd. b.

op een aanvaardbare locatie plaatsvindt als bedoeld in Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit ‚ derde Lid ; en Artikel 3,78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit Lid3

Er is sprake van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning als: a. de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; b. of de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. De locatie is gelegen in een bebouwingsconcentratie. Dit is vastgelegd in de Structuurvisie Buitengebied in Ontwikkeling van de gemeente. Hieronder is de bebouwingsconcentratie

Spekstraat weergegeven. Deze kaart is afkomstig uit de structuurvisie. Huidige situatie De Spekstraat is een oude weg die op een dekzandrug ligt aan de westzijde van Den Dungen. Het ligt binnen de Liniedijk die het gebied beschermde tegen het wassende water van de rivier de Aa. De liniedijk is nog steeds een landschappelijk bepalend element, door de hoge ligging en de karakteristieke historische beplanting. De overgang van hoog naar laag aan de westkant van de dijk is abrupt en landschappelijk erg waardevol. Het gebied wordt in

landschappelijke kamers verdeeld door kavelen erfbeplantingen en heeft een besloten karakter gekregen. De fraaie waaiervormige verkavelingstructuur ten westen van de Spekstraat is kenmerkend. Het gebied heeft een hoge dichtheid aan sloten. Ook aan de naam van de Beemdweg is te horen dat dit een van origine moerasachtig gebied was. De Paterstraat die aantakt op de Spekstraat maakt deel uit van een beschermd dorpsgezicht. In het bebouwingscluster is een mengelmoes aan functies ontstaan, er is een tuincentrum, een

grote manege, sportvelden, een kwekerij, een pedicure, een loodgieter, burgerwoningen èn agrarische bedrijven. Verstoringen Verstoringen in de ruimtelijke kwaliteit worden onder andere gevormd door de grootschalige bedrijven met aaneengesloten of geclusterde bebouwingsmassa's, aaneengesloten verhardingen, bebouwingsmassa's die diep het landschap insteken en het doorzicht beperken. Kansen

Mogelijkheden voor versterking van de ruimtelijke kwaliteit kunnen onder andere gevonden worden in: Ontstening van agrarische bedrijven /verkleinen van de korrelgrootte van

bedrijfskavels, het terugbrengen van een achtergevelrooilijn door ontstening van diep in het landschap liggende kavels. Op vrijkomende agrarische kavels kan te allen tijde gebruik worden gemaakt van de regeling ‘ruimte-voor-ruimte’, of de regeling ‘ruimte-voor-ruimteverbreed’.

Onderhavig initiatief draagt bij aan ontstening en het terugbrengen van de achtergevel rooilijn. De nieuwe woning is aan de wegzijde gesitueerd. Het betreft een vrijkomende agrarische locatie. Op deze locatie werd een intensieve veehouderij geëxploiteerd. De bedrijfsbebouwing verdwijnt met het initiatief. Op de locatie is geen zichtlijn aangegeven.

Deze was door de aanwezige bedrijfsbebouwing ook niet aanwezig. In de nieuwe situatie komt meer ruimte om vanaf de wegzijde tussen de bebouwing door naar het achter liggende land te kijken. 14

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

O voestespeisens

Afbeelding 8: Kaarten bebouwingsconcentratie Spekstraat uit Structuurvisie (begrenzing geaccentueerd)

past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 3.77 «

De ontwikkelingsrichting kan afgeleid worden uit de structuurvisie die geldt voor het gebied. In paragraaf 2.3.1 van deze toelichting wordt de visie uitgewerkt en wordt het initiatief aan het beleid getoetst. Ruimte voor ruimte woningen op vrijkomende agrarische kavels en ontstening past binnen de visie en draagt bij aan de versterking van de gewenste ruimtelijke kwalliteit.

15

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

d2

Als uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat de in het verleden gedane investering in omgevingskwaliteit Is terugverdiend, is het eerste lid niet meer van toepassing. Niet van toepassing. Lid3

Bij de toepassing van dit artike! zijn de volgende bepalingen niet van toepassing: a. artikel Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik ‚ onder a; b. artikel Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap ; en c artikel Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied ‚ eerste Lid ‚ onder a. Deze artikelen zijn in de toetsing buiten beschouwing gelaten voor wat betreft de ruimte-voor-ruimte kavel.

Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied Lid1

Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; b. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwer, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgestoten. Lid2

Een bestemmingsplan kan bij een bestaande woning de vestiging van een andere functie toelaten, als:

a. b.

dit past binnen de voorwaarden die voor die functie zijn opgenomen in deze paragraaf; in geval nieuwe bebouwing wordt opgericht, er elders feitelijk en juridisch een gelijkwaardige

oppervlakte aan gebouwen is gesloopt. Artikel 3.69 Afwijkende regels (burger)woningen

Jn afwijking van Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: a.

de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel, als Ís verzekerd dat:

b

1. de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. een inpandige splitsing van een beeldbepalende woonboerderij als: 1. een fysieke tegenprestatie wordt geleverd aan het versterken van de omgevingskwaliteit vergelijkbaar met de tegenprestatie voor een ruimte voor ruimtekavel; en

2. c d.

de beeldbepalende woonboerderij wordt behouden.

de vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; 2 overtollige bebouwing wordt gesloopt.

In beginsel, artikel 3.68, zijn alleen bestaande woningen toegestaan in het buitengebied. Artikel 3.69

lid c en d gezamenlijk maken de gewenste ontwikkeling van omzetten naar woonbestemming en splitsen van de cultuurhistorisch waardevolle woning mogelijk. Spekstraat 9 betreft een cultuurhistorisch waardevolle hoekgevelboerderij en is als zodanig ook aangeduid door de gemeente in het vigerende bestemmingsplan. De woning is opgenomen in bijlage 1 bij de regels van de actualisatie nadat dit door en deskundige namens de gemeente is gesteld. De waardevolle elementen betreffen de gevels welke uitgevoerd zijn in IJsselsteen. Aan de oostzijde (woongedeelte) is een nieuwe gevel geplaatst, de oudere gevel is echter nog aanwezig. Een aantal originele kozijnen, met name in de lange gevel aan de noordzijde, zijn nog aanwezig. Op het dak zijn

muldenpannen gelegen. Daarnaast zijn in het stalgedeelte de stalramen behouden gebleven. De waardevolle gebinten zijn aanwezig en evenals de andere waardevolle elementen zoals te zien op de foto's in paragraaf 2.3.3. 16

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

De boerderij is karakteristiek voor de omgeving. Om het behoud en renovatie van de

hoekgevelboerderij te verzekeren, moet de kostenfinanciering voor het onderhoud gewaarborgd zijn. Door de boerderij in twee wooneenheden te splitsen kan een verdeling van onderhoud en kosten plaatsvinden. Op deze manier is het behoud van het pand voor de toekomst verzekerd. Overtollige bebouwing wordt gesloopt.

2.3 Gemeentelijk beleid

2.3.1 Structuurvisie

Structuurvisie - Buitengebied in ontwikkeling De Structuurvisie - Buitengebied n ontwikkeling is vastgesteld op 13 februari 2012. De kern van het document is ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd en versterkt doordat initiatieven hieraan bijdragen. De belangrijkste doelstelling voor het buitengebied is de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast is de verbetering van de leefbaarheid een belangrijk nevendoel. De methode om deze verbeteringen te bereiken is het, onder voorwaarden, toestaan van nieuwe economische dragers,

hergebruik van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en de realisatie van zogenaamde BIOwoningen. Uit de structuurvisie dient dus telkens te blijken hoe de ruimtelijke kwaliteit verbetert bij nieuwe ontwikkelingen. In de bebouwingsconcentraties maar ook daarbuiten, zijn mogelijkheden voor nieuwe economische activiteiten. Hiervoor is het VAB-beleid opgesteld. Deze verruiming moet passen binnen de functies die aan het buitengebied worden toebedeeld, namelijk landbouw, natuur, recreatie en stedelijk uitloopgebied. Onderhavige ontwikkeling betreft geen nieuwe economische activiteit maar past wel binnen het beleid van hergebruik van locaties en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door de realisatie van de

landschappelijke inpassing. De locatie is gelegen in een bebouwingsconcentratie. Ter plaatse van Spekstraat 9 is geen zoeklocatie gelegen. Echter is de visie van de gemeente dat een voormalige agrarische locatie in aanmerking komt.

17

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

Afbeelding 9: Kaarten bebouwingsconcentratie Spekstraat uit Structuurvisie (begrenzing geaccentueerd)

Aanvulling structuurvisie buitengebied Op 16 juli 2015 is een aanvulling op de structuurvisie buitengebied vastgesteld. Hierin is onder andere het beleid omtrent ruimte voor ruimte en kwaliteitsverbetering van het landschap opgenomen. Na de aanpassing (2015) van het provinciale kwaliteitskader valt onderhavige ontwikkeling voor zover

de omzetting van agrarische naar woonbestemming in categorie 2. Dit wordt overgenomen door de gemeente. Dit betekent dat een goede landschappelijke inpassing vereist is. Voor een ruimte voor ruimte kavel geldt alleen een vereiste landschappelijke inpassing. Hieronder is de landschappelijke inpassing aangegeven. Het gehele plan is in de bijlage opgenomen. 18

F BEDRIJFS

ONTWIKKELING

Afbeelding 10: Uitsnede landschappelijk npassingsplan

Structuurvisie Sint-Michielsgeste! 2025 Op 13 oktober 2011 is de structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025 vastgesteld. Landbouw, recreatie,

natuur en water(berging) zijn de hoofdfuncties die aan het buitengebied worden toebedeeld. Het gemeentelijk beleid voor het buitengebied richt zich in eerste instantie op de ontwikkeling van deze

functies. Eén van de meest voorkomende ontwikkelingen in het buitengebied is het vrijkomen van agrarische bedrijfsgebouwen door het teruglopen van het aantal landbouwbedrijven en door de verdergaande rationalisatie in de landbouw. Water is de natuurlijke drager van het landschap en bepaalt in grote mate voor welke doeleinden een gebied (al van oudsher) geschikt is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bebouwingsconcentraties en het overige buitengebied buiten de bebouwingsconcentraties waar de bebouwing meer verspreid is. Onderhavige locatie is gelegen in een bebouwingsconcentratie.

Bebouwingsconcentraties In het beleid over plattelandsvernieuwing hebben de bebouwingsconcentraties, waartoe kernrandzones, bebouwingsclusters en linten behoren, een bijzondere plek gekregen. In deze bebouwingsconcentraties worden ruimere hergebruiksmogelijkheden toegestaan dan het huidige bestemmingsplan op dit moment toelaat, De visie op de bebouwingsconcentraties is dat er ruimte dient te zijn voor nieuwe bedrijvigheid in het buitengebied van Sint-Michielsgestel. Daarnaast zijn in deze gebieden ook mogelijkheden voor de bouw van ruimte voor ruimte woningen. Onderhavige

locatie betreft een vrijkomende agrarische locatie. De locatie wordt in de nieuwe situatie gebruikt voor burgerbewoning.

19

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

2.3.2 Bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Sint-Michielsgestel van de gemeente Sint-Michielsgestel is vastgesteld op 25 januari 2013. Ter plaatse van het huidige bouwvlak geldt het Actualisatieplan Buitengebied d.d. 24-08-2015. Hiermee is de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ verwijderd en de gebiedsaanduiding reconstructiewetzone gewijzigd van verwevingsgebied naar extensiveringsgebied ter plaatse van het bouwvlak. Conform de vigerende bestemmingsplannen gelden de volgende bestemmingen op de locatie:

e _ Enkelbestemming agrarisch Bouwvlak

Dubbelbestemming Waarde — Archeologie 4 :

bebouwingsconcentratie esloten gebied

'econstructiewetzone — extensiveringsgebied : reconstructiewetzone — verwevingsgebied istorisch landschappelijk gebied

PLEKINFO

DOCUMENTEN

_

KENMERKEN

Enkelbestemming Agrarisch

Oubbelbestemming aarde - Archeologie 4

landschappelijk

gebied

Gebiedsaanduiding

Afbeelding 11: Uitsnede verbeelding Actualisatieplan Buitengebied Sint-Michielsgestel

20

F

e

©

W

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

e

__ Enkelbestemming Agrarisch

Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4

G

Gebiedszanduiding

bebouwingsconcentate

Gebiedsaanduiding

ETD besloten gebied €

Gebiedsaanduiding

historich andschappelik gebied Gebiedsaanduiding reconstructiewetzone

verwevingsgebied

Afbeelding 12: Uitsnede verbeelding bestemrmingsplan Buitengebied Sint-Michielsgestel

Ten behoeve van wijzigen van de bestemming naar Wonen en boerderijsplitsing is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in het bestemmingsplan. Hieronder wordt getoetst aan de voorwaarden.

3.9.16 Het wijzigen van de bestemming Agrarisch in de bestemming Wonen en boerderijsplitsing Het wijzigen van de bestemming Agrarisch met een bouwvlak en bedrijfswoning in de bestemming Wonen en het splitsen in twee wooneenheden is toegestaan, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden:

a.

het agrarisch bedrijf dient te zijn beëindigd: Het agrarisch bedrijf is reeds beëindigd.

b.

het cultuurhistorisch waardevolle bebouwing betreft; De woning, hoekgevelboerderij, 19° eeuw en ouder, betreft een cultuurhistorisch waardevol

gebouw. Dit is vastgelegd in het bestemmingsplan nadat dit door en deskundige namens de gemeente is gesteld. De waardevolle elementen betreffen de gevels welke uitgevoerd zijn in IJsselsteen. Aan de oostzijde (woongedeelte) is een nieuwe gevel geplaatst, de oudere gevel is echter nog aanwezig. Een aantal originele kozijnen, met name in de lange gevel aan de noordzijde, zijn nog aanwezig. Op het dak zijn muldenpannen gelegen. Daarnaast zijn in het stalgedeelte de stalramen behouden gebleven.

De waardevolle gebinten zijn aanwezig zoals te zien op onderstaande foto's. De authentieke elementen zoals hieronder afgebeeld zullen behouden en/of gerenoveerd worden met de realisatie van de woningsplitsing. Het betreft de authentieke gevels, dakvorm met muldenpannen, gebinten, ramen, boerderijtype inclusief het onderscheidt in woon- en staldeel en de hoekgevel.

21

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

De boerderijis karakteristiek voor de omgeving. Om het behoud en renovatie van de hoekgevelboerderij te verzekeren, moet de kostenfinanciering voor het onderhoud gewaarborgd zijn. Door de boerderij in twee wooneenheden te splitsen kan een verdeling van onderhoud en kosten plaatsvinden. Op deze manier is het behoud van het pand voor de toekomst verzekerd.

22

BEDRIJFS ONTWIKKELING

23

BEDRIJFS ONTWIKKELING

Afbeelding 13: Foto's waardevolle en typerende elementen kenmerkende architectonische eigenschappen dienen te worden behouden; Deze voorwaarde wordt als zodanig opgenomen in de regels bij het bestemmingsplan. de wijziging mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven; De ontwikkeling levert geen beperkingen aan omliggende bedrijven. Dit is uitgebreid getoetst

in onderhavige ruimtelijke onderbouwing. splitsing is alleen toegestaan als deze past binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma; Conform provinciaal beleid is dit niet noodzakelijk. De gemeente heeft ingestemd met deze voorwaarde door het nemen van een positief principebesluit op het verzoek. door de komst van de nieuwe woningen mag geen milieuhygiënische belemmeringen optreden; Dit aspect is getoetst in onderhavige onderbouwing. Hieruit blijken geen belemmeringen. de voormalige bedrijfsgebouwen dienen eerst te worden afgebroken tot een oppervlakte welke per woning maximaal is toegestaan, te weten 100 m? alvorens tot splitsing mag worden overgegaan; Zie h.

ten aanzien van de sloop van het op het moment van de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan aanwezige surplus aan vrijstaande (bij)gebouwen gelden de volgende

bepalingen: 1. het maximaal toegestane oppervlak aan bijgebouwen van 100 m? worden verhoogd mits de (bedrijfs)bebouwing, welke niet noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering, wordt gesloopt. De verhoging bedraagt 50 procent van het te slopen surplus aan 24

F 2

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

bebouwing. Het maximaal toegestane oppervlakte van bijgebouwen mag na afbraak niet meer bedragen dan 200 m2; erdient sprake te zijn van een goede landschappelijke inpassing van de nieuwe

bijgebouwen; 3. cultuurhistorische waardevolle objecten mogen niet worden gesloopt. De totale oppervlakte die gesloopt wordt bedraagt circa 900 m2. Circa 135 m? blijft behouden. 2x 100 m? is reeds toegestaan. Dit betekent dat 50% van (900 — 65 m?) 835 m? = ruim 417 m? ingezet kan worden. Echter met een maximum van 200 m? per woning. Deze maximale toegestane oppervlakte van 200 m? per woning aan bijgebouwen wordt opgenomen in de regels bij het bestemmingsplan. de oppervlakte van het bouwvlak dient te worden verkleind ten behoeve van de wijziging naar Wonen;

De oppervlakten van de bouwvlakken wordt verkleind tot 1.139 m? en 1.550 m2. Het huidige bouwvlak is 6.580 m?.

de inhoud van de karakteristieke boerderij mag niet worden vergroot; De inhoud wordt met het initiatief niet vergroot.

de inhoud van de karakteristieke boerderij moet vóór de splitsing ten minste 900 m2 bedragen;

De inhoud bedraagt meer dan 900 m?. de inhoud van de woningen bedraagt na splitsing ten minste 400 m° per woning;

De inhoud per woning bedraagt meer dan 400 m?. ‚ de inhoud van de gesplitste woningen mag niet worden vergroots De inhoud wordt met het initiatief niet vergroot.

aan iedere woning wordt een apart bouwvlak toegekend; Zie hiervoor de situatietekening. de gronden mogen niet zijn gelegen binnen de op de verbeelding aangegeven Teconstructiewetzone — landbouwontwikkelingsgebied' dan wel op een duurzame locatie indien de gronden zijn gelegen binnen de op de verbeelding aangegeven ‘reconstructiewetzone — verwevingsgebied': De te splitsen woning ligt in het gebied ‘reconstructiewetzone — extensiveringsgebied'.

de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; Deze aspecten worden getoetst in onderhavige ruimtelijke onderbouwing. Geconcludeerd kan worden dat met de ontwikkeling deze aspecten niet onevenredig worden aangetast. de ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving;

De fysieke verbetering wordt behaald door het beëindigen en uitsluiten van een agrarisch bedrijf met bijbehorende emissies. Daarnaast tevens door het slopen van de oude bebouwing en landschappelijke inpassing van de percelen. de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid; De ontwikkeling vormt geen belemmering vanuit oogpunt van externe veiligheid. Dit wordt toegelicht in de paragraaf externe veiligheid.

de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal te zijn. De ontwikkeling is hydrologisch neutraal. Dit wordt toegelicht in de paragraaf ‘Water’.

25

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

3 Ruimtelijke aspecten De ruimtelijke aspecten stedenbouw en landschap, cultuurhistorie, archeologie en externe veiligheid komen in dit hoofdstuk aan bod. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het beleid omtrent deze aspecten.

3.1 Stedenbouw en landschap De gemeente Sint-Michielsgestel valt in de Meierij. Dit gebied wordt getypeerd door het kleinschalige en afwisselend kampenlandschap met, verspreide bebouwing, kleine essen en struwelen, akkers en grasland, afwateringssloten, veel houtsingels en laanbeplantingen (hoofdzakelijk populieren).

Plaatselijk in de kleine beekdalen (Dungensche Loop, Beeksche Waterloop) ook knotbomen, houtwallen en beemdgronden. Het gebied van de gemeente Sint-Michielsgestel ligt als het ware ingeklemd tussen een aantal grote landschappelijke eenheden; de grote dekzandrug Den BoschHerpen, het vochtige gebied rondom Den Bosch en de grote heide- en broekontginningen (zandontginningen). De Spekstraat is een oude weg die op een dekzandrug ligt aan de westzijde van Den Dungen. Het ligt binnen de Liniedijk die het gebied beschermde tegen het wassende water van de rivier de Aa. De liniedijk is nog steeds een landschappelijk bepalend element, door de hoge ligging en de

karakteristieke historische beplanting. De overgang van hoog naar laag aan de westkant van de dijk is abrupt en landschappelijk erg waardevol. Het gebied wordt in landschappelijke kamers verdeeld door kavelen erfbeplantingen en heeft een besloten karakter gekregen. De fraaie waaiervormige verkavelingstructuur ten westen van de Spekstraat is kenmerkend. Het gebied heeft een hoge dichtheid aan sloten. Ook aan de naam van de Beemdweg is te horen dat dit een van origine moerasachtig gebied was. De Paterstraat die aantakt op de Spekstraat maakt deel uit van een beschermd dorpsgezicht. In het bebouwingscluster is een mengelmoes aan functies ontstaan, er is een tuincentrum, een grote manege, sportvelden, een kwekerij, een pedicure, een loodgieter,

burgerwoningen en agrarische bedrijven. De Spekstraat ligt als een schil van bebouwings- en beplantingsmassa's parallel aan de dorpsrand van Den Dungen. Tussen de kern en het lint ligt een relatief open gebied dat halverwege wordt doorsneden door de Paterstraat. Het gebied aan de oostkant van de Spekstraat biedt het uitzicht op de beschermende keerdijk. Om deze confrontatie beleefbaar te houden is verdere verdichting aan de oostzijde van de Spekstraat niet wenselijk. Op de visiekaart van de structuurvisie is een aantal zoeklocaties opgenomen en een aantal zichtlijnen. De gewenste ruimte voor ruimte woning is niet gelegen ter plaatse van een zichtlijn. Hoewel de locatie aan de oostzijde is gelegen kan om deze

reden toch modewerking verleend worden. Te meer omdat bestaande bebouwing verdwijnt en de oppervlakte afneemt.

De locatie is gelegen in het buitengebied en vanafde harde weg toegankelijk middels twee inritten. De inrit bij de woning blijft in de beoogde situatie gehandhaafd en takt af ten behoeve van de af te splitsen woning. De woningen delen derhalve de inrit, Ten behoeve van de ruimte voor ruimte woning wordt een nieuwe inrit gerealiseerd vanaf de Spekstraat.

In het kader van de Interim omgevingsverordening en gemeentelijk beleid wordt de locatie landschappelijk ingepast. Hiertoe is een plan opgesteld en als bijlage aan deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. De vereiste landschappelijke inpassing wordt vastgelegd middels een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Daarmee is ook de feitelijke waarborging van de kwaliteitsverbetering van het landschap verzekerd.

26

F 3.2

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

Verkeer en infrastructuur

Een agrarisch bedrijf is met de ontwikkeling niet langer mogelijk. Dit betekent dat het landbouw- en vrachtverkeer komt te vervallen. In de nieuwe situatie zal sprake zijn van personenwagens. De verkeersbewegingen betreffen n de nieuwe situatie enkele personenauto's per dag per woning. De verkeersintensiteit op de Spekstraat neemt af waardoor maatregelen met betrekking tot de infrastructuur niet noodzakelijk genomen dienen te worden, Voor de te splitsen wooneenheden blijft de bestaande inrit aanwezig. De tweede bestaande inrit komt te vervallen. Ten behoeve van de ruimte voor ruimte woning wordt een nieuwe inrit gerealiseerd. De locatie wordt in overleg met de gemeente bepaald. Hierbij wordt rekening gehouden met de aanwezig bomen. De nieuwe inrit kruist een

watergang. Voor de aanleg van een duiker ten behoeve van de inrit wordt te zijner tijd toestemming gevraagd bij het waterschap. De parkeernorm voor woningen in het buitengebied heeft de gemeente gesteld op drie per woning. Dit betekent dat per kavel ruimte moeten worden gereserveerd voor drie parkeerplaatsen. Gezien de oppervlakte van de kavels is dit geen probleem.

3.3 Cultuurhistorie en archeologie Het ‘verdrag van Malta’, Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed, is in

1998 bekrachtigd in Nederland. Dit verdrag krijgt binnen Nederland vorm middels de Wet op de

archeologische monumentenzorg. De Nota Belvedère geeft aan dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met eventuele cultuurhistorie ter plaatse. De nota en het verdrag leiden ertoe dat de provincie in haar beleid het cultuurhistorisch en archeologisch erfgoed moet beschermen. Met de komst van de Wet ruimtelijke ordening en de Wet op de archeologische monumentenzorg ligt de verantwoordelijkheid voor de bescherming en het behoud van cultuurhistorische en archeologische waarden voornamelijk bij gemeenten. Zij zorgen ervoor dat het beleid op de juiste wijze wordt uitgevoerd. Cultuurhistorie

Om cultuurhistorisch erfgoed te kunnen beschermen en behouden heeft de Provincie Noord-Brabant de Cultuurhistorische Waardenkaart opgesteld. Deze kaart bevat informatie over archeologische en bouwkundige monumenten, archeologische verwachtingswaarden en met beschermde stads- en dorpsgezichten. De cultuurhistorische waarden worden verwerkt in het provinciaal beleid. Hieronder is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart weergegeven. Hieruit blijkt dat de locatie is gelegen in cultuurhistorisch landschap het ‘Groene woud’ en archeologisch landschap

‘Dekzandrug Tilburg Den Bosch'. Dit archeologisch landschap is van provinciaal cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorisch landschap Groene woud

Het Groene Woud is aangewezen als Nationaal Landschap. Kenmerkend is de opbouw van het gebied in beekdalen en dekzandplateaus en de inrichting die nauw gerelateerd is aan de terreingesteldheid. Kleinschalige middeleeuwse ontginningslandschappen worden afgewisseld met uitgestrekte bossen, heidevelden, zandverstuivingen en jonge ontginningen. Specifieke elementen zijn laanstructuren, kastelen en buitenplaatsen en watermolens. Doel is het behouden van de kleinschalige karakteristieken. De locatie is gelegen op cultuurhistorisch vlak Bossche Broek dat deel uitmaakt van het Groene

Woud.

Archeologisch landschap Dekzandrug Tilburg Den Bosch Het gebied loopt van Goirle tot Vught en heeft een langgerekte vorm. Het gebied herbergt relatief veel middelgrote woonkernen. Rondom de bebouwde kommen is voornamelijk landbouwgrond aanwezig. Door het gebied lopen verschillende snelwegen (A58, A65) en spoorlijnen, Landschap is opgebouwd uit de beekdalen van de Leij en de Essche Stroom en de hoger gelegen dekzandruggen ten noordwesten daarvan. De begrenzing bij Den Bosch in het noorden, wordt gevormd door het

riviertje de Dommel vanaf de plaats waar de Essche Stroom hierin uitmondt. 27

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

In het kader van cultuurhistorie zijn geen belemmeringen aanwezig voor de gewenste ontwikkeling. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan het landschap. In het bestemmingsplan zijn twee gebiedsaanduidingen opgenomen ten behoeve van behoud van het landschap, namelijk ‘historisch landschappelijk gebied’ en ‘besloten gebied'. Hier gelden beperkingen met betrekking tot werkzaamheden op en in de grond. Echter zijn bouwvlakken uitgesloten evenals werkzaamheden

onder de 100 m2?. Daarnaast kan de gemeente een omgevingsvergunning verlenen onder andere voor werken van ondergeschikt belang. De beoogde ontwikkeling doet geen afbreuk aan het landschap. Deze vindt grotendeels plaats binnen het huidige bouwvlak. Een gedeelte net daarbuiten ter plaatse

van de huidige intensief gebruikte paddocks en op het erf.

Provincie

Noord-Brabant

S Legenda

CHW_2015 VProvincisel beleng cukuurhistore 2ego

S Compiex van cutuurhistorisch beleng

rcheologische

lendscheopen

& Cutnsurhmorsche waerde/n! gewed

(m Cutnuurhistorsche lendscheppen

m Afbeelding 14: Uitsnede kaart Cultuurhistorische waardenkaart, provincie Noord-Brabant

Archeologie De gemeente verwerkt het provinciale archeologische beleid in haar eigen beleid. In 2010 heeft de gemeente Sint-Michielsgestel een archeologische waardenkaart en archeologisch beleid opgesteld. Dit beleid is door vertaald in het bestemmingsplan. Ter plaatse van het plangebied is de dubbelbestemming ‘Waarde — Archeologie 4' opgenomen. De voor 'Waarde — Archeologie 4’

aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden, in concreto terreinen met een hoge verwachting voor de periode Neolithicum tot Middeleeuwen en/of terreinen met een middelhoge verwachting.

Omdat een gedeelte van de bouwwerkzaamheden buiten het bestaande bouwvlak is gesitueerd en dieper dan 0,5 meter beneden maaiveld plaatsvinden, is archeologisch onderzoek vereist. Dit onderzoek is bijgevoegd. Het rapport is beoordeeld door de gemeente en daarna aangevuld. De conclusie luidt als volgt: Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden.

Daarom

is er aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm

van

een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de aangetroffen afgetopte dekzandafzettingen en de relatief natte omstandigheden kan de gespecificeerde verwachting voor archeolo-

gische resten worden bijgesteld naar laag voor alle perioden. Ook ter plaatse van de voormalige bebouwing in het noorden van het plangebied is een dermate diepe bodemverstoring (1,95 meter -mv) zonder enige resten van baksteen of ander bouwmateriaal aangetroffen dat ook voor dit deel van het plangebied de gespecificeerde verwachting kan worden bijgesteld naar /aag voor alle perioden.

28

BEDRIJFS ONTWIKKELING

Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven.

+ 0

Eco/nsultan* 10

w

4060m

Afbeelding 15: Kaart bij archeologisch onderzoek, onderzocht gebied

In het plangebied is de realisatie van een Ruimte voor Ruimte woning gepland op perceel G253. Het oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw zijn nog niet bekend. Een woning op perceel G210 ten noorden van het plangebied wordt gesplitst. Op dat perceel zijn de voormalige schuren inmiddels gesloopt, maar zal volgens de huidige plannen geen bodemverstoring plaatsvinden. Omdat er geen verder bodemingrepen zullen plaatsvinden op perceel G210 kan hier de bestaande dubbelbestemming waarde-Archeologie 4 blijven gehandhaafd.

29

F

BEDRIJFS

ONTWIKKELING

3.4 Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: e e

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Besluit externe veiligheid-buisleidingen (Bevb);

« Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico:

Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12892245/1