CConstaterende datsint-michielsgestel
Koppel je AI →
Document · PDF

15. D Spekstraat 3a en ong. G1438 (naast 3a)

Overige evenementen 15 juni 2023, gemeente sint-michielsgestelBij agendapunt: 1.2 - Bijlagen behorende bij toelichting28.379 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ruimtelijke onderbouwing

TI EL

ADVIESBUR

ten behoeve van

de wi g van een agrarische functie naar een woonfunctie en oprichting Ruimte-voor-Ruimte woning straat 3a te Den Dungen

Wintraecken

Advies

aan de Spek-

B.V.

Harry Bolsiuslaan 13 5481 BN Schijndel

Wintraecken Advies Planologisch adviesbureau

1

Titel:

Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de wij:

Datum:

11-05-2023

Projectnummer:

2020.164

Adviesbureau:

Wintraecken Advies B.V.

een agrarische functie naar een woonfunctie en oprichting Ruimte-voor-Ruimte woning aan de Spekstraat 3a te Den Dungen

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Wintraecken Advies B.V.

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

Wintraecken Advies Planologisch adviesbureau

w

Inhoudsopgave 1. Inleiding.

1.1 Achtergrond en doel van het plan . 1.2 Ligging en begrenzing

planlocatie

….

1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer.. 2. Bestaande situatie en planbeschrijving 2.1

Bestaande

situatie

….

2.2 Planbeschrijving

3.

Ruimtelijke

structuur,

beeldkwaliteit

en

landschappelijke

inpassing

en

kwaliteitsverbetering …

3.1 Ruimtelijke structuur en beeldkwaliteit 3.2 Landschappelijke 3.3 4.

inpassing en ruimtelijke kwaliteitsverbetering

Conclusie .

Beleidskader.

4.1 Inleiding …

4.2 Rijksbeleid … 43

Provinciaal

beleid

4.4 Gemeentelijk beleid 5. Archeologie en cultuurhistorie .

6. Flora en fauna en stikstofdepositie… 7.

Water

…

8. Milieu-hygiënische verantwoording

8.1 Inleiding … 8.2 M.e.r.-beoordeling

….

8.4 Geluid (wegverkeerslawaai) 8.5 Milieuzonering 8.6

…

(geur en industrielawaai)

Luchtkwaliteit

8.7 Volksgezondheid

in relatie tot veehouderijen en spuitzones….

8.8 Externe veiligheid, kabels en leidingen 9. Mobiliteit: verkeer en parkeren

.

10. Juridische opzet 11. Uitvoeringsaspecten

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

3

11.1

Economische

uitvoerbaarheid

11.2 Maatschappelijke 12.

uitvoerbaarheid

Slotconclusie ….

Bijlagen 1. 2.

3.

Certificaat bouwtitel; GV Advies, Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering Spekstraat 3a Den Dungen, 09-05-2023;

Bijlage 2.1 - Inrichtingstekening (inclusief doorsneden) waterberging 251022 Buro Maerlant, Den Dungen Spekstraat 3a Ecologische quickscan, 14-12-2020;

4.

MILON, Stikstofdepositietoets voor het realiseren van een woning straat 3a Den Dungen, projectnummer: 20203697, 11-12-2020;

aan de Spek-

5.

MILON, Watertoets ter plaatse van de Spekstraat 3a Den Dungen,

projectnum-

mer:

20191484,

14-12-2020;

5.1 - Inrichtingstekening

6. 7.

waterberging

25-10-22

bodemonderzoek Spekstraat 3a te Den Dungen,

mer:

16-12-2020;

20203697-2,

projectnum-

De Roever Omgevingsadvies, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, straat 3a Den

8.

(inclusief doorsneden)

MILON, Verkennend

Dungen, Toevoeging

woning, referentie:

20201624,

Spek-

05-01-2021;

Omgevingsdialoog div., 0.a. geanonimiseerd verslag fruitteler

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

4

1. Inleiding 1.1 Achtergrond

en doel van

het plan

Het planvoornemen betreft het wijzigen van een bestaande bedrijfswoning (ter plaatse van een agrarische bestemming) in een woonfunctie (1) en het op het aangrenzende

agrarische perceel zonder bouwvlak realiseren van een woning

in het kader van de rege-

ling Ruimte-voor-Ruimte (2). De ontwikkelingen vinden plaats aan de Spekstraat 3a (1) en het aan de zuidzijde grenzende perceel (2). Beide deelgebieden behoren tot het grondgebied van de kern Den Dungen, gemeente Sint-Michielsgestel. Voor het wijzigen

van de bestemming

‘Agrarisch’ (met een bouwvlak ten behoeve van een

bedrijfswoning)

in de bestemming ‘Wonen’ is in het vigerende bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen (1). Voor het oprichten van de woning in het kader van de regeling

Ruimte-voor-Ruimte ter plaatse van de agrarische gronden zonder bouwvlak, geldt dat deze conform het vigerende bestemmingsplan niet mag worden opgericht (2). Het vigerende bestemmingsplan

staat de gewenste

bouw van deze woning

niet toe.

De wens tot het realiseren van de genoemde Ruimte-voor-Ruimte woning is eerder aan de gemeente voorgelegd dan de wens tot functiewijziging van de bedrijfswoning van een agrarische onderneming naar een woonfunctie. Doordat het oprichten van nieuwe woningen in het buitengebied niet zonder meer mogelijk is, en er voorwaarden worden gesteld

ten aanzien van de milieuhygiëne en leefbaarheid, is er voor gekozen om de naastgelegen agrarische onderneming aan de Spekstraat 3a op te heffen en hiervoor in de plaats een woonbestemming op te richten. Op deze wijze heeft gemeente Sint-Michielsgestel te kennen gegeven dat de oprichting van de nieuwe woning Ruimte-voor-Ruimte wel voor-

stelbaar is, omdat er een belangrijke mogelijke hinderlijke naastgelegen functie wordt opgeheven. Gemeente heeft daarbij ook te kennen gegeven dat de planlocatie van de Ruimte-voor-Ruimte woning wel is gelegen in een bebouwingsconcentratie ("Spekstraat’), maar niet is gelegen in een van de door de gemeente aangewezen ‘zoeklocaties’

voor dergelijke woningen, zoals opgenomen gebied'. Om

het plan daadwerkelijke te kunnen

in de gemeentelijke ‘Structuurvisie buiten-

realiseren, dient initiatiefnemer het plan te on-

derbouwen met een toelichting op de herziening, waaruit blijkt dat het bouwplan geen negatieve ruimtelijk-fysieke, [ogistieke en milieu-hygiënische gevolgen heeft voor de planlocatie en de directe omgeving

ervan.

Onderhavig

notitie voorziet hierin.

De gemeente geeft in artikel 3.9.14 van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Michielsgestel 2e actualisatie” een wijzigingsbevoegdheid met de volgende algemene voorwaarden ten aanzien van de bestemmingswijziging

van de bedrijfswoning

naar een burgerwoning (1): a. aangetoond dient te worden dat agrarisch hergebruik redelijkerwijs niet haalbaar is;

b.

het agrarisch

c.

de wijziging mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven; de wijziging dient milieuhygiënisch aanvaardbaar te zijn;

d.

bedrijf dient te zijn beëindigd;

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

5

de bestaande

waarden

natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische

niet onevenredig worden aangetast;

er dient een legale bedrijfswoning op het bouwvlak aanwezig te zijn; ingeval de bedrijfswoning cultuurhistorisch waardevol is, dient minimaal 400 m3 te worden ingezet voor wonen; de oppervlakte van het bouwvlak dient te worden verkleind ten behoeve van de wijziging naar Wonen; de woning krijgt de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - vrijkomende agrarische bebouwing';

de overige gronden van deze bestemming

worden

bestemd overeenkomstig de

aangrenzende gebiedsgerichte bestemmingen; de gronden niet zijn gelegen binnen de op de verbeelding

aangegeven

'recon-

structiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' dan wel indien sprake is van een duurzame locatie indien de gronden zijn gelegen binnen de op de verbeelding aangegeven 'reconstructiewetzone — verwevingsgebied'; de ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap,cultuurhistorie of van

de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving; ‚ de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid; n. alle overtollige bebouwing gesloopt moet worden; m

0

de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal te zijn.

De gemeente stelt in het principebesluit van november 2020 de volgende voorwaarden ten aanzien van de oprichting van de woning in het kader van de regeling Ruimte-voorRuimte (2): a.

de ontwikkeling wordt uitgevoerd in combinatie met de wijziging van de bestemming ‘Agrarisch’ naar 'Wonen’ aan de Spekstraat 3a. Hiermee wordt het bestaande bedrijf gesaneerd en hoeft geen rekening meer te worden gehouden

met

de afstandsnorm van 50 meter uit de geurverordening; Er wordt een bouwtitel gekocht bij de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte;

Er wordt een dialoog gevoerd met de omgeving. Daarnaast wordt er een dialoog gevoerd met relevante belanghebbenden, waaronder ten minste Het Groene Hart en Natuurwerkgroep Gestel. Er wordt in de ruimtelijke onderbouwing

aandacht

besteed aan alle milieu-plano-

logische aspecten, waarmee wordt onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening in het algemeen en een goed woon- en leefklimaat in het bij zonder. Akoestisch onderzoek en bodemonderzoek zijn ten minste noodzakelijk. Het parkeren voor de nieuwe

woning

moet op eigen terrein plaatsvinden.

In het

plan moet rekening worden gehouden met drie parkeerplekken bij de woning. Er is een uitbreiding van het huidige drukrioolsysteem nodig. regenwater mag niet rechtstreeks op de riolering worden geloosd. Op eigen terrein dient daarom

een voorziening te worden

getroffen om het regenwaterberging

te worden aangebracht. Er is een nieuwe inrit nodig. Formeel bestaat er een toegang tot het perceel aan de zuidzijde van het perceel. Als deze inrit wordt gebruikt voor het initiatief, moet deze verhard worden.

Komt de nieuwe

inrit op een andere

locatie, dan moet de

bestaande inrit worden verwijderd en de sloot worden hersteld. Het verplaatsen van de lichtmasten ten behoeve van de nieuwe inrit is mogelijk (op kosten van

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

6

initiatiefnemer). Als gekozen

huishouding i.

wordt voor een nieuwe

inrit, mag

deze de water-

in het gebied niet negatief beïnvloeden.

De woning moet landschappelijk en stedelijke goed worden ingepast. Er moet daarbij aansluiting worden gezocht bij de randvoorwaarden uit de Structuurvisie buitengebied. Het heeft de voorkeur de bestaande hoge haag parallel aan de

Spekstraat te verwijderen. dit heeft bovendien ook een positief effect op de verkeersveiligheid, vanuit het oogpunt van de toekomstige

inrit van de nieuwe

wo-

ning.

j.

Op het perceel

ligt geen zogenaamde

zoeklocatie op de kaart van de Structuurvi-

sie buitengebied. Concreet wil dat zeggen dat bij de verdere uitwerking van het plan extra aandacht dient te worden bestaand aan de voorstelbaarheid van het realiseren van de woning op het perceel en waarom deze passend is in de omgeving.

De gemeente Sint-Michielsgestel wil onder voorwaarden medewerking verlenen aan het planvoornemen. Wel verlangt de gemeente een ruimtelijke onderbouwing. Onderhavige notitie

voorziet

hierin.

Alvorens het plan kan worden gerealiseerd, dient aan een aantal deels juridische randvoorwaarden te worden voldaan. Het betreft daarbij de volgende drie voorwaarden:

1.

het motiveren van de afwijking van de geldende bestemming middels het opstellen van de goede ruimtelijke onderbouwing als basis voor het verlenen van de omge-

2.

vingsvergunning; het met de ruimtelijke onderbouwing

3.

en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid; het aanvragen van de omgevingsvergunning

aantonen

van de ruimtelijk-fysieke,

logistieke

na inwerkingtreding van het bestem-

mingsplan.

Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt derhalve een planologische en juridische basis gelegd om het plan te kunnen realiseren. Zoals in het verdere vervolg van deze ruimtelijke onderbouwing zal blijken, heeft het bouwplan geen negatieve ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische gevolgen voor de planlocatie en de directe omgeving ervan.

1.2 Ligging en begrenzing

planlocatie

De planlocatie bestaat feitelijk uit twee delen. Eén deel is in feite reeds bebouwd en heeft jaren dienst gedaan als agrarisch bedrijf met daartoe behorende bebouwing en een bedrijfswoning

(1). De woning

wordt qua oppervlakte

en inhoud niet gewijzigd. Voorts

gaat het om bijgebouwen welke het aantal van 400 m? overschrijden en tevens een bij-

gebouw met een oppervlakte van 280 m?. Met de gemeente is afgesproken dat deze bouwwerken

ten behoeve van onderhavig

planvoornemen

niet te hoeven worden gesa-

neerd. Een deel van de bouwwerken wordt namelijk gebruikt voor het onderhoud van een aanwezig arboretum. Voor een ander deel van de bouwwerken geldt dat de sloop

hiervan bouwkundig zo complex is dat de meerwaarde aanwezige tunnelkas zal wel teniet worden gedaan.

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

hiervan niet aan de orde is. Een

7

Het deel van de locatie waarop

(2), kent geen bebouwing.

de nieuwe woning

Ruimte-voor-Ruimte wordt opgericht

Dit deel van de locatie ligt ten zuiden van deelgebied 1 en is

in de huidige situatie enkel bereikbaar vanaf het aangrenzende Op navolgende

perceel.

luchtfoto is de planlocatie als geheel weergegeven

(bron:

maps.google.nl).

|:| Locatie bestemmingswijziging wonen (1) D Locatie oprichting woning Ruimte-voor-Ruimte (2}

1.3 Vigerend

bestemmingsplan

Op grond van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Michielsgestel 2e actualisatie” geldt voor de planlocatie de bestemming ‘Agrarisch’. Het noordelijke deel van de planlocatie kent een bouwvlak met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen vrijkomende agrarische bebouwing’. Verder zijn nog de volgende gebiedsaanduidingen van toepassing:

«

archeologische verwachtingswaarde 2.

e

bebouwingsconcentratie;

e besloten gebied; e _ historisch landschappelijk gebied; e

reconstructiewetzone

- verwevingszone;

Binnen deze bestemming en aanduidingen is het toevoegen van een nieuwe burgerwoning niet toegestaan. Het bouwplan is derhalve primair op dit punt in strijd met het bestemmingsplan. Op de uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan “Buitengebied” (welke nog vigeert vanuit de periode 2015)- zie navolgende afbeelding — is de globale ligging van de planlocatie rood omlijnd aangegeven.

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

8

IC Planlocatie Enkelbestemming Agrrisch

S

Bouwak

__

Funcieaanduiding

TLZ

specifeke vorm van wonen vrijkomende agrarische bebouwing Gebiedsaanduiding

|gz srcheologische

verwachtingswaarde 2

Gebiedsaanduiding bebouwingsconcentratie

ET ET

Gebiedsaanduiding

besloten gebied

Gebiedsaanduiding

historisch landschappelijk gebied

Gebiedsaanduiding reconstructiewetzone

verwevingsgebied

De voor ‘Agrarisch’ aangewezen

zanes

gronden zijn bestemd voor:

een agrarische bedrijfsuitoefening;

agrarisch gebruik; een grondgebonden

bedrijf;

tot en met g: niet van toepassing; ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingsconcentratie',

een bebouwingsconcen-

tratie;

Pr ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - vrijkomende agraritot en met 0: niet van toepassing; sche bebouwing',

2o

voormalige agrarische bebouwing;

wonen in een bedrijfswoning; de uitoefening van een aan huis gebonden beroep in de bedrijfswoning, met dien verstande dat het oppervlak ten behoeve van de beroepsmatige activiteiten, maximaal 100 m2? van het vloeroppervlak per woning bedraagt en uitgevoerd wordt door de bewoner;

s.

een bed&breakfast accommodatie in een bedrijfswoning met maximaal

t.

en voor maximaal 10 personen. Dit is inclusief de aanwezige accommodatie gebouwen die door het bevoegd gezag middels een afwijking; toten met q: niet van toepassing;

5 kamers

r.

ter plaatse van de aanduiding 'besloten gebied', het behoud, herstel en ontwikke-

s.

ling van de waarden, sloten gebied; niet van toepassing;

in bij-

in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide be-

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

9

t.

ter plaatse van de aanduiding

'historisch landschappelijk gebied',

herstel en ontwikkeling van de waarden, e

w.

het behoud,

in het bijzonder voor het op de verbeel-

ding aangeduide historisch landschappelijk gebied; en v: niet van toepassing; ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone

- verwevingsgebied',

een

verwevingsgebied; x. tot en met z: niet van toepassing; aa, ter plaatse van de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de

verbeelding aangeduide archeologische verwachtingswaarde; bb. het bewerken van ter plaatse geproduceerde producten; cc. verkoop van zelf voortgebrachte of streekeigen producten

als nevenactiviteit tot

maximaal 100 m2; dd. niet van toepassing; ee. agrarisch natuurbeheer en/of landschapsbeheer; ff. extensief dagrecreatief medegebruik;

gg. paden, wegen en parkeervoorzieningen ook ten behoeve van aangrenzende stemmingen; hh, water en waterhuishoudkundige voorzieningen; ii ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’, een bouwvlak waarbinnen

onder voorwaarden is toegestaan. Buiten het bouwvlak is bebouwing staan behoudens de afwijkingsmogelijkheden in artikel 3.4; Ï.

bebouwing

niet toege-

niet van toepassing.

Voor het bouwen binnen

be-

het

van gebouwen

geldt dat gebouwen

uitsluitend mogen

worden

opgericht

bouwvlak.

Conform artikel 3.9.14 is het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch’ met een bouwvlak en bedrijfswoning in de bestemming ‘Wonen’ toegestaan, indien onder andere voldaan is

aan de voorwaarden opgenomen

in het bestemmingsplan.

toegelicht in inleiding van deze ruimtelijke onderbouwing

Deze voorwaarden zijn reeds (zie 1.1).

Ten aanzien van de aan de woningbouwlocatie eerder toegekende

waarden

kan worden

gesteld dat het initiatiefnemers alles aan is gelegen de waarden te respecteren en in stand te houden. Initiatiefnemer ziet onderhavige ontwikkeling mede als kans om aanwezige natuur- en land(schapp)elijke waarden en kwaliteiten te behouden en versterken. Een ander heeft een plek gekregen in een opgesteld landschappelijk inpassingsplan (zie

bijlage 2 en paragraaf 3.2).

1.4 Leeswijzer In de volgende hoofdstukken wordt aandacht besteed aan de verschillende aspecten van de ruimtelijke onderbouwing. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de bestaande situatie. Hoofdstuk 3 geeft de visie op het plan in relatie tot de planlocatie en de directe omgeving. Hoofdstuk 4 behandelt het beleidskader. De hoofdstukken 5 tot en

met 9 gaan in op de ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aspecten. De juridische aspecten worden toegelicht in hoofdstuk 10 en de onderdelen economische en

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

10

maatschappelijke

uitvoerbaarheid

in hoofdstuk

11. Hoofdstuk

12 tenslotte bevat de slot-

conclusie.

2. Bestaande 2.1

Bestaande

situatie en planbeschrijving situatie

De planlocatie is op het moment in gebruik als agrarisch bedrijf met een bedrijfswoning. Daarnaast zijn er in het noordelijke deel diverse bijgebouwen aanwezig. Het zuidelijke deel is, op een tunnelkas na, niet bebouwd en kent een inrichting en gebruik ten be-

hoeve van het aanwezige arboretum De bebouwing in de directe omgeving wordt in feite louter gevormd door agrarische opstallen in combinatie met bedrijfswoningen en hier en daar een burgerwoning.

Navolgende luchtfoto geeft de planlocatie in relatie tot de omgeving weer en toont aan dat de planlocatie is gelegen ten oosten van de kern Den Dungen, en dat het karakter van de omgeving mag worden getypeerd als zijnde een rustig buitengebied (bron:

maps.google.nl).

O

Plentesie

Den Dungen

2.2 Planbeschrijving Randvoorwaarden

Ruimte-voor-Ruimte

Bij het ontwerpen van de voorziene woning dienen de randvoorwaarden in acht te worden genomen die gelden voor Ruimte-voor-Ruimte ontwikkelingen. Zo dienen de inhoud, typologie, architectuur van de woning en de tuin passend te zijn in de omgeving de nieuwe woning door een landschappelijke (erf)beplanting ingepast te worden

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

en dient in het

11

omringende

landschap.

Dit betekent, onder voorbehoud

van maatwerk,

onder andere

dat:

e e e

het een vrijstaande en grondgebonden burgerwoning betreft op een vrije kavel; de nieuwe woning direct ontsluit op bestaande wegen; de nieuwe woning er niet voor mag zorgen dat de kernrandzone dichtslibt en

doorzichten c.q. zichtlijnen behouden blijven; e

de nieuwe woning op een vrij gelegen kavel wordt gerealiseerd. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de frontbreedte minimaal 30 meter is, direct aan het bebouwingslint gemeten vanaf de belendende bestaande eigendommen. Op basis van

stedenbouwkundige argumenten afgeweken; de nieuwe woning

e

duele

kan hier gemotiveerd

geen seriematige

bouw

met circa 10% van worden

kent, maar zich kenmerkt door indivi-

bouw.

Uitgangspunten integraal ontwerp Een integraal ontwerp is vereist voor zowel de nieuwe

woning

als voor de kavel en de

tuin. Het integrale ontwerp dient ter goedkeuring te worden voorgelegd waarbij de inhoud aan onderstaande aspecten is gegeven. De beeldkwaliteitseisen dienen als kader voor

de

welstandstoets.

Passend in het landschap Het belangrijkste criterium is dat de woning

past in het landschap. Er zijn twee aspecten

waarin dit tot uitdrukking dient te komen: 1. de situering en de vormgeving van de nieuwe woning, de kavel en de tuin dienen

2.

het landschap, de directe omgeving, maar ook elkaar te versterken; de keuze van de architectuur en het materiaalgebruik van de nieuwe woning, maar ook de vormgeving betreffende landschap.

en beplanting van de tuin, dienen aan te sluiten op het

Typologie van de woning De typologie van de nieuwe woning

dient aan te sluiten bij de omliggende woningen.

het gehele buitengebied van Sint-Michielsgestel treft men

In

burgerwoningen aan die be-

staan uit slechts één bouwlaag met kap. Daarom dienen de nieuwe woningen hierbij aan te sluiten. Uitzonderingen op deze regel zijn mogelijk, indien de ruimtelijke context van de nieuwbouw

daar aanleiding toe geeft.

Typologie en architectuur tuin ‘Vertuining’ van het platteland dient te worden voorkomen.

Daarom

is het opstellen van

een tuinontwerp verplicht. In het tuinontwerp wordt duidelijk dat tuin/kavel

en nieuwe

woning door een landschappelijke (erf)beplanting dienen te zijn ingepast in het omringende landschap. Te denken valt aan bosschages, houtwallen, kavelrandbeplantingen, lanen, boomgaarden, poelen, sloten met oevervegetaties, bloemenweiden etc. een landschappelijke beplanting bestaat uit inheemse soorten die geschikt zijn op de aanwezige

bodemsoort. Binnen deze landschappelijke structuren is uiteraard ondergeschikt een verdere invulling met tuin- en sierelementen mogelijk. De landschappelijke inpassing dient zo te zijn dat op de ruime kavel doorzichten

naar het landschap

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

blijven bestaand.

12

Vertaling

randvoorwaarden

en uitgangspunten

naar bouwplan

In dit stadium van het planproces kan in zijn algemeenheid worden gesteld dat de beoogde Ruimte-voor-Ruimte woning dient te voldoen aan de gegeven randvoorwaarden en uitgangspunten. Tevens dient bij de bouwplanuitwerking aansluiting gezocht te worden bij de bestaande woningen in de omgeving. Op onderdelen is eventueel maatwerk gewenst. De definitieve uitwerking van het bouwontwerp vindt te zijner tijd plaats in het kader van de vergunningaanvraag. De juridische vertaling van de bouw- en gebruiksmogelijkheden

wordt verankerd in de bij de actualisatie van het “Actualisatieplan Buitengebied” behorende verbeelding en regels.

Voor nu kan ook al worden vermeld dat de ontsluiting zal plaatsvinden op de Spekstraat en dat het eigen terrein zal voorzien in voldoende parkeergelegenheid (zie ook hoofdstuk 9).

Voor de planlocatie c.q. het plan geldt dat land(schapp)elijke en natuurwaarden en kwaliteiten, de beleving van het buitengebied en een vitaal platteland behouden blijven. De aanwezige waarden en kwaliteiten van de planlocatie en de directe omgeving worden gerespecteerd en waar mogelijk versterkt. De ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygi-

enische aanvaardbaarheid van de voormelde plankeuzes worden gemotiveerd in de hoofdstukken 5 tot en met 9. Paragraaf 3.1 gaat nader in op de gevolgen van de gewenste ontwikkeling voor de bestaande ruimtelijke structuur en beeldkwaliteit. Paragraaf 3.2 behandelt de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitsverbetering.

De ruimtelijke impact van het plan en de oppervlakte van de planlocatie zijn dermate gering dat er geen sprake is van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Voor de planlocatie c.q. het plan geldt verder dat er geen sprake is van een

monumentale

status of een anderszins vastgelegde beeldbepalende kwaliteit.

Uit deze ruimtelijke onderbouwing

blijkt dat het bouwplan

zich verhoudt

- zowel

in nega-

tieve als positieve zin - tot de aanwezige functies en waarden op de planlocatie en de directe omgeving ervan. In dit kader worden, behalve het ruimtelijk-planologische beleid en de landschappelijke toets, alle ruimtelijke en milieu-hygiënische aspecten nader beschouwd.

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

13

3. Ruimtelijke structuur, beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering 3.1 Ruimtelijke structuur en beeldkwaliteit In deze paragraaf wordt aangegeven wat de gevolgen van de gewenste ontwikkeling zijn voor de bestaande ruimtelijke structuur en beeldkwaliteit. De beoogde

ruimtelijke ingreep aan de Spekstraat in de vorm

van

het behouden

van een

bestaande woning in de vorm van een bestemmingswijziging en het toevoegen van een nieuwe woning in het kader van de regeling Ruimte-voor-Ruimte voorziet in een verandering

van de ruimtelijke structuur ter plaatse van de planlocatie,

Het plan is daarente-

gen niet of nauwelijks van invloed op de parkeervoorzieningen, (groen)inrichting en infrastructuur.

De voorziene

hoofdmassa en hoofdvorm

van de nieuwe

bebouwing

worden

afgestemd

op

de bestaande bebouwing in de omgeving, maar vormen wel een eigen architectonische eenheid. Door de voorgestelde situering blijft de afstand tot de in naaste omgeving gelegen percelen voldoende groot. Bij het definitieve ontwerp van de woning worden de randvoorwaarden in acht genomen die gelden voor Ruimte-voor-Ruimte ontwikkelingen en welke planologisch-juridisch worden vormgegeven op de verbeelding (bouwvlakken) en in de planregels van het Actualisatieplan.

Zo dienen de inhoud, typologie, architectuur van de woning

en de tuin pas-

send dient te zijn in de omgeving en dient de nieuwe woning door een landschappelijke (erf)beplanting ingepast te worden in het omringende landschap. De beeldkwaliteitseisen dienen als kader voor de welstandstoets. Voor regenwaterberging plaatsen is voldoende ruimte op de percelen.

en aanleg

parkeer-

Met onderliggend initiatief ontstaat een representatieve locatie die de ruimtelijke beeldkwaliteit van het gebied onvoorwaardelijk in stand houdt en door de voorgenomen inpassing, vormgeving en bouwstijl van de beoogde bebouwing zelfs verbetert. Op deze wijze

heeft het initiatief een toegevoegde waarde voor het ruimtelijke omgevingskader en levert het daarmee tevens een positieve invulling aan de waarborging van de stedenbouwkundige en landschappelijke

karakteristiek en identiteit ter plaatse.

Het algemene ruimtelijke uitgangspunt van gemeenten is er verder op gericht om te komen tot ‘duurzaam bouwen’. Duurzaam bouwen verhoogt de gebruikswaarde (functioneel), belevingswaarde (vorm) en de toekomst (tijd) voor de bebouwde omgeving. Duurzaam bouwen is in dit geval te onderscheiden in stedenbouwkundig en bouwkundig

duurzaam bouwen. Een goed stedenbouwkundig plan draagt bij aan een duurzame toekomst en voorkomt onder andere verloedering en leegstand. Stedenbouwkundige duurzaamheid komt tot uitdrukking in de ruimtelijke opzet en inpassing van de bebouwing. Ruimtelijke kwaliteit vormt de voorwaarde voor een goed woon- en leefmilieu. Belangrijk

hierbij is het om de stedenbouwkundige structuur op een goede manier kenbaar te maken en te behouden. Bouwkundige duurzaamheid laat zich onder andere uitdrukken in: e

duurzaam

materiaalgebruik;

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

14

e

slimme

energetische concepten

(welke resulteren

in energiebesparende

maatre-

gelen); *

afvalreductie.

Geconcludeerd

bijdraagt aan een

ruimte-

lijke en visuele koppeling met de bestaande omliggende bebouwing en daarmee

kan worden

dat het toevoegen

van een woning

een po-

sitieve functionele invulling vormt. De voorgestane ontwikkeling steunt de waarborging van de stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische uitgangspunten en daarmee de ruimtelijke karakteristiek en identiteit ter plaatse.

3.2 Landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitsverbetering Landschappelijk inpassing Uit een landschappelijk inpassingsplan dient te blijken dat de voorgestane ruimtelijke ontwikkeling de natuur- en landschappelijke waarden ter plaatse niet schaden. Een landschappelijk inpassingsplan

voorziet in een ontwikkeling

in natura, waarmee

aan de voor-

waarden wordt voldaan die de provincie en gemeente stellen aan ontwikkelingen buitengebied. Met het landschappelijk inpassingsplan

wordt aangesloten

in het

op de bestaande situatie en de

potentiële waarden en kwaliteiten in en rond de planlocatie. Deze zijn door middel van een bureaustudie en een veldbezoek geïnventariseerd. Verantwoord is hoe de gewenste ontwikkeling op een duurzame

manier in de bestaande situatie kan worden

geïntegreerd.

Gestreefd is naar een inpassing in het omringende landschap van de tuin en de nieuwe woning door een combinatie van erfbeplanting en landschapsbeplanting. De initiatiefnemer heeft door GV Advies een

richtingstekening, laten opstellen. onderbouwing gevoegd.

landschappelijk inpassingsplan,

inclusief in-

Dit inpassingsplan is als bijlage 2 bij deze ruimtelijke

De definitieve situering/positionering van de woning, ontsluiting en eventueel

bijge-

bouw(en) dienen nog nader te worden bepaald. Op basis van enkele reguliere uitgangspunten is een indicatieve impressie opgenomen van de toekomstige positionering van de woning

op de inrichtingstekening.

Ruimtelijke kwaliteitsverbetering Bij (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap, als bedoeld in artikel 3.9 Interim Omgevingsverordening Brabant, kan in het bijzonder worden gedacht aan concrete tegenprestaties gericht op de verbetering van de volgende landschapsaspecten: bodem

(aardkunde) en water, natuur- en landschapselementen, cultuurhistorische elementen inclusief archeologie, recreatieve toegankelijkheid van het landschap, sloop en ontstening. Investeringen in het landschap betreffen nieuw te ontwikkelen structuren en elementen en/of het herstel van bestaande structuren en elementen. Ook kan een koppe-

ling worden gelegd met de realisering van de ecologische hoofdstructuur en ecologische verbindingszones. Bij hergebruik van voormalige agrarische en niet-agrarische bedrijfslocaties is sloop van overtollige bebouwing

uitgangspunt.

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

15

Naast een goede landschappelijke inpassing is voor onderhavig

planvoornemen

in begin-

sel geen (extra) ruimtelijke kwaliteitsverbetering noodzakelijk. Deelname aan de Ruimte-voor-Ruimte regeling draagt namelijk reeds bij aan een investering in het landschap. Bovendien wordt een reeds aanwezige tunnelkas gesloopt. Bij de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting van de planlocatie zal wel degelijk rekening worden gehouden c.q. is wel degelijk rekening gehouden met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren in het gebied zelf en in de naaste omgeving, waar-

onder mede begrepen de ontwikkeling van een groene geleding ten behoeve van ecologische en landschappelijke verbindingen,

door deze in de planontwikkeling te betrekken.

Na realisatie van het plan ontstaat er, zeker wat betreft beeldkwaliteit, een samenhan-

gende ruimtelijke structuur. Tevens vindt er met het plan een koppeling plaats met de omliggende woonfuncties en aanwezige infrastructurele voorzieningen. Op deze wijze, maar ook door toepassing te geven aan de noodzakelijke landschappelijke kwaliteitsver-

betering, wordt bij de planuitwerking van de stedenbouwkundige en land(schapp)elijke inrichting rekening gehouden met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren in het gebied zelf en in de naaste omgeving, waaronder mede begrepen de ontwikkeling van een groene geleding ten behoeve van ecologische en landschappelijke verbindingen.

Duidelijk is dat bij het ontwerpen van het bouwplan zoveel als mogelijk aansluiting gezocht wordt bij de huidige stedenbouwkundige

en landschappelijke omgevingskarakteris-

tiek en uitgangspunten. Zodoende kan de ruimtelijke beeldkwaliteit van het gebied in stand gehouden worden en door de inpassing, vormgeving en bouwstijl van de beoogde bebouwing

3.3

kan de ruimtelijke beeldkwaliteit zelfs verbeterd

worden.

Conclusie

Met onderliggend initiatief ontstaat een representatieve locatie die de ruimtelijke beeldkwaliteit van het gebied onvoorwaardelijk in stand houdt en door de voorgenomen inpassing, vormgeving en bouwstijl van de beoogde bebouwing zelfs verbetert. Op deze wijze heeft het initiatief een toegevoegde waarde voor het ruimtelijke omgevingskader en le-

vert het daarmee tevens een positieve invulling aan de waarborging van de landschappelijke karakteristiek en identiteit ter plaatse. Geconcludeerd

kan worden

dat het toevoegen

van een

woning

bijdraagt aan een

ruimte-

lijke en visuele koppeling met de bestaande omliggende bebouwing en daarmee een positieve functionele invulling vormt. De voorgestane ontwikkeling steunt de waarborging van de landschappelijke en architectonische uitgangspunten karakteristiek en identiteit ter plaatse.

en daarmee

de ruimtelijke

De juridische vertaling van de bouw- en gebruiksmogelijkheden wordt verankerd in het in de verbeelding en de regels van

het in een later stadium

te actualiseren

bestemmings-

plan “Buitengebied Sint-Michielsgestel 2e actualisatie”. De ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid van de voormelde plankeuzes worden gemotiveerd

in de hoofdstukken 5

tot en

9.

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

16

4.

Beleidskader 4.1

Inlei

Wat betreft de verantwoordelijkheidstoedeling en bevoegdheidsverdeling zijn het Rijk, de provincies en de gemeenten verantwoordelijk voor hun eigen belangen. Er kan slechts

sprake zijn van bemoeienis van Rijk of provincie met de gemeente, indien dat noodzakelijk is vanwege een nationaal respectievelijk provinciaal belang. Rijk en provincies beschikken in de Wet ruimtelijke ordening over dezelfde bevoegdheden hun eigen ruimtelijke belangen te kunnen uitvoeren.

Daarnaast kunnen en aanwijzingen

het Rijk en de provincies algemeen

geven

om

hun

Het beleid van de gemeente

belangen

als gemeenten

om

verbindende regels uitvaardigen

veilig te stellen.

Sint-Michielsgestel vormt dus het kader waarbinnen de

functionele en ruimtelijke ontwikkeling wordt vastgesteld. De ruimtelijke ontwikkelingsplannen van Rijk, provincie en regio vormen randvoorwaarden voor het gemeentelijke

beleid. Voor zover relevant voor de plannen worden in de volgende ‚ provinciaal en gemeentelijk beleid toegelicht.

paragrafen het Rijks-

4.2 Rijksbeleid De voorliggende

planontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen uit de Structuurvisie In-

frastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) / AMvB Ruimte om te komen tot de bevordering van krachtige dorpen en steden en duurzaam en zuinig ruimtegebruik. Het voldoet aan de eis om ruimtelijke ontwikkelingen integraal te bezien en zorgvuldig om te gaan met de leefomgeving. Aspecten als wa-

ter, veiligheid, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit vormen onderdeel van de planologische toets. Daarmee is het initiatief niet in strijd met het rijksbeleid. Ladder voor duurzame

verstedelijking

(artikel 3.1.6 lid 2 Bro)

Toetsingskader Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) - de ‘Iladder voor duurzame

verstedelijking’ — geldt voor alle juri-

disch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Het procesvereiste van het doorlopen van de Ladder is gebaseerd op één van de nationale belangen

als opgenomen

in de SVIR, opgesteld door het Rijk. Dit nationale belang

houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig

ruimtegebruik,

planologisch ongewenste

versnippering en een onaanvaardba-

re leegstand te voorkomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Artikel 3.1.6, tweede

lid, luidt nu als volgt:

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

17

De toelichting bij een bestemmingsplan

dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk

maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden

voorzien.

De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd:

ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, detailhandel,

of van kantoren,

woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan

11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets geldt alleen voor ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkelingen.

Beoordeeld

moet

dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het een functiewijziging be-

treft, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Daarbij

moet ook et ruimtebeslag

betrokken

worden.

In de nieuwe Ladder is het woord 'regionale' niet meer aanwezig. De Ladder bepaalt niet nader voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. Het is primair aan het bevoegd

gezag

om

op basis van

het ruimtelijk verzorgingsgebied

van de stedelijke

ontwikkeling te bepalen tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. De toelichting van het bestemmingsplan moet een beschrijving bevatten van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij is het niet relevant of de planlocatie binnen of buiten bestaand stedelijk gebied ligt. In beide gevallen dient de plantoelichting een

beschrijving van de behoefte te bevatten.

In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening,

bedrijvigheid,

detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare

of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Uit de definitie volgt dat er sprake moet zijn van een stedenbouwkundig bebouwing.

In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt

samenstel van

dat de kwalificatie bestaand

stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving.

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

18

Beoordeling Gelet op de onderliggende ontwikkeling voorziet het plan niet in een woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro (AbRS 18 december 2013, nummer 201302867/1/R4). De in het plan voorziene ontwikkeling kan dan ook

niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. Gezien het voorgaande vormt de ladder voor duurzame ontwikkeling geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling. Conclusie

Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling

in de zin van de ladder voor duurzame

verstedelijking. Daardoor is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing.

4.3

Provinciaal

beleid

Toetsingskader Omgevingsvisie Noord-Brabant In voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de provincie de Omgevingsvisie

Noord-Brabant vastgesteld

(14 december 2018).

Deze omgevingsvisie

bevat de visie van het provinciale bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). Naar de uitgangspunten van de Omgevingswet zijn daarbij geen routes naar de gestelde doelen vastgelegd, omdat daarmee een beter samenspel en draagvlak kunnen ontstaan. De Omgevingsvisie zal onder meer de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening gaan vervangen.

De Omgevingsvisie kent één basisopgave: vingskwaliteit’.

‘werken aan veiligheid, gezondheid en omge-

Elke ruimtelijke ontwikkeling moet

- ongeacht de omvang

- hieraan bij-

dragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: werken aan de Brabantse energietransitie; werken aan een klimaatproof Brabant;

PUNP

werken werken

Doorwerking

aan een slimme netwerkstad; aan een concurrerende, duurzame

economie.

plan(locatie,

Onderhavig plan betreft de bouw van één Ruimte voor Ruimte-woning en het wijzigen van een bestaande bedrijfswoning (ter plaatse van een agrarische bestemming) in een woonfunctie. Deze relatief kleinschalige ontwikkelingen dragen op de volgende wijze bij aan de 'grote' hoofdopgaven. e ad 1. De energietransitie houdt enerzijds in het verminderen

van

het energiever-

bruik en anderzijds de verduurzaming van de energie. De nieuwe woning binnen de planlocatie zal minstens aan de in het Bouwbesluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid opgenomen energieprestatie-eisen moeten voldoen. Nadere uitwerking hiervan zal plaatsvinden in het kader van het bouwplan voor de woning.

e

Daar komt dan ook de verduurzaming van de energie aan bod, bijvoorbeeld door het aanleggen van een eigen energievoorziening. ad 2. Eén van de onderdelen van een klimaatproof Brabant is het zorgen voor een

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

19

klimaatbestendige en waterrobuuste

inrichting. Onderhavig

plan wordt gereali-

seerd op een plek die hoog en droog genoeg is. Door infiltratie van het hemelwater ter plaatse wordt voorkomen dat er een versnelde afvoer naar de directe omgeving plaatsvindt. Het ontwerp van de woning en de inrichting van het woonperceel kunnen voorts een bijdrage leveren aan de klimaatadaptatie. Dit wordt in het

bouwplan nader uitgewerkt. e

ad 3. Een duurzame verstedelijking draagt bij aan het komen tot een slimme netwerkstad. Uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. De woning wordt ge-

realiseerd op basis van het Ruimte voor Ruimte-principe, wat betekent dat er elders in de provincie reeds stallen zijn gesloopt. ‘ontstening’ van het buitengebied. «

ad

4. Onderdeel

van

een

concurrerende

en

Per saldo is er dus sprake van

duurzame

economie

is het voorzien

in

een aantrekkelijk vestigingsklimaat. De woning wordt zorgvuldig ingepast binnen de huidige bebouwings- en landschapsstructuur. Het initiatief doet daarmee geen afbreuk aan de huidige kwaliteiten en is passend binnen het huidige vestigingsklimaat.

Conclusie

Het plan geeft invulling aan de opgaven

van de Omgevingsvisie

Noord-Brabant.

Toetsingskader Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Het beleid uit de Omgevingsvisie Noord-Brabant is verwerkt in de regels die zijn opgeno-

men in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie. De onderwerpen die in de verordening staan komen dus uit de provinciale omgevingsvisie. Daarin staat welke

belangen

de

provincie

wil

behartigen

en

hoe

ze dat wil

doen.

De

verordening

is

daarbij één van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. In de verordening is een aantal aspecten opgenomen die van toepassing zijn op onderhavig plan. Deze zullen hierna worden besproken. De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van Noord-Brabant bevorderen. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen een bijdrage moeten leveren aan de kernkwaliteiten van NoordBrabant. De provincie biedt ontwikkelingsruimte in het buitengebied, mits een ontwikkeling bijdraagt aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen bie-

den een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan het behouden wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe ruimtelijke kwaliteiten. De provincie onderscheidt een achttal thema's waarin beleidsuitgangspunten zijn opgenomen. Deze thema's zijn tevens in kaart gebracht. Onderstaande tabel illustreert welke thematische kaarten in principe van toepassing zijn op de planlocatie en welke niet.

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

20

Thema

/ kaartnaam

Van toepassing

Milieubescherming

Nee

Landbouw

Ja

Stedelijke ontwikkeling en erfgoed

Ja

Natuur en stiltegebieden Grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging Basiskaart Landelijk gebied.

Nee Nee Ja

Spercifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen

Ja

Watersystemen,

Ja

-veiligheid en -berging

Rechtstreeks werkende regels: landbouw

Binnen het kaartbeeld ‘Rechtstreeks werkende regels: landbouw’ is de planlocatie aangeduid als ‘Landelijk gebied’ ‘Verbod uitbreiding veehouderij’ en Stalderingsgebied’. Dit is geïllustreerd in navolgend

kaartbeeld.

Landelijk gebied Thema:

landbouw

Gebiedsbegrenzing: exact

Verbod uitbreiding veehouderij Thema:

landbouw

Gebiedsbegrenzing: exact Stalderingsgebied Thema:

landbouw

Gebiedsbegrenzing:

Onderhavige planlocatie is gelegen

exact

in het ‘Landelijk gebied’ van de provincie Noord-

Brabant. Binnen de provincie wordt onderscheid gemaakt in het landelijke en het stedelijke gebied. Binnen deze eerste aanduiding is onder voorwaarden een stedelijke ontwikkeling mogelijk. De andere aanduidingen betreft ‘Verbod uitbreiding veehouderij’ en 'Stalderlingsgebied.

Deze hebben

enkel invloed op bestaande veehouderijbedrijven.

Onderhavig plan betreft de tenietdoening van een agrarische onderneming en de oprichting van een woning in het buitengebied van de kern Den Dungen. De uitgangspunten en regeling ten aanzien van het verbod op uitbreidingen van veehouderijen

hebben

hier geen invloed op en andersom

doet onderhavig

planvoornemen geen afbreuk aan deze beleidsregels. Met het wegnemen van een agrarische bestemming wordt bovendien een bijdrage geleverd aan de genoemde provinciale beleidsambitites ten aanzien van beperkingen van de veehouderij.

Wintraecken Advies Planologisch adviesbureau

21

Artikel 3.79 van de Interim Omgevingsverordening

Noord-Brabant geeft de voorwaarden

waaronder binnen de planlocatie het toevoegen van een Ruimte-voor-Ruimte woning mogelijk is. Met artikel 3.79 is aansluiting gezocht bij de regels uit de ‘Beleidsregel ruimte-voor-ruimte 2006' van de provincie Noord-Brabant. Het beleidsartikel omvat het volgende. Lid

1

Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b.

de ruimte-voor-ruimtekavel bouwingsconcentratie ligt;

op een planologisch aanvaardbare locatie in een

be-

c. d.

een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar.

= id2

Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per ruimte-voorruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in

het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van deze veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; b.

de onder a. bedoelde veehouderijen zijn direct voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest;

c.

de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen Veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt

d.

is voor de uitoefening van een veehouderij; er tenminste 1000 m2? bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde

veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum 200 m? op iedere beëindigingslocatie veehouderij; e.

de ten behoeve van

de onder a. bedoelde

veehouderijen geregistreerde

van

rechten

betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten

betreffende de productie van fosfaat aanwezig

is;

f.

de rechten, bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd;

g.

de omgevingsvergunning

h.

beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uit-

milieu voor de onder a. bedoelde veehouderij

op iedere

sluit;

i.

in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij.

Lid3

In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een ruimte-voorruimtekavel als deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

22

ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omge-

vingskwalliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. Lid 4

Het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten

bijgehouden

dat er in totaal 3500 ruimte voor ruimte kavels door of vanwege

gegevens

blijkt

de Ontwikkelingsmaat-

schappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld. Tevens dient bij stedelijke ontwikkelingen

in het landelijke gebied worden

voorzien

in

een kwaliteitsverbetering. Artikel 3.9 ‘kwaliteitsverbetering landschap’ zegt hierover het volgende: Lid

1

Een bestemmingsplan

dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Ge-

bied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid

2

Het bestemmingsplan

motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikke-

ling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken,

worden

nagekomen.

- id3

Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten:

a.

de op grond van deze verordening

b.

het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-

verplichte

landschappelijke inpassing;

land;

ormDan Lid

het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; het wegnemen van verharding; het slopen van bebouwing; de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones;

het aanleggen

van extensieve recreatieve mogelijkheden.

4

Ingeval er toepassing

wordt gegeven aan

het tweede

lid onder b geldt dat een passende

financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Doorwerking

plan(locatie,

Onderhavig planvoornemen behelst de herstructurering van een reeds bestaande, bebouwde locatie en de oprichting van een nieuwe Ruimte-voor-Ruimte woning in het landelijk gebied.

Binnen de kaders van de provinciale regelgeving

is de oprichting van een

nieuwe woning mogelijk, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals opgesteld in de artikelen 3.9 en 3.79 van de Interim Omgevingsverordening. Deze regels hebben onder

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

23

meer betrekking

van de woning

en stellen

voorwaarden aan de kwaliteit van de planlocatie in relatie tot de omgeving.

op het volume,

oppervlakte en vormgeving

Met onder-

havig planvoornemen wordt hier aan voldaan. Dit blijkt onder meer uit de toelichting in hoofdstuk 3 van de toelichting van dit bestemmingplan en de tot het bestemmingplan behorende landschappelijke inpassingsplan (bijlage 2). Artikel 3.79 van de Interim omgevingsverordening geeft de voorwaarden waaronder binnen de planlocatie het toevoegen van een Ruimte-voor-Ruimte worden mogelijk is. Met artikel 3.79 is aansluiting kan gezocht bij de regels uit de 'Beleidsregel ruimte-voor-

ruimte 2006' van de provincie Noord-Brabant.

Uit de verantwoording dient te blijken dat:

e

het bestemmingsplan de nodige voorwaarden bevat om een goede lijke inpassing van de te bouwen woning te verzekeren;

e e

is verzekerd dat is voldaan aan de nader gestelde regels; er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling.

Hierna wordt — steeds vetgedrukt - gemotiveerd

voorwaarden

landschappe-

dat voldaan is/wordt aan de gestelde

in artikel 3.79 van de Interim omgevingsverordening:

ud1:

a

er sprake is van een aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst; Naast een goede landschappelijke

beginsel géén

inpassing

is voor onderhavig

planvoornemen

(extra) kwaliteitsverbetering van het landschap noodzakelijk.

i is dat deelname aan de Ruimte-voor-Ruimte namelijk reeds bijdraagt aan een investering in het landschap. wel

regeling

het ontwerpen van het bouwplan als bij het opstellen van het landschapgsplan, inclusief de landschaps-/inrichtingsschets, is zoveel als mog gezocht bij de aanwezige waarden en kwaliteiten en huidige lande omgevingskarakteristiek en uitgangspunten (zie hiervoor hoofdstuk 3

van deze plantoelichting). Zodoende bied in stand gehouden de beoogde bebouwing

kan de ruimtelijke (beeld)kwaliteit van het ge-

worden en door de inpassing, vormgeving en bouwstijl van kan de ruimtelijke (beeld)kwaliteit zelfs verbeterd worden.

De ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische

voormelde plankeuzes worden

b.

in

Ach-

de ruimte-voor-ruimtekavel

gemotiveerd

aanvaardbaarheid

van de

in de hoofdstukken 5 tot en met 9.

op een planologisch aanvaardbare

locatie in een bebouwingscon-

centratie ligt; De planlocatie is gelegen

op korte afstand van de bestaande woonkern

Dungen en maakt deel uit van een zogeheten paragraaf 4.4 onder het kopje ‘Planlocatie

van

Den

bebouwingsconcentratie. Zie verder

i.r.t. bebouwingsconcentratie

‘Spek-

straat”.

Verder is hiervoor in paragraaf 3.1 reeds vermeldt dat de onderhavige Ruimte-voorRuimte ontwikkeling voldoet aan de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden, zoals

c.

vermeld

een goede

in de

hoofdstukken

2 en

3.

landschappelijke inpassing van de te bouwen

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

woning

is verzekerd;

24

Een landschappelijk

inpassingsplan,

inclusief landschaps-/inrichtingsschets,

maakt

onderdeel uit van voorliggend bestemmingsplan. Verwezen wordt naar paragraaf 3.2 en bijlage 2.

d.

er geen sprake

is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling.

De voorziene ontwikkeling kan niet worden aangemerkt als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder í, van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede

lid, van

het Bro niet van toepassing

is.

De VR omschrijft het begrip 'stedelijke ontwikkeling’ als volgt: ‘nieuw ruimtebeslag dan wel uitbreiding of wijziging van bestaand ruimtebeslag ten behoeve van een samenhangende ruimtelijke structuur van stedelijke functies’. Het voorgenomen bouwplan voldoet niet aan deze omschrijving. In het verlengde van de constatering dat er op grond van het Bro geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling

is er volgens de VR ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling of een aanzet daartoe.

Lid2:

Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwal als per ruimte-voor-ruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beeindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van deze veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; de onder a. bedoelde veehouderijen zijn direct voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen Veehouderij of op een Iocatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een

veehouderij; er tenminste 1000 m? bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde veehouderij, niet ijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m? op iedere beëindigingslocatie veehouderij; de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de

fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is; de rechten, bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die

beëindigd; de omgevingsvergunning milieu voor de onder a. bedoelde veehouderij op iedere beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluit;

in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij. Er is sprake van een verkregen bijlage1.

bouwtitel ter plaatse van onderhavige

planlocatie

Zie

ook

Lid3:

Wintraecken Advies planologisch adviesbureau

25

In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan wordt ontwikkeld door of vanwege

voorzien

de Ontwikkelingsmaatschappij

den behaalde aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst

in een ruimte-voor-ruimtekavel

indien deze

ruimte voor ruimte gelet op de in het verledoor toepassing van de Regeling

beëindi

veehouderijtakken.

Er is sprake van een verkregen

bouwtitel ter plaatse van onderhavige

planlocatie. Zie ook bijlage

1.

Lid

Het bepaalde onder het derde er in totaal 3500

lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens

ruimte voor ruimte kavels door of vanwege

de Ontwikkelingsmaatschappij

blijkt dat

ruimte voor ruimte

zijn ontwikkeid;

nvt

Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ is de planlocatie aangeduid navolgend kaartbeeld.

als ‘Cultuurhistorisch waardevol

gebied'’,

Dit is geïllustreerd in

Cultuurhistorisch waardevol gebied

EE Toene:coitouristorie Gebiedsbegrenzing: exact

De cultuurhistorische vlakken binnen de provincie verdienen specifieke aandacht vanwege de onvervangbaarheid ervan. De provincie wil de onvervangbare waarden bescher-

men in de Verordening. Het gaat om de cultuurhistorische vlakken in de cultuurhistorische landschappen zoals aangegeven op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW, versie 3.0). Vanwege stemmingsplan:

de aanduiding

als ‘Cultuurhistorisch waardevol

Wintraecken Advies Planologisch adviesbureau

gebied’ dient een be-

26

e

mede gericht te zijn op het behoud,

herstel of de duurzame

ontwikkeling van de

cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden; e

regels te stellen ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.

Ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken

geldt op grond van

het vigerende bestemmingsplan de gebiedsaanduiding ‘historische landschappelijk gebied'. Hiermee is recht gedaan aan de waarden en kenmerken van de planlocatie of daar aanwezige zaken. Met deze aanduiding wordt ingezet op het behoud, herstel en ontwik-

keling van de waarden. Doorwerking

plan(locatie,

Onderhavig planvoornemen behelst de oprichting van een Ruimte voor Ruimte-woning op gronden aangeduid als een ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’. In hoofdstuk 5 van deze ruimtelijke onderbouwing is de planlocatie getoetst aan de waarden die de provincie Noord-Brabant toekent op het gebied van cultuurhistorie. Uit deze toetsing aan de

Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant uit 2016 blijkt dat er uit cultuurhistorisch perspectief geen belemmeringen zijn voor onderhavig planvoornemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12805282/1