CConstaterende datsint-michielsgestel
Koppel je AI →
Document · PDF

05.c.2 - Bijlage Onderzoek geloofsbrieven

Gemeenteraad 21 september 2023, gemeente sint-michielsgestelBij agendapunt: Installatie en toelating raadslid de heer J. Vorstenbosch.Tevens afscheid van de heer J. van der Steen.758 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad

Onderzoek geloofsbrieven Voor het onderzoek van de geloofsbrieven wordt vanuit uw raad een commissie van drie personen gevormd, die zich zal belasten met het onderzoek van de geloofsbrieven. Het onderzoek kan zich uitstrekken tot het wettige verloop van de stemming en de juiste vaststelling van de uitslag. Daarvoor zijn bij de stukken de relevante processen-verbaal van het hoofd / centraal-stembureau gevoegd.

Het onderzoek dient zich verder te richten op: A.

De vereisten van het lidmaatschap van de gemeenteraad, artikel 10, lid 1, Gemeentewet ( zie bijlage 1): Aangezien benoemd-verklaarde de Nederlandse nationaliteit bezit behoeven de leden 2 en 3 niet getoetst te worden. Ten bewijze hiervan is van benoemde kandidaat een uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens toegevoegd.

B.

De onverenigbare betrekkingen, artikel 13, Gemeentewet (zie bijlage 2); Hiertoe heeft benoemd-verklaarde een verklaring omtrent de openbare betrekkingen overgelegd.

C.

De compleetheid der stukken. Per benoemd-verklaarde dient in het dossier aanwezig te zijn: - een afschrift van het benoemingsbesluit; - een kennisgeving van ontvangst; - de verklaring dat de benoeming wordt aangenomen; - de verklaring met betrekking tot de openbare betrekkingen Indien de benoemd-verklaarde niet reeds eerder raadslid was: - een uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens;

Vooronderzoek Wij hebben de punten genoemd onder A,B en C onderzocht. Uit dit onderzoek is gebleken dat alle benoemd-verklaarden voldoen aan de vereisten zoals gesteld in de Gemeentewet en bovendien alle onder C genoemde stukken aanwezig zijn.

Gemeenteraad

BIJLAGE 1 Artikel 10 Gemeentewet 1.

Voor het lidmaatschap van de raad is vereist dat men ingezetene van de gemeente is, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht.

2.

Zij die geen onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie zijn, dienen tevens te voldoen aan de vereisten dat: a. zij rechtmatig in Nederland verblijven op grond van artikel 8, onder a, b, d, e of l, van de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een overeenkomst tussen een internationale organisatie en de Staat der Nederlanden inzake de zetel van deze organisatie in Nederland, en b. zij onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop de gemeenteraad beslist over de toelating als lid tot de gemeenteraad gedurende een onafgebroken periode van ten minste vijf jaren ingezetene van Nederland waren en beschikten over een verblijfsrecht als bedoeld onder a, dan wel rechtmatig in Nederland verbleven op grond van artikel 8, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000. 3. Geen lid van de raad kunnen zijn zij die geen Nederlander zijn, en als door andere staten uitgezonden leden van diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen, in Nederland werkzaam zijn, alsmede hun niet-Nederlandse echtgenoten, geregistreerde partners of levensgezellen en kinderen, voor zover dezen met hen een gemeenschappelijke huishouding voeren.

Gemeenteraad

BIJLAGE 2 Artikel 13 1. Een lid van de raad is niet tevens: a. minister; b. staatssecretaris; c. lid van de Raad van State; d. lid van de Algemene Rekenkamer; e. Nationale ombudsman; f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; g. commissaris van de Koning; h. gedeputeerde; i. secretaris van de provincie; j. griffier van de provincie; k. burgemeester; l. wethouder; m. lid van de rekenkamer; n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; o. lid van een deelraad; p. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente; q. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt. 2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een lid van de raad tevens wethouder zijn van de gemeente waar hij lid van de raad is gedurende het tijdvak dat: a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn/haar opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd.

Hij/zij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij/zij zijn/haar benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing. 3. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q, kan een lid van de raad tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht; c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13185785/1