CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

VII-8 Bijlage 13 Herinrichting Uitkijkpunt Huls-regels.pdf

Raadsvergadering 17 februari 2022, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan herinrichting Uitkijkpunt Huls te Simpelveld10.350 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan - Regels -

Herinrichting Uitkijkpunt Huls Gemeente Simpelveld

BESTEMMINGSPLAN - Regels -

Herinrichting Uitkijkpunt Huls Gemeente Simpelveld

IDN-nummer:

NL.IMRO.0965.BPuitkijkpunthuls-VG01

Status:

vastgesteld

Datum:

17 februari 2022

Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen

Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught

024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels

5

Artikel 1 Artikel 2

5 14

Begrippen Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

17

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

17 19 21 25 29

Groen Horeca Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5 Waarde - Ecologie

Hoofdstuk 3 Algemene regels

31

Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels

31 32 34 35

Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels

36 38 39 40

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

41

Artikel 16 Artikel 17

41 42

Overgangsrecht Slotregel

Regels

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

3

4

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan 'Herinrichting Uitkijkpunt Huls' met identificatienummer NL.IMRO.0965.BPuitkijkpunthuls-VG01 van de gemeente Simpelveld. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat voor wat betreft afmetingen en/of in architectonisch opzicht (onder meer voor wat betreft goothoogte, dakhelling en/of dakvorm) ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw, maar er functioneel onderdeel van uitmaakt. Een aanbouw is een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in de Wabo. 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aaneengebouwd bebouwing welke wordt gekenmerkt door een rij van minimaal drie aan elkaar gebouwde hoofdgebouwen. 1.7 achtererfgebied erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1,00 m van de voorkant van het hoofdgebouw.

1.8 antenne-installatie installatie bestaande uit een antenne, een antenne-drager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.9 archeologischewaarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.10 architectonische waarde de aan een bouwwerk toegekende waarde in verband met de vormgeving, het materiaalgebruik en/of detaillering.

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

5

1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.12 bebouwingspercentage een in de verbeelding of regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogst mag worden bebouwd. 1.13 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen niet daaronder begrepen. 1.14 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten. 1.15 bedrijfsvloeroppervlak het vloeroppervlak van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten. 1.16 beeldkwaliteit de aan een bouwwerk toegekende architectonische waarde met betrekking tot de bouwkundige vormgeving en ruimtelijke en functionele aspecten. 1.17 begane grond de natuurlijke oppervlakte van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging, alsmede dat gedeelte van een gebouw dat met die oppervlakte gelijk is. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aangrenzend maaiveld. 1.18 beperkt kwetsbaar object Objecten zoals benoemd in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

1.19 berging een bijbehorend bouwwerk bestemd voor de stalling van bromfietsen, motorfietsen, fietsen, afvalcontainers voor huishoudelijk afval en overige huishoudelijke zaken. 1.20 Besluit omgevingsrecht besluit van 25 maart 2010, houdende regels ter uitvoering van de Wabo. 1.21 bestaand bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.22 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

6

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

1.23 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.24 bevoegd gezag bestuursorgaan dat ingevolge de Wabo bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 1.25 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.26 borstwering het deel van de buitenmuren dat boven de zolder of dakvloer uitsteekt. Ook: een tot borsthoogte opgetrokken muur of open hekwerk van een balkon, loggia of dakterras. 1.27 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.28

bouwgrens

de grens van een bouwvlak. 1.29 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, zolder, dakopbouw of setback en borstwering. 1.30 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.31 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.32 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.33 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

7

1.34 bruto vloeroppervlak (BVO) de vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten van een vastgoedobject gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie, die de desbetreffende ruimte(n) omhullen (volgens NEN-norm 2580). 1.35 buitenopslag het opslaan, of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere materialen op de onbebouwde gronden van de bedrijfspercelen, daaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, verhuur en dergelijke. 1.36 carport/overkapping een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw. Een carport/overkapping is een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in de Wabo. 1.37 coffeeshop een horecabedrijf, waarin uitsluitend alcoholvrije dranken en eventueel kleine eetwaren worden verstrekt voor gebruik ter plaatse en waar softdrugs worden verstrekt voor gebruik ter plaatse of gebruik elders. 1.38 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat in de loop van de geschiedenis is ontstaan door het gebruik dat de mens van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt. 1.39 dagrecreatie het totaal van mogelijkheden en voorzieningen om te recreëren op een bepaalde plaats zonder overnachtingsmogelijkheden.

1.40 dakopbouw een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van dat gebouw bevindt en die in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst. 1.41 dakterras een buitenruimte, behorende bij het gebruik van het hoofdgebouw dat bovenop het gehele of een gedeelte van een hoofdgebouw, aanbouw of uitbouw is gesitueerd. 1.42 eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond. 1.43 (eet-)café een horecabedrijf, waarin alcoholvrije en alcoholhoudende dranken worden verstrekt voor gebruik ter plaatse, al of niet in combinatie met het bereiden en verstrekken van maaltijden; de nadruk ligt echter op het verstrekken van dranken.

8

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

1.44 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbiedt. 1.45 evenement een activiteit in de openlucht, dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden. 1.46 functie doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.47 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.48 gelijke hoogte een hoogteverschil per vloer of balklaag van maximaal 2,00 m (gemeten op het laagste punt). 1.49 geluidgevoelige functies functies zoals bedoeld in het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen. 1.50 hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.51 horeca een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren ten behoeve van consumptie ter plaatse, alsmede het daaraan ondergeschikt verstrekken van alcoholhoudende en niet-alcoholhoudende dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van nachtverblijf en/of van zaalverhuur, zoals een (hotel-) restaurant, pannenkoekhuis, eetcafé en pizzeria, uitgezonderd een maaltijdafhaalcentrum. Onder horeca wordt tevens verstaan een standplaats, zoals een frietkraam, oliebollenkraam, e.d.. 1.52 horeca van categorie 1 een horecabedrijf dat qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen en waar naast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank worden verstrekt.

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

9

1.53 horeca van categorie 2 een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen te worden genuttigd. Daaronder worden begrepen: cafetaria / snackbar, fastfood en broodjeszaak, standplaats, lunchroom, ijssalon / ijswinkel, koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant, met daaraan ondergeschikt het verstrekken van dranken. 1.54 horeca van categorie 3 een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen te worden genuttigd, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen. Daaronder worden begrepen: café, bar, grand-café, eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar. 1.55 hotel een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van nachtverblijf met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse. 1.56 kelder een geheel ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorend bovengronds bouwwerk. 1.57

kunstwerk

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening. Dan wel creatieve voortbrengselen van de beeldende kunst. Onder kunstwerk wordt ook een (verplaatsbare) plantenbak verstaan. 1.58 kwetsbaar object Objecten zoals benoemd in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.59 landschappelijkewaarde de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur. 1.60 maaiveld bovenkant van het afgewerkt terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft na voltooiing van de bouw. 1.61 monumenten alle bouwwerken conform artikel 6 Monumentenwet, alsmede gemeentelijke monumenten. 1.62 natuurlijke waarde de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.63 omgevingsvergunning omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo.

10

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

1.64 onderbouw een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant gedeeltelijk onder peil is gelegen. 1.65 onderkomens voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken. 1.66 openbaar toegankelijk gebied weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.67 openbare nutsvoorziening een bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport dan wel de telecommunicatie, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje en een verdeelstation. 1.68 opslag het opslaan, of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere materialen, daaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, verhuur en dergelijke. 1.69 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.70 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.71 parkeernorm aantal benodigde parkeerplaatsen bij een functie op basis van de ASVV/CROW normen. 1.72

peil Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld; ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - peil' op de verbeelding: maximaal +191,50 NAP.

1.73 perceel een stuk grond dat eenzelfde gebruik heeft en is omgeven door een duidelijk herkenbare grens in de vorm van bijvoorbeeld heggen, afrasteringen, sloten, greppels of daarmee gelijk te stellen afschermingen.

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

11

1.74 permanente bewoning bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan als hoofdverblijf. 1.75 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding. 1.76 recreatie activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding. 1.77 recreatief medegebruik het medegebruik van gronden voor routegebonden recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, ruitersport en kanovaren, en voor plaatsgebonden recreatieve activiteiten, zoals voor sportvisserijen, alsmede route-ondersteunende voorzieningen, zoals picknick-, uitzicht-, rust- en informatieplaatsen, voor zover de overige functies van de gronden dit toelaten. 1.78 risicovolle inrichting een inrichting die valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit risico's zware ongevallen 1999 (BRZO'99) of het Vuurwerkbesluit. 1.79 ruimtelijke kwaliteit de kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van die ruimte. 1.80 schuilgelegenheid een bouwwerk dat aan dieren de gelegenheid biedt te schuilen tegen weersinvloeden, waarbij de dieren vrij in en uit kunnen lopen.

1.81 seksinrichting de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar in bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.82 stedenbouwkundig beeld het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte. 1.83 Stichting Kwaliteitscommissie Limburg een onafhankelijke adviescommissie ingesteld om gemeenten in de provincie Limburg te adviseren over aanvragen voor ruimtelijke ontwikkelingen in het kader van de provinciale beleidsregels ‘Limburgs Kwaliteitsmenu 2012’ (LKM), zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels.

12

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

1.84 straatmeubilair de op of bij de weg behorende bouwwerken, zoals verkeersgeleiders, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, parkeermeters, stadsplattegronden, zitbanken, bloem- en plantenbakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, kunstobjecten, gedenktekens, draagconstructies voor reclame alsmede telefooncellen, abri's en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.85 straatprostitutie het door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken. 1.86 terras een buiten een gebouw gelegen gebied, waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of etenswaren verstrekt. 1.87 verdieping een bouwlaag die is gelegen boven de eerste bouwlaag op de begane grond. 1.88 Wabo de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht welke op 1 oktober 2010 in werking is getreden. 1.89

waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.90 weg een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen. 1.91 werk een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde of een handeling. 1.92 woning/wooneenheid een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.93 zolder ruimte in een gebouw die hoofdzakelijk is (zijn) afgedekt met schuine daken. 1.94 zorgunit een kant en klare aanbouw voor een tijdelijke zorgkamer waarin een slaapkamer en een badkamer is gerealiseerd zodat bewoner(s) gelijkvloers kunnen wonen. Deze tijdelijke zorgkamer wordt los op het erf geplaatst, direct of via een sluis bij de bestaande woning, waardoor op de begane grond een mogelijkheid tot intensieve zorg wordt gerealiseerd.

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

13

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.7 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.8 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9

peil voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van het midden van de hoofdtoegang, vermeerderd met 0,30 m; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het midden van de hoofdtoegang, vermeerderd met 0,30 m.

2.10 het bebouwd oppervlakte van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen.

14

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

2.11 het bebouwingspercentage het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming, waarbij overstekken van minder dan 50 cm buiten beschouwing worden gelaten.

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

15

16

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

3.1.1 Algemeen De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

openbare groenvoorzieningen, zoals trapvelden, speelplaatsen, plantsoenen, waterpartijen met de daarbij behorende voet- en fietspaden en andere voorzieningen en vlonders, een en ander in overeenstemming met het inrichtingsplan zoals bijgevoegd als Bijlage 2 bij deze regels; bermen en beplantingen; kunstwerken; kunstobjecten; openbare speelvoorzieningen; openbare wandelvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder begrepen overkluizingen en waterbuffers; voorzieningen voor langzaam verkeer; (openbare) parkeervoorzieningen; openbare ondergrondse inzamelvoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen.

3.1.2 Dubbelbestemmingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 15.3. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen Op de voor Groen aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van: a.

gebouwen ten dienste van openbaar nut, met dien verstande dat de oppervlakte van gebouwen ten dienste van openbaar nut maximaal 15 m² mag bedragen en de bouwhoogte maximaal 3,30 m mag bedragen.

3.2.2 Ondergrondse inzamelvoorzieningen Voor het bouwen van ondergrondse inzamelvoorzieningen gelden de volgende regels: a. b. c.

de oppervlakte mag niet meer dan 30 m² bedragen; de bouwhoogte bovengronds mag niet meer dan 2,00 m bedragen; de verticale diepte ondergronds mag niet meer dan 4,00 m bedragen.

3.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Op de voor Groen aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouw zijnde: a. b. c.

8 vlonders, stapelmuren langs het slingerpad, een en ander in overeenstemming met het inrichtingsplan zoals bijgevoegd als Bijlage 2 bij deze regels; noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer; ten behoeve van de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden;

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

17

d. e. f. g. h. i. j. k.

l.

18

ten behoeve van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; behorende tot de recreatieve voorziening, zoals recreatieve bewegwijzering, informatieborden, kleinschalige uitzicht- en rustpunten, en picknickplaatsen; behorende tot het straatmeubilair; ten behoeve van openbaar nut; speelvoorzieningen, daaronder mede begrepen een waterspeelobject voor kleine kinderen in de nabijheid van het terras; cultuurhistorische bouwwerken en kunstwerken, zoals wegkruizen, kapellen en informatieborden en daarmee vergelijkbare bouwwerken; keerwandconstructies; de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal 6,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 m en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 m mag bedragen; de hoogte van voorzieningen voor verlichting maximaal 15,00 m mag bedragen.

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

Artikel 4 4.1

Horeca

Bestemmingsomschrijving

4.1.1 Algemeen De voor Horeca aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca van categorie 1, 2 en 3, tot een maximum van 300 m² BVO; b. terrassen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'terras'; c. een askist, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - askist'; met de daarbij behorende: d. e. f. g. h. i. j.

groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; openbare ondergrondse inzamelvoorzieningen; tuinen en erven; perceelsontsluitingswegen; recreatief medegebruik; water, waterbuffering en waterhuishoudkundige voorzieningen.

4.1.2 Dubbelbestemmingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 15.3. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen Op de voor Horeca aangewezen gronden mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd: a. b.

gebouwen ten behoeve van de in artikel 4.1 genoemde bestemming; de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde.

4.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.

gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat het bouwvlak voor maximaal 60% mag worden bebouwd; de bouwhoogte mag maximaal 5 meter bedragen, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - askist' waar de bouwhoogte maximaal 8 meter mag bedragen; gebouwen worden ofwel plat afgewerkt ofwel met een kap van ten hoogste 75°.

4.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a.

b.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal 3,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 m en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 m mag bedragen. De bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 4,50 m.

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

19

4.3

Nadere eisen

4.3.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van bebouwing; de aard, situering en oppervlakte van verhardingen; het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan. 4.3.2 Toepassingscriteria De in artikel 4.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. 4.4

het stedenbouwkundig beeld; de verkeersveiligheid; een goede parkeerbalans; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken en van omliggende waarden. Specifieke gebruiksregels

4.4.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b.

opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; gebouwen voor bewoning.

4.4.2 Openingstijden Voor het gebruiken en/of laten van gebruiken van de gronden voor de in artikel 4.1.1 sub a toegestane horeca geldt de volgende voorwaarde: a.

de horeca-activiteiten mogen uitsluitend overdag tussen 9:00 uur en 20:00 uur worden gebezigd.

4.4.3 Voorwaardelijke verplichting inrichtingsplan Het bouwen van gebouwen op de voor Horeca bestemde gronden is uitsluitend toegestaan indien een aanvang is gemaakt met de uitvoering van het inrichtingsplan, zoals aangeduid in artikel 3.1.1 onder a, conform het inrichtingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2 van deze regels, met dien verstande dat het (doen/laten) gebruiken van de voor Horeca bestemde gronden overeenkomstig artikel 4.1.1 onder a en b uitsluitend is toegestaan indien het inrichtingsplan nagenoeg geheel is gerealiseerd en kwalitatief en kwantitatief in stand worden gehouden.

20

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

5.1.1 Bestemming De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. Indien een bodemingreep dieper is dan 40 cm (>0,4 m) én de oppervlakte van de bodemingreep bedraagt meer dan de oppervlakte die hieronder in de tabel is weergegeven, dan zijn onderstaande regels van toepassing op aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwen of voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden. Indien slechts één van beide condities zich voordoet, gelden de regels niet.

Cat. 4

omschrijving verstoringsdiepte categorieën archeologische gebieden bodemingreep Gebieden met een middelhoge > 40 cm verwachtingswaarde nee

oppervlakte bodemingreep

wel of geen onderzoeksplicht?

> 2.500 m2 nee

geen onderzoeksplicht

nee ja

ja nee

ja

ja

geen onderzoeksplicht geen onderzoeksplicht onderzoeksplicht (inwinnen advies senior-archeoloog over aard uit te voeren onderzoek)

5.1.2 Bestemming en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 15.3. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Omgevingsvergunning Op de voor Waarde - Archeologie 4 bestemde grond mag niet worden gebouwd. a.

b.

De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die betrekking heeft op de voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. Onder het vaststellen van de archeologische waarde van een terrein wordt ook verstaan het overleggen van gegevens in de vorm van verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens, waaruit kan worden opgemaakt dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die kunnen worden verstoord door de voorgenomen bouwwerkzaamheden; alvorens de omgevingsvergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders advies in van een

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

21

c.

door hen aan te wijzen ter zake deskundige; het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel uit het desbetreffende rapport of de andere overgelegde gegevens en het advies genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad. In dit geval worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden mogelijk worden gedaan; 2. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. Het bevoegd gezag kan de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

5.2.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 5.2.1 is niet van toepassing indien: a. b.

c. d.

vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; een bouwwerk met een bruto oppervlakte van: 1. ten hoogste 100 m² (bij categorie 2); 2. ten hoogste 250 m² (bij categorie 3); 3. ten hoogste 2.500 m² (bij categorie 4); 4. ten hoogste 10.000 m² (bij categorie 5); een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm onder maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte tot 3,00 m.

5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

22

het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplanting waarbij de stobben worden verwijderd; het ophogen en egaliseren van gronden; het verlagen van het waterpeil; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers, zwembaden en andere wateren; het omzetten van gras- of akkerland in teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend worden boomteelt en graszodenteelt; het afplaggen van heide- of natuurgebieden ten behoeve van natuurontwikkeling; het aanbrengen van ondergrondse transport- energie-, of telecommunicatieleidingen en de daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur, waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 50 cm1 bedragen;

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

j. k.

het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen, waarbij grondroering plaatsvindt; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter-, of rijwielpaden of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen.

5.3.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als genoemd in artikel 5.3.1 is niet vereist indien de werkzaamheden of werken: a. b.

c. d.

e.

maximaal 0,4 m diep reiken ten opzichte van het maaiveld, tenzij het werkzaamheden betreffen, genoemd onder 5.3.1, sub b, of sub g of sub h; een verstoringsoppervlakte hebben van: 1. ten hoogste 100 m² (bij categorie 2); 2. ten hoogste 250 m² (bij categorie 3); 3. ten hoogste 2.500 m² (bij categorie 4); 4. ten hoogste 10.000 m² (bij categorie 5); ten dienste van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; het gewone onderhoud en beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen die voor deze gronden gelden, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, kabels en leidingen, bestratingen en beplantingen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of nog mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

5.3.3 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning als genoemd in artikel 5.3.1 wordt slechts verleend indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: a.

b. c. d.

e.

f. g. h.

de aanvrager van een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.3.1, die betrekking heeft op de voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. Onder het vaststellen van de archeologische waarde van een terrein wordt ook verstaan het overleggen van gegevens over verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens , waaruit kan worden opgemaakt dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die kunnen worden verstoord; alvorens de omgevingsvergunning te verlenen, winnen burgemeester en wethouders advies in van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige; het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel uit het desbetreffende rapport of de andere overgelegde gegevens en het advies genoegzaam blijkt dat: er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad.

In dit geval worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die tijdens de uitvoering van de werkzaamheden mogelijk worden gedaan; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. Het bevoegd gezag kan de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden; de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

23

5.3.4 Meerdere vergunningen Voor zover voor de omgevingsvergunning meerdere bouwwerken, werken of werkzaamheden vergunningen worden aangevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken en kan voor dit totaal van werken en/of werkzaamheden één vergunning worden verleend. 5.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door met betrekking tot de gronden waarop het wijzigingsbesluit betrekking heeft, de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 van de verbeelding te verwijderen, indien: a. b.

24

uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden; het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie 5

Bestemmingsomschrijving

6.1.1 Bestemming De voor Waarde - Archeologie 5 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. Indien een bodemingreep dieper is dan 40 cm (>0,4 m) én de oppervlakte van de bodemingreep bedraagt meer dan de oppervlakte die hieronder in de tabel is weergegeven, dan zijn onderstaande regels van toepassing op aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwen of voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden. Indien slechts één van beide condities zich voordoet, gelden de regels niet.

Cat. 5

omschrijving categorieën archeologische gebieden Gebieden met een lage verwachtingswaarde

verstoringsdiepte

oppervlakte

bodemingreep

bodemingreep

>40 cm

> 10.000m2

nee nee ja

nee ja nee

ja

ja

wel of geen onderzoeksplicht?

geen onderzoeksplicht geen onderzoeksplicht geen onderzoeksplicht onderzoeksplicht (inwinnen advies senior-archeoloog over aard uit te voeren onderzoek)

6.1.2 Bestemming en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 15.3. 6.2

Bouwregels

6.2.1 Omgevingsvergunning Op de voor Waarde - Archeologie 5 bestemde grond mag niet worden gebouwd. a.

De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die betrekking heeft op de voor Waarde - Archeologie 5 aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. Onder het vaststellen van de archeologische waarde van een terrein wordt ook verstaan het overleggen van gegevens in de vorm van verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens, waaruit kan worden

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

25

b. c.

opgemaakt dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die kunnen worden verstoord door de voorgenomen bouwwerkzaamheden; alvorens de omgevingsvergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders advies in van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige; het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel uit het desbetreffende rapport of de andere overgelegde gegevens en het advies genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad. In dit geval worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden mogelijk worden gedaan; 2. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.

Het bevoegd gezag kan de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

6.2.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 6.2.1 is niet van toepassing indien: a. b.

c. d.

vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; een bouwwerk met een bruto oppervlakte van: 1. ten hoogste 100 m² (bij categorie 2); 2. ten hoogste 250 m² (bij categorie 3); 3. ten hoogste 2.500 m² (bij categorie 4); 4. ten hoogste 10.000 m² (bij categorie 5); een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm onder maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte tot 3,00 m.

6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor Waarde - Archeologie 5 aangewezen gronden in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g.

26

het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplanting waarbij de stobben worden verwijderd; het ophogen en egaliseren van gronden; het verlagen van het waterpeil; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers, zwembaden en andere wateren; het omzetten van gras- of akkerland in teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend worden boomteelt en graszodenteelt;

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

h. i.

j. k.

het afplaggen van heide- of natuurgebieden ten behoeve van natuurontwikkeling; het aanbrengen van ondergrondse transport- energie-, of telecommunicatieleidingen en de daarmee verbandhoudende constructies, installaties of apparatuur, waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 50 cm1 bedragen; het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen, waarbij grondroering plaatsvindt; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter-, of rijwielpaden of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen.

6.3.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als genoemd in artikel 6.3.1 is niet vereist indien de werkzaamheden of werken: a. b.

c. d.

e.

maximaal 0,4 m diep reiken ten opzichte van het maaiveld, tenzij het werkzaamheden betreffen, genoemd onder 6.3.1 sub b, of sub g of sub h; een verstoringsoppervlakte hebben van: 1. ten hoogste 100 m² (bij categorie 2); 2. ten hoogste 250 m² (bij categorie 3 ); 3. ten hoogste 2.500 m² (bij categorie 4); 4. ten hoogste 10.000 m² (bij categorie 5); ten dienste van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; het gewone onderhoud en beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen die voor deze gronden gelden, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, kabels en leidingen, bestratingen en beplantingen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of nog mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

6.3.3 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning als genoemd in artikel 6.3.1 wordt slechts verleend indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: a.

b. c. d.

e.

f. g. h.

de aanvrager van een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 6.3.1, die betrekking heeft op de voor Waarde - Archeologie 5 aangewezen gronden, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. Onder het vaststellen van de archeologische waarde van een terrein wordt ook verstaan het overleggen van gegevens over verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens , waaruit kan worden opgemaakt dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die kunnen worden verstoord; alvorens de omgevingsvergunning te verlenen, winnen burgemeester en wethouders advies in van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige; het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel uit het desbetreffende rapport of de andere overgelegde gegevens en het advies genoegzaam blijkt dat: er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad.

In dit geval worden aan de omgevingsvergunning voorschriften verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die tijdens de uitvoering van de werkzaamheden mogelijk worden gedaan; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. Het bevoegd gezag kan de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden; de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen uitvoeren van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

27

vergunning te stellen kwalificaties. 6.3.4 Meerdere vergunningen Voor zover voor de omgevingsvergunning meerdere bouwwerken, werken of werkzaamheden vergunningen worden aangevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken en kan voor dit totaal van werken en/of werkzaamheden één vergunning worden verleend. 6.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door met betrekking tot de gronden waarop het wijzigingsbesluit betrekking heeft, de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 5 van de verbeelding te verwijderen, indien: a. b.

28

uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden; het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarde voorziet.

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

Artikel 7 7.1

Waarde - Ecologie

Bestemmingsomschrijving

7.1.1 De voor Waarde - Ecologie aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke en landschappelijke waarden. 7.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels in artikel 15.3. 7.2

Bouwregels

7.2.1 Gebouwen Op de voor Waarde - Ecologie aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Op de voor Waarde - Ecologie aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd, bouwwerken geen gebouw zijnde: a.

7.3

van geringe omvang welke noodzakelijk zijn voor de instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde maximaal 3,50 meter mag bedragen. Afwijken van de bouwregels

7.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van bouwen van bouwwerken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2, ten behoeve van het bouwen van gebouwen of bouwwerken, geen gebouw zijnde, met dien verstande dat: a. b.

het belang van de in artikel 7.1 genoemde waarden, niet onevenredig wordt aangetast; bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende bestemming.

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor Waarde - Ecologie aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens het aanleggen van drinkpoelen; het bebossen van gronden ten behoeve van houtproductie; het aanbrengen en/of aanleggen van oeverbeschoeiing en het/of het aanleggen van waterlopen;

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

29

e.

het aanleggen van voorzieningen voor de opvang van hemelwater en de afvoer van hemelwater vanaf een dergelijke voorziening.

7.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 7.4.1 is niet van toepassing op: a. b. c.

normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.

7.4.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 7.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 7.1 genoemde waarden en doeleinden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind.

30

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

Hoofdstuk 3 Artikel 8

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

31

Artikel 9

Algemene bouwregels

9.1 Overschrijding Het is verboden op de in het plan begrepen gronden enig bouwwerk te bouwen, waarbij de aangegeven bouwgrens wordt overschreden, behoudens overschrijdingen, die volgens deze regels zijn toegestaan. 9.2 Balkons De aangegeven bouwgrenzen mogen slechts worden overschreden voor geringe uitbreidingen voor balkons met maximaal 2,50 diep. 9.3

Bestaande maten en afstanden

9.3.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 9.3.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, bouwhoogten, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 9.3.3 Heroprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 9.3.1 en 9.3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 9.4

Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer

9.4.1 Verbindingsweg voor verblijfsvoorziening Indien de toegang tot een bouwwerk dat voor het verblijf van mensen is bestemd, meer dan 10,00 meter is verwijderd van een openbare weg, moet een verbindingsweg tussen die toegang en het openbare wegennet aanwezig zijn die geschikt is voor verhuisauto's, vuilnisauto's, ziekenauto's, brandweerauto's en het overige te verwachten verkeer. 9.4.2 Vereisten verbindingsweg voor verblijfsvoorziening Een geschikte verbindingsweg in de zin van artikel 9.4.1 moet: a. b. c.

32

een breedte hebben van ten minste 4,50 m, over een breedte van minimaal 3,25 m zijn verhard en een vrije hoogte boven de kruin van de weg hebben van minimaal 4,20 m; zijn verhard op een wijze die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van minimaal 14.600 kg en zijn voorzien van de nodige kunstwerken; en op doeltreffende wijze kunnen afwateren.

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

9.5

Bluswatervoorziening

9.5.1 Opstelplaatsen brandweerauto's Nabij ieder bouwwerk dat voor het verblijf van mensen is bestemd, moeten zodanige opstelplaatsen voor brandweerauto's aanwezig zijn, dat een doeltreffende verbinding tussen die auto's en de bluswatervoorziening kan worden gelegd. 9.5.2 Niet-openbare bluswatervoorziening Bij afwezigheid van een toereikende openbare bluswatervoorziening moet worden zorg gedragen voor een doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening. 9.5.3 Omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 9.5.1 en 9.5.2 indien de aard, de ligging en het gebruik van het bouwwerk zich daarvoor lenen. 9.6 Ondergronds bouwen Het ondergronds bouwen van menstoegankelijke ruimten is uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak en tot maximaal 3,5 meter diep, met in achtneming van de regels in artikel 4.2.2.

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

33

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

10.1 Gebruiksverbod Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit bestemmingsplan te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en). 10.2 Strijdig gebruik Onder gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

34

een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; een dierenpension; een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; straatprostitutie; de plaatsing van kampeermiddelen een en ander met uitzondering van een normaal gebruik overeenkomstig de bestemming; uitbreiding van het totaal aantal (bedrijfs)woningen binnen het plangebied na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is niet toegestaan; (bedrijfs)woningsplitsing; asielzoekerscentrum; afkickcentrum; opvang voor dak- en thuislozen.

bestemmingsplan Herinrichting Uitkijkpunt Huls

Artikel 11

Algemene aanduidingsregels

11.1 overige zone - landschapselementen a. Het doel van de regels in verband met de kleinschalige landschapselementen is instandhouding en herstel van de in het buitengebied aanwezige kleinschalige landschapselementen en de daarmee samenhangende landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede het daarmee samenhangende waterbergend vermogen van de grond. b. Gestreefd wordt naar handhaving van de kleinschalige landschapselementen zoals weergegeven in Bijlage 8, zoals populierenopstanden, hoogstamboomgaarden, houtsingels/spontane opslag, heggen, steilranden (graften, holle wegen), solitaire (knot)bomen, groepen (knot)bomen, rijen (knot)bomen, lanen, solitaire struiken, poelen (klein water biotopen), dassenburchten en dassentunnels, in hun huidige vorm dan wel in hun oorspronkelijke vorm, wanneer deze ontoereikend en/of onoordeelkundig onderhoud verloren is gegaan. c. Het te voeren beleid heeft mede betrekking op: 1. De bescherming van de buiten de ecologische hoofdstructuur aanwezige, aan kleine landschapselementen gebonden natuurwaarden; 2. De bescherming van de cultuurhistorisch/landschappelijk waardevolle elementen en structuren. 3. De instandhouding van een kleinschalig landschap als essentieel element van het leefgebied van flora en fauna, waaronder de das en de hamster. 4.

Het tegengaan van bodemerosie en wateroverlast en daarmee het behoud van het producerend en waterbergend vermogen van de bodem. d. Het is verboden op of in de voor 'overige zone - landschapselementen' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: 1. Het vellen, rooien, slopen, dempen, egaliseren van kleinschalige landschapselementen, dan wel het verrichten van werkzaamheden, die ernstige beschadiging of de dood of verdwijning van kleinschalige landschapselementen tot gevolg hebben. e. Het bepaalde in sub d is niet van toepassing op: 1. normale onderhoudswerkzaamheden; 2. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; 3. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd. f. De werken of werkzaamheden als bedoeld in sub d onder 1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in sub a t/m c genoemde waarden en doeleinden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=21a49954-f1e4-472c-907f-5138ccd058ea