VII-4 Bijlage 3 Brief aan de gemeenten over samenwerking-signed-SI.pdf
Tekst van het document
Aan: Wethouder C. Claessens (gemeente Heerlen) Wethouder D. Schneider (gemeente Kerkrade) Wethouder W. Schleijpen (gemeente Simpelveld)
Geachte wethouders,
Naar aanleiding van uw verzoek hebben het Coöperatieve Samenwerkingsverband en Statkraft de afgelopen weken gezocht naar een samenwerking. Bij deze laten we u weten dat we overeenstemming hebben bereikt over de randvoorwaarden van een samenwerking tussen het Coöperatieve Samenwerkingsverband en Statkraft. We hebben geconcludeerd dat we gezamenlijk een beter windproject kunnen realiseren. In deze brief beschrijven we hoe het gezamenlijke projectvoorstel er op hoofdlijnen uit ziet. Tevens zijn de twee oorspronkelijke plannen als bijlage bijgevoegd. Het was niet mogelijk om op een dergelijke korte termijn te komen tot een volledig geïntegreerd plan, maar door in deze brief de hoofdlijnen van het gezamenlijke plan te beschrijven en daarbij te verwijzen naar de twee onderliggende plannen, denken we dat we in staat zijn aan u en de gemeenteraden voldoende duidelijk te maken hoe ons gezamenlijke plan er uitziet. Nu het competitie-element achter ons ligt, zien wij een goede en open samenwerking tussen gemeenten enerzijds en het Coöperatieve Samenwerkingsverband en Statkraft anderzijds als een cruciaal onderdeel om dit project te laten slagen. Daar zien wij dan ook naar uit en zullen we ons voor inzetten!
1
Gezamenlijk plan op hoofdlijnen Zowel het plan van het Coöperatieve Samenwerkingsverband als van Statkraft volgt qua hoofdstukindeling de beoordelingscriteria. In dit plan zullen we dezelfde indeling aanhouden. Uitgangspunt bij het samenvoegen van de plannen is geweest om het plan van de hoogst scorende partij aan te houden. Op basis van deze exercitie zijn we gekomen tot een eigen inkleuring van de beoordelingsmatrix (zie onderstaande tabel). Deze stijgt van 87% voor de individuele plannen naar 95% voor het samengestelde plan. Een belangrijk overkoepelend uitgangspunt is dat beide partijen verdere uitwerking van het plan samen met de omgeving willen doen. Dit is dus ook in het gezamenlijke plan een belangrijk uitgangspunt. Dit geldt voor zowel de exacte locaties van de windturbines als voor financiële aspecten zoals de inrichting van profijtplan en lokaal eigendom. Ook de wijze van communicatie en participatie stemmen wij vooraf af met de omgeving.
Tabel 1: Gezamenlijke score beoordelingsmatrix
Omgeving Het Coöperatieve Samenwerkingsverband en Statkraft hebben dezelfde hoge ambitie in omgevingsmanagement – namelijk de omgeving zoveel mogelijk te betrekken in voor het project belangrijke keuzes. De omgeving zal geïnformeerd worden over alle mogelijkheden en zij zal uiteindelijk meebeslissen over dit project. Dit betreft zowel het profijtplan en waar welke windturbines zullen komen. Randvoorwaarde daarbij is dat het aantal turbines zich bevindt binnen
2
de doelstelling van de gemeenten (4-8 turbines) en dat het windpark een haalbare business case heeft. Dit kan bijvoorbeeld consequenties hebben voor de benodigde omvang van de windturbines. Uiteindelijk zullen de plannen worden goedgekeurd door de gemeenteraden van de betrokken gemeenten. Beide initiatiefnemers geloven dat een windproject alleen kans heeft om te slagen als lokale bewoners binnen de gegeven kaders zelf kunnen meebeslissen.
Stakeholders- en krachtenveldanalyse Beide initiatiefnemers hebben een uitgebreide stakeholder- en krachtenveldanalyse opgezet en de belangrijkste stakeholders in beeld gebracht. Statkraft scoorde op dit onderdeel iets beter, daarom zal hun plan leidend zijn in de verdere gezamenlijke aanpak. Er is een heldere aanpak van de thema’s, stakeholder- en krachtenveldanalyse weergeven. De stakeholders die wij nu in beeld hebben zijn op pagina 4 van Statkraft’s projectplan (Figuur 2 Resultaat stakeholderanalyse) weergegeven. De thema’s/krachten zijn na de eerste inhoudelijke gesprekken en enquêtes aangevuld. Er volgen nog een aantal gesprekken met bewoners en organisaties. Daarom is de krachtenveldanalyse (thema analyse) al weergegeven, maar kan mogelijk nog worden aangepast. Het doel van deze analyse is om eerst een helder overzicht te krijgen van stakeholders en daarna belangen in relatie tot het project en (aanverwante) thema’s te onderzoeken. Dit vormt het uitgangspunt voor de communicatie- en procesparticipatie aanpak. In beide plannen zijn concrete voorstellen gedaan voor benadering van de verschillende stakeholders vanuit duidelijk omschreven issues vanaf een zo vroeg mogelijk stadium.
Communicatie- en participatieplan De plannen van het Coöperatieve Samenwerkingsverband en Statkraft zijn relatief eenvoudig op elkaar af te stemmen. Beider uitgangspunt is om een intensief traject te doorlopen met de omwonenden en andere stakeholders, teneinde het draagvlak en de haalbaarheid van iedere afzonderlijke locatie te kunnen bepalen. In de omgevingsdialoog worden verder zaken als het profijtplan, omgevingsfondsen etc. besproken. Statkraft’s stakeholder strategie om een omgevingstafel op te zetten – waarbij afgevaardigden van verschillende belangen met elkaar tot een gedragen plan voor een windpark komen - werd door het Coöperatieve Samenwerkingsverband omarmt. Op pagina 6 -8 van ons plan is deze strategie in detail omschreven.
3
Door een omgevingstafel zorgen we ervoor: •
dat er rust en ruimte is om na te denken over de te maken keuzes, hier onderling (tussen de belanghebbenden) van gedachten over kan worden gewisseld en er in goed overleg consensus kan worden bereikt. We verwachten dat het proces ongeveer 1,5 jaar in beslag neemt;
•
dat de omgeving een gelijkwaardige gesprekspartner is van de gezamenlijke initiatiefnemers. We werken samen toe naar oplossingen. De omgevingstafel ‘windpark Parkstad Zuid’ heeft participatieniveau ‘Meebeslissen’; Randvoorwaarde daarbij is dat het aantal turbines zich bevindt binnen de doelstelling van de gemeenten (4-8 turbines) en dat het windpark een haalbare business case heeft. Dit kan bijvoorbeeld consequenties hebben voor de benodigde omvang van de windturbines.
•
dat de keuzes die gemaakt worden door de omgeving en gezamenlijke initiatiefnemers ook inzichtelijk zijn voor de gemeenteraad en het college.
Het doel is om samen te komen tot een door de omgeving breed gedragen plan. Een goed doorlopen proces zal ook het besluitvormingsproces binnen de gemeenteraden helpen.
Aandacht voor grensoverschrijdende aspecten Voor het criterium ‘grensoverschrijdende aspecten’ zal Statkraft’s plan leidend zijn. “Het plangebied ligt op korte afstand van en grenst zelfs deels aan Duits grondgebied. Wij zijn er ons bewust van dat ook stakeholders uit Duitsland betrokken moeten worden bij de ontwikkeling van het windpark. Diverse belanghebbenden (zie bijlage 4 van Statkraft’s projectplan) hebben we inmiddels in beeld. We willen de Duitse belanghebbenden actief benaderen en in een zo vroeg mogelijk stadium zo effectief mogelijk informeren en maximaal betrekken bij de planvorming. We organiseren speciaal voor de Duitse belanghebbenden informatiebijeenkomsten. Ook willen we daar waar nodig één-opéén gesprekken plannen. De belanghebbenden van de operationele Duitse windparken willen we ook zo snel mogelijk betrekken bij de ontwikkeling. Statkraft Duitsland ondersteunt hierbij de Nederlandse initiatiefnemers. Voor de volledigheid hebben we een overzicht van mogelijke financiële participatie-instrumenten voor de Duitse omgeving als bijlage 5 van Statkraft’s projectplan toegevoegd. In hoeverre we deze instrumenten willen inzetten moet in de volgende fase en samen met de omgevingstafel besloten worden.”
4
Financiën Profijtplan Voor het gezamenlijke profijtplan is het plan van het Coöperatieve Samenwerkingsverband (donkergroene score) van toepassing. Statkraft komt daarmee in de samenwerking in ruime mate tegemoet aan het oorspronkelijke profijtplan van de coöperaties. Zie daarvoor hoofdstuk 4.1 van dat oorspronkelijke plan, inclusief bijlage 2 van het participatie- en communicatieplan. Hierbij ook een korte samenvatting, zoals ook al verwoord in hoofdstuk 4.1: “Hieronder staat een korte samenvatting van de belangrijkste uitgangspunten en elementen. Aan de voorkant hebben we een aantal stevige uitgangspunten geformuleerd. •
We willen de algemeen toegepaste gedragscodes en normen overtreffen;
•
Opbrengst-gerelateerde uitkering aan omgevingsfonds; €1,00 per opgewekte MWh, het dubbele van de NWEA gedragscode van €0,50/MWh;
•
We gaan voor 90% lokaal coöperatief eigendom en 100% coöperatief eigendom. De molens zijn dus 90% in eigendom van de omgeving;
•
Het totaal aan vergoedingen is het grootste bestanddeel van het coöperatieve dividend. “
Belangrijk om op deze plek te vermelden is, dat zowel het plan van het Coöperatieve Samenwerkingsverband als dat van Statkraft er vanuit ging dat het profijtplan in samenspraak met de omgeving tot stand komt en verder uitgewerkt wordt. Dat geldt dus nadrukkelijk ook voor dit gezamenlijke plan. Uiteraard moet de business case wel haalbaar blijven.
Lokaal eigendom In het plan van het Coöperatieve Samenwerkingsverband werd uitgegaan van 90% lokaal eigendom (60% Heerlen Duurzaam ten behoeve van 30% voor Heerlen en 30% voor Kerkrade en 30% De Omslag ten behoeve van 30% voor Simpelveld) en 10% niet-lokaal eigendom van Windunie. Door de samenwerking tussen Statkraft (25%) en het Coöperatieve Samenwerkingsverband (75%) komt het lokale eigendom tijdens de ontwikkelfase op 67,5%. Er is overeengekomen dat bij financial close het Coöperatieve Samenwerkingsverband het aandeel van 25% van Statkraft in eigendom kan overnemen tegen een afgesproken prijsmechanisme. Daarmee komt het windpark tijdens de bouw- en exploitatiefase voor 90% in lokaal eigendom. Daarmee scoort ook het gezamenlijke plan donkergroen op dit beoordelingscriterium.
5
De manier waarop het Coöperatieve Samenwerkingsverband haar deel van de projectontwikkeling financiert is te vinden in hoofdstuk 4.2 van het plan van het Coöperatieve Samenwerkingsverband. Dit blijft ook in de samenwerking met Statkraft van kracht. Statkraft financiert haar deel van de ontwikkeling over de balans, conform de eerste paragraaf van hoofdstuk 3.4 van haar plan.
Coöperatieve ontwikkeling In de ontwikkelfase hebben de burgercoöperaties zowel 67,5% van het eigendom als 67,5% van de zeggenschap. Daarmee is dit een coöperatieve ontwikkeling waarin de lokale burgercoöperaties door hun meerderheid de dienst uitmaken. Hiermee scoort dit gezamenlijke plan lichtgroen op het beoordelingscriterium coöperatieve ontwikkeling. Ook in de uitvoering van de ontwikkeling is de coöperatieve inbreng het grootst: het project wordt getrokken door een projectteam bestaande uit vertegenwoordigers van de vier partners plus REScoop Limburg. De contacten met de parkstadgemeenten lopen primair via dit projectteam. Op bestuurlijk niveau worden bestuurvertegenwoordigers van de vier contractpartijen aangesteld. De algehele projectleiding blijft in de samenwerking bij het Projectbureau van REScoop Limburg, vooral vanwege de lokale kennis, de uitvoerende ervaring en algehele expertise. De technische en financiële inhoudelijkheid wordt verder ingebracht door de beide partners: Statkraft en Windunie. De aspecten rond draagvlak en lokaal eigendom wordt vooral ingebracht door de twee lokale (energie)coöperaties.
Financiële uitvoerbaarheid Voor wat betreft de financiële uitvoerbaarheid verwijzen we naar hoofdstuk 4.3 van het plan van het Coöperatieve Samenwerkingsverband. Dit hoofdstuk had een lichtgroene score die dus ook van toepassing is op dit gezamenlijke plan. Voor wat betreft de financiering van het deel van Statkraft verwijzen we in aanvulling daarop naar de eerste paragraaf van hoofdstuk 3.4 van het Statkraftplan.
Geen grondspeculatie Voor wat betreft het beoordelingscriterium geen grondspeculatie verwijzen we naar hoofdstuk 4.4 van het plan van het Coöperatieve Samenwerkingsverband. Dit hoofdstuk had een lichtgroene score die daarom ook van toepassing is op dit gezamenlijke plan.
6
Uitvoerbaarheid Voor wat betreft het beoordelingscriterium uitvoerbaarheid verwijzen we naar hoofdstuk 4.5 van het plan van het Coöperatieve Samenwerkingsverband. Dit hoofdstuk had een donkergroene score die daarmee ook van toepassing is op dit gezamenlijke plan. Voor zover het over uitvoerbaarheid met het oog op beschikbaarheid van gronden gaat, verwijzen we voor de posities die gebaseerd zijn op het plan van Statkraft naar tabel 3.6.1 van het plan van Statkraft.
Ruimte Zoekgebieden en resultaten Het plan van Statkraft bevatte 3-4 potentiële posities voor windmolens. Het plan van het Coöperatieve Samenwerkingsverband bevatte in basis 4 potentiële windturbineposities, plus een terugvaloptie waar maximaal 2 windturbines geplaatst kunnen worden. Sommige van de posities waren opgenomen in beide plannen, anderen waren uniek. In zijn totaliteit identificeren we nu 6 potentiële gebiedjes (zie kaart op volgende pagina) met daarin 7 potentiële windturbineposities, plus een terugvaloptie waar twee windturbines zouden passen. Het Coöperatieve Samenwerkingsverband en Statkraft vinden afstemming met de omgeving van cruciaal belang. Voor de verdere invulling van de plannen zoeken we dus de interactie met de omgeving op. Door het toegenomen aantal potentiële locaties in het gecombineerde plan, is het plan robuuster geworden voor tegenvallers. Locatie A op de kaart, met daarin de ruimte voor 2 potentiële locaties, heeft de hoogste zekerheid en de minste risico’s en aandachtspunten. Daarnaast zijn er 5 onderzoekslocaties gedefinieerd (B-F). In al die gevallen zijn er serieuze risico’s en aandachtspunten aan te wijzen voor plaatsing van windturbines. In de volgende fase moeten deze risico’s en aandachtspunten verder in kaart gebracht worden.
Waarna samen met de omgevingstafel de beslissing genomen wordt, welke locaties uiteindelijk definitief tot ontwikkeling komen. Uiteraard binnen de hierboven genoemde randvoorwaarden van 4-8 windturbines en een haalbare business case. De terugvaloptie, locatie G met daarin ruimte voor maximaal 2 windturbines, komt in beeld mochten er op locatie A uiteindelijk toch onvoorzien nog struikelblokken zijn.
7
Onderstaand in tabel: CODE Zoekgebied
Benaming Quickscan Pondera
Aantal turbines
Mate van zekerheid
A
A76 oost
Zoekgebied 1C
2
Hoog
B
Beitel
Zoekgebied 5D
1
Onderzoekslocatie
C
Trilandis
Zoekgebied 4A
1
Onderzoekslocatie
D
Willem Sophia
Zoekgebied 3A
1
Onderzoekslocatie
E F
Locht Avantis Zuid
Zoekgebied 4D
1 1
Onderzoekslocatie Onderzoekslocatie
G
A76 west
Zoekgebied 1D
2
Terugvaloptie
Tabel 2: zoekgebieden
Figuur 1: kaart potentiële gebiedjes
8
Goede ruimtelijke ordening Door de nieuw ontstane samenwerking tussen het Coöperatieve Samenwerkingsverband en Statkraft zijn meer en deels overlappende windturbinelocaties in beeld gekomen – namelijk in totaal 7 onderzoekslocaties die met betrekking tot de goede ruimtelijke ordening haalbaar zijn. Dat is goed nieuws om de regionale doelstelling van 4-8 windturbines in Parkstad Zuid te realiseren. Door de samenwerking wordt de kans om de regionale doelstelling te halen groter. In de kaart (zie vorige pagina) zijn alle onderzoekslocaties in beeld gebracht. De ruimtelijke en milieutechnische analyse is in detail in beide plannen te vinden. (In Statkraft’s projectplan vanaf pagina 27 en in het projectplan van het Coöperatieve Samenwerkingsverband vanaf pagina 31) Op hoofdlijnen willen we alvast een korte uitleg geven over de aanpak van dit criterium en de vervolgstappen. Belangrijk is dat het Coöperatieve Samenwerkingsverband en Statkraft beide lichtgroen op dit onderwerp scoorden en daarmee hebben laten zien dat alle hier voorliggende onderzoekslocaties met betrekking tot de goede ruimtelijke ordening haalbaar zijn. “De kansen en belemmeringen voor windenergie hangen samen met technisch-ruimtelijke criteria die deels juridisch zijn vastgelegd. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld provinciale verordeningen, het handboek risicozonering of de handreiking milieuzonering.
In deze fase van het project hebben we vooral gekeken of we verwachten dat we kunnen voldoen aan wet- en regelgeving. In een latere fase onderbouwen wij deze verwachtingen met berekeningen en vervolgonderzoek. Ook kijken we dan samen met de stakeholders hoe het plan maximaal aanvaardbaar voor de omgeving kan worden gerealiseerd.”
Landschap Het Coöperatieve Samenwerkingsverband en Statkraft hebben beiden een landschappelijke analyse laten uitvoeren door respectievelijk Bureau Verbeek en Oog voor Schoonheid Landschapsarchitectuur (OVSL). Deels trokken deze bureaus gelijksoortige conclusies, op andere vlakken vullen ze elkaar aan.
Landschap niveau 1: samenhangend regionaal totaalconcept Beide plannen gingen uit van aansluiting bij de cultuurhistorische waarden in het gebied dat gevormd is door de winning van steenkool. Dit oude energielandschap wordt met de komst van de windturbines omgezet naar een nieuw energielandschap. De windturbines symboliseren in feite dat de regio de omslag aan het maken is van fossiele brandstoffen (steenkool, symbool uit het verleden) naar duurzame energieproductie (wind- en zonne-energie, symbolen van de toekomst). Ook voor dit gezamenlijke plan geldt dat dus nadrukkelijk.
9
Daarnaast wordt door de plaatsing van de windturbines de overgang tussen stedelijk gebied en het Nationaal Landschap Zuid-Limburg gemarkeerd. Iets wat ook in beide plannen een belangrijke rol speelt en ook voor dit gezamenlijk plan nog steeds uitgangspunt is. Tot slot wordt aangesloten bij het concept uit het plan van het Coöperatieve Samenwerkingsverband waarin de windturbines in Parkstad nadrukkelijk aan de aanwezige industrieterreinen gekoppeld worden. Dat vertaalt zich er in doordat we er op in zetten om niet ten westen van de A76, in het heuvellandschap, te bouwen en doordat er op verschillende industrieterreinen (Avantis, Trilandis, de Beitel en Willem Sophia) windturbinelocaties onderzocht worden. Ondanks dat de windturbines op de Beitel en Willem Sophia wat verder weg gelegen zijn van die op Trilandis en Avantis, is er zo toch een samenhangend regionaal totaalconcept mogelijk. De beide oorspronkelijke plannen scoorden donkergroen op dit aspect en omdat we de concepten die daarin geïntroduceerd worden overnemen, denken we ook met dit gezamenlijke plan deze score te behalen.
Landschap niveau 2: opstelling windturbines Het Statkraft plan ging uit van zwermen van clusters: “De keuze om een opstelling los van de al bestaande opstellingen te creëren is een bewuste. De bestaande opstellingen kennen namelijk hun eigen vormentaal (Duitse turbines zijn bijvoorbeeld altijd van rode banden voorzien, Nederlandse niet), maar ook hun eigen exploitatietermijn. Die termijn is al deels verstreken, zeker die van de negen middelgrote turbines ten zuiden van Bocholtz. Het zou onverstandig zijn om nu een concept te ontwikkelen waarbij de Duitse turbines worden beschouwd als een statisch gegeven. Het concept ‘zwerm van clusters’ is zodanig dat het ook bij het saneren of opschalen van de bestaande turbines in Duitsland overeind blijft en zelfs ook voor die sanering of opschaling als ‘Leitmotiv’ kan worden gebruikt. Het concept ‘zwerm van clusters’ is in die zin uitbreidbaar als er nieuwe (min of meer belemmeringsvrije) zoekgebieden voor windenergie worden toegevoegd aan de huidige. Aan de Nederlandse kant van de grens lijkt het erop dat die kans zeer gering is, maar wellicht dat er aan de Duitse zijde van de grens meer ontwikkelruimte is. Dit is op dit moment nog niet nader onderzocht. Nieuwe turbines binnen één of meerdere van de zoekgebieden zullen vanaf grote afstand zichtbaar zijn.
Doordat zij echter in de nabijheid van al bestaande turbines worden ontwikkeld, is de impact op het landschap ter plekke beperkt (de eerste turbine springt het meest in het oog, de turbines die daarna volgen minder).” We sluiten in dit plan aan bij deze filosofie, waarmee we komen tot een donkergroene score. Plaatsing van windturbines in de gebieden A, C, E, F en G vallen onder dit concept en vormen dan
10
zo’n cluster. Daarbij wordt conform het Statkraftplan gebruik gemaakt van min of meer vrije opstellingen. Naast deze locaties onderzoeken we ook in gebieden B en D plaatsing van windturbines. Zowel in B als in D is ruimte voor maximaal 1 windturbine. Mede op basis van de interactie met de omgeving en de nadere inventarisering van de risico’s en aandachtspunten voor deze locaties, moet uiteindelijk een afweging gemaakt worden welke locaties daadwerkelijk tot ontwikkeling komen. Mochten B en D hieruit naar voren komen, dan leunen we sterker op het samenhangend regionaal totaalconcept dat onder landschap niveau 1 beschreven is, waarbij windenergie en industrieterreinen consequent gekoppeld worden. Dat zou eventueel betekenen dat dit criterium een lichtgroene score laat zien.
Landschap niveau 3: opstelling windturbines Voor dit beoordelingscriterium sluiten we grotendeels aan bij het plan van Statkraft (donkergroen) en nemen we de volgende tekst op: Door te kiezen voor gelijke turbines (met afwijkende dimensies ten opzichte van de bestaande) ontstaat meer eenheid binnen de opstelling, los van de aard van die opstelling. In de quickscan is uitgegaan van een bandbreedte van turbines met 130 meter ashoogte en 130 meter rotordiameter aan de onderkant en turbines met 160 meter ashoogte en 160 meter rotordiameter aan de bovenkant. Dit leidt tot een rustig en eenduidig totaalbeeld van zowel elke turbine afzonderlijk als de opstelling in zijn geheel. Bovendien is het zo dat grotere rotorbladen rustiger draaien dan kleinere (zij kennen een relatief grote visuele rust). Over de uiteindelijke omvang van de turbines zal in samenspraak met de omgeving besloten worden. Daarbij geldt een haalbare business case als kader, wat kan leiden tot de noodzaak van grotere windturbines dan hierboven genoemd.
Landschap niveau 4: zorgvuldige inpassing van de windturbines in de omgeving met oog voor detail en ruimte Voor dit beoordelingscriterium sluiten we aan bij het plan van het Coöperatieve Samenwerkingsverband (donkergroen). Daarin is per locatie aandacht voor inpassing in het ontvangende landschap. Zie bijlage 4, pagina 74 t/m 77. Ook voor de uiteindelijke locaties waarvoor zo’n analyse nog niet is uitgevoerd, zal een dergelijke inpassing in het ontvangende landschap verzorgd worden.
11
We hopen dat we met dit plan op hoofdlijnen, op basis van de onderliggende plannen, een goede onderbouwing hebben kunnen geven voor de wijze waarop wij de ontwikkeling van windenergie in Parkstad-Zuid voor ons zien. Onze belangrijkste gezamenlijke uitgangspunt is om het samen met de omgeving te doen en te zorgen dat de revenuen maximaal in de omgeving landen. Wij denken dat dat met dit gezamenlijke plan gelukt is.
Met vriendelijke groet,
Het Coöperatieve Samenwerkingsverband en Statkraft
Coöperatie Heerlen Duurzaam
Energie coöperatie De Omslag
CBaltus
WCr
Chris Baltus
Wim Cranen
Voorzitter
Voorzitter
Windunie Development BV
Statkraft Markets BV
Axel Posthumus
N.J.M. van der Linden
Axel Posthumus
Niels van der Linden
Directeur
VP Wind & Zon Nederland
14
CBaltus
Signature: CBaltus (Nov 24, 2021 11:30 GMT+1) Email: chris.baltus@home.nl Signature: Email: voorzitter@deomslag.org
Posthumus Signature: Axel Axel Posthumus (Nov 24, 2021 12:17 GMT+1) Email: axel.posthumus@windunie.nl Signature: Niels van der Linden (Nov 24, 2021 12:33 GMT+1) Email: niels.van.der.linden@statkraft.com