VII-23 Bijlage 3 Begroting 2023 en meerjarenraming 2023-2026.pdf
Tekst van het document
Begroting 2023 Meerjarenraming 2023-2026 concept
Voorlopige vaststelling in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 30 maart 2022. Voor te leggen aan de raden van de deelnemende gemeenten en het Algemeen Bestuur van het Waterschap Limburg per 31 maart 2022. Definitief vast te stellen in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 7 juli 2022. Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
2
Inhoudsopgave
A. Inleiding ........................................................................................................................... 4 1. Algemeen ...................................................................................................................... 4 2. Het Gegevenshuis, missie en visie ................................................................................ 4 3. De organisatie................................................................................................................ 5 4. Ontwikkelingen .............................................................................................................. 5 B. Beheer van Het Gegevenshuis....................................................................................... 7 Taakvelden ingevolge het nieuwe BBV .............................................................................. 7 Controle en verantwoording ............................................................................................... 7 C. Financieel ........................................................................................................................ 8 1. De begroting 2023 .........................................................................................................
8 1.1 Toelichting lasten begroting 2022 ...............................................................................10 1.2 Toelichting baten begroting 2023 ................................................................................13 2. De meerjarenraming 2023-2026 ...................................................................................15 2.1 Specificatie lasten meerjarenraming 2023-2026..........................................................16 2.2 Specificatie baten meerjarenraming 2023-2026 ..........................................................17 3. Overzicht van baten en lasten, totaal en verdeeld naar de taakvelden ..........................18 4. Incidentele en structurele lasten en baten .....................................................................20 5. Bestaand en nieuw beleid .............................................................................................20 6. Reserves ......................................................................................................................20 7. Risico’s .........................................................................................................................20 D. Verplichte paragrafen ....................................................................................................21 Ad 1.
Lokale heffingen ......................................................................................................21 Ad 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing ..............................................................21 Ad 3. Onderhoud kapitaalgoederen ..................................................................................25 Ad 4. Financiering .............................................................................................................25 Ad 5. Bedrijfsvoering .........................................................................................................32 Ad 6. Verbonden partijen ..................................................................................................32 Ad 7.
Grondbeleid ................................................................................................................32 Bijlage A ...............................................................................................................................33 Bijlage B ...............................................................................................................................37 Bijlage C ...............................................................................................................................38 Lijst afkortingen ....................................................................................................................40
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
3
A. Inleiding 1. Algemeen Op basis van de ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden en de rekening 2021 kon de begrotingswijziging 2022 worden opgemaakt en ligt deze samen met deze begroting 2023 en meerjarenraming voor. Ingevolge de Wet gemeenschappelijke regelingen, dient vóór 15 april de ontwerpbegroting voor het volgend jaar door het Dagelijks Bestuur aan de Gemeenteraden van de deelnemende gemeenten en het Algemeen Bestuur van het Waterschap Limburg te worden voorgelegd. De raden van de deelnemende gemeenten en het Algemeen Bestuur van het Waterschap kunnen hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het Algemeen Bestuur kan na ommekomst van acht weken na verzending van de ontwerpbegroting aan de Gemeenteraden van de deelnemende gemeenten en het Algemeen Bestuur van het Waterschap de begroting vaststellen. Binnen 2 weken na vaststelling door het Algemeen Bestuur, maar in ieder geval voor 1 augustus, dient het Dagelijks Bestuur de begroting te sturen aan Gedeputeerde Staten. Er is bij deze uitvoeringsorganisatie geen sprake van verschillende programma’s die verschillende maatschappelijke, economische, sociale of culturele effecten beogen. De sturing op dit soort programma’s berust bij de deelnemers.
Het Gegevenshuis levert een bijdrage aan de verantwoordelijken voor programma’s bij de deelnemers in de vorm van wettelijke uitvoeringstaken of het leveren van geo-data. Volgens het nieuwe BBV dienen de geraamde lasten en baten te worden gerubriceerd volgens de taakveldindeling. Voor Het Gegevenshuis onderscheiden we thans de volgende taakgebieden: 040 210 570 720 810 830
Overhead Verkeer en vervoer (databeheer grijs) Openbaar groen (databeheer groen) Riolering (databeheer statische rioolgegevens) Ruimtelijke ordening (beheer BGT) Wonen en bouwen (beheer BAG)
2. Het Gegevenshuis, missie en visie Het Gegevenshuis ontzorgt (lokale) overheden op het gebied van het opzetten en het beheren van object- en ruimtegerelateerde (Basis-)registraties en geometrie, alsmede het daarmee samenhangende beeldmateriaal. Hiermee kunnen (lokale) overheden voldoen aan wettelijke verplichtingen op dit gebied en kunnen dienstverlening en bedrijfsvoering kwalitatief hoogwaardig en kosteneffectief worden uitgevoerd. Het Gegevenshuis is door de opdrachtgevende overheden tevens opgericht om innovatie in technologieën te vertalen naar de toepassing van object- en ruimtegerelateerde data in het publieke domein, waardoor Het Gegevenshuis een substantiële bijdrage kan leveren aan het imago van de regio en de regionale (economische) ontwikkelingen en bijbehorende werkgelegenheid. Als openbaar lichaam fungeert Het Gegevenshuis als shared service centre in het publieke domein en ligt de focus om continu te innoveren, de dienstverlening te verbeteren en lasten te reduceren. Het Gegevenshuis is een kwalitatief hoogwaardige en innovatieve uitvoeringsorganisatie die werkt op basis van dienstverleningsovereenkomsten met bijbehorende productbladen met duidelijk gedefinieerde kwaliteiten en kwantiteiten.
Het onderscheidend vermogen van Het Gegevenshuis zit enerzijds in de integrale benadering van (basis)registraties in administratieve en geometrische zin en waar mogelijk en relevant bij te dragen aan datagestuurd beleid, - uitvoering en – dienstverlening door de deelnemers, anderzijds in het vermogen om nieuwe ontwikkelingen, nieuwe technologieën, nieuwe bedrijfs-voeringconcepten van lagere overheden en nieuwe vormen van (publieke) dienstverlening toepasbaar aan te bieden (uiteraard via de gemeentelijke portal). Nieuwe producten, nieuwe diensten en nieuwe afnemers vloeien hieruit voort. Voor alles geldt dat de levering van producten en diensten de marktconformiteitstoets moet doorstaan. Het Gegevenshuis fungeert als ware het een profit-organisatie, solide en betrouwbaar. Hierbij staat evenwel de status, verplichtingen en (wettelijke) verantwoording als openbaar lichaam voorop.
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
4
3. De organisatie Per 1 juli 2015 hebben de gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal de gebiedsonafhankelijke gemeenschappelijke regeling opgericht en per die datum werden alle rechten, plichten, goederen en personeel overgenomen van de GBRD/BAG-Geo, onderdeel van de Stadsregio Parkstad Limburg. Per 1 januari 2016 is de gemeente Schinnen toegetreden, per 1 januari 2017 het Waterschap Limburg en per 1 januari 2018 de gemeente Eijsden-Margraten. Per 1 januari 2019 is de gemeente Vaals toegetreden en als gevolg van de gemeentelijke herindeling de gemeente Beekdaelen. Per 1 april 2020 is de gemeente Sittard-Geleen toegetreden. Het Algemeen Bestuur van Het Gegevenshuis wordt gevormd door de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten en het Waterschap Limburg. Het aantal stemmen is gerelateerd aan de bijdrage aan Het Gegevenshuis en de bijdrage is gebaseerd op de afname van producten en diensten. Hiertoe wordt jaarlijks een dienstverleningsovereenkomst met iedere deelnemer apart afgesloten met daarbij behorende productbladen waarin per product de te leveren kwaliteiten, doorlooptijden en lasten zijn bepaald. Het aantal stemmen per deelnemer is terug te vinden in de bijlage.
Het Gegevenshuis is dan ook een typische uitvoeringsorganisatie, waarbij de deelnemers de rol van opdrachtgever en Het Gegevenshuis de rol van opdrachtnemer vervult. Behoudens de uitvoering van de BGT staat het de deelnemers vrij om de soort en omvang van de af te nemen producten te bepalen. Het Dagelijks Bestuur informeert het Algemeen Bestuur jaarlijks over de voortgang en legt verantwoording af over de bestede middelen. De directeur van Het Gegevenshuis is onder verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur belast met De leiding van de uitvoeringsorganisatie en met de zorg over de juiste taakvervulling. Er zijn twee afdelingshoofden die voor de operationele sturing zorgen. Ondersteunende functies op het gebied van de PIOFAH-taken zijn voor een belangrijk deel belegd bij de deelnemende gemeente dan wel worden op ad hoc basis ingehuurd. Voor financiën, informatiemanagement en privacy zijn 1,8 fte in eigen dienst. Daar waar bedrijfsvoeringstaken zijn uitbesteed, hebben deze medewerkers een regierol. Op het gebied van financiën, privacy, beveiliging, informatiemanagement en archivering is professionalisering verankerd via kwaliteitsmanagementsystemen. Het Gegevenshuis is ISO 9001 en ISO 270001 gecertificeerd.
4. Ontwikkelingen Algemeen m.b.t. huidige werkzaamheden Het coronavirus heeft Het Gegevens gedwongen tot versnelde invoering van virtuele werkplekken met mobiele devices. Technische belemmeringen om met name virtuele CAD-werkplekken te kunnen gebruiken konden in 2021 worden opgelost. En begin 2022 heeft iedere medewerking de beschikking gekregen over mobiele devices waardoor een eind kon worden gemaakt aan de onwenselijke situatie dat medewerkers (bij gedwongen thuiswerken) hun privé devices moesten gebruiken. Daarmee kan Het Gegevenshuis ook in structurele zin invulling geven aan het nieuwe werken en begin 2022 is dan ook de regeling hybride werken ingevoerd. Los van coronasituaties kunnen medewerkers dan in de basis zelf de plaats kiezen waar ze wensen te werken. Natuurlijk gelden er beperkingen als het dienstbelang dit vraagt en gemiddeld genomen dienen medewerkers voor de helft van hun dienstverband de arbeid vanuit het kantoor van Het Gegevenshuis te verrichten. Samenhangende objectenregistratie BsGW heeft in 2021 Bureau Berenschot opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de organisatie/ positionering van de samenhangende objectenregistratie (SOR). Dit onderzoek is evenwel on hold gesteld omdat op landelijk niveau tussen VNG en Ministerie van Binnenlandse zaken onenigheid is over de gouvernance en de financiering van de invoering van de SOR.
Inhoudelijk wordt er wel doorgewerkt aan de totstandkoming ervan en dus is ook doorgewerkt samen met BsGW om te komen tot een regieportaal als voorloper op de SOR. Verwacht wordt dat dit portaal in de eerste helft van 2022 in gebruik kan worden genomen.
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
5
Strategische pijler groei Groei blijft één van de pijlers van de strategische agenda. Groei dient verantwoord te zijn. Het uitgangspunt is en blijft dat de overeengekomen dienstverlening met de huidige deelnemers nimmer in het gedrang mag komen. Groei wordt nagestreefd door primair nieuwe toetreders en secundair uitbreiding van producten en diensten bij de huidige deelnemers. Voor 2022 en volgende jaren is de opdracht om acquisitie te doen bij deelnemers ten noorden van Sittard-Geleen en binnen de grenzen van Limburg. Daarbij wordt aangetekend dat door de coronamaatregelen het in de praktijk heel lastig is om acquisitie te voeren. Hoewel gerichte acquisitie pas kan worden opgepakt als de coronamaatregelen zijn opgeheven, hebben er wel in 2021 acquisitiegesprekken plaatsgevonden en overwegen bij de opmaak van dit document twee gemeenten toetreding tot Het Gegevenshuis aan hun bestuur voor te leggen. Uitbreiding van producten en diensten bij de huidige deelnemers vindt nog op relatief kleine schaal plaats, zoals voor 2022 de afname van grijs- en groendatabeheer door de gemeente Simpelveld. Strategische pijler innovatie Op het gebied van innovatie is in 2021 verder gewerkt aan een eigen BOR-applicatie en aan het kunnen voldoen aan de eisen op gebied van ISO 27.001. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn de beveiliging van gegevens en het kunnen waarborgen van de continuïteit.
In 2022 wordt verwacht dat de afronding inclusief riool gereed is en dat het contract met de huidige leverancier eind 2022 kan worden opgezegd. De deelnemers die nu reeds voor grijs en groen gebruik maken van de applicatie zijn in ieder geval enthousiast. Een in 2021 opgerichte projectgroep is aan de slag gegaan met driedimensionale gegevens die in een digital twin (een digitale tweeling van de werkelijkheid) moeten landen. In het project wordt niet uitsluitend gekeken hoe een digital twin kan worden gebouwd, maar wordt vooral bekeken hoe de processen van inwinnen, beheren en levering van data moeten worden ingericht op een zodanige wijze dat een digital twin steeds dezelfde actualiteit heeft als thans de basisregistraties. In het tweede kwartaal 2022 is gepland dat dan met de deelnemers vanuit alle (gemeentelijke) domeinen de verkenning plaats zal vinden of en hoe een digital twin in te zetten is en meerwaarde kan bieden voor het beleid, de uitvoering en de dienstverlening. Meer specifiek zal onderzocht worden wat de meerwaarde is om een digital twin in te zetten bij grote projecten als herstructurering van wijken of circulaire bouw. Het gebruik van geodata in de diverse domeinen zal in 2022 verder worden opgepakt en uitgebreid, samen met de (beleids)verantwoordelijke medewerkers van de deelnemers. Primair staat het sociaal domein en openbare orde en veiligheid gepland.
Voor grensoverschrijdende beleids- en uitvoeringstaken wordt onderzocht in hoeverre samenwerking met de stad Aken mogelijkheden biedt. En tenslotte zullen ook verdere stappen worden gezet richting samenhangende objectenregistratie via het regioportaal samen met BsGW en gaat Het Gegevenshuis mutatiedetectie herinrichten van project naar proces vanuit een integrale benadering als voorzien in de SOR. De gevolgen voor de organisatie Uitvoering van de strategische agenda kost tijd (formatieruimte). Door de omvang van de organisatie is hiervoor niet apart formatie geraamd. In de praktijk betekent dit behalve inspanningen van de directeur en de afdelingshoofden dat ook seniormedewerkers van de vakgebieden en op het gebied van ICT substantieel worden betrokken bij groei- en innovatie. Dit betekent dat een toch redelijk aantal productief geraamde uren opgaan in de diverse dossiers, waardoor externe inhuur op onderdelen nodig is. Vanaf de begroting van 2019 zijn hiervoor structurele middelen geraamd. De jaarcijfers laten zien dat deze inhuur de laatste jaren minder is dan in 2019 en 2020. Hoewel deze cijfers sterk beïnvloed zijn door corona, wordt een neerwaartse bijstelling van de post inhuur in verband met uitvoering strategische agenda van € 63.156 naar € 37.831 verantwoord geacht.
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
6
B. Beheer van Het Gegevenshuis Taakvelden ingevolge het nieuwe BBV De begroting van Het Gegevenshuis wordt in feite bepaald door de optelsom van de gesloten dienstverleningsovereenkomsten met bijbehorende productbladen. Hierin staat wat Het Gegevenshuis moet bereiken in elk begrotingsjaar van welke kwaliteit en met welke doorlooptijden en hiervoor stellen de deelnemers de middelen beschikbaar op basis van een transparante voorcalculatie. Wat dan nog rest is de strategische agenda van Het Gegevenshuis die rust op de pijlers groei en innovatie. In de inleiding zijn de ontwikkelingen in dit kader opgenomen. Als deze ontwikkelingen tot positieve besluitvorming leiden, krijgen deze ook weer hun vertaling in de dienstverleningsovereenkomsten en bijbehorende productbladen en volgt de structurele beheersituatie. Bij Het Gegevenshuis is sprake van een hoofdtaak: het beheren van geo-data van object- en ruimtegerelateerde (basis)registraties. Het uitvoeren van deze taken vloeit voort uit de wettelijke verplichtingen binnen het stelsel van basisregistraties (b.v. BAG, BGT, Wkpb) dan wel uit het ondersteunen van beleid, uitvoering en publieke dienstverlening bij overheidstaken, zoals grijs, groen en riool. De BAG en de BGT zijn één op één te koppelen aan taakvelden, maar dat geldt niet voor alle basisregistraties.
Het geo-databeheer is volgens de beschrijvingen te koppelen aan het taakveld 040 Overhead. Dit betekent dan ook dat alle uitvoeringstaken die Het Gegevenshuis behartigt en niet rechtstreeks aan een taakveld te koppelen zijn, worden ondergebracht in het taakveld 040. De begroting kent de volgende taakvelden: 040 210 570 720 810 830
Overhead Verkeer en vervoer (databeheer grijs) Openbaar groen (databeheer groen) Riolering (databeheer statische rioolgegevens) Ruimtelijke ordening (beheer BGT) Wonen en bouwen (beheer BAG)
Voor de uitvoering van deze taken worden 3 hoofdactiviteiten onderscheiden: het inwinnen, het beheren en het uitleveren/informeren. Kernkwaliteit van Het Gegevenshuis is de integrale benadering van deze hoofdactiviteiten. Als een landmeter een gebied, gebouw of objecten gaat inmeten of als er sprake is van een bouwvergunning, dan is die inwinning zodanig opgezet dat meteen de data voor alle (basis-)registraties beschikbaar komen. Dit is uiteraard efficiënt, maar belangrijk is dat met deze kernkwaliteit tevens de belangrijke uitgangspunten gerealiseerd kunnen worden: actuele, juiste en volledige geo-data in de bestanden. De kans dat in 2 (basis-)registraties verschillende data voorkomen (toch een behoorlijk probleem in Nederland) wordt hiermee sterk gereduceerd. Met het toewerken naar een integrale objectenregistratie zet Het Gegevenshuis sterk in op uniforme en actuele data in alle registraties. Voor wat betreft het betrekken van de WOZ wordt nauw samengewerkt met BsGW en via het in 2022 in te voeren regieportal stappen richting de SOR gezet.
Controle en verantwoording Zoals eerder aangegeven, vormen de dienstverleningsovereenkomsten en bijbehorende productbladen de kern van de relatie opdrachtgever – opdrachtnemer. Deze kern heeft alleen maar zin als opdrachtnemer periodiek en transparant over de overeengekomen prestaties en aantallen rapporteert. De inhoud en wijze van rapporteren is samen met de contractmanagers verder uitgewerkt. Hierbij stond centraal de vraag wat aan informatie en verantwoording nodig is om de opdrachtgever regie te kunnen laten uitvoeren over Het Gegevenshuis. Dan gaat het over de prestaties als overeengekomen in de productbladen, maar ook over de hiervoor benodigde middelen in begroting en rekening. De stelselmatige ontwikkeling van kengetallen maakt daar deel van uit. De hiervoor bedoelde verantwoording vindt plaats via de kwartaalrapportages. In 2018 werden vooral de nieuwe producten en diensten in overleg met de contractmanagers verder uitgewerkt in productbladen. Eind 2019 zijn de dienstverleningsovereenkomsten en de productbladen in overleg met de contractmanagers geactualiseerd en in 2020 zijn deze bestuurlijk vastgesteld. Afgesproken is om deze dienstverleningsovereenkomsten en de productbladen twee keer per jaar met de contractmanagers te evalueren en te actualiseren.
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
7
C. Financieel Algemeen De begroting 2023 is gebaseerd op de feitelijke situatie bij de opmaak ervan en borduurt dan ook voor op de bijgestelde begroting 2022 die samen met deze begroting in het proces van besluitvorming is gebracht. Dit uiteraard voor zover deze situatie van structurele aard is. Voor een organisatie als Het Gegevenshuis die zo sterk in ontwikkeling is, kan het zijn dat alvorens het jaar 2023 van start gaat dat de feitelijke situatie weer heel anders is door besluitvorming inzake toetreding van nieuwe deelnemers of inzake uitbreiding van producten en diensten bij de huidige deelnemers. Maar bij de opmaak van deze begroting kunnen we alleen die aspecten meenemen waarover ook feitelijke besluitvorming heeft plaatsgevonden.
1. De begroting 2023 De begroting 2023 is gebaseerd op voorcalculatie op basis van de feitelijke situatie met daaraan toegevoegd de ontwikkeling die tot bijstelling van de begroting 2022 hebben geleid en een structureel karakter hebben. De belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de bijgestelde begroting 2022 betreffen: - Salarissen: in 2022 is als gevolg van de CAO 2021-2022 een eenmalige uitkering verstrekt, waarvoor de post eenmalig evenredig is verhoogd in 2022. Hiervoor kon de daarvoor speciaal bestemde reserve worden aangewend. Het is uiteraard afhankelijk van een nieuw CAO-akkoord voor 2023 en volgende jaren om te beoordelen of de gehanteerde index voldoende zal zijn. - De externe inhuur is lager dan de bijgestelde begroting 2022. Dit heeft enerzijds te maken met het feit dat er minder inhuur nodig zal zijn voor een opdracht met een incidenteel karakter voor de gemeente Simpelveld (waardoor aan de batenkant de bijdrage van Simpelveld evenredig daalt) en anderzijds met de neerwaartse bijstelling van de post inhuur derden in verband met uitvoering strategische agenda. Dat laatste is gebaseerd op de resultaten van de twee voorafgaande jaren. Daarbij moet worden opgemerkt dat deze wel sterk beïnvloed werden door corona. - De aanwending van de reserve ICT loopt geheel conform planning terug.
Indexering volgens het laatst bekende indexcijfer Prijs Bruto Binnenlands Product In de begroting is rekening gehouden met een indexering van 1,8%. Op verzoek van het Algemeen Bestuur is net als voorgaande jaren een actueel indexcijfer gehanteerd, zoals gemeenten dit ook doen. Hierbij is gekozen voor het indexcijfer behorende bij Prijs Bruto Binnenlands Product. Bij de opmaak van deze begroting en meerjarenraming was het laatst bekende cijfer van de maand november 2021: 1,8% (https://www.cpb.nl/macro-economische-verkenning-mev-2022)
Begroting
2021 jaarrekening
2023
2022 bijgesteld
Lasten Personeel, PIOFAH, Software, Inhuur
€
3.981.283
€
4.394.277
€
4.307.380
Totaal
€
3.981.283
€
4.394.277
€
4.307.380
Bijdragen deelnemers
€
4.075.271
€
4.125.319
€
4.177.280
Bijdragen derden
€
40.017
€
39.767
€
40.111
Subsidie Provincie informatiecentrum mijnbouw
€
70.809
€
80.000
€
80.000
Baten
Totaal
€
4.186.097
€
4.245.086
€
4.297.391
Geraamd totaal saldo van baten en lasten
€
204.814
€
-149.191
€
-9.988
Aanwenden reserve ICT
€
47.736
€
40.256
€
9.988
€
8.992
€
261.542
Aanwenden reserve innovatie Aanwenden reserve gevolgen CAO-akkoord 2021-2022 Gerealiseerd of geraamd resultaat
-
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
€ €
108.935 0
€
0
8
Wat betreft de incidentele baten en lasten hebben we in 2023 te maken met de inhuur expertise na-ijlende effecten steenkolenwinning in het kader van het informatiecentrum mijnbouw en de subsidie van de Provincie die hier tegenover staat. Daarnaast is inhuur derden voor de productie voor € 15.730 incidenteel omdat dit het aanwenden van de flexibele schil is voor een incidentele opdracht van de gemeente Simpelveld voor actualiseren en opwerken van bestanden waar geheel evenredig baten van deze gemeente tegenover staan. Verder wordt de aanwending reserve ICT als incidenteel gezien met de afschrijvingen die daarbij horen.
Incidentele lasten en baten Lasten Eenmalige uitkering CAO 2021-2022 Inhuur expertise na-ijlende effecten steenkolenwinning en ondersteuning informatiecentrum mijnbouw Afschrijvingen Inhuur productie regulier voor incidentele opdracht Totaal Baten Subsidie Provincie informatiecentrum mijnbouw Vergoeding Simpelveld voor incidentele opdracht Totaal Saldo incidentele baten en lasten Aanwenden reserve ICT Bestemmingsreserve 'gevolgen CAO-akkoord 2021-2022' Structureel en reëel evenwicht
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
2022 bijgesteld
2023
€ 108.935
€0
€ 80.000
€ 80.000
€ 40.256 € 37.600 € 266.791
€ 9.988 € 15.730 € 105.718
€ 80.000 € 37.600 € 117.600 -€ 149.191 € 40.256 € 108.935 €0
€ 80.000 € 15.730 € 95.730 -€ 9.988 € 9.988 €0 €0
9
1.1
Toelichting lasten begroting 2023
Lasten Het Gegevenshuis
2022 bijgesteld
2023
Salarissen totaal Vorming opleiding
€ 2.980.769
€ 2.950.674
€
70.000
€
71.260
Wagenpark/reiskosten
€
40.137
€
40.860
Overige personeelskosten
€
23.214
€
23.632
Arbo-verstrekkingen personeel
€
3.118
€
3.174
Kosten medezeggenschap
€
7.795
€
7.935
Totaal personeel
€ 3.125.033
€ 3.097.535
€
503.497 13.018
Personeel
Ondersteuning bedrijfsvoering Huisvesting, facilitaire diensten, ICT/KA
€
494.594
Applicaties bedrijfsvoering
€
12.788
€
Afschrijving zaaksysteem
€
-
€
-
Facilities, randapparatuur buiten contracten
€
30.000
€
30.540
Totaal bedrijfsvoering
€
537.382
€
547.055
Licentiekosten bedrijfsapplicaties Afschrijvingen
€
316.740
€
322.441
€
40.256
€
9.988
Stelpost innovatie
€
38.565
€
39.259
Totaal software
€
395.562
€
371.688
Productie (regulier)
€
65.000
€
45.000
Productie (privacy en informatie)
€
10.000
€
8.000
Inhuur ivm uitvoering strategische agenda Inhuur BAG-BOR-BGT-Riool (onder meer extra werk als gevolg van meldingen waarderen naar gebruiksoppervlakte)
€
63.156
€
37.831
€
-
€
-
Inhuur expertise na-ijleffecten (incidenteel)
€
80.000
€
80.000
Accountant
€
16.629
€
16.928
P&O/Boekhouding
€
56.605
€
57.624
Archivering
€
9.000
€
9.162
Totaal inhuur derden
€
300.390
€
254.545
Onvoorzien
€
35.910
€
36.556
Totaal
€ 4.394.277
Software
Inhuur derden
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
€ 4.307.380
10
Personeel Lasten Het Gegevenshuis
2021 jaarrekening
2022 bijgesteld
2023
€ 2.492.733 € 67.993 € 38.647 € 30.972 € 592 € 6.262 € 2.637.199
€ 2.980.769 € 70.000 € 40.137 € 23.214 € 3.118 € 7.795 € 3.125.033
€ 2.950.674 € 71.260 € 40.860 € 23.632 € 3.174 € 7.935 € 3.097.535
Personeel Salarissen totaal Vorming opleiding Wagenpark/reiskosten Overige personeelskosten Arbo-verstrekkingen personeel Kosten medezeggenschap Totaal personeel
De lasten voor het personeel zijn gebaseerd op het daadwerkelijke salaris dat de medewerkers ontvangen. Er wordt dus niet begroot op schaalmaximum of maximum-1, maar op het feitelijk salaris per medewerker. In bovenstaand overzicht zijn de gevolgen daar waar aan de orde de periodieke verhogingen in 2023 verwerkt. Verder is de indexering conform bruto binnenlands product meegenomen. De indexering is ook in het meerjarenperspectief mee berekend. Bij de post salaris zien we in de werkelijkheid in de jaarrekening(en) een beduidend lagere besteding dan begroot. Dit heeft ermee te maken dat formatieruimte waarop de post salarissen is gebaseerd deels wordt ingevuld met detacheringen van personeel van de deelnemers, trainees of andere inhuur. In de jaarrekening komen deze lasten dan terecht op de post inhuur derden. De lasten voor vorming en opleiding en overige personeelskosten zijn bij de bijgestelde begroting 2022 neerwaarts bijgesteld op basis van de feitelijke cijfers uit de jaarrekening. Voor 2023 is dit doorgetrokken met indexering. Ten opzichte van de bijgestelde begroting 2022 kunnen de lasten voor het wagenpark in 2023 worden doorgetrokken, rekening houdende met de indexering. Bij de overige personeelskosten gaat het in hoofdzaak om de lasten die samenhangen met de werkkostenregeling.
Deze landelijk geldende regeling bepaalt dat maximaal 1,18% van het totale fiscale loon belastingvrij kan worden ingezet voor vergoedingen aan medewerkers, zoals bijdrage vakbondscontributie, kerstpakketten, afdelingsuitstapjes, etentjes e.d. In de coronajaren 2020 en 2021 heeft een tijdelijke verhoging van de werkkostenregeling plaatsgevonden, maar deze is per 2022 weer teruggedraaid. Arbo-verstrekkingen personeel heeft te maken met verstrekkingen voor bijvoorbeeld een computerbril voor het personeel. In de post kosten medezeggenschap worden lasten begroot voor de ondernemingsraad en het lokaal overleg, zoals training en opleiding. De lasten voor deze twee posten zijn eveneens doorgetrokken, rekening houdende met de indexering.
Ondersteuning bedrijfsvoering Lasten Het Gegevenshuis
2021 jaarrekening
2022 bijgesteld
2023
Ondersteuning bedrijfsvoering Huisvesting, facilitaire diensten, ICT/KA
€
476.230
€
494.594
€
503.497
Applicaties bedrijfsvoering
€
31.234
€
12.788
€
13.018
Facilities, randapparatuur buiten contracten
€
5.828
€
30.000
€
30.540
Totaal bedrijfsvoering
€
513.292
€
537.382
€
547.055
Huisvesting, facilities, ICT/KA Deze post betreft de huur van het kantoorpand en alle uitbestede facilitaire diensten aan de gemeente Landgraaf en de ondersteuning op het gebied van ICT-kantoorautomatisering door Parkstad IT. Hier zijn verder, behalve indexering geen afwijkingen te verwachten ten opzichte van de bijgestelde begroting 2022. Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
11
Applicaties bedrijfsvoering Het Gegevenshuis heeft applicaties voor uren/verlof/ziekteregistratie, voor het genereren van managementinformatie en procesbeschrijvingen, voor het toegankelijk maken van documenten (o.m. voor ISO-conform te werken) en voor het papierloos vergaderen. Ten opzichte van 2022 valt hier geen verandering te verwachten behalve de indexering. Voorzien is wel in de aanschaf van een zaaksysteem in 2023, maar de (afschrijvings-)lasten zijn dan eerst in 2024 aan de orde. Facilities, randapparatuur buiten contracten Dit betreft de lasten die gemaakt moeten worden buiten de dienstverleningsovereenkomst van Landgraaf en buiten de facilitering door Parkstad IT. Concreet gaat het dan om drukwerk, presentatiehulpmiddelen, mobiele devices e.d. Ook voor deze post geldt dat er geen afwijkingen zijn ten opzichte van de bijgestelde begroting 2022. De jaarrekening 2021 is afwijkend omdat voorziene aanschaf van virtuele werkplekken en mobiele devices pas begin 2022 kon worden gerealiseerd.
Software Lasten Het Gegevenshuis
2021 jaarrekening
2022 bijgesteld
2023
Software Licentiekosten bedrijfsapplicaties
€
331.727
€
316.740
€
322.441
Afschrijvingen
€
56.905
€
40.256
€
9.988
Innovatie
€
33.454
€
38.565
€
39.259
Totaal software
€
422.086
€
395.562
€
371.688
Ten opzichte van de bijgestelde begroting 2022 worden in 2023 geen afwijkingen verwacht, met dien verstande dat gepland is dat per 2023 het contract voor de BOR-applicatie kan worden opgezegd en uitsluitend met de eigen ontwikkelde applicatie kan worden gewerkt. Dit zal leiden tot neerwaartse bijstelling. Er heeft nog geen bestuurlijke besluitvorming plaatsgevonden omtrent deze vervanging en de calculatie van het verschil kan bij het opmaken van deze begroting nog niet worden gemaakt. Derhalve zijn eventuele effecten daarvan niet meegenomen in deze begroting. In 2021 hadden we te maken met incidentele lasten, waardoor de jaarrekening 2021 een afwijkend beeld geeft. De afschrijvingen (met name voor software en landmeetapparatuur lopen geheel conform planning af.
Inhuur derden Lasten Het Gegevenshuis
2021 jaarrekening
2022 bijgesteld
2023
Inhuur derden Productie (regulier) Productie (privacy en informatie ISOcertificering) Inhuur ivm uitvoering strategische agenda Inhuur BAG-BOR-BGT-Riool (onder meer extra werk als gevolg van meldingen waarderen naar gebruiksoppervlakte) (incidenteel) Inhuur expertise na-ijleffecten (incidenteel) Accountant P&O/Boekhouding Archivering Totaal inhuur derden
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
€
230.299
€
65.000
€
45.000
€ €
20.692 -
€ €
10.000 63.156
€ €
8.000 37.831
€ € € € € €
9.231 70.809 15.268 47.677 14.477 408.451
€ € € € € €
80.000 16.629 56.605 9.000 300.390
€ € € € € €
80.000 16.928 57.624 9.162 254.545
12
In 2023 wordt inhuur voor productie neerwaarts bijgesteld. Dit heeft met name te maken met het feit dat in 2022 deze post incidenteel is verhoogd vanwege een incidentele opdracht van de gemeente Simpelveld, In 2023 is de omvang van deze incidentele opdracht beduidend lager. Uiteraard staan daar extra baten van Simpelveld tegenover. Voor privacy- en informatiebescherming geldt dat de structurele inbedding en de ondersteuning voor ISO door externe deskundigen vanaf 2022 afneemt tot € 8.000,- in 2023. Voor de begroting 2023 is de post inhuur in verband met uitvoering strategische agenda neerwaarts bijgesteld, mede op basis van de resultaten van 2020 en 2021, hoewel deze een vertekend beeld geven vanwege de coronacrisis. Voor 2022 is deze post nog niet neerwaarts bijgesteld. Dit heeft te maken met een langdurig zieke medewerker van Het Gegevenshuis die normaliter een omvangrijk deel van de uitvoering van de strategische agenda voor zijn rekening neemt en waarvoor dus mogelijk toch de extra inhuur noodzakelijk is. Voor de post inhuur expertise na-ijleffecten steenkolenwinning geldt dit een vooralsnog 4-jarig project is dat door de provincie via subsidie volledig wordt gefinancierd. Bij deze post zijn dus per definitie lasten en baten in balans.
De overige inhuur heeft te maken met het uitbesteden van accountantscontroles, de financiële- en de salarisadministratie, alsmede de inhuur van P&O expertise, bedrijfsarts en vertrouwenspersoon. Bij al deze posten geldt dat er geen ontwikkelingen te melden zijn die afwijkingen van eerdere jaren veroorzaken.
Onvoorzien De post onvoorzien wordt ten opzichte van de bijgestelde begroting 2022 met 1,8 % geïndexeerd (bruto binnenlands product) en bedraagt € 36.556,-.
1.2 Toelichting baten begroting 2023 Bijdrage deelnemers Baten Het Gegevenshuis
2021 jaarrekening
Bijdrage deelnemers Bijdrage Beekdaelen Bijdrage Brunssum Bijdrage Eijsden-Margraten Bijdrage Heerlen Bijdrage Kerkrade Bijdrage Landgraaf Bijdrage Simpelveld Bijdrage Sittard-Geleen Bijdrage Voerendaal Bijdrage Vaals Bijdrage Waterschap Bijdrage deelnemers ad hoc opdrachten Totaal bijdrage deelnemers
€ 434.446 € 132.980 € 258.757 € 1.255.459 € 144.062 € 241.668 € 110.921 € 901.568 € 167.182 € 116.084 € 112.548 € 198.876 € 4.075.271
€ € € € € € € € € € € € €
2022 bijgesteld
2023
442.818 136.280 263.796 1.302.099 147.622 247.431 161.301 923.973 170.593 119.236 115.170 95.000 4.125.319
€ 450.788 € 138.733 € 268.544 € 1.325.537 € 150.280 € 251.884 € 141.911 € 940.604 € 173.664 € 121.382 € 117.243 € 96.710 € 4.177.280
*Let op: voor het Waterschap Limburg is in deze bijgestelde begroting het bedrag opgenomen exclusief btw. De bijdrage inclusief btw bedraagt in de jaarrekening 2021 € 117.676,- in de bijgestelde begroting 2022 € 120.932,- en in de begroting 2023 € 123.109,-. Overall zien we dat de bijdragen van deelnemers zeer stabiel zijn. In 2023 is behalve indexering ten opzichte van 2022 geen verhoging of wijziging te verwachten. Alleen in Simpelveld zien we een schommeling, maar dit heeft te maken met incidentele opdrachten die in 2022 en 2023 bij Het Gegevenshuis zijn belegd. Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
13
Voor de bijdrage van Heerlen op het gebied van landmeten wordt langdurig tijd geregistreerd om te bezien of de in 2021 geconstateerde afwijking van de dienstverleningsovereenkomst een structureel karakter heeft. In dat geval kan dit leiden tot neerwaartse bijstelling van de bijdrage van Heerlen. Door groei van het aantal deelnemers of door meer afname van producten en diensten van de huidige deelnemers kan de bijdrage nog verlagen. Hoewel intensief met potentiële deelnemers wordt gesproken, zijn er nog geen besluiten genomen. De post bijdrage deelnemers ad hoc opdrachten heeft betrekking op allerlei opdrachten die door diverse deelnemers worden verstrekt, maar die niet geprognosticeerd zijn in de dienstverleningsovereenkomsten. Als de incidentele afname van producten leidt tot een structurele afname wordt de dienst-verleningsovereenkomst bijgesteld en de bijdrage van de deelnemer structureel verhoogd. Bij de incidentele opdrachten kan vooral gedacht worden aan landmeetwerkzaamheden, thematische kaarten, gis-analyses, riooladviezen en dergelijke. De bijdragen op productniveau zijn in de bijlage opgenomen.
Bijdrage derden en overige baten Bijdrage derden
2022 bijgesteld
Brandweer ROW/woningcorporaties Parkstad Mijnwater BSGW Overige opdrachtgevers Totaal bijdrage derden
Overige baten Subsidie Provincie mijnbouw Totaal overige baten
2023
€
3.154
€
3.211
€ € € € €
1.561 2.485 17.500 15.067 39.767
€ € € € €
1.589 2.530 17.739 15.067 40.136
2022 bijgesteld € €
2023
80.000 € 80.000 €
80.000 80.000
De bijdrage derden bestaat uit structurele afnemers van producten/diensten die geen deelnemer zijn, zoals de Brandweer, Parkstad Limburg, Mijnwater B.V. en BsGW. De bijdragen hebben veelal te maken met gebruik het product Geo-info en het gebruik van de KaartViewer. Ten opzichte van de bijgestelde begroting 2022 zijn deze cijfers met indexering doorgetrokken (behalve het onderdeel overige opdrachtgevers omdat dit een soort stelpost betreft). Daarnaast ontvangt Het Gegevenshuis een subsidie à € 80.000,- voor het Informatiecentrum mijnbouw.
Mutaties reserves 2022 bijgesteld
Mutaties reserve Aanwenden reserve ICT Aanwenden bestemmingsreserve 'gevolgen CAO-akkoord 20212022 Totaal
€
40.256
€
108.935
€
149.191
2023 €
9.988 0
€
9.988
Aanwending reserve ICT Ter dekking van de afschrijvingslasten 2023 van de aangeschafte software wordt de (doel)reserve ICT voor een bedrag van € 9.988- aangewend. Zoals eerder aangegeven worden geen nieuwe stortingen meer in de reserve ICT gedaan en wordt deze reserve afgebouwd. In de toekomst zullen kosten van rente en afschrijvingen van software rechtstreeks aan het product worden toegerekend.
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
14
2. De meerjarenraming 2023-2026 Voor de meerjarenraming is op dit moment niet meer te voorzien dan op dit moment bekend is. In hoofdzaak bestaat de meerjarenraming dan ook uit doortrekking van de bijgestelde begroting 2022 met indexering met de laatst bekende index bruto binnenlands product. Uiteraard zal dit met invulling van de strategische agenda naar verwachting een geheel ander beeld opleveren, maar de financiële vertaling kan eerst aan de orde zijn bij besluitvorming omtrent groei of innovatie. Het project informatiecentrum mijnbouw is vooralsnog voorzien tot 1 september 2023. Vandaar dat in 2024 en 2025 de lasten en baten hiervan niet zijn opgenomen. Over continuering dient nog besluitvorming plaats te vinden. De salarissen werden in meerjarenperspectief opgenomen op basis van voorcalculatie, rekening houdende met indexering en rekening houdende met periodieke verhogingen. Meerjarenbegroting Het Gegevenshuis
2023
2024
2025
2026
Lasten Personeel, PIOFAH, software inhuur
€
4.307.380
€
4.300.146
€ 4.361.812
€ 4.440.325
Totaal
€
4.307.380
€
4.300.146
€ 4.361.812
€ 4.440.325
Bijdrage deelnemers
€
4.177.280
€
4.252.471
€ 4.320.401
€ 4.398.168
Bijdrage derden
€
40.111
€
40.902
€
€
Subsidie mijnbouw
€
80.000
-
-
-
Totaal
€
4.297.391
€
4.293.373
€ 4.361.812
€ 4.440.326
Saldo baten en lasten
€
-9.988
€
-6.772
€
0
€
0
Onttrekking reserve ICT
€
9.988
€
6.772
€
-
€
-
Baten
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
41.411
42.158
15
2.1 Specificatie lasten meerjarenraming 2023-2026 Ten behoeve van deze meerjarenraming volgt onderstaand een specificatie van de lasten op de onderdelen.
Lasten Het Gegevenshuis
2023
2024
2025
2026
Personeel Salarissen totaal
€ 2.950.674
€ 3.004.323
€ 3.057.283
€ 3.112.472
Vorming opleiding
€
71.260
€
72.543
€
73.848
€
75.178
Wagenpark/reiskosten
€
40.860
€
41.595
€
42.344
€
43.106
Overige personeelskosten
€
23.632
€
24.057
€
24.490
€
24.931
Arbo-verstrekkingen personeel
€
3.174
€
3.231
€
3.289
€
3.349
Kosten medezeggenschap
€
7.935
€
8.078
€
8.224
€
8.372
Totaal personeel
€ 3.097.535
€ 3.153.828
€ 3.209.479
€ 3.267.407
Huisvesting, facilitaire diensten, ICT/KA
€
503.497
€
512.560
€
521.786
€
531.178
Applicaties bedrijfsvoering
€
13.018
€
13.252
€
13.491
€
13.734
Afschrijving zaaksysteem
€
-
€
8.750
€
8.750
€
8.750
Facilities, randapparatuur buiten contracten
€
30.540
€
31.090
€
31.649
€
32.219
Totaal bedrijfsvoering
€
547.055
€
565.652
€
575.676
€
585.880
Licentiekosten bedrijfsapplicaties
€
322.441
€
328.245
€
334.154
€
340.169
Afschrijvingen
€
9.988
€
6.772
€
-
€
-
Innovatie
€
39.259
€
39.259
€
39.966
€
40.686
Totaal software
€
371.688
€
374.277
€
374.120
€
380.854
Productie (regulier) Productie (privacy en informatie ISOcertificering)
€
45.000
€
45.810
€
39.068
€
39.771
€
8.000
€
8.144
€
8.291
€
8.440
Inhuur ivm uitvoering strategische agenda Inhuur BAG-BOR-BGT-Riool (onder meer extra werk als gevolg van meldingen waarderen naar gebruiksoppervlakte) (incidenteel)
€
37.831
€
30.000
€
30.540
€
31.090
€
-
€
-
€
-
€
-
Inhuur expertise na-ijleffecten (incidenteel)
€
80.000
€
-
€
-
Accountant
€
16.928
€
17.233
€
17.543
€
17.859
P&O/Boekhouding
€
57.624
€
58.661
€
59.717
€
60.792
Archivering
€
9.162
€
9.327
€
9.495
€
9.666
Totaal inhuur derden
€
254.545
€
169.175
€
164.653
€
167.617
Onvoorzien
€
36.556
€
37.214
€
37.884
€
38.566
Afwikkelingsverschillen voorgaande jaren
€
-
€
-
€
-
€
-
Totaal lasten
€ 4.307.380
Ondersteuning bedrijfsvoering
Software
Inhuur derden
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
€ 4.300.146
€ 4.361.812
€ 4.440.325
16
De aanschaf voor een zaaksysteem wordt verwacht in 2023, waardoor de afschrijving een jaar later start. Verder wordt uiteraard in meerjarenperspectief rekening gehouden met de feitelijke afschrijvingen van software per pakket. In de meerjarenraming wordt rekening gehouden met inhuur derden op verschillende onderdelen. De inhuur voor productie regulier wordt in 2025 neerwaarts bijgesteld. Dit heeft te maken met het feit dat in de jaren voorafgaand incidentele opdrachten zijn verstrekt door Simpelveld die vanaf 2025 niet meer aan de orde zijn. Neerwaarts is ook bijgesteld de post voor inhuur in verband met uitvoering van de strategische agenda in 2024. Uit de cijfers van de jaren 2022 en 2023 zal moeten blijken hoeveel inhuur daadwerkelijk voor dit onderdeel nodig zal zijn. De inhuur expertise na-ijlende effecten steenkolenwinning voor het informatiecentrum mijnbouw stopt (vooralsnog) na 2023. Voor het overige kunnen in deze fase de lasten niet anders worden geduid dan het doortrekken van de lasten in de bijgestelde begroting 2022, vermeerderd met het laatst bekende indexcijfer bruto binnenlands product, zijnde 1,8 % (stand in november 2021, laatst bekende bij de opmaak van deze meerjarenraming).
2.2 Specificatie baten meerjarenraming 2023-2026 Aan de batenkant in meerjarenperspectief zien we dat de bijdrage van deelnemers nagenoeg gelijk op loopt met de gehanteerde index per jaar bruto binnenlands product. Bij de overige baten zijn de bijdragen derden behoudens indexering gelijk gehouden. De subsidie van de Provincie voor het informatiecentrum mijnbouw stopt na 2023.
Baten Het Gegevenshuis
2023
2024
2025
2026
€ 450.788 € 138.733 € 268.544 € 1.325.537 € 150.280 € 251.884 € 141.911 € 940.604 € 173.664 € 121.382 € 117.243 € 96.710 € 4.177.280
€ 458.903 € 141.230 € 273.378 € 1.349.397 € 152.985 € 256.418 € 144.465 € 957.535 € 176.790 € 123.567 € 119.353 € 98.451 € 4.252.471
€ 467.163 € 143.772 € 278.299 € 1.373.686 € 155.738 € 261.034 € 138.450 € 974.771 € 179.972 € 125.791 € 121.502 € 100.223 € 4.320.401
€ 475.572 € 146.360 € 283.308 € 1.398.412 € 158.542 € 265.732 € 140.942 € 992.317 € 183.211 € 128.056 € 123.689 € 102.027 € 4.398.168
€ 40.111 € 80.000 € 120.111 € 4.297.391
€
€
€
Bijdrage deelnemers Bijdrage Beekdaelen Bijdrage Brunssum Bijdrage Eijsden-Margraten Bijdrage Heerlen Bijdrage Kerkrade Bijdrage Landgraaf Bijdrage Simpelveld Bijdrage Sittard-Geleen Bijdrage Voerendaal Bijdrage Vaals Bijdrage Waterschap Bijdrage deelnemers ad hoc opdrachten Totaal bijdrage deelnemers
Overige baten Bijdragen derden Subsidie Provincie mijnbouw Totaal overige baten
Totaal baten
40.902
€ 40.902 € 4.293.373
41.411
€ 41.411 € 4.361.812
42.158
€ 42.158 € 4.440.326
* Let op: De bedragen bij het Waterschap Limburg zijn exclusief btw. Bij het Waterschap Limburg gelden de volgende bedrag inclusief btw:
2023 BGT Waterschap incl. btw
€
123.109
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
2024 €
125.325
€
2025
2026
127.581 €
129.877
17
Mutaties reserves Reserve ICT Boekwaarde per 1 januari Aanwending Boekwaarde per 31 december
2023
2024
2025
2026
€ -16.759 € 9.988 € -6.772
€ -6.772 € 6.772 0
0 0 0
0 0 0
Bij de mutaties reserves zien we dat de aanwending reserve ICT in meerjarenperspectief afloopt en dat is logischerwijs een gevolg van het feit dat op enig moment de 4 jarentermijn van rente en afschrijvingen is afgelopen.
3. Overzicht van baten en lasten, totaal en verdeeld naar de taakvelden Totalen taakvelden
2023
2024
2025
2026
€ 4.307.380 € 4.297.391
€ 4.300.146 € 4.293.373
€ 4.353.864 € 4.353.864
€ 4.432.235 € 4.432.235
geraamd totaal saldo
€ -9.988
€ -6.772
€ -0
€ -0
onttrekkingen aan reserves
€ 9.988 € € -
€ 6.772 € € -
2023
2024
2025
2026
€ 1.524.176 € 1.524.176
€ 1.521.617 € 1.521.617
€ 1.540.625 € 1.540.625
€ 1.568.357 € 1.568.357
€0
€0
€0
€0
lasten baten
geraamd resultaat
Taakveld 040 Overhead lasten baten geraamd totaal saldo
€ €
€ € €
-
-
onttrekkingen aan reserves geraamd resultaat
€
-
Taakveld 210 Verkeer en vervoer (databeheer grijs) lasten baten
€
€
-
€
-
-
2023
2024
2025
2026
€ 125.774 € 125.774
€ 125.563 € 125.563
€ 127.131 € 127.131
€ 129.420 € 129.420
€0
€0
€0
€0
geraamd totaal saldo onttrekkingen aan reserves geraamd resultaat
€
-
€
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
-
€
-
€
-
18
Taakveld 570 Openbaar groen (databeheer groen) lasten baten
2023
2024
2025
2026
€ 113.472 € 113.472
€ 113.282 € 113.282
€ 114.697 € 114.697
€ 116.762 € 116.762
€0
€0
€0
€0
geraamd totaal saldo onttrekkingen aan reserves geraamd resultaat
Taakveld 720 Riolering (databeheer statische rioolgegevens) lasten baten
€
€
-
€
-
€
-
-
2023
2024
2025
2026
€ 442.995 € 438.001
€ 442.251 € 438.865
€ 447.776 € 447.776
€ 455.836 € 455.836
geraamd totaal saldo
€ -4.994
€ -3.386
€0
€0
onttrekkingen aan reserves
€ 4.994
€ 3.386
geraamd resultaat
€
€
-
€
-
€
-
-
Taakveld 810 Ruimtelijke ordening (BGT) lasten baten
2023
2024
2025
2026
€ 1.121.532 € 1.116.538
€ 1.119.649 € 1.116.263
€ 1.133.635 € 1.133.635
€ 1.154.041 € 1.154.041
geraamd totaal saldo
€ -4.994
€ -3.386
€0
€0
onttrekkingen aan reserves toevoegingen aan reserves
€ 4.994
€ 3.386
geraamd resultaat
€
Taakveld 830 Wonen en bouwen (BAG) lasten baten
€
-
-
€
€
-
-
2023
2024
2025
2026
€ 979.428 € 979.428
€ 977.784 € 977.784
€ 989.998 € 989.998
€ 1.007.818 € 1.007.818
€0
€0
€0
€0
geraamd totaal saldo onttrekkingen aan reserves toevoegingen aan reserves geraamd resultaat
€
-
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
€
-
€
-
€
-
19
4. Incidentele en structurele lasten en baten Voor de jaren 2023 - 2026 zijn de volgende lasten incidenteel van aard: Inhuur derden productie voor incidentele opdrachten (tot en met 2024) Inhuur expertise na-ijlende effecten steenkolenwinning voor het informatiecentrum mijnbouw en de subsidie van de Provincie hiervoor. Dit project heeft vooralsnog een looptijd tot 1 september 2023. Aanwendingen van de reserve ICT (tot en met 2024). De overige lasten en baten zijn structureel van aard.
5. Bestaand en nieuw beleid Voor de jaren 2023 - 2026 zijn alle lasten en baten gebaseerd op bestaand beleid. Er is geen nieuw beleid in de ramingen verwerkt.
6. Reserves Navolgende tabel biedt inzicht in het verloop van de reserves. Gestart wordt met het jaar 2022. Vervolgens wordt het begrote verloop per 1 januari tot en met het jaar 2026 weergegeven.
Omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
Reserve ICT Bestemmingsreserve CAO-akkoord
€ 57.015 € 16.759 € 108.935 € - €
€ 6.772 € - €
- € - €
-
Totaal
€ 165.950
€ 6.772 €
- €
-
€ 16.759
Bij de jaarrekening 2015 werd de reserve ICT gevormd. Vanaf 2016 werden voor initiële investeringen vanaf dat moment aanvullende bijdragen van de deelnemers gevraagd ter voorkoming dat de reserve wordt leeg getrokken voor rente en afschrijvingen, zonder dat reserveringen worden gedaan voor de vervangingsinvesteringen. Inmiddels heeft het Algemeen Bestuur besloten dat de reserve ICT wordt afgebouwd en dat in de toekomst de systematiek zodanig wordt omgebouwd dat kosten voor rente en afschrijvingen rechtstreeks naar de producten wordt toegerekend.
7. Risico’s Bij de opmaak van deze begroting en meerjarenraming zijn in financiële zin geen risico’s te melden. Omdat Het Gegevenshuis begroot op basis van voorcalculatie (werkelijke salarissen en werkelijke contracten) en op basis van ontwikkelde kengetallen, is de kans op financiële risico’s zeer klein. Wat wel kan worden opgemerkt is dat, mede als gevolg van de oorlog in Oekraïne, de inflatie sterk stijgt waardoor de verwachting is dat het gehanteerde indexcijfer van 1,8% mogelijk voor de begroting 2023 en meerjarenraming bijgesteld zal moeten worden.
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
20
D. Verplichte paragrafen In het Besluit Begroting- en Verantwoording staat aangegeven dat in de Programmabegroting ten minste de navolgende paragrafen opgenomen moeten zijn: 1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen 7. Grondbeleid De paragrafen “lokale heffingen”, “verbonden partijen” en “grondbeleid” zijn op Het Gegevenshuis niet van toepassing, omdat Het Gegevenshuis niet wordt gefinancierd door heffingen, niet participeert in verbonden partijen en geen gronden in bezit heeft. De overige paragrafen worden hieronder toegelicht.
Ad 1. Lokale heffingen Niet van toepassing.
Ad 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het Gegevenshuis is een openbaar lichaam als bedoeld in de Wet op de gemeenschappelijke regelingen en is verplicht in de begroting en jaarstukken de risico’s te vermelden die de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling kunnen beïnvloeden. Bij het opstellen van de begroting en de jaarstukken moet met deze voorzienbare en kwantificeerbare risico’s rekening worden gehouden. In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten is aangegeven dat de risicoparagraaf dient te worden uitgebreid tot een weerstandsvermogensparagraaf. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het Gegevenshuis is een uitvoeringsorganisatie die ten behoeve van de deelnemers wettelijke taken uitvoert in het kader van het stelsel van basisregistraties: (geo-)data worden ingewonnen, beheerd en weer uitgeleverd. Met deelnemers en afnemers worden vooraf afspraken gemaakt over de hoeveelheden en kwaliteiten van producten en diensten die in dit kader worden geleverd. Hieraan is gekoppeld een transparante voorcalculatie die de hoogte van de bijdrage van de deelnemers bepaalt. Dit alles is vervat in een dienstverleningsovereenkomst met productbladen.
Het Gegevenshuis levert alleen vooraf overeengekomen producten en diensten waar de bijdrage van de deelnemer tegenover staat. Dit maakt ook de risicobenadering van Het Gegevenshuis enigszins afwijkend ten opzichte van de meeste andere gemeenschappelijke regelingen. Weerstandscapaciteit gaat over de dekkingsmiddelen en -mogelijkheden waarover de dienst kan beschikken om niet begrote, onvoorziene lasten (risico’s) af te dekken, waarbij de weerstandscapaciteit in redelijke verhouding dient te staan tot de risico’s waarvoor geen voorziening is gevormd. De kans dat er sprake is van niet begrote, onvoorziene lasten (risico’s) is op basis van de inrichting en werkwijze van Het Gegevenshuis klein. Tegenover alle te leveren producten en diensten staan baten in de zin van bijdragen van de deelnemers. Alle lasten worden toegerekend naar deze producten en diensten via voorcalculatie op basis van ervaringsgegevens. Daar waar deze laatste ontbreken wordt een risicomarge in de prijs per product/dienst opgenomen. Mocht er desondanks nog sprake zijn van onvoorziene lasten (risico’s) dan dragen de deelnemers naar rato van de afname van het desbetreffend product of dienst bij aan deze onvoorziene lasten. Dit stelt het bij een gemeenschappelijke regeling op te bouwen weerstandsvermogen in een geheel ander daglicht.
De oprichters hebben niet de bedoeling gehad om onvoorziene tekorten te voldoen via een weerstandsvermogen, maar via het bijstorten op basis van de feitelijke afname van producten en diensten. Dit vloeit ook voort uit het feit dat Het Gegevenshuis als een shared service centre functioneert en dat de pakketten van afname van producten en diensten per deelnemer zelf is samen te stellen (behalve de verplichte afname van de BGT). Uiteraard zijn hieraan voorwaarden gekoppeld via de gemeenschappelijke regeling en de dienstverleningsovereenkomsten.
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
21
Zo komen bijvoorbeeld risico’s voor Het Gegevenshuis bij een afname van producten en diensten te liggen bij de deelnemer die hiertoe besluit. Bovendien zullen alleen structurele verplichtingen worden aangegaan of medewerkers in vast dienstverband worden genomen als hier via een dienstverleningsovereenkomst structurele afname van producten en diensten tegenover staan. Bij incidentele afname van producten en diensten zal er altijd gewerkt worden met huur van applicaties en licenties en inhuur van personeel. Algemene reserve De deelnemers aan Het Gegevenshuis zijn verantwoordelijk voor een eventueel overschot of tekort in een bepaald jaar naar rato van de afname van producten en diensten en de daaraan gekoppelde bijdrage. Daar waar sprake is van een reserve is dit een door het Algemeen Bestuur gelabelde reserve (bestemde reserve), maar géén algemene reserve. In de eerder aangegeven systematiek is hier ook geen noodzaak voor. Dit betekent niet dat niet wordt gekeken naar incidentele noodzakelijke middelen voor het opvangen van ontwikkelingen vanaf 2021, maar deze worden in de begroting opgenomen. Reserve ICT-investeringen De reserve ICT-voorziening is ooit gevormd bij de overgang van Parkstad naar Het Gegevenshuis en was bedoeld voor het kunnen voldoen van de kosten van rente en afschrijving van de landmeetapparatuur en software.
Als er nieuwe software of apparatuur werd aangeschaft, meestal samenhangende met de invoering van nieuwe producten of diensten of uitbreiding daarvan, werden de incidentele kosten voor aanschaf incidenteel bij de afnemers in rekening gebracht en deze gestort in de reserve ICT-investeringen zodat vanuit die reserve in meerjarenperspectief de rente en afschrijving kon worden voldaan. In 2018 heeft het Algemeen Bestuur bij de bijgestelde begroting besloten dat in 2018 de laatste storting in de ICT-reserve zal plaatsvinden. Deze reserve zal daarna worden afgebouwd en de kosten die samenhangen met software en apparatuur zullen dan direct ten laste worden gelegd van producten en diensten. Bestemmingsreserve gevolgen CAO-akkoord 2021-2022 Bij de jaarrekening 2021 werd een gedeelte van het batig saldo bestemd als ‘bestemmingsreserve gevolgen CAO-akkoord 2021-2022’. Dit akkoord werd eerst officieel bereikt op 31 januari 2022 en naast een algehele loonsverhoging (ook nog over december 2021) is in dit akkoord afgesproken dat medewerkers een eenmalige uitkering ontvangen van € 1.300,- bruto. Inclusief salarislast en inclusief jubileumgratificaties van medewerkers (die niet waren meegenomen in de primaire begroting), gaat het hierbij in totaal om een eenmalige betaling inclusief werkgeverslasten ad € 108.934,-.
Deze bestemmingsreserve zal in 2022 volledig worden aangewend om de incidentele salarislasten te kunnen voldoen. Daarmee wordt voorkomen dat ter hoogte van dit bedrag eerste een terugstorting naar de deelnemers plaatsvindt over 2021 en vervolgens voor ditzelfde bedrag weer aanvullende bijdrage in 2022 in rekening wordt gebracht. Indicatoren Aan de hand van de volgende indicatoren kan een beeld gegeven worden van de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling Het Gegevenshuis. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio betreft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen op de balans. Op basis van de solvabiliteit kan worden beoordeeld of de organisatie in staat is om op korte en lange termijn te voldoen aan haar betalingsverplichtingen.
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
22
Solvabiliteitsratio Eigen vermogen Totaal vermogen Solvabiliteitsratio
Solvabiliteitsratio
(A) (B) (A/B)
€ €
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70%
01-01-2021
31-12-2021
182.507,57 € 2.231.287,13 € 8,18%
318.556,96 1.397.852,44 22,79%
80%
90%
100%
De solvabiliteitsratio wordt sterk beïnvloed door de rekening courant met de gemeente Landgraaf. Het rekening courantsaldo ultimo 2020 is in het eerste kwartaal van 2021 vereffend. Het gedurende 2021 opgebouwde rekening courant saldo is in december 2021 deels vereffend, het restant saldo zal in 2022 vereffend worden. De stijging van de solvabiliteitsratio van 8,18% naar 22,79% (ultimo) kan door de gedeeltelijke vereffening eind 2021 verklaard worden. Een reële weergave van de solvabiliteitsratio wordt verkregen door de rekening courant met de gemeente Landgraaf geheel buiten de berekening te houden. Ons inziens is dit verantwoord omdat Het Gegevenshuis over voldoende liquide middelen beschikt om de rekeningcourant vrijwel ineens af te rekenen. De solvabiliteitsratio ziet er dan als volgt uit: Solvabiliteitsratio Eigen vermogen Totaal vermogen Solvabiliteitsratio Solvabiliteitsratio
(A) (B) (A/B) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60%
€ €
70%
01-01-2021
31-12-2021
182.507,57 € 358.117,91 € 50,96%
318.556,96 609.587,27 52,26%
80% 90% 100%
Doordat Het Gegevenshuis geen algemene reserves kent en door het afbouwen van de reserves ICT en innovatie zal het eigen vermogen van Het Gegevenshuis echter wel afnemen. Dit is een bestuurlijk besluit. Het resultaat 2021 wordt gedeeltelijk bestemd als ‘bestemmingsreserve gevolgen CAO-akkoord 2021-2022. Het gaat hierbij om een bedrag ad € 108.934,-, waardoor het eigen vermogen per 01-01-2022 stijgt naar € 427.490,96 en de solvabiliteitsratio naar 70%. Los van deze bestemmingsreserve wordt door het Algemeen Bestuur het positief resultaat bestemd voor terugbetaling aan deelnemers naar rato van de bijdrage en telt dit dus ook niet mee in het eigen vermogen. De netto schuldquote (NSQ) Een goed aanvullende indicator om de hoogte van de schulden van een organisatie te beoordelen is de netto schuld als aandeel van de inkomsten (netto schuldquote). De netto schuld betreft de totale schuld met in mindering de omvang van de geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet t.b.v. de publieke zaak. Omdat dit per organisatie sterk kan verschillen is het raadzaam de netto schuld te gebruiken. De hoogte van de inkomsten bepaalt in belangrijke mate hoeveel schulden een organisatie kan dragen. Hoe hoger het inkomen des te meer schuld een organisatie kan aangaan. Dit kengetal uitgedrukt in procenten wordt de netto schuldquote genoemd.
Begroting 2023 | Meerjarenraming 2023-2026 versie 2.0
23
Schuldratio
01-01-2021 €
-
1.876.798,15
€
793.809,59
€
171.981,41
€
285.485,89
Vorderingen
€
-418.302,25
€
-297.167,18
Liquide middelen
€ -1.666.290,10
€
-989.340,06
Overlopende activa
€
-29.558,60
€
-51.114,05
Schulden -/- vorderingen Inkomsten voor bestemming reserves
(A) (B)
€ €
-65.371,39 3.906.364,95
€ €
-258.325,81 4.197.338,66
Netto schuldquote
(A/B)
Schulden:
Vorderingen:
Langlopende schulden
€
Vlottende passiva
€
Overlopende passiva
31-12-2021
-
-1,67%
-6,15%
Voor een organisatie geldt dat het licht op rood springt als de netto schuldquote boven de 110% uitkomt. Er is dan sprake van een zeer hoge schuld. Al bij een netto schuldquote boven de 100% springt het licht voor een organisatie op oranje. Er blijft dan weinig leencapaciteit over om de gevolgen van financiële tegenvallers door bijvoorbeeld een economische recessie op te vangen. Normaal bevindt de netto schuldquote van een organisatie zich ergens tussen de 0% en 100%. Het Gegevenshuis heeft geen enkele langlopende lening, waardoor schematisch de netto schuldquote als volgt uitziet: