CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

VII-23 Bijlage 1 Jaarrekening 2021.pdf

Raadsvergadering 2 juni 2022, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Gegevenshuis Begroting 2023, meerjarenraming 2024-2026, bijgestelde begroting 2022 en jaarrekening 202112.251 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarrekening 2021 concept

Voorlopige vaststelling in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 30 maart 2022. Voor te leggen aan de raden van de deelnemende gemeenten en het Algemeen Bestuur van het Waterschap Limburg per 31 maart 2022. Definitief vast te stellen in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 7 juli 2022.

Jaarrekening 2021, versie 2.0

Jaarrekening 2021, versie 2.0

2

Inhoudsopgave

Voorwoord ............................................................................................................................. 4 Inleiding / samenvatting resultaten ........................................................................................ 6 1.

2.

Paragrafen ..................................................................................................................... 9 1.1

Lokale heffingen .................................................................................................. 9

1.2

Weerstandsvermogen en risicobeheersing .......................................................... 9

1.3

Indicatoren ..........................................................................................................10

1.4

Onderhoud kapitaalgoederen..............................................................................13

1.5

Financiering ........................................................................................................13

1.6

Bedrijfsvoering ....................................................................................................17

1.7

Verbonden partijen .............................................................................................17

1.8

Grondbeleid ........................................................................................................17

Jaarrekening .................................................................................................................18 2.1

Balans per 31 december 2021 ............................................................................18

2.2

Exploitatierekening 2021.....................................................................................19

2.2.1 Overzicht van baten en lasten, totaal en verdeeld naar de taakvelden ...............24 2.3

Waarderingsgrondslagen ....................................................................................26

2.4

Toelichting op de balans .....................................................................................27

2.5

Gegevens in kader WNT.....................................................................................31

BIJLAGE | overzicht realisatie per product ...........................................................................34 VASTSTELLINGSPROTOCOL ............................................................................................37 Lijst afkortingen .............................................................................................................38

Jaarrekening 2021, versie 2.0

3

Voorwoord Als ik het jaar 2021 voor Het Gegevenshuis in één zin zou moeten karakteriseren, dan zou ik de Amerikaanse schrijver Horace Jackson Brown jr. citeren: ‘Als je de richting van de wind niet kunt veranderen, verander dan de stand van je zeilen’. Dit is het eerste jaar dat ik als voorzitter van Het Gegevenshuis het woord tot u mag richten. Door de benoeming van Raymond Vlecken tot Burgemeester van Weert werd de voorzittersfunctie vacant en het Algemeen Bestuur heeft mij als zijn opvolger aangewezen, Carolus de Rijck als vicevoorzitter en Dion Schneider als nieuw bestuurslid met de portefeuille financiën en personeel. Door mijn daaropvolgende benoeming tot burgemeester van Landgraaf en de benoeming van Dion als waarnemend burgemeester van Simpelveld verviel ons lidmaatschap van het Algemeen Bestuur namens respectievelijk de gemeenten Simpelveld en Kerkrade. Door een directe aanwijzing door de colleges van Landgraaf en Simpelveld bleven wij lid van het Algemeen Bestuur en bevestigde het Algemeen Bestuur onze aanwijzing als voorzitter en lid van het Dagelijks Bestuur. Daarmee raakte de ‘burgemeesterswissels’ niet de stabiliteit in het Dagelijks Bestuur van Het Gegevenshuis. Stabiliteit is ook een van de sleutelwoorden als we het over de bedrijfsvoering en financiën van Het Gegevenshuis hebben.

Natuurlijk, de effecten van een ontwrichte maatschappij door het coronavirus hebben ook zijn weerslag gehad op het reilen en zeilen van Het Gegevenshuis. Aan de pijler groei van de strategische agenda kon minder hard worden getrokken. In dit verband is een persoonlijk gesprek in levenden lijve toch van een geheel andere orde dan acquisitie via digitale media. Doordat er geen groei was, hoefde ook het budget dat begroot is voor de implementatie daarvan niet te worden aangewend (ruim zestig duizend euro). Corona, maar zeker ook de vele personeelswisselingen en de invoering van een nieuwe VTH-applicatie bij de deelnemers, heeft ook zijn invloed gehad op de aanlevering van mutaties. Daartegenover staat dat deelnemers veel ad hoc opdrachten (voor bijna twee ton) bij Het Gegevenshuis belegd hebben. Deze ontwikkelingen werden in bedrijfsvoering en financiën opgevangen door het niet invullen van vacatureruimte, door de inzet van eigen personeel voor een deel op de ad hoc opdrachten en minimaal gebruik te maken van inhuur van de flexibele schil. Kort gezegd komt het erop neer dat (structurele) verlaging van de bijdrage van de deelnemers door het ontbreken van groei niet mogelijk was, maar dat door het inspelen op de omstandigheden over 2021 wel een batig saldo van ruim 260.000 euro kon worden gerealiseerd.

Om adequaat om te kunnen gaan met de stand van de zeilen is het van belang dat de organisatie professioneel is ingericht. Dat besef is groot bij Het Gegevenshuis en er is stelselmatig toegewerkt naar de werking van kwaliteitsmanagementsystemen met de bekroning door de ISO 9001 en ISO 27001 certificeringen medio 2021. Daarmee wordt een nadrukkelijk signaal afgegeven over de kwaliteit van de bedrijfsvoering en de mate van beveiliging en privacybescherming van gegevens en de bijdrage aan de eerder aangehaalde stabiliteit. Hoewel bijstelling van de stand van de zeilen op de strategische pijler groei en de inzet van medewerkers nadrukkelijk aan de orde was, geldt dit niet voor de strategische pijler innovatie. Stelselmatig werden weer samen met BsGW stappen gezet richting samenhangende objectenregistratie, hoewel de doorprojectie naar de toekomstige organisatie daarvan even on hold werd gezet als gevolg van een gouvernance- en financieringstwist tussen de VNG en het Ministerie van Binnenlandse zaken. Er werd toegewerkt naar een efficiëntere (en goedkopere) ondersteuning van gemeenten in het beheer grijs, groen en riool met behulp van een in eigen huis ontwikkelde applicatie die in 2022 volledig in productie zal kunnen gaan.

Jaarrekening 2021, versie 2.0

4

In 2021 werd gestart met een pilot ‘digital twin’ waarbij driedimensionaal een digitale kopie van de werkelijkheid wordt gemaakt en waarbij onderzocht wordt op welke wijze deze digital twin (datagedreven) beleid, uitvoering en dienstverlening in alle domeinen kan ondersteunen en simulaties met voorspelmodellen ontwikkeld kunnen worden. En natuurlijk wordt onderzocht welke veranderingen er nodig zijn in personeel en organisatie. Ofwel, welke stand van de zeilen moet je hanteren als de richting van de wind digital twin heet. Ik wens u allen veel leesplezier bij deze jaarrekening 2021.

Mr. R. (Richard) de Boer, voorzitter.

Jaarrekening 2021, versie 2.0

5

Inleiding / samenvatting resultaten Algemeen De te behalen resultaten door Het Gegevenshuis zijn helder en transparant vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomsten en bijbehorende productbladen, waarbij de kwaliteitsindicatoren en bijbehorende normen, doorlooptijden en hoeveelheden in meetbare getallen zijn vastgelegd. Over de geleverde prestaties legt Het Gegevenshuis per kwartaal verantwoording af aan de opdrachtgevende gemeenten en het Waterschap Limburg door de overeengekomen prestaties af te zetten tegen de feitelijk geleverde prestaties. De opdrachtgever kan dus het hele jaar door de rol van regievoerder op de output waarmaken aan de hand van objectieve, meetbare criteria. De resultaten van een jaarrekening op het gebied van de geleverde output en kwaliteit zijn als zodanig dan ook geen verrassing voor de opdrachtgever. Samen met de contractmanagers zijn dienstverleningsovereenkomsten en productbladen vastgelegd. In deze jaarrekening kunnen we ten aanzien van de geleverde prestaties, waarover in de kwartaalrapportages reeds verantwoording werd afgelegd, kort zijn. De overeengekomen prestaties werden of geheel behaald of er was incidenteel sprake van een logisch verklaarbare afwijking. Om de afgesproken prestaties te leveren, waren kort door de bocht die middelen nodig die ook vooraf waren gecalculeerd.

Vanaf de coronacrisis verloopt de aanlevering van de benodigde documenten (vergunningen/ revisietekeningen e.d.) door de deelnemers minder soepel. Wat ook van belang was, is dat veel deelnemers kampte met problemen rondom invoering van de nieuwe VTH-applicatie ‘Squit 20/20’ en een verloop van personeel, hetgeen de aanlevering van documenten bemoeilijkte. Dit algemene beeld geldt niet voor alle deelnemers, maar heeft wel zijn weerslag op de cijfers. Tegelijkertijd zien we ook een omgekeerd effect, namelijk deelnemers hebben meer dan geprognosticeerd ad hoc opdrachten verstrekt aan Het Gegevenshuis (opdrachten niet voorzien in de dienstverleningsovereenkomst). De gevolgen van minder werk door het haperen van aanlevering van documenten enerzijds en de toename van ad hoc opdrachten anderzijds, zien we ook terug in de inzet van personeel. We kunnen stellen dat de noodzaak om vacatureruimte in te vullen niet aan de orde was, dat er minder extern personeel werd ingehuurd (de zogenaamde flexibele schil) en dat er personele capaciteit was om de toegenomen ad hoc opdrachten te vervullen zonder evenredig gebruik te maken van de flexibele schil. Afwijkingen in de rekening ten opzichte van de begroting hangen dan ook in hoofdzaak samen met lagere lasten dan de prognose.

Er zijn (mede ook door corona) geen groei-implementaties geweest met nieuwe toetreders, waardoor de inhuur wegens uitvoering strategische agenda niet of nauwelijks aan de orde was. Het beeld van inhuur versus salarissen wordt enigszins vertroebeld doordat medewerkers van deelnemers via detachering werden ingezet op vacatures of vacatures werden ingevuld met trainees waardoor de kosten niet ten laste van salarissen, maar ten laste van inhuur derden komen. De invoering van competentiemanagement met persoonlijke begeleiding liep vertraging op waardoor de geplande inhuur van een extern bureau voor een zogenaamde ODCmeting werd verschoven naar 2022. De omslag naar volledige virtuele werkplekken werd met de verstrekking van mobiele devices niet in 2021, maar in januari 2022 afgerond. De audits door het certificeringsbureau KIWA werden glansrijk doorstaan en Het Gegevenshuis is dan ook zowel ISO 9001 als ISO-27001 gecertificeerd, waarmee het waarborgen van kwaliteit en informatiebeveiliging/privacybescherming wordt onderstreept. Zeker in deze combinatie uniek voor een samenwerkingsverband in Nederland. Kort samengevat: Het Gegevenshuis heeft geleverd wat vooraf is afgesproken met de deelnemers tegen lagere lasten als geprognosticeerd in de begroting. Overall ontstaat er een batig saldo van € 261.542,00.

Taakvelden in de jaarrekening In feite wordt de programmabegroting bepaald door de optelsom van de gesloten dienstverleningsovereenkomsten met bijbehorende productbladen. Hierin staat wat Het Gegevenshuis moet bereiken in elk begrotingsjaar van welke kwaliteit en met welke doorlooptijden en hiervoor stellen de deelnemers de middelen beschikbaar op basis van een transparante voorcalculatie. Wat dan nog rest is de strategische agenda van Het Gegevenshuis die rust op de pijlers groei en innovatie.

Jaarrekening 2021, versie 2.0

6

Als groei- en innovatie-ontwikkelingen tot positieve besluitvorming leiden, krijgen deze ook weer hun vertaling in de dienstverleningsovereenkomsten en bijbehorende productbladen en volgt de structurele beheersituatie. De bijgestelde begroting van 2021 is gebaseerd op het nieuwe BBV waarbij sprake is van een indeling in taakvelden. Zo is de bijgestelde begroting van 2021 gesplitst in de taakvelden 040 Overhead, 210 Verkeer en Vervoer, 570 Openbaar Groen, 720 Riolering, 810 Ruimtelijke Ordening en 830 Bouwen en Wonen. De taakvelden zijn terug te vinden in deze jaarrekening.

Financiële resultaten De exploitatierekening laat een batig saldo zien van € 261.542,- Op hoofdlijnen wordt dit batig saldo veroorzaakt door het volgende: De inhuur die normaliter nodig is door het inzetten van personeel op specifieke taken die te maken hebben met de uitvoering van de strategische agenda (ca € 61.500,-), is in 2021 niet aan de orde geweest wegens het ontbreken van (grootschalige) groei. In de uitvoering van het strategische personeelsbeleidsplan werd enige vertraging opgelopen zodat inhuur externe ondersteuning niet meer in 2021 kon worden uitgevoerd (ca € 20.000,-). De inzet van een flexibele schil was nauwelijks aan de orde en veel ad hoc opdrachten met meer (ca € 99.000,-) opbrengsten dan begroot, konden voor een belangrijk deel binnen de reguliere formatie worden uitgevoerd. Niet voorzien in de begroting was de financiering van salarissen en facilities uit de subsidie informatiecentrum na-ijlende effecten steenkolenwinning (ca € 31.000,-). De in de begroting voorziene post voor aanschaf mobiele devices (ca € 20.000,-) werd in 2021 niet aangewend. De post onvoorzien (€ 35.000,-) hoefde niet te worden ingezet. Dit zijn hoofdpunten voor wat betreft het resultaat. In hoofdstuk 2.2 wordt verder ingezoomd op alle cijfers van de exploitatie. Bij de opstart van Het Gegevenshuis werd geen weerstandsvermogen vastgesteld.

Voor wat betreft het weerstandsvermogen kan gesteld worden dat dit voor een organisatie als Het Gegevenshuis ook niet nodig is omdat positieve of negatieve resultaten ten gunste/ten laste komen van de deelnemers naar rato van de bijdrage. Bovendien hangen deze resultaten altijd samen met producten of diensten die onderdeel zijn van de dienstverleningsovereenkomst en zijn de risico’s in verhouding klein. Het Algemeen Bestuur heeft bij de bijgestelde begroting van 2018 besloten dat in 2018 de laatste storting in de ICT-reserve zal plaatsvinden. Deze reserve zal daarna worden afgebouwd en de lasten die samenhangen met software en apparatuur zullen dan direct ten laste worden gebracht van producten en diensten. Het resultaat in hoofdlijnen: 31-12-2020

31-12-2021

Eigen vermogen

€ 182.508

€ 318.557

Vreemd vermogen

€ 2.048.780

€ 1.079.295

€ 68.765

€ 261.542

Resultaat

Lasten totaal Baten totaal Totaal Aanwenden reserve ICT Aanwenden reserve innovatie Gerealiseerd resultaat

Jaarrekening 2021, versie 2.0

Begroting 2021 4.020.148 3.973.408 -46.740 37.748 8.992 0

Bijgestelde begroting 2021 4.217.893 4.161.165 -56.728 47.736 8.992 0

Realisatie 3.981.283 4.186.097 204.814 47.736 8.992 261.542

7

Voorstel resultaatbestemming bestemmingsreserve ‘gevolgen CAO-akkoord 2021-2022’

€ 108.935

Terugstorting aan deelnemers

€ 152.607

Van het resultaat kan € 108.935,- bestemd worden in een bestemmingsreserve ‘gevolgen CAOakkoord 2021-2022’ bedoeld voor het in 2022 kunnen uitbetalen van de incidentele uitkering op basis van het akkoord en de loonsverhoging over 2021. Het restant kan bestemd worden voor terugstorting aan de deelnemers naar rato van de bijdrage aan Het Gegevenshuis in 2021. Het een en ander wordt uitgewerkt in hoofdstuk 2.

Jaarrekening 2021, versie 2.0

8

1.

Paragrafen

Niet alle verplichte paragrafen uit het BBV zijn van toepassing op de gemeenschappelijke regeling Het Gegevenshuis. Het Gegevenshuis int geen belastingen en heffingen en bezit geen grondposities.

1.1 Lokale heffingen Niet van toepassing.

1.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het Gegevenshuis is een openbaar lichaam als bedoeld in de Wet op de gemeenschappelijke regelingen en is verplicht in de begroting en jaarstukken de risico’s te vermelden die de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling kunnen beïnvloeden. Bij het opstellen van de begroting en de jaarstukken moet met deze voorzienbare en kwantificeerbare risico’s rekening worden gehouden. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het Gegevenshuis is een uitvoeringsorganisatie die ten behoeve van de deelnemers wettelijke taken uitvoert in het kader van het stelsel van basisregistraties en andere administratieve en geometrische activiteiten die te maken hebben met ruimte en gebouwen: (geo-)data worden ingewonnen, beheerd en weer uitgeleverd. Met deelnemers en afnemers worden vooraf afspraken gemaakt over de hoeveelheden en kwaliteiten van producten en diensten die in dit kader worden geleverd. Hieraan is gekoppeld een transparante voorcalculatie die de hoogte van de bijdrage van de deelnemers bepaalt. Dit alles is vervat in een dienstverleningsovereenkomst met productbladen.

Het Gegevenshuis levert alleen vooraf overeengekomen producten en diensten waar de bijdrage van de deelnemer tegenover staat. Dit maakt ook de risicobenadering van Het Gegevenshuis enigszins afwijkend ten opzichte van de meeste andere gemeenschappelijke regelingen. Weerstandscapaciteit gaat over de dekkingsmiddelen en -mogelijkheden waarover de dienst kan beschikken om niet begrote, onvoorziene kosten (risico’s) af te dekken, waarbij de weerstandscapaciteit in redelijke verhouding dient te staan tot de risico’s waarvoor geen voorziening is gevormd. De kans dat er sprake is van niet begrote, onvoorziene kosten (risico’s) is op basis van de inrichting en werkwijze van Het Gegevenshuis klein. Tegenover alle te leveren producten en diensten staan baten in de zin van bijdragen van de deelnemers. Alle kosten worden toegerekend naar deze producten en diensten via voorcalculatie op basis van ervaringsgegevens. Daar waar deze laatste ontbreken wordt een risicomarge in de prijs per product/dienst opgenomen. Mocht er desondanks nog sprake zijn van onvoorziene kosten (risico’s) dan dragen de deelnemers naar rato van de afname van het desbetreffend product of dienst bij aan deze onvoorziene kosten. Dit stelt het bij een gemeenschappelijke regeling op te bouwen weerstandsvermogen in een geheel ander daglicht.

De oprichters hebben niet de bedoeling gehad om onvoorziene tekorten te voldoen via een weerstandsvermogen, maar via het bijstorten op basis van de feitelijke afname van producten en diensten. Dit vloeit ook voort uit het feit dat Het Gegevenshuis als een shared service centre functioneert en dat de pakketten van afname van producten en diensten per deelnemer zelf is samen te stellen (behalve de verplichte afname van de BGT). Uiteraard zijn hieraan voorwaarden gekoppeld via de gemeenschappelijke regeling en de dienstverleningsovereenkomsten. Zo komen bijvoorbeeld risico’s voor Het Gegevenshuis bij een afname van producten en diensten te liggen bij de deelnemer die hiertoe besluit. Bovendien zullen alleen structurele verplichtingen worden aangegaan of medewerkers in vast dienstverband worden genomen als hier via een dienstverleningsovereenkomst structurele afname van producten en diensten tegenover staan. Bij incidentele afname van producten en diensten zal er altijd gewerkt worden met huur van applicaties en licenties en inhuur van personeel.

Jaarrekening 2021, versie 2.0

9

Algemene reserve De deelnemers aan Het Gegevenshuis zijn verantwoordelijk voor een eventueel overschot of tekort in een bepaald jaar naar rato van de afname van producten en diensten en de daaraan gekoppelde bijdrage. Daar waar sprake is van een reserve is dit een door het Algemeen Bestuur gelabelde reserve (bestemde reserve), maar géén algemene reserve. In de eerder aangegeven systematiek is hier ook geen noodzaak voor. Dit betekent niet dat niet wordt gekeken naar incidentele noodzakelijke middelen voor het opvangen van ontwikkelingen vanaf 2021, maar deze worden in de begroting opgenomen. Reserve ICT-investeringen De reserve ICT-voorziening is ooit gevormd bij de overgang van Parkstad naar Het Gegevenshuis en was bedoeld voor het kunnen voldoen van de kosten van rente en afschrijving van de landmeetapparatuur en software. Als er nieuwe software of apparatuur werd aangeschaft, meestal samenhangende met de invoering van nieuwe producten of diensten of uitbreiding daarvan, werden de incidentele kosten voor aanschaf incidenteel bij de afnemers in rekening gebracht en deze gestort in de reserve ICT-investeringen zodat vanuit die reserve in meerjarenperspectief de rente en afschrijving kon worden voldaan. In 2018 heeft het Algemeen Bestuur bij de bijgestelde begroting besloten dat in 2018 de laatste storting in de ICT-reserve zal plaatsvinden.

Deze reserve zal daarna worden afgebouwd en de kosten die samenhangen met software en apparatuur zullen dan direct ten laste worden gelegd van producten en diensten. Reserve innovatie (resultaatbestemming 2015) Met de vaststelling van de resultaatsbestemming 2015 is een reserve voor innovatie gevormd ad € 40.000,-. Het Algemeen Bestuur heeft in haar vergadering van 9 september 2016 besloten dat dit bedrag kan worden aangewend voor het omzetten van de bestanden van 2-dimensionaal naar 3-dimensionaal. De lasten in dit kader waren in 2016 nog beperkt; In 2017 heeft de aanschaf van software plaats gevonden. In 2018, het jaar na de investering, zien we de jaarlijkse kosten voor rente en afschrijving terug in de jaarrekening.

1.3 Indicatoren Aan de hand van de volgende indicatoren kan een beeld gegeven worden van de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling Het Gegevenshuis. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio betreft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen op de balans. Op basis van de solvabiliteit kan worden beoordeeld of de organisatie in staat is om op korte en lange termijn te voldoen aan haar betalingsverplichtingen.

Solvabiliteitsratio Eigen vermogen Totaal vermogen Solvabiliteitsratio

Solvabiliteitsratio

(A) (B) (A/B)

€ €

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70%

01-01-2021

31-12-2021

182.507,57 € 2.231.287,13 € 8,18%

318.556,96 1.397.852,44 22,79%

80%

90%

100%

De solvabiliteitsratio wordt sterk beïnvloed door de rekening courant met de gemeente Landgraaf. Het rekening courantsaldo ultimo 2020 is in het eerste kwartaal van 2021 vereffend. Het gedurende 2021 opgebouwde rekening courant saldo is in december 2021 deels vereffend, het restant saldo zal in 2022 vereffend worden. Jaarrekening 2021, versie 2.0

10

De stijging van de solvabiliteitsratio van 8,18% naar 22,79% (ultimo) kan door de gedeeltelijke vereffening eind 2021 verklaard worden. Een reële weergave van de solvabiliteitsratio wordt verkregen door de rekening courant met de gemeente Landgraaf geheel buiten de berekening te houden. Ons inziens is dit verantwoord omdat Het Gegevenshuis over voldoende liquide middelen beschikt om de rekeningcourant vrijwel ineens af te rekenen. De solvabiliteitsratio ziet er dan als volgt uit: Solvabiliteitsratio Eigen vermogen Totaal vermogen Solvabiliteitsratio Solvabiliteitsratio

(A) (B) (A/B) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60%

€ €

70%

01-01-2021

31-12-2021

182.507,57 € 358.117,91 € 50,96%

318.556,96 609.587,27 52,26%

80% 90% 100%

De netto schuldquote (NSQ) Een goed aanvullende indicator om de hoogte van de schulden van een organisatie te beoordelen is de netto schuld als aandeel van de inkomsten (netto schuldquote). De netto schuld betreft de totale schuld met in mindering de omvang van de geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet t.b.v. de publieke zaak. Omdat dit per organisatie sterk kan verschillen is het raadzaam de netto schuld te gebruiken. De hoogte van de inkomsten bepaalt in belangrijke mate hoeveel schulden een organisatie kan dragen. Hoe hoger het inkomen des te meer schuld een organisatie kan aangaan. Dit kengetal uitgedrukt in procenten wordt de netto schuldquote genoemd. Schuldratio

01-01-2021 €

-

1.876.798,15

€

793.809,59

€

171.981,41

€

285.485,89

Vorderingen

€

-418.302,25

€

-297.167,18

Liquide middelen

€ -1.666.290,10

€

-989.340,06

Overlopende activa

€

-29.558,60

€

-51.114,05

Schulden -/- vorderingen Inkomsten voor bestemming reserves

(A) (B)

€ €

-65.371,39 3.906.364,95

€ €

-258.325,81 4.197.338,66

Netto schuldquote

(A/B)

Schulden:

Vorderingen:

Langlopende schulden

€

Vlottende passiva

€

Overlopende passiva

31-12-2021

-

-1,67%

-6,15%

Voor een organisatie geldt dat het licht op rood springt als de netto schuldquote boven de 110% uitkomt. Er is dan sprake van een zeer hoge schuld. Al bij een netto schuldquote boven de 100% springt het licht voor een organisatie op oranje. Er blijft dan weinig leencapaciteit over om de gevolgen van financiële tegenvallers door bijvoorbeeld een economische recessie op te vangen. Normaal bevindt de netto schuldquote van een organisatie zich ergens tussen de 0% en 100%.

De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen (NSQ) Omdat Het Gegevenshuis géén leningen verstrekt, is een gecorrigeerde netto schuldquote niet aan de orde. Jaarrekening 2021, versie 2.0

11

Grondexploitatie Het Gegevenshuis exploiteert noch bouwgrond, noch grond op industrieterreinen. De indicator “grondexploitatie” kan daarom ook niet verstrekt worden. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of een organisatie in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Voor Het Gegevenshuis dat begroot op basis van de overeengekomen dienstverleningsovereenkomsten, is dit lastig om in deze definitie te vatten. De vaststelling van het kengetal structurele exploitatieruimte in % gaat als volgt: ((B-A) + (D-C)) / (E)*100% A: structurele lasten (gerealiseerd totaal van lasten); B: structurele baten (gerealiseerd totaal van baten); C: totaal structurele toevoegingen aan de reserves; D: totaal structurele onttrekkingen aan de reserves; E: gerealiseerd totaal van de baten. Vanuit die insteek kan de structurele exploitatieruimte 2021 als volgt worden berekend: ( ( € 3.864.208 - € 3.830.060 ) + ( € 0 - € 0 ) ) / € 4.186.097 * 100% = 0,82%

Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

De incidentele lasten in 2021 bestonden uit: Incidentele lasten

Realisatie

Inhuur BAG-BOR-BGT-Riool (onder meer extra werk als gevolg van meldingen waarderen gebruiksoppervlakte) Inhuur expertise na-ijleffecten steenkolenwinning en ondersteuning informatievoorziening mijnbouw Inhuur derden productie (privacy en informatie, ISO-certificering Incidentele software (BAG-BGT koppeling) via aanschaf FME

€ 70.809 € 20.692 € 16.344

Totaal

€ 117.074

€ 9.231

De incidentele baten in 2020 bestonden uit:

Incidentele baten

Realisatie

Bijdrage deelnemers opdrachten buiten dienstverleningsovereenkomst Bijdragen derden buiten overeenkomsten Subsidie Provincie informatiecentrum mijnbouw

€ 198.876 € 13.303 € 70.809

Totaal

€ 282.988

De structurele lasten en baten worden berekend door de incidentele lasten en baten van het gerealiseerd totaal van lasten en baten af te halen. Alle toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves vallen onder incidenteel en worden in de berekening voor de structurele exploitatieruimte daarom niet meegenomen.

Belastingcapaciteit Op basis van de begroting dragen de deelnemers bij in de kosten van de gemeenschappelijke regeling Het Gegevenshuis. Het Gegevenshuis heft géén belastingen. De indicator “belastingcapaciteit” is dan ook niet van toepassing. Jaarrekening 2021, versie 2.0

12

1.4 Onderhoud kapitaalgoederen Het Gegevenshuis heeft bij haar formele start per 1 juli 2015 alle goederen en contracten overgenomen van de GBRD/BAG-Geo. Voor wat betreft het wagenpark betreft het auto’s via een lease-constructie. In de begroting is voorzien in de kosten voor het onderhoud. De overgenomen (kantoor)inventaris was ook al afgeschreven. Hardware wordt via dienstverleningsovereenkomst afgenomen van Parkstad IT waar een jaarlijkse vergoeding tegenover staat. De te activeren investeringen zijn beperkt tot de landmeetkundige apparatuur en bijbehorende software en alle overige applicaties. Hiervoor is een reserve opgenomen (zie ook resultaat ICT-reserve).

1.5 Financiering Algemeen De in januari 2001 in werking getreden Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) verplicht een gemeenschappelijke regeling om een financieringsparagraaf in begroting en jaarrekening op te nemen. Voor Het Gegevenshuis is de financieringssystematiek dat de deelnemers een voorschot per kwartaal betalen, gebaseerd op de totale bijdrage conform begroting/dienst-verleningsovereenkomst. Betalingen werden verricht door de gemeente Landgraaf, aan welke gemeente de financiële- en salarisadministratie en het uitvoeren van het betalingsverkeer is uitbesteed. Hiervoor is een rekening courant verhouding ontstaan tussen Het Gegevenshuis en de gemeente Landgraaf. Het is de bedoeling dat uiteindelijk de voorschotten van de deelnemers zodanig worden gefactureerd dat Het Gegevenshuis steeds over voldoende liquide middelen beschikt en dat de rekening courantpositie met de gemeente Landgraaf maandelijks op nul wordt teruggebracht. Dit zal niet altijd het geval kunnen zijn omdat de lasten niet gelijkmatig over het jaar verdeeld zijn. . Risicobeheer Met risico’s worden bedoeld renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s, koersrisico’s en debiteurenrisico’s. Om het risico in algemene zin in te perken dient de uitvoering van de financieringsfunctie alleen de publieke taak.

Het beheersen van risico’s komt tot uitdrukking via het gebruik van de instrumenten kasgeldlimiet en renterisiconorm. Beide instrumenten hebben tot doel het renterisico te begrenzen dat verbonden is aan de financiering door middel van korte en lange schuld. Renterisico op vlottende schuld Om het renterisico op de netto vlottende schuld te beheersen mogen gemeenschappelijke regelingen voor hun financieringsbehoefte niet onbeperkt kort geld aantrekken. Het aantrekken van kort geld is normaliter goedkoper dan lang geld, maar is ook sterker aan fluctuaties onderhevig. De maximaal toegestane netto vlottende schuld wordt bepaald door de zogenaamde kasgeldlimiet. Onder kasgeldlimiet wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Voor 2021 bedraagt de kasgeldlimiet voor Het Gegevenshuis: a. Omvang van de programmabegroting per 01-01-2021: € 4.217.893,b. Bij ministeriële regeling vastgesteld percentage: 8,20% Toegestane kasgeldlimiet voor 2021 (a) x (b): € 345.867,Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2% te vermenigvuldigen met tot totaal van de jaarbegroting van Het Gegevenshuis bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van deze limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien.

De kasgeldlimiet wordt aan het begin van het dienstjaar vastgesteld en geldt voor het gehele jaar. De kasgeldlimiet bedroeg de afgelopen jaren: Jaar 2017 2018 2019 2020 2021

Kasgeldlimiet € € € € €

179.529 174.612 280.627 340.739 345.867

Elk kwartaal toetsen we de werkelijke liquiditeitspositie aan de kasgeldlimiet. Als meer dan twee achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet de toezichthouder (Provincie) hiervan op de hoogte worden gesteld. Jaarrekening 2021, versie 2.0

13

Overschrijden we de kasgeldlimiet drie kwartalen op rij dan moeten we via een plan van aanpak aantonen dat we de korte financiering terugbrengen binnen de norm van de kasgeldlimit. Uit dit plan kan blijken dat de overschrijding maar tijdelijk is, zodat we de overschrijding zonder maatregelen kunnen oplossen. Is de overschrijding echter structureel dan zal dit moeten leiden tot het aflossen van kort geld c.q. het consolideren door middel van het aantrekken van vaste geldleningen. De werkelijke ruimte c.q. overschrijding van de kasgeldlimiet in 2021 was als volgt: Jaar

1e kwartaal 2021 2e kwartaal 2021 3e kwartaal 2021 4e kwartaal 2021

Gemiddelde netto vlottende schuld (- = overschot)

Kasgeldlimiet

Ruimte binnen de kasgeldlimiet (- = overschrijding)

-1.014.560 -1.180.683 -1.343.254 -838.735

345.867 345.867 345.867 345.867

1.360.427 1.526.550 1.689.121 1.184.602

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de gemiddelde netto vlottende schuld alle kwartalen van 2021 binnen de kasgeldlimiet is gebleven. Een minusteken betekent in deze tabel een overschot. Het aantrekken van vaste geldleningen was daarom dan ook niet aan de orde. Renterisico op vaste schuld De renterisiconorm is bestemd om het renterisico op de vaste schuld inzichtelijk te maken. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Omdat Het Gegevenshuis geen langlopende leningen heeft aangetrokken komt dit risico niet voor. Omslagrente De omslagrente wordt bepaald door de externe rentelasten te delen door het totaal van de activa. Zoals aangegeven heeft Het Gegevenshuis geen externe rentelasten. De berekening van de omslagrente is daarmee niet van toepassing voor Het Gegevenshuis. Kredietrisico's Dit betreft de risico’s op een waardedaling van verstrekte kredieten ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij. Omdat Het Gegevenshuis geen leningen en garanties aan derden verstrekt speelt dit risico niet. Liquiditeitenrisico’s De liquiditeitenrisico's houden verband met mogelijke wijzigingen in de meerjarenliquiditeitenplanning waardoor renteresultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.

Omdat in de meerjarenbegroting tegenover iedere afgesproken prestatie ook een afgesproken vergoeding staat blijft het liquiditeitenrisico beperkt tot de extra opdrachten die niet waren voorzien in de begroting. Veelal hebben deze extra opdrachten een geringe financiële omvang. Koers- en valutarisico Koersrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkeling. Dit is voor Het Gegevenshuis niet van toepassing. Valutarisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslismoment. Het Gegevenshuis bezit evenwel geen vreemde valuta, dus dit is voor Het Gegevenshuis niet van toepassing.

Jaarrekening 2021, versie 2.0

14

Debiteurenrisico’s Dit betreft het risico dat we vorderingen op debiteuren niet kunnen innen en dus moeten afboeken. Aangezien Het Gegevenshuis voornamelijk diensten verleent aan gemeenten en andere openbare lichamen is het debiteurenrisico klein. In het geval dat een vordering, ook na aanmaning en ingebrekestelling, niet via het minnelijke traject geïnd wordt, zal een dwanginvorderingstraject opgestart worden. Dit is sinds haar oprichting nog nooit aan de orde geweest. Kasbeheer / kasgeldlimiet Dit betreft het beheer van saldi en liquiditeiten voor een periode korter dan één jaar. De uitvoering ligt bij de kassier van de gemeente Landgraaf die er onder andere op toe ziet dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden. Als uitgangspunt geldt verder dat zoveel mogelijk het contante geldverkeer wordt beperkt en de elektronische betaalvormen worden gestimuleerd. Voor het beheer van de financiële middelen houdt Het Gegevenshuis een rekening-courant aan bij de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten en de Rabobank. De N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) fungeert als huisbank. Het Gegevenshuis verricht haar betalingsverkeer volledig via elektronisch bankieren bij de BNG. Op basis van de regelgeving rondom het zogenaamde schatkistbankieren werden limieten hoger dan € 250.000,- afgeroomd door de schatkist. Per 1 juli 2021 is deze limiet bijgesteld naar € 1.000.000,-.

Financieringsrisico’s Omdat de deelnemers gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het financiële beleid van Het Gegevenshuis naar rato van de afname van producten en diensten en zich verplicht hebben eventuele tekorten volgens deze verdeelsleutel te dragen, zijn er geen financieringsrisico’s. EMU-saldo Sinds Nederland deel uitmaakt van de Economische en Monetaire Unie (EMU) wordt voor het begrotingssaldo een definitie gebruikt die binnen de gehele EMU hetzelfde is, namelijk het EMUsaldo. Met het EMU-saldo wordt het saldo van inkomsten en uitgaven van de totale overheid bedoeld. In het verdrag van Maastricht is afgesproken dat het EMU-tekort van een land maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) mag zijn. Het BBP is de totale (geld-)waarde van alle in een land geproduceerde goederen (en diensten) gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar). Actiever sturen op het EMU-saldo Het EMU-saldo is gebaseerd op kasbasis. Omdat de sturing op basis van het baten- en lastenstelsel geschiedt, krijgt het EMU-saldo niet de aandacht in de begrotings- en verantwoordings-cyclus die nodig wordt geacht. Voor gemeenschappelijke regelingen is het van belang te weten of de individuele referentiewaarden van het EMU-saldo die voor de individuele gemeenschappelijke regeling berekend zijn, meerjarig overschreden worden.

Omdat het consequenties heeft als de macronorm overschreden wordt, is het voor individuele overheden van belang om meerjarig op de individuele referentiewaarden te sturen. Landelijk is bepaald dat het gezamenlijk aandeel van gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen in het landelijk EMU-tekort (van 3%) maximaal 0,3% van het BBP mag bedragen. Omdat overheden (nog) niet afgerekend worden bij overschrijding de referentiewaarde worden vanaf 2016 geen individuele referentiewaarden per overheidslichaam berekend. Wel is het mogelijk ons EMU-saldo aan de hand van de begroting of jaarrekening te berekenen. Dit kan aan de hand van de zogenaamde EMU-enquête.

Jaarrekening 2021, versie 2.0

15

Omschrijving

Werkelijke cijfers 2021

+/+

Resultaat van de rekening van baten en lasten

261.541

+/+

Saldo stortingen in reserves

-/-

Saldo aanwendingen van reserves

-56.727

+/+

Saldo afschrijvingen ten laste van de exploitatie

56.905

+/+

Saldo stortingen in voorzieningen

0

+/+

Baten en bijdragen die niet in de exploitatie zijn opgenomen

0

-/-

Investeringen in vaste activa die worden geactiveerd

0

+/+

Desinvesteringen voor zover niet in de exploitatie verantwoord

0

-/-

Aankoop/ uitgaven grond en bouwrijp maken, niet in de exploitatie

0

+/+

Baten grondexploitatie voor zover niet in de exploitatie verantwoord

0

-/-

Lasten die rechtstreeks ten laste van voorzieningen worden gebracht

0

-/-

Boekwinst op verkopen effecten voor zover verantwoord in de exploitatie

0

0

EMU-saldo (- = tekort, + = overschot)

261.719

Uit de berekening blijkt dat over 2021 sprake is van een overschot op het EMU-saldo.

Omschrijving

2021

2022

2023

2024

Resultaat van de rekening van baten en lasten 0 0 0 Saldo stortingen in reserves 0 0 0 Saldo aanwendingen van reserves -56.727 -40.256 -9.988 Saldo afschrijvingen ten laste van de exploitatie 56.905 40.256 9.988 Saldo stortingen in voorzieningen 0 0 0 Baten en bijdragen die niet in de exploitatie zijn opgenomen 0 0 0 -/- Investeringen in vaste activa die worden geactiveerd 0 0 0 +/+ Desinvesteringen voor zover niet in de exploitatie verantwoord 0 0 0 -/- Aankoop/lasten grond en bouwrijp maken, niet in de exploitatie 0 0 0 +/+ Baten grondexploitatie voor zover niet in de exploitatie verantwoord 0 0 0 -/- Lasten die rechtstreeks ten laste van voorzieningen worden gebracht 0 0 0 -/- Boekwinst op verkopen effecten voor zover verantwoord in de exploitatie 0 0 0

0 0 -6.772 9.988 0

+/+ +/+ -/+/+ +/+ +/+

EMU-saldo (- = tekort, + = overschot)

178

0

0

0 0 0 0 0 0 0 3.216

In 2021 zit in de reserve innovatie € 178,- te weinig om de gehele afschrijving van het project 3D te dekken. In 2024 zit in de reserve ICT € 3.216,- te weinig om de gehele afschrijving van de landmeetapparatuur te dekken. Voor het EMU-saldo betekent dit een overschot in 2021 en 2024. Alle financiële kengetallen in acht genomen, kunnen we stellen dat de financiële positie van Het Gegevenshuis gezond is.

Jaarrekening 2021, versie 2.0

16

1.6 Bedrijfsvoering De financiële- en salarisadministratie en het betalingsverkeer zijn uitbesteed aan de gemeente Landgraaf. Hiertoe werden procesafspraken gemaakt met de directie van Het Gegevenshuis. Voor ondersteuning op het gebied van personeel- en organisatie alsmede voor ondersteuning door bedrijfsarts/ARBO wordt gebruik gemaakt van private aanbieders. De dienstverlening op het gebied van ICT/kantoorautomatisering werd afgenomen bij Parkstad IT. Het Gegevenshuis verzorgt zelf het applicatiebeheer van de pakketten die ingezet worden in het primaire proces. Ook de softwarepakketten voor managementinformatie, postregistratie, tijd- en verlofregistratie worden zelf beheerd. Op het gebied van huisvesting en facilitaire ondersteuning is een overeenkomst tussen de gemeente Landgraaf en Het Gegevenshuis afgesloten. In de totale bedrijfsvoering van Het Gegevenshuis zijn voorcalculatiemodellen verder ontwikkeld, werd een uniforme inrichting van een administratie met betrekking tot opdrachten buiten de dienstverleningsovereenkomsten ontwikkeld. De (mogelijke) aanschaf van een zaaksysteem is vooralsnog doorgeschoven naar 2022.

1.7 Verbonden partijen Parkstad IT is op dit moment een gemeenschappelijke regeling waarbij de gemeente Heerlen de rol van centrumgemeente vervult. In materiële zin is Het Gegevenshuis sinds de oprichting deelnemer in deze gemeenschappelijke regeling. Formele besluitvorming is door allerlei ontwikkelingen steeds vooruitgeschoven, maar inmiddels is effectuering daarvan in gang gezet. Naam verbonden partij Parkstad-IT

Bijdrage 2021

Bijdrage 2022

Bijdrage 2023

Bijdrage 2024

€ 282.962

€ 293.238

€ 293.238

€ 293.239

1.8 Grondbeleid Niet van toepassing

Jaarrekening 2021, versie 2.0

17

2.

Jaarrekening

In overeenstemming met de eisen die gesteld worden in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat de jaarrekening uit een balans, het overzicht van baten en lasten en de toelichting daarop en een bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld. De jaarrekening 2021 van Het Gegevenshuis sluit met een positief resultaat van €261.542 ,-. Voor alle duidelijkheid dit is inclusief stortingen en onttrekkingen aan de reserves (zie ook 2.4).

2.1 Balans per 31 december 2021 ACTIVA

Saldo Saldo PASSIVA 01.01.2021 31.12.2021

Saldo Saldo 01.01.2021 31.12.2021

Vaste activa

117.136

60.231 Vaste passiva

182.508

318.557

Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut

117.136 117.136

60.231 Eigen vermogen 60.231 Algemene reserve Bestemmingsreserves

182.508 0 113.742

318.557 0 57.015

68.765 0

0 261.542

0

0

2.048.780

1.079.295

Saldo van baten en lasten 2020 Saldo van baten en lasten 2021 Voorzieningen Vlottende activa

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Liquide middelen Overlopende activa Nog te ontvangen bijdragen van het Rijk Nog te ontvangen bijdragen van overige overheid Overige overlopende activa Totaal activa

Jaarrekening 2021, versie 2.0

2.114.151

418.302 416.203 2.099 1.666.290 29.559 0 0 29.559 2.231.287

1.337.621 Vlottende passiva Netto vlottende schuld met een 297.167 rentetypische looptijd korter dan één jaar 296.906 261 Overige schulden

1.876.798 793.810 1.876.798

793.810

171.981 0

285.486 0

150.696 21.285

262.609 22.877

2.231.287

1.397.852

989.340 51.114 Overlopende passiva 0 Vooruit ontvangen bijdragen van het Rijk Vooruit ontvangen bijdragen van overige 15.113 overheid 36.001 Overige overlopende passiva 1.397.852 Totaal passiva

18

2.2 Exploitatierekening 2021 In totaliteit laat de exploitatie een batig saldo zien van € 261.542,-. Lasten Het Gegevenshuis 2021

2021 primair

2021 bijgesteld

2021 realisatie

Personeel salarissen, opleiding, vervoer, overig Bedrijfsvoering huisvesting, facilities, ICT, bedrijfsvoeringsapplicaties Software licenties en onderhoud applicaties; innovatie Inhuur derden Productie (regulier) Productie (privacy en informatie iso-certificering) (deels incidenteel) Inhuur i.v.m. uitvoering strategische agenda Inhuur BAG-BOR-BGT-Riool (voor tijdelijke / adhoc opdrachten en meer extra werk als gevolg meldingen waarderen naar gebruiksoppervlakte) (incidenteel) Inhuur expertise na-ijlende effecten steenkolenwinning (incidenteel) Accountant P&O/Boekhouding Archivering Totaal inhuur derden Onvoorzien Totaal

€ 2.987.162 € 2.947.253 € 2.637.199 € 320.776

€ 511.306

€ 513.292

€ 406.032

€ 432.905

€ 422.086

€ 35.455

€ 35.455

€ 230.299

€ 5.000 € 61.555

€ 25.759 € 61.555

€ 20.692 €0

€ 13.383

€ 13.383

€ 9.231

€ 80.000 € 80.000 € 70.809 € 16.208 € 16.208 € 15.268 € 55.069 € 55.069 € 47.677 € 4.052 € 4.000 € 14.477 € 270.722 € 291.429 € 408.451 € 35.455 € 35.000 € 255 € 4.020.148 € 4.217.893 € 3.981.283

Toelichting Lasten Over het geheel genomen zien we dat de lasten € 236.610 lager zijn dan de begroting. Personeel Op het gebied van salarissen werd fors minder uitgegeven dan begroot. Dit heeft twee oorzaken. Vacatureruimte werd niet ingevuld of ingevuld met trainees dan wel door detacheringen van medewerkers van deelnemers. Deze invullingen komen evenwel niet ten laste van de post salarissen, maar de post inhuur derden (productie regulier). Het overschot op de post personeel bedraagt € 310.054,- terwijl de overschrijding op de post inhuur derden € 117.022,- bedraagt. Hieruit blijkt dat er minder eigen en inhuur van personeel nodig was dan geraamd. Dit heeft met twee zaken te maken. Enerzijds heeft in 2021 geen groei plaats gevonden (geen nieuwe deelnemers) waardoor geen inspanningen nodig waren voor de implementatie van bijvoorbeeld een nieuwe deelnemer. Anderzijds verliep de aanlevering van documenten door deelnemers stroef door Corona en door de invoering van een nieuwe VTH-applicatie bij de gemeenten, waardoor tijdelijk het reguliere werkaanbod minder was. Dit betekent wel dat eigen medewerkers konden worden ingezet op ad hoc opdrachten van de deelnemers en dat daarbij nauwelijks gebruik gemaakt hoefde te worden van de flexibele schil (inhuur derden).

Verder werd de inzet van personeel bij het informatiecentrum na-ijlende effecten steenkolenwinning uit provinciale subsidie betaald. Bij de overige onderdelen van de post personeel (opleiding, wagenpark, werkkostenregeling, medezeggenschap) zien we geen bijzondere afwijking. Ondersteuning bedrijfsvoering In totaliteit zien we dat op dit onderdeel de bijgestelde begroting en de rekening nagenoeg in evenwicht zijn. Op de onderdelen zien we als belangrijkste afwijking ten opzichte van de begroting dat de levering van mobiele devices voor het hybride werken niet meer in 2021 werd geleverd (maar begin 2022). Tegenover deze besparing in 2021 staan kosten voor het kunnen voldoen aan de wettelijke eisen van digitoegankelijkheid van de website. Verder werd FME aangeschaft inclusief server (ca € 16.000,-) waardoor echter meteen een besparing op de aankoop/inrichting van een BGT-BAG-koppeling kon worden gerealiseerd (€ 30.000). Jaarrekening 2021, versie 2.0

19

FME is een applicatieplatform voor data-integratie. Met FME kunnen gegevens uit verschillende bronnen worden geconverteerd en getransformeerd (ETL). Het Gegevenshuis maakte al gebruik van FME Desktop voor het ontwikkelen van ETL-toepassingen. Het afgelopen jaar hebben we geïnvesteerd in FME Server. Deze applicatie maakt een volledig geautomatiseerde uitvoering van de ETL-toepassingen mogelijk en zorgt er daarnaast voor dat de ETL-toepassingen door alle medewerkers zonder technische voorkennis kunnen worden gebruikt. Voor het vraagstuk BAG-BGT betekent dit concreet dat medewerkers van de clusters zelf op ieder gewenst moment een vergelijking tussen de gegevens in de registraties kunnen maken en daardoor een betere controle hebben op de juistheid van de koppelingen. Software en innovatie De lasten van software en innovatie liggen redelijk in lijn met de prognose in de begroting. Het geraamde bedrag voor innovatie kon niet geheel worden aangewend omdat opdrachten aan externen in het kader van het project 3D/digital twin enigszins waren vertraagd, waardoor dit pas begin 2022 kon worden uitgevoerd. Inhuur derden De post inhuur derden is voor € 117.022 overschreden. Zoals reeds onder de post personeel werd toegelicht komt deze overschrijding door de inzet van trainees en door detacheringen van medewerkers van deelnemers.

In totaal is deze overschrijding fors minder dan het overschot op de post personeel. Dit komt met name doordat de inhuur voor uitvoering van de strategische agenda (groei/implementatie nieuwe deelnemers) in 2021 niet aan de orde was. Door de inzet van werkstudenten op de extra werkzaamheden als gevolg van het waarderen op gebruiksoppervlakte kon een besparing worden gerealiseerd ten opzichte van inhuur via uitzendbureaus. Wat betreft P&O / boekhouding is er minder gebruik gemaakt van de inhuur van externe partners op het gebied van P&O en van de Arbo-arts dan in de begroting werd geprognosticeerd. En op het gebied van de ISOcertificeringen was minder inhuur van externe expertise nodig dan de prognose was. De lasten voor archivering vielen wel hoger uit dan in de begroting was opgenomen, maar dit betreft deels de digitalisering van bouwtekeningen die apart bij gemeenten in rekening kon worden gebracht en waar dus evenredig inkomsten tegenover staan. Onvoorzien Aanwending van deze post was nagenoeg niet aan de orde. Baten Bijdrage deelnemers Bijdrage Beekdaelen Bijdrage Brunssum Bijdrage Eijsden-Margraten Bijdrage Heerlen Bijdrage Kerkrade Bijdrage Landgraaf Bijdrage Simpelveld Bijdrage Sittard-Geleen Bijdrage Vaals Bijdrage Voerendaal Bijdrage Waterschap* Bijdrage deelnemers ad hoc opdrachten Totaal bijdrage deelnemers Bijdragen derden Subsidie Provincie mijnbouw Baten totaal

2021 primair € 409.704 € 122.566 € 242.527 € 1.213.535 € 135.785 € 291.073 € 103.599 € 853.627 € 108.725 € 155.899 € 106.793 € 75.975 € 3.819.810 € 73.598 € 80.000 € 3.973.408

2021 bijgesteld € 434.446 € 132.980 € 258.757 € 1.304.362 € 144.062 € 241.668 € 110.921 € 901.568 € 116.804 € 167.182 € 112.548 € 90.000 € 4.015.297 € 65.869 € 80.000 € 4.161.166

2021 realisatie € 434.446 € 132.980 € 258.757 € 1.255.459 € 144.062 € 241.668 € 110.921 € 901.568 € 116.804 € 167.182 € 112.548 € 198.876 € 4.075.271 € 40.017 € 70.809 € 4.186.097

*Bij het Waterschap Limburg geldt een bedrag inclusief btw van € 117.676,-.

Jaarrekening 2021, versie 2.0

20

Toelichting Bijdragen deelnemers De afwijkingen ten opzichte van de begroting zit met name in de lagere bijdrage van Heerlen voor het product landmeten. Heerlen neemt dit product niet op ad hoc basis af, maar structureel via dienstverleningsovereenkomst en dit is gebaseerd op het aantal uren bij dit product. Bij alle producten via DVO geldt dat niet jaarlijks op basis van de feitelijk geleverde dienstverlening wordt verrekend. Immers de activiteiten per deelnemer kunnen jaarlijks fluctueren. Bijvoorbeeld als een gemeente een centrumplan realiseert in enig jaar, dan betekent dit extra effort voor Het Gegevenshuis ten opzichte van andere jaren. De kracht in de samenwerking zit vooral in het feit dat hoewel er jaarlijkse fluctuaties te zien zijn per gemeente, er over een langere tijdsperiode gezien gemiddeld per jaar de bijdrage gebaseerd is op de werkelijke effort per deelnemer. Dit draagt bij aan stabiele begrotingen en rekeningen per deelnemer en voor Het Gegevenshuis als totaal. Als evenwel een tendens te bespeuren is dat de afname van producten (en dat geldt vooral als de verdeelsleutel aantal uren is) een structureel karakter krijgt, dan is bijstelling van de dienstverleningsovereenkomst aan de orde.

Deze tendens zien wij bij Heerlen bij het landmeten en vandaar dat de bijdrage voor 2021 is verlaagd met het aantal uren dat de landmeters konden worden ingezet op ad hoc opdrachten van andere deelnemer. Via een nauwkeurig systeem van tijdschrijven zal de feitelijk besteedde tijd aan landmeten voor Heerlen over meerdere jaren worden gemeten en waar nodig leiden tot structurele aanpassing van de bijdrage op dit product. De bijdrage deelnemers ad hoc opdrachten is fors hoger dan begroot. Dit heeft te maken met extra opdrachten boven op de dienstverleningsovereenkomsten. Deze extra opdrachten hebben te maken met landmeten, met het actualiseren en opwerken van bestanden grijs en groen, met huisaansluitingen riool en advisering naar aanleiding van rioolinspecties. Een totaaloverzicht ‘realisatie per product’ per deelnemer is als bijlage toegevoegd. Onderstaand is het overzicht van de ad hoc opdrachten per deelnemer per product opgenomen.

Overzicht bijdrage deelnemers ad hoc opdrachten

Bedrag

Bijdrage Beekdaelen (ad hoc) BOR actualiseren/opwerken databestand groen

€ 26.650

BOR actualiseren/opwerken databestand grijs

€ 26.650

BRK/Wkpb

€ 4.686

Huisaansluitingen riool

€ 6.083

Riool actualiseren/opwerken bestand en advies rioolinspectie

€ 24.359

Thematische tekeningen

€ 1.040

Totaal

€ 89.469

Bijdrage Brunssum (ad hoc) Landmeten Huisaansluitingen riool Riool advies rioolinspectie Wibon/KlicWin

€ 13.863 € 23 € 3.163 € 350

Totaal Bijdrage Eijsden-Margraten (ad hoc) BOR actualiseren/opwerken databestand groen

€ 17.399

BOR actualiseren/opwerken databestand grijs

€ 14.532

€ 7.850

Landmeten

€ 720

Thematische tekeningen

€ 737

Totaal

Jaarrekening 2021, versie 2.0

€ 23.839

21

Bijdrage Heerlen (ad hoc) Digitaliseren bouwdossiers / ‘waarderen op gebruiksoppervlakte’

€ 9.763

Doorberekening kosten Kadaster

€ 8.130

Uitwerken bestanden t.b.v. riool

€ 134 € 18.027

Totaal Bijdrage Landgraaf (ad hoc) Landmeten

€ 7.359

Digitaliseren bouwdossiers / ‘waarderen op gebruiksoppervlakte’

€ 3.695

Totaal Bijdrage Simpelveld (ad hoc)

€ 11.054

Huisaansluitingen riool

€ 1.779

Landmeten

€ 3.352 € 5.131

Totaal Bijdrage Sittard-Geleen (ad hoc) Doorberekening kosten Kadaster

€ 7.571 € 7.571

Totaal Bijdrage Vaals (ad hoc) BAG (luchtfoto detectie)

€ 6.666

BGT/Imgeo (opwaardering)

€ 8.334

BOR actualiseren/opwerken bestanden groen

€ 2.667

BOR actualiseren/opwerken bestanden grijs

€ 2.666

BOR actualiseren/opwerken bestanden riool

€ 2.667 € 201

Thematische tekeningen

€ 23.201

Totaal Bijdrage Voerendaal (ad hoc) Digitaliseren bouwdossiers / ‘waarderen op gebruiksoppervlakte’

€ 2.650 € 536

Riool, advies inspectie

€ 3.186

Totaal

€ 198.876

Bijdrage deelnemers ad hoc opdrachten

Bijdrage derden

2021 primair

2021 bijgesteld

2021 realisatie

Brandweer

€ 3.154

€ 3.195

€ 3.195

ROW/woningcorporaties

€ 12.898

€ -

0

Parkstad Limburg

€ 1.561

€ 1.580

€ 1.860

Mijnwater B.V.

€ 2.485

€ 2.519

€ 2.733

BsGW KaartViewer

€ 17.500

€ 18.350

€ 18.926

Overige opdrachtgever (stelpost)

€ 36.000

€ 40.225

€ 13.303

Totaal bijdrage derden

€ 73.598

€ 65.869

€ 40.017

Bijdragen derden De afwijking van de bijdragen derden komt vooral doordat de raming van overige opdrachtgevers te optimistisch was. In het verleden betrof dit met name personele hulp aan gemeenten die in de voorbereidingsfase waren van besluitvorming tot deelname aan Het Gegevenshuis en om die redenen vacatureruimte niet invulden. Dit was evenwel in 2021 niet aan de orde. Jaarrekening 2021, versie 2.0

22

Reserve ICT en innovatie Bij de vaststelling van de begroting 2018 heeft het Algemeen Bestuur bepaald dat in 2018 de laatste storting in de reserve zal plaatsvinden. Het is de bedoeling dat op termijn alle kosten van rente en afschrijvingen direct op de desbetreffende producten drukken en niet meer met een reserve ICT gewerkt wordt. De reserve Innovatie stopt per definitie en zal op nul staan als de laatste periode van rente en aflossing voor de aanschaf van 3D-software voorbij is. De aanwending van de reserve hangt uiteraard samen met de kosten voor rente en afschrijving van software die hieruit voldaan wordt.

Mutaties reserve

2021 primair

2021 bijgesteld

2021 realisatie

Aanwenden reserve ICT

€ 37.748

€ 47.736

€ 47.736

Aanwenden reserve innovatie

€ 8.992

€ 8.992

€ 8.992

Totaal

€ 46.740

€ 56.727

€ 56.727

Incidentele lasten en baten

LASTEN Inhuur BAG-BOR-BGT-Riool (voor tijdelijke / adhoc opdrachten en meer extra werk als gevolg meldingen waarderen naar gebruiksoppervlakte) Inhuur expertise na-ijlende effecten steenkolenwinning en ondersteuning informatiecentrum mijnbouw Inhuur derden productie (privacy en informatie ISO-certificering) Incidentele software (BAG-BGT koppeling) Totaal BATEN Bijdragen deelnemers opdrachten buiten dienstverleningsovereenkomst Bijdragen derden buiten overeenkomsten Subsidie Provincie informatiecentrum mijnbouw Totaal Saldo incidentele baten en lasten Aanwenden reserve ICT Aanwenden reserve innovatie Gerealiseerd resultaat

Bijgestelde Realisatie begroting 2021

€ 13.383

€ 9.231

€ 80.000 € 70.809 € 25.759 € 20.692 € 30.000 € 16.344 € 149.142 € 117.074 € 90.000 € 36.000 € 80.000 € 206.000 € 56.858 47.736 8.992 € 113.586

€ 198.876 € 13.303 € 70.809 € 282.988 € 165.913 € 47.736 € 8.992 € 222.641

Toelichting Incidentele lasten en baten De incidentele lasten ‘inhuur derden voor BAG-BOR-BGT-riool’ hebben te maken met het afwerken van mutaties in de basisregistratie als gevolg van het project ‘waarderen op gebruiksoppervlakte.’ Voor de ‘inhuur expertise na-ijlende effecten steenkolenwinning en ondersteuning informatiecentrum mijnbouw, staan gelijke baten tegenover in de vorm van de subsidie van de Provincie. De BAG-BGT koppeling werden uiteindelijk niet ingevuld door de aankoop van koppelvlakken ca, maar werd in de eigen organisatie gerealiseerd. Hiervoor moest wel FME worden aangeschaft, maar per saldo leidde dit tot een forse besparing. Bij de baten zijn incidenteel de opdrachten buiten (dienstverlenings)overeenkomsten. Dit geldt dus voor deelnemers en niet deelnemers. Alle toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves vallen onder incidenteel. Jaarrekening 2021, versie 2.0

23

2.2.1 Overzicht van baten en lasten, totaal en verdeeld naar de taakvelden 2021 primair

2021 bijgesteld

2021 realisatie

€ 4.020.148 € 3.973.408

€ 4.217.893 € 4.161.165

€ 3.981.283 € 4.186.097

totaal saldo

€ -46.740

€ -56.728

€ 204.814

onttrekkingen aan reserves toevoegingen aan reserves geraamd resultaat

€ 46.740

€ 56.728

€ 56.728

€

€

Taakveld 040 Overhead

Totalen taakvelden lasten baten

-

€

€0

€0

€ 261.542

2021 primair

2021 bijgesteld

2021 bijgesteld

€ 1.360.521 € 1.328.175

€ 1.458.345 € 1.445.753

€ 1.376.537 € 1.454.415

totaal saldo

€ -32.346

€ -12.592

€ 77.879

onttrekkingen aan reserves toevoegingen aan reserves geraamd resultaat

€ 32.346

€ 12.592

€ 12.592

Taakveld 210 Verkeer en vervoer (databeheer grijs)

lasten baten

€

€0

€0

€ 90.471

2021 primair

2021 bijgesteld

2021 bijgesteld

€ 118.805 € 116.440

€ 124.705 € 122.340

€ 117.709 € 123.073

totaal saldo

€ -2.365

€ -2.365

€ 5.364

onttrekkingen aan reserves toevoegingen aan reserves geraamd resultaat

€ 2.365

€ 2.365

€ 2.365

€ -

€

-

€ -

€0

€ 7.729

Jaarrekening 2021, versie 2.0

-

€0

€

-

-

lasten baten

€

-

-

24

2021 primair

2021 bijgesteld

2021 bijgesteld

€ 101.078 € 98.713

€ 112.508 € 110.143

€ 106.197 € 110.803

totaal saldo

€ -2.365

€ -2.365

€ 4.606

onttrekkingen aan reserves toevoegingen aan reserves geraamd resultaat

€ 2.365

€ 2.365

€ 2.365

€

€

Taakveld 720 Riolering (databeheer statische rioolgegevens) lasten baten

Taakveld 570 Openbaar groen (databeheer groen) lasten baten

-

€ -

€0

€0

€ 6.971

2021 primair

2021 bijgesteld

2021 bijgesteld

€ 429.230 € 426.980

€ 439.230 € 422.200

€ 414.591 € 424.730

totaal saldo

€ -2.250

€ -17.030

€ 10.139

onttrekkingen aan reserves toevoegingen aan reserves geraamd resultaat

€ 2.250

€ 17.030

€ 17.030

€ -

€ -

€ -

€0

€0

€ 27.169

Taakveld 810 Ruimtelijke ordening (BGT)

2021 primair

2021 bijgesteld

2021 bijgesteld

€ 1.097.133 € 1.094.768

€ 1.112.000 € 1.094.855

€ 1.049.620 € 1.101.415

totaal saldo

€ -2.365

€ -17.145

€ 51.794

onttrekkingen aan reserves toevoegingen aan reserves geraamd resultaat

€ 2.365

€ 17.145

€ 17.145

€ -

€ -

€ -

€0

€0

€ 68.939

lasten baten

Jaarrekening 2021, versie 2.0

-

25

2021 primair

2021 bijgesteld

2021 bijgesteld

€ 960.123 € 954.894

€ 971.104 € 965.875

€ 916.628 € 971.662

totaal saldo

€ -5.229

€ -5.229

€ 55.034

onttrekkingen aan reserves toevoegingen aan reserves geraamd resultaat

€ 5.229

€ 5.229

€ 5.229

€ -

€ -

€

€0

€0

€ 60.263

Taakveld 830 Wonen en bouwen (BAG) lasten baten

-

2.3 Waarderingsgrondslagen ACTIVA Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van aanschafwaarde of vervaardigingprijs, verminderd met lineaire afschrijvingen. Activa met een verkrijgingprijs of vervaardigingkosten van minder dan € 2.500,- worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen; deze worden altijd geactiveerd, maar dit is bij Het Gegevenshuis niet van toepassing. Afschrijving vindt voor de eerste keer plaats in het jaar volgend op het jaar waarin de investering heeft plaatsgevonden. De materiële vaste activa met een economisch of maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten, worden lineair afgeschreven in: a. 40 jaar: kantoren en gebouwen; b. 10 jaar: uitbreidingen c.q. verbouwingen aan bestaande panden; c. 10 jaar: technische installaties en apparatuur in bedrijfsgebouwen; d. 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; kantoormeubilair; e. 5 jaar: transportmiddelen, aanhangwagens en personenauto’s; f. 4 jaar: software; automatiseringsapparatuur; telefooninstallaties. Vorderingen De debiteuren worden, onder aftrek van de voorziening wegens oninbaarheid, gewaardeerd tegen nominale waarde. Bij Het Gegevenshuis is geen voorziening wegens oninbaarheid. De debiteuren zijn in hoofdzaak de deelnemende gemeenten en het Waterschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=fd7f9f05-8bdc-489c-8900-24acc707aef9