VII-21 Bijlage 3 Begroting 2023.pdf
Tekst van het document
BEGROTING 2023 & MEERJARENBEGROTING 2024 t/m 2026 REINIGINGSDIENSTEN Rd4 Gemeenschappelijke Regeling
Heerlen, 7 april 2022
INHOUDSOPGAVE Pagina Aanbiedingsbrief aan het Algemeen Bestuur
3
Samenvatting
4
1. Beleidsbegroting
5
1.1 Programmaplan
5
1.1.1 Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4
5
1.1.2 Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen
6
1.1.3 Overzicht van de kosten van overhead
6
1.1.4 Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting
6
1.1.5 Bedrag voor onvoorzien
6
1.2 Paragrafen
6 1.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
7
1.2.2 Onderhoud kapitaalgoederen
9
1.2.3 Financiering
10
1.2.4 Bedrijfsvoering
13
1.2.5 Verbonden partijen
14
2. De financiële begroting
15
2.1 Overzicht van baten en lasten en de toelichting
15
2.2 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting
16
2.3 Bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld
18
Vaststelling door Algemeen Bestuur
19
Pagina 2
Aan het Algemeen Bestuur van GR Reinigingsdiensten Rd4 Nijverheidsweg 4a 6422 PD Heerlen
Heerlen, 7 april 2022
Geachte heer, mevrouw, De Gemeenschappelijke Regeling (hierna: GR) is eind 1997 opgericht en feitelijk met haar werkzaamheden begonnen op 1 januari 1998. De GR heeft twee 100% dochtervennootschappen, te weten Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. (hierna: BVF) en Rd4 Kringloop Bedrijf B.V. (hierna: KLB). In de BVF zijn alle medewerkers ondergebracht met een niet ambtelijke status, zij hebben de CAO voor de Energieen Nutsbedrijven sector Afval en Milieu. Behoudens de ambtenaren (gemeentelijke CAO) en de onroerende zaken, zijn met ingang van het boekjaar 2004 alle productiemiddelen gecentraliseerd in de BVF. Om een goed inzicht te krijgen in het functioneren van Rd4 als geheel, presenteren wij vanaf de oprichting een integraal geconsolideerde jaarrekening (en begroting) van de drie onderdelen samen. Volgens het besluit begroting en verantwoording (BBV), welke in de plaats is gekomen van de compatibiliteitsvoorschriften, mag dit niet meer. Echter, voor het verkrijgen van een goed en juist inzicht is het beter als we de lijn van de afgelopen jaren voort zetten. Ingevolge de vergadering van het Algemeen Bestuur, waarbij verzocht werd om de samenstelling van een enkelvoudige begroting, is er overleg geweest tussen Rd4 en de Provincie. Hierbij is ter sprake gekomen hoe deze begroting eruit zou moeten zien om te voldoen aan de regelgeving. Dienaangaande is onderstaand rapport tot stand gekomen.
Aangezien de GR onder het toezicht valt van de Provincie en niet het Facilitair Bedrijf wordt laatstgenoemde ook niet enkelvoudig als begroting aangeleverd. De enkelvoudige begroting is samengesteld uit de diverse kostensoorten zoals deze grotendeels ook worden samengesteld in de jaarrekening. Voor een detaillering op productniveau alsmede per gemeente verwijzen wij naar het begrotingsboek Reinigingsdiensten Rd4, geconsolideerd.
Hoogachtend,
W.C.H. Sijstermans Directeur
Pagina 3
SAMENVATTING Bij deze treft u de sluitende begroting aan voor het boekjaar 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten Rd4, gevestigd in de gemeente Heerlen. Deze begroting is tot stand gekomen in samenwerking met diverse ambtelijke vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten. Hierdoor zijn we erin geslaagd om u als Gemeenteraad een begroting voor 2023 te presenteren die kan rekenen op draagvlak bij onze opdrachtgevers, hetgeen wij erg belangrijk vinden. Om u de gelegenheid te bieden op een efficiënte en leesbare manier kennis te kunnen nemen van de inhoud van dit document, hebben we de belangrijkste onderwerpen kort en bondig samengevat. De kosten stijgen ten opzichte van de totale Begroting 2022 met 4,8% (t.o.v. basispakket 4,8%). Belangrijkste wijziging inzake de activiteiten betreft het in exploitatie nemen van Milieupark Schinnen. In de begroting 2022 was dat nog niet vertaald. Daarnaast is er een structurele uitbreiding van de de dienstverlening inzake het pluspakket bij twee gemeenten te weten Voerendaal en Simpelveld laten de gladheidsbestrijding door Rd4 uitvoeren. Ook zijn er bestekken inzake onkruidbestrijding aangepast waardoor daar meer werk kan worden weggezet.
Ook weten we nog steeds groei in de NV te realiseren enerzijds door meer dienstverlening ten behoeve van het Regionaal Sorteer centrum voor e-waste (RSC) en anderzijds door de groei in het aantal contracten. Inzake de verwerkingskosten bereiken we stabilisatie door een samenspel van tegenvallers en meevallers. Aan de ene kant zijn de oud papierprijs en de metaal prijs hoog en andere kant is de verwachting dat PMD inzamel bronscheiding vergoeding van Nedvang zal dalen. Een aantal aanbestedingen zijn gedaan tussen begroting 2022 en 2023 en vielen gunstig uit. Daarnaast investeren we in onze interne organisatie en mensen. Enerzijds via een interntraject op het samenwerken binnen Rd4. En anderzijds door extra aandacht voor werving, gerichte opleiding en verzuimbeleid. We worden geconfronteerd met stijgende inkoopprijzen voor zowel grondstoffen voor onze inzamelmiddelen, trasnportkosten en duurdere brandstofkosten. Daarnaast nemen we zoals gebruikelijk een verwachte stijging van onze personeelskosten gebaseerd op CAO ontwikkelingen, ontwikkelingen in pensioen- en sociale premies.
Pagina 4
1. BELEIDSBEGROTING 1.1 Programmaplan 1.1.1 Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Wat willen we bereiken? De statuten ter oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten Rd4 zijn gedeponeerd in oktober 1997. De beweegredenen van de oprichting van de raden, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade en Landgraaf waren indertijd: -
dat schaalvergroting op het terrein van het inzamelen en bewerken van afvalstoffen en het reinigen van de openbare ruimten en daarmee samenhangende taken noodzakelijk is;
-
dat samenwerking ter behartiging van de belangen van het op milieu hygiënisch verantwoorde wijze inzamelen en bewerken van afvalstoffen gewenst is;
-
dat het streven erop is gericht deelname van meer gemeenten in de regio Zuid-Limburg te bevorderen en daartoe de mogelijkheden actief te onderzoeken.
In de statuten worden afspraken gemaakt met betrekking tot de werkzaamheden van het orgaan, het bestuur, de leden en het werkgebied. De gemeenschappelijke regeling heeft als doel het door middel van een openbaar lichaam behartigen van de belangen van - en het tot stand brengen van een samenwerking tussen - de aan de regeling deelnemende gemeenten op het terrein van het (doen) inzamelen en bewerken van afvalstoffen afkomstig uit de deelnemende gemeenten, het reinigen van de openbare ruimten en de daarmee samenhangende taken alsmede het bestrijden van gladheid in het gebied, een en ander met inachtneming van het provinciaal milieubeleidsplan als bedoeld in de Wet Milieubeheer en van het door de overheid gevoerde afvalstoffenbeleid. Bovendien hebben we in de voorliggende begroting een aantal extra doelstellingen geformuleerd aangaande het financiële aspect, vergroting van het dienstverleningsniveau (wijzigingen begroting), doelstellingen aangaande duurzaamheid en sociale werkgelegenheid. Het lichaam heeft tot taak het beheren en bewerken van afvalstoffen, het reinigen van openbare ruimten, het reinigen van straatkolken en riolen, het bestrijden van gladheid, het verrichten van transportwerkzaamheden, het bestrijden van plaagdieren, het verrichten van kringloopactiviteiten en voorts het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt, zulks in de ruimste zin.
Het primaat voor het afvalstoffenbeleid ligt bij de Gemeenteraden. Beleid dat aan de basis ligt van de jaarlijks door Rd4 op te stellen begroting. Rd4 hecht er dan ook sterk aan om in nauwe samenspraak met de deelnemende gemeenten een gedragen en gezamenlijke visie op de toekomst uit te zetten voor Rd4. Met een vaste regelmaat is de visie op de toekomst dan ook een belangrijk gespreksonderwerp tussen bestuur en management. Tot het jaar 2026 is deze blik op de toekomst expliciet gemaakt en uitgeschreven in een Strategisch meerjarenplan (SMP) onder het motto "Samen Steeds Slimmer" met concrete strategische doelen op 7 thema's. Een hierop aansluitend Grondstoffenplan 2022-2026 is in 2021 ook afgerond samen met de gemeenten. In 2022 wordt gestart met de uitvoering van het Grondstoffenplan 2022-2026. Speerpunten voor 2023 zijn verdergaande communicatie- (bijv. implementatie nieuwe App) en motivatie- projecten om afvalscheiding verder te stimuleren conform de gestelde ambities. Deze acties hebben geen financiële impact op de begroting 2023 van Rd4. Inzet zal gedaan worden vanuit ambtelijke uren die reeds in de begroting zijn verwerkt. Daarnaast zullen er gedragscampagnes gestart worden om dumpingen bij ondergrondse afvalcontainers tegen te gaan en zullen mogelijke investeringen gedekt worden uit de resultaten van het beter scheiden van afval.
De conform het BBV voorgeschreven toelichting aan de hand van de vastgestelde beleidsindicatoren is niet opgenomen in onderhavige begroting aangezien deze beleidsindicatoren niet passen bij de doelstelling en taken van de gemeenschappelijke regeling Rd4.
Pagina 5
Wat doen we daarvoor in 2023? Wijzigingen in de begroting 2023 Voor deze begroting zijn naast het gekozen afvalbeleid met de diverse belanghebbenden een aantal uitgangspunten benoemd. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op brongegevens, inzichten en inschattingen die we momenteel ter beschikking hebben. Deze uitgangspunten zijn: - Hoeveelheden (tonnages afvalstromen); gebaseerd op de realisatie t/m het tweede kwartaal 2021. - Illegale dumpingen verschoven van pluspakket naar basispakket voor de deelnemende gemeenten - Verwerkingstarieven; niveau 2021 geïndexeerd naar 2023. En nieuwe aanbestedingen verwerkt. - Productienormuren; afgeleid van de hoeveelheden, aanbiedpercentages, P-90 norm, ziekteverzuim, productieve uren medewerkers. - Index stijging organisatiekosten conform analyse (o.a. cao, pensioen, generatieregeling, verzekeringen, brandstofkosten). - Continuering oud papier inzameling met verenigingen. - Behoud sociale werkgelegenheid (o.a. het voortzetten van het Textiel sorteercentrum). - Invoering bronscheidingsmodel op PMD - Gunstiger papierprijs ontwikkeling - Risico’s: ontwikkeling landelijk verpakkingsdossier, vergoeding PMD (en afhandeling voorbije jaren) en de ontwikkelingen van de economie en de afvalmarkt. - Brandverzekering is duurder geworden, maar minder duur als bij de begroting 2022 was verwacht.
- Stijgende inkoopprijzen inzake brandstof en materialen inzamelmiddelen - Exploitatie milieupark Schinnen
Wat kost het? Hiervoor verwijzen wij naar het overzicht van baten en lasten en de toelichting (paragraaf 2.1). 1.1.2 Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen De totale baten van gemeenschappelijke regeling Rd4 bestaan uit de bijdragen van de diverse gemeenten welke eveneens zijn terug te vinden in het overzicht van baten en lasten. Deze gemeentelijke bijdragen kunnen geclassificeerd worden als overige algemene dekkingsmiddelen. Er is geen sprake van lokale heffingen, algemene uitkeringen, dividend of een saldo van de financieringsfunctie. 1.1.3 Overzicht van de kosten van overhead Voor het berekende bedrag van de overhead verwijzen wij naar paragraaf 2.1; het overzicht van baten en lasten in de begroting en de toelichting. Het te bepalen bedrag is bepaald aan de hand van een draaitabel waarin alle kosten van de GR in detail zijn ingelezen en waarbij er een matrix is gemaakt van kostensoorten en kostenplaatsen. Voor de kostenplaatsen is bepaald welke direct toewijsbaar zijn aan de directe dienstverlening en welke niet direct toegewezen kunnen worden en derhalve als overhead worden beschouwd. Er is gefilterd op deze kostenplaatsen gerubriceerd als overhead en het totaal saldo van deze kostenplaatsen is onder paragraaf 2.1 opgevoerd.
1.1.4 Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting Het ingeschatte bedrag is zo laag dat er geen specifieke reservering is meegenomen in de begroting maar onderdeel uitmaakt van de totale lasten voor een bedrag van circa € 8.000. 1.1.5 Bedrag voor onvoorzien Er is geen bedrag voor onvoorzien opgenomen. Er wordt ervan uitgegaan dat de lasten volledig gedekt worden door de baten. Een eventueel tekort zal worden aangezuiverd uit het beschikbare weerstandsvermogen.
1.2 Paragrafen In deze paragraaf zijn de conform BBV verplichte paragrafen opgenomen. Er zijn in totaal zeven paragrafen voorgeschreven, hiervan zijn er vijf van toepassing voor de gemeenschappelijke regeling Rd4. De volgende paragrafen zijn van toepassing voor gemeenschappelijke regeling Rd4: - Weerstandsvermogen en risicobeheersing; - Onderhoud kapitaalgoederen; - Financiering; - Bedrijfsvoering; - Verbonden partijen. De overige paragrafen zijn niet van toepassing en zijn derhalve verder ook niet betrokken in de begroting: - lokale heffingen; - grondbeleid.
Pagina 6
1.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Doelstellingen en beoogde maatschappelijke effecten De kosten van het basispakket vormen de grootste component voor de afvalstoffenheffing die de burgers dienen te betalen. Deze kosten zijn onderhevig aan conjuncturele- en weersafhankelijke invloeden. Door het vormen van een weerstandsvermogen kunnen dit soort fluctuaties worden opgevangen. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit en verloop van het vermogen Het Algemeen Bestuur heeft besloten om aansluiting te zoeken met de systematiek zoals deze al jaren wordt toegepast in de NV, zijnde een gemiddelde weerstandscapaciteit van 11% over de omzet in het verslagjaar en 11% over de begrote omzet van het jaar volgend op het verslagjaar. Aangezien de dienstverlening over het pluspakket volledig met de gemeenten wordt afgerekend is er bij Rd4 met name een financieel risico voor overof onderbezetting van mens- en/of machine-uren, echter dit risico wordt als te klein geschat om hierover extra weerstandsvermogen op te bouwen. De verwerkingskosten worden met iedere gemeente afzonderlijk afgerekend waardoor er voor Rd4 voor dit onderdeel geen risico is. Dus het weerstandsvermogen wordt berekend over de omzet van het basispakket minus de verwerkingskosten over het verslagjaar en begroting van het daaropvolgend jaar.
Het benodigde weerstandsvermogen wordt jaarlijks opnieuw berekend, maar tot grote verschuivingen zal dit niet leiden.
Weerstandsvermogen 2021 Overschot jaar Bestemmingsreserve Af : Uitgekeerd Toevoeging weerstandsvermogen
1.666.558 210.000 419.695 -------------1.036.863 ========
Het vermogen werd als volgt verdeeld over de deelnemende gemeenten. Tot en met 2008 werd het resultaat verdeeld op basis van de inwoneraantallen. Vanaf 2009 vindt, conform de nieuwe begrotingssystematiek, de verdeling plaats op basis van aantal aansluitingen. Daarbij wordt uitgegaan van het aantal aansluitingen in het begrotingsboek van het betreffende jaar.
T/m 2021
Beekdaelen Brunssum Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Vaals Voerendaal
Ratio weerstandsvermogen:
195.538 240.913 176.153 61.575 758.001 380.749 302.893 87.635 94.902 101.956 -------------2.400.315 ======== werkelijk weerstandsvermogen benodigd weerstandsvermogen
Maximaal Weerstands vermogen 195.538 241.214 187.587 136.027 771.178 384.099 302.893 87.635 97.320 101.956 -------------2.505.448 ======== 2.400.315 2.505.448
95,8%
De reden dat de indicator kleiner dan 1 is, is vanwege de onttrekking uit het weerstandsvermogen vanwege de begrotingsbijstelling in 2019 waarbij werd afgesproken dat het tekort uit het weerstandsvermogen zou worden gefinancierd en het omdat Eijsden-Margraten (2014) en Gulpen-Wittem (2017) te kort bij Rd4 zitten om een volgestort weerstandsvermogen te hebben. Risicoparagraaf Voor het boekjaar 2023 worden de onderstaande risico’s onderkend: 1. Arbeidsrisico's Aantasting van de arbeidscapaciteit door ziekte, staking en fraude. Invulling posities voor mensen met afstand tot arbeidsmarkt.
Pagina 7
Door minder mensen in WSW en meer mensen via participatiewet (duurder) 2. Materiële risico's Beschadiging aan of verlies van gebouwen, installaties, bedrijfsinventaris en transportmiddelen. De premies van de brandverzekeringen zijn fors gestegen en de eigen risico's zijn hoger geworden. In 2020 zijn we halverwege het jaar van verzekeraar gewisseld. Hierdoor is de premiestijging afgebogen naar beneden en zijn tevens de voorraden van de kringloop en op ons terrein meeverzekerd. Om schade ten gevolge van brand zoveel mogelijk te beperken, zijn er in 2011 extra brandhydranten geplaatst. Tevens is er een noodstroomaggregaat om uitval van de stroomvoorziening op te vangen geplaatst. Gevolgschade door eventuele calamiteiten is in overleg met het Dagelijks Bestuur niet verzekerd en wordt door de gemeenten afgedekt. 3. Continuïteitsrisico Aantasting van de productiecapaciteit vanwege bedrijfsstilstand. Bij volledig of gedeeltelijk verlies van het wagenpark zal vervanging op korte termijn of inhuur bij derden niet eenvoudig zijn. Het bestuur heeft de afgelopen jaren ervoor gekozen om eigen risicodrager te zijn voor de gevolgschade bij het gedeeltelijke of volledig verlies van het wagenpark. Het bestuur heeft gevraagd om een offerte bij de verzekeraar op te vragen om de gevolgschade van het afbranden van het voertuigpark af te dekken.
Dit is gebeurd en gezien de relatief lage premie is besloten om deze verzekering af te sluiten. Bij het niet voor handen hebben van genoeg bezetting door een pandemie zijn er ook scenario's denkbaar waarbij delen van de dienstverlening 'niet kunnen worden uitgevoerd. We hebben dit in het jaar 2020 gerealiseerd. We denken dat het niet mogelijk is om ons daar tegen te verzekeren tegen redelijke premies. 4. Milieurisico's Gezien de grote mate van verscheidenheid aan producten is niet met 100% zekerheid aan te geven dat alle mogelijke risico's zijn afgedekt. Er vindt een continue monitoring plaats. 5. Financiële risico's - Ontwikkeling van de prijzen van brandstoffen op de wereldmarkt. Met name voor een logistiekbedrijf als Rd4 zijn de ontwikkeling van de brandstofprijzen van groot belang, afhankelijk van de ontwikkelingen kunnen deze zowel een positief als een negatief effect op de begroting hebben. - Het risico van kwaliteit PMD Vanaf 1 januari 2022 zijn de Rd4 gemeenten, conform de landelijk geldende nieuwe ketenovereenkomst, niet meer verantwoordelijk voor de gehele keten (van verzameling t/m verwerking) bij de inzameling van het PMD afval. Vanaf deze datum zijn de gemeenten alleen nog maar verantwoordelijk voor de inzameling en de kwaliteit (mate van vervuiling) van de ingezamelde PMD stroom.
De vergoeding die de gemeente uit het Afvalfonds ontvangen voor de inzameling bedraagt € 241,per ton PMD aangeleverd bij de op- en overslag locatie. Hierbij wordt uitgegaan van een vervuilingspercentage van max. 15%. Bij vervuilingspercentages hoger dan 15% wordt er gekort op de vergoeding. Dit kan resulteren in lagere inkomsten. - Het risico van afrekening PMD voorgaande jaren Helaas zijn we in het PMD dossier vaker verrast door gewijzigde uitgangspunten. Daardoor hebben we fikse afrekeningen over voorgaande boekjaren moeten maken. We werken steeds met de dan bekende uitgangspunten maar kunnen helaas geen tegenvallers uitsluiten. - Ontwikkeling prijsniveau verwerkingskosten (risico € 500.000,-) Schommelingen in de tarieven voor de secundaire grondstoffen (vooral papier en metaal) kunnen een positief, maar zeer zeker ook een negatief effect hebben op de begroting. Voor zowel de papier- als metaal markt geldt dat deze op dit moment in een dip zitten waarbij het moeilijk te voorspellen is hoe deze markten zich het komend jaar zullen ontwikkelen. Inzake papier is al aangegeven dat er een aanname is gemaakt inzake de ontwikkeling van de huidige prijs waar een garantie over bestaat. Bij metaal hebben we ook te maken met fluctuerende prijzen en daar geldt geen garantie. We schatten in dat we met een onzekerheidsmarge van € 500.000 blijven zitten. 6.
Aansprakelijkheidsrisico's Voor zover aansprakelijkheidsrisico's bekend zijn, zijn deze afgedekt. 7. Liquiditeitsrisico's Voor de komende vijf jaar is er aan de hand van een kasstroomanalyse (zie paragraaf kasstroomoverzicht 2021-2025) berekend of er kortlopende kasgeldfaciliteiten ofwel langlopende leningen benodigd zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Op basis van de meerjarige analyse zullen er nieuwe financieringen nodig zijn op basis van voorlopige plannen. Indien dit in 2022 al structureel noodzakelijk blijkt zullen we de noodzakelijke stappen zetten. 8. Renterisico's Als er binnen afzienbare tijd geld geleend moet worden of een bestaande lening geherfinancierd moet worden dan bestaat er een renterisico omdat het dan geldende rentepercentage hoger zou kunnen zijn dan het percentage van de oude lening, waardoor de kosten voor de organisatie en dus indirect voor de gemeenten zouden kunnen stijgen. Met de rentestand ten tijde van het opstellen van de begroting lijkt dit risico momenteel niet zo groot. 9. Afvalhoeveelheid risico's In de huidige begroting is gerekend met een aanpassing van de inzamelfrequentie voor restafval waarbij de begrote afvalhoeveelheden zijn aangepast aan de verwachte ontwikkeling. De werkelijke hoeveelheden afval kunnen sterker afwijken van de begroting dan in voorgaande jaren.
Pagina 8
Gemeentelijke risico's Het voordeel van de begrotingssystematiek is dat de individuele gemeenten geprikkeld worden om gerichter beleid te voeren, aangezien het voordeel van een verlaging van kosten ook voor een groot deel bij dezelfde gemeenten terecht komt. Zo kan bij een nulresultaat van Rd4 de ene gemeente een positief resultaat hebben terwijl dit voor een andere gemeente negatief kan zijn. Een risico bij de gemeente ligt aan de inkomstenkant. Indien het vaste en variabele tarief van de afvalstoffenheffing verkeerd wordt geschat en/of het aantal ledigingen dat aan burgers in rekening wordt gebracht te laag is, dan betekent dit een extra financieel risico. Bovendien bestaat het risico bij het doorberekenen van ledigingen dat niet alles kan worden doorberekend, bijvoorbeeld bij verhuizing. Om deze risico's te reduceren hebben de meeste gemeenten ervoor gekozen het tarief voor het ledigen van de restafvalcontainer Bij het samenstellen van de begroting is gekozen voor een aantal verdeelsleutels waarbij er schattingen zijn gemaakt op basis van eigen ervaringen en ervaringen van derden. Belangrijke parameters hierbij zijn het afvalvolume, de vullingsgraad van de containers en het aanbiedpercentage van de containers. Indien de realiteit slechter is dan begroot dan kan dit voor de gemeente een financieel risico betekenen.
Kengetallen Kengetallen conform Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 juli 2015, nr. 2015-0000387198. Deze regeling geeft richtlijnen om een aantal kengetallen op te nemen in het jaarverslag en de begroting. Het betreft de navolgende kengetallen: Verslag 2021 Begroot 2022 Begroot 2023 Begroot 2024 Begroot 2025 - Netto schuldquote in %; 24,1% 23,7% 23,7% 21,7% 19,3% - Netto schuldquote gecorrigeerd 24,1% 23,7% 23,7% 21,7% 19,3% voor alle verstrekte leningen in %; - Solvabiliteitsratio in %; 9,1% 9,0% 9,5% 10,3% 11,4% De kengetallen zouden het de leden van de provinciale staten en de gemeenteraad makkelijker moeten maken om meer inzicht te krijgen in de financiële positie van de provincie, gemeente en in ons geval in de GR. Als we deze kengetallen nader bekijken dan zijn de laatste vier genoemde kengetallen met name gericht op gemeenten of de provincie. De GR Rd4 heeft hier eigenlijk niets mee te maken omdat er geen relevante samenhang is met de aard van de werkzaamheden van Rd4. Om deze reden worden deze kengetallen dan ook niet opgenomen in het begrotingsboek of het jaarverslag. - Kengetal grondexploitatie in % - Kengetal structurele exploitatieruimte in % - Vaststelling gemeentelijke belastingcapaciteit in % - Vaststelling provinciale belastingcapaciteit in %
N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Hiervoor is het eigen vermogen van de organisatie van groot belang. Hoe hoger dit vermogen hoe beter de ratio eruit zal zien. Bij Rd4 bestaat het eigen vermogen echter voornamelijk uit het weerstandsvermogen. De raden van de gemeenten zijn van mening dat dit vermogen zo laag mogelijk moet zijn omdat ze het ongewenst vinden dat er bij gelieerde ondernemingen te "grote potten" ontstaan. Bij voorkeur zouden ze dit zelfs nihil willen zien. Zij zien zichzelf als eigen risicodrager en afdekking van de risico's genoemd onder de ratio's beschouwen zij dan ook als minder relevant. Dat is dan ook de reden dat dit eigen vermogen van Rd4 relatief laag is. Gevolg is dat dit leidt tot een lage ratio en daardoor ook leidt tot een verkeerd beeld van de organisatie. Wat betreft het kengetal structurele exploitatieruimte in % heeft de berekening niet plaatsgevonden omdat het saldo van baten en lasten gelijk is en omdat er geen incidentele posten zijn waardoor de uitkomst altijd 100% zal zijn. 1.2.2 Onderhoud kapitaalgoederen Ultimo 2021 bestaan de materiële vaste activa uit de gebouwen en gronden.
Hiervoor wordt het onderhoud geregeld via de voorziening groot onderhoud en het reguliere onderhoud in de begroting.
Pagina 9
Begroot 2026 16,7% 16,7% 12,9%
1.2.3 Financiering Het opstellen van de paragraaf Financiering in de begroting is in zowel het BBV als in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering betreft de wijze waarop de gemeenschappelijke regeling Rd4 de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving kennen we het treasurystatuut van gemeenschappelijke regeling Rd4. ln dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. Interne- en externe ontwikkelingen Wet Hof Het doel van De Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) is het terugdringen van het begrotingstekort van Nederland. Rijk en decentrale overheden (gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, provincies en waterschappen) zijn daar samen verantwoordelijk voor. De wet vloeit voort uit Europese regels voor het terugdringen van het begrotingstekort. Deze zijn onderdeel van het Stabiliteits- en Groeipact. ln de Wet Hof zijn die Europese afspraken verankerd in nationale wetgeving. EMU-saldo ln de Wet Hof is vastgelegd dat er per jaar een plafond is voor het EMU-tekort van alle gemeenten samen. De hoogte van dat zogeheten macroplafond wordt elk jaar opnieuw vastgesteld op basis van bestuurlijk overleg tussen rijk en gemeenten.
Voor de huidige kabinetsperiode is afgesproken dat de decentrale overheden het begrotingstekort geleidelijk terug brengen van 0,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2013, naar 0,2 procent bbp in 2017. Het netto financieringssaldo van alle overheden bij elkaar mag in een jaar niet boven dat plafond uitkomen. Eind 2015 is de evaluatie gestart om te bezien of de beoogde norm verantwoord en mogelijk is. ledere gemeente krijgt daarnaast een individuele referentiewaarde voor het EMU-tekort in een jaar op basis van het begrotingssaldo van het voorgaande jaar. Pas bij overschrijding van het plafond voor het EMU-tekort van de gezamenlijke gemeenten kan de referentiewaarde per gemeente voor het EMU-tekort een rol gaan spelen. Gemeenschappelijke regeling Rd4 heeft zelf geen referentiewaarde. Met het hieronder opgenomen EMU-overzicht wordt inzage gegeven in de geldstromen binnen de begroting zonder onttrekkingen uit de reserves. ln onderstaand tabel betekent een positief bedrag dat gemeenschappelijke regeling Rd4 minder uitgeeft dan ontvangen wordt en een negatief bedrag dat gemeenschappelijke regeling Rd4 meer uitgeeft dat ontvangen wordt.
EMU-Saldo
2021
2022
2023
2024
2025
Exploitatiesaldo Afschrijvingen Bruto dotaties aan de post voorzieningen Investeringen Baten uit bijdragen van andere overheden Desinvesteringen Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw Baten bouwgrondexploitatie: Lasten op balanspost Voorzieningen Lasten i.v.m. transacties met derden
0 506.219 50.500 -950.000 0 0 0 0 0 0
0 550.367 50.500 -425.000 0 0 0 0 0 0
0 567.990 50.500 -200.000 0 0 0 0 0 0
0 565.413 50.500 -200.000 0 0 0 0 0 0
0 547.043 50.500 -200.000 0 0 0 0 0 0
Berekend EMU-saldo
-393.281
175.867
418.490
415.913
397.543
Vaste schulden van gemeenschappelijke regeling Rd4 De langlopende leningen bedragen ultimo 2021 na aflossing € 30.180.000. (2020: € 31.180.000). Kapitaalrente De omslagrente is vastgesteld op 2,78% (2019: 2,75%). Leningen via de BNG: € 7 mln. aflossingsvrij 15 jaar € 6 mln. lineair 25 jaar € 6,5 mln. lineair 25 jaar Lening via de NWB-bank € 10 mln. lineair 20 jaar € 7 mln. aflossingsvrij 20 jaar
2,250% 1,495% 4,805% 1,300% 2,184%
Rentelasten De rentelasten zullen zich vanaf 2022 als volgt ontwikkelen, mits er geen niet geplande investeringen komen. 2022 664.153 2023 641.572 2024 620.706 2025 596.410 2026 573.829
Pagina 10
Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten bepaald voor het toetsen van het renterisico, namelijk: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt, moet er een langlopende geldlening worden aangetrokken. lndien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld en moeten de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,2% van het begrotingstotaal en zag voor 2021 als volgt uit: Berekening (bedragen x € 1.000) Bepalen toegestane kasgeldlimiet Omvang begrotingstotaal Percentage regeling 1 Toegestane kasgeldlimiet
2
Vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende korte schuld
3
Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen
4
Totaal netto vlottende schuld (2-3) Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4) Toegestane kasgeldlimiet ruimte (+) / overschrijding (-)
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Jaar 2021
34.848 8,20% 2.858
34.848 8,20% 2.858
34.848 8,20% 2.858
34.848 8,20% 2.858
34.848 8,20% 2.858
0 10.909 0
0 18.319 0
0 26.124 0
0 33.528 0
0 22.220 0
0 10.909
0 18.319
0 26.124
0 33.528
0 22.220
0 33.868 0 33.868
0 42.602 0 42.602
0 52.080 0 52.080
0 56.481 0 56.481
0 46.258 0 46.258
-22.959
-24.283
-25.956
-22.953
-24.038
2.858
2.858
2.858
2.858
2.858
25.817 =========
27.141 =========
28.814 =========
25.811 =========
26.895 =========
Schatkistbankieren Door de wet over schatkistbankieren zijn de decentrale overheden verplicht het grootste deel van hun liquide middelen aan te houden in de schatkist. De EMU-schuld en de financieringsbehoefte van het Rijk vermindert hierdoor. Decentrale overheden kunnen in het kader van de uitoefening van de publieke taak nog steeds geld uitlenen aan een andere decentrale overheid. De verantwoording van schatkistbankieren gebeurt in de jaarrekening. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan dienen in de schatkist te worden aangehouden.
Pagina 11
In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen van 2021 is geweest: Bedragen x € 1.000 (1) Drempelbedrag
261
1.000
Verslagjaar 2021 Kwartaal 1 Kwartaal 2 (2) Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (3a)=(1)>(2) Ruimte onder het drempelbedrag (3b)=(1)<(2) Overschrijving van het drempelbedrag
Kwartaal 3
Kwartaal 4
204
148
252
252
57
114
878
748
0
0
0
0
(1) Berekening drempelbedrag (4a) Begrotingstotaal verslagjaar (4b) Het deel van het begrotingstotaal <= 500 miljoen (4c) Het deel van het begrotingstotaal > 500 miljoen
Verslagjaar 2021 34.848 34.848 0
(1)=(4b)*0,0075+(4c)*0,002 met een minimum van 250.000 (eerste en tweede kwartaal) (1)=(4b)*0,0075+(4c)*0,002 met een minimum van 1.000.000 (derde en vierde kwartaal) (2) Berekening kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Verslagjaar 2021 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (5a) Som van de per dag buiten s Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 18.396 13.435 11.196 23.163 (5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92 (2)=(5a)/(5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten s' Rijks schatkist aangehouden middelen 204 148 122 252
Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal.
Berekening (bedragen x € 1.000) Variabelen Renterisico(norm) (1) Renteherzieningen (2) Aflossingen
2021 Jaar T: 0 4.000
2022 Jaar T+1: 0 1.000
2023 Jaar T+2: 0 1.000
2024 Jaar T+3: 0 1.000
(3)
Renterisico (1+2)
4.000
1.000
1.000
1.000
(4)
Renterisiconorm
7.476
8.030
8.131
9.047
3.476
7.030
7.271
7.519
37.379 20%
40.149 20%
40.657 20%
45.235 20%
7.476
7.476
7.476
7.476
7.476
8.030
8.131
9.047
(5a) Ruimte = (4>3 )onder renterisiconorm (5b) Overschrijding = (3>4) renterisiconorm
Renterisiconorm Berekening (4a) Begrotingstotaal jaar T (4b) Percentage Regeling Renterisiconorm (van alleen jaar T) (4) = (4a x 4b/100)
In de looptijd van de meerjarenbegroting blijft het renterisico onder het normbedrag en is daarmee afgedekt.
Pagina 12
1.2.4 Bedrijfsvoering Governance Rd4 is een verzelfstandigde organisatie, waarin we de opgedragen taken zo bedrijfsmatig mogelijk uitvoeren, dit in lijn met de opdracht uit het aandeelhoudersconvenant van 14 januari 1998 (artikel 1, punt 4: de gemeenten zullen bevorderen en bewerkstelligen dat binnen het kader van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen de GR zoveel mogelijk zelfstandig ten opzichte van de gemeenten zal functioneren). Ook de in dit convenant opgenomen overweging dat “een optimalisering van de interne bedrijfsmatigheid en efficiency gewenst is, waarbij de reinigingsdienst op afstand komt te staan van de politiek", ligt nog steeds ten grondslag aan deze taakopvatting binnen onze organisatie. Rd4 draagt dan ook de verantwoordelijkheid voor de concrete uitoefening van de opgedragen taken. In het licht van de bepalingen van de Commissie Tabaksblatt wordt gewerkt volgens het principe van “pas toe of leg uit” (apply or explain). Het in de Algemeen Bestuursvergadering jaarlijks vastgestelde normenkader geldt hierbij als belangrijk richtsnoer bij de interne, dagelijkse bedrijfsvoering. In ons gecertificeerd KAM systeem (kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu) is de visie en missie van onze organisatie vastgelegd.
Deze luidt: Missie Rd4 Rd4 is een publieke reinigingsorganisatie die in opdracht van de aangesloten gemeenten de wettelijke afvalzorgplicht volledig voor haar rekening neemt door een zo optimaal mogelijke exploitatie en beheer (maatschappelijk, financieel, milieu) van de gehele afvalketen. Visie Rd4 § Klantgerichtheid We spannen ons steeds in om onze klanten te begrijpen, hun oplossingen aan te bieden die uitvoerbaar zijn, gebaseerd op onze kennis van de afval- en milieumarkt. We zoeken steeds naar betrouwbare en op maat gesneden oplossingen voor hun problemen. We kijken steeds vanuit het perspectief van onze opdrachtgevers naar ons eigen handelen, om zo daadwerkelijk meerwaarde te kunnen (blijven) leveren. § Bedrijfsmatig presteren Rd4 is een betrouwbare en financieel stabiele organisatie. Rd4 en zijn werknemers zijn prestatiegericht. We stellen doelen en zorgen ervoor dat we deze realiseren. Iedereen levert daaraan een actieve bijdrage. We zijn professioneel en nemen verantwoordelijkheid voor onze persoonlijke prestaties, alles binnen onze eigen mogelijkheden. § Lokale aanwezigheid In een markt die steeds meer wordt gedomineerd door (een beperkt aantal) internationaal opererende marktpartijen, voelen wij ons erg thuis in de eigen regio. Door onze lokale aanwezigheid en resultaatgerichte aanpak zijn we bij uitstek in staat diensten te verlenen met een hoge klantgerichtheid.
In combinatie met ons breed pakket aan diensten, zijn we in staat onze klanten unieke totaaloplossingen te bieden. Mede door onze sterke focus op de behoefte van onze klanten, zijn we in staat geweest om een sterke regionale marktpositie te verwerven. We kennen onze klanten, hun plannen, ambities en hun problemen. Deze lokale aanwezigheid en sterke klantenbinding, zullen we blijven koesteren als een van de belangrijke concurrentievoordelen waarover we beschikken. § Gemotiveerde medewerkers Onze medewerkers zijn de sleutel voor ons succes. Hun kennis, betrokkenheid, inzet en ervaring zijn de basis voor onze dagelijkse dienstverlening aan bedrijven en gemeenten. In ons bedrijfsbeleid vinden we het dan ook erg belangrijk te investeren in professionele werving en selectie, opleiding, training en persoonlijke ontwikkeling; waarbij we uitgaan van gelijke carrièrekansen, ongeacht persoonlijke achtergrond. Het zijn onze medewerkers die waarde toevoegen aan onze diensten. Als werkgever onderkennen we het belang van marktconforme arbeidsvoorwaarden. Een actief retentiebeleid (binden en boeien van medewerkers) maakt hier deel vanuit. Dit zorgt voor continuïteit en dat is in het belang van iedereen die betrokken is bij onze organisatie. § Kernwaarden We handelen Rd4 breed vanuit onze kernwaarden (zo gaan we met elkaar om binnen onze organisatie).
Deze zijn beschreven in ons handboek KOMPAS en worden met regelmaat met onze medewerkers doorgesproken. Enkele elementen hieruit zijn gezonde en veilige werkomstandigheden, open en eerlijke communicatie, geen discriminatie of intimidatie, respectvolle omgang met (de spullen van) elkaar en de bedrijfsmiddelen, waarbij we zeggen wat we doen, doen wat we zeggen en we ons hierop laten aanspreken.
Pagina 13
§ Maatschappelijk verantwoord ondernemen Als milieuorganisatie vinden we een op duurzaamheid gebaseerde bedrijfsvoering belangrijk. In de praktijk komt dit tot uitdrukking in een veelvoud van praktische maatregelen, zoals de strenge emissienormen die we hanteren bij de aanschaf van door motoren aangedreven voertuigen. Maar ook allerlei andere zaken pakken we aan, zoals het gescheiden houden van papier, PMD (Plastic, Metaal/ blik en Drankenkartons), GFT en restafval op de kantoren, het verbeteren van onze energiehuishouding (o.a. LED verlichting, sedumdaken, zonnepanelen, etc.) en duurzaam inkopen. In de periodieke risico-inventarisatie & -evaluatie inventariseren we diverse risico's die betrekking hebben op de veiligheid en gezondheid van medewerkers en klanten. Planmatig pakken we knelpunten aan en lossen ze zoveel mogelijk op. Het concept van duurzaamheid heeft wat ons betreft ook betrekking op ons sociaal beleid. Een fors aantal medewerkers met een zwakke positie op de arbeidsmarkt zijn soms vele jaren binnen onze organisatie te werk gesteld en krijgen zo kansen om zich te ontwikkelen. Dit is een groot voordeel voor de bij de organisatie betrokken gemeenten, immers het zijn overwegend hun inwoners die niet meer aangewezen zijn op een uitkering van de gemeentelijke sociale dienst.
Daarnaast zijn we ISO 9001 gecertificeerd (kwaliteit managementsysteem/ KAM), ISO 14001 (milieumanagement) en VCA* (veiligheid). Het KAM-beleid zoals beschreven in de procedure PD-HD-02-Vxx ligt hieraan ten grondslag. 1.2.5 Verbonden partijen Deelnemers : 10 Gemeenten * / AB
Dagelijks Bestuur
Reinigingsdiensten Rd4 Gemeenschappelijke Regeling (GR)
Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. (BVF)
Rd4 Kringloop Bedrijf B.V. (BV KLB)/(TSC)
N.V. Reinigingsdiensten Rd4 (NV) * Sinds 2019 zijn de gemeenten Nuth, Onderbanken en Schinnen (RWM) gefuseerd in de gemeente Beekdaelen. BVF Eigen vermogen 1/1/21 Eigen vermogen 31/12/21 Vreemd vermogen 1/1/21 Vreemd vermogen 31/12/21 Resultaat 2021
18.151 18.151 24.347.586 28.591.765 0
TSC -978.421 -971.035 1.972.570 1.738.349 7.387
NV 884.199 1.212.352 5.843.305 10.213.094 519.588
De werkorganisatie van Rd4 bestaat uit de Gr Rd4, het Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. en het Rd4 Kringloop bedrijf B.V. welke gezamenlijk een fiscale eenheid vormen. In het Facilitair Bedrijf B.V. zijn bijna alle productiemiddelen ondergebracht, evenals de medewerkers die geen ambtelijke status hebben. Zij volgen derhalve ook een andere cao: vanaf september 2000 geldt de cao voor Afval en Milieu , GEO (Grondstoffen, Energie en omgeving). Alle (loon)kosten van de BVF worden volledig doorberekend aan de Gemeenschappelijke Regeling. Het exploitatieresultaat is dus nihil. De activiteiten van het Rd4 Kringloop Bedrijf B.V. vinden sinds 2005 in de Gemeenschappelijke Regeling plaats. Vanaf 2014 zijn hier de activiteiten van het Textiel sorteercentrum in ondergebracht. Voor deze bedrijven gezamenlijk wordt een geconsolideerde jaarrekening samengesteld. Voor de dienstverlening aan bedrijven is er een separaat bedrijf opgezet zijnde de NV Reinigingsdiensten Rd4. Dit bedrijf heeft geen eigen personeel of activa en huurt deze merendeels in bij de GRrd4 of het Facilitair Bedrijf B.V. welke voor deze dienstverlening de variabele kostprijs plus overheadtoeslag plus winstopslag doorberekent. Volledigheidshalve willen wij opmerken dat de NV geen verbonden partij is conform de definitie van de BBV. De aandelen van de NV Reinigingsdiensten Rd4 zijn in handen van de gemeenten en niet van Rd4.
Pagina 14
2. FINANCIËLE BEGROTING 2.1 Overzicht van baten en lasten en de toelichting
Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat
Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat
Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat
Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat
2023 Baten Lasten Saldo 35.755.587 35.469.357 286.230 35.755.587 33.675.556 2.080.031 35.755.587 35.755.587
1.793.801 -
-1.793.801 -
35.469.357 286.230 35.755.587
286.230 -286.230 -0
2024 Baten Lasten Saldo 36.041.818 35.469.357 572.461 36.041.818 33.639.680 2.402.138 36.041.818 36.041.818
1.829.677 -
-1.829.677 -
35.469.357 572.461 36.041.818
572.461 -572.461 -
2025 Baten Lasten Saldo 36.328.048 35.469.357 858.691 36.328.048 33.603.086 2.724.961 36.328.048 36.328.048
1.866.271 -
-1.866.271 -
35.469.357 858.691 36.328.048
858.691 -858.691 -
2026 Baten Lasten Saldo 36.614.278 35.469.357 1.144.921 36.614.278 33.565.761 3.048.517 36.614.278 36.614.278
1.903.596 -
-1.903.596 -
35.469.357 1.144.921 36.614.278
1.144.921 -1.144.921 -
Pagina 15
De gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd De totale begroting komt uit het geconsolideerde begrotingsboek, deze is geen onderdeel van onderhavige begroting omdat de diverse overige bedrijven niet vallen onder de regelgeving van de BBV. In het geconsolideerde begrotingsboek zijn de diverse bedrijven zijnde de GR Rd4, het facilitaire bedrijf BVF alsmede het kringloopbedrijf geconsolideerd. In onderhavige enkelvoudige begroting zijn de salariskosten opgenomen van de medewerkers welke vallen onder de genormaliseerde cao gemeenten (voorheen CAO CAR UWO) zijnde de medewerkers van Rd4 met een ambtelijke aanstelling welke echter maar een zeer klein gedeelte van de totale populatie vormen. In onderhavig enkelvoudige begroting zijn de posten opgenomen zoals deze rechtstreeks aan de GR Rd4 worden gefactureerd. Hierbij is de enkelvoudige jaarrekening van de GR Rd4 richtinggevend in combinatie met de verwachtte beleidswijzigingen. De kosten gemaakt bij de andere bedrijven worden in de enkelvoudige begroting GR Rd4 volledig als inhuur opgenomen. Meerjarenverwachting afvalhoeveelheden tot en met 2026 In deze meerjarenraming hebben we de reguliere indexering (2-4%) doorgetrokken. We hebben geen beleidsmatige wijzigingen doorgerekend. Niet beïnvloedbare factoren als de ontwikkeling van het aantal aansluitingen de economische ontwikkelingen en de invloed op inflatie zijn niet becijferd.
We hebben wel de verwerkingskosten berekend conform de huidige stand gekoppeld aan de verwachtingen zoals geschetst in ons strategisch meerjarenplan. In 2024 zullen nieuwe tarieven gaan gelden voor ons restafval en onze gft. De verwachting nu is dat deze hoger liggen. Deze onderhandelingen gaan in Afvalsamenwerking Limburg (ASL) verband. 2.2 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Geprognosticeerde begin- en eindbalans
Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende Activa Totaal
2021 12.686.095 1.556.311 30.569.065 44.811.471
2022 12.560.728 1.556.311 29.886.861 44.003.900
2023 12.192.738 1.556.311 29.589.709 43.338.758
2024 11.827.326 1.556.311 29.432.408 42.816.045
2025 11.480.282 1.556.311 29.399.168 42.435.761
Eigen vermogen Vaste schulden >1 jaar Vlottende passiva Totaal
4.044.919 29.180.000 11.586.552 44.811.471
4.187.348 28.180.000 11.636.552 44.003.900
4.472.206 27.180.000 11.686.552 43.338.758
4.899.493 26.180.000 11.736.552 42.816.045
5.469.209 25.180.000 11.786.552 42.435.761
EMU saldo Zie paragraaf financiering onder paragraaf 1.2.3 hierboven. Financiering Zie paragraaf financiering onder paragraaf 1.2.3 hierboven.
Pagina 16
De stand en verloop van reserves Aangezien er met een nihil-resultaat wordt begroot betekent dit ook dat reserves naar verwachting niet muteren. Vanaf 2022 zal er een reserve in het kader van duurzaamheid worden aangelegd. De besteding hiervan wordt nader afgestemd. De stand en verloop van voorzieningen De GR heeft een voorziening groot onderhoud inzake de gebouwen Jaarlijks terugkerende arbeidskosten De salariskosten zijn gebaseerd op de bestaande directe en indirecte formatie en de ontwikkeling hiervan zoals deze de komende jaren wordt verwacht rekening houdende met de verwachte ontwikkelingen. Verder is er rekening gehouden met een jaarlijkse inflatie van 2%. Investeringen De investeringen zoals gepresenteerd hebben uitsluitend betrekking op de investeringen in de GR. Aangezien het overgrote deel van de investeringen voor het dochterbedrijf de BV Facilitair bedrijf zijn bestemd, welke buiten de scope van deze begroting vallen, zijn de investeringen in de GR minimaal. Gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats o.b.v. historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.
De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie t.b.v. gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de vervaardigings- of verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het boekjaar na moment van ingebruikneming. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Vlottende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen. De liquide middelen en overlopende activa worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Eigen vermogen De reserves zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onder de vaste schulden worden schulden opgenomen met een resterende looptijd van meer dan één jaar. De op korte termijn (binnen één jaar) verschuldigde aflossingen worden opgenomen onder de vlottende passiva.
Pagina 17
Vlottende passiva De netto vlottende schulden en de overlopende passiva worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen.
2.3 Bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld
Taakveld 7.3 Afval Taakveld 0.3 Overhead Taakveld 0.5 Treasury Taakveld 0.10 Mutatie reserves Taakveld 0.11 Resultaat van baten en lasten
Baten 35.755.587 35.755.587
2023 Lasten 33.675.556 1.152.229 641.572 286.230 35.755.587
Pagina 18
Saldo 2.080.031 -1.152.229 -641.572 -286.230 -0
VASTSTELLING DOOR ALGEMEEN BESTUUR
Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten Rd4 in de vergadering van 30 juni 2022.
De secretaris / directeur
De voorzitter
W.C.H. Sijstermans
G.G.J. Janssen
Pagina 19