VII-18 Raadsvoorstel Samenvoegen gemeentelijke verordeningen tot een Vfl en een Vov.pdf
Tekst van het document
Advies aan gemeenteraad
Datum advies: 1 juni 2021
Afdeling: Vergunningen Zaakkenmerk: 151734
Financiële consequenties: n.v.t.
Behandelend ambtenaar: Mevrouw M.H.L. Crins Afdelingsmanager: De heer P.F.J.M. Engelen Portefeuillehouder: De heer W.J.H Schleijpen De heer J.W.H. Hodinius De heer R. de Boer
Onderwerp: Samenvoegen van de gemeentelijke verordeningen tot een Verordening fysieke leefomgeving en een Verordening openbare orde en veiligheid
pag. 1/11
Beslispunt: 1 . ingestemd met de vaststelling van de Verordening fysieke leefomgeving met bijlagen, onder intrekking van de: a. Algemene plaatselijke verordening gemeente Simpelveld, vastgesteld op 6 juli 2017 en gewijzigd op 10 april 2019 en 16 januari 2020 (voor zover relevant); b. Bouwverordening gemeente Simpelveld (12e serie wijzigingen), vastgesteld op 18 oktober 2007 en gewijzigd op 1 oktober 2008; c. Standplaatsenverordening, vastgesteld op 26 augustus 1999; d. Verordening op de weekmarkt(en), vastgesteld op 24 mei 1997; e. Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Simpelveld 2011, in werking getreden op 15 juni 2011; f. Monumentenverordening, vastgesteld op 30 mei 1991 en gewijzigd op 30 maart 1995; g. Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Simpelveld, in werking getreden op 4 oktober 2016. 2. ingestemd met de vaststelling van de Verordening openbare orde en veiligheid met bijlage, onder intrekking van de: a. Algemene plaatselijke verordening gemeente Simpelveld, vastgesteld op 6 juli 2017 en gewijzigd per 10 april 2019 en 16 januari 2020; b. Verordening winkeltijden Simpelveld 2018, vastgesteld op 13 december 2018; c. Verordening speelhalautomaten Simpelveld, vastgesteld op 31 mei 2001; d. Parkeerverordening Simpelveld 1995, vastgesteld op 27 april 1995; e.
Wegsleepverordening gemeente Simpelveld, vastgesteld op 26 juni 2014; f. Afvalstoffenverordening gemeente Simpelveld 2017, vastgesteld 14 december 2017. 3. ingestemd met de vaststelling van de geactualiseerde Inspraakverordening Simpelveld 2021, onder intrekking van de Inspraakverordening gemeente Simpelveld, vastgesteld op 30 november 1995. 4. ingestemd met de intrekking van het beleid ‘Tussen wonen en recreatie’ uit 2007, omdat de juridische grondslagen zijn komen te vervallen en een aanleiding/noodzaak met de inwerkingtreding van de huidige bestemmingsplannen niet meer aanwezig is. 5. ingestemd met de benoeming ingaande na inwerkingtreding en op grond van artikel 4.2 Vfl, van: 1. de heer drs. Ir. J. Povše als dorpsbouwmeester en voorzitter monumentencommissie; 2. de heer ir. M. Feron als eerste plaatsvervangend dorpsbouwmeester en lid monumentencommissie 3. de heer ing. G. Extra als tweede plaatsvervangend dorpsbouwmeester en lid monumentencommissie, als correct orgaan, met terugwerkende kracht per 1 juli 2020, waarmee tevens de gemeentelijke adviescommissie wordt benoemd ingevolge artikel 17.9 Omgevingswet ingaande bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Toelichting: Zie onder Inleiding en verder.
Inleiding Op 13 februari 2020 heeft de raad de “Visie op implementatie Omgevingswet – Plan van aanpak ‘implementatie 1 Omgevingswet’ gemeente Simpelveld en Voerendaal” vastgesteld. Hierin is besloten om - alhoewel de wet nog onduidelijk en in bewerking is - overzicht te creëren in de bestaande gemeentelijke verordeningen. Doel is het inventariseren van de verordeningen, waarbij tevens de regels worden geactualiseerd en geüniformeerd. Uitgangspunt is dat de regels beleidsarm worden omgezet naar één integrale Verordening fysieke leefomgeving en één Verordening openbare orde en veiligheid. Verder is besloten om in het verlengde hiervan de bestaande beleidsregels op grond van de geïnventariseerde verordeningen en het omgevingsrecht te inventariseren en waar nodig de actualiseren dan wel af te stemmen op de Omgevingswet. Overgangsperiode bij de inwerkingtreding Omgevingswet Als de Omgevingswet in werking treedt, beschikt nog geen gemeente over een omgevingsplan, waardoor er 2 overgangsrecht in werking zal treden. Op grond van dit overgangsrecht : 1. worden de geldende bestemmingsplannen van rechtswege een omgevingsplan; 3 2. gaat van rechtswege een overgangsrechtelijk ‘tijdelijk deel’ van het omgevingsplan ontstaat. Dit betreft een deel van de regels uit de zogenoemde bruidsschat.
Dit zijn omgevingsplanregels van rijkswege, die via het Invoeringsbesluit Omgevingswet rechtstreeks onderdeel van het omgevingsplan gaan uitmaken. Dit betreffen de regels die thans in de Wabo zijn opgenomen, zoals de vergunningplichten en de regels voor vergunningvrij bouwen. 1
Onderdeel 9.2, actiepunt: opstellen Vfl (zaaknr. 123897). Artikel 4.6 Invoeringswet omgevingswet. 3 Artikel 22.2 Omgevingswet. 2
pag. 2/11
3.
blijven de gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, maar uiteindelijk in het omgevingsplan opgenomen moeten worden, hun werking houden.
In 2029 eindigt het overgangsrecht en zullen alle gemeenten een volledig omgevingsplan vastgesteld moeten hebben, waarin alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Dit betekent dat ook gemeentelijke regels in (autonome) verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving 4 moeten worden overgeheveld naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Het is daarom van belang inzicht te hebben in de bestaande gemeentelijke verordeningsregels die uiteindelijk onderdeel worden van het omgevingsplan en regels die hiervan geen deel moeten uitmaken. Als voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is derhalve gekozen voor: 1. het bundelen van de bepalingen in gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving in één verordening, de Verordening fysieke leefomgeving (Vfl). Deze verordening dient als bouwsteen voor het uiteindelijk invoegen in het omgevingsplan; 2. het apart bundelen van de regels in gemeentelijke verordeningen, die betrekking hebben op vergunningverlening, toezicht en handhaving, maar (hoofdzakelijk) de openbare orde en veiligheid dienen, in de Verordening openbare orde en veiligheid (Vov). Deze verordening blijft aldus ook na 5 2029 bestaan, naast het omgevingsplan, als gemeentelijk verordening.
Wet- en regelgeving Omgevingswet, Gemeentewet, Algemene wet bestuursrecht en een veelvoud aan sectorale wetten, zoals de Wet milieubeheer, Wabo, Drank- en horecawet en Wegenverkeerswet 1994. Strategische visie / beleidsprogramma n.v.t. Relatie met bestaand beleid / eerdere voorstellen Zie raadsbesluit van 13 februari 2020, met zaaknummer 123897. Overwegingen 1. Bundeling gemeentelijke verordeningen De volgende verordeningen zijn geïnventariseerd: Vov/Vfl 1. Algemene plaatselijke verordening gemeente Simpelveld, vastgesteld op 6 juli 2017 en gewijzigd op 10 april 2019 en 16 januari 2020; 2. Bouwverordening gemeente Simpelveld (12e serie wijzigingen), in werking getreden op 1 december 2007 en gewijzigd op 1 oktober 2008; 3. Standplaatsenverordening, inwerking getreden op 9 september 1999; 4. Verordening op de weekmarkt(en), vastgesteld op 24 mei 1997; Vfl 5. Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Simpelveld 2011, in werking getreden op 15 juni 2011; 6. Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Simpelveld, in werking getreden op 4 oktober 2016; 7. Monumentenverordening gemeente Simpelveld, in werking getreden op 18 mei 2016 8. Verordening winkeltijden Simpelveld 2018, in werking getreden op 25 december 2018; 9. Verordening speelhalautomaten Simpelveld, vastgesteld op 31 mei 2001; 10.
Parkeerverordening Simpelveld 1995, vastgesteld op 27 april 1995; Vov 11. Wegsleepverordening Simpelveld, vastgesteld op 26 juni 2014; 12. Afvalstoffenverordening gemeente Simpelveld 2017, vastgesteld 14 december 2017 Aanvullend is eveneens de Inspraakverordening, vastgesteld op 30 november 1995, geactualiseerd, omdat de onderliggende wetgeving grotendeels niet meer bestaat (zie onderstaand onder punt 4 Overige beslispunten).
4
Artikel 22.4 Omgevingswet bepaalt dat artikel 122 Gemeentewet gedurende de overgangsperiode niet geldt, waardoor de verordening tijdens de overbruggingsperiode niet van rechtswege komen te vervallen. 5 Op grond van artikel 149 Gemeentewet e.v. pag. 3/11
Alle bestaande (bovengenoemde) verordeningen worden gelijktijdig met de vaststelling van de Vfl en Vov ingetrokken. In de was-wordt-tabellen in bijlage 7 zijn alle wijzigingen van de Vfl, Vov en Inspraakverordening inzichtelijk gemaakt. De eerste kolom bevat het oorspronkelijke artikel, de tweede kolom het nieuwe artikel dat daarvoor in de plaats is gekomen, de derde kolom benoemt het onderwerp en de vierde geeft een toelichting op doorgevoerde wijzigingen. Gemaakte keuzes De bundeling van de bovenstaande verordening bevat keuzes op het vlak van: 1. Verdeling van de regels in enerzijds de fysieke leefomgeving (Vfl als bouwsteen van het omgevingsplan) en anderzijds de openbare orde en veiligheid (Vov); 2. Inhoudelijke aanpassing van regels t.b.v. uniformiteit, actualisatie en vereenvoudiging c.q. verbetering; 3. Aanpassing aan de nieuwe Omgevingswet, waaronder overgangsrecht. Deze keuzes, die onderstaand worden uitgewerkt, zijn gemaakt naar de huidige stand van de parlementaire behandeling van de Omgevingswet. Inhoudelijk kunnen hier nog wijzigingen in worden doorgevoerd. Ook kan op grond van de toekomstige jurisprudentie verdere uitwerking volgen. Als gevolg hiervan kunnen in een later stadium (na inwerkingtreding Ow) aanpassingen vereist zijn. 1.
Verdeling fysieke leefomgeving versus openbare orde en veiligheid Bij de samenstelling van de verordeningen is een keuze gemaakt om bepaalde artikelen of gehele verordeningen in de ene dan wel de andere verordening te plaatsen. Deze keuzes zijn gebaseerd op de volgende aspecten: 1. Onderdelen die op grond van de Omgevingswet verplicht in het omgevingsplan moeten, zijn in de Vfl opgenomen. De resterende onderdelen, voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van de VTH-taken zijn naar de Vov overgeheveld; 2. De Omgevingswet schrijft voor dat verordeningen die regels bevatten die betrekking hebben op de wijziging van (of gevolgen hebben voor) de fysieke leefomgeving in het omgevingsplan moeten (en daarmee in de Vfl). Wat onder ‘fysieke leefomgeving’ moet worden verstaan, is echter nog niet met zekerheid te zeggen. In de Toelichting van de Omgevingswet staat vermeld dat de Wet geen betrekking heeft op de verhouding tussen private actoren en de overheid. Aldus geen betrekking heeft op veilig verkeersgedrag of dierenwelzijn. Ook heeft de Wet geen betrekking op private actoren die publieke diensten verrichten, zoals spoor, energiebedrijven, drinkwaterbedrijven en woningcorporaties. 3. Artikel 2.1, lid 2 van het Omgevingsbesluit bepaalt wat niet in het omgevingsplan mag.
Dit betreffen kortgezegd de bepalingen op grond van de Gemeentewet die (met name) de burgemeester bevoegdheden geeft in het kader van de openbare orde en veiligheid. Deze mogen aldus niet in het omgevingsplan (en daarmee niet in de Vfl). 4. Artikel 1.4 van de Omgevingswet bepaalt voorts dat de wet niet van toepassing is op onderwerpen met betrekking tot de fysieke leefomgeving of onderdelen daarvan, die bij of krachtens een andere wet uitputtend zijn geregeld. Dergelijke regelgeving moet aldus in de Vov worden opgenomen (Alcoholwet, Telecommunicatiewet, Wegenverkeerswet, etc.) 5. Een groot aantal verbodsbepalingen in de gemeentelijke verordeningen betreffen tevens feitcodes van het OM, dat het voor onze boa’s (alsook politie) mogelijk maakt daarvoor een bekeuring uit te delen. 6 Deze bevoegdheid bestaat uitsluitend als sprake is van een koppeling via de Wet OM-afdoening met een gemeentelijke verordening. Naar de huidige stand van de parlementaire behandeling van de Omgevingswet, wordt de Wet OM-afdoening niet gewijzigd, in die zin dat de koppeling ook kan zijn gelegen in een omgevingsplan. Dit maakt het (vooralsnog) raadzaam deze regels in de Vov op te nemen. 6. Dergelijke wijziging wordt wel doorgevoerd in de Wet milieubeheer, die niet volledig opgaat in de Omgevingswet. De huidige Afvalstoffenverordening is gestoeld op artikel 10.23 Wet milieubeheer.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft de verordeningsbevoegdheid behouden, maar wordt (optioneel) toegevoegd dat de regels in een omgevingsplan kunnen worden opgenomen. Hier laat de wetgever de raad aldus uitdrukkelijk de keuze. 7. Daarnaast spelen nog twee juridische aspecten een rol. De onderdelen die worden opgenomen in de Vfl worden uiteindelijk in het omgevingsplan opgenomen. Hierop worden dan ook de juridisch waarborgen uit de Omgevingswet van toepassing, zoals rechtsmiddelen (bezwaar en beroep) en nadeelcompensatie (thans planschade). Het kan daarom ook een tactische keuze zijn om onderwerpen vooralsnog niet in de Vfl op te nemen, totdat meer duidelijk bestaat over de onderwerpen die er echt in moeten worden opgenomen. Nu bevatten de verordeningen nog veel uitvoeringsaspecten, zoals de
6
en het Besluit OM-afdoening. pag. 4/11
8.
frequentie van inzamelen van huishoudelijk afval. Hiervoor zijn dergelijke juridische waarborgen niet bedoeld, maar kunnen ze dan wel worden aangewend. Er zit een risico in het maken van de verkeerde keuze, maar dit risico bestaat nog niet als de Omgevingswet in werking treedt. Als in een juridische procedure zou blijken dat een onderwerp ten onrechte in het omgevingsplan is opgenomen, zal deze regel onverbindend worden verklaard. Andersom geldt hetzelfde. Als een regel ten onrechte in een verordening blijkt te staan, is deze eveneens onverbindend (mits rechterlijk bepaald). Om deze reden is het raadzaam de komende jaren de jurisprudentie die hieromtrent ontstaat te volgen. Tot 2029 hebben wij de tijd om alle regels op de juiste wijze te hebben verwerkt in het omgevingsplan dan wel gemeentelijke verordeningen. Tot die tijd blijven zowel de Vov als de Vfl als een verordening hun werking houden op grond van het overgangsrecht.
Wij hebben ervoor gekozen alleen de onderwerpen die géén feitcodes behelzen en die duidelijk betrekking hebben op de fysieke leefomgeving op te nemen in de Vfl. De regels die betrekking hebben op de openbare orde en veiligheid, die hun grondslag hebben in sectorale wetten en de resterende regels, zijn opgenomen in de Vov. Zie bijlage 1 voor de inhoud van de verordeningen. 2. Inhoudelijke aanpassing van de regels In principe zijn de bestaande verordeningen beleidsarm overgeheveld naar de Vfl of Vov. De volgende generieke wijzigingen zijn doorgevoerd, die niet inzichtelijk zijn gemaakt in de documenten, omdat deze daarmee onleesbaar werden: 1. Er wordt uitgegaan van een uniform begrip ‘vergunning’, waarmee het begrip ‘ontheffing’ is verwijderd 7 en vervangen door ‘vergunning’. 2. De losse vermelding van een vergunning- of ontheffingsbevoegdheid in een apart lid is (waar dat zich voordeed) verwijderd en vervangen door een uniforme vergunningsbevoegdheid in het eerste lid van een vergunningplichtartikel. De vergunningplicht wordt daarmee uniform aangeduid door de zinsnede: ‘Het is verboden zonder vergunning van [bevoegd gezag] …[vergunningplichtige activiteit].’ Dit is conform de terminologie van de Wabo/Omgevingswet. Sommige artikelen kende deze formulering al. Deze formulering is overal toegepast, waarmee aparte artikelleden hieromtrent zijn komen te vervallen. 3.
Verwijzingen naar wettelijke artikelen zijn allemaal op actualiteit gecontroleerd, daar waar onjuiste artikelverwijzingen bestonden, zijn deze aangepast. 4. Er is gekozen om niet te verwijzen naar het ‘bevoegd gezag’ maar deze te benoemen, waar dat mogelijk is. Hierbij is de uniforme verwijzing ‘het college’ gebruikt. De verwijzing naar ‘burgemeester en wethouders’ komt daardoor niet meer voor. Zekerheidshalve is hiervoor in hoofdstuk 1 een definitie opgenomen. 5. De definities zijn zoveel mogelijk geüniformeerd en ondergebracht in artikel 1.1 van zowel de Vfl als de Vov. Daarmee zijn de aparte definitie-bepalingen aan het begin van elk hoofdstuk, of elke afdeling of paragraaf, grotendeels komen te vervallen. Het was echter onvermijdelijk om bij sommige onderdelen toch een definitiebepaling op te nemen om juridische omissies te voorkomen. 6. Daar waar de onderliggende wet voorziet in definities zijn deze niet meer herhaald ingevoegd, maar wordt verwezen naar de onderliggende wet. 7. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Dit vloeit voor een omgevingsvergunning overigens rechtstreeks voort uit de Wet. In sommige artikelen was in een lid apart opgenomen dat aan de vergunning voorschriften konden worden verbonden.
Er is voor gekozen om in hoofdstuk 1, in artikel 1.4 één generieke bevoegdheid op te nemen voor alle vergunningplichten in de beide verordeningen (Vfl/Vov). Hiermee zijn alle aparte verwijzingen in de artikelen verwijderd. 8. Alle verordeningen hebben gelijkluidende slotbepalingen, deze zijn samengevoegd in beide verordeningen (Vfl en Vov) als één slothoofdstuk. 9. Juridische termen die niet meer bestaan zijn geschrapt en waar nodig vervangen door een actuele term. In dit kader is bijvoorbeeld het woord ‘beperking’ vervangen door ‘voorschrift’. 10. De Monumentenverordening 1995 is in zijn geheel geschrapt, omdat geen enkel artikel meer van toepassing was. Hierbij is van belang dat inmiddels de Erfgoedwet de Monumentenwet grotendeels heeft vervangen en inhoudelijk geen uitvoering aan deze verordening was gegeven (aanwijzen van gemeentelijke monumenten). Daarnaast wordt de verordening inhoudelijk overbodig onder werking van de Omgevingswet. Onderhavige inventarisatie is een beleidsarme bundeling van gemeentelijke regels. Bij het opstellen van een toekomstige omgevingsplan, zal naar de integrale ruimtelijke kwaliteit worden gekeken, waarbij naast stedenbouwkundige/architectonische kwaliteit ook cultureel en/of historisch erfgoed een rol speelt. 11. De Bouwverordening 2007 is op enkele artikelen na (hoofdstuk 3 Vfl) in 2016 van rechtswege komen te vervallen.
Daarnaast is uitsluitend hoofdstuk 9 Bouwverordening gehandhaafd, dat betrekking heeft op de welstandscommissie. 7
Dit geldt niet voor hoofdstuk 3 Vov, omdat dit hoofdstuk een uitwerking is van de Winkeltijdenwet, die de term ‘vergunning’ niet kent, maar uitsluitend ‘ontheffing’, zodat wij hierbij moeten aansluiten. pag. 5/11
12. De Verordening op de weekmarkt(en), vastgesteld op 24 mei 1997, was sterk verouderd. Als gevolg hiervan zijn veel artikelen komen te vervallen (van 40 naar 10 artikelen). 13. In de huidige verordeningen bleken typefouten te staan, die zijn verbeterd. 3. Overgangsrecht Met name de Vfl is geschreven met de Omgevingswet in gedachte. Weliswaar blijven de gemeentelijke verordening op grond van het overgangsrecht van de Omgevingswet hun werking houden tot 2029, gedeeltelijk vervallen een aantal onderliggende wetten met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarnaast wordt de Drank- en horecawet naar verwachting op 1 juli 2021 vervangen door de Alcoholwet. De volgende overgangsrechtelijke keuzes zijn gemaakt: 1. Omdat de naam van de Drank- en horecawet (naar verwachting) per 1 juli 2021 wijzigt in Alcoholwet, is deze naamswijziging reeds doorgevoerd, gelet op de datum van vaststelling door de raad van onderhavige verordeningen; 2. Voor alle artikelen in de Vfl en de Vov, waarvoor de onderliggende wet wijzigt, is overgangsrecht gemaakt in tabelvorm. Deze tabellen zijn als bijlagen bijgevoegd, maar maken via de artikelen 7.5 Vfl en artikel 10.5 Vov uitdrukkelijk deel uit van de verordening. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven de verordeningen daarmee actueel; 3. Hoofdstuk 4 van de Vfl heeft betrekking op welstand en monumenten.
Voor deze regels komt de juridische basis (artikel 12a Woningwet) in zijn geheel te vervallen bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hiervoor geldt aldus géén overgangsrecht. De Omgevingswet voorziet geheel zelfstandig in nieuwe regels hieromtrent, waarbij wordt uitgegaan van een gemeentelijke adviescommissie die breder kan worden ingezet, maar in elk geval betrekking moet hebben op de advisering omtrent rijksmonumenten en welstand. Conform deze nieuwe regels is een tweede hoofdstuk 4 ‘Gemeentelijk adviesorgaan’ geschreven en als bijlage bij de Vfl gevoegd. Op grond van artikel 4.7 en 7.5 Vfl treedt het nieuwe hoofdstuk bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet vanzelf in werking. 4. Hoofdstuk 5 Vfl heeft betrekking op de planschadeprocedure. Ook deze regels uit de Wro, vervallen van rechtswege bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hiervoor is geen nieuw hoofdstuk geschreven, omdat de Omgevingswet zelf de procedure voorschrijft. Deze zullen separaat worden beoordeeld en indien nodig wordt uw raad separaat een vervangend hoofdstuk 5 ter besluitvorming voorgelegd. Reclamebeleid In artikel 2.26 Vfl is een nieuw artikel toegevoegd ten aanzien van reclame, waarmee invulling wordt gegeven aan de wens van uw raad om reclamebeleid op te stellen (punt op actielijst).
Het artikel geeft in lid 3 criteria die bepalen wanneer reclame onaanvaardbaar wordt geacht, namelijk als sprake is van: 1. armoedig, ondeugdelijk of niet weerbestendig materiaalgebruik; 2. toepassing van felle en (sterk) contrasterende kleuren; 3. te opdringerige of veelvoud (waaronder omvang) aan reclames; 4. een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie daarvoor de gebiedsgerichte welstandscriteria) 5. ernstige afbreuk doen aan architectonische bijzonderheden van een pand of monumentale waarden; 6. felle, van kleurwisselende of knipperende belichting (al dan niet ter ondersteuning van reclame); 7. (span)doeken 8. roterende of mechanisch bewegende reclamevoeringen of –voorwerpen; 9. losse merkenreclame of anderszins reclame voor bedrijven, diensten of producten die niet op het desbetreffende perceel plaatsvinden of worden verkocht; 10. reclame op onbebouwde gronden of percelen 11. reclame dat hinderlijk of gevaarlijk is voor derden (waaronder wordt begrepen inbreuk op de verkeersveiligheid en beperkingen voor de bereikbaarheid/doorrijhoogte of –breedte van hulpdiensten); 12. een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van (handels)reclame die geparkeerd staat op een weg met als doel handelsreclame te maken Pas als de opgesomde ontsiering, gevaar of hinder zich voordoet, is sprake van een verbod/vergunningplicht. Dit betreft daarmee een excessenregeling.
Hiervoor is gekozen om de regeldruk van ondernemers niet te doen toenemen, alsook de werklast van de ambtelijke organisatie. Daarmee is het echter wel mogelijk onaanvaardbare reclame aan te pakken. Doordat met deze regels een kader is gesteld, is vooralsnog een nadere uitwerking in beleid niet nodig. De praktijk zal uitwijzen of nader regels vereist zijn. Mocht dat zo zijn, zal hierop actie worden ondernomen.
pag. 6/11
2. Actualisatie nadere regels en beleidsregels o.g.v. de verordeningen Raadsbevoegdheid In hoofdstuk 4 Vfl zijn de regels opgenomen met betrekking tot de welstands- en monumententoetsing door de dorpsbouwmeester en monumentencommissie. Deze regels zijn een overblijfsel van de Bouwverordening, waarbij de raad tevens een ‘Reglement van orde voor de dorpsbouwmeester’ heeft vastgesteld. Omdat de regels in de bouwverordening niet overeen kwamen met de regels in het reglement zijn deze op elkaar afgestemd en daarnaast geactualiseerd. Met de vaststelling van de Vfl, is het artikel ten aanzien van het reglement echter gewijzigd conform de werkwijze onder vigeur van de Omgevingswet. Hierdoor stelt niet de raad het reglement vast maar de dorpsbouwmeester, dat via het college kenbaar wordt gemaakt. Het reglement zal derhalve eerst door de dorpsbouwmeester worden geactualiseerd en gelijktijdig met besluitvorming door de 8 raad via het college bekend worden gemaakt. Tevens zij vermeld, zie onder punt 4 Overige beslispunten, dat de dorpsbouwmeester en monumentencommissie opnieuw moeten worden benoemd. Collegebevoegdheid De gemeente heeft op grond van sommige artikelen in bovengenoemde gemeentelijke verordeningen, uitvoerende regels die zijn opgesteld door het college.
Deze regels kunnen door de raad zijn toegekend, door het opstellen van ‘nadere regels’ in de verordening voor een bepaald onderwerp mogelijk te maken. Daarnaast heeft het college altijd de mogelijk om op grond van artikel 4:81 Awb beleidsregels op te stellen ten aanzien van zijn bevoegdheden. Door de bundeling van de gemeentelijke verordening, is een nieuwe nummering ontstaan van deze bevoegdheden, waardoor de verwijzing in de bestaande beleids- en nadere regels niet meer juist is. De verwijzingen zullen derhalve eveneens (aldus beleidsarm) worden aangepast, bij separate besluitvorming door het college. In bijlage 8 zijn desbetreffende door het college vastgestelde nadere (beleids)regels opgesomd. Daarnaast zal het college nog nieuwe regels moeten vaststellen als gevolg van de actualisatie van de regels: 1. beleidsregels voor de toedeling van schaarse vergunningen op grond van artikel 4.24 Vov (speelautomatenhal) en artikel 2.14 Vfl (marktstandplaats); 2. aanwijzingsbesluit om de toegang tot het weiland bij het hellingsbos tussen zonsondergang en zonsopkomst als verboden gebied aan te wijzen op grond van artikel 5.7 Vov. 3. Aanwijzing (opnieuw) van de bomenlijst op grond van artikel 2.25 Vfl 3.
Actualisatie beleidsregels fysieke leefomgeving Ook kent de gemeente (beleids)regels die verdere uitwerking geven aan een bevoegdheid die niet in een verordening zijn opgenomen, maar wel betrekking hebben op het omgevingsrecht c.q. de VTH-taken. Raadsbevoegdheid De raad heeft de volgende regels vastgesteld: Naam 1. welstandsnota Landelijk Parkstad 2004
Huidige grondslag Artikel 12a Woningwet
2. beleidsnota Tussen wonen en recreatie
Bestemmingsplannen
Nieuwe grondslag Worden van rechtswege beleidsregels (o.g.v. art. 4.19 Ow) n.v.t.
Aanpassingen vereist: Nee, valt onder overgangsrecht (art. 1.144 Invoeringswet Ow) Beleid verouderd en overbodig
Welstandsnota De welstandsnota ‘Landelijk Parkstad’, vastgesteld op 3 juni 2004, wordt na de inwerkingtreding van de 9 Omgevingswet van rechtswege een beleidsregel als bedoeld in de Omgevingswet voor het uiterlijk van een bouwwerk. Deze nota wordt vooralsnog niet geactualiseerd. Uiterlijk in 2029 moeten de regels, zoals thans in hoofdstuk 4 Vfl zijn opgenomen, naar het omgevingsplan zijn overgeheveld. Als onderdeel hiervan zal de
8
Huidige grondslag: artikel 12 Bouwverordening, nieuwe grondslag artikel 4.2 Vfl dan wel artikel 4.11 Vfl (na inwerkingtreding Ow). 9 Artikel 1.144 van de Invoeringswet Omgevingswet bepaalt dat een welstandsnota als bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet die van kracht is, geldt als een beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. pag. 7/11
ruimtelijke kwaliteit (verruimde reikwijdte) worden beoordeeld en bestaat de mogelijkheid het beleid aan te passen en actualiseren. Beleidsregels Tussen wonen en recreatie De beleidsregels ‘Tussen wonen en recreatie’ zijn vastgesteld in 2007. Het betreffen regels over de handhaving van permanente bewoning van recreatiewoningen. Het beleid is opgesteld om verder invulling te geven aan de bestemmingsplanregels. De destijds geldende bestemmingsplannen zijn inmiddels vervangen door de geldende bestemmingsplannen (Kernen gemeente Simpelveld en Buitengebied 2016). De wetgeving waarnaar wordt 10 11 verwezen bestaat eveneens grotendeels niet meer, zoals de WRO en de Wet gba . Door de huidige opzet van de bestemmingsplannen zijn verdergaande regels ook niet meer nodig. Het verbod op permanente bewoning is expliciet opgenomen als verboden gebruik en de definities zijn uitgewerkt. Deze regels zijn aldus leidend. Gelet op de handhavingsplicht en de daarop in de jurisprudentie geformuleerde uitzonderingen, heeft een nadere uitwerking geen toegevoegde waarde meer. Wij stellen dan ook voor deze beleidsregels in zijn geheel intrekken. Collegebevoegdheid Op grond van de door de raad in 2007 vastgestelde beleidsregels ‘Tussen wonen en recreatie’ heeft het college in 2015 een uitvoeringsdocument ‘Illegale bewoning van niet voor woondoeleinden bestemde panden’ vastgesteld.
Ook deze regels zijn nog geformuleerd op grond van verouderde wet- en regelgeving. Nu wij uw raad voorstellen de beleidsregels in te trekken, zal het college in navolging hiervan ook het uitvoeringsdocument intrekken. De uitvoering was al conform huidige wet- en regelgeving en daarnaast zal de uitvoering van de VTHtaken met de ingebruikname van Squit2020 verder worden gestandaardiseerd, waardoor wij voor de uitvoering daarbij zullen aansluiten. 4. Overige beslispunten Benoeming dorpsbouwmeester en zijn vervangers/gemeentelijke adviescommissie De regels zoals thans in hoofdstuk 4 van de Vfl (incl. het overgangsrecht van dit hoofdstuk) opgenomen, komen voort uit hoofdstuk 9 van de Bouwverordening. Hierin was opgenomen dat de welstands- en monumentencommissie door het college wordt benoemd en ontslagen. Op grond van artikel 1, lid 1 Woningwet is de welstandscommissie een door de raad benoemde onafhankelijke commissie die aan het college adviseert over (kortgezegd) de redelijke eisen van welstand van een bouwwerk. In de plaats daarvan kan de raad een stadsdorpsbouwmeester benoemen. Deze bevoegdheid kan niet worden overgedragen aan het college. Dit is onder de werking van de Bouwverordening uit 1995 wel gebeurd. Om deze reden stellen wij voor dit te corrigeren door een de huidige leden opnieuw door de raad te laten benoemen.
Het artikel omtrent de benoeming komt dan ook niet meer terug in de Vfl. Voor reeds verleende omgevingsvergunningen heeft dit geen gevolgen. Een onherroepelijk geworden besluit is namelijk onaantastbaar, waardoor van de rechtmatigheid ervan moet worden uitgegaan. Ook treedt het rechtsgevolg van een besluit in, zodat de vergunning gewoon rechtskracht krijgt na verlening. De dorpsbouwmeester en zijn vervangers zijn bij collegebesluit van 30 juni 2020 (zaaknr. 135530) benoemd met ingang van 1 juli 2020. Wij stellen voor, gelet op de maximale zittingstermijn van 3 jaar, de benoeming met terugwerkende kracht op 1 juli 2020 in te laten gaan. Het betreffen de volgende drie personen: 4. de heer drs. Ir. J. Povše (dorpsbouwmeester en voorzitter monumentencommissie); 5. de heer ir. M. Feron (eerste plaatsvervangend dorpsbouwmeester en lid monumentencommissie) 6. de heer ing. G. Extra (tweede plaatsvervangend dorpsbouwmeester en lid monumentencommissie) Daarnaast is bij raadsinformatiebrief van 17 maart 2021 aangegeven dat de raad de benoeming van een commissie ruimtelijke kwaliteit zou worden voorgelegd ter vervanging van de dorpsbouwmeester en monumentencommissie. Omdat hiervoor geen overgangsrecht is opgenomen in de Omgevingswet, moet de raad deze gemeentelijk adviescommissie op grond van artikel 17.9 Omgevingswet opnieuw vaststellen.
Door onderhavige benoeming wordt hierin tevens voorzien. Artikel 4.13 bijlage 1 Vfl voorziet erin dat de benoemde leden worden geacht te zijn benoemd op grond van deze bijlage, waarmee met de inwerkingtreding van de Omgevingswet volledig wordt voldaan aan deze wet. Uw raad zal daarom niet meer separaat de benoeming van de gemeentelijke adviescommissie worden voorgelegd.
Actualisatie Inspraakverordening 10 11
Vervallen in 2008. Vervallen in 2014. pag. 8/11
Bij de inventarisatie van de bestaande gemeentelijke verordeningen is eveneens de Inspraakverordening, vastgesteld op 30 november 1995 bekeken. Deze verordening heeft betrekking op alle gemeentelijke beleidsvoornemens, waardoor deze verordening verder reikt dan het omgevingsrecht of de VTH-taken. Gelet op gedateerdheid van deze verordening is er voor gekozen, ook deze thans te actualiseren. Deze actualisatie is eveneens beleidsarm gedaan. In afwijking van de Inspraakverordening uit 1995 is in artikel 2 geen opsomming meer opgenomen van beleidsvoornemens waarvoor een verplichte inspraak geldt. Dit betroffen namelijk beleidsvoornemens die bij wet verplicht waren gesteld. De onderliggende wetten zijn echter komen te vervallen. In plaats hiervan is de zinsnede opgenomen dat inspraak altijd wordt verleend indien de wet daartoe verplicht. Samenwerking Voerendaal n.v.t. Opties n.v.t. Personele aspecten n.v.t. Financiële aspecten n.v.t. Aanbesteding n.v.t. Communicatie Na besluitvorming worden de besluiten op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt. Evaluatie Omdat op het moment van schrijven van dit voorstel niet met zekerheid vaststaat wat wettelijk gezien onderdeel uitmaakt van de fysieke leefomgeving, zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet en de hieruit voortvloeiende jurisprudentie naar verwachting meer duidelijkheid verkregen worden.
Dit kan ertoe leiden dat aanpassingen zijn vereist. Vervolg / planning Het college zal de onderliggende nadere regels en beleidsregels opnieuw vaststellen met verwijzing naar de nieuwe wettelijke grondslagen in Vov en Vfl. Bijlagen 1. Inhoudsopgave Vfl en Vov 2. De Verordening fysieke leefomgeving (Vfl) Bijlage 1: Vervangend hoofdstuk 4 Gemeentelijke adviescommissie (overgangsrecht) Bijlage 2: Tabel met overgangsrecht 3. Toelichting Vfl 4. De Verordening openbare orde en veiligheid (Vov) Bijlage 1: Tabel met overgangsrecht 5. Toelichting Vov 6. De Inspraakverordening met toelichting 7. Was-wordt-tabel van de Vfl, Vov en Inspraakverordening met toelichting wijzigingen 8. Lijst met door college aan te passen nadere regels en beleidsregels 9. In te trekken beleid ‘Tussen wonen en recreatie’
pag. 9/11
Beslispunt: 1 . ingestemd met de vaststelling van de Verordening fysieke leefomgeving met bijlagen, onder intrekking van de: h. Algemene plaatselijke verordening gemeente Simpelveld, vastgesteld op 6 juli 2017 en gewijzigd op 10 april 2019 en 16 januari 2020 (voor zover relevant); i. Bouwverordening gemeente Simpelveld (12e serie wijzigingen), vastgesteld op 18 oktober 2007 en gewijzigd op 1 oktober 2008; j. Standplaatsenverordening, vastgesteld op 26 augustus 1999; k. Verordening op de weekmarkt(en), vastgesteld op 24 mei 1997; l. Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Simpelveld 2011, in werking getreden op 15 juni 2011; m. Monumentenverordening, vastgesteld op 30 mei 1991 en gewijzigd op 30 maart 1995; n. Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Simpelveld, in werking getreden op 4 oktober 2016. 2. ingestemd met de vaststelling van de Verordening openbare orde en veiligheid met bijlage, onder intrekking van de: g. Algemene plaatselijke verordening gemeente Simpelveld, vastgesteld op 6 juli 2017 en gewijzigd per 10 april 2019 en 16 januari 2020; h. Verordening winkeltijden Simpelveld 2018, vastgesteld op 13 december 2018; i. Verordening speelhalautomaten Simpelveld, vastgesteld op 31 mei 2001; j. Parkeerverordening Simpelveld 1995, vastgesteld op 27 april 1995; k.
Wegsleepverordening gemeente Simpelveld, vastgesteld op 26 juni 2014; l. Afvalstoffenverordening gemeente Simpelveld 2017, vastgesteld 14 december 2017. 3. ingestemd met de vaststelling van de geactualiseerde Inspraakverordening Simpelveld 2021, onder intrekking van de Inspraakverordening gemeente Simpelveld, vastgesteld op 30 november 1995. 4. ingestemd met de intrekking van het beleid ‘Tussen wonen en recreatie’ uit 2007, omdat de juridische grondslagen zijn komen te vervallen en een aanleiding/noodzaak met de inwerkingtreding van de huidige bestemmingsplannen niet meer aanwezig is. 5. ingestemd met de benoeming ingaande na inwerkingtreding en op grond van artikel 4.2 Vfl, van: 7. de heer drs. Ir. J. Povše als dorpsbouwmeester en voorzitter monumentencommissie; 8. de heer ir. M. Feron als eerste plaatsvervangend dorpsbouwmeester en lid monumentencommissie 9. de heer ing. G. Extra als tweede plaatsvervangend dorpsbouwmeester en lid monumentencommissie, als correct orgaan, met terugwerkende kracht per 1 juli 2020, waarmee tevens de gemeentelijke adviescommissie wordt benoemd ingevolge artikel 17.9 Omgevingswet ingaande bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Het college van burgemeester en wethouders in Simpelveld,
De secretaris,
De burgemeester,
Mw. mr. M. Liu
mr. R de Boer
In de raadscommissie vergadering van 29 juni 2021 hebben de fracties als volgt geadviseerd: De fractie
BurgerBelangen : Leefbaar Simpelveld : Lokaal Actief : CDA : SAMEN 1 :
voor / tegen voor / tegen voor / tegen voor / tegen voor / tegen
De commissiegriffier
pag. 10/11
Aanbieding aan de Raad Aan de raad wordt voorgesteld om: 1 . ingestemd met de vaststelling van de Verordening fysieke leefomgeving met bijlagen, onder intrekking van de: a. Algemene plaatselijke verordening gemeente Simpelveld, vastgesteld op 6 juli 2017 en gewijzigd op 10 april 2019 en 16 januari 2020 (voor zover relevant); b. Bouwverordening gemeente Simpelveld (12e serie wijzigingen), vastgesteld op 18 oktober 2007 en gewijzigd op 1 oktober 2008; c. Standplaatsenverordening, vastgesteld op 26 augustus 1999; d. Verordening op de weekmarkt(en), vastgesteld op 24 mei 1997; e. Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Simpelveld 2011, in werking getreden op 15 juni 2011; f. Monumentenverordening, vastgesteld op 30 mei 1991 en gewijzigd op 30 maart 1995; g. Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Simpelveld, in werking getreden op 4 oktober 2016. 2. ingestemd met de vaststelling van de Verordening openbare orde en veiligheid met bijlage, onder intrekking van de: a. Algemene plaatselijke verordening gemeente Simpelveld, vastgesteld op 6 juli 2017 en gewijzigd per 10 april 2019 en 16 januari 2020; b. Verordening winkeltijden Simpelveld 2018, vastgesteld op 13 december 2018; c. Verordening speelhalautomaten Simpelveld, vastgesteld op 31 mei 2001; d.
Parkeerverordening Simpelveld 1995, vastgesteld op 27 april 1995; e. Wegsleepverordening gemeente Simpelveld, vastgesteld op 26 juni 2014; f. Afvalstoffenverordening gemeente Simpelveld 2017, vastgesteld 14 december 2017. 3. ingestemd met de vaststelling van de geactualiseerde Inspraakverordening Simpelveld 2021, onder intrekking van de Inspraakverordening gemeente Simpelveld, vastgesteld op 30 november 1995. 4. ingestemd met de intrekking van het beleid ‘Tussen wonen en recreatie’ uit 2007, omdat de juridische grondslagen zijn komen te vervallen en een aanleiding/noodzaak met de inwerkingtreding van de huidige bestemmingsplannen niet meer aanwezig is. 5. ingestemd met de benoeming ingaande na inwerkingtreding en op grond van artikel 4.2 Vfl, van: 10. de heer drs. Ir. J. Povše als dorpsbouwmeester en voorzitter monumentencommissie; 11. de heer ir. M. Feron als eerste plaatsvervangend dorpsbouwmeester en lid monumentencommissie 12. de heer ing. G. Extra als tweede plaatsvervangend dorpsbouwmeester en lid monumentencommissie, als correct orgaan, met terugwerkende kracht per 1 juli 2020, waarmee tevens de gemeentelijke adviescommissie wordt benoemd ingevolge artikel 17.9 Omgevingswet ingaande bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Simpelveld, 8 juli 2021 Het presidium van Simpelveld, De griffier,
De voorzitter,
bc. F.G. Simons
mr. R. de Boer
pag. 11/11