9. Bijlage 7.4 Quickscan flora en fauna - bijlage 4 (FLF 2025)
Tekst van het document
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls
Projectgegevens Rapportnummer Datum rapportage Versienummer
: AMO250342 : 30 september 2025 : 2
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls
Opdrachtgever
:
Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. Kerkstraat 4 6367 JE VOERENDAAL
Contactpersoon Aelmans Milieu
:
C. de Rooij
Ecologisch medewerker Datum uitvoering veldwerk
: :
C. de Rooij 9 september 2025
Opsteller rapportage Handtekening
: :
C. de Rooij
Collegiale toets Handtekening
: :
J.J. Jager MSc
Rapportstatus
:
definitief
Aelmans Milieu is een handelsnaam van Aelmans Milieu Oss B.V. Berlicumseweg 6D 5248 NT ROSMALEN T +31 (0) 412 - 655 05 8 oss@aelmans.com www.aelmans.com/milieu
Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Milieu Oss B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Aelmans Milieu Oss B.V., h.o. Aelmans Milieu, is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 16077486. Dit rapport is opgesteld in opdracht, is vertrouwelijk en mag niet worden gedupliceerd of aan derden openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering van bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport. Aelmans Milieu is niet aansprakelijk voor schade die direct dan wel indirect voortvloeit uit conclusies, aannames en/of aanbevelingen die vermeld staan in dit rapport. Aelmans Milieu is niet aansprakelijk voor mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit rapport zelf neemt.
Sjabloonversie juli 2025
Samenvatting Aelmans Milieu heeft, in verband met de herinrichting van het uitkijkpunt Huls te Simpelveld, opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het uitkijkpunt Huls. De quickscan heeft tot doel vast te stellen of de beoogde ingrepen van invloed kunnen zijn op beschermde soorten en beschermde gebieden. In de quickscan wordt de (mogelijke) aanwezigheid beschreven van artikel 11.37, 11.46 en 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gespecificeerde soorten. Op basis van de resultaten van de uitgevoerde quickscan kan worden uitgesloten dat de beoogde activiteiten een negatieve invloed zullen hebben op beschermde soorten vanuit de Omgevingswet en het Bal. Voor de geplande ingreep moeten enkele van de aanwezige bomen en struiken worden gerooid. Meerdere bomen zijn door de gemeente Simpelveld aangemerkt als ‘waardevol’. Voor het rooien van deze bomen moet een vergunning worden aangevraagd. De waardevolle bomen die behouden blijven moeten worden beschermd tegen schade tijdens werkzaamheden. Bomen kunnen tijdens het broedseizoen niet jaarrond beschermde nesten bevatten. Door de geplande ingreep kunnen deze nesten verstoord worden. Rooiwerkzaamheden dienen buiten het broedseizoen (15 maart - 1 augustus) uitgevoerd te worden.
Indien dit niet mogelijk is zal er een broedvogelcheck uitgevoerd moeten worden. In de bomen zijn geen gaten of holen aanwezig en zijn voor vleermuizen derhalve ongeschikt als verblijfplaats. De bomen maken geen onderdeel uit van een lijnvormig element. Onder artikelen 11.6, 11.27 en 11.116 van het Bal zijn specifieke zorgplichten opgesteld. De zorgplicht geldt voor ieder die een activiteit uitvoert waarbij redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze nadelige gevolgen kan hebben op in het wild levende dieren, planten en bomen maar ook natuurgebieden. Volgens de zorgplicht dient men redelijkerwijs de nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken en indien de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt achterwegen te laten. Voor alle, waaronder de minder beschermde, soorten geldt in praktijk dat onnodig doden, verwonden of beschadigen vermeden dient te worden. Door tijdens de ontwerpfase te denken aan “natuurinclusief” bouwen kan het nieuwe uitkijkpunt meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld ingebouwde nestkasten voor vleermuizen of huismussen en gierzwaluwen in het paviljoen, maar ook aan het planten van inheemse (fruit)bomen en struiken.
Inhoud 1
Inleiding ....................................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding ................................................................................................................1 1.2 Doelstelling ..............................................................................................................1 1.3 Werkwijze ................................................................................................................1
2
Wettelijk kader............................................................................................................ 3 2.1 Omgevingswet ..........................................................................................................3 2.2 Zorgplicht .................................................................................................................3 2.3 Gebiedsbescherming .................................................................................................4 2.4 Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild ..........................................5 2.5 Houtopstanden .........................................................................................................6 2.6 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ...................................................................7
3
Plangebied ................................................................................................................... 8 3.1 Plangebied huidig ......................................................................................................8 3.2 Geplande ingrepen ....................................................................................................8 3.3 Nabij gelegen Natura2000 gebieden .......................................................................... 10 3.4 Provinciaal natuurbeleid & Natuur Netwerk Nederland................................................ 11
4
Quickscan................................................................................................................... 12 4.1 Locatiebezoek ......................................................................................................... 12 4.2 Resultaten quickscan ............................................................................................... 13
5
Toetsing van de bevindingen .................................................................................... 20
6
Conclusies en aanbevelingen.................................................................................... 21
Bijlagen Bijlage 1
Kaartmateriaal
Bijlage 2
Foto’s
Bijlage 3
Gegevens Natuurloket
Bijlage 4
Checklist onderzoek vleermuizen
Bijlage 5
Bronnen
Bijlage 6
Bomenposter
AMO250342
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Aelmans Milieu heeft, in verband met de herinrichting van het uitkijkpunt Huls te Simpelveld, opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het terrein aan het Uitkijkpunt Huls. De gegevens van de opdrachtgever zijn vermeld op het voorblad van deze rapportage.
1.2
Doelstelling De quickscan heeft tot doel vast te stellen of de geplande ingrepen van invloed zijn op beschermde soorten en gebieden. In de quickscan wordt de (mogelijke) aanwezigheid beschreven van de in artikel 11.37, 11.46 en 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gespecificeerde soorten. Ook wordt er vastgesteld of bij de beoogde werkzaamheden rekening gehouden dient te worden met soorten en gebieden om een overtreding van de Omgevingswet te voorkomen. Om een overtreding met de Omgevingswet te voorkomen kunnen preventieve maatregelen en/of soortgericht onderzoek geadviseerd worden.
1.3
Werkwijze Een quickscan wordt uitgevoerd door het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid op of nabij de onderzoekslocatie van de te verwachten beschermde soorten en geschikt habitat voor deze soorten. De quickscan is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn voor de quickscan geen ecologische inventarisaties uitgevoerd naar specifieke soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat vaak meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar. Op basis van de resultaten van de quickscan kan een soortgericht onderzoek noodzakelijk zijn en zal deze geadviseerd worden. Tijdens het bureauonderzoek wordt aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten voor kunnen komen op de onderzoekslocatie. Ook zijn provinciale gebiedsbescherming en Natura 2000 gegevens geraadpleegd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn opgevraagd. De beoordeling van de verspreidingsgegevens wordt beperkt tot de soorten die binnen een straal van 5 kilometer van de onderzoekslocatie geregistreerd zijn.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
1
AMO250342
Tijdens het veldbezoek is, voor zover mogelijk, de gehele onderzoekslocatie en de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van de aanwezige habitat. Naast de aanwezige habitat zijn directe en indirecte indicaties betreffende het voorkomen van beschermde soorten opgenomen. Dit geldt voor het aantreffen van een exemplaar, holen, uitwerpselen, vraat-, loop- en veegsporen, prooiresten en andere sporen. Deze waarnemingen zijn meegenomen in de beoordeling.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
2
AMO250342
2 Wettelijk kader 2.1
Omgevingswet De bescherming van natuurgebieden en van nature in het wild levende dieren of planten is in artikel 4.3. lid 1 onder j, en o en lid 3 onder d van de Omgevingswet opgenomen. De bescherming is gericht op het beschermen en ontwikkelen van de natuur en het in standhouden en herstellen van de biologische diversiteit. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), onderdeel van de Omgevingswet, beschrijft 3 afdelingen met activiteiten waarvoor regelgeving is opgesteld: 1. Activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden (Afdeling 11.1 van het Bal) 2. Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild (Afdeling 11.2 van het Bal) 3. Activiteiten die houtopstanden, hout en houtproducten betreffen (Afdeling 11.3 van het Bal) Onder de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht per activiteiten groep. Volgens de zorgplicht dient men redelijkerwijs de nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken en indien de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt achterwegen te laten.
2.2
Zorgplicht Onder artikelen 11.6, 11.27 en 11.116 van het Bal zijn specifieke zorgplichten opgesteld. De zorgplicht geldt voor ieder die een activiteit uitvoert waarbij redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze nadelige gevolgen kan hebben op in het wild levende dieren, planten, bomen maar ook natuurgebieden. Volgens de zorgplicht dient men redelijkerwijs de nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken en indien de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt achterwegen te laten. Voornamelijk voor de minder streng beschermde soorten geldt in praktijk dat onnodig doden, verwonden of beschadigen vermeden dient te worden. Voor flora en fauna- en Natura 2000-activiteiten houdt de zorgplicht in dat voorafgaand aan de activiteit een quickscan flora en fauna wordt uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde soorten, hun leefgebieden en natuurgebieden. Als deze aanwezig zijn kunnen, indien mogelijk op grond van objectieve gegevens, nadelige gevolgen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, foerageerplaatsen, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen en eieren, of voor beschermde planten en natuurgebieden. Indien dit niet mogelijk is kunnen de gevolgen met passende maatregelen worden voorkomen. Deze dienen wel gecontroleerd te worden.
Indien de maatregelen het beoogde effect niet hebben moeten de werkzaamheden gestaakt worden of, als dit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, moeten passende herstelmaatregelen worden getroffen.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
3
AMO250342
2.3
Gebiedsbescherming De Natura 2000 gebieden vormen samen een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/ aangemeld als essentieel leefgebied voor bepaalde soorten. De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die moeten zorgdragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal. Onder de Omgevingswet zijn alle Natura 2000 gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden beschermd. De wet verbiedt Natura 2000-activiteiten in art. 5.1 lid 1, aanhef en onder e. Natura 2000-activiteiten zijn activiteiten of het realiseren van projecten die een significante gevolg kan hebben op een Natura 2000 gebied.
Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met een gebied maar in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt de vergunning niet verleend totdat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art. 6 lid 4 van de Habitatrichtlijn). Op de wet zijn uitzonderingen voor projecten die: • een positief effect hebben op het beheer, bescherming en instandhoudingsmaatregelen of passende maatregelen ter voorkomen dat de kwaliteit van habitats verslechterd en/of soorten verstoord worden (art. 11.18 lid 2 a en b van het Bal) • zijn vastgelegd in een omgevingsverordening (art. 11.19 van het Bal). • van groot nationaal belang zijn (art. 11.20 van het Bal). Onderdeel van de instandhoudingsmaatregelen is het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een landelijk samenhangend ecologisch netwerk van gebieden aangewezen door de Gedeputeerde Staten in hun eigen provincies (art. 2.44, vierde lid, Omgevingswet). De Gedeputeerde Staten dragen de zorg voor de totstandkoming en instandhouding van dit netwerk.
Het NNN is ten gunste van de instandhoudingsdoelstellingen en het herstel van biotopen en leefgebieden voor alle in het Besluit kwaliteit leefomgeving Bkl) genoemde soorten die in Nederland in het wild voorkomen, de in Nederland voorkomende typen natuurlijke habitats, (bijlage I Habitatrichtlijn), en de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende dier- en plantsoorten. Tevens kunnen Gedeputeerde Staten gebieden aanwijzen die buiten het Natuurnetwerk Nederland liggen, maar wel van een provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarde. Deze gebieden worden samen met het NNN aangeduid als bijzondere provinciale natuurgebieden.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
4
AMO250342
2.4
Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit uit te voeren (art. 5.1 lid 2 onder g, Omgevingswet). Een flora- en fauna-activiteit is een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Vergunningsplichtige gevallen zijn in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) onderverdeeld in drie beschermingsregimes: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§11.2.2 van het Bal). De wet voorziet ook in de bescherming van de nesten, rustplaatsen en eieren en het verbieden van het opzettelijk verstoren van vogels. 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn (§11.2.3 van het Bal). Hierbij gaat het om de bescherming van de soorten genoemd in deze verdragen, hun voortplantings- of rustplaatsen, en het vernielen van beschermde planten door plukken afsnijden of ontwortelen. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage IX van het Bal.
Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage), hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§11.2.4 van het Bal).
2.4.1 Vrijgestelde soorten
De Omgevingswet maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is voor de provincie Limburg geregeld in het Omgevingsverordening Limburg, geconsolideerd op 03 februari 2025. In de bijlagen van deze verordening zijn soorten opgenomen welke bij ruimtelijke ontwikkeling binnen de provincie zijn vrijgesteld voor de aanvraag van een ontheffing. In onderstaande tabel zijn de vrijgestelde soorten vermeld.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
5
AMO250342
Provinciaal vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig beheer Soortgroep
Soort
Periode
Soortgroep
Soort
Periode
Amfibieën
Bastaardkikker
Gehele jaar
Zoogdieren
Haas
Gehele jaar
Reptielen
(middelste groene kikker)
Hermelijn
Bruine kikker
Huisspitsmuis
Gewone pad
Konijn
Kleine watersalamander
Molmuis
Meerkikker
Ondergrondse
Hazelworm Levendbarende hagedis
Zoogdieren
Aardmuis
Juli t/m
woelmuis
september
Ree
15 augustus t/m
Rosse woelmuis
15 oktober
Steenmarter
februari
Gehele jaar
Bosmuis
Tweekleurige
Bunzing
bosspitsmuis
Dwergmuis
Veldmuis
Dwergspitsmuis
Vos
Eekhoorn Egel
15 augustus t/m
Maart t/m april,
Wezel
juli t/m november
Woelrat
Gehele jaar
Gehele jaar
Gewone bosspitsmuis
2.4.2 Invasieve exoten
In het Bal is wetgeving om de introductie en verspreiding van invasieve exoten in de natuur te voorkomen. Conform §11.2.10 van het Bal is het verboden om opzettelijk invasieve uitheemse soorten te houden, kweken of te vervoeren. Daarbij mogen deze soorten niet worden toegestaan om zich voort te planten of vrijgelaten te worden in de natuur.
2.5
Houtopstanden Conform hoofdstuk 11 afdeling 11.3 van het Bal is een kapmelding verplicht bij de kap van ten minste 10 are of meer dan 20 bomen buiten de door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Indien dit het geval is wordt de kapmelding ingediend bij de provincie. Artikel 11.129 van afdeling 11.3 verplicht een 1-op-1 compensatie, beter bekend als de herplantplicht, binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond. Kap van bos en bomen in beschermde natuurgebieden als onderdeel van het Natura-2000 gebieden dienen mogelijk extra gecompenseerd te worden conform provinciale beleidsregels. Dunningswerkzaamheden in het kader van natuurbeheer of boskap ten behoeve van realisatie van instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied zijn in beginsel vrijgesteld van herplantplicht en kapmelding. Ook dunningswerkzaamheden voor de aanleg van brandgangen, onder een gedragscode, zijn vrijgesteld van de herplantplicht en een kapmelding.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
6
AMO250342
Deze afdeling heeft geen betrekking op: • houtopstanden binnen de in het omgevingsplan aangewezen bebouwingscontour houtkap; • houtopstanden op erven en tuinen; • bomen en struiken, die specifiek voor het oogsten van noten en fruit en bijbehorende windschermen worden geteeld; • naaldbomenproductie voor “Kerstbomen”, die niet ouder zijn dan twintig jaar; • boomkwekerijen; • beplantingen bestaande uit wilgen of populieren bij wegen, waterwegen of eenrijige beplanting langs landbouwgronden; • dunningswerkzaamheden van houtopstanden ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand; • houtproductie van populier, wilg, es of els bestaand uit minstens 10.000 stoven per ha, aangeplant na 2013 en welke eens per 10 jaar geoogst wordt; • houtopstanden die een kleinere oppervlakte grond beslaan dan 1.000 m2 , of bestaan uit een rijbeplanting van 20 of minder bomen. De hiervoor genoemde kapwerkzaamheden hoeven daarom niet gemeld te worden in het kader van de Omgevingswet. Overigens is het mogelijk dat de provincie een kapverbod instelt, bijvoorbeeld ten behoeve van bescherming van natuur- en landschapswaarden, voor de duur van telkens maximaal 5 jaar per besluit.
2.6
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Ecologisch onderzoek valt niet onder een erkenningsregeling, er worden echter wel randvoorwaarden gesteld aan de competenties van de personen die het veldwerk uitvoeren. Door het RVO is een omschrijving opgesteld van een ecologisch deskundige. Een ecologische deskundige is iemand die ecologisch advies geeft of werkzaamheden begeleidt op het gebied van habitats en soorten. Hij of zij heeft schriftelijk voldoende aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis om ecologisch onderzoek te kunnen doen. Hij of zij: • (her)kent de functionaliteit van leefgebieden van beschermde soorten; • heeft kennis van de algemeen erkende onderzoeksmethoden; • kan ecologische werkprotocollen uitwerken; • kan specifieke maatregelen begeleiden. C. de Rooij voldoet aan de bovengenoemde voorwaarden.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
7
AMO250342
3 Plangebied 3.1
Plangebied huidig De onderzoekslocatie staat kadastraal bekend als gemeente Simpelveld, sectie E, nummer 816. De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. De onderzoekslocatie betreft een grasveld met verschillende bomen en een parkeerplaats met picknickplaats en is gelegen aan de rand de dorpskern van Simpelveld. De directe omgeving van de locatie bestaat uit: -
3.2
Noordzijde: Oostzijde: Zuidzijde: Westzijde:
Woningen met siertuinen Akkers, hoogstamgaard en grasland Woningen met siertuinen Woningen met siertuinen
Geplande ingrepen Op het perceel is geen bebouwing aanwezig. De noordelijke punt van het gebied (het hoogste punt) met parkeer- en picknickplaats wordt heringericht door de bouw van een horecapaviljoen met terras. Langs de noordoostzijde aan de Hulsbergweg worden nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd. Op de helling van het grasveld staat een nieuw wandelpad gepland. Vijftien bomen zullen worden gerooid om plaats te maken voor nieuwe aanplant. Er zullen voornamelijk fruitbomen worden geplant. Zie figuur 1 voor de nieuwe situatie.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
8
AMO250342
Figuur 1 Ontwerp van de nieuwe situatie
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
9
AMO250342
3.3
Nabij gelegen Natura2000 gebieden Circa 1,1 tot 1,7 kilometer ten noorden van de onderzoekslocatie zijn de Kunderberg en het Geleendal gelegen en 2 kilometer te zuidwesten is het Geuldal gelegen welke zijn aangewezen als Natura 2000 gebied (Figuur 2). Gezien de kleinschaligheid en afstand van de activiteit worden geen nadelige effecten op het natuurgebied verwacht. De ingreep leidt vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie in het Natura2000 gebied. Om te bepalen of dit het geval is zou een Aerius berekening kunnen worden uitgevoerd.
Kunderberg
Geleenbeekdal
Geuldal
Figuur 2: nabij gelegen Natura2000 gebieden.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
10
AMO250342
3.4
Provinciaal natuurbeleid & Natuur Netwerk Nederland De locatie valt niet binnen de natuurbeheergebieden van de Provincie Limburg of binnen het Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk (Figuur 3). De onderzoekslocatie grenst aan een gebied dat is aangewezen als knip- of scheerheg (L01.05), hoogstamboomgaard (L01.09), struweelhaag (L01.06), houtwal en houtsingel (L01.02) en glanshaverhooiland (N12.03). Circa 500 meter ten westen van de onderzoekslocatie zijn gebieden gelegen welke zijn aangewezen als poel en klein historisch water (L01.01) droog schraalgrasland (N11.01) en kruiden- en faunarijk grasland (N12.02). Circa 650 meter ten zuidoosten en circa 800 meter ten oordwesten zijn gebieden gelegen welke zijn aangewezen als haagbeuken- en essenbos (N14.03) Deze gebieden zijn onderdeel van het LNN. Ondanks de korte afstand tussen de onderzoekslocatie en de LNN gebieden wordt er geen permanent negatief effect verwacht. Tijdens de werkzaamheden zou het dichtstbijzijnde gebied tijdelijk last kunnen hebben van trillingen en geluid. Gezien tussen de onderzoekslocatie en het LNN een weg ligt is er al sprake van een verhoogd niveau aan achtergrond verstoring.
Figuur 3: nabij gelegen beheertypen & Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk (LNN)
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
11
AMO250342
4 Quickscan 4.1
Locatiebezoek Het veldbezoek is op 09-09-2025 tussen 10:00-11:45 uur uitgevoerd. Het locatiebezoek is uitgevoerd door C. de Rooij. De weersomstandigheden zijn opgenomen in onderstaande tabel. In bijlage 2 zijn foto’s van het locatiebezoek opgenomen. Weersomstandigheden Bewolking
Neerslag
Wind
Temperatuur
Zwaar bewolkt
Lichte regen
3 bft N
14 °C
Opmerkingen
Ten tijde van het locatiebezoek is geconstateerd dat op de onderzoekslocatie sprake is van een goed onderhouden, recent gemaaid grasveld met verschillende soorten bomen langs de randen. In de noordelijke hoek is een parkeerplaats met picknicktafels (zie Figuur 4).
Figuur 4: luchtfoto plangebied
De noordelijke punt bestaat uit een goed onderhouden grasveld met ook soorten als duizendblad, ooievaarsbek en gewone brunel. Het veld is gedeeltelijk omzoomd door een haag van rode en groene beuk. Er staat een plantsoen met kornoelje, bosrank en een sneeuwbessoort. Bij de parkeerplaats staan drie platanen, twee zomereiken en vier essen.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
12
AMO250342
De noordelijke struweelrand van het grote veld op de helling bestaat voornamelijk uit bramen en kornoelje. Het veld op de helling was recentelijk gemaaid waardoor vele holen in de randen van het veld goed zichtbaar waren. Deze hadden een grootte van circa 3-6 cm. In het veld staat naast gras veel hondsdraf. Rondom het veld staan o.a. een rode esdoorn, Spaanse aak, walnoot, meelbes en enkele essen. De zuidelijke rand bestaat langs de Lange Graaf voornamelijk uit kornoelje, bosrank, een rozensoort, bramen en eenstijlige meidoorn. De westelijke rand langs de Hulsbergerweg bestaat grotendeels uit kornoelje, een rozensoort met daartussen enkele bomen zoals es en Spaanse aak.
4.2
Resultaten quickscan In de volgende paragrafen wordt beschreven welke soorten binnen de onderzoekslocatie zijn waargenomen of waarvan sporen zijn aangetroffen. Ook wordt op basis van het aanwezige biotoop en de inventarisatiegegevens uit de regio beschreven welke soorten binnen de onderzoekslocatie potentieel voorkomen. Voor de (potentieel) aanwezige soorten wordt waar mogelijk beschreven of de onderzoekslocatie rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en migratieroutes biedt. Ook worden de effecten van de voorgenomen ingrepen op de (potentieel) aanwezige soorten beschreven. De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd via quickscanhulp.nl (bijlage 3), dat door de NDFF is opgesteld en door, indien aanwezig, provinciale databanken.
4.2.1 Amfibieën
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de alpenwatersalamander, bastaardkikker, bruine kikker, geelbuikvuurpad, gewone pad groene kikker (onb.), kleine watersalamander, rugstreeppad, vroedmeesterpad zijn waargenomen. Van de door de NDFF geregistreerde soorten zijn de bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en meerkikker (groene kikker) in Limburg vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het (sporadisch) voorkomen van deze meer algemenere soorten is niet uit te sluiten op de onderzoekslocatie. Door het ontbreken van geschikt voortplantingswater en landhabitat in en nabij de onderzoekslocatie is het voorkomen van de alpenwatersalamander, geelbuikvuurpad en poelkikker (groene kikker) binnen het plangebied uit te sluiten. De rugstreeppad en vroedmeesterpad zijn een echte pionierssoort(en) en kunnen grote afstanden afleggen om geschikt voortplantingswater te zoeken. Ondanks dat geschikt voortplantingswater en habitat in de huidige situatie ontbreek op de locatie wordt voor deze soorten wel geadviseerd om tijdelijke plassen en poelen te voorkomen tijdens de geplande werkzaamheden. Dit om te voorkomen dat de rugstreeppad en vroedmeesterpad in deze tijdelijke plassen eieren kunnen afzetten. 4.2.2 Dag-, nachtvlinders
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, sleedoornpage en teunisbloempijlstaart zijn waargenomen.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
13
AMO250342
Op de onderzoekslocatie ontbreken de geschikte waardplanten voor de genoemde beschermde vlindersoorten. Door het ontbreken van de waardplanten en essentieel leefgebied op de onderzoekslocatie zijn deze soorten uit te sluiten. Zodoende zullen de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op de genoemde soorten. Door het ontbreken van geschikte waardplanten en habitat zijn ook andere beschermde vlindersoorten hier uit te sluiten. 4.2.3 Kevers
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie het vliegend hert is waargenomen. Door het ontbreken van oude of holle bomen met veel dood hout of de aanwezigheid van heldere, schone wateren met waterplanten is het voorkomen van het vliegend hert en andere beschermde kevers binnen het plangebied uit te sluiten. 4.2.4 Libellen
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de bosbeekjuffer, gewone bronlibel zijn waargenomen. Door het ontbreken van (helder) stromend open water op of in de nabijheid van de locatie (<25 meter) is het voorkomen van beschermde libellen binnen het plangebied uit te sluiten. De activiteiten zullen geen effect hebben op essentieel voortplantingswater van beschermde libellen soorten. 4.2.5 Reptielen
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de hazelworm en de levendbarende hagedis zijn waargenomen. Van de door de NDFF geregistreerde soorten zijn de hazelworm (gedurende jul t/m sep) en de levendbarende hagedis (gedurende 15 aug t/m 15 okt) in Limburg vrijgestelde soorten. De hazelworm leeft onder de grond of in dichte vegetatie en dood hout op vochtige terreinen met een dichte vegetatie- of strooisellaag. De soort komt het meest voor in bos- en heideterreinen en soms in houtwallen, struwelen, bermen, steenhopen, ruderale plaatsen en tuinen. Het open grasveld op de onderzoekslocatie biedt geen geschikt habitat voor de hazelworm. De struwelen zouden potentieel geschikt habitat kunnen zijn, maar het oppervlak is beperkt en de geplande nieuwe situatie is vergelijkbaar met de huidige situatie. De werkzaamheden zouden een tijdelijke verstoring kunnen veroorzaken maar deze zullen geen groot nadelig effect hebben. De levendbarende hagedis komt voornamelijk voor in heide- en hoogveengebied en soms in open bossen of ruige graslanden in vochtige terreindelen. Aangezien daar op de onderzoekslocatie geen sprake van is kan de levendbarende hagedis worden uitgesloten.
Daarnaast zal in de nieuwe situatie meer sprake zijn van diversiteit door het aanplanten van meer struweel en (fruit)bomen, wat een positief effect kan hebben op aanwezige en andere beschermde reptielen.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
14
AMO250342
4.2.6 Vaatplanten
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de akkerboterbloem, akkerogentroost, bergnachtorchis, dreps, getande veldsla, groot spiegelklokje, grote leeuwenklauw, kartuizer anjer, kleine wolfsmelk, kluwenklokje, liggende ereprijs, naakte lathyrus, naaldenkervel, ruw parelzaad, smalle raai, stofzaad, vliegenorchis en wilde ridderspoor zijn waargenomen. Akkerboterbloem, akkerogentroost, dreps, getande veldsla, groot spiegelklokje, grote leeuwenklauw, kleine wolfsmelk, naakte lathyrus, naaldenkervel, ruw parelzaad, smalle raai en wilde ridderspoor komen voor in of langs de rand van (graan)akkers en/of braakliggende grond en zijn gezien het gebruik van de onderzoekslocatie uit te sluiten. Aangezien sprake is van een soortenarm intensief onderhouden grasveld en er geen beschermde soorten zijn aangetroffen op locatie, is het voorkomen van de beschermde vaatplantsoorten binnen het plangebied uit te sluiten. Op de onderzoekslocatie staan meerdere bomen en delen van de aanwezige haag die door de gemeente Simpelveld zijn aangemerkt als ‘Waardevol’ (zie Figuur 5).
1
2
Figuur 5 Luchtfoto met waardevolle bomen volgens Groene parels Simpelveld
Van de negen als ‘waardevol’ aangemerkte bomen op de kaart van Groen parels Simpelveld zijn twee bomen niet aangetroffen. Deze zijn in de kaart aangeven met een rode cirkel. Bij rode cirkel nr.1 zou een haagbeuk staan. Tijdens het veldbezoek is op die plek bewijs gezien van een gerooide boom. Bij rode cirkel nr. 2 zou een kersensoort staan, ook deze is niet aangetroffen. Voor de rest van de aangegeven bomen moet via bevoegd gezag een vergunning worden aangevraagd als deze gekapt moeten worde. Zie voor meer informatie: https://www.simpelveld.nl/boom-kappen .
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
15
AMO250342
Waardevolle bomen die behouden worden moeten tijdens de werkzaamheden worden beschermd tegen schade. Zie bijlage 5 voor de bomenposter waarin staat uitgelegd hoe deze bescherming eruit moet zien.
4.2.7 Vissen
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de beekdonderpad en elrits zijn waargenomen. Door het ontbreken van geschikt jaarrond waterhoudend oppervlaktewater is het voorkomen van beschermde vissoorten binnen het plangebied uit te sluiten. 4.2.8 Vleermuizen
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis zijn waargenomen. De gewone dwergvleermuis, laatvlieger en tweekleurige vleermuis zijn gebouwbewonende vleermuizen. De rosse vleermuis en watervleermuis zijn boombewoners. De overige soorten kunnen zowel in bomen als in gebouwen voorkomen. De beoordeling van de onderzoekslocatie is uitgevoerd met behulp van de checklist van het vleermuis protocol 2021 (Bijlage 4). Aangezien er geen gebouwen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn, kunnen verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen uitgesloten worden. Een aantal bomen zal bij de herontwikkeling gerooid worden. In de bomen zijn geen gaten of spleten waargenomen die geschikt zijn voor vleermuizen. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen zijn daarom uit te sluiten Gelet op het gebruik van de locatie is het plangebied geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Aangezien in de directe omgeving soortgelijk en geschikter gebied aanwezig is zijn er voldoende alternatieven en is er geen sprake van essentieel foerageergebied op de onderzoekslocatie.
Daarbij is de nieuwe situatie sterk gelijkend met de huidige met meer diversiteit door het aanplanten van meer (fruit)bomen, wat een positief effect kan hebben voor foeragerende vleermuizen. Op de onderzoekslocatie zijn geen lijnvormige elementen aanwezig welke kunnen dienen als vliegroute of migratieroute.
4.2.9 Vogels
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de aalscholver, blauwe reiger, boerenzwaluw, boomvalk, bosuil, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, huiszwaluw, kerkuil, kokmeeuw, oehoe, ooievaar, raaf, ransuil, rode wouw, roek, slechtvalk, steenuil, torenvalk, wespendief en zwarte wouw zijn waargenomen.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
16
AMO250342
Van de genoemde soorten zijn de boerenzwaluw, gierzwaluw, de huismus, huiszwaluw, kerkuil en de steenuil voor hun nest gebonden aan gebouwen. Door het ontbreken van bebouwing op en direct nabij de onderzoekslocatie zijn nestlocaties van deze soorten uit te sluiten. De aalscholver, blauwe reiger, grote gele kwikstaart, kokmeeuw en ooievaar broeden en foerageren in de buurt van stromend of stilstaand (visrijk) water. Aangezien water in en nabij het plangebied ontbreekt, zijn nestlocaties van deze vogelsoorten uit te sluiten. Nesten (of horsten) van de overige genoemde (roof)vogels worden vaak meerdere jaren gebruikt, bevinden zich vaak in hoge bomen en zijn goed zichtbaar. Deze nesten of horsten zijn in het plangebied niet aangetroffen, de nesten van deze vogelsoorten kunnen daarom worden uitgesloten. De onderzoekslocatie biedt mogelijk foerageergebied voor vogels. Aangezien in de directe omgeving voldoende soortgelijk gebied aanwezig is, is er geen sprake van essentieel foerageergebied op de onderzoekslocatie. Daarbij zal in de nieuwe situatie meer sprake zijn van diversiteit door het aanplanten van meer (fruit)bomen, wat een positief effect kan hebben op foeragerende vogels. Ook het halfopen karakter van het veld blijft behouden waardoor het geschikt blijft voor muizen en dus foeragerende roofvogels.
In de gegevens van de NDFF zijn eveneens diverse categorie 5 soorten opgenomen (oa. blauwe reiger, boomklever, ekster, mezen, spechten en spreeuw). Gelet op het gebruik van de onderzoekslocatie zijn in de bomen en struiken nesten van algemene vogelsoorten als mezen, merels, ekster en dergelijke te verwachten. Dit zijn algemene soorten die vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Voor deze soorten is het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk indien vergelijkbaar habitat beschikbaar is, wat op de huidige onderzoeklocatie het geval is. Wel dienen rooiwerkzaamheden buiten het broedseizoen (15 maart - 1 augustus) uitgevoerd te worden. Indien dit niet mogelijk is zal er voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelcheck uitgevoerd moeten worden. 4.2.10 Weekdieren
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie geen beschermde weekdieren zijn waargenomen. Door het ontbreken van heldere, schone wateren met waterplanten is het voorkomen van beschermde weekdieren binnen het plangebied uit te sluiten. 4.2.11 Overig zoogdieren
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de aardmuis, bever, boommarter, bosmuis, bunzing, das, dwergmuis, dwergspitsmuis, eekhoorn (maart t/m apr., juli t/m aug.), egel, grote bosmuis, haas, hamster, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, steenmarter (15 aug. t/m feb.), veldmuis, vos, waterspitsmuis, wezel, wilde kat, wild zwijn, woelrat en wolf zijn waargenomen.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
17
AMO250342
Voor diverse van deze soorten geldt binnen de provincie Limburg een (seizoensgebonden) vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze soorten zijn onderstreept en weergegeven in tabel 1 (paragraaf 2.1). Van deze soorten is het (sporadisch) voorkomen van de muizen, egel, haas, konijn en vos niet uit te sluiten binnen het plangebied. Gezien de ligging, gebruik en het ontbreken van geschikt habitat op de onderzoekslocatie kan essentieel leefgebied van de bever, boommarter, das, hamster, waterspitsmuis, wilde kat, wild zwijn en wolf worden uitgesloten. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. In de aanwezige bomen zijn geen nesten van eekhoorns aangetroffen. Het plangebied kan wel als foerageergebied worden gebruikt. Aangezien in de directe omgeving soortgelijk gebied bevindt zal het plangebied niet functioneren als essentieel foerageergebied. Daarbij zal in de nieuw situatie meer sprake zijn van diversiteit door het aanplanten van meer (fruit)bomen, wat een positief effect kan hebben op foeragerende eekhoorns. De grote bosmuis komt voor in allerlei biotopen met lage begroeiing. De soort heeft een voorkeur voor oude, open eiken- en beukenbossen met een uitgebreide struiklaag en weinig ondergroei. Daarnaast kan hij voorkomen in bosranden, parken, braakliggend terrein, heide en tuinen.
Ze maken hun nest in bestaande holen, meestal onder de grond en hebben een leefgebied van 1-5 ha. Het plangebied biedt geen geschikt habitat en foerageergebied voor de grote bosmuis. Het veld is te open en het areaal aan struweel en het voedselaanbod is te klein, daarom kan deze soort worden uitgesloten. Als rust- en verblijfplaats voor marterachtigen (bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel) worden aangemerkt: • holen • houtstapels • holle bomen • mollennesten • drainagepijpen • takkenrillen • hooi- en strobalen • stapels stenen en puin • gaten en holten • open schuurtjes, stallen, kelders en hooizolders Waarbij deze goed geïsoleerd/beschut moeten zijn om onderkoeling te voorkomen. Bij de keuze voor een locatie voor de rustplaatsen is het van belang dat de in- en de uitgang van de rustplaats dekking biedt en in verbinding staat met lijnvormige groene elementen zodat de rustplaats veilig kan worden bereikt. De foerageergebieden zijn hoofdzakelijk struwelen, bosranden en groene oevers. In het plangebied is geschikt habitat en foerageergebied aanwezig voor kleine marterachtigen, deze zijn daarom niet uit te sluiten. De bunzing, hermelijn en wezel zijn in de provincie Limburg vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen, daarom hoeft er geen nader onderzoek verricht te worden naar deze soorten.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
18
AMO250342
Voor de steenmarter biedt de onderzoeklocatie wel foerageergebied maar geen geschikte verblijfsplaatsen. De steenmarter heeft een voorkeur voor gebouwen, takkenhopen of steenachtige plekken met voldoende dekking. Deze ontbreken op de onderzoekslocatie, daarom zijn verblijfsplaatsen voor de steenmarter uit te sluiten.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
19
AMO250342
5 Toetsing van de bevindingen Voortvloeiend uit hoofdstuk 4 kunnen er op de onderzoekslocatie soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Omgevingswet. Een gedeelte van deze soorten, waaronder algemene vogelsoorten of provinciaal vrijgestelde soorten, ondervinden geen negatieve invloed van de beoogde werkzaamheden. Bij naleving van de zorgplicht is er voor deze soorten geen sprake van een overtreding van de Omgevingswet. Ondanks dat geschikt voortplantingswater en habitat in de huidige situatie ontbreek op de locatie wordt voor de rugstreeppad en vroedmeesterpad wel geadviseerd om tijdelijke plassen en poelen te voorkomen tijdens de geplande werkzaamheden. Dit om te voorkomen dat deze soorten in deze tijdelijke plassen eieren kunnen afzetten. Meerdere bomen zijn door de gemeente Simpelveld aangemerkt als ‘waardevol’. Voor het rooien van deze bomen moet een vergunning worden aangevraagd. De waardevolle bomen die behouden blijven moeten worden beschermd tegen schade tijdens werkzaamheden. Rooiwerkzaamheden dienen buiten het broedseizoen (15 maart - 1 augustus) uitgevoerd te worden. Indien dit niet mogelijk is zal er voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelcheck uitgevoerd moeten worden. Ten alle tijden dient men de zorgplicht te volgen.
Voor alle, waaronder de minder beschermde, soorten geldt in praktijk dat onnodig doden, verwonden of beschadigen vermeden dient te worden.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
20
AMO250342
6 Conclusies en aanbevelingen Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het Uitkijkpunt de Huls te Simpelveld kan worden uitgesloten dat de voorgenomen herinrichting een negatieve invloed heeft op beschermde soorten vanuit de Omgevingswet. Ondanks dat geschikt voortplantingswater en habitat in de huidige situatie ontbreek op de locatie wordt voor de rugstreeppad en vroedmeesterpad wel geadviseerd om tijdelijke plassen en poelen te voorkomen tijdens de geplande werkzaamheden. Dit om te voorkomen dat deze soorten in deze tijdelijke plassen eieren kunnen afzetten. Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (LNN /Natura 2000). Er is dus geen sprake van een Natura 2000activiteit. De ruimtelijke ontwikkeling leidt vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie op de naburige Natura 2000 gebieden. Om te bepalen of dit het geval is zou een Aerius-berekening kunnen worden uitgevoerd. Voor de geplande ingreep worden enkele bomen en struiken gerooid welke als nestgelegenheid kunnen dienen voor diverse vogels. Op basis van artikel 11.37 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen (15 maart - 1 augustus) uitgevoerd te worden. Indien dit niet mogelijk is zal er een broedvogelcheck uitgevoerd moeten worden. Meerdere bomen zijn door de gemeente Simpelveld aangemerkt als ‘waardevol’. Voor het rooien van deze bomen moet een vergunning worden aangevraagd. De waardevolle bomen die behouden blijven moeten worden beschermd tegen schade tijdens werkzaamheden. Gezien er op de onderzoekslocatie vrijgestelde en/of algemene soorten voor kunnen komen dient men zich aan de zorgplicht te houden. Geadviseerd wordt om een ecologisch werkprotocol aan te houden. Door bijvoorbeeld één werkrichting vast te leggen kunnen dieren wegvluchten van de werkzaamheden. De vluchtrichting moet wel naar een realistisch vluchtgebied leiden. Door tijdens de ontwerpfase te denken aan “natuurinclusief” bouwen kan het vernieuwde uitkijkpunt meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld ingebouwde nestkasten voor vleermuizen of huismussen en gierzwaluwen in het paviljoen, maar ook aan inheemse (fruit)boomen struiksoorten.
Quickscan Flora en Fauna Herinrichting Uitkijkpunt Huls Aelmans Milieu Oss B.V.
21
Bijlage 1 Kaartmateriaal
Bijlage 1
Uw referentie: AMO250342
Bijlage 2 Foto’s
Foto 1: Zicht vanaf de noordelijke punt met beukenhaag, links 2 zomereiken
Foto 2: Parkeerplaats met platanen en struweel richting de picknicktafels
Fotobijlage AMO250342
Foto 3: Overzicht veld op de helling richting zuiden
Foto 4: Struweel (bramen en kornoelje) met essen tussen parkeerplaats en het veld
Fotobijlage AMO250342
Foto 5: Holen in de noordelijke rand van het veld
Foto 6: Holen va ca 3-6 cm aangetroffen
Fotobijlage AMO250342
Foto 7: Zuidelijke rand
Foto 8: Struweel langs zuidelijke rand
Fotobijlage AMO250342
Foto 9: Zicht vanuit de zuidelijke punt
Foto 10: Holen langs de zuidelijke rand van het veld
Fotobijlage AMO250342
Foto 11: Holen tot 6 cm aangetroffen
Foto 12: Oostelijke rand met kornoelje en meidoorn
Fotobijlage AMO250342
Bijlage 3 Gegevens Natuurloket
Soortgroep Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Kevers Libellen Libellen Nachtvlinders Reptielen Reptielen Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vissen Vissen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels
Naam soort Alpenwatersalamander Bastaardkikker Bruine kikker Geelbuikvuurpad Gewone pad Groene kikker (Onb.) Kleine watersalamander Rugstreeppad Vroedmeesterpad Grote vos Grote weerschijnvlinder Iepenpage Sleedoornpage Vliegend hert Bosbeekjuffer Gewone bronlibel Teunisbloempijlstaart Hazelworm Levendbarende hagedis Akkerboterbloem Akkerogentroost Bergnachtorchis Dreps Getande veldsla Groot spiegelklokje Grote leeuwenklauw Kartuizer anjer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Liggende ereprijs Naakte lathyrus Naaldenkervel Ruw parelzaad Smalle raai Stofzaad Vliegenorchis Wilde ridderspoor Beekdonderpad Elrits Gewone dwergvleermuis Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Aalscholver Appelvink Beflijster Bergeend Bijeneter Blauwe kiekendief Blauwe reiger Boerenzwaluw Bontbekplevier Bonte strandloper Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boomleeuwerik Boompieper Boomvalk Bosrietzanger Bosruiter Bosuil Braamsluiper Brandgans Brilduiker Bruine kiekendief Buizerd Casarca Cetti's Zanger Dodaars Draaihals Duinpieper
Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels
Ekster Europese kanarie Fazant Fitis Fluiter Gaai Geelgors Gekraagde roodstaart Gele kwikstaart Gierzwaluw Glanskop Goudhaan Goudvink Grasmus Graspieper Grauwe gans Grauwe kiekendief Grauwe klauwier Grauwe vliegenvanger Groene specht Groenling Grote barmsijs Grote bonte specht Grote Canadese gans Grote gele kwikstaart Grote lijster Grote zilverreiger Havik Heggenmus Holenduif Hop Houtduif Houtsnip Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kauw Keep Kemphaan Kerkuil Kievit Kleine barmsijs Kleine bonte specht Kleine karekiet Kleine mantelmeeuw Kleine plevier Kluut Kneu Koekoek Kokmeeuw Koolmees Koperwiek Kraanvogel Krakeend Kramsvogel Kruisbek Kuifmees Kwak Kwartel Matkop Meerkoet Merel Middelste bonte specht Morinelplevier Nachtegaal Oehoe Oeverloper Oeverzwaluw Ooievaar Orpheusspotvogel Paapje Patrijs Pestvogel Pimpelmees Purperreiger Putter
Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig)
Raaf Ransuil Rietgors Ringmus Rode wouw Roek Roodborst Roodborsttapuit Scholekster Sijs Slangenarend Slechtvalk Slobeend Sperwer Spotvogel Spreeuw Sprinkhaanzanger Staartmees Steenuil Steppekiekendief Stormmeeuw Taigaboomkruiper Tapuit Tjiftjaf Torenvalk Tuinfluiter Tureluur Turkse tortel Veldleeuwerik Vink Visarend Vuurgoudhaan Waterhoen Waterral Watersnip Waterspreeuw Wespendief Wielewaal Wilde eend Winterkoning Wintertaling Witgat Withalsvliegenvanger Witte kwikstaart Zanglijster Zeearend Zilvermeeuw Zomertortel Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte ooievaar Zwarte roodstaart Zwarte specht Zwarte wouw Zwartkop Aardmuis Bever Bosmuis Bunzing Das Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Grote bosmuis Haas Hamster Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Veldmuis
Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Zoogdieren (overig) Deze export is aangemaakt op 09-09-25 09:41 Gevraagd hok: Gevraagde periode: Gevraagde beleidsstatussen:
Vos Waterspitsmuis Wezel Wilde kat Wild zwijn Woelrat Wolf 195 - 315 2015-2025 Ow - Andere soorten|Ow - Habitatrichtlijn|Ow - Vogelrichtlijn
Bijlage 4 Checklist onderzoek vleermuizen
Vleermuizenprotocol
(versie 1 januari 2021)
Inleiding Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek. Checklist 1. Dikke bomen Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom (doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig? JA a) Zijn er zichtbare holtes, spleten, scheuren, losse bast aanwezig? NEE Zo ja, nader onderzoek naar (winter-,) kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten. b) Maakt de boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding? NEE Zo ja, nader onderzoek naar vliegroutes van alle (in de omgeving) voorkomende vleermuissoorten.
c) Maakt de boom (bomen) deel uit of vormt deze mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied? JA Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. 2. Opgaande gewassen Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/gewassen > 1,5 meter aanwezig? JA a)
Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding (lijnelement)? NEE Zo ja, onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen.
b)
Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom (bomen)? Zo ja, nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten.
c)
Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.
NEE
JA
3. Open water Is er open water aanwezig?
NEE
a) Is er water? NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute), tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis ruige dwergvleermuis, watervleermuis (> 1m breed) en meervleermuis (> 2m breed). b) Is er water in tenminste iets besloten gebied? NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) gewone of ruige dwerg-, baard-, brandt’s-, ingekorven, franjestaart, grijze en gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. c) Is er water in open gebied? NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) tweekleurige-, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. d) Heeft het water een mogelijk essentiële functie als drinkwater? Zo ja, nader onderzoek naar functie voor alle soorten vleermuizen. 4. Open gebied Is er open gebied (> 1 ha)?
NEE
JA
a) Bestaat het plangebied uit moeras, grasland, akker of anderszins (denk bij < 500 meter van water breder dan 2 meter extra aan meervleermuis)? JA Zo ja, nader onderzoek naar gebruik door rosse vleermuis, meervleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en ruige dwergvleermuis. 5. Gebouwen Zijn er gebouwen aanwezig?
NEE
a) Biedt het gebouw of bieden de gebouwen mogelijk winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan de spouwmuur, dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevelbekleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? (bouwtekening ter inzage vragen). NEE Zo ja, nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. b)
Zijn er sporen van aanwezigheid, poepvlekken, keutels, vraatresten, bruinverkleuring langs de rand van invliegopeningen en dergelijke? NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen.
c)
Mogelijk foerageergebied? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.
NEE
d)
Zijn er lange, mogelijk in het duister liggende, muren aanwezig? Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties vlieg- en/of migratieroutes.
NEE
e)
Is er sprake van hoogbouw? Zo ja, aandacht voor paarverblijfplaatsen voor tweekleurige vleermuis.
NEE
6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of andere objecten met ruimten? NEE a) Zijn deze geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen? NEE Zo ja, nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen, met de nadruk op winter-, en paarverblijfplaatsen? 7. Grootschalige landschapselementen Zijn er grootschalige lijnvormige landschapselementen zoals kustzones, grootschalige dijken, duinenrijen, rivierdalen of waterpartijen aanwezig, die een verbindingsroute zouden kunnen vormen tussen zomer- en winterleefgebieden? NEE Zo ja, nader onderzoek naar mogelijke migratieroutes van o.a. meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis in voor- en najaar. Randvoorwaarden en vervolg De conclusies uit de veldverkenning in combinatie met deze checklist, gekende verspreiding, de ligging in het landschap, de relatie met het landschap en de uitgebreide tabel van het protocol, geven de onderzoeksinspanning (tijdstip, omstandigheden frequentie per te onderzoeken soort) voor het nader onderzoek aan. Er is zowel in deze checklist als bij de uitgebreide tabel uit het protocol aangenomen dat de onderzoeker een ervaren ecoloog is die kennis heeft van het landschap en potentieel geschikte habitats voor vleermuizen kan identificeren.
Bijlage 5 Bronnen • Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) – Hoofdstuk 11 (https://www.omgevingsweb.nl/wpcontent/uploads/po-assets/379207.pdf) • Bij12 Kennisdocumenten (www.bij12.nl/onderwerp/natuurinformatie/kennisdocumentensoorten-natuurbescherming/) • De vlinderstichting (www.vlinderstichting.nl) • De zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl) • Eis Kenniscentrum Insecten (www.eis-nederland.nl/) • Floron (www.floron.nl/) • Groene parels Simpelveld (https://groene-parels-simpelveld.hosting.jankeesvw.com/) • Grondsoortenkaart (www.arcgis.com/apps/webappviewer/ index.html?id=61d2e75688b24ec2bd102b2f8d7f7fc2) • LNN & Natuurbeheertypenkaart Atlas Limburg (portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default) • Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/ content/rode-lijsten) • Natura 2000 (https://www.natura2000.nl/) • Natuurgegevens Provincie Limburg (natuurgegevensprovincielimburg.nl/s2020/info/GL.HTM) • NGB Soortinventarisatieprotocollen (www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aankwaliteit/soortinventarisatieprotocollen) • NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl/) • Quickscanhulp (www.quickscanhulp.nl) • Ravon (www.ravon.nl) • Rijksoverheid (www.rijksoverheid.nl) • Slagboom en Peters (app.slagboomenpeeters.com) • Sovon (www.sovon.nl) • Stichting ANEMOON (www.anemoon.org) • Waarneming (www.waarneming.nl)