CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Bijlage 2 Onderzoeksanalyse Companen_205079

Raadsvergadering 27 maart 2025, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel 25-03 Toekomstvisie wonen, welzijn en zorg Parkstadgemeenten28.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Woonzorganalyse

Parkstad gemeenten 7 augustus 2024 Definitief

1

DATUM

7 augustus 2024

TITEL

Woonzorganalyse

OPDRACHTGEVER

Parkstad gemeenten

AUTEUR(S)

Valentine Reijers Martin Bleijenburg

PROJECTNUMMER

2917.106/G

STATUS

Definitief

Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem www.companen.nl info@companen.nl 026 351 25 32 KvK-nummer: 09035291 BTW-nummer: NL001826517B01

2

Inhoud 1 1.1 1.2

Inleiding Verantwoording Leeswijzer

5 5 5

2

Totaaloverzicht opgaven

6

3 3.1 3.2 3.3

8 8 9

3.4 3.5 3.6

Ouderen Doelgroep en context Woonvormen en zorgvraag Geclusterd wonen: uitsplitsing naar marktsegment en woonconcepten Geschikt woningaanbod Beleidsvrije vraagontwikkeling Beleidsopgaven

14 18 20 20

4 4.1 4.2

Mensen met een lichamelijke beperking Doelgroep en context Omvang doelgroep

23 23 23

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Mensen met een verstandelijke beperking Doelgroep en context Vraaganalyse Aanbodinventarisatie Mensen met een licht verstandelijke beperking (Wmo) Beleidsopgaven

24 24 24 27 27 27

6 6.1 6.2 6.3

Mensen met psychische problematiek Doelgroep en context Vraaganalyse Aanbodinventarisatie

29 29 29 32

6.4 6.5

Uitstroom vanuit Beschermd Wonen Beleidsopgaven

32 34

7 7.1

Uitstroom uit de maatschappelijke opvang Beleidsopgaven

35 37

8 8.1 8.2 8.3

Kwetsbare jongeren Doelgroep en context Uitstroom vanuit Jeugdzorg met verblijf Beleidsopgaven

38 38 38 40

9

Uitstroom detentie

41

10

Uitstroom Vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel

42

11 11.1

Zelfstandige woonruimte onder uitstromers van instellingen Beleidsopgave uitstroommogelijkheden

43 44

12

Mantelzorgers en mantelzorgontvangers

45

13

Uitstappende sekswerkers

46

14

Statushouders

47

15

Woonwagenbewoners

49

Bijlage 1: Bevolkings- en huishoudensontwikkeling

50

Bijlage 2: Aanbodoverzicht

54

Bijlage 3: De Doorzonscan

60

Bijlage 4: Afkortingen en begrippen

61

3

Bijlage 5: Gehanteerde aannames

62

Bijlage 6: Woonstijlen per gemeente

65

Bijlage 7: Statushouders

79

Bijlage 8: GGZ-W uitgesplitst

81

Bijlage 9: Betekenis spreiding doelgroep VG en BW

82

Bijlage 10: Totaaloverzicht opgaven per gemeente

83

4

1 Inleiding De wereld van wonen, zorg en welzijn is sterk in verandering. Er is krapte op de woningmarkt en de zorgsector staat onder (toenemende) druk. Steeds meer mensen hebben moeite om een goede betaalbare woning te vinden. Tegelijkertijd verandert de woonvraag. Het aantal “oudere” ouderenhuishoudens (85+ jaar) verdubbelt richting 2040. Deze ouderen zullen steeds langer zelfstandig wonen. Naast ouderen moeten ook andere doelgroepen (weer) zelfstandig wonen en hun plek vinden op de woningmarkt. Denk bijvoorbeeld aan mensen met psychosociale problematiek of een andere beperking. Om mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag een fijn (passend) thuis te bieden is samenwerking tussen gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en corporaties nodig: zij moeten er immers samen voor zorgen dat de woonomgeving en sociale en zorginfrastructuur zodanig op elkaar worden afgestemd dat mensen met een zorgvraag prettig kunnen wonen en leven. De Parkstadregio werkt daarom aan een actueel én gezamenlijk beeld van de huisvestingsopgave voor inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag in gezamenlijkheid van alle Parkstad gemeenten.

1.1 Verantwoording Dit onderzoek heeft als doel om de huisvestingsopgave voor inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag van de Parkstadregio per leeftijdsgroep inzichtelijk te maken.

1.2 Leeswijzer Deze rapportage bestaat uit de volgende hoofdstukken:

• • • • • • • • •

Hoofdstuk 2: Ouderen Hoofdstuk 3: Mensen met een lichamelijke beperking Hoofdstuk 4: Mensen met een verstandelijke beperking Hoofdstuk 5: Mensen met psychische problematiek Hoofdstuk 6: Uitstroom uit de maatschappelijke opvang Hoofdstuk 7: Kwetsbare jongeren Hoofdstuk 8: Uitstroom detentie Hoofdstuk 9: Uitstroom vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel Hoofdstuk 10: Zelfstandige woonruimte onder uitstromers van instellingen • Hoofdstuk 11: Mantelzorgers en mantelzorgontvangers • Hoofdstuk 12: Uitstappende sekswerkers • Hoofdstuk 13: Statushouders • Hoofdstuk 14: Woonwagenbewoners o Bijlage 1: Bevolkings- en huishoudensontwikkeling o Bijlage 2: Aanbodinventarisatie o Bijlage 3: Doorzonscan o Bijlage 4: Afkortingen en begrippen o Bijlage 5: Gehanteerde aannames o Bijlage 6: Woonstijlen per gemeente o Bijlage 7: Statushouders o Bijlage 8: GGZ-W naar zorgzwaarte o Bijlage 9: Betekenis spreiding doelgroep VG en BW o Bijlage 10: Totaaloverzicht opgaven per gemeente Als aanvulling op dit rapport is een interactieve kaart ontwikkeld. Met daarop het woonzorgaanbod, relevante voorzieningen en informatie over de geschiktheid van de woningvoorraad van de verschillende gemeenten. De informatie is aan de hand van aangeleverde informatie en openbare informatie verzameld.

Deze kaart is te vinden via de volgende link: https://companen.maps.arcgis.com/apps/instant/sidebar/index.html?appid=71d ee459dd994eaca90d40f1c91307b2 5

2 Totaaloverzicht opgaven In dit onderzoek is gekeken hoe de (verwachte) vraagontwikkeling naar wonen met zorg verloopt voor verschillende zorg- en aandachtsgroepen in de regio Parkstad. Daarnaast is het aanbod aan woonplekken voor de zorg- en aandachtsgroepen in beeld gebracht. In dit hoofdstuk geven we in één oogopslag weer hoe de opgave er per zorg/aandachtsgroep uitziet. Deze opgave geven we weer in twee figuren.

De grootste opgave voor ouderen In de komende 20 jaar stijgt in de regio Parkstad het aantal 65-plushuishoudens van ruim 45.000 huishoudens in 2023 tot 51.701 huishoudens in 2040. In 2040 is 44% van alle huishoudens 65 jaar of ouder, tegen 35% in 2023. De toename van 75-plussers zorgt voor en forse groei in zorgvragers. Daartegenover is er steeds vaker sprake van tekorten aan zorgpersoneel. De druk op de zorg neemt toe, al kan technologie mensen deels ‘ontzorgen’. Stijgende zorgkosten leiden tot keuzes: 24uurzorg krijgt men alleen als het niet anders kan. Dit geldt ook voor andere kwetsbare groepen. Voor zorg aan huis biedt clustering uitkomst door hogere efficiëntie van dienstverlening. Maar wel op voorwaarde dat deze woonvormen ook voldoen aan de (veranderde) woonwensen van mensen met diverse woonstijlen. Waar het kan, is zelfstandig wonen met beperkte begeleiding een wens en ook een noodzaak. Het liefst in de eigen wijk of woonkern en met behoud of opbouw van een eigen sociaal netwerk. Decentralisatie van de zorg geeft aanzet tot spreiding van het wonen: lokaal wonen in de eigen wijk of kern wordt het nieuwe uitgangspunt.

urgentiecategorieën na het vaststellen van de Wet versterking regie Volkshuisvesting (Wvrv) door de Tweede Kamer. Urgenties hebben effect voor alle woningzoekenden. De schaarste aan woningen lost hiermee niet op. Regulier woningzoekenden hebben er dan ook last van; zij schuiven naar achter in de rij. Dit heeft een potentieel negatief effect op het maatschappelijk draagvlak voor huisvesting van deze aandachtsgroepen. Ook vinden sommige urgenten nu woningen buiten de reguliere huurwoningvoorraad, zoals (begeleid) kamergewijze verhuur. Die optie moet mogelijk blijven in het belang van de urgente zelf en om daarmee verdringing te beperken. De vijver kan worden uitgebreid naar de particuliere huursector. Ook is toevoegingen van sociale huurwoningen nodig (transformatie, nieuwbouw en bijvoorbeeld delen van woningen). Dit vergt een langjarige intensieve inzet van corporaties en de gemeenten. Een fair share benadering op basis van inwoneraantal betekent voor gemeenten met weinig sociale huur dat relatief veel sociale huurwoningen naar urgenten gaan. Dit zet het draagvlak/de acceptatie voor toewijzing aan urgenten potentieel onder druk.

Bij gemeenten met veel sociale huur leidt geen fair-share juist tot stapeling van leefbaarheidsproblemen in enkele kwetsbare wijken, met hoge wijkinvesteringen als gevolg plus een bovengemiddeld budget voor begeleiding en ondersteuning vanuit bijvoorbeeld de Wmo. Gemeenten kunnen hiertoe deels inzetten op spreidings- en compensatieafspraken binnen de regio, maar ook met naastgelegen regio’s zoals de regio Maastricht.

De grootste opgave voor aandachtsgroepen Voor wat betreft aandachtsgroepen is de kwantitatieve opgave minder groot, maar ligt er wel een belangrijke kwalitatieve opgave om de spreiding van aandachtsgroepen over de regio (fair share) en binnen de gemeenten in de regio te bevorderen. Een deel van de aandachtsgroepen behoort tot verplichte 6

Figuur 2.2: Opgave jaarlijkse uitstroom naar zelfstandige woningen vanuit verschillende doelgroepen

Figuur 2.1: Huisvestingsopgave regio Parkstad ouderen, LG, VG en BW 1.210 Ouderen: Geclusterd wonen

2.790

1.540

5.570

96 113

BW: verblijfsduur 2 jaar

1.170 Ouderen: Nultreden

2.360 260 200 720 570 100 90 290 210

Ouderen: Zorggeschikt PG

Ouderen: Zorggeschikt SOM

35

Maatschappelijke opvang (12% uitstroom)

143

Maatschappelijke opvang (50% uitstroom) 13

Kwetsbare jongeren

-25 LG

122 150

BW: verblijfsduur 1,5 jaar

-50

39

Ex-gedetineerden -140 -190 VG: Geclusterd wonen -380 -480 140 100 260 190

VG: Gespikkeld wonen

0 70 0 70

91

Woonwagenbewoners bovengrens 0 0

2030 Trend

Bron: Woonzorgweter Companen.

79

Woonwagenbewoners ondergrens

-20 BW: Beschermd Wonen Wlz -140 -80 -260

2030 Basis

360

Statushouders Hoog scenario

BW: Beschermd Thuis

-1.000

240

Statushouders Trendmatig scenario

-25 -40 -55 -75

BW: Beschermd Wonen

20

Vrouwenopvang

1.000 2.000 3.000 4.000 5.000 6.000 2040 Basis

2040 Trend

50

100 150 200 250 300 350 400

Jaarlijkse behoefte zelfstandige woningen (basis BW) Jaarlijkse behoefte zelfstandige woningen (trend BW) Bron: Woonzorgweter Companen.

7

3 Ouderen Lang niet alle ouderen (65-plussers) hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifiek soort woning vanwege die zorgvraag. Verreweg de meeste ouderen wonen zelfstandig en zijn vitaal. Ook van de ouderen met een zorgvraag woont een groot deel zelfstandig, al dan niet met ondersteuning vanuit de wijkverpleging en het eigen sociale netwerk.

3.1 Doelgroep en context De leeftijd waarop mensen zich ‘oud’ voelen verschilt van persoon tot persoon. In dit onderzoek betrekken wij de groep 65-plussers in de analyses. In de gebruikte methodiek wordt een onderscheid gemaakt naar leeftijdsgroepen binnen de totale groep, op basis van de zorg- en ondersteuningsbehoefte per leeftijdsgroep en de woonbehoefte die daarmee samenhangt.

Demografie De bevolking in de gemeenten Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal zal de komende jaren gaan krimpen. In de periode van 2023 - 2040 krimpt de bevolking van jonger dan 65 jaar met 31.706 inwoners en groeit de bevolking van 65 jaar en ouder met 8.960 inwoners. Parkstad gaat een flinke vergrijzing tegemoet. Op dit moment vormt de 65-plusgroep 26% van de totale bevolking in de regio. Het is de verwachting dat dit aandeel groeit naar 33% in 2040. De Etil bevolkingsprognoses die bovenstaand beeld laten zien, zijn beleidsneutrale prognoses en openbaar beschikbaar via de site van de provincie Limburg.

Figuur 3.1: Bevolkingsontwikkeling regio Parkstad, 2023 - 2040 300.000 250.000 200.000

7.751 22.929 36.263

8.119 24.343 36.813

9.436 26.912 38.463

11.842 28.570

13.544 30.437

37.057

31.922

150.000 100.000

188.230

184.488

173.243

163.520

156.524

2023

2025

2030

2035

2040

50.000 0

Bevolking < 65 jaar

65 - 74 jaar

75 - 84 jaar

85+ jaar

Bron: Etil gemeentelijke bevolkingsprognoses, 2023.

Wanneer we spreken over de huisvestingsopgave voor senioren dan is vooral de huishoudensontwikkeling relevant. In 2040 zal 44% van de huishoudens in parkstad een 65-plushuishouden zijn. Het aandeel huishoudens van 85 jaar en ouder verdubbelt in grootte naar de toekomst (2040) toe vergeleken met de situatie nu.

8

Figuur 3.2: Huishoudenssamenstelling regio Parkstad, 2023 en 2040

• 18% 18% 13% 2040

2023

18%

4%

•

8%

65 - 74 jaar

75 - 84 jaar

85+ jaar

< 65 jaar

Bron: Etil huishoudensprognoses gemeenten, 2023.

In bijlage één staat per gemeente de verwachte bevolkings- en huishoudensontwikkeling 2023 - 2040.

3.2 Woonvormen en zorgvraag

trap te lopen (extern toegankelijk) en dat keuken, badkamer, toilet en minimaal 1 slaapkamer op één woonlaag liggen/gelijkvloers zijn. Geclusterde woningen voor senioren zijn levensloopgeschikte woningen in een woonvorm met vijf of meer wooneenheden waar overwegend ouderen wonen. Bij voorkeur is er een ontmoetingsruimte aanwezig. Het gaat om zelfstandige woningen waar ook mensen zonder zorgindicatie mogen wonen. Geclusterde woonvormen zijn onder andere hofjeswoningen, serviceflats en seniorenflats. Zorggeschikte woningen zijn woningen in een verpleeghuis of woonzorgcentrum, bedoeld voor mensen met een Wlz-indicatie vanwege psychogeriatrische (PG) of somatische (SOM) problematiek.

Zorgvraag in beeld Het vitaliteitstredenmodel van Companen geeft nader inzicht in de woonbehoefte van ouderen, op basis van de zorgvraag van betrokkenen. Het model bevat vier treden. In de eerste trede zitten de meest vitale ouderen, die niet of nauwelijks gebruik maken van zorg; in de vierde trede vallen ouderen met een zware zorgvraag. In het model worden ouderen (65-plus) ingedeeld op basis van de ‘zwaarste’ zorgvorm die zij het afgelopen jaar ontvingen. Als voorbeeld: ouderen die zowel huishoudelijke hulp vanuit de Wmo krijgen als wijkverpleging vanuit de Zvw, tellen we mee in vitaliteitstrede 3.

Woonvormen voor ouderen Wij maken in dit rapport een onderscheid tussen ‘reguliere woningen’, ‘nultredenwoningen’, ‘geclusterd wonen voor senioren’ en ‘zorggeschikte woningen’. • Reguliere woningen zijn ‘gewone’, niet-geclusterde woningen. Het gaat hierbij zowel om gezinswoningen als om appartementen of studio’s waar ook mensen zonder zorgvraag kunnen wonen. • Nultredenwoningen zijn woningen die geschikt zijn voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking. De woning is zowel intern als extern toegankelijk. Dat houdt in dat je de woning kunt bereiken zonder

9

Figuur 3.3: Vitaliteitstredenmodel

De indeling in treden geeft inzicht in de zorgvraag en vitaliteit van ouderen, en is daarmee een goede voorspeller van de woonvraag. Uit woonwensenonderzoeken blijkt dat ouderen naarmate ze minder vitaal worden, vaker een voorkeur hebben voor een geclusterd woonconcept voor ouderen. Dit is ook terug te zien in het feitelijk woongedrag van ouderen. Dat betekent niet dat in geclusterde woonvormen alleen ouderen met een (zware) zorgvraag wonen: er zijn ook ouderen die al voordat ze een zorgvraag ontwikkelen graag willen verhuizen naar geclusterd wonen: niet vanwege hun actuele zorgvraag, maar uit voorzorg of vanwege een behoefte aan sociaal contact of comfort. In vitaliteitstrede 4 woont een aanzienlijk deel van de ouderen in een geclusterd woonconcept waar intensieve zorg geboden wordt (zoals een verpleeghuis); ook voor deze groep geldt echter dat een deel nog in een reguliere woning woont.

Toelichting Vitaliteitstredenmodel De meest vitale ouderen zitten in vitaliteitstrede 1. Zij hebben geen zorgindicatie, maar maken hooguit gebruik van eerstelijns huisartsenzorg of zorg van de specialist (vanwege een acute zorgvraag, chronische ziekte of specialistische geestelijke gezondheidszorg). Als ouderen gebruik maken van Wmo-ondersteuning, dan vallen ze in vitaliteitstrede 2. Het gaat hier ook om relatief vitale ouderen. De ondersteuning die zij krijgen bestaat uit hulpmiddelen, voorzieningen, huishoudelijke hulp of andere ondersteuning waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. In vitaliteitstrede 3 vallen ouderen die wijkverpleging ontvangen vanuit de Zvw. Een deel van deze mensen ontvangt ook ondersteuning vanuit de Wmo. In vitaliteitstrede 4 vallen ouderen die een Wlz-indicatie hebben. Ouderen met een Wlz-indicatie kunnen terecht in een verpleeghuis, maar zij kiezen er tegenwoordig vaker voor om zelfstandig te blijven wonen met intensieve zorg (vanuit een Volledig Pakket Thuis). Op die manier kunnen zij zo lang mogelijk zelf regie houden over hun woon(zorg)situatie.

10

Figuur 3.4: Prognoses vitaliteitstredenmodel Parkstad 90.000 80.000

60.000 50.000

4.980

5.430

9.830

10.580

10.810

4.720

5.220

51.950

55.900

56.970

54.490

2025

2030

2035

2040

4.500

70.000 3.960 8.860 3.860

4.070 9.170 4.100

50.260

2023

5.560

40.000 30.000

20.000 10.000 0 Vitaliteitstrede 1 Vitaliteitstrede 3

Vitaliteitstrede 2 Vitaliteitstrede 4

Bron: Woonzorgweter Companen.

Vraagprognose woonvormen senioren In de vraagprognoses naar woonvormen voor senioren maken we onderscheid tussen de volgende woonvormen: Regulier wonen, geclusterd wonen voor senioren en woonzorgcentrum SOM (somatisch) of PG (psychogeriatrisch).

en hoe ouderen zouden willen wonen op basis van uitkomsten van het WoON 20212. Hoe ouderen wonen en hoe ouderen wensen te wonen verschilt per gemeente waardoor de verdeling naar woonvormen per vitaliteitstrede per gemeente er anders uitziet. Zie bijlage 5 voor de verdelingen per gemeente. Tabel 3.1: Prognose naar woonvormen ouderen regio Parkstad, basisprognose (2023 2040, huishoudens, afgerond op 10-tal) 2023 2030 (opgave) 2040 (opgave) Regulier wonen 23.050 25.650 (+2.600) 24.780 (+1.730) Nultreden (in regulier wonen) 9.520 10.690 (+1.170) 11.880 (+2.360) Geclusterd wonen 9.810 11.020 (+1.210) 11.350 (+1.540) Zorggeschikt/ 740 840 (+100) 1.030 (+290) woonzorgcentrum (SOM) Zorggeschikt/ 1.940 2.200 (+260) 2.660 (+720) woonzorgcentrum (PG) Totaal 45.060 50.400 (+5.340) 51.700 (+6.640) Bron: Woonzorgweter Companen.

In voorgaande tabel laten we de vraagontwikkeling zien tussen 2023 en 2030 en tussen 2023 en 2040. De aantallen die er ten opzichte van het startjaar (2023) bijkomen, vormen de opgave. We zien dat in verhouding de vraag naar zorggeschikt procentueel het hardst stijgt vergeleken met de andere woonvormen voor ouderen.

Trendprognose

Voor het berekenen van een basisscenario van de vraagontwikkeling gaan we uit van demografische ontwikkelingen (bevolkings- en huishoudensprognose), hoe ouderen die binnen vitaliteitstrede 1 tot en met 3 vallen nu wonen op basis van Microdata1, hoe ouderen binnen vitaliteitstrede 4 wonen op basis van aannames

Naast het basisscenario van de vraagontwikkeling hebben we ook een trendvariant uitgewerkt. In de trendvariant houden we rekening met de trend dat ouderen naar de toekomst toe steeds vaker in geclusterde woonvormen gaan wonen door onder andere beleid van zorginstellingen, wet- en regelgeving en vanuit woonwensen van ouderen.

1

2

CBS Microdata zijn koppelbare data op persoons-, bedrijfs- en adresniveau waarmee Nederlandse universiteiten, wetenschappelijke organisaties, planbureaus en onderzoeksinstanties onder strikte voorwaarden zelf statistisch onderzoek kunnen doen.

Het WoON (Woononderzoek Nederland) is een periodiek terugkerend onderzoek onder huishoudens in Nederland en geeft al decennia lang inzicht in de woonsituatie, verhuiswensen, tevredenheid en woonlasten van huishoudens.

11

Tabel 3.2: Prognose naar woonvormen ouderen regio Parkstad, trendprognose (2023 2040, huishoudens, afgerond op 10-tal) 2023 2030 (opgave) 2040 (opgave) Regulier wonen 23.050 24.140 (+1.090) 20.980 (-2.040) Nultreden (in regulier wonen) 9.520 10.690 (+1.170) 11.880 (+2.360) Geclusterd wonen 9.810 12.600 (+2.790) 15.380 (+5.570) Zorggeschikt/ 740 830 (+90) 950 (+210) woonzorgcentrum (SOM) Zorggeschikt/ 1.940 2.140 (+200) 2.510 (+570) woonzorgcentrum (PG) Totaal 45.060 50.400 (+5.340) 51.700 (+6.640) Bron: Woonzorgweter Companen.

We zien in het trendscenario in verhouding de vraag naar geclusterd wonen procentueel gezien het hardst stijgt vergeleken met de andere woonvormen. Met de twee prognoses creëren we een bandbreedte waarbinnen de werkelijke vraag zich waarschijnlijk zal voltrekken, de basis- en trendvariant (tabel 2.3 ). In de volgende tabellen geven we deze bandbreedte weer voor de regio en voor de gemeenten apart. Tabel 3.3: Regio Parkstad, bandbreedte basisscenario en trendscenario vraagprognose 2023 2030 2040 Regulier wonen 23.050 24.140 - 25.650 20.980 - 24.780 Nultreden (in regulier wonen) 9.520 10.690 11.880 Geclusterd wonen 9.810 11.020 - 12.600 11.350 - 15.380 Zorggeschikt/ 740 830 - 840 950 - 1.030 woonzorgcentrum (SOM) Zorggeschikt/ 1.940 2.140 - 2.200 2.510 - 2.660 woonzorgcentrum (PG) Totaal 45.060 50.400 51.700 Bron: Woonzorgweter Companen.

Tabel 3.4: Beekdaelen, bandbreedte basisscenario en trendscenario vraagprognose 2023 2030 2040 Regulier wonen 3.950 4.140 - 4.350 3.710 - 4.250 Nultreden (in regulier wonen) 1.150 1.330 1.470 Geclusterd wonen 840 950 - 1.170 970 - 1.540 Zorggeschikt/ 90 100 110 - 120 woonzorgcentrum (SOM) Zorggeschikt/ 280 320 - 330 360 - 380 woonzorgcentrum (PG) Totaal 6.310 7.060 7.190 Bron: Woonzorgweter Companen. Tabel 3.5: Brunssum, bandbreedte basisscenario en trendscenario vraagprognose 2023 2030 2040 Regulier wonen 2.390 2.560 - 2.720 2.390 - 2.810 Nultreden (in regulier wonen) 1.030 1.200 1.340 Geclusterd wonen 1.200 1.390 - 1.560 1.490 - 1.940 Zorggeschikt/ 90 100 120 - 130 woonzorgcentrum (SOM) Zorggeschikt/ 240 270 - 280 330 - 350 woonzorgcentrum (PG) Totaal 4.950 5.690 6.120 Bron: Woonzorgweter Companen. Tabel 3.6: Heerlen, bandbreedte basisscenario en trendscenario vraagprognose 2023 2030 2040 Regulier wonen 6.980 7.520 - 8.020 6.700 - 7.980 Nultreden (in regulier wonen) 3.400 3.710 4.150 Geclusterd wonen 3.560 4.010 - 4.540 4.210 - 5.560 Zorggeschikt/ 270 290 - 300 340 - 360 woonzorgcentrum (SOM) Zorggeschikt/ 630 670 - 690 780 - 830 woonzorgcentrum (PG) Totaal 14.840 16.730 17.530 Bron: Woonzorgweter Companen.

12

Tabel 3.7: Kerkrade, bandbreedte basisscenario en trendscenario vraagprognose 2023 2030 2040 Regulier wonen 3.510 3.490 - 3.770 2.670 - 3.350 Nultreden (in regulier wonen) 1.800 1.980 2.180 Geclusterd wonen 2.170 2.390 - 2.680 2.390 - 3.120 Zorggeschikt/ 160 180 200 - 220 woonzorgcentrum (SOM) Zorggeschikt/ 410 450 - 460 530 - 560 woonzorgcentrum (PG) Totaal 8.050 8.780 8.700 Bron: Woonzorgweter Companen.

Tabel 3.10: Voerendaal, bandbreedte basisscenario en trendscenario vraagprognose 2023 2030 2040 Regulier wonen 1.510 1.510 - 1.600 1.290 - 1.500 Nultreden (in regulier wonen) 410 500 540 Geclusterd wonen 290 320 - 410 320 - 540 Zorggeschikt/ 30 40 40 - 50 woonzorgcentrum (SOM) Zorggeschikt/ 80 90 100 woonzorgcentrum (PG) Totaal 2.320 2.550 2.510 Bron: Woonzorgweter Companen.

Aanbodinventarisatie Tabel 3.8: Landgraaf, bandbreedte basisscenario en trendscenario vraagprognose 2023 2030 2040 Regulier wonen 3.550 3.720 - 3.930 3.110 - 3.640 Nultreden (in regulier wonen) 1.320 1.490 1.680 Geclusterd wonen 1.420 1.600 - 1.820 1.600 - 2.160 Zorggeschikt/ 90 110 130 - 140 woonzorgcentrum (SOM) Zorggeschikt/ 240 270 - 280 330 - 350 woonzorgcentrum (PG) Totaal 6.620 7.410 7.410 Bron: Woonzorgweter Companen.

Companen heeft een inventarisatie onder corporaties en zorgaanbieders gedaan om hun geclusterde woningaanbod voor ouderen en aanbod aan zorggeschikte woningen/zorgcentra in kaart te brengen. Het geclusterde aanbod in de vrije sector huur en koopsector komt vanuit CBS-Microdata; mogelijk hebben we niet al het aanbod in deze sectoren compleet in beeld.

Tabel 3.9: Simpelveld, bandbreedte basisscenario en trendscenario vraagprognose 2023 2030 2040 Regulier wonen 1.160 1.200 - 1.260 1.110 - 1.250 Nultreden (in regulier wonen) 410 480 520 Geclusterd wonen 330 360 - 420 370 - 520 Zorggeschikt/ 10 10 10 woonzorgcentrum (SOM) Zorggeschikt/ 60 70 80 - 90 woonzorgcentrum (PG) Totaal 1.970 2.180 2.240 Bron: Woonzorgweter Companen.

In bijlage 2 staan gedetailleerde overzichten met het aanbod per gemeente weergegeven.

Het aanbod hebben we niet compleet in beeld. We kijken voor de opgave naar het verschil in de huidige en toekomstige vraag: dat is de minimale opgave waar een gemeente voor staat. De opgave kan echter groter zijn wanneer er in de huidige situatie al een tekort aan aanbod is.

In onderstaande tabel geven we het totaalbeeld per gemeente en per type plek weer van het aanbod dat we in beeld hebben kunnen brengen.

13

Tabel 3.11: Geïnventariseerd aanbod voor ouderen Geclusterd wonen Sociale Vrije huur sector Koop* Beekdaelen 614 96 50 Brunssum 981 102 320 Heerlen 3.740 302 380 Kerkrade 1.437 440 155 Landgraaf 1.227 151 135 Simpelveld 404 31 0 Voerendaal 187 21 20 Parkstad 8.590 1.143 1.060 *Ingeschat aan de hand van CBS Microdata. Bron: Aanbodinventarisatie en CBS Microdata.

Zorggeschikt wonen Zorggeschikt Zorggeschikt SOM PG 165 368 167 245 278 827 238 412 138 221 0 70 57 64 1.043 2.207

Parkstad beschikt momenteel over 8.590 sociale huurwoningen in de geclusterde woonvormen voor ouderen. Het gaat hier om woningen in complexen die hoofdzakelijk door ouderen worden bewoond en ook toegankelijk zijn voor ouderen zonder Wlz-indicatie. Verder zijn er in totaal 3.250 zorggeschikt woonplekken. Hiervan worden 1.043 woningen bewoond door ouderen met somatische klachten en 2.207 woningen door ouderen met psychogeriatrische klachten. De praktijk leert dat een (groot) deel van deze plekken wisselend inzetbaar is: hetzij voor mensen met somatische of psychogeriatrische problematiek. De zorgaanbieder Meander heeft aangegeven aan 625 ouderen in Parkstad VPT (Volledig Pakket Thuis) in de thuissituatie te leveren. Wanneer we kijken naar de totale vraag naar geclusterd wonen, zien we dat het aanbod ruim voorziet in de vraag. Wanneer we inzoomen op de eigendomsvormen binnen geclusterd wonen, zien we dat er ruim voldoende sociale geclusterde woningen zijn om in de vraag te voorzien. De vraag naar vrije sector huur en het aanbod aan vrije sector huur liggen redelijk dicht bij elkaar in de buurt. Wat betreft geclusterde koopwoningen zien we dat de vraag groter is dan het aanbod. Hierbij moeten we de kanttekening zetten dat het aanbod aan geclusterde woningen een inschatting is.

Wanneer we kijken naar de totale vraag naar zorggeschikte woningen zien we dat het aanbod ruim voorziet in deze vraag. Met name de plekken voor somatische zorg zijn er ruim voldoende. In 2030 zijn vraag en aanbod ongeveer met elkaar in balans. De vraag naar zorggeschikte woningen blijft vanaf 2030 groeien en er zal na 2030 een tekort ontstaan als er geen plekken bij komen.

3.3 Geclusterd wonen: uitsplitsing naar marktsegment en woonconcepten Uitsplitsing naar marktsegment Op basis van het WoON2021 en CBS-Microdata is achterhaald waar de groep 65plussers nu woont en hoe zij graag willen wonen. Dat maakt het mogelijk om de prognose voor geclusterd wonen voor ouderen verder uit te splitsen naar marktsegment. In de volgende tabellen wordt weergegeven wat de huidige en toekomstige behoefte aan sociale huur, vrije sector en koop binnen het geclusterd wonen is: op regionaal niveau en gemeentelijk niveau. Op regionaal niveau valt ongeveer 40% van het geclusterd wonen voor ouderen binnen de sociale huur, 13% binnen de vrije sector huur en 48% binnen de koopsector. Naar de toekomst zien we dat de verhouding naar marktsegment stabiel blijft. Tabel 3.12: Parkstad. Behoefteprognose geclusterd wonen uitgesplitst naar marktsegment, bandbreedte basisprognose en trendprognose (2023 – 2040); huishoudens, afgerond op 10-tal 2023 2030 2040 Sociale huur 3.890 4.300 tot 4.900 4.410 tot 5.900 Vrije sector huur 1.230 1.350 tot 1.540 1.370 tot 1.850 Koop 4.690 5.360 tot 6.160 5.570 tot 7.630 Totaal 9.810 11.020 tot 12.600 11.350 tot 15.380 Bron: Woonzorgweter Companen.

14

Tabel 3.13: Beekdaelen. Behoefteprognose geclusterd wonen uitgesplitst naar marktsegment, bandbreedte basisprognose en trendprognose (2023 - 2040); huishoudens, afgerond op 10-tal 2023 2030 2040 Sociale huur 190 190 tot 240 180 tot 300 Vrije sector huur 60 70 tot 80 70 tot 100 Koop 590 690 tot 850 720 tot 1.140 Totaal 840 950 tot 1.170 970 tot 1.540 Bron: Woonzorgweter Companen.

Tabel 3.16: Kerkrade. Behoefteprognose geclusterd wonen uitgesplitst naar marktsegment, bandbreedte basisprognose en trendprognose (2023 - 2040); huishoudens, afgerond op 10-tal 2023 2030 2040 Sociale huur 910 990 tot 1.120 1.000 tot 1.300 Vrije sector huur 300 320 tot 360 320 tot 420 Koop 960 1.070 tot 1.200 1.070 tot 1.400 Totaal 2.170 2.390 tot 2.680 2.390 tot 3.120 Bron: Woonzorgweter Companen.

Tabel 3.14: Brunssum. Behoefteprognose geclusterd wonen uitgesplitst naar marktsegment, bandbreedte basisprognose en trendprognose (2023 - 2040); huishoudens, afgerond op 10-tal 2023 2030 2040 Sociale huur 460 530 tot 590 560 tot 730 Vrije sector huur 100 110 tot 130 120 tot 160 Koop 640 750 tot 840 810 tot 1.050 Totaal 1.200 1.390 tot 1.560 1.490 tot 1.940 Bron: Woonzorgweter Companen.

Tabel 3.17: Landgraaf. Behoefteprognose geclusterd wonen uitgesplitst naar marktsegment, bandbreedte basisprognose en trendprognose (2023 - 2040); huishoudens, afgerond op 10-tal 2023 2030 2040 Sociale huur 560 620 tot 710 620 tot 830 Vrije sector huur 100 120 tot 130 110 tot 160 Koop 760 860 tot 980 870 tot 1.170 Totaal 1.420 1.600 tot 1.820 1.600 tot 2.160 Bron: Woonzorgweter Companen.

Tabel 3.15: Heerlen. Behoefteprognose geclusterd wonen uitgesplitst naar marktsegment, bandbreedte basisprognose en trendprognose (2023 - 2040); huishoudens, afgerond op 10-tal 2023 2030 2040 Sociale huur 1.640 1.840 tot 2.080 1.930 tot 2.540 Vrije sector huur 520 580 tot 660 600 tot 800 Koop 1.400 1.590 tot 1.800 1.680 tot 2.220 Totaal 3.560 4.010 tot 4.540 4.210 tot 5.560 Bron: Woonzorgweter Companen.

Tabel 3.18: Simpelveld. Behoefteprognose geclusterd wonen uitgesplitst naar marktsegment, bandbreedte basisprognose en trendprognose (2023 - 2040); huishoudens, afgerond op 10-tal 2023 2030 2040 Sociale huur 40 40 tot 50 40 tot 60 Vrije sector huur 120 120 tot 140 120 tot 160 Koop 170 200 tot 230 210 tot 300 Totaal 330 360 tot 420 370 tot 520 Bron: Woonzorgweter Companen.

15

Tabel 3.19: Voerendaal. Behoefteprognose geclusterd wonen uitgesplitst naar marktsegment, bandbreedte basisprognose en trendprognose (2023 - 2040); huishoudens, afgerond op 10-tal 2023 2030 2040 Sociale huur 90 90 80 Vrije sector huur 30 30 30 Koop 170 200 210 Totaal 290 320 320 Bron: Woonzorgweter Companen.

Tabel 3.20: Indeling voor woonstijlen naar generatie (geboortejaar) en financiële positie Lagere financiële Middel financiële Hoge financiële positie positie positie Stille Generatie Kwetsbare Oudere Welgestelde (1940 e.o.) ouderen comfortzoeker cultuurminnaars Protestgeneratie Traditionele Vitale Welgestelde (1940 - 1955) buurtbewoners comfortzoekers levensgenieters Generatie X Actieve Moderne Ondernemende (1955 - 1970) buurtbewoners hofjesbewoners levensgenieters Pragmatische generatie Laag Middel Hoog (1970 - 1985)

Uitsplitsing naar woonconcepten De woonwensen van ouderen zijn divers. De woonvorm ‘geclusterd wonen’ is een verzamelnaam voor diverse woningtypes en woonconcepten die beschutting, comfort en ontmoeting bieden. Verschillende groepen ouderen zoeken daarbij verschillende typen geclusterde woonvormen. Welke keuzes groepen ouderen hierin maken is onder meer afhankelijk van hun waarden-profiel en financiële mogelijkheden, die wij samenbrengen in zogeheten ‘woonstijlen’. We onderscheiden 12 ‘woonstijlgroepen’ onder (toekomstige) ouderen, die verschillen qua woonvoorkeuren. De indeling in woonstijlen is gebaseerd op analyses van woongedrag en woonwensen van ouderen, zoals die naar voren komen in CBS-Microdata, het WoON en sociologisch onderzoek naar generaties en waardepatronen. Deze inzichten zijn gekoppeld aan achtergrondkenmerken van ouderen, zoals het inkomen, leeftijd, huishoudenssamenstelling, stedelijkheid, opleiding en vermogen. In welke woonstijl iemand is ingedeeld, is onder meer afhankelijk van het geboortejaar (generatie) en de financiële positie.

Wij maken een inschatting van de keuze die mensen gaan maken op het moment dat zij verhuizen naar een geclusterde woonvorm voor ouderen. Dit leidt tot een ‘woonmix’ per woonstijl. In de woonmix maken wij primair het onderscheid tussen de voorkeur voor appartementen (afkorting app: weinig onderhoud, overzichtelijk en gezamenlijke voorzieningen) en grondgebonden woningen (afkorting ggb: groter woonoppervlak, buitenruimte en meer zelfstandigheid). Secundair geven we aan welke woonconcepten goed passen bij het waardenprofiel en de financiële positie van de woonstijlen. De ideale woonmix van de totale groep ouderen zal van jaar op jaar veranderen, omdat generaties elkaar opvolgen en de verhouding tussen de woonstijlen dus ook verandert. We zien dat de ‘stille generatie’ geleidelijk aan uit beeld verdwijnt en Generatie X zijn opwachting maakt. Vanaf 2040 zien we dat een nieuwe generatie in beeld komt: de ‘Pragmatische generatie’. De figuren met de verdeling naar de verschillende woonstijlen per gemeenten staan in bijlage 6. Op basis van de woonwensen per woonstijl en de prognose van woonstijlen is het mogelijk om een prognose op te stellen van gewenste woningtypes en woonconcepten binnen het geclusterd wonen.

Het figuur op de volgende pagina geeft weer hoe de behoefte aan diverse woonconcepten binnen het geclusterd wonen zich door de tijd naar verwachting zal ontwikkelen op regionaal niveau. 16

Figuur 3.5: Verdeling 65-plushuishoudens naar woonstijl regio Parkstad (2023 - 2040; afgerond op 10-tal) 100% 90% 80%

5.310

630 1.530 2.790

8.570

2023

12%

36%

3%

22%

8% 5%

13%

4.210

2025

12%

34%

3%

22%

10%

6%

13%

2030

12%

32%

3%

21%

11%

9%

12%

2035

11%

30%

3%

21%

13%

10%

12%

2040

11%

29%

3%

20%

13%

11%

12%

10.120

8.250 4.540

16.040

7.330

18.970

18.210 3.630

18.280

40%

1.700 2.750 7.760

2025

Pragmatische Generatie 1970 - 1985 Generatie X 1955 - 1970 Protestgeneratie 1940 - 1955 Stille Generatie

3.950

1.390 2.260

0%

2023

2.460

16.120

6.320

0%

20%

40%

60%

80%

100%

Levensloopbestendige woningen (ggb) 5.840

30%

10%

480 1.170 2.140

8.840 9.880

60%

20%

3.660

5.440

5.120

70%

50%

2.250

Figuur 3.6: Regio Parkstad. Gewenste verdeling binnen geclusterd wonen, naar woonconcept (2023 tot en met 2040)

12.830 690 1.090 3.060

2030

Luxe levensloopbestendige appartementen Serviceflat

8.710 250 380 1.040

2035

Seniorencomplex

Hofjeswonen (ggb) Hofjeswonen (app)

2040

Pragmatische gen. - Hoog Pragmatische gen. - Midden Pragmatische gen. - Laag Ondernemende levensgenieters Moderne hofjesbewoners Actieve buurtbewoners Welgestelde levensgenieters Vitale comfortzoekers Traditionele buurtbewoners Welgestelde cultuurminnaars Oudere comfortzoekers Kwetsbare ouderen

Aanleunwoning (app) Bron: Woonzorgweter Companen.

17

Figuur 3.7: Gewenste verdeling binnen geclusterd wonen, naar woonconcept en per

3.4 Geschikt woningaanbod

Brunssum Beekdaelen

2023

12%

2040

10%

2023

12%

2040

11%

Heerlen

2023

12%

2040

11%

Voerendaal Simpelveld Landgraaf Kerkrade

gemeente (2023 en 2040)

2023

12%

2040

11%

2023

12%

2040

11%

2023

12%

2040

10%

2023

10%

2040

9%

27%

5%

20%

5%

24% 24%

37% 31%

20%

38%

37%

3%

34% 28% 30% 22%

4%

28% 19%

19%

6%

23%

24%

0% 20% 40% Levensloopbestendige woningen (ggb) Luxe levensloopbestendige appartementen Hofjeswonen (ggb) Aanleunwoning (app)

11%

12%

8% 4%

14%

10%

13%

8% 5%

13%

11%

13%

8% 6%

15%

12%

13%

9%

12%

Eengezinswoningen wijzen wij als ‘potentieel geschikt’ aan als zij voldoen aan één van deze kenmerken: • eengezinswoning, gebouwd na 1998; • inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965; • inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; • geschakelde woning.

16%

10%

Een verdere toelichting op de werkwijze is terug te vinden in bijlage 3.

10%

10%

15%

9%

9% 16%

24% 25%

13%

14%

24% 7%

8% 5%

13%

20%

3%

10%

13% 22%

3% 3%

16%

21%

19%

2%

12%

13%

3% 2%

31%

22%

10% 17%

In de analyse van de geschiktheid van de totale woningvoorraad zijn wij uitgegaan van de volgende meetgraad voor ‘geschiktheid’: alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die eventueel een wandelstok of kruk(ken) gebruiken. Alle appartementen of (galerij)flats gelden als ‘geschikt’ zolang deze over een lift beschikken. In de analyse wordt geen rekening gehouden met de ‘buitenkant’ van de woningen. Als woningen geschikt zijn, moeten die ook extern toegankelijk zijn. Dit betekent geen opstapjes en drempels naar de voordeur en bij appartementen moeten de deuren van het complex elektrisch bediend kunnen worden.

10%

16%

3% 2%

32%

11%

60% 80% Seniorencomplex Serviceflat Hofjeswonen (app)

100%

Bron: Woonzorgweter Companen.

18

Figuur 3.8: Geschiktheid woningvoorraad volgens ‘doorzonscan’ Beekdaelen

14%

42%

Brunssum

25%

Heerlen

26%

Kerkrade

44%

29%

17%

Voerendaal

12%

Parkstad

40%

41%

36%

37%

46%

40% 25%

0% Geschikte woning

48% 28%

20%

Wanneer we naar de gemeenten apart kijken, zien we dat het aandeel geschikte woningen het grootst is in Kerkrade en het kleinst in Voerendaal. De gemeente Heerlen kent het grootste aandeel niet geschikte woningen (56%) en het kleinste aandeel potentieel geschikte woningen (25%). In de gemeente Landgraaf is het aandeel niet geschikte woningen het kleinst (36%) vergeleken met de andere gemeenten. Het aandeel potentieel geschikte woningen is het grootst in de gemeente Beekdaelen (42%), Landgraaf (41%) en Voerendaal (40%).

56% 25%

23%

Simpelveld

46%

18%

35%

Landgraaf

maken woningen. De provincie Overijssel kent dus een kleiner deel geschikte woningen en een groter deel geschikt te maken woningen vergeleken met Parkstad.

40%

47% 60%

Potentieel geschikte woning

80%

100%

Niet geschikte woning

Bron: WOZ-registraties gemeente regio Parkstad, bewerkt door Companen (2024).

We hebben de geschiktheid geanalyseerd van in totaal ongeveer 130.000 woningen die opgenomen zijn als zelfstandige woningen in de WOZ-registraties van de Parkstadgemeenten. Volgens deze analyses is een kwart van de woningen (25%, ongeveer 32.000 woningen) geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Ruim een kwart (28%, ongeveer 36.500 woningen) is geschikt te maken. Bijna de helft (47%, ongeveer 60.500 woningen) is niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Ter vergelijking van de uitkomsten kijken we naar de geschiktheid van de totale woningvoorraad van de provincie Utrecht en de provincie Overijssel. In de provincie Utrecht bestaat de woningvoorraad uit 33% geschikte woningen, 28% geschikt te maken woningen en 39% niet geschikt te maken woningen. De provincie Utrecht kent een groter aandeel geschikte woningen vergeleken met de regio Parkstad. In de provincie Overijssel bestaat de woningvoorraad uit 14% geschikte woningen, 48% geschikt te maken woningen en 38% niet geschikt te

Uitsplitsing naar eigendomssituatie Voor bijna alle gemeenten hebben we de geschiktheid van de woningvoorraad uit kunnen splitsten naar eigendomsvormen koop en huur. De huurwoningen bestaan uit woningen die verhuurd worden door corporaties en door particuliere verhuurders. Het kan zijn dat de huurwoningen van de corporaties geschikter is dan de huurwoningen van particuliere verhuurders. De geschiktheidsopgave binnen de regio is onevenredig verdeeld naar de eigendomssituatie. • Voor huurwoningen en koopwoningen geldt dat het grootste deel niet geschikt is (21.782 huurwoningen, 23.839 koopwoningen). Dit hangt veelal samen met de afwezigheid van een lift of een nauwe trapopgang, waardoor er geen ruimte is voor een traplift. • Huurwoningen zijn relatief gezien vaker geschikt dan koopwoningen (31% huur, 15% koop). Dit geldt niet voor de gemeente Heerlen. Daar zien we dat koopwoningen relatief gezien net iets vaker geschikt zijn dan huurwoningen. • De grootste kansen liggen in de koopsector. Het aandeel geschikte woningen is hier het laagst (15%, ongeveer 7.836 woningen) terwijl 41% (22.273 woningen) met een kleine ingreep geschikt te maken is. Dit komt doordat koopwoningen vaak een rijwoning of een grote eengezinswoning zijn. Het aandeel potentieel geschikte woningen in de koopsector is het grootst in de gemeente Landgraaf. 19

Totaal

Voerendaal Simpelveld Landgraaf

Heerlen

Brunssum Beekdaelen

Figuur 3.9: Geschiktheid woningvoorraad naar eigendom volgens ‘doorzonscan’ naar gemeente (2024) Huur Koop

32% 6%

13%

15%

24%

Koop

28%

48%

16%

60% 20%

Huur

45%

Koop

32% 7%

32%

14%

54%

52% 24%

Huur 15%

Geschikte woning

Maak ‘no-regret’ keuzes 42%

16%

53%

41%

20%

3.6 Beleidsopgaven

60%

52% 31%

Zoals al eerder aangegeven baseren de basis-prognose en trendprognose zich op de bevolkings- en huishoudenprognoses van Etil (2023). In deze prognoses zijn geen extra groei- of schaalsprongscenario’s meegenomen; de invloed van een schaalsprongscenario zou nader moeten worden onderzocht. Leerervaringen elders in het land leren dat een schaalsprongscenario op z’n vroegst na 2030 invloed heeft op de huisvestingsopgave voor ouderen. Dit komt omdat nieuwe woonconsumenten die men vaak buiten de regio aantrekt bij een groeiscenario, niet eerder behoren tot de leeftijdscategorie 65-plus dan in 2035. Maar als de regio juist een groeiscenario van ‘recreatief wonen voor ouderen’ wil proberen tot stand te brengen, dan heeft dat direct extra effect op de huisvestingsopgave voor ouderen. Dergelijke beleidskeuzes hebben we in het onderzoek niet meegenomen. In die zin biedt dit onderzoek een beleidsvrije analyse, dat handvatten kan bieden voor het maken van gerichte beleidskeuzes. Effecten van die keuzes zouden dan nader moeten worden onderzocht.

41%

16%

7%

0%

42%

58%

Huur

Koop

52% 12%

9%

Huur

44%

39%

Huur

Koop

43%

41%

Koop

48%

51%

Huur

Koop

20%

3.5 Beleidsvrije vraagontwikkeling

40%

44%

60%

Potentieel geschikte woning

80%

100%

Niet geschikte woning

No-regret keuzes zijn levensloopgeschikte nultredenwoningen, liefst in geclusterde setting, zowel grondgebonden als appartementen, afhankelijk van de stedelijkheid van het gebied. Nultredenwoningen zijn steeds vaker levensloopbestendige woningen gaan heten omdat een dergelijk woningtype een kwaliteitsen comfortniveau biedt dat voor bijna alle leeftijdsgroepen en gezinssamenstellingen geschikt is. Door woonvormen geclusterd te ontwikkelen draagt het ook bij aan het bevorderen van onderling contact en het daarmee bestrijden van eenzaamheid. Dit is van toegevoegde waarde voor meerdere leeftijdsgroepen.

*Geen gegevens over eigendom beschikbaar van de gemeente Kerkrade. Bron: WOZ-registraties gemeente regio Parkstad, bewerkt door Companen (2024).

20

Doorstroming bevorderen

Gezamenlijk tussenvormen concretiseren

Veel ouderen kiezen er pas op een relatief laat moment voor om te verhuizen naar geclusterd wonen of een geschikte reguliere woning. Veel verhuizingen naar geclusterde woonvormen met Wlz-zorg zijn noodgedwongen. Dit zorgt soms voor onwenselijke woonsituaties. Tegelijkertijd belemmert het de doorstroming op de woningmarkt. Grote gezinswoningen blijven zo onbereikbaar voor jonge gezinnen. Wij adviseren dat de gemeente blijft inzetten op bewustwording onder ouderen over de keuzes omtrent langer zelfstandig thuis wonen. Ouderen die graag zo lang mogelijk willen blijven wonen in hun huidige woning, moeten kennis hebben over de mogelijkheden voor (het financieren van) particuliere woningaanpassingen, de inzet van kleine technologische oplossingen en het beschikbare welzijnsaanbod. Om de doorstroming naar geclusterd wonen te bevorderen, is het wenselijk om te werken met een ouderenmakelaar of wooncoach. Ook financiële instrumenten zoals een huurgewenningsbijdrage kunnen bijdragen aan de doorstroming van ouderen. Daarnaast moet er voldoende en divers aanbod zijn voor ouderen om te kunnen doorstromen. Op dit moment is er te weinig aanbod aan geschikte reguliere woningen voor ouderen. Dit vraagt om een tempoversnelling bij de nieuwbouwwoningen voor ouderen.

Het wonen in geclusterde ‘tussenvormen’ biedt diverse voordelen. De zorg kan efficiënter geleverd worden. In deze woningen kunnen ouderen een zwaardere zorgvraag beter opvangen. En het veiligheids- of gemeenschapsgevoel onder bewoners is hoger. Een goed aanbod aan tussenvormen is daarmee een voorinvestering om te voorkomen dat intensieve zorg wordt gebruikt of deze uit te stellen. Om jonge ouderen te bewegen naar geclusterde woonvormen moeten huidige en toekomstige plekken niet gebruik maken van de woorden: seniorencomplex of woningen voor ouderen. Deze groep jonge ouderen voelt zich nog niet oud, maar de behoefte aan ontmoeting bij geclusterde woonvormen is er wel.

Toenemend beroep op woningaanpassingen Van de ouderen met een (lichte) zorgvraag die kunnen en willen blijven wonen in een reguliere woning, zal in de toekomst een groeiend deel wonen in een koopwoning. De belangrijkste opgave voor deze groep is om ervoor te zorgen dat hun woningen tijdig geschikt gemaakt worden, zodat zij hier zelfstandig kunnen blijven wonen. In dat kader is het relevant om te vermelden dat de regeling van woningaanpassingen in het kader van de Wmo is veranderd; de eigen bijdrage voor particulieren is aanzienlijk lager geworden. Dit zal waarschijnlijk zorgen voor een toename van de aanvragen voor woningaanpassingen (met hogere kosten voor de gemeenten als gevolg).

Om tot uitvoering van de doelstelling omtrent tussenvormen te komen, is een samenspel van actoren benodigd; een hecht netwerk. Wij adviseren om duidelijke normen op te stellen voor de nieuwe (geclusterde) tussenvormen, waarin alle signalen vanuit de verschillende partijen goed verwerkt zijn. Daarnaast adviseren wij om een registratie bij te houden van geclusterde woonvormen. Nu voldoen lang niet alle geclusterde woonconcepten aan de behoefte van de bewoners, bijvoorbeeld als het gaat om de aanwezige faciliteiten (ontmoetingsruimte, buitenruimte, comfort, horeca), de gemeenschapszin, omvang en het soort medebewoners. Vervolgens kan deze norm complexgewijs uitgedragen worden.

Voorkomen eenzaamheid Ouderdom is geen ‘medisch probleem’, dat vraagt om ‘oplossingen’ die enkel vanuit zorg worden aangevlogen. Er is gerichte zorg nodig voor de groep die dat echt nodig heeft, maar voor een veel grotere groep ouderen is het vooral belangrijk om oog te hebben voor het welzijn, zingevingsvraagstukken en het voorkomen van eenzaamheid. Waar het gaat om de behoefte aan ontmoeting, wordt vaak gesproken over het belang van ontmoetingsruimtes. Dit kan ook heel kleinschalig worden georganiseerd, bijvoorbeeld door in een wooncomplex één appartement in te richten als gezamenlijke huiskamer.

21

Inzet van technologie Technologie kan er niet alleen voor zorgen dat ouderen een verhuizing kunnen uitstellen, maar vooral dat zij comfortabeler en veiliger kunnen wonen – of dit nu in een instelling is of in een reguliere woning. Via een tablet kunnen ouderen hun boodschappen bestellen, maar ook videobellen met een zorgverlener. En GPStrackers maken het mogelijk om mensen met dementie een deel van hun vrijheid te laten behouden. Hoewel technologie soms als ‘koud’ wordt ervaren, kunnen goede toepassingen een grote bijdrage leveren aan de kwaliteit van leven van ouderen. In tijden van arbeidsmarktkrapte is de inzet van technologie daarnaast een bittere noodzaak om de zorg behapbaar te houden.

22

4 Mensen met een lichamelijke beperking In dit hoofdstuk brengen we de langdurige zorgvragers met lichamelijke beperking met een Wlz-indicatie in beeld.

4.1 Doelgroep en context Woonwensen Mensen met een (al dan niet aangeboren) lichamelijke beperking hebben behoefte aan een goed toegankelijke woning. De mate waarin een woning aangepast moet zijn is afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking. Als het gaat om woningaanpassingen, dan is het onbelangrijk of een woning grondgebonden is, mits een lift en elektrische toegangsdeuren aanwezig zijn. Wel moet de woning het liefst gelijkvloers zijn en genoeg ruimte bieden in de badkamer voor diverse hulpmiddelen. De woonomgeving moet toegankelijk zijn en de woning moet gelegen zijn in de buurt van voorzieningen zoals een huisarts, winkels en ontmoetingsplekken. Ook voldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving is belangrijk, bij voorkeur voor de deur. Mensen met een lichamelijke beperking doen een beroep op woningaanpassingen en een beroep op (ambulante) zorg. De intensiteit van deze zorg is afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking.

demografische ontwikkeling verwachten we dat het aantal mensen met een Wlzindicatie voor een lichamelijke beperking de komende jaren afneemt (-50). Dit heeft te maken met de krimp die zichtbaar is in de Etil prognoses. Tabel 4.1: Regio Parkstad. Demografische ontwikkeling LG-indicaties (2023 - 2040; afgerond op 5-tal) 2023 2025 2030 2035 2040 Beekdaelen 35 35 35 35 35 Brunssum 25 20 20 20 20 Heerlen 70 70 65 65 60 Kerkrade 105 105 100 95 90 Landgraaf 80 70 70 65 60 Simpelveld 0-5 0-5 0-5 0-5 0-5 Voerendaal 0-5 0-5 0-5 0-5 0-5 Regio Parkstad 315 300 290 280 265 Bron: Woonzorgweter Companen.

Het grootste deel van de mensen met een lichamelijke beperking woont in een reguliere (aangepaste) woning en ontvangt indien nodig ambulante zorg. Voor hen zijn dus enkel woningaanpassingen nodig. Voor degene die een intensievere zorgvraag hebben, kan de woonzorgvraag worden opgevangen door middel van passende woonvormen.

4.2 Omvang doelgroep Om een inschatting te maken van de omvang van de groep met een Wlz-indicatie vanwege een lichamelijke beperking is gebruik gemaakt van de CIZ-databank. In januari 2023 hadden in de regio Parkstad 315 mensen een LG-indicatie. Het grootste deel van deze personen is tussen de 18 en 65 jaar oud. Op basis van de 23

5 Mensen met een verstandelijke beperking De groep mensen met een (licht) verstandelijke beperking kent een diverse samenstelling. Zij kunnen onder andere behoefte hebben aan verpleging of verzorging, huishoudelijke hulp of begeleiding bij gedragsproblematiek. Een groot deel van de mensen woont in een instelling; dit kan ook kleinschalig in de wijk zijn. Een klein aandeel woont zelfstandig(er) in de wijk met ambulante begeleiding.

5.1 Doelgroep en context In de afgelopen jaren is de toegang tot de Wlz voor mensen met een verstandelijke beperking iets beperkter geworden. Er worden geen nieuwe indicaties meer afgegeven voor langdurige zorg aan mensen met een lichte zorgvraag (VG 1 en 2). Deze mensen zijn voor ondersteuning tegenwoordig aangewezen op de Wmo. Mensen met een bestaande VG1- of VG2-indicatie en die al in een instelling wonen, mogen hier wel blijven. Ondanks de beperking van de toegang tot de Wlz, zien wij een landelijke trend waarin steeds meer mensen een indicatie voor VG hebben. Deze groei gaat sneller dan de algehele bevolkingsgroei; het gaat dus om een stijgend aandeel. Deels wordt deze groei verklaard doordat de doelgroep met een verstandelijke beperking ouder wordt dan voorheen; daarnaast wordt vaak gewezen naar de steeds ingewikkeldere samenleving.

5.2 Vraaganalyse Om een inschatting te maken van de omvang van de groep met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking, is gebruik gemaakt van de CIZ-databank. In januari 2023 hadden in regio Parkstad 1.942 mensen een VG-indicatie.

In combinatie met de bevolkingsprognose is een basisprognose opgesteld van de verwachte omvang van de groep mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking voor de periode tot en met 2040. Hierbij hebben wij rekening gehouden met een stijging van het zorggebruik als gevolg van het ouder worden van de doelgroep. In onderstaande tabel wordt de verwachte omvang van de groep mensen met een verstandelijke beperking met een Wlz-indicatie volgens de demografische prognose uiteengezet. De woonvraag is uitgesplitst naar twee woonvormen: geclusterd wonen en gespikkeld wonen. Geclusterd wonen is begeleid wonen of beschermd wonen in een (on)zelfstandige woonruimte, met andere cliënten in hetzelfde pand of complex. Gespikkeld wonen houdt in dat iemand zelfstandig woont, in de nabijheid van een zorgpunt waarvandaan zorg/ondersteuning kan worden geleverd. De mate waarin cliënten geclusterd of gespikkeld wonen stellen wij afhankelijk van het type VG-indicatie. De aannames (bijlage 5) zijn gebaseerd op wat zorgaanbieders tijdens de werksessie ons hebben verteld. Tabel 5.1: Regio Parkstad. Basisprognose (2023 - 2040, afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 2035 Geclusterd wonen 1.320 1.300 1.180 1.050 Gespikkeld wonen 620 670 760 830 Totaal 1.940 1.970 1.940 1.880 Bron: Woonzorgweter Companen.

2040 940 880 1.820

Tabel 5.2: Beekdaelen. Basisprognose (2023 - 2040, afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 2035 Geclusterd wonen 70 70 60 60 Gespikkeld wonen 30 40 60 50 Totaal 100 110 120 110 Bron: Woonzorgweter Companen.

2040 50 60 110

24

Tabel 5.3: Brunssum. Basisprognose (2023 - 2040, afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 Geclusterd wonen 130 130 120 Gespikkeld wonen 80 80 90 Totaal 210 210 210 Bron: Woonzorgweter Companen.

2035 100 100 200

2040 80 100 180

Tabel 5.4: Heerlen. Basisprognose (2023 - 2040, afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 Geclusterd wonen 480 460 420 Gespikkeld wonen 260 280 310 Totaal 740 740 730 Bron: Woonzorgweter Companen.

2035 370 350 720

2040 330 380 710

Tabel 5.5: Kerkrade. Basisprognose (2023 - 2040, afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 Geclusterd wonen 250 250 220 Gespikkeld wonen 140 150 160 Totaal 390 400 380 Bron: Woonzorgweter Companen.

2035 190 180 370

2040 170 180 350

Tabel 5.6: Landgraaf. Basisprognose (2023 - 2040, afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 Geclusterd wonen 340 340 320 Gespikkeld wonen 90 100 110 Totaal 430 440 430 Bron: Woonzorgweter Companen.

2035 290 120 410

2040 270 130 400

Tabel 5.7: Simpelveld. Basisprognose (2023 - 2040, afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 2035 Geclusterd wonen 20 20 20 20 Gespikkeld wonen 10 10 10 10 Totaal 30 30 30 30 Bron: Woonzorgweter Companen.

2040 20 10 30

Tabel 5.8: Voerendaal. Basisprognose (2023 - 2040, afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 2035 Geclusterd wonen 20 20 20 20 Gespikkeld wonen 10 10 20 20 Totaal 30 30 40 40 Bron: Woonzorgweter Companen.

2040 20 20 40

Naast de basisprognose is er een trendprognose opgesteld. Tijdens de werksessie zijn een aantal ontwikkelingen besproken die zijn meegenomen in de trendprognose: • Ontwikkeling van geclusterd naar gespikkeld wonen Vanuit de deelnemers aan de werksessie in oktober wordt aangegeven dat mensen met zorgzwaarte VG3 en VG4 nu al (bijna) allemaal zelfstandig in de wijk wonen (gespikkeld wonen). De verwachting is dat deze mensen in de toekomst allemaal zelfstandig in de wijk wonen. Met deze input is voor VG3 en VG4 de aanname aangepast naar 60% gespikkeld wonen. In de toekomstige situatie woon 100% gespikkeld. • Ontwikkeling naar ‘lokaal wonen’ De gedachte achter deze ontwikkeling is dat jongeren en jongvolwassenen met een beperking steeds vaker dicht bij de woonplaats van hun ouders willen blijven wonen. De aanwezigen herkenden deze trend. Als gevolg daarvan zal de vraag naar VG-zorg meer evenwichtig verdeeld worden. Landelijk zijn er 6,7 VG-indicaties per 1.000 inwoners. Voor gemeenten die relatief weinig (ten opzichte van het landelijk gemiddelde) VG-indicaties hebben per 1.000 inwoners (zoals Voerendaal, Simpelveld en Beekdaelen) zal dit betekenen dat de vraag naar woonplekken voor mensen met een verstandelijke beperking zal toenemen, terwijl dit voor gemeenten die relatief veel VG-indicaties hebben per 1.000 inwoners (de overige gemeenten) zal afnemen.

In de trendprognose schetsen we de situatie op basis van maximale evenredige spreiding. Dit scenario is niet realistisch. In sommige gemeenten is er nou eenmaal een groot instellingsterrein en dat zal niet verdwijnen. Deze gemeenten zullen dus een groter aandeel van de VG-doelgroep blijven bedienen. Anderzijds geldt voor gemeenten die nu relatief weinig VGcliënten bedienen dat er een bepaalde schaalgrootte nodig is. 25

Figuur 5.1: VG-indicaties per 1.000 inwoners per gemeente

14 12

11,7

10

7,7

8

8,5

8,5

6,7

6 4

2,9

2,9

2,8

2 0

VG-indicaties per 1.000 inwoners

Landelijk gemiddelde

Bron: Woonzorgweter Companen.

Op basis van bovenstaande uitgangspunten schetsen we een trendprognose die er als volgt uitziet: Tabel 5.9: Regio Parkstad. Trendprognose (2023 - 2040, afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 2035 Geclusterd wonen 1.320 1.290 1.130 1.000 Gespikkeld wonen 620 670 720 780 Totaal 1.940 1.960 1.850 1.780 Bron: Woonzorgweter Companen. Tabel 5.10: Beekdaelen. Trendprognose (2023 - 2040, afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 2035 Geclusterd wonen 70 80 90 100 Gespikkeld wonen 30 50 60 90 Totaal 100 130 150 190 Bron: Woonzorgweter Companen.

2040 840 810 1.650

2040 100 110 210

Tabel 5.11: Brunssum. Trendprognose (2023 - 2040, afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 2035 Geclusterd wonen 130 130 110 90 Gespikkeld wonen 80 80 80 80 Totaal 210 210 190 170 Bron: Woonzorgweter Companen.

2040 70 80 150

Tabel 5.12: Heerlen. Trendprognose (2023 - 2040, afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 Geclusterd wonen 480 460 400 Gespikkeld wonen 260 270 300 Totaal 740 730 700 Bron: Woonzorgweter Companen.

2035 350 320 670

2040 290 330 620

Tabel 5.13: Kerkrade. Trendprognose (2023 - 2040, afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 2035 Geclusterd wonen 250 240 200 170 Gespikkeld wonen 140 140 150 150 Totaal 390 380 350 320 Bron: Woonzorgweter Companen.

2040 140 150 290

Tabel 5.14: Landgraaf. Trendprognose (2023 - 2040, afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 2035 Geclusterd wonen 340 320 270 220 Gespikkeld wonen 90 100 100 90 Totaal 430 420 370 310 Bron: Woonzorgweter Companen.

2040 170 80 250

Tabel 5.15: Simpelveld. Trendprognose (2023 - 2040, afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 2035 Geclusterd wonen 20 30 30 40 Gespikkeld wonen 10 10 10 20 Totaal 30 40 40 60 Bron: Woonzorgweter Companen.

2040 40 20 60

26

Tabel 5.16: Voerendaal. Trendprognose (2023 - 2040, afgerond op 10-tal) 2023 2025 2030 2035 Geclusterd wonen 20 30 30 30 Gespikkeld wonen 10 20 20 30 Totaal 30 50 50 60 Bron: Woonzorgweter Companen.

2040 30 40 70

5.3 Aanbodinventarisatie Companen heeft een inventarisatie onder zorgaanbieders gedaan (2023 - 2024) om hun woningaanbod voor mensen met een verstandelijke beperking in kaart te brengen. In onderstaand overzicht staat het aanbod dat we in beeld hebben kunnen krijgen per gemeente weergegeven. In bijlage twee staat een uitgebreid overzicht van het aanbod. Tabel 5.17: Overzicht aanbod voor mensen met een verstandelijke beperking per gemeente Geclusterd wonen Gespikkeld wonen Beekdaelen 23 Brunssum 84 Heerlen 212 18 Kerkrade 207 2 Landgraaf 355 6 Simpelveld 12 Voerendaal 0 Parkstad 861 26 Bron: Aanbodinventarisatie 2023 - 2024.

Wanneer we de vraagprognose vergelijken met het huidige woonzorgaanbod voor de doelgroep mensen met een verstandelijke beperking, zien we dat het aanbod op het moment onvoldoende is om aan de vraag te voldoen. Echter wordt het tekort waarschijnlijk deels veroorzaakt doordat veel Wlz-indicaties voor VG thuis worden verzilverd door middel van een Persoonsgebonden Budget.

5.4 Mensen met een licht verstandelijke beperking (Wmo) Naast mensen met een Wlz-indicatie voor een verstandelijke beperking, zijn er ook mensen met een licht verstandelijke beperking die een Wmo-indicatie hebben voor onder andere begeleiding of huishoudelijke ondersteuning. Deze mensen wonen meestal zelfstandig in een reguliere woning of bij de ouders, maar een deel woont ook in een woonvorm bij een zorgaanbieder. In de regio Parkstad zijn er zo’n 327 mensen die op grond van een Wmo-indicatie ondersteuning/begeleiding ontvangen van een zorgaanbieder. We hebben hier inzicht in gekregen door aangeleverde gegevens van gemeente Beekdaelen, Brunssum, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal.

5.5 Beleidsopgaven Kleinschalig uitbreiden en behouden van bestaand vastgoed Uitbreiding van het aanbod zal ook bestaan uit ‘gespikkeld wonen’. De bestaande geclusterde woonvormen moeten behouden blijven. Het is belangrijk dat de cliënten binnen deze woonvormen naast een eigen appartement met voorzieningen (sanitair, soms ook een keuken) ook een ontmoetingsruimte of een gezamenlijke woonkamer hebben. Ontmoetingsruimten die aanwezig zijn in bestaand aanbod kunnen ook worden gebruikt door cliënten die in de nabije omgeving (‘gespikkeld’) wonen. Een dergelijke plek biedt bewoners structuur (dagritme) en mogelijkheden voor ontmoeting en ontspanning. Er kan ook op een laagdrempelige manier begeleiding worden geboden.

Diverse zorgvraag vraagt om doorstroming en flexibel bouwen Om goed te voorzien in de diverse zorgvraag en mate van zelfstandigheid van de VG-doelgroep is er uiteenlopend vastgoed nodig. Het uitgangspunt daarbij is dat zowel op- als afschaling van zorg mogelijk moet zijn als dat past bij de behoefte van de cliënt. Enerzijds vraagt dit om genoeg variatie in het aanbod: bijvoorbeeld in 27

woningtype, geschiktheid, zelfstandigheid, locatie en ontmoetingsplekken. Anderzijds kan het flexibel bouwen van zorgvastgoed de nodige mogelijkheden tot variatie geven. Een deel van de doelgroep (VG8) is rolstoelgebonden en heeft dus een aangepaste woning nodig. Voor ouder wordende cliënten verandert de zorgvraag. Bij voorkeur zijn woningen daarom makkelijk aanpasbaar voor een veranderende zorgzwaarte.

Gemengd wonen zonder ‘doelgroepen’ De systeemwereld geeft aanzet tot indelingen in financieringsvormen, doelgroepen en zorgpakketten. Maar de grenzen tussen alle indelingen zijn zacht; er liggen veel mogelijkheden om ‘vragers’ gezamenlijk te huisvesten. Bewoning door ‘dragers’ (jongeren, studenten of ook gezinnen) zorgt voor een dynamische mix. In deze samenleefconcepten kunnen zij elkaar aanvullen en ondersteunen. Een vereiste is wel de intrinsieke motivatie van de ‘dragers’ om een rol te spelen bij het ondersteunen van de ‘vragers’. Wederkerigheid is het fundament. Het is wenselijk om bij de realisatie van gemengd wonen aansluiting te zoeken bij het bestaande welzijnsnetwerk en de inclusieve woonzorgcentra. Bied in dergelijke gemengde woonvormen tevens plek aan mensen die net buiten de definities vallen van bepaalde doelgroepen, zoals mensen met een verstandelijke beperking. Mensen die niet binnen een definitie vallen omdat hun IQ van een bepaalde hoogte is, kunnen wel degelijk moeite hebben zich goed staande te houden in een samenleving die steeds ingewikkelder wordt. Binnen deze groep is het zeer waarschijnlijk dat er mensen zijn die vanuit de Wmo ondersteuning ontvangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=1bad1175-1e3c-4356-985d-58d3b68867ee