CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Bijlage 1 Toelichting

Commissie GGZ 23 april 2024, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Stationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 213.117 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Met inachtneming van 'Waardecategorie 5' is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek noodzakelijk indien bodemverstorende activiteiten bij een diepte groter dan 40 cm plaatsvinden en als de oppervlakte meer bedraagt dan 10.000 m². Rekening houdend met de ontwikkelingen in dit deelgebied staat voorop dat de ontwikkeling niet gepaard gaat met grote bodemwerkzaamheden. De maximale te verstoren oppervlakten/diepte worden vanwege de beoogde ontwikkeling niet overschreden.

Uitsnede archeologische verwachtingskaart met aanduiding plangebied

Vroenkuilerweg

40

bestemmingsplanStationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 2

Gelet op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart is onderhavig plangebied aan de Vroenkuilerweg gelegen in 'Waardecategorie 5: Gebieden met een lage verwachtingswaarde' en gedeeltelijk in 'Waardecategorie 4: Gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde'.

Uitsnede archeologische verwachtingskaart met aanduiding plangebied Op basis van 'Waardecategorie 4' dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden indien bodemverstorende activiteiten plaatsvinden bij een diepte groter dan 40 cm en als de oppervlakte meer bedraagt dan 2.500 m2 . Het projectgebied zal worden ingericht als parkeergelegenheid ten behoeve van de stationsomgeving. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage van het archeologisch onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 3. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek wordt vanwege de lage archeologische verwachting geadviseerd om geen verder archeologisch vervolgonderzoek meer uit voeren. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11 en de gemeente Simpelveld. 6.1.4 Conclusie archeologie Gelet op vorenstaande vormt het aspect archeologie geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11.

6.2

Kabels en leidingen

6.2.1 Boven en/of ondergrondse leidingen Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt.

bestemmingsplanStationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 2

41

6.2.2 Nutsvoorzieningen De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Bij het nader uitwerken van de aansluitingen, dient met de verschillende netwerkbeheerders contact te worden opgenomen. 6.2.3 Conclusie kabels en leidingen Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling.

6.3

Verkeer en parkeren

Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) verkeerskundige gevolgen alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. 6.3.1 Ontsluiting De bestaande ontsluiting aan de Stationstraat te Simpelveld blijft in stand. Ter plekke wordt - net als in de bestaande situatie - parkeergelegenheid voorzien dat plaats biedt aan 90 auto's. Daar kunnen onder andere de vrijwilligers van de ZLSM evenals bezoekers parkeren. Bovendien wordt aan de Vroenkuilerweg een nieuw parkeerterrein gerealiseerd waar eveneens bezoekers van Stationsomgeving Simpelveld kunnen parkeren. Vanuit dit deelgebied kunnen bezoekers gemakkelijk hun weg te voet vervolgen richting de stationsomgeving. Daarmee worden parkeerproblemen in de openbare ruimte opgeheven. Het betreffende perceel aan de Vroenkuilerweg te Simpelveld zal worden ontsloten via een te realiseren inrit- en uitrit aan de oostzijde van de Nijswillerweg. Daar kunnen bezoekers veilig het terrein inen uit rijden. Daarnaast worden in de stationsomgeving wandelpaden aangelegd zodat bezoekers het park op eigen gelegenheid kunnen verkennen en bezoeken. 6.3.2 Verkeersgeneratie en parkeren Het voornemen is om het spoorpark in Simpelveld om te vormen tot een recreatief transferium waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van het museaal erfgoed van de ZLSM.

Dat heeft tot gevolg dat museumstukken van de ZLSM ruimtelijk functioneel worden ingezet zodat deze beleefd kunnen worden door bezoekers. De museumstukken van de ZLSM zullen een nieuwe functie gaan vervullen in het plangebied. Daarbij wordt onder andere onderscheid gemaakt tussen museumwagons, een wagon met daarin een café/winkel gevestigd, bed&breakfast, een workshopwagon, een kunstwagon en een aantal parkwagons. Om de parkeerbehoefte van onderhavige ontwikkeling in beeld te brengen, wordt onderscheid gemaakt tussen de functies die de diverse wagons bekleden. Deze verkeersaantrekkende werking en bijbehorende parkeerbehoefte komt namelijk bovenop de parkeerbehoefte die het station van de ZLSM momenteel al genereert. In onderstaande tabel wordt onderscheid gemaakt tussen het museum/kunst, café, bed & breakfast, lichte bedrijfsactiviteiten en detailhandel. In onderstaande tabel wordt er vanuit gegaan dat onderhavige locatie is gelegen in 'weinig stedelijk gebied' en 'rest bebouwde kom'. Parkeren Functie

42

Categorie Min. Max. CROW parkeer- parkeernorm norm

Eenheid CROW

Eenheid ontwikkeling

bestemmingsplanStationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 2

Min. parkeerbehoefte

Max. parkeerbehoefte

Museum / Museum kunst Café

Café/bar/ cafetaria B&B Bungalow park / huisjescomplex Lichte Bedrijf bedrijfs- arbeidsactiviteite extensief/ n bezoekers extensief DetailKringloop handel winkel Totale parkeerbehoefte

1,0 pp

1,2 pp

per 100 m2 4 wagons

2,4 pp

2,88 pp

60 m2 per wagon 60 m2 3,6 pp

4,8 pp

bvo

6,0 pp

8,0 pp

per 100 m2

1,6 pp

1,8 pp

per bungalow

0,8 pp

1,3 pp

1,7 pp

2,2 pp

bvo

3 b&b kamers met in totaal 12 slaapplaatsen

4,8 pp

5,4 pp

per 100 m2 60 m2

0,48 pp

0,78 pp

per 100 m2 60 m2 bvo

1,02 pp

1,32 pp

12,3 pp

15,2 pp

bvo

Onderhavige ontwikkeling ziet op het verbreden van de activiteiten rondom het ZLSM-terrein. De bestaande activiteiten van de ZLSM blijven dan ook in stand. De ontwikkeling ziet enkel op een verbreding aan activiteiten ter plaatse met de functies die hierboven nader uiteen zijn gezet. In dat verband is van belang dat de overige wagons een belevend en informerend karakter krijgen. Deze trekken bezoekers die het terrein op eigen gelegenheid willen bezoeken en beleven. Ook deze activiteiten gaan gepaard met een parkeerbehoefte. Het voornemen is om de parkeerbehoefte op te vangen op het parkeerterrein aan de Stationsomgeving dat plaats biedt aan 90 auto's en het parkeerterrein aan de Vroenkuilerweg/Nijswillerweg dat plaats biedt aan 78 auto's. Aanvullend op de parkeerbehoefte die onderhavige ontwikkeling genereert, wordt in onderstaande tabel nader ingegaan op het aantal verkeersbewegingen welk de diverse functies genereren. Verkeersbewegingen Functie

Museum/ kunst Café

Categorie Minimale Maximale Eenheid CROW verkeersverkeers- CROW bewegingen bewegingen CROW CROW Museum

Café/bar/ cafetaria B&B Bungalow 2,1 - park/ huisjescomplex Lichte Bedrijf 3,9 bedrijfsarbeidsactiviteiten extensief/ bezoekers extensief

Eenheid ontwikkeling

Min. Max. verkeersverkeersbewegingen bewegingen

2,3

per bungalow

3 b&b kamers

6,3

6,9

5,7

per 100 m2

60 m2

2,34

3,42

bvo

bestemmingsplanStationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 2

43

DetailKringloop 17,7 handel winkel Totale verkeersbewegingen

23

per 100 m2 bvo

60 m2

10,6

13,8

Voor de categorieën 'Museum' en 'Café/bar/cafetaria' is in de CROW-publicatie geen minimum dan wel maximum aantal verkeersbewegingen opgenomen. In dat verband wordt in het kader van voorliggende ontwikkeling per categorie - uitgaande van een worse case situatie - uitgegaan van maximaal 15 verkeersbewegingen per dag. Zoals hierboven reeds aangegeven, krijgen de overige wagons een belevend en informerend karakter. Deze trekken bezoekers die het terrein op eigen gelegenheid willen bezoeken en beleven. Ook deze activiteiten gaan gepaard met een parkeerbehoefte. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat onderhavige planontwikkeling voorziet in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Zowel aan de Vroenkuilerweg respectievelijk de Stationsomgeving wordt parkeergelegenheid voorzien waar onder andere bezoekers van de Stationsomgeving kunnen parkeren. 6.3.3 Conclusie verkeer en parkeren Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling.

6.4

Waterhuishouding

6.4.1 Nationaal waterplan In het Nationaal waterplan is het (strategische) waterbeleid van het Rijk vastgelegd. De hoofdlijnen van het Nationaal waterplan luiden als volgt (artikel 4.1, lid 2 Waterwet): a. b. c. d.

een aanduiding, in het licht van de wettelijke doelstellingen en normen, van de gewenste ontwikkeling, werking en bescherming van de watersystemen, alsmede van de bijbehorende termijnen; een uiteenzetting van de maatregelen en voorzieningen, die met het oog op die ontwikkeling, werking en bescherming nodig zijn; een aanduiding van de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het te voeren beleid; een visie op de gewenste ontwikkelingen in verband met de voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen en waterschaarste, voor een periode van ten minste veertig jaren mede in verband met de verwachte klimaatveranderingen.

Het Nationaal waterplan kent een looptijd van 2016 tot 2021 en vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen. 6.4.2 Provinciaalbeleid De provincie Limburg kent ook als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het

44

bestemmingsplanStationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 2

rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en -plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties. 6.4.3 Afhandeling afval- en hemelwater Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige plangebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige planontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. Hemelwater van onverhard en semi-verhard terrein Het hemelwater dat valt op de onverharde en semi-verharde terreindelen binnen het plangebied zal, zo nodig na beperkte oppervlakkige afstroming, rechtstreeks infiltreren in de bodem. Planontwikkeling Het voornemen is om ter plekke van het meest westelijk gelegen deelgebied een aantal wagons te plaatsen waar diverse activiteiten mogelijk zijn. Gelet op het feit dat de gronden rondom de wagons groen worden ingericht, wordt beoogd om het hemelwater ter plekke rechtstreeks te laten infiltreren in de bodem.

Het realiseren van een hemelwatervoorziening is gelet op de verhouding tussen het verhard oppervlak en de onverharde gronden rondom de wagons, niet noodzakelijk. Daarnaast wordt beoogd om in het meest oostelijk gelegen deelgebied een parkeerterrein te realiseren. De rijpaden op dit parkeerterrein zullen worden uitgevoerd in volledige verharding. Ook tussen de parkeervakken wordt volledige verharding voorzien. Het hemelwater dat op deze gronden valt, wordt opgevangen in een noordelijk gelegen wadi. Daar kan het hemelwater rechtstreeks infiltreren in de bodem. Het overige deel van het plangebied wordt uitgevoerd in groen dan wel in grasbetontegels. Op deze gronden kan het hemelwater rechtstreeks infiltreren in de bodem. Voorkomen van wateroverlast Door bij het bepalen van het bouwpeil en afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat water in de te realiseren gebouwen kan vloeien. 6.4.4 Conclusie waterhuishouding Gelet op vorenstaande vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

6.5

Natuurbescherming

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. 6.5.1 Kernkwaliteiten Zoals reeds eerder geconstateerd in paragraaf 3.2.2 is het plangebied gelegen in het beschermingsgebied 'Nationaal Landschap Zuid-Limburg'. In de Omgevingsverordening Limburg 2014 wordt ten aanzien van het beschermingsgebied 'Nationaal Landschap Zuid-Limburg' voorgeschreven dat de toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in deze gebieden – waarvan in casu sprake is – een beschrijving bevat van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is

bestemmingsplanStationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 2

45

omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. De kernkwaliteiten zijn voor het Nationaal Landschap Zuid-Limburg betreffen: 'schaalcontrast van zeer open naar besloten', 'het groene karakter', 'reliëf en ondergrond' en 'rijk en gevarieerd cultuurhistorisch erfgoed'. Bij (ruimtelijke) ontwikkelingen binnen een nationaal landschap dienen de geformuleerde kernkwaliteiten in acht te worden genomen. Dienaangaande het volgende. Schaalcontrastvan zeer open naar besloten Het plangebied aan de Stationsomgeving is gelegen op de rand van de kern van Simpelveld en het achtergelegen open agrarisch gebied. Met de diverse functies die binnen dit deelgebied worden beoogd en de groen in te richten stationsomgeving, staat voorop dat de ontwikkeling een passende overgang vormt tussen de kern het agrarisch gebied. Wat betreft het parkeerterrein aan de Vroenkuilerweg is van belang dat deze gronden zijn gelegen op de overgang naar agrarisch gebied. In dat kader wordt beoogd om het parkeerterrein groen in te passen en daarmee de overgang naar het agrarisch gebied te verzachten. In dat kader zal waar mogelijk worden gewerkt met grasbetontegels en zullen bloemenmengsels en bermen worden ingezaaid. Daarnaast zal nieuwe groenaanplant worden gerealiseerd.

Het groene karakter Ten aanzien van deze kernkwaliteit wordt verwezen naar het hiervoor gestelde onder kernkwaliteit 'schaalcontrast van zeer open naar besloten'. Met onderhavige ontwikkeling is geen sprake van aantasting van het groene karakter. Wat betreft de parkeerplaats aan de Vroenkuilerweg wordt verwezen naar het hierboven gestelde. Reliëf en ondergrond Het bestaande reliëf en de bestaande ondergrond blijft in hoofdzaak onaangeroerd. Bij het plaatsen van de wagons en de inrichting van het terrein blijft afdoende aandacht voor het bestaand reliëf en ondergrond. Ook ter plaatse van het beoogd parkeerterrein aan de Vroenkuilerweg zal het bestaand reliëf zoveel mogelijk worden gerespecteerd. Rijk en gevarieerd cultuurhistorisch erfgoed Van deze kernkwaliteit is ter plekke van onderhavig plangebied geen sprake. 6.5.2 Natura2000 De Wet natuurbescherming (Wnb) vormt in Nederland het wettelijke kader voor o.a. de aanwijzing en bescherming van Natura 2000-gebieden. Projecten en andere handelingen die de kwaliteit van natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of die een significant verstorend effect kunnen hebben op soorten waarvoor het gebied is aangewezen, mogen niet plaatsvinden zonder vergunning (artikelen 2.7 en 5.6 Wet-Nb).

Onderhavige ontwikkeling ziet op het realiseren van een parkeerterrein aan de Vroenkuilerweg/Nijswillerweg. Daarnaast wordt parkeergelegenheid voorzien bij de Stationsomgeving. Vanwege de in de omgeving gelegen Natura2000-gebieden zijn ten behoeve van het aspect parkeren stikstofberekeningen uitgevoerd om na te gaan of voorliggend voornemen significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen in deze Natura2000-gebieden of overige natuurgebieden.

46

bestemmingsplanStationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 2

Uitsnede kaart 'Natuur' met aanduiding plangebied De parkeerbehoefte die de herontwikkeling Stationsomgeving Simpelveld genereert, zal worden afgewikkeld op het parkeerterrein aan de Vroenkuilerweg/Nijswillerweg respectievelijk het parkeerterrein dat wordt voorzien bij de Stationsomgeving. Vanuit de parkeerplaats aan de Vroenkuilerweg/Nijswillerweg kunnen bezoekers te voet hun weg vervolgen richting Stationsomgeving Simpelveld. Dit parkeerterrein biedt plaats aan 78 auto's. Uitgaande van een worse case situatie wordt rekening gehouden met een verkeersgeneratie van maximaal 500 verkeersbewegingen per dag. De rapportage van het stikstofonderzoek is bijgevoegd in Bijlage 4. Uit de berekening met AERIUS blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op een op voor stikstof gevoelige natuurgebieden. De depositie bedraagt 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar. De parkeergelegenheid aan de Stationsomgeving biedt plaats aan circa 90 auto's. Uitgaande van een worse case situatie wordt rekening gehouden met een verkeersgeneratie van maximaal 450 verkeersbewegingen per dag. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is een stikstofonderzoek uitgevoerd, hetgeen is bijgevoegd als Bijlage 5. In dit stikstofonderzoek is ook de herontwikkeling van de Stationstraat meegenomen, maar daar ziet voorliggend bestemmingsplan niet op.

Uit de berekening met AERIUS blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op een op voor stikstof gevoelige natuurgebieden. De depositie bedraagt 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar. Negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van N2000 gebieden ten gevolge van stikstof kunnen met zekerheid worden uitgesloten. 6.5.3 Flora en fauna In de Wet natuurbescherming zijn de onderdelen uit de Europese Habitatrichtlijn en onder meer de Vogelrichtlijn, die de bescherming van soorten betreft, geïmplementeerd. De wet biedt ook het kader voor de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten die geen bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Er geldt een aantal verboden ter bescherming van beschermde dier- en plantensoorten. Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Wat betreft de Stationsomgeving is van belang dat het groene karakter van de Stationsomgeving behouden blijft. Wel wordt aan de noordzijde van het plangebied een multifunctioneel expeditieterrein voorzien,

bestemmingsplanStationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 2

47

hetgeen op de bestaande verharding wordt beoogd. Deze gronden kunnen ook als parkeerterrein worden ingezet. Op de verbeelding van onderhavig bestemmingsplan zijn de gronden die als multifunctioneel expeditieterrein respectievelijk als parkeerterrein mogen worden ingezet, begrensd tot de aanduidingen 'multifunctioneel expeditieterrein' en 'parkeerterrein'. Gelet op het verharde karakter van deze gronden is het niet aannemelijk dat ter plekke beschermde soorten flora en fauna aanwezig zijn. Bovendien is van belang dat in het westelijk deelgebied nieuwe aanplant wordt voorzien waarmee een groene corridor wordt gecreëerd, hetgeen de biodiversiteit in het plangebied positief beïnvloedt. Ten behoeve van de ontwikkeling aan de Vroenkuilerweg is een quickscan flora en fauna uitgevoerd, hetgeen is bijgevoegd als Bijlage 6. Daaruit blijkt dat de omgeving van het plangebied naar verwachting deel uit maakt van het leefgebied van algemene beschermde soorten. Bij ruimtelijke ontwikkelingen geldt voor de algemeen voorkomende soorten vaak een vrijstelling voor het beschadigen van vaste voortplantingsplaatsen en rustplaatsen en het vangen van deze soorten. Wel geldt de zorgplicht. Bovendien is het plangebied geschikt als broedgebied voor enkele soorten broedvogels. Werkzaamheden worden bij voorkeur buiten de broedtijd (buiten 15 maart - 15 juli) uitgevoerd.

Voor de hazelworm geldt voor de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van ontheffing in de maanden juli tot en met september. Indien uitvoering in deze periode niet mogelijk is, dient geschikt leefgebied (de hagen en aanwezige opgaande begroeiing) zo veel mogelijk te worden gespaard. Bij het aantreffen van eventueel aanwezige dieren dienen deze te worden verplaatst naar een in de omgeving geschikte locatie. 6.5.4 Conclusie natuurbescherming Gelet op vorenstaande vormt het aspect natuurbescherming geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling.

48

bestemmingsplanStationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 2

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Grondexploitatie

7.1.1 Algemeen Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel 'Grondexploitatie'. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden. 7.1.2 Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld).

Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Onder artikel 6.2.1, sub a, zijn vervolgens gevallen opgenomen waarvoor geen exploitatieplan behoeft te worden opgesteld. Voorliggende planontwikkeling betreft een initiatief van de gemeente zelf waarmee rekening is gehouden in de gemeentelijke begroting.

7.2

Planschade

Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. Voorliggende planontwikkeling betreft een initiatief van de gemeente zelf waarmee rekening is gehouden in de gemeentelijke begroting, waarbij tevens het verhaal van planschade is betrokken.

bestemmingsplanStationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 2

49

50

bestemmingsplanStationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 2

Hoofdstuk 8 8.1

Juridische aspecten

Algemene plansystematiek en juridische opbouw

Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, zijn met de inwerkingtreding van de Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket 'RO Standaarden 2012' ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening'. Vergelijkbaarheid van bestemmings-, wijzigings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte 'analoge verbeelding' voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan.

Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte 'digitale verbeelding' voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website). Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.

8.2

Toelichting, regels en verbeelding

Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het plan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven. 8.2.1 Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan is niet juridisch bindend, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het plan. 8.2.2 Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat: Hoofdstuk 1: Inleidende regels Begrippen

bestemmingsplanStationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 2

51

Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Bestemmingen Voorlopige bestemmingen Uit te werken bestemmingen Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingssregels Algemene wijzigingsregels Verwerkelijking in de naaste toekomst Algemene procedureregels Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: Bestemmingsomschrijving Bouwregels Nadere eisen Afwijken van de bouwregels Specifieke gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Wijzigingsbevoegdheid Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan. Daarbij hebben verder de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2016' het uitgangspunt gevormd. 8.2.3 Verbeelding De 'vroegere' plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als 'verbeelding'.

Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie-/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. Verder voorziet een verbeelding in de naam van het van toepassing zijnde bestemmingsplan en een IDN-nummer, conform het 'Handboek gebiedsgerichte besluiten gemeente Simpelveld'. Dit zijn verplichtingen

52

bestemmingsplanStationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 2

in het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.

8.3

Toelichting gehanteerde planologisch-juridische regeling

Hierna wordt een toelichting gegeven op de in voorliggend bestemmingsplan gehanteerde planologisch-juridische regeling en de daaromtrent gemaakte keuzen. 8.3.1 Bestemming 'Verkeer' Ter plaatse van het beoogd parkeerterrein aan de Vroenkuilerweg/Nijswillerweg is op basis van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2016' de bestemming 'Agrarisch' van toepassing. In voorliggend bestemmingsplan 'Stationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 2' wordt deze bestemming gewijzigd naar de bestemming 'Verkeer'. Daarmee wordt in planologisch-juridisch oogpunt geborgd dat ter plekke een parkeerterrein aanwezig mag zijn. 8.3.2 Bestemming 'Verkeer - Railverkeer' Op basis van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2016' is ter plekke van het plangebied de bestemming 'Verkeer - Railverkeer' van toepassing. In voorliggend bestemmingsplan 'Stationsomgeving Simpelveld Spoorpark fase 2' is de bestemmingsomschrijving in hoofdzaak overgenomen, aangevuld met specifieke aanduidingen om specifieke functies in het plangebied mogelijk te maken. Met deze regeling kunnen wagons, die voorheen werden ingezet ten behoeve van de ZLSM, worden ingezet ten behoeve van diverse educatieve, maatschappelijke en horecagerelateerde activiteiten.

8.3.3 Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' In voorliggend bestemmingsplan is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' opgenomen, conform het bestemmingsplan 'Buitengebied 2016', om een kader te bieden voor toekomstige bodemingrepen. 8.3.4 Dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' In voorliggend bestemmingsplan is de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' opgenomen, conform het bestemmingsplan 'Buitengebied 2016', om een kader te bieden voor de instandhouding en versterking van de aanwezige cultuurhistorisch waardevolle elementen. 8.3.5 Dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie' In voorliggend bestemmingsplan is voorts de dubbelbestemming 'Waarde – Ecologie' opgenomen, conform het bestemmingsplan 'Buitengebied 2016', om een kader te bieden voor de instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke en landschappelijke waarden.

8.4

Formele procedure

8.4.1 Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.

3.

Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen.

bestemmingsplanStationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 2

53

4. 5.

6. 7.

Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

8.4.2 Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft met ingang van ...-...-2023 tot en met ...-...2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn wel/geen zienswijzen ingekomen.

54

bestemmingsplanStationsomgeving Simpelveld - Spoorpark fase 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=18e1d36f-cd9a-411d-95b8-6d1211e80c28