8. Bijlage 2 Conceptjaarstukken 2021.pdf
Tekst van het document
Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio: De Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio (opgericht in 2011) is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband tussen Parkstad Limburg, Stadt Aachen, Städteregion Aachen, gemeente Heerlen, de Deutschsprachige Gemeinschaft Belgiens en de gemeente Vaals. Per 1 januari 2021 heeft de Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio zich na een unaniem besluit in 2020 van de Vorstand aangesloten bij de EGTS-EMR. De structurele bijdrage van Parkstad aan de grensoverschrijdende samenwerking bedraagt jaarlijks € 50.000 en wordt conform de afspraken doorberekend aan de gemeenten volgens de gebruikelijke verdeelsleutel van Parkstad Limburg.
39
De coronapandemie zal ook in 2022 nog impact hebben op de activiteiten en events maar de voorbereidingen zullen desondanks plaatsvinden, de events zelf als het even kan fysiek worden georganiseerd. Naast de reguliere events wordt in 2022 tijdens de Europawoche in samenwerking met de EGTS-EMR een Burgerfeest georganiseerd. Doelen van dit evenement zijn enerzijds informatie verstrekken over de werkterreinen, projecten en uitdagingen en anderzijds het ‘lokale’ idee van Europa dichter bij de burger brengen in de vorm van o.a. grensoverschrijdende attracties waarbij de belangrijkste vragen van de Europawoche zoals ‘Wat betekent Europa voor mij?” “Wat heeft de EU met mijn dagelijks leven te maken?" en "Wat wil ik voor de toekomst van de EU? centraal staan. De burgemeestersconferentie die voor het eerst in 2021 is gehouden en jaarlijks een vervolg krijgt, zal naar verwachting medio 2022 plaatsvinden. Doordat bij de EGTS-EMR de coördinator voor de AG Charlemagne en de MAHHL+ steden pas op 1 augustus 2021 in dienst is getreden heeft het uitwerken van inhoudelijk projecten vertraging opgelopen. Dit zal in 2022 intensiever worden opgepakt.
2.2 Financieel overzicht programma kerntaken In de begroting 2021 na de 4e begrotingswijziging is voor het programma kerntaken een budget opgenomen van € 3.507.000 plus € 400.000 voor de storting in de reserve Ringwegen en € 1.480.000 storting in de reserve werkbudget Bestuurscommissies en € 6.000 storting in de reserve werkbudget Dagelijks Bestuur. Het bedrag van € 3.507.000 bestaat uit: • Werkbudgetten voor de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur van totaal € 600.000. Daar is het restant werkbudget Regio Deal (oude EFRO-middelen) van € 101.000 aan toegevoegd, voor projecten die gerelateerd zijn aan de Regio Deal. Tenslotte is hier € 60.000 aan toegevoegd voor het werkbudget DB; € 35.000 vanuit de resultaatbestemming 2020 en € 25.000 voor de organisatie van de Dag van de Stad vanuit de vrijval van de Rock en Tiger gelden. • Lobby subsidieverwerving € 40.000; • Loonkosten kernformatie € 1.364.000; • Kosten organisatie op orde € 50.000; • Financieringskosten Buitenring € 117.000; • Afschrijvingen Buitenring € 264.000; • De nog niet in de begroting opgenomen cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectlasten voor een bedrag van € 911.000.
En daarnaast • Het regionale deel van de decentralisatie uitkering bevolkingsdaling van € 2.933.000; • Een bedrag van € 1.040.000 voor regionale initiatieven; Financiële beeld van het programma kerntaken: In onderstaand overzicht wordt de begroting na verwerking van de 4e (rechtmatigheidsverklaring bestuur) begrotingswijziging weergegeven. Ook de realisatie 2021 is hierin opgenomen. Baten en lasten van projecten worden in de staat van baten en lasten opgenomen naar rato van de voortgang van het werk. Tekorten en overschotten worden verwerkt in de bestemmingsreserve “werkbudget” van de betreffende Bestuurscommissie. Per saldo is het gerealiseerde resultaat nihil.
40
Staat van baten en lasten programma Kerntaken:
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Begroting 2021
Begroting 2021 Realisatie 2021 na 4e wijziging
Verschil
Werkbudget:
500
761
714
-47
Lobby subsidieverwerver
40
40
38
-2
Afschrijvingskosten Buitenring
240
264
264
0
Financieringskosten Buitenring
117
117
117
0
Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectlasten
pm
911
696
-215
1.116
1.344
1.225
-119
DB besluit "Organisatie op orde"
0
50
48
-2
Tijdelijke frictiekosten sociaal plan
20
20
20
0
2.033
3.507
3.122
-385
pm
1.756
1.114
-642
0
1.756
1.114
-642
-2.033
-1.751
-2.008
-257
400
400
161
-239
Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
0
1.480
734
-746
Reserve werkbudget Dagelijks Bestuur
0
6
5
-1
Reserve Ringwegen
357
381
142
-239
Organisatie op orde
0
50
48
-2
Reserve werkbudget DB/Regio Deal
0
99
120
21
Reserve werkbudget Bestuurscommissies
0
703
362
-341
Frictiereserve
20
20
20
0
Loonkosten formatie
Totale lasten Kerntaken Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectbaten Totale baten Kerntaken Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Kerntaken Stortingen in reserves: Reserve Ringwegen
Onttrekkingen aan reserves:
Saldo mutaties reserves Kerntaken
-23
-633
-208
426
Gerealiseerde resultaat Kerntaken
-2.056
-2.384
-2.216
168
Verdeling van middelen (via balans)
0
0
0
Verschil
Regionale initiatieven
1.044
1.040
1.040
0
Bijdragen regionale initiatieven
1.044
1.040
1.040
0
0
0
0
0
Saldo
2.2.1 Werkbudgetten In 2021 is aan werkbudgetten een bedrag van € 600.000 beschikbaar. Daar is het restant werkbudget Regio Deal (oude EFRO-middelen) van € 101.000 aan toegevoegd voor projecten die gerelateerd zijn aan de Regio Deal. In het jaarplan 2021 hebben de bestuurscommissies voorstellen ingediend voor € 726.000. Het AB heeft een taakstelling voor € 25.000 (circa 4%) opgelegd. De verdeling over de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur is als volgt:
41
Bestuursorgaan (bedragen * € 1.000
Voorstellen 2021 conform jaarplan
Werkbudget na taakstelling
189 65 118 20 149 25 5 29 600 57 29 25 15 726
182 62 113 19 144 24 5 28 577 55 29 25 15 701
Wonen en Herstructurering Ruimte Duurzaamheid Mobiliteit Economie en Toerisme SES Veiligheid GROS Subtotaal bestuurscommissies Dagelijks Bestuur Regio Deal Communicatie Regio Deal Monitoring Regio Deal overig TOTAAL
Realisatie werkbudgetten bestuurscommissies In 2021 zijn de werkbudgetten van de bestuurscommissies allen bestemd op basis van het jaarplan. Het gedeelte van de werkbudgetten inzake de beschikbare middelen SPL € 543.000 (subtotaal BC’s minus DB) zijn volledig ingezet. Van het restant Budget Regio Deal ad € 101.000 is € 66.000 overgebleven. Dit bedrag blijft beschikbaar voor Regio Deal activiteiten in 2022. Realisatie werkbudget Dagelijks Bestuur Van het totale werkbudget 2021 is in het jaarplan een bedrag van € 57.000 beschikbaar voor aanwending door het Dagelijks Bestuur. Bij de resultaatbestemming 2020 is hier € 35.000 aan toegevoegd. Van de vrijgevallen middelen van de projecten Rock en Citizen Rail (zie pagina’s 94 en 95 ) is € 25.000 toegevoegd aan het budget van het Dagelijks Bestuur voor de organisatie van “De Dag van de Stad”. Het gerealiseerde werkbudget van het Dagelijks Bestuur is € 47.000 achtergebleven bij het budget van € 117.000. Daarnaast is € 40.000 beschikbaar voor de lobby subsidieverwerving. Dit budget is nagenoeg geheel aangewend. De besteding van deze middelen was als volgt: Activiteiten Dagelijks Bestuur (* € 1.000)
Begroting 2021 (bijgesteld jaarplan)
Besteed in 2021
Verschil
72
59
13
Communicatie en regiobranding Regiodagen, raadsinformatiebijeenkomsten, bestuurskosten Strategische lobby Advies en samenwerking Werkbudget
20
11
9
20 5 117
0 0 70
20 5 47
Lobby subsidieverwerving
40
39
1
Totaal activiteiten Dagelijks Bestuur
157
109
48
De kosten van de activiteiten van het Dagelijks Bestuur zijn € 48.000 lager dan begroot. De kosten voor communicatie en regiobranding zijn achtergebleven in verband met Corona. Een groot deel van de promotie activiteiten die voorzien waren voor 2021 zijn niet doorgegaan. Zo is de uitreiking van de Parkstad Limburg Prijs voor de 2e keer uitgesteld ivm Corona. Deze prijs wordt eens in de 4 jaar uitgereikt. De uitgestelde uitreiking volgt nu op 30 oktober 2022. Onder het kopje Communicatie en regiobranding zijn ook de kosten voor “De Dag van de Stad” opgenomen (begroting en realisatie beiden € 25.000). Op 1 november 2021 heeft “De Dag van de
42
Stad” in Heerlen plaatsgevonden. Dit is een jaarlijks terugkerend nationaal evenement rondom stedelijke ontwikkeling dat door het Ministerie van BZK, Platform 31 en de VNG wordt georganiseerd. Het is een belangrijk nationaal podium en netwerk en lobby event, waar bestuurders en (hoge) ambtenaren uit het hele land op af komen. Parkstad heeft een beperkte bijdrage aan de organisatiekosten gedaan naast de drie hoofd sponsoren en gemeente Heerlen en de IBA De bestuurskosten waaronder regiodagen en raadsinformatiebijeenkomsten en de kosten voor lobby zijn eveneens achtergebleven in verband met Corona. Ook hier is een groot deel van de activiteiten die voorzien waren voor 2021 niet doorgegaan en deels doorgeschoven naar 2022. Zo is de bijeenkomst Provinciale Staten verschoven naar maart 2022. En komen er een aantal werkbezoeken (Kamerleden, Europarlementariërs, bewindspersonen, et cetera) aan. Vanwege Corona hebben deze in 2021 niet plaatsgevonden. Bij overschotten is het vigerende beleid dat programmagelden beschikbaar blijven voor programma activiteiten in het daaropvolgende jaar, mits het resultaat dit toelaat. Bij de resultaatbestemming zal worden voorgesteld om het resterende werkbudget van het Dagelijks Bestuur ad € 47.000 toe te voegen aan het werkbudget van 2022.
Realisatie werkbudget Dagelijks Bestuur inzake Regio Deal Op 17 januari 2018 heeft het DB in het kader van de voorbereiding van het jaarplan 2018 besloten de bestemming van de EFRO-gelden ad € 859.000 te koppelen aan de Regio Deal. Via het besluit tot 1e begrotingswijziging is dit bedrag ter beschikking gesteld als programmabudget aan het dagelijks bestuur. Indien in 2018 niet het volledige bedrag door het dagelijks bestuur zou worden bestemd zou het restant in de reserve blijven en ter beschikking blijven voor de dekking van activiteiten in 2019 passend binnen de Regio Deal. In de vergadering van 14 maart 2018 is besloten een bedrag van € 85.000, inclusief btw / € 70.000 exclusief BTW als cofinanciering van de door BZK toegekende middelen in te zetten voor de voorbereiding van de Regio Deal. Verder is in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van 7 november 2018 besloten om van de oude EFRO middelen een bedrag van € 468.680 in te zetten om de organisatie op orde te krijgen (voor de werkzaamheden exclusief de Regio Deal). In 2019 en 2020 zijn de restant middelen ingezet voor het jaarplan ten behoeve van diverse activiteiten in het kader van de Regio Deal. Eind 2020 bedroeg het restant Regio Deal budget € 126.000). Bij het jaarplan 2021 is besloten om het restant Regio Deal geld in te zetten voor Regio Deal activiteiten in het jaarplan.
Dit betreft onder andere Regio Deal activiteiten voor de bestuurscommissie Wonen en Herstructurering en de bestuurscommissie Economie en Toerisme, de monitoring van de Regio Deal en communicatie Regio Deal. In 2021 zijn € 60.000 kosten gemaakt (2020 € 186.000, 2019 € 59.000, 2018 € 88.000 en 2017 €2.000). Het nog te benutten saldo van het werkbudget voor de Regio Deal bedraagt per 31 december 2021 € 66.000 (zie pagina 71). Namelijk: Bestemming EFRO gelden: Ontvangen van BZK:
€ 859.000 € 70.000 € 929.000 € 468.000 € 335.000 € 60.000 € 863.000 € 66.000
Toebedeeld aan organisatie op orde: Besteed tot en met 2020 Besteed in 2021 Resteert
43
2.2.2 Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling (Krimpgelden) Met ingang van 2016 krijgen de Parkstadgemeenten 5 jaar lang € 3,9 miljoen per jaar uitgekeerd op basis van de Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling. In Parkstadverband is besloten hiervan € 2.933.000 per jaar (75%) regionaal in te zetten. In 2020 heeft door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een evaluatie van het programma bevolkingsdaling plaatsgevonden, waarin de DU Bevolkingsdaling is meegenomen. Naar aanleiding van deze evaluatie is de uitkering verlengd tot en met 2021. Deze middelen zijn allemaal toegekend conform onderstaande tabel Projecten krimpgelden (bedragen x € 1.000)
BC
Toegekend 2016
Aanpak hoogbouwflats
W&H
1.500
Project Aureliushof Heerlen
W&H
Programmatische aanpak particulier bezit Spoorwegverdubbeling HeerlenLandgraaf
Toegekend 2017
Toegekend 2018
Toegekend 2019
Toegekend 2020
Toegekend 2021
Totaal 1.500
450
450
W&H
100
850
850
850
850
3.500
MOB
1.000
250
250
250
250
2.000
Fietsverbinding Simpelveld-Aken
MOB
Leisurering
E&T
Leisure Lane Bedrijventerrein. Oostflank Brunssum
E&T E&T
400
Slot Schaesberg
E&T
200
Revitalisering winkelgebied Nuth
E&T
350
350
Ransdaal toekomstbestendig
E&T
192
192
Integraal dorpontwikkelingsplan (IDOP) Bocholtz Verwoeste Kasteel Etzenrade
213
213
300
300 600
600 400
200
305
705
RUIMTE
500
500
E&T
150
150
E&T
150
150
E&T
300
300
Regionale fietsverbinding Geul naar Geleenbeekdal Herinrichting bedrijventerrein Willem Sophia Financiële afwikkeling Buitenring
MOB
1.500
1.500
3.000
Gereserveerd voor gemeenten Simpelveld en Voerendaal
DB
330
330
660
Open Club Klimmen
DB
500
500
De Reusch van Schimmert
110
110
Aurora
50
50
Herontwikkeling Giessen-Bautsch
600
600
Herinrichting Dentgenbach
50
50
De Baan Bocholtz
278
278
Organisatiekracht
70
70
Cofinanciering GROS Regio Deal
500
500
273
273
197
197
2.933
17.598
Gezonde Basisschool voor de Toekomst Nog toe te bedelen DU-Middelen 2021 Totaal
DB 2.900
2.905
3.000
2.930
2.930
2.2.3 Regionale Initiatieven De Regionale Initiatieven zijn gemeentelijke initiatieven en taken waarvan in het verleden met de gemeenten is afgesproken dat de financiering daarvan via Parkstad Limburg loopt. Het betreft de financiering van BTM, het Starterscentrum, het Routebureau, Visit Zuid-Limburg en het Vestigingenregister. Parkstad Limburg ontvangt facturen van de verschillende instellingen en factureert dit gebundeld door naar de verschillende gemeenten. Daarnaast wordt vanuit het budget
44
voor regionale initiatieven een bijdrage geleverd aan het Uitvoeringsprogramma Toerisme.
2.2.4 Brede Doel Uitkering In 2020 zijn de BDU 2011 t/m 2018 grotendeels afgerekend. Ultimo 2021 is nog 1 BDU-project onderhanden. Dit project is in de Sisa opgenomen. In 2022 zal dit project, conform beschikkingen, worden afgerekend met de gemeentes en de Provincie. Hierdoor staat er per 31-12-2021 nog een te betalen bedrag aan de gemeentes van € 132.412 en aan de Provincie van € 112.826. Deze zijn opgenomen bij de overlopende passiva.
2.2.5 Cofinanciering door derden van kernactiviteiten In een aantal gevallen blijkt het mogelijk te zijn (en Parkstad zoekt daar actief naar) om voor projecten/activiteiten van de kernagenda cofinanciering te verkrijgen. De ontvangen middelen en de toevoegingen van deze middelen aan de budgetten voor die activiteiten/projecten alsmede de besteding van deze middelen verloopt via deze post.
2.2.6 Formatie en bezetting programma activiteiten Kernformatie en bezetting Voor de kernformatie van 20,3 fte (22 personen) is een bedrag in de begroting 2021 opgenomen van € 1.876.000 voor loonkosten en secundaire arbeidsvoorwaarden. Per 1 juli zijn hier 3 fte naar aanleiding van de Takendiscussie bijgekomen. Daarnaast zijn via het aanbod van de gemeente Heerlen in 2021 2 programmamanagers (Economie en Toerisme, SES) en 1 programmamedewerker GROS aangetrokken, die o.a. aan de lat staan voor de aanpak van de complexe opgaven waarvoor Parkstad staat. De bijdrage van de gemeente Heerlen was € 167.534 voor een half jaar. De loonkosten van de kernformatie moeten als een geheel worden gezien. De onderverdeling naar programma’s en overhead is op last van de BBV gemaakt.
Loonkosten totaal (bedragen * € 1.000)
Begroting 2021
Begroting 2021 na 4e wijziging
Realisatie 2021
Verschil
1.116
1.344
1.225
119
Loonkosten kernformatie programma activiteiten Tijdelijke frictiekosten sociaal plan Loonkosten kernformatie overhead Totaal
20
20
20
0
740
830
758
72
1.876
2.194
2.003
191
Realisatie 2021
Verschil
14,7
1,0
11,7
Begroting 2021 na 4e wijziging 15,7
FTE kernformatie overhead
8,6
10,6
9,6
1,0
FTE kernformatie
20,3
26,3
24,3
2,0
Totaal kernformatie
Begroting 2021
FTE kernformatie programma's*
*De nieuwe programmamanager SES start op 1 januari 2022. Voor de toelichting op de loonkosten en formatie wordt verwezen naar pagina 50.
45
2.2.7 Financiering en afschrijving Buitenring Deze lasten hebben betrekking op de afschrijving en rentekosten van de lening voor een aandeel van Parkstad in de financiering van de Buitenring. Deze afschrijvingskosten bedragen in 2021 € 264.147 en de rentekosten € 117.484.
2.2.8 Afwikkeling GBRD Naar verwachting zal de eindafwikkeling van de GBRD in de eerste helft van 2022 worden afgerond, nadat alle posten waaronder onderstaande voorziening voormalig personeel zijn afgewikkeld. Er zal een eindafrekening voor de gemeenten worden opgesteld en de resterende bedragen zullen worden overgemaakt. In de jaarrekening 2021 zijn de volgende reserves en voorzieningen opgenomen in verband met de afwikkeling van GBRD. Saldo ultimo 2020
Mutaties 2021
Saldo ultimo 2021
Egalisatie frictiekosten GBRD
62
-62
0
Totaal reserves
62
-62
0
Voorziening voormalig personeel GBRD
19
-19
0
Totaal voorzieningen
19
-19
0
Reserves (bedragen * € 1.000)
Voorzieningen
Egalisatie frictiekosten GBRD In verband met de eindafrekening richting de Parkstad gemeentes is deze post al naar €0 geboekt, naar de schuld aan de gemeentes. Voorziening voormalig personeel GBRD De voorziening voormalig personeel GBRD is in 2015 gevormd voor een medewerker die niet meer in dienst is bij de GBRD en recht heeft op een uitkering tot het bereiken van de leeftijd van 62 jaar en 9 maanden. De looptijd van deze voorziening is tot en met mei 2021. De voorzieining is daarmee volledig aangewend in 2021 en is per 31 december 2021 nihil. In april 2022 wordt de eindafrekening ontvangen. Naar verwachting wordt circa € 3.000 teveel betaald voorschot terug ontvangen. Dit bedrag is opgenomen onder de kortlopende vorderingen.
46
3 Programma Flexibele Schil Naast thema’s die behoren tot de Kernagenda en waarvan de financiering loopt via de regiobijdragen van de gemeenten is er binnen de samenwerking plaats voor een flexibele schil, waarmee uiting wordt gegeven aan het centrale uitgangspunt van elkaar binden waar dat nodig is en flexibel zijn waar dat kan, uitgaande van de kracht van de “coalition of willing”. Binnen de flexibele schil zijn de baten en lasten opgenomen voor Grensoverschrijdende samenwerking en de projecten Administratieve ontzorging zonnepanelen.
3.1 Grensoverschrijdende samenwerking Grensoverschrijdende samenwerking is bij de besluitvorming over de nieuwe kerntaken uit de kernagenda gehaald, maar gezien het belang hiervan hebben de acht colleges in 2015 de voortzetting van de AG Charlemagne bekrachtigd. Dit belang wordt onderstreept doordat grensoverschrijdende samenwerking als thema is opgenomen in de Regiodeal. De structurele bijdrage van Parkstad aan grensoverschrijdende samenwerking bedraagt jaarlijks € 50.000 en wordt conform de afspraken doorberekend aan de gemeenten volgens de gebruikelijke verdeelsleutel van Parkstad Limburg. Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio De Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio (opgericht in 2011) is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband tussen Parkstad Limburg, Stadt Aachen, Städteregion Aachen, gemeente Heerlen, de Deutschsprachige Gemeinschaft Belgiens en de gemeente Vaals. Naar aanleiding van een studie die ITEM in 2019/2020 in opdracht van EGTS EMR heeft uitgevoerd rond het aanhaken van gemeenten en regio’s bij de EGTS EMR is eind 2020 de samenwerkingsovereenkomst unaniem door de Vorstand van de Charlemagne Grensregio geaccordeerd en is de Charlemagne per 1 januari 2021 aangesloten bij de EGTS EMR. Sinds 1 augustus 2021 is de coördinator voor AG Charlemagne en MAHHL+ bij de EGTS EMR in dienst getreden.
Hoewel er een aantal stappen zijn gezet verloopt de samenwerking in verband met de beperkingen van COVID-19 en het feit dat de coördinator pas in augustus in dienst is getreden trager dan men zou willen. COVID-19 heeft veel impact gehad op de reguliere activiteiten. De mogelijkheden om deze fysiek te organiseren zijn beperkt en soms onmogelijk gebleken. Daarom is gebruikt gemaakt van de digitale en hybride weg. De Ondernemersbijeenkomst ‘Charlemagne Interaktief’ heeft ondanks dat men niet fysiek bij elkaar kon komen haar interactieve karakter kunnen behouden. Het jaarlijkse detailhandelforum is hybride georganiseerd terwijl aan de Nacht der Unternehmen vanwege het feit dat tot vlak voor de dag zelf onduidelijk was of deze door kon gaan maar zeer beperkt deelgenomen. Er is voor het eerst samen met de EGTS EMR een – digitale - burgemeesterconferentie gehouden met als doel elkaar te leren kennen na de vele wisselingen van burgemeesters. In het kader van het centrale thema “Gezondheidszorg” zijn presentaties gegeven over grensoverschrijdende samenwerking in tijden van corona, over project Pandemric en de Stichting EU Prevent. De burgemeestersconferentie zal jaarlijks rond een actueel thema worden georganiseerd.
De Regio Deal Parkstad Limburg en het Rheinische Revier, beide grote projecten aan weerszijden van de grens, hebben veel raakvlakken qua thema’s en zijn vaste agendapunten op de maandelijkse vergadering van de Trinat. Dit heeft geresulteerd in een nog intensievere samenwerking die tot uiting komt in diverse Regiodealprojecten.
47
3.2 Administratie zonnepanelen Het project Administratie zonnepanelen bestaat uit de administratieve eenheid die centraal bij Parkstad is georganiseerd voor de contractafwikkeling en de BTW-teruggaaf voor de deelnemers. Het financiële overzicht flexibele schil ziet er als volgt uit: Programma Flexibele schil (* € 1.000)
Begroting 2021 na 4e wijziging
Begroting 2021
Grensoverschrijdende samenwerking
50
Realisatie 2021
50
Verschil 34
-16
Administratie zonnepanelen
0
79
93
14
Totale lasten Flexibele schil
50
129
127
-2
Grensoverschrijdende samenwerking Bijdragen gemeenten aan Administratie zonnepanelen Totale baten Flexibele schil
50
50
50
0
0
0
0
0
50
50
50
0
0
-79
-77
2
0
0
16
16
Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
0
79
93
14
Saldo mutaties reserves Flexibele schil
0
79
77
-2
Gerealiseerde resultaat Flexibele schil
0
0
0
0
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Flexibele schil Stortingen in reserves Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Onttrekkingen aan reserves
Het gerealiseerde resultaat (inclusief mutaties reserves) van het programma is in 2021 – net als in de begroting - nihil.
48
4 Algemene dekkingsmiddelen 4.1 Gemeentelijke bijdragen kerntaken De gemeentelijke bijdragen zijn zodanig berekend dat voor de uitvoering van de kerntaken en de lopende verplichtingen een sluitende begroting wordt verkregen. De verdeling van de bijdrage over de deelnemende gemeenten vindt – zoals vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg van maart 2014/ januari 2016/ mei 2021 – plaats aan de hand van de meest recent vastgestelde Algemene Uitkering, zijnde 2017. In 2021 is aan regiobijdragen van de gemeenten een bedrag ontvangen conform de begroting 2021. De verdeling over de gemeenten was als volgt: Verdeelsleutel 2021
Begroting 2021
Takendiscussie
Bod Heerlen
Begroting 2021 na 4e wijziging
Realisatie 2021
x € 1.000
x € 1.000
x€ 1.000
x € 1.000
x € 1.000
Gemeente AU 2017 Basis
Aandeel gemeente
Beekdaelen
20,302
11,22%
344
42
386
386
Brunssum
19,505
10,78%
330
41
371
371
Heerlen
70,855
39,15%
1.199
52
1.420
1.419
Kerkrade
33,177
18,33%
561
69
631
631
Landgraaf
24,31
13,43%
411
51
462
462
Simpelveld
6,003
3,32%
102
13
114
114
Voerendaal
6,82
3,77%
115
14
130
130
Totaal
181
100,00%
3.063
282
3.514
3.513
169
169
Naast de bijdrage van de gemeentes heeft SPL een bijdrage ontvangen inzake het regionaal deel van de Decentralisatie uitkering bevolkingsdaling van € 2.933.000. (verwerkt via de balans conform BBV) Totaal overzicht algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen zien er samengevat als volgt uit:
Begroting 2021
Begroting 2021 na 4e wijziging
Realisatie 2021
Verschil
0
0
0
0
Bijdragen deelnemende gemeenten
3.063
3.514
3.512
-2
Totale baten
3.063
3.514
3.512
-2
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Algemene Dekkkingsmiddelen
3.063
3.514
3.512
-2
Stortingen in reserves
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
0
0
0
0
Saldo mutaties reserves Algemene Dekkingsmiddelen
0
0
0
0
Gerealiseerde resultaat Algemene Dekkingsmiddelen
3.063
3.514
3.512
-2
Algemene Dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)
Totale lasten
49
Begroting 2021
Verdeling van middelen * € 1.000
Begroting 2021 na 4e wijziging
Realisatie 2021
Regionaal deel Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling
pm
2.933
2.933
Saldo
pm
2.933
2.933
5 Overhead en bedrijfsvoering en Frictiebudget 5.1 Bedrijfsvoering Ontwikkeling bedrijfsvoering De bedrijfsvoering wordt ingevuld via een mix van uitbesteden van taken op het terrein van huisvesting, facilitaire dienstverlening en ICT in combinatie met het in beperkte mate in eigen beheer uitoefenen van taken die dicht bij het primaire proces staan zoals secretariaat, communicatie, officemanagement, hrm, administratie en controlling. Door de takendiscussie is de organisatie gegroeid. Hierdoor is er extra vergader- en werkruimte nodig. Hiervoor wordt er kantoorruimte bijgehuurd op de tweede verdieping van het huidige kantoorpand. Deze ruimte diende eerst verbouwd te worden. Als gevolg van Corona heeft er vertraging in de uitvoering plaatsgevonden. In december kon de nieuwe kantoorruimte in gebruik genomen worden. Om de bedrijfsvoering mee te laten groeien met de transformatie van de organisatie is in 2021 gestart met de implementatie van een nieuw financieel systeem met een geïntegreerde projectenadministratie. Bedrijfsvoering 2021 In de begroting 2021 is voor bedrijfsvoering een bedrag opgenomen van € 267.000. Door de takendiscussie is hier € 33.000 bijgekomen.
Er is rekening gehouden dat vanuit de bedrijfsvoering kosten worden doorbelast aan projecten (en dus in mindering zijn gebracht op bruto kosten voor de bedrijfsvoering) en dat er een deel (€ 16.000) gedekt zal worden uit éénmalige frictiekosten.
Huisvesting en bedrijfsvoering Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Begroting 2021
Huisvesting 83 ICT 60 Facilities 16 Administratie en planning en control 60 Personeelskosten en hrm 48 Eenmalige frictiekosten herinrichting bedrijfsvoering* 0 Resultaat voorgaande jaren 0 Totaal 267 *Dit betrof consultancy kosten voor het nieuw financieel systeem.
Begroting 2021 na 4e wijziging 107 66 16 60 51 16 0 316
Realisatie 2021
Verschil
66 63 19 46 46 0 -1 239
41 3 -3 14 5 16 1 77
Toelichting In 2021 waren de lasten € 239.000, € 77.000 lager dan begroot. Dit werd hoofdzakelijk veroorzaakt door lagere huisvestigingskosten omdat het nieuwe huurcontract voor extra vergader- en werkruimte op de tweede verdieping pas in december 2021 is ingegaan vanwege Corona. De extra huurkosten bedragen circa € 30.000 per jaar. Door vertraging in de implementatie van het nieuw financieel systeem zijn de licentiekosten bij administratie en planning en control achtergebleven. Daarnaast hoefde het frictiebudget niet
50
aangesproken te worden. De consultancy kosten voor de implementatie van het nieuwe financieel systeem waren beperkt en konden uit het reguliere ICT budget worden gedekt. In 2021 is een zeer klein deel van de kosten van de bedrijfsvoering doorbelast naar projecten. In 2021 gaat het om een bedrag van € 5.000. Het gaat om projecten die (gedeeltelijk) extern worden gefinancierd en waarvoor (extra) personele capaciteit wordt ingezet. Inherent hieraan is dat gebruik wordt gemaakt van de bedrijfsvoeringfaciliteiten van Parkstad. De doorbelasting wordt berekend aan de hand van de inzet van personele capaciteit voor die projecten (€ 11.000 per fte). Het risico bestaat dat als op enig moment de dekking (gedeeltelijk) wegvalt er sprake is van een ongedekt tekort.
5.2 Loonkosten, formatie en bezetting Kernformatie en bezetting Voor de kernformatie van 20,3 fte (22 personen) is een bedrag in de begroting 2021 opgenomen van € 1.876.000 voor loonkosten en secundaire arbeidsvoorwaarden. Per 1 juli zijn hier 3 fte formatie naar aanleiding van de Takendiscussie bijgekomen. Daarnaast zijn via het aanbod van de gemeente Heerlen in 2021 2 programmamanagers (Economie en Toerisme, SES) en 1 programmamedewerker GROS aangetrokken, die o.a. aan de lat staan voor de aanpak van de complexe opgaven waarvoor Parkstad staat. Dit bod van € 335.068 per jaar is in onderstaande tabel voor een half jaar meegenomen. In lijn met de wijzigingen van de BBV is met ingang van 2018 de totale formatie van Parkstad gesplitst in een programma deel en een overhead deel.
Loonkosten totaal (bedragen * € 1.000)
Begroting 2021
Loonkosten kernformatie programma activiteiten
1.116
Begroting 2021 na 4e wijziging 1.344
Realisatie 2021
Verschil
1.225
-119
Tijdelijke frictiekosten sociaal plan
20
20
20
0
Loonkosten kernformatie overhead
740
830
758
-72
1.876
2.194
2.003
-191
Totaal
Per saldo zijn de loonkosten € 191.000 lager uitgekomen dan de begroting door het later invullen van de vacatures.
FTE kernformatie programma's
11,7
Begroting 2021 na 4e wijziging 15,7
14,7
-1,0
FTE kernformatie overhead
8,6
10,6
9,6
-1,0
FTE kernformatie
20,3
26,3
24,3
-2,0
Totaal kernformatie
Begroting 2021
Realisatie 2021
Verschil
Het aantal medewerkers kernformatie per 31 december 2021 is 24,3 fte (28 personen). De vacature voor programmanager SES is per 1 januari 2022 ingevuld. Het totale aantal medewerkers (inclusief ingehuurde medewerkers t.b.v. projecten) per 31 december is 25,2 fte De overige 0,88 fte is als volgt te verklaren: • 0,44 fte (1 medewerker) wordt ingezet ten behoeve van Grens Overschrijdende samenwerking (de andere helft is onder kernformatie opgenomen). De kosten worden gedekt uit de flexibele schil. • 0,44 fte (1 medewerker) is tijdelijk in dienst ten behoeve van de Administratieve Ondersteuning Zonnepanelen. De kosten worden gedekt uit de flexibele schil. Organisatie op orde
51
In de DB vergadering van 7 november 2018 is besloten om 2,6 fte aan te trekken om de basis op orde te krijgen. De kosten voor deze 2,6 fte zijn voor de jaren 2019 en 2020 gedekt uit de bestemmingsreserve werkbudget “Organisatie op orde” welke eind 2018 is gevormd voor € 468.680 ten laste van het werkbudget Regio Deal (oude EFRO Middelen). Het restant van de reserve bedroeg op 31 december 2020 € 112.303. In verband met het uitblijven van de levering van capaciteit door de Provincie en Gemeenten in het kader van de Regio Deal en de vertraging van de besluitvorming rondom de Takendiscussie is een programmamedewerker GROS aangetrokken. In de eerste begrotingswijziging is goedgekeurd om deze kosten voor de eerste helft 2021 (€ 50.000) te dekken uit het restant van de bestemmingsreserve werkbudget “Organisatie op Orde”. Vanaf 1 juli worden deze kosten gedekt uit het “Bod Heerlen”. De werkelijke kosten bedroegen € 47.628. Per 31 december 2021 is het restant van de reserve organisatie op orde afgerond € 65.000.
5.3 Financiële samenvatting bedrijfsvoering en overhead Overhead (bedragen * € 1.000)
Begroting 2021 na 4e wijziging
Begroting 2021
Realisatie 2021
Verschil
Exploitatielasten: Kosten formatie
740
830
758
-72
Bedrijfsvoering
267
316
239
-77
Totale lasten Overhead
1.007
1.146
997
-149
Totale baten Overhead
0
0
0
0
-1.007
-1.146
-997
149
0
0
0
0
Frictiereserve
0
16
0
-16
Saldo mutaties reserves Overhead
0
16
0
-16
Gerealiseerde resultaat Overhead
-1.007
-1.130
-997
133
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Overhead Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves:
5.4 Frictiebudget Met ingang van de begroting 2017 wordt er geen bijdrage meer gevraagd aan de gemeenten voor de frictiekosten. De nog resterende kosten dienen te worden gedekt uit de reserve frictiekosten. In 2021 was het volgende beroep op de frictiekosten als volgt: Inzet frictiegelden (bedragen * € 1.000)
Begroting 2021
Begroting 2021 na 4e wijziging
Realisatie 2021
20
20
20
0
16
0
20
36
20
Extra loonkosten van 2 medewerkers, die op basis van het Sociaal Plan het salaris betaald krijgen op grond van hun functies en bijbehorende waardering van voor de transitie. Een van deze medewerkers is op 1 april 2021 met pensioen gegaan. Herinrichting bedrijfsvoering (nieuw financieel systeem) Totaal
52
De gerealiseerde inzet voor de herinrichting bedrijfsvoering is nihil. In 2021 is een aanvang gemaakt met de implementatie van het nieuw financieel systeem met een geïntegreerde projectadministratie: Exact Online in samenwerking met Elvy inkomend facturenregister en inkoopmanagement. De kosten hiervan (€ 6.000) konden gedekt worden uit het reguliere budget voor de bedrijfsvoering. De implementatie van het nieuwe financiële systeem wordt voortgezet in 2022. In 2022 en latere jaren is er nog sprake van transitie en frictiekosten. De totale kosten daarvan zijn becijferd op € 194.000. Het saldo van de frictiereserve per 31-12-2021 ad € 194.000 is volledig benodigd. In de risicoparagraaf wordt hier nog nader op ingegaan.
Inzet frictiegelden (Bedragen * € 1.000)
Beschikbaar 31-12-2021
Verwachte uitgaven na 2021
75
75
60
60
59
59
194
194
Extra loonkosten van 1 medewerker, die op basis van het Sociaal Plan het salaris betaald krijgt op grond van zijn functie en bijbehorende waardering van voor de transitie. Herinrichting bedrijfsvoering (implementatie nieuw financieel systeem, archief en rechtmatigheidsverklaring ) Verbouwing (afschrijving) Totaal inzet frictiegelden
6 Bedrag heffing vennootschapsbelasting Op basis van een inventarisatie van activiteiten is geconcludeerd dat Parkstad niet vpb-plichtig is. Dit is bevestigd door de belastingdienst.
7 Onvoorzien In 2021 is geen beroep gedaan op de post onvoorziene uitgaven.
8 Mutaties reserves In de paragraaf weerstandsvermogen wordt ingegaan op de beleidsintenties van de reserves en de omvang van de reserves. Reserve Ringwegen De reserve ringwegen dient ter afdekking van de afschrijvingskosten van de investeringsbijdrage van € 7,2 miljoen van Parkstad op basis van het bestuursconvenant Binnen- en Buitenring Parkstad Limburg van 15 november 2005. De afschrijvingen lopen door tot 2060. Tot 2030 dragen de Parkstad gemeenten € 400.000 bij aan de afschrijvingskosten van de Buitenring en de rentelasten van de daarvoor aangegane lening. De lening loopt eveneens tot 2030. Het verschil tussen de bijdrage van de Parkstad gemeenten en de afschrijvingskosten en rentelasten wordt aan de reserve Buitenring toegevoegd voor de dekking van de afschrijvingskosten na 2030. Frictiereserve In 2021 is in de begroting € 36.000 kosten opgenomen die incidenteel worden gedekt uit de frictiereserve: • Salarisgaranties conform het Sociaal Plan. Deze kosten voor 2 medewerkers in dienst van Parkstad worden geraamd op € 20.000 per jaar. Deze kosten lopen maximaal door tot het vertrek
53
van deze medewerkers als gevolg van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Een van deze medewerkers is op 1 april 2021 met pensioen gegaan. • De incidentele kosten ad € 16.000 voor de herinrichting van de bedrijfsvoering. De gerealiseerde inzet voor de herinrichting bedrijfsvoering is nihil. In 2021 is een aanvang gemaakt met de implementatie van het nieuw financieel systeem. De kosten hiervan waren beperkt en konden gedekt worden uit het reguliere budget voor de bedrijfsvoering. De implementatie van het nieuwe financiële systeem wordt voortgezet in 2022. In 2022 en latere jaren is er nog sprake van transitie en frictiekosten. De totale kosten daarvan zijn becijferd op € 194.000. Het saldo van de frictiereserve per 31-12-2021 ad € 194.000 is volledig benodigd. Reserve werkbudget Dagelijks Bestuur en Bestuurscommissies Het is staand beleid om programmagelden, die in enig jaar niet worden besteed, beschikbaar te houden voor programma activiteiten in het daaropvolgende jaar. Baten en lasten van projecten worden in de staat van baten en lasten opgenomen naar rato van de voortgang van het werk. Tekorten en overschotten worden verwerkt in de bestemmingsreserve werkbudget van de betreffende bestuurscommissie. Per saldo is het gerealiseerde resultaat nihil. Begroting 2021
Begroting 2021 na 4e wijziging
Realisatie 2021
Verschil
400
400
161
-239
- Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
0
1.480
750
-730
- Reserve werkbudgetten Dagelijks Bestuur
0
6
5
-1
400
1.886
916
-970
- Reserve Ringwegen
357
381
142
-239
- Frictiereserve
20
36
20
-16
- Reserve werkbudgetten Dagelijks Bestuur
0
149
168
19
- Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
0
782
455
-327
Totale onttrekkingen
377
1.348
785
-563
Saldo van onttrekkingen en stortingen
-23
-538
-131
407
Mutatie reserves (bedragen * € 1.000)
Stortingen in reserves: - Reserve Ringwegen
Totale stortingen Onttrekkingen aan reserves
9. Paragrafen 9.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt ingegaan op de ontwikkelingen van het weerstandsvermogen / reserves, de voorgeschreven financiële kengetallen en risicobeheersing.
9.1.1 Weerstandvermogen / reserves Parkstad Limburg beschikt over een algemene reserve om niet begrote kosten te dekken. De algemene reserve heeft per 31 december 2021 een omvang van € 115.000. Deze reserve fungeert als een post onvoorzien. Het dagelijks bestuur is bevoegd om de algemene reserve als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een incidenteel karakter. Uitgaven waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar. Wanneer het dagelijks bestuur van deze
54
bevoegdheid gebruik maakt, legt ze daarover in de eerst volgende bestuursrapportage c.q. het eerst volgende jaarverslag verantwoording af. In 2021 is hiervan geen gebruik gemaakt
Benodigde weerstandsvermogen De deelnemende gemeenten hanteren het uitgangspunt dat een eigen weerstandsvermogen voor Parkstad niet nodig is om niet-structurele financiële risico’s op te kunnen vangen om taken voort te zetten. Dit risico wordt – op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen - gedragen door de deelnemende gemeenten. Dat houdt automatisch in dat Parkstad alleen dient te beschikken over enige financiële armslag om tussentijdse financiële calamiteiten uit de eigen begroting af te kunnen dekken. Een algemene reserve van € 115.000 voldoet aan dit criterium. Dit uitgangspunt is in 2011 geëxpliciteerd in de notitie ‘Risico’s en weerstandcapaciteit Stadsregio Parkstad Limburg’. Deze notitie word in 2022 geactualiseerd.
9.1.2 Financiële Kengetallen Conform BBV worden de volgende financiële kengetallen opgenomen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte 4. Grondexploitatie; 5. Belastingcapaciteit De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor Parkstad niet aan de orde. De drie relevante kengetallen worden hieronder weergegeven. Realisatie 2020
Begroting 2021
Realisatie 2021
Norm
Netto schuldquote
46,7%
63,7%
40,3%
<100%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
46,7%
63,7%
40,3%
<100%
Solvabiliteitsratio
58,2%
43,8%
87,1%
>=20%
Structurele exploitative
97,3%
100%
91,9%
<=100%
Kengetal
* Gecorrigeerd voor schatkistbankieren. Een groot deel van de kortlopende schulden betreft vooruitontvangen projectgelden. Deze staan nog op de bankrekening van het schatkistbankieren.
Netto Schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van Parkstad ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Ter duiding van het kengetal geeft de VNG aan dat een kengetal boven de 100 een aanleiding voor alertheid is, een waarde boven de 130 is een signaal om in te grijpen. Het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wijkt niet af van de netto schuldquote, omdat SPL in 2019, 2020 en 2021 geen leningen heeft verstrekt. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin Parkstad in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen en betreft de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%.
55
Structurele exploitatie Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties uit/naar reserves, ontstaat het beeld in hoeverre er sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten worden in dit kengetal uitgedrukt als percentage van de totale structurele baten (voor mutaties reserves) van het betreffende jaar. Een percentage kleiner dan of gelijk aan 100% betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Beoordeling van de kengetallen De belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de realisatie 2020 zijn als volgt verklaarbaar: 1. De netto schuld quote 2021 (40,3%) is ten opzichte van 2020 (46,7%) met circa 6,4% gedaald. Deze daling is positief. De daling ten opzichte van 2020 wordt veroorzaakt door de aflossing op de langlopende lening. Net als de daling in 2020 t.o.v. 2019. 2. De solvabiliteitsratio ontwikkelt zich positief. De solvabiliteitsratio 2021 (87,1%) steeg ten opzichte van 2020 (58,2%) Dit wordt veroorzaakt door de afname van de crediteuren; een éénmalig hoge factuur van de Provincie Limburg inzake de financiële afrekening van de buitenring ad € 10.000.000 die per 31 december 2020 openstond is in 2021 betaald. 3. De structurele exploitatie is bijna 100%. Dit is ook logisch omdat de regiobijdrage van de gemeenten zodanig wordt berekend dat er sprake is van een structureel sluitende begroting.
De belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de begroting 2021 betreffen: 1. De schuldquote wijkt 23,4% af van de begroting. Dit komt doordat in de begroting in het eigen vermogen geen rekening is gehouden met de reserve werkbudgetten (€ 2.129.000). Deze waren bij het opstellen van de begroting 2021 niet bekend omdat er met ingang van de jaarstukken 2019 een gewijzigde systematiek van het verwerken van subsidies is toegepast. Wanneer de begrotingscijfers worden aangepast voor de reserve werkbudgetten zoals deze in de jaarcijfers 2021 zijn opgenomen, dan bedraagt de schuldquote 42,1%. De realisatie van 40,3% ligt hiermee in een lijn. 2. Ook de afwijking bij de solvabiliteitsratio wordt grotendeels veroorzaakt door de reserve werkbudgetten. 3. De afwijking bij de structurele exploitatie t.o.v. de begroting wordt veroorzaakt door het positieve resultaat van € 299.000. De kengetallen van Parkstad vertonen een positief financieel beeld ten opzichte van de gebruikelijke normen.
9.1.3 Risicobeheersing Op 30 november 2011 heeft het Parkstad-bestuur ingestemd met de notitie ‘Risico’s en Weerstandscapaciteit Stadsregio Parkstad Limburg’. Op 19 december 2011 heeft de Parkstadraad de notitie voor kennisgeving aangenomen. De notitie had als doel inzicht te verschaffen in de risico’s die de deelnemende gemeenten lopen via de gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg. Dat de deelnemende gemeenten uiteindelijk risicodrager zijn voor de continuïteit van het regiobureau ontslaat het regiobureau niet van de plicht tot een adequaat risicomanagement. Risicomanagement handelt over het rationeel beheersen van de risico’s. Voorwaarde daarvoor is het op systematische wijze inzicht verkrijgen in de risico’s die het regiobureau loopt: de risicoanalyse. De Risiconotitie vormt de basis voor de risicobeheersing. In het najaar van 2021 is een geactualiseerde concept notitie “Risico’s en Weerstandscapaciteit Stadsregio Parkstad Limburg” opgesteld. In 2022 zal deze geformaliseerd worden. Via de paragrafen risicobeheersing in de begroting, bestuursrapportage en jaarstukken wordt ingegaan op de beheersing van risico’s die in het risicomanagement bijzondere aandacht behoeven.
56
Dit zijn thans: 1. COVID-19 (Corona) 2. Transitie- en frictiekosten regiobureau in 2021 en latere jaren 3. Inzetten van personele capaciteit op tijdelijke projecten 4. Kosten bedrijfsvoering 5. Complexiteit projecten COVID-19 (Corona) Impact op de organisatie De uitbraak van het COVID-19 (Corona) eind februari 2020 heeft een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Voor de aanpak van COVID-19 kijken wij wat we, aanvullend op de landelijke maatregelen van het Rijk, kunnen doen. Dit raakt ook onze organisatie. We streven naar een zo adequaat mogelijke uitvoering van landelijke en lokale maatregelen en naar zoveel mogelijk continuïteit van de reguliere werkzaamheden en van noodzakelijke (digitale) besluitvorming en hebben daarvoor de nodige interne maatregelen genomen. Als netwerkorganisatie is het vooral van belang dat (bestuurlijke) afstemming doorgang kan vinden. Hiervoor maken we zoveel mogelijk gebruik van videobellen. Medewerkers werken zoveel mogelijk thuis. Hiervoor zijn thuiswerkfaciliteiten en videobellen ingericht. Rondom de zomerperiode waarin de Corona maatregelen versoepeld waren heeft een klein aantal vergaderingen fysiek plaatsgevonden; eventueel in combinatie met videobellen. Uiteraard met inachtneming van de Corona voorschriften, zoals het houden van 1,5 afstand en voldoende ventileren.
In de praktijk blijkt weliswaar dat fysieke vergaderingen vaak effectiever zijn, de reguliere werkzaamheden en noodzakelijke (digitale) besluitvorming hebben desondanks doorgang kunnen vinden. Impact op de financiën Baten: De baten zijn niet beïnvloed door Corona. De regiobijdrage van de gemeenten is hierdoor niet gewijzigd. Corona heeft geen gevolgen gehad voor de debiteurenpositie van PSL. De belangrijkste debiteuren zijn gemeenten en de Provincie Limburg (inzake Regio Deal), waarbij het risico op het niet betalen van facturen gering is. Er zijn geen debiteuren failliet gegaan. Lasten: Door Corona zullen de bedrijfsvoeringskosten naar verwachting lager uitkomen dan begroot. Zo gaat het nieuwe huurcontract voor de extra ruimte op de tweede verdieping pas op 1 december in. De noodzaak was er niet om dit eerder in te laten gaan. De jaarkosten zijn circa € 30.000. De kosten van het Dagelijks Bestuur zijn achtergebleven bij de begroting omdat bepaalde activiteiten, waaronder de ‘College Regiodagen’ geen doorgang hebben kunnen vinden als gevolg van COVID-19. In 2021 heeft COVID-19 geen invloed gehad op aanbestedingen. Impact Corona op de projecten Het netto resultaat op de projecten is altijd nihil. Er hebben geen afwaarderingen op projecten plaatsgevonden.
Conclusie De conclusie is dan ook dat de reguliere werkzaamheden en de noodzakelijke (digitale) besluitvorming doorgang hebben kunnen vinden en dat het resultaat niet negatief beïnvloed is door COVID-19. Naar verwachting geldt de financiële impact ook voor 2022. Transitie en frictiekosten Regiobureau na 2021 Na 2021 zullen eruit hoofde van de transitie nog frictiekosten gemaakt worden. Te verwachten kosten zijn:
57
• Salarisgaranties conform het Sociaal Plan. Deze kosten voor 2 medewerkers in dienst van Parkstad worden geraamd op € 75.000. • In 2022 en verdere zullen nog een aantal kosten gemaakt moeten worden in verband met de herinrichting van de bedrijfsvoering ten aanzien van de implementatie van het nieuwe financieel systeem, het archief, het inregelen van een verbijzonderde interne controle die als basis kan dienen voor de af te geven rechtmatigheidsverantwoording door het DB met ingang van de jaarrekening 2022 en de afschrijvingen van de verbouwing van de grote vergaderzaal op de derde verdieping naar werkplekken en de verbouwing van de nieuw te huren vergader en werkruimte op de tweede verdieping. Hiervoor is € 119.000 in de frictiereserve gereserveerd. Inzetten van personele capaciteit op tijdelijke projecten Buiten de kernformatie wordt 0,5 fte vaste bezetting gedekt uit de flexibele schil (i.c. voor grensoverschrijdende samenwerking). Als deze dekking zou wegvallen komen de frictiekosten ten laste van Parkstad. De jaarlijkse loonkosten bedragen € 35.000. Indien dit risico zich zou manifesteren, moeten activiteiten worden ondernomen om de dan ontstane boventalligheid ongedaan te maken. Kosten bedrijfsvoering Voor onvoorzienbare en onvermijdbare uitgaven is een algemene reserve van € 115.000 in de cijfers van PSL is opgenomen.
De gemeenten dragen op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen het financiële risico van niet structurele financiële risico’s van de GR Stadsregio Parkstad Limburg. Complexiteit van de projecten De complexiteit van de projecten wordt groter. Denk aan het innovatieve project Inpondmakelaar waar gebruik wordt gemaakt van een revolverend fonds, het grensoverschrijdende project Velocity en de SISA verantwoording bij het Volkshuisvestingsfonds. Waar nodig wordt juridische en fiscale kennis ingehuurd.
9.2 Financiering Inleiding Voor de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden zijn kaders gesteld in de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). Onder de treasuryfunctie vallen onder andere het geldstromenbeheer, het saldobeheer, liquiditeitsbeheer, financiering, uitzetting van gelden en renterisicobeheer. Parkstad heeft de navolgende instrumenten op het gebied van treasury, te weten het treasurystatuut, de financieringsparagraaf in de begroting, de bestuursrapportages en het jaarverslag. In het treasurystatuut zijn uitgangspunten en kaders opgenomen ten aanzien van het risicobeheer inzake uitgezette gelden, het renterisicobeheer, het koersrisicobeheer, het kredietrisicobeheer, het intern liquiditeitsbeheer en het valutarisicobeheer. Vanaf eind 2013 is door het rijk het Schatkistbankieren ingevoerd, dat als wetswijziging in de wet FIDO is opgenomen. Met de gevolgen van het Schatkistbankieren dient rekening te worden gehouden bij financieringsvraagstukken van de lokale overheid. Financiering Parkstad SPL beschikt over één langlopende annuïteitenlening met een oorspronkelijke hoofdsom van € 5.800.000 met een resterende hoofdsom per 31 december 2021 van € 2.651.743. De lening heeft een totale looptijd van 23 jaar en is met een resterende looptijd van 8 jaar in 2029 geheel afgelost.
De rentelasten zijn opgenomen in het taakveld 2.1 Verkeer en Vervoer. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is de norm, gesteld in de Wet Fido, voor het maximum bedrag waarmee de Stadsregio de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal volgens de primaire begroting. Het begrotingstotaal bedraagt de totale lasten volgens de begroting inclusief toevoegingen aan de reserves.
58
Berekening Kasgeldlimiet (bedragen * € 1.000)
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
3.490
3.490
3.490
3.490
300
300
300
300
300
300
300
300
Totaal gemiddelde netto vermogen schuld
-27.576
-21.120
-54.862
-59.475
Ruimte (+) / overschrijding (-)
27.876
21.420
55.162
59.775
Begrotingstotaal lasten Toegestane kasgeldlimiet: 8.2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 300.000 Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet
De liquiditeitspositie van Parkstad is zodanig dat in 2021 geen beroep is gedaan op kasgeldfinanciering. Renterisiconorm De renterisiconorm beoogt het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente en de daarmee samenhangende rentelasten. Een rentelast kan stijgen bij herfinanciering of renteherziening van een lening. In 2021 heeft geen renteherziening of herfinanciering van lopende leningen plaats gevonden. In 2022 verwachten wij geen renteherziening, herfinanciering van bestaande leningen dan wel nieuwe financieringen. De vaste schuld van Parkstad heeft uitsluitend betrekking op de voorfinanciering van de Buitenring. Berekening Renterisiconorm
2020
Renteherzieningen
€ 0,0 miljoen
Aflossingen
€ 0,3 miljoen
Totaal renterisico
€ 0,3 miljoen
Renterisiconorm (20% van begrotingstotaal)
€ 1,3 miljoen
Ruimte onder renterisiconorm (norm minus risico)
€ 1,0 miljoen
Gelet op het feit dat in 2021 geen sprake was van herfinanciering of renteherziening is de renterisiconorm voor Parkstad louter van theoretisch belang. Parkstad heeft in 2021 de renterisiconorm niet overschreden. Schatkistbankieren Vanwege het Schatkistbankieren is het tijdelijk tegen rente uitzetten van overtollige middelen niet mogelijk. Voordelige financieringsresultaten als gevolg van tijdelijke overliquiditeit zijn daardoor nagenoeg uitgesloten. Alle liquide middelen worden dagelijks door de Schatkist afgeroomd en de renteopbrengst van een eventueel ‘spaarsaldo ’bij de schatkist is vooralsnog nagenoeg nihil. De maximaal toegestane liquiditeit op de eigen rekening van Parkstad was in 2021 als gevolg van de regels van het Schatkistbankieren € 300.000 tot 1 juli 2021 en € 1 miljoen na 1 juli 2021. Een dergelijk bedrag is nodig voor het reguliere betalingsverkeer en kan niet rentedragend worden uitgezet. Het prudent beleid met betrekking tot uitzettingen, zoals is opgenomen in het treasurystatuut, bestaat daardoor uit het uitvoeren van het Schatkistbankieren.
59
9.3 Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering wordt ingevuld via een mix van uitbesteden van taken op het terrein van huisvesting, facilitaire dienstverlening en ICT in combinatie met het in beperkte mate in eigen beheer uitoefenen van taken die dicht bij het primaire proces staan zoals secretariaat, communicatie, officemanagement, hrm, administratie en controlling. Het structurele budget voor de bedrijfsvoering bedroeg in 2020 € 300.000. Voor onvoorzienbare en onvermijdbare uitgaven is een algemene reserve van € 115.000 in de cijfers van SPL opgenomen. De gemeenten dragen op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen het financiële risico van niet structurele financiële risico’s van de GR SPL. De werkdruk bij administratie en controlling was in 2021 (doorlopend in 2022) hoog als gevolg van het opvangen van de taken van een langdurig zieke officemanager en assistent-controller.
9.4 Verbonden partijen Er zijn geen verbonden partijen.
60
Deel 2: Jaarrekening 2021
61
10 Balans Activa
31-12-2021
31-12-2020
Bedragen x € 1.000 Vaste Activa
6.747
6.940
Immateriële Vaste activa Bijdragen aan activa eigendom van derden
6.676 6.676
6.940 6.940
71 71
0 0
Vlottende Activa
60.472
37.455
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen
60.436
37.346
773
3.627
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
59.663
33.719
Liquide middelen Kassaldi Banksaldi
8 1 7
34 0 34
Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel: - Overige Nederlandse overheidslichamen
28
75
0
0
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
28
75
67.219
44.395
Materiële Vaste activa Investeringen met een economisch nut
Totaal Activa
62
Passiva
31-12-2021
31-12-2020
Bedragen x € 1.000 Vaste Passiva
9.235
9.212
Eigen vermogen Algemene Reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
6.583 115 6.169 299
6.264 115 6.071 78
Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
0 0
22 22
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
2.652
2.926
2.652
2.926
Vlottende Passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Banksaldi
57.984 533
35.183 10.479
196
195
337
10.284
57.451 460
24.704 459
1 0 1.221
242 0 989
55.769
23.014
67.219
44.395
Overige schulden
Overlopende Passiva Verplichtingen die in een begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren: - Europese Overheidslichamen - Het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen
Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal Passiva
63
11 Overzicht baten en lasten 2021 Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Begroting 2021
Begroting 2021 na 4e wijziging
Realisatie 2021
Verschil
Lasten programma’s - Programma kerntaken
2.033
3.507
3.122
-385
- Programma flexibele schil
50
129
127
-2
Totale lasten programma’s
2.083
3.636
3.249
-387
- Programma kerntaken
0
1.756
1.114
-642
- Programma flexibele schil
50
50
50
0
Totale baten programma’s
50
1.806
1.164
-642
-2.033
-1.830
-2.085
-255
Baten programma’s
Gereailiseerd saldo van baten en lasten programma's Lasten divers: - Algemene dekkingsmiddelen - Overhead - Vennootschapsbelasting
0
0
0
0
1.007
1.146
997
-149
0
0
0
0
- Onvoorzien
0
Totale lasten divers
1.007
1.146
997
-149
Baten divers - Algemene dekkingsmiddelen
3.063
3.514
3.512
-2
- Overhead
0
0
0
0
- Vennootschapsbelasting
0
0
0
0
- Onvoorzien
0
Totale baten divers
3.063
3.514
3.512
-2
Gereailiseerd saldo van baten en lasten divers
2.056
2.368
2.515
148
Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten
23
538
430
-108
400
400
161
-239
0
1.480
750
-730
400
1.880
911
-969
- Reserve Ringwegen
357
381
142
-239
- Frictiereserve
20
36
20
-16
- Reserve werkbudgetten Algemeen Bestuur
0
149
168
19
- Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
0
782
455
-327
Totaal Onttrekkingen aan reserves
377
1.348
785
-563
Saldo stortingen en onttrekkingen aan reserves
-23
-532
-126
406
0
0
304
299
Stortingen in reserves - Reserve Ringwegen - Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Totaal stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves
Begrotingsresultaat
Het overzicht van baten en lasten vertoont forse verschillen tussen de realisatiecijfers op de programma’s en algemene dekkingsmiddelen ten opzichte van de 3 e begrotingswijziging. Deze verschillen betreffen – zoals ook toegelicht in het jaarverslag – hoofdzakelijk baten en lasten van projecten die in de staat van baten en lasten worden opgenomen naar rato van de voortgang van het werk. Tekorten en overschotten worden verwerkt in de bestemmingsreserve “werkbudget” van de betreffende Bestuurscommissie. Per saldo is het gerealiseerde resultaat nihil.
64
12 Toelichtingen 12.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding Alle bedragen in de jaarrekening, tabellen en de toelichtingen daarop zijn genoteerd in duizendtallen tenzij anders vermeld. De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het Algemeen Bestuur de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijkse terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken toegekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.
BALANS Vaste activa Immateriële vaste activa Algemeen De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Eventuele van derden verkregen specifieke investeringsbijdragen worden in mindering gebracht op het geactiveerde bedrag (artikel 62 lid 2 BBV). Hierbij wordt de verkregen bijdrage als bate verantwoord. Bijdragen aan activa in eigendom van derden Bijdragen aan activa van derden worden conform artikel 62 en 63 BBV gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. Dit bedrag is eind 2006 betaald aan de Provincie Limburg en wordt afgeschreven vanaf 2020, een jaar nadat de Buitenring gereed is. Bijdragen aan activa in eigendom van derden, worden geactiveerd in overeenstemming met art. 61 BBV als: • er sprake is van een investering door een derde; • de investering bijdraagt aan de publieke taak; • de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; • de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de derde anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.