CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

8. Bijlage 2 Begroting 2026 Rd4 enkelvoudig

Raadsvergadering 19 juni 2025, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel 25-10 Financiële stukken GR Rd47.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlagen 4.a - AB 03.04.2025

BEGROTING 2026

REINIGINGSDIENSTEN Rd4 Gemeenschappelijke Regeling

Heerlen, 3 april 2025

INHOUDSOPGAVE Pagina Aanbiedingsbrief aan het Algemeen Bestuur

3

Samenvatting

4

1. Beleidsbegroting

5

1.1 Programmaplan

5

1.1.1 Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4

5

1.1.2 Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen

6

1.1.3 Overzicht van de kosten van overhead

6

1.1.4 Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting

6

1.1.5 Bedrag voor onvoorzien

6

1.2 Paragrafen

6 1.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

7

1.2.2 Onderhoud kapitaalgoederen

9

1.2.3 Financiering

10

1.2.4 Bedrijfsvoering

13

1.2.5 Verbonden partijen

14

2. De financiële begroting

15

2.1 Overzicht van baten en lasten en de toelichting

15

2.2 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting

16

2.3 Bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld

18

Vaststelling door Algemeen Bestuur

19

Pagina 2

Aan het Algemeen Bestuur van GR Reinigingsdiensten Rd4 Nijverheidsweg 4a 6422 PD Heerlen

Heerlen, 3 april 2025

Geachte heer, mevrouw, De Gemeenschappelijke Regeling (hierna: GR) is eind 1997 opgericht en feitelijk met haar werkzaamheden begonnen op 1 januari 1998. De GR heeft twee 100% dochtervennootschappen, te weten Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. (hierna: BVF) en Rd4 Kringloop Bedrijf B.V. (hierna: KLB). In de BVF zijn alle medewerkers ondergebracht met een niet ambtelijke status, zij hebben de cao voor de Energieen Nutsbedrijven sector Afval en Milieu. Behoudens de ambtenaren (gemeentelijke cao) en de onroerende zaken, zijn met ingang van het boekjaar 2004 alle productiemiddelen gecentraliseerd in de BVF. Om een goed inzicht te krijgen in het functioneren van Rd4 als geheel, presenteren wij vanaf de oprichting een integraal geconsolideerde jaarrekening (en begroting) van de drie onderdelen samen. Volgens het besluit begroting en verantwoording (BBV), welke in de plaats is gekomen van de compatibiliteitsvoorschriften, mag dit niet meer. Echter, voor het verkrijgen van een goed en juist inzicht is het beter als we de lijn van de afgelopen jaren voort zetten. Ingevolge de vergadering van het Algemeen Bestuur, waarbij verzocht werd om de samenstelling van een enkelvoudige begroting, is er overleg geweest tussen Rd4 en de Provincie. Hierbij is ter sprake gekomen hoe deze begroting eruit zou moeten zien om te voldoen aan de regelgeving. Dienaangaande is onderstaand rapport tot stand gekomen.

Aangezien de GR onder het toezicht valt van de Provincie en niet het Facilitair Bedrijf wordt laatstgenoemde ook niet enkelvoudig als begroting aangeleverd. De enkelvoudige begroting is samengesteld uit de diverse kostensoorten zoals deze grotendeels ook worden samengesteld in de jaarrekening. Voor een detaillering op productniveau alsmede per gemeente verwijzen wij naar het begrotingsboek Reinigingsdiensten Rd4, geconsolideerd.

Hoogachtend,

Roger Wetzels Directeur Reinigingsdiensten Rd4

Pagina 3

SAMENVATTING Bij deze treft u de sluitende begroting aan voor het boekjaar 2026 van de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten Rd4, gevestigd in de gemeente Heerlen. Deze begroting is tot stand gekomen in samenwerking met diverse ambtelijke vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten. Hierdoor zijn we erin geslaagd om u als Gemeenteraad een begroting voor 2026 te presenteren die kan rekenen op draagvlak bij onze opdrachtgevers, hetgeen wij erg belangrijk vinden. Om u de gelegenheid te bieden op een efficiënte en leesbare manier kennis te kunnen nemen van de inhoud van dit document, hebben we de belangrijkste onderwerpen kort en bondig samengevat. De omvang van de begroting 2026 is hoger dan die van 2025. Allereerst hebben we na berichten vanuit onze tien gemeenten inzake hun situatie voor 2026 betreffende minder gelden ter beschikking vanuit het rijk tezamen met de beleidsambtenaren en de financiële ambtenaren onder leiding van ons algemeen bestuur een traject doorlopen om mogelijke besparingen te evalueren zonder dat deze het servicegevoel van onze burgers raken en zonder afbreuk te doen aan de te realiseren doelstellingen in het vastgestelde grondstoffenplan 2022-2026. We zien dat de inspanningen die we doen in het bewerkstelligen van de circulaire economie op dit moment voor de burger uitsluitend kostenverhogend uitpakken.

We zien de betasting op het verbanden van stromen alleen maar toenemen. We zien echter evenwel geen daling in het aanbod, het volume van het materiaal waarvoor verbranding de enige optie is. We zien dat hergebruik van grondstoffen mogelijk is maar niet voldoende gestimuleerd wordt van overheidswege. Er zijn voor de consument te weinig alternatieven om te kiezen doordat producenten geen andere keuzes maken. Dat leidt dan uiteindelijk tot wel een kostenverhoging voor onze burger maar een te lage transitie in de gehele keten. We zien dat de inspanningen die we doen in het bewerkstelligen van de circulaire economie op dit moment voor de burger uitsluitend kostenverhogend uitpakken. De belasting op het verbranden van afval neemt verder toe. We zien echter evenwel geen daling in het aanbod, het volume van het materiaal waarvoor verbanding de enige optie is. We zien dat hergebruik van grondstoffen mogelijk is maar niet voldoende gestimuleerd wordt van overheidswege. Er zijn voor de consument te weinig alternatieven om te kiezen doordat producenten geen andere keuzes maken. Dat leidt dan uiteindelijk tot wel een kosten verhoging voor onze burger maar te weinig transitie in de gehele keten. Halen we dit effect uit onze begroting, dan stijgt de begroting per saldo minder dan de toekomstige inflatieverwachtingen.

Dat realiseren we door scherper aan de wind te zeilen, onze eigen keuzes te maken voor de af te sluiten contracten met leveranciers en optimalisaties in onze eigen processen. Door bijvoorbeeld nieuwe software technieken in te zetten vinden we nog steeds optimalisaties in routes als ook in grondstofkwaliteit. We oriënteren ons op de mogelijkheid om de kringlooplocaties aan te kopen in plaats van te huren. Voor Kerkrade zou dat gaan om de bestaande locatie, terwijl het voor Heerlen een andere locatie zal moeten worden. Kijken we naar de salarisontwikkelingen de afgelopen jaren dan verwachten we dat de stijgingen zich meer in lijn met de toekomstige inflatieprognoses gaan bewegen. De inflatiestijgingen in het recente verleden moeten nu in de cao’s zijn verwerkt. De inflatie verwachtingen liggen nog wel boven het gemiddelde, waaraan we gewend waren geraakt. De in deze begroting opgenomen stijging voor sociale arbeid zit dan ook niet alleen in de compensatie van de medewerkers, maar ook in de wijze waarop deze is georganiseerd. Als alles conform planning gaat hopen we in 2026 het vernieuwde grondstoffenpark en kringloopwinkel Margraten te openen.

Pagina 4

1. BELEIDSBEGROTING 1.1 Programmaplan 1.1.1 Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4

Landelijke ontwikkelingen De beleidsontwikkelingen op het gebied van afval en grondstoffen van de overheid zijn vastgelegd in het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3) en het bijbehorende VANG-programma. In LAP3 wordt meer ruimte geboden voor het circulair maken van afval- en grondstoffenstromen. LAP3 geeft ook antwoord op de vraag: wanneer is iets afval of een secundaire grondstof? Bronscheiden is opgenomen als voorkeursroute. Dit betekent dat bronscheiden de norm is voor álle huishoudens en dat iedere afwijking aan de wettelijke gronden moet voldoen. In 2025 wordt het CMP (circulair materialen plan) de opvolger van het LAP3. Dit plan ondersteunt de transitie naar een circulaire economie. Ook het beleid van de gemeenten richt zich steeds meer en concreter op circulariteit. Naast de landelijke en regionale beleidsontwikkelingen hebben de marktontwikkelingen een steeds grotere invloed op de begroting van Rd4. Vanaf 2026 zal voor het eerst naast de afvalstoffenbelasting (verbrandingsbelasting) ook de CO2-heffing op de CO2 uitstoot ingevoerd worden. Deze belastingmaatregel zal de komende jaren oplopen tot een ingeschat bedrag van € 45,- per ton ingezameld restafval. De huidige economische situatie (loon-prijsspiraal) zorgt echter voor stijgende prijzen op de arbeidsmarkt en hogere tarieven bij marktpartijen, bijvoorbeeld bij de inkoop van goederen en diensten.

Strategisch Meerjarenplan 2022-2026 De basis voor deze begroting is het opgestelde Strategisch meerjarenplan 2022-2026 (SMP) met het motto 'Samen Steeds Slimmer'. Hierin hebben we verdeeld over 7 thema’s strategische doelstellingen gedefinieerd. In de begroting 2026 zijn de benodigde activiteiten en middelen opgenomen om de plannen uit dit SMP te realiseren. In lijn met dit plan is ook het Grondstoffenplan 2022-2026 opgesteld per gemeente en in 2022 door de gemeenteraden vastgesteld. Hiermee geven we vorm aan het afval-/ grondstoffenbeleid van de Rd4-gemeenten. Grondstoffenplan 2022-2026 In 2022 is gestart met de uitvoering van het Grondstoffenplan. Speerpunten voor 2026 zijn verdergaande communicatie- en motivatieprojecten om afvalscheiding verder te stimuleren conform de gestelde ambities. De focus ligt op intrinsieke motivatie van burgers om deel te nemen aan een circulaire economie en verbetering van de kwaliteit van de grondstoffen. In 2026 zal het nieuwe grondstoffenpark in Margraten geopend worden en het doel is om in 2026 te starten om circulaire activiteiten uit te voeren met samenwerkingspartners. Hier ligt ook een relatie met onderwijsinstellingen in de regio. Rd4 als verbonden partij Rd4 is een verbonden partij voor onze gemeenten.

Door taken in afval- en grondstoffenbeheer en de openbare ruimte uit te voeren, ‘ontzorgt’ Rd4 de gemeenten in advies- en uitvoeringstaken. Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Gemeenten zoeken voor de grotere taken steeds meer de samenwerking op. Dat biedt veel voordelen in zowel bestuurlijk als financieel-economisch opzicht. Denk aan schaalvoordelen, risicospreiding, het regionaal kunnen behouden en uitbouwen van vakinhoudelijke expertise en werkgelegenheid. Rd4 kan als verbonden partij door de krachtenbundeling de aanjager of katalysator zijn op het gebied van grondstoffeninzameling en de transitie naar een circulaire economie. Samenwerken is geven en nemen. Raadsleden en bewoners beleven een verbonden partij als een regionaal werkende organisatie, waar je minder invloed op hebt dan op een gemeentelijke dienst. Vandaar dat wij goede afspraken, regelmatig contact, een structurele dialoog en een heldere wijze van rapporteren belangrijk vinden. Beoordelen, samenwerking en resultaten De gemeente blijft eindverantwoordelijk voor de taken die de verbonden partij uitvoert. Ook de gemeenteraad moet goed in beeld hebben welke bijdragen en resultaten een verbonden partij levert. Veel gemeenteraden hebben daarom regelmatig aandacht voor evaluatie en (bij)sturing.

De rapportages van Rd4, het Grondstoffenplan 2022-2026, de jaarlijkse afvalconferenties, raadsinformatiebrieven en het jaarverslag zijn belangrijke bronnen van informatie. Daarnaast wordt regelmatig informeel contact door alle partijen prettig en zinvol gevonden. Rd4 staat daarom altijd open voor verzoeken en bezoeken van raadsleden en andere betrokken partijen. Wet open overheid Rd4 conformeert zich aan de Wet open overheid (Woo). Zowel passief als actief wordt tijdig informatie verstrekt aan onze stakeholders. Verbetering van de informatiehuishouding; een van de uitgangspunten van de Woo is dat de informatiehuishouding op orde is. De continue verbetering van de informatiehuishouding is bij Rd4 niet nieuw. Jaarlijks worden stappen gezet, mede onder invloed van gedigitaliseerd werken en gecontroleerde dataopslag, waardoor bijvoorbeeld papieren archieven worden verkleind. Ook komend jaar zal deze verdergaande digitalisering en verbetering van onze informatiehuishouding verder vorm krijgen. Dit alles onder een toenemende mate van beveiliging van data. Regionale samenhang De Rd4-gemeenten blijven het belang zien van het collectief en onderstrepen een vergaande uniformiteit in de regio.

Gestreefd wordt naar bestuurlijke en ambtelijke interactie ter versteviging van de samenwerking met en tussen de gemeenten op de beleidsterreinen afval- en grondstoffen, circulariteit en gedeelde leefomgeving. Rd4 vervult hierin een spilfunctie en stelt zich proactief op. Producentenverantwoordelijkheid In het kader van het verminderen van de hoeveelheid restafval speelt producentenverantwoordelijkheid een steeds belangrijkere rol. Producentenverantwoordelijkheid betekent dat producenten en importeurs (mede) verantwoordelijk worden voor het afvalbeheer van de producten die door hen op de markt zijn of worden gebracht. Daarnaast zal deze verantwoordelijkheid verduurzaming en duurzaam gebruik van producten verder stimuleren en zal het bijdragen aan de vernieuwing van de inzameling en recycling van afgedankte producten. Gemeenten hebben geen invloed op het ontwerp en de hoeveelheid consumptiegoederen en verpakkingen. Gemeenten zijn vooralsnog wel belast met de inzameling en verwerking van deze goederen ongeacht de waarde of schadelijkheid ervan. Vandaar ook dat het noodzakelijk is dat ervoor gemeenten duidelijkheid komt waar ze met het gemeentelijke beleid invloed op kunnen uitoefenen in de overgang naar de circulaire economie en hoe zij hun afvalkosten kunnen beheersen.

Verdere landelijke afspraken met betrekking tot de uitbreiding van producentenverantwoordelijkheid en de hiermee samenhangende verwijderingskosten, zullen hierbij van groot belang zijn. Producentenverantwoordelijkheid geldt op dit moment voor elektrische en elektronische apparaten, matrassen, textiel, batterijen en accu’s, autowrakken, autobanden en alle consumentenverpakkingen. Landelijk wordt erop dit moment gewerkt aan een producentenverantwoordelijkheid voor luiers. Het beoogde ingangsjaar hiervoor is 2027. Daarnaast zijn er onderzoeken gaande om producentenverantwoordelijkheid voor medicijnen en meubels te gaan invoeren.

Pagina 5

Wat kost het? Hiervoor verwijzen wij naar het overzicht van baten en lasten en de toelichting (paragraaf 2.1). 1.1.2 Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen De totale baten van gemeenschappelijke regeling Rd4 bestaan uit de bijdragen van de diverse gemeenten welke eveneens zijn terug te vinden in het overzicht van baten en lasten. Deze gemeentelijke bijdragen kunnen geclassificeerd worden als overige algemene dekkingsmiddelen. Er is geen sprake van lokale heffingen, algemene uitkeringen, dividend of een saldo van de financieringsfunctie. 1.1.3 Overzicht van de kosten van overhead Voor het berekende bedrag van de overhead verwijzen wij naar paragraaf 2.1; het overzicht van baten en lasten in de begroting en de toelichting. Het te bepalen bedrag is bepaald aan de hand van een draaitabel waarin alle kosten van de GR in detail zijn ingelezen en waarbij er een matrix is gemaakt van kostensoorten en kostenplaatsen. Voor de kostenplaatsen is bepaald welke direct toewijsbaar zijn aan de directe dienstverlening en welke niet direct toegewezen kunnen worden en derhalve als overhead worden beschouwd. Er is gefilterd op deze kostenplaatsen gerubriceerd als overhead en het totaal saldo van deze kostenplaatsen is onder paragraaf 2.1 opgevoerd.

1.1.4 Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting Het ingeschatte bedrag is zo laag dat er geen specifieke reservering is meegenomen in de begroting maar onderdeel uitmaakt van de totale lasten voor een bedrag van circa € 10.000. 1.1.5 Bedrag voor onvoorzien Er is geen bedrag voor onvoorzien opgenomen. Er wordt ervan uitgegaan dat de lasten volledig gedekt worden door de baten. Een eventueel tekort zal worden aangezuiverd uit het beschikbare weerstandsvermogen.

1.2 Paragrafen In deze paragraaf zijn de conform BBV verplichte paragrafen opgenomen. Er zijn in totaal zeven paragrafen voorgeschreven, hiervan zijn er vijf van toepassing op de gemeenschappelijke regeling Rd4. De volgende paragrafen zijn van toepassing voor gemeenschappelijke regeling Rd4: - Weerstandsvermogen en risicobeheersing; - Onderhoud kapitaalgoederen; - Financiering; - Bedrijfsvoering; - Verbonden partijen. De overige paragrafen zijn niet van toepassing en zijn derhalve verder ook niet betrokken in de begroting: - lokale heffingen; - grondbeleid.

Pagina 6

1.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Doelstellingen en beoogde maatschappelijke effecten De kosten van het basispakket vormen de grootste component voor de afvalstoffenheffing die de burgers dienen te betalen. Deze kosten zijn onderhevig aan conjuncturele- en weersafhankelijke invloeden. Door het vormen van een weerstandsvermogen kunnen dit soort fluctuaties worden opgevangen. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit en verloop van het vermogen In 2023 is ambtelijk en bestuurlijk overleg geweest over de hoogte en de bepaling van het weerstandsvermogen. Hiertoe is een memo opgesteld en vastgesteld. De in de jaarrekening onderkende risico's zijn daarbij voorzien van een inschatting van de kans dat het risico zich gaat voordoen en een inschatting van het financieel effect dat daarmee gemoeid zou zijn. De nieuwe systematiek is onafhankelijk van de hoogte van de omzet en stijgt daardoor niet automatisch mee met de omvang van de begroting. Ter beoordeling van het aanwezige weerstandsvermogen wordt een ratio berekend van de beschikbare capaciteit ten opzichte van de benodigde weerstandscapacteit (weerstandsvermogen). Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 < X < 2,0 1,0 < X < 1,4 0,8 < X < 1,0 0,6 < X < 0,8 < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Vastgesteld is dat Rd4 streeft naar een minimale ratio van "ruim voldoende" en dat daarmee de ondergrens een ratio van 1,4 is. De toets van de weerstandsvermogen ratio is een onderdeel van de jaarlijkse planning & control cyclus. Het minimaal benodigde weerstandsvermogen conform de beschreven methodiek zou bedragen € 2.082.500 (zijnde 1,4 x benodigde weerstandscapaciteit welke is berekend op € 1.487.500). Het weerstandsvermogen eind 2023 bedroeg € 2.082.500 wat maakt een ratio maakt van 1,40 is en daarmee binnen 'ruim voldoende' valt. De ontwikkeling (onder voorbehoud van resultaatbestemming 2024) komt als volgt uit te zien: T/m 2021 Beekdaelen Brunssum Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Vaals Voerendaal

Ratio weerstandsvermogen

195.538 240.913 176.153 61.575 758.001 380.749 302.893 87.635 94.902 101.956 -------------2.400.315 ========

2023 -43.580 -38.870 -11.636 36.835 -112.915 -48.922 -47.548 -16.741 -13.677 -20.760 --------------317.815 ========

Werkeliijk weerstandsvermogen Benodigd weerstandsvermogen

2024 Totaal -------------======== 2.082.500 1.487.500

Weerstandsvermogen 2023 Resultaat jaar geconsolideerd Af : Uitgekeerd/Verrekend Vrijval weerstandsvermogen

486.871 486.871 -------------0 ========

Het vermogen werd als volgt verdeeld over de deelnemende gemeenten. Tot en met 2008 werd het resultaat verdeeld op basis van de inwoneraantallen. Vanaf 2009 vindt, conform de nieuwe begrotingssystematiek, de verdeling plaats op basis van aantal aansluitingen. Daarbij wordt uitgegaan van het aantal aansluitingen in het begrotingsboek van het betreffende jaar.

Pagina 7

151.959 202.044 164.516 98.410 645.085 331.826 255.345 70.894 81.225 81.196 -------------2.082.500 ======== 1,40

Risicoparagraaf De navolgende risico's worden onderkend en zijn meegenomen in de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit: Risico 1. Arbeidsrisico's

Kans Middel

Effect Risico 350.000

175.000

Middel

125.000

62.500

Middel

750.000

375.000

Middel

125.000

62.500

Middel

750.000

375.000

Klein

350.000

87.500

Middel

€ 350.000

175.000

Middel

€ 350.000

175.000

Aantasting van de arbeidscapaciteit door ziekte, staking en fraude. Invulling posities voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Door minder mensen in WSW en meer mensen via participatiewet (duurder). Een nieuwe leidraad inzake de fysieke belasting van onze medewerkers in de inzameling zorgt voor uitdagingen in het realiseren van het huidige serviceniveau. Een ander risico inzake arbeid betreft de krapte op de arbeidsmarkt. Het kunnen aantrekken van voldoende en kwalitatief juiste mensen is van belang om onze service te kunnen blijven waarmaken. 2. Materiële risico's Beschadiging aan of verlies van gebouwen, installaties, bedrijfsinventaris en transportmiddelen. De premies van de brandverzekeringen zijn fors gestegen en de eigen risico's zijn hoger geworden. We worden nog steeds geconfronteerd met premiestijgingen. Om schade ten gevolge van brand zoveel mogelijk te beperken zijn de eisen die verzekeraars stellen steeds hoger met als gevolg hogere kosten. Voor stroomuitval is er een noodstroomaggregaat geplaatst om uitval van de stroomvoorziening op te vangen. 3. Continuïteitsrisico Het grootste risico inzake de continuïteit vloeit voort uit aantasting van de productiecapaciteit vanwege bedrijfsstilstand. Bij volledig of gedeeltelijk verlies van het wagenpark zal vervanging op korte termijn of inhuur bij derden niet eenvoudig zijn.

Bij het niet voorhanden hebben van genoeg bezetting door een pandemie zijn er ook scenario's denkbaar waarbij delen van de dienstverlening niet kunnen worden uitgevoerd. Dit risico is niet verzekerbaar. 4. Milieurisico's Gezien de grote mate van verscheidenheid aan producten is niet met 100% zekerheid aan te geven dat alle mogelijke risico's zijn afgedekt. Er vindt een continue monitoring plaats. 5. Financiële risico's Waaronder: - Prijsontwikkeling brandstof

Met name voor een logistiek bedrijf als Rd4 zijn de ontwikkeling van de brandstofprijzen van groot belang, afhankelijk van de ontwikkelingen kunnen deze zowel een positief als een negatief effect op de begroting hebben. - Kwaliteit PMD

Vanaf 1 januari 2022 zijn de Rd4 gemeenten, conform de landelijk geldende nieuwe overeenkomst via ASL, niet meer verantwoordelijk voor de gehele keten (van inzameling t/m verwerking) bij de inzameling van het PMD-afval. Vanaf deze datum zijn de gemeenten alleen nog maar verantwoordelijk voor de inzameling en de kwaliteit (mate van vervuiling) van de ingezamelde PMD-stroom. Bij de vergoeding die de gemeenten uit het Afvalfonds ontvangen wordt uitgegaan van een vervuilingspercentage van max. 15%. Bij vervuilingspercentages hoger dan 15% wordt er gekort op de vergoeding. Dit kan resulteren in volledige afkeur en lagere inkomsten. - cao-ontwikkeling In deze dynamische en onzekere tijden in de wereld zijn prijsstijgingen een grotere zorg dan in het recente verleden. Dit betekent eveneens dat het lastig is om de invloed op de lonen in te schatten. Ook de krapte op de arbeidsmarkt heeft hierbij een invloed. 6. Aansprakelijkheidsrisico's In zoverre alle aansprakelijkheidsrisico's bekend zijn, zijn deze afgedekt. 7. Liquiditeitsrisico's Voor de komende vijf jaar is er aan de hand van een kasstroomanalyse berekend of er kortlopende kasgeldfaciliteiten ofwel langlopende leningen benodigd zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. 8. Renterisico's

Pagina 8

Als er binnen afzienbare tijd geld geleend moet worden of een bestaande lening geherfinancierd moet worden dan bestaat er een renterisico omdat het dan geldende rentepercentage hoger zou kunnen zijn dan het percentage van de oude lening, waardoor de kosten voor de organisatie en dus indirect voor de gemeenten stijgen. Om dit risico af te dekken kiezen we voor spreiding in looptijden en veelal vaste rentepercentages. Benodigde weerstandscapaciteit Minimaal weerstandsvermogen

1.487.500 2.082.500

1,4x

Gemeentelijke risico's Het voordeel van de begrotingssystematiek is dat de individuele gemeenten geprikkeld worden om gerichter beleid te voeren, aangezien het voordeel van een verlaging van kosten ook voor een groot deel bij dezelfde gemeenten terecht komt. Zo kan bij een nulresultaat van Rd4 de ene gemeente een positief resultaat hebben terwijl dit voor een andere gemeente negatief kan zijn. Een risico bij de gemeente ligt aan de inkomstenkant. Indien het vaste en variabele tarief van de afvalstoffenheffing verkeerd wordt geschat en/of het aantal ledigingen dat aan burgers in rekening wordt gebracht te laag is, dan betekent dit een extra financieel risico. Bovendien bestaat het risico bij het doorberekenen van ledigingen dat niet alles kan worden doorberekend, bijvoorbeeld bij verhuizing. Om deze risico's te reduceren hebben de meeste gemeenten ervoor gekozen het tarief voor het ledigen van de restafvalcontainer. Bij het samenstellen van de begroting is gekozen voor een aantal verdeelsleutels waarbij er schattingen zijn gemaakt op basis van eigen ervaringen en ervaringen van derden. Belangrijke parameters hierbij zijn het afvalvolume, de vullingsgraad van de containers en het aanbiedpercentage van de containers. Indien de realiteit slechter is dan begroot dan kan dit voor de gemeente een financieel risico betekenen.

Kengetallen Kengetallen conform Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 juli 2015, nr. 2015-0000387198. Deze regeling geeft richtlijnen om een aantal kengetallen op te nemen in het jaarverslag en de begroting. Het betreft de navolgende kengetallen: Verslag 2024 Begroot 2025 Begroot 2026 Begroot 2027 Begroot 2028 - Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen in %; - Solvabiliteitsratio in %;

24,8%

45,5%

52,8%

48,5%

43,5%

38,7%

9,9%

10,3%

10,8%

11,5%

11,7%

12,4%

De kengetallen zouden het de leden van de provinciale staten en de gemeenteraad makkelijker moeten maken om meer inzicht te krijgen in de financiële positie van de provincie, gemeente en in ons geval in de GR. Als we deze kengetallen nader bekijken dan zijn de laatste vier genoemde kengetallen met name gericht op gemeenten of de provincie. De GR Rd4 heeft hier eigenlijk niets mee te maken omdat er geen relevante samenhang is met de aard van de werkzaamheden van Rd4. Om deze reden worden deze kengetallen dan ook niet opgenomen in het begrotingsboek of het jaarverslag. - Kengetal grondexploitatie in % - Kengetal structurele exploitatieruimte in % - Vaststelling gemeentelijke belastingcapaciteit in % - Vaststelling provinciale belastingcapaciteit in %

Begroot 2029

N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Hiervoor is het eigen vermogen van de organisatie van groot belang. Hoe hoger dit vermogen hoe beter de ratio eruit zal zien. Bij Rd4 bestaat het eigen vermogen echter voornamelijk uit het weerstandsvermogen. De raden van de gemeenten zijn van mening dat dit vermogen zo laag mogelijk moet zijn omdat ze het ongewenst vinden dat er bij gelieerde ondernemingen te "grote potten" ontstaan. Bij voorkeur zouden ze dit zelfs nihil willen zien. Zij zien zichzelf als eigen risicodrager en afdekking van de risico's genoemd onder de ratio's beschouwen zij dan ook als minder relevant. Dat is dan ook de reden dat dit eigen vermogen van Rd4 relatief laag is. Gevolg is dat dit leidt tot een lage ratio en daardoor ook leidt tot een verkeerd beeld van de organisatie. Wat betreft het kengetal structurele exploitatieruimte in % heeft de berekening niet plaatsgevonden omdat het saldo van baten en lasten gelijk is en omdat er geen incidentele posten zijn waardoor de uitkomst altijd 100% zal zijn. 1.2.2 Onderhoud kapitaalgoederen De materiële vaste activa uit de gebouwen, gronden en de daarbij behorende terreininrichting.

Het onderhoud wordt geregeld via de voorziening groot onderhoud en het reguliere onderhoud in de begroting.

Pagina 9

1.2.3 Financiering Het opstellen van de paragraaf Financiering in de begroting is in zowel het BBV als in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering betreft de wijze waarop de gemeenschappelijke regeling Rd4 de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving kennen we het treasurystatuut van gemeenschappelijke regeling Rd4. ln dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. Interne- en externe ontwikkelingen Wet Hof Het doel van De Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) is het terugdringen van het begrotingstekort van Nederland. Rijk en decentrale overheden (gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, provincies en waterschappen) zijn daar samen verantwoordelijk voor. De wet vloeit voort uit Europese regels voor het terugdringen van het begrotingstekort. Deze zijn onderdeel van het Stabiliteits- en Groeipact. ln de Wet Hof zijn die Europese afspraken verankerd in nationale wetgeving. EMU-saldo ln de Wet Hof is vastgelegd dat er per jaar een plafond is voor het EMU-tekort van alle gemeenten samen. De hoogte van dat zogeheten macroplafond wordt elk jaar opnieuw vastgesteld op basis van bestuurlijk overleg tussen rijk en gemeenten.

Het netto financieringssaldo van alle overheden bij elkaar mag in een jaar niet boven het plafond uitkomen, dat wordt vastgesteld door het kabinet. ledere gemeente krijgt daarnaast een individuele referentiewaarde voor het EMU-tekort in een jaar op basis van het begrotingssaldo van het voorgaande jaar. Pas bij overschrijding van het plafond voor het EMU-tekort van de gezamenlijke gemeenten kan de referentiewaarde per gemeente voor het EMU-tekort een rol gaan spelen. Gemeenschappelijke regeling Rd4 heeft zelf geen referentiewaarde. Met het hieronder opgenomen EMU-overzicht wordt inzage gegeven in de geldstromen binnen de begroting zonder onttrekkingen uit de reserves. ln onderstaand tabel betekent een positief bedrag dat gemeenschappelijke regeling Rd4 minder uitgeeft dan ontvangen wordt en een negatief bedrag dat gemeenschappelijke regeling Rd4 meer uitgeeft dat ontvangen wordt.

EMU-Saldo

2025

2026

2027

2028

2029

Afschrijvingen Bruto dotaties aan de post voorzieningen Investeringen Baten uit bijdragen van andere overheden Desinvesteringen Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw Baten bouwgrondexploitatie: Lasten op balanspost Voorzieningen Lasten i.v.m. transacties met derden

0 629.274 749.025 -10.546.414 0 0 0 0 -564.887 0

0 1.263.220 836.042 -6.270.000 0 0 0 0 -730.294 0

0 1.623.142 836.042 -1.015.000 0 0 0 0 -1.060.923 0

0 1.670.298 836.042 -515.000 0 0 0 0 -615.152 0

0 1.732.723 836.042 -515.000 0 0 0 0 -865.856 0

Berekend EMU-saldo

-9.733.002

-4.901.032

383.261

1.376.188

1.187.909

Exploitatiesaldo

Vaste schulden van gemeenschappelijke regeling Rd4 De langlopende leningen bedragen ultimo 2024 na aflossing € 31.930.000. (2023: € 28.180.000). Kapitaalrente De omslagrente is in 2026 begroot op 2,6% (2023: 2,6%). Leningen via de BNG: € 7 mln. € 6 mln. € 6,5 mln. € 5 mln.

aflossingsvrij lineair lineair lineair

15 jaar 25 jaar 25 jaar 20 jaar

2,250% 1,495% 4,805% 3,154%

Lening via de NWB-bank € 10 mln. € 7 mln.

lineair aflossingsvrij

20 jaar 20 jaar

1,300% 2,184%

Kapitaalbehoefte € 6 mln € 4,85 mln

lineair lineair

30 jaar 30 jaar

3,150% 3,150%

2025 2026

De financieringsbehoefte in 2025 en 2026 is berekend op basis van de investeringsbegroting in combinatie met de liquiditeitspositie. Rentelasten De raming van de rentelasten ontwikkelt zich als volgt, waarbij er ook rentebaten verwacht worden op tijdelijke liquiditeitsoverschotten: 2026 826.746 2027 942.256 2028 949.501 2029 953.077

Pagina 10

Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten bepaald voor het toetsen van het renterisico, namelijk: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt, moet er een langlopende geldlening worden aangetrokken. lndien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld en moeten de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,2% van het begrotingstotaal en zag voor 2024 als volgt uit: Berekening (bedragen x € 1.000) Bepalen toegestane kasgeldlimiet Omvang begrotingstotaal Percentage regeling 1 Toegestane kasgeldlimiet

2

Vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende korte schuld

3

Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen

4

Totaal netto vlottende schuld (2-3) Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4) Toegestane kasgeldlimiet ruimte (+) / overschrijding (-)

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Jaar

40.723 8,20% 3.339

40.723 8,20% 3.339

40.723 8,20% 3.339

40.723 8,20% 3.339

40.723 8,20% 3.339

0 8.898 0

0 17.431 0

0 26.723 0

0 35.944 0

0 22.249 0

0 8.898

0 17.431

0 26.723

0 35.944

0 22.249

0 38.171 0 38.171

0 47.893 0 47.893

0 54.218 0 54.218

0 66.292 0 66.292

0 51.644 0 51.644

-29.273

-30.462

-27.495

-30.348

-29.395

3.339

3.339

3.339

3.339

3.339

32.612 =========

33.801 =========

30.834 =========

33.687 =========

32.734 =========

Schatkistbankieren Door de wet over schatkistbankieren zijn de decentrale overheden verplicht het grootste deel van hun liquide middelen aan te houden in de schatkist. De EMU-schuld en de financieringsbehoefte van het Rijk vermindert hierdoor. Decentrale overheden kunnen in het kader van de uitoefening van de publieke taak nog steeds geld uitlenen aan een andere decentrale overheid. De verantwoording van schatkistbankieren gebeurt in de jaarrekening. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan dienen in de schatkist te worden aangehouden.

Pagina 11

In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen van 2024 is geweest: Bedragen x € 1.000 (1)

Drempelbedrag

1.000 Verslagjaar 2024 Kwartaal 2 Kwartaal 3

Kwartaal 1 Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (3a)=(1)>(2) Ruimte onder het drempelbedrag (3b)=(1)<(2) Overschrijving van het drempelbedrag

Kwartaal 4

(2)

(1)

Berekening drempelbedrag

(4a) (4b)

Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal <= 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal > 500 miljoen

(4c)

290

260

280

280

710

740

766

720

0

0

0

0

Verslagjaar 2024 40.723 40.723 0

(1)=(4b)*0,0075+(4c)*0,002 met een minimum van 1.000.000 (2)

Berekening kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Verslagjaar 2024 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (5a) Som van de per dag buiten s Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 26.359 23.655 21.498 25.745 (5b) Dagen in het kwartaal 91 91 92 92 (2)=(5a)/(5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten s' Rijks schatkist aangehouden middelen 290 260 234 280

Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal.

Berekening (bedragen x € 1.000) Variabelen Renterisico(norm) (1) Renteherzieningen (2) Aflossingen

2025 Jaar T: 0 1.488

2026 Jaar T+1: 0 1.550

2027 Jaar T+2: 0 1.550

2028 Jaar T+3: 0 1.550

(3)

Renterisico (1+2)

1.488

1.550

1.550

1.550

(4)

Renterisiconorm

9.460

9.818

10.141

10.472

(5a) = (4>3 ) Ruimte onder renterisiconorm (5b) = (3>4) Overschrijding renterisiconorm

7.145

7.423

7.750

8.055

47.301 20%

49.088 20%

50.703 20%

52.360 20%

9.460

9.460

9.460

9.460

9.460

9.818

10.141

10.472

Berekening Renterisiconorm (4a) Begrotingstotaal jaar T (4b) Percentage Regeling Renterisiconorm (van alleen jaar T) (4) = (4a x 4b/100)

In de looptijd van de meerjarenbegroting blijft het renterisico onder het normbedrag en is daarmee afgedekt.

Pagina 12

1.2.4 Bedrijfsvoering Governance Rd4 is een verzelfstandigde organisatie, waarin we de opgedragen taken zo bedrijfsmatig mogelijk uitvoeren, dit in lijn met de opdracht uit het aandeelhoudersconvenant van 14 januari 1998 (artikel 1, punt 4: de gemeenten zullen bevorderen en bewerkstelligen dat binnen het kader van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen de GR zoveel mogelijk zelfstandig ten opzichte van de gemeenten zal functioneren). Ook de in dit convenant opgenomen overweging dat “een optimalisering van de interne bedrijfsmatigheid en efficiency gewenst is, waarbij de reinigingsdienst op afstand komt te staan van de politiek", ligt nog steeds ten grondslag aan deze taakopvatting binnen onze organisatie. Rd4 draagt dan ook de verantwoordelijkheid voor de concrete uitoefening van de opgedragen taken. In het licht van de bepalingen van de Commissie Tabaksblatt wordt gewerkt volgens het principe van “pas toe of leg uit” (apply or explain). Het in de Algemeen Bestuursvergadering jaarlijks vastgestelde normenkader geldt hierbij als belangrijk richtsnoer bij de interne, dagelijkse bedrijfsvoering. In ons gecertificeerd KAM systeem (kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu) is de visie en missie van onze organisatie vastgelegd. Deze luidt: Missie Rd4 Elke dag zetten we ons in voor een mooie en schone leefomgeving.

Samen met burgers, overheden, bedrijven en instellingen zoeken we constant naar slimme en duurzame oplossingen om afval te verminderen, grondstoffen te scheiden, spullen een tweede leven te geven en mensen kansen te bieden. Alleen zo worden we: samen steeds slimmer. Visie Rd4 Onze 7 doelstellingen 1. We worden een regionaal grondstoffen bedrijf 2. We streven naar 80% afvalscheiding in 2026 resp. 60% recyclebare grondstoffen en sturen op kwaliteit grondstoffen 3. We worden een milieubewuste en duurzame organisatie. We verminderen het gebruik van diesel en benzine in onze voertuigen. We geven mensen een passende werkplek 4. We verbeteren onze reinigingstaken en willen deze taken uitbreiden en onze kennis op dit gebied vergroten 5. We behouden minimaal het huidige aantal bedrijfsklanten en uitbreiding dienstenpakket 6. We verbeteren en automatiseren onze bedrijfsvoering. We sturen onze organisatie aan op basis van de juiste informatie en willen hiermee onze werkzaamheden verbeteren en kosten besparen 7. We bepalen samen het succes van Rd4. Alleen samen kunnen we onze organisatie verbeteren: meer samenwerking Reinigingsdiensten Rd4 heeft een Strategisch meerjarenplan 2022-2026 opgesteld waarin de strategie van Rd4 is beschreven. Aan de hand van 7 thema’s zijn de strategische doelen vastgesteld. Onze kernwaarden ▪ Samenwerken We werken samen, iedere dag met veel plezier en energie.

Onze veelzijdige werkzaamheden verbinden ons met elkaar en met onze omgeving. Wij streven naar een omgeving waarin we elkaar helpen. ▪ Slagvaardig We zijn slagvaardig, iedere dag dagen we elkaar uit. Wij doen ons uiterste best om onze werkzaamheden uit te voeren. Wat we beloven maken we waar. ▪ Vooruitstrevend We zijn vooruitstrevend, ieder dag verbeteren we elkaar. Bij alles wat we doen, stellen we de vraag hoe het beter kan. We geven elkaar de ruimte om uit te blinken.

Pagina 13

1.2.5 Verbonden partijen Deelnemers : 10 Gemeenten / AB

Dagelijks Bestuur

Reinigingsdiensten Rd4 Gemeenschappelijke Regeling (GR)

Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. (BVF)

Rd4 Kringloop Bedrijf B.V. (BV KLB)/(TSC)

N.V. Reinigingsdiensten Rd4 (NV)

BVF Eigen vermogen 1/1/23 Eigen vermogen 31/12/23 Vreemd vermogen 1/1/23 Vreemd vermogen 31/12/23 Resultaat 2023

18.151 18.151 19.620.691 23.628.313 0

TSC -625.720 -1.074.809 1.429.905 2.151.820 -449.089

NV 0 0 0 0 0

De werkorganisatie van Rd4 bestaat uit de Gr Rd4, het Rd4 Facilitair Bedrijf B.V. en het Rd4 Kringloop bedrijf B.V. welke gezamenlijk een fiscale eenheid vormen. In het Facilitair Bedrijf B.V. zijn bijna alle productiemiddelen ondergebracht, evenals de medewerkers die geen ambtelijke status hebben. Zij volgen derhalve ook een andere cao: vanaf september 2000 geldt de cao voor Afval en Milieu , GEO (Grondstoffen, Energie en omgeving). Alle (loon)kosten van de BVF worden volledig doorberekend aan de Gemeenschappelijke Regeling. Het exploitatieresultaat is dus nihil. De activiteiten van het Rd4 Kringloop Bedrijf B.V. vinden sinds 2005 in de Gemeenschappelijke Regeling plaats. Vanaf 2014 zijn hier de activiteiten van het Textiel sorteercentrum in ondergebracht. Voor deze bedrijven gezamenlijk wordt een geconsolideerde jaarrekening samengesteld. Voor de dienstverlening aan bedrijven is er een separaat bedrijf opgezet zijnde de NV Reinigingsdiensten Rd4. Dit bedrijf heeft geen eigen personeel of activa en huurt deze merendeels in bij de GRrd4 of het Facilitair Bedrijf B.V. welke voor deze dienstverlening de variabele kostprijs plus overheadtoeslag plus winstopslag doorberekent. Volledigheidshalve willen wij opmerken dat de NV geen verbonden partij is conform de definitie van de BBV. De aandelen van de NV Reinigingsdiensten Rd4 zijn in handen van de gemeenten en niet van Rd4.

Pagina 14

2. FINANCIËLE BEGROTING 2.1 Overzicht van baten en lasten en de toelichting

Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat

Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat

Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat

Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat

Programma: Reinigingsdiensten GR Rd4 Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen: Kosten van de overhead: Heffing voor de Vpb: Bedrag voor onvoorzien: Totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamde resultaat

2025 Baten Lasten Saldo 44.557.401 41.960.905 2.596.496 44.557.401 41.960.905 2.596.496 44.557.401 44.557.401

2.000.000 -

-2.000.000 -

43.960.905 596.496 44.557.401

596.496 -596.496 0

2026 Baten Lasten Saldo 47.301.394 44.645.686 2.655.708 47.301.394 44.645.686 2.655.708 47.301.394 47.301.394

2.060.000 -

-2.060.000 -

46.705.686 595.708 47.301.394

595.708 -595.708 -0

2027 Baten Lasten Saldo 49.087.663 46.370.155 2.717.508 49.087.663 46.370.155 2.717.508 49.087.663 49.087.663

2.121.800 -

-2.121.800 -

48.491.955 595.708 49.087.663

595.708 -595.708 -

2028 Baten Lasten Saldo 50.703.006 47.921.844 2.781.162 50.703.006 47.921.844 2.781.162 50.703.006 50.703.006

2.185.454 -

-2.185.454 -

50.107.298 595.708 50.703.006

595.708 -595.708 -

2029 Baten Lasten Saldo 52.359.810 49.524.012 2.835.798 52.359.810 49.524.012 2.835.798 52.359.810 52.359.810

2.240.090 -

-2.240.090 -

51.764.102 595.708 52.359.810

595.708 -595.708 -

Pagina 15

De gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd De totale begroting komt uit het geconsolideerde begrotingsboek, deze is seperaat van deze begroting omdat de diverse overige bedrijven niet vallen onder de regelgeving van de BBV. In het geconsolideerde begrotingsboek zijn de diverse bedrijven zijnde de GR Rd4, het facilitaire bedrijf BVF alsmede het kringloopbedrijf geconsolideerd. In onderhavige enkelvoudige begroting zijn de salariskosten opgenomen van de medewerkers welke vallen onder de genormaliseerde cao gemeenten (cao SGO) zijnde de medewerkers van Rd4 met een ambtelijke aanstelling welke echter maar een zeer klein gedeelte van de totale populatie vormen. In onderhavig enkelvoudige begroting zijn de posten opgenomen zoals deze rechtstreeks aan de GR Rd4 worden gefactureerd. Hierbij is de enkelvoudige jaarrekening van de GR Rd4 richtinggevend in combinatie met de verwachtte beleidswijzigingen. De kosten gemaakt bij de andere bedrijven worden in de enkelvoudige begroting GR Rd4 volledig als uitbesteed werk opgenomen. In deze meerjarenraming hebben we de reguliere indexering (2-3%) doorgetrokken. We hebben geen beleidsmatige wijzigingen doorgerekend. Niet beïnvloedbare factoren als de ontwikkeling van het aantal aansluitingen de economische ontwikkelingen en de invloed op inflatie zijn niet becijferd.

We hebben wel de verwerkingskosten berekend conform de huidige stand gekoppeld aan de verwachtingen. De kapitaallasten zijn doorgerekend op basis van het investeringsplan in deze begroting en de stand van de activa conform de werkelijkheid van 2024 en de daaruit volgende afschrijvingen en financieringsbehoeften.

2.2 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Geprognosticeerde begin- en eindbalans

Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende Activa Totaal

2025 25.190.855 1.331.311 21.831.110 48.353.275

2026 30.197.635 1.331.311 20.009.633 51.538.579

2027 29.589.493 1.331.311 22.886.547 53.807.350

2028 28.434.195 1.331.311 28.099.734 57.865.240

2029 27.216.472 1.331.311 30.875.401 59.423.184

Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden >1 jaar Vlottende passiva Totaal

4.971.780 899.129 35.255.000 7.227.366 48.353.275

5.567.488 751.225 37.992.500 7.227.366 51.538.579

6.163.196 1.036.788 39.380.000 7.227.366 53.807.350

6.758.904 1.048.970 42.830.000 7.227.366 57.865.240

7.354.612 1.061.206 43.780.000 7.227.366 59.423.184

EMU saldo Zie paragraaf financiering onder paragraaf 1.2.3 hierboven. Financiering Zie paragraaf financiering onder paragraaf 1.2.3 hierboven.

Pagina 16

De stand en verloop van reserves Aangezien er met een nihil-resultaat wordt begroot betekent dit ook dat reserves naar verwachting niet muteren. Vanaf 2022 is er een reserve in het kader van duurzaamheid. De besteding hiervan wordt nader afgestemd. Er zal er een duurzaamheidsstrategie worden uitgewerkt waarbij dit fonds wordt betrokken. De stand en verloop van voorzieningen De GR heeft een voorziening groot onderhoud inzake de gebouwen Jaarlijks terugkerende arbeidskosten De salariskosten zijn gebaseerd op de bestaande directe en indirecte formatie en de ontwikkeling hiervan zoals deze de komende jaren wordt verwacht rekening houdende met de verwachte ontwikkelingen. Verder is er rekening gehouden met een jaarlijkse inflatie van 3%. Investeringen De investeringen zoals gepresenteerd hebben uitsluitend betrekking op de investeringen in de GR. Aangezien het overgrote deel van de investeringen voor het dochterbedrijf de BV Facilitair bedrijf zijn bestemd, welke buiten de scope van deze begroting vallen, zijn de investeringen in de GR minimaal. Gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats o.b.v. historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie t.b.v. gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de vervaardigings- of verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het boekjaar na moment van ingebruikneming. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Vlottende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen. De liquide middelen en overlopende activa worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Eigen vermogen De reserves zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onder de vaste schulden worden schulden opgenomen met een resterende looptijd van meer dan één jaar. De op korte termijn (binnen één jaar) verschuldigde aflossingen worden opgenomen onder de vlottende passiva.

Pagina 17

Vlottende passiva De netto vlottende schulden en de overlopende passiva worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen.

2.3 Bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld

Taakveld 7.3 Afval Taakveld 0.3 Overhead Taakveld 0.5 Treasury Taakveld 0.10 Mutatie reserves Taakveld 0.11 Resultaat van baten en lasten

Baten 47.301.394 47.301.394

2026 Lasten 44.645.686 1.233.254 826.746 595.708 47.301.394

Pagina 18

Saldo 2.655.708 -1.233.254 -826.746 -595.708 -0

VASTSTELLING DOOR ALGEMEEN BESTUUR

Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten Rd4 in de vergadering van 7 juli 2025.

De secretaris / directeur

De voorzitter

R.E.J. Wetzels

G.G.J. Janssen

Pagina 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=073266de-c64b-4ef3-9f68-c8d4ff0b89c3